Bijlage 1 Zienswijze reactie en verweerschrift
Tekst van het document
Het citaat waar in de zienswijze naar verwezen wordt kent geen bron waardoor dit niet in de context van de gehele tekst te plaatsen is. Een directe reactie hierop is dus niet mogelijk. Paragraaf 4.1.2 gaat echter zeer uitgebreid in op welke speelruimte de crisis- en herstelwet biedt voor de wijze waarop de omgevingsimpact voldoende concreet en objectief af te bakenen is. Aan experiment met regelgeving is de afgelopen 7 jaar wel gedaan. Het tot stand komen van de evenementenvoorschriften is daar een voorbeeld van. Dit staat in paragraaf 2.2 uitgebreider omschreven. Daaruit blijkt dat het college bereid was de randen op te zoeken. Dit in combinatie met 11 participatie momenten in de afgelopen paar jaar, twee rechtszaken en zeer veel individuele kleinschaligere participatie vanuit de gemeente. Paragraaf 4.1.3 gaat daar dieper op in. Dit alles leerde één ding; om voor het verdere ruimtelijke deel van het bestemmingsplan nu te
pagina 16
stellen dat dit gedurende de ontwikkeling van de komende jaren verder ingevuld kan worden, geeft onvoldoende blijk van begrip en leren van dat stuk participatie. Uit het planproces van de evenementenvoorschriften blijkt juist dat voldoende afbakening belangrijk is. Maar ook dat daarbinnen best mogelijkheden zijn. Het conserverende karakter van het ontwerpbestemmingsplan zit hem in het feit dat de tijdelijke ontheffing en de participatie het uitgangspunt zijn en niet een open norm waarvan de voorgaande tekst kanttekeningen en het afbreukrisico liet zien. De evaluatie waar ook de crisis- en herstelwet nadrukkelijk op duidt, laat zien dat in de afgelopen Goudasfalt jaren het samen doorbouwen aan benutting van speelruimte en daarna kijken naar eventueel meer flexibiliteit in regelgeving, succesvoller is dan starten met een open norm en daarna verder afbakenen. Tot slot is niet duidelijk welke daadwerkelijk concrete extra speelruimte er wel gevraagd wordt vanuit GOUDasfalt ten opzichte van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan nu al biedt. In de zienswijze staat de oproep om gebruik te maken van demogelijkheid uit de crisis en herstelwet om voor 1 januari 2026 pas het bestemmingsplan verbrede reikwijdte vast te stellen. Daarmee doelen de indieners op artikel 7c van de crisis- en herstelwet2. In dit artikel staan echter een aantal voorwaarden die knellen.
Allereerst staat hier dat de eis van de eerder genoemde ETFAL en fysieke veilige- en gezonde fysieke leefomgeving (zie paragraaf 4.1.2) geldt, net als geluidsnormen uit het activiteitenbesluit. De suggestie uit de zienswijze dat in de komende 2 jaar er meer ruimte te vinden is voor bouwen- en gebruik, is mede op basis daarvan onjuist. Die afweging is juist in dit bestemmingsplan dat voorligt al gemaakt en heeft de maximale speelruimte al opgezocht en onderbouwd. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.2.3
Zienswijze de toelichting is niet compleet, niet accuraat, niet consequent en onderliggend beleid ontbreekt. De uitwerking wijkt af van de visie en ambitie documenten van stichting GOUDasfalt, de termen bestemmingsplan verbrede reikwijdte en conserverend bestemmingsplan worden door elkaar gebruikt. Daarnaast is de naamgeving van het plan “GOUDasfalt” ongelukkig gekozen omdat er drie andere bedrijven in het bestemmingsplan gebied liggen. Tot slot wijkt de gebiedsafbakening af van de crisis- en herstelwet gebiedsafbakening in kaart 135. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft De toelichting, artikel 20 de slotregel Zienswijze reactie en verweerschrift Waarop de toelichting incompleet is, wordt maar ten dele aangegeven. Alleen op die elementen kunnen we ingaan. De uitwerking van de teksten wijken af van de documenten maar op welke punten is niet duidelijk. Het is dan ook niet mogelijk om een voorstel voor de aanpassing van de tekst te doen in deze zienswijze reactie. Dit omdat dan niet duidelijk is wanneer de uitwerking wel voldoet aan de zienswijze van stichting GOUDasfalt. Op 8 maart 2024 sprak stichting GOUDasfalt met de gemeente Gouda. Daarbij is afgesproken om hun punten concreter te maken. Zo kan waar nodig met de zienswijzereactie al of niet ingespeeld worden op meer concrete punten.
De termen bestemmingsplan verbrede reikwijdte en conserverend bestemmingsplan zijn twee verschillende termen. Een bestemmingsplan verbrede reikwijdte is een planologisch juridische term uit de crisis- en herstelwet. Het is een wettelijk/ publiekrechtelijk planfiguur. Een conserverend bestemmingsplan is een planvorm, een wijze van bestemmen waarbij de bestaande basis grotendeels overgenomen wordt. Het is een manier van werken, niet een publiekrechtelijk planfiguur. De bestaande basis is de tijdelijke ontheffing waar al veel ontwikkelruimte in zit. Die ontwikkelruimte is overgenomen en verder concreet gemaakt. Dit is een conserverende vorm van bestemmen. Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte is het officiële publiekrechtelijke planfiguur met alle inhoudelijke eisen die de wet daaraan stelt en alle
2 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027929/2022-09-16
pagina 17
bijbehorende jurisprudentie. De beide termen worden gebruikt en duiden op het voorgaande verschil. De crisis- en herstelwet regelt via een AMVB de aanwijzing van de gebieden waarop deze van toepassing is. Aanpassing van de omvang van het gebied is mogelijk. De nieuwe gebiedsafbakening van alle crisis- en herstelwet gebieden publiceert het ministerie in zogenaamde tranches. Kaart 135 waar in de zienswijze naar verwezen wordt is niet de meest actuele gebiedsafbakening van het crisis- en herstelwet plangebied. Figuur 1.1. uit paragraaf 1.2 van de toelichting laat die aanpassing ook zien. De meest actuele versie van de gebiedsafbakening is te vinden onder de link: https://wetten.overheid.nl/BWBR0042379/2021-1202/0#Bijlage61. Onder deze link staat de uitbreiding van het bestaande crisis en herstelwet gebied die inderdaad onder kaart 135 vermeld staat. Beide kaarten moet je dus bij elkaar optellen. Op deze wijze publiceert het ministerie de kaarten. De naam van het bestemmingsplan; Goudasfalt, is overgenomen van de naam van de tijdelijke ontheffing en de naam die tot nu toe in het planproces door iedereen gebruikt is. Ook door de zienswijze indiener. Het is ook niet de stichting naam GOUDasfalt met vier kapitale letters. De naam Goudasfalt is in de volksmond veel gebruikt en herkenbaar voor de locatie.
Als mensen bijvoorbeeld een bedrijf of evenement bezoeken dan zeggen ze niet dat ze naar de Gouderaksedijk 32 of de zelling aan de Gouderaksedijk gaan. Ze gaan naar Goudasfalt. Er is bewust niet voor GOUDasfalt (met vier kapitale letters) gekozen als naam omdat dat inderdaad de naam van de stichting is. Tot slot geeft een nieuwe naam, teveel kans op verwarring in de behandeling en verdere publicatie. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.2.4
Zienswijze op de toelichting Dit deel van de zienswijze is onder te verdelen in een aantal subthema’s: a) Parkeren. Het aantal van 105 benodigde parkeerplaatsen is te hoog en heeft geen oog voor schommelingen in de vraag. Ook zou de CROW norm niet van toepassing moeten zijn op het terrein gezien de specifieke situatie. Goudasfalt wil geen verantwoordelijkheid hoeven dragen voor het parkeren van de drie bedrijven die ook in het bestemmingsplan gebied liggen. Er zijn wel afspraken met de Theaterbakkerij maar dat is als goede buur, niet als ruimtelijk juridisch toetsbaar kader. Goudasfalt is ook geen uitwijkhaven voor centrum parkeren hoewel dit wel plaatsvond bij Gouda bij kaarslicht. Het aantal ritten in de verkeersanalyse ligt op 5400 per etmaal. Dat is te hoog. De 350 ritten per etmaal uit de stikstof berekening zijn realistischer. b) De detailhandel beperking is te groot. Zo biedt het plan Achterwillenseweg 108, een minder sterk afgebakende omschrijving dus dit is voor het bestemmingsplan Goudasfalt ook mogelijk. c) Het evenementengeluid voldoet aan de vastgelegde afspraak in het ODMH-besluit uit 2023 voor wat betreft de hoeveelheid geluid dat het terrein mag verlaten per categorie. Deze regelgeving is helder en meetbaar genoeg omschreven voor de omwonenden om geen overlast te geven.
De verdere specificering in dit bestemmingsplan is zeer beperkend, gaat deels over een subjectieve beleving van geluid en is niet nodig. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft a) Toelichting paragraaf 5.3 b) Regels artikel 3.3.2., 4.3.2., 5.3.3. c) Regels artikel 5.1 en 5.3.4. met verwijzing naar de verdere voorschriften in bijlage 3. Zienswijze reactie en verweerschrift a) Het benodigde aantal parkeerplaatsen levert geen ruimtelijk probleem op omdat het in de flexibele ruimte is opgelost Het Gouds parkeerbeleid en de CROW norm in combinatie met de telgegevens zijn wel van toepassing op dit gebied en het feit dat we met een pilot omgevingswet werken is geen reden om die norm los te laten, wel om er de maximale ruimte binnen op te zoeken. Paragraaf 4.1.2. met de bijbehorende bijlage 2 over de uitleg van de crisis- en herstelwet afbakening, gaat hier dieper op in.
pagina 18
Wat betreft de schommelingen in parkeervraag laten tabel 5.5. en 5.6 van de toelichting, juist zien dat er gewerkt is met piekbelasting en rustigere tijden via het aanwezigheidspercentage. Het aanwezigheidspercentage maakt tevens dat de aantallen parkeerplaatsen niet op de hogere CROW standaarden zijn ingevuld. De Theaterbakkerij is bij dit alles apart getoetst zo laten dezelfde tabellen zien en niet als één geheel met alle activiteiten op het Goudasfalt terrein zoals de zienswijze stelt. De zienswijze geeft een beeld dat het Goudasfalt terrein overloop gebied is voor het centrum parkeren. Dat is onjuist en staat ook niet letterlijk zo verwoord. Alleen in paragraaf 1.3 staat dat “De nabijheid van de binnenstad zorgt ervoor dat op Goudasfalt kansen liggen om activiteiten in het centrum aan te vullen en om de parkeerdruk van het centrum op te vangen, in combinatie met een nieuwe loopverbinding over de Hollandsche IJssel.” Hier staat dat als er een loopverbinding is, dat dit een kans is parkeerdruk te spreiden bij activiteiten in het centrum. Zonder loopverbinding is die kans er niet. Concreet voor dit moment betekent dat, dat wanneer er geen pontje vaart, deze kans er ook niet is. Daarnaast hoef je een kans niet aan te grijpen. Daarnaast hoef je de kans niet te benutten, maar het kan wel. Dat is aan de eigenaar, in dit geval de pachter stichting GOUDasfalt.
Stichting GOUDasfalt pakt deze kans ook bij Gouda bij kaarslicht. De toelichting geeft dus een beschrijving van de mogelijkheden en van de realiteit. Daarmee is Goudasfalt geen overloop voor het centrum in de structurele zin zoals de zienswijze dit verwoord. De verkeersintensiteit is niet onjuist verwoord bij het onderdeel verkeer in paragraaf 5.3. Eerst is een CROW analyse gedaan, daarna is deze uitkomst naast de telgegevens van 2021 gelegd. Daaruit blijkt het aantal verkeerbewegingen niet overeen te komen met de norm. Daarop is geconcludeerd dat de standaard norm niet over komt met de praktijk waarop het aantal voertuigen is bijgesteld naar 350 voertuigen per etmaal. Dit is ook overgenomen in de stikstof berekening. Als extra controle naar aanleiding van deze zienswijze zijn ook de tellingen op de Gouderaksedijk van 2017 naast de tellingen van 2021 gelegd waar de toelichting op gebaseerd is. Hierop is eveneens per jaar een correctie factor van 1,5% toegepast. Van het aantal getelde verkeersbewegingen per etmaal zou maximaal 50% van de passanten afgeslagen zijn naar Goudasfalt. Het aantal zal in de praktijk lager (kunnen) liggen maar dat is niet vast te stellen en er moet ook rekening gehouden worden met de uitbreidingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Daarmee is een aantal van 350 verkeerbewegingen per etmaal een reëel getal om vanuit te gaan.
Een aanpassing op het bestemmingsplan is niet nodig. b) Geen verdere ruimte op detailhandel vanuit de provinciale verordening Zoals ook al tijdens de participatie is aangegeven, is er voor meer detailhandel geen ruimte vanuit de provinciale verordening maar ook het Goudse eigen beleid wil detailhandelsruimte in de binnenstad en niet daarbuiten. Daarbuiten is de voorgestelde ruimte het maximum. De provinciale verordening vormt juridisch gezien de basis van gemeentelijke bestemmingsplan regels op dit gebied, niet andersom. Een bestemmingsplan moet dus in principe voldoen aan de provinciale verordening. Zo niet, dan zal de provincie dit juridisch alsnog opleggen. De vergelijking met het plan Achterwillenseweg 108 met één woning met een woonbestemming en tuin is een vergelijking met een geheel andere plan omvang en inhoud. Deze vergelijking is willekeurig en staat niet in verhouding qua omvang, inhoud en context tot het bestemmingsplan Goudasfalt. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. Dit deel van de zienswijze is verworpen. c) Er is vanuit stichting GOUDasfalt (ook bij nadrukkelijk bevragen) zowel mondeling als schriftelijk in de participatie en dialoog GEEN input of tegenargument gegeven op de voorgestelde evenementen voorschriften Rond evenementen is er zeer uitgebreid geparticipeerd.
Hoofdstuk 2 van deze zienswijze reactie gaat daar uitgebreid op in. De afbakening van de evenementenvoorschriften is inhoudelijk specifiek nodig zo bleek ook uit de twee rechtszaken die specifiek hierover al gevoerd zijn. De
pagina 19
handhaafbaarheid hiervan is ook van belang. GOUDasfalt stelt dat de 2023 normen voldoende helder zijn maar geeft daarbij niet aan dat juist het elektrisch versterken van muziek sterk uitmaakt hoe ingewikkeld en dus ook kostbaar de monitoring wordt. Kosten die evenementenpartijen moeten dragen. Vanuit een deel van diezelfde evenementen partijen was dat één van de obstakels. Duidelijkere normen over elektrische versterking aan de voorkant voorkomen deze dure monitoring. Stichting GOUDasfalt heeft in de participatie waarin deze elektrische versterking besproken is hier geen nadrukkelijke inbreng tegen gegeven. Dit niet op de avond over de afsluitende evaluatie van het evenementengeluid eind oktober. Ook niet na een nadrukkelijke vraag gericht aan de stichting op deze avond en niet in de samen met hen bepaalde termijn van 9 dagen om nog schriftelijk te reageren. En ook niet in het bestuurlijke gesprek van 15 november tussen een afvaardiging van het bestuur van stichting GOUDasfalt en de wethouders Van Vugt en Oppelaar. De afweging is dus weloverwogen en de genoemde tegenargumenten in deze evenementengeluid discussie worden niet of zeer afgezwakt genoemd in deze zienswijze. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.2.5. a) b) c) d)
e)
Zienswijze op de kaart/ verbeelding Dit betreft de volgende punten: Er is geen brug verbinding aangegeven terwijl deze wel in het ambitie document staat. Markering via een locatie met als voorkeur de loswal of een zoekgebied is gewenst In het plan wordt niet gerefereerd aan de bestaande mogelijkheid om schepen af te meren in de wateren rond GOUDasfalt. De groen en natuurbestemming op het vloedbosje na, moeten een meer flexibele begrenzing hebben via een percentage van het totaal. Daarnaast ligt een deel van de natuurbestemming over een gronddepot dat recentelijker hier neer gelegd is. Vanuit het oogpunt van planologisch verworven rechten uit het onderliggende bestemmingsplan dienen, de ligging en contouren van de voormalige asfaltinstallatiemolen in de bestemmingsregels toegevoegd te worden zodat de contouren hiervan bij toekomstige ontwikkelingen als referentie kunnen dienen. Het aantal van 10 overnachtingsplekken/ - eenheden gekoppeld aan scouting of evenementen is te rigide en niet in lijn met het Next level visie document.
Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft a) De natuur of gemengde bestemming aan de noordzijde b) Alle aan het water aangrenzende bestemmingen; artikel 5 gemengd, artikel 6 groen, artikel 7 natuur en artikel 8 water. c) Verbeelding met natuur en groen d) Verbeelding ter hoogte van de voormalige asfaltinstallatiemolen e) Verbeelding ten noordoosten van de lange arm Zienswijze reactie en verweerschrift a) De brug is niet aangegeven omdat voor het opnemen in het bestemmingsplan expliciete toestemming nodig is van Rijkswaterstaat in verband met de vrije doorvaart. Die is er niet. Dit staat tevens genoemd in de toelichting in paragraaf 5.3 en watervergunning RWS-2018/50365 I. Ook de zienswijze van Rijkswaterstaat op dit bestemmingsplan laat zien hoe beperkt de speelruimte hiervoor is. Tot slot is de economische haalbaarheid geheel niet aangetoond. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. Dit deel van de zienswijze is verworpen. b) Het toevoegen van aanleg en aanmeerplekken is niet toegestaan vanuit de waterwet- en watervergunning vanuit Rijkswaterstaat. De aanlegplek uit de bestaande watervergunning van 2018 zijn alleen mogelijk. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. Dit deel van de zienswijze is verworpen.
pagina 20
c) Het uitgangspunt is dat er rondom het middengebied een groene rand komt. Dit bleek tijdens de participatie toen gebruik werd gemaakt van de methode van het zogenaamde mengpaneel. Ook de cultuurhistorische analyse ondersteunt dit uitgangspunt. In het middengebied waar deze groene rand omheen valt, is volop flexibiliteit mogelijk. De groene rand zelf heeft juist bescherming nodig omdat groen gebaat is bij voldoende omvang, continuïteit en robuustheid als daar de ruimte voor is. Die ruimte is er en kijkend naar de wijze waarop er de afgelopen jaren ook in de groene delen ontwikkelingen plaatsvonden, is er bewust gekozen de oostkant van de groene rand als natuur te bestempelen. Deze is trouwens een stuk terug gelegd ten opzichten van de eerdere concept verbeelding zodat het gronddepot grotendeels in de gemengde en niet in de natuur bestemming ligt. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. Dit deel van de zienswijze is verworpen.
d) Het gaat hier om een bouwvlak met een specifieke omschrijving in de regels onder de bestemming bedrijf in het bestemmingsplan “Zuidelijk IJsselfront” met als omschrijving: “in afwijking van het bepaalde in lid g geldt op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - asfaltcentrale' dat technische installaties tot 15 m hoog mogen worden gebouwd, tot een oppervlakte van ten hoogste 1% van deze gronden”; In afwijking van het bepaalde in lid a. tot en met g. geldt op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' dat: • een asfaltinstallatie met een maximale bouwhoogte van 20 m mag worden gebouwd; • een schoorsteen mag worden gebouwd met een bouwhoogte van 30 m; • afschermende beplating om de asfaltinstallatie mag worden aangebracht om daarmee te kunnen voldoen aan milieueisen Het betreft hier dus een bouwrecht onder het specifieke gebruik van een asfalt centrale, dan wel een schoorsteen of afschermende beplating. De zienswijze gaat ten eerste voorbij aan deze aanvulling. Daarnaast zijn verbeelding en regels een juridisch geheel met de rechten voor bouw en gebruik, niet een stedenbouwkundige uitleg van wat was en wat op basis daarvan voorstelbaar is. De enige manier waarop dit zou kunnen is via een wijzigingsbevoegdheid maar daarvoor heeft de gemeente Gouda aangegeven een concreter plan te willen zien.
Het idee van een klimtoren of een klimhotel van gestapelde zeecontainers is echter nooit verder vertaald dan een schets en een draadmodel waaruit bleek dat de impact qua massa en privacy voor de omgeving omvangrijk was. Ook hier zien we terug dat de afbakening van de omgevingsimpact voldoende concreet en objectiveerbaar moet zijn (zie tevens bijlage 2) en dat daar voor deze massa geen sprake van is. Wel staat de voormalige asfalt centrale omschreven in de cultuurhistorische analyse waarmee er ook stedenbouwkundig een aanleiding is voor eventuele toekomstige planontwikkeling. Maar ook daarvan is het slagen afhankelijk van de planuitwerking, omvang en omgevingsimpact. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. Dit deel van de zienswijze is verworpen. e) De overnachtingsmogelijkheid is bewust beperkt gehouden omdat er geen ervaring is met de beheersbaarheid en daarmee de omgevingsimpact. Via evenementen of de begeleiding van Scouting van hun eigen Scouts is de beheersbaarheid van overnachtingen wel realistisch geacht. Vandaar dat deze koppeling in de voorschriften genoemd staat. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen.
pagina 21
4.2.6.
Zienswijze algemeen De conclusie van enkele onderliggende rapporten is onjuist. Het voorbeeld dat gebruikt wordt is het stikstof onderzoek waarbij verkeerde uitgangspunten gebruikt zijn. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Onderzoeksbijlage 3 Zienswijze reactie en verweerschrift Er is inhoudelijk alleen maar verwoord wat er aan onderzoeksbijlage 3 niet juist is. Om die reden gaan we alleen op dat rapport in, in deze zienswijze reactie. Op maandag 6 september 2021 van 09:00-09:30 heeft de voorzitter van stichting GOUDasfalt een overleg gehad met de betrokken planoloog van de gemeente Gouda om het gasverbruik, het diesel verbruik van de shovel en de pont e.d. door te nemen. Daarop zijn de zogenaamde Aerius berekeningen gebaseerd. Bij de uitgave van nieuwe Aerius normen is deze berekening iedere keer aangepast maar zijn de op 6 september besproken uitgangspunten gelijk gebleven. U geeft aan dat u nieuwe gegevens heeft, deze zullen verwerkt worden in een nieuwe aangepaste Aerius berekening. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, een aanpassing op het bestemmingsplan komen. Deze staat in bijlage 3.
4.3 Indiener 3 Dit is een zienswijze namens de ondernemersvereniging GOUDasfalt. Dit betreft een samenwerking van op Goudasfalt gevestigde ondernemers. De ondernemersvereniging komt op voor hun belangen. 4.3.1
Zienswijze er is geen echte ruimte voor de broedplaats die Goudasfalt is. Het biedt niet de experimenteerruimte die de crisis- en herstelwet beoogd. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft De algehele opzet van het bestemmingsplan Zienswijze reactie en verweerschrift Voor het beantwoorden van dit onderdeel van de zienswijze brengen we in bijlage 2 eerst in beeld wat de crisis- en herstel wet inhoudt. Deze inhoud is sterk bepalend voor de onderstaande inhoudelijke zienswijze reactie. Voldoende concrete en objectieve afbakening van de omgevingsimpact Vergelijken we de zienswijze met de kaders die de crisis- en herstelwet geeft voor het bestemmingsplan verbrede reikwijdte uit bijlage 2, dan concluderen we dat de afbakening van de flexibiliteit die er in de zienswijze bepleit wordt, te weinig concreet en objectief is. Er is met deze insteek geen oog voor de afbakening van de omgevingsimpact. Daarnaast is te stellen dat na de tijdelijke ontheffing Goudasfalt die in 2017 inging met na enkele verlengingen, met het bestemmingsplan dat nu voor ligt, er wel duidelijkere afbakening zou moeten zijn van de omgevingsimpact. Ook is de experimenteerruimte de afgelopen 7 jaar al flink benut. Het bestemmingsplan biedt wel genoeg flexibiliteit Ook willen we stellen dat het bestemmingsplan dat nu voor ligt wel genoeg flexibiliteit biedt.
De nog onbenutte mogelijkheden uit paragraaf 2.3 laten zien dat dit een realistisch scenario is. Er is dan ook geen sprake van een knellend conserverend bestemmingsplan. Het conserverende karakter zit hem in het feit dat de tijdelijke ontheffing en de participatie het uitgangspunt zijn en niet een open norm waarvan hoofdstuk 2 kanttekeningen liet zien. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen.
pagina 22
4.3.2.
Zienswijze geen conserverend bestemmingsplan Er is geen flexibiliteit door uitwisselbaarheid, een globaal eindplan of andere flexibiliteitsbepalingen. Er is een conserverend bestemmingsplan als een krimpfolie rondom het bestaande aangebracht via bouwvlakken e.d.. Als er al een reden is om dit wel te doen, zoals eventuele milieugevolgen, dan kan dit volgens de zienswijze indieners ook anders worden opgelost. Het conserverende karakter staat haaks op de bedoeling van de wetgever en het voorstel om met BOPA’s alsnog flexibiliteit aan te brengen voor de toekomst. Het geeft nu juist onzekerheid en geen transparantie. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft De algehele opzet van het bestemmingsplan Zienswijze reactie en verweerschrift De gemengde bestemming staat 16 verschillende vormen van gebruik toe en meer dan 1000 m2 vloeroppervlak extra. Alleen is dit inderdaad binnen bouwvlakken. Bouwvlakken die zorgen voor open ruimte voor zichtlijnen maar ook voor heel veel functies die daar nu in plaatsvinden zoals sport, parkeren, een evenement op zijn tijd, de vlucht- en hulpdienst aanrijroutes, tijdelijke bebouwing, tijdelijke opslag van materiaal e.d. Die open ruimte maakt dat Goudasfalt functioneert.
In die flexibele ruimte is het nog eens mogelijk 500 m2 aan tijdelijke bebouwing vergunninsvrij te plaatsen bovenop de ontwikkelruimte van 1000m2 vloeroppervlak die nog niet benut is. Hierop gaat hoofdstuk 2 uitgebreid in net als op de ruimte voor flexibiliteit die de crisisen herstelwet wel en niet biedt. De ondernemersvereniging GOUDasfalt heeft hun wens voor de voorgaande flexibiliteit in het informele planproces ook al genoemd maar is nooit concreet geworden hoe dit er in het bestemmingsplan uit moet zien. De constatering dat er bij teveel impact ook een andere oplossing gevonden kan worden is echt te weinig onderbouwing voor een wijziging van de huidige plan opzet. Dit los van het feit dat er al meer ontwikkelruimte is dan de zienswijze suggereert. Er is dan ook geen sprake van een knellend conserverend bestemmingsplan zoals de zienswijze dit omschrijft. Het conserverende karakter zit hem in het feit dat de tijdelijke ontheffing en de participatie het uitgangspunt zijn en niet een open norm waarvan de voorgaande tekst kanttekeningen liet zien. De BOPA als procedure voor toekomstige ontwikkelingen, biedt juist rechtszekerheid en flexibiliteit omdat het een voorspelbare en transparante manier van afwegen is. Het is alleen niet de open norm waar ondernemersvereniging GOUDasfalt op hoopte. Dat is echter wat anders dan dat er geen mogelijkheden zijn.
Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen.
4.3.3.
Zienswijze afbakening per gebouw Er wordt per gebouw te precies afgebakend wat er mag en dat werk te beperkend Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft De verbeelding in combinatie met de regels Zienswijze reactie en verweerschrift De gebouwen waar de ondernemers van ondernemersvereniging GOUDasfalt gebruik van maken hebben een functieomschrijving die veelal op ongeveer 16 vormen van gebruik neerkomen. In de zienswijze staat niet aangegeven welke vormen van gebruik er nog ontbreken. Een nog meer open norm qua gebruik geeft mogelijk een te weinig concrete en objectieve afbakening van de omgevingsimpact. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen.
pagina 23
4.3.4.
Zienswijze parkeren niet volgens de CROW norm De tekst in het ontwerpbestemmingsplan geeft aan dat het terrein van GOUDasfalt dat in erfpacht is uitgegeven, benaderd wordt als openbaar parkeerterrein. Daarnaast is er geen klassieke parkeernorm maar een mobiliteitsnorm nodig. Het functioneren van het terrein, bijvoorbeeld tijdens evenementen, heeft dit concept al bewezen. De bestaande autoplekken worden flexibel ingezet en voldoen niet als er met parkeernomen getoetst wordt (CROW en dubbelgebruik). Maar het kunnen ook andere vormen van ruimtegebruik worden. Het pontje en de fiets zijn belangrijke en veel gebruikte alternatieven. Meer parkeerplaatsen trekt alleen maar autoverkeer aan. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Toelichting paragraaf 5.3. Zienswijze reactie en verweerschrift Het benodigde aantal parkeerplaatsen levert geen ruimtelijk probleem op omdat het in de flexibele ruimte zit opgelost Het Gouds parkeerbeleid en de CROW norm zijn wel van toepassing op dit gebied. Het feit dat we met een pilot omgevingswet werken, is geen reden om die norm los te laten, maar wel om er de maximale ruimte binnen op te zoeken. Paragraaf 4.1.2. met de bijbehorende bijlage 2 over de uitleg van de crisis- en herstelwet afbakening, gaat hier dieper op in.
De zienswijze geeft een aantal argumenten waarom er geen CROW norm van toepassing is maar dat vormt samen op deze wijze nog geen volwaardig mobiliteitsplan. Daarnaast houdt de zienswijze nog geen rekening met de vloeroppervlak groeimogelijkheden die er zijn waarmee de parkeerdruk toeneemt. Er is ook geen alternatief opgenomen voor het geval de voorgestelde maatregelen niet werken en de parkeerdruk alsnog in de omgeving neerslaat. De parkeeranalyse maakt al gebruik van maatwerk. Tabel 5.5. en 5.6 in de toelichting laten juist zien dat er gewerkt is met piekbelasting en rustigere tijden. Het aanwezigheidspercentage maakt tevens dat de aantallen parkeerplaatsen niet op de hogere standaarden zijn ingevuld. Daarnaast is passend binnen de parkeer- en verkeersanalyse de gevraagde vorm van flexibel ruimtegebruik mogelijk. Alleen niet het permanent bebouwen van die flexibele ruimte. Dat is het wezenlijke verschil met de wijze waarop het bestemmingsplan is ingevuld ten opzichte van andere delen van deze totale zienswijze. De conclusie is dat de wijze waarop het bestemmingsplan en deze zienswijze de ruimte benutten niet verschilt alleen gebeurd dat in het bestemmingsplan op basis van de CROW norm en de zienswijze vraagt ook dat open te laten.
Gezien de eerdere uitleg van de crisis- en herstelwet en de jurisprudentie zal er voor dit punt van de zienswijze, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen.
4.3.5.
Zienswijze ligging natuur bestemming en oever De ligging van de natuur bestemming is willekeurig en ligt op het gronddepot. De invulling moet diverser kunnen zoals een wandelpad maar ook rivieroever gerelateerde zaken zoals boten aanleg, spelen en andere ideeën uit het Bidbook 2.0 en de gebiedsvisie Hollandse IJssel. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Regels artikel 7 en de verbeelding Zienswijze reactie en verweerschrift De natuurbestemming lag inderdaad op delen waar een gronddepot ligt. Dit is echter al eerder aangepast naar aanleiding van participatie input vanuit stichting GOUDasfalt. De bestemmingsgrens is dus teruggelegd in overleg met stichting GOUDasfalt. Voor het terrein is een ecologisch flora en fauna onderzoek gedaan met een actualisatie in 2023. Daarmee is de natuurbestemming en de ligging ervan goed onderbouwd. Het ruimere gebruik van de oevers is vanuit Rijkswaterstaat niet toegestaan. De zienswijze op dit bestemmingsplan vanuit Rijkswaterstaat benadrukt dit opnieuw. Daarnaast is de grond waarop de natuurbestemming ligt een smalle strook. Als je die strook opdeelt met een wandelpad blijft er te weinig ruimte voor een robuust stukje natuur.
pagina 24
Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.3.6.
Zienswijze limitering vergunningsvrije bouwwerken De limitering van de vergunningsvrije bouwwerken in het middengebied beperkt de ontwikkelpotentie. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Artikel 5.2.2. lid b onder 1 Zienswijze reactie en verweerschrift De limitering zorgt ervoor dat de flexibele ruimte in het middengebied ook flexibel blijft. Zonder deze limiet is er alsnog de kans dat het dicht gebouwd wordt. Verlies van die flexibiliteit haalt een stuk kracht uit het ruimtegebruik weg. Wel zal er een aanpassing van de vierkante meters vergunningsvrije bebouwing komen omdat de optelsom van de vergunningsvrije mogelijkheden samen niet 500m2 maar 575m2 is. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, een aanpassing op het bestemmingsplan komen. Dit is verwoord in paragraaf 3.11. Dit deel van de zienswijze is gegrond.
4.3.7.
Zienswijze niet alle participatie input is verwerkt De flexibiliteit waarover met de projectleider in 2023 gesproken is en ook op de bewonersavond in oktober 2023, keert onvoldoende terug. Daarnaast zitten er teveel fouten in de toelichting. Het is niet de taak aldus de zienswijze indieners dat zij aangeven welke dat zijn. Concreet wordt wel genoemd, dat aantallen van hoofdstuk 2 en 5 van elkaar afwijken. Ook staat er in het deel van de maatschappelijke uitvoerbaarhei,d dat Goudasfalt nooit uitontwikkeld is terwijl de regels die ontwikkeling juist erg beperken. Ook zijn de letters van de deelgebieden niet op de verbeelding te zien. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Toelichting en regels Zienswijze reactie en verweerschrift Niet alle participatie input is verwerkt omdat de vermeende vormvrije crisis- en herstelwet wel degelijk afkadering kent. Jurisprudentie stelt dit ook voldoende concreet en objectief moet zijn. Een uitgebreide reactie op dit punt staat in hoofdstuk 2. Dat participatie input niet meegenomen wordt wil niet zeggen dat daarmee de participatie niet juist verlopen is. Dat zijn twee losse elementen. Er wordt gesteld dat er meerdere punten zijn waarop de toelichting en verbeelding onjuist zouden zijn. Het is volgens de zienswijze indieners niet de taak dat zijn dit verbeteren.
Het idee van een zienswijze is echter dat er genoemd wordt iets onjuist is. Daarom gaat deze zienswijze reactie alleen in, op de inhoudelijke punten die wel genoemd zijn. Wat de onjuiste verschillen tussen hoofdstuk 2 en 5 zijn, wordt niet omschreven. Hier kunnen we dus ook niet op reageren. Het verschil tussen de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de regels is geen onjuistheid maar het laat zien waar de spanning op dit bestemmingsplan zit en ook het visie verschil. Een visie verschil van open normen versus een bepaalde mate van afbakening zoals de wet- en jurisprudentie dit vragen (zie tevens bijlage 2). De zienswijze gebruikt tot slot stedenbouwkundige- en visie elementen zoals een gebiedsindeling door elkaar met wat er op een planologisch juridische verbeelding kan staan en op welke wijze. Dat zijn twee verschillende zaken. Een gebiedsindeling met letters e.d. in geen planologisch juridisch juiste vorm. Daarnaast is er bewust voor één gemengde bestemming in het middengebied gekozen waarin alle flexibiliteit zit in combinatie met bouwvlakken zodat zichtlijnen, flexibele ruimte en de vluchten hulpdienstroutes vrij blijven. Een zonering met ondersteunende tekstuele toelichting zoals die in de tijdelijke ontheffing zaten, is niet de wijze waarop een bestemmingsplan gemaakt kan worden.
pagina 25
Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.4 Indiener 4 Dit is een zienswijze namens een aantal (deels direct) omwonenden aan de Gouderaksedijk. De zienswijze is ondertekend door 16 personen. Deze groep vangt de zienswijze aan door hun actieve rol in de participatie te omschrijven hoe met andere betrokkenen ondanks het soms intensieve traject er toch iedere keer weer tot oplossingen gekomen is. 4.4.1
Zienswijze evenementen Er staat in de voorschriften dat de categorie 1 en 2 evenementen eindigen om 24:00 uur. De muziek stopt om 23:00 uur. Het verzoek is dit nog duidelijker in de tekst van de regels zelf te vermelden. Daarnaast is de afspraak dat categorie 2 evenementen (onder regel D1) gaan over niet versterkte muziek en categorie 3 evenementen “niet hoorbaar zijn buiten het terrein”. Het verzoek is de tekst van de regels hierop aan te passen. Ook de verkeersveiligheid op vooral de Gouderaksedijk zelf tijdens evenementen moet beter geborgd worden. Het aantal voetgangers en fietsers tijdens maar ook buiten evenementen om, is sterk toegenomen. In combinatie met het verkeer levert dit gevaarlijke situaties op. Tot slot is het verzoek het jaarlijks vooroverleg voorafgaand aan de het evenementen seizoen en de evaluatie na der hand op te nemen als bepaling. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Regels van artikel 5 en bijlage 1 bij de regels Zienswijze reactie en verweerschrift In de voorschriften voor evenementen in de bijlage bij de regels staat nu dat categorie 3 evenementen eindigen om 23:00 uur. Voor categorie 1 en 2 evenementen is de eindtijd 24:00 uur. Afhankelijk van het type evenement zal de muziek in de evenementenvergunning qua geluid bijvoorbeeld om 23:00 uur uit moeten. Dit om het betreffende evenement ook daadwerkelijk te laten eindigen om 24:00 uur.
In het verleden is dit ook wel gedaan maar het is nooit een standaard regel geweest. Dit punt is ook niet uit de evaluatie van de evenementen uit 2023 gekomen. Aanpassing van de evenementenvoorschriften voor standaard alle categorie 1 en 2 hierop geeft een onnodige beperking. Dit kan per evenement goed bepaald worden. De het uitsluiten van elektrisch versterkte muziek onder standaard categorie 2 evenementen staat in artikel 2 onder c1 en c2. Voor categorie 3 staat dit niet omschreven maar dit staat wel met een geluidsnorm van 75dB(A) geborgd. Om te omschrijven dat geen enkel geluid het terrein mag verlaten is ten eerste niet te monitoren anders dan met een permanente geluidsmeting rondom het terrein bij categorie 3 evenementen. De aard omvang en het aantal categorie 3 evenementen maken het niet reeeel dit te eisen. Daarnaast gaat het in tegen de afspraken uit de participatie. Daarin is juist besproken bijvoorbeeld de start van een hardloopwedstrijd een goed voorbeeld is van een categorie 3 evenementen. Het startschot voor die hardloopwedstrijd verlaat qua geluid mogelijk wel het terrein. Iets waarvan uit de participatie bleek dat dit geen bezwaar was. Om deze redenen komen er geen aanvullende normen voor geluid of de duur ervan. De verkeersveiligheid toelichting uit de zienswijze illustreert niet een verband dat alleen met evenementen samenhangt.
Om die reden zal de verkeersveiligheid per evenement afgewogen worden in de evenementenvergunning. Een veiligheidsplan met meer of minder aspecten afhankelijk van de omvang van het evenement neemt de voetgangers en fietsers daarin mee. De evaluatie van evenementen is een manier van werken om in de volgende jaren samen tot nog betere oplossingen te komen. De evenementenvoorschriften, zijn voorschriften voor individuele evenementen door het jaar heen. Het voorschrift, niet de onderlinge afspraak, om jaarlijks te evalueren en vooraf een evenementenkalender op te nemen is een aanvulling op de evaluatie van 2023. Met veel energie is hier tot een set afspraken gekomen die we met dit bestemmingsplan niet verder gaan juridificeren. Evenementen maken deel uit van het bestemmingsplan voor zover het ruimtelijk relevant is. De evaluatie van evenementen kan erg helpen om evenementen nog beter te laten verlopen maar zijn geen bestemmingsplan aangelegenheid en er daarom ook niet in opgenomen.
pagina 26
Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.4.2
Zienswijze Theaterbakkerij Het gebruik van de Theaterbakkerij is in de praktijk lang niet altijd conform de gebruiksmogelijkheden in het bestemmingsplan. De neiging tot zelfstandige horeca en het organiseren van popconcerten worden als voorbeeld genoemd. De vraag is of de omschrijving cultuur en ontspanning voldoende is afgebakend zodat de omgevingsimpact niet vergroot wordt ten opzicht van de doelstelling van de Theaterbakkerij. Er wordt tevens een bevestiging gevraagd dat het terras ondergeschikt is en geen zelfstandige horeca mag bevatten en dat er geen muziek buiten mogelijk is. Ook wordt gesteld dat het gebouw en de parkeeroplossing volstrekt ongeschikt zijn voor deze activiteiten. De vraag is ook welke gehanteerde parkeernorm er gebruikt is. Mochten er toch festivals en dergelijke in de Theaterbakkerij komen, dan gaan de zienswijze indieners er van uit dat de inrichtingseisen hieraan aangepast worden en dat er nakoming en toezicht hierop is. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Artikel 1.18 en artikel 4 Zienswijze reactie en verweerschrift De bestemming cultuur en ontspanning in artikel 4, staat omschreven in artikel 1.18. met “een sociaal-culturele voorziening in de vorm van een theater voor onder meer podiumkunst, verenigingsleven en amateurtoneel”.
Dit is een afbakening vanuit de toelatingsplanologie wat wil zeggen dat dit en soortgelijk gebruik toegestaan is en verder niet. Daarmee is de afbakening voor het bestemmingsplan voldoende. In de zienswijze staat het voorbeeld van pop concerten genoemd. De omgevingsimpact bestaat dan naast van strijdigheid met het bestemmingsplan, ook uit een mogelijke overtreding van het geluid van deze concerten. Om dit verder te borgen is aanvullend op dit bestemmingsplan een tweetal maatregelen getroffen. Allereerst is er nogmaals gekeken welke geluidsonderzoeken er zijn voor de Theaterbakkerij. Het onderzoek dat de Theaterbakkerij naar de eigen geluidsuitstraling in 2022 deed, voldoet aan de wettelijke onderzoekseisen zoals het type meetinstrumenten, de wijze van meten e.d. De ODMH voerde de toetsing op het geluidsonderzoek uit. Op basis van het “pop spectrum” is getoetst wat de maximale geluidsnormen zouden moeten zijn. Belangrijk is dat dit dus niet betekent dat popmuziek/ een pop podium daarmee toegestaan is. Dat is uitgesloten omdat deze vorm van gebruik in het bestemmingsplan niet toegestaan is. Het bestemmingsplan is dus leidend, de vervolg toetsing van het geluid is een tweede vorm van borging. De redenatie gaat niet andersom op. Dus de geluidsmeting in het pop spectrum maakt een pop podium niet mogelijk.
Met deze kanttekening in het achterhoofd gaan we terug naar het geluidsonderzoek zelf. Er is voor het pop spectrum gekozen om de invloed van het geluid goed te toetsen. Geluid bestaat namelijk uit verschillende spectra. Sterk versimpeld uitgelegd bestaat geluid uit verschillende “toonhoogtes” waarbij over het algemeen de kans dat zware bastonen het meeste overlast geven, het grootst is. Die bastonen dragen het verst en laten zich het minst makkelijk stoppen door technische maatregelen. Vertaald naar de casus van de Theaterbakkerij heeft het pop spectrum niet alleen podiumgeluid in zich maar ook muziekgeluid met bastonen. Uit het geluidsonderzoek bleek dat het zaalgeluid maximaal 95 dB(A) mag zijn tot 23:00 uur om aan de wettelijke geluidsnormen te voldoen. De regelgeving van de nachtperiode na 23:00 uur staat nog 90 dB(A) zaalgeluid toe. Om deze maxima in decibellen te borgen bleek er in de Theaterbakkerij al een limiter aangebracht te zijn op de geluidsinstallatie. Hierop gaat nog een controle plaatsvinden en een eventuele verzegeling als die er nog niet is. Op deze wijze vindt er extra borging van de geluidsnormen plaats. Het terras van de Theaterbakkerij aan de noordzijde is een smalle rookplek voor in de pauzes en na voorstellingen. Artikel 4.3.3. limiteert dit terras op 40 m2. Een zelfstandig terras en/ of zelfstandige horeca is uitgesloten in ditzelfde artikel.
Daarmee is de horecavorm en omvang voldoende afgebakend.
pagina 27
De parkeerbehoefte en mogelijkheden staan berekend in paragraaf 5.3. Dit op basis van het aantal zitplaatsen in de zaal en de CRWO norm. Hier staat een aanzienlijk tekort voor het parkeren op eigen terrein van de Theaterbakkerij. Een tekort dat veelal opgelost wordt door het huren of gebruiken van ruimte van stichting GOUDasfalt maar dit is ook op een andere locatie mogelijk. Dit is een bestaand recht dat is overgenomen uit de bestaande ontheffing van de Theaterbakkerij. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.4.3
Zienswijze extra horeca punten In het bestemmingsplan staat dat er naast de drie horecapunten en de ondergeschikte horeca bij de Theaterbakkerij nog extra horeca mogelijk toegestaan wordt. Dit terwijl er aangegeven is dat er geen uitbreiding komt. Het verzoek is dit toe te lichten. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Toelichting paragraaf 5.2 Zienswijze reactie en verweerschrift De verwoording extra horeca in paragraaf 5.2 zou de uitleg kunnen krijgen dat dit horeca is die bovenop de huidige, al op Goudasfalt gevestigde horeca inrichtingen komt. Dat is niet het geval als we kijken naar de regels waarin de drie in de zienswijze genoemde horecapunten bestemd zijn en verder niet. Om verwarring te voorkomen zal het woord “extra” voor het woord “horeca” in paragraaf 5.2 verwijderd worden. Het bestemmingsplan wordt hierop aangepast.
4.4.4.
Zienswijze horeca en extra evenementen via andere regelgeving uitsluiten Alle activiteiten voor evenementen en horeca vallen onder het bestemmingsplan en de daarin gestelde regels. Via andere regelgeving is geen extra evenement of horeca mogelijk. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft De relatie tussen het bestemmingsplan en de Algemene plaatselijke verordening Zienswijze reactie en verweerschrift Het bestemmingsplan Deze zienswijze gaat om inrichtingen binnen de gemengde bestemming. Ten eerste moet het gebruik ervan voldoen aan het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan sluit evenementen uit tenzij ze aan de eisen van bijlage 3 bij de regels voldoen/ de evenementenvoorschriften. Horeca is alleen toegestaan waar de horeca aanduiding is. Drank en horeca wetgeving en de exploitatie vergunning Op horecabedrijven is, naast het bestemmingsplan, verschillende andere wet- en regelgeving van toepassing. Die bestaat onder andere uit: allergenenwetgeving, een exploitatievergunning, een terrasvergunning en soms een omgevingsvergunning brandveilig gebruik of een gebruiksmelding als het om meer dan 50 personen gaat. Voor het schenken van alcohol is in de meeste gevallen een alcoholvergunning noodzakelijk op grond van de Alcoholwet (art. 3 Aw).
Voor de verkoop van (eigen gebrouwen) alcohol in bijvoorbeeld flessen, in de vorm van (ondergeschikte) detailhandel is voor de Alcoholwet een slijterijvergunning nodig. Op dit punt komen het bestemmingsplan en andere wetgeving bij elkaar. Want een terrasvergunning kan alleen maar samenhangen met een horeca bestemming in het bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een slijterij- en een detailhandelsbestemming of ondergeschikte detailhandel aan een bedrijfsbestemming. Ook voor maatschappelijke verenigingen zoals een buurthuis of scouting of voor sportverenigingen geldt dat zij als openbare inrichting volgens de APV, een exploitatie vergunning moeten hebben .Aanvullend geldt dat indien er met enige regelmaat, bijvoorbeeld na verenigingsavonden, ledenfeestjes, andere bijeenkomsten, alcohol wordt geschonken, een
pagina 28
Alcoholwetvergunning nodig is. Zij worden dan beschouwd als ´paracommerciële horeca´. Voor paracommerciële horeca gelden , ter bescherming van de reguliere (commerciële) horeca, aanvullende voorwaarden op basis van de APV. Onder meer de schenktijden wordt daarin aan banden gelegd. Ook bevat de APV bepalingen om ontheffing te vragen van de schenktijden voor bijvoorbeeld feestjes of bijeenkomsten ¨van persoonlijke aard¨. Bij dit alles zie je tot slot dat het bestemmingsplan een duidelijk onderscheid maakt tussen een horeca bestemmingen (met een structurele aard) en andere doeleinden (zonder structurele horeca aard). Oftewel, van wat in een exploitatievergunning toegestaan is, moet dit ook in het bestemmingsplan passen. VFLO en extra geluid Voor een inrichting is het mogelijk om op basis van de VFLO, 12 dagen per jaar extra geluid te produceren. Hier zijn meerdere voorwaarden aan verbonden die in de VFLO staan. De belangrijkste zijn dat: • Het geluid alleen binnen de inrichting gemaakt mag worden. Ramen en deuren zijn dus gesloten • Er gelden mogelijke verruimde sluitingstijden op basis van de APV en het sluitingstijden beleid • Er mag niet meer dan 55 dB(A) op de gevel van nabij gelegen woningen komen • Het mag geen structureel karakter hebben. De 12 dagen regeling is alleen bedoeld voor incidentele festiviteiten.
• De incidentele festiviteit mag niet in strijd zijn met de bestemming. Zo mag bijvoorbeeld een horeca inrichting 12 dagen per jaar extra geluid maken tijdens een incidentele festiviteit binnen het gebouw in de inrichting. Maar een ambachtelijk bedrijf die aan houtbewerking doet kan ook niet zomaar 12 dagen per jaar horeca gerichte feesten gaan organiseren. Dit laatste is immers in strijd met de bestemming. Wel kan het ambachtelijke bedrijf binnen de inrichting iets extra’s organiseren voor (potentiële) klanten waarvoor zij de ambachtelijke producten produceren. Hierbij is het bestemmingsplan en de mate waarin iets ook echt incidenteel is, altijd de basis. • Vindt de incidentele festiviteit met extra geluid plaats buiten de inrichting, dan is het een evenement waar de APV en de evenementenvoorschriften op van toepassing zijn en niet de 12 dagen regeling uit de VFLO. Conclusie De conclusie is dat evenementen en horeca alleen mogen als dat past binnen het bestemmingsplan. Aanvullend hierop hebben de APV en VFLO regelgeving als het gaat om extra geluid binnen de horeca inrichting of bij verenigingsleven. Op deze wijze vindt er ook op deze onderdelen controle er regulering plaats. De APV en VFLO geldt voor geheel Gouda, het uitsluiten van deze regels op Goudasfalt doen we niet. Het biedt belanghebbenden juist extra borging van de omgevingsimpact.
Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan hoeven komen. 4.4.5.
Zienswijze groenstrook oostzijde in stand blijven De zienswijze indieners gaan er vanuit dat de groenstrook aan de Oostzijde in stand blijft en onaangeroerd. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Bestemmingsplan artikel 7 Zienswijze reactie en verweerschrift In het bestemmingsplan is hier een natuur en geen groen bestemming op gelegd. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan hoeven komen.
pagina 29
4.5 Indiener 5 Dit is een zienswijze namens stichting Gouda sterk aan de IJssel. Versterking van de relatie tussen de Hollandse IJssel en haar oevers is een belangrijk doel van deze stichting. 4.5.1
Zienswijze geen conserverend bestemmingsplan Het conserverende karakter van het bestemmingsplan maakt veel van de ambities uit onder andere het document Bidbook 2.0 en het ambitie document niet mogelijk. Genoemd worden: de langzaam verkeer oeververbinding en een klimhotel annex uitkijktoren op de plek van de voormalige asfalt installatie. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Het gehele bestemmingsplan en het planproces Zienswijze reactie en verweerschrift Een visie is een geheel ander ruimtelijk instrument dan een bestemmingsplan Paragraaf 2.3 van dit verweerschrift laat zien dat je niet zonder meer directe bouw- en gebruiksrechten toewijst op basis van alleen een visie. Daar moet eerst een stuk realistische planuitwerking tussen zitten en die ontbreekt nu nog bij veel ideeën uit de visie. Om van een visie tot het bestemmingsplan te komen is er door veel partijen hard getrokken aan het planproces. Dat waren onder andere ondernemers en organisatoren, de gemeente, stichting GOUDasfalt en in de laatste plaats niet te vergeten een aantal zeer betrokken omwonenden. Uit die participatie komt naast de behoefte aan speel- en experimenteerruimte, ook de behoefte aan afbakening van de omgevingsimpact naar voren.
Met het gereedschap “het mengpaneel” maakte de gemeente inzichtelijk dat alle functies en vormen van gebruik maximaal inzetten, naast teveel omgevingsimpact, ook het gebruik van Goudasfalt intern/ onderling beperkt. Het gevolg is dat je keuzes moet maken maar wel met oog voor genoeg flexibiliteit. Dat is precies wat dit bestemmingsplan doet met de groene rand waarin weinig ontwikkelmogelijkheden zijn, maar een gemengd middengebied waarin veel kan. Klimhotel annex uitkijkpunt Het idee van een klimtoren of een klimhotel van gestapelde zeecontainers is nooit verder vertaald dan een schets en een draadmodel waaruit bleek dat de impact qua massa en privacy voor de omgeving omvangrijk was. Ook hier zien we terug dat de afbakening van de omgevingsimpact voldoende concreet en objectiveerbaar moet zijn (zie tevens bijlage 2) en dat daar voor deze massa (nog) geen sprake van is. Wel staat de voormalige asfalt centrale omschreven in de cultuurhistorische analyse bij dit bestemmingsplan waarmee er ook stedenbouwkundig een aanleiding is voor eventuele toekomstige planontwikkeling. Maar ook daarvan is het slagen afhankelijk van de planuitwerking, omvang en omgevingsimpact. Brug De brug is niet aangegeven omdat voor het opnemen in het bestemmingsplan expliciete toestemming nodig is van Rijkswaterstaat in verband met de vrije doorvaart op de Hollandse IJssel. Die toestemming is er niet.
Dit staat tevens genoemd in de toelichting in paragraaf 5.3 en watervergunning RWS-2018/50365 I. Ook de zienswijze van Rijkswaterstaat op dit bestemmingsplan laat zien hoe beperkt de speelruimte hiervoor is. Tot slot is de economische haalbaarheid geheel niet aangetoond. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen.
4.5.2
Zienswijze maak gebruik van de extra tijd uit de crisis- en herstelwet Er wordt ingebracht dat de crisis- en herstelwet de mogelijkheid biedt om tot 1 januari 2026 het bestemmingsplan af te ronden. De oproep is deze tijd te gebruiken voor een beter passend bestemmingsplan. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Het gehele bestemmingsplan en het planproces
pagina 30
Zienswijze reactie en verweerschrift In de zienswijze staat de oproep om gebruik te maken van de mogelijkheid uit de crisis en herstelwet om voor 1 januari 2026 pas het bestemmingsplan verbrede reikwijdte vast te stellen. Daarmee doelen de indieners op artikel 7c van de crisis- en herstelwet3. In dit artikel staan echter een aantal voorwaarden die knellen. Allereerst staat hier dat de eis van de in hoofdstuk 2 en bijlage 2 van dit verweerschrift uitgelegd dat ETFAL en de fysieke veilige- en gezonde fysieke leefomgeving eisen gelden, net als geluidsnormen uit het activiteitenbesluit. Samengevat is dat de afbakening van de omgevingsimpact. De zienswijze gaat hieraan voorbij met het idee dat een bestemmingsplan verbrede reikwijdte hierdoor veel meer speelruimte heeft. De suggestie uit de zienswijze dat in de komende 2 jaar er meer ruimte te vinden is voor bouwen- en gebruik, is onjuist. Die afweging is juist in dit bestemmingsplan dat voorligt al gemaakt en heeft de maximale speelruimte al opgezocht en onderbouwd. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, geen aanpassing op het bestemmingsplan komen. 4.6 Indiener 6 Dit is een zienswijze namens de scouting groep Jan van Hoof. Hun clubhuis is gevestigd op het Goudasfalt terrein waarbij zij huurder zijn van stichting GOUDasfalt. 4.6.1
Zienswijze Indiener 6 onderschrijft de zienswijze van indiener 2. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Het gehele bestemmingsplan en het planproces Zienswijze reactie en verweerschrift Voor de zienswijze reactie en het verweerschrift van de punten uit de zienswijze van indiener 2 verwijzen we naar deze beantwoording
4.6.2
Zienswijze bouwplan mogelijk maken In de zienswijze staat een omschrijving van een bouwplan voor een tweede laag op een deel van de bestaande bebouwing inclusief een trap aan de buitenzijde. Tevens is er het plan voor een aanbouw aan de zuidzijde of een losstaand extra gebouw voor de verhuur voor overnachtingen inclusief sanitair voor andere Scoutinggroepen dan wel dubbelgebruik vanuit stichting GOUDasfalt. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Artikel 5 gemengd in combinatie met de maatvoering op de verbeelding Zienswijze reactie en verweerschrift Op de bestemmingsplan verbeelding staat een maximaal aantal bebouwing vierkante meters. Die gaan echter over het platte vlak. Daar komen de vierkante meters op de verdieping nog bij omdat dit gelezen moet worden in combinatie met artikel 5.2.1 en 2.5 en 2.7. Het bebouwingsoppervlak geeft hiermee geen limiet voor het gebruiksoppervlak op de verdieping. Dat doet de goothoogte beperking wel. Daarom wordt de goothoogte gelijk getrokken met de andere bouwvlakken waar geen goothoogte beperking geldt. Daarmee blijft er alleen de bouwhoogte van 8 meter behouden en is het plan voor een extra bouwlaag direct mogelijk in het bestemmingsplan. Het tweede deel van het bouwplan is om of tussen het bestaande Scouting gebouw en de dijk een extra gebouw te plaatsen of om dit richting het zonnedak te doen.
Het toevoegen van nieuwe bebouwing op maaiveld kan alleen als er binnen het bouwvlak andere bestaande bebouwing verdwijnt. Dit om vanaf de dijk voldoende lucht, zicht en beleefbaarheid over te houden het terrein op. Bij het bouwen aan de dijkzijde geldt tevens een dubbelbestemming voor het behoud van de dijk. Richting het zonnedak is het bouwvlak bewust begrensd omdat hier de route loopt waarmee nood- en hulpdiensten het terrein op en af kunnen. Deze route moet vrij blijven van permanente
3 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027929/2022-09-16
pagina 31
bebouwing vanwege de externe veiligheid. Binnen het bouwvlak zit dus zeker wel speelruimte maar deze is op basis van de voorgaande argumentatie bewust afgekaderd. Tot slot geeft Scouting aan te willen verhuren voor overnachting en dubbelgebruik voor stichting GOUDasfalt. In dat geval zal er een logies bestemming op het pand moeten komen. Los van de wenselijkheid en impact die deze bestemming geeft, zit hieraan gekoppeld een brandmeldinstallatie met directe schakeling met de brandweer. Dit is een kostbare installatie en de vraag of dat nodig is. Een meer concretere planuitwerking voor de omgevingsimpact en de kosten is dan ook nodig om hier als gemeente wel of geen medewerking aan te geven. Er zal voor dit punt van de zienswijze, gezien het voorgaande, een aanpassing op het bestemmingsplan komen. De goothoogte van 4 meter zal geschrapt worden als voorwaarde, zie bijlage 3.5. Ook komt er een verduidelijking van het maximum aantal bebouwings vierkante meters op de begane grond, zie bijlage 3.10. Voor het overige deel zal er geen aanpassing komen van het bestemmingsplan. 4.7 Indiener 7 Deze zienswijze is ingediend door Rijkswaterstaat als beheerder en vergunningverlener van dit deel van de Hollandse IJssel en de buitendijkse gronden. Rijkswaterstaat heeft na aanvullend contact haar zienswijze op 20 maart 2024 ingetrokken.
Verdere behandeling van deze zienswijze is daarmee niet nodig. 4.8 Indiener 8 Dit is een zienswijze vanuit de provincie Zuid-Holland. 4.8.1
Zienswijze kantoren De wijze waarop kantoren zijn verwoord in het bestemmingsplan is onvoldoende. Deze moeten voldoen aan artikel 6.11 van de omgevingsverordening Zuid-Holland. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Regels artikel 3 bedrijf en artikel 5 gemengd Zienswijze reactie en verweerschrift Artikel 3 en 5 wordt aangepast op de provinciale verordening. In bijlage 1 is dit verwoord.
4.8.2
Zienswijze molen biotoop De wijze waarop de molen biotoop is verwoord in het bestemmingsplan wat betreft de wieken is niet volledig passend in de omgevingsverordening Zuid-Holland. De afwijkmogelijkheid moet verwijderd worden omdat deze onder Gedeputeerde State valt en niet onder het college van B&W. Bestemmingsplan gedeelte waarop dit betrekking heeft Regels artikel 16.2 vrijwaringszone – molen biotoop Zienswijze reactie en verweerschrift Artikel 16.2.1 wordt aangepast op de provinciale verordening. Artikel 16.2.2 wordt verwijderd. In bijlage 1.9 is dit verwoord.
pagina 32
Bijlage 1 leren van de afgelopen 7 jaar rond het opstellen van evenementenvoorschriften We gaan nu dieper in op welke lessen er rond het Omgevingswet pilotproject Goudasfalt terug te zien zijn in dit bestemmingsplan. In een pilot leer je, zo ook rond het begrip omgevingsimpact. Rond de omgevingsimpact voor evenementen is soms zeer intensief en heftig geparticipeerd. De flexibiliteit die het ambitiedocument en de visie vanuit GOUDasfalt voor evenementen verlangde, strandde echter keer op keer omdat de omgevingsimpact (rechtszekerheid) niet goed genoeg afgebakend was aldus de rechter. In februari 2017 is een tijdelijke omgevingsvergunning voor vijf jaar waaronder evenementen afgegeven. Daarop volgde beroep bij de rechtbank. In november 2019 vernietigt de rechtbank de beslissing op bezwaar omdat het aantal evenementen en de decibellen onvoldoende onderbouwd waren voor wat betreft de omgevingsimpact. In april 2021 stelde het college de beslissing op bezwaar vast. Het aantal evenementen was naar beneden gebracht en de afbakening van de omgevingsimpact was aangepast. Maar er was ook ruimte voor flexibiliteit. In januari 2022 stelde de rechtbank opnieuw dat de omgevingsimpact te weinig onderbouwd was.