CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport terugblik en vooruitblik aanpak radicalisering in Gouda

Commissie Bestuur 20 september 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Radicalisering24.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Online signalering van radicalisering In alle gesprekken komt aan bod dat een groot deel van radicaliseringsprocessen zich online afspelen (we gaan hier in het veiligheidsbeeld en de vooruitblik verder op in). Alhoewel door een respondent wordt aangegeven dat de politie wel online signaleert, is een andere respondent kritisch en is door een gebrek aan capaciteit bij de politie de inzet op online signalen nog te beperkt. Jongerenwerk heeft een groot online netwerk en signaleren daar ook. Het is echter lastig om te bepalen of jongeren online “ongein uithalen of echt iets doen dat illegaal is”, aldus een respondent.

2.3.2

Weging van signalen Wat gaat er goed? Goede basis Respondenten geven aan dat ze het prettig vinden dat de duiding van signalen is ingebed in een overleg dat regelmatig (eens per zes weken) plaatsvindt. Het is bovendien een gestructureerd overleg. Mochten er buiten het overleg om zaken zijn die een van de partners wil bespreken, dan is het bovendien makkelijk onderling schakelen. Zo geeft de politie aan een vast contactpersoon bij de gemeente te hebben, wat prettig werkt.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

25

Wat kan er beter? Ontbreken definiëring van nieuwe fenomenen en ongestructureerde weging Zoals ook bij de signalering aan bod kwam, vraagt de opkomst van andere fenomenen zoals links- en rechtsextremisme en anti-institutioneel extremisme om bepaalde kennis en kunde. Specifieke kennis over de fenomenen en bijbehorende doelgroepen is ook noodzakelijk in het kunnen wegen van signalen. Zoals het citaat op pagina 21 al illustreerde, is het bijvoorbeeld onduidelijk wat men onder ‘anti-institutioneel extremisme’ verstaat waardoor het lastig is om te bepalen wie tot de groep anti-overheidsextremisten behoort. Enerzijds leidt het ontbreken van definities ertoe dat er weinig zicht op welke ontwikkelingen of fenomenen in Gouda spelen. Anderzijds bemoeilijkt het de weging van concrete signalen om te bepalen of een persoonsgerichte aanpak gestart moet worden. Een respondent zei hierover: “Soms wordt door ervaring een signaal wel geduid, maar is de definitie niet voor iedereen helder”.

Het wegen gebeurt nu volgens respondenten niet op basis van heldere criteria. Een respondent zei hierover: “Nu schatten we het gevaar in op basis van ons gezond verstand en ervaring.”

Een andere respondent geeft aan dat er wordt gekeken naar drie punten: of er sprake is van geweldsbereidheid en/of dat geweld gelegitimeerd wordt, of er sprake is van een ideologie en of iemand antidemocratisch is. Maar met name bij andere fenomenen dan het jihadisme is er “nogal eens discussie of en wanneer er sprake is van geweldsbereidheid en een ideologie”, zo gaf een respondent aan.

Hierbij moeten we opmerken dat door een externe partij samen met de gemeente een duidingstool is ontwikkeld die moet helpen bij duiden van het ideologisch aspect. Deze duidingstool wordt echter momenteel nog niet gebruikt en de partners van het afstemmingsoverleg en de persoonsgerichte aanpak moeten nog in het werken ermee getraind worden. Bovendien verlangt het werken met de duidingstool dat alle partners die ermee gaan werken over de nodige kennis beschikken van fenomenen. Het kennisniveau is nog niet geheel op orde, aldus een respondent.

Ongestructureerde ‘voor’weging door politie Zoals in de vorige paragraaf werd beschreven, worden signalen doorgaans gemeld bij de politie. Deze signalen worden eens per maand besproken in een interne regiegroep CTER. Dit is een regiegroep waar verschillende afdelingen en disciplines van de politie aanschuiven, de informatieafdeling, rechercheurs en agenten. In de regiegroep wordt bepaald of de melding dermate zorgwekkend is, dat mogelijk een PGA gestart moet worden. In dat geval meldt de politie het signaal aan voor het afstemmingsoverleg met gemeente en OM.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

26

De weging door de regiegroep werd voorheen gedaan aan de hand van het risicotaxatie-instrument IR46. In de gesprekken met de politie komt naar voren dat dit instrument inmiddels niet meer wordt gebruikt. De reden hiervoor is dat de uitkomsten van het instrument niet volledig gedeeld mochten worden, maar alleen de conclusies. Dit was in de informatiedeling met partners een struikelblok. Daarom wordt de duiding nu gedaan aan de hand van de ervaring van de leden van de regiegroep. Hierin schuilt het risico dat de duiding niet op een gestructureerde manier verloopt en niet resulteert in een onderbouwde afweging, maar gebaseerd is op een ‘niet pluis’ gevoel. Bovendien is het goed voor te stellen dat factoren door de politie anders worden gewogen dan dat dat bijvoorbeeld door de gemeente wordt gedaan. De politie kijkt immers vooral naar het veiligheidsrisico voor de openbare orde, terwijl de gemeente daarnaast ook kijkt naar de situatie op de leefgebieden en de interventiemogelijkheden vanuit het sociaal domein.

Door de ‘voor’weging door politie – waar het gros van de meldingen binnenkomt – worden signalen niet ingebracht bij het afstemmingsoverleg die door een integrale duiding samen met gemeente en OM mogelijk tot een andere uitkomst hadden geleid – namelijk dat OM en gemeente wel grond zien voor een PGA radicalisering of andere zorgelijke signalen zien waardoor iemand in een ander gremium besproken moet worden.

PGA en monitoring door politie In het afstemmingsoverleg worden personen besproken die door één of meerdere van de deelnemende organisaties als mogelijk radicaal of extremistisch worden aangemerkt. Na zorgvuldige weging besluit het afstemmingsoverleg of voor een persoon een PGA wordt gestart. De kans bestaat dat een persoon waarvoor geen PGA is gestart, op basis van eigen afwegingen, toch wordt gemonitord door de politie. De politie legt hiervoor een registratie aan in het eigen systeem. Het is de gemeente bekend dat een aantal inwoners van Gouda stelt dat zij als gevolg van die monitoring nadelige gevolgen hebben ondervonden zoals bijvoorbeeld weigering bij de grens van bepaalde landen. Of dit daadwerkelijk verband met elkaar heeft gaat de reikwijdte van dit onderzoek te buiten. Wel kan in zijn algemeenheid worden opgemerkt dat het van belang is zorgvuldigheid te betrachten bij de verwerking van gegevens over individuele personen. Advies aan de betrokken partijen is om de waarborgen die daaraan moeten bijdragen goed vast te leggen. Zowel voor wat betreft het gezamenlijk proces, als voor de zelfstandige bevoegdheden van iedere partij afzonderlijk.

2.3.3

Persoonsgerichte aanpak radicalisering Tussen 2019 en 2022 zijn de volgende casussen binnen de PGA radicalisering besproken.

Tabel 2.1

DSP-groep

Aantal casussen dat is besproken binnen de PGA radicalisering bij het ZVH Hollands-Midden, tussen 20192022, uitgesplitst naar soort fenomeen 2019

2020

2021

2022

Jihadisme

15

15

11

11

Rechtsextremisme

-

1

3

1

Eco-fascisme

-

-

-

1

Totaal

15

16

14

13

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

27

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aantal casussen over de jaren redelijk stabiel is. Dit is grotendeels te verklaren door de grote groep personen die onder het ‘jihadisme’ zijn geduid en waarvan een aantal zijn uitgereisd.

Wat gaat er goed? Transparantie richting de betrokkene Uit meerdere gesprekken komt naar voren dat partners van de PGA transparantie richting de betrokkene over het feit dat hij of zij in het kader van radicalisering wordt besproken in de PGA erg belangrijk vinden. Een respondent gaf aan: “Er is consensus dat iedereen genotificeerd moet worden, omdat we weten én voelen dat we dat moeten doen.”

Een aantal maanden geleden zijn opnieuw alle casussen tegen het licht gehouden en zijn alle casussen waarin de notificatie was opgeschort alsnog genotificeerd. Wel geeft een respondent aan dat er soms discussie is over hoe, wanneer en door wie iemand genotificeerd moet worden, maar dit wordt niet zozeer als knelpunt ervaren omdat de partners graag maatwerk willen leveren.

De transparantie gaat overigens niet alleen over het notificeren van de betrokkene, maar ook over de aanpak. Dit valt een respondent vooral op in het contact naar terugkeerders. Er wordt volgens haar open gecommuniceerd naar terugkeerders als zaken hun re-integratie bemoeilijken, bijvoorbeeld bij het intrekken van het Nederlanderschap (zie pagina 11).

Overeenstemming over doelen en interventies Met betrekking tot het hoofddoel dat met een PGA wordt nagestreefd zitten de respondenten op één lijn. In het algemeen gaat het om het inzetten van interventies om te voorkomen dat iemand geen gevaar (meer) vormt voor de samenleving. Hoe dit wordt bereikt, verschilt per casus. Zo zal bij iemand die terugkeert uit detentie – vaak in geval van een terugkeerder – het accent liggen op re-integratie terwijl bij iemand die weinig sociale contacten heeft en online radicaliseert, maar nog geen strafbaar feit heeft gepleegd de nadruk ligt op het vergroten en versterken van het sociale netwerk. Naast hoofddoelen worden subdoelen gesteld, zoals het regelen van een woning. Aan deze subdoelen worden interventies gekoppeld en een professional/organisatie die de interventie gaat uitvoeren. Uit de gesprekken blijkt dat er over het algemeen consensus is over de subdoelen en de bijbehorende interventies. Er zijn doorgaans geen conflicterende belangen of opvattingen en als er knelpunten zijn in de uitvoering van de interventies, wordt hier transparant over gecommuniceerd.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

28

Onderlinge communicatie Ook in deze fase zijn de respondenten positief over de onderlinge afstemming. Partners weten elkaar goed te vinden en er is regelmatig contact. Zo is de casusregisseur van de gemeente regievoerder op een casus, maar stemt nagenoeg dagelijks af met de politie. Ook als andere organisaties, zoals de reclassering of de jeugdbescherming, in contact staan met de betrokkene, geven zij regelmatig terugkoppeling aan de andere partners.

Stevige aanpak terugkeerders Over het algemeen zijn de respondenten positief over de specifieke aanpak die voor terugkeerders is ontwikkeld. Het plan van aanpak is voor de respondenten helder en ten tijde van het opstellen met alle ketenpartners besproken. Hierdoor zijn de partners goed op te hoogte van hun rollen en taken.

Wat kan er beter? Beoordelen doelbereik Of de hoofddoelen en bijbehorende subdoelen worden bereikt hangt af van verschillende factoren, onder meer of het lukt om met de betrokkene in contact te komen en of hij of zij wil meewerken aan interventies en of er geen externe belemmerende factoren zijn (zoals het intrekken van het Nederlanderschap, zie verderop). Echter, in de huidige werkwijze wordt niet systematisch per (sub)doel in kaart gebracht hoe een interventie moet bijdragen aan het bereiken van een doel (doel-interventie relatie) of een doel wordt bereikt en wat daarin eventueel belemmerende factoren zijn. Het ontbreekt volgens respondenten aan ‘actieve evaluaties’ van een aanpak. Dit leidt ertoe dat in de gesprekken op de vraag in hoeverre het lukt om de gestelde subdoelen te bereiken het vooral over indrukken gaat van respondenten, zonder dat die indrukken concreet onderbouwd worden.

Informatiedeling Het TER-team (Terrorisme, Extremisme en Radicalisering-team) van de reclassering heeft onder andere een adviserende taak richting het OM en de rechtbank als iemand verdacht wordt van een terroristisch misdrijf. In de rapportages van het TER-team staan onder andere duidingen van gesprekken die theologen met de betrokkene hebben gehad. Echter, omdat het TER-team aan de rechtbank of het OM adviseert ten behoeve van de strafzaak, kan het rapport niet met de partners van de PGA gedeeld worden. Dit wordt met name door de politie als belemmering ervaren omdat deze rapportages waardevolle informatie bevatten die kan helpen om beter in te schatten met wie men te maken heeft zodra de betreffende persoon vrij komt. Dit neemt echter niet weg dat het OM – als opdrachtgever van een adviesrapport – wel informatie kan delen. Het is volgens meerdere respondenten daarom van belang om te kijken wat er wél mogelijk is in de informatiedeling.

Uitbreiding buiten standaard partners Een respondent geeft aan dat er nog meer gekeken kan worden welke partners – buiten de convenantpartners van de PGA – een bijdrage kunnen leveren aan de inzet van interventies. Er kan volgens haar nog meer

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

29

gekeken worden welke partner ook een rol kunnen spelen bij de uitvoering van interventies, bijvoorbeeld medewerkers van het sociaal team of van de afdeling Werk en Inkomen. Wat dit betekent voor de informatiedeling vraagt hierbij wel verdere uitwerking, aldus de respondent.

Beperking aanpak door intrekken Nederlanderschap In meerdere gesprekken wordt het intrekken van het Nederlanderschap door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van J&V als een zware beperking ervaren voor de PGA (dit geldt overigens niet alleen in Gouda maar ook in andere gemeenten). De IND kan dit doen als iemand onherroepelijk is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf en iemand een dubbele nationaliteit heeft. Volgens een respondent “zorgt het intrekken van het Nederlanderschap ervoor dat alles misgaat.” Het duurt doorgaans een aantal jaar voordat het proces rond is. In de tussentijd worden interventies die op gemeentelijk niveau moeten worden ingezet op pauze gezet of niet opgestart. Zo werd in een casus urgentie beloofd voor een woning aan een mevrouw – zodat haar dochter ook weer bij haar kon wonen – maar omdat het intrekken van haar Nederlanderschap dreigt wordt de urgentie niet afgegeven.

Het intrekken van het Nederlanderschap wordt door respondenten gezien als discriminerend. Ondanks het vaak harde werken van de terugkeerders na detentie om hun leven weer op de rit te krijgen, wordt hen die kans ontnomen. Het staat haaks op de rehabilitatie en re-integratie waar doorgaans naar gestreefd wordt na detentie. Bovendien komt slechts een beperkt aantal personen voor de maatregel in aanmerking komt, omdat er maar weinig een dubbele nationaliteit hebben. Degenen zonder dubbele nationaliteit, komen er niet voor in aanmerking terwijl dat “soms veel ergere casussen zijn”, aldus een respondent.

Bovendien kan de (dreigende) intrekking en de beperkingen die dit oplevert voor de re-integratie, zorgen voor een verharding richting de Nederlandse maatschappij en een verhoging van de veiligheidsrisico’s, doordat de betrokkene lang moet afwachten in grote onzekerheid. ”Het bevestigt en versterkt de grieven die tot radicalisering hebben geleid”, aldus een respondent. En dit geldt overigens niet alleen voor de grieven bij de betrokkene zelf, maar kan ook leiden tot verharding bij personen binnen zijn of haar netwerk.

Jeugdbescherming West geen convenantpartner In het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme van het ZVH is vastgelegd welke organisaties convenantpartners zijn en zodoende op basis van het convenant mogen aansluiten bij het casusoverleg en informatie mogen delen. Alhoewel Jeugdbescherming West met regelmaat aansluit bij de casusoverleggen, behoort het niet tot een van de convenantpartners. In de gesprekken blijft het onduidelijk of en welke aanvullende samenwerkingsafspraken er zijn gemaakt tussen het ZVH en Jeugdbescherming West waarin het delen van informatie met en door Jeugdbescherming West zijn vastgelegd.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

30

2.3.4

Monitoren en afsluiten Wat gaat er goed? Binnen het werkproces is vastgelegd dat als het afsluiten van een casus wordt overwogen – d.w.z. niet langer binnen de PGA radicalisering én het afstemmingsoverleg wordt besproken – er een advies wordt uitgebracht aan de driehoek. Dit advies wordt doorgaans door de driehoek overgenomen.

Wat kan er beter? Geen eenduidige definitie en invulling van monitoren Uit de gesprekken komt naar voren dat er tussen respondenten verschillend wordt aangekeken tegen wat monitoren inhoudt. Waar voor de ene professional monitoren in feite al tijdens de persoonsgerichte aanpak gebeurt en betekent dat er constant een vinger aan de pols wordt gehouden, betekent dat voor de ander dat er wordt afgeschaald van een ‘actieve’ fase waarin interventies worden ingezet op basis van een plan van aanpak naar een ‘passieve’ fase waarin iemands verdere ontwikkeling in de gaten wordt gehouden of een ultieme poging wordt gedaan informatie los te krijgen. Binnen de PGA radicalisering wordt er niet gemonitord, blijkt uit de gesprekken, maar dat gebeurt binnen het gemeentelijk afstemmingsoverleg. In dat geval wordt de casus bij het ZVH afgesloten en alleen nog binnen het afstemmingsoverleg door gemeente, politie en OM besproken. Wat het monitoren binnen het afstemmingsoverleg in de praktijk betekent, komt in de gesprekken niet duidelijk naar voren omdat er verschillende opvattingen zijn over wat monitoring betekent. Zo kan het inhouden dat de gemeente of politie nog gesprekken voert met de betrokkene.

Geen vaste criteria voor overgaan tot monitoren Er zijn geen criteria vastgesteld aan de hand waarvan bepaald wordt of en wanneer een casus moet worden afgeschaald naar monitoring. Dit kan ertoe leiden en heeft er volgens respondenten in het verleden toe geleid dat casussen erg lang in de persoonsgerichte aanpak worden gehouden zonder dat daar onderbouwing voor gegeven kon worden. Een respondent merkt op dat partners soms terughoudend zijn om af te schalen naar monitoren uit angst dat er dan alsnog iets misgaat. De respondent zei hierover: “De lijst met subjecten in de PGA in Gouda is vrij lang, langer dan in andere gemeenten. Dat komt deels door de relatief grote groep uitreizigers, maar ik vind dat we secuurder moeten zijn wie we op de lijst laten staan. We missen criteria maar er heerst mogelijk ook angst, men denkt ‘wat als je afschaalt en er gebeurt vervolgens iets?’ “

Onduidelijke juridische grondslag Op het moment dat wordt overgegaan tot monitoren, wordt een casus bij het ZVH afgeschaald. Dit betekent in feite dat de PGA radicalisering van het ZVH stopt en de casus alleen nog in het afstemmingsoverleg wordt besproken door gemeente, politie en OM. Als iemand formeel niet meer in de PGA radicalisering van het ZVH

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

31

zit en daarmee het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme van het ZVH niet meer van toepassing is, is het onduidelijk op welke juridische grond er nog contact wordt onderhouden met de betrokkene door een van de partners van het afstemmingsoverleg en op grond waarvan zij eventueel informatie uitwisselen.

2.3.5

Samenwerking Naast de succesfactoren en verbeterpunten die per fase aan bod zijn gekomen, zijn we in het onderzoek ook ingegaan op hoe de samenwerking verloopt. We hanteren daarbij zes elementen waarvan uit de literatuur 21 bekend is dat die bepalend zijn voor een goede samenwerking: 1.

Het samenwerkingsverband De juiste netwerkpartners werken samen om de doelen te bereiken. Er zijn goede samenwerkingsrelaties met de andere partners die betrokken zijn bij de aanpak.

2.

Goede samenwerkingsafspraken Er is overeenstemming over de doelen, de doelgroep en de beoogde resultaten met de samenwerking. Er zijn heldere afspraken gemaakt over taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en overlegstructuur binnen de samenwerking.

3.

Sterke samenwerkingscultuur Netwerkpartners delen een gevoel van urgentie en zijn bereid duurzaam te investeren in de samenwerkingsrelatie.

4.

Gezonde relaties. Relaties tussen netwerkpartners kunnen worden verstoord door verschillen in cultuur, achtergronden en persoonlijkheden. Om dit te voorkomen is het van belang om gezonde relaties tussen netwerkpartners te bevorderen. Zes kenmerken zijn bepalend voor goede relaties: gelijkwaardigheid, respect, vrijheid, verantwoordelijkheid, transparantie en vertrouwen.

5.

Regie en continuïteit. De sturing en coördinatie van de samenwerking is belegd en gewaarborgd. De sturing en coördinatie is gericht op het faciliteren en versterken van de samenwerking.

6.

Informatie-uitwisseling. De informatie-uitwisseling is praktisch geregeld en niet in strijd met privacywetgeving. Bij het inrichten van de werkprocessen is expliciet aandacht besteed aan het beperken van administratieve last en vergadertijd van professionals.

Net als in voorgaande paragrafen, maken we onderscheid tussen wat er goed ging en wat er beter kan op het vlak van samenwerking.

21 Provan, K.G., Kenis, P. (2007). Modes of network governance: structure, management and effectiveness. Journal of Public

Administration and theory, 229-252; Van Delden, P. (2009). Samenwerking in de publieke dienstverlening. Ontwikkelingsverloop en resultaten. Delft/Zutphen: Eburo; Luna-Reyes L.F & Andersen, D.F. (2007). Towards an Theory of Interorganizational Collaboration: Generic structures of Cross-Boundary Requirement Analysis; Gray, B. (1985). Conditions facilitating Interorganizational Collaboration. Human Relations, 38 (10), 911-936; Kenis (2011). Samenwerking in theorie. In: Van Leeuwen et al. Tussen institutioneel aanbod en organische vraag. Almere/Baambrugge: De Jeugdzaak.; Licht, H. (2016). Netwerkregie: samenwerken in en tussen organisaties. Scriptum.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

32

Wat gaat er goed? Over verschillende elementen van de samenwerking zijn respondenten positief. Zo geven zij aan dat over algemeen de juiste ketenpartners standaard aan tafel zitten. Bovendien is er flexibiliteit in het betrekken van niet-convenant partners bij de aanpak indien gewenst of/en noodzakelijk. Verder zijn respondenten over het algemeen positief over de mate waarin er overeenstemming is over de doelen, doelgroepen en de beoogde aanpak per casus. Er lijkt in de praktijk weinig sprake te zijn van tegengestelde belangen die de aanpak van casuïstiek beïnvloeden. Uit de verschillende gesprekken komt naar voren dat de respondenten allemaal een gevoel van urgentie en gezamenlijk belang ervaren bij de aanpak van radicalisering en extremisme. Dit blijkt met name uit het feit dat de respondenten de aanpak willen doorontwikkelen zodat beter ingespeeld kan worden op de verschillende fenomenen en doelgroepen waar men landelijk en in Gouda mee te maken heeft of mogelijk gaat krijgen (zie ook het volgend hoofdstuk). Ook zien respondenten het belang in van een goede samenwerking met de verschillende betrokken partners en zien zij de noodzaak in om, gelet op de vele personele wisselingen, de samenwerking opnieuw te bestendigen en verstevigen.

De partners die al langere tijd met elkaar werken hebben over het algemeen het gevoel dat zij binnen het afstemmingsoverleg en de PGA open met de ketenpartners kunnen communiceren over hoe de aanpak verloopt. Ook is er onderling vertrouwen dat men zijn rollen en taken invult zoals wordt beoogd. Omdat nog niet alle partners lang bij de aanpak betrokken zijn, is het lastig voor respondenten om over de samenwerking met die partners uitspraken te doen.

De casusregie ligt in de praktijk bij de casusregisseur van de gemeente. De vorige casusregisseur was volgens respondenten erg kundig en werkte outreachend waardoor zij goed in verbinding stond met de verschillende ketenpartners en de samenwerking wist te verbeteren. Aan het eind van ons onderzoek is de nieuwe casusregisseur in zijn functie gestart. Door de eerder genoemde personele wisselingen, was er minder continuïteit in de regie op casuïstiek.

Wat kan er beter? Meerdere respondenten brengen in de gesprekken naar voren dat de samenwerking met het sociaal domein kan worden verbeterd. Dit geldt met name voor de interne samenwerking binnen de gemeente. Uit de gesprekken blijkt dat de verschillende afdelingen niet altijd goed op de hoogte zijn van elkaars werkzaamheden, waardoor het risico bestaat dat er langs elkaar heen gewerkt wordt.

Zoals eerder aan bod kwam, ontbreekt het nog aan eenduidige definities van de relatief nieuwe fenomenen en doelgroepen waar men landelijk, regionaal en lokaal mee te maken krijgt. Hierdoor is het nog niet duidelijk wie tot een doelgroep behoren, waardoor gerichte inzet op die doelgroepen nog ontbreekt. Dit geldt in feite voor alle vormen van radicalisering en extremisme anders dan jihadisme.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

33

Ook met betrekking tot de beoogde aanpak is er nog weleens discussie, blijkt uit de gesprekken. Zoals eerder beschreven ontbreekt het momenteel aan vaste criteria op basis waarvan iemand geduid wordt – zowel binnen het afstemmingsoverleg en casusoverleg als tijdens de ‘voorweging’ binnen de regiegroep van de politie. Hierdoor bestaat het risico dat een signaal geduid wordt op basis van onderbuikgevoelens, zonder dat systematisch beargumenteerd kan worden hoe tot die duiding is gekomen. Bovendien ontbreekt het daardoor aan een soort ijkpunt op basis waarvan op een later moment bepaald kan worden of de situatie van de betrokkene is verbeterd of verslechterd. Er is echter wel een duidingstool ontwikkeld voor de Goudse aanpak, die tot meer eenduidigheid in de duiding moet leiden.

Daarnaast zijn er geen vaste criteria voor het monitoren en afsluiten van een casus. In welke gevallen monitoring moet worden overwogen, hoe lang de monitoring mag duren, wat de monitoring inhoudt en door wie dat wordt gedaan, is niet vastgelegd. Hetzelfde geldt voor het afsluiten van een casus. Hierdoor ontbreekt het aan houvast voor de partners van de PGA voor het weloverwogen afschalen van een casus. En dit heeft tot gevolg dat een casus langdurig in de aanpak wordt gehouden, zonder dat daarvoor gefundeerde argumenten gegeven kunnen worden. Hoewel men over het algemeen positief is over de duidelijkheid rondom rollen en taken, wordt opgemerkt dat door de vele personele wisselingen bij de verschillende ketenpartners het risico bestaat dat kennis wegvalt en men elkaar minder goed weet te vinden. Het is daarom volgens respondenten belangrijk dat de afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden vastliggen en dat ook wordt vastgelegd waarom wie wat doet binnen een aanpak van een casus. Dit is nog een punt van verbetering. De beschrijving van rollen, taken en verantwoordelijkheden is opgenomen in het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme van het ZVH, maar is beperkt tot een algemene beschrijving. Een werkproces waarin is vastgelegd wat van welke partners op welk moment in het werkproces concreet verwacht wordt ontbreekt.

Ook met betrekking tot de informatie-uitwisseling zijn er enkele knelpunten. In de voorfase, voordat is besloten dat een PGA gestart wordt, is het volgens sommige respondenten lastig om informatie uit te wisselen omdat er onduidelijkheid is over wat mag en wat niet. Op basis van het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme van het ZVH is het wel mogelijk om binnen het afstemmingsoverleg – of weegploeg zoals het in het Convenant heet – signalen te analyseren. Welke informatie in dat kader mag worden uitgewisseld, is niet gespecificeerd.

Zodra er sprake is van een casus en een PGA gestart wordt , verloopt de informatie-uitwisseling doorgaans goed, aldus respondenten. Er zijn vanaf dat moment voldoende mogelijkheden om informatie uit te wisselen, mede doordat afspraken hieromtrent zijn vastgelegd in het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme van het ZVH. Wel wordt opgemerkt dat niet altijd alle informatie beschikbaar is. Zoals we eerder beschreven, kan bijvoorbeeld een adviesrapport van de reclassering niet gedeeld worden met de partners van de PGA terwijl dit waardevolle informatie bevat. Ook wordt soms de informatie van de AIVD gemist die in verband met staatsveiligheid niet gedeeld kan worden.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

34

3

Veiligheidsbeeld In dit hoofdstuk beschrijven we het veiligheidsbeeld rondom polarisatie (als voedingsbodem van radicalisering), radicalisering en extremisme. We doen dit op landelijk, regionaal en lokaal niveau.

3.1

Landelijk veiligheidsbeeld De NCTV heeft in 2022 het dreigingsniveau vastgesteld op niveau 3. 22 Sinds 2019 is het dreigingsniveau niet gewijzigd. De aard van de terroristische dreiging is echter wel veranderd. Deze is veelzijdiger en diffuser geworden. Hieronder wordt verder ingegaan op de verschillende stromingen.

3.1.1

Jihadisme Ondanks dat de dreiging de afgelopen jaren minder is geworden, blijft de Nederlandse jihadistische beweging de voornaamste bron van dreiging vanwege de naar verhouding grote omvang en organisatiegraad van de beweging.23 De beweging bestaat in Nederland al gedurende een lange periode uit ongeveer vijfhonderd personen, verdeeld over verschillende groepen. Binnen deze netwerken is geen sprake van duidelijke hiërarchie of concrete gezamenlijke doelen. Daarnaast is er een klein aantal personen dat geen deel uitmaakt van deze netwerken, die zijn geradicaliseerd onder invloed van online propaganda.

Naast dat de groei van de beweging is gestagneerd, is ze mede door het repressieve overheidsoptreden minder actief, zo constateert de NCTV.24 Nederlandse jihadisten focussen zich voornamelijk op geweldloze sociale activiteiten, waarvan een deel is gericht op het versterken van de beweging, bijvoorbeeld door het verspreiden van het gedachtegoed. Binnen de beweging is echter nog veel kennis en ervaring aanwezig voor het uitvoeren van een succesvolle terroristische aanslag. Een beperkt deel van de jihadisten heeft dan ook nog de intentie om een aanslag te plegen. Momenteel ontbreken echter aanwijzingen dat daar plannen voor worden gemaakt.

Terugkeerders Tot 1 juli 2022 zijn ongeveer zeventig van de driehonderd Nederlandse uitreizigers teruggekeerd, waarvan bijna veertig procent vrouw. Ook zijn veertig minderjarigen meegekomen, vaak geboren in Syrië of Irak of meegenomen door hun ouders naar de regio. Daarnaast zijn ongeveer 20 Nederlandse volwassenen en 45 kinderen teruggekeerd naar een ander land. De verwachting is dat uitreizigers die nog in de regio zitten niet meer in groten getale, op eigen gelegenheid, zullen terugkeren.

22 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en

Justitie. 23 Idem 24 Idem

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

35

Salafisme Het salafisme is een actieve beweging in Nederland. Het is een fundamentalistische hervormingsbeweging binnen de islam die het leven wil inrichten naar het voorbeeld van de eerste drie generaties moslims en een letterlijke interpretatie van de religieuze bronnen voorstaat. De antidemocratische, intolerante en antiintegratieve elementen binnen het salafisme zouden kunnen leiden tot problematische gedragingen, met polarisatie en ondermijning van de democratische rechtsorde als gevolg.

In Nederland is het aantal aanjagers van het salafistisch gedachtegoed beperkt.25 Zij hebben echter een disproportioneel grote invloed op de islamitische gemeenschap. Salafisten zijn veel aanwezig op het internet en dragen hun boodschap onder andere uit via informele scholing. Het aanbod van salafistisch onderwijs is sinds 2018 gegroeid. In dit onderwijs kunnen jonge kinderen worden geconfronteerd met een boodschap die oproept tot afkeer van de westerse waarden en aansluiting van andersdenkenden, wat kan bijdragen aan het ontwikkelen van extremistisch gedachtegoed. Door gebrek aan wetgeving wordt beperkt toezicht gehouden op deze vorm van informele scholing.

De afgelopen jaren lijkt een deel van de gemeenschap zich minder vast te houden aan de traditionele waarden van het salafisme, bijvoorbeeld door omgang met andersgelovigen of het niet behandelen van problematische concepten binnen het salafisme. Zij richten zich voornamelijk op thema’s over het behoud van de islamitische identiteit binnen de Nederlandse context en hebben hiermee een groter bereik. Uit het dreigingsbeeld van de NCTV komt naar voren dat het nog onduidelijk is welke gevolgen deze stroming heeft voor de dreiging van ondermijning van de democratische rechtsorde voortkomend uit het salafistische gedachtegoed.

3.1.2

Rechtsextremisme Vanuit het rechtsextremisme gaat een dreiging uit die zich voornamelijk uit in de ondermijning van de democratische rechtsorde en in de aantasting van de rechtsstaat en de sociale cohesie in de samenleving. 26

In de Nationale Contraterrorisme Strategie 2016-2020 staat dat rechtsextremisme de bijzondere aandacht heeft van de NCTV maar wordt ook gesteld dat het “niettemin in de beeldvorming vaak ondergesneeuwd raakte door het jihadisme”27. Dat leidde ertoe dat extreemrechts geweld laag op de veiligheidsagenda kwam te staan. Volgens de AIVD kan men zelfs spreken van een ‘grote blinde vlek’. 28 De blinde vlek-classificatie van de AIVD wordt ook bevestigd door de regelmatige miskenning van rechtsextremistische motivatie achter een geweldsdaad en de problemen met de definiëring van terrorisme als het gaat om extreemrechts geweld. Er zijn andere misdrijven die aan het extreemrechtse terrorisme label voldoen maar niet als zodanig worden

25 Idem 26 Idem 27 Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (2016). Nationale Contraterrorismestrategie 2016-2020. Ministerie van

Veiligheid en Justitie. 28 Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2020). Antwoorden Kamervragen over het bericht “Dreiging extreemrechts 'grote blinde vlek'” en het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 52. Den Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

36

geclassificeerd. De verschillende rechtssystemen in de EU-lidstaten hebben invloed op de rapportage aan Europol. Zo werden de aanslagen gepleegd door Anders Breivik op 22 juli 2011 in Noorwegen door Europol niet geclassificeerd als extreemrechts geweld. Europol stelde dat suggesties in open bronnen dat de aanslagen daden waren van extreemrechts terrorisme, of gelinkt werden aan extreemrechtse groeperingen in de EU, “niet werden onderbouwd”.29

In Engeland wordt extreemrechts terroristisch geweld vaak hate crime genoemd, een begrip dat het Nederlandse rechtssysteem niet kent. Het label terrorisme wordt vaak pas toegekend als de dader behoort tot een groep die de bevolking angst wil aanjagen. De Engelse rechtsextremistische daders behoorden vaak niet tot een rechtsextremistische groepering – veel rechtsextremistische terroristen opereren individueel, mede gebaseerd op hun ideologie – waardoor een politiek-ideologische doelstelling moeilijker te bewijzen is. 30 In de praktijk was het bewijzen van een haatmisdrijf in die gevallen vaak wel haalbaar. Haatmisdrijf, moord of massamoord zijn juridisch beter hanteerbare termen, hetgeen kan leiden tot onderrapportage van terrorisme 31

In de onderrapportage van rechtsextremistische daden zit het risico dat deze incidenten als uitzonderlijke gevallen worden gezien. Terwijl ze juist een trend lijken neer te zetten voor een nieuwe generatie extreemrechtse terroristen; ze opereren alleen, maar zijn met elkaar verbonden via virtuele gemeenschappen op internet, waar meerdere individuen zijn geïnspireerd om de modus operandi van hun rolmodellen na te bootsen, of te overtreffen, in massamoord.

Uit een studie uit 2020 blijkt dat de actieve aanhang van extreemrechts klein is, net als het bescheiden aantal uitgevoerde acties en de geweldsdreiging die daarbij gepaard gaat. 32 Daarentegen is het taboe op rechtsextremistische opinies en organisaties minder groot geworden in de afgelopen decennia. Binnen Nederlandse extreemrechtse kringen is zelfs in beperkte mate sprake van openlijke sympathie voor gewelddadige/terroristische acties. Nederland kent veel (zeer) kleine rechtsextremistische organisaties, die worden gekenmerkt door een slechte organisatie, onderlinge verdeeldheid, minimale aanhang en weinig politieke slagkracht.

Accelerationisme Het meest recente dreigingsbeeld van de NCTV laat zien dat de voornaamste geweldsdreiging voortkomt uit het accelerationisme33.34 In Nederland zijn ongeveer een paar honderd aanhangers van deze stroming actief. Dit aantal lijkt sinds 2021 niet te zijn toegenomen. De beweging kent wel verloop: mensen verlaten de

29 Europol. (2012). Terrorism and Situation Trend Rapport 2012. Europol. 30 Koehler, D. (2019). Violence and Terrorism from the Far-Right: Policy Options to Counter an Elusive Threat. International Centre for

Counterterrorism. 31 Idem 32 Willem Wagenaar Anne Frank Stichting. (2020). Extreemrechts in Nederlandse Gemeentes. 33 Deze stroming propageert terroristisch geweld als legitiem middel om het ideaal van een witte etnostaat te bereiken. 34 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en Justitie.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

37

netwerken en anderen sluiten zich juist aan. Daarnaast kent de rechtsextremistische beweging in Nederland een lage organisatiegraad, waarbij slechts van een enkeling een geweldsdreiging uitgaat. Accelerationisten zijn vaak actief via de online wereld. Ze maken gebruik van sociale mediaplatforms voor communicatie, rekrutering en het delen van propaganda.

Een van de pijlers binnen de stroming is de omvolkingstheorie. Deze theorie gaat ervanuit dat de vermeende omvolking kan worden tegengegaan met geweld en het bespoedigen van een rassenoorlog. De theorie wordt tegenwoordig steeds meer aangehaald in mainstreamdiscussies, wat bijdraagt aan de sociale acceptatie van de theorie. Ondanks dat tot nu toe nog weinig aanslagen vanuit het accelerationisme zijn gepleegd, is vanuit het gewelddadige gedachtegoed wel voorstelbaar dat dit in de toekomst kan gebeuren.

Overlap met anti-institutioneel extremisme Sinds het anti-institutioneel extremisme (zie verder) is toegenomen vanwege de coronapandemie, is te zien dat het rechtsextremistisch gedachtegoed zich ook verspreid via aansluiting bij andere (anti-overheid) protesten.35 Inmiddels is het soms lastig om rechtsextremisten te onderscheiden van antioverheidsextremisten. Er is sprake van een vormloze groep, waarbij onduidelijke, veranderende en gemengde denkbeelden vaak samengaan met persoonlijke grieven en psychische problemen.

Antisemitisme Een vorm van rechtsextremisme is het antisemitisme. In het dreigingsbeeld van de NCTV wordt hier niet nadrukkelijk bij stilgestaan, afgezien van de vermelding dat het aanhangen van de omvolkingstheorie zorgt voor een opleving van deze stroming. 36 Daarentegen vindt een onderzoek naar online antisemitisme meer dan 200.000 Nederlandstalige antisemitische uitingen op sociale media. 37 Voornamelijk op Twitter worden dergelijke uitingen door rechts-conservatieve accounts en complotdenkers geplaatst. Daarnaast worden ook antisemitische uitingen geplaatst onder YouTubevideo’s van voornamelijk mainstreamkanalen, zoals PowNed, WNL, Telegraaf en Rijnmond. Verder ziet CIDI de afgelopen jaren een toenemende trend van antisemitische incidenten.38 Onder andere de oplopende spanningen in het Israëlisch-Palestijns conflict en de koppeling tussen de Holocaust en het coronabeleid hebben hieraan bijgedragen.

3.1.3

Polarisatie Veel Nederlanders maken zich zorgen om de polarisatie in de samenleving, waarbij meningsverschillen over maatschappelijke kwesties groter en heftiger worden. 39 Mensen denken dan voornamelijk aan specifieke groepen die met hun standpunten in het maatschappelijk debat afwijken van de gangbare opinie, waarbij de 35 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en

Justitie. 36 Idem. 37 CIDI. (2021). Monitor antisemitische incidenten 2021. 38 Idem. 39 Sociaal en Cultureel Planbureau. (2022). Burgerperspectieven 2022. Bericht 2.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

38

hardere uitingen vooral worden gedaan door kleine groepen. Voorbeelden hiervan zijn critici van coronabeleid, complotdenkers, protesterende boeren en klimaatactivisten.

Anti-overheidsextremisten Zoals eerder beschreven, heeft een activistische groep de afgelopen jaren onvrede geuit over de overheid en andere instituties als gevolg van de coronamaatregelen.40 Met het verdwijnen van de coronamaatregelen is de voornaamste voedingsbodem voor het protest weggevallen, en daarmee ook de omvang van de groep gematigde activistische demonstranten afgenomen, maar de radicale onderstroom blijft actief. In Nederland zijn ongeveer twintig (online) agitatoren, tien- tot vijftigduizend aanhangers die content verspreiden en ongeveer 100.000 ad hoc aanhangers. Zij richten zich tegen de overheid vanuit fundamenteel wantrouwen, woede en een onrechtvaardigheidsgevoel.

Complotdenkers Een deel van de anti-overheidsextremisten omarmt complottheorieën, waaronder verhalen over de Great Reset41 en de QAnon-beweging42. De dreiging van complottheorieën is tweeledig: 1.

Er kunnen extremistische handelingen uit voortkomen, zoals opruiing, intimidatie, bedreigingen en geweld;

2.

Het kan afbreuk doen aan het publieke vertrouwen in de instituties van de democratische rechtsorde.

Onderzoek laat zien dat ruim een van de vijf Nederlanders gelooft in complottheorieën. 43 Bijzonder hoogleraar radicalisering, extremisme en complot denken Jan-Willem van Prooijen geeft aan dat het lastig is om te bepalen in hoeverre complot denken is toegenomen, omdat momenteel andere theorieën rondgaan dan een paar jaar geleden.44 De coronapandemie heeft het complot denken echter wel versterkt, waardoor het mogelijk extremer is dan voorheen. Bovendien hangt het samen met ondemocratische attitudes en polarisering en radicalisering. Samenzwering denken maakt dat mensen eerder zijn geneigd om regels te overtreden, omdat zij de overheid als tegenstander zien.

40 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en

Justitie. 41 “Een complottheorie waarin wordt beweerd dat de mondiale elite onder leiding van het World Economic Forum (WEF) in Davos kritische burgers monddood wil maken om de macht te grijpen en een extreem-linkse agenda door te voeren.” Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/samenzwering-in-de-alpen-hoe-de-great-reset-een-mondiale-complottheorie-overwerelddominantie-werd~b5ff2af5/ 42 Een Amerikaanse politieke complottheorie over de vermeende plannen van een deep state gericht op onder andere de voormalige president Donald Trump en zijn aanhangers. Bron: https://www.diggitmagazine.com/articles/qanon-and-how-they-remain-visible-hybridmedia-system 43 https://www.europeansocialsurvey.org/about/singlenew.html?a=/about/news/essnews0144.html 44 Heck, W. (20 februari 2023). Hoogleraar radicalisering: ‘Complotdenkers zijn niet kritisch, maar juist goedgelovig’. NRC> Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2023/02/20/hoogleraar-radicalisering-complotdenkers-zijn-niet-kritisch-maar-juist-goedgelovig-a4157632

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

39

Milieuactivisme In de zomer van 2022 heeft het kabinet de nieuwe stikstofplannen bekend gemaakt, waarna het stikstofprotest opnieuw is aangewakkerd.45 Over het algemeen verliepen de protesten vreedzaam en binnen de grenzen van de wet. Een deel van de acties kan echter als radicaal worden bestempeld. Er kan niet worden gesproken van extremisme, omdat de acties niet voortkomen uit een ideologie, maar de boerenprotesten kunnen wel de democratische rechtsorde aantasten, bijvoorbeeld door intimidatie van bestuurders en politici.46 Bij de boerenprotesten komt ook anti-overheidssentiment om de hoek kijken, doordat boeren het gevoel hebben niet gezien te worden door de overheid en weinig vertrouwen hebben in het beleid van de overheid.

Anti-overheidsextremisten hebben zich voor een deel aangesloten bij de stikstofprotesten door boeren. 47 Zij zoeken aansluiting bij het protest omdat zij het stikstofbeleid zien als onderdeel van een kwaadaardige overheid die de omvolkingstheorie zou nastreven. Deze aansluiting van de extremisten bij het stikstofprotest kan verharding in de hand werken. Tot nu toe lijkt er nog geen duurzame samenwerking te zijn tussen de twee groepen, maar een toenadering is wel mogelijk gezien de raakvlakken die anti-overheidsextremisten zien, terminologie die protesterende boeren gebruiken en de mogelijkheden tot vergroting van de achterban voor beide partijen.

Naast de boerenprotesten, zijn ook andere vormen van klimaatactivisme actief in Nederland en omliggende landen, zoals Extinction Rebellion. Ook hierbij speelt verminderd vertrouwen in de overheid een rol. De georganiseerde acties genereren veel (media-)aandacht.

3.1.4

Links-extremisme Als laatste komt uit het dreigingsbeeld van de NCTV naar voren dat extreemlinkse groeperingen zich meer vertonen in de publieke ruimte dan tijdens de coronaperiode. 48 De omvang van de groepen en hun acties blijven echter beperkt. Het betreft hier voornamelijk kleinschalig activisme gericht op thema’s als de woningnood, het klimaat, racisme of het koloniaal verleden. Hoewel de acties zich voornamelijk beperken tot woorden in plaats van daden, worden hardere acties in de toekomst niet uitgesloten.

45 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en

Justitie. 46 Zie o.a. NOS Nieuws. (29 juni 2022). Politici voelen zich onveilig door protest bij voordeur, ‘aanval op democratie. NOS. Geraadpleegd van https://nos.nl/artikel/2434583-politici-voelen-zich-onveilig-door-protest-bij-voordeur-aanval-op-democratie 47 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en Justitie. 48 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. (2022). Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 57. Ministerie van Veiligheid en Justitie.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

40

3.2

Regionaal veiligheidsbeeld

3.2.1

Jihadisme Zoals eerder beschreven, blijft de belangrijkste dreiging komen vanuit de Nederlandse jihadistische beweging. Binnen de eenheid Den Haag – waar Gouda onder valt – wonen meerdere individuen met jihadistische overtuigingen. 49 Uit het veiligheidsbeeld van 2021 blijkt dat ten opzichte van eerdere jaren de dreiging in 2020 iets is afgenomen, maar de Islamitische Staat (IS) roept nog steeds op tot het plegen van aanslagen. Ook in het veiligheidsbeeld 2022 van de Eenheid Den Haag wordt – in lijn met de NCTV – veronderstelt dat jihadisme nog de grootste terroristische dreiging vormt. Hoewel onder een deel van de Nederlandse jihadisten nog steeds de intentie leeft een aanslag te plegen, zijn de meeste activiteiten geweldloos. Dit zijn onder andere demonstraties of sociale media campagnes om geld in te zamelen voor vrouwen in Syrië. Daarnaast wordt de jihadistische beweging, ook binnen de eenheid Den Haag, omschreven als gefragmenteerd, zowel op sociaal als ideologisch vlak. Binnen de Haagse jihadistische beweging ontbreekt sterk leiderschap en er ontbreken signalen waaruit zou blijken dat sprake is van (jonge) nieuwe aanwas.50 Daarbij moet worden opgemerkt dat aanhangers van het jihadistische gedachtegoed steeds veiligheidsbewuster zijn geworden, waardoor het zicht van de politie op het fenomeen vermindert.

Alhoewel er minder terugkeerders zijn dan verwacht, bestaat er nog steeds een vergrote dreiging. Onder andere vanwege ex-gedetineerden die zijn veroordeeld voor lidmaatschap van een terroristische organisatie en op korte termijn vrijkomen. Verder ziet de eenheid Den Haag een verschuiving van een apolitieke naar een politieke variant van salafisme. Salafisten maken meer gebruik van democratische middelen om hun doelen te bereiken. Islamitische ‘influencers’ weten een groter publiek te bereiken. Zij hebben niet een uitgesproken orthodoxe of salafistische boodschap. Er lijkt een breuk te zijn met de eerdere boodschap, waarin de gewelddadige jihad centraal stond. Verwacht wordt dat een hybride variant van het salafisme de komende jaren zal voortzetten, waarbij (vooralsnog) geen geweldsdreiging lijkt uit te gaan.

3.2.2

Rechtsextremisme De laatste jaren is sprake van normalisatie van extreemrechts activisme. 51 De dreigingen vanuit de rechtsextremistische hoek komen voornamelijk van potentieel gevaarlijke eenlingen (PGE’s). Op landelijk niveau is sprake van een toename van jonge rechtsextremistische personen die (online) dreigen met geweld. 52 Jonge Nederlanders zijn betrokken bij internationale, online accelerationistische netwerken. Binnen de eenheid Den Haag zijn momenteel geen accelerationistische personen in beeld. Dat betekent echter niet dat ze er niet zijn. De eenheid heeft wel te maken met enkele lokale clusters die te relateren zijn aan

49 DRIO Den Haag. (2021). Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2021. Politie. 50 DRIO Den Haag. (2022). Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2022. Politie. 51

DRIO Den Haag. (2021). Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2021. Politie.

52 DRIO Den Haag. (2022). Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2022. Politie.

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

41

rechtsextremisme. De verwachting is dat het aantal zelfstandige rechtsextremistische groeperingen zal toenemen, nu de instroom van vluchtelingen53 verder toeneemt.

3.2.3

Polarisatie In de eenheid Den Haag zag de politie gedurende de coronapandemie steeds meer groepen en personen zich afzetten tegen het overheidsbeleid, voornamelijk gerelateerd aan de coronapandemie. 54 Deze groepen en personen komen samen tijdens demonstraties en acties, waarbij sprake is van fluïde netwerken zonder sterke hiërarchie. Een deel van hen wordt gevoed door complottheorieën. Sociale media spelen hierbij een belangrijk rol. Binnen de eenheid heeft het delen van desinformatie en (misleidende) beeldfragmenten van politieoptreden op sociale media bijvoorbeeld geleid tot meerdere doxingzaken 55.

De bredere polarisatie tussen gematigde burgers lijkt in 2022 te zijn afgenomen, maar de polarisatie tussen groepen die is gebleven lijkt verdiept. 56 Voor een deel wordt dit versterkt door politici. Er ontstaat een tweeledig probleem, waarbij enerzijds een deel van de woke-stroming doorslaat in het gedachtengoed met een risico op radicalisering en extremisme. Aan de andere kant ontstaat protest onder een deel van de bevolking tegen alles wat woke is. Dit vergroot de polarisatie en kan leiden tot openbare orde verstoringen.

Verder nemen Eenheid en gemeente Den Haag waar dat geopolitieke spanningen elders in de wereld effect hebben op spanningen in de regio. Door een samenloop van gebeurtenissen in Turkije, Koerdistan en NoordSyrië is bijvoorbeeld onrust ontstaan binnen Koerdische en Turkse gemeenschappen woonachtig binnen de eenheid, maar ook de situatie van de Oeigoeren in China en mensenrechtenschendingen in landen als WitRusland, Rusland en Ethiopië brengen spanningen met zich mee.

Op het niveau van de Veiligheidsregio Hollands Midden, waar Gouda onderdeel van uit maakt 57 - verwacht men – net als elders in het land – trends als polarisatie (en radicalisering), onrust in probleemwijken en een dalend vertrouwen in de overheid. 58 Verder wordt in het risicoprofiel aangesloten bij het dreigingsbeeld van de NCTV.

Verder hebben er verscheidene boerenprotesten plaatsgevonden in gemeenten rondom Gouda, waaronder het blokkeren van distributiecentra van supermarkten 59, protest bij het gemeentehuis van Alphen aan den

53

Het gaat om een toename van de vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne, landen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

54 DRIO Den Haag. (2021). Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2021. Politie. 55 Doxing is het (online) achterhalen van namen, adressen, facebookaccounts en e-mailadressen van iemand die (negatief) in het nieuws

komt en deze vervolgens publiceren. 56 DRIO Den Haag. (2022). Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2022. Politie. 57 Naast Gouda de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oestgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas 58 Veiligheidsregio Hollands Midden (z.d.). Regionaal Risicoprofiel 2023-2026. 59 IJsselmondeNieuws, Rotterdam & Regio. (7 juli 2022). 19 demonstranten aangehouden die distributiecentra blokkeerden. Gouds Dagblad. Geraadpleegd van https://goudsdagblad.nl/IJsselmondeNieuws/19-demonstranten-aangehouden-die-distributiecentra-blokkeerden

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

42

Rijn60 en het neerzetten van honderden omgekeerde vlaggen langs wegen – het symbool van boerenprotesten61. En in de nabijgelegen gemeente Bodegraven-Reeuwijk zijn drie complotdenkers aangehouden, omdat zij verhalen verspreidden over een satanistisch pedonetwerk. 62 Deze uitingen resulteerden in een beklad gemeentehuis en tientallen complotdenkers die bloemen op kindergraven bij een begraafplaats kwamen leggen .63 Volgens de complotdenkers zouden de kinderen vermoord zijn door een santanisch-pedonetwerk in de gemeente. Overigens beperkte het fenomeen zich niet tot Bodegraven, maar werden ook elders in het land bloemen en teksten bij graven en gedenkstenen achter gelaten.

Tot slot heeft in 2020 er brand gewoed bij een zendmast tussen Waddinxveen en Gouda die in verband wordt gebracht met anti-5G-activisten.64 Deze activisten zijn bang dat er gezondheidsrisico’s kleven aan het 5G netwerk en sommigen brengen het in verband met corona.65

3.3

Lokaal veiligheidsbeeld

3.3.1

Jihadisme Gouda kent 12 uitreizigers – zes vrouwen en zes mannen. Twee vrouwen – waarvan een vrouw één kind heeft en de ander twee– zijn inmiddels teruggekeerd. Er zitten nog vier vrouwen in Syrië, met bij elkaar 16 kinderen. Naar alle waarschijnlijkheid zijn vijf uitgereisde mannen overleden. Een man is teruggekeerd en zit in de gevangenis.

De afgelopen vier jaar is de uiting van jihadisme in de gemeente Gouda beperkt in vergelijking met andere vormen van radicalisering en extremisme, zo blijkt uit mediaberichten en raadsbrieven. In de periode van 2019 t/m 2022 zijn twee vrouwelijke jihadisten teruggekeerd na een verblijf van ongeveer zes jaar in Syrië. 66 Beide waren getrouwd met een of meerdere IS-strijder(s).

60 Studio Alphen. (7 juli 2022). Alphense boeren vragen gemeente om steun met protest: ‘Wij moeten óók aan de tekentafel zitten’. Omroep

West. Geraadpleegd van https://www.omroepwest.nl/nieuws/4601677/alphense-boeren-vragen-gemeente-om-steun-met-protest-wijmoeten-ook-aan-de-tekentafel-zitten 61 Zie o.a. Van Schie, D. (17 augustus 2022). Tweehonderd omgekeerde vlaggen op eigen grond neergezet langs N-weg. Omroep West. Geraadpleegd van https://www.omroepwest.nl/nieuws/4614783/tweehonderd-omgekeerde-vlaggen-op-eigen-grond-neergezet-langs-n-weg MediaTV. (11 juli 2022). Vele honderden vlaggen ondersteboven opgehangen langs wegen. ‘Maak stikstofplannen reëel en eerlijk’. Omroep West. Geraadpleegd van https://www.omroepwest.nl/nieuws/4602351/vele-honderden-vlaggen-ondersteboven-opgehangen-langswegen-maak-stikstofplannen-reeel-en-eerlijk 62 ANP. (18 mei 2022). Complotdenkers uit regio moeten 2 ton betalen. Gouds Dagblad. Geraadpleegd van https://goudsdagblad.nl/Lokaal/complotdenkers-uit-regio-moeten-2-ton-betalen 63 Omroep West (20 februari 2021). Grafschennis door complotdenkers op kindergraven in Bodegraven. Geraadpleegd van: Grafschennis door complotdenkers op kindergraven in Bodegraven - Omroep West 64 Rodenburg, F. (25 april 2020). Brand in zendmast bij Waddinxveen. Geraadpleegd van: https://www.ad.nl/gouda/brand-in-zendmast-bijwaddinxveen~a2667d9d/ 65 NOS Nieuws (11 april 2020).

Waarom door heel Nederland zendmasten in brand gestoken? Geraadpleegd van: https://nos.nl/artikel/2330187-waarom-worden-door-heel-nederland-zendmasten-in-brand-gestoken 66 Zie o.a. Den Hartog, T. (1 november 2022). Kabinet haalt derde groep op uit Syrië: 12 IS-vrouwen en 28 kinderen. Het Parool. Geraadpleegd van https://www.parool.nl/nederland/kabinet-haalt-derde-groep-op-uit-syrie-12-is-vrouwen-en-28-kinderen~b60ea0a3/ AFP. (11 mei 2022). Acht jaar cel geëist tegen IS-vrouw Ilham B. uit Gouda. Omroep West. Geraadpleegd van https://www.omroepwest.nl/nieuws/4574235/acht-jaar-cel-geeist-tegen-is-vrouw-ilham-b-uit-gouda

DSP-groep

Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda

43

Daarnaast staat in een krantenartikel in NRC uit 2019 beschreven dat kinderen in Gouda radicaal salafistisch onderwijs zouden krijgen.67 Het onderzoek meldt dat kinderen op salafistische moskeescholen leren zich af te keren van de Nederlandse samenleving en mensen met een ander geloof of levensovertuiging de doodstraf verdienen. Onduidelijk is echter over welke locaties dit gaat. 68 De Goudse moskeeën geven zelf aan niets te moeten hebben van antidemocratische en anti-integratieve activiteiten.69

Zoals eerder aan bod kwam, leidt het (dreigend) intrekken van het Nederlanderschap van terugkeerders met een dubbele nationaliteit tot grote problemen in de lokale PGA. Als gevolg van de onduidelijkheid over de besluitvorming en de onzekerheid waar (een) betrokkene(n) vaak jaren in leeft, zijn respondenten bang dat er onder de terugkeerders en hun sociale netwerk een verharding richting de Nederlandse samenleving ontstaat. Een respondent zei hierover: “Het ontnemen van het Nederlanderschap zet de boel juist erg op scherp.”

3.3.2

Rechtsextremisme Uitingen vanuit de rechtsextremistische hoek zijn tussen 2019 en 2022 vaker voorgekomen. Gedurende deze periode is een patroon van acties zichtbaar, waaronder vele stickeracties in de openbare ruimte en het verspreiden van racistische leuzen op muren binnen de gemeente. 70 In de krant wordt geschreven dat sinds 2019 Gouda wordt opgeschrikt door extreemrechtse uitingen. 71 Op flatgebouwen en fietstunnels worden radicale leuzen geplaatst en lantaarnpalen en verkeersborden worden voorzien van stickers. Volgens onderzoeker Willem Wagenaar is de afgelopen jaren ‘een groep extreemrechtse jongeren in wisselende samenstelling actief geweest in Gouda’72. Ook in het groepsgesprek met de partners van de PGA wordt aangegeven dat er nog steeds met regelmaat stickers worden geplakt van White Lives Matter en stickers tegen rassenvermenging. Onder andere tijdens de verkiezingen werden stickers tegen rassenvermenging geplakt op verkiezingsposters. Volgens een respondent ‘lijkt dit toch erg op accelerationisme’. Ook worden regelmatig hakenkruizen op muren aangetroffen. Het is niet duidelijk wie de stickers plakken en de hakenkruizen plaatsen. Respondenten hebben hier niet een eenduidig beeld van; waar een respondent aangeeft dat het om volwassenen gaat, zijn het volgens een andere respondent juist (ook) jongeren.

Met name voor de laatste groep geldt dat het de vraag is in hoeverre de jongeren ook daadwerkelijk iets bedoelen

67

Kouwenhoven, A., & Holdert, M. (10 september 2019). In de koranschool leren kinderen dat Nederland niet hun land is. NRC. Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/10/in-de-koranschool-leren-kinderen-dat-nederland-niet-hun-land-is-a3972824 68 Gemeente Gouda. (1 oktober 2019). Beantwoording artikel 38-vragen. 69 Gouds Dagblad. (9 oktober 2019). Geen signalen salafistisch onderwijs Gouda. Geraadpleegd van https://goudsdagblad.nl/Politiek/goudse-moskeen-tegen-salafistisch-onderwijs 70 Zie o.a. Van Velzen, M. (9 december 2019). Opnieuw extremistische leuzen aan de muur in Gouda: ‘Groeperingen zijn uit op aandacht’. AD. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/gouda/opnieuw-extremistische-leuzen-aan-de-muur-in-gouda-groeperingen-zijn-uit-opaandacht~a76e13fd/; Veenendaal, M. (6 juni 2021). Gevel in Gouda onder gekalkt met antisemitische leuzen. AD. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/gouda/gevel-in-gouda-onder-gekalkt-met-antisemitische-leuzen~a135d3f7/ Tielemans, S. (27 december 2022). Antisemitische leus gespoten op tunnel onder A12: ‘Holocaust = hoax’. AD. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/gouda/antisemitische-leus-gespoten-op-tunnel-onder-a12-holocaust-hoax~ac79240a/ 71 Hofman, S. & Tielemans, S. (8 februari 2020). Extreemrechts in Gouda: ‘Ik ben een vijand van de staat’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=e7654988-664c-4bcf-9963-7e246a7ec567