13-07-2022, verslag gemeenteraad 16.30 uur - Topweer.pdf
Tekst van het document
De evaluaties die waren positief, zowel vanuit jongeren als vanuit de vrijwilligersorganisaties en toch heeft het nog een vrijblijvend karakter. We horen vanuit ambtenaren dat het vooral de hoogopgeleide jongeren waren die meededen. Dat is zonde, omdat we ervan overtuigd zijn dat de maatschappelijke diensttijd voor iedereen een waardevolle bijdrage kan leveren. En wat het CDA betreft gaan we in Groningen vooroplopen op dit gebied. Onze wens is dat elke jongere ervaring opdoet met vrijwilligerswerk, dat het begint in Groningen. En een heel ander probleem, Voorzitter -02:28:16
Voorzitter: ChristenUnie. 02:28:19
De heer Wennink: Dank Voorzitter. De maatschappelijke diensttijd is iets waar wij als CU met het CDA samen in optrekken. De pilot was hartstikke mooi en de winst van deze motie is dat het al tot aandacht heeft geleid in de media. In het najaar hebben wij een brief gekregen van het college met maatregelen die worden genomen om deelname te bevorderen. De vraag is: waarom wachten we de effecten van die maatregelen eerst niet af? 02:28:50
De heer De Haan: Voorzitter, als u de motie goed gelezen heeft, ben ik wel een beetje verdrietig dat u niet voor bent. Het heeft nu een heel vrijblijvend karakter, is niet verplicht en je mag als jongere meedoen. Ik ben echt niet iemand die zegt: "We moeten alles maar verplichten", maar ik gun het wel elke jongere om ervaring op te doen met vrijwilligerswerk en om iets voor een ander te doen. Onze motie roept om te onderzoeken of iedere jongere hoog- of laagopgeleid - deze ervaring kan opdoen. Dat gun ik iedereen en is onze wens. Vandaar dat onderzoek, en ik hoop dat ik u alsnog kan overtuigen om straks voor deze motie te stemmen. Voorzitter, een heel ander probleem waar jongeren in onze gemeente mee te maken hebben, is het woningtekort en daarom moet er zo snel mogelijk werk gemaakt worden van een campus op het Zerniketerrein. Daarom moet er versneld worden gebouwd, zeker ook in samenwerking met woningbouwcorporaties. Maar niet alleen in de stad hebben we te maken met dit probleem, ook in onze dorpen. Zo was ik een paar weken geleden in Garmerwolde, een dorp dat staat te springen om starters en jonge gezinnen, om de school 37
en de voetbalclub vv GEO open te houden en daarmee het dorp ook leefbaar te houden. Garmerwolde vergrijst. Het dorp telt vele 100 inwoners minder in vergelijking met 20 jaar geleden. Veel ouderen die willen wel uit hun grote gezinswoning verhuizen, maar willen wel heel graag in het dorp blijven wonen. Daarom is het vervelend dat het Knarrenhof in Garmerwolde niet van de grond is gekomen. Er was een enthousiaste groep bewoners en betrokkenen om dit te doen, maar zowel bewoners als Knarrenhof zijn zeer teleurgesteld in het proces. Om te zorgen voor doorstroming op de woningmarkt en wat te doen aan de eenzaamheid onder ouderen, vindt het CDA dat er meer ouderenhofjes gebouwd moeten worden. Het zou hierbij helpen om weer met stichting Knarrenhof in gesprek te gaan. Voorzitter, we zijn het aan onze kinderen en jongeren van nu verplicht om te werken aan een eerlijke, gezonde en veilige gemeente. Voor mij is gezond en veilig een gemeente met sterke sportverenigingen, preventie en handhaving. Helaas is het nog lang niet overal in onze gemeente veilig. We zagen het afgelopen zaterdagavond nog in de Haddingestraat waarbij een man van 50 door een schietpartij overleed. Een paar dagen eerder werd er in de Haddingestraat twee drugsdealers aangehouden. Al jaren voelen bewoners zich niet veilig. We zien dat de burgemeester ingrijpt en dat is fijn, maar er is meer nodig.
Het CDA vindt dat het tijd is om een grens te trekken en drugscriminaliteit harder aan te pakken. Daarom wordt er dan ook op het initiatief van het CDA dit jaar voor het eerst een rioolwateronderzoek gedaan. Maar, Voorzitter, onderzoek doen is niet voldoende. Het moet ook ergens toe leiden. Zolang er vraag is naar drugs, zal de handel in drugs altijd blijven. Daarom dienen wij dan ook een motie in om te starten met een jaarlijkse campagne, wellicht gekoppeld aan het rioolwateronderzoek, om Groningers ook echt te wijzen op de maatschappelijke gevolgen van het kopen van illegale drugs. Voorzitter, ik ken de mening van veel progressieve partijen in deze raad, partijen die wel elk grammetje tabak in de stad willen uitbannen maar drugs vieren als een verworvenheid. De absurde progressieve logica: wat legaal is zoveel mogelijk uitbannen en wat illegaal is, gaan we gereguleerd aanbieden en faciliteren. Maar drugs gebruiken is niet normaal, al lijkt het er tijdens een stapavond of een festival soms wel op. En daar moet een einde aan komen. Om drugsgebruik op festivals tegen te gaan, wil het CDA dat organisatoren van dansevenementen verplicht worden actief te handhaven op drugsgebruik. We kunnen hier bijvoorbeeld een voorbeeld nemen aan het Amsterdamse model van de peilstok. 02:32:46
Voorzitter: De SP. 02:32:48
De heer Dijk: Voorzitter, ik ken het verhaal van het CDA en ben het sommige punten eens en op sommige niet. Maar ik ben nieuwsgierig naar de analyse van het CDA waar zij denkt dat de toename in middelengebruik van bijvoorbeeld XTX vandaan komt? 02:33:09
De heer De Haan: Voorzitter, dat is een lastige vraag waar het vandaan komt. We hebben in de coronatijd - een tijd waarin veel mensen het moeilijk hadden - een toename gezien. Het heeft ook met bestaanszekerheid te maken. Alles wat ik hier zeg: harder op handhaven, strenger controleren en om criminelen aan te pakken, staat niet los van het verhaal wat u en de heer Bushoff houden over meer bestaanszekerheid. Daar heb ik twee weken geleden ook iets over gezegd, en heeft dus zeker met bestaanszekerheid te maken, maar ook met het 38
aanpakken van criminelen. We moeten ook niet zorgen dat ze in die wijken te vinden zijn om die 3030 jongeren - die volgens het RTL-nieuws het risico lopen om in de criminaliteit belanden - te ronselen. Een andere zorgelijke trend die ik in veel wijken zie -02:33:56
Voorzitter: Meneer Pechler had nog een vraag. 02:33:58
De heer Pechler: Dank, Voorzitter, een korte verhelderende vraag. Ik hoorde de heer De Haan zeggen: drugsgebruik is niet normaal? Over welke drugs heeft hij het dan? 02:34:06
De heer De Haan: Dan heb ik het over de drugs die verboden is en niet over de softdrugs zoals wiet. 02:34:22
De heer Bushoff: Voorzitter, mag ik nog een vraag stellen of niet? Wederom op een aantal punten eens en oneens. Het CDA houdt een pleidooi om te voorkomen dat jongeren in de drugscriminaliteit terechtkomen, maar ik zag u nog geen concreet voorstel doen. Mijn vraag is: steunt u dan ons voorstel om in te zetten op die leefbare en veilige buurten? 02:34:49
De heer De Haan: In principe wel. En ik doe wel voorstellen, zoals zo'n campagne. Ik doe een voorstel om het bij de dansevenementen te voorkomen. Want als we ervoor zorgen dat de jongeren van nu, de ouders van later, geen drugs gebruiken, krijg je een generatie waarin dit niet normaal is, wat het tegenwoordig wel lijkt te worden. Ga een avondje op stap en ik schrik me dood. Een andere zorgelijke trend waar ik me dood van schrik is het vapen - en ik zie het veel bij ons op school - het roken van elektrische sigaretten. Ongeveer de helft van de jongeren geeft aan het wel eens te hebben gevaped. Vaak kopen ze het op straat, op school of via social media en het begint al in de laatste jaren van de basisschool. In Groningen zien we dat we succesvolle campagnes hebben gevoerd met de rookvrije generatie, en wij zouden graag zien dat dit een stevig onderdeel wordt van die aanpak en hier meer inzet op komt. We zien dat het roken van een sigaret wordt vervangen door de elektrische sigaret, door het vapen. Voorzitter, om verder werk te maken van een gezond Groningen pleit het CDA al jaren voor extra investeringen in de Groningse breedtesport. Dit is hard nodig. Maar liefst 81 procent van onze jongeren voldoet niet aan de Nederlandse norm gezond bewegen. Wanneer we jongeren aan het sporten willen helpen, moeten we investeren in onze sportverenigingen.
In de jaarrekening is een voordeel van 1,9 miljoen euro dat niet is uitgegeven aan sportaccommodaties en wij zouden hier graag een miljoen euro uit vrijmaken om dit toe te voegen aan het cofinancieringsfonds. Dat is immers in 2000 21 gedaald van een miljoen euro tot 654.000 euro. Voorzitter, bij een gezonde gemeente horen ook gezonde gemeentelijke financiën. Hoe het technocratisch het ook klinkt - het woord heeft al vaker de revue gepasseerd vandaag - onze solvabiliteit is van belang, want de plannen van dit college hangen van leningen en subsidies uit Den Haag en Brussel bij elkaar. Om ook in de toekomst in aanmerking te kunnen komen voor subsidies, cofinancieringen en om te kunnen blijven investeren in onze gemeente voor volgende generaties, kunnen we niet in de waan van de dag ongelimiteerd op de pof blijven lenen. Het lerarentekort, een samenleving die steeds meer op zichzelf is gericht, de woningnood, de drugscriminaliteit, 39
vapen en onvoldoende bewegen zijn stuk voor stuk problemen die een eerlijke, gezonde en een veilige gemeente in de weg staan. Stuk voor stuk problemen die de toekomst van onze jongeren op het spel zetten. We zijn het aan onze kinderen en jongeren van nu verplicht om werk te maken van die eerlijke, gezonde en veilige gemeente en met onze moties hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan een betere toekomst voor de volgende generatie. 02:37:40
Voorzitter: Dank u zeer. Nog een korte vraag van GroenLinks. Graag een kort antwoord gelet op de tijd. 02:37:45
De heer Van Hoorn: Voorzitter, ik hoor het u zeggen, maar had een andere partij dit ook al horen zeggen: om in de toekomst te kunnen blijven investeren, is het van belang dat we zorgen voor een mooie solvabiliteit. Het absurde daarbij, en dat moet u toch ongetwijfeld met mij eens zijn, is dat we dus zeggen: "We moeten nu niet investeren, maar zorgen voor solvabiliteit want ik ben zo bang dat we straks niet kunnen investeren." Zouden we dat niet andersom moeten doen? 02:38:10
De heer De Haan: Ja, voorzitter. Dit college lijkt wel eens die eeuwige student. Het blijft maar lenen, maar tegelijkertijd gaan ze lekker op stap, biertjes drinken, waterskiën, en op vakantie. Voorzitter, je moet niet al het geld wat je krijgt meteen uitgegeven. 02:38:32
De heer Van Hoorn: Ik heb mijn best gedaan om een kort korte vraag stellen. Een kort antwoord dat moet ik de heer De Haan nageven. De vergelijking met een student die gaat feesten en drinken is in die zin een tikkeltje denigrerend zeker als we het hier... eeuwige student, excuus. Waar we het hier over hebben, is een gemeente die volle bak investeert in de grote problemen van de toekomst: de armoede in de noordelijke wijken, de voorzieningen en de energietransitie. Het is niet opmaken wat er niet is, het is ervoor zorgen dat er überhaupt straks nog iets is om voorop te komen. 02:39:00
De heer De Haan: Precies! U noemt terecht allemaal goede dingen waar we dat geld aan uit moeten geven. Maar de afgelopen jaren en mijn voorganger René Bolle heeft ook heel vaak aangegeven: "Jongens, laten we dit geld niet uitgeven." Dat was ook altijd ons pleidooi. Sommige dingen hoef je niet te doen. Dan heb ik het over Dudok, de binnenstad. Je kan wellicht ook over de Oosterpoort discussiëren. Je kan niet altijd geld uitgeven als u wil blijven doen wat u zegt. Dat is mijn pleidooi. 02:39:33
Voorzitter: Het punt is helder, ook uw verschil van opvatting. Dan gaan we naar de maidenspeech van mevrouw Bernabela. Na de maidenspeech krijgen we nog als laatste de Partij Voor de Vrijheid, maar nu eerst de Partij Voor het Noorden. 02:40:20
Mevrouw Bernabela: Bedankt, Voorzitter. Nadat de woordvoering van mijn collega Leendert van vorige week onderbroken werd, heb ik het stokje maar even overgenomen en wordt dit mijn maidenspeech. Wij als partij vinden het belangrijk dat kansen voor iedereen zijn, voor alle rangen, standen, culturen, volken, arm, rijk, alle dorpen en wijken om zich te 40
ontwikkelen. Of je nu in noord, duid of in een dorp woont, met politiek kun je echt het verschil maken. Dit is mij vanaf jongs af aan al verteld. Toch was het voor mij niet vanzelfsprekend dat ik ook de politiek zou gaan, maar gaandeweg mijn loopbaan werd het steeds duidelijker. Ik heb mij altijd sterk gemaakt tegen onrecht en tegen het onrecht wat de Groningers is aangedaan, grijpt mij dan ook erg aan. De Partij Voor het Noorden heeft altijd gezegd dat de baten van het gas naar de Groningers moet gaan in plaats van naar Den Haag. Nog altijd is het zo dat een kind die hier is opgegroeid, minder kansen heeft om later een baan in een hogere HBO functie te krijgen, dan een kind wat in de randstad is . Wat dat betreft is er niet veel veranderd met de jaren '80 toen mijn moeder met haar gezin hier in Groningen kwam wonen en net als vele anderen toen, ondanks haar universitaire opleiding, hier geen werk vond. Maar mijn moeder zei altijd: "Waar een wil is, is een weg", en zorgde ervoor dat haar kinderen het beter zouden krijgen dan zij. Ook al gingen haar kinderen voor beroepen in de kunst en in de muziek, sectoren waarin niet veel valt te verdienen en die nog altijd vaak ondergewaardeerd worden. Kunstenaars die beperkt worden in hun ontwikkelingen omdat zij geen ruimte en geen ateliers hebben om hun ideeën tot uitvoering te brengen.
Waarom zijn hier in Groningen maar 60 ateliers en geen 200 ateliers zoals in Tilburg en Arnhem, steden met een vergelijkbaar aantal kunstenaars? En dan musici die erg geleden hebben onder de coronamaatregelen. Laten we er dan voor zorgen dat er voldoende mogelijkheden worden geboden om nu weer op te kunnen treden. Als kind ben ik opgegroeid in een van de noordelijke stadwijken en in het beetje groen dat er was speelden we in. Eigenlijk gun ik iedereen een bos, ook al is het [onhoorbaar 02:42:31]. Een stuk groen waar iedereen van kan genieten wat er groeit en bloeit. Maar helaas is Groningen steeds meer aan het verstenen. Daarom dienen wij de GroenLinks-motie 'Een groene toekomst voor iedereen', graag mede in. De bewoners willen wel graag vergroenen en laten we hun hier dan in ondersteunen en niet halverwege het jaar teleur moet stellen dat het geld op is. De noordelijke wijken zijn ook de wijken waar het meeste zwerfvuil is. Een containertuintje zou kunnen helpen. En diftar invoeren gecombineerd met een beloningssysteem als mensen hun afval kunnen scheiden, waaronder ook hun plastic apart in kunnen leveren, zou zeker helpen.
Daarnaast de krapte op de arbeidsmark: vacatures die nu moeilijk in te vullen zijn, onder andere door mismatch maar ook omdat werkgevers verkeerd selecteren, namelijk: iemand die lijkt op hun zelf in plaats van een persoon die echt een aanvulling kan bieden op hun team en nieuwe inzichten biedt. Bijvoorbeeld uit een andere cultuur komt of een andere opleiding heeft. Zelfs de Rijksoverheid moet hieraan werken in hun selectieprocedure, en vandaar dat wij de VVD-motie 'Benut het arbeidsprofiel' mede indienen. Over de financiën van 2021 is al veel gezegd. Groningen zit krap bij kas en heeft een te beperkte solvabiliteit. Lastenverhogingen zijn niet direct wenselijk omdat Groningen al in de top zit. Met name het vorige college heeft de lokale lasten behoorlijk verhoogd. Toch heeft het college veel ambities waaraan ze wil werken en wij kunnen en willen daar best een eind in meegaan als partij. Toch moet en kan het college niet alles zelf doen. De Rijksoverheid heeft nog een grote ereschuld aan Groningen en heeft jarenlang miljarden verdiend met de gaswinning. Meer donaties van het Rijk en in de MPG-pot kunnen de gemeente zeker helpen. Afgezien van dat de Rijksoverheid over de schutting van alles gooit in de regio, denk aan jeugdzorg, WMO en recentelijk nog de stukstikstof.
Groningen moet wat dat betreft harder lopen om Rijksgeld en Europees geld binnen te halen, bijvoorbeeld voor de Lelylijn. Ook onze inwoners verdienen het. De provincie Groningen is dus beter 41
gezind dan de gemeente en grote projecten die eveneens van belang zijn voor onze gemeente, maar zelfs daar raakt het geld langzamerhand op. Denk aan de vertraging van de ring zuid en de verbouwing van het hoofdstation. Dat hebben wij als gemeente Groningen, slim gedaan. Tegelijkertijd moeten wij zeker onze inwoners serieus nemen en stimuleren om zelf met initiatieven en ideeën te komen, en dan niet altijd vanuit het idee 'een inwoner heeft of is een probleem'. Maar hoe kunnen inwoners bijdragen aan de plannen van de gemeente? Mensen in de bijstand, voor zover nog niet actief bezig met vrijwilligerswerk, mantelzorg of een bijbaan moeten gestimuleerd worden om bij te dragen aan de maatschappij. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met een basisbaan. Echter de beste manier om uit armoede te komen, is een echte baan. Wij geloven in projecten als Kans in kaart. Natuurlijk moet daarbij het minimumloon naar 14 euro, zoals beschreven in het coalitieakkoord, anders is het nog steeds niet lonend om te werken, maar dat betekent eveneens dat bij alle aanbestedingen die de gemeente Groningen zelf doet, we dit ook zo moeten eisen. Denk aan bijvoorbeeld de huishoudelijke hulp. Daarnaast moet het gemakkelijker worden om bij te verdienen bij een uitkering. Hierdoor voelt men zich beter en dat kan een opstapje zijn naar fulltime werk.
Er zijn landelijk al nieuwe regels voor in de pijplijn, maar we kunnen hier als Groningen ook in voorop lopen en nu al beginnen. In een geëmancipeerde gemeente als Groningen is het belangrijk om ervoor te zorgen dat vaders hun baby ook kunnen verschonen op de openbare toiletten. Vandaar dat wij de motie indienen voor verschoontafels zowel voor baby, man als lady. Omdat de veiligheid in Groningen zeker nu onder druk staat, dienen wij de motie in 'Veilig onderweg via de stadsweg.' Al jaren is het een doorn in het oog van vele dat deze weg niet als veilig wordt ervaren als het donker is. Tijd om dit te veranderen, zodat men niet meer om hoeft te rijden en de stadsweg weer voor iedereen veilig wordt. Bedankt. 02:47:29
Voorzitter: Dank u zeer. Van harte gefeliciteerd. Dan zijn we aan de laatste spreker, Partij Voor de Vrijheid, de heer Ram. 02:48:11
De heer Ram: Dank u wel, Voorzitter. Aan mij de ondankbare taak als laatste spreker van dit gremium en dit politieke jaar te mogen spreken, terwijl iedereen hongert naar een lekker diner. Dus ik hoop dat u uw aandacht er nog even bij kunt houden. Goed, de gemeenterekening, Voorzitter. Ik zal daar kort op ingaan. Wat duidelijk wordt, ondanks alle stijging van de OZB en de afvalstoffenheffing, is dat we er financieel slecht voor staan: meer schulden dan bezittingen en directe reserves die heel laag zijn. De Stadspartij heeft een motie ingediend om de spaarpot weer beter te vullen. Deze dient de PVV mede in. Op een vraag die al eerder door de SP is gesteld: wij willen bezuinigen op het klimaat, warmtestad, om een paar dingen te noemen. Een omslachtig boekwerk en een groot boekwerk moet ik eerlijk zeggen. Desalniettemin een belangrijke controlerende taken die we hebben. De leesbaarheid en het overzicht ontbreekt af en toe, vooral omdat er zo veel verschillende taken en beleidsterreinen in detail worden beschreven in dit boekwerk. De PVV heeft enkele ideeën om dit te verbeteren en één idee zal ik alvast nu indienen een digitale motiemonitor. Een instrument, Voorzitter, die duidelijk meer inzicht geeft in onze moties, de voortgang en van een duidelijke meerwaarde kan zijn voor onze controlerende taak en de verantwoording van het college.
Een voorbeeld daarvan is monitorgroningen.nl/moties. Daar ziet u direct 42
een uitkomst van een mooie motie over de kinderhartchirurgie, om maar een voorbeeld te geven. Dat heb ik voor ogen en daarom dien ik deze motie in met de volledige oppositie. Groningen weer veilig maken, Voorzitter, de drugs crisis. Kort over het incident in de Haddingestraat, waar onze gedachten allereerst uitgaan naar de slachtoffers en nabestaanden. De PVV vraagt zich af waarom niet eerder is opgetreden tegen de drugsoverlast in de Haddingestraat. De brief van de burgemeester over het schietincident met dodelijke afloop van afgelopen zaterdag in de Haddingestraat laat zien, in onze optiek, dat criminelen vrij spel hebben. De problemen van drugshandel en de overlast in de binnenstad zijn al jaren bekend. Dan rijst de vraag: waarom is niet eerder ingegrepen door bijvoorbeeld het cafe d'Olle Grieze te sluiten en niet eerder een samenscholingsverbod in te stellen? 02:50:59
Voorzitter: De Partij Voor de Dieren. 02:51:02
De heer Pechler: Dank, Voorzitter. Ik wou de heer Ram vragen waar hij op baseert dat er niet eerder is ingegrepen aangezien op de gele loper al langer cameratoezicht bestaat en de politie aangeeft dat zij hier al vaker komen, maar dat heterdaad lastig te betrappen is, maar daarna gaf hij zelf enkele maatregelen aan die eerder nog niet zijn getroffen. 02:51:21
De heer Ram: Ik heb dat ook gelezen en weet dat er eerder maatregelen zijn getroffen, maar nog niet genoeg. Daar wilde ik net opkomen: de drugscrisis die we hebben in Groningen is veel breder dan dit verschrikkelijke incident. Drugsgebruik en wapenbezit zijn een gemeengoed geworden en nu meer dan 3000 jongeren, volgens onderzoek, die gevaar lopen om onderdeel te worden van de drugshandel in Groningen. Daarbij wordt dan tegenwoordig gedeald in elke wijk, bijvoorbeeld in het Park Selwerd, waar er ook wordt gebruikt, of in een parkeerplaats achter het winkelcentrum de Eikenlaan, om maar een voorbeeld te noemen. Daarom willen wij samen met CDA een motie indienen voor meer politie op straat, meer handhaving en dan dienen we de motie in 'Er gaat niets boven veiligheid'. Dan een oproepen aan het college en de burgemeester: gelezen de brief, alleen een discussie over cameratoezicht is voor de PVV onvoldoende. Er zou een Gronings pact moeten komen tussen alle verschillende partijen, van horeca tot scholen, van politiek tot inwoner, die elkaar verbindt om effectief de strijd aan te gaan met de drugsproblematiek en het toenemende wapenbezit. De negatieve spiraal moet doorbroken worden, Voorzitter. Daarbij een andere opmerking: wellicht heeft het huidige prostitutiebeleid zijn langste tijd gehad in de binnenstad.
Kunnen we niet een voorbeeld nemen aan bijvoorbeeld Eindhoven en dit uit de binnenstad halen? Een vraag aan het college. De wooncrisis, Voorzitter, de PVV en D66 hebben samen een motie opgesteld naar aanleiding van de gesprekken die we hebben gehad tijdens de presentatie van de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties. Daar hebben we gevraagd: waar lopen jullie tegenaan? Het antwoord is heel erg duidelijk: bij de vergunningverlening en het maken van plannen lopen coöperaties tegen verkokering en stapeling van beleid aan. Dit vertraagt de uitvoering enorm van bouwplannen in de beleving van de coöperaties. Bij navraag bij de gemeente blijkt het een hele andere lezing erop na te hebben. Daarom dienen wij een motie in, samen met D66, Partij van het Noorden, CDA en de Stadspartij om verschil in beleefde en werkelijke slagvaardigheid te 43
onderzoeken. We willen graag dat het college in gesprek gaat met de coöperaties en deze knelpunten in kaart brengt. Met het plan van aanpak komt om deze knelpunten op te lossen om zo de bouw van sociale woningen te versnellen. Dan de gasvorm voor gaswinning, Voorzitter, er zijn wel meerdere partijen die dat genoemd hebben. Regeren is vooruitzien en de geopolitieke situatie verslechtert. De vooruitzichten rondom de oorlog in Oekraïne zijn erg somber te noemen. Mede door de sancties lopen ook de gastekorten op en als deze ontwikkeling zich doorzet zal Duitsland tegen zware tekorten oplopen deze winter, en niet alleen om omdat er mogelijk een gasboycot gaat komen vanuit Rusland, maar ook omdat ze kolen en kerncentrales hebben gesloten en een windluw jaar hebben gehad in 2021, waardoor hun gasvoorraden al behoorlijk zijn aangesproken. En door hun energiewinden en politieke keuzes zijn ze nu extra afhankelijk zijn geworden van Rusland en wij willen niet als PVV dat deze situatie gaat leiden dat er extra gas gewonnen gaat worden in Groningen. We moeten voorkomen dat onze inwoners de dupe worden van deze geopolitieke situatie en daarom dienen we daarover een motie in, Voorzitter. Een grote wens die wij hebben als partij is dat er meer in geïnvesteerd wordt in sport. In de wijert en de zuidelijke stadswijken ontbreekt nog steeds een volwaardige sporthal.
De vraag die de PVV heeft: of het college ook bereid is om een haalbaarheidsonderzoek te doen? Dan het punt van het vrouwenvoetbal en het sportpark Corpus Den Hoorn. Het sportpark Corpus Den Hoorn, geeft onderdak aan voetbalverenigingen RGC Groningen, Groendeel de de Groningese studentenrugbyclub, de hockeyclub GHBS en softbalvereniging Caribe. De komst van FC naar het sportpark heeft destijds gezorgd voor een vertrek van een voetbalclub en dat is Gronitas de. De FC zoekt op dit moment weer opnieuw ruimte voor het vrouwenvoetbal en zoekt dit op het sportpark Corpus Den Hoorn. Maar dit sportpark is al overvol, Voorzitter, dat betekent dat er dus clubs moeten wijken als het vrouwenvoetbal zich hier vestigt. Wij vinden dat de FC hartstikke goed initiatief heeft genomen om vrouwenvoetbal in Groningen op te starten, dat ondersteunen wij ook en we vinden ook dat het vrouwenvoetbal een plek moet krijgen in onze gemeente, maar niet ten koste van andere sportverenigingen die al jarenlang op dit sportpark zitten en daarom dienen wij daarover een motie in, Voorzitter. Een ander punt, Voorzitter, de leefbare wijken en dorpen. Ik ben nu een maand of vier raadslid en mijn zoektocht, samen met mijn partijgenoten, hebben we kennisgemaakt met verschillende organisaties en bewoners, ja, en een aantal zaken van ons op.
Als voorbeeld noemen wij dan Selwerd, waar maar 20 procent van naar de stembus is gegaan. We hebben gesproken met ouderen en oorspronkelijke bewoners en die gaven allemaal aan dat hun wijk qua samenstelling behoorlijk is veranderd. Wij begrepen onder andere Sunny Selwerd dat er meer dan 80 nationaliteiten in Selwerd wonen en dat de oorspronkelijke bewoners weinig of geen contact hebben met deze nieuwkomers. De PVV denkt dat deze diversiteit aan nationaliteiten een van de verklaring is waarom er zo weinig gestemd wordt. De oorspronkelijke Selwerders herkennen zich niet meer in hun eigen wijk. De taalbarrières en andere culturen zorgen ervoor dat nieuwkomers, zowel onderling als met de oorspronkelijke inwoners, niet met elkaar spreken. Dit leidt tot wantrouwen en dat elke mogelijke verklaring waarom mensen afhaken. Dit is natuurlijk niet nieuw. Selwerd is daarin niet uniek. Er zijn meerdere wijken waar dit speelt. Helaas! We hebben vragen gesteld bij de Rivierenbuurt: wordt de demografische ontwikkeling van de wijk onderzocht? Nee, was het antwoord. Ik denk dat dit een belangrijk punt is voor het college om dit wel te onderzoeken. Wil je namelijk een goede stap maken met de diversiteit en bruggen slaan tussen oude en nieuwe 44
bewoners, zul je ook die taal- en culturele barrières moeten slechten. Een groot voorbeeld wat -02:58:37
Voorzitter: Een korte vraag van de zijde van GroenLinks en gelet op uw spreektijd, graag een kort antwoord. 02:58:45
De heer Van Hoorn: Dank u wel. Enorm fijn om te horen dat de PVV zich zorgen maakt over de stembusgang van mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Wat ik me dan vooral afvraag: welke plannen heeft u om - u geeft aan dat diversiteit belangrijk is - om deze mensen naar de stembus te krijgen? Of was dat niet de kern van uw betoog? 02:59:08
De heer Ram: Ik merk enige irritatie. Ik weet niet waarom. Wij willen kijken hoe wij de brug kunnen slaan tussen alle bewoners in Groningen. We leven samen in Groningen en er zijn nu eenmaal heel veel nationaliteiten. Dat betekent dat we die brug moet en slaan en taalbarrières moeten slechten. Dat betekent ook dat wij als politiek veel meer die wijk in moeten gaan, en ons gezicht moeten laten zien. Dat is een van de zaken die ik wil doen en ik nodig GroenLinks uit om met ons mee te gaan en het gesprek te voeren met bewoners. 02:59:48
Voorzitter: SP. 02:59:53
De heer Dijk: Voorzitter, ik zat even te luisteren en ik dacht: wij zijn vrij veel in Selwerd. De taalbarrière merken wij ook. Er zijn bepaalde straten waar mensen de taal niet of nauwelijks spreken. Dat is een groot probleem. We merken dat er een soort - ik heb dat al eens genoemd - er een concentratie is van kwetsbare groepen, statushouders die de taal onvoldoende kennen. Er zitten mensen met een verslavingsachtergrond die een tweede kans krijgen. Maar bent u het met mij eens dat de oplossing voor dit probleem in buurten en wijken is dat we echt gemengd gaan wonen? Dus dat we gaan kijken hoe we bijvoorbeeld in het zuiden van Groningen ervoor zorgen dat daar meer sociale huur is, zodat - als we statushouders moeten opvangen - dat beter verspreid is over de hele stad Groningen? 03:00:42
De heer Ram: Dat ben ik wel met u eens. Ik heb er wel een kanttekening bij. Ik heb zelf een tijdje gewoond in Paddepoel. Ik had een koophuis daar, mooi hofje, allemaal gezinnen die aan het sporten zijn en hun hypotheek kunnen betalen. Toen had ik een vraaggesprek met mijn buurman: "Weet u dat er in de straat verderop kinderen in armoede leven?" Dat wist die dus niet. Die bubbels bestaan en de vraag is hoe je dat dan voor elkaar krijgt als je dit soort gemengde woonplekken gaat doen, terwijl je niet gemengd woont. Dus dat is een vraag hoe zij dat zien en willen oplossen. 03:01:24
De heer Dijk: Voorzitter, gemengd wonen is echt gemend wonen bij ons. 03:01:26
Voorzitter: Kunt u tot een afronding komen, want we zitten in de tijd?
45
03:01:31
De heer Ram: Het laatste punt wat ik wilde maken: ik steun de motie van de hoorzitting van de SP. Het gaat om het nationaal programma Rotterdam-Zuid. Ik wil het college verzoeken om daar eens goed naar te kijken en in gesprek te gaan met Pastors en Deetman die dit plan hebben opgesteld. Volgens mij is dat een heel succesvol plan dat ook in Groningen een goede plek zou kunnen krijgen. Dank u wel, Voorzitter. 03:01:58
Voorzitter: Dank u zeer. Dan hebben wij de eerste termijn van de raad gehad. Het is kwart over zeven. Dat betekent dat we tot kwart over acht schorsen. Ik heb een huishoudelijke mededeling: het college moet de beantwoording voorbereiden, doet dat natuurlijk naar eer en geweten zorgvuldig enzovoort. Dat betekent dat ik u verzoek, niet uit elitair standpunt, dat het college even voor aan de rij mag staan. Die gaat daarna zich terugtrekken in zaal Hemert en als u wilt weten wat voor geheime wij daar bespreken, moet u vooral het oortje te luisteren leggen. Maar wij gaan even voor aan de rij. Tot kwart over acht schorsing. 00:21:51
Voorzitter: Ik heropen de vergadering en geef het woord aan wethouder Wijnja voor de beantwoording van de eerste termijn. 00:22:27
Mevrouw Wijnja: Dank u wel, Voorzitter. Ik hoorde mevrouw Jacobs net zeggen, als ik nog tijd over had, dat ik allemaal leuke dingen ging zeggen. Nu, ik kan u vertellen, ik heb nog nooit zoveel spreektijd gehad, dus maak uw borst maar nat. Laat ik beginnen met zeggen, dat ik met heel veel plezier geluisterd heb naar het debat. Ik heb er helemaal niets mee te maken, hoe dat hier gaat, maar ik ben er toch trots op dat ik hierbij mag zitten, want het is een heel goed en inhoudelijk debat. Ik ben om te beginnen vooral blij om te horen dat ik een aantal dingen zowel van de coalitie- als van de oppositiepartijen heb gehoord, namelijk samen bouwen we aan Groningen, dat dit een geweldige gemeente is – daar zijn we het allemaal over eens – dat we heel veel dingen samen moeten doen en dat de relatie tussen overheid en inwoners belangrijk is en iets wat prioriteit moet hebben. Een aantal van u heeft eraan gerefereerd dat we vandaag zowel terugkijken als vooruitkijken. Ik ga over beide dingen iets zeggen. Daarna ga ik toelichting en preadvies geven over de moties waar ik over ga. Openstaande vragen die voor mijn collega zijn, worden door hem beantwoord en ook de moties worden door hem gepreadviseerd. Als u dan aan het eind denkt, ik heb nog wat, dan kan dat natuurlijk. 00:23:43
Mevrouw Wijnja: Eerst terugkijken. Ik was blij dat dat de heer Bosch uitgebreid stilstond bij het werk, wat er allemaal wordt verzet achter de schermen, wat we soms wel weten en soms misschien niet. Niet alleen bij de uitvoering van het beleid zijn ontzettend veel mensen hard aan het werk en betrokken, waar we zeker regelmatig bij stil moeten staan, maar ook bij het maken van de jaarrekening zijn ontzettend veel mensen betrokken. Daar ben ik ontzettend blij mee. Ik ben ook ontzettend trots, dat het op zo een goede manier gaat. In de richting van de heer Ram, die refereerde aan de omvang van de jaarrekening, zeg ik dan ook: we hebben inmiddels een jaarrekening in één oogopslag. Er wordt enorm hard gewerkt aan het steeds toegankelijker maken van de jaarrekening en dat blijft ook een proces wat we voortzetten. Ik wil erbij stilstaan, dat we dat hebben en volgens mij is dat echt een mooie 46
ontwikkeling is. Vorig jaar tijdens het rekeningdebat was een belangrijk onderwerp van gesprek het 'in control zijn', dus het verschil tussen wat begroot je en wat geef je vervolgens uit en dat er een positief rekeningresultaat is. Ik geloof dat mevrouw Jacobs zei: "Wij, van de VVD, vinden dat we op nul moeten eindigen". Mijn voorganger zei toen, dat we dat allemaal vinden. Het is mooi om te concluderen dat het steeds beter lukt om 'in control' te zijn over de financiën. We hebben weer een positief resultaat, maar we zien ook aan de voortgangsrapportage dat we dit steeds beter aan zien komen en dat we uw raad ook op tijd kunnen informeren. Dat is heel belangrijk en is een proces, wat we door gaan zetten. 00:25:25
Mevrouw Wijnja: Dan ga ik over naar de toekomst, want velen van u hebben er al iets over gezegd. We hebben ontzettend grote maatschappelijke opgaven. Je kan het crises noemen, maar soms denk ik ook wel, het is bijna ook een beetje inflatie van het woord crisis of het overspoelt je misschien hoeveel er aan de hand is. Laat ik in ieder geval namens het college zeggen, we zien dat er enorme maatschappelijke opgaven zijn. Ik ben blij om te kunnen constateren, dat in de raad best wel overeenstemming is over wat de belangrijke onderwerpen voor de komende jaren zijn en waar de accenten gezet zouden moeten worden. Volgens mij levert dat enorm veel relevante input op voor de begroting, dus heb ik er alle vertrouwen in dat het de komende tijd helemaal goed gaat komen. We hebben het gehad over de klimaatcrisis en over de wooncrisis, maar ook over armoede in onze gemeente, over bestaanszekerheid bieden en over de herwaardering van natuur en dieren. Het zijn allemaal onderwerpen die u hier op tafel legt, die heel relevant zijn en daar moeten we hard mee aan de slag. Voorzitter, u weet van ons college dat we voornemens zijn – publieke regie is meerdere malen langsgekomen – om op een aantal van die thema's het roer stevig in handen te nemen, omdat we vinden dat er tempo gemaakt moet worden, omdat er urgentie is, maar ook omdat we vinden dat het op een eerlijke manier moet gebeuren.
Wij vinden dat de lokale overheid er een belangrijke rol in kan spelen om te zorgen, dat het ook eerlijk gebeurt. Ik heb in het debat iets gehoord, waardoor het soms wel een beetje lijkt of het of markt of samenleving of overheid is, maar wat ons betreft gaat het vooral over, waar ligt de nadruk op. De conclusie dat we bijvoorbeeld op de woningmarkt meer naar volkshuisvesting zouden moeten, betekent natuurlijk helemaal niet dat je niet meer samen gaat werken met marktpartijen of met inwoners of met woningbouwcorporaties. Nee, het betekent dat we als overheid 'in de lead' willen zijn, omdat we willen kunnen bepalen waar de prioriteiten liggen, hoe snel we gaan en wie waar gaat wonen et cetera. Dat is waar het wat ons betreft over gaat. 00:27:32
Voorzitter: De Stadspartij. 00:27:34
De heer Sijbolts (Stadspartij 100% voor Groningen): Voorzitter, ik ben blij om van de wethouder te horen dat het wat het college betreft én én kan zijn. Ik hoop dat het college het dan ook met ons eens is, om dan de toon of voice – het college doet dat niet, want het college is eigenlijk niet zoveel aan het woord geweest in deze raad, maar dat zou ik het college mee willen geven – die vanuit deze raadzaal richting marktpartijen geuit wordt, niet over te nemen, maar dan inderdaad dit neutralere verhaal vooral te blijven vertellen. Ik denk
47
dat we juist met dat geluid ook samen kunnen werken met de markt. Ik hoop dat de wethouder dat met mij eens is. 00:28:13
Mevrouw Wijnja: Ik ben het op zichzelf altijd eens met iedereen die zegt dat de toon of voice heel belangrijk is, maar dat doet niets af aan de inhoud van de boodschap. Ook het college ziet dat de markt niet de oplossing heeft geboden voor een aantal problemen en wij zeggen, dat willen we nu op een andere manier gaan doen. We hebben elkaar zeker nodig, maar wat mij betreft kun je om een stevige inhoudelijke boodschap ook een strikje doen, dat doet daar wat ons betreft niets aan af. Alles wat we met elkaar te doen hebben de komende jaren speelt zich af in een context, waarin het niet makkelijk is om nieuwe medewerkers te vinden. Daar is het niet heel veel over gegaan in het debat, maar dat is één van de twee belangrijke randvoorwaarden, waar we de komende jaren mee te maken hebben. De arbeidsmarkt is krap. Dat is zorgelijk in brede zin, maar dat geldt ook voor de gemeentelijke organisatie. Er liggen voornemens om in de gemeentelijke organisatie te gaan investeren, om te zorgen – ik dacht dat het de heer Bosch was die daar iets over zei – dat de mensen er ook zijn om het werk te doen, wat nodig is. Dat is belangrijk en dan hebben we ook nog te maken met het gegeven dat een heel aanzienlijk deel van onze medewerkers op een gegeven moment – dat duurt niet heel lang meer – met pensioen gaat.
Dat is ook een belangrijk vraagstuk, dat we de komende jaren met elkaar te beantwoorden hebben. Je kan plannen maken wat je wil, maar als we de mensen niet hebben om ze uit te voeren, dan kom je nergens. Dat is dus een heel belangrijk uitgangspunt de komende tijd. 00:29:42
Mevrouw Wijnja: Een andere belangrijke randvoorwaarde, en daar ging het – dat vind ik dan wel leuk – bijna het hele debat over, is de financiële context. We hebben u alle informatie gestuurd over de afgelopen periode, dus u heeft alle recente informatie tot u kunnen nemen. We zien een paar dingen. De komende jaren, als het gaat over deze collegeperiode, zien we dat het er financieel best wel goed uitziet. Dat heeft met een aantal dingen te maken, maar dat heeft met name te maken met een aantal besluiten die de rijksoverheid heeft genomen en een aantal afspraken die gemeenten met de rijksoverheid hebben gemaakt. Het effect van de afspraken die zijn gemaakt in het regeerakkoord – iemand refereerde er al aan – op het moment dat de rijksoverheid meer geld gaat uitgeven, komt er ook meer geld naar gemeenten. De opschalingskorting wordt vooralsnog niet doorgevoerd en we hebben recentelijk u geïnformeerd over het feit, dat er door de VNG afspraken zijn gemaakt met het Rijk om het AKRE de komende jaren te bevriezen. Dat betekent dat we weten wat we de komende jaren binnenkrijgen en op basis daarvan kun je plannen maken. Het idee daarachter is ook om te zorgen dat het even rust en stabiliteit geeft, om met elkaar heel stevig het gesprek te gaan voeren over wat al 'het ravijnjaar' is gaan heten, 2026. Daar kom ik zo meteen op.
Wat ik belangrijk vind om hier te benadrukken – en dan loop ik een heel klein beetje vooruit op wat we natuurlijk straks met de begroting aan u voor gaan leggen – is dat voor de voornemens, waar afspraken over zijn gemaakt binnen de coalitiepartijen, geld is. Die plannen is zijn gemaakt met geld wat er is. Ze zitten achter mij, ik zal ze niet aanwijzen, maar een aantal van de ambtenaren die heel goed weten waar het over gaat en hoe gemeentefinanciën werken, adviseren en ondersteunen de bestuurders al jarenlang. Dat hebben ze nu natuurlijk ook gedaan en goede bestuurders luisteren daarnaar, 48
dus die plannen zitten financieel goed in elkaar. Daar kunt u van op aan. Ik hoorde leningen en subsidies langskomen. Er zijn een aantal crises die enorm groot zijn. Met wat we nu hebben, is dit wat we kunnen doen, maar we vinden dat we meer moeten doen. Als het gaat om het bestrijden van de wooncrisis en de klimaatcrisis moeten we tempo maken en daar hebben we extra geld voor nodig. Daar hebben we rijksinkomsten voor nodig en daar hebben we subsidies voor nodig. Het idee is: dit is wat we kunnen doen en dit is wat we willen doen, dus we gaan ons de komende jaren vol inzetten om leningen en subsidies binnen te halen om daarmee te kunnen versnellen. Dat is het idee achter hoe het is afgesproken. 00:32:25
Voorzitter: De Stadspartij. 00:32:27
De heer Sijbolts (Stadspartij 100% voor Groningen): Voorzitter, ik kan me voorstellen dat de wethouder inderdaad dit positieve verhaal houdt. Deels zal dat ook kloppen. Alleen staat tegelijkertijd ook in de voorjaarsbrief, dat nieuwe ambities kunnen leiden tot een verhoging van het gemeentelijk risico en daarmee een verslechtering van het weerstandsvermogen, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een nieuwe energie-ontwikkelmaatschappij. Dat stukje hoor ik bij de wethouder niet terugkomen in haar betoog. Deelt ze die constatering wel, weliswaar door het vorige college in de voorjaarsbrief opgeschreven, of vindt de wethouder nu iets anders? 00:33:08
Mevrouw Wijnja: De wethouder was daar nog niet. Laat ik het daar dan voor nu even op houden. Dan hoor ik zo graag of daar nog aanvullende vragen over zijn, maar daar kom ik zo meteen op. Er zijn een paar dingen die we tegelijkertijd ook zien. Er is in de wereld ontzettend veel aan de hand. Dat weten we allemaal. Dat levert heel veel onzekerheid op. Dat gaat over grondstofprijzen en we zien de bouwkosten stijgen. Voor iedereen geldt dat de energiekosten stijgen. Dat geldt voor onze inwoners, maar het gaat voor ons op een gegeven moment natuurlijk ook gelden. We weten nog niet precies wat er met de rentestijgingen gaat gebeuren. Voor een deel hebben we daar rekening mee gehouden, maar we weten dat niet helemaal zeker. Ik refereerde net al aan 2026, want de rijksoverheid zegt op dit moment: "We gaan een aantal besluiten nemen die maken dat de inkomsten van de gemeenten dan enorm terugvallen". Er komt misschien wel iets voor in de plaats, maar we weten helemaal niet wat dat is en daar is heel veel onduidelijkheid over. Wat ontzettend belangrijk is, misschien nog wel belangrijker dan de afgelopen jaren, is om als gemeenten samen op te trekken om ervoor te zorgen dat we krijgen waar we recht op hebben en wat we ook nodig hebben om onze taken op een goede manier te kunnen vervullen.
We zien dat samen optrekken en lobbyen werkt, want die afspraak tussen de VNG en gemeenten over het bevriezen van het AKRE is niet zomaar uit de lucht komen vallen, daar hebben heel veel gemeenten gezamenlijk aan gewerkt. Daar gaan we vol op inzetten. Dan is er van alles en nog wat gezegd over de financiële situatie van de gemeente. Daar ga ik natuurlijk ook iets over zeggen. Een paar verschillende dingen, ik begin even met dit. Kijk, financiële kengetallen zijn er om ons inzicht te geven, onder andere in de flexibiliteit van de gemeentefinanciën. Ik hoor het iemand eerder al zeggen – ik weet niet meer wie het was – het is een middel om een doel te bereiken, om inzicht te verschaffen en te kunnen sturen op 49
de korte termijn en lange termijn, maar het is geen doel op zich. Laat ik dat eerst erover zeggen. Twee, is het voor ons heel belangrijk om te kijken naar het hele beeld van de financiën. Niet alleen naar de kengetallen, maar ook wat komt erin, wat gaat er uit, wat gaan we de komende jaren doen, hoe is onze verhouding met de rijksoverheid en ook welke besluiten gaan we nog nemen. Daar refereert de heer Sijbolts heel terecht aan. Natuurlijk is het zo, als het college zegt, we gaan publieke regie nemen en we gaan een ontwikkelbedrijf oprichten, dat het gevolgen heeft voor de financiële positie van de gemeente. Daarom gaan – ik loop al een heel klein beetje vooruit op de preadvisering zo, maar ik vind het toch belangrijk om dit nu alvast te zeggen – we dat natuurlijk in kaart brengen. We gaan heel goed onder elkaar zetten op het moment dat we besluit A nemen, bijvoorbeeld een woonen ontwikkelbedrijf, wat betekent het dan voor de financiële positie van de gemeente? Natuurlijk is het zo dat, voordat er een besluit genomen wordt, wij willen weten wat betekent dat precies en wat vraagt dat? Dat moet de raad natuurlijk ook weten, dus dat gaan we sowieso doen. Tegelijkertijd is het ook zo – en daarom begon ik net even over de verhouding met de rijksoverheid – dat de prioritering wel is dat we ons daar eerst op gaan focussen.
Het is natuurlijk zo, als wij de fatsoenlijke financiering langjarig structureel zouden krijgen van het Rijk, dat wij weten waar we aan toe zijn en op die manier kunnen investeren. Dan is de vervolgstap dat je kan zeggen: oké, en hoe gaan we dan om met onze streefwaarden en met hoe we onze financiële huishouding hier hebben geregeld? Daar ligt wat het college betreft in ieder geval de eerste prioriteit de komende tijd. 00:36:49
Mevrouw Wijnja: Ik heb één vraag gehoord van de VVD en die ging over de reclamebelasting. Daarvoor is het wel goed om te zeggen, dat we zien dat overal de druk op de openbare ruimte enorm toeneemt en dat wordt bepaald niet minder. Het college is van mening dat de openbare ruimte – dat is het uitgangspunt – van iedereen is. Dat betekent op het moment dat je gebruik maakt van de openbare ruimte op wat voor manier dan ook, dat je daarvoor betaalt. Natuurlijk is er ruimte voor ondernemers, maar we vinden het consistent met die lijn, dat op het moment dat je gebruik maakt van de openbare ruimte, dat je daar ook voor betaalt. Daar is reclamebelasting een middel voor en in dat geheel der dingen vinden wij dat een hele goede manier van werken. 00:37:40
Mevrouw Wijnja: Ik denk dat ik even naar de moties ga, want daar komt het hele verhaal over hoe verhouden we ons tot onze inwoners ook voorbij. Ik begin met motie M 02: 'Een eerlijke herverdeling van het gemeentefonds'. Ik was zelf – en dat verbaast u misschien niet, als u mijn betoog van daarnet heeft gehoord – best wel blij met deze motie. De afgelopen jaren hebben we als gemeente Groningen heel intensief samengewerkt met andere gemeenten in de regio in de gesprekken met het Rijk. We zetten ons in voor een goede uitgangspositie voor alle gemeenten. Niet alleen voor onszelf, maar voor alle gemeenten. We leggen ook ons gewicht in de schaal om te lobbyen voor de gemeenten in de regio. Het college ondersteunt de lijn die hierin beschreven wordt enorm. Ik las af en toe wel een zin, waarvan ik dacht, dat had ik misschien net een beetje anders gedaan. Goed, dan heb ik dat bij deze ook even gezegd. We weten ook – er zit nu een nieuw college – dat er natuurlijk mensen om ons heen zijn die kijken naar Groningen, wat gaan ze doen? Dit blijven wij doen. Ik zeg daar wel bij, dat soms bij besluiten die genomen worden, het belang van de gemeente 50
Groningen – omdat we nu eenmaal een grote gemeente zijn – net wat anders is, dan van de kleinere gemeenten in de regio. Die spanning zit er altijd in. We blijven ons inzetten om ons gewicht in de schaal te leggen voor iedereen. Daarmee geven we deze motie oordeel aan de raad. Dan ga ik naar motie M 03: 'Ex-ante onderzoek gemeentelijke bedrijven'. Die motie ga ik ontraden en ik zal ook vertellen waarom. Kijk, het college heeft de verantwoordelijkheid om de raad in staat te stellen om haar kaderstellende en controlerende rol op een goede manier te kunnen uitvoeren. Dat betekent, als we een groot besluit voorleggen, zoals het oprichten van een gemeentelijk bedrijf – want wij weten natuurlijk ook dat dat een groot besluit is – Was dat een vogel? 00:40:04
Mevrouw Wijnja: Er wordt geprotesteerd door een mede-inwoner begrijp ik. Ik weet niet wat het betekent, maar ik ga toch maar even door. Het is natuurlijk altijd zo dat het college bij besluitvorming inzichtelijk maakt wat de alternatieven zijn, maar ook wat de consequenties zijn. Bij zulke grote besluiten vragen we ook altijd advies van een extern deskundige, dus u kunt ervan op aan dat we dat op een goede manier voor u voorbereiden. Het sluit in die zin aan bij de strekking van de motie, maar naar het oordeel van het college doen we dat al en blijven we dat ook doen, dus is deze motie niet nodig. Dan ga ik naar motie vier 00:40:46
Voorzitter: De VVD. 00:40:49
Mevrouw Jacobs (VVD): Ik heb een procedurele vraag. We hadden de motie over het gemeentefonds en daarvan zeg u, dat doen we ook en we zien het als een steuntje in de rug. Bij de ex-ante zegt u ook, dat doen we al en daar zegt u niet, het is een steuntje in de rug. In de vorige collegeperiode viel me dat heel erg op, als de motie van een coalitiepartij kwam, was het een steuntje in de rug. Als de motie van een oppositiepartij niet nodig was, werd deze ontraden. Zet u die lijn door of gaat u een nieuw traject in? 00:41:21
Mevrouw Wijnja: Als u heel goed heeft opgelet, Voorzitter, dan heeft u net live gezien dat we dat dus niet doen, want motie één daarvan is de hoofdindiener een oppositiepartij. Het klopt inderdaad – dus dat is op zichzelf heel scherp van mevrouw Jacobs –dat ik ook bij motie M 02 'Eerlijke verdeling gemeentefonds' zei, dat is een steuntje in de rug. Waarom we het belangrijk vinden dat de raad hier een oordeel over geeft, is juist omdat er ook vanuit de regio heel erg gekeken wordt naar Groningen; gaan ze dit beleid voortzetten of niet? Wij vinden het goed dat de raad hier heel duidelijk een oordeel over geeft en dat ik hier namens het college ook even heel duidelijk kan zeggen, dat we dat op die manier gaan doen. Dan motie M 04: 'Waakzaam en Weerbaar'. Die ga ik ook ontraden. Dat heb ik net in een paar tussenzinnen al gezegd, maar dat zal ik even iets uitgebreider doen. Ik zei net al, dat kengetallen geen doel op zich zijn, maar een beeld geven van de flexibiliteit en weerbaarheid om met knelpunten, waar we mee te maken krijgen, om te gaan. Wat we belangrijk vinden, is om een doorrekening te maken van de besluiten die we de komende periode willen nemen, de langetermijnopgaven uit het coalitieakkoord op zowel het weerstandsvermogen als onze financiële positie.
Vervolgens is het belangrijk om, als we dat weten, te kijken naar welke opgave hebben we? Welke uitkering komt er uiteindelijk uit het 51
gemeentefonds, hoe ziet onze flexibiliteit eruit en wat is onze financiële positie? De uitkomst van die hele 'exercitie' willen we betrekken bij de voorbereiding op de begroting van 2024. Een plan van aanpak bij deze begroting komt wat dat betreft te vroeg. We willen dat breder doen. We willen dat goed doen. Er is ook nu geen noodzaak, want we hebben het financieel op een hele goede en degelijke manier geregeld, dus naar het oordeel van het college kan dat prima volgend jaar. Daarmee ontraden we die motie. 00:43:25
Mevrouw Wijnja: Dan ga ik naar motie M 12. Er staat hierboven 'Verschoontafel baby', maar dat is raar, want het was een hele mooie naam vonden wij zelf. 'Verschoontafel baby, voor zowel man als lady'. Dat is op zichzelf hartstikke mooi. We zijn het helemaal eens zijn met de strekking van uw motie en het is heel goed en belangrijk om daar aandacht voor te vragen, want het is natuurlijk heel raar in 2022 dat in mannentoiletten niet verschoond kan worden. Ik kan u melden dat in het ondergrondse openbare toilet op de Grote Markt al een dergelijke voorziening is. Er worden volgend jaar twee units in het Noorderplantsoen geplaatst en daarbij wordt die voorziening ook gerealiseerd. Op alle plekken waar dat de komende tijd kan, gaan we dit doen. Dat kan ik u in ieder geval toezeggen. Dan motie M 13: 'Veilig onderweg via de Stadsweg'. De huidige verlichting, die in de motie wordt aangegeven, wordt gecontroleerd. Als blijkt dat de verlichting niet goed werkt, dan worden passende maatregelen genomen. Het is belangrijk, denk ik, om nog even te zeggen dat het stukje weg is opgenomen in het project Verduurzaming Openbare Verlichting. De huidige verlichting wordt vervangen door ledverlichting. Daarbij wordt het ook mogelijk om het licht nauwkeuriger te richten op plekken, waar het echt nodig is. Daar wordt dus naar gekeken. Dat kan ik u in ieder geval toezeggen.
Ik weet de exacte datum van de vervanging niet. Dat kan ik wel navragen en eventueel aan u toe laten komen, maar ik kan u toezeggen dat we dit op die manier gaan doen. Dan ga ik naar motie M 15: 'het bestuur komt naar u toe'. Er zijn een aantal moties die gaan over wat een heel belangrijk onderwerp is voor de coalitie, maar ook voor het college. Namelijk: de verhouding tussen de gemeentelijke overheid en haar inwoners. De constatering, die we lezen in de motie dat wijkwethouders niet zichtbaar zijn geweest in de dorpen en de wijken, delen wij niet. Het is natuurlijk wel zo dat de coronapandemie nogal impact heeft gehad en van invloed is geweest op hoeveel je zichtbaar kan zijn en hoeveel er ook fysiek mogelijk was. Dat is gewoon zo. We hopen dat we niet teruggaan naar lockdownsituaties. Daar ga ik voorlopig eventjes vanuit. Als u het coalitieakkoord leest, dan staat er in spoor vier 'Samen maken we Groningen' een heel hele verhandeling over hoe we aan die relatie met inwoners willen bouwen. Wij denken dat de werkwijze van het gebiedsgericht werken met daaraan gekoppeld wijk- en dorpswethouders daar een hele goede structuur voor is. De gedachte erachter is dat er maatwerk nodig is en dat verschillende delen van de gemeente ook een verschillende aanpak nodig hebben. De gebiedsteams en de gebiedsmanagers zijn in de leefomgeving van inwoners zelf de laagdrempelige toegang.
Daar blijven we aan werken en in investeren de komende tijd. Voor de wijkwethouders en de dorpswethouders geldt dat er in hun eigen gebied gekeken wordt naar hoe gaan we het daar aanwezig zijn nu vormgeven? Dan kan het heel goed zo zijn – ik weet niet of ze me nu boos aan gaat kijken – dat wethouder Bloemhoff daar bijvoorbeeld spreekuren voor gaat inrichten en dat iemand anders daar wandelingen voor gaat organiseren. We denken dat het geen goed idee is om daar echt een apart plan van aanpak
52
voor te maken, maar weet dat we daarmee aan de slag gaan. Informatie over hoe we dat gaan doen, kunnen we u toe laten komen, maar een apart plan van aanpak willen we niet doen. Daarmee ontraad ik die motie. 00:47:30
Voorzitter: VVD. 00:47:33
Mevrouw Jacobs (VVD): Dank u wel, Voorzitter. Eigenlijk zegt u: "Wij maken per wijk of per dorp een plan hoe we laagdrempelig contact doen". Dat is volgens mij precies wat de motie vraagt. Wij snappen de wijk- en gebiedsteams. Volgens mij doen die ook heel goed werk, maar wat we in de afgelopen periode terug hebben gekregen van veel inwoners is, dat wethouders heel vaak met een doel kwamen. Dan was er een onderwerp en dan zijn alleen de mensen die dat onderwerp aangaan aanwezig. Juist eens naar de wethouder toe kunnen lopen om een vraag te stellen, was vooral wat wij bedoelden. U zegt, volgens mij, we gaan daaraan werken en we gaan een plan maken. Dat is precies wat we vragen, dus ik snap niet, waarom u de motie ontraadt. Hoe komen wij er dan achter, hoe u dat gaat vormgeven? Dan moet ik misschien wel in de wijk van wethouder Bloemhoff kijken, wanneer ze spreekuur heeft, terwijl ik nu vraag, laat het ons weten; wethouder Bloemhoff houdt spreekuur en misschien gaat u wandelen en nog een ander gaat huiskamerbijeenkomsten organiseren. Onze vraag is, wilt u ons dat vertellen? Nu hoor ik, dat vertel ik liever niet. 00:48:42
Mevrouw Wijnja: Dat zeg ik natuurlijk niet; dat vertel ik liever niet. Dat zeg ik over andere dingen. Laat ik het anders formuleren. Wij denken dat het niet nodig is om apart een plan van aanpak te maken voor elke wijk en elk dorp. We communiceren natuurlijk wel in de richting van de inwoners, op welke manier het contact met het gebiedsteam en de gebiedsmanager, maar ook met de wijk- of dorpswethouders vormgegeven is. Dat is volgens mij een hele goede manier om dat te communiceren, dus daarmee vertellen we het wel. Gaat het over de vorm, dan denken wij, dat hoeft niet apart in een plan van aanpak, want dan moeten we – nu weet ik uit mijn hoofd niet eens hoeveel gebieden we hebben – allemaal plannen van aanpak maken. Zeven, dank u. Volgens mij is het goed om dat vooral richting de inwoners te communiceren. Volgens mij zijn alle raadsleden ook inwoners van deze gemeente, dus zij krijgen die informatie op die manier ook. Volgens mij is het ook heel goed dat een aantal partijen, waaronder de VVD, er scherp op blijven, dat we dat op een goede manier doen. Volgens mij komen we dan een heel eind. Dan ben ik bij motie M 17: 'Groene toekomst voor iedereen'. Dat gaat over klimaatadaptatie. Daar ging het eerder vanmiddag in het vragenuur ook al even over en ik ga voor een deel iets herhalen wat ik toen heb gezegd. We zien dit onderwerp nu al een paar keer terugkomen.
Er zijn twee dingen, denk ik, belangrijk. Wij hebben als gemeente heel veel kennis en expertise over hoe je klimaataddaptieve maatregelen neemt. We hebben inwoners die het zelf kunnen betalen om die maatregelen door te voeren. Wat we moeten doen is, zorgen dat die inwoners die het zelf kunnen betalen, gebruik kunnen maken van onze kennis en expertise. Subsidies gaan heel hard en dat is heel erg mooi, want het is een belangrijk onderwerp. Er gebeurt ook veel, maar we constateren ook dat het niet altijd terecht komt bij de mensen bij wie we het willen hebben, namelijk de mensen die het anders niet zelf kunnen betalen. Dat is een beetje de zoektocht de komende tijd. Er zitten een aantal suggesties in deze motie, waarvan 53
wij denken, die kunnen we betrekken bij het effectiever, overzichtelijker en op een goede manier uitvoeren van klimaatadaptieve maatregelen, dus dat gaan we meenemen. Dat lijkt me helemaal prima en daarmee geven we deze motie oordeel aan de raad. Dan ben ik gebleven en bij een motie M 26. Dat ligt een heel klein beetje in het verlengde van mijn beantwoording van de motie net, want we weten inmiddels dat de dorpen andere vragen hebben dan het stedelijk gebied. Nu, dat past op zich prima bij hoe we het georganiseerd hebben met gebiedsgericht werken. We weten dat iedereen anders is, elk gebied is anders, er zijn andere vragen, dus dat moet je ook op een andere manier organiseren. De herindeling heeft dat nog zichtbaarder gemaakt. Dat hebben we gezien de afgelopen jaren. Het gaat op onderdelen heel goed. We hebben ook heel veel gedaan in de dorpen. We hebben daar ook een heel aantal positieve dingen van teruggehoord, maar natuurlijk gaat niet alles goed. Dat weten wij ook en dat zien we ook. We zijn ons ervan bewust dat het een ontwikkelproces is. De afgelopen jaren hebben we gebouwd aan die structuur voor gebiedsgericht werken. De lijn die de motie volgt, om een ander vast aanspreekpunt in te richten, dat vinden we geen goed idee. Wij vinden juist dat we de structuur, waarin we geïnvesteerd hebben, de komende jaren moeten versterken.
Als de constatering is dat een gebiedsteam of de gebiedsmanager in een bepaald gedeelte van de gemeente niet goed gevonden wordt, dan moeten we kijken, hoe zorgen we ervoor dat dat verbetert? Wij denken dat een ander aanspreekpunt organiseren niet helpt, maar dat we vooral door moeten ontwikkelen. Daarmee ontraden we deze motie. Dan ga ik naar motie M 31. 00:52:52
Voorzitter: Stadspartij. 00:52:56
Mevrouw Sloot (Stadspartij 100 % voor Groningen): Voorzitter, dank u wel. De wethouder geeft in twee moties met één ertussen aan – dus dat is de motie van de VVD en onze motie van zojuist – we doen het wel goed, we zijn een weg ingeslagen en die willen we eerst bewandelen en als het helemaal fout gaat, dan gaan we wel iets anders bedenken. Denkt u, dat wij als volksvertegenwoordigers opeens 's ochtends wakker worden en denken: "Goh, dit vinden we een leuk onderwerp voor een motie, dus we gaan nu maar eens vragen of het college het anders kan doen". Dat is namelijk niet zo, mevrouw de wethouder. Wat wij namelijk merken en horen van inwoners, is dat zij het anders willen. Ik had gehoopt dat na drie, bijna vier jaar, het college had gezegd: "Joh, wij denken dat we het goed doen, maar misschien is dat niet zo, dus laten we nu eens naar die inwoners gaan en vragen hoe we het wel goed kunnen doen". Waarom doet u zoiets niet? 00:53:59