TRANSITIEVISIE WARMTE GOUDA 2021
Tekst van het document
lossingen. De economische levenscyclus van de bedrijfspanden is vaak korter dan van woningbouw. Vaak is een kantoorpand voor 40 à 50 jaar gebouwd. Dat betekent dat deze sector sneller op een natuurlijk tempo de transitie kan maken dan woningen. 7.4.2. Gemeentelijk vastgoed De gemeente zet zich hard in om haar eigen ambities waar te maken en wil een voorbeeld zijn voor de gemeenschap. Zo is de gemeente aan de slag met de eerste fase van verduurzaming van gemeentelijk vastgoed33. Het einddoel is een energieneutraal maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed. De gemeente werkt of heeft gewerkt aan vijf “showcases”. Het zwembad Groenhoven kreeg
33 Programmaplan verduurzaming Vastgoedportefeuille Gemeente Gouda 2018-2021; Uitvoeringsprogramma Duurzame ontwikkeling Gouda 2020; Integraal Huisvestingsplan Gouda 2017-2032; Nota Sport en Bewegen in Gouda 2022
57
zonnepanelen op het dak en zonnecollectoren zorgen voor 100.000 warme douchebeurten. Daarnaast is een inventarisatie gedaan in de Chocoladefabriek, het Cultuurhuis de Garenspinnerij, de kinderboerderij en buurtservicecentrum Lekkenburg. In de plannen worden verschillende duurzame oplossingen verwerkt. Doordat veel bezoekers naar deze gebouwen komen, maakt de gemeente zichtbaar dat ze duurzaamheid ook echt belangrijk vindt. De gemeente gebruikt daarnaast de volgende instrumenten voor het gemeentelijk vastgoed: • Voortzetten uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Gouda 2017-2032 voor scholen • Voortzetten uitvoering van het Programmaplan verduurzaming Vastgoedportefeuille Gemeente Gouda 2018-2021, waaronder o Treffen van verduurzamingsmaatregelen in de ‘showcases’; o Afspraken maken met huurders over optimaal gebruik van verduurzaamde panden; • Voortzetten van het energiezuiniger maken van sportgebouwen;
• Stimuleren en faciliteren van plaatsing van zonnepanelen op daken van sportaccommodaties; • Duurzaamheid borgen in de nieuwe sport accommodatienota. 7.4.3. Bedrijventerreinen Voor bedrijventerreinen waar zich kansen voordoen, haakt de gemeente graag aan bij bestaande initiatieven. Ze wil hierin vooral de plannen van het lokale bedrijfsleven faciliteren, zoals op Gouwespoor (Zie Hoofdstuk 6). Indien zich in wijken dichtbij bedrijventerreinen ontwikkelingen voordoen, zal de gemeente overwegen om ook het nabijgelegen bedrijventerrein te betrekken. Daarnaast geldt voor de grootste verbruikers een energiebesparingsplicht34: Deze bedrijven en instellingen dienen alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Ook moeten zij bij het RVO rapporteren welke maatregelen ze hebben uitgevoerd. Figuur 23 - Stappen inventarisatie energieverbruik bedrijventerrein35
34 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-besparen/informatieplicht-energiebesparing/ energiebesparingsplicht 35 bron: presentatie Enodes/ Rijnconsult Mini-congres Aardgasvrij Bedrijventerreinen -13 april 2021 ©Enodes
58
Voor alle bedrijventerreinen geldt: a. De gemeente houdt contact via de ondernemersverenigingen en parkmanagers. b. De ‘grootverbruikers’36 worden individueel benaderd. c. De gemeente zal de onderstaande aanpak hanteren. Fase 1: Inventarisatie en stakeholdersanalyse • In kaart brengen van energieverbruik, installaties en functies; • Starten van een collectief waarin afspraken gemaakt worden over verduurzaming. Fase 2: Haalbaarheidsstudies op de verschillende terreinen • Grote bedrijven individueel benaderen; • Kleine bedrijven meer collectief (bijv. starten met enquête). Fase 3: Ontwikkelen van aanpak • Ontwikkelen van een aanpak (kiezen van de techniek, uitwerken businesscases, inrichten projectorganisatie, enz). Fase 4: Realisatiefase: • Stapsgewijs doorvoeren van duurzame warmtestrategieën, energiebesparende maatregelen en het opwekken van duurzame energie.
Daarnaast worden de volgende aspecten in de komende jaren onderzocht: • De extra kosten voor het onderhoud van warmtenetten in slappe bodem (in het kader van de eerste verkenning in de verkenningsblokken); • De bereidheid van bedrijven om restwarmte te leveren; • Een ruimtelijke visie over de ondergrond om de mogelijkheid voor bodemwarmte en warmte-koude opslag nauwkeuriger in kaart te brengen. 7.5.2. Bronnen verdelen tussen buurten en met omliggende gemeenten De lokaal beschikbare warmtebronnen en ruimte zijn in Gouda schaars. Daarom zullen warmtenetten alleen worden ontwikkeld in buurten waar deze optie de meeste voordelen biedt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in gebieden waar deze warmteoptie duidelijk kostenvoordeel biedt en/of waar panden weinig binnenruimte beschikbaar hebben. Ook de aanwezigheid van grote vastgoedeigenaren (zoals woningcorporaties) en/of particuliere eigenaren met weinig investeringsruimte kunnen een reden zijn om deze optie verder te onderzoeken.
Als er voor warmtenetten wordt gekozen moeten lokale en (boven)regionale warmtebronnen worden ontwikkeld en ingezet.
Daarnaast is afstemming nodig met omliggende gemeenten om de bovengemeentelijke bronnen te verdelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor ondiepe geothermie of de Reeuwijkse plassen in samenwerking met buurgemeente Bodegraven-Reeuwijk.
7.5.1. Haalbaarheidsonderzoeken De theoretische potentie van de warmtebronnen is bekend. Hoe deze kunnen worden ingezet en wat de daadwerkelijke economische potentie is, moet nog onderzocht worden in haalbaarheidsstudies. Rondom aquathermie verwacht de gemeente waardevolle inzichten te krijgen uit het haalbaarheidsonderzoek in de verkenningsblokken.
7.5.3. Aansluiten op (boven)regionale bronnen In de toekomst bieden bovenregionale warmtebronnen en infrastructuur zoals het Warmte Transport Systeem Zuid-Holland of diepe geothermie mogelijk kansen. In de komende jaren worden aanbod en voorwaarden voor deze warmtebronnen meer concreet. Deze worden meegenomen in de lokale haalbaarheidsstudies en de volgende versie van de TVW.
7.5.
Regie op collectieve bronnen
36 Verbruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 20.000 m3 gas.
59
7.6.
Participatie en communicatie
De participatiestrategie wordt samen met partners ontwikkeld en is naar verwachting in het vierde kwartaal van 2021 gereed Participatie is een voorwaarde om de warmtetransitie te realiseren. Bij de uitvoering van de warmtetransitie is het de bedoeling dat betrokkenen partners worden. Daarom ligt het voor de hand om een uitwerking van participatie en communicatie samen met de partners vorm te geven in aanloop naar de uitvoeringsfase. “De warmtetransitie is een proces dat we samen doen” houdt ook in dat het streven van de gemeente is om, naast de rechtmatige rol, ook de rol van een ‘samenwerkende overheid’ te vervullen in dit transitieproces. Op buurtniveau zal moeten worden bepaald welke rol van de gemeente nodig en wenselijk is aan de hand van de behoefte van de buurt. Met het oog daarop worden onderstaande uitgangspunten opgenomen: 1. De gemeente vindt de betrokkenheid van bewonersgroepen om meerdere redenen van belang. Dit geldt voor de keuze van het warmtealternatief, de opstelling van het wijkwarmteplan, de ontwikkelfase, de realisatiefase en de beheerfase. De gemeente ziet een duidelijke rol weggelegd voor actieve bewoners en ondernemers in buurt en stad. Zij kennen hun doelgroep erg goed en hebben vaak een breed vertrouwen in hun netwerk. Dat betekent dat deze betrokkenen een belangrijke rol kunnen spelen in communicatie over de energietransitie.
Richting bewoners zijn dat bijvoorbeeld bewonersorganisaties, en andere groepen en personen met een breed netwerk. Voor ondernemers kan dit bijvoorbeeld via ondernemersplatforms en -verenigingen. Deze partijen spelen een rol bij het verhogen van draagvlak. 37 https://www.hieropgewekt.nl/initiatieven#overzicht
60
2. De gemeente stimuleert en ondersteunt bewonersinitiatieven, zowel op gebied van verduurzaming van de buurt of wijk (regeling Samen Aardgasvrij Gouda) als bij de keuze van het warmtealternatief. 3. De gemeente ontwikkelt samen met partners een participatiestrategie waarin een actieve rol van bewonersinitiatieven bij de keuze van het warmtealternatief, de ontwikkelfase en de realisatiefase en – in het geval van een warmtenet - de beheerfase van het Wijkwarmteplan een plaats krijgt.
7.7.
Governance en doorontwikkeling TVW
De warmtetransitie vraagt van iedereen een inspanning. Hieronder worden de rollen van de belangrijkste stakeholders beschreven. 7.7.1. Rol van bewoners en bedrijven De warmtetransitie komt bij elke bewoner en elk bedrijf ‘achter de voordeur’. Daarmee heeft dit een directe impact op de leefomgeving. Gebouweigenaren beslissen zelf over de maatregelen in de woning en gebouwen. Bewoners, ondernemers en bedrijven kunnen dus ook als eerste zelf maatregelen nemen. Daarnaast kunnen ze bijdragen aan het versnellen van de transitie door te helpen bij het creëren van draagvlak. Ook kunnen ze hun buren stimuleren om stappen te zetten, bijvoorbeeld door een gezamenlijke inkoopactie te starten. Ook bij een collectieve warmtevoorziening kunnen lokale partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Het Klimaatakkoord stelt dat gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie door de lokale omgeving (inwoners en bedrijven). In Nederland zijn al meer dan 60037 buurtinitiatieven/coöperaties aan de slag met het verduurzamen en het aardgasvrij maken van hun directe omgeving.
Figuur 24 - Buurtwarmte aanpak bewonersinitiatieven38
7.7.2. Rol van de lokale marktpartijen De warmtetransitie is ook een kans voor het Goudse bedrijfsleven in de installatie- en bouwsector. Zij voeren de warmtetransitie voor een groot deel uit. De gemeente (eventueel in Midden-Holland verband) speelt hier ook een faciliterende rol door middel van 3 sporen:
ontwerpers, installateurs en ondernemers in nauw verband met elkaar samen moeten werken. Daarmee kunnen zij de juiste aanpak voor de juiste gebouwen bieden. Dit kan in de vorm van een “one-stop-shop” of een consortium van kleine bedrijven die zich organiseren om een integraal arrangement op maat te bieden. De gemeente en DPG trekken hierin samen op.
1. Zichtbaarheid/ organisatie van de markt De gemeente maakt de uitvoering en de vraag naar isolatie en installaties inzichtelijk op basis van de fasering van de Transitievisie Warmte. Deze aanpak werkt de gemeente verder uit in samenspraak met het duurzaamheidsplatform voor bedrijven DPG.
3. Financiering Aanbieders van financiering (bijv. hypotheken) moeten pandeigenaren actief wijzen op de mogelijkheid om verduurzaming mee te financieren. Ook makelaars kunnen hier een rol in spelen. De gemeente zal lokale aanbieders hiertoe stimuleren.
2. Consortium vormen De verduurzaming van gebouwen vergt meer dan technische kennis. De pandeigenaren moeten worden ontzorgd met maatwerkadvies over de juiste maatregelen, subsidie- en de financieringsmogelijkheden. Hiervoor zullen adviseurs,
7.7.3. Rol van woningcorporaties Woningcorporaties Woonpartners Midden-Holland en Mozaïek Wonen zijn met resp. ca 3.000 en ca 7.000 woningen goed vertegenwoordigd in Gouda. Daarnaast heeft woningcorporatie Woonzorg Nederland nog 171 woningen in bezit.
38 https://buurtwarmte.energiesamen.nu/pagina/18/buurtaanpak-voor-bewoners
61
Deze woningcorporaties hebben de ambitie om energieneutraal te zijn tegen 2050. Zij leverden hun bijdrage aan de TVW onder meer door deelname in de regiegroep. De corporaties blijven hun ontwikkel-, onderhouds- en renovatieplannen delen met de gemeente, zodat investeringen goed op elkaar kunnen worden afgestemd. In de buurten waar zij bezit hebben, zullen ze meewerken aan de wijkuitvoeringsplannen.
Om de energietransitie mogelijk te maken, is samenwerking cruciaal. Het verhogen van de concreetheid en zekerheid van ontwikkelingen is noodzakelijk voor de benodigde investeringen in de energie-infrastructuur. Stedin blijft daarom betrokken bij de verdere uitwerking van de TVW in wijkuitvoeringsplannen. Tenslotte kan de netbeheerder de gemeente helpen om het aantal aardgasvrije panden te monitoren.
De corporaties zijn al concreet aan de slag en gaan door met het naar energielabels B of A brengen van een groot deel van hun woningen. Dit doen zij in het kader van grote onderhoudsprojecten. De corporaties willen hun woningen namelijk op zogeheten ‘natuurlijke’ momenten ‘transitiegereed’ maken. Voor de komende 10 – 15 jaren gaven zij daarom die natuurlijke onderhoudsmomenten voor hun woningbezit door aan de gemeente. Aanvullend zijn en worden eengezinswoningen voorzien van zonnepanelen.
7.7.5. Rol van de gemeente De gemeente heeft volgens het Klimaatakkoord de regie in de warmtetransitie en speelt een centrale rol in de besluitvorming. Ze brengt partijen bij elkaar om deze Transitievisie Warmte op te stellen. Dit doet ze later ook voor het opstellen van wijkuitvoeringsplannen en bij onderzoeken op buurtniveau. De gemeente besluit wanneer welke buurten van het aardgas af gaan. Deze definitieve beslissing valt pas bij het vaststellen van een wijkuitvoeringsplan door de gemeenteraad. Voor het maken van deze keuzes werkt de gemeente intensief samen met woningcorporaties, netbeheerder, bewoners en andere partijen uit de buurt.
7.7.4. Rol van de netbeheerder In de besluitvorming over de aanpassing van de energie-infrastructuur spelen netbeheerders een cruciale rol. Zij zijn verantwoordelijk voor een betrouwbare, veilige en robuuste infrastructuur. In Gouda heeft netbeheerder Stedin de taak om het gas- en elektriciteitsnet te onderhouden. Stedin speelde een actieve rol in de totstandkoming van deze TVW, onder meer door deelname in de regiegroep. Het aanpassen van energie-infrastructuur heeft invloed op de omgeving. Zo zullen werkzaamheden in de ondergrond moeten plaatsvinden door een toenemende vraag naar elektriciteit. Dit heeft overlast tot gevolg. Om het net geschikt te maken voor de toekomst is daarnaast extra ruimte in de ondergrond nodig voor kabels en leidingen. In de openbare ruimte is ruimte nodig voor stations in de wijk.
Wet- en regelgeving over de rol en bevoegdheden van gemeenten in de energietransitie is nog volop in ontwikkeling. Daarom staan de precieze rollen en besluitvormingsinstrumenten nog niet vast.
De Transitievisie Warmte geeft Stedin een eerste inzicht in de impact op de energie-infrastructuur.
Rol van de gemeente bij collectieve warmte De aangekondigde nieuwe Warmtewet dicht bij
62
de ontwikkeling van warmtenetten ook een rol toe aan gemeenten. De keuze voor een warmtenet heeft bijvoorbeeld impact op de openbare ruimte. De gemeente kan ervoor kiezen om de ontwikkeling van het warmtenet aan marktpartijen over te laten, om er zelf actief in te participeren, of iets daar tussenin. Hierover wordt in deze eerste TVW nog geen keuze gemaakt. Elke rol kent voor- en nadelen, die per situatie ook nog eens kunnen verschillen. Naast een rol van de gemeente zal daarnaast tegelijkertijd nagedacht moeten worden over een actieve rol van de eindgebruikers in warmtenetten. 7.7.6. Afstemming met belanghebbenden De gemeente wil de komende jaren doorgaan met de constructieve samenwerking die is ontstaan met de belangrijkste partners in de energietransitie. Het overleg in de regiegroep met de woningcorporaties, DPG, Stedin en Energiecoöperatie Gouda wordt daarom voortgezet. Als de situatie vraagt om een andere samenstelling of frequentie, wordt dat in de regiegroep besproken. In de samenwerking worden de volgende principes gehanteerd: • De partijen zullen regelmatig bij elkaar komen om de voortgang te monitoren en de benodigde aanpassingen omtrent de warmtetransitie met elkaar af te stemmen. • De partijen zullen samenwerken bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen.
• De partijen zullen hun onderzoeks- en investeringsplanningen (‘assetmanagement strategie’) op elkaar afstemmen. • Wanneer gestart wordt in een buurt met weinig netcapaciteit, kan de doorlooptijd tot daadwerkelijke realisatie lang zijn. Dit wordt continu met de netbeheerder afgestemd. Daarnaast zal de Transitietafel worden verlengd. Tot en met 2040 zal dit gremium minimaal 1 keer per jaar samenkomen. Daarmee blijft een brede weerspiegeling van de Goudse samenleving betrokken bij het evalueren van de warmtetransitie. 7.7.7. Doorontwikkeling Transitievisie Warmte Rondom de warmtetransitie vinden continu ontwikkelingen plaats. Die ontwikkelingen hebben een impact op de oplossingsrichtingen, de fasering en de strategische keuzes. Denk hierbij aan de kansenkaart van netbeheerder Stedin, de doorontwikkeling van de Startanalyse, de beschikbaarheid van warmtebronnen, de onderhouds- en renovatieplannen van de woningcorporaties, de ontwikkelingen op regionaal en provinciaal niveau of de landelijk wet- en regelgeving en de financieringsmogelijkheden. Om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen en om de warmtetransitie te kunnen evalueren, wordt de TVW elke 5 jaar geactualiseerd. Zo kan worden ingespeeld op nieuwe technologieën, ontwikkelingen in de prijs en de beschikbaarheid van de verschillende warmteoplossingen.
Figuur 25 Na de Transitievisie Warmte (TVW) volgen de wijkuitvoeringsplannen. De Transitievisie Warmte wordt minimaal iedere 5 jaar geactualiseerd.
63
Nawoord Veel randvoorwaarden en zaken rondom de warmtetransitie moeten de komende decennia worden ingevuld. De TVW is een eerste stap richting de concretisering van het gesprek over de warmtetransitie. De TVW biedt bewoners en ondernemers inzicht in de oplossingen die in hun wijk of buurt interessant lijken. Ook biedt de TVW concreet handelingsperspectief. Bewoners en ondernemers kunnen bij verbouwingen en/of verduurzaming van hun pand rekening houden met de globale planning en oplossingsrichtingen die nu per buurt slim en logisch worden geacht. Tegelijkertijd gaat deze transitie stap voor stap en wordt de TVW minimaal iedere 5 jaar aangescherpt en verdiept. In de komende jaren wil de gemeente bewoners van heel Gouda, in alle wijken, stimuleren om met isolatie aan de slag te gaan. Daarnaast wordt in verkenningsblokken een concreter onderzoek gestart naar wat nodig is om over te stappen op duurzame warmte. Ook wordt onderzocht wat in de praktijk nodig is om dit haalbaar en betaalbaar te maken voor iedereen. Om invulling te geven aan randvoorwaarden die vandaag nog niet zijn ingevuld, wil Gemeente Gouda kritisch, maar ook constructief het gesprek aangaan met het Rijk. Ook met andere partijen die een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie blijft de gemeente het gesprek voeren, om de belangen van burgers te bewaken.
Zo geeft Gemeente Gouda invulling aan haar regierol en zet ze samen met de stad stap voor stap de warmtetransitie in gang.
64
Projectteam Dit rapport is opgesteld door De WarmteTransitieMakers in opdracht van en in samenwerking met Gemeente Gouda.
Gemeente Gouda • Evelien ten Cate • Marjolein Broos • Yvonne Metaal • Koen Sillevis Smitt (ODMH)
De WarmteTransitieMakers • Cédric Deverchère (Projectleider) • Michiel van der Vight • Laura van de Kar • Meike van de Linde
65
Begrippenlijst Aardgasvrij gebouw
Een gebouw dat verwarmd wordt zonder aardgas, dus ook zonder warmte die gewonnen is uit aardgas. Restwarmte wordt wel aangemerkt als duurzame warmtebron.
Aardgasvrij-ready gebouw
Een gebouw is aardgasvrij-ready als de pandeigenaar maatregelen heeft genomen om de woning voor te bereiden op een aardgasvrije warmtebron. Dit betreft isolatiemaatregelen die passen bij het toekomstige warmtesysteem, in die mate dat CO2-uitstoot omlaag gaat en de uiteindelijke overstap naar helemaal aardgasvrij een relatief kleine investeringsstap is.
CO2-uitstoot
CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide (CO2) in de lucht. De hoeveelheid CO2 in de lucht was tot 1870 relatief stabiel: mensen en dieren stoten CO2 uit, maar die CO2 werd gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door bomen en planten. Deze natuurlijke kringloop was gesloten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Dat komt doordat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer. Daarnaast worden bossen op grote schaal gekapt. Er is dus meer uitstoot van CO2 en er zijn minder bossen om die uitstoot weer op te nemen.
CO2-neutraal
CO2-neutraal betekent dat er geen CO2 vrijkomt als je energie gebruikt. CO2-neutraal is niet hetzelfde als energieneutraal. Energieneutraal geeft aan dat een gebouw of woning evenveel energie verbruikt als het opwekt.
Energietransitie
De overstap van een energievoorziening met fossiele brandstoffen naar een energievoorziening op basis van onuitputbare duurzame energiebronnen, zoals zon, wind en aardwarmte.
Groen gas
Groen gas is gas dat op duurzame wijze wordt geproduceerd. De basis is biogas, synthetisch gas of waterstof. Omdat dit niet precies dezelfde samenstelling en kwaliteit heeft als aardgas, kun je het niet zomaar toevoegen aan het gasnet. Eerst moet het opgewaardeerd worden tot dezelfde kwaliteit als aardgas nu heeft. Na dat proces noemen we biogas groen gas. Wanneer je als consument kiest voor groen gas, gaat het vaak over een ander soort product. Veelal kies je dan voor gas dat wordt gecompenseerd met klimaatvriendelijke projecten in het buitenland, zoals de aanplant van nieuwe bomen. Lees hier een artikel over het verschil tussen biogas, groen gas en gecompenseerd gas.
Hogetemperatuurverwarming
Wanneer je je woning verwarmt met een temperatuur boven de 70 graden wordt gesproken van hoge temperatuurverwarming. Dit is meestal het geval bij traditionele cv-ketel. Veel warmtenetten (stadverwarming) worden ook op hoge temperatuur verwarmd.
66
Middentemperatuurverwarming
Bij middentemperatuurverwarming verwarm je je woning met een temperatuur tussen de 55 en 70 graden.
Lagetemperatuurverwarming
Bij lagetemperatuurverwarming verwarm je je woning met een temperatuur van maximaal 55 graden. Verwarmen op lage temperatuur komt voor bij een warmtepomp en sommige warmtenetten. Om je woning met een lagere temperatuur nog steeds comfortabel warm te krijgen, is het belangrijk om je woning zo goed mogelijk te isoleren, en te zorgen voor geschikte radiatoren of wand-/vloerverwarming.
Maatschappelijke kosten
Dit zijn alle kosten (geld, maar ook: tijd, moeite, energie of milieuwaarden) die de maatschappij moet opbrengen.
Totale Nationale kosten
Dit zijn alle geldelijke kosten die de maatschappij moet opbrengen (voor productie, inkoop en services). Hierin zijn belastingen en subsidies niet meegenomen. Belastingen en subsidies zijn immers geen daadwerkelijk kosten, maar instrumenten om de verdeling van kosten en baten te verdelen over verschillende partijen.
Pelletkachel
Een pelletkachel is een zuinige houtkachel die brandt op samengeperste houtkorrels (pellets). Je hebt ook een pellet-cv. Dit is een cv-ketel die op pellets werkt in plaats van op aardgas. Een pelletkachel kan een goede optie zijn wanneer je wilt stoppen met het gebruik van aardgas, in een buitengebied woont en je huis moeilijk te isoleren is. Denk bijvoorbeeld aan monumentale boerderijen. Bij het gebruik van een pelletkachel komt wel fijnstof in de lucht. Daarom wordt een pelletkachel in de gebouwde omgeving sneller afgeraden. Fijnstof heeft een slechte invloed op je gezondheid en het milieu.
TeraJoule (TJ)
Een eenheid voor energie, gelijk aan 1012 (1.000.000.000.000) Joule, weergegeven met het symbool TJ. Een forse stofzuiger heeft soms een vermogen van 1 kW, ofwel 1000 Watt, en verbruikt dus per seconde 1000 Joule. Deze stofzuiger verbruikt elk uur dat hij aanstaat 1 kWh. Een standaard Nederlands huishouden verbruikt in één jaar circa 3500 kWh aan elektrische energie. Hetzelfde standaard Nederlands huishouden verbruikt ruwweg 1500 m3 aan aardgas per jaar. In 1 m3 aardgas zit grofweg 36.000.000 Joule energie, wat weer om te rekenen is naar 10 kWh. Het energieverbruik per jaar van dat huishouden voor aardgas is dus 1500 x 10 kWh = 15.000 kWh. Wat gelijk is aan 54 GJ (oftewel 0,054 TeraJoule).
Transitiegereed of aardgasvrij-ready Woningen die klaar zijn voor de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. Dit zijn bijvoorbeeld woningen die goed/vergaand geïsoleerd zijn en met lagere temperatuur verwarming overweg kunnen. Verkenningsbuurt/ verkenningsblok Buurten waar in de komende jaren studies lopen of gestart worden om te onderzoeken of een overstap naar aardgasvrij wonen en werken haalbaar en betaalbaar is.
colofon uitgave: 68
gemeente Gouda
© gemeente Gouda, 2021