Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
De VNG hanteert een signaalwaarde van 20% als minimum.
Programmabegroting 2026-2029
77
Netto - investeringsquote De VNG hanteert geen specifieke norm voor de investeringsquote van gemeenten. Wel zijn er signaalwaarden vastgesteld voor zowel te lage als te hoge investeringen. Bij een netto investeringsquote van minder dan 1% is sprake van een lage investeringsquote; bij een negatieve waarde (< 0%) wordt dit als zeer laag beschouwd. Aan de andere kant geldt dat bij een netto investeringsquote van meer dan 5% sprake is van een hoog investeringsniveau. Te lage investeringen kunnen een signaal zijn dat een gemeente moeite heeft met het beheersen van de lopende consumptieve uitgaven. Op termijn kunnen hierdoor inhaalinvesteringen nodig zijn. Te hoge investeringen zorgen daarentegen voor een stijging van de netto schuldquote en dus ook van de schuldverplichtingen. Daarnaast leggen hogere afschrijvingslasten een groter beslag op de exploitatierekening, waardoor de ruimte voor ombuigingen op de lopende uitgaven kleiner wordt. In 2024 heeft de raad besloten om de investeringsquote als instrument op te nemen, zodat gevolgd kan worden of er voldoende wordt geïnvesteerd. De investeringsquote is een maatstaf die de ontwikkeling van de jaarlijkse investeringen weergeeft. Door deze indicator te gebruiken, kan beter worden gemonitord of de gemeente voldoende investeert in belangrijke projecten en voorzieningen. Hiermee wordt beoogd de transparantie en verantwoording te verbeteren.
In onderstaande grafieken wordt inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de investeringsquote, gebaseerd op de trends in de investeringsuitgaven voor 2024 en 2025 en de investeringsvolumes uit de begroting 2026-2029. De investeringsuitgaven in 2024 en 2025 zijn verdubbeld ten opzichte van 2023 en voorgaande jaren en blijven op een hoog niveau, wat resulteert in een hoge investeringsquote in de jaren tot en met 2029. De inhaalslag is hier duidelijk zichtbaar. Na 2029 daalt deze waarde naar onder de 5%, en met een investeringsniveau van € 40 mln per jaar blijft de investeringsquote op circa 3%.
Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen in welke mate de gemeente in staat is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De begroting 2026-2029 van de gemeente Gouda laat zien dat de structurele lasten volledig worden gedekt door structurele baten. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. In de periode 2026 tot en met 2029 ligt dit kengetal van de gemeente Gouda “veilig” onder de GTK-norm van 10%.
78
Programmabegroting 2026-2029
Belastingcapaciteit Het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor de burger. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Onder de woonlasten worden verstaan de ozb, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een percentage boven de 100% betekent dat de woonlasten per huishouden hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Binnen de gemeente Gouda worden de hoge woonlasten veroorzaakt door het relatief hoge aanslagbedrag voor de rioolheffing. Deze is nodig om de financiering van de riolering toekomstbestendig te maken.
Programmabegroting 2026-2029
79
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente heeft op haar grondgebied een groot aantal kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, constructies, riolering, water en groen. Investeren in en onderhouden van kapitaalgoederen zijn belangrijk, omdat deze kapitaalgoederen een belangrijke bijdrage leveren aan de uitvoering van de programma’s van de begroting, zoals milieu, onderwijs en verkeer. Een aantal van de taken, waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, is verplicht. Zo heeft de gemeente een wettelijke plicht rondom riolering en onderhoud van wegen. Ook leggen de kapitaalgoederen een aanzienlijk beslag op de gemeentelijke middelen. Dit geldt niet alleen voor de aanschaf als investering, maar ook voor de jaarlijkse exploitatiekosten die hieruit voortvloeien. Het gaat dan vooral om kosten van rente en afschrijving, kosten van groot en klein onderhoud en beheerskosten. Dit vergt duurzaam onderhoudsbeheer op basis van door de raad vast te stellen beleidskaders waaruit de voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting dienen te worden aangegeven. In deze paragraaf geven we een dwarsdoorsnede van de meerjarige uitgaven voor het onderhoud.
We maken onderscheid in kapitaalgoederen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld wegen, openbare verlichting, bruggen, openbaar groen en riolering) en gemeentelijke gebouwen (bijvoorbeeld Huis van de Stad, Schouwburg, Cultuurhuis De Garenspinnerij). Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de onderstaande nota's die door de raad zijn vastgesteld: Nota
Datum vaststelling
Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024
Vastgesteld op 19-02-2020
Uitvoeringsplan 2e Tranche IHP 2026-2029
Vastgesteld op 18-06-2025
Verordening Voorzieningen Huisvesting onderwijs gemeente Gouda 2020
Vastgesteld op 19-02-2020
Kadernota Vastgoed 2023
Vastgesteld op 13-12-2023
MeerJaren Onderhoudsplan gemeentelijk vastgoed 2025- 2030
Vastgesteld 11-12-2024
Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)
Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Nota beheerplan groot- en vervangingsonderhoud (GoVo)
Jaarlijkse actualisatie en één keer per twee jaar aan de raad aangeboden. Meest recente versie is vastgesteld op 27-09-2023
Water- en Rioleringsprogramma Gouda 2024 t/m 2028
Vastgesteld op 13-03-2024
Sportaccommodatienota Ruimte voor Sport
Vastgesteld op 6-10-2021
Nota maatschappelijke voorzieningen Westergouwe
Vastgesteld op 26-05-2021
Omdat de onderhoudsbehoefte per jaar kan verschillen, kunnen de uitgaven ook jaarlijks verschillen. Daarom worden kostenegalisatievoorzieningen gebruikt waaraan jaarlijks een bedrag wordt gedoteerd. In een jaar dat er minder wordt uitgegeven dan begroot, groeit de voorziening en de middelen uit de voorziening zijn beschikbaar in een jaar waarin er meer wordt uitgegeven dan wordt toegevoegd aan de voorziening.
4.3.2 Onderwijsgebouwen 4.3.2.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Die verantwoordelijkheid vertaalt zich in een zorgplicht voor de huisvesting. De uitvoering van deze zorgplicht is vastgelegd in het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP en in het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2026-2030 2e tranche IHP (Hierna Uitvoeringsplan 1 IHP en Uitvoeringsplan 2 IHP). De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Schoolbesturen ontvangen deze middelen vanaf 2015 rechtstreeks van het Rijk. De gemeente blijft nog wel verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, eerste inrichting, vandalismeschades, constructiefouten en onderhoud van de scholen in eigen beheer (de bruikleenscholen). De gemeentelijke gymnastiekzalen zijn in de dienstverleningsovereenkomst met SPORT●GOUDA ondergebracht die het beheer en onderhoud uitvoert. De gemeente stelt jaarlijks een programma voorzieningen Onderwijshuisvesting vast waarin de huisvestings- (en daaraan gerelateerde) aanvragen van de schoolbesturen zijn opgenomen.
4.3.2.2 Financiële middelen (Dagelijks) onderhoud De gemeente is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud van de zeven zogenoemde “bruikleenscholen”. Gebruik vindt plaats op basis van medegebruiksovereenkomsten. Alleen voor het schoolgebouw Burgemeester Martenssingel 15 is een voorziening ingesteld aan de hand van een MJOP. Met het vrijvallen van verschillende locaties na opheffing/fusering komen er eind 2025/ begin 2026 enkele bruikleenscholen bij. Eind 2025 wordt onderzocht of een aanvraag voor een extra onderhoudsvoorziening voor alle bruikleenscholen noodzakelijk is. Dit hangt af van de werkelijke kosten van noodzakelijke ingrepen in 2025 aan de huidige gebouwen, op te stellen MJOP's van de nieuwe bruikleenscholen en de bezetting van de tijdelijke huisvesting als gevolg van het Uitvoeringsplan 1 en 2 IHP. De volgende dotaties en bestedingen (voorziening) in de periode 2026-2029 zijn geraamd.
80
Programmabegroting 2026-2029
2026
2027
2028
Stand per 1 januari
(bedragen x € 1.000)
0
0
0
2029 0
Vermeerderingen
86
86
86
86
Verminderingen
86
86
86
86
Stand per 31 december
0
0
0
0
Voor dagelijks onderhoud (contract- en klachtenonderhoud) van de bruileenscholen zijn de volgende middelen beschikbaar in de exploitatie. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Onderhoud bruikleenscholen
119
119
119
119
4.3.3 Gemeentelijke gebouwen en objecten 4.3.3.1 Beleid In december 2024 is het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) 2025-2030 vastgesteld. Het MJOP is opgesteld op basis van de onderhoudsbehoefte per object. Om de onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke gebouwen te kunnen bepalen en begroten wordt eens in de vijf jaar een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) opgesteld. De MJOP is gebaseerd op inspecties en geeft inzicht in het planmatig onderhoud om het vastgoedbezit in stand te houden, volgens de in de Kadernota Vastgoed vastgelegde onderhoudsniveaus. De onderhoudsniveaus variëren van onderhoudsniveau A t/m D. A is het hoogste onderhoudsniveau en wordt veelal toegepast bij beeldbepalende, voor publiektoegankelijke gebouwen. Onderhoudsniveau D is het laagste onderhoudsniveau en vooral gericht op het voldoen aan wet- en regelgeving. Dit onderhoudsniveau wordt toegepast op objecten waar herontwikkeling is voorzien of waar om andere reden geen lange termijn instandhouding aan de orde is. Het onderhoudsniveau kan gedurende de exploitatieperiode wijzigen, bijvoorbeeld als gevolg van een functiewijziging. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan wordt het onderhoudsbudget vastgesteld.
4.3.3.2 Financiële middelen Planmatig / groot onderhoud In 2025 worden uitgaven voor planmatig/groot onderhoud gedekt uit de voorzieningen groot onderhoud voor dit doel. De verwachte uitgaven en onttrekkingen voor deze voorzieningen zijn als volgt. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
Stand 1 januari
2.036
1.024
1.045
2029 506
Dotatie
1.910
1.910
1.910
1.910
Uitputting
2.922
1.889
2.448
2.416
Stand 31 december
1.024
1.045
506
0
Dagelijks onderhoud Voor dagelijks onderhoud (contract- en klachtenonderhoud) zijn de volgende middelen beschikbaar in de exploitatie. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Dagelijks onderhoud gebouwen
269
265
265
265
Programmabegroting 2026-2029
81
4.3.4 Openbare ruimte (wegen, kunstwerken, water en groen) 4.3.4.1 Beleid Voor het dagelijks beheer van de stad wordt gewerkt met de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus gebaseerd op de landelijke beeldsystematiek van het CROW. Gouda stuurt zelf het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte aan. Het onderhoud is aanbesteed en gegund aan een aantal marktpartijen. De gemeente controleert de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud door maandelijks op 100 willekeurige punten kwaliteitsmetingen uit te voeren en via dagelijks toezicht op de uitgevoerde werkzaamheden. Groot onderhoud en vervanging worden uitgevoerd wanneer dit technisch noodzakelijk is op basis van door de raad vastgestelde normen. Er wordt daarbij ingezet op het kwaliteitsplan Openbare ruimte en de daarbij horende beheervisie. In het beheerplan voor de openbare ruimte is een lange termijn doorkijk gemaakt van de noodzakelijke onderhoudsen vervangingswerkzaamheden met een prognose van de benodigde financiële middelen. De nota Beheerplan Groot onderhoud en vervanging, waarin de staat van de openbare ruimte wordt beschreven met een meerjarige doorkijk, is geactualiseerd in september 2023. Dit proces volgt een tweejaarlijkse cyclus. Indien de financiële middelen op de middellange termijn niet toereikend zijn, worden keuzes voorgelegd aan de raad.
4.3.4.2 Financiële middelen Groot onderhoud en vervanging openbaar gebied De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening Groot Onderhoud Openbare Ruimte. Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze voorziening. Naast onderhoud vinden investeringen plaats. Alle investeringen moeten geactiveerd worden (investeringsbudgetten in meerdere jaren afschrijven). Daartoe is er een reeks investeringsbudgetten opgenomen met, afhankelijk van de levensduur van de investering, verschillende afschrijvingstermijnen. Voor de totaal beschikbare middelen voor Onderhoud en investeringen Openbare Ruimte (zowel de voorziening groot onderhoud als de investeringsbudgetten) geldt dat de beschikbare middelen zijn afgestemd op de onderhouds- en investeringsbehoefte. Vervangingsinvesteringen openbare ruimte worden op basis van het beheerplan openbare ruimte geprogrammeerd en komen ten laste van de investeringsbudgetten Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte. In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorziening groot onderhoud (zie onderstaande tabel). Daarnaast is een reeks investeringsbudgetten Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte opgenomen zoals verwerkt in de paragraaf investeringen. Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Stand 1 januari
5.532
2.887
4.342
3.652
Dotatie
5.141
5.141
5.141
5.141
Uitputting
7.785
3.687
5.830
2.190
Stand 31 december
2.887
4.342
3.652
6.604
Civieltechnische kunstwerken (bruggen, kademuren, sluizen, tunnels en viaducten) Naast de investeringsprojecten in het beheerplan openbare ruimte zijn er ook verbeterprojecten voor de openbare ruimte opgenomen in het Concern Investeringsplan (CIP). Dit zijn projecten die afwijken van de criteria van het beheerplan openbare ruimte. Bijvoorbeeld: projecten op basis van het mobiliteitsplan, nieuwe aanleg van ondergrondse afvalcontainers of (her)inrichting van de openbare ruimte naar aanleiding van wijkontwikkelingsprojecten. Ook deze (vervangings)investeringen worden, conform de regeling Besluit begroting en verantwoording, geactiveerd. De benodigde investeringsbudgetten worden opgenomen in het CIP en de meerjaren kapitaallasten worden in de begroting verwerkt. Herstel zakkende bodem Door de bodemgesteldheid (veenbodem) behoort de zakkende bodem nog steeds tot de grootste aandachtspunten en kapitaalintensieve beheeronderdelen van Gouda. Bodemdaling zorgt ook dat woningen, bedrijven en instellingen steeds lastiger toegankelijk worden. In gebieden waar geen grootschalig onderhoud staat gepland zorgt dit voor uitdagingen bij het realiseren van de doelstelling om Gouda voor iedereen toegankelijk te houden. De ophoogprojecten worden ook vanuit de voorziening groot onderhoud openbare ruimte betaald.
In de rioleringsprojecten worden ook meteen de noodzakelijke ophogingen meegenomen, zodat het gebied weer volledig is opgeknapt. Dagelijks onderhoud Voor het uitvoeren van het dagelijks onderhoud zijn de volgende middelen beschikbaar in de exploitatie: Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
2.1 Verkeer en vervoer
11.425
9.870
9.796
9.796
2.4 Economische havens en waterwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
82
Programmabegroting 2026-2029
481
481
481
481
6.804
6.175
6.159
6.159
Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door diverse gespecialiseerde marktpartijen waarbij de selectie van partijen via aanbestedingen plaatsvindt.
4.3.5 Watertaken 4.3.5.1 Beleid In maart 2024 is het Water- en Rioleringsprogramma Gouda 2024 t/m 2028 (WRP 2024-2028) door de gemeenteraad vastgesteld. In dit programma zijn de wettelijke watertaken voor afvalwater, regenwater en grondwater opgenomen. Binnen de WRP-projecten worden (in het projectgebied) ook de noodzakelijke ophogingen en de daarbij horende weginrichting meegenomen en gefinancierd vanuit het WRP. Dit geldt ook voor de watergerelateerde klimaatadaptatiemaatregelen om de stad weerbaarder te maken tegen de effecten van klimaatverandering. Daarnaast zijn de (gemeentelijke) maatregelen die nodig zijn voor de waterpeilverlaging in de binnenstad (Kaderplan Bodemdaling Binnenstad) opgenomen in het WRP. In 2026 zal het WRP worden geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten met betrekking tot de (meerjarige-)uitvoeringsplaning van het beheer en onderhoud (inclusief de financiele doorrekening) en actuele regelgeving (wet, jurisprudentie, beleid e.d.). De uitwerking hiervan zal in 2026 via separate besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
4.3.5.2 Financiële middelen Gebaseerd op het WRP 2024-2028 is de planning voor de jaaruitgaven en de inkomsten voor de komende jaren als volgt: Riolering - totaal voorzieningen Bedragen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Stand 1 januari
18.020
9.063
5.586
6.008
Dotatie
7.602
7.533
8.445
8.525
Uitputting
16.558
11.010
8.023
8.021
Stand 31 december
9.063
5.586
6.008
6.512
4.3.6 Sportgebouwen 4.3.6.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sporthallen, gymnastieklokalen, het Groenhovenbad en de velden op een aantal sportparken in Gouda. De onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst tussen gemeente en SPORT●GOUDA. SPORT●GOUDA verzorgt voor de gemeente de uitvoering van het groot en dagelijks onderhoud. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met de sportclubs. De sportclubs onderhouden zelf hun eigen accommodaties zoals kleedkamers en kantines. De dienstverleningsovereenkomst met SPORT●GOUDA is in 2022 met een periode van vijf jaar verlengd. Na deze periode kan, op basis van de evaluatie, besloten worden om nogmaals met vijf jaar te verlengen.
4.3.6.2 Financiële middelen De kosten voor het onderhoud van de binnensportaccommodaties moet SPORT●GOUDA vinden in het lumpsumbedrag dat zij jaarlijks van de gemeente ontvangt voor uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst. Investeringen in sportvelden staan op de gemeentelijke begroting. Groot onderhoud De meerjarenonderhoudsplanningen voor zowel de binnensport als de buitensport worden jaarlijks door SPORT●GOUDA bijgesteld. Grote projecten in 2026 zijn de renovaties van het kunstgrasveld van ONA (doorgeschoven vanuit 2025) en die van de honk- en softbalvelden. Dagelijks onderhoud Het contractonderhoud (jaarlijkse onderhoudsbeurten van installaties, schilderwerk, servicecontracten) en het klachtenonderhoud maakt deel uit van de meerjarenonderhoudsplannen.
Programmabegroting 2026-2029
83
4.4 Financiering 4.4.1 Waarin geeft de paragraaf financiering inzicht? De paragraaf geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van de financiering op korte, middellange en langere termijn. Deze verwachte ontwikkeling vindt haar grondslag in de volgende gegevens, verwachtingen, het treasurystatuut en (wettelijke) kaders: • De omvang van de verwachte meerjarige financieringsbehoefte • De renteverwachting • Gedeeltelijk afdekken van toekomstig renterisico • Kasgeldlimiet en renterisiconorm Onder 4.4.2 worden de belangrijkste conclusies uit deze paragraaf financiering samengevat. De gevolgen voor de operationele financiering zijn hieronder in 4.4.3 uitgewerkt in beleidsvoornemens voor de korte termijn (2026), de middellange termijn (2027-2029) en lange termijn (2029 en verdere jaren). Tevens wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de bancaire schuld zich naar verwachting meerjarig gaat ontwikkelen en hoe zich dit verhoudt met het schuldenplafond. Ook wordt inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de schuldquote. Het investeringsprogramma leidt er toe dat de komende jaren jaarlijks nieuwe financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Daarover moet rente worden betaald. In het tweede helft van 2025 is de rente aan het stabiliseren en licht dalend.
Hoe de gemeente beleidsmatig al op deze rentestijging heeft geanticipeerd en in de nabije toekomst mee om wil gaan is in deze paragraaf onder 4.4.3.1, 4.4.3.2 en 4.4.4.1 uitgewerkt. Daarnaast dient in de paragraaf financiering een aantal door het BBV voorgeschreven rapportages te worden opgenomen. Deze zijn onder 4.4.5 opgenomen.
4.4.2 Belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering De belangrijkste conclusies zijn: • De verwachting is dat de renteniveaus in 2026 rond de 3% tot 4% zullen liggen, wat een redelijke schatting is gezien de huidige economische vooruitzichten; • het verwacht renteresultaat over 2026 is € 1,2 miljoen positief; • meerjarige financiering vindt plaats binnen de wettelijke kaders; • de netto schuldquote stijgt in 2028 naar 103%, daalt daarna snel onder 100% en blijft ruim onder de acceptabele grens van 110%; • de investeringsquote laat duidelijk de inhaalslag zien; • uit hoofde van risicobeheersing worden maatregelen genomen ter beheersing van het renterisico op toekomstig aan te trekken financieringsmiddelen.
4.4.3 Beleidsvoornemens 4.4.3.1 Beleidsvoornemens operationele financiering op korte termijn (2026) Hieronder het verloop van de bancaire financiering: Omschrijving (bedragen x 1 miljoen €) Langlopende financiering
Bedrag 322
Kortlopende financiering
35
Totaal
357
Omschrijving (bedragen x 1 miljoen €)
Bedrag
Langlopende financiering Omvang op 1 januari 2026
286
Contractuele aflossingen 2026
-19
Opname langlopende financiering met al in 2021 vastgelegd rentepercentage
11
In de tweede helft van 2026 aan te trekken langlopende financiering
43
Totaal op 31 december 2026
322
Kortlopende financiering Omvang op 1 januari 2026
32
In 2026 aan te trekken kortlopende financiering
3
Totaal op 31 december 2026
35
84
Programmabegroting 2026-2029
4.4.3.2 Beleidsvoornemens op middellange termijn (2026-2028) De benodigde omvang van de bancaire financiering wordt steeds lastiger betrouwbaar in te schatten naarmate verder in de toekomst wordt gekeken. Verwachte ontwikkelingen binnen het investeringsprogramma worden continu bijgesteld en steeds beter gefaseerd, waardoor een realistischer beeld ontstaat. Het huidige investeringsvolume is in de afgelopen jaren realistischer ingeschat, waardoor de financieringsbehoefte beter kan worden bepaald voor de komende periode. Hierdoor sluit de nieuw aan te trekken financiering beter aan op de werkelijkheid. Op basis van de trends in investeringsuitgaven in 2024 en 2025, en het verwachte investeringsvolume, is de verwachting dat er op de middellange termijn (2026–2028) circa € 133 miljoen aan langlopende financiering nodig zal zijn. Eventueel extra benodigde financiering zal worden voorzien met behulp van kortlopende leningen. Het renterisico over 2026 is deels afgedekt doordat in 2022 een langlopende geldlening van € 11 miljoen is aangetrokken, die op 1 juli 2026 wordt uitgekeerd tegen een vast rentepercentage van 2,527% (huidige marktrente: 3,2%). De beheersing van het renterisico op het resterende financieringsvolume in 2026 en het verwachte volume in 2027 wordt in de loop van 2026 nader overwogen
4.4.3.3 Beleidsvoornemens op langere termijn (>2028) Gegeven ons investeringsprogramma zullen vanaf 2029 structureel langlopende financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Door de onzekerheden op de kapitaalmarkt en de onduidelijkheid over de wijze waarop gemeenten na 2026 vanuit het gemeentefonds worden gefinancierd, is de omvang van de benodigde nieuwe langlopende financiering slechts in beperkte mate met zekerheid te bepalen. Om die reden wordt het op dit moment nog niet zinvol geacht om actief beleid te voeren op de beheersing van het renterisico met betrekking tot de financieringsmiddelen die vanaf 2029 nodig zijn.
Programmabegroting 2026-2029
85
4.4.3.4 Meerjarige ontwikkeling schuldquote In het bestuursakkoord 2022-2026 heeft het college aangegeven de schuldquote te hanteren als monitoringsinstrument, met een ondergrens van 110% als acceptabel niveau. In onderstaande grafiek wordt, mede op basis van de onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 genoemde beleidsvoornemens, inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de schuldquote en de toetsingskaders (GTK) die de provincie Zuid-Holland hanteert. Wanneer de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, springt het sein op rood: er is dan sprake van een (zeer) hoge schuldenlast. Vanwege de oplopende investeringsuitgaven in 2024 en 2025 en de investeringsvolumes uit de begroting 2026-2029 zien we in die jaren een stijgende trend in de schuldquote. In 2028 wordt naar verwachting het hoogste punt van circa 103% bereikt. Daarna zal de schuldquote snel dalen tot onder het niveau van 100%. Met een investeringsniveau van € 40 miljoen per jaar zal de schuldquote naar verwachting in de daaropvolgende jaren verder afnemen. Door investeringen beter te faseren en de investeringsvolumes binnen acceptabele grenzen te houden, verwachten we dat de schuldquote zich binnen de vastgestelde bandbreedte zal ontwikkelen.
4.4.3.5 Meerjarige ontwikkeling investeringsquote De VNG hanteert geen specifieke norm voor de investeringsquote van gemeenten. Wel zijn er signaalwaarden vastgesteld voor zowel te lage als te hoge investeringen. Bij een netto investeringsquote van minder dan 1% is sprake van een lage investeringsquote; bij een negatieve waarde (< 0%) wordt dit als zeer laag beschouwd. Aan de andere kant geldt dat bij een netto investeringsquote van meer dan 5% sprake is van een hoog investeringsniveau. Te lage investeringen kunnen een signaal zijn dat een gemeente moeite heeft met het beheersen van de lopende consumptieve uitgaven. Op termijn kunnen hierdoor inhaalinvesteringen nodig zijn. Te hoge investeringen zorgen daarentegen voor een stijging van de netto schuldquote en dus ook van de schuldverplichtingen. Daarnaast leggen hogere afschrijvingslasten een groter beslag op de exploitatierekening, waardoor de ruimte voor ombuigingen op de lopende uitgaven kleiner wordt. In 2024 heeft de raad besloten om de investeringsquote als instrument op te nemen, zodat gevolgd kan worden of er voldoende wordt geïnvesteerd. De investeringsquote is een maatstaf die de ontwikkeling van de jaarlijkse investeringen weergeeft. Door deze indicator te gebruiken, kan beter worden gemonitord of de gemeente voldoende investeert in belangrijke projecten en voorzieningen.
Hiermee wordt beoogd de transparantie en verantwoording te verbeteren. In onderstaande grafiek wordt inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de investeringsquote, gebaseerd op de trends in de investeringsuitgaven voor 2024 en 2025 en de investeringsvolumes uit de begroting 2026-2029. De investeringsuitgaven in 2024 en 2025 zijn verdubbeld ten opzichte van 2023 en voorgaande jaren en blijven op een hoog niveau, wat resulteert in een hoge investeringsquote in de jaren tot en met 2029. De inhaalslag is hier duidelijk zichtbaar. Na 2029 daalt deze waarde naar onder de 5%, en met een investeringsniveau van € 40 mln per jaar blijft de investeringsquote op circa 3%.
86
Programmabegroting 2026-2029
4.4.4 Beheersing renterisico Omdat de gemeente Gouda meer investeert dan voorheen, zullen er meer nieuwe financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Hierdoor neemt het risico toe dat een stijgende rente zal leiden tot hogere exploitatielasten, wat een negatieve invloed heeft op het financieel perspectief. Daalt de rente, dan heeft dat juist een gunstig effect op de lasten en daarmee op het perspectief. (bedragen x € 1 miljoen)
2026
2027
2028
2029
Stand per 1 januari
286
322
339
362
Aflossingen
-19
-20
-20
-20
Nieuwe lening, % al vastgelegd > geen renterisico
11
0
0
0
Nieuwe lening, % nog niet bekend > wel renterisico
43
37
42
15
Stand per 31 december
322
339
362
357
Langlopend
Bij de beleidsvoornemens is uiteengezet op welke wijze invulling wordt gegeven aan het beheersen van het renterisico. De verwachting is dat de rentepercentages voor langlopende financiering binnen de gehanteerde bandbreedte blijven. Aangezien de rente beïnvloed wordt door macro-economische ontwikkelingen, wordt speculeren op renteontwikkelingen op dit moment niet zinvol geacht. Om die reden is er ten aanzien van het te beheersen renterisico geen actie ondernomen
Programmabegroting 2026-2029
87
4.4.5 Voorgeschreven rapportages 4.4.5.1 Rente en renteverdeling Voor de begroting 2026 wordt rekening gehouden met € 8,5 miljoen aan te betalen rentekosten (voor 2025: € 7,7 miljoen). Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal € 9 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa (programma’s en voorzieningen) en daarmee doorbelast aan de taakvelden. Aan de grondexploitaties wordt € 0,5 miljoen vergoed.
Schema rentetoerekening 2026 (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten voor de korte en lange financiering
8.583
De externe rentebaten
-125
Totaal door te berekenen externe rente
8.458
De rente die aan de grondexploitaties wordt worden doorberekend
-579
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering
-579
Saldo door te berekenen externe rente
7.879
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde
0
Totaal rente over eigen vermogen en voorzieningen
0
De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
7.879
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overhead) toegerekende rente (renteomslag)
9.064
Renteresultaat op het taakveld treasury (- betekent voordelig)
-1.185
Doordat er een verschil is tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijke rentepercentage (toegestaan binnen een bandbreedte van -0,5% tot +0,5%), ontstaat een renteresultaat. Het verwachte renteresultaat voor 2026 bedraagt € 1,2 miljoen (ter vergelijking: 2025 € 0,7 miljoen). Dit renteresultaat maakt onderdeel uit van het resultaat van het taakveld Treasury. De toename van het renteresultaat ten opzichte van 2025 wordt met name veroorzaakt door hogere toegerekende rente aan taakvelden. Het gepresenteerde positieve renteresultaat betekent dat de gehanteerde omslagrente hoger is dan het werkelijke rente. Er wordt dus meer rente doorberekend dan dat er daadwerkelijk aan rente wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil bevindt zich binnen de gestelde bandbreedte. In de programmabegroting 2026-2029 zijn voor de verschillende rentes de volgende uitgangspunten gehanteerd: Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Omslagrente
1,90%
1,90%
1,90%
1,90%
Rente over boekwaarden grondexploitaties
1,90%
1,90%
1,90%
1,90%
Rekenrente in de grondexploitaties
1,90%
1,90%
1,90%
1,90%
Rekenrente aan te trekken kort geld
4,00%
4,00%
4,00%
4,00%
Rekenrente aan te trekken lang geld
3,50%
3,50%
3,50%
3,50%
De hoogte van de omslagrente is vastgesteld op basis van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) hiervoor stelt.
88
Programmabegroting 2026-2029
Ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de omslagrente bestaat het risico dat deze, als gevolg van de ontwikkeling van de renteniveaus waartegen de gemeente kan lenen, op enig moment naar boven moet worden bijgesteld. Bij de tweede bestuursrapportage van 2026 vindt een nieuwe analyse van de verwachte toekomstige ontwikkeling plaats. Eventuele budgettaire consequenties, mogelijk ook voor het begrotingsjaar 2026 worden verwerkt. De verwachting is overigens dat de 1,9% omslagrente enige jaren kan standhouden. De rekenrentes voor aan te trekken kort en lang geld zijn afgeleid van de marktverwachtingen in het derde kwartaal van 2025. De verwachting is dat zowel de korte als de lange rente in 2026, maar ook voor de wat langere termijn, op de huidige niveaus blijven en wellicht iets stijgen.
4.4.5.2 Kasgeldlimiet Om grote fluctuaties in de rentelasten van de gemeente te vermijden is de omvang van de korte financiering door de wet Fido begrensd op maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 0,3 miljoen. Het is hierbij niet toegestaan meer dan twee kwartalen achtereen de kasgeldlimiet te overschrijden.
Kasgeldlimiet Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)
Rekening Begroting 2024 ultimo 2025 gemiddeld
Begroting 2026 1e kwartaal
Begroting Begroting 2026 2e 2026 3e kwartaal kwartaal
Begroting 2026 4e kwartaal
Begrotingstotaal (primitief)
390
380
414
414
414
414
In procenten van de grondslag
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
Kasgeldlimiet
33
32
35
35
35
35
Gemiddelde kortlopende schuld (-/- = schuld, + = tegoed)
-15
-25
-35
-17
-8
-16
Vrije ruimte
18
7
0
18
27
19
Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeente Gouda de renterisico's op korte schuld beheerst binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders. Bij een eventuele transactie waarbij korte schuld wordt omgezet in lange schuld, beïnvloedt dit de ruimte onder de limiet positief.
4.4.5.3 Renterisiconorm Om grote fluctuaties in de rentelasten bij lange financiering te vermijden is door de wet FIDO bepaald dat een gemeente elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mag aflossen. Doel van de norm is dat gemeenten de renterisico’s over de jaren spreiden. Onderstaand de renterisico’s met betrekking tot de vaste schuld. Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)
2026
2027
2028
2029
Grondslag: omvang begroting per 1 januari Begrotingstotaal
414
394
395
411
Norm (%)
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
83
79
79
82
Aflossingsverplichtingen op vaste schuld
-19
-20
-20
-20
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
64
59
59
63
Bovenstaande tabel geeft aan dat het renterisico op de vaste schuld van de gemeente Gouda in de periode 2026 tot en met 2029 ruim binnen de wettelijk gestelde normen blijft.
4.4.5.4 Kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de rijksoverheid of medeoverheden. Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.
Programmabegroting 2026-2029
89
Overzicht kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Ultimo 2025 Ultimo 2026 Ultimo 2027 Ultimo 2028 Ultimo 2029
Publieke taak Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen
72
72
72
72
72
72
72
Leningen aan woningbouwcorporaties
0
0
0
0
0
0
0
2.825
2.825
2.825
2.825
2.825
2.825
2.825
Prudent beheer Financiele instellingen (rating A en hoger) Overige (semi-)overheidsinstellingen
105
0
0
0
0
0
0
Overige toegestane instellingen
568
318
318
318
318
318
318
0
0
0
0
0
0
0
3.570
3.215
3.215
3.215
3.215
3.215
3.215
Overige niet toegestane instellingen Totaal
De uitzettingen bij financiële instellingen met een rating van A of hoger betreffen met name uitzettingen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Naast het verstrekken van kredieten, verleent de gemeente Gouda uit hoofde van de publieke taak in uitzonderlijke gevallen een borgstelling richting derden (voor een toelichting, zie het onderdeel: Niet uit de balans blijkende verplichtingen uit de jaarstukken). Het kredietrisico op borgstellingen wordt periodiek gewaardeerd en meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).
4.4.5.5 Liquiditeitenrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat er onvoldoende middelen zijn om aan directe betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Dit doet zich voor indien de met BNG Bank overeengekomen kredietlimiet van € 10 miljoen op onze rekening-courant wordt overschreden. Dit risico wordt beheerst door een actief liquiditeitenbeheer dat wordt ondersteund door een permanent onderhouden liquiditeitsplanning met een horizon van ongeveer 2 jaar. Op basis van onderbouwde voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie worden ondernomen om tekorten aan te vullen en overschotten uit te zetten. De liquiditeitsplanning wordt ook ingezet als hulpmiddel om de renterisico's te bepalen en het dagelijks saldo te beheren.
90
Programmabegroting 2026-2029
4.5 Investeringen 4.5.1 Inleiding Investeringen leveren een positieve bijdrage aan de fysieke leefomgeving, waardoor de stad voor inwoners, bedrijven en toeristen aantrekkelijk blijft. Daarom blijft het college in de begroting ruimte maken voor zowel investeringen met een economisch als een maatschappelijk nut.
4.5.2 Investeringsrapportage In de begroting wordt jaarlijks een meerjarige investeringsplanning opgesteld. Met dit instrument wordt de omvang van de investeringsbudgetten en de kapitaallasten vastgesteld. Bij iedere programmabegroting wordt een inschatting van de verwachte operationele, investerings- en financieringskasstromen opgesteld, waardoor liquiditeits- en renterisico’s beheersbaar blijven. De kapitaallasten die uit de investeringen voortvloeien zijn opgenomen in de exploitatielasten. Het totaalbedrag aan investeringen per jaar is als volgt: Programma (bedragen in €)
Omschrijving
Nut
2026
1 Economie, werk en onderwijs
IHP
E
8.441.194
0
0
3.363.613
IHP 2 2026-2030
E
2.000.000
3.463.622
6.000.000
13.172.765
Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe
E
129.200
193.800
91.356
6.000.000
Ondergrondse afvalcontainers
H
1.717.373
0
0
0
Rioleringsinvesteringen uitgaven
H
16.445.706
10.424.830
7.872.456
7.872.456
2 Energie en klimaat
Rioleringsinvesteringen inkomsten 3 Wonen en leefomgeving
5 Cultuur, sport en recreatie
2027
2028
2029
-16.445.706
-10.424.830
-7.872.456
-7.872.456
Rioolprojecten (afschrijven)
H
1.000.000
0
0
0
Dubbelzijdig fietspadverb. Jamessingel
M
0
835.000
0
0
Duurzame distributie (bestuursakkoord)
M
1.975.000
0
0
0
Elektrificering Bruggen/sluizen deel 1
M
0
1.700.000
0
0
Elektrificering Bruggen/sluizen deel 2
M
0
0
0
1.205.000
Haastrechtsebrug
M
3.550.000
0
0
0
Herinrichting Agnietenstraat
M
409.200
0
0
0
Kruising Jamessingel/Rijsselseweg
M
0
1.440.675
0
0
Kwaliteitsverhoging binnenstad
M
300.000
840.000
0
0
Maatr. Knelpunt.verkeer en VCP 2022-2029
M
6.013.275
3.500.000
4.853.616
2.500.000
Maatr. Knelpunt.verkeer en VCP 2022-2029
E
400.000
500.000
500.000
393.000
Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe
E
0
6.306.499
100.874
0
MJOP 2025-2029
E
191.403
86.250
1.318.234
286.350
Noord-Zuid fiets- en wandelroutes bereikbaar Hoogv.
M
0
1.450.261
0
0
Ontsluiting Gouda-West
M
0
3.000.000
0
0
PRIS - Parkeer Route Informatie Systeem
E
225.000
0
0
0
Sporten in de buitenruimte (bestuursakkoord)
M
250.000
250.000
0
1.000.000
Stadhuis (bestuursakkoord)
E
4.999.057
3.161.713
0
0
Toegankelijkheid Openbare Gebouwen 20 jr (bestuursakkoord)
E
166.500
166.500
166.500
167.500
Verduurz Gem.Vastgoed (bestuursakkoord)
E
1.892.000
2.192.000
2.192.000
2.500.000
Vervanging Kade- en Walmuren (bestuursakkoord)
M
631.981
0
0
0
Vervanging Kade- en Walmuur 20jr
M
2.500.000
500.000
0
0
Vervanging populieren
M
1.280.000
1.060.000
Vervangingsinvesteringen Openbare Ruimte
M
19.953.558
6.590.059
5.619.307
6.500.000
Voetpad door spoorpark
M
0
179.000
0
0
Buitensport
E
1.187.000
251.000
937.000
0
Programmabegroting 2026-2029
91
Programma (bedragen in €)
Omschrijving
Nut
6 Leefbaarheid en veiligheid
Vervanging camera toezicht
E
50.000
50.000
50.000
50.000
7 Bestuur en organisatie
Automatisering
E
524.000
362.000
1.198.261
500.000
AV middelen
E
Totaal
92
Programmabegroting 2026-2029
2026
2027
2028
2029
425.350
0
0
0
60.211.091
38.078.379
23.027.148
37.638.228
4.6 Bedrijfsvoering 4.6.1 Inleiding Een sterke bedrijfsvoering vormt de basis van een robuuste organisatie. Het fundament moet stevig staan: voldoende vakbekwame medewerkers en ambtelijk vakmanschap centraal. Een duidelijke koers en herkenbare waarden geven richting aan het dagelijks werk en aan het gedrag dat daarbij hoort. De bedrijfsvoering ontwikkelt zich voortdurend mee met de opgaven van de stad. Dit vraagt om investeren in cultuur en leiderschap, modernisering van informatievoorziening en ICT, en het versterken van de financiële functie. Samen zorgen deze onderdelen voor een betrouwbare en toekomstbestendige organisatie die de stad goed ondersteunt.
4.6.2 Wat zijn de belangrijkste prioriteiten
Verbeteren financiële functie Doel Verbeteren Financiële Functie (VFF) is in 2021 gestart en wordt in 2026 verder doorontwikkeld. Het doel is om financiële processen betrouwbaar en overzichtelijk te maken, de administratie op orde te hebben, de informatievoorziening goed te organiseren en het eigenaarschap helder te beleggen. Daarmee wordt de financiële functie een stabiele basis binnen de organisatie: onzichtbaar wanneer alles goed verloopt, zichtbaar wanneer sturing nodig is. Activiteiten 2026 • Het beter benutten van inzicht uit eerdere verbeteringen om de sturing te versterken. • De organisatie ondersteunen in de ontwikkeling waarbij afdelingen steeds meer zelf verantwoordelijkheid nemen en de financiële staf een stevige partner is. • Kansen benutten om met data meer inzicht te krijgen en efficiënter te werken. • Het bestuur voorzien van betrouwbare financiële informatie tijdens de bestuurswissel. • De financiële functie verder versterken met speciale aandacht voor risicovolle projecten.
Sturen op realisatie Doel Het versterken van de sturing op realisatie is een belangrijk ontwikkelpunt. Dit gaat om personeelskosten (inclusief inhuur), financiën en resultaten. Door scherper te sturen op uitkomsten ontstaat meer focus en wordt doelgerichter en doelmatiger gewerkt. In 2026 ligt de nadruk op het verder ontwikkelen en gebruiken van rapportages en dashboards. Activiteiten 2026 • De mogelijkheden voor het maken van prognoses verder ontwikkelen en toepassen. • Bestaande dashboards doorontwikkelen en aanpassen aan nieuwe wensen en mogelijkheden van gebruikers. • Het financiële inzicht vergroten bij betrokkenen in alle fasen van risicovolle projecten.
Informatisering en automatisering Doel De I-visie geeft richting met vier doelen: betere dienstverlening, nieuwe technologie en duurzaamheid, robuuste en wendbare ICT en een moderne (samen) werkplek. Betere dienstverlening De ambitie is om de dienstverlening slim, snel en digitaal in te richten. Goed ingerichte processen leveren sturingsinformatie op. Met die data kunnen processen efficiënter worden ingericht, besluiten beter onderbouwd worden en inwoners gerichter geholpen worden. Persoonlijk contact en schriftelijke communicatie blijven daarnaast altijd mogelijk. Nieuwe technologie en duurzaamheid Informatietechnologie verandert voortdurend. Daarom wordt doelgericht geïnvesteerd in nieuwe technologie die flexibiliteit, innovatie en duurzaamheid ondersteunt. Samenwerking met ketenpartners, andere gemeenten en overheden is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Een voorbeeld is de expertgroep AI, die de ontwikkeling en inzet van kunstmatige intelligentie coördineert en als aanspreekpunt dient. Robuuste en wendbare ICT De ICT-omgeving moet betrouwbaar en veilig zijn, en tegelijk kunnen meebewegen met maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Dat vraagt om een stevige infrastructuur die bestand is tegen cyberdreigingen, én om flexibiliteit in de inrichting en toepassing van systemen.
Moderne werkplek De digitale werkplek wordt gemoderniseerd met veilige samenwerkingsmogelijkheden en duurzame bestandsopslag. Dit ondersteunt hybride werken en vergemakkelijkt samenwerking binnen en buiten de organisatie.
Programmabegroting 2026-2029
93
Activiteiten 2026 • Verbeteren van de informatiehuishouding door de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek Archivering uit te voeren. Dit zorgt voor betrouwbaardere informatie, betere toegankelijkheid en naleving van wettelijke verplichtingen. • Data actiever gebruiken om beleid te onderbouwen en resultaten te monitoren. Door dashboards en analyses strategisch in te zetten, ontstaat meer transparantie en kunnen besluiten beter worden verantwoord. • Starten met een meerjarenplan AI-geletterdheid. Medewerkers en teams doen ervaring op met kleinschalige pilots, leren de mogelijkheden kennen en ontwikkelen vaardigheden om AI verantwoord in te zetten. • Voorbereiden van een ethische commissie die adviseert over digitale dilemma’s, privacy en het gebruik van nieuwe technologie. Dit helpt om zorgvuldig en transparant keuzes te maken. • Moderniseren van bestaande systemen met oog voor innovatie en duurzaamheid. Daarbij gaat het om standaardisering, minder maatwerk en efficiënter gebruik van licenties, zodat systemen toekomstbestendig blijven. • Onderzoeken hoe de afhankelijkheid van niet-Europese software en cloudleveranciers kan worden verminderd. Dit draagt bij aan digitale soevereiniteit en meer controle over eigen data. • Versterken van processen voor wijzigingsbeheer, informatieveiligheid en continuïteit in de ICT-dienstverlening.
Hierdoor blijft de dienstverlening betrouwbaar, ook bij verstoringen of cyberdreigingen. • De moderne werkplek verder uitbouwen en goed inbedden in de organisatie. Dit omvat het aanbieden van veilige samenwerkingsmogelijkheden, duurzame digitale opslag en ondersteuning bij hybride werken.
Cultuur en leiderschap Doel De missie en kernwaarden vormen het hart van de organisatie en geven richting aan hoe wordt samengewerkt en bijgedragen aan de stad. De missie luidt: “Wij zijn de gemeente Gouda. Trots op onze stad en ons werk. Deskundig, betrokken en meedenkend. Samen met de Gouwenaars bouwen we verder aan een stad waar het fijn leven en werken is voor iedereen.” De kernwaarden zijn samen, lerend en eigen-zinnig. Samen staat voor integer handelen, luisteren en de kracht van verschillen benutten. Lerend betekent dat vakkennis op peil blijft, persoonlijke ontwikkeling wordt gestimuleerd en successen en fouten als leermoment worden gezien. Eigen-zinnig verwijst naar creatief, kritisch en zelfbewust werken, met ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en ontwikkeling. Een sterke en herkenbare organisatiecultuur is nodig om maatschappelijke opgaven te realiseren. Daarom wordt geïnvesteerd in goed werkgeverschap, eigentijds leiderschap en strategische organisatieontwikkeling. De langetermijnkoers wordt aangescherpt, de samenhang in het werk versterkt en de organisatie steeds beter ingericht op de opgaven van de stad. Activiteiten 2026 • De strategische koers Gouda 2030 uitwerken en verbinden met doelstellingen en KPI’s. Dit geeft richting aan de bijdrage aan de stad en aan de eigen ontwikkeling als organisatie.
• De missie en Gouden Waarden vertalen naar de dagelijkse praktijk, zodat medewerkers ze kennen, uitdragen en zichtbaar maken in hun werk. • Leiderschapsontwikkeling versterken met een MD-traject dat de langetermijnvisie verbindt aan de rol van directie, afdelingshoofden, teamleiders en medewerkers. • Investeren in persoonlijk leiderschap en teamontwikkeling, gericht op effectief samenwerken en gezamenlijke resultaten. • Een lerende cultuur stimuleren met trainingen, intervisie, de Maand van Leren en Ontwikkelen en een breed leerplatform. • Een diverse, inclusieve en vitale organisatie verder opbouwen, onder meer met lerende lunches, duurzame inzetbaarheid en aandacht voor werkplezier en werkdruk.
Rechtmatigheid Doel Rechtmatig handelen is een basisvoorwaarde voor goed bestuur. Sinds verslagjaar 2023 neemt het college in de jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording op. Die laat zien in hoeverre de gemeente financieel rechtmatig heeft gehandeld. Het doel voor 2026 is om het aantal onrechtmatigheden verder terug te dringen en de verantwoording efficiënter op te stellen. Concreet gaat het om het verlagen van het bedrag aan begrotingsonrechtmatigheden en het verhogen van de volwassenheid van de interne beheersing van 1,6 naar 2,0. Activiteiten 2026 • De procedure voor het tijdig doorvoeren van begrotingswijzigingen verbeteren en toetsen op naleving. • Audits uitvoeren, verbeterpunten vastleggen en de uitvoering daarvan actief volgen.
94
Programmabegroting 2026-2029
4.7 Verbonden partijen 4.7.1 Inleiding Verbonden partijen zijn samenwerkingspartners van de gemeente waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft en waarin zij daardoor medeverantwoordelijkheid draagt (‘mede-eigenaarschap’). Verbonden partijen zijn gevormd omdat samenwerkingsverbanden kansen bieden voor een efficiëntere, effectieve en/of kwalitatief betere uitvoering. Verbonden partijen kunnen zowel publiekrechtelijke (gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke (stichtingen, verenigingen, NV’s en BV’s) organisaties zijn. In deze paragraaf wordt per verbonden partij weergegeven welk bestuurlijk en financieel belang de gemeente in een verbonden partij heeft en worden de actuele beleidsontwikkelingen benoemd.
4.7.2 Belangrijke ontwikkeling In 2025 zijn de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), die sinds 1 juli 2022 van kracht zijn, verder doorvertaald in de praktijk. Gemeente Gouda heeft hun gemeenschappelijke regelingen aangepast aan de nieuwe wettelijke vereisten. Deze aanpassingen zijn gericht op het versterken van de democratische legitimatie, onder meer door het instellen van adviescommissies, het recht op het geven van zienswijzen en de mogelijkheid tot het houden van een raadsonderzoek of enquête. In 2026 ligt de nadruk op de verdere toepassing en borging van deze instrumenten in de praktijk. Hierdoor ontstaat meer transparantie, grip en verantwoording richting de gemeenteraad bij deelname aan verbonden partijen.
4.7.3 Aspecten jaarrekening 2024 4.7.3.1 Algemene aspecten De gemeente beschikt over alle jaarrekeningen 2024 van de verbonden partijen, inclusief de bijbehorende accountantsverklaringen. In deze verklaringen wordt onder andere aandacht besteed aan de continuïteit van de betreffende organisaties. Per verbonden partij is inzicht gegeven in het financieel belang van de gemeente en de bijbehorende financiële risico’s. Uitgangspunt daarbij is dat de verbonden partij zelf zorg draagt voor de afdekking van financiële risico’s door middel van een toereikend weerstandsvermogen. Dit is van belang om te voorkomen dat deelnemende gemeenten worden geconfronteerd met onverwachte financiële nadelen. In het kader van het begrotingstraject 2026 van de gemeenschappelijke regelingen is bovendien stilgestaan bij de opgelegde taakstelling van 6% en de wijze waarop hier invulling aan is gegeven. Dit heeft geresulteerd in aangepaste zienswijzen op de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen.
4.7.3.2 Specifieke aspecten Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen 2012.
4.7.4 Beleidskader De aansturing van de verbonden partijen is onderdeel van de verbetering van de financiële functie. Daarnaast wordt de nota verbonden partijen geactualiseerd. De besluitvorming hiervan staat gepland in het 4e kwartaal 2025.
Programmabegroting 2026-2029
95
4.7.5 Soort verbonden partijen Er zijn twee soorten verbonden partijen. • publiekrechtelijke verbonden partijen; • privaatrechtelijke verbonden partijen.
4.7.5.1 Publiekrechtelijke verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen met rechtspersoonlijkheid; het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringsorganisatie. Geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gouda neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regeling 1. Regio Midden Holland 2. Omgevingsdienst Midden-Holland 3. Groenalliantie Midden-Holland en omstreken 4. Streekarchief Midden-Holland 5. Promen 6. Hecht 7. RZG Zuidplas Grondbank 8. Veiligheidsregio Hollands Midden 9. Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland 10. Jeugd en Wmo 11. De Groene Hart Rekenkamer
4.7.5.2 Privaatrechtelijke verbonden partijen Een besloten vennootschap of naamloze vennootschap waarin de gemeente aandelen heeft. Dit is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Ook stichtingen of een (coöperatieve) verenigingen kunnen verbonden partij zijn. Voor Gouda gaat dit om de volgende partijen: 1. B.V. SPORT●GOUDA; 2. N.V. BNG; 3. Oasen N.V.; 4. N.V. Cyclus; 5. Coöperatieve Parkeerservice U.A..
4.7.6 Lijst verbonden partijen Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is de gemeente verplicht om in de paragraaf Verbonden partijen een overzicht op te nemen, met daarin per verbonden partij: • doel en openbaar belang; • wijze van dienen gemeentebelang; • beleidsvoornemens; • risico’s; • financiële gegevens.
Totaaloverzicht bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Verbonden partij (bedragen * € 1.000) Regio Midden Holland
Bijdrage 2025
Bijdrage 2026
Bijdrage 2027
Bijdrage 2028
Bijdrage 2029
414
426
426
426
426
4.508
4.543
4.543
4.543
4.543
Groenalliantie
587
587
587
587
587
Streekarchief Midden-Holland
705
714
714
714
714
Promen
9.116
9.090
8.747
8.381
7.896
Hecht
5.486
5.463
5.463
5.463
5.463
0
0
0
0
0
Veiligheidsregio Hollands Midden
6.321
6.380
6.380
6.380
6.380
Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland
1.710
1.569
1.551
1.551
1.550
Jeugd en Wmo
2.440
2.345
2.177
2.177
2.177
106
66
66
66
66
31.393
31.183
30.654
30.288
29.802
Omgevingsdienst Midden-Holland
RZG Zuidplas Grondbank
Groene Hart Rekenkamer Totaal bijdrage gemeenschappelijke regelingen
96
Programmabegroting 2026-2029
4.7.6.1 Gemeenschappelijke regelingen 4.7.6.1.1 Regio Midden Holland Naam verbonden partij
Regio Midden Holland
Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.regiomiddenholland.nl
Programma:
7. Bestuur en organisatie
Taakveld:
0.1 Bestuur
Aard
GR
Deelnemerspercentage
20% (Ieder AB lid heeft 1 stem)
Doel en openbaar belang
Regionale beleidsvorming en strategische belangenbehartiging van de aangesloten gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee collegeleden die door de raad benoemd zijn.
Beleidsvoornemens 2026
In 2024 zijn door de deelnemende gemeenteraden structureel aanvullende financiële middelen vrijgemaakt. In 2025 ligt de focus op extra inzet binnen de bestaande bestuurlijke tafels, met thema’s als duurzame mobiliteit, economische innovatie en de versnelling van woningbouw. Vanaf 2026 streven we naar een structurele versterking van de samenwerking. Daarbij draait het niet alleen om inhoudelijke keuzes, maar ook om governance, uitvoeringskracht en eigentijdse organisatievormen. Een speciaal ingestelde stuurgroep en kwartiermaker Erik Kiers werken aan het ontwerp van deze nieuwe samenwerking. In 2026 zal in het teken staan van het afronden van de inrichting van de nieuwe organisatie door de nieuwe directeur-secretaris, gelijktijdig met het uitvoeren van de jaarplannen 2026 die momenteel worden opgesteld en het middels zienswijze voorleggen aan de gemeenteraden van de strategische agenda voor de inhoudelijke focus van de aankomende jaren.
Risico's
Op 12 juni 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met de meerjarenbegroting 2025-2028. In deze begroting is het Berenschot advies om te investeren in een regionaal programmabureau dat regionale inzet coördineert en werkt aan concrete resultaten voor de drie centrale opgaven van Midden-Holland: 1) verantwoorde groei 2) bereikbaarheid en mobiliteit 3) toekomstbestendige economie. Op dit moment lukt het de Regio MiddenHolland onvoldoende om de regionale plannen in directe publieke waardecreatie voor inwoners om te zetten. Het op te richten regionaal programmabureau moet niet meer van hetzelfde worden. Bij de inrichting van een programmabureau moet tevens worden gelet op de opgaven die voor Gouda van belang zijn en de wijze waarop deze worden meegenomen.
Bijdrage in 2026
€ 426.158
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000)
2023
2024
2025
Eigen vermogen
ultimo
€ 617
€ 628
€ 628
Vreemd vermogen
ultimo
€ 571
€ 919
€ 561
€ 77
€ 11
€-
jaarrekening
jaarrekening
begroting
Resultaat Bron
4.7.6.1.2 Omgevingsdienst Midden-Holland Naam verbonden partij
Omgevingsdienst Midden-Holland
Vestigingsplaats
Gouda
Website
www.odmh.nl
Programma(s)
2. Energie en klimaat 3; Wonen en leefomgeving
Taakveld
7.4 Milieubeheer; 8.3 Wonen en bouwen
Aard
GR
Deelnemerspercentage
17,0% (Stemverhouding op basis van budget € 100.000 = 1 stem)
Doel en openbaar belang
Bijdrage leveren aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee collegeleden die door het college zijn aangewezen, waarvan 1 lid zitting heeft in het DB.
Beleidsvoornemens 2026
De beleidsvoornemens in 2026 richten zich op versterken van toezicht en handhaving op het gebied van milieu, bouw en veiligheid. Een belangrijk aspect hiervan is de extra aandacht voor toepassen van strafrecht. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe Nota VTH (vergunningverlening, toezicht & handhaving) die in 2027 invulling geeft aan de werkwijze onder de nieuwe systematiek omgvingswet. Ook zet de ODMH zich in voor het, zoveel mogelijk uniform, vertalen van de milieudoelstelling in de omgevingsplannen van de aangesloten gemeenten. In 2026 blijft de ODMH gefocust op duurzaamheid, het verbeteren van luchtkwaliteit, het aanpakken van geluidsoverlast, en het monitoren van zwemwaterkwaliteit. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van nieuwe technologieën zoals drones voor effectiever toezicht. De samenwerking met gemeenten blijft cruciaal om beleidsdoelen te realiseren en de naleving van regelgeving te waarborgen. Deze plannen worden verder uitgewerkt in de jaarlijkse begroting en zijn afgestemd op de behoeftes van de gemeenten die onder de Omgevingsdienst vallen.
Risico's
Voor de totstandkoming van de Nota-VTH wordt een risico-analyse uitgevoerd.
Bijdrage in 2026
€ 4.543.374
Programmabegroting 2026-2029
97
2023
2024
2025
Eigen vermogen
Financiële gegevens (bedragen * € 1.000) ultimo
€ 2.045
€ 2.870
€ 2.828
Vreemd vermogen
ultimo
€ 10.462
€ 10.951
€ 8.581
€ 248
€ 880
€-
jaarrekening
jaarrekening
begroting
Resultaat Bron
4.7.6.1.3 Groenalliantie Midden-Holland en omstreken Naam verbonden partij
Groenalliantie Midden-Holland en omstreken
Vestigingsplaats
Schiedam
Website
https://www.groenalliantiemiddenholland.nl/
Programma(s)
1.Economie en onderwijs; 2 Energie en klimaat; 5.Cultuur, sport en recreatie;
Taakveld
3.4 Economische promotie; 7.4 Milieubeheer; 5.1 Sportbeleid en activering
Aard
GR
Deelnemerspercentage
20%; 5 deelnemende gemeenten met elk 2 AB-leden; ieder AB lid heeft 1 stem
Doel en openbaar belang
Doel en openbaar belang Het primaire belang van de Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap. Verantwoordelijk voor het beheer van natuur- recreatiegebieden voor regionale dagrecreatie in Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Krimpenerwaard en enkele kleinere gebieden. Daarnaast zorgt de Groenalliantie voor (gebied)ontwikkeling, handhaving en communicatie in de natuur- en recreatiegebieden. Ook is Groenalliantie beheerder en ontwikkelaar van routestructuren in het Groene Hart.
Wijze van dienen van het gemeentebelang
In het AB zitten twee leden die door de raad en het college zijn aangewezen. In het DB 1 lid. In de gebiedsadviescommissies zitten 2 raadsleden.
Beleidsvoornemens 2026
Eind 2021 is het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 vastgesteld. Groenalliantie zet met het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 de koers uit voor de komende 10 jaar als vervolg op de omvangrijke en succesvolle Kwaliteitsimpuls Groenalliantie. Het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 gaat vergezeld van een meerjarige investeringsagenda. De nieuwe financiële situatie die ontstaat als gevolg van het wegvallen van de provinciale boekjaarsubsidie vanaf 2026 maakt dat Groenalliantie voorzichtig is met nieuwe investeringen en het Ontwikkelplan gaan herijken. Er zal in de communicatie in 2026 worden ingezet op gebiedseigen thema’s, bijvoorbeeld met excursies of informatieavonden. Doel hiervan is om de gebruikers en omwonenden bewust te maken van hetgeen er in de (vernieuwde) gebieden te beleven en te zien is. Het Dagelijks Bestuur zal ook in 2026 haar voorgenomen plannen en investeringen voor advies voorleggen aan de gebiedsadviescommissie Groenalliantie. Daarnaast wordt in 2026 het systeem van beheerinformatie en professioneel vastgoed- en grondbeheer verder ontwikkeld. Waar mogelijk gaat Groenalliantie het beheer meer richten op behoud en ontwikkeling van natuurwaarden en biodiversiteit.
Risico's
Uittreden provincie Zuid-Holland: De provinciale bijdrage zoals deze gedurende zes jaar, na uittreding van de provincie uit de natuur- en recreatieschappen, heeft plaatsgevonden zal stoppen. In de uittreedovereenkomst per 1 januari 2018 is met de Provincie Zuid-Holland vastgelegd dat zij de komende jaren substantieel blijft bijdragen middels een beheerregeling recreatiegebieden. De financiële gevolgen van de wijziging in de financiële bijdrage van de Provincie Zuid Holland vanaf 2026 zijn op het moment nog niet bekend. Door het wegvallen van de provinciale boekjaarsubsidie, deels gecompenseerd door de te verwachten baten uit de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden, ontstaat vanaf 2026 een structureel begrotingstekort. Voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 is erin voorzien dat het hierdoor ontstane tekort opgevangen wordt door enerzijds een onttrekking uit de daartoe gevormde egalisatiereserve afbouw provinciale bijdrage en anderzijds de taakstellende bezuinigingen 2026-2029. De lijn is om de begroting per 2028 weer in evenwicht te hebben.