Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
0
0
0
0
Stadstoezicht
0
0
0
0
Veiligheid en Wijken
-8
-8
-8
-8
Werk en Financiën
0
0
0
0
Werk en Participatie
0
0
0
0
Zorg en Ondersteuning
0
0
0
0
-4.786
-4.760
-4.760
-4.760
Centraal Juridische Afdeling
Griffie Human Resource Management Informatievoorziening en Automatisering
Totaal (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
3.7.5.4 Methode van opslag overhead Aanleiding Sinds 2016 hebben gemeenten de mogelijkheid om overhead extracomptabel (buiten de begroting om) aan de tarieven voor lokale heffingen toe te rekenen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft niet voor op welke wijze de overhead aan de tarieven moet worden toegerekend. De gemeenteraad bepaalt de te gebruiken methode en legt dit vast in de financiële verordening. In artikel 17 van de financiële verordening van de gemeente Gouda wordt verwezen naar de begroting als het document waarin deze methode wordt beschreven. Per begroting 2025 is deze methode geformaliseerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de overhead opslag bij publiekrechtelijke diensten (leges en heffingen) en privaatrechtelijk.
Overhead privaatrechtelijke diensten binnen Gouda Zoals bij de aanleiding geschetst is er onderscheid in de methode van opslag bij Privaatrechtelijke- en publiekrechtelijke diensten. Ten aanzien van de privaatrechtelijke diensten is afgesproken om met een opslagpercentage te werken van 35% bovenop de salarislasten. Dit opslagpercentage wordt in verschillende situaties gebruikt, zoals: • Overheadbudgetten nemen toe- of af bij een groei of krimp van de organisatie. • Toerekening aan andere partners, bij bijvoorbeeld samenwerking en of leveren diensten. • Investeringen.
Overhead opslag bij publiekrechtelijke diensten (leges en heffingen) Voor de opslag bovenop de salarislasten wordt aangesloten bij een methode die binnen gemeenten veel gebruikt wordt. Hierbij wordt het saldo van overhead over de directe productieve salarislasten en inhuur verdeeld. Om deze te berekenen wordt de volgende formule gebruikt: Saldo overhead / (productieve salaris-, en inhuurlast). Deze methode zal ook gebruikt worden bij afval en riolering. Voor nadere informatie en de hoogte van het toe te rekenen bedrag wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.
56
Programmabegroting 2026-2029
3.7.5.5 Verplichte indicator 'Overheadpercentage' De kosten van overhead kunnen worden uitgedrukt in een percentage. Het BBV schrijft voor dat hiervoor een indicator moet worden opgenomen in de begroting. Deze indicator drukt de totale overheadkosten uit in het percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Totale overheadkosten (programma totaal)
2026
2027
2028
2029
32.329
32.071
31.716
31.578
Baten overhead (programma totaal)
-4.786
-4.760
-4.760
-4.760
Totale overhead
27.543
27.310
26.956
26.817
Totale lasten (exclusief toevoegingen aan reserves)
414.049
393.738
394.827
410.767
7,81%
8,15%
8,03%
7,69%
Berekend overheadpercentage (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
Programmabegroting 2026-2029
57
3.8 Financiering en algemene dekkingsmiddelen Waar staat dit programma voor? In de zeven programma's van deze begroting zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, algemene belastingen, financiering, onvoorziene uitgaven, stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze onderdelen komen aan bod in dit programma. 3.8.1 Inleiding Algemene dekkingsmiddelen zijn gelden die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Voorbeelden zijn de uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten van gemeentelijke belastingen (zoals ozb, precariobelasting). Binnen de algemene dekkingsmiddelen wordt geen directe koppeling gelegd tussen middelen en doelstellingen. Daarom bevat dit onderdeel van de begroting geen overzicht met indicatoren. De toelichting is opgebouwd aan de hand van de diverse taakvelden die binnen dit onderdeel worden verantwoord. In lijn met voorgaande jaren worden de volgende algemene dekkingsmiddelen onderscheiden: • financiering/treasury; • lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is; • uitkering(en) uit het gemeentefonds; • overige baten en lasten.
58
Programmabegroting 2026-2029
3.8.2 Toelichting op financiering Treasury Op het taakveld treasury worden het renteresultaat en het resultaat op deelnemingen verantwoord. Het renteresultaat wordt ook wel aangeduid als het saldo van de financieringsfunctie. Dit geeft het saldo weer tussen enerzijds: • de betaalde rente (last) over de aangegane langlopende leningen en over de aangetrokken kortlopende middelen zoals kasgeld en middelen in rekening-courant en • de ontvangen rente (baten) over de uitzettingen, zoals deposito’s, verstrekte langlopende leningen en beleggingen en anderzijds de rente die wordt doorberekend aan de producten, de investeringen en de grondexploitaties. Het resultaat op deelnemingen bestaat uit ontvangen dividend van aandelen BNG. Cyclus en Oasen keren geen dividend uit. Naast dividend worden op deze post ook de ontvangen garantiepremies op verstrekte borgstellingen verantwoord. Tot slot worden de kapitaallasten (rentelasten) voor deelnemingen in het aandelenkapitaal van de Bank Nederlandse Gemeenten, Cyclus N.V. en Oasen hier verantwoord. Per saldo resteert een voordelig resultaat op het taakveld treasury van ongeveer € 1,3 miljoen in 2026.
In de daaropvolgende jaren loopt dit voordelig resultaat wat op met de aantekening dat het rentepercentage waartegen mag worden doorberekend aan producten, investeringen en grondexploitaties op grond van regelgeving wellicht op enig moment moet worden verlaagd. Hierdoor zal het resultaat op taakveld treasury lager worden. Indien dit zich voordoet heeft dit weinig tot geen begrotingsconsequenties omdat dan de producten, de investeringen en de grondexploitaties minder rente doorbelast krijgen.
3.8.3 Toelichting op algemene dekkingsmiddelen Het begrotingssaldo Het begrotingssaldo kent het volgende meerjarige verloop. (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Begrotingssaldo
-4.615
-3.998
-2.801
-4.161
(+ = nadeel / last | - = voordeel / baat)
Het saldo wordt administratief technisch in de jaren 2026 - 2029 toegevoegd aan de algemene reserve. Onroerende zaakbelasting (woningen en niet-woningen) De ozb is een belasting die gemeenten mogen heffen over woningen en niet-woningen. De ozb maakt onderdeel uit van de groep lokale heffingen (rioolheffing, ozb, afvalstoffenheffing, leges, parkeeropbrengsten, precariobelasting, hondenbelasting, havengelden, staangelden, marktgelden en toeristenbelasting) en genereert voor de gemeente Gouda binnen de lokale heffingen de op een na hoogste belastingopbrengst. De ozb kan worden gesplitst in een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. De aanslagen ozb worden berekend op basis van de waarde van de onroerende zaken. Deze waardering dient de gemeente uit te voeren op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief voor de heffing van de ozb wordt jaarlijks gewijzigd. De aanslag ozb wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaken, zoals die op de voet van de Wet WOZ wordt vastgesteld. Voor het jaar 2026 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar waardepeildatum 1 januari 2025. Aan de lastenkant worden kosten geraamd voor het innen van de opgelegde belastingen, de zogenaamde perceptiekosten.
Feitelijk zijn dit alle personele en materiële kosten die verband houden met de oplegging, inning, afhandeling van bezwaarschriften en de kosten van de uitvoering van de Wet WOZ. Parkeerbelastingen Tot dit taakveld behoren de heffing en invordering van parkeerbelasting, de opbrengsten van parkeerfaciliteiten en de opbrengsten uit boetes. In Gouda zorgen met name het betaalde straatparkeren rondom de binnenstad en de stationsparkeergarage voor jaarlijkse inkomsten. Overige belastingen Tot dit taakveld behoren overige gemeentelijke belastingen, zoals de precariobelasting en de hondenbelasting. Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds De (algemene) uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald op basis van objectieve maatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal woonruimten en andere sociale en fysieke kenmerken van de gemeente. Naast de algemene uitkering komen uit het gemeentefonds ook decentralisatie-uitkeringen, integratie-uitkeringen en suppletie-uitkeringen, die allemaal hun eigen specifieke basis hebben.
Programmabegroting 2026-2029
59
De hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds voor de periode 2026-2029 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2025. De raad heeft de verwerking van deze circulaire vastgesteld via een apart raadsbesluit op 9 juli 2025. De uitkomst van de septembercirculaire 2025 wordt verwerkt in het raadsvoorstel van de programmabegroting 2026 - 2029. Overige baten en lasten Binnen dit taakveld presenteert de gemeente de algemene lasten en baten, de post onvoorziene uitgaven algemeen en de stelposten voor nog toe te wijzen middelen. Binnen dit taakveld staan ook de loonkosten voor bovenformatief personeel dat niet meer aan het werk is en de lasten en baten van gedetacheerd personeel. Onvoorziene uitgaven Wettelijk is voorgeschreven dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven is opgenomen. Er zijn geen voorschriften, of normen, over de omvang hiervan. Het is aan de raad om aan te geven welke omvang hij nodig acht. De raming voor 2026 bedraagt € 151.000. Dit is het totaalbedrag dat beschikbaar is voor alle programma’s tezamen, dat onder voorwaarden (onvoorzien, onvermijdbaar, onuitstelbaar) kan worden aangewend. De hoogte van de onvoorziene uitgaven is niet bedoeld om omvangrijke afwijkingen binnen de begroting op te vangen. Daarvoor dient de beschikbare weerstandscapaciteit.
Stelposten Stelposten zijn posten die wel in de begroting zijn meegenomen voor het algemeen beeld, maar nog niet zijn uitgewerkt of ingevuld. Dit omdat nog niet bekend is hoe de verdeling precies plaatsvindt. Het is wenselijk zo min mogelijk met stelposten te werken. Binnen de begroting van Gouda zijn de volgende stelposten verwerkt: • Stelposten loon- en prijscompensatie: de inkomsten uit het gemeentefonds worden weergegeven in zogenaamde lopende prijzen. Dat betekent dat rekening is gehouden met de verwachte toekomstige cumulatieve loon- en prijsstijgingen. De loonindex in de meicirculaire 2025 bedraagt voor 2026: 1,8%. Gemeente Gouda heeft in de begroting met 7,64% loonindex rekening gehouden in verband met de recent vastgestelde CAO (looptijd april 2025 t/m maart 2027). Daarnaast is gerekend met een prijsindexatie van 2,1% conform de meicirculaire 2025. Daarnaast zijn de specifieke zorgbudgetten voor het jaar 2026 geïndexeerd conform het OVA/PPC indexpercentage - OVA indexcijfer: 4,24% en PPC indexcijfer: 2,1%. Ook is in 2026 een mixpercentage van 80/20 (loon/prijs) van 1,86% toegepast voor de meer loongevoelige budgetten (subsidies). Voor de jaren erna bedraagt de gereserveerde loonindex 4% (gemiddeld) per jaar. De gereserveerd prijsindex voor 2027 t/m 2029 bedraagt 2,2% (gemiddeld).
De loon- en prijsindexen worden elk jaar herijkt en verwerkt conform de uitgebrachte meicirculaire (conform jaar T-1). • Stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds: de taakmutaties die genoemd worden in circulaires van het gemeentefonds worden in afwachting van nadere inhoudelijke en financiële onderbouwing geraamd op een afzonderlijke post in de begroting. • Stelpost ontwikkeling kapitaallasten: dit betreft een stelpost voor de ontwikkeling van kapitaallasten in verband met verwachte stijging van investeringskosten. Indien de bedragen in onderstaande tabel positief zijn (+), dan betekent dit dat de middelen beschikbaar zijn voor besteding. Stelposten Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Stelposten loon- en prijscompensatie
2.006
8.687
15.514
22.655
Stelpost taakmutaties uitkering gemeentefonds
300
-34
1
63
Stelpost ontwikkeling kapitaallasten
95
95
95
95
2.400
8.747
15.609
22.813
Totaal
In de onderstaande tabel is een nadere specificatie en verloopoverzicht opgenomen van de stelpost loonen prijscompensatie.
60
Programmabegroting 2026-2029
Verloop stelpost loon- en prijscompensatie
2026
2027
2028
2029
Prijscompensatie Beschikbaar op stelpost (bruto)
3.683
7.538
11.509
15.665
Af: indexatie begroting 2026
-2.516
-2.431
-2.421
-2.381
Af: indexatie begroting GR-en 2026
-706
-688
-675
-675
Beschikbaar op stelpost prijscompensatie (netto)
461
4.419
8.413
12.609
Beschikbaar op stelpost looncompensatie (netto)
1.545
4.268
7.101
10.046
Totaal beschikbaar loon- en prijscompensatie
2.006
8.687
15.514
22.655
Looncompensatie
Vennootschapsbelasting Overheden vallen onder de vennootschapsbelastingplicht. Over de winst die zij met ondernemingsactiviteiten hebben behaald, moeten zij vennootschapsbelasting betalen. De gemeente Gouda verwacht op basis van de huidige cijfers en inzichten dat de activiteiten straatparkeren, parkeergarage en reclame door de ondernemerspoort gaan: • voor het Straatparkeren kan een vrijstelling worden toegepast, waardoor geen VPB-druk ontstaat; • voor de parkeergarage en reclame gelden geen vrijstellingen en is de geraamde vennootschapsbelasting € 109.000 voor 2026 en € 287.500 voor de periode 2027-2029.
3.8.4 Verbonden partijen Verbonden partijen dragen bij aan de te realiseren beleidsdoelstellingen van de gemeente. Verbonden partijen
Doel
Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland
De BSGR verzorgt de heffing en de invordering van de onroerendezaakbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting als algemeen dekkingsmiddel.
NV Bank Nederlandse Gemeenten BNG stuurt actief op het vergroten van haar maatschappelijke impact. BNG benoemt hiertoe vijf belangrijke doelstellingen waaraan zij wil bijdragen: duurzame steden en gemeenschappen, goede gezondheid en welzijn, kwaliteitsonderwijs, betaalbare en duurzame energie, klimaatactie. Oasen N.V.
Oasen is het drinkwaterbedrijf van Midden-Holland; de inwoners van de gemeente Gouda en de bedrijven in Gouda zijn de afnemers. Kernactiviteiten van Oasen zijn het winnen, zuiveren, distribueren en verkopen van drinkwater. Belangrijkste missie van Oasen is om verrassingsvrij onberispelijk drinkwater te leveren. Daarnaast wordt ingezet op de productie van duurzaam en circulair drinkwater.
Cyclus N.V.
Zorg dragen voor een schone leefomgeving door het inzamelen van huishoudelijk afval en het verwijderen van zwerfafval op straat. Daarnaast levert cyclus een bijdrage aan de verkeersveiligheid door de gladheidbestrijding op wegen in winterse perioden.
Programmabegroting 2026-2029
61
3.8.5 Wat gaat het opleveren? 3.8.5.1 Overzicht lasten en baten Exploitatie (bedragen * € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Lasten
3.223
9.688
16.965
24.457
Baten
-266.648
-274.477
-279.151
-286.579
Saldo van baten en lasten
-263.425
-264.789
-262.186
-262.122
Toevoegingen aan reserves (lasten)
5.200
6.000
2.500
2.500
Onttrekkingen aan reserves (baten)
-56
-25
-25
-6
-258.281
-258.814
-259.710
-259.628
Gerealiseerd resultaat (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
3.8.5.2 Overzicht mutaties In de onderstaande tabel zijn de financiële mutaties binnen dit programma weergegeven. (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
-242.017
-245.943
-246.615
-248.358
Autonome en administratieve ontwikkeling
-5.132
-4.148
-4.897
-5.131
Kadernota
-10.436
-8.000
-7.477
-5.418
-695
-721
-721
-721
-258.281
-258.814
-259.710
-259.628
Startbegroting
Nieuwe ontwikkelingen/ bestuursrapportage Totaal (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
3.8.5.3 Taakvelden De volgende taakvelden maken deel uit van dit onderdeel van de begroting. Per taakveld is het saldo van lasten en baten weergegeven. Taakvelden (bedragen * € 1.000)
2026
2027
2028
0.5 Treasury
-1.307
-1.148
-730
-442
0.61 Ozb woningen
-10.986
-11.230
-11.477
-11.741
0.62 Ozb niet-woningen
-10.089
-10.325
-10.562
-10.817
0.63 Parkeerbelasting
-6.235
-6.262
-6.261
-6.261
0.64 Belastingen overig
-618
-630
-630
-630
-237.006
-244.327
-247.210
-254.073
2.657
8.973
14.525
21.683
160
160
160
160
-263.425
-264.789
-262.186
-262.122
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Totaal (+ = nadeel/ last | - = voordeel / baat)
62
Programmabegroting 2026-2029
2029
4 Beleidsbegroting: paragrafen
Programmabegroting 2026-2029
63
4.1 Lokale heffingen 4.1.1 Inleiding Lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke inkomsten. Heffingssoorten Er is onderscheid tussen belastingen, rechten en bestemmingsheffingen. • Belastingen zijn verplichte bijdragen aan de gemeente waar geen directe tegenprestatie tegenover staat. De opbrengst van de gemeentelijke belastingen gaat naar de algemene middelen. • Rechten zijn vergoedingen voor kosten die verband houden met een individuele dienst. Een voorbeeld is het verstrekken van een vergunning. De opbrengst mag niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. • Bestemmingsheffingen zijn vergoedingen die een gemeente vraagt voor het beschikbaar stellen/onderhouden van een collectieve voorziening. De opbrengst mag niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. Lokale heffingen Gouda Gouda kent de volgende lokale heffingen. • Belastingen: ozb, hondenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting en precariobelasting. • Rechten: leges, marktgelden, brug- en havengelden, staangelden. • (Bestemmings)heffingen: rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrechten. Deze paragraaf geeft informatie over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van de diverse lokale heffingen en de consequenties daarvan voor de inwoners en bedrijven.
Ook wordt in deze paragraaf ingegaan op de kostendekking van de leges en diverse gemeentelijke heffingen: de afvalstoffenheffing, rioolheffing, marktgelden, brug- en havengelden en staangelden. De consequenties van het beleid voor de belastingverordeningen worden nader uitgewerkt in het belastingvoorstel dat in de raadsvergadering van december wordt behandeld. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland verzorgt voor Gouda de heffing en de invordering van de lokale belastingen en heffingen. Ook bepaalt de BSGR de hoogte van de WOZ-waarde voor alle onroerende zaken in onze gemeente. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op de website van de BSGR (https://www.bsgr.nl/). Met ingang van 1 januari 2023 verzorgt de Coöperatie ParkeerService U.A. de naheffingsaanslagen van de parkeerbelastingen. Dit was tot en met 2022 ondergebracht bij de BSGR. Meer informatie over de Coöperatie ParkeerService U.A. vindt u op de website van Parkeerservice (https://www.parkeerservice.nl/).
4.1.2 Beleid en belangrijkste wijzigingen in 2026 Algemeen De uitgangspunten voor de tarieven zijn gebaseerd op het Bestuursakkoord 2022-2026. Het streven is om de OZB met niet meer te laten stijgen dan het inflatiepercentage. Daarnaast is het streven om alle huishoudens ervan te laten profiteren als de lokale lasten worden verlaagd. Tariefontwikkeling In de kadernota 2026 is aangegeven dat de lokale woonlasten en de belastingen/heffingen voor het jaar 2026 worden geïndexeerd op basis van verwachte prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling is conform de meicirculaire 2025. Bij het bepalen van de opbrengsten 2026 is daarom rekening gehouden met een inflatiepercentage van 2,1%. In 2025 betrof dit percentage 2,2%. De ontwikkeling van de tarieven riool- en afvalstoffenheffing hangt samen met de kostenontwikkeling op deze terreinen. Als gevolg van de gestegen kosten dient het tarief voor de rioolheffing te worden verhoogd met 2,1%. Het tarief voor de afvalstoffenheffing kan daarentegen worden verlaagd met 8,15%. Woonlasten (lokale lastendruk) De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De woonlasten worden berekend voor een eigenaar of huurder van een woning die de woning bewoont met meerdere personen.
In 2026 dalen de woonlasten voor de eigenaar-gebruiker van een woning met een WOZ-waarde van € 366.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2025 en een ingeschatte waardeontwikkeling van 3%) met 0,64% (gemiddelde daling van ozb, afval en riool). De woonlasten voor de huurder dalen in 2026 met 4,34% (gemiddelde daling van afval en riool). Deze daling voor zowel eigenaar-gebruiker als voor huurder wordt veroorzaakt door de daling van het tarief afvalstoffenheffing met 8,15%. Overheadtoerekening Conform de financiële verordening en de uitgangspunten beschreven in paragraaf 3.7.5 (Overhead) wordt er overhead toegerekend aan de geraamde kostprijs van heffingen en rechten waarmee kosten in rekening worden gebracht. Op
64
Programmabegroting 2026-2029
deze manier worden alle relevante kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van deze taken meegenomen in dit "gesloten stelsel". Technische wijziging kostentoerekening Er heeft een actualisatie plaatsgevonden om de kosten die de BSGR maakt juist toe te rekenen aan de verschillende belastingsoorten. Dit is juridisch noodzakelijk voor een goede kostenonderbouwing van de riool- en afvalstoffenheffing. Deze actualisatie zorgt voor verschuivingen binnen de woonlasten, waarbij minder kosten terecht komen bij afval en riool en meer bij de OZB.
4.1.3 Beleidsuitgangspunten gemeentelijke heffingen in 2026 Onroerendezaakbelastingen Onroerendezaakbelastingen worden betaald door eigenaren en/of gebruikers van onroerende zaken zoals woningen, bedrijfspanden en grond. De opbrengsten van de OZB gaan naar de algemene middelen. De opbrengst van de OZB wordt opgehoogd met 4,8%. Dit percentage is opgebouwd uit 2,1% indexatie 'prijsoverheidsconsumptie’ zoals aangegeven in de meicirculaire 2025. Daarnaast is een verhoging van 2,7% noodzakelijk in verband met het toerekenen van de uitvoeringskosten van de BSGR. Wat de verhoging van de OZB-opbrengst betekent voor de hoogte van de belastingtarieven is onder andere afhankelijk van de definitieve waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Verder is de jurisprudentie ten aanzien van verzorgingstehuizen verwerkt. Hierdoor vallen verzorgingstehuizen in het vervolg onder de categorie woningen. Dit heeft per saldo geen effect als gevolg van areaaluitbreiding. De heffingsmaatstaf van de onroerendezaakbelastingen is de WOZ-waarde van de woning/niet-woning. Er wordt belasting geheven naar een percentage van deze vastgestelde WOZ-waarde. De WOZ-waarde wordt jaarlijks opnieuw bepaald. In het woonlastenoverzicht is uitgegaan van een stijging van 3% voor 2026.
Zodra de nieuwe WOZ-waarden voor 2026 (waardepeildatum 1 januari 2025) bekend zijn, wordt bij het tarievenvoorstel Belastingverordening (na vaststelling van de begroting) het definitieve belastingtarief hierop aangepast. Voor de objecten die de gemiddelde waardeontwikkeling volgen, stijgt de aanslag OZB 2026 met ongeveer 4,8%. Reinigingsheffingen Afvalstoffenheffing is een heffing voor huishoudens waar de gemeente de zorgplicht heeft om afvalstoffen op te halen (Wet milieubeheer). Met de opbrengst wordt de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval bekostigd. Dit is een kostendekkende exploitatie. Het tarief voor afvalstoffenheffing bestaat per huishouden uit een vast tarief (voor 2025 bepaald op € 389,40) en een variabel tarief. Het variabele deel van de afvalstoffenheffing 2026 is afhankelijk van het aantal maal door huishoudens aangeboden fijn restafval in 2025. Het tarief is € 1,50 per 60 liter restafval. Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk. Tevens is er, net als in voorgaande jaren, een mogelijkheid tot gedeeltelijke vrijstelling indien als gevolg van een medische aandoening sprake is van extra veel afval. Bij de vaststelling van de Verordening Reinigingsheffingen 2026 (raadsbehandeling in december 2025) worden de definitieve tarieven 2026 vastgesteld. Reinigingsrecht is een heffing voor bedrijven die hun afval bij het huishoudelijk afval mogen aanbieden.
Bedrijven mogen afval aanbieden dat qua samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Het tarief betreft een tarief per aanbieding. Kwijtschelding is niet mogelijk. De reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) worden bepaald op basis van actuele berekeningen van kosten en opbrengsten met als uitgangspunt kostendekkende tarieven. Voor 2026 heeft er een actualisatie van de overhead plaatsgevonden. Tevens zijn de toe te rekenen kosten van de BSGR op dit punt lager. Daarnaast zijn de opbrengsten en vergoedingen voor pmd hoger dan waar in eerste instantie vanuit werd gegaan. Dit is aangepast en leidt ertoe dat het tarief voor 2026 kan worden verlaagd. Het tarief voor 2026 is € 354,00. Uitgaande van 30 aanbiedingen van 60 liter zakken leidt dit tot een totaal bedrag van € 399,00 (vast tarief € 354,00 + 30 x € 1,50 variabel tarief). Dit bedrag is opgenomen in het woonlastenoverzicht. Rioolheffingen Rioolheffing is een heffing voor huishoudens en bedrijven die water direct of indirect op de gemeentelijke riolering afvoeren. Rioolheffing is een bestemmingsheffing. De opbrengsten worden dan ook alleen gebruikt om de kosten te dekken die samenhangen met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater en het beheer van het grondwaterpeil.
De heffing bestaat uit 2 soorten: een eigenaren- en een gebruikersdeel. Eigenaren betalen een vast bedrag per perceel. Gebruikers betalen een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit een perceel wordt afgevoerd. Daarbij is voor de eerste 400 m3 sprake van een vast bedrag. Dit bedrag wordt vermeerderd indien meer dan 400 m3 water vanuit een perceel wordt afgevoerd. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma 2024-2028 (WRP) zoals in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. De lagere toerekening van de kosten van de BSGR wordt daarbij gecompenseerd
Programmabegroting 2026-2029
65
door hogere kosten voor onderhoud en projecten. Op basis van het WRP 2024-2028 worden de tarieven voor 2026 verhoogd met 2,1%. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor alle week- en dagmarkten in de gemeente. Er zijn tarieven voor een vaste standplaats en een dagplaats. Deze tarieven zijn gedifferentieerd naar een tarief voor de zaterdagmarkt en een tarief voor de dinsdag-, woensdag- of donderdagmarkt. Belastingplichtigen betalen een bedrag op basis van de plaats (m2) die wordt ingenomen. De opbrengsten van deze belasting worden onder andere ingezet voor het onderhoud van de markt. Daarbij valt te denken aan het reinigen van het marktterrein, dagelijks toezicht op de markt door de marktmeester en energieen watervoorzieningen. De tarieven van de marktgelden worden opgehoogd met 2,1%. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is een belasting voor uitbaters van overnachtingsmogelijkheden zoals hotels en bed & breakfast. Er wordt een bedrag per persoon, per overnachting betaald. De opbrengsten van deze belasting worden ingezet voor stadsmarketing en toerisme. Ondernemers ontvangen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. Deze mag in maandelijkse termijnen worden betaald. De definitieve aanslag volgt na afloop van het belastingjaar. De tarieven worden opgehoogd met 2,1%.
Precariobelasting Precariobelasting is een belasting voor personen of bedrijven die voorwerpen hebben onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Voorwerpen waarvoor de gemeente Gouda precariobelasting heft zijn onder andere bouwmaterialen, terrassen en winkeluitstallingen. De opbrengsten van deze belasting gaan naar de algemene middelen. De tarieven worden verhoogd met 2,1%. Hondenbelasting De hondenbelasting is een belasting voor houders van honden. Het te betalen bedrag is afhankelijk van het aantal honden. De opbrengsten gaan in de algemene middelen. Een deel van de opbrengst wordt gebruikt als vergoeding voor het beschikbaar stellen van collectieve voorzieningen voor honden (zoals onderhoud van uitrenplekken en het beschikbaar stellen van hondenpoepzakjes). Voor belastingjaar 2026 wordt het tarief verhoogd met 2,1%. Havengelden Havengelden worden betaald voor vaartuigen die in gemeentewater aanleggen of verblijven. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de duur van het verblijf en de lengte (in strekkende meters) van het vaartuig. De opbrengsten van havengelden worden onder andere gebruikt voor het onderhoud van aanlegsteigers en voorzieningen ten behoeve van de recreatievaart. Met ingang van 2025 zijn er een nieuw kader en nieuwe regels vastgesteld voor de uitvoering, waaronder de belastingverordening brug- en havengelden.
Gedurende 2025 zijn het nieuwe kader en de regels geëvalueerd. De opmerkingen die vanuit de uitvoering naar voren kwamen, worden verwerkt in de verordening havengelden 2026 die in de raadsvergadering van december wordt aangeboden. In deze verordening worden de tarieven havengelden verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%. Staangelden Staangeld wordt opgelegd aan de hoofdbewoner van een woonwagen voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen. Het te betalen bedrag is afhankelijk van de oppervlakte van de staanplaats. De staangelden worden verhoogd met het percentage van de maximale jaarlijkse huurverhoging voor woonwagenstandplaatsen van 5,0% (bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/woning-huren/vraag-en-antwoord/wat-is-demaximale-huurverhoging-in-2025). Leges Leges zijn vergoedingen voor een produkt dat bij de gemeente wordt aangevraagd of voor een dienst die door de gemeente op verzoek wordt uitgevoerd. In algemene zin worden de legestarieven verhoogd met het inflatiepercentage van 2,1%. Waarschijnlijk worden enkele nieuwe belastbare feiten opgenomen c.q. bestaande belastbare feiten worden gewijzigd in relatie tot onder meer gewijzigde regelgeving. Dit geldt onder andere voor de ventvergunning die als gevolg van de nieuwe Algemeen Plaatselijke Verordening is komen te vervallen. Hiervoor is een ontheffing in de plaats gekomen. Enkele tarieven worden
66
Programmabegroting 2026-2029
eventueel aangepast om een betere aansluiting te krijgen tussen tijdsbesteding van de behandeling van de aanvraag en de hoogte van het tarief. Dit geldt voor de leges rondom huwelijken. Die zijn voor 2025 aangepast maar worden voor 2026 verhoogd naar een kostendekkend niveau. Verder zijn gemeentes gebonden aan de door de rijksoverheid vastgestelde maximumtarieven. Bij de vaststelling van de Legesverordening 2026 (raadsbehandeling in december 2025) worden de definitieve tarieven 2026 vastgesteld. Parkeerbelastingen Parkeerbelasting wordt betaald voor het parkeren van een voertuig op plaatsen die door het college zijn aangewezen als betaald parkeerplaatsen. Tevens wordt parkeerbelasting geheven voor het verlenen van een parkeervergunning. De opbrengsten gaan in de algemene middelen. Overeenkomstig het amendement Begroting 2025 (Herfstakkoord) worden de parkeertarieven voor niet-vergunningparkeren in 2026 verhoogd met gemiddeld 12,5%. Het kostenelement dat gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is voor 2026 met € 3,20 verhoogd tot € 82,00. Voor dit bedrag geldt dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Sinds 1 april 2022 maakt Gouda gebruik van de scanauto van Parkeerservice. Het handhaven op foutparkeren wordt hiermee eenvoudiger.
Het aantal naheffingsaanslagen is door de komst van de scanauto toegenomen en hiermee ook de opbrengst naheffingsaanslagen. Dit leidt er toe dat het bedrag naheffingsaanslag met ingang van 2026 wordt aangepast naar € 45,50.
Programmabegroting 2026-2029
67
4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. overzicht lokale heffingen; 2. overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder. 1. Overzicht lokale heffingen In het onderstaande overzicht staan de geraamde opbrengsten voor 2026. Opbrengstsoort (bedragen x € 1.000)
Geraamde opbrengst 2026
Geraamde kwijtschelding 2026
Geraamde opbrengst 2025
Tarieven 2026
Belastingen en heffingen ozb-eigenaren woningen
11.983
10.913
0,0909%
ozb-eigenaren niet-woningen
6.054
2
5.652
0,4210%
ozb-gebruikers niet-woningen
4.245
4.016
0,3373%
Afvalstoffenheffing
13.762
1.251
14.710
399,00
Rioolheffing eigenaren
11.280
719
11.109
311,27
Rioolheffing gebruikers
10.385
9.599
262,20
Totaal Belastingen en heffingen
57.710
1.972
55.999
Overige belastingen Hondenbelasting
342
328
Parkeerbelasting
6.239
4.469
div
Toeristenbelasting
241
177
2,55
Precariobelasting
355
342
div
Totaal overige belastingen
7.178
0
93,84
5.316
Rechten Leges burgerzaken
1.794
1.769
div
Leges bouwvergunningen
3.146
2.812
div
Leges milieuvergunningen
53
52
div
Leges overig
188
186
div
Marktgelden
150
147
div
Havengelden
137
134
div
Staangelden
96
92
div
Reinigingsrechten
25
25
div
Totaal rechten
5.590
0
5.218
Totaal Lokale heffingen
70.478
1.972
66.533
De geraamde opbrengsten zijn bruto-opbrengsten zonder aftrek van geraamde kwijtscheldingen. De ozb-tarieven zijn nog gebaseerd op de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2024 en een ingeschatte waardeontwikkeling voor 2025. De tarieven worden nog gecorrigeerd op basis van de hertaxatie met peildatum 1 januari 2025. De ozb-tarieven van een niet-woning zijn inclusief een opslag van 7% ten behoeve van het Ondernemersfonds Gouda. Het OFG ontvangt jaarlijks een subsidie van 7% van de ozb-inkomsten van niet-woningen van twee jaar daarvoor. In de begroting 2026 is voor deze subsidie een bedrag van € 592.420 opgenomen. De afvalstoffenheffing is de som van het vaste tarief (€ 354,00) en het variabele tarief op basis van gemiddeld 30 aanbiedingen van 60 liter restafval á € 1,50 (€ 45,00). De geraamde opbrengst afvalstoffenheffing is exclusief de reinigingsrechten bedrijven. 2. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel is de lastendruk in Gouda in het jaar 2026, voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder, aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers van 2025 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden.
Voor de berekening van de ozb 2026 is uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 366.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2025 en een geschatte waardeontwikkeling van 3%). De gemiddelde WOZ-waarde
68
Programmabegroting 2026-2029
voor 2024 is € 356.000. Deze gemiddelde WOZ-waarde is gebruikt voor de berekening van de ozb 2025. Voor het bepalen van het tarief voor afvalstoffenheffing is uitgegaan van het vaste tarief vermeerderd met 30 aanbiedingen van 60 liter zakken. Opbrengstsoort (bedragen x € 1)
2026
2026
eigenaar/ gebruiker
huurder
ozb eigenaar
332,8
Afvalstoffenheffing
399,00
2025 eigenaar/ gebruiker
2025
verschil in %
huurder
eigenaar/ gebruiker
434,40
-8,15%
317,55 399,00
434,40
verschil in % huurder
4,80%
Rioolheffing eigenaar
311,27
Rioolheffing gebruiker
262,20
262,20
256,80
256,80
2,10%
2,10%
1.305,27
661,20
1.313,62
691,20
-0,64%
-4,34%
Totaal
304,87
-8,15%
2,10%
Kwijtschelding Personen met een inkomen op bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In Gouda is kwijtschelding mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelastingen. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75,00 mogelijk. In de praktijk komt kwijtschelding vooral voor bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm is 100%.
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven Onderstaand zijn de kostprijsonderbouwingen van de tarieven voor leges, afvalstoffenheffing, rioolheffing, havengelden, staangelden en marktgelden voor 2026 weergegeven. Conform de financiële verordening en de uitgangspunten beschreven in paragraaf 3.7.5 (Overhead) wordt overhead toegerekend aan de geraamde kostprijs van heffingen en rechten waarmee kosten in rekening worden gebracht. Op deze manier worden alle relevante kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van deze taken meegenomen in dit "gesloten stelsel". Kostenonderbouwing legestarieven uit legesverordening De kostendekkendheid van de leges is in 2025 nader onderzocht en geactualiseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van kostendekkendheid.nl. Een webapplicatie die door een groot aantal gemeenten (meer dan 100) wordt gebruikt. In samenwerking met kostendekkendheid.nl en de diverse deelnemende gemeenten wordt de komende jaren meer onderzoek verricht naar de kostendekkendheid van de leges. Het doel is een hogere kwaliteit van de legesproducten (snellere dienstverlening), meer transparantie en lagere kosten.
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
1.1 Burgerlijke stand
158
131
83,05%
1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart
1.421
1.242
87,44%
1.3 Rijbewijzen
319
281
87,88%
1.4 Verstrekking Basisreg Personen
81
50
61,45%
1.5 Gereserveerd
0
0
0,00%
1.6 Vastgoedinformatie
0
0
0,00%
1.7 Overige publiekszaken
49
39
80,22%
1.8 Gereserveerd
0
0
0,00%
1.9 Bijzondere wetten
155
97
62,48%
1.10 Diversen
9
6
71,94%
Totaal titel 1
2.192
1.846
84,24%
Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Paragraaf 2.1 t/m 2.14
3.962
3.264
82,38%
Totaal titel 2
3.962
3.264
82,38%
Hoofdstuk 2 Omgevingswet Kosten-dekking
Programmabegroting 2026-2029
69
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
3.1 Horeca
111
39
35,02%
3.2 Prostitutiebedrijven
1
1
159,58%
3.3 Winkeltijdenwet
0
0
0,00%
3.4 Organiseren evenement
54
32
58,40%
3.5 Gereserveerd
0
0
0,00%
3.6 Huisvestingswet 2014 en Huisvestingsverordening 2023 Gouda
0
0
0,00%
3.7 Overige besluiten en in dit hoofdstuk niet benoemde besluiten
0
0
0,00%
Totaal titel 3
166
72
43,35%
Lasten taakvelden
Totale baten
Titel 1
2.192
1.846
84,24%
Titel 2
3.962
3.264
82,38%
Titel 3
166
72
43,35%
Totale tarieventabel
6.320
5.182
82,00%
Recapitulatie Titel (bedragen x € 1.000)
Kosten-dekking
Voor de berekening van de kostendekkendheid is gebruik gemaakt van de 'Handreiking kostentoerekening leges en tarieven' (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan worden betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Directe kosten zijn bijvoorbeeld; kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) maar ook automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. In de kolom opbrengsten staan de legesinkomsten van de betreffende dienstverlening. Wanneer de opbrengsten worden afgezet tegen de kosten resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% betekent dat de geraamde lasten hoger zijn dan de geraamde baten. In de tabel is per heffing de mate van kostendekkendheid voor het begrotingsjaar aangegeven. Het is van belang dat de totale legesverordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt.
De maximale kostendekkendheid van 100% geldt dus niet per tarief. Door kruissubsidiëring binnen titels van de legesverordening is het mogelijk om de 'winst' van bepaalde legesproducten te gebruiken om het 'verlies' op andere producten te dekken. Uit de tabel blijkt dat de geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale geraamde lasten van de verordening. Dit geldt ook wanneer de drie titels in de legesverordening individueel worden bekeken. Hoofdstuk 1 is voor 84% kostendekkend. Er is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk worden veroorzaakt door de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. Hoofdstuk 2 is voor 82% kostendekkend. Hoofdstuk 3 is voor slechts 43% kostendekkend. Het betreft echter een klein onderdeel van de legesverordening en bestaat hoofdzakelijk uit evenementen en horeca. De kostendekking van hoofdstuk 3 is laag. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend.
70
Programmabegroting 2026-2029
Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2026 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
Kosten taakveld afval
12.259
Inkomsten excl. heffingen
1.289
Netto kosten
10.970
Toe te rekenen kosten: Overhead
168
Reinigingsinspectie
62
Compensabele BTW
2.562
Totaal kosten
13.762
Opbrengst afvalstoffenheffing
13.762
Dekking
100,0%
Uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing 2026 is 100% kostendekking. Alle kosten die op het taakveld Afval staan, worden betrokken bij de berekening van de heffing. Het betreft hier zowel de kosten van afvalinzameling als van afvalverwerking. Daarnaast worden de kapitaallasten van reeds uitgevoerde investeringen (bijvoorbeeld ondergrondse containers) meegenomen evenals de overheadkosten. De kosten voor kwijtschelding zijn niet meegenomen als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022.
Kostenonderbouwing rioolheffing 2026 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
Kosten taakveld riolering
18.295
Inkomsten excl. heffingen
113
Netto kosten
18.182
Toe te rekenen kosten: Overhead
358
Compensabele BTW
3.986
Totaal kosten
22.526
Opbrengst rioolheffing
21.665
Dekking
96,2%
Voor de berekening van de hoogte van de rioolheffing worden alle lasten verzameld die op het taakveld Riolering staan. Bij Riolering realiseert de gemeente 96,2% kostendekking. Grote kostencomponent binnen Riolering zijn de kapitaallasten van de historische investeringen (rioolvervanging). Daarnaast vormen de kosten van dagelijks en groot onderhoud ook een belangrijke kostencomponent evenals de overheadkosten. De kosten voor kwijtschelding zijn niet meegenomen als gevolg van het aangenomen amendement "verlaging woonlasten" in de Begrotingsraad van 9 november 2022.
Kostenonderbouwing havengelden 2026 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
Kosten taakveld recreatieve havens
755
Netto kosten
755
Toe te rekenen kosten: Overhead
424
Totaal kosten
1.179
Opbrengst havengelden
137
Dekking
11,62%
Programmabegroting 2026-2029
71
Kostenonderbouwing staangelden 2026 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
Kosten taakveld exploitatie woonwagenterreinen
190
Netto kosten
190
Toe te rekenen kosten: Overhead
11
Totaal kosten
201
Opbrengst staangelden Dekking
96 47,76%
Kostenonderbouwing marktgelden 2026 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
Kosten taakveld markten
384
Netto kosten
384
Toe te rekenen kosten: Overhead
134
Totaal kosten
518
Opbrengst marktgelden Dekking
72
150 28,96%
Programmabegroting 2026-2029
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee ook in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het BBV, de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden). De nota risicomanagement en weerstandsvermogen zal begin 2026 worden geactualiseerd.
4.2.2 Belangrijkste conclusies Gemeente Gouda hanteert de volgende financiële uitgangspunten: • een gezonde weerstandsratio in de bandbreedte van ≥ 1 en ≤ 1,4 • een stabiele schuldpositie • een sluitende meerjarige programmabegroting De weerstandsratio is 2,0 in 2026 en kwalificeert als "uitstekend". In de jaren erna neemt de weerstandsratio iets toe. De gemeente beschikt dus over voldoende middelen om onverwachte tegenvallers op te vangen. De hoge schuldpositie is de afgelopen jaren sterk afgebouwd. Met een hoge schuldpositie is de gemeente relatief kwetsbaarder voor rentestijgingen dan gemeenten met een lagere schuldpositie. De netto schuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2026 ongeveer 89% zijn en de jaren daarna oplopen naar ongeveer 98% eind 2029. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG van 130%. De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten (waaronder die samenhangend zijn met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing)), in de periode 2026-2029 volledig worden gedekt door structurele baten.
4.2.3 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit : Benodigde weerstandscapaciteit
4.2.3.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de algemene reserve en het saldo van het begrotingsresultaat, voor zover dit saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve. In onderstaande tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Aangezien het niet zeker is dat de begrote resultaten ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden en aangezien de bestemming van het rekeningresultaat voorbehouden is aan de gemeenteraad, kan het beschikbare weerstandsvermogen wijzigen als gevolg van het daadwerkelijk gerealiseerde resultaat en van besluitvorming in de gemeenteraad. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Algemene reserve per (31/12)
35.960
41.420
43.561
45.862
Begrotingsresultaten (31/12)
4.615
3.998
2.801
4.161
Resultaat 2025 conform 2e berap 2025 (afgerond)
2.200
Beschikbaar weerstandsvermogen per (31/12)
42.775
45.418
46.362
50.023
Dit leidt tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 42.775.000 in 2026. In de oorspronkelijke meerjarenraming waren al mutaties in de algemene reserve opgenomen. Deze zijn eveneens in de bovenstaande tabel opgenomen per jaar, opdat een zuiverder beeld van de ontwikkeling van het beschikbaar vermogen wordt weergegeven. Daarnaast zijn de mutaties die worden voorgesteld in deze programmabegroting meegenomen. Uiteindelijk leidt dit tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 50.023.000 in 2029. Eventueel zouden ook de bestemmingsreserves kunnen worden aangesproken waarvan de bestemming (eenvoudig) kan worden gewijzigd. Dat deel is hier niet meegerekend in het beschikbaar weerstandsvermogen.
Programmabegroting 2026-2029
73
4.2.3.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de boekwaarden, de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s toegelicht, samengevat in een top 10-overzicht. De risico's zijn gekwantificeerd, waarbij een inschatting is gemaakt van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden en de maximaal financiële impact. Belangrijk is dat hier sprake is van inschattingen en de uitkomsten van een kansberekening. De werkelijke uitkomsten zullen hier hoogstwaarschijnlijk in alle gevallen van afwijken. Naam
Omschrijving
Open einde regeling Jeugd
De Jeugdwet is een open-einde regeling en kent daardoor geen Jeugdzorg bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het lopende jaar - in dit geval 2025 - niet toereikend is. Als mitigerende maatregel voor het beheersbaar houden van de kosten voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de WMO is het maatregelenpakket van Berenschot in gang gezet. Voorzichtigheidshalve moet desalniettemin rekening worden gehouden met het risico dat de realisatie van de reeds ingeboekte besparingen die uit het maatregelenpakket voortvloeien een ander tempo kent, dan wel mogelijk tegen valt.
70%
€ 4.000
Museum Gouda
De (klimatologische) conditie van het museumgebouw en depot is Cultuur ondermaats. Zonder meer investeringen nemen de risico’s voor de bedrijfscontinuïteit toe. Mocht dat risico zich voordoen, dan leidt dit tot extra, incidentele kosten voor instandhouding van het gebouw, opslag en overige kosten. Dit kan ook consequenties hebben voor de subsidie aan Museum Gouda.
80%
€ 3.000
Open einde regeling Participatiewet (PW) (BUIG-budget)
De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het Werk en betalen van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en inkomen Loonkostensubsidies. Het BUIG-budget betreft twee deelbudgetten met een verschillende financieringssystematiek; beide zijn open einde regelingen.
70%
€ 3.000
Financieel risico deelbudget bijstandsuitkeringen Het macrobudget voor de bijstandsuitkeringen wordt onder gemeenten verdeeld op basis van het zgn. objectieve verdeelmodel. Jaarlijks wordt het verdeelmodel aangepast (beperkte aanpassing van de variabelen en actualisatie van de data) en wordt het budgetaandeel per gemeente opnieuw bepaald. De omvang van het macrobudget verandert gedurende het jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van het landelijk aantal bijstandsuitkeringen, de werkloosheid, de conjunctuur, beleidseffecten van het Rijk en loon- en prijsbijstellingen. Er zijn drie momenten waarop het deelbudget voor gemeenten wordt vastgesteld door het Rijk: voorlopig (in september jaar t-1, tevens vaststelling budgetaandeel voor dat jaar), nader voorlopig (in mei in lopende jaar) en definitief (eind september in lopende jaar). Afhankelijk van de ontwikkeling van het budgetaandeel, het macrobudget en van de bijstandsvraag in de gemeente bestaat een financieel risico. Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de PW zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen. Voor grote(re) tekorten op het budget is er een vangnetuitkering PW die gemeenten (beperkte) financiële compensatie biedt, met een getrapte vergoeding.
Financieel risico deelbudget loonkostensubsidies (LKS) Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt (sinds 2022) toegekend op basis van de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidie in het voorgaande jaar. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget LKS vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd. Voorlopig zorgt het ministerie ervoor dat het macrobudget LKS voldoende is om de uitgaven aan LKS te dekken. Financiële risico’s voor de gemeente zijn er bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies (bijvoorbeeld bij sterke toename van de inzet in een kalenderjaar) en bij lagere inzet van LKS dan gemiddeld in de andere gemeenten.
74
Programmabegroting 2026-2029
Risicogebied
KansMaximaal percentage (bedragen x 1.000)
Naam
Omschrijving
Risicogebied
KansMaximaal percentage (bedragen x 1.000)
Borg- en garantstellingen Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen Treasury van organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank, dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Het Schouwburgcomplex is een borgstelling met een hoger risicoprofiel dan in voorgaande jaren, en de Cheese Experience met een lager risicoprofiel.
20%
€ 6.600
Inflatie
Door inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, mogelijk meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loonprijsindexatie.
Financiën
50%
€ 2.500
Fiscaliteit
Het onderdeel fiscaliteit binnen gemeenten wordt steeds Financiën complexer en het is een uitdaging om de bewustwording en de kennis breed in de organisatie te brengen en te houden. We zetten hier op in.
30%
€ 3.000
Aansprakelijkheid en nadeelcompensatie
Niet of onvoldoende nakomen van contractuele afspraken en Juridisch toezeggingen, onzorgvuldig handelen of onjuiste toepassing van regelgeving kan ertoe leiden dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor schade. Deze schade kan ontstaan in het openbaar gebied (letselschade, materiële schade, evenementen, etc.). Meestal door handelen of nalaten van de gemeente (onterecht weigeren/verlenen vergunning, werken in de openbare ruimte). Het gaat hierbij om grotere schades die niet worden gedekt door de verzekering (contractuele aansprakelijkheid) of boven de dekking uitgaan.
30%
€ 1.500
40%
€ 1.500
50%
€ 1.000
25%
€ 4.000
De gemeente kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van op zichzelf rechtmatig handelen, bv. door werkzaamheden in het openbaar gebied doordat winkels en/of bedrijven moeilijk bereikbaar zijn (gederfde winst). De drempel om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is relatief hoog zodat de kans van optreden laag wordt ingeschat en het risico niet wordt meegenomen in het berekenen van de weerstandscapaciteit. Stijgende materiaalkosten en krapte op de markt
Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen of op basis Beheer van Uniforme Administratieve Voorwaarden §47 (UAV) afspraken Openbare na aanbesteding. Veel materialen worden schaarser (en duurder) Ruimte en veel aanbieders zitten vaak vol. Hier speelt ook de onzekerheid van de oorlog in Oekraïne en in het Midden Oosten. Prijzen gaan dan omhoog voor lopende en nieuwe beheeren projectaanbestedingen. Het beheerplan Groot Onderhoud en Vervangingsonderhoud (GOVO) is aangenomen met daarin een inflatiecorrectie. Dit zorgt ervoor dat een eventuele prijsstijging geheel of gedeeltelijk regulier kan worden opgevangen.
Verbonden partijen en samenwerking
Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of Verbonden deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld partijen / efficiënter uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de subsidie rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. Per 1 januari 2025 is daar de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland bijgekomen. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de publiekrechtelijke verbonden partijen bedraagt in 2025 op begrotingsbasis € 29,6 miljoen; aan de privaatrechtelijke partijen bedraagt de totale gemeentelijke bijdrage € 19,3 miljoen. Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: uittredingen van deelnemers, een niet-sluitende begroting, het verminderen van bijdragen aan regelingen door het Rijk of daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Maar ook verminderde afname van ondersteunende diensten die we als gemeente leveren, of andere markteisen. Verder kennen we ook het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAOontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen.
Grondbank RZG Zuidplas
Het risico bestaat dat de ontwikkeling van het Middengebied Verbonden (Cortelande) niet van de grond komt, bijvoorbeeld omdat Zuidplas partijen de grondexploitatie niet sluitend krijgt of de bestemming voor wonen en werken niet onherroepelijk wordt. De grondbank kan de gronden dan niet aan Zuidplas verkopen. In een dergelijke situatie zal het maximale risico zijn dat de Grondbank al zijn gronden moet afwaarderen/verkopen tegen agrarische waarde.
Programmabegroting 2026-2029
75
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt hierbij uit op € 7.714.000. De Monte Carlo simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 13.638.000. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd. Het benodigd weerstandsvermogen voor 2026 en verder bedraagt bij het opmaken van deze begroting € 21.352.000.
4.2.3.3 Beoordeling ratio weerstandsvermogensontwikkeling weerstandscapaciteit Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen van de gemeente verkregen. In onderstaand tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Benodigd weerstandsvermogen grondexploitaties
7.714
7.714
7.714
7.714
Benodigd weerstandsvermogen going concern
13.638
13.638
13.638
13.638
Benodigd weerstandsvermogen totaal
21.352
21.352
21.352
21.352
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Beschikbaar weerstandsvermogen
42.775
45.418
46.362
50.023
Benodigd weerstandsvermogen
21.352
21.352
21.352
21.352
2,0
2,1
2,2
2,3
Weerstandsratio
Aangezien de inschatting van het benodigd weerstandsvermogen een momentopname betreft, terwijl het beschikbare weerstandsvermogen meerjarig wordt berekend, rijst de vraag in hoeverre het juist is, om de ratio meerjarig weer te geven. Overwogen kan worden om in komende begrotingen de ratio enkel voor het begrotingsjaar te presenteren, een werkwijze die in steeds meer gemeenten gevolgd wordt. Door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen met de benodigde weerstandscapaciteit kan een kwalificatie worden gegeven over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit. Hiervoor wordt onderstaande tabel gehanteerd. Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen. De weerstandsratio voor Gouda is 2,0. Dit betekent dat de gemeente Gouda uitstekend in staat is om risico's op te vangen.
76
Programmabegroting 2026-2029
4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt ook de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de jaarrekening en begroting. Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
GTK-richtlijn
Netto schuldquote
69,60%
82,40%
89,50%
96,00%
102,90%
97,70% < 90% = minst risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
69,10%
82,10%
89,00%
95,70%
102,40%
97,40% < 90% = minst risicovol
Solvabiliteitsratio
24,40%
21,40%
20,30%
21,20%
20,90%
21,60%
Netto - investeringsquote *) 2025 betreft verwachte realisatie
3,50%
5,90%
6,50%
8,60%
7,90%
5,70% < 0% en > 5% meest risicovol
Structurele exploitatieruimte
1,2%
0,7%
1,8%
2,3%
1,2%
1,5%
Grondexploitatie
5,0%
4,4%
6,70%
6,70%
6,40%
6,00% < 10% = minst risicovol
Belastingcapaciteit
123,6%
127,9%
124,1%
124,1%
124,1%
124,1%
< 20% = meest risicovol
> 0,0% = minst risicovol
> 105% = meest risicovol
4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2026 ongeveer 89% zijn en de jaren daarna oplopen naar ongeveer 98% eind 2029. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de periode 2026 tot en met 2029 neemt de solvabiliteit toe van 20,3% tot 21,6%.