CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Afweegonderzoek bijlagen 1van2 Memo historische besluiten en uitgangspunten GKB.pdf

Politieke woensdag (Dag agenda) 22 september 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: 4: Bewonersvariant vervanging Gerrit Krolbrug (gesprek met Gerrit Krolbrug comité)33.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Projectgerelateerd

A1

Bijlage 1 Memo historische besluiten en uitgangspunten GKB

17 augustus 2021

AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE

BG9965IBRP2108171559

76

RWS INFORMATIE

Rijkswaterstaat NoordNederland

BO Groningse Bruggen

Zuidersingel 3 8911 AV Leeuwarden Postbus 2232 3500 GE Utrecht T (088) 797 44 00 F (088) 797 44 12 www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon drs. J.J.S. Budé

Historisch overzicht besluitvorming en uitgangspunten nieuwbouw Gerrit Krolburg

In 2019 is het project Vervanging Gerrit Krolbrug teruggezet van de realisatiefase naar de fase van MIRT-planuitwerking. Hierdoor zijn er vragen over de uitgangspunten en historische besluitvorming rondom de vervanging van de Gerrit Krolbrug. Dit memo zet beide in samenhang op een rij.

Programmamanager T +31 6 15 18 22 60 zjef.bude@rws.nl Datum 31 maart 2020

1 Terminologie & huidige brug Aan de voorkant een toelichting op gebruikte termen: Doorvaarthoogte MHWS = de doorvaarthoogte van de onderkant van de brug ten opzicht van maatgevend hoogwaterstand scheepvaart. De MHWS is inclusief o.a. opwaaiing; Doorvaarthoogte streefpeil = de doorvaarthoogte van de onderkant van de brug ten opzicht van het streefpeil van het Van Starkenborghkanaal zoals door het waterschap Noorderzijlvest wordt gehanteerd; Bodemdaling = correctie op de maatvoering vanwege de verwachte bodemdaling (bron = NAM) opdat de brug ook over 80 jaar op de gevraagde doorvaarthoogte ligt; Gepubliceerde doorvaarthoogte = doorvaarthoogte ten opzichte van streefpeil, bordje op de brug. In alle maatvoeringen voor bruggen wordt conform de Richtlijn Vaarwegen 2017 altijd gewerkt met doorvaarthoogtes ten opzichte van MHWS. De huidige Gerrit Krolbrug kent de volgende afmetingen: Uitgangspunten

Huidig

Doorvaartbreedte

21,8 meter

Doorvaarthoogte beweegbaar MHWS (gesloten)

2,33 meter

Doorvaarthoogte beweegbaar MHWS (open)

oneindig

Doorvaarthoogte fietsloopbruggen MHWS

6,91 meter

Breedte beweegbare brug

8 meter

Breedte fietsloopbruggen

2,5 meter

2 Aanleiding vervanging Gerrit Krolbrug & planstudie 2015 Op 21 februari 2007 heeft Rijkswaterstaat namens de minister opdracht gegeven aan de provincies Friesland en Groningen voor het uitvoeren van een planstudie Vaarweg Lemmer – Delfzijl fase 2. Onderdeel van deze planstudie betreft een planstudie naar de vervanging van de Gerrit Krolbrug in de stad Groningen.

RWS INFORMATIE

Pagina 1 van 7

Het resultaat van de planstudie naar de Gerrit Krolbrug ligt vast in het Eindrapport variantenstudie Gerrit Krolbruggen uit 2015. Dit rapport kent een spoor A en een spoor B, met de volgende maatvoeringen: Uitgangspunten

Spoor A

Spoor B

Doorvaartbreedte

54 meter

54 meter

Minimale doorvaarthoogte beweegbaar MHWS na

4,0 meter

4,0 meter

9,1 meter

9,1 meter

9,1 meter

9,1 meter

Breedte brug

18 meter

10 meter

Breedte fietsloopbruggen

5,5 meter

5,5 meter

Soort weg

Gebiedsontsluiting

Fietsstraat

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 23 maart 2020

optreden bodemdaling (gesloten) Minimale doorvaarthoogte beweegbaar MHWS na optreden bodemdaling (open) Minimale doorvaarthoogte fietsloopbruggen MHWS na optreden bodemdaling

Spoor A gaat uit van een gebiedsontsluitingsweg: een weg met gescheiden rijbanen (2 x 3 meter), en vrijliggende fietspaden (2 x 3 meter) en een stoep (2 x 1,5 meter) aan beide kanten. De resterende 3 meter zit in de constructie en scheidingen van de verschillende stromen (auto’s, fietsers en voetgangers). Spoor B gaat uit van een fietsstraat met gemengde verkeersstromen. Dit uitgangspunt is genomen omdat in deze variant er van uit wordt gegaan dat de Busbaanbrug een multimodale brug wordt waardoor het verkeer op de Gerrit Krolburg vermindert. 3 Van planstudie 2015 naar planstudie 2017 en realisatie Op 11 maart 2016 heeft op directeurenniveau door de gemeente Groningen, provincie Groningen en Rijkswaterstaat overleg plaatsgevonden over de varianten (spoor A en spoor B). In dit overleg is geconstateerd dat: Spoor B te veel vooruitloopt op besluitvorming in de Oosterhamrikzone, waarmee dit als niet kansrijk wordt gezien; Spoor A de meest gewenste variant is, maar dat deze het beschikbare budget ver overstijgt. Vervolgens is door partijen gekeken of een optimalisatie van spoor A mogelijk is door aanpassing van de maatvoering van de weg op de brug. Het ingenieursbureau heeft dit bekeken en geconstateerd dat een versmalling van 2 meter mogelijk is zonder in te boeten op de verkeersveiligheid.

Dit heeft op 26 april 2016 geleid tot bestuurlijke instemming van gemeente Groningen, provincie Groningen en Rijkswaterstaat met een voorkeursvariant met een wegbreedte van 16 meter. De wijzigingen tussen 16 meter en 18 meter zijn in onderstaande tabel weergegeven. Onderdeel

Breedte 18m

Constructie / leuning

0,50

Breedte 16m 0,50

Voetpad (links)

1,50

1,00

Fietspad (links)

3,00

2,50

Scheiding (links)

1,00

1,00

Wegbreedte

6,00

6,00

Scheiding (rechts)

1,00

1,00

RWS INFORMATIE

Pagina 2 van 7

Fietspad (rechts)

3,00

2,50

Voetpad (rechts)

1,50

1,00

Constructie / leuning

0,50

0,50

Hellingspercentage auto’s

5%

5%

Hellingspercentage fietsers

2,5%

2,5%

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 23 maart 2020

Op basis van het Eindrapport variantenstudie spoor A uit 2017 is op 30 oktober 2017 door de minister van IenW een uitvoeringsbesluit genomen met een taakstellend budget van € 21,7 miljoen. Vervolgens is de realisatie gestart onder leiding van de provincie Groningen. 4 Van realisatie naar planuitwerking en BVA 2019 In het directeurenoverleg op 11 november 2018 is door de provincie Groningen, gemeente Groningen en Rijkswaterstaat geconstateerd dat vanwege de breedte die nodig is voor de constructie van de brug er nog minder verkeersruimte dan 16m beschikbaar was waardoor niet meer voldaan kon worden aan de CROWrichtlijnen die gelden voor een veilige gebiedsontsluitingsweg. Daarbij was na marktconsultatie ook duidelijk dat de markt geen oplossing zag om dit dilemma op te pakken. Hiermee is op directeurenniveau geconstateerd dat de voorkeursvariant niet maakbaar is en er naar een nieuwe voorkeursvariant gezocht moet worden. Voor het vervolg is niet meer uitgegaan van een gebiedsontsluitingsweg maar van een erftoegangsweg. Bij een 30km/h weg met deze functie maakt fiets- en autoverkeer van dezelfde rijbaan gebruik. Dit type weg kan daarom smaller zijn. Dit heeft er toe geleid dat in het BO MIRT 2018 besloten is uit te gaan van een erftoegangsweg (erftoegangsweg/fietsstraat) en de uitgangspunten voor de weg van het BVA uit 2017 aan te passen.

De erftoegangsweg sluit aan bij de ambitie om van de Korreweg een fietsstraat te maken. Bij een profielbreedte van de rijbaan van 7,2m kan een erftoegangsweg in alle denkbare varianten worden ingepast. Voor een fietsstraat kan dan worden uitgegaan van de brede variant met rijlopers van 2,5m een middenstrook en aan weerszijden rabatstroken. Ook zonder autoverkeer wil de gemeente deze ruimte voor de fietser aanhouden, vanwege hoge intensiteiten en snelheidsverschillen bij elkaar tegemoetkomende (elektrische) fietsers. In het BO MIRT 2018 op 22 november 2018 is bestuurlijk afgesproken dat de projectleiding van de Gerrit Krolbrug per 1 maart 2019 overgaat van de provincie Groningen naar Rijkswaterstaat. Bij de oplevering van de stukken van de planstudie van de provincie Groningen naar Rijkswaterstaat, is gebleken dat er diverse stukken ontbreken: een variantenstudie, een schetsontwerp, effectstudies, juridische borging en de projectbeslissing. In het BO MIRT 2019 is door de minister van IenW, de provincie en gemeente Groningen besloten om een variantenstudie te doen om zo te komen tot een maakbare voorkeursvariant. De aanpak die gemeente Groningen Rijkswaterstaat op 13 november 2019 bestuurlijk hebben vastgesteld, heeft als doel: 1. Het komen tot een voorkeursvariant die bestuurlijk, financieel, technisch en juridisch realiseerbaar is; 2.

Het vastleggen en onderbouwen van de voorkeursvariant in een projectbeslissing;

RWS INFORMATIE

Pagina 3 van 7

3.

Het zo veel mogelijk parallel uitvoeren van alle voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie.

Rijkswaterstaat NoordNederland

De aanpak bestaat uit de volgende stappen:  Uitvoeren variantenstudie bestuurlijk voorkeursalternatief;  Bepalen integrale voorkeursvariant inclusief voorlopig ontwerp;  Besluitvormingsproces voorkeursvariant (gemeenteraad en minister) en opstellen projectbeslissing;  Voorbereiding realisatie.

Datum 23 maart 2020

Het uitgangspunt voor de variantenstudie is het volgende bestuurlijke voorkeursalternatief (BVA). Dit kent de volgende uitgangspunten, afgezet tegen de huidige brug en het BVA van 2017: Uitgangspunten

Huidige brug

BVA 2017

BVA 2019

Delta 17-

Doorvaartbreedte

21,8

54

54

0

Minimale doorvaarthoogte MHWS

2,33

4,0

4,0

0

oneindig

9,1

9,1

0

6,91

9,1

9,1

0

-4,8

19

na optreden bodemdaling (gesloten) Minimale doorvaarthoogte MHWS na optreden bodemdaling (open) Minimale doorvaarthoogte fietsloopbruggen MHWS na optreden bodemdaling Breedte brug

8

16

11,2

Breedte fietsloopbruggen

2,5

2,5

2,5

0

Wegbreedte

5,0

6,0

7,20

+1,2

Voetpad (tweezijdig)

1,50

1,00

1,50

+1,0

Fietspad (tweezijdig)

0

2,50

0

-5,0

Constructie/overig weg

-

3,00

1,00

-2,0

Helling auto’s

-

5,0%

5,0%

0

Helling fietsers

-

2,5%

2,5%

0

In de variantenstudie wordt gekeken hoe de inrichting van de weg op de brug, uitgaande van een erftoegangsweg zo goed mogelijk kan worden vormgegeven. 5 BVA Gerrit Krolburg in relatie tot andere bruggen op het Van Starkenborghkanaal en vastgelegde functionaliteit In het Eindrapport planstudie Gerrit Krolbrug spoor A uit 2017 (en 2015) worden de volgende argumenten gegeven waarom de brug niet op de huidige hoogte kan blijven en tenminste 4 meter moet zijn: Pas vanaf doorvaarthoogtes van 4 meter zal het merendeel van de recreatievaart alsmede een beperkt deel van de beroepsvaart gefaciliteerd kunnen worden zonder brugopening, en zal er een merkbaar positief effect ontstaan ten opzichte van het huidig aantal brugopeningen; Het benodigd aantal brugopeningen per dag is zodanig groot dat er druk ontstaat op het scheepvaartbelang ten aanzien van een vrije doorvaart, waardoor het risico op vertraging in de doorstroming van het scheepvaartverkeer te groot wordt. Naar aanleiding van het grote aantal incidenten op het water, aanvaringen van bruggen en bijna ongelukken heeft Rijkwaterstaat in 2018 het rapport ‘Verbeteren RWS INFORMATIE

Pagina 4 van 7

veiligheid vaarweg Lemmer – Delfzijl’ opgesteld op basis van gesprekken met vertegenwoordigers van de beroepsvaart (Schuttevaer) en de recreatievaart. Dit rapport is afgestemd met de provincie Groningen en Schuttevaer. Naar aanleiding van het rapport is gebleken dat de volgende zaken noodzakelijk zijn om het aantal aanvaringen op de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl te verminderen: a. Aanpassing infrastructuur: er zijn op het Van Starkenborghkanaal 3 bruggen (de Gerrit Krolbrug, Busbaanbrug en Paddepoelsterbrug) die niet voldoen aan de functionele eisen van een klasse Va vaarweg. Hierbij zijn de belangrijkste verbeterpunten: eenduidigheid, doorvaartbreedte en hoogte van de nog niet aangepakte bruggen; b. Verkeersmanagementmaatregelen: dit gaat onder andere over betere communicatie tussen schippers en bedienend personeel, het verlagen van de snelheid, het plaatsen van extra bebording en het trainen van het bedienend personeel; c. Gedrag vaarweggebruikers: verkeerde instellingen in apparatuur aan boord van schepen geven verkeerde informatie voor de brugoperator, met name bij brugpassage. Rijkswaterstaat pakt dit aan samen met de beroepsvaart.

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 23 maart 2020

Het eerste punt heeft er toe geleid dat de minister ook voor de Gerrit Krolbrug heeft benadrukt dat de te realiseren voorkeursvariant moet voldoen aan de verbeterpunten: eenduidigheid, doorvaartbreedte en hoogte van de nog niet aangepakte bruggen. In 2018 is vervolgens door de Minister van IenW, na overleg met de regionale bestuurders in het Bestuurlijk Overleg MIRT van 2018, de functionaliteit voor de HLD aangescherpt. Dit is een doorvertaling van de Richtlijn Vaarwegen 2017 naar de HLD. Voor het traject Gaarkeuken – Oostersluis is deze functionaliteit: Tweestrooksdoorvaart en waar mogelijk een symmetrisch onderwaterprofiel; Een kanaal van minimaal 54 meter breed in rechtstand (in bochten met straal kleiner dan 1350 meter breder in verband met toeslag), voorzien van stalen remmingwerken klasse Va bij de kunstwerken, afmeervoorzieningen buiten het profiel van het vaarwater uitgevoerd in vrijstaande stalen meerpalen of langs de oever, natuurvriendelijke oevers (waar nodig stalen damwanden) met waar mogelijk een symmetrisch profiel met een tweezijdige zijwindtoeslag passende binnen de huidige afmetingen van de bak, behorende bij een vaarweg gelegen in een landstreek; Een vaarwegdiepte van 4,9 meter (D in onderstaand figuur) van het kanaal over de volle lengte gemeten vanaf maatgevende lage waterstand over een breedte van 22,8 meter (Wd in onderstaand figuur) in het midden van de

vaarweg; Een vaarwegdiepte verlopend van 4,9 meter naar 3,5 meter op het geladen kielvlak (T in onderstaand figuur) van het kanaal over de volle lengte gemeten vanaf maatgevende lage waterstand over een breedte van 45,6 meter (Wt in onderstaand figuur) in het midden van de vaarweg; Als uitgangspunt vaste bruggen zonder middenpijler en met een doorvaarbreedte gelijk aan de vaarweg en een minimale doorvaarhoogte van 9,10 meter over de gehele breedte van de vaarweg gemeten vanaf maatgevende hoogwaterstand, waar nodig gecorrigeerd voor bodemdaling; Beweegbare bruggen met een minimale doorvaarhoogte van 5,50 meter gemeten vanaf maatgevende hoogwaterstand, waar nodig gecorrigeerd voor bodemdaling in gesloten toestand, een doorvaartbreedte van het beweegbare

RWS INFORMATIE

Pagina 5 van 7

-

deel over de gehele vaarweg van minimaal 54 meter en in geopende toestand een minimale doorvaarhoogte van minimaal 9,10 meter gemeten vanaf de maatgevende hoogwaterstand en op afstand bediend, waar nodig gecorrigeerd voor bodemdaling; Sluis Oostersluis en Gaarkeuken voldoen na vervanging en/of optimalisatie op technische einde levensduur aan de kolklengtes en breedtes en drempeldieptes bij maatgevend laag water van klasse Va en de aanwezige capaciteitsvraag.

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 23 maart 2020

In aanvulling op de vastgestelde functionaliteit, heeft de minister van IenW in haar brief ‘Vervolg Kosten-batenanalyse brughoogtes’ (IenW/BSK-2019/127403), de HLD gekenmerkt als (onderdeel van) een “meest kansrijke vaarwegcorridor”. Dit houdt in dat op deze corridor bij nieuwbouw of vervanging gestreefd wordt naar een toekomstbestendige oplossing, waarbij verbeteringsmogelijkheden en innovaties worden meegewogen. Met name voor vaste bruggen wordt onderzocht of met maatwerk een hogere of beweegbare brug (dan de huidige streefwaarde 9,10 meter ten opzichte van MHWS na correctie voor bodemdaling) haalbaar is. De minimale doorvaarthoogte van 4 meter, rekening houdend met toekomstige bodemdaling, is afwijkend van de voorgeschreven doorvaarthoogte conform de destijds vigerende (Richtlijn Vaarwegen 2011), de vigerende (Richtlijn Vaarwegen 2017) en de hierboven vastgestelde functionaliteit uit 2018. Vanwege de moeilijke inpasbaarheid door omliggende bebouwing aan de Korrewegzijde, heeft de minister van IenW in haar realisatiebesluit in 2017 deze afwijking destijds geaccepteerd. In de nieuwe MIRT-planuitwerking dient deze afwijking, mede vanwege de uitkomsten van het rapport ‘Verbeteren veiligheid vaarweg Lemmer – Delfzijl’, opnieuw onderbouwd te worden.

Vanwege de vastgestelde functionaliteit in 2018 dient ook de 5,5 meter variant, rekening houdend met toekomstige bodemdaling onderzocht te worden. De hierboven toegelichte gewenste uniformiteit op de vaarweg vereist dat de de nautische afmetingen (doorvaartbreedte en doorvaarthoogte in gesloten en open

RWS INFORMATIE

Pagina 6 van 7

toestand) van de voorkeursvariant van Gerrit Krolbrug aansluiten op die van de nieuw gerealiseerde bruggen bij Aduard en Dorkwerd. De vaste fietsloopbruggen moeten in nautische afmetingen overeenkomen met de hoge vaste bruggen, zoals de Noordzeebrug.

Rijkswaterstaat NoordNederland Datum 23 maart 2020

Dit levert de volgende uitgangspunten op (gecorrigeerd voor uniformiteit en verwachte bodemdaling): Uitgangspunten

Aduard

Dorkwerd

Noordzeebrug

Doorvaartbreedte

54 meter

54 meter

54 meter

Gerrit Krolbrug 54 meter

Doorvaarthoogte MHWS na

4,3 meter

4,3 meter

9,5 meter

4,3 meter

9,5 meter

9,5 meter

n.v.t.

9,5 meter

n.v.t.

n.v.t.

9,5 meter

9,5 meter

optreden bodemdaling (gesloten) Doorvaarthoogte MHWS na optreden bodemdaling (open) Doorvaarthoogte fietsloopbruggen MHWS na optreden bodemdaling

In de variantenstudie worden deze uitgangspunten gebruikt opdat er ook nadat bodemdaling is opgetreden voldaan wordt aan de uniformiteits- en nautische veiligheidseisen op het Van Starkenborghkanaal. In de variantenstudie wordt wel gekeken hoe bijvoorbeeld de constructie en inpassing dusdanig vormgegeven kunnen worden opdat de voorkeursvariant optimaal ingepast kan worden en de minste stijging op wegdekniveau wordt bereikt.

RWS INFORMATIE

Pagina 7 van 7

Projectgerelateerd

A2

Bijlage 2 Krolbrug

17 augustus 2021

Duurzaamheidsrapportage Planstudie Gerrit

AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE

BG9965IBRP2108171559

77

RAPPORT Duurzaamheidsrapportage Planstudie Gerrit Krolbrug

Klant:

Rijkswaterstaat

Referentie: BG9965TPRP2012161413 Status:

S0/P01.01

Datum:

16 december 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Duurzaamheidsrapportage Planstudie Gerrit Krolbrug Ondertitel: GKb Duurzaamheid (EINDCONCEPT) Referentie: BG9965TPRP2012161413 Status: P01.01/S0 Datum: 16 december 2020 Projectnaam: Planstudie Gerrit Krolbrug Projectnummer: BG9965 Auteur(s): Michiel Wolbers

Opgesteld door: Michiel Wolbers Gecontroleerd door: Ronald Jeltes Datum: Goedgekeurd door: Datum:

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Duurzaamheid in planstudie Gerrit Krolburg

1

1.1

Projectbeschrijving

1

1.2

Duurzaamheidsbeleid van Rijkswaterstaat

2

1.3

Aanpak Duurzaam GWW

2

1.4

Opbouw van document

4

2

Aanpak Duurzaam GWW: methodiek voor structuren van duurzaamheid

5

2.1

Overzicht van Aanpak Duurzaam GWW

5

2.2

Werksessies: in 4 interactieve sessies naar het eindresultaat

5

3

Tussenproducten

8

3.1

Omgevingswijzer: rode lijnen in kansen en risico’s

8

3.2

Ambitieweb: focus op Enegie en Ruimtelijke Kwaliteit

9

3.3

Trade-off-matrix: eerste aanzet voor selecteren maatregelen

12

4

Resultaten

13

4.1

Energie

14

4.2

Ruimtelijke kwaliteit

16

Bijlagen A1

Ingevulde Omgevingswijzer voor planstudie Gerrit Krolbrug

A2

Kansrijke maatregelen voor Energie en Ruimtelijke kwaliteit

A3

Trade-off-matrix voor maatregelen planstudie Gerrit Krolbrug

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

ii

Projectgerelateerd

Tabellen Tabel 1: Overzicht van de stappen in Aanpak Duurzaam GWW en invulling binnen dit project

5

e

Tabel 2: Informatie-overzicht van 1 werksessie op 27 augustus 2020

6

Tabel 3: Informatie-overzicht van 2e werksessie op 7 oktober 2020

6

Tabel 4: Informatie-overzicht van 3e werksessie op 5 november 2020

6

e

Tabel 5: Informatie-overzicht van 4 werksessie op 23 november 2020

7

Tabel 6: Duurzaamheidsdoelstellingen voor de thema’s met ambitieniveau 3

11

Tabel 7: Suggesties en oplossingsrichtingen voor de thema’s met ambitieniveau 2

11

Figuren Figuur 1: Gerrit Krolbrug in de huidige situatie

1

Figuur 2: Overzicht van stappen in de Aanpak Duurzaam GWW

3

Figuur 3: Definitieve versie van de Omgevingswijzer voor de Gerrit Krolbrug. In donker groen en rood zijn sub thema’s aangegeven die terugkomen in de organisatie- en projectdoelstellingen van Rijkswaterstaat. 8 Figuur 4: Definitieve versie van het Ambitieweb voor de Gerrit Krolbrug. De thema’s Energie en Ruimtelijke kwaliteit hebben ambitieniveau 3 en vormen de focus voor duurzaamheid in dit project.

10

Figuur 5: Uitsnede van de Trade-off-matrix met daarin de maatregelen en selectiecriteria weergegeven 12

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

iii

Projectgerelateerd

1

Duurzaamheid in planstudie Gerrit Krolburg

1.1

Projectbeschrijving

De Gerrit Krolbrug (GKB) ligt in de gemeente Groningen. De brug vormt de verbinding tussen de gebieden ‘De Hunze/Ulgersmaborg’ ten noorden van het Van Starkenborghkanaal en de ‘West-Indische buurt/Korrewegwijk’ ten zuiden daarvan. Ook is de brug een belangrijke verbindingsschakel, met name voor fietsers, tussen Beijum/Kardinge en de binnenstad. De brug is gebouwd in 1936. In 1993 zijn aan weerszijden van de brug vaste loopbruggen gebouwd voor voetgangers en fietsers. Het Van Starkenborghkanaal maakt deel uit van de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl (HLD) en is eigendom van het Rijk. Het is een vaarwegklasse Va. De doorvaartbreedte en -hoogte van de GKB passen niet bij deze klasse. Bovendien is de brug aan het einde van de technische levensduur.

Figuur 1: Gerrit Krolbrug in de huidige situatie

In het BO MIRT 2019 is door de minister van IenW, de provincie en gemeente Groningen besloten om een variantenstudie uit te voeren om zo te komen tot een maakbare voorkeursvariant. De aanpak die gemeente Groningen Rijkswaterstaat op 13 november 2019 bestuurlijk hebben vastgesteld, heeft als doel: • Het komen tot een voorkeursvariant binnen het BVA 2019 die bestuurlijk, financieel, technisch en juridisch realiseerbaar is; • Het vastleggen en onderbouwen van de voorkeursvariant in een projectbeslissing; • Het zo veel mogelijk parallel uitvoeren van alle voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie. Het project Vervanging GKB moet leiden tot: • Het vervangen van de beweegbare GKB inclusief twee vaste fietsloopbruggen door een variant passend binnen het BVA 2019 passende binnen de functionaliteit van een klasse Va vaarweg; • Het realiseren van een bochtverruiming in de vaarweg opdat het kanaal in breedte, bochtstraal en onderwaterprofiel voldoet aan de vastgelegde functionaliteit; • Het inpassen van de aanlandingen van de GKB binnen de bestaande bebouwde omgeving. 16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

1

Projectgerelateerd

De doelstellingen van dit project zijn als volgt te formuleren: • Het komen tot een voorkeursvariant die bestuurlijk, financieel, technisch en juridisch realiseerbaar is; • Het vastleggen en onderbouwen van de voorkeursvariant in een dossier ten behoeve van de projectbeslissing inclusief voortoets en gate-review; • Opstellen van de juridische producten ten behoeve van de projectbeslissing. Dit zijn onder andere het projectplan waterwet, M.e.r.-beoordeling en bestemmingsplan; • Het zo veel mogelijk parallel uitvoeren van alle voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie.

1.2

Duurzaamheidsbeleid van Rijkswaterstaat

Het duurzaamheidsbeleid van Rijkswaterstaat is kernachtig samen te vatten in ‘werken aan een Duurzame Leefomgeving’. De drie kernpunten van deze Duurzame Leefomgeving zijn: • Duurzame gebiedsontwikkeling: Rijkswaterstaat wil gebieden duurzaam ontwikkelen. Dat betekent: eerst praten met partners wat alle partijen met een gebied willen en vervolgens verschillende gebruiksfuncties zoals waterveiligheid, economie of recreatie, slim combineren. En daarbij ook ruimte bieden aan duurzame ideeën. • Energie en klimaat: Rijkswaterstaat wil in 2030 energieneutraal zijn. Dit betekent: evenveel energie opwekken als verbruiken, volledig duurzaam. Het doel is om consequent de CO2-uitstoot te verlagen, tot uiteindelijk nul. • Circulaire Economie: Rijkswaterstaat wil in 2030 circulair werken. Dat betekent: werken zonder afval te produceren. Versleten beton bijvoorbeeld eindigt dan niet als afval, maar als nieuw beton op een snelweg. Zo hoeft de sector als geheel minder kostbare grondstoffen aan te spreken. Om de aanpak van duurzaamheid concreet te maken heeft Rijkswaterstaat 4 transitiepaden opgesteld voor de werkterreinen met de meeste CO2-uitstoot en het meeste materiaalgebruik: • Wegverharding; • kustlijnzorg en vaargeulonderhoud; • kunstwerken (onder andere bruggen, sluizen, tunnels, viaducten) en; • bouwplaats en bouwlogistiek.

Bij wegverharding en kunstwerken is vooral veel te winnen in de productie en het gebruik van materialen, zoals asfalt, beton en staal. Bij kustlijnzorg en bouwlogistiek ligt de nadruk op brandstofverbruik van materieel voor transport en werkzaamheden. Maatregelen op dit gebied hebben bovendien een positief effect op de fijnstof- en stikstofproblematiek.

1.3

Aanpak Duurzaam GWW

Voor het integreren van duurzaamheid in het project is de Aanpak Duurzaam GWW toegepast. De reden om de Aanpak Duurzaam GWW toe te passen, is dat de herinrichting van het plangebied een GWW-opgave is en dat is aangegeven dat voor dit project de ambitie er ligt om dit op een duurzame manier te doen. De Aanpak Duurzaam GWW is dé aanpak om de duurzaamheidsambities te concretiseren en een praktische invulling te geven in het project. In deze paragraaf wordt kort stil gestaan bij de achtergrond en de werkwijze van de Aanpak Duurzaam GWW

1.3.1

Green Deal Duurzaam GWW 2.0

Het doel van de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 is om duurzaamheid in 2020 als integraal onderdeel van GWW-projecten mee te nemen. Met de Green Deal spreken de ondertekenaars af langdurig samen te werken aan duurzaamheid, met als doel meer circulair te zijn en de klimaatdoelstellingen van Nederland te behalen. Dit moet worden bereikt door onder andere circulair in te kopen (10% in 2020, 100% in 2050), het 16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

2

Projectgerelateerd

primaire grondstoffengebruik te verminderen van 50% in 2030 en in 2030 een CO2-reductie van 49% t.o.v. 1990 te bereiken.

1.3.2

Stappen in de aanpak

De aanpak Duurzaam GWW draait om het doorlopen van de onderstaande zes stappen (zie Figuur 2 voor de samenhang) in de opeenvolgende fases van het project: 1. Analyse van de vraag en ambities 2. Onderzoeken van kansen 3. Vastleggen ambities en kansen 4. Vertaalslag naar specificaties en ontwerp 5. Afweging en toetsen duurzaamheid 6. Verantwoording duurzaamheid De aanpak wordt hierbij ondersteund met vier instrumenten: • Omgevingswijzer • Ambitieweb • DuboCalc • CO2-prestatieladder In dit project zijn de generieke stappen gebruikt als uitgangpunt voor het proces. Daarnaast is gebruik gemaakt van de Omgevingswijzer om kansen en risico’s in kaart te brengen en het Ambitieweb om de duurzaamheidsambities duidelijk neer te zetten. DuboCalc en de CO2-prestatieladder kunnen mogelijk worden ingezet in de aanbestedingsfase, waarbij de CO2-prestatieladder is gericht op de organisatie en DuboCalc een projectspecifieke insteek heeft.

Figuur 2: Overzicht van stappen in de Aanpak Duurzaam GWW

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

3

Projectgerelateerd

1.4

Opbouw van document

Dit document is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 bespreken wij de methode die wij hebben gehanteerd om duurzaamheid te integreren in het programma. De tussenproducten van onze aanpak presenteren wij in hoofdstuk 3. De daadwerkelijke resultaten van de aanpak in de vorm van concrete duurzaamheidsmaatregelen leggen wij voor in hoofdstuk 4.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

4

Projectgerelateerd

2

Aanpak Duurzaam GWW: methodiek voor structuren van duurzaamheid

In dit hoofdstuk lichten wij de stappen toe die wij hebben doorlopen en geven wij een kort verslag van de werksessies die wij hebben georganiseerd.

2.1

Overzicht van Aanpak Duurzaam GWW

Voor het integreren van duurzaamheid in dit project hebben wij de 6 stappen (zie Figuur 2) doorlopen zoals weergegeven in Tabel 1. Hierbij staat ook aangegeven hoe wij binnen dit project invulling hebben gegeven aan de stappen en in welke fase van het project dit is gebeurd. Tabel 1: Overzicht van de stappen in Aanpak Duurzaam GWW en invulling binnen dit project

Stap

Beschrijving stap

Invulling in project

1

Analyse van de vraag en ambities

In de projectvoorbereiding hebben wij van de belangrijkste stakeholders (Rijkswaterstaat, gemeente Groningen en Lefier) het duurzaamheidsbeleid geanalyseerd i.r.t. het project en dit toegelicht in de 1e werksessie;

2

Onderzoeken van kansen

In de 1e werksessie is samen met de deelnemers gekeken wat de kansen, risico’s en aandachtspunten waren m.b.t. duurzaamheid in het project. Het resultaat hiervan is een ingevulde Omgevingswijzer (zie bijlage A1 voor gehele rapportage ‘Omgevingswijzer’).

3

Vastleggen ambities en kansen

In de 2e werksessie is met de deelnemers bepaald wat de ambities en doelstellingen m.b.t. duurzaamheid in dit project. Het resultaat van de werksessie is een ingevuld Ambitieweb.

4

Vertaalslag naar specificaties en ontwerp

In de 3e werksessie is voor de thema’s met ambitieweb met de uitgenodigde deelnemers gekeken welke maatregelen getroffen kunnen worden om invulling te geven aan de doelstellingen. De resultaten van deze werksessie zijn weergegeven in bijlage A2.

5

Afwegen en toetsen duurzaamheid

Ter voorbereiding is eerst een trade-off-matrix (TOM) gemaakt om de voorgestelde maatregelen te beoordelen en een grove selectie te maken. In de 4e werksessie is een definitieve selectie gemaakt welke maatregelen mee kunnen worden genomen in de vervolgfase(s) van het project. De selectie van maatregelen is gepresenteerd in hoofdstuk 4.

6

Verantwoording duurzaamheid

Deze rapportage dient als verantwoording van duurzaamheid in het project. De (tussentijdse) resultaten van de Aanpak Duurzaam GWW zijn hierin gepresenteerd, net als de benodigde vervolgstappen om duurzaamheid tijdens de gehele projectduur te borgen.

2.2

Werksessies: in 4 interactieve sessies naar het eindresultaat

In totaal hebben wij 4 werksessies georganiseerd die tussen 27 augustus en 23 november zijn gehouden. Per werksessie hebben wij kort beschreven wie er aanwezig waren, wat er in de werksessie is besproken en wat de uitkomsten waren van de sessie. 16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

5

Projectgerelateerd

2.2.1

1e werksessie: identificeren van kansen en risico’s

In de eerste werksessie op 27 augustus jl. is gekeken wat mogelijke kansen en risico’s zijn voor het project met betrekking tot duurzaamheid. In Tabel 2 zijn de deelnemers, besproken onderwerpen en de resultaten van deze werksessie weergegeven. Tabel 2: Informatie-overzicht van 1e werksessie op 27 augustus 2020

Deelnemers

Ryan Lievaart, Jan Willem de Jager, Roos Mein, Dik de Weger (allen RWS), Kees van Bohemen, Dariusz Kwiatek (beiden gemeenten Groningen), Kay Oosterman (ZJA), Chris Janssen (BSLA), Peter Traas, Ronald Jeltes en Michiel Wolbers (allen RHDHV)

Onderwerpen

• •

Resultaten

Ingevulde Omgevingswijzer (uitgewerkt in paragraaf 3.1)

2.2.2

Duurzaamheidsbeleid van Rijkswaterstaat, gemeente Groningen en Lefier Kansen en risico’s voor duurzaamheid in het project

2e werksessie: vaststellen van ambities en doelstellingen

De tweede werksessie op 7 oktober jl. had als doel om de ambities en doelstellingen qua duurzaamheid vast te stellen. In Tabel 3 zijn de deelnemers, besproken onderwerpen en de resultaten van deze werksessie weergegeven. Tabel 3: Informatie-overzicht van 2e werksessie op 7 oktober 2020

Deelnemers

Hans Boeschoten, Ryan Lievaart, Els de Jong, Dik de Weger, Niels Keissen (allen RWS) Henk Jan de Noord, Kees van Bohemen (beiden gemeenten Groningen), Kay Oosterman (ZJA), Chris Janssen (BSLA), Ronald Jeltes en Michiel Wolbers (beiden RHDHV)

Onderwerpen

• •

Resultaten

Ingevuld Ambitieweb (uitgewerkt in paragraaf 3.2)

2.2.3

Terugkoppeling m.b.t. resultaten van 1e werksessie (Omgevingswijzer) Ambities en doelstellingen qua duurzaamheid voor het project

3e werksessie: identificeren van kansrijke duurzaamheidsmaatregelen

In de derde werksessie op 5 november jl. zijn kansrijke duurzaamheidsmaartregelen geïdentificeerd, aansluitend op het Ambitieweb dat in de 2e werksessie is opgesteld. In Tabel 4 zijn de deelnemers, de onderwerpen die zijn behandeld en de resultaten van de sessie weergegeven. Tabel 4: Informatie-overzicht van 3e werksessie op 5 november 2020

Deelnemers

Els de Jong, Sven Overbeek, Jan Willem de Jager (allen RWS), Dariusz Kwiatek, Kees van Bohemen (beiden gemeente Groningen), Kay Oosterman (ZJA), Chris Janssen (BSLA), Geert Jan van der Sanden, Jan Cirkel, Ronald Jeltes en Michiel Wolbers (allen RHDHV)

Onderwerpen

• •

Resultaten

Lijst van kansrijke duurzaamheidsmaatregelen (uitgewerkt in Trade-off-matrix, zie paragraaf 3.3)

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

Terugkoppeling van 2e werksessie (Ambitieweb) Inventarisatie van kansrijke duurzaamheidsmaatregelen

BG9965TPRP2012161413

6

Projectgerelateerd

2.2.4

4e werksessie: selecteren van definitieve set van maatregelen

In de vierde en laatste werksessie, die plaatsvond op 23 november jl., is de trade-off-matrix met de verzamelde duurzaamheidsmaatregelen besproken. De trade-off-matrix heeft als basis gediend om de voorlopige selectie van maatregelen binnen dit specifieke project te bepalen. In Tabel 5 zijn de deelnemers, de onderwerpen die zijn behandeld en de resultaten van de sessie weergegeven. Tabel 5: Informatie-overzicht van 4e werksessie op 23 november 2020

Deelnemers

Zjef Budé, Els de Jong (beiden RWS), Peter Traas, Ronald Jeltes en Michiel Wolbers (allen RHDHV)

Onderwerpen

• •

Resultaten

Definitieve lijst van duurzaamheidsmaatregelen (uitgewerkt in ‘Hoofdstuk 4’)

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

Bespreken Trade-off-matrix Voorlopige selectie van duurzaamheidsmaatregelen

BG9965TPRP2012161413

7

Projectgerelateerd

3

Tussenproducten

3.1

Omgevingswijzer: rode lijnen in kansen en risico’s

In de eerste werksessie is de Omgevingswijzer ingevuld om zo de kansen en risico’s voor duurzaamheid te bepalen. Voor de meeste thema’s zijn met name kansen geïdentificeerd, voor enkele thema’s zijn ook risico’s naar voren gekomen. Dit betreffen met name thema’s waarbij een negatief effect op duurzaamheid kan ontstaan wanneer er onvoldoende aandacht is voor het betreffende onderwerp. Het resultaat is weergegeven in Figuur 3.

Figuur 3: Definitieve versie van de Omgevingswijzer voor de Gerrit Krolbrug. In donker groen en rood zijn sub thema’s aangegeven die terugkomen in de organisatie- en projectdoelstellingen van Rijkswaterstaat.

Aan de hand van de ingevulde Omgevingswijzer en de uitspraken die zijn gedaan in de werksessie zijn een aantal rode lijnen in de kansen en risico’s met betrekking tot duurzaamheid te identificeren. • Ruimte voor ecologie & biodiversiteit: het project biedt kansen om een stimulans te geven aan de ecologie en biodiversiteit rondom de brug. Hierbij gaat het om zowel op het land als in het water. Voor op het land kan worden gekeken naar het maken van ecologische verbindingen, bijvoorbeeld met ecoduikers. Ook de flora en fauna in het water kan worden gestimuleerd door het toepassen van natuurvriendelijke oevers. •

Multifunctioneel ruimtegebruik in kanaal: het kanaal biedt de mogelijkheid om behalve als vaarweg te fungeren, om ook bij te dragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit door hydrofietenfilters toe te passen of door het bieden van extra ruimte voor het bergen van water bij wateroverlast.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

8

Projectgerelateerd

•

Koppeling met Hunzevisie 2030: Hunzevisie 2030 is het nieuwe vergezicht van Het Groninger Landschap en haar partners op het oorspronkelijke stroomdal van de rivier de Hunze. Hierbij kan worden gekeken om het ontwerp van de brug aan te laten sluiten op deze visie, maar ook het ontwikkelen van wandelpaden langs het kanaal om gebieden met elkaar te verbinden conform de Hunzevisie.

•

Ontwikkelen op basis van toekomstscenario’s: in de nabijheid van de brug zijn diverse ontwikkelingen gaande, zoals de woontoren van Lefier, de stadsontwikkeling aan de oostzijde van de brug en ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit. Door kritisch te kijken naar deze ontwikkelingen kan worden gekozen voor flexibiliteit in het ontwerp van het project om zo in de toekomst beter te kunnen aansluiten op de diverse ontwikkelingen.

•

Stimuleren van duurzame mobiliteit: om duurzame mobiliteit in de stad te stimuleren kan de Gerrit Krolbrug hierin een rol spelen door de brug alleen toegankelijk te maken voor de fiets en/of bus. Op deze manier wordt gemotoriseerd verkeer (door de stad) ontmoedigd, wat een positief effect kan hebben op de leefbaarheid en het minimaliseren van de uitstoot van roet- en fijnstofdeeltjes.

•

Aandacht voor (verkeers)veiligheid: in het project dient er aandacht te zijn voor de verkeersveiligheid en sociale veiligheid.. De hoogte van de brug kan zorgen dat de afdaling zorgt voor hoge snelheden wat mogelijk leidt tot onveilige situaties, zeker in combinaties met de zijstraten. Ook de sociale veiligheid op en rondom de brug verdient aandacht in het ontwerptraject.

•

Duurzame energie opwekken én gebruiken: er zijn kansen om duurzame energie op te wekken op of rondom de brug in de vorm van zonne-energie, aqua- of geothermie. Voor de Indische Buurt zijn bijvoorbeeld plannen om gebruik te maken van aardwarmte om woningen te voorzien van energie. Daarnaast biedt de uitvoeringsfase ook kansen om emissieloos te bouwen, maar hiervoor moeten wel tijdig voorzieningen worden getroffen.

•

Ruimtelijke kwaliteit van het kanaal: onder de ruimtelijke kwaliteit van het kanaal valt zowel de belevingswaarde als de toekomstwaarde. Onder het eerste wordt verstaan hoe het kanaal en de oevers wordt ervaren door de omgeving, terwijl het tweede ook betrekking heeft op toekomstige ontwikkelingen: voldoende ruimte bieden voor (meer) scheepvaart in de toekomst.

•

Duurzaam materiaalgebruik: de Gerrit Krolbrug is de laatste in zijn soort. Vanuit dat perspectief is het ook waardevol om te kijken of de brug in z’n geheel of in delen elders kan worden hergebruikt. Voor de nieuwe brug is het belangrijk om kritisch te kijken naar het materiaalgebruik. De circulaire ontwerpprincipes van Rijkswaterstaat kunnen bijdragen om te komen tot een duurzame brug.

3.2

Ambitieweb: focus op Enegie en Ruimtelijke Kwaliteit

3.2.1

Ingevuld Ambitieweb

In de tweede werksessie is het Ambitieweb bepaald. De thema’s Energie en Ruimtelijke Kwaliteit hebben ambitieniveau 3 gekregen. Het ingevulde Ambitieweb is weergegeven in Figuur 3.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

9

Projectgerelateerd

Figuur 4: Definitieve versie van het Ambitieweb voor de Gerrit Krolbrug. De thema’s Energie en Ruimtelijke kwaliteit hebben ambitieniveau 3 en vormen de focus voor duurzaamheid in dit project.

In de werksessie is gekozen om de focus voor duurzaamheid te leggen op de thema’s Energie en Ruimtelijke kwaliteit. Beide thema’s hebben daarom ambitieniveau 3 gekregen. De motivatie voor het thema Energie komt voort uit de behoefte om het fossiele energieverbruik in de uitvoerings- en gebruiksfase te minimaliseren. Daarnaast is er ook de wens om de mogelijkheden te verkennen om op en rondom de brug duurzame energie op te wekken. De reden dat het thema Ruimtelijke kwaliteit niveau 3 heeft gekregen heeft te maken dat de brug functioneel en ruimtelijk goed moet worden ingepast in de omgeving en dat ook de wijze hoe de omgeving de brug ervaart van belang is. Een viertal thema’s hebben ambitieniveau 2 gekregen: het boeken van een significante duurzaamheidswinst. Voor het thema Materialen geldt dat de deelnemers vertrouwen hebben in duurzaam materiaalgebruik, omdat dit in het algemeen ook een besparing in de kosten oplevert. Van belang is wel dat er aandacht is voor het hergebruik van de bestaande brug. Het thema Ecologie heeft ook niveau 2 gekregen, omdat men het idee heeft dat er volop kansen liggen rondom ecologie en biodiversiteit en dat door te kiezen voor niveau 2 het benutten van kansen een grotere slagingskans heeft. Het thema Ruimtegebruik focust zich met name op het onderwerp klimaatadaptatie en heeft niveau 2 gekregen.

Binnen het project moet aandacht zijn voor de klimaateffecten en hoe het project kan helpen om deze effecten te reduceren of te mitigeren. Tot slot heeft ook het thema Welzijn / leefbaarheid niveau 2 gekregen waarbij er zowel aandacht is voor het welzijn van de omgeving in de uitvoeringsfase als in de gebruiksfase.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

10

Projectgerelateerd

3.2.2

Doelstellingen voor thema’s met ambitieniveau 3

Voor de thema’s met ambitieniveau 3 zijn doelstellingen geformuleerd om op deze manier focus aan te brengen in het project met betrekking tot duurzaamheid. In Tabel 6 zijn de duurzaamheidsdoelstellingen geformuleerd. Tabel 6: Duurzaamheidsdoelstellingen voor de thema’s met ambitieniveau 3

Thema

Doelstelling

Energie

• •

Minimaliseren van (fossiel) energieverbruik in de uitvoeringsfase Reduceren van klimaatimpact van het ontwerp

•

Optimale balans tussen maximaliseren van stedenbouwkundige kwaliteit en behouden van landschappelijke kwaliteit

Ruimtelijke kwaliteit

De doelstellingen van het thema Energie focust zich op twee aspecten. Het eerste aspect is het reduceren van het ontwerp qua milieu-impact. Hierbij is aandacht voor het optimaliseren van het (basis)ontwerp, maar ook voor het verkennen van opties om duurzame energie op te wekken. Het tweede aspect betreft het streven naar een duurzame uitvoering. Dit kan door het reduceren van het (fossiel) energieverbruik, maar ook door het gebruik van duurzaam (of emissieloos) materieel. Voor het thema Ruimtelijke kwaliteit ligt de focus op de balans vinden tussen enerzijds de stedenbouwkundige kwaliteit (i.e. belevings- en gebruikswaarde) maximaliseren en anderzijds het behouden van de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Deze laatste kwaliteit richt zich op de (cultuur)historische en ecologische waarde van het gebied. De doelstellingen fungeren als uitgangspunten voor het identificeren en selecteren van maatregelen. Voor de vervolgfase is het mogelijk om bepaalde doelstellingen nog verder te specificeren indien dit wenselijk is voor het project.

3.2.3

Aandachtspunten voor thema’s met ambitieniveau 2

Voor de thema’s die ambitieniveau 2 hebben gekregen zijn geen concrete doelstellingen geformuleerd, maar zijn met name suggesties en oplossingsrichtingen benoemd die moeten helpen bij het identificeren en selecteren van kansrijke maatregelen. Deze punten kunnen mogelijk in de vervolgfase verder worden verkend om zo invulling te geven aan deze thema’s. In Tabel 7 zijn deze punten geformuleerd. Tabel 7: Suggesties en oplossingsrichtingen voor de thema’s met ambitieniveau 2

Thema

Suggesties en oplossingsrichtingen

Materialen

• • • •

Hergebruik van vrijkomende materialen Aandacht voor historie van de brug m.b.t. hergebruik Minimaliseren van (mogelijk) toekomstig beheer en onderhoud Duurzame materialen gebruiken in ontwerp (biobased, lokaal, gebruikt)

Ecologie

• • •

Barrières voor fauna opheffen / voorkomen Natuurinclusief bouwen (ontwerp draagt bij aan lokale biodiversiteit) Groene omgeving (met inheems en uitheems groen)

Ruimtegebruik

• •

Functies voor de omgeving afstemmen met andere projecten Integraal ontwerp i.r.t. andere raakvlakprojecten (geen versnippering)

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

11

Projectgerelateerd

Welzijn / leefbaarheid

3.3

• •

Klimaatadapatieve maatregelen treffen in ontwerp Taluds gebruiken voor multifunctioneel ruimtegebruik

• • • •

Veiligheid voor omgeving borgen tijdens de uitvoering Reduceren van overlast voor de omgeving (geluid, licht, trillingen, etc.) Gezonde leefomgeving in uitvoerings- en gebruiksfase Gebruikers en omwonenden centraal stellen in ontwerp

Trade-off-matrix: eerste aanzet voor selecteren maatregelen

In de 3e werksessie (5 november) zijn door de deelnemers kansrijke maatregelen geformuleerd op de ambities en doelstellingen die in de vorige werksessie zijn bepaald. De uitkomsten van deze werksessie hebben wij na afloop aangevuld met maatregelen uit onze eigen database en verwerkt in een Trade-off-matrix (TOM). M.b.v. deze TOM hebben wij een selectie gemaakt om te komen tot een voorlopige set van maatregelen. Een uitsnede van de TOM is weergegeven in Figuur 5. De volledige TOM is weergegeven in bijlage A3. Om de meest kansrijke en effectieve maatregelen te selecteren, zijn de maatregelen Figuur 5: Uitsnede van de Trade-off-matrix met daarin de maatregelen en stapsgewijs beoordeeld op de selectiecriteria weergegeven volgende aspecten: 1. Scope – maatregel valt binnen of buiten de scope van het project; 2. Preselectie – maatregel is logisch om toe te passen of kost weinig moeite; 3. Beoordelingskader – mate waarin maatregel invulling geeft aan of impact heeft op de volgende vijf criteria (bijbehorende waardes op een schaal van 1 t/m 3) a. Financieel (1. zeer negatief – 2. negatief – 3. neutraal) b. Planning (1. zeer negatief – 2. negatief – 3. neutraal) c. Haalbaarheid (1. moeilijk haalbaar – 2. realiseerbaar – 3. eenvoudig te realiseren) d. Doeltreffendheid (1. beperkte mate – 2. voldoende – 3. zeer goed) e. Impact (1. kleine impact – 2. behoorlijke impact – 3.

grote impact) De geïdentificeerde maatregelen zijn beoordeeld m.b.v. het beoordelingskader waarbij per criterium een score van 1, 2 of 3 werd gegeven. Voor het categoriseren van de maatregelen hebben de criteria doeltreffendheid en impact een wegingsfactor van 2 gekregen, en de overige 3 criteria een wegingsfactor 1. Maatregelen die een totaalscore van 21 punten zijn bestempeld als vanzelfsprekend, maatregelen met een totaalscore van 18 t/m 20 punten hebben het stempel potentie gekregen, maatregelen met een totaalscore van 16 of 17 punten hebben het stempel reservebank gekregen en de maatregelen met een totaalscore van 15 punten of minder zijn ingedeeld in de categorie niet meenemen.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

12

Projectgerelateerd

4

Resultaten

In de 4e werksessie (23 november) zijn de resultaten van de Trade-Off-Matrix (TOM) besproken en is gezamenlijk een voorlopige selectie gemaakt van de duurzaamheidsmaatregelen welke mee te nemen in het vervolg van het project. Van de 53 maatregelen waren reeds 8 afgevallen door de TOM. In de werksessie zelf zijn nog 7 afgevallen, wat het aantal overgebleven maatregelen op 38 brengt. Op de volgende bladzijdes is per thema (Energie en Ruimtelijke Kwaliteit) aangegeven welke maatregelen mee zijn genomen en welke maatregelen niet, en voor welke fase de meegenomen maatregel van toepassing is. De geadviseerde maatregelen met een “ja...” kunnen in alle gevallen in principe min of meer kostenneutraal uitgevoerd worden (in de Excel-tabel in bijlage A2 hebben deze in kolom “i” een cijfer “3” meegekregen. Als in een vervolgfase besloten wordt bepaalde maatregelen niet alleen mogelijk te maken (via de contracteisen) maar zelfs extra te stimuleren (bijv. via EMVI), dan kan dat uiteraard wel kosten met zich meebrengen (zie ook voorbeeld t.a.v. E06 hieronder). Voor een aantal maatregelen gelden nog specifieke aandachtspunten. Deze zijn hieronder benoemd: • E06 t.a.v. tijdelijke laad- en losplaats: mogelijk maken door vooroverleg met vaarwegbeheerder en contractbepalingen; stimuleren door eventueel opnemen in EMVI. • E08 t.a.v. aquathermie i.r.t.

Ter Steeghe: gesprekken met Ter Steeghe (zij lijken gemotiveerd om hierover te praten) kunnen worden gevoerd o.b.v. insteek “kostenneutraal”, of o.b.v. bijvoorbeeld “gedeeltelijke bijdrage RWS”. I.r.t. laatste kan eventueel contact gezocht worden met bijvoorbeeld “RWS Partner”. • E10 t.a.v. aquathermie brugdek: voorstel is deze mee te nemen naar VO-fase en te onderzoeken i.r.t. vaste fiets-/voetgangersbruggen (aquathermie ter voorkoming van aanvriezen en zout strooien). • RK09 e.v. worden als kostenneutraal gezien, omdat realisatie hiervan vooral een kwestie van expliciete aandacht is, niet zozeer van financiën.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

13

Projectgerelateerd

4.1

Energie

Voor het thema Energie zijn in totaal 23 maatregelen geformuleerd. 17 hiervan zijn geborgd in het ontwerp of worden opgepakt in het vervolg van het project. De hele lijst met maatregelen voor dit thema is hieronder weergegeven, met bij bepaalde maatregelen nog een extra toelichting. ID

Maatregel

(Vervolg)fase

E01

Energieverbruik wordt gereduceerd door brug te balanceren

Ja (in basisontwerp)

E02

Minimaliseren van CO2-uitstoot in ontwerp (door ontwerpoptimalisatie en/of materiaalgebruik)

Ja (in VO-fase)

E03

Analyse maken waar het grootste energieverbruik zit om vervolgmaatregelen te bepalen

Ja (in VO-fase)

E04

Reduceren van stroomverbruik van sluipverbruikers Ja (in VO-fase)

E05

Toepassen van 'slimme' verwarming in brugkelder

Ja (in VO-fase)

E06

Mogelijk maken om tijdelijke laad- en losvoorzieningen te realiseren bij het kanaal voor transport over water tijdens uitvoering

Ja (in VO-fase)

E07

Aanleggen van walstroomvoorziening om duurzaam Ja (in VO-fase) transport over water mogelijk te maken

Eventueel doortrekken van bestaande walstroomvoorziening bij Ulgersmakade, t.b.v. laad- en losvoorziening tijdelijke situatie

E08

Onderzoek naar toepassen van geo- of aquathermie voor warmtevoorziening omgeving

Ja (in VO-fase)

Mogelijk i.s.m. aannemer Ter Steeghe Bouw. Toepassing i.s..m. Lefier lijkt niet (langer) realistisch.

E09

Toepassen van LED-verlichting op de brug

Ja (VO-fase)

E10

Gebruik van warmte uit aquathermie voor verwarming kelders en wegdek

Ja (VO-fase)

E11

Stimuleren van aannemers om duurzaam aangedreven materieel te gebruiken

Ja (in contractfase)

E12

Inkopen groene stroom (t.b.v. uitvoering werkzaamheden)

Ja (in contractfase)

E13

Bij aanbesteding wordt de CO2-prestatieladder gebruikt.

Ja (in contractfase)

E14

Toepassen 'het nieuwe draaien' tijdens uitvoering.

Ja (in contractfase)

E15

CO2-boekhouding realisatiefase

Ja (in contractfase)

E16

Bij aanbesteding uitvragen op basis van het verlagen de CO2-uitstoot in de uitvoering, bijvoorbeeld met toepassing EMVI o.b.v. MKIberekening

Ja (in contractfase)

E17

Eisen stellen aan materieel (bijv. min. Stage IV of V) Ja (in contractfase)

E18

Reduceren van aantal camera's rondom de brug

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

Vervallen

Toelichting

Hierbij wordt gedacht aan het verbruik in de gebruiksfase.

Het bieden van een mogelijkheid voor een tijdelijke laad- en losvoorziening, buiten het bestaande vaarwegprofiel.

Alleen een optie wanneer het een vaste brug betreft. Dan volgt nader onderzoek.

Niet wensenlijk vanuit het oogpunt van veiligheid

BG9965TPRP2012161413

14

Projectgerelateerd

E19

Gelijksspanning gebruiken bij de brug voor hoger rendement

Vervallen

grote inspanning, voor beperkt resultaat

E20

Prefab bouwen om vervoersstromen te optimaliseren

Vervallen

geen geschikte maatregel voor gewenste resultaat. Wel mogelijk effect, maar keuze van de aannemer

E21

Ontwerp brug met hoogdek om aantal openingen te Vervallen beperken

Effect van de maatregel is beperkt m.b.t. de doelstellingen

E22

Terugwinnen van energie bij neer laten gaan van de Vervallen brug

Effect van de maatregel is beperkt m.b.t. de doelstellingen

E23

Gebruik van zonnepanelen bij / op de brug

Effect van de maatregel is beperkt m.b.t. de doelstellingen

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

Vervallen

BG9965TPRP2012161413

15

Projectgerelateerd

4.2

Ruimtelijke kwaliteit

Voor het thema Ruimtelijke Kwaliteit zijn in totaal 30 maatregelen geformuleerd. 21 hiervan zijn geborgd in het ontwerp of worden opgepakt in het vervolg van het project. De hele lijst met maatregelen voor dit thema is hieronder weergegeven, met bij bepaalde maatregelen nog een extra toelichting. ID

Maatregel

(Vervolg)fase

RK01 30 km/zone maken van de weg

Ja (in basisontwerp)

RK02 Getrapt landschap stadzijde: zitten, functies, verblijf, middels beheersbare en kwalitatieve oplossingen om meerwaarde te creëren

Ja (in basisontwerp)

RK03 Redeneren vanuit integrale aanpak van het gebied Ja (in basisontwerp) en nodige voorzieningen treffen RK04 Bomen planten in de buurt van de burg

Ja (in basisontwerp)

RK05 lokale recreatieve, wandelroutes creëren (rondje parkzone)

N.t.b. (zit in kansenlijst)

RK06 extra ruimte ter plaatse van de west-indische kade N.t.b. (zit in benutten om samen met omgeving deze in te kansenlijst) richten RK07 Wandelroutes langs het kanaal doortrekken en aansluiten op aanwezige wandelroutes.

N.t.b. (zit in kansenlijst)

RK08 Promenade realiseren onder de brug voor nieuwe N.t.b. (zit functies kansenlijst)

in

RK09 Plan van Hunzeboord laten toelichten om betere Ja (VO-fase) aansluiting te kunnen creëren RK10 Verschil in hoogte creëren, afwisselend wordt

zodat landschap Ja (VO-fase)

RK11 Ruimtelijke kwaliteit van de onderdoorgang langs het Ja (VO-fase) kanaal verbeteren om sociale veiligheid te verbeteren RK12 Ontmoetingsplekken of plekken voor activiteiten Ja (VO-fase) creëren voor een sociaal veiligere omgeving RK13 variatie in ecologische en toekomstbestendig groen, Ja (VO-fase) inheems en uitheems aan beide zijden van het kanaal RK14 minimaliseren bebording en objecten met behoud Ja (VO-fase) overzicht door vanzelfsprekende inrichting RK15 Hekwerken transparant vormgeven met behoud Ja (VO-fase) ruimtelijke kwaliteit en doorzicht, verminderen barrière, in samenhang met brug. RK16 functionele voorzieningen als beheerstoegangen en Ja (VO-fase) opstelplaatsen integraal oplossen, weinig zichtbaar/ subtiel inpassen RK17 Recreatief en educatief cutuurhistorisch programma Ja (VO-fase) toevoegen.

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

16

Projectgerelateerd

RK18 Beplanting die mooi is en bijdraagt tot de Ja (VO-fase) leefomgeving van de brug en nabije omgeving RK19 Looprouteplan opstellen met bankjes en bordjes met Ja (VO-fase) informatie over de omgeving RK20 Heftorens van de brug meer esthetisch ontwerpen Ja (VO-fase)

RK21 Wateropgaven als wadi's beheersbaar en slim inpassen

bij verdere uitwerking van een hefbrug wordt, voor zowel de torens als voor alle overige delen, niet alleen functionaliteit maar ook inpassing en vormgeving (esthetiek) beschouwd.

landschappelijk, Ja (VO-fase)

RK23 Brugwoning slopen / verplaatsen om meer ruimte te Vervallen creëren

Buiten scope van het project

RK24 Wachten voor de brug meer een belevening maken Vervallen (i.p.v. stilstaan voor een slagboom)

Niet wenselijke maatregel

RK25 Beheerder betrekken in ontwerpfase

Onderdeel van standaardproces

Vervallen

RK26 Balkon op de brug (om te genieten van de omgeving) Vervallen

Niet wenselijke maatregel

RK27 Voorzieningen treffen langs belevening te verbeteren

Geen recreatie op of rondom de brug

het

kanaal

om Vervallen

RK28 Auto's ruim voor de brug laten stoppen om ruimte te Vervallen bieden aan fietsers

Niet haalbaar

RK29 Gesprek met eigenaar Lefier over de gebruiks Vervallen mogelijkheden voor de brugwachterswoning

Buiten scope van het project

RK30 waterkant ter plaatste van de antillenstraat Vervallen ontwikkelen om omgeving een stimulans te geven en (andere) functies te ontwikkelen

Geen recreatie op of rondom de brug

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

17

Projectgerelateerd

A1

Ingevulde Omgevingswijzer voor planstudie Gerrit Krolbrug

De rapportage van de Omgevingswijzer kan worden geopend door op onderstaand icoon te klikken.

Adobe Acrobat Document

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

18

Projectgerelateerd

A2

Kansrijke maatregelen voor Energie en Ruimtelijke kwaliteit

Voor de thema’s Energie en Ruimtelijke kwaliteit zijn in de 3e werksessie kansrijke maatregelen geformuleerd. Deze zijn verzameld op twee digitale whiteboards. Beide whiteboards zijn te openen door op onderstaande iconen te klikken.

Export Mural 5 november 2020 - Energie.pdf

Kansrijke maatregelen voor thema Energie

Kansrijke maatregelen voor thema Ruimtelijke kwaliteit

Export Mural 5 november 2020 - Ruimtelijke Kwaliteit.pdf

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

19

Projectgerelateerd

A3

Trade-off-matrix voor maatregelen planstudie Gerrit Krolbrug

De Trade-off-matrix (TOM), die op basis van de 3e werksessie is gevuld, kan worden geopend door op onderstaand icoon te klikken.

20201213 Maatregellijst Gerrit Krolbrug RWS definitief.xlsx

16 december 2020

GKB DUURZAAMHEID (EINDCONCEPT)

BG9965TPRP2012161413

20

Projectgerelateerd

A3

Bijlage 3 Samenvatting bestuurlijke gespreksronde voorjaar 2021

17 augustus 2021

AFWEEGONDERZOEK VARIANTENSTUDIE

BG9965IBRP2108171559

78

Samenvatting bestuurlijke gespreksronde voorjaar 2021

05.7.2021 Aan Rijkswaterstaat NoordNederland Van Royal HaskoningDHV

Aanleiding en achtergrond De Stuurgroep Drie Groninger Bruggen heeft het voorjaar 2021 benut om op bestuurlijk niveau in gesprek te gaan met alle belanghebbenden van de Gerrit Krolbrug en Paddepoelsterbrug. Het doel van deze gesprekken was om reacties, wensen en meningen op te halen over de voorliggende varianten voor de vervanging van deze bruggen. Op basis van opbrengst van deze gesprekken wil de stuurgroep een zorgvuldige belangenafweging maken voor de voorkeursvariant de Gerrit Krolbrug en doorspreken over het voorkeursalternatief voor de Paddepoelsterbrug. Deelnemers bestuurlijke gespreksronde In maart en april 2021 is de stuurgroep met de volgende belanghebbenden het gesprek aan gegaan: • • • • • • • • •

Gerrit Krolbrug Comité (vertegenwoordiging bewonersorganisaties Gerrit Krolbrug) Brug Terug (bewonersvertegenwoordiging Paddepoelsterbrug) Bewonersorganisaties Gerrit Krolbrug Stichting Groninger Landschap Natuur en milieufederatie Groningen Waterschap Noorderzijlvest BLN-Schuttevaer Vereniging Bedrijven Noordoost Groningen Seaports

Daarnaast heeft nog een beeldvormende sessie met de gemeenteraad Groningen plaats gevonden. Resultaten bestuurlijke gespreksronde In de gesprekken zijn veel onderwerpen besproken. Onderstaand is een samenvatting gegeven van de hoofdlijn uit alle gesprekken. De resultaten van de gesprekken zijn daarbij geclusterd naar thema’s. Thema 1: Relatie tussen huidige planstudies en eerdere besluitvorming over voorkeursvarianten voor de nieuwe bruggen In diverse overleggen is om een duidelijke toelichting en onderbouwing gevraagd op de aanleiding en achtergrond van de onderzoeken waaruit is gebleken dat de eerder vastgestelde voorkeursvarianten voor de nieuwe Gerrit Krolbrug en Paddepoelsterbrug niet maakbaar bleken te zijn. Voor veel belanghebbenden is onduidelijk waarom nieuwe studies zijn opgestart terwijl op een eerder moment al keuzes zijn gemaakt over de vormgeving van de nieuwe bruggen.

05.7.2021

Samenvatting bestuurlijke gespreksronde voorjaar 2021

Pg.02

Thema 2: Belang van de vaarweg in relatie tot het kruisende wegverkeer Tijdens de gesprekken is veel gesproken over het belang van de vaarweg in relatie tot het belang van de verbinding over het water voor recreatief verkeer (Paddepoelsterbrug) en fietsers (Gerrit Krolbrug). Voor veel belanghebbenden is het belang van de vaarweg (de positie van de vaarweg in het nationale vaarwegennet) onvoldoende duidelijk en concreet. Daardoor is voor belanghebbenden lastig om de impact van maatregelen op en aan de vaarweg en de bruggen te relateren aan de impact daarvan op het kruisende wegverkeer en de inpassing in de omgeving. Juist ook omdat qua aantallen veel meer (fiets)verkeer over de Gerrit Krolbrug gaat dan er schepen zijn die de brug passeren. In de beeldvorming van een deel van de belanghebbenden gaat het daarbij uiteindelijk om een keuze tussen het verbeteren van de doorstroming op de vaarweg (voor met name de recreatievaart en in mindere mate voor de beroepsvaart) en het comfort voor het kruisende wegverkeer. Vanuit de belanghebbenden wordt verschillend gedacht over de gewenste doorvaarthoogte. Voor een deel van de belanghebbenden gaat de voorkeur uit naar een zo laag mogelijke brug (gelijk aan de huidige brug) vanuit het comfort van het fietsverkeer (geen hellingen) en de inpassing in de omgeving.

Voor andere belanghebbenden gaat de voorkeur juist uit naar een hogere brug vanuit de doorstroming van verkeer (minder brugopeningen) en doorstroming en veiligheid van de scheepvaart (geen mening recreatie- en beroepsvaart en meer zicht op de vaarweg). In de besluitvormging is het zinvol om de status van de vaarweg en het belang daarvan voor het vervoer van goederen nu en in de toekomst eenduidig te benoemen. Thema 3: Belang van een nautisch veilig ingerichte vaarweg In relatie tot ‘thema 2’ is voor veel belanghebbenden onduidelijk welke vormgevings- en inrichtingsaspecten van belang zijn voor een nautisch veilig ingerichte vaarweg (inclusief bruggen). Veel uitgangspunten waar door belanghebbenden vraagtekens bij worden gezet hebben een relatie met de nautische situatie op de vaarweg. Onduidelijk is echter welke aspecten van belang zijn om tot een nautisch veilige eindsituatie te komen en wat in de huidige situatie moet worden aangepast c.q. verbeterd. In relatie hiermee is ook behoefte aan duidelijkheid over de hardheid van de Richtlijn Vaarwegen. Het gevoel bij de belanghebbenden is dat de vereisten uit de richtlijn veelal onverkort worden toegepast. Er is behoefte aan duidelijkheid over hoe hard de vereisten uit de richtlijn zijn, hoe vaak hiervan wordt afgeweken, in welke mate hiervan wordt afgeweken en in welke mate er van de richtlijnen kan worden afgeweken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4294/documents/64075