CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

Burgemeesterkwartier Gouda_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 3 november 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda31.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan (of een ruimtelijk plan als is aangevraagd) voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; 2. en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid (van art. 6.9 Omgevingsverordening). c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid (van art. 6.9 Omgevingsverordening). Toelichting Omgevingsverordening met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied en 2) moet voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart.

Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Betekenis voor het bestemmingsplan Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is de Ladder van toepassing voor het bestemmingsplan. De ontwikkeling is onderdeel van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone. In paragraaf 4.5.5 is nader ingegaan op de behoefte. Toets bedrijven "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

27

In artikel 6.12 is bepaald dat als een bestemmingsplan betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, in de toelichting verantwoordt wordt op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Compensatie kan achterwege blijven, indien: a. het een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft; of b. regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Door de transformatie van de planlocatie verdwijnt er circa 4,2 ha aan bedrijfsbestemming waar bedrijven in ten hoogste milieucategorie 3.2 waren toegestaan. Dit betekent dat de compensatieregels zoals genoemd in artikel 6.12 van toepassing zijn. In paragraaf 4.4 is het regionaal economisch beleid toegelicht. Hieruit volgt dat het niet mogelijk is om binnen de gemeentegrenzen van Gouda voldoende planaanbod te realiseren om te voorzien in de compensatieopgave. De transformatie van de locatie en de invulling van de gehele compensatieopgave voor bedrijfsruimte is regionaal afgestemd.

De provincie heeft daarnaast de transformatie van de locatie de afgelopen jaren altijd ondersteund. De locatie is meegenomen in de lange termijnstrategie van de regio om voldoende aanbod aan bedrijfsareaal te realiseren, zowel voor de invulling van de uitbreidings- als de vervangingsvraag. Er is in de regio niet voldoende aanbod om te voorzien in de vraag. Hiervan is ook al sprake zonder de transformatie van de planlocatie. Het tekort aan aanbod bedrijfsareaal is een regionale opgave waar de komende jaren aan gewerkt wordt. Voor onder meer de planlocatie is de benodigde compensatie voorzien op de nieuwe bedrijventerreinen in het middengebied in de gemeente Zuidplas. De behoefte aan de bedrijventerreinen op deze locatie is aangetoond door middel van onderzoek en eveneens meegenomen in het onderzoek "Naar een bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland", als bouwsteen voor de nieuwe regionale bedrijventerreinenvisie. In deze strategie is ook de planlocatie betrokken. Met de invulling van de compensatieplicht op de bedrijventerreinen in het middengebied van de gemeente Zuidplas, is het bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale Omgevingsverordening.

Toets detailhandel Zoals is toegelicht in subparagraaf 3.2.3 worden in het plangebied kleinschalige voorzieningen gerealiseerd. Het gaat hierbij om voorzieningen met een commerciële functies zoals detailhandel, dienstverlening, publieksgerichte ambachtelijke bedrijven, maatschappelijke voorzieningen met baliefunctie en horeca (maximaal 2.000 m2 bvo in totaal). Er wordt ingezet op kleinschalige voorzieningen die niet concurreren met het centrum van Gouda. Daarom is de omvang per vestiging gemaximeerd op 250 m2 bvo. Het plan voorziet in de realisatie van kleinschalige detailhandel met een oppervlakte kleiner dan 1000 m2. Supermarkten zijn niet toegestaan. De detailhandel kan wel worden gerealiseerd in de vorm van een gemakswinkel. In de begrippen zoals is opgenomen in bijlage 1 bij de Omgevingsverordening Zuid-Holland wordt onder een gemakswinkel verstaan: winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse of direct te gebruiken artikelen. Er is geen sprake van strijdigheid met de provinciale regels voor detailhandel. In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels. Toets aan de Ruimtelijke kwaliteit "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

28

Het plangebied ligt in het 'bebouwd gebied' en is onderdeel van het 'stedelijk centrumgebied'. De provincie geeft hierover aan dat ontwikkelingen die plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum bijdragen aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. De voor het bestemmingsplan relevante richtpunten zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp en de versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld; Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. De planontwikkeling van het Burgemeesterkwartier maakt onderdeel uit van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone. De Spoorzone kenmerkt zich door een relatief grote maat en schaal van bebouwing en heeft een moderne en stedelijke uitstraling. Dit gebied gaat zich verder ontwikkelen tot stedelijk gemengd woon-werkgebied.

De ontwikkeling van de verschillende locaties binnen de Spoorzone versterken deze identiteit. Ook de locatie Burgemeesterkwartier draagt hieraan bij door de toevoeging van stedelijke woonblokken in het groen met hoogbouw langs de Burgemeester Jamessingel en de Burgemeester van Reenensingel. Deze twee bestaande doorlopende structuren in de stad worden door de oriëntatie van de bouwblokken en de hoogbouw binnen het Burgemeesterkwartier verder aangezet. De bestaande groene en waterrijke randen langs de hoofdstructuur (Burgemeester Jamessingel, Burgemeester van Reenensingel en Burgemeester Mijssingel) worden behouden en uitgebreid. Deze groen- en waterstructuren worden binnen het plangebied tussen de bouwblokken doorgezet. Hierdoor ontstaat een groen en waterrijk woonmilieu, waarbij de stedelijke groen- en waterstructuur wordt versterkt. Vraag gemeente koppeling kwaliteitsaspecten aan de regels? in de vorm van een BKP (er is een BKP Spoorzone)? Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de hierboven genoemde artikelen van de Omgevingsverordening. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.3.3

Woningbouw

4.3.3.1 Discussienota Verstedelijk ing (2017) Hoe omvangrijk de woningbouwopgave in de zuidelijke Randstad is, wordt beschreven in de Discussienota Verstedelijking (2017). Geschat wordt dat tussen 2010 en 2030 in totaal 230.000 woningen nodig zijn om de vraag op te vangen. Tot en met 2016 zijn al rond de 80.000 gebouwd. Dit betekent dat er een opgave ligt om nog eens 150.000 woningen te realiseren. De verwachting is dat tussen 2030 en 2040 nog eens 60.000 woningen nodig zijn. Gemeenten worden aangespoord werk te maken van de woningbouwopgave volgens de volgende zes principes. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Differentieer de woningvoorraad; Bouw binnen bestaand stedelijk gebied; Koester en ontwikkel gebieden voor de nieuwe economie; Benut de potentie van groen en water; Draag bij aan de energietransitie; Bouw nabij HOV.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

29

4.3.3.2 Actieprogramma Slim Ruimtegebruik (2016) Bovengenoemde principes passen in de gedachte van Slim Ruimtegebruik. Er is in de komende jaren in Zuid-Holland nog steeds een grote ruimtevraag. Niet alleen voor stedelijke functies, zoals wonen, maar ook in het landelijk gebied, bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering en energietransitie. Het is van belang de stedelijke ruimtevraag zoveel mogelijk binnen bestaand stads- en dorpsgebied te realiseren en daarmee het bestaande bebouwde gebied beter te benutten. In het Hoofdlijnenakkoord hebben GS aangegeven constructief met gemeenten mee te willen denken over en ruimte te willen bieden aan uitvoering en slimme oplossingen op lokaal niveau. Dit is een belangrijk uitgangspunt. De provincie blijft zich via haar beleid en ambities richten op het bovenlokale niveau, maar wil lokale partners graag helpen met het realiseren van dat beleid en die ambities op lokaal niveau. 4.3.3.3 Programma Ruimte m.b.t. Verstedelijking en Wonen (2019) In lijn met genoemde visie en beleidsnota's, biedt het Programma Ruimte instrumenten om de woningbouwopgave uit te voeren. Specifieke aandacht is er voor binnenstedelijke woningbouwplannen nabij HOV-knooppunten. De provincie maakt de keuze om aan te sluiten bij de Rijksladder voor Duurzame Verstedelijking.

Dit maakt dat de transformatie van bestaande bebouwing, als bijvoorbeeld kantoren, winkels en cultuurhistorische waardevolle gebouwen binnen de invloedssfeer van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), vaak niet ladderplichtig zal zijn en met het oog op de woningbehoefte altijd kan worden gestart. Ook als deze nog niet in overeenstemming is met het regionale woningbouwprogramma. Waar het gaat om de transformatie van gronden naar woningbouw binnen BSD en nabij HOV en dit cijfermatig niet past binnen het regionale woningbouwprogramma, gaat de provincie samen met de initiatiefnemende gemeente het gesprek aan met de regio om deze ontwikkeling in het programma op te nemen. 4.3.3.4 Betekenis voor het bestemmingsplan Gouda maakt deel uit van de regio Midden-Holland. In de regio Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over woningbouw, afgestemd op de berekende woningbehoeftecijfers. De cijfermatige ruimte die Gouda heeft om nieuwe woningen te bouwen, is inmiddels ingevuld met bekende woningbouwplannen. Provincie Zuid-Holland hecht er waarde aan dat deze afspraken worden nageleefd. Daar staat tegenover dat vanuit het provinciale programma 'Verstedelijking' gemeenten worden aangemoedigd om de woningproductie te versnellen. Daarvoor geldt dat bij voorkeur woningen binnen de bestaande stedelijke structuur en bij hoogwaardig openbaar vervoer worden gerealiseerd.

De percelen in de Spoorzone zijn in dit opzicht zeer kansrijk. Gouda heeft hiervoor in 2018 de Verstedelijkingsagenda vastgesteld, zie paragraaf 4.5.5.2. De planologische ruimte die wordt geboden in dit bestemmingsplan, geeft invulling aan de verstedelijkingsambities van de provincie Zuid-Holland. De ontwikkeling past gelet op de locatie en het beoogde woonmilieu binnen de provinciale beleidsdoelen. Daarbij komen veel binnenstedelijke ontwikkellocaties moeizaam van de grond en is dit een belangrijke kans op ontwikkeling van een dergelijke locatie op relatief korte termijn. Over de uitdaging om 150.000 woningen te realiseren heeft de provincie uitgesproken: “De Spoorzone in Gouda is een gebied waar dat kan. Onbenutte ruimte en leegstaande panden kunnen worden getransformeerd tot zo'n 1.000 woningen. De provincie heeft onlangs toestemming gegeven om hiermee aan de slag te gaan. De Provincie Zuid-Holland: “Het is een mooi voorbeeld van slim ruimtegebruik , onbenutte ruimte inzetten voor iets wat hard nodig is: woningen. Mooi zoals dat hier in Gouda gebeurt.'' 4.3.4

Kantorenlocaties

De provincie voert een selectief locatiebeleid voor nieuwe kantoren. Het aantal mogelijke ontwikkelingslocaties voor nieuwe kantoren is nu nog erg groot in verhouding tot de maatschappelijke vraag. De nadruk komt derhalve te liggen op de kwaliteit van de bestaande voorraad. Betekenis voor het bestemmingsplan "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

30

Gouda is in de provinciale Verordening regionaal aangewezen als een concentratielocatie voor kantoren met treinhalte. Voor de Spoorzone is een maximale vraag van 10.000 m2 bvo aan nieuwbouw berekend. In dit bestemmingsplangebied is het bestaande oppervlakte aan kantoren gemaximeerd overeenkomstig de bestaande situatie. Dit sluit ook bij het regionaal beleid om incourante m2 aan kantooraanbod te schrappen (zie hiervoor ook subparagraaf 4.4.1. Er worden in het plangebied geen nieuwe kantoren gerealiseerd. Het bestemmingsplan sluit aan bij het provinciaal- en regionaal beleid ten aanzien van kantoorlocaties. In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels.

4.4

Regionaal beleid

In deze paragraaf wordt het regionaal economisch beleid toegelicht. Dit beleid is van belang voor het planvoornemen omdat een bestaand bedrijventerrein wordt wegbestemd en getransformeerd wordt naar wonen. Op grond van de provinciale regels voor bedrijventerreinen (zie hiervoor 4.3.2) dient te worden onderbouwd hoe het verlies aan hectares van dit bedrijventerrein gecompenseerd wordt. Ten behoeve van deze onderbouwing wordt de regionale bedrijventerreinenstrategie gehanteerd. In het plangebied was daarnaast een bestaand kantoor aanwezig. Voor dit bestemmingsplan is de keuze gemaakt om geen nieuwe kantoren toe te staan. Mede ter onderbouwing van die keuze wordt de regionale kantorenstrategie toegelicht. 4.4.1

Economisch beleid

Naar een bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland - Kwantitatieve verdieping van vraag en aanbod De regio Midden-Holland heeft het rapport 'Naar een bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland, Deel I: Kwantitatieve verdieping van vraag en aanbod (d.d. 5 maart 2020) laten opstellen. De rapport dient als basis van de visieontwikkeling op bedrijventerreinen in de regio. Dit rapport heeft alleen betrekking op bedrijfsruimtes en niet op kantoren. Dit verdiepend kwantitatieve onderzoek naar bedrijventerreinen laat zien dat in deze regio de vraag naar bedrijventerreinen het beschikbare aanbod overstijgt. Tot 2030 betreft de vraag naar bedrijfsruimte circa 79 tot 92 ha. Deze vraag is uitsluitend afkomstig van reeds binnen de regio gevestigde bedrijven met groeipotenties. Los van die vraag naar ruimte ter uitbreiding van bestaande bedrijven is er ook een vraag naar bedrijventerreinen vanuit de vervangingsvraag. Een aantal bestaande bedrijfsterreinen wordt in de komende jaren getransformeerd naar een ander gebruik, veelal woningbouw. Om het verlies aan bedrijfsterreinen te beperken moeten deze bedrijfsterreinen worden gecompenseerd. Onderzoek heeft aangetoond dat tot 2030 circa 21 ha aan bedrijventerreinen op de nominatie staan om te worden getransformeerd. In het rapport is een inventarisatie gemaakt van de transformatieplannen.

Het voormalig distributiecentrum van Blokker betreft een concreet initiatief (plan) voor transformatie (4,2 hectare). De regionale vervangingsvraag (inclusief de planlocatie) is niet geraamd in de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen en is dus een additionele vraag. De provinciale behoefteraming gaat er namelijk vanuit dat het bestaande bedrijventerreinenareaal intact blijft. De totale regionale vraag (uitbreidings- en vervangingsvraag) naar bedrijventerreinen tot 2030 betreft in totaal circa 100 tot 113 ha. In het rapport is daarom geconstateerd dat er in Midden-Holland in de periode 2019 tot en met 2030 een kwalitatieve behoefte bestaat aan nieuw bedrijventerreinenareaal, de vraag is namelijk groter dan het beschikbare aanbod. Binnen de gemeentegrenzen van Gouda zijn geen mogelijkheden om meer aanbod te generen waarmee deels invulling wordt gegeven aan de invulling van de totale vraag. En waarmee dus ook (deels) kan worden voorzien in de invulling van de compensatieplicht voor het planvoornemen Burgemeesterkwartier. De vervolgstap is dan ook dat binnen de regio Midden-Holland onderzocht moet gaan worden hoe er voldoende aanbod aan bedrijfsareaal, kwalitatief en kwantitatief, gerealiseerd kan worden om te voorzien "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

31 in de totale vraag. Dit maakt onderdeel uit van de lange termijn strategie van de regio.

Conclusie Ten gevolge van de planontwikkeling moet 4,2 hectare aan verlies aan bedrijfshectares gecompenseerd worden. In Gouda is geen planvoorraad beschikbaar om te voorzien in deze opgave. Dit bekent dat op een andere wijze voorzien moet worden in de compensatieplicht. De planlocatie maakt deel uit van de totale regionaal geraamde vervangingsvraag van 21 hectare. Het verlies aan deze hectares moet conform de provinciale regels gecompenseerd worden (zie hiervoor 4.3.2). Met deze opgave gaat de regio de komende jaren aan de slag. Voor onder meer de planlocatie is de benodigde compensatie voorzien op de nieuwe bedrijventerreinen in het middengebied in de gemeente Zuidplas. De behoefte aan de bedrijventerreinen op deze locatie is aangetoond door middel van onderzoek en eveneens meegenomen in het onderzoek "Naar een bedrijventerreinenstrategie voor Midden-Holland", als bouwsteen voor de nieuwe regionale bedrijventerreinenvisie. In deze strategie is ook de planlocatie betrokken. Met de invulling van de compensatieplicht op de bedrijventerreinen in het middengebied van de gemeente Zuidplas, is het bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale Omgevingsverordening.

Kantorenstrategie Midden-Holland 2019 t/m 2024 Kantorenmarkt is vervangingsmarkt: wél ruimte voor kwalitatieve toevoeging nieuwe meters In Midden-Holland is de huidige kwantitatieve voorraad aan kantoorruimte meer dan voldoende om in de toekomstige vraag te voorzien. Uit de provinciale behoefteraming, als onderlegger voor de regionale kantorenvisie, volgt dat er ook in het maximale scenario, in 2030 nog te veel kantoormeters zijn, en er nog ruim 100.000 m² kantoorruimte moet worden onttrokken (bron: Behoefteraming kantoorruimte provincie Zuid-Holland, 2018). In het minimale scenario (met een negatieve uitbreidingsvraag) moet er circa 160.000 m² kantoorruimte worden onttrokken aan de voorraad, om in 2030 te beschikken over een gezonde kantorenmarkt.

Aanpak leegstand op formele kantoorlocaties in regio Midden-Holland Goudse Poort, Gouda - Kantoorruimte transformeren/herontwikkelen en/of onttrekken In 2017 hebben marktpartijen, provincie, gemeente en Belangenvereniging Goudse Poort een Ontwikkelstrategie Goudse Poort opgesteld. Met het ondertekenen van een intentieverklaring is de ontwikkelstrategie (zie hiervoor ook subparagraaf 3.1 Ontwikkelperspectief Spoorzone Gouda) vastgesteld als vertrekpunt van de herontwikkeling van Goudse Poort. Deze strategie heeft als ambitie het uit de markt halen van (minimaal) de helft van de kantorenleegstand. De Ontwikkelstrategie biedt een aantal alternatieve functies die aan deze kantoorkavels kan worden gegeven. Een deel mag worden getransformeerd naar wonen en maatschappelijke functies.

Conclusie In de kantorenstrategie is als kwantitatieve ambitie opgenomen: afname van totale kantorenvoorraad met 100.000 m2 vvo in 2030. Met name voor de Goudse Poort geldt dat, vanuit de Ontwikkelstrategie, fors wordt ingezet op het onttrekken van incourante kantoormeters. De planlocatie is 1 van de genoemde locaties waar transformatie en onttrekking van deze meters kan plaatsvinden. De provincie heeft op 21 mei 2019 de regionale strategie aanvaard en daarmee ook ingestemd met de ambitie om tot 100.000 m2 reductie van kantoren te komen in 2030. In de strategie is voor 4 locaties (Reeuwijkse Poort, Goudse Poort, Gouwespoor en de Limaweg) geschetst hoe leegstand moet worden teruggedrongen. De provincie kan hiermee instemmen. Het verlies aan incourant kantorenvastgoed op "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

32 de planlocatie is regionaal afgestemd en sluit aan op de regionale visie om dit vastgoed te transformeren. Vooralsnog worden de bestaande kantoren in het plangebied in stand gehouden.

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Toekomstvisie Gouda 2030

Met deze Toekomstvisie Gouda 2030 schetst de gemeente een beeld hoe de stad er in 2030 uitziet en waar de gemeente met al haar partners naar toe wil werken. Sociaal gezien profileert Gouda 2030 zich als een stad van tolerantie en ontmoetingen. Naast haar historie komt ook de kennis van bodemdaling erbij als kwaliteit. Gouda wil in 2030 een levendige én betaalbare stad zijn voor jongeren. Als laatste is Gouda een knooppunt met ontwikkelkansen. ‘Gouda ligt goed!’ is daarbij de gedeelde leuze om dit alles mogelijk te maken. De toekomstvisie bouwt voort op de identiteit en kwaliteiten van de gemeente. Gouda onderscheidt zich op dit moment van andere steden met drie sterke punten, die het fundament vormen van de toekomstvisie. Zo heeft Gouda grote historische waarde en cultuur. Het aanbod aan voorzieningen, evenementen en initiatieven vanuit de stad is groot. En als laatste kenmerkt Gouda zich door haar centrale ligging, nabij grote steden en natuur. De voorgenomen ontwikkelingen zijn in lijn met de toekomstvisie. De toekomstvisie is het vertrekpunt voor de nieuw op te stellen omgevingsvisie onder de nieuwe Omgevingswet. Centraal staan vijf opgaven op basis waarvan keuze voor de fysieke leefomgeving zullen worden gemaakt.

Doorgeven historisch Gouda Duurzame stedelijke ontwikkeling Prettig woon- en leefklimaat bevorderen Gezondheid stimuleren Sterke economie en regionale positie behouden Voor wat betreft de ontwikkeling van de Spoorzone zal de lijn worden gevolgd van het Ontwikkelperspectief Spoorzone 2020. 4.5.2

Ruimtelijke structuurvisie Gouda 2005 - 2030

De structuurvisie geeft een kader aan toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen in de stad en de Zuidplaspolder, zal de functie van Gouda als regionale verzorgingskern binnen het Groene Hart afzwakken en zal de stad steeds meer onderdeel worden van de Zuidvleugel van de Randstad. Binnen deze veranderende regionale positie en context, heeft de gemeente specifieke opgaven en uitgangspunten benoemd. De opgaven die de gemeente heeft gesteld, zijn: de binnenstad vitaal houden; versterken van de regiofunctie; verbeteren van de ontsluiting en de bereikbaarheid; realiseren van voldoende gedifferentieerde en aantrekkelijke woonmilieus; ontwikkelen van stedelijke knooppunten; voldoende werkgelegenheid/economisch perspectief; benutten van de groene omgeving; versterken van het leefklimaat in de wijken; optimaliseren van de milieukwaliteit. De opgaven hebben geleid tot een aantal uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling van Gouda. Deze uitgangspunten leggen de basis voor de plankaart 2020 en een visiekaart 2030. De uitgangspunten zijn opgebouwd in een viertal stappen: 1. investeren in de bestaande stad; 2. ontwikkelen van stedelijke knooppunten; 3. (voor)investeren in infrastructuur; "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

33 4. brug naar de Zuidplas. Bij elke stap zijn uitgangspunten ofwel ambities geformuleerd voor de toekomst.

Betekenis voor het bestemmingsplan Een van de ruimtelijke uitgangspunten is het ontwikkelen van stedelijke knooppunten, waarbij de Spoorzone (samen met de binnenstad) wordt gezien als één van de drie Goudse knooppunten. De ontwikkeling van de Spoorzone is opgenomen als stedelijk (sleutel)project ten behoeve van wonen, werken en voorzieningen, zoals de ontwikkeling van kantoren en een centrum stedelijk woonmilieu. Ook de herprofilering van de Burgemeester Jamessingel en de ontwikkeling van de RijnGouweLijn tot een lightrailverbinding met meerdere haltes in het plangebied is hierin opgenomen. De RijnGouweLijn is inmiddels komen te vervallen.

Afbeelding uitsnede visiekaart Ruimtelijke Structuurvisie Gouda 2005-2030

Voor de gemeente Gouda is een Omgevingsvisie in ontwikkeling, die volgens planning in de 2e helft van 2021 zal worden vastgesteld. Centraal staan vijf opgaven op basis waarvan keuze voor de fysieke leefomgeving zullen worden gemaakt. 1. 2. 3. 4. 5.

Doorgeven historisch Gouda Duurzame stedelijke ontwikkeling Prettig woon- en leefklimaat bevorderen Gezondheid stimuleren Sterke economie en regionale positie behouden

De huidige stand van zaken en (in de 2e helft van 2021) de vastgestelde Omgevingsvisie zijn te vinden op https://omgevingsvisie.gouda.nl. Voor wat betreft de ontwikkeling van de Spoorzone zal de lijn worden gevolgd van het Ontwikkelperspectief Spoorzone 2020 (zie 4.5.5.3) Het bestemmingsplan Burgemeesterkwartier Gouda maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe van sociale en middeldure huurwoningen en koopwoningen. Dit sluit aan bij het centrum-stedelijke woonmilieu dat in de "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

34 Ruimtelijke Structuurvisie als ambitie is uitgesproken. Hiermee is het bestemmingsplan in lijn met provinciale en gemeentelijke beleid. De wijze waarop dit programma in dit plan wordt geborgd is opgenomen in paragraaf 6.1en artikel 8.2 Bouwregels. 4.5.3

Mobiliteit

Mobiliteitsplan 2017-2026 In het Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026 'Stad in Beweging' (vastgesteld 2017) heeft de gemeente haar visie op de mobiliteit in de gemeente verwoord. In het Mobiliteitsplan is ingegaan op de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van alle vormen van vervoer. De compacte structuur met de historische binnenstad geven Gouda haar charme en kwaliteiten. Anderzijds betekent het dat grote ingrepen om het gemotoriseerde verkeer anders af te wikkelen nauwelijks mogelijk zijn. Dat levert zelfs beperkingen op voor het fietsverkeer. Gouda moet het doen met de begrenzingen die deze stad oplegt. De gemeente streeft naar een goede verdeling tussen de (verkeers)ruimte voor het langzame en het gemotoriseerde verkeer. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is daarbij een belangrijke opgave, net als het voorkomen van verkeersoverlast. In onderstaande figuur is het wensbeeld van het wegennet opgenomen. Te zien is dat in en rond het plangebied diverse hoofdwegen (stadsstraten en stadswegen) liggen, die moeten zorgen voor een goede bereikbaarheid van Gouda.

Afbeelding wegennet (Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026)

De uitdaging zit in het voorkomen dat het wegennet volstroomt en hierdoor de bereikbaarheid afneemt. Daarom zal elke ontwikkeling die verkeersgeneratie met zich meebrengt zorgvuldig getoetst worden. In het mobiliteitsplan 2017-2026 is een herziening van de parkeernormen aangekondigd, teneinde deze te actualiseren en meer maatwerk en flexibiliteit te bieden. Het is dus mogelijk dat binnen de looptijd van dit bestemmingsplan het gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ wijzigt. In dat geval geldt de nieuwe beleidsregel en dient getoetst te worden aan de inhoud van de dan geldende parkeernormen. Bij het zoeken en vinden van oplossingen voor parkeervraagstukken hanteert het mobiliteitsplan de "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

35 volgende principes: eerst benutten (onder andere private parkeerplaatsen, meer deelauto's), verdelen (parkeerregulering) en beprijzen (differentiëren en betalen naar gebruik); daarna pas bouwen (als dat past binnen een structureel sluitende parkeerexploitatie en meerwaarde biedt voor de kwaliteit van de openbare ruimte); zorgen voor een (door de jaren heen) structureel sluitende gemeentelijke parkeerexploitatie; zorgen voor nieuwe parkeervoorzieningen die moeten bijdragen aan het verbeteren van de woonomgeving (minder overlast maar ook meer ruimte voor andere functies) en aan het versterken van het historische stadsbeeld in de binnenstad. Betekenis voor het bestemmingsplan Het nieuwe bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. De verbreding van de gebruiksmogelijkheden met de woonfunctie kan tot een andere parkeerbehoefte leiden. In paragraaf 3.2.4 is het aspect mobiliteit in relatie tot het plan nader toegelicht. In de regels van de bestemming is als voorwaarde opgenomen dat bij het bouwen op grond van de ter plaatse geldende bestemming moet worden voorzien in voldoende auto- en fietsparkeergelegenheid in het plangebied en/of de directe omgeving. Vanuit het aspect mobiliteit is geen beperking voor het bestemmingsplan.

In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels. 4.5.4

Economie

4.5.4.1 Economische Visie Gouda 2005-2010 ''Aantrekkelijk ondernemen - Veelzijdige werkgelegenheid'' Deze visie is inmiddels verouderd. De gemeente heeft geen overkoepelende economische visie, maar diverse functionele visies, waaronder een winkelvisie, horecavisie, bedrijventerreinvisie etc. 4.5.4.2 Economische Agenda Gouda 2018 - 2020 Met name de aanpak van (kantoren)leegstand vraagt de komende jaren nadrukkelijk de aandacht. Een grote prioriteit binnen dit thema ligt de komende twee jaar bij de revitalisering van Goudse Poort. Doel is de kantorenleegstand te verminderen en de werkgelegenheid en vitaliteit van het gebied te verbeteren. Daartoe is in 2017 een Ontwikkelstrategie Goudse Poort opgesteld. 4.5.4.3 Goudse Poort ontwikkelstrategie (2017) In de huidige situatie zijn voorheen en nog deels hoogwaardige kantoren gericht op de zakelijke en financiële dienstverlening gevestigd. Met name voor grote kantoorhoudende ondernemingen met een hoofd- of regiofunctie: De leegstand geeft een indicatie dat grote ondernemingen op het gebied van zakelijke en financiële dienstverlening zich niet meer vestigen in Goudse Poort. Dit is ook te zien aan de bedrijven die binnen de Goudse Poort verhuizen, deze met name zakelijke dienstverleners dalen in het aantal arbeidsplaatsen.

De bedrijven die naar de Goudse Poort verhuizen zijn veelal kleine ondernemingen die niet of nauwelijks groeien in arbeidsplaatsen. Met het oog op de toekomst is het daarom ook nodig om het aanbod te verkleinen. In de strategie is beschreven dat de zuidoosthoek van de Goudse Kantoor kansen biedt om incourant bedrijfsvastgoed te vervangen door woningbouw. Het zuidoosten van de Goudse Poort heeft momenteel geen woonkwaliteiten, maar ligt wel goed gepositioneerd ten opzichte van bestaande woongebieden. Er moeten woonkwaliteiten worden toegevoegd: voldoende woningen zodat er een zelfstandig woonmilieu ontstaat, toevoeging van groen, langzaam verkeer verbindingen, prettige overzichtelijke buitenruimte en een duidelijke en veilige oversteek van de Burgemeester van Reenensingel naar het Groenhovenpark, buurtwinkelcentrum en gezondheidscentrum. De planlocatie is aangeduid als potentiële locatie voor wonen. Aan de beoogde realisatie van een woonprogramma op de locatie is door het opstellen van het Ontwikkelperspectief Spoorzone invulling gegeven.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

36

4.5.4.4 Ontwikkelperspectief Spoorzone (2020) De gemeente stimuleert meervoudig ruimtegebruik binnen gebouwen en locaties, bijvoorbeeld door de inzet van plinten met bedrijvigheid en kleinschalige voorzieningen. Voor detailhandel en horeca geldt dat het toevoegen van de woningbouw vooral het draagvlak voor bestaande voorzieningen in en om de Spoorzone en de binnenstad moet versterken. De gemeente kijkt kritisch naar de meerwaarde van nieuwe winkels en horecavoorzieningen in het gebied. Voor ontwikkelingen van detailhandel boven de 2.000 m² moet advies aan de Adviescommissie Detailhandel van de Provincie Zuid-Holland worden gevraagd. De gemeente Gouda beschrijft haar beleid op het vlak van detailhandel in de Winkelvisie 2017-2025. Hierin staat bijvoorbeeld dat alleen in Westergouwe een grotere supermarkt kan worden toegevoegd. De komst van een supermarkt in de Spoorzone is dus niet mogelijk. De zogenaamde Perifere Detailhandel (PDV), detailhandel buiten de bestaande winkelgebieden, is vooral gewenst in de omgeving van de GO-stores op het westelijk deel van Goudse Poort. Ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen. Een passend aanbod van maatschappelijke voorzieningen is noodzakelijk om de Spoorzone te ontwikkelen tot een inclusieve wijk, die voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is.

Het gaat bijvoorbeeld om zorggerelateerde functies als huisartsen, fysiotherapie, tandartsen en apotheken. Dergelijke functies worden nadrukkelijk uitgenodigd om zich te vestigen binnen de Spoorzone, bijvoorbeeld in de plint van appartementengebouwen of als onderdeel van een kleinschalig voorzieningencluster. 4.5.4.5 Winkelvisie 2017-2025 Initiatieven voor vestiging van nieuwe detailhandel of transformatie van bestaande detailhandel worden door de gemeente getoetst aan deze winkelvisie. In de visie zijn onder meer de volgende keuzes aangegeven die relevant zijn voor het planvoornemen: Een nieuwe winkelvoorziening voor dagelijkse aankopen mag in Westergouwe gevestigd worden; Een derde kleinschalige (boodschappen) voorziening mag gevestigd worden in de binnenstad. Uit de winkelvisie komt naar voren dat de planlocatie in principe niet bedoeld is voor de vestiging van solitaire detailhandel in de vorm van een dagelijkse winkelvoorziening. De beoogde retail in het plangebied is van zeer beperkte omvang en daarnaast uitsluitend bedoelt als ondersteunende voorziening voor de nieuwe bewoners en voor het creëren van levendigheid. De retail is niet gericht op het bedienen van een groter verzorgingsgebied dan alleen het plangebied zelf.

Gelet op de beperkte omvang en het doel van de toevoeging van retail wordt niet verwacht dat dit een mogelijke economische bedreiging vormt voor het functioneren van het huidige winkelaanbod in de gemeente. De conclusie is dat het planvoornemen niet volledig aansluit op de beleidskeuzes zoals genoemd in de winkelvisie maar dat het wel te verantwoorden is dat op deze locatie retail wordt gevestigd. 4.5.4.6 Betekenis voor het bestemmingsplan Het nieuwe bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. In dit bestemmingsplangebied is het bestaande oppervlakte aan kantoren gemaximeerd overeenkomstig, zodat er niet meer kan komen. Er worden in het plangebied geen nieuwe kantoren gerealiseerd. In subparagraaf 4.4.1 is nader ingegaan op de benodigde kantoorreductie in de Spoorzone, ook in relatie tot het kantooraanbod op regionaal niveau. En door functiemenging mogelijk te maken, wordt getracht de locaties aantrekkelijker te maken en de binnenstedelijke ruimte optimaler te benutten. Daarbij is het gelet op de winkelvisie van belang dat er uitsluitend kleinschalige retail, ondersteunend aan het woonprogramma, wordt gevestigd. In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

37

4.5.5

Wonen

4.5.5.1 Woonvisie 2015-2020 De kracht van Gouda: aangenaam stedelijk wonen voor iedereen (9 december 2015) vormt het kader voor het woonbeleid in Gouda. De woningmarkt is continue aan verandering onderhevig. Gouda wil een aangename woonstad voor iedereen, nu en in de toekomst, zijn door haar unieke woonkwaliteit stedelijk en betaalbaar wonen rondom een historisch en levendig stadshart met een centrale ligging in de Randstad en de natuur binnen handbereik - te koesteren en waar mogelijk te versterken. In de woonvisie staan vijf thema's centraal: 1. 2. 3. 4. 5.

Woon- en leefkwaliteit in Gouda: wijken met toekomstwaarde; Kwaliteit bestaande woningen: duurzaam-energetisch, veilig en levensloopgeschikt; Wonen voor iedereen: betaalbaar, beschikbaar en toegankelijk; Optimale voorraad: versnelling en vraagsturing woningproductie; Wonen met zorg: een thuis voor kwetsbare groepen.

Per thema zijn de ambities en doelen benoemd en is beschreven hoe de gemeente deze wil bereiken. Deze thema's hebben ook effect op de ontwikkeling in de Spoorzone. 1. Wijken met toekomstwaarde a. Een aantrekkelijke en diverse woningvoorraad; b. Een mix van huur- en koopwoningen, waarbij 1/3e sociale huur en 2/3e overig wordt gehanteerd. 2. Woningen zijn duurzaam-energetisch, veilig en levensloopgeschikt a. Openbare inrichting op basis van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte op Plusniveau; b. Een verbetering van de energetische prestaties van de woningvoorraad, zodat het bijdraagt bij aan de doelstelling CO2-neutraal in 2040. 3. Een betaalbare, beschikbare en toegankelijke woningvoorraad. Daarbij willen we: a. Zoeken naar de juiste balans van betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van de huurwoningen; b. (Oudere) huurders verleiden om te verhuizen door aantrekkelijk (nieuwbouw)aanbod; c. Het aanbod van geliberaliseerde huurwoningen vergroten; d. Het topmilieu uitbreiden op locaties die zich daarvoor lenen. 4. De woningproductie versnellen en vraaggestuurd maken, door: a. Inspelen op de marktvraag; b. Diverse woningtypologieën aan te bieden; c. Samen met marktpartijen en corporaties kansrijke locaties voor de korte termijn aan te wijzen; d. Kansen voor woningbouw in leegstaand vastgoed te benutten; e.

De gemeente in te zetten als regisseur en toetser: prioriteiten duiden, aanjagen en waar mogelijk drempels wegnemen in regelgeving, tempo en vergunningen. 5. Een thuis voor kwetsbare groepen bieden: a. Aandacht voor ontmoetingslocaties en bereikbaarheid (maatschappelijke) voorzieningen; b. In elke wijk woningen voor kwetsbare groepen, o.a. voor ouderen en mensen met een functiebeperking. 4.5.5.2 Verstedelijkingsagenda (2018) Om de kansen en potentie van woningbouw in Gouda inzichtelijk te maken is in 2018 de Verstedelijkingsagenda vastgesteld. De agenda zet in op het faciliteren van de toenemende vraag naar stedelijk wonen in de randstad, in de omgeving van OV-knooppunten. Inclusief het huidige Goudse woningbouwprogramma kunnen tot 2040 in totaal 8.500 woningen binnenstedelijk worden gerealiseerd. Dit zijn over de hele periode ruim 3.000 woningen meer dan is vastgelegd in de huidige regionale woningbouwafspraken. Rekening houdend met de beschikbaarheid van terreinen en complexiteit van de realisatie, kan de woningproductie als volgt worden gefaseerd: Periode 2017-2024: 4.500 woningen; "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

38 Periode 2025-2029: 2.000 woningen; Periode 2030-2039: 2.000 woningen. Gemeente Gouda wil vooruit met de ontwikkeling en transformatie van de Spoorzone. Het gebied dat voorheen vooral het karakter van kantoorlocatie had, is nu concreet in beeld voor woningbouw. Deze ambitie sluit aan bij de principes van transit-oriented development en slim ruimtegebruik. De ontwikkelingen hebben mede tot doel om de positie van station Gouda als OV-knooppunt voor de regio Midden-Holland te versterken. Het is de wens om circa 1.000 woningen in de Spoorzone en omgeving te realiseren. De Spoorzone als inclusieve wijk met een aanbod aan woningen voor elke portemonnee. De leidende ambitie van dit ontwikkelperspectief is om voor 2025 duizend nieuwe woningen te realiseren in de Spoorzone. In de jaren erna kunnen er wellicht nog extra woningen worden gerealiseerd. Dit biedt de kans om nieuwe woningtypen toe te voegen aan de Goudse woningmarkt en groepen te huisvesten die in Gouda op dit moment moeilijk aan een woning komen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om betaalbare woningen voor jongeren. Daarnaast is er behoefte aan specifieke woonconcepten die aantrekkelijk zijn voor oudere Gouwenaren, die op dit moment nog in een eengezinswoning wonen. Zo ontstaat doorstroming op de woningmarkt.

Om voldoende aanbod van betaalbare woningen te garanderen, geldt binnen Gouda de eis dat bij elke nieuwbouwontwikkeling een derde sociale huur moet worden gerealiseerd. Om de Spoorzone voor verschillende doelgroepen aantrekkelijk te maken is het ook belangrijk dat er een gevarieerd aanbod wordt gerealiseerd. Aanbod waarin naast appartementen bijvoorbeeld ook ruimte is voor stedelijke vormen van eengezinswoningen voor gezinnen die graag dicht bij het stadscentrum en het station willen wonen. De gemeente stuurt hier binnen de woonmilieus met grotere deellocaties actief op. Naast de gewenste woningbouw blijft er binnen de Spoorzone ook ruimte voor de huisvesting van kantoren en voorzieningen. Waar mogelijk stimuleert de gemeente ook multifunctioneel ruimtegebruik op gebouwniveau, bijvoorbeeld door de huisvesting van bedrijven of maatschappelijke organisaties in de plint van een gebouw. In de regionale woningbouwprogrammering wordt een passende voorraad beoogd die aansluit op de ruimte die binnenstedelijk er is. 4.5.5.3 Ontwikkelperspectief Spoorzone Gouda (2020) 4.5.5.4 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland In de Regionale Agenda Wonen (RAW) (regio Midden-Holland) is als belangrijke kwaliteit van de regio de diversiteit benoemd. Het behoud en versterken van de verschillende woonmilieus binnen de regio is een belangrijke ambitie.

Met de woningbouw in de Spoorzone wil gemeente Gouda het bestaande gemengd stedelijk gebied uitbreiden. Het aanbod is een stedelijk woonmilieu met goede voorzieningen in de buurt en gericht op gebruik van het OV. Uit de Woningmarktverkenning 2017-2030 volgt dat van de totale behoefte aan 4.813 woningen (in de periode 2017-2030), 3.152 woningen (65%) betrekking heeft op het woonmilieu Buiten-centrum en 1.474 woningen (31%) op het woonmilieu Groen-stedelijk. Binnen de regio Midden-Holland is de Spoorzone van Gouda de enige locatie waar op grote schaal aan deze vraag kan worden voldaan. Ook uit de Grote Omgevingstest Zuid-Holland (2018) blijkt in Gouda een toenemende behoefte aan appartementen en aan woningen in een stedelijk woonmilieu.

Voor wat betreft de regionale programmering van de woningbehoefte is de regio Midden-Holland in het verlengde van de RAW met de provincie in gesprek over een flexibeler programmeringsmethodiek. De regio wil daarmee kunnen inspelen op een snel en continu veranderende markt. Voor de Spoorzone zijn 1.000 woningen opgenomen in Blok I in de meest actuele versie van de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) Midden-Holland die aan de provincie is aangeboden door de regio Midden-Holland. De Spoorzone wordt hierin gezien als een plan met bovenregionale kwaliteit, ondermeer vanwege het hier te realiseren stedelijk woonmilieu nabij een HOV-knooppunt. Daarbij is de realisatie van 30% sociale huur een belangrijk uitgangspunt. Plannen met bovenregionale kwaliteit zijn in de ogen van de provincie plannen die liggen in het invloedsgebied van Stedenbaan(plus)trein / "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

39 lightrailstations. 4.5.5.5 Betekenis voor het bestemmingsplan Met het Ontwikkelperspectief Spoorzone is rekening gehouden met de uitgangspunten uit de Goudse Woonvisie en de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland (RAW). Het programma voor de locatie Burgemeesterkwartier Gouda dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt, volgt uit het Ontwikkelspectief. Met een centrumstedelijke woonmilieu nabij een OV-knooppunt en met veel stedelijke voorzieningen op loopafstand (zoals stadscentrum, ziekenhuis en bioscoop) is sprake van een unieke kwaliteit binnen de regio. Het programma van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone (en daarmee ook de planlocatie) is onderdeel van de Verstedelijkingsagenda en biedt een binnen de regio uniek en onderscheidend woonmilieu. Zowel kwantitatief als kwalitatief wordt het woonprogramma als passend bevonden in de aanwezige behoefte. Het ontwikkelperspectief in relatie tot de beoogde woningbouwontwikkeling is ook nader toegelicht in paragraaf 3.1. Het programma voor de Spoorzone dient te voldoen aan de uitgangspunten uit de Woonvisie, waaronder de verhouding in het programma aan sociale huur en middeldure huur. Deze uitgangspunten worden op gebiedsniveau bewaakt. Voor de planlocatie is onder meer een programma aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen voorzien. Het programma is nader toegelicht in subparagraaf 3.2.3 Het programma.

In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels. 4.5.6

Horecanota 2008-2017 ''Eten, drinken en overnachten in Gouda''

Op 2 april 2008 is de horecanota 2008-2017 'Eten, drinken en overnachten in Gouda' vastgesteld. Met de horecanota is gevolg gegeven aan de wens om meer duidelijkheid te geven voor ondernemers, bezoekers en bewoners over de ontwikkelingsmogelijkheden en gebieden van de horeca. Met de horecanota is de input gegeven voor het opstellen van de regeling van de horeca in bestemmingsplannen, waarin in ruimtelijke zin ontwikkelingsmogelijkheden en beleidsuitgangspunten inzichtelijk worden gemaakt. Tevens biedt het een toetsingskader (beleidsregels) voor diverse initiatieven. De horecanota richt zich met name op de binnenstad, maar ook voor de overige gebieden worden beleidsuitspraken gedaan.

De hoofddoelstelling voor de horeca is in de horecanota als volgt geformuleerd: “Gouda wil meer inzetten op de economische en maatschappelijke potentie van horeca, zonder de balans met de leefbaarheid en het woonklimaat van de binnenstad uit het oog te verliezen.” Daarnaast zijn de volgende subdoelen geformuleerd: Verhogen van de bestedingen en verlengen van de verblijfsduur in de horeca en andere vrijetijdssectoren (detailhandel, toerisme, cultuur, vermaak); Ruimte bieden voor realisatie van een aantrekkelijk horeca-aanbod dat aansluit bij de wensen van consumenten; Ruimte bieden voor dynamiek in de horeca sector met voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor ondernemers; Versterken van de werkgelegenheid in de horeca en gerelateerde vrijetijdssectoren. Gouda kiest voor de inzet van verschillende instrumenten om sturing te geven aan de gewenste horecaontwikkeling. Het bestemmingsplan is daarbij het belangrijkste instrument voor de regulering van de horeca. In de nieuwe bestemmingsplannen is er ruimte voor nieuwe initiatieven. Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument voor de regulering van de horeca. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd waar de vestiging van horeca is toegestaan en waar niet. Tevens kunnen in het bestemmingsplan regels worden opgenomen over het aantal en het soort horeca-inrichtingen dat in een bepaald gebied is toegestaan.

De primaire afweging voor het vestigen van horeca vindt dus plaats in het bestemmingsplan. De exploitatievergunning op basis van de APV is daarbij volgend en richt zich uitsluitend op de openbare orde en veiligheid. Bij het beoordelen van de exploitatievergunning wordt weliswaar rekening gehouden met het woon- en leefklimaat, maar ook op dat onderdeel is het bestemmingsplan het belangrijkste toetsingskader. De wijze van bestemmen in de geldende bestemmingsplannen houdt kort gezegd in dat alle "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

40 horecabedrijven specifiek zijn aangegeven (hetzij via een aanduiding binnen de bestemming, hetzij via een specifieke bestemming) en dat nieuwvestiging elders in principe niet is toegestaan. In de nieuw op te stellen bestemmingsplannen komt er ruimte voor nieuwe initiatieven. Dit kan door: Meer afwijkingsmogelijkheden op te nemen binnen de bestemming horeca, waarbij gebruik wordt gemaakt van de horecacategorieën. Daarbij kunnen onder bepaalde voorwaarden andere horecacategorieën toegestaan worden om daarmee functiewisselingen, die passen binnen de horecanota, mogelijk te maken; Bieden van afwijkingsmogelijkheden binnen andere (gemengde) bestemmingen op te nemen, waarbij onder bepaalde voorwaarden een verruiming van de horecacategorieën wordt toegestaan; Wijzigingsbevoegdheden opnemen binnen andere bestemmingen voor horecacategorieën die passen binnen het horecabeleid, waarmee het aantal horecabedrijven kan toenemen.

Betekenis voor het bestemmingsplan De regels voor horeca zijn afgestemd op het gebiedsprofiel voor het Spoorzonegebied. Het nieuwe bestemmingsplan maakt maximaal 250 m2 bvo horeca mogelijk van categorie I. Categorie I zijn horecabedrijven die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen (winkelondersteunende horeca). In het bedrijf worden overwegend niet ter plaatse bereide kleine etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank verstrekt. Denk aan lunchrooms, koffie- en theehuizen en ijssalons. In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

41

4.5.7

Nota Hoogbouw

De gemeente Gouda geeft in deze nota haar visie op hoogbouw. De nota is vastgesteld in 2005. In de nota zijn randvoorwaarden geformuleerd die bestaande kwaliteiten waarborgen en een toetsingskader bieden voor nieuwe plannen. Vanuit verschillende perspectieven en schaalniveaus (regio, stad en wijk) geeft de nota Hoogbouw op basis van stedenbouwkundige argumenten en een eerste maatschappelijke notie, een samenhangend beeld van de mogelijkheden voor hoogbouw in Gouda. Op de zoneringskaarten geeft de nota aan waar hoogbouw binnen Gouda denkbaar is. In de zones waar dat van toepassing is, worden maximale bouwhoogtes gegeven. Omdat iedere plek zijn eigen specifieke kenmerken heeft, zijn de randvoorwaarden waaraan de hoogbouw dient te voldoen, omschreven in de vorm van algemene aandachtspunten. De functie van de nota Hoogbouw als toetsingsinstrument zal met name tot uitdrukking komen in die gevallen waar er voor de gemeente de mogelijkheid en ruimte is om te sturen in de ruimtelijke ontwikkeling van een plek of gebied. Hiervan is sprake als de gemeente eigenaar is van de grond of als medewerking aan een initiatief wordt verleend buiten de kaders van het geldende bestemmingsplan in de vorm van een vrijstelling of een herziening van het bestemmingsplan. In die gevallen geeft de gemeente via maatwerk randvoorwaarden aan waarbinnen een ontwikkeling tot stand mag komen.

Als vanuit het programma en de stedenbouwkundige inpassing van dat programma in de wijk hoogbouw tot de mogelijkheden behoort, dan geeft de nota Hoogbouw daarvoor de bijzondere randvoorwaarden ten aanzien van de bouwhoogte en de bijbehorende condities voor de inpassing op het maaiveld.

Afbeelding uitsnede gecombineerde kaart Nota Hoogbouw, plangebied is blauw omcirkelt

Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied ligt in een zone waar de Nota Hoogbouw als maximale bouwhoogtes 50 meter tot 70 meter aangeeft. De hoogtes die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt (variërend van 10 meter tot 50 meter (hoogteaccenten)) passen bij de uitgangspunten van de Nota Hoogbouw voor de Spoorzone. In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels.

"Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

42

4.5.8

Structuurvisie Groen Gouda

Op 6 maart 2019 heeft de gemeenteraad van Gouda de Structuurvisie Groen vastgesteld, als uitwerking van de notitie ‘Groen, groener, Gouda’. Gouda vindt het belangrijk dat er in het algemeen voldoende groen in de stad beschikbaar is. Uitgangspunt is dat bouwende partijen het aanwezige groen behouden en ook nieuw groen aanleggen. Indien een projectontwikkelaar aanwezig groen niet behoudt of onvoldoende nieuw groen aanlegt, moet er financieel gecompenseerd worden door storting van een bijdrage in het Groenfonds. Met de financiën uit dit fonds kan op een andere plek alsnog openbaar groen worden aangelegd. Om het stellen van randvoorwaarden bij planontwikkelingen mogelijk te maken, is een basis nodig in de vorm van een structuurvisie, die hier tevens in beleidsregels is uitgewerkt. De structuurvisie richt zich in hoofdzaak op openbaar gebied en niet op particuliere tuinen. De Structuurvisie Groen bestaat uit vijf beleidsregels, welke van toepassing zijn op planontwikkelingen met de activiteit bouwen waarbij de bouwsom minimaal € 100.000 bedraagt per plan. Het gaat om de volgende beleidsregels: 1. Beleidsregel 1: De oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden; 2. Beleidsregel 2: Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden; 3.

Beleidsregel 3: Als het niet haalbaar blijkt om binnen het projectgebied de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, dan is het mogelijk: a. binnen het projectgebied compenserende maatregelen te treffen tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen; b. de opgave voor openbaar groen te realiseren op andere locaties in dezelfde wijk als waarin het projectgebied ligt. Het te realiseren openbaar groen buiten het projectgebied dient binnen een jaar na oplevering van het projectgebied te zijn aangelegd. 4. Beleidsregel 4: Voor iedere niet gerealiseerde of gecompenseerde vierkante meter openbaar groen is een compensatiebijdrage aan de gemeente verschuldigd van € 250 per m2 (prijspeil 2019). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de Grond-, weg- en waterbouwindex uit het Meerjarenperspectief Grondexploitaties; 5. Beleidsregel 5: Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4, indien toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Betekenis voor het bestemmingsplan In het plangebied is geen bestaand openbaar groen of water en er zijn ook geen bomen in het plangebied. Voor de planontwikkeling geldt dat er een oppervlakte van ten minste 15% van het plangebied wordt ingericht als openbaar groen, dan wel als dit niet haalbaar is, wordt middels beleidsregel 3 een andere oplossing gezocht.

De groenstructuur rondom het plangebied, aan de overzijde van het plangebied aangrenzende watergangen, is aangewezen als ecologische structuur. Ten gevolge van het woningbouwplan op de locatie blijft deze structuur onaangetast. In paragraaf 6.1 is toegelicht hoe deze planinhoudelijke aspecten zijn meegenomen in de planregels. 4.5.9

Duurzaamheid

4.5.9.1 Beleid De rijksoverheid heeft de ambitie om in 2050 CO2-neutraal en klimaatbestendig te zijn. Gouda heeft als ambitie om dit in 2040 voor haar gemeente te bereiken. In Gouda zijn op gebied van duurzaamheid de volgende gemeentelijke beleidsstukken leidend: Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016 - 2019: 'Op weg naar een CO2-neutraal Gouda'; Motie van november 2017 over Energieneutraal bouwen in Gouda; Het Collegebesluit van juni 2018 over 'Aardgasvrije nieuwbouw Gouda'; "Burgemeesterkwartier Gouda" (vastgesteld)

43 De ambities die voor ontwikkelingen in de Spoorzone zijn geformuleerd. Begin 2018 heeft de gemeente het regionale convenant 2025 Energietransitie Midden-Holland ondertekend waarin de gezamenlijke doelstelling staat om 3,9 PJ energie te besparen en 4,9 PJ duurzame energie op te wekken. Aardgasvrij is inmiddels voor kleinverbruikers gebruikelijk sinds op 1 juli 2018 de wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) in werking is getreden. Deze wet regelt onder meer dat de aansluitplicht voor kleinverbruikers op het aardgasnet is vervallen. Daar netbeheerders alleen wettelijke taken uitvoeren, komt het erop neer dat zij kleinverbruikers (zoals woningen) niet meer aansluiten. Voor de Spoorzone is een energievisie opgesteld. Naar aanleiding daarvan is een onderzoek gedaan naar de geschiktheid van de bodem voor warmte- en koudeopslag. Voor het gebied is een Masterplan Warmte-Koudeopslag Spoorzone en Hamstergat (Witteveen+Bos, 2007) opgesteld met richtlijnen om te komen tot een betere afstemming van de verschillende WKO-bronnen in het gebied en een hogere efficiëntie ervan. 4.5.9.2 Ontwikkelingsperspectief Spoorzone De gemeente Gouda wil in de Spoorzone diverse duurzaamheidsmaatregelen in de praktijk brengen, zonder dat dat de haalbaarheid van de woningbouwontwikkeling in gevaar brengt.

In het Ontwikkelingsperspectief is een duurzaamheidsvisie beschreven, opgebouwd uit de thema's mobiliteit, energie, klimaatadaptatie, circulariteit en gezondheid. In paragraaf is het onderdeel duurzame mobiliteit beschreven. Hieronder is ingegaan op de ambities voor de thema's energie. Energie Voor het verwarmen van de gebouwde omgeving moeten we in de komende decennia overstappen van aardgas naar een duurzaam alternatief. Daarnaast moet elektriciteit duurzaam opgewekt gaan worden, bijvoorbeeld met behulp van zon en wind Deze energietransitie heeft impact op verschillende schaalniveaus. De gemeente wil in de Spoorzone graag in samenwerking met de betrokken marktpartijen aan de slag met een collectieve warmtesysteem en zal daar actief op sturen als het een haalbare optie blijkt. Het hogere doel van de Spoorzone is echter de versnelde realisatie van een woningbouwprogramma. Uitgangspunt is daarom wel dat de aanleg van het systeem de ontwikkeling van de woningbouw niet te veel mag vertragen. De betrokken marktpartijen van de deellocaties in de Spoorzone zullen dan ook bij de vervolgfase van dit onderzoek worden betrokken. Door de beoogde dichtheid van de nieuwbouwontwikkeling, de aard van de bebouwing in de omgeving en de barriërewerking van het spoor zijn in eerste instantie vooral de deellocaties aan de noordzijde van het spoor onderdeel van deze verkenning.

Ook op gebouw- en woningniveau heeft de energietransitie gevolgen. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwbouwwoningen voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). In het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2015-2019 van de gemeente is voor nieuwbouw de ambitie vastgelegd om duurzamer te bouwen dan in het bouwbesluit minimaal is voorgeschreven en woningen met een minimale score van 7,5 ('onderscheidend duurzaam') volgens het meetinstrument GPR-Gebouw te realiseren. Het streven is daarbij om zo snel mogelijk 'nul op de meter' te gaan bouwen en toe te werken naar een GPR-score van 8 ('hoog niveau van duurzaamheid'). Met GPR worden op gebouwniveau prestaties op het gebied van duurzaamheid en toekomstgericht bouwen gemonitord. De GPR werkt met rapportcijfers op de volgende thema's: energie, milieu, gebruikerskwaliteit, toekomstwaarde en gezondheid. 4.5.9.3 Plan Burgemeesterkwartier Voor de plantoelichting op dit onderdeel wordt verwezen naar Bijlage 3 Plantoelichting duurzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=3d9ba7ab-1bbb-4d22-a592-93bf69ecc3a3