Programmabegroting 2023-2026.pdf
Tekst van het document
57.495
1.696
55.114
De geraamde opbrengsten zijn bruto-opbrengsten zonder aftrek van geraamde kwijtscheldingen. De OZB-tarieven zijn nog gebaseerd op de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2021 en moeten dus nog worden gecorrigeerd op basis van de hertaxatie met peildatum 1 januari 2022. De OZB-tarieven van een niet-woning zijn inclusief een opslag van 7% ten behoeve van het Ondernemersfonds Gouda. Het OFG ontvangt jaarlijks een subsidie van 7% van de OZB-inkomsten van niet-woningen van twee jaar daarvoor. In de begroting 2023 is voor deze subsidie een bedrag van € 542.607,94 opgenomen. De afvalstoffenheffing is de som van het vaste tarief (€ 347,55) en het variabele tarief op basis van gemiddeld 30 aanbiedingen van 60 liter restafval á € 1,50 (€ 45,00). De geraamde opbrengst afvalstoffenheffing is exclusief de reinigingsrechten bedrijven. 2. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder In onderstaande tabel is de lastendruk in Gouda in het jaar 2023 voor zowel een eigenaar-gebruiker als een huurder aangegeven. Ter vergelijking zijn de cijfers van 2022 toegevoegd. Zoals gebruikelijk in het woonlastenoverzicht worden hierbij de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen betrokken. Verder is als uitgangspunt genomen een meerpersoonshuishouden.
Voor de berekening van de OZB 2023 is uitgegaan van een woning met een WOZ-waarde van € 276.000 (gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Gouda in 2022). De gemiddelde WOZ-waarde voor 2021 is € 245.000. Deze gemiddelde
Programmabegroting 2023-2026
57
WOZ-waarde is gebruikt voor de berekening van de OZB 2022. Voor het bepalen van het tarief voor afvalstoffenheffing is uitgegaan van het vaste tarief vermeerderd met 30 aanbiedingen van 60 liter zakken. De tarieven voor afvalstoffenheffing zijn na de begrotingsraad van 2022 éénmalig verlaagd. De stijging van de woonlasten geven ten opzichte van de begroting 2022 na wijziging wellicht een vertekend beeld. Daarom zijn onderstaand 2 overzichten opgenomen. Eén overzicht waarbij de oorspronkelijke begroting 2022 wordt vergeleken met de begroting 2023 en één overzicht waarbij de begroting 2022 na wijziging wordt vergeleken met de begroting 2023. Opbrengstsoort (bedragen x € 1)
2023
2023
eigenaar/ gebruiker
huurder
OZB eigenaar
242,86
Afvalstoffenheffing
392,55
2022 eigenaar/ gebruiker
2022
verschil in %
huurder
eigenaar/ gebruiker
344,50
13,95%
237,40 392,55
344,50
verschil in % huurder
2,30%
Rioolheffing eigenaar
258,50
Rioolheffing gebruiker
253,10
253,10
247,40
247,40
2,30%
2,30%
Totaal
1.147,01
645,65
1.082,00
591,90
6,01%
9,08%
Opbrengstsoort (bedragen x € 1)
2023
2023
2022 na amendement
2022 na amendement
verschil in %
verschil in %
eigenaar/ gebruiker
huurder
eigenaar/ gebruiker
huurder
eigenaar/ gebruiker
317,00
23,83%
OZB eigenaar
242,86
Afvalstoffenheffing
392,55
Rioolheffing eigenaar
258,50
Rioolheffing gebruiker Totaal
252,70
13,95%
2,30%
237,40 392,55
317,00
huurder
2,30%
252,70
23,83%
2,30%
253,10
253,10
247,40
247,40
2,30%
2,30%
1.147,01
645,65
1.054,50
564,40
8,77%
14,40%
kwijtschelding Personen met een inkomen op bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In Gouda is kwijtschelding mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerende zaakbelastingen. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is een maximale kwijtschelding van € 75,00 mogelijk. In de praktijk komt kwijtschelding vooral voor bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm is 100%.
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven De gemeente Gouda hanteert bij de vaststelling van de tarieven voor 2023 een kostendekkende tarifering als uitgangspunt. Onderstaand zijn de kostprijsonderbouwingen van de tarieven voor leges, afvalstoffenheffing en rioolheffing voor 2023 weergegeven. Kostenonderbouwing legestarieven uit legesverordening De kostendekkendheid van de leges is in 2021 nader onderzocht en geheel geactualiseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van kostendekkendheid.nl. Een webapplicatie die door een groot aantal gemeenten (meer dan 100) wordt gebruikt. In samenwerking met kostendekkendheid.nl en de diverse deelnemende gemeenten wordt de komende jaren meer onderzoek verricht naar de kostendekkendheid van de leges. Het doel is een hogere kwaliteit van de legesproducten (snellere dienstverlening), meer transparantie en lagere kosten. Titel 1 Algemene dienstverlening Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
1.1 Burgerlijke stand
104
85
81,61%
1.2 Reisdocumenten en NL ID-kaart
288
281
97,25%
1.3 Rijbewijzen
171
165
96,18%
1.4 Verstrekking Basisreg Personen
50
34
68,25%
1.5 Overige Publiekszaken
34
24
72,06%
1.7 Gemeentearchief
0
0
0,00%
1.9 Geluidshinder
0
0
0,00%
1.11 Huisvestingswet
16
0
0,00%
1.13 Verkeer en Vervoer
95
38
39,78%
58
Programmabegroting 2023-2026
Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
1.14 Leegstandswet
0
0
61,64%
1.16 Kansspelen
0
0
83,29%
1.17 vervallen
0
0
0,00%
1.18 Diversen
3
1
45,99%
Totaal titel 1
762
628
82,44%
Titel2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunnig Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
2.1 Begripsomschrijving
0
0
0,00%
2.2 Vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag
40
43
108,16%
2.3 Omgevingsvergunning
2.630
1.908
72,53%
2.4 Vermindering
0
-3
0,00%
2.5 Teruggaaf
0
-0,3
0,00%
2.6 Intrekking Omgevingsvergunning
0
0
0,00%
2.7 Wijziging omgverg agv wijz project
2
1
64,90%
2.8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
0
0
0,00%
2.9 Omgevingsvergunningen uit de verordening fysieke leefomgeving
51
40
78,53%
3
5
140,72%
2.726
1.993
73,13%
2.10 In deze titel niet benoemde beschikking Totaal titel 2
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Legesverordening (bedragen x € 1.000)
Totale lasten
Totale baten
Kosten-dekking
3.1 Horeca
28
31
3.2 Organiseren evenementen of markten
75
28
108,36% 37,11%
3.3 Prostitutiebedrijven
1
1
81,59%
3.4 Winkeltijdenwet
0
0
0,00%
3.5 vergunning ter bescherming van het ondernemersklimaat
0
0
0,00%
3.6. in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
0
0
0,00%
Totaal titel 3
104
59
56,95%
Lasten taakvelden
Totale lasten
Recapitulatie Titel (bedragen x € 1.000)
Kosten-dekking
Titel 1
762
628
82,44%
Titel 2
2.726
1.993
73,13%
Titel 3
104
59
56,95%
Totale tarieventabel
3.592
2.681
74,63%
Voor de berekening van de kostendekkendheid is gebruik gemaakt van de 'Handreiking kostentoerekening leges en tarieven' (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Alle directe lasten die op de betreffende taakvelden staan worden betrokken in de berekening. Het gaat hierbij om de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Directe kosten zijn bijvoorbeeld; kosten voor afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van de medewerkers van de Omgevingsdienst, perceptiekosten (kosten heffen en invorderen) maar ook automatiseringskosten en uren van medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. In de kolom opbrengsten staan de leges inkomsten van de betreffende dienstverlening. Wanneer de opbrengsten worden afgezet tegen de kosten resulteert de kostendekkendheid. Een kostendekkendheid van minder dan 100% betekent dat de geraamde lasten hoger zijn dan de geraamde baten. In de tabel is per heffing de mate van kostendekkendheid voor het begrotingsjaar aangegeven. Het is van belang dat de totale legesverordening de 100% kostendekkingsnorm niet overschrijdt.
De maximale kostendekkendheid van 100% geldt
Programmabegroting 2023-2026
59
dus niet per tarief. Door kruissubsidiëring binnen titels van de legesverordening is het mogelijk om de 'winst' van bepaalde legesproducten te gebruiken om het 'verlies' op andere producten te dekken. Uit de tabel blijkt dat de geraamde baten van de verordening niet uitgaan boven de totale geraamde lasten van de verordening. Dit geldt ook wanneer de drie titels in de legesverordening individueel worden bekeken. Titel I is voor 82% kostendekkend. Er is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk worden veroorzaakt door de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestande hoogte. Titel II is voor 73% kostendekkend. Titel III is voor slechts 56% kostendekkend. Het betreft echter een klein onderdeel van de legesverordening. De kostendekking voor evenementvergunningen is laag. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend. Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2023 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2023
Kosten taakveld afval
10.520
Inkomsten excl. heffingen Netto kosten
713 9.806
Toe te rekenen kosten: Overhead Kwijtschelding
0 976
Compensabele BTW
2.244
Totaal kosten
13.026
Opbrengst afvalstoffenheffing
13.026
Dekking
100,0%
Uitgangspunt bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing 2023 is 100% kostendekking. Alle kosten die op het taakveld Afval staan, worden betrokken bij de berekening van de heffing. Het betreft hier zowel de kosten van afvalinzameling als van afvalverwerking. Daarnaast worden de kapitaallasten van reeds uitgevoerde investeringen (bijvoorbeeld ondergrondse containers) en de kosten van de kwijtscheldingen afvalstoffenheffing meegenomen. Kostenonderbouwing rioolheffing 2023 Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2023
Kosten taakveld riolering
15.230
Inkomsten excl. heffingen Netto kosten
0 15.230
Toe te rekenen kosten: Overhead Kwijtschelding
0 719
Compensabele BTW
2.965
Totaal kosten
18.915
Opbrengst rioolheffing
18.915
Dekking
100,0%
Voor de berekening van de hoogte van de rioolheffing worden alle lasten verzameld die op het taakveld Riolering staan. Bij Riolering realiseert de gemeente 100% kostendekking. Grote kostencomponent binnen Riolering zijn de kapitaallasten van de historische investeringen (rioolvervanging). Daarnaast vormen de kosten van dagelijks- en groot onderhoud ook een belangrijke kostencomponent. Kwijtscheldingen van het opgelegde gebruikersdeel van de rioolheffing worden betrokken in de kosten van Riool.
60
Programmabegroting 2023-2026
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het BBV, de nota risicomanagement en weerstandsvermogen en de nota reserves en voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).
4.2.2 Belangrijkste conclusies Gemeente Gouda hanteert de volgende financiele uitgangspunten: • een gezonde weerstandsratio (voldoende reserves) • een stabiele schuldpositie • een sluitende meerjarige programmabegroting De weerstandsratio is 2,0 en kwalificeert als "ruim voldoende". De ratio moet minimaal in een bandbreedte van ≥ 1 en ≤ 1,4 bevinden. De gemeente beschikt dus over ruim voldoende middelen om onverwachte tegenvallers op te vangen. De hoge schuldpositie is de afgelopen jaren sterk afgebouwd. Met een hoge schuldpositie is de gemeente relatief kwetsbaarder voor rentestijgingen dan gemeenten met een lagere schuldpositie. De netto schuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2023 ongeveer 84% zijn en de jaren daarna oplopen naar ongeveer 100% eind 2026. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG van 130%. De structurele exploitatieruimte laat zien dat vanaf 2024 de structurele lasten (waaronder die samenhangend zijn met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing)), meerjarig volledig worden gedekt door structurele baten.
4.2.3 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit : Benodigde weerstandscapaciteit
4.2.3.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de algemene reserve, de reserve sociaal domein en het saldo van mutaties in de exploitatiesfeer, voor zover dit saldo wordt toegevoegd aan de algemene reserve of de reserve sociaal domein. De reserve sociaal domein wordt in 2022 afgebouwd naar nul. In onderstaande tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Aangezien het niet zeker is dat de begrote resultaten ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden en aangezien de bestemming van het rekeningresultaat voorbehouden is aan de gemeenteraad, kan het beschikbare weerstandsvermogen wijzigen als gevolg van het daadwerkelijk gerealiseerde resultaat en van besluitvorming in de gemeenteraad. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2023 t/m 2e berap 2022
2024
2025
2026
Algemene reserve per (31/12)
32.537
35.151
41.129
Begrotingsresultaten (31/12)
2.613
5.778
11.437
52.765 814
Beschikbaar weerstandsvermogen per (31/12)
35.151
40.929
52.565
53.579
Dit leidt tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 35.151.000 in 2023. In de oorspronkelijke meerjarenraming waren al mutaties in de algemene reserve en in de reserve sociaal domein opgenomen. Deze zijn eveneens in de bovenstaande tabel opgenomen per jaar, opdat een meer zuiver beeld van de ontwikkeling van het beschikbaar vermogen wordt weergegeven. Daarnaast zijn de mutaties die worden voorgesteld in deze programmabegroting meegenomen. Uiteindelijk leidt dit tot een beschikbaar weerstandsvermogen van € 53.579.000 in 2026
Programmabegroting 2023-2026
61
4.2.3.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de boekwaarden, de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaande tabel zijn de belagrijkste risico’s toegelicht. De risico's zijn gekwantificeerd, waarbij een inschatting is gemaakt van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden en de maximaal financiele impact. Belangrijk is dat hier sprake is van inschattingen en de uitkomsten van een kansberekening. De werkelijke uitkomsten zullen hier hoogstwaarschijnlijk in alle gevallen van afwijken. Risico categorie
Sub aanduiding
Toelichting
Grondexploitaties Bouwplannen en projecten
Risico categorie
Westergouwe
In 2021 is het Masterplan Westergouwe opgesteld. Inmiddels is Westergouwe-II vrijwel afgerond. In het vervolg hierop is gestart met de uitvoering van Westergouwe-III. In deze fase worden in totaal circa 900 woningen gebouwd met maatschappelijke voorzieningen. De risico’s van Westergouwe I en II zijn beperkt. Risico’s betreffen alleen de derde fase: onzekerheid over kosten en opbrengsten. Voor fase IV e.v. lopen archeologische onderzoeken die van invloed zijn op het project.
Spoorzone
Het risico is beperkt. In het gebied liggen twee bouwrijpe kavels: Op de kavel tussen Rabobank en Cinema Gouda start in het 4e kwartaal 2022 de bouw van 156 sociale huurwoningen. Voor de tweede kavel zal eind 2022 het bestemmingsplan voor de hotelkavel in procedure worden gebracht. De start van de bouw is voorzien in het jaar 2023.
Materiele vaste activa
Gouda bezit een voorraad potentiele bouwgronden langs de spoorzone en rondom Westergouwe die in de toekomst geschikt zijn voor bebouwing. Deze gronden worden gefaseerd in exploitatie genomen. De omvang van de ontwikkellocatie en daadwerkelijke bestemming volgt de actuele marktvraag. De percelen langs de spoorzone hebben een kantoorbestemming. De vraag naar nieuwbouwwoningen is momenteel groot. De VON prijzen van woningen stijgen – helaas stijgen ook de bouwkosten. Dit kan in combinatie met de beperkte bouwcapaciteit de grondwaardes onder druk zetten. De waarde van toekomstige bouwgronden hangt samen met het gekozen bouwprogramma. Ambities en aanvullende eisen bepalen de daadwerkelijke grondprijs. Dergelijke eisen zijn grotendeels gemeentelijke keuzes. Marktrisico’s zijn moeilijker te beïnvloeden – wel kan door de gekozen fasering en kleinschalige deelgebieden snel worden ingespeeld op veranderingen in de vraag.
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern Frauderisico
Fraude is het bevoordelen van jezelf of een ander middels opzettelijk Risk & wederrechtelijk handelen. Bepalend voor fraude zijn dus de elementen Compliance / bevoordeling en opzettelijke strijdigheid met wet- en regelgeving. Iedere Control organisatie loopt het risico om slachtoffer te worden van fraude. Om tegen dit risico te wapenen worden beheersmaatregelen getroffen. Desondanks is het risico op fraude niet uit te sluiten. Het frauderisico bestaat uit drie elementen: • incentive/druk: er is een druk ontstaan voor een individu of een organisatie om te gaan frauderen. • gelegenheid: onvoldoende beheersmaatregelen in de organisatie kunnen zorgen dat het voor een persoon of een organisatie(onderdeel) mogelijk is om te frauderen; • houding/rechtvaardiging: de frauderende persoon of organisatie moet het voor zichzelf kunnen rechtvaardigen dat het plaatsvindt
10%
1.000.000
10%
3.000.000
Het risico op fraude is niet verzekerd en is daarom opgenomen in de weerstandsparagraaf. Niet voldoen aan privacy Wetgeving (AVG)
62
Gemeenten verwerken voor de uitvoering van hun taken AVG-Privacy persoonsgegevens. Op grond van de Algemene Verordening Persoonsgegevens zijn gemeenten ertoe gehouden om zorgvuldige verwerking van deze gegevens aantoonbaar te waarborgen. De nieuwe wetgeving is stevig, onder andere door het stellen van hoge boetes. Daarnaast zijn de inhoudelijke eisen streng, zoals het aanstellen van een data protection officer, het uitvoeren van risico-analyses, zogenoemde privacy impact assessments (PIA’s) en het hebben van een actueel verwerkingenregister. Het risico blijft altijd aanwezig dat persoonsgegevens onzorgvuldig worden verwerkt, waaruit datalekken kunnen ontstaan. Dit kan leiden tot financiële schade, zoals opgelegde boetes door de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook kunnen datalekken of
Programmabegroting 2023-2026
Risico categorie
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern incidenten betrokkenen ernstig schaden en kan imagoschade ontstaan voor de organisatie als een lek of incident bijvoorbeeld in de media veel aandacht krijgt. Verzakkingen Risico is dat de gemeente extra kosten moet maken om verzakkingen van Beheer woonwagenlocaties de woonwagenlocaties tegen te gaan. Aantal van de woonwagenlocaties Openbare in eigendom van de gemeente hebben te maken met verzakkingen. Als Ruimte verhuurder zijn wij verantwoordelijk voor een goede woonplek en dus ook een goed ondergrond. Om verzakkingen tegen te gaan worden betonplaten geplaatst. Kosten hiervan zijn circa €100.000 per plek.
70%
400.000
Meerkosten viaduct Verwachte meerkosten op gereserveerd budget (2,8 mln.) De verwachting Beheer Noothoven van is dat de daadwerkelijke investeringskosten hoger zijn dan geraamd. Openbare Goorstraat Hogere materiaal kosten, indexering , overspannen markt, extra Ruimte werkzaamheden.
80%
1.000.000
Stijgende Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen. Veel materialen Materiaalkosten en worden schaarser (en duurder) en veel aanbieders zitten vaak vol. Hier krapte op de markt speelt ook de onzekerheid van de situatie in Oekraine en de stijgende energieprijzen. Prijzen gaan dan omhoog voor nieuwe beheeraanbestedingen en projectaanbestedingen.
Beheer Openbare Ruimte
80%
800.000
Gladheidsbestrijding Het risico op een extreme winter. Extra kosten voor de gemeente doordat Beheer er meer gladheidsbestrijding moet worden uitgevoerd. Openbare Ruimte
40%
150.000
Stormschade
Het risico van zeer zware stormen wat extra kosten voor de gemeente betekent. Zoals het ruimen van bomen en vorstschade.
Beheer Openbare Ruimte
70%
75.000
Brandblusleiding Spoorzone
Een speciale brandblusleiding in de Spoorzone is speciaal aangelegd om Beheer te kunnen bouwen langs het spoor. Onderzoek wordt uitgevoerd of Openbare onderhoud nodig is aan deze leiding. Er is geen rekening gehouden met Ruimte dit onderhoud. Daarmee het risico van onvoorziene kosten.
70%
400.000
Baggerkosten Oostpolder
De gemeente is aangeschreven door het Hoogheemraadschap van Beheer Schieland en de Krimpenerwaard voor het voldoen aan de Openbare onderhoudsverplichting om de sloten die in beheer zijn bij de gemeente Ruimte op diepte houden. Deze kosten zijn niet begroot omdat de sloten eens per 10-15 jaar gebaggerd dienen te worden en niet in openbaar gebied liggen maar wel eigendom zijn van de gemeente. Er wordt onderzoek uitgevoerd naar de hiermee gemoeide kosten. Voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden dient ook onderzoek naar niet gesprongen explosieven (NGE’s) uitgevoerd te worden.
80%
400.000
Uitstel Omgevingswet
Risico is dat de omgevingswet mogelijk opnieuw wordt uitgesteld, maar Ruimtelijk vanuit de landelijke politiek lijkt wel daadwerkelijk gekoerst te op de Beleid invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023. In 2022 zijn nog middelen uit de bestemmingsreserve Omgevingswet beschikbaar voor het opstellen van het Omgevingsplan. Ook voor 2023 zijn in die reserve middelen beschikbaar Bij de 1e en/of 2e Burap 2023 zal gerapporteerd worden indien zich budgetafwijkingen op de post Omgevingswet voordoen. Vanuit een rijksbijdrage septembercirculaire 2022 kan dekking voor eventuele afwijkingen gevonden worden. Ook de Wet Kwaliteitsborging Bouw die 1 januari 2023 in werking treedt brengt risico’s met zich mee.
70%
400.000
Verbonden Partijen Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of Verbonden deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld efficiënter partij/ uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke subsidie invloed en/of financiële belangen. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de verbonden partijen bedroeg in 2021 € 40,3 miljoen.
50%
1.000.000
5%
1.800.000
De gemeente heeft vier woonwagenlocaties in bezit. Met name de locaties aan de Tiendweg en de Goudkade zijn het meest urgent. De investeringsmiddelen zijn mogelijk niet toereikend.
Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: Uittredingen van deelnemers, het verminderen van bijdragen aan regelingen door de overheid, daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Andere markteisen. Daarnaast kennen we ook het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAO ontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen.
Specifieke Uitkeringen (SiSa)
De gemeente ontvangt allerlei specifieke uitkeringen welke verantwoord Control dienen te worden via de systematiek van Single Information Single Audit (SISA). Indien de verantwoording niet of onvoldoende invulling krijgt, loopt de gemeente het risico dat de uitkering niet als een rechtmatige besteding wordt aangemerkt en terugbetaald moet worden. Naast het risico van
Programmabegroting 2023-2026
63
Risico categorie
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern terugbetaling, bestaat er een financieel risico als gevolg van extra werkzaamheden door de accountant en/of ambtelijke inzet. Het aantal SiSa regelingen is 31 met een totale omzet is € 46.150.500. Vorderingen op Het toepassen van bestuursdwang (artikel 5.3.1 Awb) is een van de personen/ bedrijven handhavingsinstrumenten die gemeenten hebben tegen overtredingen zijn niet te innen van de wet en illegale situaties. Het risico bestaat dat de dwangsom vervolgens niet geïnd kan worden. Dit geldt ook voor andere vorderingen die de gemeente heeft op personen of bedrijven.
Financiën
Aansprakelijkheid Niet of onvoldoende nakomen van contractuele afspraken en Bestuur & en toezeggingen, onzorgvuldig handelen of onjuiste toepassing van Management nadeelcompensatie regelgeving kan ertoe leiden dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor schade. Deze schade kan ontstaan in het openbaar gebied (letselschade, materiële schade, evenementen etc.). Meestal door handelen/nalaten gemeente (onterecht weigeren/verlenen vergunning, werken in de openbare ruimte). Het gaat hierbij om grotere schades die niet worden gedekt door de verzekering (contractuele aansprakelijkheid) of boven de dekking uitgaan.
30%
700.000
30%
1.000.000
De gemeente kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van op zichzelf rechtmatig handelen, bv. door werkzaamheden in het openbaar gebied doordat winkels en of bedrijven moeilijk bereikbaar zijn (gederfde winst). De drempel om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is relatief hoog zodat de kans van optreden laag wordt ingeschat en het risico niet wordt meegenomen in het berekenen van de weerstandscapaciteit. Extra uitgaven voor Vluchtelingen uit Oekraïne die naar Nederland reizen, worden ook in opvang Oekraiense Gouda opgevangen. Voor de noodopvang van Oekraiense vluchtelingen vluchtelingen is de voormalig Blokkerlocatie omgezet tot appartementencomplex. Met de opvang gaan veel kosten gepaard. Huisvestingskosten maar ook veel ambtelijke capaciteit. Het Rijk heeft aangegeven de gemaakte kosten te vergoeden. Risico is dat de vergoeding niet toereikend is om alle kosten te dekken. Naarmate de crisis langer aanhoudt kan dit leiden tot een grotere toestroom van vluchtelingen.
Openbare Orde en Veiligheid
40%
1.000.000
Rampen en crises
Openbare Orde en Veiligheid
15%
3.000.000
50%
250.000
Dit risico is de verzameling van alle veiligheidsrisico´s: overstromingen, ordeverstoringen, treinongevallen, terrorisme. Hieronder worden per categorie de belangrijkste risicoś genoemd. Natuur& Milieu: - Overstromingen (omdat Gouda een laaggelegen gebied is en aan een grote rivier ligt) - Extreme weersomstandigheden (droogte, extreme neerslag, windhozen) Voorzieningen: - Verstoring gasvoorziening - Verstoring elektriciteitsvoorziening - Verstoring drinkwatervoorziening Gebouwde omgeving: - Grote branden - Instorting Vervoer - Spoorvervoerincidenten (vervoer gevaarlijke stoffen) - Wegvervoerincidenten Gezondheid: - Pandemie Publieke veiligheid: - Extreem geweld - Verstoring openbare orde
Geheugen van Gouda
Het Geheugen van Gouda is een groots opgezet programma waarbij een ICT centraal organisatiegeheugen wordt opgezet met een focus op zaakgericht werken en centrale opslag van documenten. Belangrijkste risico´s zijn: De capaciteit/ bemensing van het programma. Digivaardigheid van de organisatie, risico dat niet alle medewerkers mee kunnen of willen. Samenhang/ afhankelijkheden met andere programma's (bijv. omgevingswet, sociaal domein). Verantwoordelijkheid/ eigenaarschap van
64
Programmabegroting 2023-2026
Risico categorie
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern het management, bij overdracht van de taken naar de lijn. Afhankelijkheid van leveranciers met vertragingen als gevolg. Bedrijfscontinuiteit
Bedrijfscontinuïteit is gericht op het waarborgen van de voortgang van Faciltair bedrijfsprocessen naar aanleiding van een incident, ramp of calamiteit. Dit zijn traditionele rampen, zoals natuurrampen, brand en diefstal. Zo kan bijvoorbeeld langdurige stroomuitval de continuïteit van de dienstverlening in gevaar brengen. Daarnaast zijn er nieuwe bedreigingen voor de continuiteit van de bedrijfsvoering. Dit zijn criminaliteit, fysiek en cyber terrorisme, bestuurlijke crisis, sabotage, diefstal of verlies van informatie en lekken. Ongeacht de aard en oorzaak van de verstoring of crisis kunnen de gevolgen grote impact hebben en voor de organisatie desastreus van aard zijn.
30%
1.500.000
Open einde regeling WMO
De Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO) is een open-einde regelingen en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is (bijvoorbeeld door demografische ontwikkelingen). WMO doet de gemeente zelf.
30%
250.000
30%
1.000.000
25%
3.000.000
5%
50.000
WMO
Voor de voorzieningen WMO is een abonnementstarief ingevoerd. Door het invoeren van een abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen worden minder eigen bijdragen ontvangen en extra kosten gemaakt door de mogelijke toenemende vraag naar Wmo- maatwerkvoorzieningen. Invoering van het abonnementstarief kan een aanzuigende werking hebben. Informatieveiligheid Cybercrime is een vorm van digitale criminaliteit waarbij internetcriminelen ICT inbreken op bijvoorbeeld een computer, telefoon of het complete netwerk van een organisatie. ICT is bij deze vorm van criminaliteit het doel én het middel. ‘Malware’, ‘ransomware’ en ‘phishing’ zijn de meest voorkomende vormen van cybercriminaliteit. Cybercriminelen gebruiken daarvoor onder meer computervirussen of kwaadaardige en schadelijke software. Bij ransomware worden bestanden ontoegankelijk gemaakt totdat het slachtoffer betaalt. Dit soort aanvallen worden steeds groter en vernuftiger, waarbij bedrijven en organisaties bewust worden aangevallen. Dit kan leiden tot langere uitval van ICT systeem of zelfs financiële schade door het betalen van losgeld. Informatieveiligheid staat en valt met het gedrag van de medewerkers van de gemeente.
Een organisatie kan nog zoveel technische maatregelen hebben genomen, onbewust onveilig gedrag van de medewerkers kan veel schade opleveren, denk hierbij aan het niet herkennen van phishing mails, het niet melden van incidenten waar wel adequaat op gereageerd dient te worden om schade tegen te gaan, kwijtraken van dossiers door het meenemen van informatie buiten de beveiligde zone. Toename beroep op borgstellingen en garanties
Gemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van Treasury organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Borgstellingen met het hoogste risicoprofiel zijn de Schouwburg en de Cheese Experience. Er is een 80% borgstelling verstrekt aan de Stichting Schouwburgcomplex voor de bij de ABNAMRO opgenomen financiering van de Cinema. In beginsel zouden wij door de ABN aangesproken kunnen worden tot het voldoen van de 80% van de rente- en aflossingsverplichtingen. Indien dat gebeurt ontstaat een vordering van Gouda op de Schouwburg met daarbij de vraag of deze vordering ooit zal kunnen worden voldaan. Indien als gevolg van de tegenvallende inkomende geldstromen de Cheese Experience niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen kan voldoen zouden wij door de kredietverstrekker (BNG) aangesproken kunnen worden deze verplichting over te nemen. Indien dat gebeurt ontstaat een vordering van Gouda op de Cheese Experience met daarbij de vraag of deze vordering ooit zal kunnen worden voldaan.
Borgstelling via het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en WSWborgstellingen voor woningcorporaties
Dit risico betreft aan particulieren en aan woningcorporaties verstrekte Treasury geldleningen waarvoor waarborgfondsen optreden als borg; de gemeente fungeert als achtervang (als secundaire of tertiaire zekerheid). De gemeente zal pas op deze borgstellingen worden aangesproken als het garantievermogen van de waarborgfondsen onvoldoende is om de betalingsverplichtingen voor rente en aflossing van de gewaarborgde geldleningen over te nemen van de in gebreke blijvende instelling.
Programmabegroting 2023-2026
65
Risico categorie
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern De kans dat de gemeente op deze achtervangpositie wordt aangesproken, wordt zeer klein geacht. Indien dat toch gebeurt, zal de aanspraak eerst op basis van 50/50 worden verdeeld tussen Rijk en gemeenten waarna het deel dat aan de gemeenten wordt toebedeeld op basis van een bepaalde verdeelsleutel wordt omgeslagen naar de deelnemende gemeenten. Het eventueel voor Gouda resterende deel zal nooit meer zijn dan globaal 5% van het garantiebedrag en bestaan uit het verstrekken van een renteloze lening aan het betreffende waarborgfonds. Het eventuele netto verlies voor de gemeente bestaat derhalve uit derving van rentevergoeding op de verstrekte renteloze geldlening. Saldo Betreft het taakveld treasury: financieringsfunctie Volumerisico is het risico dat er een mismatch is tussen de werkelijke en valt lager uit dan de begrote financieringsbehoefte. Als het werkelijk investeringsniveau begroot lager uitvalt dan ingeschat leidt dit tot een intern rentenadeel, doordat er minder doorbelast kan worden aan het betreffende project. Voor het onttrekken van geld, betaalt de gemeente een vergoeding (rente). De rente wordt vervolgens intern doorbelast aan het betreffende project of dienstonderdeel. Voor het doorbelasten wordt een omslagrente gehanteerd en gefixeerd in de begroting. Dit brengt financiële- en beheerstechnische risico's met zich mee.
Het BBV schrijft voor op welke wijze de omslagrente moet worden berekend. Vanaf 2020 bedraagt deze 2,25 %.
Treasury
90%
100.000
Stijgende Rente
Financiën
30%
500.000
Lagere uitkeringen Tot en met 2025 bestaat het risico dat de inkomsten vanuit het Rijk lager Financiën vanuit het Rijk uitvallen dan in de begroting is geraamd. Vanwege de normeringssystematiek in het gemeentefonds (trap-op-trap-af) werken lagere bestedingen op rijksniveau met vertraging door in de uitkering uit het gemeentefonds. Voor de gemeente is het bijna onmogelijk daar tijdig op in te spelen. Lagere inkomsten zorgen voor een tegenvaller in de begroting. Om deze tegenvallers op te vangen moeten andere inkomsten worden verhoogd of kosten worden verlaagd.
50%
2.500.000
70%
3.000.000
60%
500.000
80%
3.000.000
Het risico is dat de rente, die wij eventueel straks in toekomst moeten gaan betalen hoger gaat worden, dan waar in de (huidige) begroting 2021 - 2024 rekening mee gehouden is.
Het kabinet heeft besloten om vanaf 2026 de trap-op-trap-af-systematiek te beëindigen en het accres van het Gemeentefonds vast te stellen op € 840 miljoen boven op de stand uit de Miljoenennota 2022. De inkomsten uit het gemeentefonds zullen vanaf dat jaar aanzienlijk lager uitvallen, maar het risico op lagere rijksuitkeringen neemt daardoor af. Hiermee samenhangend is het van belang om op te merken dat Rijk, IPO en VNG in een gezamenlijk proces werken aan een nieuwe financieringssystematiek van de medeoverheden vanaf 2026. Ten tijde van het opstellen van de voorliggende begroting 2023 – 2026 is nog geen beeld van de mogelijke financiële effecten voor de gemeente. Open einde regeling Jeugd
De Wet Jeugdzorg is een open-einde regelingen en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het betreffende jaar niet toereikend is. Jeugd advisering wordt door de Sociaal Teams uitgevoerd. Er wordt met lokale en regionale partners samengewerkt, waarbij gemeente Gouda maatwerkvoorzieningen levert en optreedt op als financier.
Jeugdzorg
Extra groei , bovenop de geraamde groei, van de jeugdzorguitgaven blijft een risico. Als de zorgvraag hoger ligt dan geraamd is de gemeente wettelijk verplicht deze te leveren. Open einde Het PW-budget (v/h WWB BUIG-budget) is voor de gemeente Gouda Werk en regeling sinds 2011 onvoldoende gebleken om de uitkeringen in het kader van de inkomen Participatiewet (Pw- Participatiewet te betalen. Kenmerkend voor dit budget is dat deze een budget) open einde regeling is. Vooraf is niet duidelijk hoe de bijstandsvraag zich zal ontwikkelen en in hoeverre het budget wordt overschreden. Gemeenten moeten een tekort op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen. Negatieve effecten objectief verdeelmodel (impact is groter agv cumulatie regelingen en niet beïnvloedbare indicatoren).Vangnetregeling: er blijft een eigen risico van 7,5% op het tekort; van 7,5%-12,5% is het risico 50% en bij een hoger tekort dan 12,5% wordt 100% gecompenseerd door het Rijk.Drie momenten van vaststelling budget door het Rijk: voorlopige budget, nader voorlopig budget en definitief budget. Integraal Huisvestingsplan (IHP)
66
De gemeente heeft de wettelijke taak scholen van adequate huisvesting te voorzien. Een deel van de schoolgebouwen is aan het eind van hun levensduur en voldoet zowel functioneel als technisch niet meer aan de eisen van deze tijd. Samen met de schoolbesturen en een extern
Programmabegroting 2023-2026
Onderwijs
Risico categorie
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern adviesbureau is een integraal huisvestingsplan (IHP) opgeleverd voor de komende vijftien jaar. Op basis van gezamenlijke uitgangspunten en een quickscan van gebouwen zijn verschillende scenario’s voor herschikking, nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen uitgewerkt. Het organiseren en bouwen van veel schoolgebouwen levert een aantal risico’s op. Belangrijkste zijn: - Het risico dat kredieten onderwijshuisvesting overschreden worden en dat als gevolg daarvan de kapitaallasten voor de gemeente toenemen, eventueel in combinatie met een stijging van de schuldquote. • Het risico dat schoolbesturen (bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden) tijdens de rit uitstappen en zich niet meer committeren aan het IHP. • Het risico dat de implementatie van het IHP vertraging oploopt als gevolg van onvoorziene omstandigheden. • Het risico dat de sturing en governance tekort schiet, waardoor de gemeente zijn grip op het programma verliest en het college en de raad niet meer tijdig kunnen bijsturen. • Het risico van stijgende bouw-, materiaal-, arbeid- en advieskosten Onderhoud Onderhoud van de sportaccomodaties is opgenomen in het meerjarig Vastgoed sportaccomodaties onderhoudsplan. Het risico is dat het budget niet toereikend is. Terwijl het onderhoud wel uitgevoerd moet worden.
60%
100.000
MO overig
Overige risico´s in het sociaal domein;
Sociaal Domein
70%
1.000.000
Covid 19
Het is onzeker hoe de coronapandemie zich verder ontwikkelt en welke Covid19 impact het virus zal hebben op de samenleving. Het Rijk heeft toegezegd dat gemeenten er financieel niet op achteruit mogen gaan door de coronapandemie en heeft gemeenten reëel gecompenseerd voor alle extra uitgaven en misgelopen inkomsten. Sommige maatregelen die dan (opnieuw) genomen moeten worden vallen niet onder deze compensatie. Daarnaast is er nog het risico dat het virus zich op een dermate ernstige manier ontwikkelt dat het Rijk gemeenten niet meer reëel kan en/of wil compenseren, terwijl Gouda te maken krijgt met misgelopen inkomsten en extra uitgaven. Bij misgelopen inkomsten kan gedacht worden aan minder inkomsten uit de parkeerbelasting, toeristenbelasting en reclameexploitatie; bij extra uitgaven aan en uitgaven aan handhaving, afvalinzameling en het ondersteunen van culturele instellingen, sportverenigingen en kwetsbare inwoners. De grootte van dit financieel nadeel zal afhangen van de ernst en de duur van het verloop van de pandemie, waarover nog veel onzeker is.
60%
2.500.000
Inflatie
Door de onvoorspelbare inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, en meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loon-prijsindexatie.
Financiën
30%
1.000.000
Loonstijgingen
Op 1 januari treedt een nieuwe cao voor gemeenteambtenaren in Financiën werking. Door de hoge inflatie is er een kans op grote stijgingen in deze lonen. Dit wordt In 2023, 2024 en 2025 deels opgevangen door een hogere algemene uitkering van het Rijk, omdat deze in die jaren meeloopt met de uitgaven van het Rijk, die stijgen doordat de lonen ook bij het Rijk stijgen. Desondanks is er een risico dat de lonen bij gemeenten harder stijgen dan bij het Rijk en dat deze stijging van de algemene uitkering de extra kosten niet geheel opvangt.
30%
800.000
Toenemende armoede
Door de hoge inflatie en stijgende energieprijzen neemt de koopkracht Financiën zeer stevig af en stijgt het aantal mensen en kinderen in armoede (op landelijk niveau van respectievelijk 5,7% van de mensen en 7,2% van de kinderen in 2021 naar 7,6% van de mensen en 9,5% van de kinderen in 2022). Deze toename van armoede kan leiden tot een behoorlijke stijging van het beroep op bepaalde gemeentelijke voorzieningen, zoals de bijstand, schuldhulpverlening en andere regelingen voor minima. Er is ook een financieel risico op meer vrijstellingen voor gemeentelijke belastingen en meer wanbetalingen.
70%
600.000
Oninbaarheid huren, leges en belastingen
Als gevolg van de inflatie en stijgende energieprijzen is het risico aanwezig van oninbaarheid van huren als partijen niet meer aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Ook kan de oninbaarheid van leges en belastingen dan toenemen.
Financiën
40%
450.000
Cultuurinstellingen die in financiële nood komen
Een groot deel van de culturele sector heeft in 2020 en 2021 verliezen Financiën geleden als gevolg van de maatregelen rondom Covid-19. De financiële impact verschilt per organisatie. Gebleken is dat bijvoorbeeld de podia en tentoonstellingsorganisaties harder getroffen zijn, dan cultuureducatie. Door de sluiting, de beperkingen qua publieksaantallen en de extra kosten die de maatregelen met zich meebrengen, komen culturele organisaties, groot en klein, in de problemen door het wegvallen van en vermindering van inkomsten. Meerdere organisaties benaderen de gemeente voor
40%
1.000.000
Programmabegroting 2023-2026
67
Risico categorie
Toelichting
RisicogebiedKans
Maximale impact
Going concern (financiële) steun. Door de inflatie, stijgende energieprijzen en/of nieuwe uitbraak pandemie is de verwachting dat het verdienmodel van de cultuursector structureel onder druk komt te staan. Dit kan effecten hebben op het subsidiebeleid.
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 6.402.000. De Monte Carlo simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 11.295.000 Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.
Het benodigd weerstandsvermogen voor 2023 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze begroting € 17.697.000.
4.2.3.3 Beoordeling ratio weerstandsvermogensontwikkeling weerstandscapaciteit Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen van de gemeente verkregen. In onderstaand tabel is de ontwikkeling meerjarig weergegeven. Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Benodigd weerstandsvermogen grondexploitaties
6.402
6.402
6.402
6.402
Benodigd weerstandsvermogen going concern
11.295
11.295
11.295
11.295
Benodigd weerstandsvermogen totaal
17.697
17.697
17.697
17.697
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2023 t/m 2e berap 2022
2024
2025
2026
Beschikbaar weerstandsvermogen
35.151
40.929
52.565
53.579
Benodigd weerstandsvermogen
17.697
17.697
17.697
17.697
2,0
2,3
3,0
3,0
Weerstandsratio
Aangezien de inschatting van het benodigd weerstandsvermogen een momentopname betreft, terwijl het beschikbare weerstandsvermogen meerjarig wordt berekend, rijst de vraag in hoeverre het juist is, om de ratio meerjarig weer te geven. Over een jaar zal het benodigd weerstandsvermogen immers lager zijn, omdat met name de grondexploitaties dan verder zijn gevorderd (met een navenante risicoreductie als gevolg). Overwogen kan worden om in komende begrotingen de ratio enkel voor het begrotingsjaar te presenteren, een werkwijze die in steeds meer gemeenten gevolgd wordt.
68
Programmabegroting 2023-2026
Door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen met de benodigde weerstandscapaciteit kan een kwalificatie worden gegeven over de toereikendheid van de weerstandscapaciteit. Hiervoor wordt onderstaande tabel gehanteerd. Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandcapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen. De weerstandsratio voor Gouda is 2,0. Dit betekent dat de gemeente Gouda ruim voldoende in staat is om risico's op te vangen.
4.2.4 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt ook de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de jaarrekening en begroting. Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
77,1%
100,5%
84,1%
89,2%
88,2%
100,0% < 90% = minst risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
76,8%
100,0%
83,8%
88,8%
87,9%
99,8% < 90% = minst risicovol
Solvabiliteitsratio
18,5%
11,4%
21,6%
22,6%
24,7%
23,8%
< 20% = meest risicovol
Structurele exploitatieruimte
2,6%
-0,5%
-0,2%
1,4%
3,5%
0,3%
> 0,0% = minst risicovol
Grondexploitatie
5,1%
4,0%
2,0%
1,0%
1,0%
1,0% < 20% = minst risicovol
Belastingcapaciteit
130,6%
129,0%
126.8%
126.8%
126.8%
126.8%
GTK-richtlijn
> 105% = meest risicovol
4.2.4.1 Toelichting Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De nettoschuldquote van de gemeente Gouda zal eind 2023 ongeveer 84% zijn en de jaren daarna oplopen naar ongeveer 100%eind 2026. De waarden liggen ruim onder de signaalwaarde van de VNG. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.
Programmabegroting 2023-2026
69
Solvabiliteitsrisico Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de periode 2023 tot en met 2026 neemt de solvabiliteit toe van 21,6% tot 23,8%. De VNG hanteert een signaalwaarde van 20% als minimum. Structurele exploitatieruimte Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in welke mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen in welke mate de gemeente om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De begroting 2023-2026 van de gemeente Gouda laat zien dat de structurele lasten met uitzondering van begrotingsjaar 2023 volledig worden gedekt door structurele baten. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft.
Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. In de periode 2021 tot en met 2026 ligt dit kengetal van de gemeente Gouda “veilig” onder de GTK-norm van 10%. Belastingcapaciteit Het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor de burger. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een percentage boven de 100% betekent dat de woonlasten per huishouden hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Binnen de gemeente Gouda worden de hoge woonlasten veroorzaakt door het relatief hoge aanslagbedrag voor de rioolheffing, die nodig is om de financiering van de riolering toekomstbestendig te maken.
70
Programmabegroting 2023-2026
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding De gemeente heeft op haar grondgebied een groot aantal kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, constructies, riolering, water en groen. Investeren in en onderhouden van kapitaalgoederen zijn belangrijk, omdat deze kapitaalgoederen een belangrijke bijdrage leveren aan de uitvoering van de programma’s van de begroting, zoals milieu, onderwijs en verkeer. Een aantal van de taken, waarop kapitaalgoederen betrekking hebben, is verplicht. Zo heeft de gemeente een wettelijke plicht rondom riolering en onderhoud van wegen. Ook leggen de kapitaalgoederen een aanzienlijk beslag op de gemeentelijke middelen. Dit geldt niet alleen voor de aanschaf als investering, maar ook voor de jaarlijkse exploitatiekosten die hieruit voortvloeien. Het gaat dan vooral om kosten van rente en afschrijving, kosten van groot en klein onderhoud en beheerskosten. Dit vergt duurzaam onderhoudsbeheer op basis van door de Raad vast te stellen beleidskaders waaruit de voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting dienen te worden aangegeven. In deze paragraaf geven we een dwarsdoorsnede van de meerjarige uitgaven voor het onderhoud.
We maken onderscheid in kapitaalgoederen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld wegen, openbare verlichting, bruggen, openbaar groen en riolering) en gemeentelijke gebouwen (bijvoorbeeld Huis van de Stad, Schouwburg, Cultuurhuis De Garenspinnerij). Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de onderstaande nota's die door de raad zijn vastgesteld: Nota
Datum vaststelling
Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024
Vastgesteld op 19-02-2020
Verordening Voorzieningen Huisvesting onderwijs gemeente Gouda Vastgesteld op 19-02-2020 2020 Kadernota Vastgoed 2012
Vastgesteld op 12-12-2012
Nota kwaliteitsplan openbare ruimte (KOR)
Vastgesteld op 03-10-2005, actualisatie in 2018 (ter kennisname) aan de raad aangeboden
Nota lange-termijn-investeringen (LTI)
Vastgesteld op 25-05-2011
Nota beheerplan groot- en vervangingsonderhoud (GoVo)
Vastgesteld op 10-11-2012, actualisatie (ter kennisname) in 2021 aan de raad aangeboden
Klimaatadaptatiestrategie
Vastgesteld op 08-12-2019
Nota verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)
Vastgesteld op 06-03-2019
Nota Sport en Bewegen
Vastgesteld op 5-7-2017
Nota maatschappelijke voorzieningen Westergouwe
Vastgesteld op 26-05-2021
Omdat de onderhoudsbehoefte per jaar kan verschillen, kunnen de uitgaven ook jaarlijks verschillen. Daarom worden kostenegalisatievoorzieningen gebruikt waaraan jaarlijks een bedrag wordt gedoteerd. In een jaar dat er minder wordt uitgegeven dan begroot, groeit de voorziening en de middelen uit de voorziening zijn beschikbaar in een jaar waarin er meer wordt uitgegeven dan wordt toegevoegd aan de voorziening.
4.3.2 Onderwijsgebouwen 4.3.2.1 Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Die verantwoordelijkheid vertaalt zich in een zorgplicht voor de huisvesting. De uitvoering van deze zorgplicht is vastgelegd in het Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020-2024 1e tranche IHP. De bekostiging voor de onderhoudsreserve voor schoolgebouwen is vanaf 1 januari 2015 geen taak meer voor de gemeente. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Schoolbesturen ontvangen deze middelen vanaf 2015 rechtstreeks van het Rijk. In 2023 zal de 1e tranche worden geëvalueerd en de 2e tranche ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden. De gemeente blijft nog wel verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik, eerste inrichting, vandalismeschades en constructiefouten. Voor deze voorzieningen kunnen scholen jaarlijks een aanvraag doen bij de gemeente. Hiervoor stel de gemeente jaarlijks een programma voorzieningen huisvesting onderwijs vast. De gemeentelijke gymnastiekzalen zijn in de dienstverleningsovereenkomst met Sport.Gouda ondergebracht. Sport.Gouda voert hier het beheer en onderhoud uit.
4.3.2.2 Financiële middelen Dagelijks onderhoud De gemeente is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud van de zes zogeheten "bruikleenscholen". Gebruik vindt plaats op basis van medegebruiksovereenkomsten. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor al het onderhoud aan hun schoolgebouwen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding van het Rijk. Sport.Gouda onderhoudt de gymnastieklokalen. De onderhoudsvoorziening voor schoolgebouwen was vanaf 2015 nog bestemd voor meerjarig onderhoud aan bruikleenscholen en gymzalen. Tevens werd het meerjarig onderhoud aan de Burgemeester Martenssingel 15 (vanwege gebruik door de GSG) uit deze voorziening voldaan. In 2019 zijn deze middelen overgeheveld naar de reguliere exploitatie.
Programmabegroting 2023-2026
71
Voor het schoolgebouw Burgemeester Martenssingel 15 is een herijkt MJOP opgesteld voor de komende jaren. In de 2e bestuursrapportage 2022 is voorgesteld om het de voorziening MJOP voor de Burgemeester Martenssingel 15 vast te stellen en te vormen. Onderhoudsbudget Voor het jaar 2023 is in de begroting rekening gehouden met een onderhoudsbudget voor de overige bruikleenscholen van € 128.770.
4.3.3 Gemeentelijke gebouwen en objecten 4.3.3.1 Beleid Het MJOP 2019-2058 is opgesteld op basis van de onderhoudsbehoefte per object. Het uit te voeren onderhoud wordt per jaar binnen het beschikbare budget geprioriteerd op basis van de conditie van een pand en de daarmee samenhangende risico’s. De Goudse Schouwburg, de parkeergarage B.Jamessingel en het Huis van de Stad kennen een afzonderlijke onderhoudsvoorziening. Ook voor deze gebouwen is een meerjarig onderhoudsplan opgesteld.
4.3.3.2 Financiële middelen Planmatig / groot onderhoud Het planmatig en het groot onderhoud worden verrekend via een aantal onderhoudsvoorzieningen (Schouwburg, Huis van de Stad, Stationsgarage en gemeentelijke objecten). Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze onderhoudsvoorzieningen Bij het doen van investeringen wordt samenhang gezocht met maatregelen in het kader van het Verduurzamingsprogramma Vastgoed (Routekaart). In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorzieningen: Bedragen x € 1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Stand 1 januari
2.583
2.212
1.820
Dotatie
1.469
1.481
1.482
1.745 1.482
Uitputting
1.841
1.872
1.557
1.557
Stand 31 december
2.212
1.820
1.745
1.670
Dagelijks onderhoud Voor dagelijks onderhoud (contract- en klachtenonderhoud) is € 220.000 begroot. Het dagelijks onderhoud voor de Schouwburg en het Huis van de Stad wordt via de eigen onderhoudsvoorziening afgewikkeld. Investeringen van voldoende omvang die levensduur verlengend zijn, worden aangemeld voor het concerninvesteringsplan.
4.3.4 Openbare ruimte (wegen, kunstwerken, water en groen) 4.3.4.1 Beleid Voor het dagelijks beheer van de stad wordt gewerkt de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus’ gebaseerd op de landelijke beeldsystematiek van het CROW. Vanaf 2019 stuurt Gouda zelf het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte aan. Het onderhoud is aanbesteed en gegund aan een aantal marktpartijen. De gemeente controleert de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud door maandelijks op 100 willekeurige punten kwaliteitsmetingen uit te voeren en via dagelijks toezicht op de uitgevoerde werkzaamheden. Het groot- en vervangingsonderhoud wordt uitgevoerd wanneer dit technisch noodzakelijk is op basis van door de raad vastgestelde normen. In het beheerplan is een lange termijn doorkijk gemaakt van de noodzakelijke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden met een prognose van de benodigde financiële middelen. De nota Beheerplan Groot- en vervangingsonderhoud, waarin de staat van de openbare ruimte wordt beschreven met een meerjarige doorkijk, is geactualiseerd en eind 2021 aan de raad aangeboden. Dit proces volgt een tweejaarlijks cyclus. Indien de financiële middelen op de middellange termijn niet toereikend zijn, worden keuzes voorgelegd aan de raad.
4.3.4.2 Financiële middelen Groot- en vervangingsonderhoud openbaar gebied De kosten van groot onderhoud komen ten laste van de voorziening Groot Onderhoud Openbare Ruimte. Vanuit de exploitatie vinden dotaties plaats aan deze voorziening. Met ingang van het BBV bestaat de verplichting om investeringen met maatschappelijk nut te activeren (investeringsbudgetten in meerdere jaren af te schrijven). Daartoe is er een reeks investeringsbudgetten opgenomen met, afhankelijk van de levensduur van de investering, verschillende afschrijvingstermijnen. Dekking van de afschrijvingslasten vindt plaats uit de egalisatiereserve afschrijvingen investeringen maatschappelijk nut openbare ruimte. Voor de totaal beschikbare middelen voor Onderhoud Openbare Ruimte (zowel de
72
Programmabegroting 2023-2026
voorziening groot onderhoud als de investeringsbudgetten) geldt dat de beschikbare middelen zijn afgestemd op de onderhouds- en investeringsbehoefte. Vervangingsinvesteringen openbare ruimte worden op basis van het beheerplan openbare ruimte geprogrammeerd en komen ten laste van de investeringsbudgetten VervangingsInvesteringen Openbare Ruimte. In de begroting wordt rekening gehouden met het volgende verloop van deze voorziening groot onderhoud. Daarnaast is een reeks investeringsbudgetten VervangingsInvesteringen Openbare Ruimte opgenomen zoals vermeld in de paragraaf investeringen. Bedragen x € 1.000
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Stand 1 januari
4.494
3.873
3.896
Dotatie
3.641
3.641
3.641
3.364 3.641
Uitputting
4.262
3.618
4.173
4.173
Stand 31 december
3.873
3.896
3.364
2.832
Civieltechnische kunstwerken (bruggen, kademuren, sluizen, tunnels en viaducten) De vervangingsinvesteringen worden, conform de regeling Besluit begroting en Verantwoording, geactiveerd. De meerjaren kapitaallasten worden in de begroting verwerkt. De benodigde investeringsbudgetten worden opgenomen in het CIP. Herstel zakkende bodem Door de bodemgesteldheid (veenbodem) behoort de zakkende bodem nog steeds tot de grootste aandachtspunten en kapitaalintensieve beheeronderdelen van Gouda. Bodemdaling zorgt ook dat woningen, bedrijven en instellingen steeds lastiger toegankelijk worden. In gebieden waar geen grootschalig onderhoud staat gepland zorgt dit voor uitdagingen bij het realiseren van de doelstelling om Gouda voor iedereen toegankelijk te houden. De ophoogprojecten worden ook vanuit de voorziening groot onderhoud openbare ruimte betaald. In de Rioleringsprojecten worden ook meteen de noodzakelijke ophogingen meegenomen, zodat het gebied weer volledig is opgeknapt. Dagelijks onderhoud Voor het uitvoeren van het dagelijks onderhoud zijn de volgende middelen beschikbaar: Bedragen x € 1.000 2.1 Verkeer en vervoer