CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

TRANSITIEVISIE WARMTE GOUDA 2021

Raadsvergadering 8 december 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Transitie Visie Warmte Gouda 202121.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zonnewarmte kan als individuele oplossing, maar ook als warmtebron dienen voor een warmtenet. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte in een dakopstelling is ongeveer 2 GJ per vierkante meter.15

13 Bevindingen van de QuickScan zijn vastgelegd in een intern memo van de afdeling Projecten Openbare Ruimte aan de afdeling Ruimtelijk beleid en advies, 15 juli 2019 14  https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronnen/default.aspx 15 Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie 29

Bodemenergie Omdat de bodemtemperatuur vrij constant is, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en (kleine-)collectieve vormen van bodemenergie. Deze benutten de bovenste laag van de bodem, op een diepte van 20 – 300 meter. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur worden gewonnen (<20 °C). In een groot deel van Gouda is de inzet van bodemenergie mogelijk. In Gouda zijn ook geen boorrestricties voor het boren naar bodemwarmte16. Wel moeten die bronnen gemeld worden bij de omgevingsdienst. Bodemenergie inzetten voor een individueel gebouw kan met een bodemwarmtepomp. Voor grotere systemen is warmte-koude opslag (WKO) in de grond een mogelijkheid (zie 4.2.3). Infraroodpanelen Infraroodpanelen kunnen een woning verwarmen door elektriciteit om te zetten in warmte. Hiervoor dient de woning goed geïsoleerd te zijn. Infraroodpanelen zijn met name geschikt om zeer lokaal – bijvoorbeeld een deel van een ruimte – te verwarmen. In minder goed geïsoleerde woningen kunnen infraroodpanelen voor bijverwarming zorgen. Wanneer een hele woning met infraroodpanelen wordt verwarmd, kost dat aanzienlijk meer elektriciteit dan met een luchtwarmtepomp. De beleving van warmte is ook anders dan bij convectoren of vloerverwarming. 4.2.2. Warmte-koudeopslag (WKO) In de bodem kan warmte en koude opgeslagen worden.

Dit heet warmte-koudeopslag (WKO). WKO is in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, dry-coolers of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Vanuit deze 16  Bron: NP RES viewer, 2020 17  Bron: Warmteatlas, 2020

30

bronnen wordt warmte opgeslagen in de WKO, die uit de bodem wordt gehaald wanneer de warmte nodig is. De totale opslagcapaciteit van de bodem in Gouda is 1300 - 3200 TJ per jaar voor respectievelijk gesloten en open systemen.17 Dit betreft een eerste inschatting. De verwachting is dat dit in de praktijk lager uitvalt, omdat een WKO op sommige plaatsen ruimtelijk lastig in te passen is. De toekomstige koudevraag, ofwel de koelbehoefte, is in Gouda nog niet in kaart gebracht. Het voordeel van de WKO is dat het in warmte én koude voorziet. Wel vergt dit nadere uitwerking in een ruimtelijke visie voor de ondergrond. 4.2.3. Bronnen voor een warmtenet Warmtetransportsysteem Zuid-Holland Het Warmtetransportsysteem Zuid-Holland is een provinciebreed warmtenet in ontwikkeling. Dit net transporteert restwarmte van de industrie in de Rotterdamse haven en andere zeer grootschalige bronnen. Momenteel wordt gewerkt aan een integraal ontwerp van dit warmtetransportsysteem (door Gasunie, de provincie Zuid-Holland en het Ministerie van Economische Zaken). Het is zeer onzeker of hieruit warmte beschikbaar komt voor Gouda. Voor verschillende buurten die geschikt lijken voor een warmtenet, zou dit een goede optie kunnen zijn. Hierbij kan middelhoge tot hoge temperatuur warmte worden geleverd. Daardoor zou minder isolatie noodzakelijk zijn dan bij lage temperatuuroplossingen.

De kans is echter klein dat Gouda warmte zal kunnen afnemen van het warmtetransportsysteem Zuid-Holland. Daarom kan geconcludeerd worden dat de kans op aanleg van een hoge temperatuur warmtenet in Gouda klein is.

Thermische energie uit oppervlaktewater Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de zomer in de bodem worden opgeslagen (in combinatie met een WKO) en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. In Gouda zijn meerdere mogelijke bronnen voor aquathermie. De Hollandse IJssel heeft in principe de mogelijkheid om ca. 140 TJ18 warmte te leveren. De Gouwe kan in de spoorzone in ca. 35 TJ19 van de warmte voorzien. Net buiten de gemeentegrens liggen de Reeuwijkse Plassen. Deze plassen zouden Gouda van ca. 100-200 TJ20 warmte kunnen voorzien. De warmte uit oppervlaktewater kan naar een middentemperatuur verhoogd worden door middel van een warmtepomp. Dit kan zowel voor het hele warmtenet (collectief) of per woning (individueel). Hier is elektriciteit en ruimte voor nodig. De beste manier om thermische energie uit oppervlaktewater in te zetten, hangt sterk af van het aantal en het type gebouwen dat hiermee verwarmd wordt Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen In Gouda bevindt zich een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze ligt bij Stolwijkersluis. Het afvalwater dat hier gezuiverd wordt, is het hele jaar door warm genoeg om warmte uit te onttrekken. De restwarmtepotentie van deze installatie is ingeschat op 33 TJ21.

Met een (lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers.

Restwarmte bedrijven Bij industriële processen blijft soms warmte over die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte. Via een warmtenet kan deze warmte ingezet worden voor verwarming. In Gouda zijn twee bedrijven bekend met mogelijk toe te passen restwarmte: Carmeuse en Gouda Refractories. Deze bedrijven hebben respectievelijk 3 en 23 TJ warmte beschikbaar22. Om deze restwarmte in te kunnen zetten, moeten goede afspraken gemaakt worden met de bedrijven. Daarnaast heeft een aantal bedrijven in Gouda in potentie lage temperatuur restwarmte beschikbaar, tussen de 30 en 45°C. Dit zijn met name supermarkten. Hiervan is de precieze potentie niet bekend. Op kleine schaal kunnen deze lage temperatuur restwarmtebronnen relevant zijn voor bijvoorbeeld het regenereren van een WKO. Restwarmte koelen bedrijven (condenswarmte) In verschillende soorten bedrijven blijft restwarmte over door het koelen. Deze warmte heeft een lage temperatuur en is zeer lokaal beschikbaar. Deze warmte kan ‘s zomers in de bodem worden opgeslagen (WKO) en in de winter worden gebruikt om gebouwen te verwarmen. Voor de gehele gemeente wordt de restwarmte door koelen ingeschat op 60 TJ23. Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde. Vanaf 500 m tot 1 km wordt dit ‘ondiep’ genoemd.

Warmte die hieruit wordt geleverd is maximaal 50 °C. Van 1 tot 7 km wordt dit ‘diep’ of ‘ultradiep’ genoemd. Warmte die hieruit wordt geleverd kan oplopen tot 100°C. In Gouda is de potentie hiervan ingeschat op 24 TJ. Deze warmte bevindt zich

18 Bron: STOWA Aquathermie viewer, 2020. De hoogste potentie bevindt zich voor de Waaiersluis: hier is de IJssel een getijderivier met veel stroming. 19 Bron: DWA, Aquathermie Spoorzone Gouda, 2020 20 Bron: IF Technology, Haalbaarheid thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Bodegraven-Reeuwijk, 2020 21  Bron: STOWA Aquathermie viewer, 2020 22  Bron: Greenvis, Warmtetransitiepad Gouda, 2018 23 Bron: Modelmatige berekening op basis van pandfuncties (BAG) in combinatie met Greenvis kentallen, 2020

31

met name in het noordoosten van de gemeente.24 Het gaat hierbij om ondiepe geothermie (< 1 km). Deze aardwarmte levert lage temperatuur warmte van 30-40 °C. Eventueel kan deze warmte met een collectieve warmtepomp verhoogd worden tot middelhoge temperatuur. Het realiseren van een geothermiebron kent hoge investeringskosten. Voor het inzetten van deze aardwarmte is het daarom belangrijk dat er voldoende gebruikers zijn. Zonnewarmte op grote schaal Warmte uit zonnecollectoren kan voor grootschalige oplossingen worden ingezet. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een (meestal lage temperatuur) warmtenet verspreid. Het maximale potentieel voor zonnewarmte in een veldopstelling is ongeveer 10 TJ per hectare25. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Gezien het grote potentieel is dit echter wel interessant om te onderzoeken. Een inschatting van de potentie van zonnewarmte in Gouda is 110 TJ.

Piekketel Bij een warmtenet is vaak een piekketel nodig om panden efficiënt te kunnen verwarmen tijdens de koudste winterdagen. Verschillende energiebronnen kunnen daarvoor worden ingezet, zoals aardgas, biomassa, groen gas en elektriciteit. Gouda is geen voorstander van een warmtenet waarbij aardgas wordt gebruikt voor het leveren van piekvermogen. 4.2.4. Groen gas Biogas Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas. Dit zijn grondstoffen als vloeibare mest, GFT-afval en de bio-restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van Gouda is genoeg voor circa 20 TJ per jaar27. Biogas kan ook geïmporteerd worden uit andere gebieden, maar binnen Nederland is de beschikbaarheid zeer beperkt.

Biomassa (houtachtig) Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organisch materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Vele vormen van biomassa bestaan, maar de inzet van biomassa voor het verwarmen van woningen zal naar verwachting gering blijven. Dit heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van duurzaam beschikbare biomassa én de andere toepassingsmogelijkheden die biomassa heeft. De (theoretische) potentie voor de productie van warmte uit resthout en snoeiafval op het grondgebied van Gouda is geschat op 38 TJ per jaar26. 24 Bron: IF Technology, Potentiestudie geothermie Midden Holland, mei 2020 25 Bron: RVO Zonnevelden (2018); Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie 26  Bron: NP RES viewer, 2021 27  Bron: NP RES viewer, 2021

32

4.2.5.

Overzicht van alle warmtebronnen

Warmtebronnen

Potentie (TJ)

Temperatuur geleverde warmte

Beschikbaarheid warmte

Luchtwarmtepomp

Ruim

Laag, evt. midden

Overal; inpasbaarheid in de woning lokaal onderzoeken

Zonnewarmte op dak

Ruim

Laag, evt. midden

Overal; inpasbaarheid in de woning lokaal onderzoeken

Infraroodpanelen

Ruim

Laag

Overal; inpasbaarheid in de woning lokaal onderzoeken

Hollandse IJssel (TEO)

140

Laag

Locatie-afhankelijk, verder onderzoek nodig

Reeuwijkse Plassen (TEO)

100-200

Laag

Locatie-afhankelijk, verder onderzoek nodig

Gouwe (TEO)

35

Laag

Locatie-afhankelijk, verder onderzoek nodig

RWZI Stolwijkersluis (TEA)

33

Laag/midden

Verder onderzoek nodig

Carmeuse

3

Hoog/midden

Bedrijfsafhankelijk

Gouda Refractories

23

Hoog

Bedrijfsafhankelijk

Condenswarmte

60

Laag

Zeer lokaal inzetbaar

Warmte Transport Systeem Zuid-Holland

Onbekend

Hoog/midden

Afhankelijk van ontwikkelingen op provinciale niveau. Onzeker.

Geothermie

24

Laag/midden

Noordwestelijk deel van Gouda, verder onderzoek nodig

Zonnewarmte op veld

110

Laag, evt. midden

In velden/natuur, verder onderzoek nodig

Biogas

20

Hoog

Binnen gemeentegrenzen

Biomassa (houtachtig)

38

Hoog

Binnen gemeentegrenzen

Totale potentie omgevingsbronnen

590 - 690

n.v.t

n.v.t

Tabel 2 Overzicht warmtebronnen in Gouda

33

Inzet waterstof, groen gas en biomassa Over de inzet van waterstof, groen gas en biomassa is landelijk veel discussie. Het lijken eenvoudige oplossingen, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de leidingen nodig zijn. Helaas kleven nadelen en beperkingen aan het gebruik ervan. De productie van waterstof vergt zeer veel elektriciteit. Deze elektriciteit wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas geproduceerd. Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. Groen gas en biomassa zijn niet ruim voorhanden. Daarnaast zijn waterstof, groen gas en biomassa bij uitstek geschikt om hoge temperaturen warmte te leveren. Het is dan ook het meest logisch om deze in te zetten waar ook echt een hogere temperatuur warmte nodig is. Voor bepaalde sectoren is dit essentieel, bijvoorbeeld voor proceswarmte voor de industrie. Ook kan waterstof een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer hier meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Het verwarmen van woningen met waterstof ligt minder voor de hand. Uitgangspunt Gouda pelletkachels en biomassa: Het structureel toepassen van pelletkachels en biomassa wordt niet gezien als voorkeursoplossing.

Deze vormen van warmte dragen vooralsnog niet bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit en ook niet aan vermindering van de CO2-uitstoot. Uitgangspunt Gouda waterstof en groen gas: Toepassing van waterstof en groen gas en onderzoek naar de toepassing ervan in woningen is nog volop in ontwikkeling. Daarom wordt in deze eerste TVW de keuze gemaakt om niet op korte termijn op deze opties in te zetten en eerst de ontwikkelingen af te wachten.

34

Infographic 4: waterstofladder

35

5. Warmtevoorziening: kansen in 2040 De warmtevraag en de beschikbare warmtebronnen zijn in de vorige hoofdstukken voor Gouda in kaart gebracht. In dit hoofdstuk komt alle informatie samen en wordt een start gemaakt met het op elkaar aansluiten van de warmtebronnen en de warmtevraag. Anders gezegd: welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek? Deze paragraaf kijkt “door de oogharen” naar een mogelijk eindplaatje voor 2040. Niet om dit eindplaatje nu vast te leggen, maar om zeker te stellen dat de keuzes voor de eerste buurten goed in een totaalbeeld voor Gouda passen. Voor bijna elke buurt is meer dan één scenario beschikbaar. Nieuwe ontwikkelingen kunnen

daarnaast leiden tot nieuwe inzichten. Het eindbeeld zal daarom (net als de TVW) minimaal elke vijf jaar worden geactualiseerd, om zo leerervaringen en ontwikkelingen te kunnen verwerken.

5.1.

Figuur 9 Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2040).

36

Woonwijken

Welke warmtevoorziening het meest geschikt is, is te zien in Figuur 9. Deze kaart is gebaseerd op de warmteprofielen (Figuur 7) en de warmtedichtheid (Figuur 8). De resultaten van de eerste technisch-economische analyse (Bijlage H) zijn ook meegenomen. Op de kaart staan de volgende zones: Individuele of klein-collectieve oplossingen In gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid zijn oplossingen per woning het meest aantrekkelijk. Hier staan bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen. Een warmtenet is daarom al snel te kostbaar om aan te leggen. De huizen liggen namelijk ver uit elkaar. Als de woningen redelijk geïsoleerd zijn of kunnen worden (de groene en oranje gebieden in Figuur 7), is bijvoorbeeld een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen. Kansrijk voor warmtenet In de oranje gebieden is op basis van de huidige onderzoeken een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. De warmtevraag per oppervlakte is hoog (zie Figuur 8) en/of er is een warmtebron in de buurt . In deze gebieden zullen met een haalbaarheidsonderzoek de mogelijkheden van een warmtenet verder onderzocht worden.

Individueel of warmtenet In oranje-grijs gearceerde gebieden geven de huidige onderzoeken nog geen eenduidige oplossing. Als “meest rendabele oplossing” liggen hier individuele oplossingen en een warmtenet erg dicht bij elkaar. In deze gebieden moet meer gedetailleerd onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen én de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een koppelkans zijn om

een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten. Afhankelijk van het precieze ontwerp van een warmtenet en de wens van de inwoners zullen deze gebieden dan eventueel ook aangesloten worden op het warmtenet. Individueel of groen gas In een aantal buurten is de bebouwingsdichtheid laag. Daardoor is een warmtenet weinig kansrijk. Tegelijkertijd staan er veel oudere woningen en monumenten. Deze hebben waarschijnlijk ook in de toekomst een hogere temperatuur warmteafgifte nodig (zie ook de rode gebieden in Figuur 8). Dat maakt de toepassing van warmtepompen lastig. De woningen moeten dan eerst voldoende geïsoleerd worden. Voor vrijstaande woningen is dat kostbaar. In deze woningen zijn immers aan vier kanten muren te isoleren. Anderzijds is de energierekening nu vaak hoog. Daardoor verdienen maatregelen zich makkelijker terug. In de buurtaanpak wordt bekeken of in deze buurten wordt ingezet op vergaande isolatie en warmtepompen, of dat er wellicht aan groen gas (waterstof of biogas) gedacht moet worden. Omdat groen gas slechts zeer beperkt beschikbaar is binnen Nederland, zullen zoveel mogelijk woningen een individuele elektrische oplossing krijgen. Een hybride oplossing (een warmtepomp die op koude dagen de groengasketel laat bijspringen) is voor deze woningen eventueel een oplossing.

Warmtenet of groen gas Voor Kort Haarlem/Kadenbuurt geldt dat hier een hoge of, na isolatie, middentemperatuur warmtevraag blijft door de oude bebouwing. Daarnaast is een warmtenet technisch gezien kansrijk door de hoge concentratie van de warmtevraag. De vraag is echter of een goede warmtebron te vinden is, die het warmtenet van deze hoge temperatuur warmte kan voorzien. Indien na isolatie middentemperatuur onvoldoende blijkt te zijn moet wellicht gekeken worden naar groen gas. Ook hier geldt, gezien de zeer beperkte beschikbaarheid van groen gas binnen

37

Nederland, dat maximaal zal worden ingezet op isoleren en besparen om de vraag zoveel mogelijk naar beneden te brengen. Aandeel woningen per warmtevoorziening: Oplossingsrichting

Percentage woningequivalent28

Individueel/klein-collectief

18%

Warmtenet kansrijk

36%

Individueel of groen gas

13%

Individueel of warmtenet

33%

5.2.

Bedrijven en kantoren

Bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren gaan gelijk op met de rest van de buurt. Zij krijgen hetzelfde warmtealternatief als de woningen. Voor bedrijventerreinen, industrieterreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig om tot een warmtealternatief te komen. Het doel is om in de warmtetransitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds) ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf.

Tabel 3 Aandeel woningen per oplossingsrichting in Gouda

Overzicht per buurt: In de Bijlage F worden per buurt de mogelijke warmteoplossingen beschreven. De gebieden komen niet overeen met CBS-buurten, maar zijn gekozen op basis van veel gelijkvormige pandtypen/ bouwjaren en vergelijkbare oplossingsrichtingen.

5.2.1. Bedrijventerreinen Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden. Opslagloodsen hebben bijvoorbeeld meestal weinig verwarming nodig. Daarnaast is er naast warmte vaak een koelbehoefte op een bedrijventerrein. Het is handig deze warmte,- én koudevraag

Figuur 10 Bedrijventerreinen Gouda.

28 Hierbij zijn bedrijfspanden omgerekend naar woningequivalenten, waarbij 130 m2 oppervlakte gelijkstaat aan één woningequivalent. Elke woning telt ook als woningequivalent.

38

samen in kaart te brengen. Bedrijventerreinen vragen daarom om maatwerk. Een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken, is nodig. Daarin zijn een paar belangrijke overwegingen te maken: • Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen. Dit is bijvoorbeeld het geval als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. • Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. • Een lage temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en warmte en koude op lage temperatuur uitgewisseld kunnen worden.

5.3. Toetsing aan andere technisch-economische analyses Na de eerste analyse ontstaat een globaal beeld van de gewenste warmtevoorziening voor de woningen en bedrijven. De berekening uit de Leidraad Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBS-buurt heel verschillende huizen kunnen staan, wordt in de analyse hierboven (Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. De analyses kunnen hierdoor op punten van elkaar afwijken. Voor Gouda zijn ook nog andere rekenmodellen toegepast. Een uitgebreide vergelijking tussen de verschillende uitkomsten is te vinden in Bijlage D. Voor de verkenningsbuurten zijn kosten en technische alternatieven in meer detail doorgerekend. Deze zijn te vinden in Bijlage H.

Details per bedrijventerrein zijn terug te vinden in Bijlage F – Buurtoverzicht en handelingspers­ pectief. 5.2.2. Kantorengebied Kantoren hebben over het algemeen een hogere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt. Warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken. Een ordening in de warmte- en koude-bronnen is namelijk belangrijk. Daarmee wordt interferentie voorkomen.

39

6. Welke buurt wordt wanneer aardgasvrij? Dit hoofdstuk beschrijft het tijdpad voor het aardgasvrij worden van de wijken/buurten in Gouda. Hierin staat in welke buurten op korte termijn kan worden gestart met verder onderzoek naar aardgasvrije alternatieven. Ook wordt aangegeven welke buurten op middellange en lange termijn aan de beurt kunnen komen. Zo kunnen bewoners, ondernemers, bedrijven, woningbouwcorporaties en de netbeheerder hun investeringen afstemmen op het tijdpad. De planning in dit hoofdstuk is een globale planning. Er blijft altijd ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven en ondernemers. Daarnaast geldt dat het voor iedereen belangrijk is om aan de slag te gaan met isolatie. Isolatie is in alle wijken en bij alle toekomstige warmteopties interessant. Het streven is dat in 2025 alle buurten in Gouda duidelijkheid hebben over welk warmtealternatief in die buurt het meest kansrijk is, zodat bewoners de juiste stappen kunnen gaan nemen. Eerst is voor de hele gemeente in kaart gebracht hoe diverse clusters scoren op de verschillende selectiecriteria. De volledige multi-criteria-analyse is te vinden in Bijlage E. In een uitgebreid traject van circa 6 maanden is met woningbouwcorporaties, buurtvertegenwoordigers, de netbeheerder

Figuur 11: Keuzeproces van de verkenningsblokken in Gouda

40

en andere belanghebbenden in een trechterend proces (Figuur 11) steeds verder ingezoomd op de meest geschikte verkenningsbuurten. Criteria keuze verkenningsbuurten Zie Hoofdstuk 3 Aanwezigheid buurtinitiatief Contracteerbaarheid (woningbouw-, gemeentebezit of grote warmtevragers) Onderhoud woningbouw Gevolgen eindgebruikers (kosten, comfort, …)

In de verkenningsbuurten (zie Figuur 12) nam de gemeente een enquête af. Daarin is onder andere opgehaald hoe bewoners tegenover het wonen in een verkenningsbuurt staan. Een overzicht van de enquêteresultaten is opgenomen in Bijlage A. Ook is een eerste technisch-economische verkenningsstudie uitgevoerd (zie Bijlage H) en is in elke verkenningsbuurt een bewonersavond georganiseerd. Op basis van de uitkomsten van de verkenning en de reacties van bewoners en andere belanghebbenden zijn de verkenningsbuurten verder afgebakend. Aan het einde van het proces is een analyse van de verkenningsbuurten gemaakt op basis van draagvlak, natuurlijke momenten, leereffect voor de gemeente en de resultaten van de technisch-economische verkenningsstudie. Ook de contactpersonen uit de verkenningsbuurten droegen aan deze analyse bij. Zij gaven hun visie op hun buurt naar aanleiding van de door hen georganiseerde bijeenkomsten en in de buurt uitgevoerde eigen enquêtes.

Verkenningsstudie Voor de verschillende verkenningsbuurten is een doorrekening gemaakt van de duurzame verwarmingstechnieken en de kosten daarvan. Hierin is grofweg gekeken naar het verschil tussen een warmtenet en een individuele warmtepomp. De focus lag hierbij op de totale kosten voor de wijk als geheel. De exacte kosten voor een individuele bewoner zijn nog sterk afhankelijk van diverse keuzes, en worden in een latere haalbaarheidsstudie berekend. Voor nu lag de focus op de kosten ten opzichte van de aardgasreferentie en het zoeken naar de oplossing met de laagste kosten per gebied. Daarbij werd gerekend over de komende 30 jaar. De doorrekening is uitgevoerd volgens de in het Klimaatakkoord gemaakte afspraken. Zie Bijlage H voor de details hiervan.

Figuur 12. Verkenningsbuurten Gouda

41

Deze analyse leidde tot de in Figuur 13 weergegeven fasering. Deze fasering is in lijn met het Klimaatakkoorddoel van 2030 (min. 20% van de huidige woningvoorraad – 6.900 woningen – verduurzaamd en/of aardgasvrij) en het doel van Gouda om in 2040 aardgasvrij te zijn. In Paragraaf 6.1 t/m 6.5 wordt over de verschillende buurten meer informatie gegeven.

Figuur 13. Tijdpad voor het aardgasvrij maken van de buurten in Gouda

42

Verkenningsblokken/ Korte termijn (vanaf 2022) In deze buurten lijkt het op kortere termijn mogelijk om aardgasvrij te worden. Daarom start in deze buurten voor 2025 verder onderzoek. Hierbij staat de haalbaarheid (technisch en financieel) en de samenwerking met bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. Benadrukt wordt dat in deze buurten wordt gestart met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt aardgasvrij wordt. Middellange termijn (vanaf 2025) In deze gebieden zijn kansen of ontwikkelingen waar de gemeente, samen met belanghebbenden, tijdig op wil inspelen. Dit gebeurt niet direct. Het kan gaan om onderhoud aan aardgasleidingen, onderhoud en verbeteringen door woningbouwcorporaties, andere buurtontwikkelingen, of kansen voor de aanleg van een warmtenet of het aansluiten daarop.

verbouwing of verhuizing. Alleen als zich bijzondere situaties voordoen zal hiervan in overleg met alle betrokkenen afgeweken worden. Om de doelstellingen te kunnen halen is het van belang om direct in 2022 te starten. Advies: start zo snel mogelijk met isoleren Het advies aan inwoners is om zo snel mogelijk te starten met isoleren. Of de woning nu in een verkenningsblok staat, in een wijk waar een warmtenet interessant lijkt, of waar als laatste de stap naar aardgasvrij wordt gezet: isoleren is altijd een slimme eerste stap. De energierekening wordt blijvend lager (ook als men later op een warmtenet aansluit), het comfort van de woning stijgt en de impact op het klimaat daalt. Veel isolatiemaatregelen zijn financieel aantrekkelijk. Bovendien wordt aardgas in de komende jaren duurder.

Lange termijn (vanaf 2030) Sommige buurten, waaronder het centrum van Gouda, zijn technisch lastig aardgasvrij te maken. Het gaat hierbij deels om (zeer) oude gebouwen. Daarbij speelt mee dat het in het centrum druk is in de ondergrond. Omdat het met de huidige warmtetechnieken lastig is om een dergelijke buurt aardgasvrij te maken, is deze buurt als laatste aan de beurt. Ook voor buurten waar zich in de komende periode geen natuurlijk moment aandient om aan de slag te gaan, zal op de lange termijn opnieuw gekeken worden welke duurzame warmtevoorziening het beste past.

6.1.

Korte termijn/verkenningsblokken (vanaf 2022)

Natuurlijk tempo (2022-2040) Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente wil bewoners en ondernemers hier de tijd voor geven die zij nodig hebben. Daarom kiest ze voor de benaming “natuurlijk tempo”. Niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment. Dit kan bijvoorbeeld bij een

Wat gaat er gebeuren? In de verkenningsblokken zal begin 2022 worden gestart met het opstellen van een plan van aanpak om tot een wijkuitvoeringsplan (WUP) te komen. Dit plan van aanpak wordt met de actieve buurtbewoners opgesteld en zal ook een uitwerking van de participatie bevatten. Dit wordt nader beschreven in Paragraaf 7.3. De

Er wordt als eerste gestart met verdere verkenning in twee verkenningsblokken in 2022: 1a. Plaswijck Kern 1b. Middenwillens West Daarna wordt overwogen om de verkenning te starten in: 2. (Een deel van) Sportbuurt & Molenbuurt Het startmoment voor verdere verkenning in deze buurt is niet vastgesteld.

43

eerste stap in het plan van aanpak is een nadere verkenning naar de mogelijke warmteoplossing. De haalbaarheid en financiële gevolgen (ook individuele kosten voor bewoners) van diverse opties worden ook doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners en ondernemers een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn. Deze buurten worden pas startbuurten bij gedragen overeenstemming van de meerderheid van betrokkenen over de kosten, de betaalbaarheid, de wijze van financiering en de benodigde technische inpassingen in de openbare ruimte en in de panden. De blokgrenzen zoals aangegeven in Figuur 13 zijn indicatief: de afbakening wordt in de verdere verkenning verfijnd. Waarom? Voor Plaswijck Kern geldt dat in dit deel van de wijk in de komende jaren veel gaat gebeuren. Zo gaat woningcorporatie Woonpartners binnen enkele jaren aan de slag met verduurzaming van de woningen aan de Lekkenburg. Ook bij Mozaïek Wonen staan in De Hoef- en Veldbuurt de komende jaren renovaties op de planning. In de

Figuur 14 Fasering warmtetransitie Plaswijck: ligging verkenningsblok

44

openbare ruimte wordt herinrichting van diverse straten verwacht (Ridder van Catsweg, Burg. Van Reenensingel), waarmee werkzaamheden eventueel gecombineerd kunnen worden. Verder lijkt betrokkenheid en draagvlak onder bewoners voldoende. Uit de enquête bleek bijna de helft van de bewoners van Plaswijck positief tot zeer positief te zijn. Daarnaast is voor vijf ‘Samen aardgasvrij Gouda’-projecten subsidie verleend in deze buurt. Uit een eerste studie lijken alternatieven voor aardgas tegen relatief lage kosten te kunnen worden doorgevoerd. Vanwege de hoge concentratie van de warmtevraag in het verkenningsblok (zie Figuur 14 voor afbakening) is onderzoek naar de aanleg van een warmtenet, aangesloten op de naastliggende aquathermie bron, hier zinvol. Deze optie zal worden vergeleken met andere alternatieven zoals een individuele warmtepomp. In de fasering is het zinvol om eerst te beginnen met het meest dichtbebouwde cluster rond het winkelcentrum en rond de Mammoet (de zogenoemde “Plaswijck Kern”). Daar is de kans op een warmtenet het grootst. Als een warmtenet in

dit deel van Plaswijck haalbaar is, kan gekeken worden of andere delen van Plaswijck kunnen aansluiten. In Middenwillens West staan woningen met bouwjaren rond 2005. Deze woningen zijn al goed geïsoleerd. Ook het vervangmoment van de cv-ketel komt hier dichterbij. Individuele of kleine collectieve all-electric oplossingen liggen voor de hand in dit cluster. De verwachting is dat dit relatief eenvoudig kan en geen grootschalige (schil)renovaties in de woningen nodig zijn. Hier wordt in samenwerking met bewonersinitiatief Energie uit Achterwillens en de betrokken VvE’s verder onderzoek gedaan naar ondersteuning van inwoners. Dat kan bijvoorbeeld bij het (gezamenlijk) inkopen van individuele aardgasvrije alternatieven, zoals warmtepompen. Mozaïek Wonen heeft in de Sportbuurt en Molenbuurt rond 2025 diverse verduurzamingsplannen op de planning. Dit geldt voor de woningen aan de Marathonlaan, het Olympiadeplein en de Middenmolenlaan. Aan de Middenmolenlaan staan ook werkzaamheden in de openbare ruimte gepland. Bewoners in de Sportbuurt en Molenbuurt zijn actief in de energietransitie. Hier zijn twee actieve wijkteams (Oost en Goverwelle) en diverse kleine initiatieven. Omdat de warmtevraagdichtheid in de Sportbuurt en Molenbuurt hoog is, is onderzoek naar een warmtenet hier interessant.

Uit de eerste verkennigsstudie blijkt dat de verwachte kosten hiervoor relatief laag zijn in vergelijking met andere buurten. De inzichten uit de haalbaarheidsstudie voor een warmtenet Aquathermie in het verkenningsblok “Plaswijck Kern” zullen ook nuttig zijn om de oplossingsrichting in deze buurt te verfijnen. De gemeente wil in ieder geval intensief blijven samenwerken met de lokale bewonersorganisatie in het kader van een buurtisolatieprogramma.

6.2.

 uurten op natuurlijk tempo (2022B 2040)

Buurten op natuurlijk tempo zijn: Middenwillens, de Goudse Hout, de Grassen- en Waterbuurt, Westergouwe, delen van Nieuwe Park en Ouwe Gouwe en de stroken bebouwing langs de IJssel en richting Stolwijk. De bedrijventerreinen zijn ook op een natuurlijk tempo ingeschat. Waarom deze buurten op een natuurlijk tempo? Deze buurten hebben een lage bebouwingsdichtheid, met relatief veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Vaak zit in deze buurten daarnaast een hoge verscheidenheid in typologie en bouwjaar. Een buurtaanpak biedt hier weinig voordelen; pandeigenaren kunnen het best aan de slag met een zelfgekozen oplossing op natuurlijke momenten. Hetzelfde geldt vaak voor de bedrijventerreinen waar elke pand een aanpak op maat vergt. Voor deze aanpak wordt een gemeentebrede aanpak ontwikkeld (zie Hoofdstuk 7). Wanneer? In deze buurten wordt gekozen voor een geleidelijk tempo. Niet het hele gebied tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, zoals een verbouwing of verhuizing. De gemeente wil bewoners en ondernemers hier ruim de tijd voor geven. Daarom is de einddatum op 2040 gezet. Dat lijkt lang, maar in een periode van 20 jaar komt bij veel bewoners maar één keer een echt groot ‘natuurlijk moment’ voor om de woning aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken.

Bewoners worden daarom gestimuleerd om verhuizingen, verbouwingen en opknapwerkzaamheden (ook binnenshuis) daadwerkelijk te benutten om de woning (stapsgewijs) aardgasvrij te maken. Daarom wordt zodra de TVW klaar is, gestart met voorlichting aan bewoners. Welke warmtevoorziening? In deze buurten liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of WKO voor utiliteit,

45

het meest voor de hand (zie Hoofdstuk 5). Bij individuele oplossingen zullen bewoners en ondernemers op verschillende momenten van het aardgas af gaan. Dat heeft een aantal voordelen: energiemaatregelen meenemen als er toch verbouwd wordt, scheelt gedoe en kosten. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt er daarnaast voor dat investeringen verdeeld worden over meerdere jaren.

6.3.

Middellange termijn (vanaf 2025)

Op de middellange termijn volgen Kort Haarlem, de Kadenbuurt, de Spoorzone, de Korte Akkeren, Bloemendaal, Slagenbuurt, Achterwillenseweg en delen van Plaswijck (Lusten-, Burgen-, Steinen-, Hoeven- en Wervenbuurt). Waarom deze buurten op de middellange termijn? Voor de buurten op middellange termijn wordt enkele jaren na de verkenningsblokken gestart met verder onderzoek. Voor sommige buurten kan dit betekenen dat zij aansluiten op de oplossing die voor de verkenningsblokken wordt gekozen. Zo is het denkbaar dat delen van Plaswijck aansluiten op een eventueel warmtenet.

Figuur 15 Woningen aan de Burgemeester Martenssingel in Kort Haarlem

De buurten Kort Haarlem en Kadenbuurt zijn in het voorjaar 2021 aangewezen als verkenningsbuurt. Door een aantal factoren bleken deze buurten meer in aanmerking te komen voor een plek op de middellange termijn. Een deel van de geplande “natuurlijke momenten” (groot onderhoud corporatie) kwam namelijk te vroeg om op in te kunnen spelen. Ook het aandeel

46

vooroorlogse panden maakt dat de opgave waarschijnlijk toch complexer zal worden dan eerst werd verwacht. Verder bleek tijdens de eerste verkenningsfase relatief veel weerstand in de wijk te ontstaan. Zo werd onder meer een petitie met een handtekeningenlijst aangeboden aan de wethouder. Daarin stond een aantal argumenten om nog niet te starten in deze buurt. De gemeente wil in ieder geval intensief blijven samenwerken met de lokale bewonersorganisatie in het kader van een buurtisolatieprogramma. In Korte Akkeren zijn verschillende renovaties in de openbare ruimte en door de woningcorporaties gepland. Een nieuwe warmtevoorziening kan afgestemd worden op deze plannen. Voor de haalbaarheid van een warmtenet in Korte Akkeren zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden van het benutten van restwarmte van de industrie op Kromme Gouwe. Voor delen van Korte Akkeren, Bloemendaal, de Slagenbuurt en het Stationsgebied lijkt een warmtenet een optie te zijn. Hiervoor kan wellicht lering worden getrokken uit ervaringen met warmtenetten in de verkenningsblokken. Wanneer? Vanaf 2025 wordt gestart met de verkenningen in deze buurten. Ook hierin zal een fasering worden aangebracht. Niet alle buurten zullen tegelijk worden onderzocht. Het is ook mogelijk dat (delen van) sommige buurten opschuiven in de planning. Deze worden dan bijvoorbeeld naar de lange termijn doorgeschoven.

Uitvoering van de plannen in de middellange termijnbuurten zal tot circa 2035 duren. Welke warmtevoorziening? Vanaf 2025 wordt voor elke buurt een wijkuitvoeringsplan gemaakt. Hierin wordt onderzocht welke warmtevoorziening het beste past. De haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners, ondernemers en andere belang-

hebbenden een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn.

heid over is, wordt een verkenning voor deze buurten ingezet.

De komende jaren (tot 2025) worden bewoners en ondernemers geïnformeerd over de stappen die zij kunnen nemen om hun woning te verduurzamen als voorbereiding op de overstap naar aardgasvrij.

Voor delen van Goverwelle geldt dat hier voor de meeste bewoners pas op de langere termijn een natuurlijk moment in beeld komt om de woning (grondig) te renoveren.

6.4.

Lange termijn (vanaf 2030)

De buurten Binnenstad, de Bloemendaalseweg, de Voorwillenseweg, de Wethouder Venteweg, Stolwijkersluis, Kromme Gouwe Oost en delen van Goverwelle zijn als laatste aan de beurt.

Wanneer? Tenzij nieuwe (nog onvoorziene) ontwikkelingen zich voordoen, wordt in deze buurten vanaf 2030 gestart met een gedetailleerd onderzoek en het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Uiterlijk 2040 zullen de laatste buurten van het aardgas afgekoppeld kunnen worden. Welke warmtevoorziening? In deze buurten staan veel oude panden. Voordat besloten wordt welke warmtevoorziening hier komt, worden technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten afgewacht. Voor Goverwelle wordt het natuurlijke moment van verduurzaming van de woningen afgewacht.

Figuur 16 Historische woning aan de Bloemendaalseweg

Waarom deze buurten op de lange termijn aanpakken? De Goudse binnenstad is erg gemengd: de bouwjaren zijn divers en er staan winkels, bedrijven, voorzieningen en woningen. Veel oude gebouwen en monumenten zijn lastig te verduurzamen. Ook aan de Bloemendaalseweg, de Voorwillenseweg en in Stolwijkersluis staan veel oude woningen. Deze woningen zullen ook in de toekomst een hoge temperatuur warmtevraag houden. Dit maakt het lastig om nu al te bepalen wat de beste duurzame techniek is. Daarom worden verdere technologische ontwikkelingen afgewacht. Mogelijk is duurzaam gas (waterstof of biogas) hier een geschikte oplossing, maar het is op dit moment niet te zeggen of daar op termijn in Nederland voldoende van beschikbaar komt. Pas als daar meer duidelijk-

Nu beginnen loont Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Hoewel de uitfasering van aardgas in deze buurten verder weg in de tijd ligt, moeten verbouwingsmomenten in de lastig te isoleren panden met twee handen worden aangrepen.

6.5.

Bedrijventerreinen

Het in het hierboven genoemde tijdspad per buurt geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de buurten gevestigd zijn. Zij gaan mee in de transitie van de buurt waarin ze liggen. Verspreid over de gemeente liggen daarnaast ook een paar bedrijventerreinen (zie Figuur 10). Op bedrijventerrein Gouwespoor is in 2021 gestart met een haalbaarheidsonderzoek naar

47

Figuur 17 Bedrijventerrein Gouwespoor

verduurzaming. Deze verkenning is een gezamenlijk initiatief van DPG, de gemeente en bedrijvenvereniging Gouwespoor. Hier is gekeken naar de huidige situatie en het energieverbruik van diverse bedrijven. Diverse duurzame oplossingsrichtingen worden verkend en uitgewerkt in het onderzoek. De uitkomsten waren nog niet beschikbaar bij het opstellen van deze TVW. Voor de overige bedrijventerreinen wil de gemeente zoveel mogelijk aansluiten op ambities van ondernemers en de herontwikkeling

48

van bedrijventerreinen. Zo wordt op Goudse Poort een herinrichting en herstructurering van kantoorpanden verwacht. Verduurzaming van de warmtevoorziening kan hierop aansluiten. Kromme Gouwe Oost kan op termijn transformeren naar een gemengd hoogstedelijk woonwerk milieu. Dat is een logisch moment om ook te kijken naar een alternatieve warmtevoorziening. Mede omdat nu nog niet bekend is of en wanneer deze plannen worden uitgewerkt, is het nog niet logisch om naar een warmteoplossing te kijken. Indien ontwikkelingen zich in wijken dichtbij bedrijventerreinen voordoen, zal de gemeente overwegen om ook het nabijgelegen bedrijventerrein te betrekken. Anderzijds nodigt de gemeente bedrijventerreinen en ondernemersverenigingen uit om zich te melden zodra er plannen of ambities zijn om het terrein te moderniseren of te verduurzamen.

7. Uitvoeringsstrategie De komende jaren worden de eerste stappen gezet om uiteindelijk in 2040 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet.

Figuur 18 Uitvoeringsstrategie Gouda Aardgasvrij 2040

Overkoepelend doel: Gouda CO2-neutraal en aardgasvrij in 2040 De ambitie van Gemeente Gouda is om in 2040 CO2-neutraal en aardgasvrij te zijn. Dit betekent, uitgaande van 2024 als startpunt voor de grootschalige uitvoering, dat gemiddeld 2.300 bestaande woningequivalenten29 per jaar (bestaande woningbouw) aardgasvrij moeten worden gemaakt tot en met 2040. Dat zal niet lineair gebeuren en hoeft ook niet in één keer te gebeuren; door de groeiende ervaring kunnen steeds meer woningen worden aangepakt,. In de meest buurten van Gouda is isolatie en/of de installatie van een hybride warmtepomp een eerste slimme stap. Gemeente Gouda hanteert een aantal randvoorwaarden op basis van haar overkoepelende uitgangspunten om de doelstellingen van 2040 te halen (zie Paragraaf 7.1).

Het is belangrijk om te beseffen dat een gemeentebrede aanpak op zichzelf niet genoeg zal zijn om CO2-neutraal en aardgasvrij in 2040 te worden. De verwachte warmtebesparing met rendabele maatregelen voor de bestaande woningen is 24% in 2040. Voor de bestaande utiliteitsbouw is dit 30% in 2040 (zie Hoofdstuk 4). Zelfs met extra inspanning vanuit bewoners, ondernemers, bedrijven, gemeente en Rijk kunnen de twee doelen van de warmtetransitie in Gouda niet worden bereikt door alleen isolatiemaatregelen te nemen. Gouda zet in op twee aanpakken: • Gemeentebrede aanpak: het voorbereiden van de bebouwde omgeving op aardgasvrij door isoleren, besparen en tussenoplossingen, zoals de hybride warmtepomp, te stimuleren. Voor de buurten op natuurlijk tempo geldt hierbij ook het stimuleren van de laatste stap naar volledig aardgasvrij.

29 Woningequivalent: 130 m2 gebouwoppervlakte staat gelijk aan één woningequivalent. Elke woning telt ook als woningequivalent.

49

• Aanpak verkenningsblokken (wijkgerichte aanpak): op buurtniveau een “wijkuitvoeringsplan” opstellen om de concrete overstap naar aardgasvrij samen met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden te organiseren. Hoe Gouda de komende jaren aan de slag gaat, wordt beschreven in de uitvoeringsstrategie. Deze is opgesplitst in de volgende onderdelen: Programmaonderdeel

Toelichting

1. Gemeentebrede aanpak

De gemeente ondersteunt bewoners die hun huis willen verduurzamen met een breed pakket aan maatregelen. Zo worden alvast de voorbereidingen getroffen richting aardgasvrij. Daarnaast worden plannen per buurt gefaseerd ontwikkeld. Zie Paragraaf 7.2

2. Aanpak verkenningsblokken

In de verkenningsblokken wordt in samenwerking met inwoners en lokale partijen een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Zie Paragraaf 7.3

3. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed

Bedrijfspanden, bedrijventerreinen, utiliteitbouw en maatschappelijk vastgoed vergen een aanpak op maat. Zie Paragraaf 7.4

4. Regie op collectieve bronnen

Als voor warmtenetten wordt gekozen, moeten lokale en (boven) regionale warmtebronnen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Zie Paragraaf 7.5

5. Participatie en communicatie

Bij de uitvoering van de warmtetransitie is het de bedoeling dat betrokkenen partners worden. Daarom wordt de uitwerking van de participatie en communicatie samen met de partners vormgegeven in een aparte communicatie- en participatiestrategie. Zie Paragraaf 7.6 Deze wordt tegelijk met de TVW aan de raad voorgelegd voor besluitvorming.

6. Governance en doorontwikkeling TVW

Nieuwe inzichten worden verwerkt in de TVW zodra deze zich voordoen. De TVW wordt minimaal iedere 5 jaar geactualiseerd. In de tussentijd blijft de gemeente met alle betrokkenen in gesprek. Ieder partij krijgt hierin een specifieke rol. Zie Paragraaf 7.7

50

De vijfde Transitietafel Op 23 april 2021 vond de vijfde Goudse Transitietafel Energie plaats. Zo’n 40 stakeholders gingen in gesprek over de vraag: “Wat zijn de randvoorwaarden bij de warmtetransitie?” Hierin blikten we samen terug vanuit een duurzame, aardgasvrije gemeente in 2040. Kennelijk waren de juiste stappen op de juiste wijze gezet: het was gelukt! Deze visualisatie vanuit de toekomst gaf heldere inzichten en aanknopingspunten. Daarmee scherpten we de randvoorwaarden in de vorm van stellingen aan. Deze uitkomsten zijn vervolgens verwerkt in gesprekken met de regiegroep en uiteindelijk in de hier beschreven uitgangspunten. “Samen doen” en inzetten op het betrekken van iedereen was ook bij deze Transitietafel Energie de sleutel tot succes. De ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en Energieco peratie Gouda zet dit streven kracht bij.

7.1.

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Gemeente Gouda hanteert vier algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie (zie Hoofdstuk 3). In de uitvoeringsstrategie wordt de onderstaande invulling gegeven aan deze uitgangspunten. De warmtetransitie is een proces dat we samen doen • De gedetailleerde uitvoeringsplannen per buurt worden samen met bewoners en andere betrokkenen ontwikkeld in zogenoemde wijkuitvoeringsplannen. • Bij de warmtetransitie worden alle partijen betrokken, waaronder bewoners, ondernemers,

de marktpartij (aannemers en installateurs), de netbeheerders, de pandeigenaren (waaronder de woningcorporaties) en de hoogheemraadschappen (zie par 7.6 Governance). Plannen voor de toekomst worden in samenspraak ontwikkeld. • De ontwikkeling van lokale energiecoöperaties zal een belangrijke pijler van de warmtetransitie zijn. Dit zorgt ervoor dat bewoners en ondernemers (deels) eigenaar en/of beheerder van hun eigen collectieve warmtesysteem worden. In de warmtetransitie moet iedereen mee kunnen • De transitie moet in ieder geval voor iedereen betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit30 is

30 Met woonlastenneutraliteit wordt bedoeld dat de financieringskosten of huurverhoging als gevolg van energiebesparende maatregelen gelijk is aan of lager dan de besparing op de energiekosten. 51

nadrukkelijk het streven. • Inwoners krijgen ruim van tevoren te weten op welk moment de aardgasaansluiting wordt afgekoppeld. • Het handelingsperspectief en de begeleiding (de zogenoemde ‘wijkarrangementen’) zijn specifiek voor elke doelgroep. VvE’s, bedrijfsgebouweigenaren en ondernemers, eigenaar-bewoners van vrijstaande woningen, eigenaren van rijtjeshuizen, sociale huurders en huurders in de particuliere sector hebben elk een eigen perspectief en begeleiding nodig. • Investeringen moeten zo efficiënt mogelijk worden gedaan om kapitaalvernietiging te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door stapsgewijs te investeren, investeringen in gebouw en infrastructuur te combineren of door natuurlijke momenten optimaal te benutten. • De keuzevrijheid in techniek om aardgasvrij te worden, wordt gehandhaafd. Dat betekent dat gebouweigenaren altijd zelf kunnen kiezen wat het alternatief voor aardgas wordt. De aangegeven oplossingsrichtingen in deze TVW worden op geen enkele wijze verplicht gemaakt. Wel moet iedereen uiteindelijk aardgasvrij worden. De warmtetransitie is een technisch én sociaal proces • De uitvoering van de TVW krijgt zoveel mogelijk integraal vorm. De warmtetransitie en

Figuur 19: supportstructuur 2020 van de gemeente Gouda

52

het aardgasvrij maken staan niet op zichzelf. Andere thema’s als circulaire economie, klimaatadaptatie, sociale opgaven, mobiliteit en openbare ruimte worden meegenomen. Het aardgasvrij maken kan de aanleiding zijn voor een buurtverbeteringsplan. Al die thema’s komen samen in de omgevingsvisie. • Gemeente Gouda wil een echt bottom-up proces hanteren waarin de regie samen wordt gevoerd met koplopers of bestaande buurtinitiatieven. • De gemeente zet in de buurtaanpak vooral in op participatie en krijgt over het algemeen een faciliterende rol in de warmtetransitie. De warmtetransitie leidt tot significante vermindering van CO2-uitstoot • Verlagen van CO2-uitstoot blijft de aanleiding en het doel van de warmtetransitie. • De gekozen warmteoplossingen moeten leiden tot een significante vermindering van CO2. De uitstoot gaat op lange termijn naar vrijwel 0. • De inzet in de uitvoeringsstrategie zal nadrukkelijk ook worden gericht op het “aardgasvrij-ready-spoor”. Hier is winst te halen voor iedereen.

7.2.

Gemeentebrede aanpak

Het “aardgasvrij-ready” spoor richt zich op het voorbereiden van woningen/gebouwen op aardgasvrije verwarming. Inwoners worden aangespoord om individueel en collectief alvast stappen te zetten in energiebesparing, isolatie en eigen opwek. Daardoor vergt de overstap in een later stadium minder investeringen. Tegelijk daalt het energieverbruik, verlaagt de energierekening en wordt de woning comfortabeler. De gemeentebrede aanpak bestaat uit 2 onderdelen: • Support voor initiatieven; • Handelingsperspectief voor pandeigenaren. Supportstructuur bewonersinitiatieven De gemeente ondersteunt bewoners en bewonersinitiatieven die hun huis willen verduurzamen en zette daarvoor een supportstructuur op. Deze is gebaseerd op de klantreis van de pandeigenaren: van bewustwording tot het daadwerkelijk treffen van maatregelen. De gemeente faciliteert elke stap van deze reis. De supportstructuur startte in 2020 en wordt in 2021-2022 voortgezet. Deze structuur kent de volgende fasering: 1. Eerste oriëntatie, 2. Onderzoekssubsidie 3. Investeringssubsidie (gekoppeld aan lokale ondernemers), per doelgroep verdeeld. In 2019 ontving Gemeente Gouda RRE-­ subsidie. In 2021 ontving de gemeente de daaropvolgende RREW-subsidie31. De gemeente is hard bezig om de particuliere huiseigenaren en huurders in de stad daarmee te bewegen om maatregelen aan hun woning te treffen.

De acties zijn gericht op het aardgasvrij-ready worden van alle woningen van particuliere eigenaren. Het handelingsperspectief in deze TVW vormt daarvoor de basis.

Volgende stappen in de supportstructuur zijn: • Subsidies koppelen aan de handelingsperspectieven en oplossingsrichtingen beschreven in de TVW; • Doelgroepgerichte communicatie Handelingsperspectief voor pandeigenaren Afhankelijk van de fasering en de verwachte warmteoplossing geeft de gemeente een handelingsperspectief per buurt. De gemeente wil hiermee pandeigenaren helpen om slimme keuzes te maken. Het handelingsperspectief moet voor elke buurt antwoord geven op de 2 volgende vragen: • Wat doe ik als ik mijn cv-ketel op korte termijn moet vervangen? • Wat kan ik aan mijn woning/pand doen om me voor te bereiden op de transitie (aardgasvrij-ready)? Zie Bijlage F (Buurtoverzicht) voor het handelingsperspectief per buurt.

7.3.

Aanpak verkenningsblokken (wijkgerichte aanpak)

Een WUP opstellen is maatwerk. Elke buurt heeft specifieke technische mogelijkheden en een specifieke aard van de woningen, eigendomssituatie en samenstelling van de bevolking. De aanpak in buurten waar collectieve warmtenetten worden opgezet, zal daarnaast anders zijn dan een aanpak in een buurt waar individuele of kleinschalig-­ collectieve oplossingen reëel lijken. De eerste stappen in dit proces zijn het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken en het opstellen van een wijkuitvoeringsplan in de verkenningsblokken (zie Paragraaf 6.1). De gemeente stelt hiervoor een projectleider aan. Buurtinitiatieven worden ondersteund. De hier beschreven gefaseerde aanpak zal daarna worden toegepast in alle buurten die gepland zijn op de korte,

31 Regeling Reductie Energiegebruik (RRE): Gouda ontving eind 2019 ruim €900.000 subsidie. Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW): Gouda ontving in 2021 weer ruim €900.000 subsidie; minimaal de helft van het aantal bereikte woningen in de RREW aanvraag moet een huurwoning zijn. 53

5 stappen

Wijkuitvoeringsplan 1

2

Samen starten We brengen lokale partijen bij elkaar om direct input te halen voor de ontwikkeling van het wijkuitvoeringsplan.

Wijkanalyse Hier wordt in kaart gebracht wie in de buurt wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we bewoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Parallel worden technische gegevens in kaart gebracht.

3

Kiezen optimale warmteoplossing We bepalen in samenspraak met lokale belanghebbenden welke warmteoplossing het best bij de buurt past.

4

Onderbouwen van de haalbaarheid en financiën Voor de gekozen optie werken we in detail de kosten en baten uit voor referentiewoningen.

5

Figuur 20 Proces wijkuitvoeringsplan met participatie

54

Besluitvorming (go/ no go).

Transitie Visie Warmte

Uitvoeringsplan 1

2

Vastelling warmtekavel

3

Omgevingsplan 6

7

Participatieproces

Detailkavelplan

Aanwijzing o.b.v. kavelplan 4

5

Aanbod 8

Figuur 21 Ontwikkelproces warmtenet

middellang en lange termijn. De verwachting van de gemeente is dat tot en met 2032 ieder jaar 1 nieuw WUP wordt gestart.

2. 3.

Een wijkuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners, ondernemers en andere lokale partijen. Het hele traject in een buurt duurt gemiddeld 10 jaar. Het opstellen van een wijkuitvoeringsplan duurt gemiddeld 2 jaar en krijgt vorm door intensieve participatie, nader onderzoek naar de warmteoplossing en onderhandelingen met / uitbesteding aan marktpartijen voor de uitvoering. De uitvoering zelf duurt gemiddeld 8 jaar.

4.

Pas in stap 3 in figuur 20 wordt een keus gemaakt over het gekozen warmtealternatief. Dit gebeurt in samenspraak met pandeigenaren en eindgebruikers.

7.

7.3.1. Buurtaanpak voor collectieve oplossing In sommige buurten is een warmtenet een kansrijke optie die verder onderzocht zal worden. Dit traject vergt een passende, stapsgewijze aanpak die hieronder wordt toegelicht. De precieze invulling ervan hangt sterk af van de definitieve Warmtewet (WCW - zie kader hieronder). 1.

De TVW geeft aan voor welke buurt een warmtenet een mogelijke optie is. In de eerste maanden van het proces vindt onderzoek plaats naar de haalbaarheid en betaalbaarheid van een warmtenet

5. 6.

Ontwikkeling vindt samen met toekomstige afnemers en eindgebruikers plaats. Indien een warmtenet de beste optie is, stelt de gemeente in overleg met de participanten een warmtekavel vast. Daarin staat de precieze afbakening en de bijbehorende voorwaarden voor de toekomstige exploitant (duurzaamheid, tariefstelling, etc.). De exploitant van het warmtenet wordt aangewezen op basis van een kavelplan dat de gemeente vaststelt. Het kavelplan wordt uitgewerkt en het wijk­ uitvoeringsplan wordt opgesteld. Het wijkuitvoeringsplan wordt onderdeel van het omgevingsplan. In het omgevingsplan komen alle opgaven in de buurt samen. Er volgt een concreet aanbod voor alle potentiële afnemers binnen de warmtekavel. De aanleg van een warmtenet start hierna en gebeurt gefaseerd over een looptijd van gemiddeld 8 jaar.

7.3.2. Buurtaanpak voor individuele oplossing Ook in buurten waar gekozen wordt voor een individuele of klein-collectieve oplossing kan een buurtaanpak, inclusief het opstellen van een wijkuitvoeringsplan, helpen om de transitie op gang te brengen en te versnellen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het faciliteren van de collectieve inkoop van maatregelen of een wijkarrangement dat past bij de kenmerken en de natuurlijke transitiemomenten van een buurt.

55

Warmtewet 2: waar gaan we naartoe? De warmtewet vormt een belangrijk kader bij de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten. De Warmtewet 2 moet per 1 januari 2022 ingaan.32 De belangrijkste, nu bekende, kenmerken van de nieuwe wet zijn(kamerbrief DGKE / 1926631320 december 2019): A. De gemeente bepaalt voor welk gebied (de warmtekavel) een warmtebedrijf wordt aangewezen. B. Het warmtebedrijf heeft de wettelijke taak om een collectief warmtesysteem binnen een warmtekavel tegen zo efficiënt mogelijke kosten met een duurzame en betrouwbare kwaliteit te realiseren. Het warmtebedrijf wordt daarbij integraal verantwoordelijk voor de gehele warmteketen, van productie tot levering. C. Het Rijk kan een warmtetransportbeheerder aanwijzen voor uitzonderlijke situaties waarin regionale belangen de regierol van gemeenten overstijgen. Dat is bijvoorbeeld de rol die Gasunie al invult bij de ontwikkeling en beheersing van het Integrale Warmte Transportsysteem van de provincie Zuid-Holland. D. De nieuwe tariefmethodiek zal kosten-gebaseerd worden. Dat biedt consumenten de zekerheid dat ze een redelijk tarief betalen voor de warmte die ze afnemen. E. Normen voor tarieven, duurzaamheid en leveringszekerheid gelden per warmtekavel. F. Inwoners en ondernemers binnen een warmtekavel kunnen niet worden gedwongen om zich aan te sluiten op het warmtenet.

7.3.3. Buurtaanpak voor groen gas oplossing Tot 2030 wordt in ieder geval geen grootschalige toepassing van groen gas (groene waterstof of biogas) in de gebouwde omgeving verwacht. Daarvoor is het produceren van groen gas nog te duur en zijn de bronnen om groen gas te maken te schaars. Of het daarna wel in voldoende mate beschikbaar zal zijn is ook nog onzeker. De komende jaren zal landelijk verder worden uitgewerkt welke lokale partijen mee willen werken aan de productie en levering van groen gas. De gemeente blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen. In de TVW wordt groen gas meegenomen in de afweging van alternatieven voor de stad. Bij actualisatie van de TVW worden innovaties en nieuwe inzichten meegenomen. Indien er voldoende groen gas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, kan het gebruikt worden in twee situaties: 1. het leveren van piekvermogen in warmtenetten, bijvoorbeeld op koude winterdagen; 2. de verduurzaming van specifieke buurten met bijvoorbeeld oude/ monumentale panden waar warmtenetten of elektrificatie niet uitvoerbaar en/of betaalbaar zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de binnenstad van Gouda.

7.4.

 anpak bedrijventerreinen, utiliteit A en maatschappelijk vastgoed

De gemeente hanteert 3 parallelle sporen voor de verduurzaming van utiliteitsbouw:

• Een aanpak voor de utiliteitsbouw die binnen de woonwijken liggen. • Een eigen aanpak voor gemeentelijk vastgoed. • Zoals voor de woonwijken wijkuitvoeringsplannen worden opgesteld, worden ook voor bedrijventerreinen aparte plannen gemaakt.

32 Behandeling van de wet is uitgesteld omdat naar aanleiding van de in 2020 uitgevoerde internetconsultatie een politieke heroverweging nodig is (Kamerbrief 05-07-2021).

56

Figuur 22 PV en PVT Groenhovenbad

7.4.1. Aanpak utiliteit en maatschappelijk vastgoed in woonwijken De bedrijfs- en maatschappelijke gebouwen die in het woongebied liggen, worden meegenomen in de wijkuitvoeringsplannen. Deze kennen dezelfde warmtealternatieven als de andere gebouwen in de buurten. Iedere wijk kent wel bijzondere complexen zoals een huisartsenpraktijk, winkels, kerk of bedrijfsruimten. In de wijkuitvoeringsplannen wordt specifiek aandacht besteed aan deze gebouwen. Ook voor de bedrijven geldt dat de natuurlijke momenten moeten worden gebruikt. Dit zijn momenten zoals verregaande verbouw, aanbouw, nieuwe functie-inrichting en sloop-nieuwbouw. Behoefte aan koeling is ook een goed aanknopingspunt om aan de slag te gaan met WKO-op-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=8a50dbef-fc94-4f99-b677-09b358f7e514