Eindrapport terugblik en vooruitblik aanpak radicalisering in Gouda
Tekst van het document
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda Subtitel Nynke Piepers, Maud Pluijm, Mensje van Puffelen & Bram van Dijk
Contactgegevens juli, 2023.
Nynke Piepers npiepers@dsp-groep.nl
Maud Pluijm mpluijm@dsp-groep.nl
Met medewerking van: Tjisse Bosch
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
2
Inhoud
DSP-groep
Samenvatting
4
1
Inleiding
8
1.1
Doel van het onderzoek
8
1.2
Onderzoeksvragen
9
1.3
Onderzoeksaanpak
9
1.4
Leeswijzer
11
2
Terugblik
12
2.1
Beleid op radicalisering 2019-2022
12
2.2
Aanpak op papier
14
2.3
Aanpak in de praktijk
21
3
Veiligheidsbeeld
35
3.1
Landelijk veiligheidsbeeld
35
3.2
Regionaal veiligheidsbeeld
41
3.3
Lokaal veiligheidsbeeld
43
4
Vooruitblik
49
4.1
Aanbevelingen
49
4.2
Doorontwikkeling
52
5
Conclusie
54
Bijlage 1 beleidsdoelen 2019-2022
57
Bijlage 2 inzichten uit literatuur
60
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
3
Samenvatting Halverwege 2013 werd de gemeente Gouda geconfronteerd met informatie over het vertrek van een aantal jongeren naar Syrië en een groep jongeren die vermoedelijk radicale ideeën in Gouda verspreidde. Sindsdien is door de gemeente een aanpak vormgegeven om radicalisering aan te pakken en te voorkomen. 1 De afgelopen jaren lag de nadruk met name op de aanpak van het jihadisme. Door maatschappelijke ontwikkelingen is er echter een verschuiving gaande waardoor andere vormen van radicalisering en extremisme in opkomst zijn, zoals rechtsextremisme en anti-institutioneel extremisme. Om inzichtelijk te krijgen wat de verschillende ontwikkelingen vragen van de (partners van de) aanpak van radicalisering en extremisme, heeft de afdeling Veiligheid en Wijken van de gemeente Gouda DSP-groep gevraagd onderzoek te doen. Het onderzoek is uitgevoerd tussen januari en juni 2023.
Doel van het onderzoek We onderscheiden in het onderzoek drie aspecten: 1.
Een terugblik: een evaluatie van de radicaliseringsaanpak tussen 2019 en 2022.
2.
Een veiligheidsanalyse: een analyse van de huidige ontwikkelingen rondom radicalisering en polarisatie (als voedingsbodem voor radicalisering) binnen de gemeente, de politie-eenheid en op landelijk niveau.
3.
Een vooruitblik: aandachtspunten voor de doorontwikkeling van de aanpak.
Focus van de terugblik De terugblik bestaat uit een beknopte procesevaluatie, waarbij we kijken naar procesafspraken, de uitvoering in de praktijk en de samenwerking. We evalueren daarbij in beginsel het afstemmingsoverleg en de persoonsgerichte aanpak (PGA) radicalisering. Omdat de aanpak van radicalisering vanuit de afdeling Veiligheid en Wijken van de gemeente Gouda de afgelopen vier jaar (2019-2022) ook betrekking had op preventie, komt de preventie zijdelings aan bod.
Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen, voerden we documentanalyse uit om zicht te krijgen op de procesafspraken die zijn gemaakt voor het afstemmingsoverleg en de PGA radicalisering. In interviews toetsten we hoe de aanpak in de praktijk verloopt en afwijkt van de procesafspraken. 2 Om een beeld te krijgen van de ontwikkelingen rondom polarisatie (als voedingsbodem van radicalisering en extremisme), radicalisering en extremisme op landelijk, regionaal en lokaal niveau, maakten we gebruiken van trendrapporten, mediaberichten, raadsstukken en interviews.
1 Notitie lokale (bestuurlijke) aanpak radicalisering en jihadisme Gouda (overheid.nl). 2 We spraken met (vertegenwoordigers van): de burgemeester, Gemeente Gouda (afdeling Veiligheid en Wijken en afdeling Sociaal
Domein/Maatschappelijk Beleid en de stadsmarinier), Openbaar Ministerie, Politie, Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden, Reclassering Nederland, Jeugdbescherming West, Gro-Up Jongerenwerk en Bureau NTA.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
4
Terugblik De afgelopen jaren was radicalisering en extremisme een van de veiligheidsprioriteiten in het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) van de gemeente Gouda. Dit betekent dat op dit onderwerp een aantal pijlers zijn vastgesteld met bijbehorende doelen en acties ten behoeve van het bereiken van die doelen. Hoewel dit beleidskader er lag, komt in dit onderzoek – en de vorig jaar uitgevoerde evaluatie van het IVB - naar voren dat het beleid weinig concreet was en onvoldoende helderheid gaf over wat beoogd werd en hoe interventies daaraan moesten bijdragen. De doelen zijn niet SMART geformuleerd, waardoor het doelbereik niet kan worden vastgesteld. Ook komt uit dit onderzoek naar voren dat medewerkers van de afdeling Maatschappelijk Beleid en van Veiligheid en Wijken niet goed op de hoogte zijn van elkaars beleid en werkzaamheden terwijl integrale samenwerking met name op dit vlak van groot belang is omdat partners in het sociaal domein een belangrijke rol spelen in de aanpak van risicofactoren – denk aan schulden, werkloosheid, sociaal isolement – én een belangrijke signalerende functie hebben.
De afgelopen jaren bestond – en bestaat - het grootste deel van de Goudse casuïstiek uit het monitoren en begeleiden van de terugkeer van uitreizigers. In 2022 hadden 11 van de 13 casussen betrekking op jihadisme – waarvan een deel ging om inwoners die afgelopen jaren zijn uitgereisd. Er ligt een plan van aanpak voor de terugkeer van deze uitreizigers. Dit is een uitgebreide beschrijving wat in welke situatie moet gebeuren, welke ketenpartner wanneer regie heeft en op welke leefgebieden interventies worden ingezet. Dit is over het algemeen een helder en concreet werkproces, dat in de praktijk voor ketenpartners goed werkbaar is. Een belangrijk kritiekpunt waar specifiek terugkeerders met een dubbele nationaliteit mee te maken hebben is het intrekken van het Nederlanderschap. Dit is een landelijk probleem dat voor alle gemeenten geldt die te maken hebben met terugkeerders. Deze interventie wordt ingezet door de IND en valt daarmee buiten de invloedssfeer van de partners van de PGA radicalisering van de gemeente. Het zorgt ervoor dat de reintegratie van terugkeerders (ernstig) wordt bemoeilijkt doordat gemeente en lokale ketenpartners in hun interventiemogelijkheden worden beperkt. De aanpak van terugkeerders is een specifieke aanpak, maar daarnaast is er ook andersoortige casuïstiek waarbij de betrokkene ‘gewoon’ in Nederland verblijft.
Het gaat in toenemende mate om, met name, rechtsextremisme en anti-institutioneel extremisme. Hier is de afgelopen jaren geen specifieke aanpak op ontwikkeld, grotendeels doordat er nog onvoldoende zicht is op wat deze fenomenen inhouden en wat ze vragen aan interventies.
Over het algemeen valt op dat de (beleids)documenten die er liggen over het afstemmingsoverleg en het casusoverleg – oftewel de PGA radicalisering – zeer algemeen van aard zijn, met een algemene beschrijving van rollen en taken en mogelijkheden voor gegevensdeling. Aan een concrete, praktijkgerichte beschrijving van het werkproces vanaf de signalering van mogelijke radicalisering, het wegen van signalen, de inzet van interventies en het monitoren en afsluiten van een casus ontbreekt het. Hierdoor is het niet helder wat in de praktijk van welke partner op welk moment wordt verwacht, wat belangrijke beslismomenten zijn (denk aan wel/niet start PGA, wel/niet afsluiten van een casus) én hoe die besluiten onderbouwd genomen kunnen
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
5
worden. Gelet op de vele personele wisselingen in de afgelopen jaren bij organisaties die onderdeel uitmaken van de PGA radicalisering en het afstemmingsoverleg, is dit een kwetsbaarheid voor een toekomstbestendige aanpak.
Veiligheidsbeeld Gouda Hoewel de verschijningsvormen zijn veranderd – van apolitieke naar politieke vormen van het uitdragen van het gedachtengoed - blijkt vanwege de naar verhouding grote omvang en organisatiegraad van de beweging de dreiging vanuit het jihadisme het grootst. In Gouda veronderstellen de partners van de PGA dat er niet zozeer een directe dreiging uitgaat vanuit het jihadisme, maar bestaat volgens hen wel het risico voor verharding bij terugkeerders die in afwachting zijn van het intrekken van hun Nederlanderschap. Omdat de beslissing vaak jaren op zich laat wachten en in de tussentijd de re-integratie (ernstig) wordt belet, zou dit kunnen leiden tot verharding richting de Nederlandse maatschappij bij zowel de betrokkene als zijn of haar omgeving.
Verder is de indruk, zowel landelijk, regionaal als lokaal, dat er in toenemende mate dreiging ontstaat vanuit het rechtsextremisme. Er bestaat volgens de AIVD echter een grote blinde vlek over dit fenomeen, doordat misdrijven worden miskend als zijnde rechtsextremistisch waardoor het lijkt te gaan om incidenten terwijl het wel degelijk gaat om een trend. Rechtsextremisten opereren vaak alleen, maar zijn met elkaar verbonden via virtuele gemeenschappen op internet. Nederland kent veel (zeer) kleine rechtsextremistische organisaties, die worden gekenmerkt door een slechte organisatie, onderlinge verdeeldheid, minimale aanhang en weinig politieke slagkracht. De grootste dreiging vanuit het rechtsextremisme gaat volgens de NCTV uit van het accelerationisme. In Gouda zijn de afgelopen drie jaar een tot enkele casussen geweest van rechtsextremisme. Er is nog weinig zicht op wat de daadwerkelijke omvang is van mensen die extreemrechtse sympathieën hebben of al geradicaliseerd zijn naar het rechtsextremisme. Wel is duidelijk dat er afgelopen jaren met regelmaat leuzen, stickers en hakenkruizen worden aangetroffen op openbare plekken. Maar of het gaat om een klein aantal mensen dat hiervoor verantwoordelijk is of juist een grotere groep, en of het gaat om bewuste acties of om kwajongens streken, is niet duidelijk.
Daarnaast kent rechtsextremisme een grote overlap met complot denken. Inmiddels is het soms lastig om rechtsextremisten te onderscheiden van anti-overheidsextremisten. Er is sprake van een vormloze groep, waarbij onduidelijke, veranderende en gemengde denkbeelden vaak samengaan met persoonlijke grieven en psychische problemen. In Nederland zijn ongeveer twintig (online) agitatoren, tien- tot vijftigduizend aanhangers die content verspreiden en ongeveer 100.000 ad hoc aanhangers. Zij richten zich tegen de overheid vanuit een fundamenteel wantrouwen, woede en onrechtvaardigheidsgevoel. Een deel van de antioverheidsextremisten omarmt complottheorieën. Onderzoek laat zien dat ruim een van de vijf Nederlanders gelooft in complottheorieën.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
6
Vooruitblik: aanbevelingen en doorontwikkeling Het onderzoek resulteert in 13 aanbevelingen voor doorontwikkeling van de aanpak. 1.
Ontwikkel concreet, meetbaar, integraal beleid op de aanpak van (polarisatie), radicalisering en extremisme.
2.
Ontwikkel een visie gericht op het herstellen en versterken van het vertrouwen van inwoners in de gemeente, gericht op het aanpakken van polarisatie als voedingsbodem voor radicalisering.
3.
Investeer in verbinding met sleutelfiguren binnen verschillende gemeenschappen.
4.
Investeer in duurzame deskundigheidsbevordering en bewustwording bij professionals.
5.
Bepaal met elkaar van welke fenomenen je meer wil/moet weten.
6.
Faciliteer informatie-uitwisseling tussen de partners in de aanpak van radicalisering over fenomenen.
7.
Investeer in online signalering van radicalisering ten behoeve van fenomenen en signalering van casuïstiek.
8.
Investeer in een duidelijke signaleringsstructuur ten behoeve van casuïstiek.
9.
Investeer in het opstellen van een concreet werkproces met rollen, taken en verwachtingen.
10. Investeer in gestructureerde weging van signalen. 11. Investeer in actieve evaluaties van casuïstiek ten behoeve van doelbereik. 12. Bepaal als gemeente (i.s.m. ketenpartners) welke interventiemogelijkheden er wel zijn bij dreigende intrekking Nederlanderschap. 13. Bepaal met elkaar criteria voor het monitoren en afsluiten van casuïstiek.
De aanbevelingen houden voor een deel verband met elkaar. Zo zijn stappen die gezet worden voor een duidelijke signaleringsstructuur, de gestructureerde weging van signalen, actieve evaluaties van casuïstiek en het vaststellen van criteria voor het monitoren en afsluiten van casuïstiek, onderdelen die aan bod moeten komen als een concreet werkproces wordt opgesteld. Het is van belang het nog te ontwikkelen beleid regelmatig te evalueren aan de hand van een fenomeenanalyse. Uit zo’n analyse moet blijken in hoeverre bepaalde fenomenen en doelgroepen in het Goudse spelen en te bepalen of nog het juiste wordt gedaan.
Al met al zijn er voldoende aanknopingspunten voor doorontwikkeling van de aanpak én is er bij de professionals die reeds bij de aanpak van radicalisering en extremisme betrokken zijn veel motivatie om aan die doorontwikkeling te werken. Het is van belang om de komende periode in te zetten op het expliciteren, zowel op beleidsniveau als uitvoerend niveau – wat beoogd wordt, met wie en waarom. Dit draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de aanpak en zorgt voor een stevige basis om van daaruit gericht en integraal in te zetten op het voorkomen en tegengaan van radicalisering en extremisme.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
7
1
Inleiding Halverwege 2013 werd de gemeente Gouda geconfronteerd met informatie over het vertrek van een aantal jongeren naar Syrië en een groep jongeren die vermoedelijk radicale ideeën in Gouda verspreidde. Sindsdien is door de gemeente een aanpak vormgegeven om radicalisering aan te pakken en te voorkomen. 3 Uit een gemeentelijke notitie van begin 2022 komt naar voren dat de aanpak met name gericht is op (potentiële) jihadisten.4 In de periode 2011-2015 zijn meerdere inwoners uitgereisd, waarvan inmiddels twee zijn teruggekeerd. De gemeente zegt hierover: “De aanpak zal zich waarschijnlijk nog verder doorontwikkelen, aangezien er steeds nieuwe ontwikkelingen zijn, nieuwe ervaringen worden opgedaan en nieuwe lessen worden geleerd.”
De afdeling Veiligheid en Wijken van de gemeente Gouda wil meer zicht hebben op hoe de aanpak kan worden doorontwikkeld. Uit gesprekken met professionals uit de gemeente Gouda – die wij spraken in het kader van de Evaluatie van de Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022 – blijkt dat doorontwikkeling zeer waarschijnlijk niet beperkt blijft tot jihadisme. Ook verschuivingen naar andere vormen van radicalisering, zoals complotdenkers, anti-institutioneel extremisme en rechts-extremisme, vragen mogelijk in de toekomst aandacht. Dit sluit aan bij de ontwikkelingen die door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) worden waargenomen. In het recent verschenen Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland concludeert het NCTV dat de terroristische dreiging in Nederland veelzijdiger en diffuser is dan een aantal jaar geleden. 5 De dreiging komt niet overwegend meer vanuit het jihadisme, maar ook vanuit rechts-extremistische hoek en vanuit complottheorieën binnen het radicale anti-overheidsprotest.
1.1
Doel van het onderzoek De gemeente Gouda wil inzicht in het functioneren van de aanpak van radicalisering en is op zoek naar handvatten om de aanpak door te ontwikkelen zodat deze aansluit bij nieuwe radicale fenomenen en doelgroepen. Daarom heeft DSP-groep tussen januari 2023 en juni 2023 onderzoek gedaan. We onderscheiden in het onderzoek drie aspecten: Een terugblik: een evaluatie van de radicaliseringsaanpak tussen 2019 en 2022. Een veiligheidsanalyse: een analyse van de huidige ontwikkelingen rondom radicalisering en polarisatie (als voedingsbodem voor radicalisering) binnen de gemeente, de politie-eenheid en op landelijk niveau. Een vooruitblik: aandachtspunten voor de doorontwikkeling van de aanpak. 3 Notitie lokale (bestuurlijke) aanpak radicalisering en jihadisme Gouda (overheid.nl). 4 Idem. 5
https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn/nieuws/2022/11/07/dreigingsbeeld-nctv-dreiging-in-en-tegen-nederland-veelzijdiger-en-meerdiffuus.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
8
Focus van de terugblik De terugblik bestaat uit een beknopte procesevaluatie, waarbij we kijken naar procesafspraken, de uitvoering in de praktijk en de samenwerking. We evalueren daarbij in beginsel het afstemmingsoverleg - waarin signalen worden gewogen - en de persoonsgerichte aanpak (PGA) radicalisering – de daadwerkelijke aanpak van casuïstiek die als radicalisering is geduid. Omdat de aanpak van radicalisering vanuit de afdeling Veiligheid en Wijken van de gemeente Gouda de afgelopen vier jaar (2019-2022) ook betrekking had op preventie, komt de preventie ook – hoewel zijdelings – aan bod.
1.2
Onderzoeksvragen Terugblik Op welke fenomenen en/of doelgroepen met betrekking tot radicalisering is de afgelopen jaren (20192022) jaren ingezet? Wat hield de gemeentelijke aanpak vanuit de afdeling Veiligheid en Wijken per doelgroep/fenomeen in? Welke doelen werden per aanpak beoogd? In hoeverre zijn de doelen bereikt? Wat zijn succesfactoren en verbeterpunten in de aanpak?
Veiligheidsbeeld Wat is het huidige veiligheidsbeeld met betrekking tot polarisatie en radicalisering? Wat zijn op dit moment op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau, binnen het thema radicalisering en polarisatie, de belangrijkste groepen en fenomenen? In hoeverre wijken deze af van de doelgroepen en fenomenen die in de huidige aanpak van Gouda centraal staan?
Vooruitblik Welke fenomenen/doelgroepen vragen de komende jaren prioriteit gelet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid? In hoeverre is de huidige gemeentelijke aanpak (of pakket aan maatregelen) toereikend voor deze fenomenen/doelgroepen? Waar ontbreekt het momenteel aan in de aanpak? Wat is nodig (procesmatig, kennis/kunde) voor de doorontwikkeling van de aanpak?
1.3
Onderzoeksaanpak We beschrijven per fase (terugblik, veiligheidsbeeld en vooruitblik) welke onderzoek stappen we hebben doorlopen.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
9
Terugblik Analyse (beleids)stukken en output gegevens: we voerden een documentanalyse uit van (beleids)stukken om zicht te krijgen op wat het beleid op het gebied van radicalisering omvat en wat het werkproces van het gemeentelijk afstemmingsoverleg en de PGA radicalisering inhoudt. Op basis hiervan hebben we een formeel kader opgesteld. Dit is ter verificatie voorgelegd aan twee (waarvan één recent is vertrokken) medewerkers van de afdeling Veiligheid en Wijken. Daarnaast vroegen we cijfers op bij het Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden van het aantal zaken dat tussen 2019 en 2022 in het casusoverleg is besproken en om welke type radicalisering het ging. Individuele interviews: we hielden semigestructureerde interviews met de partners die bij het gemeentelijk afstemmingsoverleg en de PGA radicalisering betrokken zijn. In deze gesprekken blikten we terug op de periode 2019-2022 en wat er goed ging en wat verbeterpunten zijn met betrekking tot de aanpak van radicalisering en extremisme. We hielden 12 interviews met (vertegenwoordigers van): • Burgemeester gemeente Gouda • Gemeente Gouda (medewerkers afdeling Veiligheid en Wijken en afdeling Sociaal Domein/Maatschappelijk Beleid en de stadsmarinier) • Openbaar Ministerie • Politie • Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden • Reclassering Nederland • Jeugdbescherming West • Gro-Up Jongerenwerk • Bureau NTA
Veiligheidsanalyse Analyse trends en ontwikkelingen: we analyseerden landelijke, regionale en lokale onderzoeken en trendrapporten om een beeld te krijgen van de ontwikkelingen rondom polarisatie (als voedingsbodem van radicalisering) en radicalisering en extremisme. Daarnaast raadpleegden we lokale en regionale krantenberichten om zicht te krijgen op wat zich vanaf 2019 tot heden heeft afgespeeld in Gouda en omgeving op het gebied van polarisatie en radicalisering. Ook raadpleegden we raadsstukken uit die periode. Groepsinterview: we hielden een semigestructureerd groepsinterview met dezelfde partners als met wie we hebben teruggeblikt. Ter voorbereiding ontvingen de deelnemers een notitie waarin we de veiligheidsanalyse hadden beschreven. We gingen met de deelnemers in gesprek over de vraag in hoeverre zij het beeld uit de veiligheidsanalyse herkennen.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
10
Vooruitblik Literatuuronderzoek: we voerden een beknopt literatuuronderzoek uit naar aspecten die van belang zijn in de aanpak en het voorkomen van radicalisering en extremisme. We keken hierbij naar Nederlands- en Engelstalige studies die in de afgelopen vijf jaar zijn verschenen. We maakten gebruik van Google en Google Scholar.6 Opstellen discussienotitie: we vatten de uitkomsten van voorgaande stappen samen in een discussienotitie. Deze vormde het uitgangspunt voor de focussessie. Focussessie: in een focussessie met een groot deel van de respondenten die ook in voorgaande stappen zijn bevraagd, reflecteerden we op de uitkomsten van het onderzoek. Vervolgens gingen we in gesprek over de vraag welke aanbevelingen de komende jaren prioriteit vragen en welke stappen concreet gezet moeten worden om aan die aanbevelingen invulling te geven.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 blikken we terug op de aanpak van radicalisering en extremisme in de periode 2019-2022. Hierin ligt de focus op een procesevaluatie van het afstemmingsoverleg en het casusoverleg (ook wel de PGA radicalisering). Voordat we ingaan op de procesevaluatie, gaan we in paragraaf 2.1 in op het beleid voor de periode 2019-2022. In 2.2 geven we een beschrijving van de aanpak op papier. In 2.3 zetten we theorie af tegen de uitvoering in de praktijk. In hoofdstuk 3 schetsen we het landelijk, regionaal en lokaal veiligheidsbeeld rondom polarisatie (als voedingsbodem van radicalisering), radicalisering en extremisme. In hoofdstuk 4 blikken we vooruit. We lichten in dit hoofdstuk de aanbevelingen toe (4.1.) en geven een terugkoppeling van de doorontwikkeling die de partners van de PGA radicalisering voor zich zien (4.2.). We sluiten het rapport af met een concluderende samenvatting (hoofdstuk 5).
6 Zoektermen die we hanteerden waren:
• • • • • • • • • •
DSP-groep
Aanpak radicalisering Aanpak extremisme Aanpak rechtsextremisme Aanpak linksextremisme Aanpak anti-institutioneel extremisme Aanpak online radicalisering Aanpak gemeente online radicalisering Approach right extremism (local government) Approach anti-government extremism (local government) Approach online radicalization (local government)
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
11
2
Terugblik We starten dit hoofdstuk met een korte terugblik op het beleid op het gebied van radicalisering in de periode 2019-2022. In die periode was radicalisering en extremisme één van de veiligheidsprioriteiten in het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) van de gemeente.
Vervolgens gaan we in op de beknopte procesevaluatie van de aanpak radicalisering in de gemeente Gouda. Hierbij hebben we ons gefocust op het afstemmingsoverleg en de persoonsgerichte aanpak (PGA) radicalisering en daarbinnen in het bijzonder op de aanpak van terugkeerders. Ten behoeve van de procesevaluatie hebben we een formele beschrijving gemaakt van hoe de aanpak op papier staat beschreven (paragraaf 2.2). Vervolgens gaan we in op de vraag hoe de uitvoering van de aanpak de afgelopen is verlopen (paragraaf 2.3). Omdat er een gerichte aanpak is vormgegeven voor de aanpak van terugkeerders, besteden we in de paragrafen expliciet aandacht aan deze aanpak (zie de kaders). De aanpak van terugkeerders is beschreven in een specifiek plan van aanpak.7
2.1
Beleid op radicalisering 2019-2022 De aanpak van radicalisering en extremisme was een van de veiligheidsprioriteiten in het Integraal veiligheidsbeleid (IVB) van 2019-2022. In het Integraal veiligheidsbeleid 2019-20228 zijn de volgende doelen geformuleerd: 1.
Voorbereid zijn op terugkeerders uit strijdgebieden
2.
Monitoren extremistische netwerken op basis van een persoonsgerichte aanpak
3.
Tegengaan van polarisatie tussen diverse bevolkingsgroepen en individuen.
Deze drie doelen zijn in de actieplannen 2019-2022 vertaald in vier pijlers: 1.
Aanpak radicalisering
2.
Tegengaan polarisatie
3.
Preventie
4.
Voorbereid op terugkeerders
Aan elk van deze pijlers zijn acties gekoppeld (zie bijlage 1). In 2022 heeft er een evaluatie van het IVB plaatsgevonden, waarin onder andere is gekeken wat het doelbereik is in de periode 2019-2021 (en gedeeltelijk 2022) op het thema radicalisering en extremisme. Met betrekking tot de drie algemene doelen kwam in deze evaluatie naar voren dat: De gemeente een plan van aanpak heeft ontwikkeld voor de terugkeer van uitreizigers en uit de interviews bleek dat dit plan goed tot uitvoering kan worden gebracht. De doelstelling is daarmee behaald. 7
Gemeente Gouda. (z.d.). De voorbereiding op terugkeerders in Gouda.
8 Gemeente Gouda. (2019). Kadernota Integraal veiligheidsbeleid 2019-2022.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
12
Het monitoren van extremistische netwerken middels de persoonsgerichte aanpak is een niet concreet en meetbaar doel. Zo is het niet duidelijk wat bedoeld wordt met ‘monitoren’ en om welke extremistische netwerken het gaat. Ook was het onvoldoende duidelijk op welke manier de persoonsgerichte aanpak ingezet kan worden voor het monitoren van netwerken aangezien dit instrument niet gericht is op het monitoren van fenomenen. Ook met betrekking tot het derde doel – het tegengaan van polarisatie tussen bevolkginsgroepen en individuen – werd geconcludeerd dat het om een niet concreet en meetbaar doel gaat. Uit het onderzoek bleek dat er behoefte was onder professionals aan het verbreden van de inzet op andere vormen van radicalisering en extremisme dan jihadisme.
In aanvulling op de evaluatie van het IVB 2019-2022, blijkt uit de gesprekken die in het kader van onderhavig onderzoek zijn gevoerd dat voor respondenten het onderscheid tussen de pijlers ‘tegengaan polarisatie’ en de ‘preventie van radicalisering’ niet helder is. Polarisatie moet worden gezien als een voedingsbodem voor radicalisering, dus door polarisatie aan te pakken, werk je preventief aan radicalisering, aldus respondenten. De pijlers lijken daarmee in feite hetzelfde te beogen. Ook uit de acties in de actieplannen voor beide pijlers, wordt niet duidelijk hoe de pijlers zich tot elkaar verhouden en welke afdeling (sociaal domein of Veiligheid & Wijken) welke rol dient te vervullen. Bovendien blijkt uit de gesprekken dat respondenten de indruk hebben dat het sociaal domein en de afdeling Veiligheid en Wijken op de preventie van polarisatie (en radicalisering) niet altijd goed op de hoogte zijn van elkaars werkzaamheden en langs elkaar heen werken. Dit komt grotendeels doordat het ontbreekt aan een gezamenlijk, integraal beleid. Daarnaast valt op dat onder de pijler aanpak radicalisering ook preventieve acties worden genoemd, zoals het ‘voorkomen van nieuwe aanwas’. Hoe dit zich verhoudt tot de andere twee preventieve pijlers is niet helder.
Verder valt in het algemeen op dat de acties weinig concreet geformuleerd zijn. Het is niet helder hoe precies inhoud wordt gegeven aan de acties, wie daarin een rol hebben en wat met de acties beoogd wordt in relatie tot de algemene doelstellingen uit het Integraal veiligheidsbeleid. Uit gesprekken blijkt dat meerdere respondenten behoefte hebben aan een helder, concreet beleidskader waarin omschreven staat wat er op korte en langere termijn beoogd wordt op het thema radicalisering en extremisme, hoe die doelen behaald gaan worden (door inzet van welke acties), welke partijen daarbij een rol hebben en hoe de samenwerking met onder andere het sociaal domein wordt vormgegeven.
Tot slot blijkt uit de inventarisatie van de beschikbare documenten over de aanpak van radicalisering, dat het met uitzondering van de aanpak van terugkeerders, ontbreekt aan een uitgewerkt werkproces. Het is op basis van de documenten niet volledig helder wie wanneer wat doet vanaf het moment dat er een signaal van mogelijke radicalisering binnenkomt tot het moment dat een casus volledig is afgesloten.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
13
2.2
Aanpak op papier De aanpak van radicalisering kan worden opgedeeld in vier onderdelen: de signalering van (mogelijke) radicalisering, de weging (of duiding) van die signalen, de daadwerkelijke persoonsgerichte aanpak van radicaliseringscasuïstiek waarbinnen interventies worden ingezet en tot slot het monitoren en afsluiten. We beschrijven de aanpak aan de hand van deze vier onderdelen.
2.2.1
Signalering De netwerkregisseur speelt een belangrijke rol in de signalering. Zoals beschreven bij 1.2. onderhoudt de netwerkregisseur contact met de islamitische gemeenschap en organiseert overleggen tussen de moskeebesturen, wethouder en de burgemeester. 9 Dit heeft naast preventie, ook als doel om te werken aan bewustwording binnen gemeenschappen ten behoeve van de signalering van extremisme en radicalisering. Ook het aanbieden van trainingen ten behoeve van het bevorderen van kennis en kunde van professionals moet bijdragen aan de signalering. Tijdens deze trainingen wordt aan professionals onder andere uitgelegd hoe het proces van signalering werkt en waar zij terecht kunnen voor advies.
Ook zorgt de netwerkregisseur voor het aanbrengen van structuur in de wijze waarop signalen over radicalisering worden opgevangen. 10Signalen kunnen afkomstig zijn van andere gemeentelijke afdelingen, externe organisaties en inwoners. Medewerkers van andere gemeentelijke afdelingen of externe organisaties kunnen signalen inbrengen bij de casusregisseur van de aanpak. De casusregisseur is werkzaam voor de gemeente en is betrokken bij de weging van de signalen en voert regie op complexe casuïstiek op het snijvlak van straf en zorg op het gebied van radicalisering, overlastgevend of crimineel gedrag en de realisatie van de persoonsgerichte aanpak.11 De signalen worden gewogen in het afstemmingsoverleg (zie volgende stap). Tijdens het afstemmingsoverleg worden ook fenomenen en trends besproken die mogelijk moeten leiden tot aanscherping in beleid. Dit overleg vindt elke 6 tot 8 weken plaats.
Voor het melden van signalen door inwoners zijn afgelopen jaar voorbereidingen getroffen voor het opzetten van een meldpunt in de vorm van een e-mailadres.
9 Actieplan 2021 Integraal veiligheidsbeleid (2021); Actieplan 2022 Integraal veiligheidsbeleid (2022). 10
Gemeente Gouda. (22 januari 2019). Beantwoording artikel 38-vragen. [Raadsbrief]
11 Actieplan 2021 Integraal veiligheidsbeleid (2021).
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
14
Aanpak terugkeerders Als bekend is dat een inwoner van Gouda is uitgereisd, wordt elk jaar in het casusoverleg de stand van zaken rondom de casus besproken. Zodra bekend wordt dat iemand terugkeert, wordt de frequentie verhoogd en start een PGA. In het plan van aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen gedetecteerde uitreizigers/terugkeerders en ongedetecteerde uitreizigers/terugkeerders. 1 In het eerste geval is bekend dat iemand terugkeert naar Nederland en keert iemand gecontroleerd terug, in het tweede geval niet en verschijnt iemand onverwachts in Nederland, bijvoorbeeld op Schiphol of in Gouda.
Voor de aankomst van een terugkeerder in Nederland zijn twee scenario’s mogelijk 1: 1.
Gedetecteerd
Als uitreizigers met een Nederlands paspoort zich hebben gemeld bij een consulaat of ambassade in het buitenland, helpt de Nederlandse regering hen om naar Nederland te komen. Onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee worden zij naar Nederland gevlogen, waarna hij of zij wordt aangehouden door de politie. De terugkeerder verblijft in afwachting van de rechtszaak op de terrorismeafdeling van de zwaar beveiligde gevangenis in Vught.1
2.
Ongedetecteerd
Wanneer de terugkeerder ongemerkt naar Nederland is gekomen en plotseling in de openbare ruimte wordt gesignaleerd, wordt 112 gebeld zodat hij of zij kan worden aangehouden. De politie en afdeling Services van de gemeente hebben afspraken gemaakt voor het geval onverwachts een terugkeerder bij de balie van de gemeente staat. De terugkeerder wordt niet tegenhouden door personeel van de gemeente en dient door de politie te worden aangehouden. De afdeling Services informeert vervolgens de casusregisseur radicalisering. De operationeel specialist van de politie is contactpersoon en informeert de contactpersoon OM en houdt de gemeentelijke casusregisseur op de hoogte.
2.2.2
Weging van signalen Binnengekomen signalen worden besproken door de weegploeg (gemeente, politie en Openbaar Ministerie) tijdens het afstemmingsoverleg.12 Dit overleg wordt gefaciliteerd door het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH) Hollands-Midden. De weegploeg analyseert tijdens het afstemmingsoverleg de signalen en beoordeelt met behulp van een duidingstool of een persoonsgerichte, integrale benadering noodzakelijk is voor een subject, en welke partijen en externe casuspartners betrokken dienen te worden. Het afstemmingsoverleg wordt voorgezeten door de gemeentelijke beleidsmedewerker radicalisering.
Op basis van de analyse van de signalen wordt het vervolg bepaald. Hierbij zijn twee mogelijkheden: 1.
Het subject wordt geagendeerd voor een casusoverleg (zie volgende stap);
2.
De signalen zijn onvoldoende substantieel om het subject te agenderen in een casusoverleg.
12 Art. 1. Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
15
In het tweede geval kan het betekenen dat een casus wel in een ander gremium wordt besproken, bijvoorbeeld in het kader van GGZ-problematiek, of dat iemand door wordt verwezen naar een externe partner.
Gegevensverwerking Een medewerker van het Zorg- en Veiligheidshuis legt de gegevens die zijn besproken door de weegploeg vast in een digitaal bestand. Dit bestand is separaat van het digitaal bestand ten behoeve van het casusoverleg.
In dit digitale bestand worden de volgende gegevens vastgelegd: NAW-gegevens van het subject Omschrijving van de signalen Naam en contactgegevens van melder die signalen heeft ingebracht Analyse van signalen op basis van het referentiekader Beslissing om het subject al dan niet te agenderen in het casusoverleg Beslissing dat het integraal plan van aanpak is afgesloten Deze gegevens worden periodiek gecontroleerd op juistheid en volledigheid en worden zo nodig aangepast. Bij agendering van het subject in een casusoverleg, wordt een kopie van de gegevens uit het bestand overgedragen.
Aanpak terugkeerders Zodra iemand is aangehouden, verblijft hij of zij in afwachting van een rechtszaak in een gevangenis in Nederland. Tijdens de (preventieve) hechtenis wordt een risicoanalyse gemaakt. Dit vormt de basis waarop de gemeente en haar partners keuzes maken voor een plan van aanpak zodra de uitreiziger weer vrijkomt. 1 De risicoanalyse heeft als doel een inschatting te maken van de veiligheidsrisico’s van terugkeer in de (Goudse) samenleving.
Zolang iemand in detentie zit is de casuscoördinator van het OM contactpersoon.
2.2.3
Persoonsgerichte aanpak radicalisering Zodra een signaal als radicalisering is geduid, wordt een casus geagendeerd tijdens een casusoverleg en wordt een persoonsgerichte aanpak (PGA) gestart. De burgemeester wordt hierover geïnformeerd door een medewerker van de afdeling Veiligheid en Wijken. Elke 6 weken wordt een casusoverleg gehouden om de voortgang en aanpak van lopende radicaliseringscasuïstiek te bespreken.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
16
Afspraken over de PGA zijn vastgelegd in het Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme van het ZVH Hollands-Midden. 13
Betrokken partners PGA radicalisering Bij de persoonsgerichte aanpak radicalisering zijn drie kernpartijen betrokken, te weten de gemeente, Openbaar Ministerie en de politie.14 Het ZVH Hollands-Midden faciliteert het casusoverleg waarin de PGA wordt besproken en zit het overleg voor. Daarnaast zijn de Raad voor de Kinderbescherming en Reclassering Nederland als convenantpartners, indien noodzakelijk, betrokken bij de aanpak. Bovengenoemde partijen hebben ieder eigen wettelijke taken en bevoegdheden: Gemeenten: handhaving van de openbare orde op grond van artikel 172 Gemeentewet en wettelijke taken op het terrein van het toegankelijk maken en aanbieden van voorzieningen op het terrein van jeugdzorg, werk en in komen, scholing, uitkeringen en schuldsaneringen. Politie: handhaving van de rechtsorde en verlening van hulp aan hen die deze behoeven op grond van artikel 3 van de Politiewet. Openbaar Ministerie: strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde op grond van artikel 124 Wet op de rechterlijke organisatie. Raad van de Kinderbescherming: taken en bevoegdheden volgend uit artikel 238 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek Boek 1, in het bijzonder het beschermen van minderjarigen tegen ernstige bedreigingen in hun ontwikkelingen en gezondheid, het optreden ten behoeve van minderjarigen en het op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten en instellingen van advies voorzien.
Reclasseringsinstellingen: op basis van de Reclasseringsregeling 1995 bijdragen aan de veiligheid van de samenleving door het beheersen van risico’s en veroordeelden of verdachten stimuleren gedrag te veranderen en daarmee werken aan het voorkomen van criminaliteit en terugdringen van recidive. De instellingen voeren taakstraffen uit en houden toezicht op maatregelen en andere beslissingen van justitiële instanties. Haar taken bij geradicaliseerde personen worden verricht door een specialistisch landelijk georganiseerd team dat is toegerust om specifieke signalen van radicalisering te herkennen en daarop te acteren.
Niet-convenant partners kunnen indien noodzakelijk voor het opstellen, uitvoeren of monitoren van het integraal plan van aanpak bij de aanpak worden betrokken. Een van die partners is Jeugdbescherming West. Zij komen in beeld als er kinderen betrokken zijn, onder meer als naar aanleiding van onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming kinderen (tijdelijk) onder toezicht zijn geplaatst door de kinderrechter.
Doel van de PGA radicalisering Zoals in het convenant staat beschreven, is het doel van de PGA tweeledig 15:
13 Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme. 14
Art. 2. Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
15 Art. 3 Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
17
1.
Het reduceren van de risico’s voor de samenleving die voortvloeien uit radicalisering, extremisme, uitreizen, of terugkeer en het bieden van zorg aan subjecten;
2.
Het reduceren van risico’s voor de ontwikkeling van minderjarigen als gevolg van radicalisering, extremisme, uitreizen of terugkeer.
Opstellen en uitvoeren integraal plan van aanpak Voor het bereiken van bovengenoemde doelen wisselen betrokken partijen signalen en/of andere noodzakelijke (persoons)gegevens uit, waardoor tijdens een casusoverleg een integraal plan van aanpak kan worden vastgesteld ten aanzien van in Nederland (c.q. Gouda) verblijvende geradicaliseerde personen of personen die dreigen te radicaliseren. 16 Deze aanpak is gericht op het: Bevorderen van deradicalisering Stimuleren van gedragsverandering Beperken van veiligheidsrisico’s Voorkomen van uitreizen naar een strijdgebied Bieden van zorg aan subjecten Bieden van hulp aan achterblijvers, indien gewenst Deelnemers zijn convenantpartners en externe casuspartners die betrokken dienen te zijn bij het plan van aanpak. De deelnemers verstrekken – met inachtneming van de van toepassing zijnde wettelijke kaders signalen en andere relevante gegevens over de persoon die door de weegploeg in het casusoverleg is geagendeerd. Indien noodzakelijk kan in het casusoverleg advies worden gevraagd aan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) of andere deskundigen met expertise op het gebied van voorkomen en tegengaan van radicalisering en extremisme.
Notificatie van betrokkene In deze fase wordt de persoon in kwestie ook genotificeerd – d.w.z. geïnformeerd over het feit dat hij of zij wordt besproken in een PGA in het kader van signalen van radicalisering en dat er zorgen over hem of haar zijn.17 Het uitgangspunt is dat iemand genotificeerd wordt ‘tenzij’. Dit betekent dat de notificatie alleen kan worden opgeschort tot een later moment als er sprake is van een risico voor de staatsveiligheid, ter voorkoming van beïnvloeding van een strafrechtelijk onderzoek of de bescherming van rechten of vrijheden van anderen. De grond waarop notificatie wordt opgeschort dient te worden vastgelegd en zodra deze grond niet meer van toepassing is moet worden overgegaan tot notificatie. Gegevensverwerking Ook in het casusoverleg legt de medewerker van het ZVH Hollands-Midden gegevens vast in een digitaal bestand, separaat van het bestand ten behoeve van de weegploeg. In dit digitale bestand worden de volgende gegevens vastgelegd: 16
Art. 3 Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
17 Art. 11 Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
18
NAW-gegevens van het subject Omschrijving van de signalen Naam en contactgegevens van melder die signalen heeft ingebracht Analyse van signalen op basis van het referentiekader NAW-gegevens en andere relevante gegevens van achterblijvers voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het integraal plan van aanpak NAW-gegevens en andere relevante gegevens van personen uit het sociale netwerk van het subject, voor zover betrokken of anderszins een rol spelen bij de uitvoering van het integraal plan van aanpak Beslissing dat het integraal plan van aanpak is afgesloten Deze gegevens worden periodiek gecontroleerd op juistheid en volledigheid en worden zo nodig aangepast. Bij agendering van het subject in een casusoverleg, wordt een kopie van de gegevens uit het bestand overgedragen.
Externe partners hebben enkel toegang tot het integraal plan van aanpak. Andere informatie wordt uitsluitend aan hen verstrekt voor zover dat noodzakelijk is ten behoeve van de bijdrage en expertise die door de desbetreffende partij moet worden geleverd en voor de verstrekking daarvan toestemming is gegeven door de convenantspartijen. Deze doorverstrekking wordt vastgelegd in het bestand van het casusoverleg.
Aanpak terugkeerders Tijdens detentie wordt een reclasseringstraject voor de terugkeerder ingezet. 1 Na vrijlating wordt de terugkeerder begeleid door een reclasseringsambtenaar. De casusregisseur onderhoudt contact met de reclasseringsambtenaar en stemt gemeentelijke inzet af. Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) – die verantwoordelijk is voor de gang van zaken in detentie – initieert een multidisciplinair afstemmingsoverleg om de situatie in detentie te bespreken. Aan dit overleg nemen naast DJI, in ieder geval gemeente en reclassering deel en indien kinderen betrokken zijn Jeugdbescherming West. Daarnaast brengt de gemeente tijdens detentie bezoek aan de terugkeerder om praktische zaken te regelen. Wanneer de terugkeerder ongedetecteerd , dus onverwachts in Nederland terug is gekeerd, en al voor de rechter is geweest en zijn/haar straf reeds heeft uitgezeten of is vrijgesproken, zet de casusregisseur de gemeentelijke processen in gang en neemt de regie van andere processen op zich. 1 Zodra de casusregisseur ervan op de hoogte is dat iemand daadwerkelijk is teruggekeerd, licht hij het afdelingshoofd Veiligheid en Wijken, de burgemeester en de communicatieadviseur in. De casusregisseur organiseert vervolgens een casusoverleg en houdt regie over de inzet van de andere organisaties en gemeentelijke processen.
De gemeentelijke processen betreffen zaken zoals BSN-nummer, huisvesting, inkomen, zorg, kinderen/school, maatschappelijke onrust bij terugkeer, communicatie en beperkende/bestuurlijke maatregelen. Hieronder worden deze processen beschreven. BSN-nummer Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inschrijven van mensen in de Basisregistratie persoonsgegevens (BRP). De manier waarop dit geregeld moet worden, hangt af van het feit of iemand voor vertrek al een BSN-
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
19
nummer had of niet. Als iemand bij terugkeer geen inschrijfadres heeft en gedetineerd zit, wordt hij of zij ingeschreven in de gemeente van de Penitentiaire Inrichting. De gemeente waar de uitreiziger uit vertrok, blijft verantwoordelijk voor registratie in BRP en de nazorg. Huisvesting Voor huisvesting van de terugkeerder zijn afspraken gemaakt tussen gemeente Gouda en woningcorporaties Mozaïek Wonen en Woonpartners. Medewerkers van de afdeling Veiligheid en Wijken met radicalisering in hun portefeuille nemen contact op met de beleidsmedewerker Ruimtelijk beleid en Advies. Zij informeren de woningcorporaties. In overleg met de gemeente wordt een zorg-dakcontract afgesloten met de betrokken terugkeerder. Inkomen De terugkeerder kan via het telefoonnummer 140182 een afspraak maken met de gemeentelijke poortwachter voor het regelen van een inkomen. Voor een uitkering is een legitimatiebewijs en huisadres nodig. Bij het ontbreken van een van deze zaken kan rechtstreeks of via de casusregisseur contact worden opgenomen met de gemeente. Kinderen/school De casusregisseur zoekt passende scholing voor betrokken kinderen. De school kan een beroep doen op de Stichting School en Veiligheid; zij heeft begeleiders in dienst die de school kunnen begeleiden bij de impact die komst van het kind op de school mogelijk kan hebben.
Maatschappelijke onrust Huisvesting van een terugkeerder kan impact hebben in de wijk. Zodra de huisvesting voor de terugkeerder bekend is, wordt een risicoanalyse gemaakt. De beleidsmedewerker Veiligheid en Wijken zoekt hiervoor contact met de betrokken wijkagent, de communicatieadviseur van de gemeente, de gebiedsregisseur en de netwerkregisseur. De risicoanalyse is gericht op het veiligheidsgevoel van de omwonenden, maar ook op de veiligheid van de terugkeerder zelf. Communicatie De communicatieadviseur van de gemeente is nauw betrokken bij de mogelijke komst van uitreizigers vanwege de te verwachten media-aandacht en de publieksvoorlichting. Beperkende/bestuurlijke maatregelen De rechter kan beperkende maatregelen opleggen indien een terugkeerder vrijkomt uit detentie. Ook gemeente en politie kunnen maatregelen in het kader van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding opleggen, bijvoorbeeld gebieds- en contactverboden. Het gebruik van bestuurlijke maatregelen wordt besproken in het casusoverleg. Zorg na detentie De gemeente waar iemand voor detentie het laatste ingeschreven heeft gestaan, is verantwoordelijk voor nazorg van gedetineerden. De terugkeerder heeft in deze gemeente onder andere recht op een postadres, uitkering en eventuele opvang in nachtopvang. Gemeente Gouda zet zorg op maat in op de leefgebieden.
Deze zorg wordt besproken in het casusoverleg en gecoördineerd door de casusregisseur.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
20
Monitoren en afsluiten In het casusoverleg wordt ook de voortgang van het integraal plan van aanpak gemonitord – en indien nodig bijgesteld. Als tijdens het casusoverleg bij het ZVH wordt besloten dat een casus niet langer in het kader van CTER besproken hoeft te worden, wordt door de deelnemende partners geadviseerd om de casus af te sluiten bij het ZVH.18 In dit geval wordt de casus niet langer bij het ZVH besproken en afgeschaald naar de gemeente. Dit advies wordt besproken in het eerder genoemde afstemmingsoverleg. De casus wordt binnen het casusoverleg opnieuw gewogen en geduid waarna een advies wordt opgesteld aan de driehoek. De driehoek beslist uiteindelijk of een casus daadwerkelijk wordt afgesloten.
Aanpak terugkeerders De wijze waarop het monitoren en afsluiten van een casus verloopt is identiek aan andere radicaliseringscasuïstiek. Dit betekent dat de partners van het overleg een advies opstellen waarin ze aangeven waarom een casus afgesloten dient te worden. De beslissing om over te gaan tot afsluiten gebeurt in het afstemmingsoverleg. De casus wordt dan opnieuw gewogen en geduid waarna een advies wordt opgesteld aan de driehoek. De driehoek beslist uiteindelijk of een casus daadwerkelijk wordt afgesloten.
2.3
Aanpak in de praktijk We volgen net als in de formele beschrijving de fasen signalering, weging, de persoonsgerichte aanpak van casuïstiek en tot slot het monitoren en afsluiten.
2.3.1
Signalering Wat gaat er goed? Informatiepositie van de politie Signalen van (mogelijke) radicalisering zijn afkomstig van de politie. Het basisteam Gouda heeft volgens meerdere respondenten een goede informatiepositie en signalen zijn dan ook regelmatig afkomstig van wijkagenten. Ook zijn signalen soms afkomstig van afdelingen buiten het basisteam, zoals de inlichtingenafdeling. Daarnaast heeft de politie collega’s die in geval van incidenten of specifieke gebeurtenissen online meelezen in openbare bronnen en op communicatieplatformen, zoals Telegram. Een groot deel van deze online signalen zijn niet per se strafbaar, maar geeft de politie wel een goed beeld van wat er gaande is . Daarnaast zijn – in mindere mate – signalen afkomstig van de reclassering (bijvoorbeeld tijdens toezicht), jongerenwerk, het OM (bijvoorbeeld tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar een niet-CTER gerelateerd strafbaar feit), de jeugdbescherming en van verschillende afdelingen van de gemeente.
18 Art. 9 Zorg- en Veiligheidshuis Hollands-Midden. (2018). Convenant Persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
21
Ook komt het voor dat signalen van buiten de politie bij de politie worden gemeld, bijvoorbeeld door burgers van berichten die zij op Twitter of op Telegram tegenkomen en die zij zorgwekkend vinden. Ook worden af en toe signalen gemeld bij de gemeente, bijvoorbeeld bij de casusregisseur, of bij het Zorg- en Veiligheidshuis die vervolgens in het afstemmingsoverleg worden besproken.
Bewustwording bij professionals De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het aanbieden van trainingen door het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR). Met uitzondering van 2020 als gevolg van de coronamaatregelen, zijn in 2019 tot heden trainingen gegeven aan een breed scala aan professionals van het sociaal én veiligheidsdomein. 19 De trainingen variëren van basistrainingen radicalisering en extremisme tot meer gespecialiseerde trainingen, zoals trainingen op het gebied van rechtsextremisme en jihadisme.
Korte lijnen tussen professionals Over het algemeen zijn de respondenten van mening dat de professionals die bij het afstemmingsoverleg en de PGA radicalisering betrokken zijn, elkaar goed weten te vinden als er signalen zijn. Een respondent gaf aan: “De partners van het casusoverleg weten elkaar goed te vinden. Er zijn korte lijnen. Waar er voorheen weleens ‘struggles’ waren, zijn die inmiddels verholpen. Het is hierbij wel belangrijk dat je een casusregisseur hebt van de gemeente die goed het contact met alle partners weet te onderhouden.”
En door de korte lijnen worden signalen snel ingebracht en wordt voorkomen dat organisaties signalen intern houden.
Verbinding met gemeenschappen De netwerkregisseur speelt een belangrijke rol in het onderhouden van contact met gemeenschappen, o.a. ten behoeve van bewustwording en, in het verlengde daarvan, de signalering. De focus lag de afgelopen jaren met name op contact met de Islamitische gemeenschap omdat jihadisme jarenlang zowel landelijk als in Gouda de belangrijkste dreiging vormde (en nog steeds vormt, zie volgend hoofdstuk). Ook de burgemeester van Gouda heeft goed contact met moskeebesturen, wat eraan bijdraagt dat er over het algemeen een goed beeld is van wat er binnen de Islamitische gemeenschap speelt.
De respondenten zijn wisselend tevreden over de inzet van de verschillende netwerkregisseurs in de afgelopen jaren. De manier waarop uitvoering werd gegeven aan deze rol bleek sterk per netwerkregisseur te verschillen. Dit heeft er onder meer mee te maken dat het ontbreekt aan een heldere omschrijving van wat de rol inhoudt en wat van de netwerkregisseur verwacht wordt richting ketenpartners. De netwerkregisseurs wisten doorgaans op laagdrempelige manier contact te onderhouden met onder andere moskeebestuurders en sleutelfiguren uit de wijk. Ook de wijze waarop netwerkregisseurs zich richting professionals en inwoners 19 In 2019 zijn vier trainingen gegeven, in 2021 vijf trainingen en in 2022 10 trainingen.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
22
positioneren, bleek de afgelopen jaren sterk persoonsafhankelijk. Waar de ene netwerkregisseur zich met name richtte tot de professionals en te weinig zichtbaar was voor inwoners, was dat bij de andere netwerkregisseur meer in balans. Die balans is volgens respondenten erg belangrijk omdat hij of zij voor zowel professionals als inwoners goed bereikbaar moet zijn. Een respondent zei over de laatste netwerkregisseur (die tevens de rol van casusregisseur vervulde20): “Zij was erg zichtbaar en makkelijk te benaderen, zowel voor ons als voor inwoners. Dat was heel erg fijn.”
Wat kan er beter? Regelmatige inzet op bewustwording bij professionals Hoewel de afgelopen jaren, met name in 2022, verschillende basis- en verdiepingstrainingen gegeven zijn aan een breed scala van professionals, vragen de trainingen volgens een aantal respondenten meer opvolging. Een respondent zei hierover: “Binnen een jaar ga je met trainingen niet voor elkaar krijgen dat mensen meer gaan signaleren. Het is belangrijk om blijvend aandacht te geven voor het onderwerp en het belang van signalering.”
Vanwege de ontwikkelingen rondom (polarisatie,) extremisme en radicalisering en de opkomst van andere verschijningsvormen naast het jihadisme , zoals complotdenkers en anti-overheidsextremisten, is het belangrijk dat met regelmaat het onderwerp geagendeerd wordt onder degenen die bij de aanpak betrokken zijn. Dit is mede gelet op de vele personele wisselingen erg belangrijk.
Daarnaast is het belangrijk om in te zetten op bewustwording bij professionals die niet bij de persoonsgerichte aanpak betrokken zijn maar wel de ogen en oren op straat zijn en daarmee goed zicht hebben op wat er speelt. Respondenten hebben het dan onder andere over medewerkers die direct contact hebben met inwoners, zoals BOA’s, medewerkers van het Klantcontactcentrum of medewerkers van Werk en Inkomen. Een respondent gaf aan: “De gemeente heeft allemaal ambtenaren op straat. Zij zouden actiever te werk kunnen gaan en meer verslag kunnen leggen van wat ze zoal op straat tegenkomen, denk aan stickers en leuzen.”
Deze informatie kan waardevol zijn voor het in beeld krijgen van polariserende ontwikkelingen onder inwoners die vragen om preventieve, integrale inzet om te voorkomen dat deze ontwikkelingen uitmonden in
20 Normaliter wordt de rol van netwerkregisseur en casusregisseur door twee verschillende mensen ingevuld. Echter, de laatste ca. 1,5 jaar
heeft de casusregisseur tevens de rol van netwerkregisseur ingevuld, door afwezigheid van een netwerkregisseur. In de tekst wordt daarom soms gesproken over de netwerkregisseur, terwijl in feite het om de casusregisseur ging die de taken van de netwerkregisseur vervulde. Voor de leesbaarheid en voor het verduidelijken welke taken bij de netwerkregisseur horen, hanteren we daarom op die plekken de term netwerkregisseur.
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
23
radicalisering en extremisme van inwoners. Dit vraagt echter wel om het samenbrengen van deze informatie en het regelmatig duiden van deze ontwikkelingen om zicht te krijgen en houden wat er binnen de Goudse gemeenschap speelt. Daarnaast kunnen de medewerkers die direct contact hebben met inwoners een belangrijke signalerende functie hebben ten behoeve van het afstemmingsoverleg.
Meer meldingen door professionals In de gesprekken met zowel politie als gemeente komt naar voren dat zij de indruk hebben dat de afgelopen maanden tot een jaar minder signalen zijn ingebracht. Dit is volgens de respondenten opvallend, omdat zij veronderstellen dat er niet minder casuïstiek is. De verschuiving naar vormen van radicalisering zoals antiinstitutioneel extremisme en rechtsextremisme in combinatie met onvoldoende kennis over signalen van die fenomenen, verklaart waarschijnlijk de achterblijvende signalering, aldus respondenten. Dit sluit aan bij voorgaand punt. Een respondent zei hierover: “We zijn nog zoekende wat we moeten met anti-institutioneel extremisme. Binnen de aanpak zien we niemand die in die hoek past, dus kennelijk signaleren we ze niet. Zolang we de definitie niet duidelijk hebben wat betreft wat we onder anti-institutioneel extremisme verstaan, kunnen we ook niet bepalen over wie we het hebben.”
Een andere respondent zei hierover: “Sinds corona zijn er andere fenomenen, links, rechts, anti-overheid, die lastiger te signaleren zijn. De signalen van jihadisme waren altijd vrij snel duidelijk, bijvoorbeeld omdat iemand uitgereisd was of dat probeerde. We moeten collega’s alerter maken op nieuwe stromingen. En daarbij moet je ze bewustmaken van wat daadwerkelijk een signaal is. Een omgekeerde vlag ophangen is niet verboden en betekent ook niet dat iemand een aanslag wilt plegen.”
Door minder signalering en daardoor minder casuïstiek die wordt ingebracht in het afstemmingsoverleg en de PGA bestaat volgens een respondent het risico dat de aandacht en het belang voor de aanpak wegebt.
Ontwikkelen meldpunt voor inwoners Een verbeterpunt dat in een aantal gesprekken naar voren kwam is het gebrek aan een meldpunt voor inwoners bij de gemeente. Afgelopen jaar zijn voorbereidingen getroffen door de voormalig netwerkregisseur voor het opzetten van een meldpunt dat op de website van de gemeente geplaatst wordt met een e-mailadres waar inwoners terecht kunnen met vragen of mogelijke signalen. De concepttekst is gereed, maar is nog in afwachting van een juridisch toets. Een aantal respondenten vraagt zich af of inwoners nu goed weten waar zij terecht kunnen met zorgen over iemand in hun omgeving die mogelijk radicaliseert, waardoor mogelijk signalen worden gemist. Hierbij is het wel belangrijk om ook aandacht te hebben voor de eventuele
DSP-groep
Terugblik en vooruitblik op de aanpak radicalisering in Gouda
24
ongewenste neveneffecten van een dergelijk meldpunt. Zo moet het geen verkapt meldpunt worden voor burenruzies of dat mensen melding maken omdat ze een hekel hebben aan hun buurman.
Meer verbinding andere gemeenschappen Zoals hierboven beschreven, hebben de netwerkregisseurs de afgelopen jaren met name ingezet op het onderhouden van contact met de Islamitische gemeenschap. Door de focus van de afgelopen jaren op moskeebesturen kan volgens een respondent ten onrechte de indruk ontstaan dat de dreiging vanuit het jihadisme samenhangt met die moskeeën, bijvoorbeeld doordat de indruk ontstaat bij de buitenwereld dat binnen de moskeeën mensen geronseld worden. Volgens de respondent is het belangrijk om met de Islamitische gemeenschap contact te onderhouden, maar dat geldt net zo goed voor het onderhouden van contact met andere gemeenschappen. Ook andere respondenten geven aan dat het, gelet op de veranderde verschijningsvormen van extremisme en radicalisering, belangrijk is om in te zetten op de verbinding met andere gemeenschappen.
Verder vraagt een respondent zich af of het niet meer voor de hand ligt het contact met gemeenschappen te onderhouden vanuit het sociaal domein in plaats vanuit de afdeling Veiligheid en Wijken. Door contact te onderhouden vanuit de afdeling Veiligheid en Wijken met specifieke gemeenschappen of groepen inwoners bestaat het risico dat het lijkt alsof vanuit die gemeenschappen of groepen inwoners ook daadwerkelijk een veiligheidsrisico uitgaat, terwijl het in feite gaat om het gezamenlijk optrekken met sleutelfiguren ten behoeve van preventie van polarisatie en het signaleren van mogelijke radicalisering.