Programmabegroting 2023-2026.pdf
Tekst van het document
Begroting 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
8.081
7.838
7.838
534
482
482
482
5.488
6.087
5.937
5.937
2.4 Economische havens en waterwegen 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Begroting 2024
7.838
Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door diverse gespecialiseerde marktpartijen waarbij de selectie van partijen via aanbestedingen plaatsvindt.
4.3.5 Riolering 4.3.5.1 Beleid In maart 2019 is het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2019-2023 (inclusief een doorkijk en planning over de lange termijn) door de gemeenteraad vastgesteld. Met ingang van 2020 zijn er, door de nieuwe financieringssystematiek , geen investeringsbudgetten Riolering meer opgenomen. Alle lasten worden direct uit de rioolheffing gedekt. De opbouw van de meerjarige kapitaallasten stopt daarmee. Binnen de GRP projecten worden (in het projectgebied) ook de noodzakelijke ophogingen meegenomen en gefinancierd vanuit het GRP. Ook is financiële ruimte gecreëerd voor het uitvoeren van de in december 2019 vastgestelde klimaatadaptatie strategie om de stad weerbaarder te maken tegen de effecten van klimaatverandering
4.3.5.2 Financiële middelen Gebaseerd op het GRP 2019 -2023 is de planning voor de jaaruitgaven en de inkomsten voor de komende jaren als volgt: Bedragen x € 1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Stand 1 januari
13.896
7.611
1.869
-396
Dotatie
5.903
5.564
6.201
5.969
Uitputting
12.188
11.305
8.466
10.229
Stand 31 december
7.611
1.869
-396
-4.657
Programmabegroting 2023-2026
73
4.3.6 Sportgebouwen 4.3.6.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sporthallen, een groot aantal gymzalen en het Groenhovenbad in Gouda. De onderhoudsniveaus zijn vastgelegd in de Nota Sport en Bewegen in Gouda 2017-2022. Sport.Gouda verzorgt voor de gemeente de uitvoering van het groot en dagelijks onderhoud. Dit gebeurt in nauwe samenspraak met de sportclubs. De sportclubs onderhouden zelf de eigen accommodaties. De dienstverleningsovereenkomst met Sport.Gouda loopt in ieder geval nog tot einde 2027. Na deze periode kan, op basis van de evaluatie, besloten worden om met vijf jaar te verlengen.
4.3.6.2 Financiële middelen Sport.Gouda ontvangt van de gemeente een lump-sum bedrag in het kader van de dienstverleningsovereenkomst. Van dat bedrag moet zij het onderhoud van de sportaccommodaties bekostigen. Groot onderhoud Het MJOP is in 2020 opgesteld en loopt tot en met 2029. Tussentijds wordt het geactualiseerd wanneer daar aanleiding toe is. Dagelijks onderhoud Het contractonderhoud (jaarlijkse onderhoudsbeurten van installaties, schilderwerk, servicecontracten) en het klachtenonderhoud maakt deel uit van de meerjarenonderhoudsplannen.
74
Programmabegroting 2023-2026
4.4 Financiering 4.4.1 Waarin geeft de paragraaf financiering inzicht? De paragraaf geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van de financiering op korte, middellange en langere termijn. Deze verwachte ontwikkeling vindt haar grondslag in de volgende gegevens, verwachtingen, het treasurystatuut en (wettelijke) kaders: • de omvang van de verwachte meerjarige financieringsbehoefte • de omvang van het in het coalitieakkoord 2022 vastgelegde schuldenplafond • de renteverwachting • gedeeltelijk afdekken van toekomstig renterisico • kasgeldlimiet en renterisiconorm Onder 2. worden de belangrijkste conclusies uit deze paragraaf financiering samengevat. De gevolgen voor de operationele financiering zijn hieronder in 3. uitgewerkt in beleidsvoornemens voor de korte termijn (2023), de middellange termijn (2024-2026) en lange termijn (2027 en verdere jaren). Tevens wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de bancaire schuld zich naar verwachting meerjarig gaat ontwikkelen en hoe zich dit verhoudt met het schuldenplafond. Ook wordt inzicht gegeven in de verwachte ontwikkeling van de schuldquote. Het investeringsprogramma leidt er toe dat de komende jaren jaarlijks nieuwe financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Daarover moet rente worden betaald. In het tweede kwartaal van 2022 is de rente fors gestegen.
Hoe we beleidsmatig al op dit renterisico hebben geanticipeerd en in de nabije toekomst mee om willen gaan is onder 4. uitgewerkt. Daarnaast dient in de paragraaf financiering een aantal door het BBV voorgeschreven rapportages te worden opgenomen. Deze zijn onder 5. opgenomen.
4.4.2 Belangrijkste conclusies uit de paragraaf financiering De belangrijkste conclusies zijn: • de renteniveaus zijn in het 2e kwartaal 2022 opgelopen • verwacht renteresultaat over 2023 is € 0,7 miljoen positief • meerjarige financiering vindt plaats binnen de wettelijke kaders en het schuldenplafond • de netto schuldquote loopt vanaf 2024 wat op maar blijft ruim binnen de normen die de provincie hieraan stelt • uit hoofde van risicobeheersing worden maatregelen genomen ter beheersing van het renterisico op toekomstig aan te trekken financieringsmiddelen
4.4.3 Beleidsvoornemens 4.4.3.1 Beleidsvoornemens operationele financiering op korte termijn (2023) Hieronder het verloop van de bancaire financiering: Omschrijving
Bedrag
Langlopende financiering Omvang op 1 januari 2023
€ 235 miljoen
Contractuele aflossingen 2023
€ -17 miljoen
Opname langlopende financiering met al in 2021 vastgelegd rentepercentage
€ 10 miljoen
In de tweede helft van 2023 aan te trekken langlopende financiering
€ 12 miljoen
Totaal op 31 december 2023
€ 240 miljoen
Kortlopende financiering Omvang op 1 januari 2023
€ 0 miljoen
In 2023 aan te trekken kortlopende financiering
€ 12 miljoen
Totaal op 31 december 2023
€ 12 miljoen
4.4.3.2 Beleidsvoornemens op middellange termijn (2024-2026) Beleidsvoornemens op middellange termijn (2024-2026) De benodigde omvang van de bancaire financiering wordt naarmate verder in de toekomst wordt gekeken steeds minder betrouwbaar in te schatten. Nu verwachte ontwikkelingen in het investeringsprogramma worden later bijgesteld waardoor het beeld permanent wijzigt. Op basis van de huidige planningen verwachten we in de jaren 2024, 2025 en 2026 respectievelijk € 0 miljoen, € 15 miljoen en € 44 miljoen aan nieuwe langlopende financiering aan te trekken. Eventueel extra benodigde financiering doen we door middel van kortlopende financiering.
Programmabegroting 2023-2026
75
4.4.3.3 Beleidsvoornemens op langere termijn (>2026) Gegeven ons investeringsprogramma zullen in de jaren 2027 en verdere jaren structureel langlopende financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Gegeven de hierboven aangegeven onzekerheden aangevuld met de gevolgen van de verdere ontwikkeling van Westergouwe en de onduidelijkheden rond het kabinetsbeleid op welke wijze gemeenten na 2026 vanuit het gemeentefonds worden gefinancierd is de omvang van de aan te trekken nieuwe langlopende financieringsmiddelen met slechts een beperkte mate van zekerheid in te schatten. Uitgangspunt nu is dat ingaande 2027 jaarlijks € 15 miljoen aan nieuwe langlopende financiering zullen moeten aantrekken. Beheersing van het renterisico van de vanaf 2027 aan te trekken financieringsmiddelen wordt nu nog niet zinvol geacht (zie ook 4.4.4)
4.4.3.4 Meerjarige ontwikkeling bancaire schuld De hierboven onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 vermelde beleidsvoornemens en uitgangspunten leiden tot onderstaande verwachte ontwikkeling van onze bancaire schuldpositie. Tevens is het in het coalitieakkoord 2018 en 2022 vastgelegde schuldenplafond in de grafiek opgenomen.
76
Programmabegroting 2023-2026
4.4.3.5 Meerjarige ontwikkeling schuldquote In het coalitieakkoord 2023-2026 heeft het college aangegeven de schuldquote te blijven gebruiken als monitoringsinstrument. In onderstaande grafiek wordt mede op basis van de hierboven onder 4.4.3.1 tot en met 4.4.3.3 vermelde beleidsvoornemens inzicht gegeven in de tot en met ultimo 2026 verwachte ontwikkeling van de schuldquote en de toetsingskaders (GTK) die de provincie Zuid Holland hanteert. We blijven goed in de buurt van de als veilig gekwalificeerde norm van 90%. Vanwege het investeringsniveau 2025 en 2026 zien we in die jaren de schuldquote iets oplopen.
4.4.4 Beheersing renterisico Omdat we de komende jaren nieuwe financieringsmiddelen moeten aantrekken lopen we het risico van stijgende rente. Indien dit zich voordoet heeft dit een negatieve invloed op het financieel perspectief. In ons treasurystatuut is vastgelegd dat toekomstig renterisico gedeeltelijk wordt afgedekt. (bedragen x € 1 miljoen)
2023
2024
2025
2026
Stand per 1 januari
235
240
233
241
Aflossingen
-17
-17
-17
-18
Nieuwe lening, % al vastgelegd > geen renterisico
10
10
10
0
Nieuwe lening, % nog niet bekend > wel renterisico
12
0
15
44
Stand per 31 december
240
233
241
267
Langlopend
In 2024 wordt van een lopende lening het rentepercentage van thans 3,00% contractueel herzien. Ook over dit bedrag van € 3,7 miljoen wordt renterisico gelopen. In 2025 wordt van een lopende lening het rentepercentage contractueel herzien. Ook over dit bedrag van € 6,6 miljoen wordt renterisico gelopen. Het college is voornemens om in de tweede helft van 2022/eerste helft van 2023 een gedeelte van het hierboven in de jaren 2023 tot en met 2026 gekwantificeerde rentrisico te beheersen. Dit doen we door middel van het aantrekken van leningen met uitgestelde storting. De rentepercentages van de leningen die in 2024 en 2025 worden herzien leggen we ruim voor de contractuele renteherzieningsdatum vast. Het nu al beheersen van renterisico over vanaf 2027 aan te trekken financieringsmiddelen wordt gezien de beperkte betrouwbaarheid van de benodigde omvang en de hoge risicopremies niet zinvol geacht.
Programmabegroting 2023-2026
77
4.4.5 Voorgeschreven rapportages 4.4.5.1 Rente en renteverdeling Voor de begroting 2023 wordt rekening gehouden met € 6,4 miljoen aan te betalen rentekosten (begroting 2022: € 6,5 miljoen). Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal € 6,9 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa (programma’s en voorzieningen) en daarmee doorbelast aan de taakvelden. Aan de grondexploitaties wordt € 0,2 miljoen vergoed. Het verwachte renteresultaat voor 2023 komt op € 0,7 miljoen (2022: € 1,3 miljoen). Dit renteresultaat maakt deel uit van het resultaat van het taakveld treasury. De afname van het renteresultaat ten opzichte van 2022 wordt met name veroorzaakt door een lagere doorbelasting aan de grondexploitaties vanwege de afname van de boekwaarden. Schema rentetoerekening 2023 (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten voor de korte en lange financiering
6.430
De externe rentebaten
-32
Totaal door te berekenen externe rente
6.398
De rente die aan de grondexploitaties wordt worden doorberekend
-191
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Totaal rente grondexploitaties en projectfinanciering
-191
Saldo door te berekenen externe rente
6.207
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen die gewaardeerd zijn op contante waarde
0
Totaal rente over eigen vermogen en voorzieningen
0
De geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
6.207
De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overhead) toegerekende rente (renteomslag)
6.948
Renteresultaat op het taakveld treasury (- betekent voordelig)
-741
In de programmabegroting 2023-2026 zijn voor de verschillende renten de volgende uitgangspunten gehanteerd: Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Omslagrente
2,25%
2,25%
2,25%
2,25%
Rente over boekwaarden grondexploitaties
1,95%
1,95%
1,95%
1,95%
Rekenrente in de grondexploitaties
1,95%
1,95%
1,95%
1,95%
Rekenrente aan te trekken kort geld
1,00%
1,30%
1,60%
1,75%
Rekenrente aan te trekken lang geld
2,50%
2,70%
2,90%
3,00%
De hoogte van de omslagrente, de rente over de boekwaarden van de grondexploitaties en de hoogte van de rekenrente in de grondexploitaties zijn vastgesteld op basis van de voorschriften die het BBV hiervoor stelt. Ten aanzien van de meerjarige ontwikkeling van de omslagrente bestaat het risico dat deze, als gevolg van de ontwikkeling van de renteniveaus waartegen we kunnen lenen, op enig moment naar moet worden bijgesteld. Bij het tweede ijkmoment van 2023 zal een nieuwe analyse van de verwachte toekomstige ontwikkeling plaatsvinden en eventuele budgettaire consequenties, mogelijk ook voor het begrotingsjaar 2023 worden verwerkt. De verwachting is overigens dat de 2,25% omslagrente enige jaren kan standhouden. De rekenrentes voor aan te trekken kort- en lang geld zijn afgeleid van de marktverwachtingen zoals deze golden op 20 september 2022. De verwachting is dat zowel de korte als de lange rente in 2023 op de niveaus van medio 2022 zullen blijven, maar op enig moment nog wel iets zullen gaan oplopen. Vanwege de toenemende onzekerheid in de verdere toekomst is de verwachting dat het oplopen van de rente zich vanaf 2023 zal gaan manifesteren en daarna, zij het marginaal, zal voortzetten.
78
Programmabegroting 2023-2026
4.4.5.2 Kasgeldlimiet Om grote fluctuaties in de rentelasten van de gemeente te vermijden is de omvang van de korte financiering door de wet FIDO begrenst op maximaal 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 0,3 miljoen. Het is hierbij niet toegestaan meer dan twee kwartalen achtereen de kasgeldlimiet te overschrijden. Kasgeldlimiet Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)
Rekening Begroting 2021 ultimo 2022 gemiddeld
Begroting 2023 1e kwartaal
Begroting Begroting 2023 2e 2023 3e kwartaal kwartaal
Begroting 2023 4e kwartaal
Begrotingstotaal (primitief)
300
298
324
324
324
324
In procenten van de grondslag
8,5
8,5
8,5
8,5
8,5
8,5
Kasgeldlimiet
26
25
32
32
32
32
Gemiddelde kortlopende schuld (-/- = schuld, + = tegoed)
23
-17
-14
-21
-19
-21
Vrije ruimte
49
8
18
11
13
11
Bovenstaande tabel toont aan dat de gemeente Gouda de renterisico's op korte schuld beheerst binnen de daarvoor gestelde wettelijke kaders. Bij een eventuele transactie waarbij korte schuld wordt omgezet in lange schuld, beïnvloedt dit de ruimte onder de limiet positief.
4.4.5.3 Renterisiconorm Om grote fluctuaties in de rentelasten bij lange financiering te vermijden is door de wet FIDO bepaald dat een gemeente elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mag aflossen. Doel van de norm is dat gemeenten de renterisico’s over de jaren spreiden. Onderstaand de renterisico’s met betrekking tot de vaste schuld. Omschrijving (bedragen * € 1 miljoen)
2023
2024
2025
2026
Grondslag: omvang begroting per 1 januari Begrotingstotaal
324
310
312
310
Norm (%)
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
65
62
62
62
Aflossingsverplichtingen op vaste schuld
16
17
17
18
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
49
45
45
44
Bovenstaande tabel geeft aan dat het renterisico op de vaste schuld van de gemeente Gouda in de periode 2023 tot en met 2026 ruim binnen de wettelijk gestelde normen blijft.
4.4.5.4 Kredietrisico De gemeenteraad heeft als algemeen uitgangspunt vastgesteld dat alleen leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt. Andere uitzettingen zijn op grond van de Wet Fido niet toegestaan. Eventuele overtollige financiering mag uitsluitend nog worden belegd bij banken die voldoen aan de juiste kredietwaardigheid, de Rijksoverheid of medeoverheden. Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus risicoprofiel) van de tegenpartij bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen worden gelopen vanuit uitzettingen (verstrekte geldleningen, beleggingen) of uit verleende garanties.
Programmabegroting 2023-2026
79
Kredietrisico op verstrekte gelden en borgstellingen Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Rekening 2021
Begroting 2022
Ultimo 2022 Ultimo 2023 Ultimo 2024 Ultimo 2025 Ultimo 2026
Publieke taak Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen
56
43
43
43
43
43
43
Leningen aan woningbouwcorporaties
0
0
0
0
0
0
0
Financiele instellingen (rating A en hoger)
2.361
2.353
2.353
2.353
2.353
2.353
2.353
Overige (semi-)overheidsinstellingen
Prudent beheer
40.000
40.000
0
0
0
0
0
Overige toegestane instellingen
0
0
0
0
0
0
0
Overige niet toegestane instellingen
0
0
0
0
0
0
0
42.417
42.396
2.396
2.396
2.396
2.396
2.396
Totaal
De uitzettingen bij financiële instellingen met een rating van A of hoger betreffen met name uitzettingen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. De uitzetting in ’s Rijks Schatkist die op 1 januari 2022 € 40 miljoen bedraagt zal eind 2022 zijn aangewend ter dekking van de lopende financieringsbehoefte. Naast het verstrekken van kredieten, verleent de gemeente Gouda uit hoofde van de publieke taak in uitzonderlijke gevallen een borgstelling richting derden (voor een toelichting, zie het onderdeel Niet uit de balans blijkende verplichtingen uit de jaarstukken).Het kredietrisico op borgstellingen wordt periodiek gewaardeerd en meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).
4.4.5.5 Liquiditeitenrisico Liquiditeitsrisico is het risico dat er onvoldoende middelen zijn om aan directe betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Dit doet zich voor indien de met BNG Bank overeengekomen kredietlimiet van € 10 miljoen op onze rekening-courant wordt overschreden. Dit risico wordt beheerst door een actief liquiditeitenbeheer dat wordt ondersteund door een permanent onderhouden liquiditeitsplanning met een horizon van ongeveer 2 jaar. Op basis van onderbouwde voorspellingen van de in- en uitgaande geldstromen kan tijdig actie worden ondernomen om tekorten aan te vullen en overschotten uit te zetten. De liquiditeitsplanning wordt ook ingezet als hulpmiddel om de renterisico's te bepalen en het dagelijks saldo te beheren.
80
Programmabegroting 2023-2026
4.5 Investeringen 4.5.1 Inleiding Investeringen leveren een positieve bijdrage aan de fysieke leefomgeving, waardoor de stad voor inwoners, bedrijven en toeristen aantrekkelijk blijft. Daarom blijft het college in de begroting ruimte maken voor zowel investeringen met een economisch als een maatschappelijk nut.
4.5.2 Investeringsrapportage In de begroting wordt jaarlijks een meerjarige investeringsplanning opgesteld. Met dit instrument wordt de omvang van de investeringsbudgetten en de kapitaallasten vastgesteld. Bij iedere programmabegroting wordt een inschatting van de verwachte operationele, investerings- en financieringskasstromen opgesteld, waardoor liquiditeits- en renterisico’s beheersbaar blijven. De kapitaallasten die uit de investeringen voortvloeien zijn meegenomen in de exploitatielasten. Het totaalbedrag aan investeringen per jaar is als volgt. Programma (bedragen x € 1.000)
Omschrijving
Nut
2023
2024
2025
01 Economie, Werk en Onderwijs
1e inr. 4 extra groep Kesper 2020
E
59
0
0
0
IHP 2021-2024
E
18.230
4.190
3.954
242
Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe
E
2.369
65
85
6.414
02 Energie en Klimaat
03 Wonen en Leefomgeving
2026
Renovatie Goudse Waarden
E
621
0
0
0
Vervanging Kade-en Walmuur 2022-2023 20jr
M
3.000
0
0
0
Onderhoudsinvesteringen 2023 Schouwburg
E
454
0
0
0
Rioleringskrediet 2022-2025
H
12.188
11.305
8.466
10.229
Arti Legi
E
1.850
0
0
0
Dubbelzijdig fietspadverb Jamessingel
M
1.545
0
0
0
Duurzame distributie (bestuursrakkoord)
M
2.000
0
0
0
Eurotonde (bestuursrakkoord)
M
3.000
0
0
0
Fietsparkeren (bestuursrakkoord)
M
2.100
0
0
0
Herinrichting Agnietenstraat
M
51
358
0
0
Herinrichting Sportlaan
M
0
20
220
0 0
Klimaatadaptatie (bestuursrakkoord)
M
500
0
0
Kruising Jamessingel/Rijsselseweg
M
2.731
0
0
0
Kwaliteitsverhoging binnenstad Jaarschijf 2023-2025
M
635
640
345
345
Maatr. knelpunt.verkeer en VCP 2020-2025
M
1.705
2.705
205
205
Maatschappelijke Voorzieningen WesterGouwe
E
7.784
8.487
8.487
5.477
Noord-Zuid fiets- en wandelroutes bereikbaar Hoogv
M
1.498
0
0
0
Onderhoudsinvesteringen 2024-2025 Schouwburg
E
0
472
306
306 0
Parkeerplan Gouda 2020
M
19
0
0
Stadhuis 2023 (bestuursrakkoord)
E
5.000
0
0
0
Toegankelijkheid Openbare Gebouwen . 2023 20jr (bestuursrakkoord)
M
2.500
0
0
0
Toegankelijkheid Openbare Ruimte 2023-2026 (bestuursrakkoord)
M
1.500
1.500
1.500
1.500
Verduurz Gem.Vastgoed js 2023-2026 (bestuursrakkoord) *
E
3.333
3.333
3.333
50.000 0
Verv comp bestuur Selectief Toegangsyst
E
0
350
0
verv VRI Goejanverw Fl singel 2017
M
177
227
0
0
verv VRI Graaf Florisweg Zwartew (2018)
M
171
0
0
0
Verv. viaduct Noothoven van Goorstraat40jr
M
6.164
0
0
0
Vervangings investering Openbare Ruimte 2023-2026
M
6.846
7.886
8.165
7.927
Vervanging Kade - en Walmuren 2023 (bestuursrakkoord)
M
512
102
2.864
0
Programmabegroting 2023-2026
81
Programma (bedragen x € 1.000)
05 Cultuur, Sport en Recreatie
06 Leefbaarheid en Veiligheid 07 Bestuur en Organisatie Totaal investeringen 2023 - 2026 * dit zal in de jaren 2026 e.v. worden gefaseerd.
82
Programmabegroting 2023-2026
Omschrijving
Nut
2023
2024
2025
2026
Voetpad door spoorpark
M
0
779
0
0
Buitensport 2023-2026
E
1.081
656
1.884
594
Sporten in de buitenruimte (bestuursrakkoord)
E
500
0
0
0
Vervanging camera toezicht js 2021-2026
E
79
42
44
44
0
0
0
0
491
396
723
707
Automatisering 2022-2025
E
AV middelen (MIVOP 2025)
E
0
0
460
450
90.692
43.514
41.043
84.440
4.6 Bedrijfsvoering 4.6.1 Inleiding Een goede bedrijfsvoering is essentieel in een robuuste organisatie om haar opgaves te realiseren. Een robuuste organisatie betekent dat het fundament stevig staat. Een organisatie met voldoende en vakkundige medewerkers waar ambtelijk vakmanschap centraal staat. Dit begint met een duidelijke stip aan de horizon: wat voor organisatie wil je zijn, wat zijn daarin de belangrijkste waarden en welk gedrag wil je graag zien? Wat is de meest passende inrichting gezien de uitdagingen? Het aantrekken en behouden van medewerkers is een grote uitdaging en vraagt om een goede strategische personeelsplanning. Andere belangrijke speerpunten zijn het versterken van het wijkgericht werken, het verbeteren van het informatiegestuurd werken en een goed werkende financiële functie. Tot slot is de gemeente Gouda een diverse en inclusieve organisatie en werkgever. Deze speerpunten worden hieronder verder toegelicht.
4.6.2 Wat zijn de belangrijkste prioriteiten • Verbeteren financiële functie • Sturen op realisatie • Strategische personeelsplanning • Digitaal en informatie gestuurd werken • Gouden Waarden • Inclusie en diversiteit • Rechtmatigheid • Passende Inrichting
4.6.2.1 Verbeteren financiële functie Doel Het versterken van de financiële functie is en blijft de komende jaren één van de belangrijkste prioriteiten van de gemeente Gouda. Om hier de regie op te voeren is het programma VFF medio 2021 gestart. Het doel van het programma is om de financiële functie organisatie breed en in samenhang te verbeteren. Dit betekent dat financiële processen goed lopen en dat de administratie actueel en betrouwbaar is. Dat de informatievoorziening goed georganiseerd is en het eigenaarschap eenduidig is belegd. Hiermee wordt de financiële functie een drijvende kracht binnen de organisatie. Geruisloos als het goed loopt, zichtbaar wanneer het nodig is. Binnen het programma worden opdrachten uitgevoerd langs drie verbeterlijnen: (1) Kaders & Spelregels, (2) Mens & Organisatie en (3) Processen & Systemen. Hierbinnen wordt een stevig fundament gelegd om de komende jaren de financiële functie verder te professionaliseren en de samenwerking tussen interne organisatie, college, accountant en raad te verbeteren.
Activiteiten 2023 • Het verder uitwerken en aanscherpen van kaderstelling voor bedrijfsvoeringonderwerpen en de implementatie hiervan. • Het optimaliseren van de financiële processen. Dit wordt gedaan door de Planning & Control cyclus verder op orde te brengen en verbeteringen door te voeren bij het opstellen van de P&C producten. • Het verbeteren van de financiële informatievoorziening door bedrijfsvoeringdashboards verder te ontwikkelen; • Het verder ontwikkelen van financiële administratie door implementatie van modules van Key2Financiën en het maken koppelingen tussen Key2Financiën met bestaande systemen. • Het investeren in de ontwikkeling en kwaliteit van medewerkers in de financiële functie zodat de dienstverlening aan het bestuur en de gemeente verbeterd wordt.
4.6.2.2 Sturen op realisatie Doel Een van de ontwikkelpunten in de organisatie is het versterken van de sturing op realisatie op het gebied van zowel personeelskosten (inclusief inhuur), financiën als resultaten. Het sturen op resultaten versterkt de focus met als doel om doelgerichter en doelmatiger te werken. In 2023 ligt daarbij de focus op het inrichten/optimaliseren van de basis voor een goede sturing.
Activiteiten 2023 • Het bouwen van een monitor op het gebied van personeelskosten (op basis van de kostenverdeelstaat). Hiervoor wordt de financiële administratie en de personeelsadministratie gekoppeld worden aan een BI tool om tot optimaal inzicht te komen. • Het inrichten van een goed lopende cyclus op het gebied van financiën realiserenva als onderdeel van het verbeterprogramma Financiële functie. Verbeteren van de budgetbewaking. • Het mede met behulp van deze strakkere bewaking de begroting stapsgewijs te verbeteren op het gebied van reëel ramen.
Programmabegroting 2023-2026
83
• Op basis van de in het uitvoeringsprogramma van het bestuursakkoord te formuleren doelstellingen/ resultaten een goede doorvertaling maken naar activiteiten per organisatieonderdeel • Inrichten van een uniforme wijze van rapportage waardoor de verschillende afdelingen periodiek rapporteren over hun resultaten op bovenstaande onderdelen (personeelskosten, overige budgetten en resultaten).
4.6.2.3 Strategische personeelsplanning Doel Doel van de strategische personeelsplanning is de juiste mensen op de juiste plek. Het wordt ingezet als instrument voor een optimaal haalbare goede bezetting (kwalitatief, kwantitatief) en zichtbaar te maken waar tekorten ontstaan (en dus meer mensen of kwaliteiten nodig zijn) om de ambities van raad en college waar te maken. En zo in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, talent te herkennen en (op termijn) de werkdruk te kunnen verminderen. Leiderschap is daarbij de hefboom. Leidinggevenden voeren met elkaar het goede gesprek over en acteren op de inzet van talenten in de organisatie. Alle afdelingen/leidinggevenden gebruiken eenzelfde instrument waardoor uitwisseling onderling van talenten eenvoudiger wordt.
Activiteiten 2023 • Afronden van de pilot op 3 afdelingen en aanpassen van het SPP instrument • Opstarten van (minimaal) 6 andere afdelingen met dit instrument • Jaarlijkse cyclus opstarten met de afdelingen die in de pilot hebben meegedaan • Actief delen van talent met HR en in de directies (zodanig dat we talentvolle mensen op de juiste plekken kunnen inzetten)
4.6.2.4 Digitaal en informatie gestuurd werken Doel De ambitie van het Geheugen van Gouda is het optimaliseren van de dienstverlening van de gemeente. Hierbij zijn informatievoorziening en onderliggende techniek rand- voorwaardelijke hulpmiddelen. De ambitie om de dienstverlening te verbeteren wordt dan ook gerealiseerd door het op orde brengen van het organisatiegeheugen en door middel van een goed ingerichte informatievoorziening. Het programma gaat daarbij in de basis uit van goed ingericht digitale processen. Digitale processen levert sturingsinformatie (data) op. Deze stuurinformatie geeft de gemeente veel mogelijkheden om haar processen, programma’s en dienstverlening efficiënter in te richten, transparantie te geven over haar handelen, beslissingen op maat te nemen en proactief te kunnen inspelen op de behoeften en uitdagingen in huishoudens, de wijk en de stad. Het doel van “Digitaal en informatie gestuurd werken” is te zorgen de volledige digitalisering van de processen van de gemeente, de juiste opslag en archivering, het waarborgen van de kwaliteit van de data en het werken aan ontsluiten en benutten dan die data voorbovengenoemde doeleinden.
Activiteiten 2023 Projecten 2023 • Het verder uitrollen van zaakgericht werken en uitfasering DMS Verseon • Het plannen en invoeren van de Wet open overheid • Het plannen en invoeren van de Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer • Het aanbesteden van het e-depot met SAMH • Het inrichten van het archiefwaardige Sharepoint online • Plan opstellen voor vindbare informatie (Enterprise search) • Het vervangen van het social intranet • De kwaliteit en ontsluiting van data verbeteren • Ontwikkelen van selfservice Business Intelligence • Starten met pilot datagedreven werken bij een van de afdelingen in de organisatie
4.6.2.5 Gouden Waarden Doel De in 2022 ontwikkelde missie en set aan gouden waarden wordt dagelijks doorleefd op de werkvloer. Iedereen die voor de gemeentelijke organisatie werkt kent de missie en gouden waarden en weet hoe deze in het werk worden vertaald. Dit referentiekader geeft elke keer richting aan het gedrag dat nodig is om ons dagelijkse werk te kunnen uitvoeren én vorm te geven aan de maatschappelijke opgaven waar we als gemeenten voor staan. Leiderschap is hierbij de hefboom. Leidinggevenden tonen voorbeeldgedrag en het goede gesprek hierover wordt in de directies gevoerd. Teams maken het verschil, ofwel teamleden samen.
84
Programmabegroting 2023-2026
Activiteiten 2023 • Inzet MD/leiderschaptraject/ leiderschaps-ontwikkeling. Resultaat: Directie, leidinggevenden en senioren dragen de missie en gouden waarden actief uit en tonen voorbeeldgedrag. • Inzet team ontwikkeling: resultaat: teamleden werken samen aan realiseren van ambities aan de hand van concrete doelstellingen aansluitend bij missie en gouden waarden. • Faciliteren in de ontwikkeling persoonlijk leiderschap individuele medewerkers. Resultaat: Kernwaarden zijn terug te zien in het gedrag van medewerkers. • Faciliteren bij het vertalen van de missie en kernwaarden naar ons dagelijkse werk (gedrag (hoe) en inhoud (wat)).
4.6.2.6 Inclusie en diversiteit Doel De gemeente Gouda is een diverse en inclusieve organisatie en werkgever. Dit betekent dat er inclusief leiderschap getoond wordt, het personeelsbestand divers is samengeteld, mensen met een diverse achtergrond zich uitgenodigd voelen om bij de gemeente te komen werken en hier ook graag blijven werken vanwege het inclusieve werkklimaat.
Activiteiten 2023 • Vervolg inspiratiesessies; D&I cafe; storytelling door collega's (6x); Why van D&I op afdelingsniveau; • Training onbewuste vooroordelen (iedereen); • Training onbewuste vooroordelen en leiderschap (Leidinggevenden en senior medewerkers). • Doorontwikkelen inclusief werven (ook organisatiebreed) ; • Doorontwikkelen inclusief communiceren; Het goede D&I gesprek; hoe voer je een dialoog; meten van D&I neerzetten
4.6.2.7 Rechtmatigheid Per 2023 vervalt het huidige afzonderlijke rechtmatigheidsoordeel in de controleverklaring van de accountant. Deze verantwoording zal onderdeel uit gaan maken van onze eigen Goudse jaarrekening 2023. Deze wijziging markeert de verantwoordelijkheid van het college voor de rechtmatigheid. Het is daarna aan de Raad om de rechtmatigheidsverantwoording van het college te bediscussiëren en te beoordelen. Gouda wil deze wijziging aangrijpen om de bedrijfsvoering verder te versterken. Denk daarbij aan zaakgericht werken, minder controlewerk, slim en veilig gebruik van bestaande systemen en gegevens, verminderen van opslag van gegevens en een focus op bruikbare stuurinformatie. Gouda ziet deze wijziging als een opstap naar meer maatschappelijk effectsturing. Voor Gouda een meerjarige opgave met als doel een bredere verantwoording dan over de rechtmatigheid van uitgaven alleen.
4.6.2.8 Passende inrichting Doel Een inrichting van de organisatie die passend is bij de complexe opgaves waar de gemeente voor staat. Een wendbare en robuuste organisatie met aandacht voor de kwaliteit van de uitvoering. Zodat het reguliere werk door blijft gaan én nieuwe ambities kunnen worden gerealiseerd.
Activiteiten 2023 • Het robuuster maken van de bedrijfsvoering en ondersteuning van het primaire proces. Een robuuste organisatie betekent dat het fundament stevig staat. Dit vraagt om te investeren in het versterken van de organisatie door het aantrekken van nieuwe mensen in 2023. • Het uitwerken van het bestuursakkoord tot een uitvoeringsprogramma 2022 - 2026. Waarbij de ambities worden geprioriteerd en een doorvertaling wordt gemaakt naar de uitvoering. • Het terugbrengen van de externe inhuur. Op plekken waar veel of structureel wordt ingehuurd is de ambitie om dit om te zetten in vaste formatie. Door het inrichten van een projecten- en programmapool. Zodat (complexe) projecten door interne krachten opgepakt kunnen worden. De kennis van complexe projecten en programma’s wordt dan beter geborgd in de organisatie. • In een traject op gebied van samenwerking in het ruimtelijk domein onderzoeken hoe we het werk optimaal kunnen organiseren om resultaten voor de stad te behalen.
Programmabegroting 2023-2026
85
4.7 Verbonden partijen 4.7.1 Inleiding Verbonden partijen zijn samenwerkingspartners van de gemeente waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft en waarin zij daardoor medeverantwoordelijkheid draagt (‘mede-eigenaarschap’). Verbonden partijen zijn gevormd omdat samenwerkingsverbanden kansen bieden voor een efficiëntere, effectieve en/of kwalitatief betere uitvoering. Verbonden partijen kunnen zowel publiekrechtelijke (gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke (stichtingen, verenigingen, NV’s en BV’s) organisaties zijn. In deze paragraaf wordt per verbonden partij weergegeven welk bestuurlijk en financieel belang de gemeente in een verbonden partij heeft en worden de actuele beleidsontwikkelingen benoemd.
4.7.2 Belangrijke ontwikkeling 2023 Wijziging wet WGR Op 1 juli 2022 is de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling in werking getreden. De wijziging heeft als doel om de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling en de kaderstellende en controlerende rol van onder andere gemeenteraden in relatie tot de gemeenschappelijke regeling te versterken. De effecten van de wijzigingswet worden in 2022 en 2023 verder uitgewerkt.
4.7.3 Belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen 4.7.3.1 Regio Midden Holland Inhoudelijk is het netwerk binnen de Regio Midden-Holland georganiseerd langs vijf tafels: (1) economie, onderwijs en arbeidsmarkt, (2) ruimte en wonen, (3) verkeer en vervoer, (4) sociaal domein en (5) duurzaamheid. In toenemende mate doen zich echter opgaven voor die de grenzen van elk van de tafels overstijgen en die vragen om een bredere aanpak en een stevigere verbinding tussen de tafels. Daarvoor is de strategische agenda ‘De kracht van Midden-Holland: regio van verbinding’ opgesteld en is het kernverhaal van Midden-Holland omschreven rond de thema’s groeigebied, bereikbaarheid en economische vitaliteit. In 2023 wordt hier verder uitvoering aan gegeven.
4.7.3.2 ODMH Duurzaamheid Het thema duurzaamheid staat prominent op de agenda bij gemeenten en provincie als gevolg van het VN-Klimaatakkoord van Parijs en de daaruit volgende Klimaatwet en nieuwe EU-afspraken, gericht op het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering. Specifiek voor Gouda geldt daarbij het doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn als stad. De ODMH adviseert en ondersteunt gemeenten bij energietransitie, wettelijke taken energiebesparing bij bedrijven, circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming van de gebouwde omgeving Omgevingswet De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. Bij het opstellen van Omgevingsvisies, gemeentelijke Omgevingsplannen en de provinciale Omgevingsverordening is de bij de ODMH aanwezige expertise en informatie over de fysieke leefomgeving benodigd. De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2023 in werking. De ODMH bereidt zich, gezamenlijk met de opdrachtgevers en ketenpartners, voor op de toekomstige ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden gemeenten bevoegd gezag over de bodem. Verschillende taken worden van de provincie overgedragen naar gemeenten. Dat heeft financiële en juridische gevolgen. De afgelopen jaren is invulling gegeven aan de overdracht van bodemtaken om deze vanaf 1 januari 2023 uit te voeren.
Zorgpunt is (het gebrek aan voldoende) overdracht van middelen naar gemeenten voor deze taken. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen treedt tegelijk in werking met de Omgevingswet. Gemeente behouden naast de handhavingsbevoegdheid ook de bevoegdheid tot het uitvoeren van toezicht. Dit omdat de handhavende taak alleen uitvoerbaar is als ook kan worden waargenomen en beoordeeld of tot interveniëren moet worden overgegaan. Verder treedt de wet alleen in werking als er voldoende waarborgen zijn, bv. ten aanzien van het digitale stelsel DSO, zodat de afhandeling van bouwaanvragen onder het nieuwe stelsel hiervan geen hinder ondervindt. Interbestuurlijk Programma VTH: In navolging van o.a. Het rapport van de Commissie Van Aartsen wordt gewerkt aan het doorvoeren van verbeteringen in het VTH-stelsel. Focus daarbij ligt op het bestrijden van milieucriminaliteit. De ODMH, evenals de 4 andere omgevingsdiensten van Zuid-Holland participeren in het IBP.
4.7.3.3 Groenalliantie Midden-Holland en omstreken Het primaire belang van Groenalliantie is de bescherming van de belangen van natuur, recreatie en landschap in de natuuren recreatiegebieden conform de doelstelling in de Gemeenschappelijke regeling. De natuur- en recreatiegebieden van Groenalliantie maken onderdeel uit van een groter groen recreatief netwerk en zijn van groot recreatief belang voor Gouda en haar directe omgeving. In alle gebieden van Groenalliantie Midden-Holland zijn in 2022 verbeteringen en aanvullingen in de recreatieve voorzieningen uitgevoerd. De uitvoeringstaken van de Groenalliantie worden tussen 2019 en 2026
86
Programmabegroting 2023-2026
uitgevoerd door samenwerkingspartner Staatsbosbeheer. Dit maakt onderdeel uit van de op 12 december 2018 afgesloten samenwerkingsovereenkomst. Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 & Uitvoeringsagenda Eind 2021 is het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 vastgesteld. Groenalliantie zet met het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 de koers uit voor de komende 10 jaar als vervolg op de omvangrijke en succesvolle Kwaliteitsimpuls Groenalliantie. Het Ontwikkelplan (2021) geeft de richting en kaders aan voor het strategisch en tactisch handelen van het bestuur ten aanzien van investeringen, meerjarig beheer, omgang met maatschappelijke vraagstukken en samenwerking met andere partijen (waaronder de horizontale samenwerking met Staatsbosbeheer). Het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 gaat vergezeld van een meerjarige investeringsagenda. De agenda bevat onderzoeken, verkenningen en uitvoerings-/ inrichtingsprojecten die invulling geven aan de opgave om de gebieden op het gebied van natuur en recreatie verder te versterken. Groenalliantie geeft hiermee invulling aan de gebiedsopgaven en ontwikkelingsperspectieven. De investeringsagenda kent een looptijd van vijf jaar (2022-2026), maar heeft een dynamisch karakter.
Duurzame en klimaatadaptieve gebieden Naast gebiedsgerichte investeringen wil de Groenalliantie in 2023 positief bijdragen aan bredere opgaven zoals gezondheid, biodiversiteit, de energietransitie en klimaatadaptatie. Zo kunnen de natuur- en recreatiegebieden een bijdrage leveren aan de infiltratie van regenwater en het verhogen van de biodiversiteit. Daarvoor wordt een duurzame balans gezocht tussen natuur en recreatie waarbij het uitgangspunt is dat de natuurwaarden, waterkwaliteit en biodiversiteit toenemen in de komende jaren. Ook wordt er gezocht naar de mogelijkheden om op kleine schaal meer duurzame energie op te wekken. De opgaven zoals benoemd in het Ontwikkelplan worden opgepakt en samen met gebiedspartners en maatschappelijke partijen uitgewerkt. Er is nog altijd geen duidelijkheid over de financiële bijdrage die de provincie in 2026 e.v. gaat leveren voor (het beheer van) natuur en recreatiegebieden door schappen. Dit is onderdeel van lobby.
4.7.3.4 Promen Met Promen is het ‘Hoofdlijnenbesluit 2018-2025’ afgesloten. Hiermee is een financiële en juridische knip ingevoerd tussen de GR Promen (uitvoering Sociale Werkvoorziening) en de onderliggende BV die de Participatiewet dienstverlening uitvoert. De BV die de PW-dienstverlening uitvoert (re-integratiemodules, diverse arbeidscontracten zoals ‘Beschut Werk’, Garantiebaan en Regulier contract) heet ProWork. Jaarlijks maakt de gemeente Gouda maatwerkafspraken met Prowork. Voor de WSW, die wordt uitgevoerd door Promen, zal de kostprijs per WSW-fte de komende jaren stijgen. Daarnaast neemt het aantal WSW’ers af. Om te voorkomen dat de exploitatietekorten toenemen, zullen, daar waar mogelijk, optimalisaties in de formatie staf en leiding en de overige bedrijfskosten worden doorgevoerd. Beide onderdelen (Promen en ProWork) zorgen ervoor dat – buiten onverwachte wijzigingen in wet- en regelgeving - er geen grote begrotingstekorten te verwachten zijn.
4.7.3.5 Hecht (voorheen RDOG) Programma RDOG 2024. Het veranderprogramma Hecht24 is een programma gericht op een vereiste organisatieontwikkeling binnen Hecht, en de samenwerking met haar doelgroepen, opdrachtgevers en ketenpartners. De ambitie van het programma is Hecht te ondersteunen om in 2024 een wendbare, moderne en klantgerichte organisatie te zijn. Dat zij kan meebewegen met veranderingen in de maatschappij en met integrale gezondheidsdeskundigheid kan blijven bijdragen aan een gezonder en veiliger Hollands Midden. Voor een gerichte focus bestaat dit programma uit drie programmalijnen: Datagedreven en E-health, Organisatieontwikkeling en Strategisch Vermogen. In 2022 is de strategische koers voor Hecht op inhoud helder en afgestemd met het (nieuw geformeerde) algemeen bestuur. Het proces wat doorlopen is om tot deze strategische koers te komen wordt geëvalueerd en geborgd. Binnen Hecht24 zal de nieuwe managementfilosofie en het gedachtengoed op leiderschap verder worden gebracht naar het operationeel management en de professionals. Voor beide onderdelen van Hecht zijn trajecten ontwikkeld die leiden naar een (continu) lerende organisatie en een professionele cultuur. Programma GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden) Jeugdgezondheidszorg.
In 2022 loopt een pilot “Pluis – niet pluis” waarin wordt onderzocht of het mogelijk is een deel van de taken betreffende de dienstverlening aan 0-4 jarigen, over te dragen van de jeugdarts naar de jeugdverpleegkundige. Deze pilot wordt uitgevoerd op basis van een advies van een werkgroep Taakverschuiving, bestaande uit diverse artsen, verpleegkundigen en assistenten werkzaam in de JGZ. Aanleiding zijn landelijke strategische ontwikkelingen als programma Kansrijke Start, technologische (digitale) ontwikkelingen, veranderingen in de opleiding van artsen die gevolgen hebben voor hun vakmanschap en krapte op de arbeidsmarkt. In het najaar van 2022 staat de evaluatie van deze pilot gepland. Als deze pilot positief wordt geëvalueerd en alle JGZ-teams geschoold moeten worden, duurt de totale omzetting tot en met 2025. Een positief besluit geeft ook een verschuiving in de formatie artsen en verpleegkundigen, op dit moment geraamd op een daling (via natuurlijk verloop) van 9,2 fte artsen en een toename van 9,5 fte verpleegkundigen in 2025.
Programmabegroting 2023-2026
87
Gezondheidsbescherming en toezicht. De opdracht van het bestuur is om in 2023 door te gaan met de werkzaamheden op basis van eerdere opdrachten. Er is in de begroting 2023 voor gezondheidsbescherming en toezicht daarom geen sprake van taakuitbreidingen of taakinkrimping. Tussentijds worden inhoudelijke accenten gelegd in de taakuitvoering op basis van actuele ontwikkelingen, landelijk beleid of vragen van gemeenten. Deze tussentijdse wijzigingen zijn voor gemeenten in principe kostenneutraal. Gezondheidsbevordering en Onderzoek. De resultaat verantwoordelijke eenheid Gezondheidsbevordering en Onderzoek geeft invulling aan Groepsgerichte monitoring (epidemiologie), Advisering Publieke Gezondheid, Gezondheidsbevordering 0-100, CJG-dienstverlening. Elk van deze 4 hoofdtaken kent een basisopdracht en een deel maatwerkafspraken in opdracht van bepaalde gemeenten. Over het algemeen is daarbij sprake van subsidierelaties met gemeenten. Ook is sprake van diverse (onderzoeks-)projecten die worden bekostigd uit landelijke subsidies (ZonMw/RIVM/VWS etc.) en aanvullende inzet gezondheidsbevordering die wordt bekostigd via scholen en schoolbesturen. Intensivering groepsgerichte monitoring. De onderzoekers van de GGD zijn met diverse gemeenten in gesprek over de mogelijkheden om gegevens beter te benutten bij het vormgeven van gemeentelijk gezondheidsbeleid.
Een van de consequenties voor de GGD’en van de coronacrisis is dat de monitoring van de gezondheidseffecten van de crisis door GGD‘en wordt geïntensiveerd. Een belangrijk onderdeel van deze intensivering is de verdubbeling van de frequentie van de gezondheidsmonitors die zijn gepland voor de komende jaren. In 2023 wordt een reguliere gezondheidsmonitor jeugd uitgevoerd (resultaten in 2024) en komen de resultaten beschikbaar van een extra monitor onder jongvolwassenen en van een extra monitor onder volwassenen en ouderen. Bovendien wordt gewerkt aan een nieuwe landelijk gestandaardiseerde OGGZ monitor. De cijfers worden, vaak op wijkniveau, gepubliceerd via www.eengezonderhollandsmidden.nl. Programma GHOR (Geneeskundige Hulpverlening Hollands Midden). Geen beleidswijzigingen. Programma ZVH (Zorg- en Veiligheidshuis.) De RVE Zorg- en Veiligheidshuis bestaat uit de diensten: Veilig Thuis, Basiszorgcoördinatie Kwetsbare Kinderen, het Meldpunt Zorg en Overlast, het Crisis Interventie Team, het Jeugd Preventie Team en het team Veiligheidshuis. De inhoudelijke doorontwikkeling van het ZVH op interne processen en de positionering in de keten van zorg en veiligheid is een continu (verbeter) proces en gaat ook in 2023 door.
Programma RAV (Regionale Ambulancevoorziening Hollands Midden.) De RAV Hollands Midden verleent ambulancezorg en verzorgt meldkameractiviteiten in de regio Hollands Midden op basis van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Het speerpunt binnen de acute zorg is het bieden van goede zorg op het juiste moment door de juiste hulpverlener op de juiste plaats. Zorgcoördinatie en zorgdifferentiatie zijn hier met name op gericht. In 2023 zijn de activiteiten van de RAV gericht op het voortbouwen op deze ontwikkelingen. Daarnaast is er aandacht voor de doorontwikkeling van het bekwaamheidsbeleid, het vinden, binden en boeien van zorgprofessionals en optimalisatie van de beschikbaarheid en spreiding van ambulances in de regio.
4.7.3.6 Grondbank RZG Zuidplas De Grondbank heeft ca. 300 ha aan grond en opstallen in eigendom. Deze zijn voor het overgrote deel gelegen binnen de gemeente Zuidplas. De gemeente Gouda neemt voor 6% deel in de Grondbank. Op 1 juli 2021 is een koopovereenkomst gesloten tussen de Grondbank en de gemeente Zuidplas, waarin de gemeente Zuidplas de gronden van de Grondbank in eigendom overneemt. De koopovereenkomst zorgt ervoor dat de focus van de Grondbank komt te liggen op het beheren van het grondbezit en daarop aanwezigen opstallen totdat deze door de gemeente Zuidplas worden overgenomen. Het streven is daarbij dat de Grondbank per 31-12-2024 wordt opgeheven.
4.7.3.7 Veiligheidsregio Hollands Midden Belangrijkste aandachtspunten voor 2023 Evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s In februari 2021 heeft het kabinet haar standpunt over de evaluatie Wet veiligheidsregio’s aan de Tweede Kamer aangeboden. In juni 2021 heeft het Veiligheidsberaad een position paper wetsevaluatie verzonden naar de leden van de Tweede Kamer, vooruitlopend op de parlementaire behandeling in Den Haag. Het Veiligheidsberaad heeft in haar position paper een aantal geprioriteerde en overkoepelende thema’s benoemd: • wijze van invulling gezamenlijke verantwoordelijkheid; • organisatie aanpassen op schaal en type crisis; • positie van de GHOR in de crisisbeheersing; • positie van bevolkingszorg in de crisisbeheersing; • standaarden brandweerzorg/gezamenlijke inhoudelijke opgave brandweer; • informatievoorziening
88
Programmabegroting 2023-2026
De minister van Justitie en Veiligheid wil het rapport evaluatie Wvr in samenhang met de bevindingen uit de Coronacrisis en de (tussen)evaluatie Wet publieke gezondheid bespreken en bij de definitieve standpuntbepaling betrekken. Herverdeling gemeentefonds Momenteel wordt onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na groot onderhoud van het gemeentefonds herijkt. Digitale ontwrichting Op landelijk niveau wordt gewerkt aan een beter(e) informatiepositie en handelingsperspectief voor de besturen van veiligheidsregio’s over het onderwerp digitale ontwrichting. De rol, taken en verantwoordelijkheden van de veiligheidsregio in relatie tot digitale ontwrichting kent meerdere aspecten. Om deze aspecten inzichtelijk te maken wordt gewerkt met het zogeheten cyberkwadrant, langs de assen ‘intern/extern’ en ‘voorkomen/bestrijden’. Dit kwadrant wordt landelijk gebruikt en geeft inzicht in de specifieke inspanningen van VRHM op het gebied van digitale ontwrichting: • Het kwadrant cyberveiligheid (intern/voorkomen). • Het kwadrant cyberweerbaarheid (intern/bestrijden). • Het kwadrant cyberwaakzaamheid (extern/voorkomen). • Het kwadrant cybergevolgbestrijding (extern/bestrijden).
Doorontwikkeling Bevolkingszorg Naar aanleiding van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s vindt aanpassing van de landelijke ambitieagenda Bevolkingszorg plaats. Verdere kwaliteitsverbetering van bevolkingszorg en crisiscommunicatie is nodig omdat in toenemende mate sprake is van het risico op ‘moderne crises’. Die kenmerken zich door een complex, bovenregionaal karakter, met een veelheid aan actoren en kans op maatschappelijke ontwrichting. Deze kwaliteitsverbetering kan worden bereikt door uniformiteit in optreden zodat gemeenten en veiligheidsregio’s beter kunnen samenwerken bij bovenregionale crises. Informatiebeveiliging veiligheidsregio’s De VRHM heeft audits informatiebeveiliging laten uitvoeren op basis van de landelijk vastgestelde 32 Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) normen. Uit deze audits is gebleken dat de VRHM nog niet aan alle BIO-normen voldoet. Het bestuur is hierover ook geïnformeerd. De aandachtspunten uit de audit zijn opgepakt. Tegelijkertijd is door het Veiligheidsberaad het versnellingsprogramma Informatieveiligheid vastgesteld (2021). Het doel van dit programma is om in 2023 te voldoen aan de gehele landelijk BIO-norm (110 normen). Het versnellingsprogramma leidt tot een forse investering van de veiligheidsregio in informatieveiligheid/cyberveiligheid in 2022 e.v. De nieuwe Digitale Agenda Gemeenten 2024 (VNG) wordt hierin meegenomen.
Duurzaamheid Het thema duurzaamheid is onderdeel van het beleidsplan. De VRHM heeft op het onderwerp duurzaamheid het volgende uitgangspunt: niet alleen via duurzaamheid inzetten op het verminderen van onze CO2-uitstoot, maar óók een bijdrage leveren aan een eerlijke en sociale samenleving.
Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 en Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Als alles volgens planning verloopt wordt eind 2022 een nieuw Regionaal Risicoprofiel 2023-2026 vastgesteld. De ambitie richt zich op een tweetal gebieden: de doorontwikkeling van het Regionaal Risicoprofiel als bestuurlijk-strategisch product en de ontwikkeling van een dynamische weergave van de risico’s in de regio. Ook zijn de voorbereidingen voor het opstellen van het Regionaal Beleidsplan 2024 - 2027 gestart. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het nog vast te stellen Regionaal Risicoprofiel 2023-2026. Onderdeel van dit voorbereidingsproces is het opstellen van beleidsuitgangspunten. Deze zullen in het voorjaar van 2023 gezamenlijk met de begrotingsuitgangspunten 2024 aan het bestuur worden aangeboden. Deze beleidsuitgangspunten dienen als basis voor het op te stellen Regionaal Beleidsplan 2024-2027. Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden Bij het opstellen van het Regionaal Beleidsplan 2020-2023 is door het bestuur als financieel kader meegegeven, dat het beleidsplan moet passen binnen de bestaande programmabegrotingen van de VRHM en de GHOR. Dit is dan ook het uitgangspunt, waarbij wel het belang van een waardevaste programmabegroting voor de huidige en toekomstige taakuitvoering wordt benadrukt.
Op basis van het principe van ‘nieuw voor oud’ zullen noodzakelijke beleidsontwikkelingen zo veel als mogelijk worden gerealiseerd. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld als gevolg van autonome of exogene ontwikkelingen, wordt het bestuur hierover tijdig geïnformeerd.
Programmabegroting 2023-2026
89
De bronnen voor de financiering in 2023 van de Veiligheidsregio Hollands Midden zijn: • Gemeentelijke bijdragen van 18 gemeenten € 53.584.994 (87,7%) • Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding) € 6.539.838 (10,7%) • Overige baten € 944.800 ( 1,6%) • Totaal € 61.069.632 Veiligheidsregio Hollands Midden wordt als gemeenschappelijke regeling met name gefinancierd door de deelnemende gemeenten (€ 53,6 mln., € 65,80 per inwoner). Daarnaast levert het Rijk door middel van een Rijksbijdrage (€ 6,5 mln.) een financiële bijdrage. De Rijksbijdrage is een specifieke uitkering die door het Ministerie van Justitie en Veiligheid rechtstreeks aan de veiligheidsregio’s wordt uitgekeerd. De regio’s ontvangen één bedrag (lumpsum) voor een aanvulling in de bekostiging van de taken op de beleidsterreinen. Het financiële kader betreffende indexering en eventuele algemene taakstelling voor 2023 wordt gevormd door de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2023, opgesteld door het financieel overleg van gemeenten in HollandsMidden onder voorzitterschap van wethouder Michiel Bunnik (Gouda). 1. De toegestane prijsindexatie voor 2023 bedraagt 3,7% voor beloning werknemers en 2,5% voor netto materieel. Voor de VRHM betekent dit een (gewogen) indexering van de gemeentelijke bijdragen van 3,28% t.o.v. 2022. 2.
De taakstelling bedraagt voor de begroting 2023 0,0% ten opzichte van 2022. In de gehanteerde systematiek van de FKGR wordt de indexering voor 2023 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2021 en 2022. De indexering voor 2023 wordt vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2021 (de grondslag voor de septembercirculaire 2021). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2023 bijna twee jaar van tevoren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden. De inzichten uit de septembercirculaire 2021 met betrekking tot 2021 en 2022 wordt gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2023.
4.7.3.8 Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland Algemeen De gemeente Gouda neemt vanaf de oprichting sinds 1 januari 2011 deel in de gemeenschappelijke regeling BSGR. De BSGR verzorgt namens de gemeente de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en inning van gemeentelijke belastingen. Deelnemersbijdrage De deelnemers betalen een jaarlijkse bijdrage (deelnemersbijdrage) op basis van de vastgestelde verdeelsleutels zoals aantal objecten, aantal aanslagen en aantal heffingen. De bijdrage voor 2023 is geïndexeerd ten opzichte van 2022. Het percentage is bepaald door de indexatie voor lonen en prijzen op basis van de verwachting prijsoverheidsconsumptie van het CPB in de septembercirculaire. De berekende deelnemersbijdrage is een voorschot. Na afloop van het jaar vindt een afrekening plaats gebaseerd op de doorrekening van de werkelijke cijfers in het kostprijscalculatiemodel (het werkelijk aantal aanslagen, aanslagregels, getaxeerde objecten). Ontwikkelingen 2023 Digitalisering en basisregistraties zorgen ervoor dat de kosten voor de uitvoering van de belastingheffing en de waardebepaling nog steeds stijgen. Dit in tegenstelling tot de verwachting dat het juist zou leiden tot meer efficiency en lagere kosten. Hoge eisen aan beveiliging en privacy en ontwikkelingen zoals het aanbieden van diensten in de could, robotisering/artificiële intelligentie zorgen voor kostenstijging.
Opschaling van het aantal deelnemers aan de BSGR kan kostenvoordelen bieden en kan ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers. Informatiebeveiliging en privacy bijvoorbeeld vragen om speciale kennis en expertise. Naast opschaling kan het samengaan met een ander belastingkantoor ook wenselijk zijn. De SVHW, RBG en BSGR hebben onlangs aangegeven nauwer met elkaar te willen gaan samenwerken, in eerste instantie op het gebied van ICT. Kostenstijging als gevolg van bezwaarafhandeling. De kosten voor bezwaarafhandeling nemen nog steeds toe als gevolg van de grote hoeveelheid bezwaren die worden ingediend door no cure no pay bureaus. Op landelijk niveau wordt geprobeerd om dit te veranderen zodat de kosten zullen dalen. In februari 2021 is een onderzoeksrapport uitgekomen van Coelo over de effecten van no cure no pay op de uitvoering van de Wet WOZ. Hieruit blijkt dat er voor no cure no pay bedrijven een financiële prikkel is om zoveel mogelijk bezwaarschriften in te dienen, ongeacht de slagingskans. Ondanks de nieuwe inzichten heeft dit helaas nog niet geleid tot maatregelen die ervoor zorgen dat de kosten minder worden .
Wijziging belastingstelsel van de waterschappen en herziening gemeentelijke belastinggebied In het rapport dat onderdeel is van het pakket Bouwstenen voor een beter belastingstelsel geeft de werkgroep Herziening gemeentelijk belastinggebied aan dat een verschuiving van 4 of 6 miljard euro aan rijksbelastingen naar het gemeentelijk
90
Programmabegroting 2023-2026
belastinggebied gemeenten meer autonomie geeft om hun eigen keuzes te maken. Naast de genoemde verschuiving wordt gesproken over een aanpassing van de grondslag voor de OZB en modernisering en uitbreiding van de overige gemeentelijke belastingen. Dit zal consequenties hebben voor de uitvoeringstaken van de BSGR. Het heffen en innen van een breder gemeentelijk belastingscala zal leiden tot hogere uitvoeringslasten. De inwerkingtreding van deze wijziging zal niet plaatsvinden voor 2025. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt.
4.7.4 Aspecten jaarrekening 2021 4.7.4.1 Algemene aspecten De gemeente heeft de beschikking over alle vastgestelde jaarrekeningen 2021 van de verbonden partijen inclusief de accountantsverklaringen. In de accountantsverklaringen wordt aandacht besteed aan de continuïteit van de ondernemingen. Per verbonden partij wordt inzicht gegeven in het financieel belang van de gemeente en wordt aandacht besteedt aan het financieel risico. Daarbij is uitgangspunt dat de verbonden partij zelf zorgt voor borging van haar financiële risico's middels een weerstandsvermogen. Dit om te voorkomen dat deelnemende gemeenten in verbonden partijen financiële nadelen moeten bekostigen.
4.7.4.2 Specifieke aspecten Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen 2012.
4.7.5 Beleidskader Het BBV en daaruit voortvloeiende richtlijnen geven specifieke voorschriften mee over aspecten inzake verbonden partijen. Voorschrift is dat gemeenten in de paragraaf verbonden partijen van de gemeentelijke begroting en jaarrekening de visie op en beleid omtrent verbonden partijen opnemen. De visie en het beleid zijn beschreven in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen. De aansturing van de verbonden partijen is onderdeel van de verbetering van de financiële functie. Daarnaast zal de nota verbonden partijen worden geactualiseerd. De verwachting is, dat dit in het najaar van 2022 zijn beslag zal krijgen.
4.7.6 Soort verbonden partijen Er zijn twee soorten verbonden partijen. • publiekrechtelijke verbonden partijen; • privaatrechtelijke verbonden partijen.
4.7.6.1 Publiekrechtelijke verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen met rechtspersoonlijkheid: het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringsorganisatie. Geregeld in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Gouda neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. Regio Midden Holland; 2. Omgevingsdienst Midden-Holland; 3. Groenalliantie Midden-Holland en omstreken; 4. Streekarchief Midden-Holland; 5. Promen; 6. Grondbank RZG Zuidplas; 7. Regionale dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden; 8. Veiligheidsregio Hollands Midden; 9. Belasting samenwerking Gouwe Rijnland.