CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

PlanMER Omgevingsvisie Gouda hoofdrapport 1.1 incl bijlagen.pdf

Raadsvergadering 23 februari 2022, gemeente GoudaBij agendapunt: Omgevingsvisie29.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur 2.1 Interactie Omgevingsvisie en plan m.e.r.

In het planMER is de ‘Foto van de leefomgeving’ opgesteld. De Foto van de leefomgeving geeft een beeld van hoe de leefomgeving er nu voorstaat, en hoe deze er in de toekomst uit gaat zien bij voortzetting van het huidige beleid. De Foto van de leefomgeving laat zien op welke vlakken de kwaliteit ‘op orde’ is, en op welke vlakken er problemen en knelpunten kunnen optreden. Hier liggen de uitdagingen voor nieuw beleid

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

24

Open

in de Omgevingsvisie. Met deze informatie zijn de trends, ontwikkelingen en hoofdopgaven voor Gouda aangescherpt en verduidelijkt.

2.3

Hoofdlijnen Omgevingsvisie: Goudse waarden, opgaven en keuzes

2.3.1

Goudse waarden

De Goudse kernwaarden worden bepaald door de Goudse geschiedenis, het bestaande gemeentelijke beleid en de trends en ontwikkelingen. Compacte stad Gouda is een compacte stad met een bruisend historisch centrum en rustige randen. Gouda heeft de schaal van een middelgrote stad. De afstanden binnen Gouda zijn niet groot, maar je vindt er een grote verscheidenheid aan gebieden en functies. Het historische centrum is bruisend en levendig, met daaromheen rustige woonwijken. Complete stad Gouda is een complete en evenwichtige stad waar mensen graag in goede gezondheid wonen, werken, recreeren, van cultuur genieten en winkelen. Voor de meeste stedelijke voorzieningen (bijvoorbeeld ziekenhuis, scholen, winkels, bioscoop) kan je in Gouda goed terecht. Je woont er fijn, en hoeft er voor een baan zeker niet altijd de stad uit. Strategische ligging Gouda geniet een strategische regionale ligging in een bruisende Randstad, met uitstekende (openbaar vervoer) bereikbaarheid. De stad heeft door haar voorzieningenniveau een belangrijke centrumfunctie voor de omliggende dorpen, maar maakt tegelijkertijd met haar centrale ligging onlosmakelijk deel uit van het grotere geheel van de Randstad. Grote steden zoals Den Haag, Rotterdam en Utrecht zijn uitstekend bereikbaar en zijn onderdeel van de leefomgeving van veel Gouwenaren voor werk, studie of sociale contacten.

Te midden van het groen Gouda ligt te midden het van Groene Hart, met waardevol landschap, natuur en veel water. De ontstaansgeschiedenis van Gouda is onlosmakelijk verbonden met het water, dat overal in de stad zichtbaar is en mede bepalend is voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Dat geldt voor de oude historische waterlopen zoals de Gouwe, de Hollandsche IJssel en de stadssingels, maar ook voor nieuw water in na-oorlogse woonwijken waar de kwaliteit van het aanraakbare water uit het oude veenweidegebied op een nieuwe manier is teruggebracht, in combinatie met openbaar groen. Ook al ligt het buiten de gemeentegrenzen, het omliggende landschap is waardevol en draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van de stad. Initiatiefrijke stad Gouda is initiatiefrijk, en geniet een grote mate van participatie van haar inwoners, o.a. in de vorm van evenementen. Gouda is een bruisende stad. De mensen in Gouda zorgen voor elkaar en hun stad via vrijwilligerswerk, sportverenigingen en andere sociale verbanden en willen zich ook economisch ontwikkelen. Ze hechten waarde aan de gezelligheid in het centrum en de vele activiteiten.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

25

Open

2.3.2

Vijf integrale hoofdopgaven

Gouda staat voor grote opgaven, nu en in de toekomst. Veranderingen om ons heen maken dat de stad ook zal veranderen. Het klimaat verandert, de vraag naar woningen neemt toe, bedrijvigheid verandert van vorm, de bevolkingssamenstelling verschuift, en zo zijn er nog vele voorbeelden. De vijf Goudse Opgaven vormen hierin een rode draad. In de geest van de Omgevingswet wordt bekeken hoe alle ontwikkelingen op elkaar van invloed zijn. Dit vormt de basis voor het opstellen van een integrale visie voor de fysieke leefomgeving. 1. Historische stad doorgeven aan volgende generaties Gouda is een van de historische Hollandse steden met een bloeiperiode zo vroeg als de 15e eeuw. Centraal wordt gesteld dat de gemeente wil bouwen en ontwikkelen in harmonie en balans met de historische structuren en ruimtelijke kwaliteiten van de stad. Hoe kan de stad worden doorgegeven aan volgende generaties? De belangrijkste deelopgaven betreffen: • Historische binnenstad beschermen, benutten én versterken • Levendig houden van de lokale economie en de dynamiek van de binnenstad • Duurzaam omgaan met bodemdaling • Toerisme met balans tussen de toerist en de historie 2. Gouda duurzaam stedelijk ontwikkelen Gouda is in trek bij woningzoekenden, zowel van binnen als van buiten de stad.

Hoe kunnen we zorgen dat we Gouda duurzaam doorontwikkelen en voldoende woningaanbod creëren? De belangrijkste deelopgaven betreffen: • Efficiënt ruimtegebruik boven èn onder de grond bij de verstedelijkingsopgave (zodat voldoende ruimte blijft en vrijkomt voor groen en water) • CO2-neutraal en aardgasvrij in 2040 • Gouda klimaatadaptief in 2050 • Openbare ruimte verbeteren • Natuur versterken en biodiversiteit verrijken 3. Prettige en veilige woon- en leefomgeving voor iedereen maken We werken aan een inrichting van de stad die bijdraagt aan het behoud en versterken van de waarden van Gouda. We doen dit door het versterken van de samenhang tussen de verschillende functies en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. We werken aan een Gouda waarin iedereen mee kan doen, en een passende woning kan vinden, waar rekening gehouden wordt met anderen, aandacht is voor wie hulp nodig heeft en waar, goede en toegankelijke voorzieningen zijn in alle wijken. De belangrijkste deelopgaven betreffen: • Voldoende woningen en (wijk-)voorzieningen realiseren met aandacht voor de diverse doelgroepen • Leefbaarheid en veiligheid in de wijken vergroten • Iedereen doet mee. Woningaanbod en voorzieningen beschikbaar en toegankelijk voor alle inwoners.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

26

Open

4. Gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving Naast een bruisende binnenstad is er ook rust en ruimte nodig in de stad. Goudse woonwijken zoals Westergouwe en Bloemendaal moeten een gezond leefklimaat bieden door stilte, schone lucht en voldoende ruimte voor kinderen om veilig te spelen. De belangrijkste deelopgaven betreffen: • Werken aan een gezonde leefomgeving • Bescherming van natuurwaarden (verbetering van de biodiversiteit) • Meer ruimte om te bewegen (spelen, sporten, recreëren) • Mobiliteit, met minimale milieu- impact • Schone stadslogistiek 5. Gouda heeft een blijvend sterke economie en regionale positie Het behoud van werkgelegenheid en voorzieningen is geen garantie voor de toekomst, maar vraagt om ruimtelijke keuzes en het aantrekken van een brede doelgroep. Woningzoekenden uit de regio die stedelijk willen wonen met snelle verbindingen naar de grote steden, kiezen graag voor Gouda. Erg belangrijk voor deze sterke economische positie is de uitstekende treinverbinding van station Gouda met de omliggende steden, waardoor Gouda een belangrijke positie heeft in de Randstad.

De belangrijkste deelopgaven betreffen: • Versterken centrumpositie Gouda in Midden-Holland door behouden en versterken regionale OVbereikbaarheid • Goed functionerende bedrijventerreinen en werklocaties stimuleren eigentijdse en innovatieve vormen van ondernemen • Nieuwe generatie kantoren bij Openbaar vervoer • Zo efficiënt mogelijke benutting van geschikte ruimte voor zware milieucategorieën bedrijvigheid en watergebonden kavels.

2.3.3

Keuzes voor de leefomgeving

De hiervoor benoemde opgaven brengen uitdagingen met zich mee- met een grote ruimtelijke impact: de verstedelijking, de energietransitie en de klimaatadapatie. Door gerichte en integrale keuzes voor de leefomgeving te maken brengt Gouda de komende jaren focus aan voor de stad. Omdat steeds in integrale oplossingen is gedacht, komen veel van de integrale opgaven (paragraaf 2.3.2) in meerdere keuzes terug. De gemeente richt zich op vijf keuzes: 1. Florerende stad: Focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van onze grote historische kwaliteiten. Een hoge kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte draagt bij een prettige leefomgeving; 2. Duurzame mobiliteit: Focus op de verduurzaming van de wijze waarop we ons binnen en buiten de stad bewegen, met een verschuiving naar nog meer fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en met ruimte voor nieuwe mobiliteitsdiensten. Door afname van autoverkeer is het mogelijk verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren; 3.

Gezonde groene stad: Focus op het stimuleren van onze gezondheid, door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, veel biodiversiteit, aandacht voor duurzaamheid, bescherming van de cultuurhistorische linten

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

27

Open

en groenstructuren, en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Aandacht voor beperken van geluidhinder en zorg voor schone lucht speelt daarbij een grote rol; 4. Energietransitie: Focus op duurzame transitie van onze energie, niet alleen in keuze van de bron daarvan (duurzame opwekking) maar ook hoe we dit onderling afstemmen, zodat we elkaar niet (onder- of bovengronds) in de weg zitten met de systemen; 5. Sterke wijken: Focus op onze woonwijken, waar het gewoon fijn leven is en/of nog fijner gaat worden! Voldoende woningen en de juiste, kwalitatief goede woningen, met een goed ingerichte openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en gezond gedrag, waarbij iedereen mee kan doen! De totaalkaart van de Omgevingsvisie (zie Figuur 2-3) geeft hier een samenvatting van. Het planMER richt zich op het beoordelen van betreffende keuzes. In paragraaf 5.1 wordt hier nader op ingegaan. Deelgebieden Voor zes deelgebieden is in meer detail beschreven waar de ambitie voor de toekomst ligt. Dit zijn gebieden waar veel verandert (de Spoorzone, Goudse Poort en Westergouwe), waar uitdagingen voor verbeteringen of intensivering liggen (zoals de Binnenstad, de Oostpolder en het IJsselfront), en de eerste woonwijk waarvoor een Omgevingsplan wordt opgesteld (Goverwelle).

Omdat de deelgebieden tezamen niet de hele gemeente dekken is gekozen om de effectbeoordeling van de Omgevingsvisie te baseren op de kern van de Omgevingsvisie: de keuzes voor Gouda (zie bovenstaande en 5.1 voor toelichting). Om de beoordeling zo locatie specifiek mogelijk te maken zijn bij de beschrijving van de effecten zo mogelijk wel deelgebieden uitgelicht.

Figuur 2.2 Kaart deelgebieden Omgevingsvisie

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

28

Open

Figuur 2.3 Omgevingsvisie kaart

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

29

Open

2.4

Samenhang met andere kaders

Bij het opstellen van de Omgevingsvisie is rekening gehouden met de volgende Europese, Nationale en regionale regelgeving en het beleid van andere overheden. Europese regelgeving ▪ M.e.r.-richtlijn ▪ Vogel- en Habitatrichtlijn ▪ NEC-richtlijn ▪ Kaderrichtlijn water ▪ Richtlijn luchtkwaliteit ▪ Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s ▪ Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) ▪ Verdrag van Malta ▪ Verdrag van Granada ▪ Richtlijnen trillingen Nationale regelgeving en beleid Wetten: ▪ Wet ruimtelijke ordening ▪ Wet natuurbescherming ▪ Wet ammoniak en veehouderij ▪ Wet geurhinder en veehouderij ▪ Wet milieubeheer ▪ Waterwet ▪ Wet geluidhinder ▪ Erfgoedwet 2016 ▪ Wet archeologische monumentenzorg ▪ Wet bodembescherming Besluiten: ▪ Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ▪ Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ▪ Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) ▪ Besluit huisvesting ammoniak en veehouderijen (Amvb Huisvesting) ▪ Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi, Revi) ▪ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, Revb) ▪ Besluit externe veiligheid Transport (Bevt, Revt) ▪ Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ▪ Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water (BKMW) Nota’s: ▪ Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ▪ Nationaal waterplan 2016-2021 ▪ Structuurvisie buisleidingen (2012-2035) ▪ Waterbeleid 21e Eeuw ▪ Klimaatakkoord ▪ Energieakkoord Regionale

regelgeving en beleid ▪ Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland 8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

30

Open

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Programma Zuid-Hollands Groen Programma Zuid-Hollandse Economie Provinciaal Fietsplan Convenant 2025 Energietransitie Midden-Holland Concept Regionale Energie Strategie Midden-Holland Regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing beleidsplan 2019-2022 Regionale Energiestrategie 1.0 Midden-Holland Regionaal risicoprofiel Haaglanden t.b.v. multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing Regionale agenda Omgevingsvisie 2040 Hart van Holland.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

31

Open

3

Hoe is dit planMER gemaakt?

Dit hoofdstuk beschrijft de werkwijze van het plan-m.e.r. In paragraaf 3.1 is een algemene toelichting gegeven van de aanpak, het beoordelingskader volgt in paragraaf 3.2. Hierna volgt een beschrijving van hoe gekomen is tot ‘bemerbaar’ beleid (paragraaf 3.3). Het hoofdstuk sluit af met een toelichting op de beoordelingsmethodiek (paragraaf 3.4).

3.1

Algemene aanpak

Met het planMER wordt inzicht gegeven in: 1. De staat van en trends in de leefomgeving, nu en bij ongewijzigd beleid in 2030. Dit laat de kwaliteiten van de leefomgeving zien, waar het ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid, knelpunten worden verwacht. Dit is gedaan met de Foto van de leefomgeving waarin zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling is besproken (zie Bijlage 1). De autonome ontwikkeling is de situatie in 2030 bij ongewijzigd voortzetten van het huidige vastgestelde beleid. Daarnaast is een doorkijk gegeven naar 2040. 2. De effecten van het nieuwe beleid op de staat van de leefomgeving. Dit laat zien wat de verwachte gevolgen zijn van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie en in hoeverre dit de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloedt en of de knelpunten worden opgelost. Om dit te kunnen beoordelen moet de Omgevingsvisie voldoende concrete beleidsuitspraken bevatten die nieuw zijn en waar een relatie met de leefomgeving mee gelegd kan worden (zie Bijlage 3). 3. Het doelbereik van het nieuwe beleid. Dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de Omgevingsvisie worden nagestreefd.

3.2

Beoordelingskader

De staat van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie Figuur 3.1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving (Planet) het beoordelingskader ook sociale (People) en economische (Profit) thema’s bevat. Elk thema bestaat uit verschillende aspecten. Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving, en de raadpleging over de reikwijdte en detailniveau van het planMER. Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van de specifiek voor Gouda relevante opgaven in de fysieke leefomgeving en de bestaande waarden die relevant zijn voor Gouda. Daarnaast heeft raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau geleid tot verdere aanscherping van het beoordelingskader. Voorbeelden van aspecten die naar aanleiding hiervan specifiek onderdeel zijn geworden van het beoordelingskader van Gouda betreffen ‘’bodemdaling’’, ‘maatschappelijke participatie’ en ‘bereikbaarheid hulpdiensten’.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

32

Open

Figuur 3.1 Beoordelingskader planMER Omgevingsvisie Gouda

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

33

Open

3.3

Te beoordelen beleid en omgang alternatieven

Bij het opstellen van de concept-Omgevingsvisie is onderzocht of het van meerwaarde kan zijn om te werken met alternatieven in het MER. In februari 2020 heeft daartoe een werksessie plaatsgevonden met het bestuur van de gemeente, en in mei een sessie met de ambtelijke begeleidingsgroep. Vijf dilemma’s voor Gouda Aan de hand van vijf dilemma’s zijn discussies gevoerd of Gouda meer voor de eerste of meer voor de tweede helft van de stelling wilde kiezen, om zo te kijken of deze input konden bieden voor het samenstellen van alternatieven. De dilemma’s omvatten onderstaande vijf thema’s: 1. Sterk Gouda of Ontspannen Gouda? 2. Levendigheid voorop of Leefbaarheid voorop? 3. Inclusief Gouda of accepteren we verschillen? 4. Ruimte en geld naar de energietransitie? 5. Gaat gezondheid boven economische groei? De alternatievensessies hebben geleid tot het inzicht dat er sprake is van een genuanceerd beeld voor de toekomst van Gouda. Hierin werd steeds een evenwicht gevonden tussen de twee uitersten, waardoor verdere afweging in het MER met alternatieven niet tot een meerwaarde leidde. Het genuanceerde beeld is verder uitgewerkt in de Omgevingsvisie. Nader onderzochte ingrediënten voor de Omgevingsvisie en alternatieven daarbinnen Vervolgens zijn er diverse andere mogelijke ingrediënten voor alternatieven onderzocht. Deze worden onderstaand toegelicht.

Hierbij is gemotiveerd waarom ze uiteindelijk niet zijn opgenomen in de Omgevingsvisie en/of hebben geleid tot (een onderdeel van) een MER-alternatief. 1. NS-station of bushalte / HOV voor Westergouwe? Hoewel dit implicaties zou kunnen hebben voor met name het noordelijke deel van Westergouwe, ligt dit niet voor de hand als (onderdeel van) een alternatief, omdat het gebied van het eventuele station zelf niet binnen de gemeente Gouda ligt, maar in de buurgemeente. Hiermee ligt het besluit omtrent deze ontwikkeling niet bij de gemeente Gouda, en is het nog onzeker in hoeverre deze ontwikkeling daadwerkelijk gaat plaatsvinden. In de Omgevingsvisie is hier nu over opgenomen dat Gouda samen met de regio, buurgemeenten, NS en ProRail onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor een zo groot mogelijke hoogwaardigheid van het openbaar vervoer voor Westergouwe. Omdat deze ontwikkeling nog dermate onzeker is en bovendien buiten de gemeente Gouda ligt, is ervoor gekozen om deze geen onderdeel uit te laten maken van de (alternatieven-)toetsing in het MER. Omdat dit nu nog slechts een procesafspraak is (en daarmee nog niet zeker of en zo ja, hoe en wanneer de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt), worden de effecten niet onderzocht in het MER (zie ook paragraaf 3.4 voor toelichting methodiek). 2.

Aantal en locaties nieuwe woningen? In de Verstedelijkingsagenda is onderzocht dat er ruimtelijk bezien nog ruimte was in Gouda voor zo’n 8.500 nieuwe woningen. Inmiddels zijn er daar ca. 500 van gebouwd. Een groot deel daarvan, zo’n 5.700, maakt reeds deel uit van bestaand beleid, en is ook al gealloceerd. Een groot deel landt in Westergouwe, een ander deel in de Spoorzone, en de rest wat meer gespreid over de stad. Er resteert een ambitie van ca 2.300 woningen in de Omgevingsvisie. De verwachting is dat deze woningen de komende 1 à 2 decennia gerealiseerd zullen worden. Uitgangspunt is dat een groot deel (ca 80%) in de grotere transitiegebieden zal worden gebouwd, en de rest verspreid over de stad. In het MER onderzoeken we de effecten van de toename van woningbouw ter hoogte van deze locaties. Omdat er op dit moment nog geen variaties denkbaar zijn in locaties is besloten hiervoor geen alternatieven te ontwikkelen.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

34

Open

3. Inrichting Oostpolder? Voor de (her-)inrichting van de Oostpolder wordt gedacht aan verschillende functies. De ruimtelijke ordening van deze functies ligt op hoofdlijnen al vast, en vormen daarmee geen ingrediënt meer voor een alternatief. Het betreft grofweg, van noord naar zuid: • Versterken natuurwaarden (aansluitend bij de natuurwaarden van ’t Weegje, aan de andere kant van de spoorlijn); • Een groengebied met (extensief) recreatief medegebruik (in delen van het jaar); • Zoekgebied voor zonne-energie rondom sportpark de Donk. Bij voorkeur komen er één of twee extra oeververbindingen voor langzaam verkeer bij over het Gouwekanaal; één net ten zuiden van het spoor, en misschien op termijn één in het verlengde van de 2e Moordrechtse Tiendeweg (deze lijkt op z’n hoogst kansrijk als seizoensgebonden veerpondje). De wijze van verbinden van de oever is input voor nadere uitwerking en vormt op de schaal van Omgevingsvisie onvoldoende aanleiding voor een alternatievenafweging in het MER. 4. Inrichting polder Stolwijkersluis? Voor dit gebied is het wel of niet maken van een ‘zuidelijke rondweg’ voor Gouda van belang. Deze zou bestaan uit het maken van een verbinding tussen: • De A20 en de N207 (ten westen van Westergouwe); • En tussen de N207 en de N228.

Beide schakels betreffen echter grondgebied van twee buurgemeenten, en maken dan ook geen deel uit van de Omgevingsvisie Gouda en daarmee het MER. 5. Energievraag Gouda geheel binnen de stadsgrenzen oplossen? Momenteel loopt voor de regio een studie naar de beste oplossingen voor duurzame energie voor de regio (RES). Gouda zou - in theorie – wellicht kunnen voorzien in haar eigen energievoorziening als bijvoorbeeld het totale benodigde areaal aan zonnepanelen in de stad een plek zou kunnen krijgen (dit past echter onmogelijk), of als er met aardwarmte gewerkt zou kunnen worden (of dit kansrijk is, is nu nog niet bekend). In de RES wordt derhalve de komende tijd verder gestudeerd op kansrijke oplossingen. Gekoppeld aan de RES 2.0 wordt een MER uitgevoerd waarin de effecten op de leefomgeving worden meenomen. De RES 2.0 is een nadere concretisering van de eerste RES die iets abstracter van karakter zal zijn. De extra inzet op duurzame energie binnen de gemeente Gouda is daarom nog niet concreet uitgewerkt in de Omgevingsvisie, wel is aangegeven dat wordt ingezet op zonnepanelen op met name daken, en zonneen windenergie-winning langs hoofdinfra (A12/A20) en de invalswegen. Er is derhalve besloten om in het MER wel aandacht te besteden aan het op hoofdlijnen in beeld brengen van de risico’s en kansen van betreffende voornemens.

3.4

Methodiek effectbeoordeling

Definitie beoordelingsaspecten De definitie van de beoordelingsaspecten is gebaseerd op de beschikbare informatie in de huidige situatie en autonome ontwikkeling, de (milieu-)wetgeving, het beleid en expert judgement o.b.v. tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (bijvoorbeeld landelijk gemiddelde cijfers en trends). Per aspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren zijn gebruikt. Per indicator is een navolgbare schaallat ontwikkeld met een toelichting hoe de uitkomst van de indicator is beoordeeld (wanneer is een uitkomst positief of negatief). Wijze van beoordelen referentiesituatie De beoordeling van elk aspect resulteert in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood: ▪ Bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins; 8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

35

Open

▪ ▪

Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten; Bij oranje is er sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in.

Beschikbare informatie en status Er wordt onderscheid gemaakt in kwantitatieve en kwalitatieve informatie en expert judgement: 1. Kwantitatieve informatie is cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens; 2. Kwalitatieve informatie is niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaarten met landschapstypen; 3. Expert judgement is het oordeel van een vak expert. In zijn algemeenheid geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert judgement het minst. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Echter, door het abstractieniveau van de Omgevingsvisie, konden alle effectbeoordelingen alleen worden uitgevoerd op basis van expert judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Gouda, waarstaatjegemeente.nl, het dashboard ‘Hoe is het leven in jouw regio van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met Telos, de Atlas van de leefomgeving, Leefomgevingstoets Omgevingsvisie Noord-Holland, PlanMER NOVI, CBS Statline, GGD Haaglanden, Platform31 en het RIVM. Per thema en indicator is aangegeven welke bronnen zijn gebruikt.

In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de indicatoren meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Onzekerheden zijn expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissie loze voertuigtechnologie).

Referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood De referentiewaarde is de waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Zuid-Holland); 6. Expert judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde worden gezien qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigend bij 6. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert judgement.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

36

Open

Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit ‘Luchtkwaliteit’ is één van de aspecten binnen het thema ‘Milieukwaliteit. Het beoordelingscriterium is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM 10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Op basis van deze informatie is de onderstaande schaallat voor de kwaliteitsniveaus toegekend. Kwaliteitsniveau Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald Groen Oranje

Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald

Rood

Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden

Op basis van de beschikbare informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld. Als er (locatie-)specifieke afwijkingen van het gemeente brede beeld zijn, dan wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De kwaliteitsniveaus worden voor alle aspecten toegekend in het ‘Rad van de leefomgeving’ (zie Figuur 3.2).

Figuur 3.2 Visuele weergave van de kwaliteitsniveaus van de aspecten in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving

Waardering autonome ontwikkeling De waardering van de autonome ontwikkeling is gebaseerd op een kwalitatieve inschatting van: ▪ De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt; ▪ De mate waarin voortzetting van gemeentelijk beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang; ▪ De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Rijnland en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. Ten opzichte van de huidige situatie kan er sprake zijn van een positieve (↗), gelijkblijvende (=) of negatieve trendontwikkeling (↘). De autonome ontwikkelingen kunnen per indicator verschillen in impact en onzekerheid. Wijze van effectbeoordeling beleid Omgevingsvisie In het planMER zijn beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie beoordeeld. Het gaat om beleidskeuzes die nieuw zijn (wordt nu nog niet gedaan) en voldoende concreet om te kunnen beoordelen op kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten. 8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

37

Open

De beleidskeuzes zoals beschreven in paragraaf 2.3.3 vormden de basis voor de effectbeoordeling van het planMER. Voor het totaal aantal beleidskeuzes is nagegaan in hoeverre het beleid (deels) bestaand is of er sprake is van een procesuitspraak (bv we gaan een samenwerking aan). Bestaand beleid maakt onderdeel uit van de referentie en dient niet te worden beoordeeld in het planMER. Procesuitspraken zijn dermate onzeker, dan het niet goed mogelijk is effecten te voorspellen. Deze uitspraken zijn derhalve niet beoordeeld in het planMER. Het totaal aantal beleidsuitspraken (inclusief bestaande beleids- en procesuitspraken) zijn opgenomen in bijlage 3. In het overzicht is tevens een link gemaakt naar de kaarten zoals ook in de Omgevingsvisie zijn opgenomen, zodat zichtbaar is waar de beleidsuitspraken ruimtelijk neerslaan. Daarnaast is ook in paragraaf 5.1 visueel gemaakt waar de beleidsuitspraken op kaart neerslaan. Op deze wijze is het mogelijk om gebiedsspecieker effecten te kunnen duiden. Elke uitspraak is op systematische wijze langs het beoordelingskader gehaald. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn op dat aspect ten opzichte van de referentiesituatie zoals beschreven in de ‘Foto van de leefomgeving’.

Het gaat daarbij om een kwalitatieve beoordeling op basis van expert-judgement in termen van kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten. De Omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het nieuwe beleid voor de lange termijn. De beoordeling van kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten is daarop aansluitend ook op hoofdlijnen gedaan. Daarbij is een beoordelingsschaal gehanteerd zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 3-1 Beoordelingsschaal Beoordeling

Toelichting

+

Kans op positief effect

0/+

Kansen op positief effect, - in geringe mate

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

0/-

Kansen op negatief effect, - in geringe mate

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

-

Risico op negatief effect

+/-

Zowel kans op positief als risico op negatief effect

0

Geen effecten te verwachten

n.v.t.

Geen relatie tussen uitspraak en beoordelingsaspect

De mate waarin nieuw beleid daadwerkelijk positieve dan wel negatieve effecten oplevert, is afhankelijk van de doorvertaling van het strategische beleid uit de Omgevingsvisie in vervolgbeleid of instrumenten en de sturingsfilosofie die de gemeente daarin voor ogen heeft. Ook van daaruit moet voor ogen gehouden worden dat er is beoordeeld op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Indien in dit planMER wordt gesproken van kansen en risico’s, wordt bedoeld: kansen op positieve effecten, danwel risico’s op negatieve effecten.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

38

Open

De effecten van het beleid zijn in beeld gebracht middels een expertsessie, waarbij specialisten aanwezig waren op het gebied van milieu en ecologie. Op basis van informatie uit de ‘Foto van de leefomgeving’ en expert judgement is voor elk van de beleidsuitspraken in beeld gebracht of er sprake is van een kans op een positief effect, een risico op een negatief effect of geen effect. De resultaten van de effectbeoordeling is opgenomen en nader gemotiveerd in bijlage 4. Vervolgens zijn de kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten geprojecteerd in het Rad van de Leefomgeving en gevisualiseerd middels diverse staafdiagrammen. In het Rad is, met de (autonome) referentiesituatie in 2030 als vertrekpunt, aan de hand van groene pijlen kansen weergegeven voor verbetering van de staat van de fysieke leefomgeving. Rode pijlen geven risico’s voor verslechtering van de staat van de fysieke leefomgeving (zie rechter figuur). De dikte van de pijlen wordt bepaald door het aantal beleidsuitspraken in visie dat leidt tot een kans en/of risico voor de specifieke aspecten uit het Rad. Hierbij is onderscheid gemaakt in dikke en dunne pijlen. Bij de dunne pijlen is het gecumuleerde aantal kansen of risico’s kleiner dan 4 of -4.

Dikke pijlen geven kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het gecumuleerde aantal kansen of risico’s groter is dan 4 of -4. De dikte van de pijlen zegt dus niets over de aard of omvang van kansen en risico’s of de aannemelijkheid dat deze zich kunnen voordoen; de complexiteit en daarmee samenhangende onzekerheden over de doorwerking en uitvoering van het beleid zijn hiervoor te groot. Doelbereik Figuur 3.3 Uitsnede rad met beoordeling In het planMER is beoordeeld in hoeverre de ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie, haalbaar zijn in 2030 en in welke mate de beleidsuitspraken daaraan bijdragen. Voor de Omgevingsvisie is op hoofdlijnen een beschouwing gegeven van het doelbereik (zie paragraaf 5.3 en bijlage 4). Hiertoe is de visie geconfronteerd met ambities die zijn geformuleerd per ontwikkelrichting (zie ook paragraaf 2.3.2). Botsproeven Omdat de ruimtedruk in Gouda zeer groot is, kunnen niet alle doelen en ambities optimaal gediend worden (niet alles kan). Om na te gaan welke beleidsuitspraken mogelijk onderling strijdig zijn, zijn zogenaamde botsproeven uitgevoerd (zie paragraaf 5.4). Hierbij is ook inzichtelijk gemaakt welke beleidsuitspraken onderling kansen bieden voor elkaar. Passende beoordeling Er is een passende beoordeling uitgevoerd voor het voorkeursalternatief (zie hoofdstuk 6 en Bijlage 2).

De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden niet op voorhand kan worden uitgesloten. Het doel van de passende beoordeling is: ▪ Het in beeld brengen van de risico’s op significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie; ▪ Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante effecten te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten; ▪ Waar relevant: kansen op positieve effecten bepalen. Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van de Omgevingsvisie en het voorkeursalternatief. In de passende beoordeling is bepaald welke factoren een knelpunt zijn bij het halen van de doelen van de gebieden binnen de verschillende Natura 2000-gebieden. Dit geeft handvatten om

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

39

Open

een risico-inschatting te maken van de nieuwe beleidsuitspraken. Wanneer bijvoorbeeld verstoring een belangrijk knelpunt binnen een Natura 2000-gebied is, dan is er eerder sprake van een risico op een negatief effect bij beleid dat leidt tot een toename van verstoring. Wanneer van het nieuwe beleid de locatie bekend is, kan nauwkeuriger worden aangegeven welke Natura 2000-gebieden beïnvloed kunnen worden. Aan de hand van deze informatie dient de passende beoordeling aannemelijk te maken dat aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden is uit te sluiten en dat het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie uitvoerbaar is. De passende beoordeling sluit aan op de beoordeling die in het planMER is gemaakt.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

40

Open

4

De staat van de leefomgeving, nu en in de toekomst

Als onderdeel van het planMER is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling in kaart gebracht. Het resultaat is opgenomen in de Foto van de leefomgeving (zie Bijlage 1). Dit hoofdstuk is een samenvatting hiervan.

4.1

Rad van de leefomgeving

De resultaten van de Foto van de leefomgeving van Gouda zijn samengevat weergegeven in het Rad van de leefomgeving (zie Figuur 4.1). De witte lijn geeft de huidige situatie weer, de blauwe stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. De autonome ontwikkeling is de verwachtte situatie in 2030 op basis van het huidige vastgestelde beleid (oktober 2020) en autonome trends op het gebied van bijvoorbeeld klimaatverandering of demografie. Nog niet vastgestelde concept-beleidsstukken zijn hierin niet meegenomen. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De positie van de lijnen in het Rad (de witte lijn en de blauwe stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de navolgende hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

41

Open

Figuur 4.1 Rad van de leefomgeving Gemeente Gouda, score op basis van vastgesteld beleid.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

42

Open

4.2

Toelichting rad van de leefomgeving

Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken van de Foto van de leefomgeving bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten. Algemene toelichting De kwaliteit van de leefomgeving in Gouda ligt in het algemeen rondom het landelijk gemiddelde. Op de meeste aspecten is een gelijkblijvende of verbeterende trend te zien voor de autonome ontwikkeling (2030) ten opzichte van de huidige situatie. Voor enkele aspecten is sprake van een autonome verslechterende trend. Dit wil overigens niet zeggen dat er binnen de gemeente geen of onvoldoende aandacht voor is; het wil wél zeggen dat er geen (of onvoldoende) vastgesteld beleid is om negatieve trends naar verwachting te kunnen keren. Hier liggen kansen voor de Omgevingsvisie. Deze aspecten betreffen: voorzieningen, participatie, landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorie en archeologie en circulariteit.. Aspecten die momenteel (2020) matig scoren en waarbij een gelijkblijvende of verbeterende trend te verwachten is, vragen ook extra aandacht. Deze aspecten betreffen: beweegvriendelijke leefomgeving, omgevingsveiligheid, sociale en verkeersveiligheid, droogte, bodemdaling, broeikasgassen, duurzame energieopwekking, werkgelegenheid, werklocaties en recreatie en toerisme.

Overige aspecten staan minder onder druk of verbeteren autonoom naar verwachting in 2030. Dreigende verslechtering van de kwaliteit in de autonome ontwikkeling Voor de volgende aspecten geldt dat er in de autonome ontwikkeling een verslechtering optreedt ten opzichte van de huidige situatie. Voor deze aspecten liggen er in de Omgevingsvisie kansen om de kwaliteit te versterken: ▪ Voorzieningen. In de huidige situatie liggen alle typen voorzieningen (onderwijs, horeca en winkels, culturele voorzieningen, gezondheid en welzijn) dichter bij de mensen dan in het landelijk gemiddelde het geval is. Daarbij wordt opgemerkt dat alleen de kwantitatieve afstand niets zegt over de tevredenheid of het gebruik van de voorzieningen, want er zijn in Gouda wachtlijsten voor kinderopvang, thuiszorg, revalidatiezorg, verpleeghuiszorg en jeugdzorg. Voor 2030 zal de druk op voorzieningen (zoals scholen en zorg) toenemen. Er is nog geen beleid vastgesteld om deze druk afdoende op te vangen. ▪ Participatie. De gemeente Gouda werkt actief aan de toetreding van werkloze inwoners, en inwoners met een arbeidsbeperking tot de arbeidsmarkt. Daarnaast worden mensen die niet deel kunnen nemen aan het arbeidsproces gestimuleerd vrijwilligerswerk te doen, als onderdeel van de ‘Goudse samenleving’. Desondanks laten de prognoses zien dat de potentiële beroepsbevolking in Gouda afneemt door vergrijzing.

▪ Landschappelijk erfgoed. De landschappelijke structuren in de stad zijn in de huidige situatie over het algemeen nog goed herkenbaar, maar op verschillende plekken, bijvoorbeeld langs de Hollandsche IJssel en overige linten, is verbetering/herstel nodig. Buiten de stad heeft het Groene Hart een hoge landschappelijke diversiteit, is de openheid nog intact en is de rust en stilte een unieke waarde in relatie tot de drukte van de stad. Door trends en ontwikkelingen zoals financieel-economische belangen, woningbehoefte, klimaatsverandering en de energietransitie zal de druk op de landschap autonoom toenemen. ▪ Archeologisch erfgoed: De archeologische waarden (hoogwaardige waarden liggen geconcentreerd rond het centrum, met gespreid gelegen hoge verwachtingswaarden ook in de rest van Gouda) liggen momenteel onder druk. In de autonome ontwikkeling zullen de ruimteclaims in de ondergrond naar verwachting toenemen door woningbouw, klimaatverandering en energietransitie. Hierdoor neemt de kans op directe en indirecte verstoring van de archeologische waarden in de ondergrond toe ▪ Cultuurhistorisch erfgoed. Bijna overal in de gemeente Gouda zijn cultuurhistorische waarden aanwezig, met overwegend een hoog waardenniveau en hoge kwaliteit.

Ondanks de beleidsinzet van de gemeente Gouda om het cultureel erfgoed te behouden en ontwikkelen, zal de druk op de fysieke ruimte in de autonome ontwikkeling toenemen door onder andere woningbouw- en verduurzamingsopgaven 8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

43

Open

▪

en erosie van de monumentale waarden onder invloed van het gebruik. Hierdoor zal de druk op de cultuurhistorische objecten toenemen. Dit kan leiden tot een verandering dan wel een verlaging van de cultuurhistorische kwaliteiten, met name door een veranderende zichtbaarheid of verstoring / aantasting door ingrepen. Circulariteit. De gemeente heeft het aantal kilogram restafval per inwoner per jaar bijna teruggedrongen tot de nationale doelstelling van 100 kg/inwoner/jaar, en ook het scheidingspercentage ligt op het landelijk streven. Voor 2030 wordt een sterke verslechtering verwacht, omdat de gemeente geen specifiek afvalbeleid of afvalplan heeft richting de Goudse duurzaamheidsdoelen van een 100% circulaire economie in 2050 en 50% primair grondstoffengebruik in 2040. Er zijn geen concrete plannen om afval verder terug te dringen en verder te scheiden, en hoe circulariteit in bredere zin verder op te pakken (er zijn wel een aantal moties om deze plannen te gaan maken, en het Ecopark). Er wordt ook opgemerkt dat er een belangrijke koppelkans ligt als het gaat om educatie op gebied van techniek, stadsdistributie/ distributie in de regio/hubs, stimuleren van lokale economie/ bedrijvigheid, de inrichting van bedrijventerreinen en de circulaire economie.

Matige kwaliteit huidige situatie met gelijkblijvende of verbeterende trend Er zijn enige aspecten waar de kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie matig is. Voor de autonome ontwikkeling wordt over het algemeen een verbetering verwacht, dat betekent dat het beleid zorgt voor een autonome verbetering. Voor deze aspecten liggen er in de Omgevingsvisie mogelijk kansen om de kwaliteit verder te versterken. Dit geldt voor de aspecten: ▪ Beweegvriendelijke leefomgeving. Een aantal indicatoren van een beweegvriendelijke leefomgeving ligt onder het landelijk gemiddelde. Dat geldt voor buitengebied, speelplekken, sport en speelruimtes, en sportvoorzieningen, waardoor er risico’s zijn voor de gezonde leefstijl en leefomgeving. Het Gouds beleid ‘Sport en bewegen in Gouda 2020’ en de Sportimpulsregeling zijn gericht op het stimuleren van een gezonde en actieve leefstijl en het inrichten van een beweegvriendelijke openbare ruimte. Naar verwachting zal de gemeente dit beleid voortzetten. Daarom wordt een lichte verbetering in 2030 verwacht. ▪ Omgevingsveiligheid. In Gouda, net zoals in de meeste gemeenten, staan in de buurt van LPG-tankstations, spoorlijnen en de snelwegen zeer kwetsbare gebouwen (zoals woningen). Hier is brand- en explosiegevaar een aandachtspunt.

In de autonome ontwikkeling is een deel van de nieuwbouw van 1.700 woningen in het aandachtsgebied rondom de Spoorzone gepland. De inzet van omgevingsmaatregelen en bouwkundige maatregelen wordt daarmee belangrijker voor het beschermen van de aanwezigen. Voor 2030 wordt een gelijk kwaliteitsniveau verwacht. Daarbij wordt opgemerkt dat de energietransitie (met o.a. zonne- en windenergie en waterstof) nieuwe veiligheidsrisico's voor burgers en hulpverleners met zich mee kan brengen. Dit vormt een aandachtspunt bij verdere invulling van het beleid hieromtrent. ▪ Sociale veiligheid. De indicatoren voor sociale veiligheid liggen onder het landelijk gemiddelde. Het gaat onder andere om diefstal en inbraak, gewelds misdrijven wat leidt tot een lagere veiligheidsbeleving. Daarbij wordt opgemerkt dat de sociale veiligheid in Gouda de afgelopen jaren is verbeterd. Met de ‘Kadernota integraal veiligheidsbeleid 2019-2022’ richt de gemeente zich op het voorkomen van nieuwe en het oplossen van bestaande knelpunten met betrekking tot sociale veiligheid. Daarom wordt een lichte verbetering in 2030 verwacht. ▪ Verkeersveiligheid. Het aantal geregistreerde verkeersongevallen (ongeacht de ernst van het ongeval) per kilometer weg ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. Met het Goudse mobiliteitsplan neemt de gemeente concrete acties om de veiligheid op verkeerskundige knelpunten te verbeteren.

Daarom wordt een sterke verbetering in 2030 verwacht. ▪ Droogte. In Gouda is het risico op met name droogteschade als gevolg van zakking van panden en funderingsschade groot. Hoewel het risico op droogtestress in de toekomst toeneemt als gevolg van klimaatverandering, wordt in 2030 een sterke verbetering verwacht vanwege de maatregelen die de gemeente neemt in het kader van het Kaderplan Bodemdaling Binnenstad.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

44

Open

▪

▪

▪

▪

▪

▪

Bodemdaling. In een groot deel van de gemeente Gouda bestaat het risico op bodemdaling en daaraan gerelateerde problemen. In 2030 wordt een sterke verbetering verwacht. De problematiek is groot, maar vanuit het ‘Kaderplan Bodemdaling Binnenstad’ neemt de gemeente maatregelen om de gevolgen van bodemdaling aan te pakken. Buiten de binnenstad ligt het bodemdalingsbeleid vast in de beheerplannen en het convenant Klimaatadaptief Bouwen. Broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen loopt in Gouda achter op de doelen zoals gesteld in de Klimaatwet. De afgelopen jaren is de uitstoot voornamelijk licht afgenomen of gelijk gebleven. Voor 2030 wordt een sterke verbetering verwacht, want de gemeente heeft in het kader van de energietransitie de ambitie om in 2040 CO2-neutraal te zijn. De maatregelen moeten nog worden uitgewerkt. Duurzame energieopwekking. Het aandeel duurzame energieopwekking in Gouda ligt fors lager dan het landelijk gemiddelde. Voor 2030 wordt een verbetering verwacht omdat het aandeel duurzaam opgewekte energie zal toenemen. De vraag is echter of het ruimtebeslag in combinatie met andere ruimtelijke opgaven, het beschermde stadsgezicht met veel oude en monumentale panden, voldoende ruimte biedt om aan de Europese doelstellingen te voldoen. Concreet beleid, zoals de Regionale Energiestrategie of de gemeentelijke Transitievisie Warmte is nog niet vastgesteld.

Hieruit kan dus nog geen verbetering worden afgeleid. Hier wordt de komende periode aan gewerkt vanuit het Programma Energietransitie Gebouwde Omgeving 2019-2022. Werkgelegenheid. Het aantal banen per 1.000 inwoners ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Voor 2030 wordt een sterke verbetering verwacht vanwege de voornemens uit de Economische Agenda 2018-2020 en de Toekomstvisie Gouda 2030 ‘Gouda Ligt Goed!’ en regionale samenwerkingen. Werklocaties. De kwantiteit van de Goudse bedrijventerreinen is beperkt, met enkel nog wat ontwikkelruimte op Goudse Poort. Er is geen vooruitzicht in zachte plancapaciteit die naar harde plancapaciteit kan worden omgezet, terwijl de groei van bedrijven boven het landelijk gemiddelde ligt. De gemeente Gouda zet in op het verdichten en stapelen van bedrijven om ruimte te creëren. Hierdoor kan er toch groei plaats vinden zonder extra ruimtebeslag op de beperkte nog beschikbare ruimte. Dit geldt enkel voor het scenario gericht op beperkte groei. Indien er toch sprake is van meer groei dan verwacht voldoet het aanbod niet aan de vraag. Recreatie en toerisme. Zowel het aantal banen als het aantal horeca-vestigingen per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 tot 74 jaar ligt onder het landelijk gemiddelde. Er wordt een sterke groei van het toerisme verwacht; dat betekent autonoom een sterke (kwantitatieve) verbetering.

Door deze groeiende vraag zou ook het draagvlak voor het winkelaanbod per 1.000 inwoners groter kunnen worden. Daarnaast heeft de gemeente specifiek beleid op Citybranding en Cultuur, gericht op de korte termijn. Het is aannemelijk dat het aantal vestigingen en het aantal banen in de sector zal toenemen.

Gemiddeld scorende aspecten met een gelijkblijvende kwaliteit in de autonome ontwikkeling De volgende aspecten scoren gemiddeld voor de huidige situatie, en wordt een gelijkblijvende trend voorzien met de autonome ontwikkeling. Voor deze aspecten liggen er in de Omgevingsvisie kansen om de kwaliteit te versterken: ▪ Sociale cohesie. Het beleid is erop gericht om de sociale cohesie te versterken. In de praktijk heeft de gemeente echter weinig middelen om hier (meer) op in te zetten. ▪ Inclusiviteit. Door autonome ontwikkelingen als individualisering, decentralisatie van de zorg en vergrijzing, zal de druk op mantelzorgers, jeugdhulp en sociale minima toenemen. Het beleid van de gemeente is gericht op het bieden van mogelijkheden voor intreding in de arbeidsmarkt, het bieden van passende jeugdhulp en hulp aan mantelzorgers waar nodig. ▪ Overstromingen. Er worden maatregelen genomen om overstromingsrisico’s van de primaire en regionale keringen - ondanks de klimaatverandering - te voorkomen. ▪ Geluid. Door verstedelijking zal de ‘geluiddeken’ naar verwachting toenemen, maar de gemeente treft maatregelen om de geluiddeken te reguleren en bestaande locaties met geluidhinder te mitigeren. ▪ Beschermde soorten.

Zowel in stedelijk gebied, als in de groengebieden en het buitengebied komt een relatief groot aantal beschermde soorten voor, maar deze laten deels een dalende trend in aantallen

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

45

Open

▪

zien. Gezien de wettelijke taak van de provincie om beschermde soorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen, en waarvoor ook maatregelen getroffen worden, is het de verwachting dat de negatieve trend van veel soorten wordt gekeerd. Maar dit zal niet voor alle soorten het geval zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat er momenteel nog geen aandacht is voor ongewenste soorten en het bestrijden daarvan. Natura 2000-gebieden. Naar verwachting zullen ook in de autonome situatie niet alle instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden zich in een gunstige staat van instandhouding bevinden.

Gemiddeld scorende aspecten met een lichte verbetering in de autonome ontwikkeling De volgende aspecten scoren gemiddeld voor de huidige situatie, en met een lichte verbetering voor de autonome ontwikkeling. Voor deze aspecten liggen er in de Omgevingsvisie mogelijk kansen om de kwaliteit nog verder te versterken: ▪ Gezonde leefstijl. Ontwikkelingen in de zorg kunnen de volksgezondheid zowel verbeteren als risico’s voor de volksgezondheid betekenen. Op Rijksniveau is er concreet beleid om de volksgezondheid te verbeteren. Dit beleid moet worden vertaald in lokaal gezondheidsbeleid van de gemeente. ▪ Groen en water. Vanwege concrete maatregelen en decentrale afweging in projecten waarborgt het bestaande beleid naar verwachting de afstand die iedere burger heeft tot groen, en daarmee de waardering voor groen en water. ▪ Bereikbaarheid hulpdiensten. Vanuit het Mobiliteitsplan worden maatregelen genomen om de bereikbaarheid voor hulpdiensten te verbeteren. ▪ Wateroverlast. De gemeente neemt maatregelen om de gevolgen van de toenemende kans op hoosbuien als gevolg van klimaatverandering te beperken, en het klimaatbewustzijn van de Gouwenaars te vergroten. ▪ Hitte. De gemeente neemt maatregelen om de gevolgen van de toenemende kans op hoge temperaturen als gevolg van klimaatverandering te beperken, en het klimaatbewustzijn van de Gouwenaars te vergroten. ▪ Luchtkwaliteit.

Door maatregelen die onder andere samenhangen met het ‘Schone Lucht Akkoord’ zal de luchtkwaliteit naar verwachting verbeteren. ▪ Trillingen. De gemeente neemt maatregelen om het zwaar-verkeer in de binnenstad te beperken. ▪ Autobereikbaarheid. Door autoverkeer af te wentelen op de randwegen kan lokaal een toename in de afstand tot ontsluitingswegen optreden. De ontwikkelingen omtrent het verbeteren van de verkeersdoorstroming zullen naar verwachting een deel van de toenemende druk op het netwerk opheffen. De verwachting is dat de mate van congestie licht af zal nemen als gevolg van het ingezette beleid, waarbij o.a. aandacht is voor doorstroming van de randwegen. ▪ Duurzame mobiliteit. Naar verwachting zal het aandeel deelauto’s toenemen. Daarnaast zal het aantal laadpalen en de modal split verder verbeteren. Gemiddeld-scorende aspecten met een sterke verbetering in de autonome ontwikkeling De volgende aspecten scoren gemiddeld voor de huidige situatie, en laten een sterke verbetering voor de autonome ontwikkeling zien: ▪ Duurzame woningen. Het aandeel duurzame woningen zal toenemen, onder andere door stimulatie van eigenaren van koopwoningen. Daarbij wordt opgemerkt dat er nieuwe en hogere risico’s op brand kunnen ontstaan door het veranderend gebruik van gebouwen (bijv. brandbaarheid en uitbreidingskans brand door isolatiemateriaal). ▪ Economische zelfredzaamheid.

Beleid is gericht om zelfredzaamheid te vergroten: o.a. opleidingen in kansrijke sectoren, waarborgen van arbeidsplaatsen, en aansluiten bij regionale netwerken. De verwachting is dat, gezien de trend, het aantal personen dat aanspraak maakt op inkomensondersteuning, lager zal komen te liggen dan het landelijk gemiddelde.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

46

Open

▪

▪ ▪

Kennis en innovatie. De gemeente zet actief in op het versterken van MBO en HBO-onderwijs en kennisuitwisseling tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Daarnaast investeert Gouda in innovaties, door samenwerkingen in ‘Groene Hart Werkt’ en de ‘Centra voor Innovatief Vakmanschap’. Wandel- en fiets. Ontbrekende schakels in het netwerk en snelfietsroutes worden aangelegd. Daarmee is naar verwachting in 2030 zowel het fietsnetwerk als het wandelnetwerk is compleet. OV. Naar verwachting leiden de maatregelen tot een verbetering van de bereikbaarheid van de bushaltes, waardoor het percentage woningen dat binnen een straal van 350 meter van een bushalte ligt stijgt.

Goede kwaliteit huidige situatie met gelijkblijvende of verbeterende autonome trend Op de volgende aspecten scoort de leefomgevingskwaliteit van Gouda goed, en wordt voor 2030 een gelijkblijvende of verbeterende trend verwacht: ▪ Woningaanbod. Het aanbod lijkt in balans met de behoefte, en voor 2030 wordt minimaal een gelijkblijvende kwaliteit verwacht. ▪ Bodemkwaliteit. Bodemkwaliteit is goed, en voor 2030 wordt een gelijke kwaliteit verwacht. Er zijn (zo goed als) geen spoedlocaties (humaan, ecologisch of met verspreidingsrisico) aanwezig en de aanwezige spoedlocaties zijn onder controle. ▪ Biodiversiteit. Biodiversiteit is goed, en voor 2030 wordt een gelijke kwaliteit verwacht. Daarbij wordt opgemerkt dat de gemeente vooralsnog geen verankerd biodiversiteitsbeleid heeft. Uit de ecologische kaart blijkt dat niet in alle wijken ecologische waarden aanwezig zijn. Er is geen inzicht of bijvoorbeeld drogere en nattere perioden door klimaatverandering van invloed zijn op de soorten, en of de gemeente voldoende middelen heeft om hier invloed op uit te oefenen. ▪ NNN. Het Natuurnetwerk Nederland binnen de gemeente Gouda is inmiddels verworven en wordt ingericht. Voor 2030 wordt een verbetering verwacht. ▪ Energiebesparing.

Het totale energieverbruik in de gemeente Gouda is de afgelopen jaren afgenomen, en het gas- en elektriciteitsverbruik liggen lager dan het Nederlands gemiddelde; voor 2030 wordt een verbetering verwacht. De verwachting is dat het aardgasverbruik zal afnemen door genomen maatregelen en campagnes. Dit kan echter wel leiden tot een toename van het elektriciteitsverbruik, waardoor de behoefte aan duurzame opwekking van energie toeneemt. Onduidelijk is hoe groot het elektriciteitsverbruik zal zijn, en hoe dat zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Aandachtspunt ruimtebeslag ondergrond Het aspect ‘Ruimtebeslag ondergrond’ is niet opgenomen in de Foto van de Leefomgeving. Over dit aspect is momenteel geen informatie en/of beleid bij beschikbaar. Het ruimtebeslag in de bodem is van essentieel belang als het gaat om het combineren van de ambities van de energietransitie, bodemdaling, klimaatadaptatie, groen en mobiliteit. De gemeente is dit aan het organiseren met de betrokken beleidsmedewerkers, om te kijken hoe dit thema het beste vorm kan krijgen in het Omgevingsbeleid Ondergrond, voor de Omgevingsvisie, en ook in de planMER. De noodzaak neemt toe nu veel plannen (laadkader, GRP, RES) steeds concreter worden.

8 september 2021

PLANMER OMGEVINGSVISIE GOUDA

BG8638TPRP2008261433

47

Open

5

Effecten van het voorgenomen beleid

Dit hoofdstuk beschrijft wat de effecten van het nieuwe beleid zijn, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van beleidsuitspraken (paragraaf 5.1). De effecten zijn in beeld gebracht voor de aspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader (paragraaf 5.2). Daarnaast is inzicht gegeven in de mate van doelbereik (paragraaf 5.3) en zijn botsproeven gedaan (paragraaf 5.4).

5.1

Beoordeelde beleidsuitspraken

In de Omgevingsvisie zijn keuzes voor de leefomgeving geformuleerd om invulling te geven aan de Goudse opgaven. Deze vijf keuzes vormen de kern van de visie en voor het nieuwe beleid: • Florerende stad • Duurzame mobiliteit • Gezonde groen- blauwe stad • Energietransitie • Sterke wijken

In onderstaande tabel zijn de beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie opgenomen die beoordeeld zijn in dit planMER. De keuzes zijn gevisualiseerd in de figuren 5.1 t/m 5.5. In paragraaf 3.3 is een nadere toelichting gegeven hoe gekomen is tot de ‘bemerbare’ uitspraken. In bijlage 3 is het totaal aan beleidsuitspraken/keuzes opgenomen die zijn beschouwd. Tabel 5.1: Beleidsuitspraken die beMERd zijn Beleidsuitspraken Omgevingsvisie Gouda Beleidsuitspraak

Kern

Florerende stad (zie figuur 5.1) De toevoeging van 2.300 woningen (bovenop bestaande vastgestelde plannen) door hoger en dichter te bouwen rondom OV-knooppunten. Hiermee wordt een hoogwaardig gemengd stedelijk Slimme groei en functieverande- milieu gecreëerd. Transformatie van leegstand naar nieuwe functies zoals woningen, groen en 1. ring bedrijvigheid die aansluit op de vraag en bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Transformatie naar woningen in de gebieden Spoorzone en Goudse Poort. Cultuurhistorische waarden vormen het startpunt van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=c5d88625-dcdb-48fe-904d-86fb5e56ce62