Bijlage 4 Toelichting
Tekst van het document
Naast een visie op de beeldkwaliteit van toe te passen bebouwing (kleinschalig, sober, industrieel), zou daarin ook de terreinstructuur en in het bijzonder de open ruimtes op hoofdlijnen vastgelegd kunnen worden. Balkengat Hoewel de Hollandsche IJssel de belangrijkste aanvoerroute voor de benodigde grondstoffen was, is behoudens een in omvang vrij beperkte losplaats, nooit een intensieve relatie tussen het terrein van Koudasfalt N.V. en de rivier geweest. Anders is dat bij het oostelijke deel van het terrein. Het hier aanwezige balkengat van N.V. Houthandel en Stoomzagerij ‘De Hoop’ nam vanaf de vroege twintigste eeuw een steeds belangrijker plaats in binnen het terrein en fungeerde zo als een binnenhaven vanaf de Stolwijksevaart. Hoewel het balkengat in de huidige situatie in het geheel niet meer herkenbaar is, zou dit bijzondere ruimtelijke object en historisch industrieel fenomeen wel tot inspiratie kunnen dienen bij toekomstige ontwikkelingen. Zelfs het weer (deels) in ere herstellen van het balkengat zou een meerwaarde kunnen bieden voor de ontwikkeling van het terrein, mits dit niet ten koste gaat van nog in-situ behouden historische elementen of structuren. 5.5.3
Conclusie
Vanuit het aspect erfgoed zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen. In de regels is de Waarde - Archeologie opgenomen voor gebieden met een hoge archeologische (verwachtingswaarde). Hier mag pas gebouwd worden als daarvoor een monumentenvergunning is verleend, waarbij getoetst wordt aan de Verordening inzake monumenten en archeologie. Daarnaast is ter plaatse van de 'Lange Arm'de specifieke bouwaanduiding -karakteristiek waardevol bouwwerk opgenomen die regelt dat de uitwendige hoofdvorm van de karakteristieke bouwwerken, geen "Goudasfalt" (vastgesteld)
53 gebouwen zijnde, moet worden gehandhaafd.
5.6
Ecologie
Toetsingskader Om natuurwaarden in Nederland te beschermen gelden de landelijke wetten: de Wet natuurbescherming (Wnb), Spoedwet Aanpak Stikstof (SAS) en de Wro (Natuurnetwerk Nederland). Deze wetgeving is voor een deel verwerkt in provinciaal beleid, te weten: Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland (2019); natuurbeheerplan 2020 en de beleidsregels stikstof voor de vergunningverlening van de Provincie. Wet natuurbescherming (Wnb) Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) van kracht. De wet maakt onderscheid tussen gebieds-, soorten- en houtopstandenbescherming. Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe“. Dit betekent dat de genoemde bepalingen in de Wnb verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming wordt verleend door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. Onder de Wnb zijn gedeputeerde staten van provincies bevoegd gezag voor ontheffing- of vergunningverlening. In de provincie Zuid-Holland is de Omgevingsdienst Haaglanden belast met de vergunningverlening, terwijl Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid de toezichtsen handhavingstaken uitvoert voor de Wnb.
Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming bevat instrumenten om op basis van effectstudies activiteiten in en rondom Natura 2000-gebieden af te wijzen, dan wel toe te staan op basis van een melding of een vergunning. In artikel 2.7 staat dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De wet schrijft verder voor dat onder voorwaarden een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelen van dat gebied. voor het voornemen noodzakelijk is (artikel 2.8). In een eventueel verkregen vergunning zijn aan handelingen die een negatief effect hebben op een Natura 2000-gebied voorwaarden verbonden om schade aan natuurwaarden te voorkomen en te compenseren. Het uitvoeren van een passende beoordeling kan ook leiden tot het opstellen van een planmer bij het doorlopen van een planologische procedure. Soortenbescherming In de wet zijn verbodsbepalingen opgenomen ten aanzien van beschermde flora en fauna.
Activiteiten waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, dienen voorkomen te worden, bijvoorbeeld door het treffen van mitigerende maatregelen of het werken met een goedgekeurde gedragscode. Indien dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alléén toegestaan met een ontheffing van het bevoegd gezag, de gedeputeerde staten van de provincies. Een mitigatieplan of ontheffing dient in het bezit te zijn voorafgaand aan de start van de uitvoeringsfase. Bij de plantoets voor een bestemmingsplan dient aannemelijk te worden gemaakt met ecologisch onderzoek, dat een eventuele ontheffingsaanvraag voldoende onderbouwd kan worden en verwacht mag worden dat de ontheffing wordt verleend door het bevoegd gezag. Voor enkele soorten is een vrijstelling verleend bij de uitvoering van handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud. Deze soorten staan opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Zorgplicht In aanvulling op bovenstaande bevat de Wnb de “zorgplicht”, die stelt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor beschermde gebieden, flora of fauna veroorzaakt, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. Stikstofregelgeving Het wettelijk instrument om stikstofdepositie te reguleren is de in december 2019 ingevoerde Spoedwet "Goudasfalt" (vastgesteld)
54 Aanpak Stikstof (SAS). De provincie Zuid-Holland heeft in december 2019 nieuwe beleidsregels vastgesteld. Bij een toename van stikstof worden (met uitzondering van enkele woningbouwprojecten) niet langer vergunningen verleend. Een toename van stikstof kan alleen worden vergund als intern of extern met een andere stikstofbron kan worden gesaldeerd. Voor extern salderen met veehouderijen worden later in 2020 nadere regels gesteld door het Rijk. Vooralsnog is extern salderen alleen met andere bedrijfscategorieën mogelijk. Toetsing Ten behoeve van de uitwerkingsplicht van het bestemmingsplan is er een stikstofonderzoek (bijlage 4) uitgevoerd. Daarnaast is er een Quickscan Flora en Fauna opgesteld, deze is opgenomen in bijlage 5. In de ecologische quickscan is onderzocht of het voornemen in het kader van natuurwetgeving redelijkerwijs uitvoerbaar is. Daarnaast is een stikstofberekening uitgevoerd om te beoordelen of het initiatief stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. Hieronder is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste resultaten, die invloed hebben op de uitwerkingsplicht van het bestemmingsplan. Gebiedsbescherming De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wnb, onderdeel gebiedsbescherming.
Gezien de lokale omvang van het plangebied en de aard van het voornemen worden negatieve effecten door fysieke aantasting en externe werking door trilling, geluid of een verhoogde aanwezigheid en beweging van mensen en verkeer op Natura 2000-gebieden niet verwacht. Het meest nabijgelegen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt naast het terrein van Goudasfalt. Belangrijk weidevogelgebied ligt op ongeveer 1,9 kilometer afstand van het plangebied. In verband met de aanwezigheid van de NNN op zeer korte afstand wordt aanbevolen om tijdens toekomstige werkzaamheden en evenementen afdoende rekening te houden met de aanwezigheid van NNN. Enkele aandachtspunten daarbij zijn: voorkomen van nachtelijk gebruik van bouwlampen en/of verlichting tijdens evenementen richting het NNN gebied en de watergang; voorkomen van grote verstoring (bijvoorbeeld heien en meerdaagse festivals met harde muziek) in het broedseizoen; voorkomen van verstoring door rekening te houden met aan- en afvoerroutes, deze niet langs het NNN gebied laten lopen; voorkomen van beschadiging van beschermde elementen zoals houtwallen binnen NNN. Indien werkzaamheden direct aan de oeverkant zijn voorzien, dan moet hierover vooraf met de provincie contact worden opgenomen.
Om te beoordelen of sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, als gevolg van het voorgenomen initiatief, is een stikstofberekening uitgevoerd in het programma Aerius Calculator. Het nabij gelegen Natura 2000-(deel)gebied Polder Stein is op het moment van het schrijven van deze milieuparagraaf nog niet als stikstofgevoelig aangewezen. Het is wel de verwachting dat dit zal gebeuren, daarom is hiermee nu al rekening gehouden in de stikstofberekening. Stikstof Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie ten gevolge van de ontwikkeling van Goudasfalt, deze is bijgevoegd in bijlage 4. In het onderzoek is de stikstofdepositie berekend met de AERIUS-Calculator (versie oktober 2023) Uit de berekening blijkt dat er geen toename aan stikstofdepositie wordt veroorzaakt op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarnaast zijn rekenpunten geplaatst op Natura 2000-(deel)gebied Polder Stein, dat als stikstofgevoelig aangewezen gaat worden. Uit deze berekening blijkt eveneens dat er geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op dit Natura 2000-(deel)gebied. Soortenbescherming "Goudasfalt" (vastgesteld)
55
Broedvogels Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Wel kunnen algemene broedvogels op de locatie tot broeden komen. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels wordt grotendeels voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (dat loopt van 15 maart tot 15 juli) uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn (en geen jaarrond beschermde nesten), is overtreding van de wet niet aan de orde. Als de werkzaamheden toch tijdens deze periode uitgevoerd moeten worden dan kan een ecoloog kort van tevoren een broedvogelinspectie uitvoeren. Indien er geen nesten waargenomen worden tijdens deze inspectie kunnen de werkzaamheden daarna uitgevoerd worden. Vleermuizen Op basis van alleen een quickscan kan niet worden uitgesloten dat de aanwezige gebouwen in gebruik is als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen. Op dit moment zijn er geen ontwikkelingen voorzien aan de bestaande bebouwing. Als werkzaamheden aan gebouwen uitgevoerd worden kan een nader onderzoek naar vleermuizen nodig zijn. Dit moet per geval bekeken worden. Verder moet rekening gehouden worden met geluid- en lichtoverlast door evenementen langs de oeverkant. Indien verstoring niet voorkomen kan worden, dan moet nader onderzoek uitgevoerd worden.
Mogelijk moet dan een mitigatieplan opgesteld worden en ontheffing worden aangevraagd. Vissen Er is geen geschikt water voor (beschermde) vissen aanwezig in het plangebied. Om het plangebied heen is wel water aanwezig waar beschermde vissen in aanwezig kunnen zijn. Indien in de toekomst plannen zijn om aan de waterkant activiteiten uit te voeren, moet beoordeeld worden of beschermde soorten geschaad kunnen worden. Algemene zorgplicht De aanwezigheid van niet strikt beschermde soorten of vrijgestelde soorten, zoals egels, of muizen, niet uit te sluiten valt. De soorten vallen onder de algemene zorgplicht waarin aangegeven wordt dat ze niet opzettelijk te doden. Om de schade te minimaliseren voor deze soorten wordt aangeraden om bij evenementen of werkzaamheden de locatie niet volledig af te sluiten. Dit zodat soorten de kans krijgen om via een uitvluchtroute te ontsnappen en niet omsingeld raken. Conclusie Gebiedsbescherming Ten aanzien van Natura 2000-gebieden (stikstof wordt hieronder apart behandeld) en belangrijk weidevogelgebied is schade voldoende uitgesloten. Direct naast het plangebied is Natuurnetwerk Nederland gebied gelegen. Bij toekomstige werkzaamheden en evenementen moet afdoende rekening gehouden worden met de aanwezigheid van NNN.
Enkele aandachtspunten daarbij zijn: voorkomen van nachtelijk gebruik van bouwlampen en/of verlichting tijdens evenementen richting het NNN gebied en de watergang; voorkomen van grote verstoring (bijvoorbeeld heien en meerdaagse festivals met harde muziek) in het broedseizoen; voorkomen van verstoring door rekening te houden met aan- en afvoerroutes, deze niet langs het NNN gebied laten lopen; voorkomen van beschadiging van beschermde elementen zoals houtwallen binnen NNN. Indien werkzaamheden direct aan de oeverkant zijn voorzien, dan dient hierover vooraf met de provincie contact te worden opgenomen. Stikstof "Goudasfalt" (vastgesteld)
56
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd met de AERIUS-Calculator (versie oktober 2023) (zie bijlage 4). Uit het stikstofonderzoek blijkt dat het huidige gebruik niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarnaast zijn rekenpunten geplaatst op Natura 2000-(deel)gebied Polder Stein, dat als stikstofgevoelig aangewezen gaat worden. Uit deze berekening blijkt eveneens dat er geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op dit Natura 2000-(deel)gebied. Soortenbescherming Uit de Quickscan Flora en Fauna blijkt dat er enkele aandachtspunten zijn om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Dit betreft: Vogels: Werk buiten het broedseizoen (dat loopt van 15 maart tot 15 juli). Als de werkzaamheden toch tijdens deze periode uitgevoerd moeten worden dan kan een ecoloog kort van tevoren een broedvogelinspectie uitvoeren. Indien er geen nesten waargenomen worden tijdens deze inspectie kunnen de werkzaamheden daarna uitgevoerd worden. Bij evenementen kan het nodig zijn om opgaande begroeiing en oevers van de Hollandsche IJssel te ontzien. Afhankelijk van de aard, omvang en duur van een activiteit of evenement kan het nodig zijn om vooraf een broedvogelcontrole uit te voeren door een deskundig ecoloog.
Vissen: Indien activiteiten aan de waterkant uitgevoerd worden, moet beoordeeld worden of beschermde soorten geschaad kunnen worden. Vleermuizen: Als werkzaamheden plaatsvinden aan de huidige bebouwing, dan is moet onderzocht worden of vleermuisverblijfplaatsen geschaad worden. Verder moet verstoring door licht en geluid aan de oever voorkomen worden tussen zonsondergang en zonsopkomst om te voorkomen dat de mogelijke vliegroute verstoord. Denk hierbij ook het gebruik van lampen bij evenementen. Indien hier activiteiten plaatsvinden moet vooraf getoetst worden of deze van invloed kan zijn op vleermuizen. Algemene zorgplicht: De aanwezigheid van niet strikt beschermde soorten of vrijgestelde soorten, zoals egel, of muizen, niet uit te sluiten valt. De soorten vallen onder de algemene zorgplicht waarin aangegeven wordt dat ze niet opzettelijk te doden. Om de schade te minimaliseren voor deze soorten wordt aangeraden om bij evenementen of werkzaamheden de locatie niet volledig af te sluiten. Dit zodat soorten de kans krijgen om via een uitvluchtroute te ontsnappen en niet omsingeld raken.
5.7
Waterhuishouding
Toetsingskader Waterbeheer, -beleid en de watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld. Keur en uitvoeringsregels Het beleid van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (verder HHSK) is vastgelegd in het waterbeheerprogramma 2022-2027, de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard, peilbesluiten en de leggers. Het waterbeheerprogramma bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de "Goudasfalt" (vastgesteld)
57 taken van het waterschap met betrekking tot de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies en het wegenbeheer in de Krimpenerwaard. Het Hoogheemraadschap zet zich in met de beschikbare middelen om vanuit de taken een bijdrage te leveren aan duurzaamheid en het tegengaan van (de gevolgen van) klimaatverandering, om zo het gebied aantrekkelijk en bewoonbaar te houden. Per 1 januari 2016 is de geactualiseerde Keur in werking getreden. De Keur geeft met verboden aan welke activiteiten in de buurt van water en waterkeringen niet zijn toegestaan. Daarnaast geeft de Keur met geboden aan welke onderhoudsverplichtingen eigenaren en gebruikers van wateren en waterkeringen hebben. Toetsing In deze paragraaf wordt een drietal onderwerpen belicht: Borging dijklichaam Oppervlaktewater en hemelwater Komberging voor de Hollandsche IJssel en de vaarweg zelf Borging dijklichaam Het plangebied is direct gelegen aan de Gouderaksedijk, deze dijk maakt deel uit van de primaire waterkering Krimpenerwaard – Hollandsche IJssel. Dit dijklichaam is op grond van de legger van het hoogheemraadschap aangewezen als kernzone. Rondom deze kernzone is een beschermingszone gelegen. De beschermingszone is gedeeltelijk over het plangebied gelegen.
Deze beschermingszone is zowel in de huidige als de toekomstige situatie beschermd door middel van de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering'. De dubbelbestemming wordt iets uitgebreid ten opzichte van de huidige situatie om te corresponderen met de beschermingszone zoals deze is weergegeven op de legger. Het Hoogheemraadschap heeft in het vooroverleg gegeven dat afgezien van de beschermingszone er voor dit thema geen andere belangen spelen omdat het gebied buitendijks is gelegen. Daarmee voldoet het bestemmingsplan aan de gestelde voorwaarden. Oppervlaktewater en hemelwater Voor het gebied geldt dat geen oppervlaktewater aanwezig is. Het hemelwater wordt naar de Hollandsche IJssel afgevoerd. In de toekomst verandert aan deze situatie niets. De verharding zelf watert vrij af op de Hollandse IJssel en maakt dus geen gebruik van het riool stelsel. Tot slot is in hoofdstuk 4 getoetst aan de Structuurvisie Groen. In deze toetsing is de verharding in de huidige en toekomstige situatie tegen elkaar afgezet, dit leidt tot een afname van circa 1000 m² in verhard oppervlakte. Daarmee voldoet het bestemmingsplan aan de gestelde voorwaarden. Komberging voor de Hollandsche IJssel en de vaarweg zelf; Het plangebied valt onder het toepassingsbereik van de Beleidsregels Grote Rivieren (Bgr).
Voor activiteiten in het gebied die het bergend vermogen van de rivier kunnen aantasten en belemmerend kunnen zijn voor de scheepvaart geldt een vergunningplicht. De vergunning moet worden aangevraagd bij Rijkswaterstaat. Met Rijkswaterstaat is op 17 augustus 2017 overleg gevoerd over de concrete situatie ter plaatse van dit plangebied. Gemeente en Rijkswaterstaat hebben de conclusie getrokken dat belemmeringen voor de scheepvaart op en rond (verlichting) de Hollandse IJssel niet toegestaan zijn. Een bebouwingstoename van de situatie op basis van het bestaande bestemmingsplan van 110% is daarmee mogelijk. De bouwactiviteiten zullen daarmee het bergend vermogen van de rivier niet aantasten. De verdere afspraken legde Rijkswaterstaat vast in een wijziging van de watervergunning van 1963 met nummer 1421-II, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 maart 2012 met nummer ARE/SCV/2012.1123 I. De nieuwe watervergunning maakte Rijkswaterstaat bekend op 19 december 2018 aan de gemeente bekend en staat geregistreerd onder nummer RWS-2018/50365 I. Het betreft een wijziging van de bestaande vergunning. De bovenstaande voorwaarden zijn in het nieuwe artikel 30 opgenomen. Daarin staat dat er geen activiteiten mogen plaatsvinden op de rivierwaartse taluds/lager gelegen stukken naar de Hollandsche IJssel. Daarnaast mogen de activiteiten geen hinder voor de scheepvaart veroorzaken.
Hiertoe is artikel "Goudasfalt" (vastgesteld)
58 31 opgenomen. Ook staat er een beschrijving van het Goudasfalt concept in dit stuk zodat helder is wat de activiteiten zijn. Op 21 februari 2017 verstrekte de gemeente Gouda een tijdelijke ontheffing voor Goudasfalt. Deze tijdelijke ontheffing met ruimtelijke onderbouwing maakte deel uit van de aanvraag en het besluit op de watervergunning vanuit Rijkswaterstaat. Het Goudasfalt concept uit deze tijdelijke ontheffing is in de basis niet gewijzigd en voldoet daarmee aan de gestelde omschrijving uit de watervergunning van Rijkswaterstaat. Het beperken van activiteiten op het talud en de oever is geborgd in de bestemming natuur aan de oostzijde van het plangebied en de bestemming groen aan de westzijde. Om potentiële aanvragers van vergunningen daarop te attenderen is een dubbelbestemming “Waterstaat –waterstaatkundige functie” opgenomen. De planregels bij die bestemming bepalen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen krachtens de onderliggende bestemmingen slechts wordt verleend, nadat advies is ingewonnen bij de rivierbeheerder omtrent de vraag of vergunningverlening op bezwaren stuit in verband met de vergunningplicht op grond van de Waterwet en/ of scheepvaartverkeerswet. Daarmee voldoet het bestemmingsplan aan de gestelde voorwaarden. Conclusie Vanuit het aspect water zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen.
5.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide en fijn stof. De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in de volgende tabel. Tabel 5.10: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit en WHO advieswaarden Stof
Jaargemiddel de (µg/m3)
Uurgemiddeld 24-uursgemid Opmerkingen WHO e delde advieswaarde Jaargemiddel de (µg/m3)
Stikstofdioxide (NO2)
40 µg/m3
200 µg/m3
n.v.t.
Uurgemiddelde 10 µg/m3 mag 18x per jaar worden overschreden
Fijn stof (PM10)
40 µg/m3
n.v.t.
50 µg/m3
24-uursgemidde 15 µg/m3 lde mag 35x per jaar worden overschreden
Fijn stof (PM2,5)
25 µg/m3
n.v.t.
n.v.t.
5 µg/m3
De Wet luchtkwaliteit en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien: 1. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; 2. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% verstaan; "Goudasfalt" (vastgesteld)
59 3. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; 4. gevoelige bestemmingen (waaronder scholen en zorginstellingen) niet binnen 300 meter van een rijksweg en 50 meter van een provinciale weg worden gerealiseerd (of indien binnen deze zones geen sprake is van een (dreigende) overschrijding). Het Besluit NIBM heeft een aantal NIBM-grenzen vastgesteld, waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden, te weten: Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. In alle overige gevallen of combinaties van bovenstaande grenzen zal middels een berekening moeten worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Tevens is in het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.
Toetsing De ontwikkeling betreft een maatschappelijk recreatieve functie met bedrijvigheid. Voor de verkeer aantrekkende werking wordt aangesloten bij de informatie die bij de tijdelijk omgevingsvergunning is verstrekt. Hierin is sprake van een maximale verkeergeneratie van 540 mvt in de dagelijkse situatie. In dit omgevingsplan is hieraan getoetst. Met behulp van de NIBM tool is onderzocht wat de verkeer aantrekkende werking van de dagelijks activiteiten zijn. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de tijdelijk situatie die al vergund is en het onderliggend bestemmingsplan. Nibm tool Hierboven is een aanname gedaan voor het aandeel vrachtverkeer. Uit bovenstaande berekening blijkt dat bij de toename van 540 mvt per dag de luchtkwaliteit Niet in Betekende mate veranderd. In onderstaande tabel is voor het toetspunt met x-coördinaat 108759.396677637 en y coördinaat 446714.710520008 langs de Nieuwe Veerstal de concentraties opgenomen. Dit toetspunt is genomen om dat dit de dichts bijgelegen weg is die opgenomen is in het centraal instrument monitoring luchtkwaliteit. Tabel 5.11 Grenswaarden, berekende concentratie en achtergrondwaarden. Stof
Grenswaarde (µg/m3)
Berekende concentratie (µg/m3)
Achtergrond concentratie (µg/m3)
NO2
40
18,6
15,6
PM10
40
17,7
17,1
PM2,5
25
10,0
9,9
Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen.
5.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico's voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico's. "Goudasfalt" (vastgesteld)
60 Door het stellen van eisen aan de afstand tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen etc.) worden de eventuele gevolgen van deze risico's zoveel mogelijk beperkt. Met ingang van de omgevingswet verandert de manier van kijken naar deze risico's. Dit houdt in dat er op een andere manier gekeken gaat worden naar Externe Veiligheid. Hier is zowel gekeken vanuit de huidige wetgeving als in het licht van de Omgevingswet. Toetsing Ter voorbereiding van het bestemmingsplan Goudasfalt moet de vraag worden beantwoord 'Is er sprake van een voldoende beschermingsniveau?'. Om dit te beantwoorden wordt er gekeken naar aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren van een brand (warmtestraling), explosie (druk) of een gifwolk (gif concentratie in de lucht). Rekenresultaten Op de volgende figuur is te zien dat ten westen van het plangebied (blauwe markering) het bedrijf Croda is gelegen. Het invloedsgebied van Croda (blauwe contour ligt slechts voor een klein deel buiten de inrichtingsgrens (rode lijn) en reikt niet tot het plangebied.
Figuur 5.10 Bron: signaleringskaart EV
"Goudasfalt" (vastgesteld)
61
Figuur 5.11. Bron: signaleringskaart EV Op bovenstaande afbeelding is te zien dat op grotere afstand een buisleiding (brandstofleiding) en een spoorlijn (Rotterdam – Utrecht) zijn gelegen. Het plangebied ligt ver buiten de aandachtsgebieden van deze risicobronnen. Wel moet men bewust zijn dat dit gaat om de invloedsgebieden (aandachtsgebieden). Aandachtsgebieden betreffen locaties waar mensen binnenshuis onvoldoende beschermd zijn zonder aanvullende maatregelen. Het is de bedoeling dat op het terrein van Goudasfalt ook evenementen in de buitenlucht worden georganiseerd. Giftige (rook)gassen die vrijkomen bij een incident met gevaarlijke stoffen kunnen zich over grote afstanden verspreiden (ver buiten de aandachtsgebieden/contouren op bovenstaande afbeeldingen). Omdat bij evenementen in de buitenlucht mensen niet, of slechts heel beperkt, de mogelijkheid hebben om binnen te schuilen, moeten dergelijke scenario's met de Veiligheidsregio worden doorgenomen en eventuele afspraken worden vastgelegd. Het gaat dan met name over de schuil- en vluchtmogelijkheden bij een incident. Resultaten Vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid hoeven er geen aanvullende bouweisen worden gesteld aan de locatie. Wel moet bij nieuwbouw de mechanische ventilatie worden voorzien van de mogelijkheid om deze met één druk op de knop uit te schakelen (verplichting onder de Omgevingswet, lid 4, art.
4.124 Besluit Bouwwerken Leefomgeving). Daarnaast moeten met de Veiligheidsregio de schuil- en vluchtmogelijkheden worden besproken bij een incident Gegeven dat de locatie niet binnen een aandachtsgebied valt betekent dat er in de omgeving geen gevaren voordoen op het gebied van brand en explosie door gevaarlijke stoffen. In het kader van externe veiligheid wordt er geen beperking gevonden voor de ontwikkeling van het plangebied. Wel moet nieuwbouw worden voorzien van de mogelijkheid om de mechanische ventilatie met één druk op de knop uit te schakelen (verplichting vanuit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving). Giftige (rook)gassen die vrijkomen bij een incident met gevaarlijke stoffen kunnen zich verspreiden over grote afstanden (ver buiten de contouren op bovenstaande afbeeldingen). Daarom moeten er met de Veiligheidsregio afspraken worden gemaakt over de schuil- en vluchtmogelijkheden bij een incident voor de mensen die zich buiten bevinden. "Goudasfalt" (vastgesteld)
62
Evenementen In het kader van externe veiligheid in relatie tot evenementen is een integrale ruimtelijke afweging opgesteld die ingaat op bluswatervoorzieningen, opstelplaatsen voor de brandweer, hulpdiensten en de terreinveiligheid. Tevens is er ook, in het kader van de crowd control (publiekscapaciteit) is een onderzoek gedaan naar de publieksvakken in relatie tot publieksdichtheden. Deze integrale ruimtelijke afweging is, samen met het onderzoek naar de crowd control, opgenomen in de bijlage externe veiligheid. Deze is opgenomen als bijlage 6. Samengevat kunnen de meer eenvoudige incidenten op het evenemententerrein zelf opgelost worden. Als er hulpdiensten moeten komen, dan rijden deze aan vanuit het westen over de Gouderaksedijk. Mocht er bij die incidenten namelijk ook ontruiming nodig zijn, dan kunnen de evenementbezoekers naar het oosten over de Gouderaksedijk weg van het incident. Mocht ontruiming nodig zijn maar de uitgang en de extra nooduitgang niet geheel gebruikt kunnen worden, dan is het terrein groot genoeg om de evenementbezoekers in één hoek van het terrein te laten wachten op hulpdiensten terwijl het incident op de andere zijde van het terrein is. Zo is vluchten in gecontroleerde kleinere groepen ook te coördineren mocht dat nodig zijn. In bijlage 3 bij de regels zijn de voorschriften voor evenementen toegevoegd.
De intergrale ruimtelijke afweging maakt onderdeel uit van deze bijlage. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen.
5.10
Ladder voor duurzame verstedelijking
Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 oktober 2012 opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en stelt eisen aan bestemmingsplannen met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering en leegstand te voorkomen. Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd met als doel om de ladder te vereenvoudigen en de onderzoekslasten te verminderen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden blijft. Met deze wijzigingen is niet beoogd het doel van de regeling te wijzigen. De nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Artikel 3.1.6 tweede lid van het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening bepaalt, dat de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Artikel 1.1.1. Bro definieert de relevante begrippen. Artikel 1.1.1.
lid 1 aanhef en onder h Bro: Bestaand stedelijk gebied. Onder het begrip bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Artikel 1.1.1. lid 1 aanhef en onder i Bro: Stedelijke ontwikkeling. Een “stedelijke ontwikkeling” wordt gedefinieerd als: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Het plan kwalificeert als een stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. De ladder is van toepassing indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hieronder wordt eerst beoordeeld of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor zover er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt het plan aan de ladder getoetst. "Goudasfalt" (vastgesteld)
63
Bedrijven Transformatie van bedrijventerrein naar een andere bestemming dan bedrijven kan om allerlei redenen nodig of wenselijk zijn. Het gaat vaak om verouderde bedrijventerreinen die in de loop der jaren middenin het stedelijk gebied zijn komen te liggen. De verordening maakt transformatie mogelijk. In een aantal gevallen is daarbij compensatie nodig. In artikel 6.12 is bepaald dat als een bestemmingsplan betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein en dat bestemmingsplan een gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, dat er dan in de toelichting wordt verantwoord op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Compensatie kan achterwege blijven, indien: a. het een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft; of b. regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Detailhandel Het provinciale detailhandelsbeleid is er enerzijds op gericht om de ruimtelijke detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen.
Anderzijds wordt de dynamiek in de detailhandel bevorderd vanwege het grote economische belang van deze sector. In artikel 6.13 is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in nieuwe detailhandel op gronden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg vanherallocatie. Deze regels zijn niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel: a. detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra: 1. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; 2. detailhandel in volumineuze goederen; 3. meubelbedrijven 4. tuincentra; 5. bouwmarkten. b. kleinschalige detailhande 1. in de vorm van een gemakswinkel; 2. bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrijetijdsvoorzieningen. c. ondergeschikte detailhandel 1. in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; 2. bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; 3. bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt.
afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties; kringloopwinkels; supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan "Goudasfalt" (vastgesteld)
64 (of een ruimtelijk plan als is aangevraagd) voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen) b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid (van art. 6.9 Omgevingsverordening). c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid (van art. 6.9 Omgevingsverordening). Toelichting Omgevingsverordening met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied en 2) moet voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart.
Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Toetsing Toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Het plangebied (uitgezonder de natuur en waterbestemming waar de bestemming niet van veranderd) ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan extra oppervlak voor bedrijvigheid en horeca mogelijk. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is de Ladder van toepassing voor het bestemmingsplan. De behoefte onderbouwing bestaat uit twee elementen: beëindiging van de Koudasfalt centrale. De bestaande asfalt centrale stopte haar productie in 2013 en werd in 2014 te koop aangeboden. De productie gaf qua geur, geluid en licht de grote overlast naar de woonomgeving en de binnenstad. Na de aankoop door de gemeente Gouda in 2016 van het terrein, werd het in verhuur en in 2020 in erfpacht uitgegeven aan stichting Goudasfalt. Deze stichting haar activiteiten richten zich op de Goudse behoefte aan ruimte voor kleine bedrijvigheid, cultuur en maatschappelijke ontplooiing (zie voor verdere toelichting de paragraaf over de aanleiding van dit bestemmingsplan).
In Gouda is er geen locatie voor die tegen lagere huisvestingskosten, blijvend ruimte biedt voor startups in de brede zin van het woord. Een behoefte die er wel is. Zo blijkt ook uit het economische beleid "Goudasfalt" (vastgesteld)
65
Het wegvallen van de vraag voor de asfalt centrale in combinatie met de beperkingen die toekomstige de bedrijvigheid heeft op deze locatie rond de regels voor een goed woon- en leefklimaat, maakt dat een lichtere vorm van bedrijvigheid gecombineerd met maatschappelijke en cultuur mogelijkheden passend is binnen de Goudse behoefte. In de Omgevingsverordening is onder artikel 6.12 echter de eis tot compensatie opgenomen als sprake is van transformatie van watergebonden bedrijventerreinen of bedrijventerreinen met een hogemilieucategorie. Dit vraagt dus om een verdere onderbouwing Onderbouwing compensatie transformatie van watergebonden bedrijventerreinen of bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie. De provinciale bedrijventerreinen strategie 2020 geeft op bladzijde 5 een toelichting op de compensatieplicht.Hier staat: “Omdat de regeling haar doel soms voorbij schiet, is nagedacht over aanpassing van dit instrument. Voorstel is om een andere manier van compenseren in de Omgevingsverordening op te nemen waarbij primair wordt ingezet op beter benutten, herstructureren en het verbeteren van de kwalitatieve (toekomst)potentie van bestaande bedrijventerreinen.
Compensatie van vierkante meters bedrijventerrein op basis van huidig gebruik in plaats van planologische mogelijkheden kan ook worden toegestaan mits vraag en aanbod van bedrijventerreinen regionaal in balans blijven en dit is opgenomen in een door Gedeputeerde Staten aanvaarde of vastgestelde regionale bedrijventerreinen visie. Vooruitlopend op de aanpassing van het Omgevingsbeleid bestaat bij beoordeling van en advisering op bestemmingsplannen de mogelijkheid om beredeneerd te komen tot andere afspraken dan tot nu toe mogelijk is; mits passend binnen (de afwijkingsbepalingen van) de vigerende Omgevingsverordening en waarbij wordt toegewerkt naar maximale regionale afstemming van vraag en aanbod op het gebied van bedrijventerreinen.” Vanuit de insteek van het voorgaande citaat is de onderbouwing uit bijlage (nader toe te voegen)opgesteld en goed gekeurd in het vooroverleg met de provincie op 17 juni 2020. Conclusie Op basis van de voorgaande onderbouwing is het bestemmingsplan in overeenstemming met de ladder duurzame verstedelijking en het daaraan gekoppelde provinciale beleid.
5.11
M.e.r.-beoordeling
Toetsingskader De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r.. 1. Een plan-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor een activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan-m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk). Bij een plan-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2. Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b.
De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, cq. moet worden. Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D va het Besluit "Goudasfalt" (vastgesteld)
66 m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). 3. Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r. Indien de activiteit groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient de in de wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure beschreven te worden. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D dient beoordeeld te worden of de in de Wet milieubeheer beschreven m.e.r.-beoordelingsprocedure al dan niet nodig is. Dit noemt men vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r. Toetsing Voor de beoordeling of een project m.e.r plichtig is kijk je of de activiteit is opgenomen in de in Bijlage II van het besluit m.e.r.
De ontwikkeling van Goudasfalt ( gemengde doeleinden en horeca (maatschappelijke doeleinden, horeca, toeristisch recreatief overstappunt, fietsenverhuur, fietsenherstel, kantoor, toeristisch nachtverblijf, bijbehorende activiteiten, bijbehorende detailhandel) valt onder onderdeel D11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Indien een activiteit uit het bestemmingsplan genoemd staat op de D lijst dan is een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Er is een m.e.r beoordeling uitgevoerd waarbij wordt nagegaan of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. In de m.e.r. beoordeling is getoetst aan de selectiecriteria uit de Europese richtlijn, Bijlage III (Richtlijn 2001/42/EG): kenmerken van het project plaats van het project kenmerken van potentieel effect Selectiecriteria
Bestemmingsplan Goudasfalt
Kenmerken van het project Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)
Het plan maakt gemengde doeleinden mogelijk, maatschappelijk en horeca. Dit valt te zien als een stedelijke ontwikkelingsproject als vermeld in bijlage D van het bersluit m.e.r (D11.2).
Cumulatie met andere projecten
Geen
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
Gebruik bouwmaterialen tijdens de bouw. Dit zou bij andere locaties niet anders zijn
Productie van afvalstoffen
Huishoudelijk afval, afvalwater.
Verontreiniging en hinder
Geluidshinder tijdens evenementen
Plaats van het project Bestaand grondgebruik
Er is nu een tijdelijk ontheffing van het bestemmingsplan, met dit bestemmingsplan wordt deze tijdelijke ontheffing omgezet in een permanente toestemming.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratieve Geen vermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied
"Goudasfalt" (vastgesteld)
67
Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/ Richtlijnengebied, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historische cultureel of archeologische gebieden van belang.
Plan ligt in of nabij een aandachtgebieden: In de omgeving van het plangebied liggen de volgende beschermde natuurgebieden: Broekvelden-Vettenbroek & polder Stein, Nieuwkoopse plassen & De Haeck,. Alle eerder genoemde gebieden worden niet aangetast door deze ontwikkeling. Cultuurhistorie het plangebied is niet uniek en veel voorkomend in Zuid Holland Archeologie waarden worden beschermd Geen overschrijding normen luchtkwaliteit in en rond plangebied
Kenmerken van potentieel effect Bereik van het effect (Geografisch en grootte getroffen bevolking)
Externe effecten De overlast is niet permanent maar tijdelijk, tijdens evenementen kan een verkeer en geluidoverlast optreden. Deze overlast wordt gemitigeerd door per evenement passende maatregelen te nemen.
Grensoverschrijdend karakter
Nee
Orde van grootte en complexiteit effect
De effecten zijn niet bijzonder groot en niet complex
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Verbruik van bouwmaterialen is eenmalig bij aanpassingen op terrein. Overige effecten zijn permanent, verwerking afval en productie CO2 en luchtverontreiniging kan met nieuw technologie op termijn worden verminderd.
Voor alle milieuaspecten wordt gemotiveerd aangegeven dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu optreden ten gevolge van de ontwikkeling, er is geen MER noodzakelijk. Conclusie Vanuit het aspect M.e.r.-beoordeling zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen.
"Goudasfalt" (vastgesteld)
68
Hoofdstuk 6
Juridisch kader
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan. Er wordt beschreven op welke onderdelen dit afwijkt van een regulier bestemmingsplan.
6.1
Inleiding
Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een toelichting, de regels en de verbeelding. De regels en de verbeelding zijn de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan. De toelichting geeft de onderbouwing van de in de verbeelding en regels vastgelegde mogelijkheden, verplichtingen en verboden.
6.2
De verbeelding
Bestemmingsvlakken In dit plan wordt gebruikgemaakt van een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeven en waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Aanduidingen Op de verbeelding is een onderscheid gemaakt in enkele verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen. Bestemmingsregelingen De verbeelding voldoet aan de vereisten van een objectgerichte vertaling van de regels en is opgesteld conform de vereisten van de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012).
6.3
De regels
De regels van het bestemmingsplan zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels
Onderstaand worden, per hoofdstuk, de relevante regelingen nader toegelicht. Waar nodig worden specifieke bepalingen uitgelicht om de achtergrond en het doel van de regeling, alsmede de manier waarop deze moet worden geïnterpreteerd, te verduidelijken. 6.3.1
Inleidende regels
De inleidende regels bestaan uit: Begrippen Wijze van meten Deze bepalingen zijn in het plan opgenomen om interpretatieverschillen over de planregels te voorkomen. Deze bepalingen geven een nadere duiding aan hoe de regels moeten worden gelezen en hoe maten moeten worden gemeten.
"Goudasfalt" (vastgesteld)
69
6.3.2
Bestemmingsplanregels
In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Bedrijf De bestemming 'Bedrijf' is opgenomen voor de bestaande bedrijven in het plangebied. Het betreft twee bedrijven die gevestigd zijn aan de Gouderaksedijk. Bedrijvigheid tot en met milieucategorie 3.1 is toegestaan. Daarnaast zijn bij de bedrijven behorende kantoren toegestaan en is ondergeschikte, bedrijfsgebonden detailhandel, onder voorwaarden, toegestaan. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Tevens is er een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om, onder voorwaarden, een bedrijf is één categorie hoger op te kunnen richten. Cultuur en ontspanning De bestemming 'Cultuur en ontspanning' is opgenomen op één locatie. Ter plaatse is een sociaal culturele voorziening toegestaan, met ondergeschikte horeca. Tevens is ondergeschikte detailhandel toegestaan. Op de verbeelding is een bouwvlak aangeduid, hier zijn gebouwen toegestaan. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Ter plaatse van het bouwvlak is weergegeven van de bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw maximaal mag bedragen. Gemengd Het grootste gedeelte van Goudasfalt wordt in het nieuwe bestemmingsplan gewijzigd naar de bestemming 'Gemengd'.
Binnen de gemengde bestemming wordt het aantal toegestane functies in het gebied fors uitgebreid. In de praktijk komt dit neer op het grotendeels toestaan van de bestaande situatie. Een aantal functies worden binnen de gehele bestemming 'Gemengd' toegestaan. Het betreft de functies zoals: bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2; dienstverlening; kantoren; scouting; volkstuin/moestuin; ondergeschikte detailhandel (zelfstandige detailhandel is niet toegestaan); galeries en ateliers; sport- en spelactiviteiten. Daarnaast zijn er locaties aangeduid waar aanvullend op de bovengenoemde functies specifieke activiteiten zijn toegestaan (het gaat om horeca, een stadsstrand en een terrein voor kleinschalig kamperen). Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangeduid, hier zijn gebouwen toegestaan. Per bouwvlak is weergegeven hoeveel het bouwvlak mag worden bebouwd door gebouwen. Als er geen oppervlakte is aangegeven, geldt dat het bouwvlak 100% mag worden bebouwd. Voor bouwwerken en verplaatsbare bouwwerken (zoals zeecontainers) die niet worden aangemerkt als gebouw geldt dat er zowel binnen als buiten het bouwvlak mag worden gebouwd. Voor het bouwen van dergelijke bouwwerken geldt dat er een beperkt aantal m2 aan bouwwerken mag worden bebouwd. Voor kleinschalig kamperen, ondergeschikte detailhandel en gelden aanvullende voorwaarden.
Tot slot is het element 'de lange arm', met bijbehorende aanvoerband en trechters van de voormalig asfaltfabriek aangeduid met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - karakteristiek waardevol bouwwerk'. Ter plaatse geldt dat de uitwendige hoofdvorm van de karakteristieke bouwwerken, geen gebouwen zijnde gehandhaafd moet worden. Groen Het openbaar groen in het plangebied is voorziening van de bestemming "Groen". Er zijn geen "Goudasfalt" (vastgesteld)
70 gebouwen toegestaan. De groengebieden mogen wel worden gebruikt voor speelvoorzieningen en tevens is de functie 'water' toegestaan. Natuur De zelling Veerstalblok, ook wel Mallegatslik genoemd, is bestemd voor Natuur. De waarde van het gebied zit vooral in de zichtbaarheid van de getijdenwerking, de begroeiing in de zomer en het zicht op de stad. Water De waterbestemming is toegekend aan de Hollandsche IJssel. Deze is bestemd voor water, scheepvaartverkeer en recreatief medegebruik Waarde - Archeologie Voor de gebieden met een hoge archeologische (verwachtingswaarde) is een beschermende dubbelbestemming van kracht. Hier mag pas gebouwd worden als daarvoor een monumentenvergunning is verleend, waarbij getoetst wordt aan de Verordening inzake monumenten en archeologie. Waarde - Rivierzone In 2001 is het voorbeeldbestemmingsplan Hollandsche IJsseloevers opgesteld. Met dit initiatief wordt aandacht gevraagd voor het behoud en de realisatie van de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de Hollandsche IJssel en de zone rondom. In onderhavig bestemmingsplan wordt aangesloten op de eisen vanuit dit voorbeeldbestemmingsplan door de dubbelbestemming 'Waarde - Rivierzone' op te nemen. Waterstaat - Waterkering De gronden ter weerszijden van de Gouderaksedijk hebben een waterkerende functie.
Daar is dan ook de dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" opgenomen die voorziet in een beschermende regeling om de belangen van de waterkering veilig te stellen. Concreet komt het erop neer dat er beperkte bouwmogelijkheden gelden, en dan in beginsel alleen ten behoeve van de dubbelbestemming. Via een afzonderlijke procedure (reguliere Wabo-procedure) is eventueel ook bebouwing ten behoeve van de onderliggende bestemming mogelijk. Waterstaat - Waterstaatkundige functie Het plangebied is buitendijks gelegen en is tevens bestemd met de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterstaatkundige functie'. Dit betekent dat deze bestemming voorrang heeft boven de overigens op de gronden gelegen bestemming 'Water'. Alvorens bouwwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, dient aan Rijkswaterstaat door burgemeester en wethouders advies te worden gevraagd omtrent het bouwen. 6.3.3
Algemene regels
Naast de bepalingen uit hoofdstuk 2 en hoofdstuk Algemene regels, die gekoppeld zijn aan de verbeelding, zijn er ook bepalingen die op het gehele gebied betrekking hebben maar niet gekoppeld zijn aan de verbeelding. Het betreft de algemene regels die voorwaarden stellen aan bijvoorbeeld de zorgplicht, de verboden en de eventuele voorwaardelijke verplichtingen. Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwbepalingen geregeld die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, dakopbouwen en kelders. Algemene gebruiksregels Deze bepaling regelt het verbod om gronden te bebouwen of te gebruiken in strijd met de bestemming. Algemene aanduidingsregels "Goudasfalt" (vastgesteld)
71
In dit artikel is bepaald, dat ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) niet is toegestaan. Deze gebiedsaanduiding is gelegd over de geluidzones van de omliggende gezoneerde industrieterreinen. Ook is de 'vrijwaringszone - molenbiotoop' in dit artikel geregeld. Hiermee wordt beoogd molen 't Slot niet te belemmeren in zijn windvang. Tot slot is in dit artikel eveneens bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'gezoneerd bedrijventerrein' een gezoneerd bedrijventerrien is toegestaan. Buiten het gebied van deze aanduiding is dit niet toegestaan. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning door B&W kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of een geringe overschrijding van de bouwgrens. Overige regels In dit artikel is geregeld dat voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernormen voor auto en fiets. 6.3.4
Overgangs- en slotbepalingen
Tot slot zijn in dit hoofdstuk de volgende artikelen opgenomen: Overgangsrecht Slotregel Met deze regels is bepaald hoe het bestemmingsplan genoemd wordt en hoe omgegaan wordt met overgangsrecht. Deze laatste bepalingen zijn voorgeschreven in het besluit ruimtelijke ordening (Bro) en conform overgenomen in het bestemmingsplan.