Strategische Verkenningen 2026 - Schaarste vraagt keuze
Tekst van het document
27
3 | Een stad die ontwikkelt
autoverkeer op orde kan worden gebracht. Dit vraagt om zorgvuldige en op elkaar afgestemde uitvoering. Rijk en provincie zijn bereid om de doorfietsroute Rotterdam-Gouda, inclusief een nieuwe fietsbrug over de Gouwe, grotendeels te financieren. Een belangrijk lobbypunt blijft een extra station, waarvoor Gouda samen met de regio Midden-Holland optrekt. Deze investeringen voor duurzame mobiliteit maken het mogelijk om autoverkeer zoveel als mogelijk te beperken in de vervolgfasen van Westergouwe, zodat de wijk ook op lange termijn bereikbaar blijft. Westergouwe biedt bovendien ruimte om te experimenteren met andere vormen van bouwen en uitgifte. Denk aan circulair bouwen op gemeentelijke grond en aan rechtstreekse kaveluitgifte aan Goudse woningzoekenden, bijvoorbeeld via CPO, wooncoöperaties of individuele uitgifte, in plaats van uitsluitend uitgifte van complete bouwvelden aan ontwikkelaars.
INFORMATIEBLOK: SPOORZONE (BLOEMENDAAL) De Spoorzone is een van de belangrijkste binnenstedelijke ontwikkellocaties van Gouda. Het gebied biedt de kans om een stedelijke wijk te maken die wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, energievoorziening, water en groen
combineert, met een aantrekkelijke openbare ruimte en een goede aansluiting op de rest van de stad. Door stijgende kosten bestaat het risico dat de gewenste kwaliteit van openbare ruimte en ontsluiting niet wordt gehaald. De ontwikkeling van de Spoorzone heeft tot nu geleid tot de oplevering van ruim 150 woningen. Daarnaast zijn 500 woningen in aanbouw. Voor circa 200 woningen is een omgevingsvergunning verleend (Heuvellaan en Harderwijkweg). De huidige ontwikkeling bestaat vooral uit woningbouw, terwijl het Ontwikkelperspectief Spoorzone uitgaat van een gemengd gebied met ook ruimte voor kantoren en andere functies. Voor de verdere ontwikkeling liggen keuzes voor over welke maatschappelijke voorzieningen nodig zijn, de kwaliteit van de openbare ruimte, de aansluiting op groenstructuren en de organisatie van parkeren op gebiedsniveau. Een belangrijke strategische keuze gaat ook over de rol van de Spoorzone in de stad. Het gebied kan zich ontwikkelen als een zelfstandige wijk, of juist een bovenwijkse rol vervullen door stedelijke voorzieningen te huisvesten die ook andere delen van de stad bedienen. Die tweede optie vergroot de integratie met de stad, maar vraagt ook om een passende inrichting en programmering om de druk op de openbare ruimte beheersbaar te houden.
INFORMATIEBLOK: BINNENSTAD De binnenstad is het kloppend hart van Gouda – economisch, cultureel en sociaal. Het is de plek waar inwoners en bezoekers winkelen, uitgaan, verblijven en elkaar ontmoeten. De binnenstad huisvest het unieke middeleeuwse centrum dat Gouda zijn identiteit geeft, met veel monumenten en actieve gemeenschappen die het verhaal van de stad levend houden. De ontwikkelingen hier bepalen in hoge mate hoe aantrekkelijk, leefbaar en toekomstbestendig de stad als geheel is. Tegelijkertijd is de binnenstad het gebied waar de meeste opgaven en beleidsdrukte samenkomen in een historisch weefsel met schaarse ruimte en waar ingrepen direct zichtbaar zijn. Het gaat onder meer om het begeleiden van functieverandering in panden door een afnemende vraag naar winkelruimte, het anders omgaan met hemelwater en afvalwater, vergroening tegen hittestress, het anders omgaan met autogebruik en het vormgeven van de energietransitie. Een allesbepalende en complicerende factor hierbij is de bodemdaling. De specifieke problematiek hierover is uitgewerkt in het kader 'Bodemdaling'. Bezoekers dragen bij aan levendigheid, maar vragen ook om sturing in de binnenstad. Gouda trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers, met Strategische Verkenningen Gouda, 2026
28
3 | Een stad die ontwikkelt
pieken rond Gouda bij Kaarslicht en de kaasmarkt. Bezoekers versterken het draagvlak voor horeca, cultuur en winkels waar ook inwoners gebruik van maken. Tegelijk is de binnenstad compact en de openbare ruimte beperkt, waardoor drukte op piekmomenten kan toenemen. Dit vraagt om een bestuurlijke keuze: hoe wil Gouda bezoek en verblijf sturen, zodat het bijdraagt aan de stad op een manier die past bij leefbaarheid en ruimtegebruik? De openbare ruimte in de binnenstad is van groot belang voor het wonen, werken, winkelen en recreëren van de hele stad. In 2023 heeft de raad een Kwaliteitsplan voor de openbare ruimte binnenstad vastgesteld. De afgelopen jaren zijn enkele straten opnieuw ingericht conform dit plan. De komende jaren moeten meer straten volgen, maar hiervoor ontbreken nog middelen. Daarnaast ligt er een forse opgave voor onderhoud en vervanging van civieltechnische kunstwerken zoals bruggen en kademuren. Ook de riolering moet gefaseerd worden vervangen en berekend zijn op de klimaatverandering. In de binnenstad is bovendien relatief weinig groen, terwijl juist hier de hittestress en wateroverlast het grootst zijn. Tegelijkertijd vraagt de energietransitie om verduurzaming van monumentale panden in het beschermde stadsgezicht. De toenemende drukte in de ondergrond kan spanning opleveren met het behoud van archeologisch erfgoed.
Al deze opgaven komen samen in dezelfde beperkte ruimte. Dat vraagt om duidelijke prioriteiten en fasering. Het nieuwe gemeentebestuur kan richting geven via een omgevingsprogramma binnenstad, met heldere speerpunten en een prioritering van projecten.
Welke groeiambitie Gouda ook nastreeft, de ruimte is beperkt. Groei vraagt daarom om keuzes in de verdeling van schaarse ruimte. Dat brengt ons bij de tweede opgave. De druk op de fysieke leefomgeving maakt zichtbaar dat ruimte in Gouda schaars is, bovengronds én ondergronds. Dat vraagt om scherpe afwegingen: welke functies krijgen voorrang, waar kunnen functies worden gecombineerd, en hoe kan de beschikbare ruimte slimmer worden benut? Opgave 2: Schaarse ruimte verdelen – concurrentie én combinatie Schaarse ruimte is de tweede opgave, omdat vrijwel alle ambities op dezelfde vierkante meters landen. Bovengronds en ondergronds doen meerdere functies een beroep op dezelfde ruimte. Die claims passen niet overal en niet allemaal tegelijk. Ze moeten landen in een bestaande (soms historische) leefomgeving, met eigen kenmerken en beperkingen, zoals de historische
binnenstad en de slappe bodem. Dit maakt ruimteverdeling een bestuurlijke keuzevraag, niet alleen een ontwerppuzzel. Mobiliteit, groen, klimaatadaptatie en energie leggen allemaal een claim op dezelfde openbare ruimte. In Nederlandse steden is 50 tot 55% van het bestrate oppervlak nodig voor rijdende en stilstaande auto's. Tegelijk vraagt vergroening om ruimte voor ecologische verbindingen en om een robuuste groenstructuur. Hoe meer de stad verdicht, hoe belangrijker uitloopmogelijkheden en recreatieve verbindingen naar het buitengebied worden. Klimaatadaptatie vraagt ruimte voor waterberging en schaduw tegen hittestress. De energietransitie vraagt bovengronds ruimte voor onder meer transformatorhuisjes en laadinfrastructuur, en ondergronds voor verzwaring en uitbreiding van het elektriciteitsnet. Woningbouw vraagt ruimte in Westergouwe, de Spoorzone en door verdichting in bestaande wijken. Tegelijk vraagt bedrijvigheid ruimte: circa 9 hectare bedrijventerrein tot 2030 (op basis van de economische agenda) en 10.000 m² kantoorruimte. Daar staat tegenover dat circa 3,2 hectare bedrijventerrein en kantoorruimte verdwijnt voor woningbouw. De transitie naar een circulaire economie vergroot de ruimtevraag bovendien tijdelijk, omdat opslag en hergebruik extra ruimte vragen zolang de lineaire economie nog bestaat (tot circa 40% extra ruimte). WoStrategische Verkenningen Gouda, 2026
29
3 | Een stad die ontwikkelt
ningbouw, bedrijvigheid en voorzieningen kunnen elkaar versterken, maar concurreren ook om schaarse ruimte én om schaarse netcapaciteit. Onder het maaiveld concurreren kabels en leidingen, riolering, warmtenetten en de verzwaring van het elektriciteitsnet om dezelfde ruimte. Daarbij komen boomwortels, ruimte voor waterberging en infiltratie. Bovendien liggen er op plekken nog loze leidingen uit het verleden, zonder dat er een compleet overzicht is. De ondergrond is nog niet geregeld in het omgevingsplan. Ruimte wordt benut volgens het principe 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt'. Dat leidt tot versnippering en kan toekomstige oplossingen blokkeren. Onvolledige sanering kan later leiden tot hogere kosten en langere doorlooptijden. Om kosten te besparen en overlast te beperken, is in het verleden infrastructuur soms (deels) blijven liggen. Daardoor kunnen toekomstige bouw- en onderhoudswerkzaamheden onverwacht duurder uitpakken of langer duren. Dit onderstreept het belang van programmering, bundeling van werkzaamheden en heldere spelregels voor de ondergrond. In bouwprojecten blijkt regelmatig dat niet alle eisen tegelijk passen op één locatie. Een bouwplot is vaak te klein om woningbouw te combineren met groen, parkeren, waterberging en speelruimte. Dit vraagt om bestuurlijke keuzes vóór de planvorming: welke eisen zijn hard, en
waar is flexibiliteit mogelijk? Daarbij is vooral het schaalniveau bepalend. Niet elke functie hoeft op elk plot te landen. Compensatie op gebiedsof gemeentelijk niveau kan ruimte geven, maar vraagt dan wel om duidelijke afspraken en reserveringen elders. Die keuze bepaalt hoeveel flexibiliteit er in projecten is én hoe de gemeente haar doelen borgt.
STRATEGISCHE AFWEGINGEN SCHAARSE RUIMTE VERDELEN
De Omgevingsvisie biedt diverse strategieën als ruimteclaims knellen. Denk aan functieverandering (transformatie), multifunctioneel gebruik (stapelen van functies) of intensiveren (de hoogte in). Dat laatste is in de historische binnenstad slechts beperkt mogelijk. Oplossingen liggen ook buiten de stadsgrenzen (regionale afstemming) of in het bijstellen van normen (zoals parkeren). Tot slot kan het bestuur kiezen voor het temporiseren of begrenzen van groei om de druk op ruimte te verlagen. De gekozen mix van deze strategieën bepaalt het toekomstbeeld van Gouda. Deze strategieën geven richting, maar vragen om bestuurlijke keuzes. Daarbij kan het kiezen van een aantal heldere principes behulpzaam zijn.
De kernvragen zijn: 1 Welke verdichtingsgraad is waar acceptabel? Waar kiest het bestuur voor intensiveren binnen de bestaande stad (hoger, compacter, functies stapelen en multifunctioneel gebruik) en waar is begrenzen of temporiseren van groei logisch, om druk op ruimte en (historische) leefomgeving te beperken? En hoe waarborgt het voldoende voorzieningen en kwaliteit van de leefomgeving bij verdichting en welke normering kiezen we daarvoor? 2 Welke functies krijgen waar prioriteit (wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, energievoorziening, water en groen) en kan dat per wijk verschillen? Hoe handelt het bestuur wanneer sectorale normen zoals groen, parkeren, geluid, waterberging en voorzieningen niet allemaal tegelijk haalbaar zijn? Welk afwegingskader geldt dan? 3 Wat gaat de gemeente doen om handelingsperspectief te bieden voor bewoners en ondernemers voor de gevolgen van voortgaande bodemdaling op lange termijn in de Binnenstad? Heldere principes over ruimteverdeling geven richting, maar zijn niet genoeg. De praktijk is complex en goede bedoelingen leiden niet vanzelf tot uitvoerbare plannen. De Strategische Verkenningen Gouda, 2026
30
3 | Een stad die ontwikkelt
3.12 Strategieën Omgevingsvisie
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
31
3 | Een stad die ontwikkelt
huidige werkwijze loopt tegen grenzen aan: sectoren hanteren eigen normen en ruimtelijke keuzes worden vaak per project gemaakt. Bij toenemende schaarste stapelen die normen zich op. Dat leidt tot plannen die niet uitvoerbaar zijn, of tot de conclusie dat op een locatie “niets meer past”. Zolang de werkwijze niet verandert, komt de integrale afweging onvoldoende van de grond. De derde opgave gaat daarom over de instrumenten waarmee het bestuur grip wil houden op de ruimtelijke ontwikkeling van Gouda. Opgave 3: Regie voeren op ruimtelijke ontwikkeling en beheer Opgave 2 ging over de vraag welke keuzes Gouda maakt bij schaarse ruimte. Opgave 3 gaat over de vraag hoe het bestuur die keuzes daadwerkelijk realiseert. Als ambities met elkaar concurreren, is niet alleen een helder afwegingskader nodig, maar ook een passend instrumentarium. Dit geldt zowel bovengronds als ondergronds. Regie op de ruimte vraagt om instrumenten, terwijl de sturingspositie van Gouda in de bestaande stad beperkt is. Gouda heeft nagenoeg geen grondposities in de bestaande stad. Bij meer dan de helft van woningbouwontwikkelingen is de grond in eigendom van marktpartijen. Hierdoor komen ruimtelijke plannen veelal van ontwikkelaars,
waardoor de gemeente afhankelijk is van onderhandelingen over tempo, aantallen en betaalbaarheid. Ook bedrijventerreinen zijn grotendeels in particulier eigendom. De sturing via omgevingsplanregels is daarbij beperkt. Gouda kan ervoor kiezen deze afhankelijkheid als gegeven te accepteren, maar kan ook besluiten grond- en sturingsinstrumenten in te zetten om meer perspectief op uitvoering van de ambities te creëren. Een andere regievraag speelt in de openbare ruimte. De vervangingsopgave in de openbare ruimte is groot, terwijl de middelen en kwaliteitsambitie onder druk staan. De komende jaren staat Gouda voor omvangrijke vervanging van wegen, riolering, groen en civieltechnische kunstwerken. Tegelijk is het budget voor beheer en inrichting al jaren krap. Gouda geeft structureel minder uit aan infrastructuur en het beheer van de openbare ruimte dan vergelijkbare gemeenten, met name op het onderdeel wegen en wegenonderhoud. Het huidige beheer is primair gericht op instandhouding op minimale technische kwaliteit.
3.13 Bouwprogramma's en randvoorwaarden in balans
De bouw van extra woningen en bedrijven vraagt ook om extra investeringen in randvoorwaarden, zoals verkeersmaatregelen, groen, energie en wateropvang.
De onderhoudsniveaus zijn al lange tijd sober en vooral technisch gedreven. In de praktijk betekent dit vaak laat ingrijpen, bijvoorbeeld pas bij forse verzakkingen. Dit raakt aan leefbaarheid én aan financiële beheersbaarheid op de langere termijn. Het risico op onverwachte incidentele Strategische Verkenningen Gouda, 2026
32
3 | Een stad die ontwikkelt
kosten wordt groter. Op veel plekken staat de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk, zowel zichtbaar als in toegankelijkheid. Intensiever gebruik versnelt slijtage en verkort de onderhoudscyclus. Er zijn mogelijkheden om deze trend om te buigen en toe te werken naar een optimistischer beeld voor onze openbare ruimte. Dat vraagt om een keuze voor toekomstgericht investeren om het niveau op peil te houden. De kwaliteit van de openbare ruimte werkt door in woontevredenheid en vastgoedwaarde. Een goed ingerichte openbare ruimte ondersteunt vertrouwen en stimuleert ook particuliere investeringen. Wanneer particuliere investeringen hier achterblijven, daalt de woningwaarde en daarmee de aantrekkelijkheid van de stad. Tenslotte vraagt ook een belangrijk deel van de bestaande woningvoorraad om vernieuwing en groot onderhoud. Circa 65% van de woningen is ouder dan 40 jaar. Het vraagt samenspraak met bewoners en verhuurders om te verkennen hoe verduurzaming van openbare ruimte, het anders gaan verwarmen en groot onderhoud van woningen elkaar kunnen versterken. Een belangrijk vraagstuk is ook de koppeling tussen beleid en beheer: zonder integrale programmering blijven kansen liggen. Veel beleidsprogramma’s raken aan de inrichting
van de openbare ruimte, maar zijn beperkt (financieel) verbonden met de langjarige beheer- en onderhoudsprogrammering (GOVO). In die planning telt vooral de technische staat: er wordt pas ingegrepen als wegen, riolering of groen écht aan vervanging toe zijn. Dat voorkomt onnodige kosten, maar het maakt het lastig om tegelijk beleidswensen mee te nemen, zoals vergroening, klimaatmaatregelen of betere toegankelijkheid. Ook is er weinig geld gereserveerd om onderhoud naar voren te halen. Als een andere opgave vraagt om eerder vervangen, is meebetalen vanuit GOVO daarom niet vanzelfsprekend. Daardoor worden werkzaamheden minder vaak gecombineerd en blijven koppelkansen en efficiëntievoordelen liggen. Wijkgericht werken aan opgaven biedt perspectief om deze aan elkaar te verbinden en zo regie te voeren op de ruimte. Met het omgevingsprogramma Goverwelle is hier ervaring mee opgedaan. Deze geleerde lessen zijn input voor het werken aan opgaven in de andere wijken.
STRATEGISCHE AFWEGINGEN REGIE VOEREN OP DE RUIMTE
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
33
3 | Een stad die ontwikkelt
Zonder sterkere regie blijft ruimteverdeling in hoge mate afhankelijk van marktinitiatieven en keuzes per project. Dit vraagt om bestuurlijke keuzes over rol, prioritering en strategie. 1 Welke sturingsmogelijkheden zet het nieuwe gemeentebestuur in om regie te voeren op de schaarse ruimte? Welke rol kiest het bestuur: vooral faciliterend, of actiever met inzet van grond- en uitvoeringsinstrumenten? En welke financiële risico’s zijn daarbij aanvaardbaar? 2 Blijft de onderhouds- en vervangingsplanning vooral gericht op minimale technische kwaliteit, of kiest Gouda voor een aanpak waarin eerder wordt ingegrepen? In hoeverre verbindt Gouda daarbij beleidsdoelen (zoals groen, klimaat en toegankelijkheid) structureel aan de meerjarenplanning (GOVO), inclusief de financiële consequenties? 3 Welke ruimte wil het bestuur geven aan differentiatie bij investeringen en beheer van de openbare ruimte, vooral gelijkelijk over wijken (naar rato)? Of juist met extra inzet in wijken waar opgaven en problemen groter zijn?
Regie op ruimtelijke ontwikkeling en beheer is geen doel op zich, maar een voorwaarde om de stad goed te laten functioneren. Dat geldt bij uitstek voor de maatschappelijke voorzie-
ningen, waar ruimtelijke schaarste en financiële druk samenkomen. Opgave 4: Maatschappelijke voorzieningen De vierde opgave richt zich op de maatschappelijke voorzieningen die Gouda nodig heeft om een goed functionerende stad te blijven. Schaarste raakt ook de maatschappelijke voorzieningen in de stad, zowel ruimtelijk als financieel. Dat begint bij het onderwijs. Circa 16.000 leerlingen volgen les in 56 schoolgebouwen, waarvan een groot deel verouderd is en niet meer voldoet aan de huidige kwaliteitseisen. Nu wordt invulling gegeven aan deze opgaven via het Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting 2026 – 2030 2e tranche IHP. De investeringsbehoefte is echter groot (een derde tranche is op termijn nodig) en een lager vervangingstempo van schoolgebouwen betekent dat deze langer en tegen hogere kosten in stand moeten worden gehouden. Ondertussen neemt de druk verder toe doordat de Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen gemeenten verplicht om nieuwe scholen in beginsel binnen een jaar te huisvesten. Een vergelijkbare opgave tekent zich af bij de binnensportaccommodaties. Een aanzienlijk deel daarvan loopt in de komende tien tot vijftien jaar tegen het einde van de technische levensduur aan, en voor een klein aantal geldt dat al op veel kortere termijn. De accommodaties worden intensief benut, zowel door sportverenigingen als door het basis- en voortgezet onderwijs. Tegelij-
kertijd hebben diverse verenigingen verhuiswensen, omdat zij groeien of te maken krijgen met veranderende eisen van sportbonden. Het beeld wordt nog completer wanneer ook ontmoetingsplekken, speelvoorzieningen en ruimte voor eerstelijnszorg worden meegewogen. Al deze voorzieningen zijn essentieel om de ondersteuning van inwoners toekomstbestendig te houden. Gouda heeft op dit moment goed zicht op wat er is, maar de vraag of het aanbod ook nu en in de toekomst toereikend is, is nog grotendeels onbeantwoord. Er ontbreken normen voor het type, het aantal en de spreiding van de benodigde voorzieningen. Waar deels het toekomstige voorzieningenniveau nog in kaart gebracht moet worden, heeft de culturele infrastructuur van Gouda juist een stevige en zichtbare basis. De vier grote instellingen, Museum Gouda, de Goudse Schouwburg, Bibliotheek Gouda en Cultuurhuis Garenspinnerij, leveren hoge kwaliteit met een regionale en deels landelijke uitstraling. Samen bieden zij een breed scala aan mogelijkheden om cultuur te beoefenen en te beleven, en zij spelen een belangrijke rol in de cultuureducatie. Het rijke culturele aanbod is bovendien een van de kernkwaliteiten waarmee Gouda zich als aantrekkelijke stad profileert. De bezoekers- en deelnemersaantallen zijn hoog, en met het stadhuis komt daar binnenkort een nieuwe basisvoorziening bij. Toch Strategische Verkenningen Gouda, 2026
34
3 | Een stad die ontwikkelt
is het beeld niet onverdeeld positief: de exploitatie van sommige instellingen staat onder druk door stijgende kosten en beperkte indexatie van subsidies. Diezelfde spanning is voelbaar bij niet-gesubsidieerde culturele organisaties. Begin 2026 heeft de raad daarom besloten gelden vrij te maken voor Museum Gouda, om te voorkomen dat de museumfunctie, de gemeentelijke collectie en het rijksmonument in gevaar zouden komen. Op langere termijn speelt de renovatie van het resterende deel van het museum, de oplopende exploitatielasten en de behoefte aan een extern depot.
regelmatig nieuwe initiatieven, bijvoorbeeld voor kunstwerken in de openbare ruimte, waarbij al snel de verwachting leeft dat de gemeente een financiële en organisatorische rol op zich neemt. Het collectieplan biedt daarvoor wel inhoudelijke kaders, maar binnen de huidige middelen en capaciteit is de ruimte om hieraan tegemoet te komen beperkt.
Naast deze gevestigde instellingen is de afgelopen jaren met behulp van projectsubsidies een nieuwe generatie culturele initiatieven opgebloeid, met een breed bereik en een sterke maatschappelijke betrokkenheid, nadrukkelijk ook door en voor jongeren. De financiering van deze initiatieven steunt echter grotendeels op tijdelijke middelen, zoals de SPUK Impuls Jongerencultuur, waardoor vanaf 2028 nog slechts een beperkt projectbudget resteert. Dat maakt de toekomst van deze initiatieven onzeker. Bovendien is er een groep die binnen de huidige structuur van enerzijds de vier basisinstellingen en anderzijds de projectsubsidies tussen wal en schip dreigt te vallen. Dat geldt voor jonge en kleinschalige makers, maar evengoed voor amateurverenigingen die worstelen met stijgende kosten. Vanuit de stad ontstaan daarnaast
1
STRATEGISCHE AFWEGINGEN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN
2
3
Welk niveau van basisvoorzieningen (onderwijs, sport, zorg, cultuur, ontmoeting, recreatieve, jeugd- en speelvoorzieningen) wil het bestuur (in elke wijk) borgen, en welke extra voorzieningen horen bij de groei van Gouda als centrumgemeente? Welk tempo en ambitieniveau kiest het bestuur voor vernieuwing en clustering van schoolgebouwen? Hoe verhoudt dit zich tot tijdelijke huisvesting, de invulling van de zorgplicht en de gewenste regie op de integraal kind centra (IKC’s) en multifunctionele voorzieningen? En welke (alternatieve) financieringsopties verkent Gouda? Is het bestuur bereid om vrijkomende
4
5
6
gebouwen met een maatschappelijk functie te behouden om daarmee toekomstige nieuwe behoeftes te kunnen opvangen, in plaats van deze te verkopen ten behoeve van bijvoorbeeld woningbouw; welke risico's acht het daarbij aanvaardbaar? Welke rol kiest de gemeente in eigendom en beheer van sportvelden en -banen, en draagt gemeentelijk eigendom bij aan een gelijk speelveld tussen verenigingen? Welke visie heeft het nieuwe gemeente bestuur overkoepelend op wat Gouda wil bereiken met cultuur? Welke positie krijgt de culturele basisinfrastructuur in de nieuwe cultuurnota? Kiest het bestuur ervoor om de grote vier instellingen te consolideren, uit te breiden met het stadhuis, en/ of krijgen nieuwe initiatieven relatief meer ruimte, en ten koste van wat? Welke investeringsruimte is het bestuur bereid vrij te maken voor investeringen voor Museum Gouda op de langere termijn?
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
35
4 | Een stad die transformeert Inleiding Het vorige hoofdstuk laat zien dat de ruimte in Gouda schaars is en dat veel ambities op dezelfde vierkante meters landen. Een belangrijk deel van die claims komt voort uit grote transities waar de stad middenin zit. Een toekomstbestendige stad vraagt dat Gouda tijdig inspeelt op grote veranderingen. De energietransitie, klimaatadaptatie, de mobiliteitstransitie en de omslag naar een circulaire economie bieden kansen om Gouda schoner, gezonder en veerkrachtiger te maken. Deze transities vragen om keuzes over tempo, prioriteiten, geld en uitvoering. Dit hoofdstuk verkent de belangrijkste opgaven en de bestuurlijke keuzes rond deze thema’s. De centrale vragen in dit hoofdstuk zijn: ■ Welk tempo en ambitieniveau kiest Gouda in de transities en wat betekent dat voor middelen, capaciteit en risico’s? ■ Welke rol kiest de gemeente in de transities: faciliterend, regisserend of zelf investeren?
Belangrijkste trends en ontwikkelingen Om deze vragen te kunnen beantwoorden, is het van belang scherp te hebben waar Gouda nu staat. Welke veranderingen zijn al zichtbaar in mobiliteit en energiegebruik? En hoe verhouden de Goudse cijfers zich tot de landelijke trends en ambities? De volgende paragraaf beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen. De cijfers laten zien dat de trend op onderdelen positief is, terwijl het tempo en het effect per thema verschillen. Op sommige onderdelen is sprake van stevige dalingen (zoals CO₂-uitstoot en aardgasverbruik), terwijl andere onderdelen achterblijven of nieuwe aandachtspunten laten zien. Veranderend mobiliteitsbeeld Goudse huishoudens bezitten gemiddeld 0,8 auto per huishouden. Dit is lager dan het Nederlandse gemiddelde en relatief laag in vergelijking met steden zonder universiteit.
4.1 Aantal personenauto's per 1000 inwoners in Gouda 344,1
2006
392,4
2023
CBS
0
50
100
150
200
250
300
350
400
4.2 Aantal personenauto’s per huishouden
2006
2023
0,8 auto
0,8 auto
CBS
4.3 Percentage elektrische voertuigen van totaal aantal voertuigen in Gouda 5 4 3 2 1
18 20
19 20
CBS en RVO-RDW
20 20
21 20
22 20
23 20
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
36
4 | Een stad die transformeert
4.4 Verdeling van ritten percentage van totaal aantal ritten in Gouda, 2022-2023 8%
De transitie naar elektrisch rijden gaat snel. Het aantal volledig elektrische voertuigen groeide van 116 in 2015 naar ruim 1.660 in 2024, een veertienvoudige toename. Het aandeel elektrische personenauto's bedraagt inmiddels bijna 7%. Dit percentage is in lijn met gemeenten van een vergelijkbare omvang, maar blijft achter bij zeer sterk stedelijke gemeenten waar dit aandeel boven de 10% ligt. De manier waarop Gouwenaren zich verplaatsen verandert gestaag. Van alle ritten die zij maken, wordt 55% met de auto gedaan, 37% met de fiets en 8% met het openbaar vervoer. Binnen de stadsgrenzen is de fiets met 63% veruit het meest gebruikte vervoermiddel, al is dat aandeel wel gedaald ten opzichte van 71% in 2018. Daar staat tegenover dat sinds de coronapandemie het lopen aan populariteit heeft gewonnen:
landelijk steeg de afstand die mensen lopend afleggen tussen 2019 en 2023 met 33%. De verkeersveiligheid in Gouda laat een gemengd beeld zien. Het aantal ongevallen daalde van 672 in 2004 naar 277 in 2014, maar is sindsdien weer gestegen naar 436 in 2023 en 375 in 2024. Deze stijging past in een landelijk beeld waarin het aantal verkeersongevallen de laatste jaren weer toeneemt. Opvallend is de samenstelling van de ongevallen: fietsongevallen vormen in Gouda 20% van het totaal, waar dit in vergelijkbare gemeenten slechts 5 tot 6,5% is. Ook de ernst van ongevallen is hoger dan elders: 34% leidt tot letsel, tegenover 20 tot 23% in de benchmark gemeenten. Er is een maatschappelijke noodzaak om (elektrische) deelmobiliteit, fietsen en lopen te stimuleren. Dat vraagt om een samenhangende benadering, met bewuste keuzes in de regie op de energietransitie en in de inrichting van de openbare ruimte.
37% 55%
Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) en Onderzoek Onderweg in Nederland (ODiN)
4.5 Aantal verkeersongevallen 1000
Daling Stijging
800 600 400 200
20 0 20 0 20 01 2002 20 03 2004 2005 2006 20 07 2008 2009 1 20 0 20 11 2012 20 13 2014 2015 2016 20 17 2018 20 19 2 20 0 20 21 22
Het autobezit groeit echter wel sneller dan in gemeenten van vergelijkbare omvang. Tussen 2006 en 2023 steeg het aantal personenauto's van 344 naar 392 per 1.000 inwoners. In absolute aantallen groeide het aantal personenauto's van ongeveer 24.500 in 2005 naar bijna 30.000 in 2024. Tegelijkertijd daalde het aantal bedrijfsvoertuigen juist fors: van 210 naar 72 per 1.000 inwoners, waarmee Gouda nu op het niveau van zeer sterk stedelijke gemeenten ligt.
SWOV
4.6 Ernst van letsel verkeersongevallen 2022 0,5%
Verduurzaming, milieu en energiegebruik Nederland moet 55% CO₂-reductie in 2030, 90% in 2040 en klimaatneutraliteit in 2050 realiseren. De kans dat de wettelijke doelstelling van 55% reductie wordt gehaald is echter minder dan 5%14. Naast de energietransitie is
20,4%
34,2% 65,8%
79,1%
Gouda SWOV
Referentiegemeenten 60.000-<80.000 inwoners Dodelijke afloop
Letsel
Materiële schade
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
37
4 | Een stad die transformeert
De CO₂-uitstoot in Gouda is de afgelopen jaren fors gedaald. Tussen 2010 en 2023 nam de totale uitstoot af van 358 naar 199 kiloton, een reductie van bijna 45%. Deze daling is vooral zichtbaar vanaf 2015. De gebouwde omgeving leverde de grootste bijdrage aan deze reductie: de uitstoot daalde hier van 211 kiloton in 2010 naar 126 kiloton in 2022. Ook de industrie laat een daling zien, van 95 naar 59 kiloton. Verkeer en vervoer blijven achter met een afname van slechts 20%, van 52 naar 41 kiloton. Binnen de totale CO₂-reductie zijn er duidelijke verschillen tussen sectoren. De (semi-)publieke sector laat over de hele linie sterke dalingen zien van meer dan 50%. In de private sector is industrie met 51 kiloton in 2023 de grootste uitstoter, ondanks een daling van 38% sinds 2013. De sterkste relatieve dalingen zijn te zien bij verhuur en overige zakelijke diensten
(78% daling), bouw (73% daling) en financiële dienstverlening (68% daling). Een uitzondering vormt de sector vervoer en opslag, waar de uitstoot juist meer dan verdubbelde: van 2,1 kiloton naar 4,7 kiloton. Dit is de enige sector met een stijgende totale uitstoot in Gouda. Het energieverbruik in Goudse woningen daalt gestaag. Het aardgasverbruik nam af met 38%, van bijna 40 miljoen m³ in 2006 naar 24 miljoen m³ in 2023. Het elektriciteitsverbruik daalde met 14%. Koopwoningen verbruiken structureel meer energie dan huurwoningen, al wordt dit verschil kleiner. Het verschil tussen woningtypen is aanzienlijk: vrijstaande woningen verbruiken ruim twee keer zoveel energie als appartementen. De energieprestatie van woningen verbetert, maar Gouda blijft achter bij vergelijkbare gemeenten. In 2025 heeft 23% van de woningen een A-label, tegenover 29% elders. Wel is duidelijke vooruitgang zichtbaar: het aandeel A-labels steeg van 14% in 2019 naar 23% in 2025, terwijl het aandeel woningen met label D of lager daalde van 37% naar 25%. Bij utiliteits- en overheidsgebouwen is de verduurzaming duidelijk zichtbaar: het aantal gebouwen met een A-label steeg van 350 in 2021 naar 505 in 2025. Een hoger label
400 350 300 250 200 150
20 10 20 11 20 12 20 13 20 14 20 15 20 16 20 17 20 18 20 19 20 20 20 21 20 22 20 23
een tweede transitie nodig: de overgang naar een circulaire economie, met als einddoel een volledig circulaire economie in 2050. De landelijke tussendoelen voor 2035 zijn: minimaal 82% van het Nederlandse afval wordt gerecycled, het aandeel duurzame biotische en secundaire grondstoffen is minimaal 55%, en het totale grondstoffengebruik is 15% lager dan in 2016.
4.7 CO2 uitstoot Totaal bekende CO2-uitstoot in kton Gouda
RVO
4.8 CO2 uitstoot per categorie Uitstoot in kton in Gouda, 2023 120 100
106,2
80 60
53,9
40
38,9
20 0
1,1 Gebouwde Industrie, Verkeer en omgeving energie, afval vervoer en water
Overig
Klimaatmonitor
14 Bron: Planbureau voor de Leefomgeving: Klimaat- en Energieverkenning 2025
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
38
4 | Een stad die transformeert
4.9 Gemiddelde elektriciteitslevering woningen Gouda in kwh 3500
geeft echter geen informatie over mate van isolatie, energieverbruik of dalend gasverbruik of hoe de gemeente op weg is richting CO₂ neutraal en aardgasvrij. De luchtkwaliteit is de afgelopen jaren verbeterd als gevolg van strengere vergunningen voor industrie, schonere auto’s en milieuzones. Vanaf 2030 gelden strengere Europese normen voor fijnstof (PM2.5 en PM10) en stikstofdioxide (NO₂), die aanzienlijk lager liggen dan de huidige grenswaarden15. Ondanks dat in Gouda nu aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit wordt voldaan, wordt nog niet voldaan aan de advieswaarde van de WHO. Het aantal klachten over houtstook neemt toe. Een andere bron van fijnstof die toeneemt is bandenslijtage. Omdat elektrische auto’s over het algemeen zwaarder zijn, is de bandenslijtage ook hoger. De hoeveelheid (ultra) fijnstof van banden is vele malen hoger dan die vanuit de uitlaatgassen16. De cijfers laten zien dat er beweging is, maar ook dat de opgave nog fors is. Op sommige terreinen boekt Gouda vooruitgang, op andere blijft het tempo achter bij wat nodig is voor de landelijke doelen. Daarbij spelen praktische beperkingen een rol: capaciteit op het net, beschikbaarheid van vakmensen, onzekere
financiering. Dit alles voedt de vraag welk ambitieniveau passend is en welke rol past bij de gemeente.
Bestaande kaders voor de fysieke transities De geschetste trends maken duidelijk dat de fysieke transities in volle gang zijn, maar ook dat de uitkomst nog onzeker is. Het tempo, de richting en de verdeling van kosten en baten zijn niet vooraf bepaald. Het gemeentebestuur opereert daarbij niet in een vacuüm: landelijke en provinciale kaders bepalen mede de speelruimte. De volgende paragraaf zet de belangrijkste kaders op een rij. Energietransitie en duurzaamheid Het Duurzaamheidsplan Gouda 2025 schetst de acties die nodig zijn om doelstelling Gouda CO₂-neutraal in 2040 te kunnen halen. Hiervoor zijn de Klimaatwet, het Klimaatakkoord (waarin ook de VNG heeft meegetekend) en verwante wetgeving zoals de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie belangrijk. Gouda heeft zich via de Regionale Energiestrategie 1.0 Midden-Holland verplicht om extra elektriciteit te produceren.
15 Bron: Platform31: Keuzes maken in tijden van spanning en schaarste 16 Bron: Emmissions Analytics: Gaining traction, losing tread Pollution from tire wear now 1,850 times worse than exhaust emissions
3000 4.9 Gemiddelde elektriciteitslevering woningen Gouda in kwh 2500 3500 2000 3000 1500 2500
0 21 22 13 14 15 16 17 18 19 20 20 20 20 20 20 20 202 20 20
CBS
2000 1500
Koopwoningen Huurwoningen
0 21 22 13 14 15 16 17 18 19 20 20 20 20 20 20 20 202 20 20 CBS
Koopwoningen Huurwoningen
4.10 Gemiddeld aardgasverbruik Gouda in m3 1500
1200 4.10 Gemiddeld aardgasverbruik Gouda in m3 1500 900 1200 600
0 21 22 13 14 15 16 17 18 19 20 20 20 20 20 20 20 202 20 20
900CBS
Koopwoningen Huurwoningen
600
0 021 22 39 19 13 14 15 016 017 018 Gouda, Strategische 2 2 20 202 2026 2 2 20 20 20Verkenningen 20 CBS
Koopwoningen
4 | Een stad die transformeert
Duurzame mobiliteit In de vorige bestuursperiode is een begin gemaakt met de uitvoering van het Verkeerscirculatieplan. Voor beslissingen op provinciaal- en rijksniveau voor provinciale wegen, fietspaden, rijkswegen en OV is de gemeente afhankelijk van anderen. Gemeentelijke bestuurlijke beïnvloeding op die beslissingen is uiteraard wel mogelijk. Parkeernormeringen worden door de provinciale omgevingsverordening begrensd. In beginsel geldt voor een straal van 1,2 km rond station Gouda en 800 meter rond station Goverwelle een norm van 0,7 parkeerplaats per woning en voor Westergouwe is dat 1,3 per woning. Afwijking hiervan is alleen mogelijk op grond van aangetoond gemiddeld autobezit.
Opgaven en strategische afwegingen De trends en ontwikkelingen bepalen samen het speelveld waarbinnen het gemeentebestuur de komende jaren keuzes maakt. In deze paragraaf werken we drie centrale opgaven uit, met per opgave de belangrijkste afwegingsvragen die om bestuurlijke richting vragen. Dit vindt plaats tegen de achtergrond van al bestaande vastgestelde kaders, wetgeving en overeenkomsten.
Opgave 1: Het terugdringen van de CO₂-uitstoot De eerste opgave is het verder terugdringen van de CO₂-uitstoot, vooral via de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. De klimaatopgave kent twee sporen. Mitigatie en adaptatie. Mitigatie gaat over het terugdringen van CO₂-uitstoot via de energietransitie en de circulaire economie. Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast, hittestress, droogte en afnemende biodiversiteit. Knelpunten in infrastructuur en middelen De energietransitie loopt aan tegen harde fysieke en financiële grenzen. Een acute opgave is de mismatch tussen de noodzakelijke elektrificatie en de capaciteit van de fysieke infrastructuur. Met de komst van een nieuw prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de daarmee samenhangende onduidelijkheid van prioritering en reservering van netcapaciteit, is het nog onduidelijk welke geplande ruimtelijke ontwikkelingen (woningbouw, bedrijvigheid, maatschappelijke voorzieningen) gerealiseerd kunnen worden (totdat het net is uitgebreid). Deze situatie is naar verwachting pas tussen 2032 en 2035 opgelost. Daarnaast wordt de opgave geremd door een tekort aan middelen. De praktijk leert dat de
uitvoeringskosten voor lokaal klimaat- en energiebeleid 40% hoger liggen dan oorspronkelijk geraamd. De bouweisen zijn verhoogd maar budgetten vanuit de overheid niet. Tegelijkertijd is de gemeente voor financiering zwaar afhankelijk van incidentele en onzekere rijksbijdragen (SPUK-middelen en tijdelijke regeling CDOKE). De rijksbijdrage voor klimaat- en energietaken wordt vanaf 2026 met 10% gekort, en het is onduidelijk wat de bijdrage na 2030 zal zijn. Als deze subsidies verder wegvallen, dreigt de uitvoering direct te stokken. Zelfs als de financiering rond is, stuit de uitvoering op een arbeidsmarktvraagstuk: er is een acuut tekort aan technisch geschoold personeel om de warmtetransitie en isolatieopgave in de wijken daadwerkelijk uit te voeren, wat een rem zet op het tempo. Discrepantie tussen doel en invloed Er bestaat een structurele discrepantie tussen de gemeentelijke klimaatdoelen en de daadwerkelijke invloedssfeer van de gemeente. De industrie is verantwoordelijk voor 26% van de totale CO₂-uitstoot in Gouda, maar de gemeente heeft geen juridische bevoegdheid om verduurzaming in deze sector af te dwingen; die macht ligt bij de provincie en het Rijk. Hierdoor is een kwart van de opgave afhankelijk van extern beleid of van wat de gemeente via een faciliterende rol in beweging kan brengen Strategische Verkenningen Gouda, 2026
40
4 | Een stad die transformeert
Ook daar waar de gemeente wél bevoegdheden heeft, is de mate van invloed een keuze. In de warmtetransitie kan de gemeente een faciliterende rol (informeren, subsidiëren), een regisserende rol (actief sturen, kaders stellen, partijen verbinden) en een participerende rol (zelf (deels) investeren in warmteoplossingen, deelnemen in coöperaties of een warmtebedrijf) innemen. Hoe actiever de rol, hoe groter de kans op het halen van de doelen, maar ook hoe groter de benodigde capaciteit, middelen en risico's. De huidige voornamelijk faciliterende rol wordt in de praktijk als onvoldoende ervaren om daadwerkelijk een aardgasvrije gebouwde omgeving te realiseren. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (verwacht per 2026) geeft gemeenten meer bevoegdheden om regie te voeren. Zaak is, dat de gemeente bewust keuzes maakt ten aanzien van de regierol. Uit doorrekeningen blijkt bovendien dat autonome ontwikkelingen (zoals landelijke vergroening van elektriciteit) en het huidige pakket aan maatregelen samen slechts leiden tot 77% reductie in 2040. Het resterende 'gat' van 13% ten opzichte van het landelijke doel van 90% is op dit moment niet ingevuld, wat een concreet risico vormt voor de haalbaarheid van de einddoelstelling. De RES-doelstelling kan alleen worden bereikt met veel zonne- en windenergie,
maar met name windenergie en ook zon op veld heeft weinig draagvlak. Omdat de invloed van de gemeente stopt bij de stadsgrenzen, hebben we de regio (o.a. met Groene Hart Circulair, Midden-Holland en Cyclus) nodig om dit gat te dichten. Uitvoeringsopgave Onder deze strategische keuzes ligt een forse uitvoeringsopgave. Om het landelijke doel van klimaatneutraliteit in 2050 te halen, is versnelling nodig ten opzichte van het huidige tempo. CE Delft benadrukt dat de grootste reductie in de gebouwde omgeving pas wordt gerealiseerd als de Transitievisie Warmte daadwerkelijk wordt vertaald in wijkuitvoeringsplannen, opgeschaalde isolatieaanpakken en concrete aardgasvrije alternatieven voor woningen en diensten. Ook in de mobiliteitssector leveren het Verkeerscirculatieplan en de zero-emissiezone alleen aantoonbare CO₂-reductie op als inwoners en bedrijven hun reisgedrag, logistiek en voertuigkeuzes daadwerkelijk aanpassen. Voor het nieuwe bestuur ligt hier de vraag voor welk tempo en welke mix van instrumenten men kiest om deze omslag af te bevorderen. Systeemverandering naar circulariteit Naast de energietransitie ligt er een aanzienlijke opgave om de omslag te maken naar een circulaire economie. Die transitie raakt de hele GoudStrategische Verkenningen Gouda, 2026
41
4 | Een stad die transformeert
se economie en vraagt van bedrijven, instellingen en de gemeente om anders te denken over grondstoffen, productie en consumptie. De vraag welke economie Gouda wil zijn, is daarmee onlosmakelijk verbonden met de circulaire opgave. De gemeente heeft hierin binnen de eigen organisatie een rol. Daar ligt een concrete opgave op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen. De huidige financiële systematiek, waarbij investerings- en onderhoudsbudgetten niet altijd in samenhang worden bezien, kan circulaire keuzes bemoeilijken. Circulair bouwen vraagt bijvoorbeeld om een andere inrichting van bouw- en ontwikkelprojecten. De bestuurlijke afweging is om al dan niet te gaan sturen op totale levensduurkosten in plaats van de laagste aanschafprijs, zodat duurzame investeringen niet worden geblokkeerd door hogere initiële kosten.
STRATEGISCHE AFWEGINGEN KLIMAATDOELSTELLINGEN
1
2
3
4
5
Welk ambitieniveau kiest de gemeente Gouda voor klimaatneutraliteit? Volgt het bestuur de wettelijke doelstelling van 2050, of houdt het vast aan 2040? Hoe weegt het nieuwe bestuur de benodigde investeringen, betaalbaarheid en draagvlak? Welke extra maatregelen en welk tempo zijn nodig om het resterende ‘CO₂-gat’ van 13% richting 2040 te verkleinen? Welke rol kiest de gemeente in de warmtetransitie en circulaire economie? Vooral faciliteren, regisseren of (mede) investeren? In hoeverre stuurt de gemeente voor zijn eigen investeringen op totale levensduurkosten in plaats van laagste aanschafprijs? Welke rol kiest de gemeente bij verduurzaming van bedrijven: faciliteren, actiever stimuleren (met ondersteuning en regelgeving) of vooral overlaten aan de markt?
Opgave 2: Gouda bereikbaar én leefbaar houden Gouda staat voor de opgave om bereikbaar te blijven voor bewoners, bezoekers en ondernemers, terwijl de druk op de schaarse ruimte toeneemt door groei van het aantal inwoners en de woningbouwambities. Meer woningen betekent meer verkeersbewegingen, wat vraagt om bijpassende investeringen in mobiliteit. De maatregelen uit het huidige Verkeerscirculatieplan (VCP) zijn naar verwachting niet voldoende voor de mobiliteitsbehoefte in 2040. Daarnaast ligt het aantal fietsongelukken met letsel substantieel boven het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten. Mobiliteit is tegelijkertijd onderdeel van de klimaatopgave: de sector is verantwoordelijk voor 19% van de Goudse CO₂-uitstoot. Instrumenten als de zeroemissiezone en parkeerbeleid kunnen bijdragen aan emissiereductie, maar raken inwoners en ondernemers direct in hun dagelijks leven. De centrale spanning is die tussen de belangen van verschillende verkeersdeelnemers en de schaarste aan ruimte om iedereen goed te bedienen. Meer ruimte voor de auto komt de autobereikbaarheid op korte termijn tegemoet, maar vergroot de druk op luchtkwaliteit en veiligheid, en lost het bereikbaarheidsprobleem op langere termijn niet op vanwege Strategische Verkenningen Gouda, 2026
42
4 | Een stad die transformeert
toenemende congestie. Ruimte herverdelen naar fiets, voetganger en groen verbetert bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid, maar autobeperkende maatregelen werken alleen als mensen daadwerkelijk kunnen overstappen op goede alternatieven. Dat vraagt van de gemeente om langjarig te investeren in goede fietsinfrastructuur, OV-bereikbaarheid en deelmobiliteit. Als die alternatieven er onvoldoende zijn, ontstaat maatschappelijke weerstand. Gouda heeft als centrumgemeente in Midden-Holland al een sterke OV-positie: het centraal station is een regionaal knooppunt en cruciale schakel in de ketenmobiliteit. Tenslotte speelt dat kosten voor infrastructuur stijgen door inflatie en dat nieuwe verkeersregels kunnen vragen om inzet op handhaving. De bestuurlijke keuze is hoe Gouda bereikbaar wil blijven en met welk tempo en welke focus Gouda de balans tussen de belangen van verschillende verkeersdeelnemers wil zoeken.
STRATEGISCHE AFWEGINGEN BEREIKBAARHEID
1
2
3
Welk tempo en welke volgorde kiest Gouda voor de transitie naar duurzame mobiliteit met de bijbehorende (mobiliteits) maatregelen? Welke investeringen in mobiliteit doet Gouda in relatie tot de woningbouwprogrammering en welke consequenties worden daarbij aanvaard? Welke rol krijgt parkeerruimte in de stad? Hoe stuurt Gouda op parkeernormen, bezoekersparkeren en (eventuele) garages, gegeven de schaarste in de openbare ruimte? Welke prioriteit geeft Gouda aan verkeersveiligheid (met name) voor fietsers? Welke maatregelen en middelen zet het bestuur hiervoor in?
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
43
5 | Een stad die samen zorgt
5.1 Percentage actieve vrijwilligers Gouda, 2024 25 20 15
17 Bron: Stadspeiling 2024
5 0
Wo nen Sch oo Die Pol l ren itie k en na Go tuur ed doe l Cu ltuu r Jeu Zo rg gd en Lev we ens l z ijn bes cho Bu u uw ing rt /ke rk Spo rt Ov erig
Stadspeiling 2024
5.2 Vrijwilligers Percentage van alle inwoners in Gouda 100 80 60 40
Stadspeiling
Actief als vrijwilliger
20 24
20 23
20 22
20 21
20 20
20 19
0
20 18
20
20 17
De meeste Goudse inwoners redden zich. Toch zijn ook in Gouda de landelijke trends te zien van toenemende eenzaamheid, ervaren polarisatie en de druk van de prestatiemaatschappij. Tegelijkertijd zorgen demografische ontwikkelingen (hoofdstuk 1) voor een stijgende zorgvraag, beperkte middelen en schaarste op de woningmarkt én voor toenemende druk op voorzieningen, ondersteuning en de samenwerking met maatschappelijke partners. Vanwege deze ontwikkelingen wordt op dit moment een nieuwe visie op het sociaal domein ontwikkeld. Dit proces valt samen met de start van de nieuwe raadsperiode. Het is daarom van belang dat het nieuwe bestuur aan de start keuzes maakt die vervolgens richtinggevend zijn voor het verdere beleid.
10
20 16
De uitdagingen die in hoofdstuk 3 en 4 worden beschreven gaan over de fysieke omgeving. Maar de opgaves in de fysieke leefomgeving raken niet alleen aan de openbare ruimte. Deze vragen ook iets in hoe we met elkaar samenleven. Gouda heeft een grote maatschappelijke betrokkenheid. Veel inwoners zetten zich in voor elkaar, dragen bij aan hun buurt en weten elkaar te vinden in formele en informele netwerken. Deze betrokkenheid vormt een belangrijke kracht onder de sociale basis, gezondheid, meedoen en veiligheid in de stad; een stad waar inwoners samen werken en samen leven. De gemeente heeft hierin verschillende rollen. Bijvoorbeeld als verantwoordelijke vanuit wettelijke verplichtingen, of als aanjager van maatschappelijk initiatief. Er is dan ook veel initiatief: ruim een derde van de inwoners is actief als vrijwilliger17. Maatschappelijke organisaties staan midden in de samenleving, verbinden inwoners onderling en bieden waar nodig een
steuntje in de rug. De gemeente werkt daarom samen met inwoners en maatschappelijke partners: van informele netwerken tot professionele voorzieningen.
20 15
Inleiding
Niet actief als vrijwilliger
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
44
5 | Een stad die samen zorgt
De invloed van de gemeente op de hiervoor genoemde maatschappelijke ontwikkelingen is beperkt. De gemeente kan inwoners stimuleren en faciliteren om naar elkaar om te kijken, maar dit niet afdwingen, en is daarbij gebonden aan landelijke kaders en financiering. Waar de gemeente wél invloed op heeft, is de beweging die binnen deze kaders wordt ingezet: wat aandacht krijgt, groeit. Gezonde inwoners zijn natuurlijk een randvoorwaarde voor een goed functionerende samenleving. De mate waarin de gemeente, aanvullend op wettelijke taken, investeert in gezondheid en preventie is een bestuurlijke keuze. De centrale vragen in dit hoofdstuk zijn: ■ Wie is verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners? ■ Waar is ondersteuning georganiseerd?
Trends en ontwikkelingen
De behoefte aan ondersteuning van inwoners op het gebied van zorg, preventie en samenleven groeit sneller dan de beschikbare middelen en capaciteit. Ontwikkelingen zoals vergrijzing, toenemende eenzaamheid en een
stijgende zorgvraag zorgen voor extra druk op voorzieningen en op de samenwerking met maatschappelijke partners. Tegelijkertijd is de invloed van de gemeente op deze ontwikkelingen beperkt en gebonden aan landelijke kaders en financiering. Dit vraagt om bewuste keuzes over waar ondersteuning het meeste effect heeft en waar grenzen onvermijdelijk zijn. Deze trends en ontwikkelingen vormen de context waarbinnen de gemeente richting geeft aan haar rol en inzet. Toename in aantal en complexiteit van zorgvragen De dubbele vergrijzing in de Goudse samenleving leidt naar verwachting tot meer en complexere zorgvragen. Denk hierbij aan huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen, begeleiding en collectief aanvullend vervoer. Dit zorgt voor een groter aantal mensen dat hulp nodig heeft vanuit de Wmo. Veel gemeenten verwachten dat hier kostenstijgingen mee gepaard gaan18. In Gouda is deze toenemende vraag nog niet zichtbaar, maar ook hier laten de bevolkingsprognoses (zie hoofdstuk 1) zien dat de doelgroep ouderen sterk toeneemt de komende jaren. Vergrijzing verandert ook de behoefte aan voorzieningen in de openbare
5.3 Percentage eenzaamheid
Percentage inwoners dat zich eenzaam voelt (2024)
Gouda
Nederland
2024 46,8%
46,2% Gezondheidsmonitor Volwassenen en ouderen (2024)
5.4 Jeugdzorgtrajecten aantal in Gouda, tweede helft 2024 30 170
1.715
Trajecten jeugdreclassering
Trajecten jeugdbescherming
Trajecten jeugdhulp 18 Bron: Verslag Onderzoek Begrotingen Gemeenten, BZK, 2024 19 Bron: Het rimpeleffect, Raad van Volksgezondheid & samenleving, 2025
SWOV
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
45
5 | Een stad die samen zorgt
ruimte: toegankelijke routes, rustpunten en plekken voor ontmoeting worden belangrijker om eenzaamheid te beperken en gezond ouder worden te ondersteunen19. Ook is het belangrijk dat oudere inwoners kunnen doorstromen op de woningmarkt. Vergrijzing vraagt dus om een stad waar inwoners omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst. Ook als het gaat om kinderen en gezinnen is het gebruik van zorg hoog. In 2024 ontving in Gouda ongeveer 1 op de 7,4 jeugdigen jeugdhulp. Deze verhouding is in de afgelopen jaren verbeterd, maar nog steeds maken relatief veel meer kinderen en gezinnen gebruik van jeugdzorg dan in 2000, toen 1 op de 27 kinderen gebruik maakte van jeugdzorg20. Met name het aandeel relatief lichte hulpvragen is explosief gestegen21. Naast een (verwachte) toename van het aantal zorgvragen, zien medewerkers van de gemeente in de breedte ook dat de complexiteit van de zorgvragen toeneemt. Een patroon dat ook terug te zien is op het snijvlak van zorg en veiligheid (zie hoofdstuk 6). Beschikbaarheid van goede zorg en ondersteuning in de stad, en het stimuleren van goede sociale netwerken zijn daarom niet alleen
belangrijk binnen de context van het sociaal domein, maar raken ook aan maatschappelijke weerbaarheid, veiligheidsvraagstukken en de veiligheidsbeleving van inwoners. Aanhoudende financiële druk in het sociaal domein Al meerdere jaren op rij is in de gemeente Gouda de financiële druk in het sociaal domein hoog. Deze druk is niet uniek: overal in het land hebben gemeenten dezelfde dilemma’s als het gaat om de bekostiging van ondersteuning van inwoners. Wel is geconstateerd dat de uitgaven voor de jeugdzorg in vergelijking met benchmarkgemeenten in Gouda significant hoger liggen. Omdat er vanuit het Rijk geen duidelijke afbakening komt over de rolverdeling tussen de samenleving en de gemeente, zijn gemeenten zelf aan zet om hier keuzes in te maken voor de toekomst. In het voorjaar van 2025 voerde de gemeenteraad daarom het gesprek over maatregelen om het sociaal domein toekomstbestendig te houden22. Er zijn toen maatregelen afgesproken en het budget is naar beneden bijgesteld. Deze maatregelen richten zich op het tijdig inzetten van passende ondersteuning en het versterken van de sociale basis.
20 Bron: Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik, Nederlands Jeugdinstituut, 2023 21 Bron: Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik, Nederlands Jeugdinstituut, 2023 22 Bron: Dit werd gedaan aan de hand van het onderzoeksrapport van Berenschot
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
46
5 | Een stad die samen zorgt
Versterken van de sociale basis met tijdelijke middelen Als reactie op de toenemende zorgvraag in het sociaal domein en de individualisering van de samenleving is er landelijk de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor het versterken van de sociale basis van inwoners23. Onder andere in het recent gesloten nationale coalitieakkoord wordt het versterken van de sociale basis gekoppeld aan het vergroten van de kwaliteit van leven en het versterken van de veerkracht in de samenleving24. Een financiële kosten-batenanalyse van investeringen in de sociale basis is ingewikkeld. Toch lijkt het erop dat de voorzichtige conclusie getrokken kan worden dat gemeenten die investeren in de sociale basis relatief lagere kosten hebben voor de geïndiceerde zorg dan gemeenten die dit niet doen. Movisie en het VerweyJonkerinstituut hebben in 2024 in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een rapport opgesteld om gemeenten te helpen bij het versterken van de sociale basis. De kern hierin is dat gemeenten het versterken van de sociale basis kunnen stimuleren en faciliteren, maar niet moeten zien als ‘duizenddingendoekje’25.
Ook in Gouda is de afgelopen jaren gewerkt aan de beweging van individuele ondersteuning op basis van een indicatie van de gemeente naar meer collectieve ondersteuning, die toegankelijk is zonder een indicatie van de gemeente. Zoals gezegd heeft de gemeenteraad in het voorjaar van 2025 maatregelen afgesproken. De maatregelen passen in deze beweging en hebben als doel om het sociaal domein voor de lange termijn toekomstbestendig te maken. Deze beweging raakt niet alleen het sociaal domein, maar heeft ook betekenis voor het veiligheidsdomein. Door vroegtijdige en laagdrempelige ondersteuning te bieden, kan voorkomen worden dat problematiek escaleert. Ook zorgt het ervoor dat de zwaardere, specialistische ondersteuning beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare groepen. In vergelijking met benchmarkgemeenten geeft Gouda minder structureel budget uit aan ondersteuning in de sociale basis en meer aan ondersteuning op basis van een indicatie. In aanvulling op het structurele budget zijn er afgelopen jaren impulsen gegeven aan het versterken van de sociale basis vanuit tijdelijke (rijks)middelen. Deze impulsen helpen en hebben de beweging
23 De sociale basis is het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) van mensen, aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen. Zij maken het mogelijk dat inwoners de mogelijkheden hebben om te participeren in sociale relaties op een manier die hun welzijn, capaciteiten en individueel potentieel verbetert. In de sociale basis gaat het om het versterken van eigenaarschap, zeggenschap en eigen regie van inwoners. (Gezond en Actief Leven Akkoord) 24 Bron: Coalitieakkoord 2026-2030, Aan de slag 25 Bron: Movisie & Verwey-Jonker Instituut, DE SOCIALE BASIS VERSTERKEN, INVESTEREN IN DE TOEKOMST, 2024.
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
47
5 | Een stad die samen zorgt
naar meer ondersteuning in de sociale basis gestart, maar borgen deze beweging niet voor de lange termijn.
Bestaande kaders De geschetste trends maken duidelijk dat de gemeente Gouda keuzes moet maken. Maar die keuzes worden niet in een vacuüm gemaakt. Er bestaan al landelijke, provinciale en lokale kaders die de speelruimte voor het gemeentebestuur bepalen en begrenzen. De volgende paragraaf zet de belangrijkste daarvan op een rij. Landelijke kaders Gemeenten hebben vanuit verschillende wetten taken van het Rijk gekregen. De uitvoering van bijvoorbeeld de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Participatiewet, de Wet inburgering 2021 en de Wet publieke gezondheid ligt bij de gemeente. De Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet zijn openeinderegelingen. Dat betekent dat iedereen die aanspraak maakt op een regeling en er recht op heeft, er gebruik van moet kunnen maken. Dat geeft financiële druk terwijl mogelijkheden voor lokale sturing beperkt zijn.
Kaders vanuit akkoorden In aanvulling op de wettelijke kaders liggen er ook een aantal landelijke akkoorden die invloed hebben in het sociaal domein, zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De eerste drie akkoorden richten zich op de verbinding tussen het medisch en sociaal domein en zoeken die verbinding met name in preventie. Vanuit de akkoorden zijn er beperkte structurele middelen. Deze worden nu aangevuld met afnemende tijdelijke middelen. De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming richten zich op de transformatie van de jeugdzorg. Hierin richt de Hervormingsagenda zich op het oplossen van knelpunten in de jeugdzorg. Daarnaast heeft de agenda als doel de jeugdzorg financieel houdbaar te houden. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming richt zich op het verbeteren van de ondersteuning en het beschermen van kinderen en gezinnen op het snijvlak van het zorg- en veiligheidsdomein. Ook hier zijn tijdelijke middelen aan gekoppeld. In de Hervormingsagenda Jeugd is vastgelegd
INFORMATIEBLOK: INZET OP ARMOEDE EN SCHULDEN Begin 2025 heeft de gemeenteraad in het beleidskader 'De cirkel doorbreken' vastgelegd hoe in Gouda omgegaan wordt met inwoners die vastlopen in armoede en schulden. Hieraan vooraf is er een uitgebreid proces van inwonerparticipatie en participatie van maatschappelijke partners geweest. Vanwege de nog recente vaststelling van dit beleidskader en de uitgebreide betrokkenheid vanuit de stad, is ervoor gekozen om in deze verkenningen de politieke keuzes die daarin zijn gemaakt, niet als aparte strategische overwegingen op te nemen. Wel bepaalt de inzet op dit thema mede hoeveel de gemeente van (bepaalde) inwoners kan of wil vragen. 5.5 Personen met bijstandsuitkeringen aantal vanuit de Wet werk en bijstand (tot 2014) en Participatiewet (vanaf 2015) in Gouda 280
totaal 1.950 1.660
Waarvan tot AOW
Waarvan vanaf AOW
CBS juni 2025
Strategische Verkenningen Gouda, 2026
48
5 | Een stad die samen zorgt
dat gemeenten regionaal moeten samenwerken in het inkopen van jeugdzorg. Mede daarom is in 2025 de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland opgericht. Het formaliseren van de regionale samenwerking heeft als voordeel dat samen met de regio betere prijsafspraken met zorgaanbieders gemaakt kunnen worden en de inkoop professioneler en efficiënter georganiseerd kan worden. Aan de andere kant heeft het tot gevolg dat de individuele invloed van Gouda op tarieven, producten en voorzieningen minder groot is geworden. Een van de sturingsknoppen is hiermee verder weg komen te liggen. Er is onzekerheid over toekomstige akkoorden. Daarnaast is sprake van verkokering van budgetten (specifieke uitkeringen) die ieder eigen regels en afspraken kennen. Goudse kaders Het Goudse sociaal domein heeft veel lokale kaders, vastgelegd in een visie, verordeningen en beleidsregels. Hieronder zijn de meest relevante documenten voor dit hoofdstuk uitgelicht. Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp In januari 2026 heeft de gemeenteraad de nieuwe verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vastgesteld. De