TRANSITIEVISIE WARMTE GOUDA 2021
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Gouda 2021
Inhoudsopgave Inhoudsopgave.................................................................................................................. 2 Voorwoord.......................................................................................................................... 3 1. Inleiding.................................................................................................................. 6 1.1. Waarom een warmtevisie?....................................................................................... 6 1.2. De totstandkoming van deze visie ........................................................................... 6 1.3. Doel van deze visie................................................................................................... 8 1.4. Een eerste TVW. En nu?........................................................................................... 8 1.5. Randvoorwaarden voor uitvoering.......................................................................... 10 2. CO2-neutraal en aardgasvrij, wat betekent dat? ............................................... 12 3. Afwegen en keuzes maken.................................................................................. 17 3.1. Algemene uitgangspunten...................................................................................... 17 3.2.
Verkenningsblokken kiezen.................................................................................... 18 3.3. Komen tot een verantwoorde techniekkeuze.......................................................... 20 4. 4.1. 4.2.
Warmtevraag en warmtebronnen........................................................................ 21 Warmtevraag.......................................................................................................... 21 Warmtebronnen .................................................................................................... 29
5. Warmtevoorziening: kansen in 2040................................................................... 36 5.1. Woonwijken........................................................................................................... 36 5.2. Bedrijven en kantoren ............................................................................................ 38 5.3. Toetsing aan andere technisch-economische analyses .......................................... 39 6. Welke buurt wordt wanneer aardgasvrij?........................................................... 40 6.1. Korte termijn/verkenningsblokken (vanaf 2022)....................................................... 43 6.2. Buurten op natuurlijk tempo (2022-2040)............................................................... 45 6.3. Middellange termijn (vanaf 2025)........................................................................... 46 6.4. Lange termijn (vanaf 2030).................................................................................... 47 6.5. Bedrijventerreinen.................................................................................................. 47 7. Uitvoeringsstrategie............................................................................................. 49 7.1. Uitgangspunten en randvoorwaarden..................................................................... 51 7.2.
Gemeentebrede aanpak......................................................................................... 53 7.3. Aanpak verkenningsblokken (wijkgerichte aanpak)................................................. 53 7.4. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed............................ 56 7.5. Regie op collectieve bronnen................................................................................. 59 7.6. Participatie en communicatie.................................................................................. 60 7.7. Governance en doorontwikkeling TVW................................................................... 60 Begrippenlijst................................................................................................................... 66
2
Voorwoord Het is 2040. Van Plaswijck tot Korte Akkeren en van Goudse Poort tot Goverwelle zijn we volledig overgegaan op duurzame, schone alternatieven voor aardgas. De aardgasketel en de geiser zijn in heel Gouda verleden tijd. We hebben nu vloerverwarming, een warmtepomp en soms zelfs een installatie die ons huis verkoelt op warmere dagen. Veel huizen hebben zonnepanelen en daken zijn groen. Goudse bedrijven verduurzaamden hun bedrijfsprocessen en werken zoveel mogelijk circulair. Onze CO2-uitstoot is bijna nul. De hele stad ging er tijdens deze transitie op vooruit. Tijdens de werkzaamheden in de stad leerden we elkaar beter kennen. We hielpen elkaar bij het oplossen van problemen. Daardoor versterkte de onderlinge band in de buurten en kwamen we dichter bij elkaar. We verbeterden rioleringen en we vernieuwden verouderde panden die aan renovatie toe waren. Het had wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk is het ons gelukt. Onze lucht is schoner, we hebben minder wateroverlast en veel meer groen in de stad. Als Gouwenaren gaan we gezamenlijk klimaatverandering tegen. Anno 2021 is bovenstaande situatieschets het toekomstbeeld zoals ik het voor ogen heb. En door mijn oogharen heen kan ik de vormen ervan zelfs al zien. Steeds meer initiatieven ontpoppen zich, steeds meer Gouwenaren verduurzamen hun huizen en steeds meer gezamenlijk enthousiasme ontstaat.
Die energie inspireert mij om me als wethouder elke dag weer in te zetten. Ik ben trots op al die Goudse ondernemers en inwoners die al aan de slag zijn gegaan, en trots op ieder die dat nog gaat doen. De Transitievisie Warmte vormt de basis van vele duurzame mijlpalen die we nog gaan bereiken. Ontwikkelingen zoals nieuwe technologie, warmtebronnen en financiële regelingen houden we daarvoor scherp in het oog. Daarom herzien we de Transitievisie Warmte ten minste elke vijf jaar. Als wethouder wil ik dat elke Gouwenaar mee kan doen aan de transitie en zich er ook eigenaar van voelt. Zodat we samen klimaatverandering tegengaan. De afgelopen periode heb ik ook veel zorgen gehoord, met name over de kosten. Ik deel deze zorgen. Het streven is dan
ook dat de transitie woonlastenneutraal is. We rekenen daarvoor onder andere ook op Rijk en provincie, wier hulp we op financieel, juridisch en sociaal-maatschappelijk vlak hard nodig hebben. Deze transitie kan alleen slagen als aan die randvoorwaarden is voldaan. Bij de totstandkoming van deze visie werkte Gemeente Gouda nauw samen met professionele partners en bewoners. Netbeheerder Stedin,woningcorporaties Woonpartners Midden-Holland en Mozaïek Wonen, Duurzaamheidsplatform Gouda en Energiecoöperatie Gouda maakten deel uit van de regiegroep. Daarnaast namen partners deel aan vijf ”Transitietafels”. Veel dank gaat naar de organisatoren van en deelnemers 4 aan verkenningsbuurtbijeenkomsten. Door hun kritische en uiteenlopende blikken en hun onmisbare inzet ligt hier nu een breed gedragen visie. Een visie die ik beschouw als de wegwijzer naar een CO2-neutraal en aardgasvrij Gouda in 2040. Hilde Niezen, Wethouder Klimaat, Duurzaamheid en energie oktober 2021
3
Leden van de regiegroep Deze visie is tot stand gekomen in intensieve samenwerking met een kerngroep van stakeholders. Samen vormen zij de regiegroep. Deelnemers aan deze regiegroep zijn Gemeente Gouda, netbeheerder Stedin, woningcorporaties Mozaïek Wonen en Woonpartners Midden-Holland, een vertegenwoordiging van bedrijven vanuit Duurzaamheidsplatform Gouda en Energiecoöperatie Gouda.
4
ENERGIECOÖPERATIE GOUDA
MOZAÏEK WONEN
“We hopen dat de gemeenteraad Gouda het besluit over de Transitievisie Warmte gebruikt om de vermindering van CO2-uitstoot in Gouda op te pakken. Niet alleen vanuit ieders afzonderlijk belang maar juist vanuit een gezamenlijk belang, waarbij we elkaars problemen onder ogen zien en helpen oplossen. De Energiecoöperatie Gouda, voor en door betrokken burgers in en tussen buurten, wil daar de noodzakelijke bijdrage aan leveren. Dit doen we door kennis en krachten te bundelen en door verbindingen te versterken tussen burgers, bedrijfsleven en overheid. De versterking van de samenwerking zien wij tevens als een transitie, op sociaal vlak.”
“Het vaststellen van een Transitievisie Warmte is een belangrijke stap in een ingewikkeld traject naar aardgasloos wonen. We zijn blij dat we als corporatie hier nauw bij betrokken worden en de belangen van onze huurders meegenomen worden. Wij zien uit naar een voortzetting van de goede samenwerking in het vervolg van het oppakken van deze opgave.”
Léon van der Meij, voorzitter van Energiecoöperatie Gouda DPG
“DPG ondersteunt ondernemers in de transitie naar duurzame warmte, zodat ze goed geïnformeerd op tijd de nodige maatregelen kunnen treffen.” Teun Bokhoven, Voorzitter Duurzaamheidsplatform Gouda STEDIN
“De Transitievisie Warmte geeft Stedin een inzicht in de impact op de energie infrastructuur. Om de energietransitie mogelijk te maken, is samenwerking cruciaal. Stedin blijft graag betrokken bij de verdere uitwerking van de TVW in wijkuitvoeringsplannen.” Eelco de Vink, gebiedsregisseur Energietransitie regio Zuid-Holland
Ron de Haas, directeur-bestuurder Mozaïek Wonen WOONPARTNERS MIDDEN-HOLLAND
“Het verbeteren van de isolatie van de woningen is de eerste stap in het verminderen van energieverbruik. Inmiddels hebben alle huurwoningen van Woonpartners gemiddeld label B. De komende jaren zullen we met name investeren in de huurwoningen die nu nog onvoldoende geïsoleerd zijn en investeren in zuinige installaties. We voeren duurzaamheidsmaatregelen uit bij projecten waar ook andere groot onderhoudswerkzaamheden op de planning staan. Integrale aanpak zorgt voor de minste overlast voor huurders en is efficiënt in de uitvoering. Woonpartners zal binnen haar mogelijkheden een bijdrage leveren in deze doelstellingen. Daarbij gelden wel drie randvoorwaarden: tenminste 70% van onze huurders moet met de maatregelen op complexniveau vooraf instemmen; de alternatieve energiebron voor aardgas moet voor de huurder niet tot hogere woonlasten leiden en onze organisatie investeert niet in de aanleg en exploitatie van nieuwe warmtenetten.” René Mascini, directeur-bestuurder Woonpartners Midden-Holland.
5
1. Inleiding Een CO2-neutraal Gouda in 2040. Dat is één van de ambities uit het coalitieakkoord 2018 - 2022 van de gemeente Gouda. Dan moet ook het aardgas overal in Gouda zijn vervangen voor schone en duurzame warmtebronnen. Landelijk is de afspraak om deze transitie uiterlijk in 2050 af te ronden.
1.1.
Waarom een warmtevisie?
Duurzaamheidsbeleid staat in Gouda al jaren hoog op de agenda. Al in 2018 besloot de gemeente om bij gronduitgifte de aanleg van aardgas(leidingen) te verbieden. Daarmee liep de gemeente voor op de nationale wet- en regelgeving. Dit hoge bewustzijn komt voor uit de wereldwijde stijging van de temperaturen en daaropvolgende klimaatafspraken. Ook landelijke ontwikkelingen, zoals aardbevingen in Groningen, spelen een grote rol in deze hoge ambities. Stoppen met gebruik van aardgas is onderdeel van deze strijd tegen klimaatverandering. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaat de gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Gouda. Oplossingen waarmee onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte wordt het pad geschetst naar deze duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening in Gouda.
CO2-reductie bereiken ten opzichte van 1990. Dit vraagt om ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren. Van industrie tot landbouw en van mobiliteit tot de productie van elektriciteit en de wijze waarop gebouwen worden verwarmd. Eén van de wegen die leiden naar deze doelstelling, is het afscheid van fossiele brandstoffen. Ook aardgas is zo’n fossiele brandstof. Veel mensen gebruiken deze brandstof om te koken en voor het verwarmen van de woning en tapwater. Het afscheid van aardgas en andere fossiele brandstoffen en het inzetten van nieuwe duurzame vormen van warmte wordt de warmtetransitie genoemd. Het doel van deze warmtetransitie is dus om de CO2-uitstoot aanzienlijk te verlagen. Deze Transitievisie Warmte is de eerste in een reeks van plannen tot 2040 die hiervoor gaan zorgen. Om dit in Gouda te bewerkstelligen, moeten gemiddeld tot 2040 ruim 1.500 woningen per jaar van het aardgas af. Dat is een enorme opgave!
1.2. De Nederlandse overheid wil de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 49% terugdringen ten opzichte van 1990. Dit is vastgelegd in de Klimaatwet. In 2050 moet deze vermindering 95% zijn. In 2019 ondertekenden meer dan 100 partijen daarom het landelijke klimaatakkoord. In het klimaatakkoord zijn tientallen maatregelen vastgelegd om klimaatverandering tegen te gaan. Ook staat daarin dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan presenteert voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Dat plan vindt u in deze Transitievisie Warmte. Ook in Europees verband zijn hierover afspraken. De EU wil in 2030 55%
6
De totstandkoming van deze visie
Allerlei partijen werkten intensief samen met Gemeente Gouda in de totstandkoming van deze visie. De overlegstructuur is hieronder beschreven: Stuurgroep en regiegroep Drie wethouders zijn gezamenlijk portefeuillehouder voor de energietransitie. Zij vormen de stuurgroep. Samen met de kerngroep van stakeholders vormen zij de regiegroep. In deze regiegroep nemen Gemeente Gouda, netbeheerder Stedin, woningcorporaties Mozaïek Wonen en Woonpartners Midden-Holland en een vertegenwoordiging van bedrijven vanuit Duurzaam-
Figuur 1. Samenhang tussen de klimaat- en warmteplannen op verschillende niveaus
heidsplatform Gouda plaats. Vanaf november 2020 is ook bewonerscollectief ENiGH1 (later vervangen door Energiecoöperatie Gouda) vertegenwoordigd in de regiegroep.
eerste keer samen. De Transitietafel was betrokken bij alle stappen in het proces om tot deze eerste warmtevisie te komen. Bijlage A bevat een overzicht van alle participatiemomenten.
In de regiegroep zijn alle stappen om tot de huidige TVW te komen besproken. De deel nemende partijen leverden input op zowel inhoud als proces. De partners in de regiegroep onderschrijven de plannen in deze TVW.
Raadswerkgroep In het proces speelde de raadsbrede werkgroep energie2 een continue rol. De werkgroep is meegenomen door middel van presentaties en workshops en kon steeds input geven tijdens de verschillende stappen in het proces. Daarnaast organiseerde de raadsbrede werkgroep zelf discussiebijeenkomsten en gesprekken met inwoners.
Transitietafel De Transitietafel Gouda is een overleg van stakeholders uit diverse sectoren van de Goudse samenleving (zie Bijlage A). In deze Transitietafel wordt nadrukkelijk gezocht naar voorlopers uit de Goudse samenleving. Doel van de Transitietafel is een brede Goudse beweging op gang te brengen naar een aardgasvrije stad. Via de achterban van de stakeholders aan de Transitietafel is het plan om structuren te vormen waarlangs de stad aardgasvrij kan worden. Op 21 juni 2019 kwam deze brede stakeholdersgroep voor de
Inwoners verkenningsbuurten Naast deze vooraf afgesproken overlegstructuur is intensief samengewerkt met een aantal actieve inwoners. Deze samenwerking kreeg gaandeweg vorm. Initiatiefnemers in de verkenningsbuurten zijn gaan optreden als contactpersoon naar de buurten en schoven in de loop van het proces vaker ambtelijk, bestuurlijk
1 In 2020 werd ENiGH opgericht. ENiGH wil inwoners mede-eigenaar maken van de oplossingen voor de duurzaamheidsopgaven waar zij voor staan en streeft na dat inwoners elkaar door bundeling van kennis, kracht en kapitaal in staat stellen om een eigen koers te kiezen en eigen verantwoordelijkheid te nemen in duurzaamheidsvraagstukken. 2 In het coalitieakkoord Nieuwe Energie (2018-2022) is de medewerking aan raadsbrede samenwerking op onder meer het programma Energietransitie beschreven
7
en in de regiegroep aan als gesprekspartner. Ook werden in de verkenningsbuurten door de bewoners zelf enquêtes uitgezet. Bewoners van de buurten Kort Haarlem en Kadenbuurt die zich zorgen maakten over de ontwikkelingen als verkenningsbuurt organiseerden daarnaast een handtekeningenactie. De handtekeningen werden, tezamen met een petitie, aangeboden aan wethouder Niezen. Naar de zorgen die in deze petitie werden geuit, is door de regiegroep geluisterd. Duidelijk werd dat in deze verkenningsbuurt veel weerstand was tegen het idee om al binnen 10 jaar een aardgasvrije buurt te worden. Deze buurt is dan ook niet als korte termijnoptie meegenomen in deze Transitievisie Warmte. Tijdens bijeenkomsten, georganiseerd door zowel bewoners als gemeente, gaven honderden bewoners in de verkenningsbuurten daarnaast hun mening. Per verkenningsbuurt werden daarvoor minimaal drie bijeenkomsten per buurt georganiseerd. Hierin werd informatie gegeven over het proces en meningen, kennis en voorwaarden opgehaald over de warmtetransitie. Ook op de gemeentelijke enquête reageerden ruim 1.500 bewoners uit de verkenningsbuurten (responsratio van 13,1%). Op die manier kregen bewoners de ruimte om hun mening te geven over de energietransitie en het beleid van de gemeente.
De contactpersonen in de verkenningsbuurten rapporteerden uiteindelijk de reacties van bewoners uit de verkenningsbuurten aan de regiegroep. Op basis daarvan is de keuze gemaakt dat verder onderzoek nodig is voordat een startbuurt kan worden gekozen.
deze TVW. Dit is een heel specifieke opgave die via een andere tafel van het nationale Klimaat akkoord loopt. De TVW is de eerste visie over dit onderwerp. Voor alle buurten staan in deze visie opties voor verwarming die het meest waarschijnlijk lijken (zie Hoofdstuk 5). Deze visie beschrijft daarnaast welke stappen als eerste worden gezet. Ook wordt een indicatie op buurtniveau gegeven van de periode wanneer deze buurten van het aardgas af zullen gaan (zie Hoofdstuk 6). Voor de buurten waar vóór 2030 wordt onderzocht of ze aardgasvrij kunnen worden, staat daarnaast welk alternatief voor aardgas het meest geschikt lijkt. Ook geeft deze visie inzicht in het traject richting een wijkuitvoeringsplan (WUP) (zie Hoofdstuk 7). In dit plan staat hoe de gemeente samen met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden een nieuwe, duurzame warmtevoorziening wil creëren. Zo kan iedereen zich voorbereiden op een toekomst zonder aardgas. Hierboven vindt u wat een TVW wél inhoudt. Om de kaders van deze TVW duidelijk te schetsen, staat hieronder ook wat deze TVW dus niét bevat. • De TVW bevat géén definitief besluit over het alternatief voor aardgas of het uitvoeringsplan; • De TVW bevat noch een precieze kostenraming per buurt, noch een precies financieringsmodel; • De TVW bevat géén verplichting; voor geen enkele partij.
1.4. 1.3.
Doel van deze visie
In de Transitievisie Warmte (verder in dit document: TVW) stippelt de gemeente de stappen richting een aardgasvrije gemeente in 2040 uit. In deze visie wordt de warmtevraag – zowel ruimteverwarming als koken en het verwarmen van water – van de hele gebouwde omgeving meegenomen. De proceswarmte die ingezet wordt in de industrie wordt niet geanalyseerd in
8
Een eerste TVW. En nu?
Deze TVW geeft een doorkijk naar wat de komende twintig jaar in de gemeente gaat gebeuren. Bewoners en ondernemers weten daardoor waar ze aan toe zijn. Zo kunnen zij beslissen hoe zij hun woning hierop afstemmen. De TVW vormt daarmee de start van het proces om Gouda buurt voor buurt aardgasvrij te maken. In deze TVW staat een aantal clusters van woningen en gebouwen die kansrijk zijn om als eerste
van het aardgas af te gaan. Deze clusters heten verkenningsblokken. Als het in een verkenningsblok inderdaad haalbaar blijkt om als eerste van het aardgas af te gaan, wordt voor deze buurt vervolgens een ‘wijkuitvoeringsplan’ gemaakt. Hierin worden de plannen concreter, en zal per buurt of zelfs per huishouden worden gekeken wat mogelijk is. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen naar een duurzame warmtevoorziening wordt pas later in het proces genomen. Daarvoor moeten de consequenties voor de woonlasten van bewoners en ondernemers in deze wijken bekend zijn. Daarnaast moet een gedegen haalbaarheidsstudie uitsluitsel bieden over de oplossing. Ook hecht de gemeente aan breed draagvlak. Het spreekt dan ook voor zich dat bewoners en ondernemers goed geïnformeerd en nauw betrokken worden bij de wijkuitvoeringsplannen. Als het aardgas in een buurt wordt afgesloten, krijgen bewoners en ondernemers dat ruim van tevoren te horen3. In Hoofdstuk 7 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen. Alles in deze TVW is met de kennis van nu opgeschreven. Gedurende het proces zullen nieuwe initiatieven in de stad ontstaan en nieuwe technieken worden ontwikkeld die nu nog niet konden worden meegenomen. De analyses en plannen in de TVW zullen daarom aan verandering onderhevig zijn. De TVW zal regelmatig, maar minimaal eens in de vijf jaar geactualiseerd worden.
Na verloop van tijd zal deze visie dus ook steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossingen het beste passen in elke buurt. De definitieve TVW zal na vaststelling door de gemeenteraad onderdeel worden van de Omgevingsvisie. Verdere uitwerkingen op buurtniveau zullen vervolgens een plek krijgen in een nader uit te werken programma en de daarbij behorende regels.
Het is de intentie van het college om de gemeenteraad nauw te blijven betrekken bij vervolgstappen. De rol van de gemeente is meer nauwkeurig beschreven in paragraaf 7.7.5.
Samenhang met de Regionale Energiestrategie Uiteraard wordt verder gekeken dan de gemeentegrenzen. De puzzel van warmte- opwek, -opslag en -gebruik wordt samen met andere gemeenten in de regio en de provincie gemaakt. Daar wordt toegewerkt naar de Regionale Structuur Warmte, als onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) Midden-Holland. Hier werkt Gouda samen met vier buurgemeenten, drie waterschappen, de Provincie Zuid-Holland en andere belanghebbenden zoals de landen tuinbouwsector, milieuorganisaties en de netbeheerders. De regio Midden-Holland heeft als doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. Dat betekent dat de regio evenveel energie opwekt als gebruikt.
3 De termijn van 8 jaar is voorlopig in het klimaatakkoord opgenomen en zal uiterlijk 2022 worden geëvalueerd. Dan wordt definitief vastgesteld wat een goede termijn is.
9
1.5.
Randvoorwaarden voor uitvoering
Gouda hoeft niet te wachten. De stad kan aan de slag met onderzoeken en het toepassen van no-regret maatregelen zoals isoleren. Gouda kan echter de doelen zoals omschreven in deze visie alleen halen, als aan een aantal cruciale voorwaarden is voldaan. Zonder aanvullende financiering van het Rijk kan Gouda niet het tempo maken dat nodig is om in 2050 aan de landelijke doelstelling “geheel aardgasvrij” te voldoen. Zonder garanties op een voor inwoners haalbare en betaalbare warmteoplossing en gedegen onderliggende financiële arrangementen, wordt er wel gewerkt aan plannen, maar blijft de uitvoering nog even liggen.
Financiële voorwaarden Proceskosten In het Klimaatakkoord heeft de gemeente de regie in de energietransitie. Vanuit dat uitgangspunt draagt zij een groot deel van de proceskosten. Het betreft hier kosten voor programma- en projectleiders, en adviseurs op communicatief, juridisch en financieel vlak. Daarnaast komen ook de kosten voor onderzoek naar alternatieve warmtebronnen en technische oplossingen voor rekening van de gemeente. In opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is onderzoek verricht naar de kosten voor overheden voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Gouda kan haar ambitie alleen waarmaken als het Rijk de benodigde middelen ter beschikking stelt. Daarnaast verwacht Gouda dat het Rijk met marktpartijen tot goede afspraken komt om vormen van marktfinanciering binnen ons bereik te brengen. Extra financiering door de markt kan knelpunten in de financiering oplossen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat marktpartijen uiterlijk 2022 hun actieplannen bekend maken.
Uitvoeringskosten voor pandeigenaren Alle gebouwen met een warmtevoorziening op aardgas moeten worden aangepast. Uitgangspunt in het Klimaatakkoord is dat iedereen mee kan doen met de energietransitie en dat dit voor iedereen betaalbaar is. Het is dan ook noodzakelijk dat het Rijk voldoende financieringsconstructies en subsidies beschikbaar stelt om alle partijen mee te laten doen in de energietransitie. Het Rijk biedt hiervoor al verschillende subsidies en financieringsmogelijkheden. Deze staan in Bijlage G. Het huidige financiële pakket is echter ontoereikend om: • de oudste / slechtst geïsoleerde gebouwen aardgasvrij te makken. • de meest kwetsbare doelgroepen te ondersteunen, zoals starters of mensen met weinig of geen investerings- of leenruimte. Daarnaast ondervinden de woningcorporaties een aantal financiële obstakels zoals verhuurderheffing en huurbevriezing. Ook voor bedrijven geldt dat financierbaarheid een randvoorwaarde is. Aantrekkelijke financieringsconstructies moeten voor deze doelgroep komen4.
Juridische voorwaarden Er bestaan nog veel onduidelijkheden over de juridische inkadering van de warmtetransitie. Voor draagvlak is het van belang dat duidelijkheid over wettelijke rechten en plichten van gemeente en inwoners bestaat. Zolang de nieuwe Warmtewet (Wet Collectieve Warmtevoorziening of WCW) niet is vastgesteld kan de gemeente ook geen duidelijkheid over het proces bieden aan haar inwoners. Ook garanties rondom de ontwikkeling van warmtenetten kan de gemeente niet geven. De gemeente moet in de geest van de Klimaat akkoord de bevoegdheid krijgen om buurten over te laten stappen op een duurzaam alternatief en om vervolgens de aardgaslevering in
4 Zie hier initiatief van VNO - NCW / Techniek Nederland / EZK / BZK: https://bespaargarant.nl
10
deze buurt te beëindigen. Hoe de gemeente deze bevoegdheid uit gaat oefenen en onder welke condities, is nu onbekend. Voor de gemeente geldt in ieder geval dat alleen aangestuurd kan worden op een overstap naar duurzame warmte als de oplossing haalbaar en betaalbaar is voor iedereen. Ook moet de gemeente ten tijde van de uitvoering de beschikking hebben over voldoende middelen en bevoegdheden om afspraken en regelgeving te kunnen handhaven.
Sociaal maatschappelijke voorwaarden De energietransitie is niet alleen een technische opgave in het ruimtelijk domein. Het is ook – en misschien nog wel meer – een sociale opgave. Breed draagvlak voor en kennis over de energietransitie is van cruciaal belang. De gemeente kan dit niet alleen. Alle overheidslagen zullen moeten bijdragen aan het vergroten van kennis en draagvlak. Dit kan om te beginnen bijvoorbeeld door grootschalige landelijke campagnes en ondersteuningsprogramma’s.
11
2. CO2-neutraal en aardgasvrij, wat betekent dat? Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een duurzame bron is complex. Vrijwel alle huishoudens en bedrijven in Gouda krijgen ermee te maken. In dit hoofdstuk staat de verwachte impact hiervan beschreven. Bijna alle huizen in Gouda gebruiken aardgas. Om het huis te verwarmen (via centrale verwarming en radiatoren), om te koken, en voor warm tapwater. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Soms alleen voor verwarming, soms ook in het bedrijfsproces. De overstap van aardgas op een andere duurzame bron vergt daarom een aantal aanpassingen. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn, staan hieronder toegelicht.
Isoleren en besparen Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen is energie besparen een belangrijke eerste stap. De meest duurzame energie is immers energie die niet wordt gebruikt. Veel duurzame warmtebronnen zijn daarnaast schaars. Het is daarom nodig om eerst de energievraag van huizen en bedrijfspanden omlaag te brengen door beter te isoleren. Dat is niet alleen goed voor het milieu. Het verlaagt ook de energierekening en verbetert het comfort in de woning. Het isoleren van de buitenmuur, het dak en de vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn hiervoor effectieve maatregelen. Daarna kan ook de temperatuur van het water van de ketel naar de radiatoren verlaagd worden. Dat maakt het systeem efficiënter. Dit zorgt voor extra besparing. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart. Verder energie besparing kan met kleine maatregelen. Dit zijn bijvoorbeeld maatregelen als Ledverlichting, het aanbrengen van radiatorfolie en het kiezen van nieuwe apparaten met een hoog energielabel.
12
Verwarming en warm water De aardgasvrije manieren om te verwarmen zijn in te delen in drie groepen: • Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Bijvoorbeeld een warmtepomp of infraroodpanelen. • Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor de hele buurt. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. • Duurzaam gas: aardgas wordt vervangen door een ander type gas, zoals biogas of groene waterstof.
Koken Koken kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas. Met koken op inductie kun je de temperatuur snel veranderen. De meest geschikte oplossing hangt onder andere af van het type woning en buurt. Per oplossing verschillen de aanpassingen in de woning. Deze aanpassingen staan schematisch weergegeven in de vier factsheets op de volgende pagina’s. In Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 komt aan bod welke oplossing het best past bij de verschillende buurten in Gouda.
Factsheets individuele en collectieve oplossingen
Infographic 1: vier individuele oplossingen, eertse twee
13
Infographic 1: vier individuele oplossingen, laatste twee
14
Warmtenet ,SI [IVOX LIX# ;EVQXIRIXXIRFIWXEERYMXPIMHMRKIRSRHIVHIKVSRH ,MIVHSSVWXVSSQX[EVQ[EXIVZERIIR[EVQXIFVSR REEVHI[SRMRKIR2IXEPWFMNLIXKEWRIXLIIJXIPOI [SRMRK IIR IMKIR EERWPYMXMRK )V ^MNR EPPIVPIM [EVQXI FVSRRIRQSKIPMNOIRIVFIWXEER [EVQXIRIXXIRST ZIVWGLMPPIRHI XIQTIVEXYVIR
:SSVHIPIR • /SWX [IMRMK VYMQXI MR HI [SRMRK • %JLEROIPMNO ZER HI XIQTIVEXYYV ZER LIX [EVQXIRIX MWZIVVIKEERHI MWSPEXMI QIIWXEP RMIX RSSH^EOIPMNO • )V ^MNR ZIIP ZIVWGLMPPIRHI HYYV^EQI [EVQXIFVSRRIRQSKIPMNO ZSSVIIR [EVQXIRIX
+IWGLMOX ZSSV
2EHIPIR • %PW FI[SRIV FIR NI EJLEROIPMNO ZER HI [EVQXIPIZIVERGMIV • (I MRJVEWXVYGXYYV ZER IIR [EVQXIRIX ZVEEKX IIR KVSXI MRZIWXIVMRK ,MIV QSIX IIR KIWGLMOXI QEVOXTEVXMN ZSSV KIZSRHIR [SVHIR • )IR [EVQXIRIX MW EPPIIR VIRHEFIP MR HMGLXFIFSY[HI KIFMIHIR IR MW HYW RMIX SZIVEP XSITEWFEEV
%TTEVXIQIRXIR JPEXW TSVXMIO[SRMRKIR
6MNXNIW[SRMRKI R HMGLXFIFSY[H KIFMIH
6EHMEXSVIR 6EHMEXSVIROYRRIRQIIWXEP FILSYHIRFPMNZIR&MNIIR[EVQXIRIX STPEKI XIQTIVEXYYV ^MNR ZPSIVZIV[EVQMRK SJ WTIGMEPI VEHMEXSVIR RSHMK
warmte
&VSRRIR [EVQXIRIX • %EVH[EVQXI • &MSQEWWE • ;EVQXI YMX STTIVZPEOXI[EXIV
%JPIZIVWIX (I[EVQXIYMXLIXRIX[SVHXZME IIREJPIZIVWIXHI[SRMRKMR KIFVEGLX %PW LIX [EVQXIRIX IIRPEKIXIQTIVEXYYVLIIJXOER HI XIQTIVEXYYVQIXIIR [EVQXI TSQT ZIVHIV ZIVLSSKH [SVHIR
-WSPEXMI :IVFIXIVXLIXGSQJSVXIR^SVKX ZSSIIR PEKIVI IRIVKMIVIOIRMRK QEEV MW RMIX EPXMNH IIR ZIVIMWXI • 6IWX[EVQXI • >SRRI[EVQXI • ;EVQXI YMX VMSSP
Infographic 2: warmtenet
15
Duurzaam gas ,SI [IVOX LIX# (ILYMHMKIEEVHKEWPIMHMRKIROYRRIRSSOKIFVYMOX [SVHIRZSSVERHIVHYYV^EEQKEW&MNZSSVFIIPH KVSIRKEW FMSKEW SJ[EXIVWXSJ(YYV^EEQKEWMW WPIGLXW FITIVOX FIWGLMOFEEV
:SSVHIPIR • +IWGLMOXZSSV[SRMRKIRHMIQSIMPMNOIVXIMWSPIVIR ^MNR^SEPW QSRYQIRXIR • ,YMHMKI KEWPIMHMRKIR IR GZOIXIV OYRRIR QIIWXEPKIFVYMOX FPMNZIR[SVHIR
+IWGLMOX ZSSV
2EHIPIR • +VSIRKEWMWFITIVOXFIWGLMOFEEV(YY^EQI[EXIVWXSJ [SVHXRYRSKRMIXXSIKITEWXSQ[SRMRKIRXIZIV[EVQIR IR LIX MW SR^IOIV SJ HMX MR HI XSIOSQWX [IP KEEX KIFIYVIR • (IMR^IXZERHYYV^EEQKEWMWVIPEXMIJMRIJJMGMʦRX(I FITIVOXILSIZIIPLIMHHYYV^EEQKEWOERIJJMGMʦRXIV MRERHIVI WIGXSVIR^SEPW HI MRHYWXVMI [SVHIR MRKI^IX
1SIMPMNO XI MWSPIVIR[SRMRKIR ^SEPW QSRYQIRXIR
3YHI [SRMRKIR MR FYMXIRKIFMIHIR
/IXIP &MNKVSIRKEWOERHILYMHMKIGZOIXIPQIIWXEP KIFVYMOX[SVHIR :SSV[EXIVWXSJ MW IIR RMIY[I GZ OIXIP RSHMK ,]FVMHI [EVQXITSQT )ZIRXYIIP OER LIX KEWKIFVYMO ZIVPEEKH [SVHIR QIX IIR L]FVMHI [EVQXITSQT (I^I KIFVYMOX KEW ʤR IPIOXVMGMXIMX IR LIIJX IIR JPMRO PEKIV ZIVFVYMO HER IIR GZ
gas
:EVMERXIR ;EXIVWXSJ (YYV^EQI[EXIVWXSJ[SVHXYMX IPIOXVMG MXIMXKIQEEOX3THMXQSQIRX MWLIX ^IIV FITIVOX FIWGLMOFEEV
Infographic 3: duurzaam gas/waterstof
16
-WSPEXMI (YYV^EEQ KEW PIZIVX [EVQXI ST LSKIXIQTIVEXYYV:IVVIKEERHI MWSPEXMIMW HEEVSQRMIXRSSH^EOIPMNO ;IPMWLIX EPXMNHIIRKSIHMHIISQXI MWSPIVIR SQHEXHMXLIXGSQJSVXMRHI [SRMRK ZIVFIXIVX IR HI IRIVKMIVIOIRMRK PEKIV [SVHX
6EHMEXSVIR ,IXMWRMIXRSHMKSQHI VEHMEXSVIR XI ZIVZERKIR +VSIR KEW FMSKEW +VSIR KEW FMSKEW [SVHX KIQEEOX YMX WPMFZIVKMWXMRKZERIIRV[^M KJXEJZEPQIWX SJ VIWXWXVSQIRYMXHIPERHFSY[&MRRIR 2IHIVPERH MW KVSIR KEW FITIVOX FIWGLMOFEEV
3. Afwegen en keuzes maken Gouda moet in 2040 een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening zonder aardgas hebben. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Waar starten we? Waarom daar? En voor welke alternatieve warmteoplossing wordt er gekozen? Om deze vragen weloverwogen te beantwoorden zijn uitgangspunten noodzakelijk. Deze zijn in samenspraak met stakeholders benoemd en vastgesteld. In de TVW van Gouda zijn drie soorten uitgangspunten gehanteerd: • Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie. Deze zijn in het hele proces leidend; • Uitgangspunten voor het bepalen van de verkenningsblokken; • Uitgangspunten voor het kiezen van aardgasvrije technieken.
3.1.
Algemene uitgangspunten
Elke buurt is anders, met een andere samenstelling van bewoners, gebouwen, ondernemers, omgeving en warmtebronnen. De benadering per buurt zal dus maatwerk zijn. Gemeente Gouda wil namelijk overal zorgvuldig omgaan met de belangen van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De Transitietafel en de regiegroep benoemden daarom een aantal uitgangspunten die gedurende het hele proces centraal zullen staan. Toekomstige plannen voor de warmtetransitie zullen steeds getoetst worden aan deze uitgangspunten: De warmtetransitie is een proces dat we samen doen Alle inwoners en bedrijven in de stad krijgen te maken met de warmtetransitie. De enige manier om de transitie te realiseren is dan ook door het samen te doen. Samen werken aan de warmtetransitie houdt onder andere in dat de deze TVW is opgesteld met stakeholders en inwoners. Het betekent ook dat wanneer bedrijven of (groepen) inwoners een initiatief nemen, gekeken zal worden in hoeverre dit uit te breiden is voor een hele buurt.
In de toekomst zullen mogelijk andere vormen van eigendom een rol spelen; bewoners van één buurt gaan misschien samen een warmtenet aanbesteden en worden dan samen eigenaar. Bewoners en ondernemers zullen, als het gaat om warmte, in de toekomst veel meer samen gaan beslissen. In de warmtetransitie moet iedereen mee kunnen Het spreekt voor zich dat Gouda niemand letterlijk in de kou laat staan. De warmtetransitie is dan ook een proces waar bewonersparticipatie een zeer grote rol in speelt. Ontwikkelingen kunnen soms snel gaan. Zo snel, dat dit voor sommige bewoners té snel is. Door met elkaar in gesprek te blijven kan het tempo van de transitie afgestemd worden op eenieder. Het kan niet zo zijn dat inwoners uiteindelijk van het aardgas worden afgesloten zonder een redelijk en betaalbaar alternatief. De transitie moet in ieder geval voor iedereen betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit5 is nadrukkelijk het streven. De warmtetransitie is een technisch én sociaal proces De warmtetransitie gaat niet alleen over techniek en over ‘iets’ anders dan aardgas, zoals een warmtenet of een volledig elektrische oplossing. Het gaat ook over basisvoorzieningen, zoals warm douchen, koken en een warm huis. Die voorzieningen blijven bestaan, maar de manier waarop zal veranderen.
Dit vraagt aanpassingen in alle woningen van Gouda en aanpassingen van de inwoners in hun manier van koken en verwarmen. Het betekent ook dat in de meeste gevallen de straat open gaat om warmtenetten
5 Met woonlastenneutraliteit wordt bedoeld dat de financieringskosten of huurverhoging als gevolg van energiebesparende maatregelen gelijk is aan of lager dan de besparing op de energiekosten.
17
aan te leggen of het elektriciteitsnet te verzwaren. Die combinatie van aanpassingen in de woning, in gedrag en het openbreken van de straat kan in veel gevallen aanleiding zijn tot het aanhalen van sociale contacten in de buurt. Daarnaast biedt het de gelegenheid om de warmtetransitie te combineren met andere opgaven. Daarmee worden waar mogelijk de sociale omstandigheden van inwoners verbeterd. De warmtetransitie leidt tot significante vermindering van CO2-uitstoot Het terugdringen van de CO2-uitstoot is het achterliggende doel van de mondiale afspraken over verduurzaming. Om deze doelstelling niet uit het oog te verliezen wordt bij alle voorgestelde alternatieven voor aardgas bekeken wat de impact op het klimaat en het milieu is. Het warmtealternatief moet dus altijd een duurzame oplossing zijn die bijdraagt aan de doelstelling om de CO2-uitstoot te verlagen. Deze overkoepelende uitgangspunten krijgen een concrete invulling. Deze invulling staat in de randvoorwaarden voor de uitvoeringsfase. Zie hiervoor ook Paragraaf 7.1 in Hoofdstuk 7.
3.2.
Verkenningsblokken kiezen
In de warmtetransitie van Gouda zijn in de eerste fase verkenningsbuurten en in de tweede fase verkenningsblokken aangewezen. Dit zijn clusters van panden waar de gemeente kansen ziet om voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te gaan (zie Hoofdstuk 6). De volgende criteria wegen het zwaarst mee bij het kiezen van de verkenningsblokken: Draagvlak Buurten waar het verwachte draagvlak en de sociale cohesie hoog zijn, worden als kansrijk gezien voor een buurtaanpak. Is er een buurtinitiatief? Buurten waar bewoners en/of vastgoedeigenaren het voortouw nemen om aardgasvrij te
18
worden (of open staan voor een collectieve oplossing), kunnen mogelijk vooroplopen. De gemeente bevordert en ondersteunt alvast dergelijke initiatieven en zal dat blijven doen in de toekomst. Contracteerbaarheid (veel corporatiebezit, grote warmtevrager, gemeentelijk bezit) “Hoe meer corporatiebezit, hoe geschikter de buurt is om mee te starten”. Het idee achter deze uitspraak is dat woningcorporaties kunnen fungeren als ‘startmotor’ voor veranderingen in de buurt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grootschalige isolatieprojecten of de aanleg van een warmtenet. Is er sprake van maatschappelijk vastgoed of grote afnemers? Dan kan dit een extra reden zijn om eerder met een buurt of bedrijventerrein aan de slag te gaan. In de praktijk moet blijken of deze benadering werkelijk klopt. Het voordeel hiervan is voor een groot deel afhankelijk van de plannen van de eigenaar van het vastgoed. Onderhoudsplanning woningcorporaties De reeds geplande investeringsprojecten (renovatie of sloop-nieuwbouw) van de woningcorporaties zijn een natuurlijke kans. De directe omgeving kan wellicht meeliften op deze dynamiek. Gevolgen eindgebruikers (waaronder kosten en comfort) In de verkenningsbuurten maakte adviesbureau de WarmteTransitieMakers een eerste inschatting van de bijbehorende kosten.
De gebieden waar de transitie de laagste kosten met zich meebrengt, krijgen op grond van afspraken in het Klimaatakkoord de voorkeur om op korte termijn verder verkend te worden. Maar ook andere vraagstukken wegen mee. Brengt de oplossing bijvoorbeeld meer comfort in de woning, een verbeterde openbare ruimte of extra uitstraling?
Wat vinden de stakeholders: Goudse Transitietafel Energie Met zo’n 40 stakeholders vond op 21 juni 2019 de eerste Goudse Transitietafel Energie plaats. Het doel: een gezamenlijke start maken rond de vraag “Hoe krijgen we in Gouda de energietransitie voor elkaar?” Met oranje en groene post-its werden ‘beren op de weg’ en ‘Goudse succesfactoren’ in beeld gebracht. De uitkomsten van deze eerste Goudse Transitietafel Energie werden verwerkt in workshops en gesprekken met andere stakeholders (inwoners, raadswerkgroep, regiegroep, ambtenaren). Op 1 november 2019 was het tijd voor de tweede bijeenkomst. De stakeholders gingen aan de slag met de vraag: “Wat zijn belangrijke uitgangspunten bij de warmtetransitie?” Ook de uitkomsten van deze bijeenkomst zijn vervolgens weer verwerkt in workshops/gesprekken met andere stakeholders en de regiegroep.
In september 2020 zijn door de regiegroep en het college de algemene uitgangspunten en randvoorwaarden vastgesteld. Aansluitend is op 16 oktober 2020 de stakeholdertafel aan de slag gegaan met de vraag “Wat is jullie rol in de warmtetransitie van Gouda en wat is belangrijk bij het kiezen van verkenningsbuurten?” Op 11 december vond de 4e Transitietafel plaats. De stakeholders gingen toen met elkaar in gesprek over de 5 potenti le verkenningsbuurten. Na deze bijeenkomst werkt de gemeente samen met Energieco peratie Gouda verder aan de participatie in de verkenningsbuurten.
19
Kansrijke oplossingsrichting Buurten in de nabijheid van een bestaande, makkelijk in te zetten warmtebron (oppervlaktewater, waterzuivering, riolering) kunnen makkelijker aardgasvrij worden. Daarvoor is de oplossingsinrichting al duidelijk. Door deze gebieden eerst aan te pakken kan meer aandacht worden besteed aan het participatieproces. In deze gebieden is namelijk relatief minder inspanning nodig voor de techniek. Combinatie met andere werkzaamheden (‘natuurlijke momenten’) Werkzaamheden aan de openbare ruimte kunnen bijvoorbeeld aanleiding zijn om direct ook de energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. Een ander soort koppelkans is de sociale ontwikkeling van een buurt waar de gemeente graag de sociale cohesie of veiligheid wil verbeteren.
3.3.
omen tot een verantwoorde K techniekkeuze
In de TVW wordt per buurt aangegeven welke aardgasvrije techniek de voorkeur heeft. Later wordt de haalbaarheid van deze techniek meer in detail bekeken. Dit gebeurt tijdens het opstellen van het wijkuitvoeringsplan. Tegelijkertijd speelt een breed scala aan criteria een rol om tot een keuze te komen, naast de andere afwegingen. Dit zijn de duurzame, economische, technologische en sociaal-maatschappelijke criteria. Allerlei aspecten wegen daarin allerlei mee, zoals kosten, betrouwbaarheid van de techniek en draagvlak onder bewoners, ondernemers en bedrijven. Maar ook zaken als de overlast van de aanleg van warmte- of elektriciteitsinfrastructuur en de ruimtelijke impact wegen mee (Figuur 2). Deze worden in Bijlage B verder toegelicht.
Eenvoud aanpak/gelijkvormigheid Voor buurten met veel dezelfde woningen is het makkelijker om één aanpak op te stellen. Hetzelfde geldt voor bedrijventerreinen met gelijksoortige gebouwen.
Figuur 2. Criteria waaraan een techniek wordt getoetst om te kijken of deze geschikt is om toe te passen in een bepaalde buurt.
20
4. Warmtevraag en warmtebronnen In dit hoofdstuk wordt de warmtevraag van woningen en bedrijven beschreven. Daarbij is gekeken naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Ook wordt een doorkijk gegeven naar de toekomstige warmtevraag. Daarna komt het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Gouda aan bod. Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data. Deels komen deze ook uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers (zie Bijlage C en de inhoud van dit hoofdstuk voor meer details). De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (Bijlage D) en de Warmtetool (Bijlage H) zijn gebruikt om inzicht te krijgen in de kosten voor verschillende oplossingen.
4.1.
Een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%). Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. Sommige bedrijven gebruiken aardgas namelijk niet alleen voor verwarming, maar ook in het bedrijfsproces. In Gouda is een aanzienlijk deel van het gasverbruik van bedrijven toe te wijzen aan de industrie en winkels, zie Figuur 4.
Warmtevraag
4.1.1. Huidig gasverbruik woningen en bedrijven In Gouda zijn in totaal bijna 34.000 woningen en 4.000 bedrijfspanden6. Woningcorporaties Mozaïek Wonen, Woonpartners Midden-Holland en Woonzorg Nederland hebben een aanzienlijk deel (30%) van de woningen in de gemeente in bezit7. Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet8. Het totale aardgasverbruik in Gouda in 2019 was 2.468 TJ9. Iets minder dan de helft van het gasgebruik (1.144 TJ) werd gebruikt in de bijna 34.000 woningen in Gouda. De meerderheid (1.324 TJ) ging naar bedrijven en industrie. In de industrie wordt ook proceswarmte gebruikt. Dit is bijvoorbeeld nodig bij het smelten van materialen of het bereiden van producten.
TJ of terajoule is een eenheid voor de hoeveelheid energie. 1 TJ = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met het gebruik van ongeveer 31.600 m3 aardgas; het gemiddeld jaarverbruik van zo’n 20 huishoudens.
Figuur 3. Totaal energieverbruik in Gouda onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik in 2019
Proceswarmte is dus geen warmte die wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen. Verhoudingsgewijs wordt in huishoudens aanzienlijk meer energie uit aardgas gebruikt dan elektriciteit (zie Figuur 3). Het stoppen met gebruik van aardgas is daarom cruciaal in de energietransitie. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%). 6 Bron: BAG Figuur 4. Type bedrijven in Gouda 7 Bron: CBS, 2018 8 Bron: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeld-energieverbruik 9 Bron: Klimaatmonitor, 2019 21
4.1.2. Energiebesparing Energiebesparing is de eerste en belangrijkste stap bij het terugdringen van de CO2-uitstoot en het overstappen van aardgas op andere warmtebronnen. Om een inschatting te geven van de mogelijke hoeveelheid energiebesparing, wordt gekeken naar de mogelijkheden om gebouwen te isoleren. Daarbij zijn de bouwjaren en energielabels van gebouwen het uitgangspunt. Energiebesparing in de woning Een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikte in 2018 per jaar 2.765 kWh elektriciteit en 1270 m3 aardgas. Dit kost al gauw 1690 euro per jaar. Door de te verwachten belastingverhoging op aardgas zal dit bedrag in de komende jaren waarschijnlijk stijgen. Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om energie te gaan besparen. Het verlagen van de energierekening is er één. Daarnaast zorgt een lager energiegebruik direct voor minder CO2-uitstoot en dus minder milieu-impact. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: een goed geïsoleerde woning is comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat.
5 is de verdeling van energielabels van de bijna 34.000 woningen in Gouda te zien10.
Figuur 5. Energielabels woningen
De verwachting is dat woningeigenaren in de komende decennia hun woning (verder) gaan isoleren. Daardoor verhogen de energielabels en wordt de warmtevraag lager11. Voor woningcorporaties en kantoorpandeigenaren gelden strenge isolatie-eisen. Deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden. Meer inzicht in de bij de analyse gebruikte methode en de kengetallen is terug te vinden in Bijlage C.
Het merendeel van de woningen in Gouda is gebouwd in de periode 1941-1974. Daarnaast staan met name in het centrum van Gouda veel vooroorlogse panden. Deze woningen zijn vaak lastig te isoleren en maken het zoeken naar een warmtealternatief extra uitdagend. Een kaart met een overzicht van de bouwjaren is te vinden in Bijlage C. Sinds 2015 zijn indicatieve energielabels opgesteld voor alle woningen in Nederland. Daarnaast is een actueel energielabel verplicht als een woning wordt doorverkocht. Het energielabel geeft een indicatie van de mate van isolatie en de warmtevraag van het pand. Label A staat voor een goed geïsoleerde woning, label G voor een slecht geïsoleerde woning. In Figuur 10 Bron: RVO, januari 2020 11 Bron: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/snel-besparen/grip-op-je-energierekening/gemiddeld-energieverbruik
22
Figuur 6. Niet elke woning heeft dezelfde mogelijkheden voor isolatie.
23
4.1.3. Toekomstige warmtevraag Om de toekomstige warmtevraag te berekenen is een inschatting nodig van de te verwachten energiebesparing van woningen tot 2040. In deze analyse wordt rekening gehouden met de kenmerken van de woningvoorraad in Gouda (zoals bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). Tabel 1 toont de landelijk verwachte energiebesparing voor een huis uit een bepaalde bouwperiode. Hierbij wordt uitgegaan van isolatie die economisch rendabel is. Huizen van voor 1920 hebben bijvoorbeeld vaak energielabel G en zijn tot energielabel C of D te isoleren. Deze isolatiestap betekent een energiebesparing van 18%. Voor de verschillende energielabels gelden verschillende niveaus van besparingspotentie. In Bijlage C is een uitgebreide uitleg over de gebruikte methoden en kengetallen te vinden. 4.1.4. Besparingspotentieel Gouda Voor Gouda leiden de modelberekeningen tot een mogelijke besparing van circa 24% van de warmtevraag in de bestaande bouw. Als in 2040 door isolatiemaatregelen het maximale besparingspotentieel is behaald, zal de verwachte totale warmtevraag 867 – 925 TJ/jaar zijn voor de huidige ca. 34.000 woningen (tegenover 1.144 TJ/jaar in 2019). Als de warmtevraag van alle
nieuwbouwprojecten tot en met 2030 wordt toegevoegd, wordt het totaal 967 – 1.025 TJ/jaar. Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (het landelijk gemiddelde). Omdat bedrijven meer divers zijn dan huizen – een kledingwinkel is heel anders qua comforteisen en bouwstijl dan een opslagloods – heeft het besparingspotentieel hiervan een grotere onzekerheidsmarge. Ervan uitgaande dat het maximale besparingspotentieel in 2040 is bereikt, zal de warmtevraag in 2040 van de utiliteitbouw (excl. industrie) naar schatting 300 TJ/jaar zijn. Vanuit woningcorporaties Mozaïek Wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn plannen bekend voor het renoveren en transformeren van woningen. De verwachte energielabels na uitvoering van de plannen sluiten grotendeels aan op de voorspelde stappen in Tabel 1. Warmtevraag Gouda in 2040 De gecombineerde warmtevraag voor warmte voor bedrijven (exclusief industrie) en woningen in Gouda zal circa 1.300 TJ/jaar zijn in 2040. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor passende warmtebronnen gezocht moeten worden.
Tabel 1. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. Er wordt uitgegaan van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend (via kengetallen12) door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. 12 Bron: adviesbureau Greenvis 24
4.1.5. Hoge, midden- of lage temperatuur Naast de vraag hoevéél warmte nodig is per buurt of woning, is de noodzakelijke temperatuur van deze warmte ook van belang. Dit wordt het warmteprofiel genoemd. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgiftetemperatuur) moet passen bij de isolatiegraad van de woningen en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning is geïsoleerd, hoe lager de afgiftetemperatuur kan zijn (zie Tabel 1). Lagere temperatuur heeft als voordeel dat het systeemrendement vaak beter is. Dit houdt in dat relatief weinig stroom nodig is voor de warmte die hiermee wordt opgewekt. Isolatiemogelijkheden voor woningen • Slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of een bouwjaar voor 1940, hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. Hierdoor is ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hoge temperatuur nodig (ca 70°C ). • Woningen met een gemiddeld isolatieniveau, met energielabel C t/m E of een bouwjaar tussen 1940 en 2005, kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgiftetemperatuur van 55 tot 70°C. Dit heet middentemperatuur.
• Woningen met een energielabel B kunnen op een relatief laagdrempelige manier met lage temperatuurverwarming worden aangepast. Daarvoor moet in ieder geval een aanpassing aan de binneninstallatie worden gedaan (bijvoorbeeld lage temperatuur radiatoren, vloerverwarming en een warmtepomp) en eventueel extra isolatie. • Goed geïsoleerde woningen, energielabel A of beter, of een bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder extra isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig. Soms is ook een aanpassing nodig aan
het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Isolatiemogelijkheden voor bedrijfspanden Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. Het beoogde effect daarvan is dat het merendeel van de kantoren in 2040 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte. Meer inzicht op de besparingspotentie en de temperatuurniveaus is terug te vinden in Bijlage C. 4.1.6. Warmteprofielen In Figuur 7 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven. Daarin staat de afgiftetemperatuur die op termijn realistisch is. Op dit moment (2021) gebruikt een groot deel van de huizen in Gouda nog een cv-ketel met een hoge afgiftetemperatuur. Bijna alle huizen zouden daarom rood ingekleurd kunnen worden op de gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn in Figuur 7 per cluster van huizen op de kaart gezet. In deze figuur valt het centrum duidelijk op. Vanwege de historische bebouwing is isolatie hier moeilijk.
Hier zal ook in de toekomst een hoge(re) temperatuur warmte nodig zijn. Ook in delen van de Korte Akkeren, de Kadenbuurt en Kort Haarlem geldt dit. De woonwijken Bloemendaal, Plaswijck en Goverwelle kunnen met isolatie eenvoudiger naar een midden- of lage temperatuur warmtevoorziening.
25
Figuur 7. Warmteprofiel Gouda: de benodigde afgiftetemperatuur nadat het nemen van alle rendabele isolatiestappen. Weergegeven zijn clusters van panden met eenzelfde warmteprofiel. Individuele huizen en panden met een industriefunctie zijn niet in kaart gebracht.
26
Figuur 8. De verwachte toekomstige warmtevraag van de woningen per oppervlakte in Gouda. Dit is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Tabel 1.
27
Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast. Voor elk temperatuurbereik bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve oplossingen (met een warmtenet). 4.1.7.
armtevraag per oppervlakte; belangrijk W bij de keuze van de oplossing Hoe hoog de warmtevraag per oppervlakte (GJ/ ha) is, verschilt binnen de gemeente. Gebieden met een hoge warmtevraag per oppervlakte zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer veel panden bij elkaar staan of een paar panden heel veel warmte nodig hebben. Als de warmtevraag per oppervlakte laag is, liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, meer voor de hand. Voor Gouda is de berekende verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 8. Wanneer is een warmtenet een realistische optie? In de huidige markt is de kans op een rendabele businesscase voor een warmtenet groot bij een warmtevraag per oppervlakte vanaf 1000 GJ/ha en een minimumaantal woningen van ongeveer 200. Daarnaast is dit afhankelijk van meerdere andere factoren, zoals bijvoorbeeld de warmtebron. Tussen 500 en 1.000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid meer af van de omstandigheden, zoals het type warmtebron, de afstand tussen woningen en warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur. Waar in Gouda is een warmtenet kansrijk? Zoals in Figuur 8 te zien, heeft een aanzienlijk deel van Gouda een hoge warmtevraag per oppervlakte. In deze gebieden is vanuit technisch oogpunt een warmtenet een kansrijke optie.
Voor Gouda geldt dit voor Korte Akkeren, Kort Haarlem, Ouwe Gouwe en stationsgebied, delen van Plaswijck en in Goverwelle.
28
Waar in Gouda is een warmtenet minder kansrijk? Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing. In de minder dichtbebouwde gebieden (zoals het grootste gedeelte van Bloemendaal, delen van Plaswijck, Nieuwe Park West, Oosterwei, delen van Achterwillens/Middenwillens) liggen individuele oplossingen meer voor de hand.
Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond. Deze leidingen transporteren warm water van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Waarom een warmtenet? Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd om de warmte vanaf de bron te transporteren. Overschakelen op een warmtenet vraagt vaak een minder grote ingreep in de woning en minder extra capaciteit/ piekbelasting op het elektranet dan overschakelen op een warmtepomp. Soms is een warmtenet de goedkoopste oplossing, maar alleen als de concentratie van de warmtevraag groot genoeg is. Prijzen en regelgeving Een nieuwe warmtewet is aangekondigd voor 2022. De verwachting is dat hierin het recht van bewoners op een aansluiting op het warmtenet (mits aanwezig) in ieder geval wordt vastgelegd. Bewoners zullen niet verplicht zijn om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp.
In het centrum is de warmtevraag per oppervlakte het hoogst. Dit heeft te maken met de vele oude panden. Een warmtenet is echter niet aangewezen als kansrijke optie. Ten tijde van de bouw van straten in het centrum werd namelijk geen rekening gehouden met ondergrondse infrastructuur. Daardoor is hier nu drukte in de bodem. Een in 2019 uitgevoerde quickscan naar de mogelijkheden voor de aanleg van een warmtenet wijst daarnaast uit dat de mogelijkheden beperkt zijn door onder meer de smalle straten, de aanwezigheid van archeologische resten, verontreinigde grond, ondergrondse containers, enzovoorts13. Het openbreken van straten in de binnenstad is daardoor extra duur en tijdrovend. Het aanleggen van een warmtenet heeft daarom in de binnenstad niet direct de voorkeur. Bedrijventerreinen De warmtevraag van bedrijven is in Figuur 8 niet weergegeven, omdat deze minder eenduidig in te schatten is. De ligging van bedrijventerreinen is wel zichtbaar. Bedrijven bevinden zich vaak in grotere panden en hebben daarmee een hoge warmtevraag. Het is dus erg relevant om, als over een warmtenet wordt gedacht, te kijken waar de koppeling met bedrijventerreinen gemaakt kan worden.
4.2.
Warmtebronnen
In dit hoofdstuk wordt beschreven welke warmtebronnen in Gouda beschikbaar zijn om in 2040 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Eerst worden de warmtebronnen genoemd die individueel (per woning of appartementencomplex) in te zetten zijn. Daarna komen de geschikte bronnen voor een warmtenet aan bod. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die wordt verwacht in 2040 is ca. 1.300 TJ (excl. industrie - zie Paragraaf 4.1). Over de inzet, duurzaamheid en voor- en nadelen van de verschillende warmtebronnen heeft het Expertise Centrum Warmte veel informatie beschikbaar14.
4.2.1. Bronnen voor individuele oplossingen Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen. Hiervoor gebruiken deze warmtepompen elektriciteit. Dit is een individuele oplossing die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard-luchtwarmtepomp geeft warmte met een lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuuroplossingen – goed geïsoleerd zijn. Ook is een passend warmteafgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuurradiatoren. Ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen zijn op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Per woning moet gekeken worden of hiervoor voldoende ruimte beschikbaar is en of aan de geluidsnormen wordt voldaan. Zonnewarmte op het dak Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen worden ingezet. Er bestaan ook gecombineerde panelen. Deze leveren zowel elektriciteit als warmte. Die panelen worden PVT-panelen genoemd (fotovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Dit is een lage temperatuuroplossing, waarbij de woning goed geïsoleerd dient te zijn.