CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

PlanMER Omgevingsvisie Gouda hoofdrapport 1.1 incl bijlagen.pdf

Raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: Omgevingsvisie29.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2. Vestigingsklimaat

Ruimte voor moderne en innovatieve bedrijvigheid creëren door slim gebruik van de beschikbare ruimte (clusteren en/of verdichten). Ook blijft er ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid aan huis. Faciliteren van verplaatsing van bedrijvigheid die geen gebruik maken van het water of geldende milieucategorie om ruimte te creëren voor bedrijven met een hoge milieucategorie.

3. Voorzieningen

Onderwijs: Ter aanvulling op de bestaande opleidingen zet Gouda in op de ontwikkeling van een campus met hoger onderwijs om een completer opleidingsaanbod te kunnen bieden.

Duurzame mobiliteit (zie figuur 5.2 en 5.3) Voor de binnenstad ligt de prioriteit op lopen. In de woonwijken wordt gezocht naar een nieuwe balans van fietsen, wandelen, openbaar vervoer en auto. Het overige stedelijke gebied van Mobiliteitszones (Gouda van Bin- Gouda is meer auto-afhankelijk. Het zijn de bedrijventerreinen (langs de snelweg), Wester4. nen) gouwe, en het gebied ten zuiden van de Hollandsche IJssel, waar openbaar vervoer wat verder weg is. Voor Westergouwe wordt wel gewerkt aan zo goed mogelijk openbaar vervoer als relatie met de rest van de stad en de omgeving.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

48

Open

Beleidsuitspraken Omgevingsvisie Gouda Beleidsuitspraak

Kern

Gezonde groene-blauwe stad (zie figuur 5.4)

5.

Groener, blauwer en klimaatadaptief Gouda

Er wordt bekeken waar verhard oppervlak in de openbare ruimte omgezet kan worden naar groen. Als de maatschappelijke en technische ontwikkelingen daar de mogelijkheid voor bieden, willen we overtollige parkeerruimte transformeren tot groen. Tevens versterken en vergroenen van de verbindingen naar groengebieden. Voorwaarde is dat inpassing van groen wordt uitgevoerd in balans met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Regenwater zoveel mogelijk vasthouden zodat het kan infiltreren in de bodem (en wateroverlast kan voorkomen) en een actief grondwaterpeil om droogte tegen te gaan. Gebouwen worden goed geïsoleerd zodat warmte zo lang mogelijk buiten blijft. Groen en water toevoegen aan de openbare ruimte om hittestress tegen te gaan.

Het actief vergroten van de biodiversiteit door uitbreiding van de ecologische oevers die door de stad lopen. Het beschermen en behouden van groene gebieden zoals de Oostpolder en het 6. Natuur en recreatie in evenwicht uitbreiden van natuur- en recreatiegebieden. Daarnaast is er blijvend aandacht voor ecologisch beheer van bermen en wordt bezien hoe dit nog structureler kan worden doorgevoerd.

7. Gezondheid bevorderen

Het bieden van meer recreatiemogelijkheden in de buitenlucht, zowel binnenstedelijk als aan de rand van de stad (grote groengebieden). Daarbij rekening houdende met mensen die slecht ter been zijn door obstakels uit de openbare ruimte te verwijderen. In de binnenstad van Gouda hebben voetgangers en fietsers prioriteit. Binnen wijken wordt ingezet op het creëren van een integrale aanpak gezonde wijk waarin aandacht is voor leefbaarheid, rust en activering. Tenslotte inzetten op het herkenbaar houden van de hoge belevingswaarden van de verbindingen en routes van de Historische Linten.

Energietransitie (zie figuur 5.5 en 5.6)

8. Duurzame energieopwekking

In regionaal verband is de ‘Regionale Energie Strategie’ vastgesteld, waarin drie denkrichtingen worden gegeven hoe aan de opgave voor hernieuwbare opwek kan worden voldaan. Die drie denkrichtingen bevatten alle dezelfde basis. In die basis worden zonne-energie en windenergie gecombineerd op plekken die het meest wenselijk en kansrijk zijn. Voor Gouda betekent dat gekeken wordt naar: Daken (bestaand en nieuw), voor de opwekking van zonne-energie De zone langs de A12/A20 en de invalswegen, voor de opwekking van zonne- en windenergie (samen met buurgemeente Waddinxveen). Voor zonne-energie wordt hierbij gekeken vooral naar grote (bedrijfs-)daken en op overkappingen van parkeerterreinen Omdat dit alleen onvoldoende is om aan de totale Goudse ambitie te voldoen, zijn aanvullende oplossingen nodig. Hiervoor wordt gedacht aan één of meer grote locaties om schone energie met zon en/of wind op te wekken, in zogeheten ‘energielandschappen’. Dit wordt verder uitgewerkt in de RES 1.0, Het is hierbij ook de vraag of dit zou moeten landen in Gouda. In de fase van concept-RES naar RES 1.0 zullen de denkrichtingen gebruikt worden bij de uitwerking tot concrete scenario’s. Uiteindelijk zal bij de RES 1.0 een keuze worden gemaakt hoe de regio de opwek gaat vormgeven.

Sterke wijken (zie figuur 5.7) Het voorzien in voldoende sociale en middeldure huurwoningen op transformatielocaties in de Passend woningaanbod (prettig stad en Westergouwe. Uitgangspunt is een goede mix aan woningtypen per wijk3, zodat er geen 9. wonen) wijken ontstaan met een beperkt aantal doelgroepen. Daarnaast focussen op het maken van aantrekkelijke openbare ruimte, die veilig is, die bloeit en uitnodigt tot bewegen. 10. Inclusieve stad

3

De openbare ruimte zo inrichten dat deze ontmoetingen voor iedereen mogelijk maakt, bijvoorbeeld door buurtcentra te voet beter bereikbaar te maken. Aanwezigheid van commerciële en maatschappelijke voorzieningen in elke wijk.

De extra woningen die als gevolg van de transformatie beoogd zijn vallen binnen de genoemde 2.300 van beleidsuitspraak nr. 1.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

49

Open

1. Slimme groei en functieverandering: transitie naar gemengd stedelijk gebied in Spoorzone en Goudse Poort 3. voorzieningen: de ontwikkeling van een campus met hoger onderwijs

2. Vestigingsklimaat: Ruimte voor moderne en innovatieve bedrijvigheid

Figuur 5.1 Visie voor Florerende stad

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

50

Open

4 Mobiliteitszone: Versterken OV tussen Westergouwe en rest van de stad en omgeving

Figuur 5.2 Visie voor duurzame mobiliteit

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

51

Open

4 Versterken OV tussen Westergouwe en rest van de stad en omgeving

4 Versterken OV tussen Westergouwe en rest van de stad en omgeving

Figuur 5.3 Visiekaart Deelgebied Westergouwe

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

52

Open

5. Groener en klimaatadaptief

6. Natuur en recreatie in evenwicht

7. Gezondheid bevorderen

Figuur 5.4 Visie voor gezonde groene stad

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

53

Open

Figuur 5.5 Visie voor goudse energietransitie

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

54

Open

8. Duurzame energieopwekking

Figuur 5.6 Deelgebied Spoorzone: voorbeeld locaties zonnepanelen boven parkeerplaatsen en/of op daken

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

55

Open

Figuur 5.7 Visie voor sterke wijken

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

56

Open

5.2

Effecten van voorgenomen beleid

5.2.1

Rad van de leefomgeving

Voor de beleidsuitspraken zoals beschreven in de vorige paragraaf zijn de effecten in beeld gebracht. In bijlage 4 is per beoordelingsaspect inzichtelijk gemaakt in hoeverre een beleidsuitspraak kan leiden tot kansen op positieve effecten, dan wel risico’s op negatieve effecten. De resultaten zijn samengevat gevisualiseerd in het Rad van de leefomgeving met behulp van groene (kansen) en rode (risico’s) pijlen ten opzichte van de referentiesituatie (zie

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

57

Open

Figuur 5.8). Er is onderscheid gemaakt in twee soorten pijlen. Bij de dunne pijlen is het gecumuleerde aantal

kansen of risico’s kleiner of gelijk aan 1 of -1, bij dikke pijlen groter dan 1 of -1 (zie ook bijlage 4). Onder de figuur worden de resultaten van de effectbeoordeling besproken. Eerst is een beeld gegeven per uitspraak, vervolgens per thema en tot slot per beoordelingsaspect. Ook is een overallbeeld gegeven in relatie tot de kwaliteitsniveaus van de referentiesituatie. Opgemerkt dient te worden dat gezien de beperkte omvang van de beoordeelde beleidsuitspraken (10) de verschillen tussen een ‘overall’ kans op een positief effect dan wel risico op negatief effect soms erg klein zijn.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

58

Open

Figuur 5.8: Rad van de leefomgeving met effecten beleidsuitspraken

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

59

Open

5.2.2

Beeld per uitspraak

Als we kijken naar de beoordeling per uitspraak, dan levert dat het beeld op zoals weergegeven in onderstaand Figuur 5.9. Het figuur laat voor alle uitspraken het totaalbeeld zien van alle toegekende kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten (zie bijlage 4). Het geeft een beeld van welke uitspraken vooral kansen dan welk risico´s met zich meebrengen. Het gaat om een rekenkundige optelling, geen onderling gewogen optelling.

Figuur 5.9 Overzicht kansen op positieve effecten en risico's op negatieve effecten van beleidsuitspraken uitgezet per beleidsuitspraak

Uitspraken met de meeste kansen op positieve effecten Voor alle uitspraken geldt dat er kansen op positieve effecten zijn. Echter, bij sommige beleidsuitspraken zijn er meer kansen op positieve effecten. De beleidsuitspraken met de meeste kansen op positieve effecten hebben betrekking op ‘slimme groei en functieverandering’ (nr. 1), ‘mobiliteitszones’ (nr. 4) en een ‘groener en een klimaatadaptief Gouda’ (nr. 5). Ook beleidsuitspraken betreffende ‘natuur en recreatie’ en het ‘bevorderen van gezondheid’ scoren goed. Hieronder worden de drie beleidsuitspraken met de meeste kansen op positieve effecten nader toegelicht (nummer 1,4 en 5, zie Figuur 5.9). Ten aanzien van het stimuleren van slimme groei en functieverandering doen zich vooral kansen voor binnen het element ‘people’, oftewel de sociale kant. Door verdichting wordt de gemiddelde afstand tot voorzieningen (OV, groen, winkels, zorg, e.d.) kleiner, wat een positief effect kan hebben op de gemiddelde leefbaarheid van Gouda. Verdichting biedt ook kansen om in te zetten op een passend woningaanbod, duurzame woningen, toevoegen van groen en water en het versterken van cultuurhistorische waarden (dit vormt een randvoorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen). De impact van al deze kansen geldt enkel voor de plekken waar verdichting plaatsvindt.

Deze verdichting betreft in de Omgevingsvisie 2.300 woningen, die voornamelijk voorzien zijn in de Spoorzone en Goudse Poort. Dit is geen grote toevoeging aan de ongeveer 33.000 woningen die Gouda al kent.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

60

Open

De beleidsuitspraak over Mobiliteitszones heeft specifiek betrekking op de wijk Westergouwe. Het verbeteren van het openbaar vervoer in deze wijk, moet de relatie met de rest van de stad en omgeving versterken. Dit biedt kansen op alle vlakken; ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’. Het stimuleren van OV-gebruik biedt kansen voor een verbeterde gezonde leefomgeving, omdat mensen meer bewegen (van en naar de halte). Ook is er kans op een verbeterde verkeersveiligheid en autobereikbaarheid, door vermindering van autogebruik en daarmee kans op ongelukken of congestie. Daarnaast biedt vermindering van autogebruik kansen voor verschillende milieuaspecten: betere luchtkwaliteit, afname van geluidshinder en vermindering van stikstofuitstoot en broeikasgassen. Het verbeteren van het openbaar vervoer in Westergouwe biedt uiteraard kansen voor OV-bereikbaarheid en een toename van duurzame mobiliteit, door meer gebruik van de fiets (modal split fiets). Echter, al deze kansen zijn gering, omdat het maar één wijk in Gouda betreft en de effecten afhankelijk zijn van de daadwerkelijke afname van autogebruik en toename van OV-gebruik. De effecten kunnen groter zijn als actief wordt ingezet op verminderen van autogebruik door bijvoorbeeld de inzet op autoluw/lage parkeernorm. Een groener en klimaatadaptief Gouda biedt uiteraard veel kansen binnen ‘planet’.

Voornamelijk voor de thema’s ‘klimaatadaptief’ en ‘milieu en biodiversiteit’. Het verschaft kansen op vermindering van wateroverlast, hittestress en droogte door de aanleg van groenstructuren en daarmee vermindering van verhardde oppervlakte en toevoeging van berging voor regenwater. Hiermee neemt ook de afstand tot openbaar groen af. Door het reguleren van het grondwaterpeil is er kans op vermindering van bodemdaling en vermindering van schade als gevolg van bodemdaling. De aanleg van groenoppervlak biedt kansen voor toename van biodiversiteit en van beschermde soorten door meer ruimte voor verschillende type leefgebieden. Daarnaast biedt het de ruimte om verbindingen te realiseren tussen gebieden van Natuurnetwerk Nederland (NNN) te versterken. De gemeente zet specifiek in op het goed isoleren van gebouwen om energieverbruik te verminderen en woningen te verduurzamen. Een bijkomend voordeel het verbeterde isolatie is het tegengaan van hittestress. Uitspraken met de meeste risico’s op negatieve effecten Voor enkele beleidsuitspraken geldt dat er risico’s op negatieve effecten bestaan. Ten opzichte van de kansen op positieve effecten is er een duidelijk onderscheid waarneembaar in de verdeling van risico’s. Wat opvalt is dat er voor minder beleidsuitspraken risico’s op negatieve effecten te verwachten zijn.

Daar waar zich risico’s voordoen, is er echter wel sprake van veel risico’s. De drie beleidsuitspraken met de meeste risico’s op negatieve effecten betreffen: ‘slimme groei en functieverandering’ (nr. 1), ‘vestigingsklimaat’ (nr. 2) en ‘duurzame energieopwekking’ (nr. 8). Onderstaand wordt hier nader op ingegaan. De beleidsuitspraak met zowel veel kansen (4,5) als veel risico’s (-9) heeft betrekking op slimme groei en functieverandering en vindt met name plaats in de Spoorzone en Goudse Poort. Vooral binnen ‘planet’ bevinden zich veel risico’s. Door inbreiding en toename van verhard oppervlak ontstaan er risico’s op wateroverlast, hittestress en overstromingsrisico. Ook bestaat het risico dat verdichting leidt tot toenemende druk op groen en daarmee druk op biodiversiteit en leefgebieden van beschermde soorten door afname van groene ruimte. Extra woningen (2.300) zorgen daarnaast voor extra verkeersbewegingen en daarmee een toename van stikstofdepositie, hierdoor bestaat er een risico op (significant) negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden die gevoelig zijn voor stikstofdepositie, zoals de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Daarnaast ontstaat er risico voor verslechtering van de luchtkwaliteit en geluidhinder; enerzijds door toename van verkeersbewegingen als gevolg van woningbouw en anderzijds door verdichting en toename van hoogbouw.

Bij hoogbouw blijft lucht hangen tussen gebouwen, wat kan leiden tot een slechtere luchtkwaliteit. Een toename in verkeersbewegingen als gevolg van verdichting neemt nog meer andere risico’s met zich mee. Risico op afname van verkeersveiligheid, toename van stikstofuitstoot, toename uitstoot van broeikasgassen en toename van congestieniveau. Omdat de voorziene woningvoorraad gebouwd gaat worden in aandachtsgebieden (langs spoor en wegen), ontstaat een groter groepsrisico. Ook is er risico op

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

61

Open

mogelijke verstoring van archeologische waarden bij de aanleg van nieuwe woningen. Nieuwe woningen vormen ook een risico voor toename van het totale energieverbruik en van restafval. Een traditionele manier van bouwen (met beton) zorgt voor een enorme toename van CO 2, hergebruik van materialen en biobased bouwen zou de norm moeten zijn. Ook zijn er wellicht minder mogelijkheden tot het scheiden van afval in gebieden met hoge dichtheden. Omdat de verdichting voornamelijk zal plaatsvinden langs het spoor, ontstaat er een risico op toename van trillinghinder. Momenteel bevinden er zich zo’n 7.400 adressen binnen 250 meter van het spoor. Een verdichting van 2.300 woningen is dan een significante toevoeging, wat een risico op hinder vormt. Ook de toename van zetting, door toename van bebouwing, vormt een groter risico vanwege de klei- en veengrond in Gouda. Het creëren van een vestigingsklimaat in Gouda heeft van alle beleidsuitspraken de meeste risico’s. Veel van die risico’s bevinden zich bij hetzelfde beoordelingsaspect als de vorige beleidsuitspraak; slimme groei en functieverandering. Het verdichten van bestaande bedrijventerreinen kan leiden tot een toename in transport en verkeersbewegingen.

Een toename in transport en bedrijvigheid brengt een aantal risico’s met zich mee: verslechtering van luchtkwaliteit, toename van geluidhinder, afname van verkeersveiligheid, toename van stikstofuitstoot, toename uitstoot van broeikasgassen en toename van congestieniveau. Een toename in stikstofuitstoot kan mogelijk een negatief effect hebben op omliggende Natura-2000 gebieden, zoals Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Door inbreiding en toename van verhard oppervlak ontstaan er risico’s op wateroverlast, hittestress en overstromingsrisico. Deze risico’s zijn gering, omdat het enkel geldt voor de gebieden waar verdichting zal plaatsvinden. Ook bestaat het risico dat verdichting en een toename van bedrijvigheid leidt tot toenemende druk op groengebieden en daarmee druk op biodiversiteit en leefgebieden van beschermde soorten door afname van groene gebieden. Met name aan de rand van de binnenstad is een risico op verstoring van archeologische waarden. Toename van bedrijvigheid vormt ook een risico voor toename van het totale energieverbruik en van restafval. Een deel van de verdichtingsgebieden ligt nabij spoor en wegen. Dit zijn gebieden die in huidige situatie al aandachtsgebieden zijn. Door de toevoeging van bedrijvigheid vormt dit een groter groepsrisico. De nabijheid van spoor vergroot ook het risico op trillinghinder, door verdichting.

Dit is in geringe mate, omdat niet alle bedrijventerreinen nabij aandachtsgebieden gelegen zijn. Ook de toename van zetting, door toename van bebouwing, vormt een risico vanwege de klei- en veengrond in Gouda. Duurzame energieopwekking brengt verschillende risico’s met zich mee, voornamelijk op het gebied van natuur en biodiversiteit en cultureel en landschappelijk erfgoed. Het inpassen van windenergie langs de A12/A20 en invalswegen kan een risico vormen voor natuurwaarden vanwege mogelijke aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen en de plaatsing ter hoogte van groen. Ook genereren windturbines risico’s voor afname van de openheid. De aanleg van zonnepanelen op daken kan een risico vormen voor verstoring van cultureel erfgoed, met name in de binnenstad. De aanleg van energie-infrastructuur in de bodem vormt een risico voor archeologische waarden. Bovendien neemt het risico op geluidshinder toe door de aanleg van windturbines en het daardoor geproduceerde geluid. Windturbines vormen ook een risico voor de omgevingsveiligheid. Er bestaat een risico voor het afbreken van bladen van winturbines.

5.2.3

Beeld per thema

Onderstaand Figuur 5.10 geeft het beeld van de effecten op hoofdlijnen, gebundeld per thema. De effecten per thema zijn de gecumuleerde effecten van de beoordelingsaspecten die bij het thema horen. Uit de figuur kan afgeleid worden dat er voor alle thema’s kansen op positieve effecten zijn en dat bij de meeste thema’s ook risico’s op negatieve effecten zijn. Figuur 5.10 laat zien dat het nieuwe beleid de meeste kansen op positieve effecten oplevert bij de thema’s gezondheid en natuur en biodiversiteit. Voor de thema’s natuur en biodiversiteit en milieukwaliteit geldt dat deze de meeste risico’s op negatieve effecten hebben.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

62

Open

Figuur 5.10: Overzicht kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten van het totaal van alle beleidsuitspraken uitgezet per thema

Het thema gezondheid heeft de meeste kansen op positieve effecten. Met name de beleidsuitspraken betreffende natuur en recreatie (nr. 6) en gezondheid bevorderen (nr. 7) bieden de meeste kansen. In beide beleidsuitspraken staat het uitbreiden van natuur- en recreatiemogelijkheden centraal. Het faciliteren van natuur- en recreatiemogelijkheden zowel binnenstedelijk als aan de rand van de stad, biedt kansen voor meer beweging en een gezonde levensstijl. Groene verbindingen door de stad bieden kansen op een toename van routes. Aandacht voor activering biedt kansen op een toename van sport en speelplekken. Beide factoren zijn onderdeel van de beweegrichtlijn van het RIVM en voorzien dus in een kans op positief effect door de twee beleidsuitspraken. De verdichting door woningbouw en bedrijventerreinen ter hoogte van Spoorzone, Goudse Poort, Kromme Gouwe, Hollandsche IJssel en Gouwestroom (beleidsuitspraak 1 en 2) leiden tot het enige risico op negatieve effecten voor gezondheid. Dit hangt samen met de toenemende druk op bestaand groen door verdichting. Het thema natuur en biodiversiteit heeft zowel veel kansen op positieve effecten als veel risico’s op negatieve effecten. De kansen bevinden zich binnen de beleidsuitspraken groener en klimaatadaptief Gouda (nr. 5) en natuur en recreatie (nr. 6). Beide beleidsuitspraken zijn gericht op het vergroenen van Gouda.

Hierdoor ontstaan kansen op het vergroten van de biodiversiteit en leefgebieden voor beschermde soorten, het versterken van Natura 2000-gebieden en de verbinding van NNN-gebieden. Het Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein is echter wel gevoelig voor verstoring door extra recreanten. In het Natura 2000-beheerplan (Provincie Zuid-Holland, 2020) zijn echter maatregelen in de vorm van zonering en rustgebieden opgenomen die moeten voorkomen dat verstoring door recreanten tot problemen met het behalen van de Natura 2000-doelen leidt. Hierbij is ook rekening gehouden met de autonome groei van de recreatieve druk in het gebied. De meeste risico’s op negatieve effecten hangen samen met de beleidsuitspraken slimme groei en functieverandering (nr. 1), vestigingsklimaat (nr. 2) en duurzame energieopwek-

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

63

Open

king (nr. 8). Door verdichting van de spoorzone en bedrijventerreinen kan de druk op (bestaande) groengebieden toenemen wat risico’s kan hebben voor de biodiversiteit en leefgebieden van beschermde soorten. Daarnaast kan een toename aan verkeersbewegingen, door woningbouw en bedrijvigheid, leiden tot een toename in stikstofdepositie wat mogelijk negatieve gevolgen kan hebben op instandhoudingsdoelen van omliggende Natura-2000 gebieden als Nieuwkoopse Plassen & Polder Stein. Het nabij Gouda gelegen Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein is niet gevoelig voor stikstofdepositie. De inpassing van de energietransitie kan ook een risico vormen voor de natuur en biodiversiteit. Leefgebieden van flora en fauna kunnen verstoord raken, er kan zo mogelijk een risico ontstaan voor biodiversiteit, beschermde soorten en doelsoorten zoals aangewezen onder de NNN. Windturbines in het bijzonder kunnen een risico vormen door aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen en vogels. Dit zijn dus belangrijke risico’s om rekening mee te houden bij de concretisering van de energietransitie. Het thema milieukwaliteit heeft veel risico’s op negatieve effecten en relatief weinig kansen op positieve effecten. De risico’s bevinden zich met name binnen de beleidsuitspraken slimme groei en functieverandering (nr. 1) en vestigingsklimaat (nr. 2).

Zo ontstaat het risico op verslechtering van de luchtkwaliteit enerzijds door de toename van verkeersbewegingen als gevolg van verdichting (woningen en bedrijvigheid). Anderzijds betekent verdichting een toename in hoogbouw, waardoor lucht kan blijven hangen tussen gebouwen. Dit kan leiden tot een slechte luchtkwaliteit. Daarnaast kan geluidhinder toenemen, door een toename in verkeersbewegingen als gevolg van verdichting (woningen en bedrijven). Ook het ervaren van geluidsoverlast door omwonenden kan toenemen. Een andere beleidsuitspraak die kan leiden tot geluidsoverlast is duurzame energieopwekking (nr. 8). De inpassing van windturbines kan geluidhinder als gevolg hebben. Omdat de verdichting dicht bij het spoor plaatsvindt, is er ook risico op toename van trillinghinder. Kansen op positieve effecten zijn er binnen de beleidsuitspraak mobiliteitszones (nr. 4). Het verbeteren van het OV in de wijk Westergouwe biedt kansen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en een afname van geluidhinder. Dit zijn echter maar geringe kansen omdat het effect afhankelijk is van de daadwerkelijke afname van het autoverkeer.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

64

Open

5.2.4

Beeld per beoordelingsaspect

Verder inzoomend op scores per beoordelingsaspect laat het beeld zien zoals weergegeven in onderstaande Figuur 5.11.

Figuur 5.11: Overzicht kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten per beoordelingsaspect

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

65

Open

In de ‘Foto van de leefomgeving’ zijn voor deze beoordelingsaspecten tevens de huidige en autonome situatie in beeld gebracht (zie ook hoofdstuk 4 van dit planMER). Figuur 5.11 laat zien dat de meeste beoordelingsaspecten vrij dicht bij elkaar liggen qua kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Dit komt, omdat er relatief weinig beleidsuitspraken zijn, waarop beoordeeld is. De vier beoordelingsaspecten met de meeste kansen zijn: gezonde leefomgeving, groen- en waterbeleving, sociale cohesie in buurten en duurzame woningen. De beoordelingsaspecten met de meeste risico’s op negatieve effecten zijn omgevingsveiligheid, geluid, biodiversiteit, beschermde soorten, Natura 2000-gebieden en archeologisch erfgoed. Beoordelingsaspecten met de meeste kansen op positieve effecten Ten aanzien van beoordelingsaspect gezonde leefomgeving geldt dat kansen gerelateerd zijn aan: • Verkleinen van de afstand tot voorzieningen (openbaar vervoer) door verdichting; • Meer beweging door in te zetten op OV in Westergouwe; • De toename van routes door uitbereiding van natuur- en recreatiegebieden; • Meer beweging en een gezondere leefstijl door het faciliteren van mogelijkheden tot activering en bevordering van gezondheid. Ten aanzien van beoordelingsaspect groen- en waterbeleving geldt dat kansen gerelateerd zijn aan de toename van het groenoppervlak.

Deze toename zit in uitbreiding van groengebieden en het toevoegen van groen in de openbare ruimte. Een bevolkingstoename door verdichting leidt daarnaast tot een gemiddeld kleinere afstand tot openbaar groen. Een risico binnen dit aspect is dat verdichting kan leiden tot druk op bestaande groengebieden. Ten aanzien van beoordelingsaspect sociale cohesie in buurten geldt dat kansen gerelateerd zijn aan: • Ontmoetingen door toevoeging van sport- en recreatiemogelijkheden in de openbare ruimte; • Wijken toegankelijker maken voor alle doelgroepen (betreffende woningaanbod); • Ontmoetingen voor iedereen mogelijk maken in de openbare ruimte. Ten aanzien van het beoordelingsaspect duurzame woningen geldt dat kansen gerelateerd zijn aan: • Nieuwbouw van energiezuinige woningen; • Gebouwen worden goed geïsoleerd zodat warmte zo lang mogelijk buiten blijft; • Zonnepanelen op daken mogelijk maken. Beoordelingsaspecten met de meeste risico’s op negatieve effecten De beoordelingsaspecten met de meeste risico’s (omgevingsveiligheid, geluid, biodiversiteit, beschermde soorten, Natura 2000-gebieden en archeologisch erfgoed) scoren allemaal op dezelfde beleidsuitspraken, namelijk op slimme groei en functieverandering (nr. 1), vestigingsklimaat (nr. 2) en op duurzame energieopwekking (nr. 8).

Ten aanzien van beoordelingsaspect omgevingsveiligheid geldt dat risico’s gerelateerd zijn aan: • Verdichting (bedrijvigheid en woningbouw) in aandachtsgebieden, nabij het spoor en wegen; • Toename van risico’s als gevolg van windturbines. Bij het beoordelingsaspect geluid zijn de risico’s gerelateerd aan een toename van geluidhinder als gevolg van wegverkeer en ervaren van overlast van buren als gevolg van verdichting (bedrijvigheid en woningbouw). Daarnaast is er risico op geluidhinder als gevolg van windturbines. De kans op afname van geluidshinder wordt veroorzaakt door het inzetten op OV in de wijk Westergouwe. Deze kans is echter afhankelijk van de daadwerkelijke afname van het autoverkeer.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

66

Open

Ten aanzien van beoordelingsaspect biodiversiteit geldt dat risico’s gerelateerd zijn aan het ontstaan van druk op de biodiversiteit door verdichting (woningbouw en bedrijvigheid) en door de inpassing van de energietransitie. Daarnaast zijn er ook kansen op positieve effecten. Er is kans op een toename van biodiversiteit door vergroting van het groenoppervlak, de aanleg van ecologische oevers en de uitbreiding van de Groenalliantie. Voor beschermde soorten gelden een aantal risico’s. Een risico is het ontstaan van druk op leefgebieden van beschermde soorten door verdichting (woningbouw en bedrijvigheid). Daarnaast kunnen leefgebieden verstoord worden door het realiseren van recreatie- en sportmogelijkheden in groengebieden. Ook kan verstoring van leefgebieden optreden door de energietransitie. Kansen voor leefgebieden van beschermde soorten zijn gerelateerd aan een toename van groen, de inzet op ecologische oevers en het versterken van groenstructuren. Ten aanzien van beoordelingsaspect Natura 2000-gebieden geldt dat risico’s gerelateerd zijn aan een toename van stikstofdepositie als gevolg van een toename van verkeersbewegingen door verdichting (woningbouw en bedrijvigheid) en de mogelijke aanvaringsslachtoffers onder vogels.

Daarnaast is er kans op versterking van Natura 2000-gebieden door de inzet op uitbreiding groenstructuren in de nabijheid van Natura 2000-gebieden (Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein). Ook is er kans op minder stikstofdepositie door het inzetten op OV. Echter, hier is wel de vraag in hoeverre het autoverkeer afneemt. Ten aanzien van beoordelingsaspect archeologisch erfgoed geldt dat risico’s gerelateerd zijn aan: • Mogelijke verstoring van archeologische waarden bij verdichting (woningbouw en bedrijvigheid); • Verstoring van archeologisch erfgoed door de aanleg van infrastructuur voor de energietransitie.

5.2.5

Overallbeeld in relatie tot kwaliteitsniveaus bij autonome ontwikkeling

In de ‘Foto van de leefomgeving’ zijn de kwaliteitsniveaus van de beoordelingsaspecten bij autonome ontwikkeling in 2030 in beeld gebracht. Zoals in hoofdstuk 4 van dit planMER is beschreven, geldt voor een aantal beoordelingsaspecten dat deze zijn beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en er sprake is van een autonome verslechterende trend. Het is van belang om met beleid deze negatieve trend zo veel als mogelijk te keren. Ten aanzien van kwaliteit en kwantiteit werklocaties laat het beleid een verbetering zien ten opzichte van de autonome situatie. Het is de verwachting dat als gevolg van het creëren van ruimte voor moderne en innovatieve bedrijvigheid (door slim gebruik te maken van de beschikbare ruimte) zowel de kwaliteit als de kwantiteit van werklocaties toeneemt. De negatieve trend die waarneembaar is bij landschap en cultureel erfgoed wordt naar verwachting als gevolg van o.a. verdichting (woningbouw en bedrijvigheid) en energietransitie niet gekeerd. Omdat cultuurhistorische waarden in de Omgevingsvisie randvoorwaardelijk zijn gesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen is het de verwachting dat het cultuurhistorisch erfgoed niet verder verslechtert als gevolg van het beleid.

Wat betreft de beoordelingsaspecten die autonoom reeds een verbetering laten zien geldt dat de Omgevingsvisie voor de thema’s klimaatadaptatie, milieukwaliteit, natuur en biodiversiteit, bodem en energie en grondstoffen meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten laat zien. Het risico bestaat dat de Omgevingsvisie de verbeterende trend zoals deze in de autonome ontwikkeling ingezet wordt niet doorzet. Het is hiervoor van belang rekening te houden met de aanbevelingen (zie hoofdstuk 7). Tenslotte geldt voor de overige thema’s (gezondheid, wonen en verstedelijking, sociale samenhang, bereikbaarheid, werkgelegenheid) dat er meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten gezien worden. De verbeterende trend die autonoom waarneembaar is, zal verder doorgezet worden.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

67

Open

5.3

Mate van doelbereik

5.3.1

Inleiding

De gemeente Gouda heeft vijf integrale opgaven geformuleerd als onderdeel van de Omgevingsvisie (zie paragraaf 2.3.2). Deze vijf opgaven zijn gekoppeld aan de beoordelingsaspecten van het planMER die een relatie hebben met de opgave. De vijf opgaven en de relevante beoordelingsaspecten zijn weergeven in onderstaande tabel. Vervolgens is op basis van de bij de beoordelingsaspecten behorende effecten zoals beschreven in hoofdstuk 5 beoordeeld in hoeverre het te verwachten is dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de opgaven. Dat is ook weer gedaan in termen van kansen en risico’s. De beoordeling van doelbereik is opgenomen in bijlage 4. Tabel 5-1: Goudse opgaven en bijbehorende beoordelingsaspecten Goudse opgaven

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Doorgeven historisch Gouda

Voorzieningenniveau, bodemdaling, landschappelijk erfgoed, archeologisch erfgoed, cultureel erfgoed, recreatie en toerisme

Duurzaam stedelijk ontwikkelen

Groen- en waterbeleving, woningaanbod en behoefte, duurzame woningen, wateroverlast, hitte, droogte, biodiversiteit (gemeentelijke natuur), beschermde soorten, broeikasgassen, grondstoffen en circulariteit

Prettig woon- en leefklimaat bevorderen

Sociale veiligheid, woningaanbod en behoefte, voorzieningenniveau, maatschappelijke participatie, sociale cohesie in buurten, inclusiviteit, economische zelfredzaamheid

Gezondheid stimuleren

Gezonde leefstijl, gezonde leefomgeving, verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, geluid, broeikasgassen, wandel- en fietsnetwerk, openbaar vervoer, duurzame en slimme mobiliteit

Sterke economie en regionale positie be- Voorzieningenniveau, kwantiteit en kwaliteit werklocaties, werkgelegenheid, kennis en inhouden novatie, openbaar vervoer

In deze paragraaf worden eerst algemene conclusies getrokken ten aanzien van doelbereik en wordt vervolgens het doelbereik per opgave toegelicht.

5.3.2

Algemene conclusies doelbereik

In Figuur 5.12 zijn het aantal kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten weergeven per opgave uit de Omgevingsvisie. Dit is een cumulatie van kansen en risico’s die geconstateerd zijn voor de betrokken beoordelingsaspecten per opgave. Op basis van Figuur 5.12 kunnen de volgende constateringen gedaan worden: • Als gevolg van het beleid opgenomen in de Omgevingsvisie is er bij drie van de vijf opgaven overwegend sprake van kansen waardoor gesteld kan worden dat er bijgedragen wordt aan de geformuleerde opgaven. Bij twee van de vijf opgaven geldt dat er enkel sprake is van kansen, bij drie opgave zijn er naast kansen ook risico’s geconstateerd. • De opgave met de meeste kansen en risico’s is duurzaam stedelijk ontwikkelen. Hierbij geldt dat er (relatief veel) beoordelingsaspecten bij betrokken zijn die in de effectbeoordeling veel kansen of risico’s laten zien. Dit betreft onder meer ‘’groen- en waterbeleving’, ‘woningaanbod en behoefte’ en ‘voorzieningenniveau’ waarbij sprake is van veel kansen op positieve effecten. De beoordelingsaspecten die veel risico’s op negatieve effecten laten zien hebben met name betrekking op het onder druk staan van biodiversiteit en beschermde soorten, maar ook wateroverlast en hitte.

• Als gevolg van het nieuwe beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie is er voor twee van de vijf opgaven sprake van meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten. Voor deze opgaven geldt dat er gekeken dient te worden in hoeverre risico’s gemitigeerd kunnen worden zodat opgaven alsnog behaald kunnen worden (zie ook hoofdstuk 7).

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

68

Open

Figuur 5.12: Het aantal kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten per opgave

5.3.3

Doelbereik per opgave

In deze paragraaf is per opgave de mate van doelbereik in beeld gebracht. Hierbij is gebruik gemaakt van smileys. Deze smileys hebben de volgende betekenis: ☺ Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van kansen op positieve effecten, en daarmee kans op bijdragen aan het behalen van de opgave.  Op grond van de effectbeoordeling is overwegend geen sprake van kansen of risico’s (of aantal kansen en risico’s zijn overwegend in evenwicht) en daarmee beperkt/geen sprake van kans op het behalen van de opgave.  Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten, en daarmee risico’s op afbreuk aan de opgave. Opgemerkt dient te worden dat de gezien de beperkte omvang van de beoordeelde beleidsuitspraken (10) de verschillen tussen een ☺– of –beoordeling soms erg klein zijn. De beoordeling geeft niet aan of opgaven wel of niet gehaald gaan worden. Wel geeft het aan hoe groot de kans is dat er wel of niet wordt bijgedragen aan de opgaven. 1.

Doorgeven historisch Gouda Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2040

Voorzieningenniveau

↘

☺

Bodemdaling



↗

Landschappelijk erfgoed



↘

Archeologisch erfgoed



↘

Cultureel erfgoed



↘

Gerelateerde beoordelingsaspecten

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

69

Open

Recreatie en toerisme

↗

Conclusie doelbereik: Het nieuwe beleid als onderdeel van de Omgevingsvisie draagt naar verwachting beperkt bij aan het behalen van de opgave ‘doorgeven historisch Gouda’. Er is als gevolg van nieuw beleid sprake van meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten. Van de zes gerelateerde beoordelingsaspecten laten twee beoordelingsaspecten als gevolg van het beleid uit de Omgevingsvisie een verdere verslechtering zien ten opzichte van de referentiesituatie, dit betreft landschappelijk erfgoed en archeologische erfgoed. Beleidsuitspraken die hier aan ten grondslag liggen, zijn gerelateerd aan het clusteren of inbreiden van (moderne) bedrijvigheid en de inpassing van duurzame energieopwekking. Dit komt met name door de locaties die aangewezen zijn voor inbreiding of inpassing. Deze locaties zijn aangewezen als zijnde van archeologische of landschappelijke waarde. De beoordelingsaspecten bodemdaling en recreatie en toerisme laten in de referentiesituatie een verbeterende trend zien. Als gevolg van het beleid uit de Omgevingsvisie is het niet aannemelijk dat deze verbeterende trend zich doorzet. Dit komt door beleid gericht op de inbreiding van woningen en bedrijvigheid. Dit zorgt voor een toenemende druk op de bodem wat bodemdaling kan beïnvloeden.

Wat betreft het beoordelingsaspect recreatie en toerisme gaat de Omgevingsvisie niet in op het creëren van banen in de toeristische sector.

2.

Duurzaam stedelijk ontwikkelen Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2040

Groen- en waterbeleving

↗

☺

Woningaanbod en behoefte



=

☺

Duurzame woningen



↗

☺

Wateroverlast



↗

Hitte



↗

Droogte



=

☺

Biodiversiteit (gemeentelijke natuur)



=

Beschermde soorten

=

Broeikasgassen



↗

Grondstoffen en circulariteit



↘

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Conclusie doelbereik: Het beleid uit de Omgevingsvisie draagt naar verwachting in beperkte mate bij aan de opgave ‘duurzaam stedelijk ontwikkelen’. Er zijn als gevolg van nieuw beleid meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten geconstateerd. Voor vijf van de tien beoordelingsaspecten leidt de Omgevingsvisie tot een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de beoordelingsaspecten hitte en wateroverlast geldt dat er sprake is van een kerende trend als gevolg van de Omgevingsvisie. Beleidsuitspraken die hiermee samenhangen zijn gericht op inbreiding van woningen en bedrijvigheid. De kans op toename in verhard oppervlakte dat samenhangt met inbreiding leidt tot een risico op wateroverlast en hittestress. Ook de beoordelingsaspecten biodiversiteit en beschermde soorten laten een verslechtering zien ten opzichte van de referentiesituatie. Naast beleidsuitspraken gericht op woningbouw en bedrijvigheid vormt ook de inpassing van duurzame energieopwekking hier een risico op een negatief effect door toenemende druk op leefgebieden van soorten.

3.

Prettig woon- en leefklimaat bevorderen Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2040

Sociale veiligheid

↘

☺

Woningaanbod en behoefte



=

☺

Voorzieningenniveau



↘

☺

Gerelateerde beoordelingsaspecten

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

70

Open

Maatschappelijke participatie



↘

Sociale cohesie in buurten



=

☺

Inclusiviteit



=

☺

Economische zelfredzaamheid



↗

Conclusie doelbereik: Er is sprake van een grote kans dat het beleid uit de Omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van de opgave ‘prettig woon- en leefklimaat bevorderen’. Er is enkel sprake van kansen op positieve effecten. Voor de beoordelingsaspecten maatschappelijke participatie en economische zelfredzaamheid geldt dat het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie niet bijdraagt aan deze beoordelingsaspecten.

4.

Gezondheid stimuleren Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2040

Gezonde leefstijl

↗

☺

Gezonde leefomgeving



↗

☺

Verkeersveiligheid



=

Luchtkwaliteit



↗

Geluid



=

Broeikasgassen



=

Wandel- en fietsnetwerk



↗

☺

Openbaar vervoer



↗

☺

Duurzame en slimme mobiliteit



↗

☺

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Conclusie doelbereik: Er is een redelijke kans dat het beleid uit de Omgevingsvisie ten dele bijdraagt aan het behalen van de opgave ‘gezondheid stimuleren’. Er is sprake van meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. Beoordelingsaspecten die bijdragen aan het behalen van de opgave zijn gezonde leefstijl, gezonde leefomgeving, wandel- en fietsnetwerk, openbaar vervoer en duurzame en slimme mobiliteit. Beleidsuitspraken die hieraan bijdragen zijn gericht op het prioriteren van de voetganger en fietser en het inzetten op mobiliteit (beleidsuitspraken mobiliteitszones, natuur en recreatie, gezondheid bevorderen). Voor de beoordelingsaspecten verkeersveiligheid, luchtkwaliteit en geluid geldt dat sprake is van een verslechtering als gevolg van het beleid uit de Omgevingsvisie in vergelijking met de referentiesituatie. Dit hangt met name samen met inbreiding van woningbouw en bedrijvigheid en gerelateerde toename in verkeersbewegingen die hiermee samenhangen (zowel transportbewegingen als personenvervoer).

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

71

Open

5.

Sterke economie en regionale positie behouden Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2040

Voorzieningenniveau

↘

☺

Kwantiteit en kwaliteit werklocaties



↗

☺

Werkgelegenheid



↗

☺

Kennis en innovatie



↗

☺

Openbaar vervoer



↗

☺

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Conclusie doelbereik: Het is aannemelijk dat het beleid uit de Omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van de opgave ‘sterke economie en regionale positie behouden’. Er zijn enkel kansen op positieve effecten geconstateerd als gevolg van het beleid uit de Omgevingsvisie.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

72

Open

5.4

Botsproeven

Middels botsproeven zijn de verschillende beleidsuitspraken onderling met elkaar vergeleken. De Omgevingsvisie wil de verschillende thema’s in onderlinge samenhang bezien. Om grip te krijgen op de haalbaarheid van de doelen zijn de beleidsuitspraken op hoofdlijnen tegenover elkaar gezet en is benoemd of er sprake is van synergie dan wel mogelijke tegenstrijdigheden. De beleidsuitspraken zijn hieronder met elkaar vergeleken (Tabel 5-2). Het beleid omvat hoofdzakelijk kansen voor synergie. Er zijn zeven tegenstrijdigheden geconstateerd. Onderstaand zijn per ontwikkelrichting de belangrijkste conclusies opgesomd. Mede op basis hiervan zijn in de conclusies aanbevelingen gedaan om negatieve effecten bij tegenstrijdigheden te beperken in vooral de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie en bijbehorende instrumenten.

Groener en klimaatadaptief Gouda

6

Natuur en recreatie

7

Gezondheid bevorderen

8

Duurzame energieopwekking

9

Passend woningaanbod

Inclusiviteit

5

Passend woningaanbod

Mobiliteitszones

Duurzame energieopwekking

4

Gezondheid bevorderen

Voorzieningen

Natuur en recreatie

3

Groener en klimaatadaptief

Vestigingsklimaat

Mobiliteitszones

2

Voorzieningen

Slimme groei en functieverandering

Vestigingsklimaat

1

Slimme groei en functieverandering

Tabel 5-2: Botsproeven tussen ontwikkelrichtingen

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

+/-

+/-

0

+/-

0

+

+

+

+

+

0

+/-

0

0

+

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

+

0

0

0

+

+

0

0

0

+

0

0

0

0

0

+

0

0 0

10 Inclusiviteit

Legenda +

Kansen op synergie

-

Risico op tegenstrijdigheden

+/-

Zowel kansen op synergie als risico’s op tegenstrijdigheden

0

Geen effectrelatie voorzien

Zoals in bijlage 4 zichtbaar is, omvat het beleid hoofdzakelijk kansen voor synergie. Er zijn vier tegenstrijdigheden geconstateerd (zie aantal -en in Tabel 5-2). Onderstaand volgt per ontwikkelrichting een korte samenvatting. Figuur 5.13 geeft het totaalbeeld van de risico’s op conflicten en kansen op synergie per beleidsuitspraak.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

73

Open

Figuur 5.13: Botsproeven beleidsuitspraken

Slimme groei en functieverandering Inbreiding en transformatie naar nieuwe functies zoals woningen, groen en bedrijvigheid genereren veel kansen op synergie, maar ook een aantal risico’s op tegenstrijdigheden. Er zijn kansen voor versterking van het vestigingsklimaat door de menging van woningen en bedrijvigheid in transitiegebieden en het creëren van een woon-werk klimaat door de ontwikkeling van een campus. Daarnaast is er bij de transformatieopgave ruimte om verschillende aspecten mee te nemen in de ontwikkeling: klimaatadaptatie, bevordering van de gezondheid, zonne-energie op daken, passend woningaanbod en ontmoetingsplekken. Mogelijke tegenstrijdigheden betreffen conflicterende ruimteclaims met andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals groen (klimaatadaptatie) en voorzieningen. Ook is er kans op een conflicterende ruimteclaim met bedrijventerrein, omdat een deel van het beoogde transitiegebied zich bevindt ter hoogte van bestaande bedrijventerreinen. Vestigingsklimaat Versterking van het vestigingsklimaat genereert vier kansen op synergie en twee risico’s op tegenstrijdigheden. Bij herontwikkeling ontstaan kansen voor een goede menging van wonen en werken. Het vestigingsklimaat kan versterkt worden door onderwijsinstelling te vestigen in gebieden met bedrijvigheid.

Ook zijn er kansen om klimaatadaptatie en duurzame energieopwekking mee te nemen bij herontwikkelingen en bij de bouw van nieuwe bedrijfspanden. Mogelijke tegenstrijdigheden zijn conflicterende ruimteclaims. Verdichting van bedrijventerreinen kan strijdig zijn met een groene, klimaatadaptieve openbare ruimte. Bovendien zijn bestaande bedrijventerreinen aangemerkt als transitiegebied voor o.a. woningbouw.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

74

Open

Voorzieningen De ontwikkeling van een campus met hoger onderwijs biedt kansen voor versterking van het vestigingsklimaat door onderwijsinstellingen te vestigen in gebieden met bedrijvigheid. Ook kan in combinatie met verdichting het woon-werkklimaat versterkt worden. Een campus voor hoger onderwijs draagt bij aan het creeren van een hoog stedelijk gemengd milieu. Hier zit wel ook het risico op mogelijke conflicterende ruimteclaims met woningen. Mobiliteitszones Het verbeteren van het openbaar vervoer in de wijk Westergouwe biedt kans op activering en de bevordering van de gezondheid, door beweging van en naar OV-punten. Groener en klimaatadaptief Gouda Het vergroenen en klimaatadaptief inrichten van Gouda genereert een aantal kansen op synergie en een paar risico’s op strijdigheid. Het biedt kansen voor een klimaatadaptieve inrichting bij herontwikkeling en verdichting van bedrijventerreinen en woongebieden. Het kan ook de groenstructuur versterken (en daarmee de biodiversiteit vergroten) door toevoeging van groen en de aanleg van ecologische oevers en de inzet op ecologisch beheer. Ook is er een kans op de bevordering van gezondheid indien de nieuwe groenstructuren ook toegankelijk zijn voor sport en recreatie. Mogelijke tegenstrijdigheden van vergroenen zijn conflicterende ruimteclaims bij verdichting.

Natuur en recreatie Het structureel doorvoeren van het ecologisch beheer van o.a. bermen en de aanleg van ecologische oevers biedt kansen voor een klimaatadaptieve inrichting. De groenstructuur kan versterkt worden en de biodiversiteit worden vergroot. Ook het bevorderen van natuur en recreatie kan bijdragen aan een sterkere groenstructuur. Gezondheid bevorderen De beleidsuitspraak over het bevorderen van de gezondheid heeft vijf kansen op synergie en slechts één risico op strijdigheid. Door het verbeteren van het OV in de wijk Westergouwe is er kans op bevordering van de gezondheid door beweging van en naar OV-punten (activering). Het versterken van groenstructuren en natuur door het toevoegen van groen kan de gezondheid versterken, indien het nieuwe groen ook toegankelijk is voor sport en recreatie. Daarnaast kan inclusiviteit de gezondheid bevorderen door ontmoetingen te stimuleren (activering) en de openbare ruimte toegankelijker te maken. Duurzame energieopwekking Bij het verdichten van bedrijventerreinen en de spoorzone met woningbouw is er mogelijk kans op versterking door nieuwbouw te combineren met zonnepanelen op daken. Dit biedt kansen voor versterking. Passend woningaanbod Stedelijke herontwikkeling biedt kansen om woningaanbod passend te maken.

Inclusiviteit Stedelijke herontwikkeling biedt de kans om ontmoetingsplekken en buurtpleinen te realiseren om de inclusiviteit te vergroten. Het toegankelijk maken van de openbare ruimte voor een ieder kan ontmoetingen in de openbare ruimte stimuleren en zo bijdragen aan bevordering van de gezondheid.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

75

Open

6

Passende beoordeling Natura 2000-gebieden

Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling opgesteld. Deze is onderdeel van dit planMER en opgenomen in bijlage 2. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste conclusies samengevat. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar bijlage 2. Voor Natura 2000-gebieden die binnen een straal van 10 kilometer van het plangebied liggen, kan op voorhand niet worden uitgesloten dat er negatieven effecten kunnen optreden. Hierdoor zijn in de passende beoordeling de effecten op 2 Natura 2000-gebieden beoordeeld: Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (aangrenzend aan de gemeentegrens) en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (op circa 8 kilometer van de gemeentegrens). Enkele beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie kunnen een risico hebben op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integraal aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een verhoogde milieudruk binnen Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling (interne saldering) kan een significant negatief effect voorkomen worden.

Ook is aandacht nodig voor de uitwerking van de opgave om duurzame energie op te wekken. Aanvaringsslachtoffers onder vogels van omliggende Natura 2000-gebieden, zoals Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein kan een risico op significant negatieve effecten veroorzaken. Dit is echter met een doordachte locatieafweging, opstelling en eventueel stilstandvoorziening te voorkomen. Daarmee zijn de getoetste beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie in principe uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel Natura 2000).

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

76

Open

Tabel 6-1 Beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie met een risico op een significant negatief effect Nr

Wat

Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Aandachtpunten bij nadere uitwerking beleid (mitigatie)

Eindbeoordeling

Florerende stad Er kan sprake zijn van een toe- Ja, klein risico op signiname in stikstofdepositie als geficant negatief effect Ontsluit het gebied zo veel als mogelijk Slimme volg van een verkeersaantrekdoor stikstofdepositie op (snel)fietsroutes en OV, zodat er zo (Significant) negroei en 1 kende werking. Het Natura 2000- op Nieuwkoopse Plas- min mogelijk toename plaatsvindt van gatief effect is functievergebied Nieuwkoopse Plassen & sen & De Haeck van- het aantal vervoers-bewegingen met de te voorkomen. anderingen De Haeck is gevoelig voor stikwege de relatief grote auto. stofdepositie. afstand. Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch gekeken worden naar de ligging, Door uitbreiding bedrijventerrein ontsluitings-routes en type bedrijvigheid mogelijk een toename in stikstof- Ja, groot risico op signiom zo de invloed op het Natura 2000depositie (o.a. als gevolg van ver- ficant negatief effect (Significant) neVestigingsgebied zoveel mogelijk te beperken. 2 keers-aantrekkende werking). Het door stikstofdepositie gatief effect is klimaat Saldering met ander beleid voorkomt Natura 2000-gebied Nieuwop Nieuwkoopse Plaste voorkomen. mogelijk een toename aan stikstofdepokoopse Plassen & De Haeck is sen & De Haeck. sitie. Een andere optie is extern saldegevoelig voor stikstofdepositie. ren met andere stikstofbronnen zoals veehouderijen.

Energietransitie Er kan sprake zijn van verstoring en aanvaringsslachtoffers onder Ja, groot risico op signiOnderzoek naar de vliegbewegingen met name vogels nabij het Natura ficant negatief effect van vogels is nodig. Op basis daarvan 2000-gebied Broekvelden, Vet- door verstoring en aanDuurzame moet een zorgvuldige locatiekeuze en (Significant) netenbroek & Polder Stein en in varingsslachtoffers on8 energieopkeuze voor aantal/typen windturbines gatief effect is mindere mate nabij Nieuwkoopse der met name vogels wekking gebaseerd worden. Aanvaringsslachtof- te voorkomen. plassen & De Haeck. Energie op- nabij Broekvelden, Vetfers kunnen daarnaast voorkomen worwek door zon-op-dak heeft geen tenbroek & Polder den door stilstandvoorzieningen. invloed op Natura 2000-gebieStein. den.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

77

Open

7

Conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen

De ‘Foto van de leefomgeving’ beschrijft de referentiesituatie van beoordelingsaspecten opgenomen in dit planMER. Meerdere beoordelingsaspecten scoren in de referentiesituatie niet voldoende. Voorbeelden van beoordelingsaspecten zijn kwaliteit en kwantiteit werklocaties en cultuurhistorisch erfgoed. Er zijn echter ook veel beoordelingsaspecten waar een verbeterende trend te zien is, veelal als gevolg van reeds ingezet beleid (bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid en klimaatadaptatie). De Omgevingsvisie kent op de meeste thema’s nieuw beleid waarmee getracht wordt de referentiesituatie te beschermen of te verbeteren. Dit uit zich in kansen op positieve effecten op verschillende beoordelingsaspecten (zie groene pijlen

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

78

Open

Figuur 7.1). Als gevolg van het beleid opgenomen in de Omgevingsvisie wordt overwegend positief bijgedragen aan drie van de vijf hoofddoelen, dit zijn prettig woon- en leefklimaat bevorderen, gezondheid stimuleren en sterke economie en regionale positie behouden. Voor de overige twee hoofddoelen (duurzaam stedelijk ontwikkelen en doorgeven historisch Gouda) en geldt ook hier sprake is van kansen op positieve effecten maar daarnaast ook substantieel veel risico’s op negatieve effecten. Een belangrijke kanttekening is dat de Omgevingsvisie beleid op hoofdlijnen formuleert. De effecten zijn mede afhankelijk van de manier waarop dit beleid uiteindelijk wordt uitgewerkt. Om dat met zo weinig mogelijk negatieve effecten te kunnen laten gebeuren zijn goede stedenbouwkundige analyses en gebiedsprogramma’s nodig, mede als onderbouwing van het omgevingsplan. Enkele beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie kunnen daarnaast een risico hebben op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integraal aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een verhoogde milieudruk binnen Natura 2000gebieden.

Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling (interne saldering) kan een significant negatief effect voorkomen worden. Daarmee zijn de getoetste beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie in principe uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming (onderdeel Natura 2000-gebieden).

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

79

Open

Figuur 7.1 Rad van de leefomgeving met effecten beleidsuitspraken

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

80

Open

Aan

de

8 september 2021

andere

kant

zijn

er

ook

diverse

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

risico’s

geconstateerd

(zie

rode

BG8638TPRP2008261433

81

pijlen

Open

Figuur 7.1). De risico’s hangen voornamelijk samen met mogelijke negatieve effecten op natuur en biodiversiteit, milieukwaliteit, klimaatadaptatie en energie en grondstoffen. Hiervoor zijn diverse aandachtpunten en aanbevelingen geformuleerd die kunnen worden meegenomen bij het verder aanscherpen van de Omgevingsvisie, dan wel bij de uitwerking in het Omgevingsplan of Omgevingsprogramma. In onderstaande Tabel 7-1 zijn de aandachtspunten en aanbevelingen weergegeven, ook wel mitigerende maatregelen. In figuur 7-2 is op kaart geduid waar de gerelateerde kansen en risico’s voornamelijk ruimtelijk neerslaan. De nummers in figuur 7-2 corresponderen met de nummers in tabel 7-1. Tabel 7-1: Aanbevelingen/mitigerende maatregelen vanuit planMER

Beleidsuitspraak

Kans, risico en/of effect

Mitigerende maatregel (aandachtspunten en aanbevelingen)

Waar verwerkt/meegenomen? (genoemde paragraven betreffen de paragraven in de Omgevingsvisie)

1: Houdt bij herontwikkeling in het stede1: Dit heeft (meer) aandacht lijk gebied rekening met voldoende gekregen in §7.3 van de vimaatregelen voor afvoer van water en sie, in een nieuwe sub-paravergroening (bv groene daken, aanplant graaf over water bomen, ed). 2: Dit kan worden meegeno2: Daarnaast kunnen er bouweisen ge1. Klimaatadaptatie: Als gevolg men in de nader op te stellen steld worden aan nieuwbouw, deze kunvan verdichting kan hittestress en Omgevingsplannen (maar is nen opgenomen worden in de vergunwateroverlast ontstaan en nemen te gedetailleerd voor de Omningseisen. de gevolgen bij een eventuele gevingsvisie) 3: Door gebouwen op een bepaalde maoverstroming toe. 3: Is als aandachtspunt opnier te ontwerpen kan er bijvoorbeeld genomen in §7.3 van de vimeer wind het gebied in wat een verkoesie en kan in Omgevingslend effect heeft of kunnen gebouwen plannen of het programma op een natuurlijke manier gekoeld worklimaatadaptatie nader worden. den uitgewerkt 4: Autonoom wordt er door de gemeente 4: Klopt, en dit stond reeds reeds ingezet op een te hanteren groenin §7.3 norm van 15% bij nieuwbouw (zie par 3.3. Foto van de leefomgeving). ‘’Slimme groei en functieverandering’’ (nr. 1) en ‘’vestigingsklimaat’ (nr. 2)

2. Milieukwaliteit: Als gevolg Dit staat reeds in §7.2 van van verdichting met woningen en Stimuleer het gebruik van OV en stil ver- de visie en is de essentie bedrijven ontstaat een toename voer (fiets, e-bike) en zet in op een auto- van de transitie-strategie: van verkeer. Dit heeft een nega- luw/lage parkeernorm om autogebruik te meer OV, dus verdichting en tieve weerslag op luchtkwaliteit verminderen. In de Omgevingsvisie transitie bij voorkeur rondom en geluidhinder. Als gevolg van wordt reeds ingezet op e-hubs. Focus OV-knopen (CS, Goverwelle inbreiding ter hoogte van het hierbij op de locaties waar verdichting en grotere buslijnen) spoor kan de mate van trillings- verwacht wordt. hinder toenemen. 3. Natuur en biodiversiteit: Toename van woningen en bedrijven gaat als gevolg van een Een natuurinclusieve uitwerking van dit verkeersaantrekkende werking beleid, waarbij verblijfplaatsen en leef- In §7.3 van de visie is (nu veelal gepaard met een toename gebieden worden gerealiseerd biedt nog meer) aandacht besteed van stikstofdepositie. Natura kansen voor soorten van stedelijk geaan dit onderwerp: groener 2000-gebied Nieuwkoopse Plas- bied. Ook de inrichting en het beheer maken van de bestaande sen & De Haeck is zeer gevoelig van groene gebieden dient hierbij beverstedelijkte gebieden, voor stikstofdepositie. Als gevolg trokken te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=c5d88625-dcdb-48fe-904d-86fb5e56ce62