Rapportage over participatieproces VCP DT.pdf
Tekst van het document
-- EINDE --
61
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
7
Verslag derde bijeenkomst Denktank
Datum Tijd: Locatie Aanwezigen
: : : :
dinsdag 27 oktober 2020 van 19:30 tot 21:45 Goudse Sint-Jan Mette Corsel Christiaan Kwantes Marco de Baat
Paul Weststrate Jim Pedd
Voorzitter, Awareness Verslaglegging, Awareness
René van den Broek Kees Codée Jan Willem Eelkman Rooda Jan Willem Fortuin Anja Lelieveld Michel van Lookeren Gerard Overkamp Martin Pohlkamp Hans du Pré
Wijkteam Goverwelle Driestar Educatief Wijkteam Nieuwe Park ROVER Gouda Bewoners Bodegraafsestraatweg GAB Gouda Gouda Sterk aan de IJssel Wijkteam Plaswijck Wijkteam Korte Akkeren en Werkgroep Gouda-Krimpenerwaard Stichting Gouda Sint-Jan Fietsersbond VGSO Bewoners Fluwelensingel en Blekerssingel Driestar College Netwerk Achterwillens Bewoners Joubertstraat Wijkteam Gouda Noord
Jaap van Rijn Jaap Rijnsburger Maurice Simons Niek van der Sprong Lute-Geert Verdouw Frank van der Voordt Henk de Vos Jeroen van Walstijn Digitaal :
Afwezigen
Rob Ogink
:
Projectleider, gemeente Gouda Verkeerskundige Goudappel Coffeng Verkeerskundige, Goudappel Coffeng
Marie-Louise Pierson Willem Jan van Tilborg
Beleidsmedewerker OV, Gemeente Gouda Bewonersplatform Binnenstad Bewoners IJssellaan
Marloes Liem-Mulder Wim van der Hoeven Artur Rebelo Wilco Spek
Wijkvereniging Westergouwe Wijkteam Oost Groene Hart Ziekenhuis Wijkteam Kadebuurt
Ineke Verkaaik-Hogervorst Sidney Verkade
Historisch Platform Gouda MBO Rijnland
1. Mededelingen De voorzitter heet de deelnemers welkom. Drie deelnemers doen vanuit huis mee. Zij doen dat via Microsoft Teams en die beelden worden op een scherm voorin de zaal geprojecteerd. Er zijn veel mails gewisseld, zowel onderling als naar de voorzitter of de heer Mette Corsel van gemeente Gouda. De voorzitter licht nogmaals toe wat hij ook in mails heeft ingebracht, dat het er vooral omgaat dat in de bijeenkomsten wordt ingebracht wat er toe doet (zie zijn mails hierover). Dat is voorwaarde om met meer wederzijds begrip tot zoveel mogelijk consensus te komen, om uiteindelijk een gedragen gezamenlijk standpunt over maatregelenpakketten te formuleren voor de wethouder en de gemeenteraad. Tijdens deze sessie behandelen we onder meer de corridors die ertoe doen in de verkeerscirculatie. Tot slot vraagt de voorzitter de deelnemers uiterlijk morgen (28 oktober) te reageren op de conceptverslagen van sessies 2a en 2b. ➢ Michel van Lookeren vindt het als blinde een uitdaging om met kaarten te werken. Hij mist in het geheel nog een routeplan gehandicaptenkaarten en zou graag willen weten hoe hij het beste in het proces de belangen van mensen met een beperking kan helpen borgen. Christiaan Kwantes stelt voor een-op-een de diepte in te gaan hierover.
Mette Corsel vult aan dat het gemeentelijk beleid is om de hele openbare ruimte toegankelijk te maken voor iedereen, op alle mogelijke manieren. In het kader van het verkeerscirculatieplan zal er minder gesproken worden over het detailniveau, maar het is en blijft een belangrijk aandachtspunt dat in de uitwerking zeker aan bod komt. Hans du Pré vult aan dat de belangen van mensen met een beperking wel goed geborgd zijn bij nieuwe plannen, maar dat ze ook aan de orde moeten komen bij bestaande voorzieningen, waar dat niet op orde is. Hij vindt het van belang om te zien waar de hiaten zich bevinden en welke in het kader van het verkeerscirculatieplan hersteld kunnen worden. 2. De agenda Christiaan Kwantes, verkeerskundige van Goudappel Coffeng presenteert de agenda van de avond: • Opening door voorzitter Paul Weststrate o Eerdere verslagen (2a en 2b) door voorzitter Paul Weststrate (in opening behandeld) o Werken in de richting van maatregelenpakketten o Vragen en discussie • Afsluiting met tussenconclusies en vervolgafspraken
63
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
3. Richting maatregelenpakketten Christiaan Kwantes geeft allereerst een doorkijkje naar de rest van het proces. Daarna legt hij uit dat er twee soorten maatregelenpakketten zijn. Er zijn pullmaatregelen, waarbij een aantrekkelijke structuur gemaakt wordt voor autoverkeer om dat te verleiden via bepaalde routes te rijden. Die zijn vooral gericht op regionaal verkeer in het zuiden van de stad en het stedelijke verkeer in het noorden. Ook zijn er pushmaatregelen die duidelijk moeten maken dat geen doorgaand verkeer gewenst is op bepaalde wegen. De rest van de presentatie is door de heer Kwantes in blokken opgedeeld, waarbij telkens een cluster uitgelicht wordt ter bespreking met de Denktank. N.B. bij het op elkaar leggen van de wensbeelden komt de titel-tekst ‘wensbeeld wandelen 2030’ steeds zichtbaar bovenop, dat is echter niet de titel van de getoonde afbeelding
Cluster: N207 en Zuidwestelijke randweg Voor dit cluster geldt volgens Christiaan Kwantes dat ‘niets doen’ geen optie is: er zijn maatregelen nodig. Een idee is om met de maatregelen ook de randwegfunctie te versterken en daarmee het doorgaand verkeer in Gouda terug te dringen. Daarvoor kunnen rotondes naar kruispunten met verkeerslichten omgebouwd worden, omdat deze meer capaciteit hebben dan rotondes. Ook geldt dat capaciteitsuitbreiding van (andere) rotondes een belangrijke optie is, en dat goede oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers van groot belang is. Compleet nieuwe infrastructuur is helaas geen optie. Dat valt niet alleen buiten de scope van het verkeerscirculatieplan, ook duurt het ontzettend lang – soms wel decennia om zoiets voor elkaar te krijgen. Het is effectiever om nu in te zetten op andere maatregelen.
64
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢ Martin Pohlkamp vraagt hoe de provincie tegenover maatregelen op de N207 staat. Daarvan werd twee sessies geleden al verteld dat er overleg over is. Mette Corsel zegt dat de gesprekken in twee delen op te splitsen zijn. Voor de N207 ter hoogte van Westergouwe wordt al nagedacht over oplossingen; hier zijn al ontwerpen van kruispunten voor klaar. Er moet een bestuurlijke overeenkomst komen met onder meer een kostenverdeling. Dat gesprek vindt op korte termijn plaats. Voor het gedeelte op de Zuidwestelijke randweg geldt dat een studie is verricht door gemeente Gouda, met als conclusie dat maatregelen nodig zijn. Dat is bij de provincie onder de aandacht gebracht. De heer Pohlkamp wil graag weten of de provincie het dan wel ziet zitten om de Krimpenerwaard-stroom links buitenom Gouda te leiden (dus via de ZWR en N207 richting A12). Volgens de heer Corsel zou daar wel over gesproken kunnen worden, maar moet de Zuidwestelijke randweg dan wel robuust genoeg zijn om meer verkeer op te vangen. Bovendien moeten de mensen uit gemeente Krimpenerwaard dan om gaan rijden en dat is een politieke afweging. Uiteindelijk is dat aan de provincie, want die is als regionaal wegbeheerder verantwoordelijk voor de bereikbaarheid van gemeentes.
➢ Anja Lelieveld meldt dat de politiek zich tot nu toe afhoudend heeft getoond in het nemen van maatregelen die de bereikbaarheid van de Krimpenerwaard mogelijk negatief zullen beïnvloeden. ➢ Jan Willem Fortuin vraagt waarom de Krimpenerwaard daar niet blij mee zou zijn. Volgens de heer Corsel heeft dat ermee te maken dat bewoners van de Krimpenerwaard zo snel mogelijk op de A12 willen komen. Als gemeente Gouda ervoor kiest dat zij via de A20 naar de A12 moeten rijden, dan is dat volgens gemeente Krimpenerwaard nadelig voor de bereikbaarheid van de gemeente. Daarop pleit de heer Fortuin nog voor een snellere verbinding vanuit Westergouwe naar de A20. ➢ Maurice Simons vraagt of rekening is gehouden met gemeente Zuidplas. Als daar een ongeluk gebeurt op de weg, gaat veel sluipverkeer door Moordrecht of door Gouda. Daar moet een alternatief voor zijn. De heer Corsel zegt dat ook met gemeente Zuidplas gesproken wordt in het kader van overleg met heel regio Midden-Holland-. Zodra de eerste contouren van het verkeerscirculatieplan bekend zijn, gaat Gouda gesprekken met andere gemeentes op bestuurlijk niveau aan. De gemeente kijkt ook naar gevolgen voor regionale partners. ➢ Jaap Rijnsburger heeft twee vragen, die voortkomen uit een eerdere opmerking van de heer Kwantes over de capaciteit van de Zuidwestelijke randweg.
Tussen augustus 2017 en april 2018 is de Schielands Hoge Zeedijk gedurende acht of negen maanden gesloten geweest voor een dijkverzwaring. De Veerstalroute was daardoor enige tijd niet bereikbaar. De eerste vraag is wat voor capaciteitsproblemen er toen waren op de Zuidwestelijke randweg. De tweede vraag is of soortgelijke problemen zichtbaar worden in de simulaties.
65
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Volgens Christiaan Kwantes zijn analyses uitgevoerd naar de toekomstsituatie. Als de Nieuwe Veerstal helemaal uit het systeem gaat, is op de Zuidwestelijke randweg een forse toename van 70 tot 80 procent zichtbaar. Er zijn volgens de heer Corsel tijdens de afsluiting geen metingen verricht, waardoor geen gegevens beschikbaar zijn. Dat kan dus niet worden gebruikt om het model te kalibreren, maar dat is en wordt op andere manieren gedaan. ➢ Hans du Pré zegt dat, om Gouda weer aan de rivier te brengen met een belangrijk voetgangersgebied, het doorgaande verkeer daar geweerd moet worden. Het idee daarbij is om het ontheffingsgebied binnenstad uit te breiden met cameratoegangspoorten aan het Buurtje en ter hoogte van De Hanepraij, zodat alle toe- en uitgangen van de binnenstad voor autoverkeer in stand blijven en de Koningin Wilhelminaweg daardoor niet extra belast wordt. ➢ Christiaan Kwantes vraagt of de deelnemers van mening zijn dat het model zonder doorgaand verkeer over de Nieuwe Veerstal doorgerekend moet worden, waarop instemmend gereageerd wordt.
Cluster: Oostelijke stadsboulevard Christiaan Kwantes hervat zijn presentatie. In dit tweede cluster staan maatregelen voor de oostelijke stadsboulevard centraal. Er wordt gekeken naar manieren om het autoverkeer op te vangen en de oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers te verbeteren. Maatregelen waar aan gedacht wordt, zijn lokale aanpassingen van kruispunten (door bijvoorbeeld de opstelruimte voor fietsers te vergroten) en door voorrangspleinen aan te leggen. Een voorrangsplein kan een goed alternatief zijn voor een rotonde, omdat dit een grotere capaciteit heeft. Het verkeer blijft op een voorrangsplein doorstromen, waardoor er geen wachtrijen vormen zoals bij verkeerslichten. Ter hoogte van het voorrangsplein rijdt het autoverkeer langzamer, circa dertig kilometer per uur . Daardoor kunnen voetgangers en 66
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
fietsers gemakkelijk en veilig oversteken, zonder dat verkeerslichten nodig zijn. Zowel voor autoverkeer als voor fietsers en voetgangers heeft een voorrangsplein voordelen ten opzichte van verkeerslichten. ➢ Michel van Lookeren vraagt of het niet beter is voor voetgangers, fietsers en mensen met een beperking, om wel verkeerslichten te plaatsen. Hij pleit ervoor om op oversteekplaatsen verkeerslichten te plaatsen die je zelfstandig kan bedienen. Christiaan Kwantes geeft aan dat ook bij voorrangspleintjes oversteeklichten met drukknoppen geplaatst kunnen worden om de oversteekbaarheid verder te verbeteren. ➢ Martin Pohlkamp vertelt dat het Wijkteam Plaswijck in een notitie acht punten heeft beschreven voor de Burgemeester van Reenensingel, Goudse Houtsingel en de Goverwellesingel. Daarin zat ook een benuttingsstudie. Hij wil graag weten hoe het daarmee staat. De heer Corsel zegt dat de benuttingsstudie onderdeel van het uitvoeringsplan Mobiliteitsplan 2017 was, maar dit is nog niet opgepakt. In het Mobiliteitsplan staan geen concrete maatregelen benoemd want het is meer een plan op hoofdlijnen. Die hoofdlijnen moeten nu met het verkeerscirculatieplan geconcretiseerd worden. Hierbij kijken we naar een betere benutting van deze wegen ➢ Ook vraagt de heer Pohlkamp of er op de Goudse Houtsingel en Goverwellesingel wel echt een probleem is met de oversteekbaarheid.
De heer Kwantes zegt dat oversteekplaatsen zeker nodig zijn. Hij legt uit dat het soms lijkt alsof verkeerslichten veiliger zijn voor de voetganger en fietser. Maar ze bieden ook schijnveiligheid, als mensen rood licht regelmatig negeren, waardoor het een bron van verkeersongevallen zijn. Een voordeel van een voorrangsplein is dat er maar één rijrichting per keer overgestoken hoeft te worden, wat veiliger is voor de voetgangers en fietsers. Willem Jan van Tilborg vraagt of bij de getoonde simulatie van reguliere situatie versus een voorrangsplein sprake is van dezelfde verkeersintensiteit. De heer Kwantes bevestigt dat. ➢ Jan Willem Fortuin heeft een vraag over eerdere dia’s. Daarin waren de N207 en de Zuidwestelijke randweg gelijkwaardig aan de Goudse Houtsingel en Van Reenensingel. Is dat nog zo, gezien de behandeling van het voorrangsplein? De heer Kwantes laat weten dat dit niet het geval is. De Zuidwestelijke randweg en N207 zijn bedoeld voor het regionale doorstroomverkeer, terwijl de Van Reenensingel, Goudse Houtsingel en de Goverwellesingel zijn bedoeld als stedelijke wegen die ook heel goed oversteekbaar moeten zijn. Daarop wil de heer Fortuin graag weten hoe Goverwelle dan naar de A12 en A20 ontsloten kan worden. Volgens de heer Kwantes zijn er twee opties voor Goverwelle.
Bij voorkeur zou dat via de N207 en de Zuidwestelijke randweg moeten gaan, maar ook de Van Reenensingel en de Goudse Houtsingel vormen prima alternatieven.
67
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢ Maurice Simons zegt dat als de N207 als provinciale ontsluitingsroute, en niet als gemeentelijke ontsluitingsroute wordt gebruikt, de nieuwbouwwijk Westergouwe een soort eiland wordt. Dat is een risico, want de voorzieningen daar vlak buiten zijn dan niet goed bereikbaar en het wordt dan voor kinderen onmogelijk om veilig over te steken. Dat is volgens de heer Kwantes inderdaad iets waar goed op gelet moet worden: er zullen oversteekvoorzieningen moeten worden getroffen om de ontsluiting van de wijk op orde te houden. ➢ De heer Van Tilborg zegt dat als de ontsluiting van de stad via de N207 komt te lopen en de Reeuwijkse Randweg komt te vervallen, dit een wel heel kwetsbare constructie is. Hij vraagt ook of de capaciteit dan wel voldoende is. Wat de heer Kwantes betreft, is de insteek niet om de Reeuwijkse Randweg af te sluiten, maar dit kan als de Denktank dat graag wil, wel doorgerekend worden. ➢ Jeroen van Walstijn zegt dat het regionale verkeer dat via de Bodegraafsestraatweg rijdt, wel degelijk aangepakt moet worden. Volgens hem zou dat regionale verkeer richting de Krimpenerwaard wel via de provinciale weg moeten lopen. Hij mist in de toelichting de relatie met de Bodegraafsestraatweg. Volgens de heer Kwantes komt dit later in de avond nog ter sprake, maar is de structuur die nu voorligt onder meer bedoeld om de Bodegraafsestraatweg te ontlasten.
➢ Frank van der Voordt zegt dat de Oostelijke stadsboulevard voor inwoners van Gouda, vooral als ze ten noorden van het spoor wonen, wel een geprefereerde route is om de stad in en uit te komen. Bovendien heeft de Tweede Kamer vandaag besloten om in binnensteden alleen nog maar 30 kilometer per uur toe te staan, wat betekent dat dit soort wegen wel autoluw gemaakt moeten worden. Ook pleit hij voor aanvullende snelheidsverlagende maatregelen. ➢ Anja Lelieveld onderschrijft de statements van de heer Van der Voordt van harte. Ze vraagt of er bij het doorrekenen van het model rekening wordt gehouden met effecten op andere wegen, waaronder de Bodegraafsestraatweg. Dat is inderdaad het geval volgens de heer Kwantes.
68
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Cluster: Binnenstadsingels Christiaan Kwantes hervat zijn presentatie. Er wordt nu gekeken naar de binnenstadsingels: de Kattensingel, het Kleiwegplein, de Blekerssingel, Fluwelensingel, Nieuwe Veerstal en de Rotterdamseweg. Het is de bedoeling om op deze plekken de openbare ruimte als het ware te herwinnen op de auto. Dat betekent dat er minder verkeer over moet rijden, dat bovendien langzamer rijdt. Daarvoor zijn ook meer dwingende maatregelen denkbaar, zoals het plaatsen van eenrichtingswegen en knippen. Door dit soort maatregelen te nemen, ontstaat er ruimte voor parken en groenstructuren, meer ruimte voor voetgangers, het openbaar vervoer en fietsers en is de auto te gast. ➢ Hans du Pré wil graag reageren op de mogelijkheid om het ontheffingsgebied uit te breiden met de singels. Hij zegt dat het interessant zou kunnen zijn om de combinatie van een knippen in de singels bij het Kleiwegplein, met een uitbreiding van het ontheffingsgebied naar onder meer Kadebuurt, Boelekade, IJssellaan, te bekijken omdat deze bewoners anders veel hinder zullen ondervinden van de genoemde maatregelen. Zij zijn namelijk afhankelijk van toegang tot die weg. ➢ De heer Van Tilborg vindt de geschetste beelden zeer aantrekkelijk. Hij begrijpt de zorgen van de heer du Pré, en onderstreept deze ook: bewoners op de IJssellaan vrezen inderdaad voor de bereikbaarheid.
Een ontheffing voor hen kan voor een oplossing zorgen. Mocht dat niet mogelijk zijn, vraagt de heer Van Tilborg of eenrichtingsverkeer niet een betere optie is. Dat zou wat hem betreft dan in combinatie moeten met eenrichtingsverkeer op de Fluwelensingel, Blekerssingel en de andere kant op, op de Jouberstraat en de Bodegraafsestraatweg. ➢ Jaap van Rijn vraagt hoe het zou werken met knips op de singels. Voor de culturele sector in Gouda, bijvoorbeeld de schouwburg, zou dat zeer ingrijpend kunnen zijn.
69
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Ook vraagt hij of als het verkeer op de singels wordt geremd, er dan niet meer sluipverkeer door de binnenstad rijdt. De heer Kwantes zegt dat het inderdaad van belang is om goed in de gaten te houden dat maatregelen op de ene plek, kunnen leiden tot een toename van het verkeer op een andere plek. Daar zijn aanvullende maatregelen voor mogelijk. ➢ Jan Willem Fortuin heeft twee vragen: op welke manier wordt een knip gemaakt? En in welke richting zou bijvoorbeeld de wijk Kort Haarlem ontsloten moeten worden? Is dat richting de Joubertstraat of richting de singel? Allereerst zegt de heer Kwantes dat knips mogelijk zijn, maar dat ze grote gevolgen kunnen hebben door verplaatsing van het verkeer naar andere routes en wijken en daarom niet altijd de voorkeur hebben. Maar ze kunnen verschillende vormen aannemen. Zo kan een knip bestaan uit paaltjes of bloembakken die een weg blokkeren. Ook kan dat met een camerasysteem dat in de gaten houdt of iemand wel een weg in mag rijden. Daarna legt Marco de Baat uit dat het niet zo hoeft te zijn dat er maar één ontsluiting blijft in de wijk. Afhankelijk van de inrichting van de twee ontsluitingsmogelijkheden moet een proportionele verdeling ontstaan van het verkeer in en uit de wijk langs beide routes. Tegelijk is het wel van belang dat, als er een knip op de singels komt, voorkomen wordt dat sluipverkeer door de wijk gaat.
De heer Van Tilborg onderstreept de vrees voor grote toename van verkeer in de wijk. ➢ Jan Willem Eelkman Rooda vraagt of nagedacht wordt over een knip bij de spoortunnel. Dat heeft volgens hem weinig zin, omdat dan bijna iedereen in aanmerking zou komen voor een ontheffing. De heer Kwantes zegt dat hier inderdaad om die reden niet aan gedacht wordt. ➢ Niek van der Sprong zegt als bewoner van de Fluwelensingel blij te zijn met de nieuwe opties. Hij wil dit eerst goed voorleggen aan zijn achterban, alvorens hij iets kan zeggen over eventuele knips of wegen met eenrichtingsverkeer. Om 20:44 is het tijd voor een korte pauze. Om 20:50 wordt de sessie weer hervat.
70
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Cluster: Bodegraafsestraatweg en Joubertstraat Christiaan Kwantes is in zijn presentatie toe aan de Bodegraafsestraatweg en Joubertstraat. Hij vertelt dat het de bedoeling is om het doorgaand auto- en vrachtverkeer hier terug te dringen. Dat kan onder meer door het reisgedrag te beïnvloeden. Daarvoor zijn concrete snelheidsbeperkende maatregelen een belangrijke optie. Hij licht vervolgens toe wat de effecten zouden zijn van een doorsteek van de Reeuwijkse Randweg naar de Plaswijckweg, als een eerder geopperde mogelijkheid voor het verminderen van het verkeer over de Bodegraafsestraatweg – Joubertstraat-route.
71
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Er is enige verwarring over de getallen aan de rechterkant van bovenstaande dia. De heer Kwantes legt uit dat als de doorsteek van de Reeuwijkse Randweg naar de Plaswijckweg gemaakt zou worden, er meer verkeer gaat rijden op de Plaswijckweg. Voor de westelijke lus geldt dat het verkeer meer dan verdubbelt (+130%) en voor de oostkant komt er nog eens de helft van wat er nu rijdt bij (+50%). Wel gaat al dat extra verkeer af van de Bodegraafsestraatweg. De sleutel tot de verklaring is: een absoluut aantal auto’s dat andere routes kiest die normaliter een veel lagere intensiteit hebben, dan is de relatieve toename van het verkeer op die routes (dus in percentages) snel al heel groot. ➢ Martin Pohlkamp zegt dat het van groot belang is om het doorgaand verkeer aan te pakken. Volgens hem is 20 tot 50 procent van het verkeer dat in de besproken corridor rijdt, doorgaand verkeer. Verder zegt hij dat de percentages op sheet 30 kloppen, maar dat de 20 procent van en naar Bloemendaal op het linker plaatje niet klopt: het is maar 5%. Dit op basis van het kentekenonderzoek. Tot slot zegt hij dat de genoemde doorsteek geen goed idee is. Het lost het structurele probleem, namelijk de Krimpenerwaardstroom, niet op. Ook zorgt het aanleggen van een doorsteek voor een verkeersaantrekkende werking.
De heer Kwantes bevestigt dat elke nieuwe infrastructuur die aangelegd wordt, inderdaad zorgt voor een aantrekkende werking van geheel nieuw verkeer. De heer Kwantes legt uit dat in deze berekeningen van de verdeling over andere routes, niet is uitgegaan van extra nieuw verkeer, maar enkel naar de verdeling van het huidige verkeersaanbod. Tot slot zegt de heer Pohlkamp dat het van groot belang is om de oostkant van het gebied te ontlasten als het aankomt op de Krimpenerwaardstroom. Hij is blij dat dit goed staat opgeschreven in de huidige dia’s. ➢ Jeroen van Walstijn vreest dat een doorsteek het sluipverkeer dat van de A12 via Reeuwijk naar de Krimpenerwaard rijdt, niet af zal remmen. Hij denkt dat dit eerder 72
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢
➢
➢ ➢
73
zal leiden tot een toename van het sluipverkeer. Tot slot merkt de heer Van Walstijn op dat de maatregelen op de Bodegraafsestraatweg dwingender mogen, vooral als het aankomt op het provinciale verkeer. Frank van der Voordt vraagt of het klopt dat als Gouda eenzijdig besluit om het sluipverkeer te weren, dat zorgt voor problemen met de Krimpenerwaard. Mette Corsel zegt dat een afsluiting, waardoor verkeer van en naar de Krimpenerwaard via de A12 en A20 moeten rijden, in goed overleg zal moeten gebeuren. Het is in dat opzicht eenvoudiger om minder dwingende maatregelen te nemen. Volgens de heer Kwantes past het binnen het Nederlands beleid om verkeer zoveel mogelijk via veilige wegen te leiden. Dat geldt ook voor het verkeer uit de Krimpenerwaard, dat bij voorkeur via de provinciale wegen zal moeten rijden. Martin Pohlkamp onderstreept wat de heer Van der Voordt opmerkte over het verkeer vanuit de Krimpenerwaard. De heer Van der Voordt vraagt tot slot in hoeverre de historische inrichting van de Joubertstraat een herinrichting om de weg veiliger te maken in de weg staat. De heer Corsel legt uit dat dit vooral een politieke afweging is. De gemeenteraad zal moeten kiezen wat belangrijker is: de historie van een statige, groene weg, of de veiligheid van het verkeer.
Anja Lelieveld vraagt hoe het staat met de doorrekening die gemaakt zou worden rond de voorstellen van bewoners van de Bodegraafsestraatweg. Ook vraagt ze hoe het nou precies zit met de cijfers. Deze zijn nu nog niet goed te interpreteren, met name omdat de onderlinge verhouding niet helder is. Verder vraagt mevrouw Lelieveld of het klopt dat het met name bewoners uit Plaswijck zijn die over de Bodegraafsestraatweg naar de A12 rijden. De heer De Baat zegt dat de percentages op dia 30 aan de linkerkant het aandeel van het verkeer met een bestemming in Plaswijck of Bloemendaal aanduiden. Ook legt de heer De Baat uit dat als het verkeer op de Bodegraafsestraatweg met 50 procent afneemt, dat verkeer zich over de oostelijke en westelijke weg in Plaswijck verdeelt. De hoge procentuele toename komt voort uit het feit dat dit eerder relatief rustige wegen waren, waardoor er een toename van tot wel 130 procent kan ontstaan. Het is volgens de heer Kwantes nog van belang om te kijken of de Plaswijckseweg wel dat verkeer aan kan, qua geluidsbelasting. Dat hangt af van de typologie van de straat. Mevrouw Lelieveld zegt dat voor de Bodegraafsestraatweg en Joubertstraat geldt dat er maximaal 15.000 auto’s overheen kunnen rijden, en zelfs geen vrachtverkeer. Dat rijdt er wel op dit moment. Over geluidsbelasting is nog niet gesproken en moet op dit moment ook nog niet gesproken worden.
Jeroen van Walstijn zegt dat een toename van 130 procent verkeer niet zomaar geaccepteerd zou moeten worden. Martin Pohlkamp pleit ervoor om weer te focussen op het kern-probleem: het doorgaande verkeer, en dan met name de Krimpenerwaardstroom. Dat verkeer moet worden afgeknepen op de Joubertstraat, de Bodegraafsestraatweg zuid en
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
noord. De doorsteek trekt alleen maar meer verkeer aan, waarmee dat geen goed idee is. Ook merkt de heer Pohlkamp nog op dat hij de vergelijking mank vindt gaan: het gaat om vijftig versus vijfduizend woningen. Daarom roept hij nogmaals op om vooral de focus te blijven houden op het hoofdonderwerp. ➢ Jaap Rijnsburger vertelt dat voor de fietsersbond de Joubertstraat niet volledig heringericht hoeft te worden. De straat wordt nauwelijks gebruikt door fietsers. Fietsers die uit de Zwartewegtunnel komen, verdelen zich over de Krugerlaan en de Nansenstraat. Fietsers gebruiken de weg niet omdat het levensgevaarlijk is en er twee wegen naast liggen, waar het veilig fietsen is. Zo moet het blijven. Henk de Vos reageert daarop dat er wel degelijk door fietsers gebruik gemaakt wordt van de Joubertstraat, net name rond de spitstijden door scholieren. ➢ Jan Willem Fortuin vindt de toename in percentages op de Plaswijckweg nog altijd niet helder en vraagt om absolute aantallen. Die zullen voor de volgende sessie geleverd worden. ➢ Anja Lelieveld onderstreept het verzoek van de heer Fortuin. Absolute aantallen zijn volgens haar van groot belang. Ook reageert ze nog op de heer Pohlkamp, van wie zij een aantal voorstellen van harte onderstreept. Wel maakt ze bezwaar tegen de vergelijking tussen vijftig en vijfduizend bewoners.
Er speelt meer dan alleen het aantal huizen dat er staat; het gaat ook om de situatie als geheel. Zo bevinden de bewoners van de Bodegraafsestraatweg zich zo’n twee meter van de weg en dat is voor de bewoners van de Plaswijck volgens haar niet het geval. Het is 21:23 als er nog twee corridors te gaan zijn. Het voorstel vanuit de zaal is om door te gaan tot 21:30, zonder daarbij details over te slaan.
74
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Cluster: Kromme Gouwe en Koningin Wilhelminaweg Christiaan Kwantes hervat zijn presentatie. Voor dit cluster geldt dat de bedrijvigheid goed ontsloten moet worden, maar dat er ook een betere balans moet zijn tussen lopen, fietsen, auto- en vrachtverkeer. De vraag is of hier hard sturende maatregelen nodig zijn. Daarvoor geldt onder meer dat een andere weginrichting en snelheidsremmende maatregelen mogelijk zijn. Meer dwingende maatregelen, zoals een verbod voor vrachtwagens, behoren ook tot de mogelijkheden. Wel moet de bereikbaarheid van de Kromme Gouwe dan gegarandeerd zijn. ➢ Martin Pohlkamp vraagt wat de herkomst en bestemming is van het verkeer op de Koningin Wilhelminaweg. De heer De Baat zegt dat het om verkeer uit alle windrichtingen komt. Maar het is vooral een in- en uitvalweg voor de westkant van Gouda. De heer De Baat zegt toe de cijfers hierover te delen met de Denktank. ➢ Jeroen van Walstijn vraagt of het niet beter is om met de bespreking te wachten tot de volgende keer, als de cijfers bekend zijn. Wel merkt hij op dat de Koningin Wilhelminaweg op dit moment veel te druk is. Welk effect zouden de voorgestelde maatregelen op de drukte hebben? ➢ Hans du Pré zegt dat er vanuit het Wijkteam Korte Akkeren de nodige ervaring is met Croda, dat in het verleden veel verkeer door de wijk veroorzaakte, onder meer door de Constantijn Huygensstraat en de Prins Hendrikstraat.
Vervolgens zijn afspraken gemaakt met Croda, dat haar leveranciers enkel nog gebruik laat maken van de Julianasluis en de Rotterdamse weg. Als leveranciers van Croda zich hier niet aan houden, doet het bedrijf daar wat aan. Dat heeft volgens de heer du Pré ook voor positieve effecten gezorgd op de Koningin Wilhelminaweg. Dit soort dwingende afspraken zouden wat hem betreft ook gemaakt moeten worden met bedrijven op het bedrijventerrein Kromme Gouwe. Leveranciers zouden enkel nog moeten aanrijden via de Nieuwe Gouwe Oostzijde en de Steve Bikobrug, waardoor de Koningin Wilhelminaweg ontlast wordt. Ook zouden overstekende voetgangers en fietsers op de kruisingen voorrang moeten krijgen, zodat zij ook beter kunnen oversteken. De verkeersremmende werking die hier van uit gaat is ook van belang. Er zijn nu geen veilige oversteekplaatsen, wat deze toevoeging van groot belang maakt. ➢ Lute-Geert Verdouw merkt op dat het bijzonder moeilijk is om aan te sluiten op de Kromme Gouwe vanuit het centrum. ➢ Jan Willem Eelkman Rooda zegt dat er in het verleden sprake van was om het Bolwerk en de Prins Hendrikstraat te ontlasten. Daarom was er sprake van om de Burgemeester Van Hofwegensingel naar het noorden door te trekken vanuit de Steve Bikobrug en dan in het noorden aan te laten sluiten op de Burgemeester Jamessingel. De vraag is of dit nog altijd de bedoeling is.
Mette Corsel zegt dat deze doorsteek niet meer nodig is gebleken door het Hamstergat te vergroten. ➢ Jan Willem Fortuin stelt voor het aantal buslijnen langs het spoor aan de Kattensingel te verminderen. Dat zou zorgen voor een toename van het verkeer op de Koningin Wilhelminaweg, maar ontsluit onder meer De Goudse Waarden.
75
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Om 21:33 vraagt de voorzitter aan Christiaan Kwantes om een doorkijkje te geven naar de volgende bijeenkomst. Christiaan Kwantes zegt dat Goudappel Coffeng als huiswerk heeft om enkele maatregelpakketten door te rekenen. In de vierde sessie gaan we dan gezamenlijk naar de effecten van maatregelen kijken. Er is deze derde sessie nu nog niet gesproken over het cluster rond de Bloemendaalseweg, maar daar kan Goudappel Coffeng in de voorbereiding van de vierde bijeenkomst goed mee uit de voeten. ➢ Daarover merkt Jaap Rijnsburger op dat een corridor met de Thorbeckelaan en Bleulandweg ontbreekt. ➢ Martin Pohlkamp zegt dat het Albert Plesmanplein ook bekeken moet worden. ➢ Hans du Pré vraagt tot slot of berekeningen worden gemaakt van de effecten van de verschillende knips (de effecten per knip). Dat zal volgens de heer Kwantes inderdaad in de loop van het proces gebeuren.
-- EINDE --
76
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
8
Derde bijeenkomst Denktank bijlage: Duiding verkeerscijfers Bodegraafsestraatweg en Plaswijck
78
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
79
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
80
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
81
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
82
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
9
Verslag vierde bijeenkomst Denktank
Datum Tijd: Locatie Aanwezigen
: : : :
dinsdag 24 november 2020 van 19:30 tot 21:45 Online, Microsoft Teams Mette Corsel Christiaan Kwantes Marco de Baat
Paul Weststrate Jim Pedd
Voorzitter, Awareness Verslaglegging, Awareness
René van den Broek Kees Codée Jan Willem Eelkman Rooda Jan Willem Fortuin Wim van der Hoeven Anja Lelieveld Michel van Lookeren Martin Pohlkamp Hans du Pré
Frank van der Voordt Henk de Vos Jeroen van Walstijn Marcel de Wit
Wijkteam Goverwelle Driestar Educatief Wijkteam Nieuwe Park ROVER Gouda Wijkteam Oost Bewoners Bodegraafsestraatweg GAB Gouda Wijkteam Plaswijck Wijkteam Korte Akkeren en Werkgroep Gouda-Krimpenerwaard Fietsersbond VGSO Bewoners Fluwelensingel en Blekerssingel Netwerk Achterwillens Bewoners Joubertstraat Wijkteam Gouda Noord Netwerk Achterwillens
Pascal Anker Margriet de Kruijf Raymon Lieman Rob Ogink Gerard Overkamp Marie-Louise Pierson Willem Jan van Tilborg Lute-Geert Verdouw
Gemeente Gouda Bewonersplatform Binnenstad Gemeente Gouda Gemeente Gouda Gouda Sterk aan de IJssel Bewonersplatform Binnenstad Bewoners IJssellaan Driestar College
Marloes Liem-Mulder
Wijkvereniging Westergouwe
Jaap Rijnsburger Maurice Simons Niek van der Sprong
Digitaal :
Afwezigen
:
Projectleider, gemeente Gouda Verkeerskundige, Goudappel Coffeng Verkeerskundige, Goudappel Coffeng
Artur Rebelo Jaap van Rijn Wilco Spek Ineke Verkaaik-Hogervorst Sidney Verkade
Groene Hart Ziekenhuis Stichting Gouda Sint-Jan Wijkteam Kadebuurt Historisch Platform Gouda MBO Rijnland
1. Mededelingen Om 19:30 opent de voorzitter de vergadering. Net als sessie 3, vindt deze sessie ook weer plaats in de Sint-Janskerk. Vijf deelnemers doen vanuit huis mee. Dat doen zij via Microsoft Teams en die beelden worden op een scherm voorin de zaal geprojecteerd. Er zijn tijdens de bijeenkomst in de chat enkele opmerkingen gemaakt die betrekking hebben op bepaalde dia’s. Een aantal van deze vragen zijn na de bijeenkomst beantwoord door de verkeerskundigen van Goudappel Coffeng. Voor de duidelijkheid voegen we die chatvragen en -antwoorden niet toe als bijlage, maar in het verslag bij de betreffende dia’s. Ten behoeve van het onderscheid met wat ter plekke door de groep is besproken, gebruiken we voor de chat en antwoorden een kader en een afwijkend lettertype. 2. De agenda Marco de Baat, verkeerskundige van Goudappel Coffeng, presenteert de agenda van de avond: • Opening door voorzitter Paul Weststrate • Autoluwe / aantrekkelijke binnenstad door Marco de Baat • Effecten maatregelen door Christiaan Kwantes • Vragen en discussie • Afsluiting met tussenconclusies en vervolgafspraken 3. Kwaliteiten van een aantrekkelijke binnenstad Marco de Baat houdt een presentatie over wat kwaliteiten van een aantrekkelijke binnenstad zijn volgens de deelnemers van de Denktank.
De deelnemers was gevraagd via de mail tevoren aan te geven wat daaronder wordt verstaan volgens henzelf en hun achterban.
84
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
CHAT: ▪ Margriet de Kruijf [20:10]: Ik mis in het verhaal eventueel nieuwe parkeermogelijkheden. De bestaande parkeermogelijkheden zijn niet voldoende voor het autoluw maken. Wordt hier ook advies over gegeven? Marco de Baat: Ja zeker, er wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de parkeercapaciteit, en of er uitbreiding van nodig is als er maatregelen getroffen worden in het kader van autoluwe binnenstad. Wel geldt daar natuurlijk bij dat dergelijke oplossingen verder uitgewerkt en besproken moeten worden met de omgeving. In het VCP doen we in ieder geval aanbevelingen over de parkeercapaciteit bij mogelijke maatregelen in de binnenstad. ▪ Margriet de Kruijf [20:10]: geven de experts ook advies over het vervolgproces richting bewoners van de binnenstad? Marco de Baat: Hier wordt binnen de gemeente nog over gesproken, daar hebben we nu nog geen uitsluitsel over.
➢ Maurice Simons vraagt of er ook rekening gehouden wordt met cargo-bikes? Dat zijn elektrische bakfietsen waarmee goederen vervoerd kunnen worden en deze maken deel uit van een bredere ontwikkeling in het veranderend goederenvervoer? Marco de Baat zegt dat er een apart traject loopt hiervoor, namelijk het project zero emissie stadslogistiek, waarbij ook gekeken wordt naar dit soort aspecten en ontwikkelingen.
85
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Nadat Marco de Baat zijn presentatie heeft afgerond, zijn er een aantal vragen die over zijn verhaal als geheel gaan. ➢ Jeroen van Walstijn heeft twee vragen. Allereerst vraagt hij of het mogelijk is om aan de Lage Gouwe horeca toe te voegen; het is een erg smalle straat. Hij begrijpt wel dat er, gezien de smalte van de straat, getwijfeld wordt over de parkeerplaatsen daar. Op de tweede plaats is meneer Van Walstijn benieuwd naar het onderzoek rond zero emissie binnenstadslogistiek; wanneer wordt dat afgerond? Marco de Baat beantwoordt de eerste vraag: Volgens de heer De Baat kan je niet zomaar parkeerplaatsen opheffen en moet ervoor worden gezorgd dat er een goed alternatief is, denk daarbij aan het plaatsen van extra deelauto’s. Mette Corsel zegt in reactie op de tweede vraag dat de gemeenteraad over het onderzoek rond zero emissie binnenstadslogistiek in februari of maart besluiten neemt. Als die besluit een zero emissiezone in te stellen in de binnenstad van Gouda, is het aan ondernemers en hun toeleveranciers om de logistiek op andere manieren te regelen. Daarvoor hebben ze dan op zijn minst de tijd tot 2025, maar met een overgangsregeling wellicht zelfs tot 2028. ➢ Martin Pohlkamp zegt gelezen te hebben dat gemeente Gouda streeft naar een miljoen bezoekers per jaar in de binnenstad.
Is er inzicht in het effect dat dit heeft op parkeren en het verkeer in de stad? Marco de Baat zegt dat onderzoeken afgerond zijn naar de verkeersdrukte in de stad. Aan de hand daarvan wordt gekeken of er in de toekomst voldoende parkeergelegenheid is. Daarbij neemt men de doelstelling van een autoluwe binnenstad mee, evenals de effecten van andere bestaande plannen en ontwikkelingen (waaronder een toename van het aantal bezoekers) op het verkeer en parkeren in de binnenstad. ➢ Jan Willem Fortuin constateert dat iedereen gastvrij ontvangen moet worden in de binnenstad, maar het liefst zonder auto. Bezoekers moeten dan dus naar de binnenstad vervoerd worden. Dan zullen er plekken moeten zijn om mensen af te zetten, evenals routes en dan zijn niet-doorgaande wegen niet relevant. Daarnaast vraagt de heer Fortuin of er rekening gehouden is met alle hulpdiensten. Marco de Baat zegt dat de binnenstad absoluut bereikbaar zal blijven voor alle nooden hulpdiensten, zelfs als er ontheffingen gelden. ➢ Hans du Pré heeft een vraag over de woonbinnenstad, zoals op dia 14 aangegeven. Daar staat het woongebied niet goed gemarkeerd: er wonen ook mensen op de Nieuwe Markt, de Houtmansgracht en de Conventstraat. Door die niet mee te nemen in het woonbinnenstadmilieu, wordt die straten tekort gedaan. Marco de Baat zegt dat het beeld inderdaad genuanceerder is dan op de dia’s staat aangegeven.
De heer Du Pré zegt verder dat hij het plaatsen van knips op de grachten geen goed idee vindt. De binnenstad is al uiterst onaantrekkelijk om doorheen te rijden, het toevoegen van knips is onnodig en maakt de binnenstad nog minder aantrekkelijk. Margriet de Kruijf reageert op de heer Du Pré. Alles heeft effect op alles; als er niet geparkeerd mag worden op een bepaalde locatie, verplaatst dat parkeren zich. Er is
86
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
een duidelijk waterbedeffect en daarom pleit het Bewonersplatform Binnenstad voor integrale oplossingen voor de integrale problemen in de binnenstad. De heer Du Pré vraagt of mevrouw De Kruijf het met hem eens is dat er eerst een ideaalbeeld gemaakt moet worden voor de binnenstad, voordat gezocht moet worden naar integrale oplossingen? Daar is ze het mee eens. ➢ Wim van der Hoeven zegt dat veel historische binnensteden dynamisch verkeersmanagement hebben op toevoerwegen naar de binnenstad, waarbij de bezoekende auto’s naar parkeergarages met beschikbare capaciteit geleid worden. De centrale vraag zou volgens de heer Van der Hoeven dus moeten zijn hoe de bezoekersstroom van auto’s naar de stad gestuurd wordt naar de garages. Marco de Baat zegt dat een dynamisch systeem dat aangeeft waar nog beschikbare parkeerplekken zijn in parkeergarages hier inderdaad in kan helpen. ➢ Marie-Louise Pierson mist in de stellingen een betere bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers door het aanleggen van aanvullende verbindingen. Marco de Baat zegt dat die toegevoegd zal worden. Na deze laatste vraag begint Christiaan Kwantes met zijn deel van de presentatie. Er worden tijdens de presentatie geen vragen gesteld door de groep, maar daarna zijn er vragen in de chat gesteld over verschillende dia’s.
CHAT: ▪ Margriet de Kruijf [20:21]: Worden modellen ook gecombineerd met tellingen? Marco de Baat: Verkeersmodellen zijn gekalibreerd (lees: opgebouwd) op basis van vele verkeerstellingen. Bij de bouw van een verkeersmodel worden de instellingen en invoer aangepast zodanig dat de uitkomsten voor het basisjaar 87
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
(2018) zo goed mogelijk aansluiten bij de verkeerstellingen uit datzelfde jaar. Verkeersmodellen zijn dus zeker gecombineerd met tellingen.
CHAT: ▪ Margriet de Kruijf [20:23]: Uit ervaring bij Utrecht weet ik dat het daar nog wel 's mis op kan gaan in de beleving van mensen. Als je alleen van modellen uitgaat, voelt het voor veel bewoners aan als niet bestaand en 'verzonnen'. Cijfers van daadwerkelijke tellingen moeten je modellen dan ook echt ondersteunen. Marco de Baat: De gemeente heeft heel veel verkeerstellingen van de afgelopen jaren. Deze zijn ook gebruikt bij de bouw en bij de controle van de correctheid van verkeersmodellen. Natuurlijk moeten modelresultaten met gezond verstand beschouwd worden, en zal in de praktijk altijd monitoring en evaluatie plaats moeten vinden om te beoordelen hoe de effecten in de praktijk uitpakken.
88
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
CHAT: ▪ Margriet de Kruijf [20:32]: Ik blijf het bij deze plaatjes heel spannend vinden, wat deze maatregelen dan doen voor de verkeersveiligheid... zeker bij de plekken waar de verschillende verkeersstromen nu echt bij elkaar komen. Marco de Baat: Belangrijk effect van de maatregelen is een lagere snelheid van autoverkeer en vrachtverkeer op diverse wegen. Dat zorgt binnen de randwegen al voor een belangrijke bijdrage aan een verbetering van de verkeersveiligheid. Bij een lagere snelheid hebben weggebruikers meer tijd om op elkaar te reageren, en is het letselrisico lager vanwege de lagere snelheid. Op de randwegen is wel sprake van extra gemotoriseerd verkeer, maar deze wegen zijn ook beter ingericht om meer verkeer te verwerken. Dit zijn wegen zonder parkeren langs de rijbaan, met nauwelijks erfaansluitingen en met beter zicht op elkaar. Bij de oversteken van deze randwegen dienen aanvullende maatregelen genomen te worden om deze verkeersveiliger in te richten voor fietsers en voetgangers. We beogen daarom diverse kruispunten (met/zonder verkeerslichten) om te bouwen naar voorrangspleinen, dit zijn kruispuntvormen waarbij de snelheid van het autoverkeer lokaal verlaagd wordt door uitbuiging van de rijbaan, en fietsers en voetgangers in twee fases (door aanwezigheid van een midden-eiland) de weg over kunnen steken.
Daardoor kan ook bij toenemende verkeersintensiteiten op de randwegen de verkeersveiligheid op peil blijven, en binnen de randwegen verbeteren.
89
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
CHAT: ▪ Margriet de Kruijf [21:18]: Tip voor het vervolg: neem een gedragsexpert mee in de verdere uitwerking [van maatregelen] etc. Het zal altijd een combinatie moeten zijn tussen maatregelen en gedragsstimulansen Marco de Baat: Tip nemen we mee. Diverse maatregelen in de binnenstad gaan inderdaad over gedrag, en eigenlijk gaat mobiliteit op zichzelf ook over gedrag. In ons verplaatsingsgedrag maken we continu keuzes, en ons gedrag bepaalt dan ook hoe we ons gaan verplaatsen, waarheen, wanneer, via welke route, en met welk vervoermiddel. ▪ Willem Jan van Tilborg [21:36]: En aanvullend hierop: wat kun je bereiken met handhaving in combinatie met inrichtingsmaatregelen Marco de Baat: Handhaven is belangrijk, maar de capaciteit om te handhaven is beperkt, daarom trachten we met een juiste inrichting van de openbare ruimte te zorgen dat mensen het ‘gewenste’ gedrag uit zich zelf doen. Voorbeeld: een brede asfaltweg zorgt ervoor dat auto’s harder rijden dan bij een smallere straat met klinkers. Natuurlijk blijven er ook met een goede inrichting nog verkeersovertredingen plaatsvinden. Dat valt niet te voorkomen. Daar waar overmatig verkeersovertredingen plaatsvinden wat leidt tot overlast voor de omgeving moet aandacht zijn voor extra handhaving of andere oplossingen om de overlast te voorkomen of te reduceren.
▪ Willem Jan van Tilborg [20:51]: Kan éénrichtingsverkeer een alternatieve tussenoplossing tussen varianten 2 en 3b zijn, en wat levert het dan voor resultaat op?
90
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
Marco de Baat: We zullen ook een variant bekijken met éénrichtingsverkeer. Daarbij kun je denken aan éénrichtingsverkeer op de Blekerssingel, en éénrichtingsverkeer op de Joubertstraat/Zwarteweg. Dit zijn communicerende vaten, dus er moeten wel op beide routes maatregelen getroffen worden. Wel is hierbij een risico op sluipverkeer door de wijk, wat zo groot is dat binnen de wijk aanvullende maatregelen genomen moeten worden om ongewenste effecten tegen te gaan. Als u zelf ideeën heeft over de exacte invulling van een dergelijke éénrichtingsvariant dan staan we daar natuurlijk voor open, en horen we dat graag!
➢ Henk de Vos vraagt om meer uitleg over het eenrichtingscarré; hoe werkt het en wat wordt ermee beoogd? Christiaan Kwantes legt uit dat het een eenrichtingscircuit zou moeten worden. Voor de wijk zelf geldt dat de weg dan een stuk smaller kan worden gemaakt, er meer groen toegevoegd kan worden en dat het geheel makkelijker oversteekbaar wordt. Een belangrijk aanvullend voordeel is dat het autoverkeer op de Bodegraafsestraatweg met extra vertraging te maken krijgt en daardoor gestimuleerd wordt om via de Burgemeester van Reenensingel te rijden. Per saldo leidt dit niet tot een toename van verkeer binnen de wijk, maar wel tot een afname op de Bodegraafsestraatweg en de Joubertstraat. ➢ Marcel de Wit vraagt of het carré alleen geldt voor autoverkeer. Ook zegt hij dat hij het carré liever andersom ziet rijden, met name vanwege de onveilige afslag vanuit het Albert Plesmanplein op de Graaf Florisweg. Christiaan Kwantes bevestigt dat het carré alleen voor auto’s geldt. Het grote voordeel van deze richting is vooral dat er op de kruispunten niet gekruist wordt met
91
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
afslaand verkeer, maar er zal nog goed gekeken worden of dit inderdaad de beste richting is. De heer De Wit heeft ook nog een vraag over eventuele knips. Hij heeft de indruk dat die weggehaald zijn. De heer Kwantes zegt dat de harde knips die beoogd waren op de Joubertstraat en de Fluwelensingel af te raden zijn met de kennis van nu. Ook rond de knip op de Nieuwe Veerstal bestaan twijfels vanwege de verkeersdruk op de Zuidwestelijke Randweg, maar Gouda zou er als stad enorm op vooruit gaan als deze weer aan het water komt te liggen. Verkeerskundig is het echter de vraag in hoeverre het mogelijk is. ➢ Niek van der Sprong vindt dat er te veel op stadsniveau gedacht wordt als het aan komt op problemen op bijvoorbeeld de rondwegen. Op de singels zijn grote problemen die zo concreet mogelijk aangepakt moeten worden. ➢ Jan Willem Rooda vraagt wat de effecten van de herinrichting van het Kleiwegplein, zoals te zien in variant 2 en 3a, zouden zijn voor de verschillende verkeersstromen vanaf de singel naar de spoortunnel en terug. Christiaan Kwantes legt uit dat het voorstel is om de noord-zuidstructuur, vanuit de spoortunnel het centrum in, als doorgaande as vorm te geven. De Kattensingel zou er dan niet meer op moeten aantakken, en enkel nog dienen voor het OV dat mensen naar het station kan leiden.
Vanuit de Kattensingel kan je dan volgens de heer Kwantes niet meer de spoortunnel in, maar moet je via de Burgemeester van Reenensingel rijden. ➢ Wim van der Hoeven wil graag weten wat het effect van de drie modellen op de Sportlaan is. Christiaan Kwantes zegt dat hij dit moet nakijken.
92
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢ Willem Jan van Tilborg wil graag weten wat er in variant 3b zal gebeuren voor mensen die aan de zuidkant van de stad wonen. Er komt in deze variant namelijk een knip te liggen op de Joubertstraat, wat voor grote omrijdafstanden zal zorgen. Ook pleit de heer Van Tilborg voor het snel nemen van maatregelen op onveilige plekken als de Blekerssingel. Christiaan Kwantes zegt dat enkel het verbeteren van de randwegenstructuur niet voldoende is gebleken. Ook de capaciteit van de randwegen moet omhoog, om andere dingen in de stad te kunnen doen. Vervolgens legt de heer Kwantes nog uit dat de effecten van variant 3b te groot zijn gebleken om door te voeren. Zo legt de variant behoorlijk wat druk op de Goudse Houtsingel en de Goverwellesingel, en moeten mensen behoorlijk ver omrijden. De heer Van Tilborg vindt dat er ook meer focus moet liggen op de robuustheid van de varianten. Hij vraagt zich af of mensen Gouda nog wel uit komen als de randweg en de Westergouwe vast komen te staan. ➢ Margriet de Kruijf uit haar zorgen over de verkeerspleinen en andere plekken waar verschillende verkeersstromen bij elkaar komen. Ook vraagt ze of het klopt dat er voor het Kleiwegplein een voorstel ligt om een ‘halve’ knip aan te brengen? Dat wordt bevestigd door Christiaan Kwantes. Het plein moet een stuk simpeler vormgegeven worden, zodat er meer plek is voor voetgangers, fietsers en groen.
➢ Anja Lelieveld vindt de modellen interessant, alhoewel de doorsteek Plaswijckweg in de varianten nog buiten beschouwing wordt gelaten. Ze had zelf verwacht dat de effecten van maatregelen op de Bodegraafsestraatweg groter zouden zijn dan uit de modellen blijkt. Christiaan Kwantes legt uit dat deze percentages wat laag lijken. Dit komt doordat de reistijd van automobilisten met name bepaald wordt door de wachttijd bij kruispunten. De snelheid op een wegvak heeft maar een beperkte invloed op de uiteindelijke reistijd. Het afwaarderen van diverse straten, zoals de Bodegraafsestraatweg en Joubertstraat, heeft daardoor minder impact dan je zou verwachten. Deze wegen blijven aantrekkelijke verbindingen. Om daar fors minder verkeer te laten rijden, zijn meer maatregelen nodig. Mevrouw Lelieveld juicht de maatregelen voor het versmallen van de Bodegraafsestraatweg van harte toe. Zo kan er volgens haar geen vrachtverkeer en geen zwaar landbouwverkeer meer rijden. De heer Kwantes nuanceert dat beeld; als er versmallingen komen dan zullen dat visuele versmallingen zijn om automobilisten te dwingen langzamer te gaan rijden, maar blijft het mogelijk voor vrachtverkeer om er te rijden. Dat vindt mevrouw Lelieveld jammer. ➢ Martin Pohlkamp heeft drie vragen.
Ten eerste vraagt hij of het klopt dat het Albert Plesmanplein ontbreekt? Ten tweede wil de heer Pohlkamp weten wat het grootste verkeersrisico voor Gouda op termijn is. Ten derde vraagt hij of de Burgemeester van Reenensingel op termijn alle maatregelen wel aan kan. Marco de Baat zegt dat het Albert Plesmanplein onderdeel is van het carré waar eerder over gesproken is. Dat zou dan eenvoudiger ingericht kunnen worden, wordt
93
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
overzichtelijker en is beter over te steken. Mocht er niet voor het carré gekozen worden, dan moeten volgens de heer De Baat lokale maatregelen genomen worden om het plein prettiger vorm te geven. Christiaan Kwantes zegt verder dat een groot verkeersrisico voor Gouda ligt op de N207 en de zuidwestelijke randweg. Daar zijn maatregelen voor nodig die de provincie moet goedkeuren en de heer Kwantes vraagt zich af of dat wel gaat lukken. Een ander twijfelgeval is volgens de heer Kwantes de knip op de Nieuwe Veerstal. Bovendien hoopt de heer Kwantes dat de Denktank met realistische maatregelen komt, waar ook draagvlak voor is in de stad. ➢ Wat de laatste vraag betreft, legt de heer Kwantes uit dat de berekeningen rond de belasting van de Burgemeester van Reenensingel laten zien dat de weg het autoverkeer aan kan. Verkeerslichten zorgen ervoor dat het verkeer telkens weer stopt en dan weer doorrijdt, waardoor er opstoppingen kunnen ontstaan. Door te kiezen voor voorrangspleinen, matigt het verkeer zijn snelheid, maar kan het wel continu doorrijden, waardoor de doorstroming beter is en de singel meer verkeer aan kan. Geert Overkamp vindt het afsluiten van de Nieuwe Veerstal interessant. Maar in het kader van de dijkverbetering tussen de Nieuwe Veerstalen de Haastrechtsebrug was de dijk al een half jaar goeddeels afgesloten.
De heer Overkamp zou willen dat de effecten daarvan meegenomen worden in de berekening. Marco de Baat zegt dat er onderzoek gedaan is naar die situatie van twee jaar geleden. Doordat de dijk slechts korte tijd helemaal afgesloten was, is die situatie niet vergelijkbaar met het plaatsen van een harde knip.
➢ Jaap Rijnsburger had graag gezien dat er meer aandacht was voor andere modaliteiten dan alleen auto’s. Er wordt in de modellen gerekend met auto’s en niet 94
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
➢
➢
➢
➢
95
met doelen. Dat laatste zou meer moeten gebeuren. Ter illustratie geeft de heer Rijnsburger een aantal voorbeelden: heel Gouda ligt op fietsafstand (7 km), een mobiliteitsdoel zou dan zijn om lokaal autoverkeer op de stadsrandweg (N207/228/buitensingels) met vijftig procent terug te dringen doordat automobilisten binnen Gouda meer gaan fietsen. Dat zijn concrete doelen en daarmee zou gerekend moeten worden. Het zijn volgens hem normale percentages waarmee gerekend wordt en waarmee gestuurd kan worden naar een modal shift. Christiaan Kwantes zegt dat het verkeersmodel niet goed kan rekenen met verschuivingen van de ene naar de andere vervoerswijze. Wel onderschrijft de heer Kwantes het idee om doelen te benoemen. Het kwantificeren daarvan is alleen enorm complex. Jan Willem Fortuin krijgt steeds meer de indruk dat de inrichting van wegen steeds meer op alle vervoerswijzen gericht is. Dat vindt hij een goede ontwikkeling, al vraagt hij zich wel af of in de modellen openbaar vervoer meegenomen is. Het carré waar eerder over gesproken is, vormt voor het OV namelijk een probleem. Christiaan Kwantes legt uit dat het openbaar vervoer meegenomen is in de modellen. Voor het carré was bedacht dat het openbaar vervoer wel door het hart van de wijk zou rijden, onder meer langs het zorgcentrum. Volgens de heer Fortuin is de Willem de Zwijgersingel daar op dit moment niet geschikt voor.
Tot slot vraagt hij of de presentatie opgestuurd kan worden, zodat hij het thuis allemaal na kan lezen en kan reageren. De voorzitter zegt dit toe. Maurice Simons vindt dat er meer gedaan moet worden om de Westergouwe goed te ontsluiten. Er wordt volgens de heer Simons enkel gekeken naar het verbeteren van de randwegen en in elk model neemt het verkeer toe in de Westergouwe. Dat hier geen maatregelen genomen worden is een groot gebrek. Henk de Vos zegt dat het verkeer op de Joubertstraat in zowel variant 2 als variant 3b flink afneemt. Dat wordt enorm gewaardeerd, maar de afname is het grootste in variant 3b. Is er een tussenoplossing mogelijk? En hoe zou die er dan uit zien? Christiaan Kwantes zal daar naar moeten kijken, maar acht de kans klein dat er een tussenoplossing is, omdat het gaat om vrij forse ingrepen en grote verschillen. Willem Jan van Tilborg heeft een mogelijke oplossing, maar doordat het geluid erg slecht is, is hij helaas niet te verstaan. Hij zegt toe via de mail contact op te nemen met de heer Kwantes en de heer De Baat. Hans du Pré wil graag meer weten over de knip op de Nieuwe Veerstal. Is het mogelijk voor binnenstadbewoners om nog van oost naar west het gebied in te rijden? Christiaan bevestigt dit.
En gaat het bij de geschetste verkeerstoename op de Zuidwestelijke randweg van 50 naar 80 procent om de spits? Christiaan Kwantes zegt dat de verkeerstoename een combinatie is van de ochtenden avondspits. Tot slot pleit de heer Du Pré nog eens voor het behoud van het idee om bij de rivier een aantrekkelijk voetgangersgebied te creëren. Vooral in de rustige uren, buiten de spits, moet een duidelijke knip liggen in de Nieuwe Veerstal, omdat daar op rustige
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
momenten behoorlijk hard gereden wordt. Dat laatste maakt het op die momenten juist geen aantrekkelijk voetgangersgebied. ➢ Anja Lelieveld vindt het effect van maatregelen rond de Bodegraafsestraatweg teleurstellend. Zelfs in de variant waarbij een maximale reductie van gemotoriseerd verkeer voor de Bodegraafsestraatweg zou worden gerealiseerd, komt deze reductie niet onder de maximumgrens die geldt voor de straat. ➢ Martin Pohlkamp vraagt wat de stand van zaken is in de andere groep die zich buigt over het verkeerscirculatieplan. Paul Weststrate antwoordt dat de groep Gouda Onderneemt inmiddels 3 x bijeen is gekomen. Zij hebben onlangs besloten dat ze eventueel wel suggesties willen doen maar het ontwerp van verkeersmaatregelen willen overlaten aan de deskundigen. Als belangenbehartiger zal Gouda Onderneemt de maatregelen beoordelen op basis van de effecten die door de gemeente Gouda moeten worden gekwantificeerd. Gouda Onderneemt noemt maatregelen ter verbetering van de doorstroming op de N207 een harde voorwaarde voor eventuele vervolgmaatregelen in de stad. ➢ Wim van der Hoeven vindt een goede verbinding tussen de stad en Westergouwe een voorwaarde.. Bovendien vindt hij dat ook gesproken moet worden over handhaving en niet alleen over verkeerscirculatie. Handhaving is overal in Gouda een probleem, maar zou wel een bijdrage kunnen leveren aan de veiligheidsbeleving.
Er zijn geen vragen meer. De voorzitter zegt dat het verslag van sessie 3 zo snel mogelijk definitief vastgesteld naar de deelnemers aan de Denktank verzonden zal worden. Met een datumprikker naar de deelnemers zal worden bekeken of het mogelijk is voor de kerst een vijfde sessie te plannen. Om 21:32 rondt hij de bijeenkomst af.
-- EINDE --
96
Rapportage over participatieproces VCP , 3 maart 2021
10
Verslag vijfde bijeenkomst Denktank
Datum Tijd: Locatie Aanwezigen
: : : :
dinsdag 15 november 2020 van 19:30 tot 21:45 Online, Microsoft Teams Mette Corsel Christiaan Kwantes Marco de Baat Paul Weststrate Jim Pedd Pascal Anker René van den Broek Kees Codée Jan Willem Eelkman Rooda Jan Willem Fortuin Wim van der Hoeven Anja Lelieveld Gerard Overkamp Marie-Louise Pierson Martin Pohlkamp Hans du Pré
Lute-Geert Verdouw Frank van der Voordt Henk de Vos Jeroen van Walstijn Marcel de Wit
Wijkteam Goverwelle Driestar Educatief Wijkteam Nieuwe Park ROVER Gouda Wijkteam Oost Bewoners Bodegraafsestraatweg Gouda Sterk aan de IJssel Bewonersplatform Binnenstad Wijkteam Plaswijck Wijkteam Korte Akkeren en Werkgroep Gouda-Krimpenerwaard Groene Hart Ziekenhuis Fietsersbond Stichting Gouda Sint-Jan Bewoners Fluwelensingel en Blekerssingel Driestar College Netwerk Achterwillens Bewoners Joubertstraat Wijkteam Gouda Noord Netwerk Achterwillens
Margriet de Kruijf Willem Jan van Tilborg Marloes Liem-Mulder Michel van Lookeren Maurice Simons Wilco Spek Ineke Verkaaik-Hogervorst
Bewonersplatform Binnenstad Bewoners IJssellaan Wijkvereniging Westergouwe GAB Gouda VGSO Wijkteam Kadebuurt Historisch Platform Gouda
Artur Rebelo Jaap Rijnsburger Jaap van Rijn Niek van der Sprong
Afwezigen:
Projectleider, gemeente Gouda Verkeerskundige, Goudappel Coffeng Verkeerskundige, Goudappel Coffeng Voorzitter, Awareness Verslaglegging, Awareness Gemeente Gouda
Sidney Verkade
MBO Rijnland
1. Mededelingen Vanwege de aangescherpte maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus, vindt deze vijfde sessie van de Denktank volledig via Microsoft Teams plaats. Berichten via de chat zijn binnengekomen, staan in een apart kader en met een ander lettertype aangegeven. Op enkele plaatsen is ook na de sessie door de gemeente en/of Goudappel Coffeng een reactie op de chat toegevoegd. De voorzitter opent om 19:32 de bijeenkomst. Hij vertelt allereerst dat het verslag van de vierde sessie er zo snel mogelijk aankomt. Er moesten nog een paar kleine wijzigingen doorgevoerd worden. Daarnaast vertelt de voorzitter dat er drie afmeldingen zijn: Willem Jan van Tilborg, Michel van Lookeren en Sidney Verkade. Er is volgens de voorzitter intensief emailverkeer geweest en er zijn enkele aanvullende gesprekken gevoerd, zoals met de bewoners van de Bodegraafsestraatweg. Elementen daarvan zullen vanavond gepresenteerd worden door de verkeerskundigen van Goudappel Coffeng. Tot slot zegt de voorzitter opmerkingen rond het proces ter harte genomen te hebben. Sommigen vonden dat er te weinig ruimte was voor discussie en te veel gezonden werd door de experts. Dat heeft ook te maken met de complexiteit en omvang van de opgave.