Bijlage 1: Verslag van de re-integratie Participatiewet 2022-2023
Tekst van het document
Begin 2022 750
Medio 2022 650
Eind 2022 601
Medio 2023 612
Eind 2023 676
De uitstroom uit de WW was in het eerste halfjaar van 2022 gemiddeld rond de 100 personen en het tweede halfjaar van 2022 en heel 2023 gemiddeld rond de 80 personen. Een deel van de uitgestroomde personen stroomde uit naar werk, een deel vroeg een IOW of IOAW uitkering aan en een deel vroeg een bijstandsuitkering aan (Bron: UWV). Instroom vanuit de WW in de bijstand In 2022 stroomden in Gouda 70 inwoners in vanwege einde WW (13% van de instroom) en in 2023 35 inwoners (7% van de instroom) (Bron: eigen cijfers van de gemeente). Uit dossieronderzoek over het eerste kwartaal van 2023 bleek dat deze instroom voor de helft werd verklaard door instroom van inwoners die zijn opgenomen in het doelgroepregister. Denk hierbij bijvoorbeeld aan inwoners met een arbeidsbeperking van wie het contract voor een garantiebaan niet werd verlengd. Naast een groot deel inwoners met een arbeidsbeperking meldden zich ook cliënten die de volledige WW-duur (2 jaar) hadden doorlopen. Ook dit betrof dan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die begeleiding bij het vinden van werk nodig hadden.
Reden instroom Immigratie/Nieuwkomer
instroom in 2022 (dossiers) 74
% van de instroom in 2023 (dossiers) instroom
% van de instroom
13,6%
98
18,8% 13,1%
Verhuizing
46
8,4%
68
Einde arbeid in dienstbetrekking
28
5,1%
46
8,8%
Einde Zelfstandig beroep of bedrijf
19
3,5%
23
4,4%
Beëindiging relatie
36
6,6%
40
7,7%
Einde WW
70
12,8%
35
6,7%
Dakloos geraakt
22
4,0%
20
3,8%
Andere redenen en normwijzigingen
250 545
45,9%
191 521
36,7%
Totaal
100,0%
100,0%
Bron: eigen cijfers gemeente
6
Het cijfer Geregistreerde Werkzoekenden UWV (GWU) omvat alle personen van 15 tot 75 jaar die als werkzoekend bij UWV staan geregistreerd met een uitkering WW, bijstand, Wajong, WGA of WAO en die dienstverlening van UWV of gemeenten ontvangen, en personen met een actief cv op werk.nl.
Pagina 19
3.5. Ingezette re-integratie voorzieningen 2022-2023 In de voorgaande paragrafen is beschreven hoe de re-integratie dienstverlening was voor de diverse onderscheiden doelgroepen. In deze paragraaf wordt cijfermatig inzicht gegeven in de inzet van reintegratievoorzieningen in 2022 en 2023. Daarvoor wordt eerst het aanbod aan re-integratievoorzieningen nader toegelicht.
3.5.1. Beschikbaar aanbod aan ondersteuning De gemeenteraad heeft in de Re-integratieverordening de kaders vastgelegd voor welk aanbod aan reintegratie voorzieningen beschikbaar is. Op deze manier is de gemeente transparant over het gevarieerde aanbod van ondersteuning dat beschikbaar is. In de verslagperiode was sprake van 3 achtereenvolgende Re-integratieverordeningen: 10 augustus 2017 tot en met 13 januari 2022 14 januari 2022 tot en met 30 juni 2023 Sinds 1 juli 2023 (vigerende versie)
Re-integratieverordening Gouda 2017 Re-integratieverordening Gouda 2022 Re-integratieverordening Gouda 2023
De meest recente verordeningen zijn beide geharmoniseerd in de arbeidsmarktregio Midden-Holland. Dat wil zeggen dat – daar waar beleidsvrijheid was – de keuzes zijn afgestemd met de andere gemeenten in de arbeidsmarktregio en met het UWV. Hierdoor is het aanbod van re-integratievoorzieningen vanuit het WSP Midden-Holland voor werkgevers nagenoeg hetzelfde, ongeacht uit welke gemeente de werkzoekende komt. Ook zijn de afspraken over loonkostensubsidie voor werkgevers die werknemers met een arbeidsbeperking in dienst nemen aangepast; dit werd in de hele arbeidsmarktregio hetzelfde uitgevoerd. De meest recente aanpassing van de verordening werd ingegeven door de wijziging van de Participatiewet vanuit het Breed Offensief7 en de bijbehorende verordeningsplicht per 1 juli 2023. Deze hield in dat voorzieningen voor inwoners met een arbeidsbeperking meer gedetailleerd geregeld moesten worden in de verordening. De belangrijkste aanpassingen van de verordening 2023 ten opzichte van de verordening 2022 waren: • Introductie van een nieuwe vorm van loonkostensubsidie voor cliënten zonder arbeidsbeperking. Naast de doelgroep banenafspraak/Beschut werken kwam er een nieuwe doelgroep, te weten: kwetsbare werknemers en uiterst kwetsbare werknemers; dit zijn werkzoekenden die 12 resp. 24 maanden niet hebben gewerkt.
Om hen aan het werk te helpen is er sinds 1 juli 2023 een nieuwe vorm van loonkostensubsidie. Deze kwam in de plaats van de werkgeverspremie. • Persoonlijke ondersteuning kan ook worden ingezet voor de Participatiewet-doelgroep (niet inwoners met een arbeidsbeperking). Voor meer informatie wordt u verwezen naar het raadsvoorstel van 7 november 2023 en bijlage 1. In bijlage 1 treft u een volledige beschrijving met toelichting aan op de beschikbare re-integratie instrumenten.
3.5.2. Ingezette re-integratievoorzieningen De inzet van re-integratievoorzieningen wordt geregistreerd volgens de voorschriften van de Statistiek Re-integratie Gemeenten (SRG). Gemeenten moeten wettelijk verplicht informatie aanleveren aan het CBS over hoeveel van welke re-integratievoorzieningen zij inzetten. Hierbij is een voorgeschreven indeling van de Statistiek Re-integratie Gemeenten (SRG); dit is een indeling op hoofdlijnen. Zie ook bijlage 2.
7
Het Breed Offensief is een landelijke, brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Met het Breed Offensief worden maatregelen voorgesteld om meer mensen met een beperking aan een baan te helpen en aan het werk te houden.
Pagina 20
De Statistiek Re-integratie Gemeenten (SRG) geeft dan informatie over het aantal en soort re-integratie- / participatievoorzieningen en over de aantallen personen waaraan gemeenten re-integratie-/ participatievoorzieningen hebben verstrekt. Binnen de SRG-indeling is de gemeente vrij om de instrumenten die zij inzet nader te detailleren. Gemeente Gouda maakt daar gebruik van door vele trajecten en opleiding te registreren voor sturingsdoeleinden. In 2022 is deze registratie (in het kader van het programma naar een nieuwe sociale dienst) volledig opgeschoond en nieuw ingedeeld (zoals onderstaand weergegeven), waarbij alle niet meer actuele trajecten en opleidingen verwijderd zijn. Wat valt er onder een voorziening SRG Voorziening SRG Coaching naar werk of naar participatie
Training/cursus/opleiding Vrijwilligerswerk Forfaitaire loonkostensubsidie Overige werkplekken Niet nader in te delen Jobcoach/begeleiding op de werkplek Proefplaatsing t.b.v. loonwaardebepaling Overige sociale activering Vervoersvoorziening Loonkostensubsidie (Participatiewet) Beschut werk Werkplekaanpassing
categorie Begeleiding naar en tijdens werk, Bemiddeling naar werk, IAMness resp ShareNess, Basisroute (Promen), U&B works, Individuele plaatsing en steun (IPS), Bruisnest, Brancheroute (Promen), Uitstroomroute (Promen), Werkend naar Werk (Promen), Statushouders naar werk (Promen), Praktijkverklaringen, Bewegen werkt, Werkshop, Werkreturn, Part Time Ondernemerschap, Leren Werken (Promen), Activatieroute (Promen), Refrisk, Individuele trajecten Taalmeter, MAP SosyTraining, VCA, Sollicitatietraining (Tempo Team); Calder Werkt, vele individuele opleidingen of trajecten (o.a. taaltrajecten, Llokaal Expeditie, GalileoAcademy, Maintec, E25, e.d.) Vrijwilligerswerk (ihkv re-integratie), Buurtvoorlichters Forfaitaire loonkostensubsidie Werkervaringsplaats, werkstage, proefplaats(ing) Arbeidsdeskundig onderzoek, medische adviezen, intake module Promen, diagnose module Promen, werkgeverspremie, uitstroompremie Jobcoaching (arbeidsbeperkten) Proefplaats(ing) t.b.v. loonwaardebepaling Participatie klantgroep 4, sociale coöperatie Reiskostenvergoeding Loonkostensubsidie (Participatiewet) Beschut Werk Werkplekaanpassing (doelgroep banenafspraak)
Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de bijlagen. In bijlage 1 is een uitgebreide toelichting opgenomen op de re-integratievoorzieningen In bijlage 2 is een nadere toelichting opgenomen op de SRG-indeling Welke re-integratievoorzieningen hoe vaak zijn ingezet, wordt gepresenteerd in het overzicht op de volgende bladzijde. Dit overzicht behoeft enige toelichting. • De registratie van re-integratievoorzieningen is per 1-1-2022 helemaal opgeschoond (waarbij oude trajecten zijn gestopt) en opnieuw ingericht in overeenstemming met de SRG. Dat betekent dat de getoonde aantallen nieuw ingezette trajecten en voorzieningen betreffen. • Alleen bij Beschutte Werkplekken, vrijwilligerswerk en mantelzorg is het aantal lopende voorzieningen gepresenteerd. • Verder wordt opgemerkt dat cliënten meerdere voorzieningen kunnen ontvangen tegelijkertijd of in een kalenderjaar (bv én loonkostensubsidie én jobcoaching én een vervoersvoorziening). • Niet in het overzicht staan (omdat deze inzet niet tot de SRG behoort) de begeleiding door de consulenten werk; de inzet van het WSP, Werkcafé, RMT en LWL; alle georganiseerde evenementen; de activiteiten in het kader van het bestrijden van de jeugdwerkloosheid, het JPF, Simpel Switchen en Social return. In 2022 werden ruim 900 re-integratievoorzieningen ingezet en in 2023 bijna 1.000.
De belangrijkste reintegratie/participatie- voorzieningen die in de verslagperiode werden ingezet waren: • het in beeld brengen van de mogelijkheden en belastbaarheid van cliënten (546 keer ingezet). De noodzaak hiertoe hing samen met de veranderende doelgroep met meer problematiek; • (forfaitaire) loonkostensubsidies (319 keer) met name bij de garantiebanen en Beschutte Werkplekken, maar ook bij de Praktijkroute waarbij de inschrijving in het doelgroepregister tijdens de eerste periode van werken plaatsvond; • individuele trajecten en opleidingen (220 keer ingezet) • de dienstverlening van Promen, die in de verslagperiode werd doorontwikkeld van modules naar routes (129 keer ingezet); • 114 cliënten met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt (zgn. klantroep 4) die met de methode van Frequent, Intensief en Persoonlijk contact (FIP methode) werden begeleid door de consulenten participatie.
Pagina 21
Aantal ingezette re-integratievoorzieningen, 2022 en 2023 SRG Voorziening Beschut werk
Categorie Beschutte Werkplekken
Overige werkplekken
Proefplaats
2022
2023 62
46 2
Werkervaringsplaats, werkstage
5
3
104
141
Loonkostensubsidie (Participatiewet)
Loonkostensubsidie
Coaching naar werk of naar participatie
Bruisnest
8
12
Basisroute (Promen)
1
18
n.v.t.
18 5
Activatieroute (Promen) Brancheroute (Promen)
n.v.t. 36
Leren Werken (Promen) Werkend naar Werk (Promen)
17
Praktijkverklaringen (Promen)
1
Uitstroomroute (Promen)
3
Refrisk (inwoners met een arbeidsbeperking)
13
5
Individuele plaatsing en steun (IPS)
9
9
U&B works
1
4
Statushouders naar werk (Promen)
9
2
ShareNess
1
9
Individuele trajecten
91
129
Bewegen werkt
Niet nader in te delen
4
n.v.t. 2
Werkshop (statushouders)
Jobcoach/begeleiding op de werkplek
17
29
Jobcoaching (inwoners met een arbeidsbeperking) Medische adviezen Arbeidsdeskundig onderzoek, belastbaarheidsonderzoek Diagnose module (Promen)
65
40
208 66
146
62
17
Intakemodule (Promen)
27
20
Forfaitaire loonkostensubsidie
Forfaitaire loonkostensubsidie
41
33
Proefplaatsing t.b.v. loonwaardebepaling
Loonwaarde-bepalingen
80
50
Proefplaats(ing) voor loonwaardebepaling
12
9
Training/cursus/opleiding (nb zie ook Activeer Academie Tempo Team ‘individuele trajecten' onder coaching MAP SosyTraining naar werk of participatie: deze kunnen ook scholing zijn) Vrijwilligerswerk Buurtvoorlichters
9 8
12
8
5
Vrijwilligerswerk (ihkv re-integratie)*
3
2
Overige sociale activering
Sociale coöperatie
9
3
Tijdelijke loonkostensubsidie
Aantal cliënten klantgroep 4 FIP methode In actieve ondersteuning (dec 2023) LKS Uiterst kwetsbare werknemer 50% (6 maanden) Reiskostenvergoeding
Vervoersvoorziening Totaal
114
n.v.t.
0 17
922
986
Bron: eigen gegevens gemeente *Voor de SRG werd alleen nieuw gestart vrijwilligerswerk geregistreerd. Daarnaast deden in 2022 nog 323 cliënten vrijwilligerswerk en verleenden 108 cliënten mantelzorg. In 2023 waren deze aantallen: 209 cliënten deden vrijwilligerswerk en 109 cliënten verleenden mantelzorg.
Pagina 22
Onderstaand wordt de inzet van enkele specifieke instrumenten die veel werden ingezet nader toegelicht. Loonkostensubsidie Sinds 1 januari 2022 lopen gemeenten geen financieel risico meer bij inzetten van loonkostensubsidie. De uitgaven in een jaar worden in het volgende kalenderjaar vergoed, c.q. gemeenten ontvangen de in voorgaand jaar gerealiseerde uitgavenaandeel loonkostensubsidie. Verder is de inzet voor werkgevers met ingang van 2022 vereenvoudigd. Werkgevers hoeven geen ziekmelding meer te doen bij gemeente, alleen nog bij het UWV (i.v.m. no-risk polis). Sinds 2022 loopt ook bij ziekte de loonkostensubsidie door. Alleen voor het niet-subsidiabele deel ontvangt de werkgever nog een ziektewetuitkering van UWV. De inzet van loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet was in 2022 en 2023 sterk gerelateerd aan de realisatie van garantiebanen en Beschutte Werkplekken. In 2022 werden 104 en in 2023 141 loonkostensubsidies ingezet. In vergelijking met het gemiddelde in de Divosa benchmarkgemeenten zette gemeente Gouda in 2022 en 2023 (m.u.v. 1e helft 2023) relatief veel loonkostensubsidies in. Dit is een positieve ontwikkeling omdat hierdoor relatief meer Goudse inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk waren dan in de benchmarkgemeenten.
Per 1 juli 2023 was er de mogelijkheid om (een andere vorm van) loonkostensubsidie (bekostigd vanuit het Participatiebudget) breder in te gaan zetten, voor (uiterst) kwetsbare (maar niet arbeidsbeperkte) werknemers. Hiervan was in 2023 nog geen gebruik gemaakt, omdat de Reintegratieverordening Gouda 2023 pas eind december door de gemeenteraad is vastgesteld. In 2023 werd in plaats daarvan nog ingezet op werkgeverspremies. Participatie / sociale activering Lang niet iedereen die een bijstandsuitkering ontving was staat is om te werken, vaak vanwege beperkingen of gezondheidsproblemen. Vanuit de Participatiewet hebben gemeenten ook nadrukkelijk de taak om deze cliënten zo goed mogelijk te laten meedoen in de samenleving, bijvoorbeeld door sociale activering, stimuleren van doen van vrijwilligerswerk, deel te nemen aan beweegtrajecten, etc. Voor de groep cliënten uit klantgroep 4 die werd begeleid door de consulenten participatie werd een apart traject geregistreerd, zodat inzichtelijk werd wie deze intensieve ondersteuning ontving. De inzet was om 120 cliënten te ondersteunen als eerste groep; wanneer een deelnemer om welke reden dan ook afviel, werd contact opgenomen met een volgende cliënt. Vandaar dat dit traject bij meer dan 120 cliënten is geregistreerd. Medische diagnoses Veel cliënten in Gouda hadden in 2022 een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Dit kwam overeen met het landelijke beeld dat werkfitte inwoners snel uitstroomden in de krappe arbeidsmarkt, maar dat inwoners met meer problemen of belemmeringen langdurige ondersteuning nodig hebben om stappen te zetten richting werk. In 2022 en 2023 werden met behulp van medisch-diagnostisch onderzoek de mogelijkheden en belemmeringen van deze cliënten in beeld gebracht. Deze onderzoeken vonden in 2023 plaats in een speciale spreekkamer in het Huis van de Stad. Waar mogelijk werden cliënten opgenomen in het doelgroepregister, zodat zij aan de slag konden gaan met loonkostensubsidie. Individuele trajecten Zoals ook uit de cijfers blijkt, stond maatwerk per cliënt centraal. Trajecten en opleidingen werden veel meer dan vroeger individueel of aan kleine groepjes aangeboden. In het bijzonder waren er specifieke trajecten voor cliënten met GGZ problematiek of langdurige psychische klachten. Cliënten met een ernstige psychische aandoening die behandeling en/of begeleiding kregen en aan het werk wilden, konden hiervoor begeleiding krijgen met de methode Individuele Plaatsing en Steun (IPS). Een IPS-trajectbegeleider vanuit de GGZ hielp dan met werk zoeken, vinden en behouden. Ook cliënten die op het werk problemen hadden vanwege hun psychische aandoening konden gebruikmaken van een IPS-traject om hun werk te behouden.
Per 2022 werden de kosten voor een IPS-traject voor de gemeentelijke doelgroep via een landelijke subsidie gefinancierd. In 2023 was er ShareNess (voorheen IAMNess), een psychodynamische traject voor cliënten die last hadden van langdurige psychische klachten. Tijdens dit behandeltraject werd Psychodynamische therapie en training ingezet zodat deelnemers konden werken aan psychisch herstel en zo ruimte ontstond om verder te re-integreren.
Pagina 23
Ondernemen vanuit de bijstand De gemeente Gouda bood 2 typen ondersteuning aan waarmee cliënten konden gaan ondernemen vanuit de bijstand. • Het re-integratietraject ‘Deeltijd ondernemen vanuit de bijstand’ Er was in 2022 en 2023 weinig vraag naar het re-integratietraject ‘deeltijd ondernemen vanuit de bijstand’. Dit had te maken met de onzekere financiële situatie van huishoudens met sterke stijging van energiekosten en oplopende inflatie. Men koos liever voor betaald werk in loondienst of voor oriëntatie op een starterstraject bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen. • De sociale coöperatie In 2019 besloot het college tot de oprichting van een sociale coöperatie. Het doel van de sociale coöperatie was om het voor inwoners van Gouda met een bijstandsuitkering mogelijk te maken te ondernemen. Opdat zij een klein inkomen konden genereren en toch hun uitkering behouden, binnen de wettelijke kaders. De gemaakte winst werd deels bijgedragen aan de coöperatie, en werd deels geïnvesteerd in de onderneming. Het primaire idee van een sociale coöperatie was dat de deelnemers in een community en onder begeleiding van een projectleider de gelegenheid zouden krijgen om te doen waar ze goed in zijn en hun talenten om te zetten in een onderneming, participeren en indien mogelijk een klein inkomen verdienen met een eigen onderneming.
Door de jaren heen zijn 53 Goudse inwoners in beeld geweest bij de sociale coöperatie. Het grootste deel hiervan ontving een uitkering van de gemeente. 10 deelnemers waren op enig moment volwaardig lid van de coöperatie met een divers scala aan ondernemingen. Voor een groot deel (27) van de potentiële deelnemers bleek tijdens de eerste paar gesprekken al dat ondernemen binnen de coöperatie niet passend voor hen was. Ook was voor een aantal deelnemers en leden vanwege persoonlijke omstandigheden reden voor uitstroom, omdat zij überhaupt niet in staat waren een participatietraject te volgen. Daarnaast zijn 9 deelnemers naar ander werk, passender dagbesteding of volledig zelfstandig ondernemen begeleid. De aantallen uitstroom en doorstroom zijn vergelijkbaar met andere participatie-trajecten. De kennismaking met en deelname in de coöperatie zorgde in veel gevallen voor een verbreding van de horizon voor deelnemers. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd met een raadsmemo d.d. 9 juli 2024 en wordt nader geïnformeerd over een aparte evaluatie van de sociale coöperatie, die nog plaatsvindt.
Pagina 24
4. Inzet van financiële middelen voor re-integratie en participatie 4.1 Besteding middelen voor re-integratie en participatie Gemeenten ontvangen met de decentrale uitkering van het Rijk ook middelen voor de re-integratie en participatie in het kader van de Participatiewet. De gemeenteraad bepaalt, geadviseerd door het college, welk deel van de decentrale uitkering voor dit doel wordt bestemd. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven hoe deze middelen zijn besteed in 2022 en 2023.
In 2022 en 2023 zijn de gemeentelijke middelen voor re-integratie en participatie in het kader van de Participatiewet als volgt ingezet: Taakveld
Omschrijving grootboek
Samenvatting
Uitvoeringskosten Participatiebudget Uitgaven aan inzet van re-integratievoorzieningen
Uitgaven 2022
Uitgaven 2023
€ 68.634 € 2.705.538
€ 61.257 € 2.913.174
Inzet re integratievoorzieningen voor arbeidsbeperkten (beschut werken en garantiebanen) 6.4 Begeleide participatie Begeleiding Beschut Werken door Promen 6.5 Arbeidsparticipatie Begeleiding / jobcoaching garantiebanen door ProWork 6.5 Arbeidsparticipatie Begeleiding / jobcoaching garantiebanen door marktpartijen 6.5 Arbeidsparticipatie Detacheringsbaan 6.5 Arbeidsparticipatie Werkplekaanpassingen 6.5 Arbeidsparticipatie Vervoersvoorzieningen 6.3 Inkomensregelingen Loonkostensubsidies
€ 700.925 € 138.704 € 95.398 €0 € 3.647 € 3.629 € 941.551
€ 781.927 € 103.344 € 117.947 €0 € 90 € 1.255 € 1.160.161
Inzet re integratievoorzieningen voor (niet arbeidsbeperkte) PW doelgroep, incl. NUG-ers 6.5 Arbeidsparticipatie Medische diagnoses 6.5 Arbeidsparticipatie PW Dienstverlening Promen (= DVO ProWork: div. modules, resp. routes) 6.5 Arbeidsparticipatie Trajecten: Leerwerk, Werkfit, Activeer Kracht, Psychodyn., sociale coöperatie., etc. 6.5 Arbeidsparticipatie Trajecten specifiek voor statushouders: U&B Works, Jobhulpmaatje, Sosytraining 6.5 Arbeidsparticipatie IPS trajecten 6.5 Arbeidsparticipatie Scholing, (inviduele) opleidingen 6.5 Arbeidsparticipatie Sociale activering 6.5 Arbeidsparticipatie Maatwerkbudget inzetbaar bij multiproblematiek 6.5 Arbeidsparticipatie Reiskosten- en overige vergoedingen 6.5 Arbeidsparticipatie Uitstroompremies 6.5 Arbeidsparticipatie Werkgeverspremies
€ 176.738 € 280.328 € 119.945 € 50.567 € 34.400 € 51.131 € 26.000 € 4.770 € 39.087 € 12.000 € 26.717
€ 130.796 € 306.330 € 98.390 € 18.960 € 12.410 € 56.814 € 31.000 € 13.391 € 51.860 € 11.000 € 17.500
€ 2.705.538 € 1.763.987
€ 2.913.174 € 1.753.013
Totaal ingezette re-integratiemiddelen + BUIG middelen voor loonkostensubsidies Totaal ingezette re-integratiemiddelen excl. loonkostensubsidies
Toelichting 1. Uitgaven excl. loon- en inhuurkosten* 2. Uitvoeringskosten: dit zijn kosten voor onderzoeken, inhuur van personeel, lidmaatschappen, loonwaardemetingen, applicaties licenties (Centric), afhandeling bezwaren in het kader van de re-integratie
In 2022 werd € 1,76 miljoen re-integratiebudget ingezet voor uitvoeringskosten en de inzet van reintegratievoorzieningen (excl. loon- en inhuurkosten). Daarnaast werd ruim € 9 ton ingezet vanuit het BUIG budget voor loonkostensubsidies voor de doelgroep garantiebanen en beschut werken. In 2023 werd € 1,75 miljoen re-integratiebudget ingezet voor uitvoeringskosten en de inzet van reintegratievoorzieningen (excl. loon- en inhuurkosten) en ruim € 1,1 miljoen vanuit het BUIG budget voor loonkostensubsidies. *De uitgaven voor de belangrijke ondersteuning van de consulenten werk en de consulenten participatie in de route naar werk en participatie, is geen onderdeel van dit overzicht; zij worden bekostigd vanuit de personeelsbudgetten en andere middelen.
Pagina 25
5. De beleving van cliënten Jaarlijks wordt een cliënt ervaringsonderzoek uitgevoerd in het Sociaal Domein waarin onder andere gevraagd wordt naar de tevredenheid over de ingezette re-integratietrajecten. Het meest recente cliënt ervaringsonderzoek werd uitgevoerd in het voorjaar van 2024 en had betrekking op de dienstverlening in 2023. De Goudse Cliëntenraad (GCR) is betrokken bij het onderzoek. Zo wordt de vragenlijst samen met de GCR opgesteld en worden de resultaten ook met de GCR besproken. Hun opmerkingen en aanbevelingen worden meegenomen in het vervolgtraject. Respons en bruikbaarheid van de resultaten In totaal zijn 1.800 inwoners met een bijstandsuitkering aangeschreven, 208 cliënten hadden de vragenlijst volledig ingevuld. Dit is een respons van 12%. Inwoners die, na de herinneringsbrief, de vragenlijst nog niet hadden ingevuld, zijn gebeld door het onderzoeksbureau om hen te motiveren dit alsnog te doen. Het nabellen heeft voor extra ingevulde vragenlijsten gezorgd. Resultaten Waardering voor de algemene dienstverlening Cliënten gaven gemiddeld een 8,0 voor de dienstverlening van Werk en Inkomen in 2023. Dit is sinds de start van de meting in 2018 de hoogste waardering voor de dienstverlening.
Ondersteuning naar werk Drie op de tien (31%) van de cliënten die deelnamen aan het onderzoek volgden in 2023 een reintegratietraject. Deze cliënten waardeerden het re-integratietraject over het algemeen met een 7,6. Dit is een hoger cijfer dan vorig jaar (7,1). Ten opzichte van 2018 is een stijgende lijn zichtbaar.
Waardering voor begeleiding tijdens het re-integratietraject Bijna alle cliënten (95%) waren van mening dat zij altijd hun vragen konden stellen tijdens het traject. Dit is toegenomen vergeleken met vorig jaar en op het hoogste niveau sinds 2018. Cliënten waren tevreden met de aandacht van de begeleider (8,1) en de mate waarin er rekening was gehouden met beperkingen. Ook het overleg tussen begeleiders was gestegen van een 7,3 naar een 7,7.
Pagina 26
Passendheid van het re-integratietraject Acht op de tien cliënten (81%) hadden het idee dat het traject goed paste bij wat zij kunnen en willen. Toch werd het traject door bijna de helft van de cliënten als zwaar ervaren; dit was vergelijkbaar met de uitkomst in 2022. Dat het traject als zwaar werd ervaren, neemt niet weg dat het traject wel passend was. De passendheid van het traject is de afgelopen jaar flink gestegen (van een 5,8 in 2018 naar een 7,1 in 2023). Dit laat zien dat het palet aan re-integratievoorzieningen beter aansluit bij de verschillende doelgroepen.
Pagina 27
Waardering uitkomsten van het re-integratietraject Cliënten waren wederom positiever over de uitkomsten van het traject dan in voorgaande jaren. Meer cliënten gaven aan meer kans te hebben op het vinden van vrijwilligerswerk en betaalde baan door het traject. Duiding van de resultaten Integrale dienstverlening met de menselijke maat, met meer tijd en aandacht voor de kwaliteit van de dienstverlening leidde tot meer tevreden cliënten: de tevredenheid kende een stijgende lijn van 2018 tot en met 2023. De cliënten gaven in 2023 gemiddeld een 8 en dit is een zeer mooi cijfer. Een goede bereikbaarheid is een blijvend aandachtspunt waar binnen de uitvoerende afdelingen op wordt gestuurd. Cliënten waren meer tevreden over de bereikbaarheid van de consulenten en de informatievoorziening werd hoger beoordeeld dan het vorige jaar. Dit kwam onder andere door uitbreiding van het aantal consulenten en het werken met een kleinere caseload. Hierdoor hadden cliënten vaker persoonlijk contact met hun consulent wat leidde tot verbetering van de informatieverstrekking en het wegwerken van eventuele achterstanden. Met het programma Direct Duidelijk wordt alle communicatie met de inwoners van Gouda op B1 niveau gedaan. Uit het cliënt ervaringsonderzoek blijkt dat de cliënten de heldere informatievoorziening waardeerden.
Het programma Direct Duidelijk heeft nog steeds een belangrijke rol binnen de organisatie en er is blijvende aandacht voor duidelijke communicatie en begrijpelijke taal. Bij de waardering voor de re-integratie was over de jaren heen een stijgende lijn zichtbaar. Meer cliënten waren te spreken over hun re-integratietraject en hadden het idee dat het traject goed paste bij wat zij kunnen en willen. De ondersteuning naar re-integratie en participatie was maatwerk, er werd gekeken naar de behoeften en mogelijkheden van de cliënt. Toch werd het traject door bijna de helft van de cliënten als zwaar ervaren, dit was in 2023 vergelijkbaar met 2022. Mogelijk kwam dit door de samenstelling van het cliëntenbestand. Veel cliënten hadden een grote afstand tot de arbeidsmarkt en/of problemen op meerdere leefgebieden. Mogelijk ervoer deze groep het traject als zwaar omdat zij door het volgen van het traject opeens een andere daginvulling hadden dan zij gewend waren. Alhoewel het traject door sommigen als zwaar werd ervaren, vonden meer cliënten dat het traject goed bij ze paste. Dit laat zien dat het palet aan re-integratievoorzieningen beter aansluit bij de verschillende doelgroepen. Zo waren er ook re-integratietrajecten met de focus op participatie voor cliënten met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt.
De gemeenteraad over ontvangt de uitkomsten van de client ervaringsonderzoeken sociaal domein 2023 in het 4e kwartaal 2024 een separaat raadsmemo en de rapporten.
Pagina 28
6. Resultaten en duiding van de effecten van de re-integratie en participatie In dit hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd van de inzet van de gemeente Gouda om inwoners te ondersteunen naar werk en/of te laten deelnemen aan de Goudse samenleving. In de voorgaande hoofdstukken is aangegeven wat de gemeente allemaal gedaan heeft en hoeveel (financiële) middelen zij ervoor heeft ingezet. Nu kunt u lezen wat de kenmerken waren van de inwoners met een bijstandsuitkering in de verslagperiode, waar de hulp aan hen allemaal toe heeft geleid, welke resultaten deze inzet heeft gehad in de verslagperiode 2022-2023 en hoe deze resultaten worden geduid.
6.1. Samenstelling van het bestand De Goudse bijstandspopulatie bestond in 2022 en 2023 voor een groot deel uit cliënten die ver van de arbeidsmarkt stonden. In de verslagperiode nam de complexiteit van de groep mensen met een bijstandsuitkering ook nog verder toe. Waar in januari 2022 nog 5% van de cliënten direct bemiddelbaar was naar werk (klantgroep 1), was dit einde 2023 gedaald naar 2%. Meer dan 1 op de 10 cliënten was statushouder (einde 2023). Ruim 600 cliënten, een derde (30%) van het bestand, konden niet werken, hadden geen arbeidspotentie (klantgroep 4). Meer dan de helft van het bestand had en heeft langdurige ondersteuning nodig om stapjes te maken richting de arbeidsmarkt. Deze groep nam in de verslagperiode toe van 1.054 cliënten in januari 2022 naar 1.203 cliënten in december 2023. Goudse cliënten hadden meer dan gemiddeld problematiek op meerdere leefgebieden8. Samenstelling van het bestand Aantal clienten met bijstand
jan-22
%
jan-23
%
dec-23
%
Klantgroep 1
96
5,0%
67
3,4%
40
2,0%
Klantgroep 2
236
12,4%
226
11,5%
185
9,1%
Klantgroep 3
1054
55,4%
1068
54,2%
1203
58,9%
Klantgroep 4
516
27,1%
609
30,9%
613
30,0%
Niet ingedeeld in klantgroep
0
0,0%
1
0,1%
2
0,1%
1902
100,0%
1971
100,0%
2043
100,0%
Statushouder
83
4,4%
157
8,0%
240
11,7%
Jonger dan 27 jaar
158
8,3%
177
9,0%
223
10,9%
Totaal
Bron: eigen gegevens van de gemeente Nagenoeg 100% van de cliënten is ingedeeld in een klantgroep. Alleen in een zeer specifieke situatie, zoals bij een niet-rechthebbende partner, wordt deze niet ingedeeld.
Slechts 2% tot 5% was direct bemiddelbaar; 30% kan niet werken Waar in januari 2022 nog 5% van de cliënten direct bemiddelbaar was naar werk (klantgroep 1), was dat eind 2023 gedaald naar nog slechts 2%. De groep die langdurige ondersteuning nodig heeft om stap voor stap naar de arbeidsmarkt toe te werken (klantgroep 3) nam juist toe van 55% in begin 2022 tot 59% einde 2023. Deze indeling is bevestigd met diagnostische onderzoeken naar mentale en fysieke belastbaarheid. Dat betekent dus dat meer dan de helft van het Goudse bijstandsbestand een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt had. Een derde (30,0%) van de cliënten had geen arbeidspotentie (klantgroep 4). Voor deze cliënten is uitstroom naar betaalde of gesubsidieerde arbeid niet aan de orde. Meer dan 1 op de 10 is statushouder (einde 2023) Het aantal statushouders in de bijstand nam in toe in de verslagperiode; van 83 (4,4%) op 1 januari 2022 naar 240 eind december 2023 (11,7% van het bestand); in januari 2023 was dit nog 8%. Deze toename
Pagina 29
hangt samen met de grotere, landelijke opgave en met de voorsprong op de huisvestingsopgave in 20239. Relatief veel cliënten met multiproblematiek Bij de cliënten in Gouda werd in 2023 een toename van maatschappelijke problemen en multiproblematiek geconstateerd met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt als gevolg 8. Er waren meer Goudse huishoudens die een beroep deden op bijstand, die te maken hadden met problematiek op meerdere leefgebieden dan landelijk gemiddeld8). Het ging om: de combinaties van een niet-westerse migratie achtergrond en gezondheidsproblemen, een niet westerse migratie achtergrond en 50-plus en een lage HCI (Human Capital Index), een combinatie van een laag opleidingsniveau / werkervaring en gezondheidsproblemen. Het vermeld zorg- en medicatiegebruik van Goudse huishoudens met bijstand was ook hoger dan landelijk gemiddeld. Het ging daar dan bijvoorbeeld om gebruik van medicatie en zorg vanwege verslaving, depressie, psychose, bipolaire stoornis en multi-medicatie gebruik. De gemeente Gouda had in de verslagperiode 2 tot 3 keer zoveel dak- en thuislozen met een bijstandsuitkering als gemiddelde in de Divosa benchmarkgemeenten. Dit past bij de centrumfunctie Maatschappelijke Opvang met het Loket dak- en thuislozen en de geconstateerde instroom van dak- en thuislozen vanuit andere gemeenten.
Toename van het aantal jongeren in de bijstand De gemeente Gouda kende lange tijd een heel lage jeugdwerkloosheid en relatief weinig jongeren in de bijstand. Maar in 2022 en 2023 was ook in Gouda een stijging zichtbaar in het aantal jongeren in de bijstand, van 158 (8,3% van het bestand) in januari 2022 naar 223 (10,9% van het bestand) per einde 2023. De cijfers in Gouda lagen nog wel onder het landelijk gemiddelde. De meeste jongeren die bijstand ontvingen hadden een grote afstand tot de arbeidsmarkt; ruim 80% werd ingedeeld in klantgroep 3.
6.2. Uitstroom (naar werk) De bijstand is het uiterste vangnet binnen ons sociale zekerheidsstelsel. De Participatiewet benadrukt het belang van dit vangnet en het belang dat het alleen gebruikt wordt door mensen die het echt nodig hebben, en zo kort als mogelijk. Van cliënten wordt verwacht dat zij (naar vermogen) doen wat ze kunnen om zo snel mogelijk weer voor hun eigen inkomen te kunnen zorgen. De gemeente heeft maar beperkte invloed op de uitstroom zoals uitstroom door werk, school en handhaving. In andere gevallen zoals bijvoorbeeld verhuizing, overlijden, aangaan van een relatie (met een partner met voldoende inkomen), bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd en detentie is de invloed van de gemeente er niet. Gezien het onderwerp van dit verslag wordt hier de uitstroom naar werk en school behandeld. Resultaten uitstroom In 2022 was de totale uitstroom in gemeente Gouda 533 dossiers; 184 cliënten stroomden uit naar werk en 15 naar school9. De uitstroom daalde in de verslagperiode; Gouda volgde hier de landelijke trend. In 2023 was de totale uitstroom 488 dossiers; 150 cliënten stroomden uit naar werk en 14 naar school. Duiding ontwikkeling uitstroom Het uitstroompercentage kent al jaren een dalende trend en sinds 2013 was het uitstroompercentage uit de bijstand landelijk gezien niet zo laag als in 2023.
Het steeds lagere uitstroompercentage wijst erop dat veel mensen die nu een bijstandsuitkering ontvangen de stap naar werk moeilijk (kunnen) zetten. Zij ervaren een grote afstand tot de arbeidsmarkt of beter gezegd: de arbeidsmarkt ervaart een grote afstand tot deze groep mensen. Om hen naar werk te begeleiden, is extra aandacht en begeleiding nodig. Maar werkgevers die zich in deze gespannen arbeidsmarkt geconfronteerd zien met personeelstekorten en een hoge werkdruk onder hun werknemers, zien hiervoor niet altijd ruimte. Nog vaak zoeken zij personeel dat snel en volledig inzetbaar is.
8.
Deze analyse is reeds met de gemeenteraad gedeeld in de ‘Aanvraag vangnetuitkering PW 2023’ d.d. 22 mei 2024
9
Bij uitstroom naar school wordt de uitkering beëindigd omdat er recht bestaat op studiefinanciering (voorliggende voorziening).
Pagina 30
Een andere oorzaak van de afname van de uitstroom is de verhoging van de AOW-leeftijd, waardoor mensen langer in de uitkering verblijven.
6.2.1 Uitstroom naar werk voor klantgroepen 1 en 2 Bij cliënten ingedeeld in klantgroep 1 of 2 was de inzet erop gericht hen zo snel mogelijk naar werk te begeleiden. De vraag is dan in hoeverre het college daarin effectief was. Daarvoor wordt gekeken naar de ontwikkeling van de omvang van de klantgroepen en naar de uitstroom (naar werk). Vooral voor klantgroep 1 was de verwachting dat zij vrijwel direct konden gaan werken, en dat was ook zichtbaar in de cijfers. Bijna 70% van de uitstroom in 2022-2023 was uitstroom naar werk (97 cliënten uitgestroomd naar werk). De omvang van deze klantgroep was 58% lager aan het einde van de verslagperiode dan aan het begin van de periode. Aantal cliënten
Klantgroep 1 Klantgroep 2
Aantal cliënten jan 2022
Uitgestroomd naar werk in 2022
Aantal cliënten jan 2023
Uitgestroomd naar werk in 2023
Aantal cliënten in dec 2023
96 236
54 55
67 226
43 34
40 185
% Uitstroom naar werk (van de uitstroom) 2022+2023 69% 44%
Cliënten uit klantgroep 2 hebben iets meer ondersteuning nodig. De uitstroom naar werk was 44% van de totale uitstroom in de verslagperiode (89 cliënten uitgestroomd naar werk). De omvang van deze klantgroep was 22% lager aan het einde van de verslagperiode dan aan het begin van de periode. De vraag is of wellicht een aantal cliënten eigenlijk een grotere afstand heeft tot de arbeidsmarkt dan eerder werd ingeschat. Plaatsingen door het WSP In 2022 heeft het WSP 288 inwoners uit de arbeidsmarktregio kunnen plaatsen bij werkgevers, waarvan 154 uit Gouda. In 2023 ging het om 309 vervulde vacatures, waarvan 149 door Goudse inwoners. Deze cijfers zijn niet direct vergelijkbaar met bovenstaande tabel, omdat het WSP ook plaatsingen van inwoners zonder bijstandsuitkering telt.
6.2.2 Uitstroom naar werk voor klantgroep 3 Cliënten uit klantgroep 3 hebben een lange afstand tot de arbeidsmarkt en hebben langdurige ondersteuning nodig om uiteindelijk te kunnen uitstromen naar werk. Tot deze cliëntgroep behoren o.a. de inwoners die staan ingeschreven in het doelgroepregister, met een indicatie banenafspraak of een indicatie Beschut Werken. Verder wordt juist ook in deze klantgroep de complexiteit van het Goudse bijstandsbestand zichtbaar, met veel statushouders, mensen die dak- of thuisloos zijn en diverse problematiek hebben. De omvang van deze klantgroep is in de verslagperiode met 14% toegenomen van 1.054 cliënten in januari 2022 naar 1.203 cliënten in december 2023. Dit heeft o.a. te maken met de hoge instroom van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt in relatie tot de centrumfuncties voor de Maatschappelijke Opvang (dak- en thuislozen) en de Vrouwenopvang en de voorsprong op de huisvesting van statushouders8. Er stroomden 529 cliënten uit; en de uitstroom naar werk was 26% (136 cliënten uit klantgroep 3 stroomden uit naar werk). Hiertoe behoren ook de gerealiseerde garantiebanen en Beschutte Werkplekken. Aantal cliënten
Klantgroep 3
Aantal cliënten jan 2022
Uitgestroomd naar werk in 2022
Aantal cliënten jan 2023
Uitgestroomd naar werk in 2023
Aantal cliënten in dec 2023
1.054
68
1.068
68
1.203
Pagina 31
% Uitstroom naar werk (van de uitstroom) 2022+2023 26%
Consulenten boden intensieve begeleiding op maat, Promen ontwikkelde speciaal voor deze klantgroep instrumentarium (eerst de modules, welke later doorontwikkelden naar het Talentenplein met routes), er werden vele andere trajecten en opleidingen ingezet. Er was in de verslagperiode nadrukkelijk oog voor statushouders en inwoners met een arbeidsbeperking. Er waren gespecialiseerde consulenten en werkmakelaars voor deze groepen die een ruim aanbod van voorzieningen tot hun beschikking hadden. Uit de omvang van de uitstroom en het percentage van de uitstroom dat uitstroomt naar werk, blijkt al dat het moeilijk is deze cliënten (snel) te bemiddelen naar werk. Omdat deze klantgroep echter zo groot is en meer dan de helft van het bestand uitmaakt, is het wel van belang om structureel de focus te hebben op de mogelijkheden om te gaan werken van deze inwoners. Ook opdat zij niet te lang aan de kant staan, maar zo volwaardig mogelijk meedoen in de Goudse samenleving. Daarom is het college voornemens om in 2024 voor de groeiende groep cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt matchingstafels organiseren. Dat houdt in dat consulenten werk en werkgeversadviseurs samen de mogelijkheden om te gaan werken doorspreken voor cliënten in de caseload. Uitstroom naar werk door statushouders Aantal cliënten
Aantal cliënten jan 2022
Uitgestroomd naar werk in 2022
Statushouders 83 WI2013 Bron: eigen gegevens gemeente WI2013: de “oude” wet inburgering
14
Aantal cliënten jan 2023
Uitgestroomd naar werk in 2023
Aantal cliënten in dec 2023
157
13
240
% Uitstroom naar werk (van de uitstroom) 2022+2023 30%
Voor de duidelijkheid wordt hier eerst een toelichting uit hoofdstuk 3 herhaald. In de verslagperiode waren er twee manieren van begeleiden van statushouders in Gouda, voor de groep die inburgering plichtig was volgens de Wet Inburgering 2013 (WI2013, “de oude wet”) en voor de groep die dat was volgens de Wet Inburgering 2021 (WI2021, “de nieuwe inburgeringswet”)10. Het grootste verschil tussen deze groepen is dat de eerste groep zelf verantwoordelijk is voor het inkopen van het inburgeringsonderwijs en dat voor de tweede groep de gemeente hierin voorziet en inburgeraars begeleidt in hun traject. De statushouders die onder WI2013 vielen werden door de gemeente niet begeleid bij hun inburgering. De nadruk van deze begeleiding lag op de ondersteuning naar werk. In 2022 stroomden 14 statushouders uit naar werk en in 2023 13. De uitstroom naar werk was in de verslagperiode beperkt. Dit wordt als volgt geduid. Van de ‘oude’ groep statushouders (WI2013) waren degenen die aan het werk konden tussen 2018 en 2021 via een ‘inhaalslag’ door gespecialiseerde consulenten al aan het werk geholpen. In deze periode waren 137 statushouders uitgestroomd naar werk, waardoor de meeste statushouders die toen konden werken aan het werk waren gegaan. De groep die was overgebleven kon niet werken en was heel moeilijk bemiddelbaar naar werk. De groep is aangevuld met nieuwe instroom in 2022 en 2023.
Dit kunnen statushouders zijn die in de coronaperiode hun (vaak tijdelijke) werk hadden verloren en statushouders die recent in Gouda zijn gaan wonen.
10 Op 1 januari 2022 is de Wet Inburgering 2021 (WI21) ingegaan. Met die wet heeft de gemeente de plicht om
inwoners die na die datum hun verblijfsvergunning hebben gekregen te begeleiden bij hun inburgering. Dit zijn asielmigranten en zogenaamde gezinsmigranten (mensen uit een niet-Europees land die met een Nederlander zijn getrouwd). In 2022 viel een deel van de instroom nog onder de oude wet op grond van de datum van hun verblijfsvergunning. De bedoeling van de WI21 is dat inburgeraars op een hoger taalniveau inburgeren en inburgering en werk gecombineerd worden in duale trajecten zodat inburgeraars eerder een betaalde baan kunnen vinden.
Pagina 32
Gegevensblad uitstroom (naar werk) Overzicht uitstroom (naar werk) 2022 en 2023 Uitstroom (dossiers) 2022
Totaal
533
%
2023
%
31,7%
488
28,4%
% van de uitstroom
% van de uitstroom
Uitstroom naar werk
184
34,5%
150
30,7%
Uitstroom naar school
15
2,8%
14
2,9%
Aantal dossiers 2022 op 1 januari 1.682 Bron: eigen gegevens gemeente
2023 1.719
2024 1.763
Uitstroom naar werk en school, Gouda vs het gemiddelde in de Divosa benchmarkgemeenten, 2022 en 2023 *Gouda in vergelijking met het gemiddelde van de Divosa 2022 2023 benchmark gemeenten Gouda benchmark Gouda benchmark Uitstroom
28,8%
25,5%
28,0%
23,4%
Uitstroom naar werk
32,3%
40,2%
34,1%
36,4%
Uitstroom naar school
3,0%
3,5%
2,9%
3,7%
*Bron: Divosa benchmark werk en inkomen De Divosa cijfers worden anders bepaald, namelijk aan de hand van betalingen die in het kader van de BUIG zijn gedaan, waar in de eigen gegevens van de gemeente de aantallen dossiers (of cliënten) worden gepresenteerd*
Overzicht gerealiseerde werkplekken, 2022 en 2023 Beschutte Werkplekken Garantiebanen Aantal inwoners met een arbeidsbeperking naar regulier werk
2022 62 52 4
2023 46 36 21
Plaatsingen via Social Return tot stand gebracht 69 50* Bron: eigen gegevens gemeente *Voor 2023 is alleen het cijfer voor de arbeidsmarktregio beschikbaar
Uitstroom naar werk, naar klantgroep, statushouder, leeftijdsgroep (cliënten)
2022
2023
aantal cliënten in jan 22
uitstroom naar werk 2022
uitstroom naar school 2022
Klantgroep 1
96
54
2
67
43
3
Klantgroep 2
236
55
5
226
34
6
8
1068
68
5
3
0
Klantgroep 3
1054
68
aantal uitstroom uitstroom cliënten naar naar in jan 23 werk school 2023 2023
Klantgroep 4
516
4
0
609
Statushouders
83
14
4
157
13
4
39
15
177
33
12
< 27 jaar 158 Bron: eigen gegevens gemeente Gouda
Pagina 33
In deze laatste groep speelt juist dat zij nog beperkte ruimte en tijd hebben om te gaan werken, vanwege de combinatie met de inburgering. Het landelijk beeld is ook dat het vaak minstens 2 jaar duurt voordat zij kunnen gaan werken (Bron: CBS11). De kans om weer bijstandsafhankelijk te worden na uitstroom naar werk is bij deze groep ook groter, omdat ze vaak een uitzendovereenkomst hebben. Zeker de helft van de statushouders heeft een tijdelijk of flexibel contract (Bron: CBS). Daarmee hebben ze een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Daarnaast speelde mee, dat een consulent werk voor statushouders ook werd ingezet om mensen die de oorlog in Oekraïne ontvluchtten aan het werk te helpen. Hierdoor moest de tijd verdeeld worden en was er minder focus op de statushouders. Van de statushouders die inburgeren volgens de Wet Inburgering 2021, circa 225 inburgeraars, hadden 61 personen de Module Arbeidsmarkt en Participatie gevolgd of volgden zij deze nog, 40 van hen waren actief op de arbeidsmarkt, waarvan 18 via betaald werk. De andere 22 personen deden een stage, werkervaringsplek of vrijwilligerswerk. In 2024 komt er meer focus op aan het werk helpen van statushouders WI2021.
Met het verder ontwikkelen van het inburgeringsprogramma gaat dan ook worden ingezet op het zo snel als mogelijk begeleiden naar werk en economische onafhankelijkheid, zodat er inburgeringstrajecten ontstaan die bestaan uit leren en werken. Tevens wordt in 2024 een nieuwe functie ingevoerd van 'Regionaal Verbinder statushouders aan het werk’ in de arbeidsmarktregio. De Rijksoverheid stelt hiervoor ook middelen ter beschikking. De regionaal verbinder coördineert de samenwerking tussen de gemeenten van de arbeidsmarktregio, het WSP en lokale partners als het gaat om het begeleiden van statushouders naar werk. De verbinders kunnen onderling best practices gaan uitwisselen. Gerealiseerde garantiebanen Zowel landelijk als in Gouda was het in de verslagperiode lastiger om cliënten met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. In 2022 werden 52 garantiebanen gerealiseerd en in 2023 36. Daar stond overigens wel tegenover dat in 2022 4 en in 2023 21 personen met een arbeidsbeperking in een reguliere baan zijn gaan werken; een mooie ontwikkeling! Vaak hadden deze cliënten op papier arbeidsvermogen, maar hadden ze in de praktijk geen reële kans op werk. Ook was de problematiek van de mensen te complex. En hierbij werkte de krappe arbeidsmarkt juist in hun nadeel: werkgevers zaten te springen om werknemers die direct en volledig inzetbaar waren.
Bovendien was er in de gemeente Gouda in 2022-2023 een beperkte instroom van nieuwe inwoners met een indicatie Wet Banenafspraak vanuit het UWV. Wat daarbij niet meehielp was dat cliënten langer moesten wachten op hun aanvraag beoordeling arbeidsvermogen, wegens personeelstekorten bij het UWV. En de al bekende cliënten met een arbeidsbeperking hadden problematiek op verschillende leefgebieden, waardoor zij nog niet konden werken. In 2024 wordt een nieuwe bestandsvergelijking met het UWV uitgevoerd om na te gaan of en welke inwoners met een indicatie banenafspraak nog niet in beeld zijn bij het college, zodat zij ook ondersteuning naar werk zullen ontvangen. Beschutte Werk plekken Het aantal Beschutte Werk plekken nam af in Gouda, van 62 in 2022 naar 46 in 2023. Deze afname had onder meer te maken met de wetswijziging waardoor bij verhuizingen naar buiten Gouda de ontvangstgemeente verantwoordelijk werd voor het uitbetalen van de loonkostensubsidies. Daarnaast was het zo dat de behoefte binnen/onder het aantal vanuit de ministeriële regeling lag. Er was en is dus geen wachtlijst. Voor Beschut Werken maakt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid elk jaar in een ministeriële regeling bekend hoeveel plekken Beschut Werk iedere gemeente minimaal moet inrichten. Het gaat hierbij niet om een taakstelling maar om een behoefteraming.
De gemeente moet voor alle mensen met een positief advies van UWV een beschutte werkplek regelen, tot het door SZW vastgestelde aantal is gehaald. Als de behoefte lager is, blijkend uit het aantal afgegeven positieve adviezen van UWV, dan hoeft de gemeente minder plekken te realiseren. Ze kan de middelen die zij voor Beschut Werk heeft ontvangen dan voor andere doeleinden inzetten. In de gemeente Gouda was de behoefte aan Beschutte Werkplekken lager dan de opgave. Ook landelijk is het beeld dat de oude Wsw groep sneller daalt dan verwacht en de toename van de garantiebanen en 11
Het aandeel statushouders met een baan neemt toe naarmate zij langer in Nederland zijn. Zo had landelijk bijna 20% van de asielzoekers die in 2019 een verblijfsvergunning kregen, na 2,5 jaar een baan (Bron: CBS).
Pagina 34
Beschut Werken minder is dan verwacht. Die verdeling die het Ministerie hanteert is gebaseerd op verouderde criteria en sluit daardoor niet goed aan bij de huidige behoefte aan Beschut Werk. De nieuwe doelgroep is naar schatting minder dan een derde van de omvang van de vroegere Wsw groep. Daarom bereidt het Ministerie een andere verdeling voor. Uitstroom naar werk door jongeren De Goudse aanpak om jeugdwerkloosheid terug te dringen werkte. Langere tijd was de Goudse jeugdwerkloosheid laag en deze is nog steeds lager dan gemiddeld. Maar ook gemeente Gouda ontkwam niet aan toename van aantal jongeren in de bijstand, net zoals landelijk. Voor deze toename zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. Ten eerste waren er steeds meer jongeren met complexe problematiek, bijvoorbeeld lichamelijke of psychische aandoeningen of een combinatie hiervan; dit blijkt in Gouda ook uit het feit dat veel van hen begeleid wonen, in een instelling verblijven of bij de VrouwenOpvang (Bron: dossieronderzoek gemeente Gouda). Er is meer aan de hand met jongeren die nu bijstand ontvangen dan in eerdere jaren. En hun problematiek is toegenomen sinds de coronacrisis. Door betere samenwerking met hulporganisaties verwezen die meer jongeren door naar de gemeente. Ook wisten steeds meer jongeren zelf de gemeente te vinden om hulp te vragen.
Ten slotte zijn er ook diverse ontwikkelingen geweest binnen gemeente Gouda die bijdroegen aan toename van het aantal jongeren met bijstand. Gemeente Gouda paste tijdens de coronacrisis de zoekperiode van 4 weken voor jongeren jonger dan 27 jaar niet toe cf. de oproep van de Minister. Na de coronacrisis werd de zoektermijn wel toegepast, maar deze werd afgestemd op de situatie van de jongere. Een zoektermijn werd alleen opgelegd bij kansrijke jongeren, van wie werd verwacht dat zij binnen 4 weken zelfstandig werk konden vinden (naar schatting minder dan 20% van de jongeren die bijstand aanvragen). Bij de andere jongeren werd maatwerk toegepast en geen zoektermijn opgelegd. In ieder geval bij jongeren met een arbeidsbeperking (cf de Wet Breed Offensief, per 1 juli 2023) werd geen zoekperiode opgelegd. In de integrale uitvoeringsorganisatie werkten de diverse afdelingen goed samen waardoor jongeren echt geholpen werden en niet tussen wal en schip vielen. Maatwerk en een outreachende aanpak stonden centraal en er werd voor elke jongere gekeken wat hij of zij nodig had. Dit kon het aanvragen van een bijstandsuitkering zijn, als tijdelijke oplossing, om hen om een duurzame manier te helpen en met hen in contact te blijven. Het aantal jongeren met bijstand nam dus toe, van 158 in januari 2022 naar 223 in december 2023.
De jongeren die in 2022 en 2023 een beroep deden op bijstand werden voor het overgrote deel (82%-88%) ingedeeld in klantgroep 3. Aantal cliënten
Jongeren < 27 jaar
Aantal cliënten jan 2022
Uitgestroomd naar werk + school in 2022
Aantal cliënten jan 2023
Uitgestroomd naar werk + school in 2023
Aantal cliënten dec 2023
158
54
177
45
223
% Uitstroom naar werk + school (van de uitstroom) 2022+2023 42%
Desondanks werd wel uitstroom gerealiseerd, ook naar werk en naar school. In 2023 zijn 33 jongeren uitgestroomd naar werk en 12 naar school. In 2022 waren dit er 39 en 15 naar school. De uitstroom naar werk en school was in de verslagperiode 42% van de totale uitstroom. De toename van het aantal jongeren met bijstand benadrukt, net zoals bij klantgroep 3, het belang om structureel de focus te hebben op de mogelijkheden om te gaan werken of een opleiding te gaan volgen. Voor jongeren is dit wellicht nog wel van groter belang omdat zij nog een heel leven voor zich hebben. De activiteiten in het kader van de regionale sluitende aanpak Jeugdwerkloosheid worden onverkort voortgezet. De jeugdwerkloosheidcijfers en de lokale en regionale aanpak werden 2-maandelijks gemonitord en besproken en indien nodig bijgestuurd. • Uitstroom van jongeren buiten beeld De gemeente Gouda kende structureel ongeveer 120 jongeren buiten beeld; deze jongeren ontvingen geen bijstandsuitkering. In 2022 zijn 117 nieuwe jongeren in beeld gebracht en begeleid door de specialistische jongerencoach. Hiervan zijn 10 jongeren uitgestroomd naar werk en 7 jongeren naar een opleiding. Er werden 14
Pagina 35
jongeren doorverwezen naar hulpverlening, 3 hebben een uitkering aangevraagd. 83 jongeren bleven in beeld van de jongerencoach in 2023. Hier kwamen in 2023 ongeveer 120 nieuwe jongeren bij; 98 jongeren stroomden uit naar werk. Verder zjjn 40 jongeren ZZP’er geworden of waren dit al, 15 jongeren gingen een opleiding volgen, 28 jongeren hebben een uitkering aangevraagd. 22 jongeren bleven in 2024 in begeleiding.
6.2.3. Participatie door cliënten klantgroep 4 Een derde van de cliënten had geen arbeidspotentie. Voor deze cliënten is uitstroom naar betaalde of gesubsidieerde arbeid niet aan de orde. Zij werden ingedeeld in klantgroep 4. De cliënten hadden te maken met complexe problematiek en met fysieke en mentale belemmeringen. Cliënten Klantgroep 4
Aantal cliënten jan 2022 516 (27,1%)
Aantal cliënten jan 2023 609 (30,9%)
Aantal cliënten dec 2023 613 (30,0%)
Waar voorheen deze cliënten 2-jaarlijks gesproken werden in de heronderzoeken, werd vanaf begin 2023 groepsgewijs intensieve en frequente persoonlijke (FIP) ondersteuning geboden via de evidence based methode van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Doel van de ondersteuning was gericht op meedoen in de Goudse samenleving, op participatie in het kader van de Participatiewet. Voor deze aanpak werden initieel 124 cliënten geselecteerd, die waren ingedeeld in klantgroep 4 en op dat moment niet konden werken, geen vrijwilligerswerk deden en geen Wmo dagbesteding hadden. De gesprekken met de cliënten leidden soms ook tot de conclusie dat een cliënt niet-begeleidbaar was, niet verder kon participeren (bv vanwege voortschrijdende ziekte) of dat een cliënt de eigen situatie (met bijvoorbeeld mantelzorg, thuishulp of behandeling) als maximaal haalbare inschatte. Na de start zijn enkele cliënten afgevallen, daarom werden in totaal ruim 140 cliënten benaderd Deze groep cliënten werd en wordt gedurende 1,5 jaar (18 maanden) frequent gesproken en persoonlijk ondersteund. Begin december 2023 was een eerste voorlopige tussenstand opgemaakt. De participatietrajecten waren toen ruim een half jaar onderweg, na een opstartperiode waarin de werkwijze was ontwikkeld, evenals de methodieken voor het in kaart brengen van de situatie van cliënten.
In de eerste voorlopige resultaten werd zichtbaar dat cliënten terecht waren ingedeeld in klantgroep 4 en echt niet konden werken. Ook dat de stap naar participatie (dagbesteding, bewegen traject, vrijwilligerswerk, etc.) zeer groot was voor hen. Het bleek dat de drempel erg hoog was om daadwerkelijk te gaan participeren. In diverse trajecten was de cliënt in eerste instantie enthousiast, maar bleek het vervolgens toch erg lastig om echt die stap te zetten. Dit had allerlei oorzaken. Soms was het lastig om de juiste match te maken of was er niet de juiste begeleiding beschikbaar bij het vrijwilligerswerk of de activiteit, waardoor de cliënt zich niet thuis voelde. Soms waren de barrières in de persoon zelf gelegen (niet durven). Deze resultaten laten ook zien wat voor doelgroep dit is. Andere resultaten waren dat de meeste cliënten de begeleiding en persoonlijke aandacht van de consulenten participatie als zeer positief ervoeren. Ze kregen ook meer vertrouwen in de gemeente. Ook het idee van een vaste contactpersoon stelde de cliënten gerust. De gemeenteraad wordt in het eerste kwartaal van 2025 in een separaat raadsmemo geïnformeerd over de evaluatieresultaten van de eerste groep na afloop van de periode van 18 maanden.
Pagina 36
7. Discussie In dit hoofdstuk wordt aan de hand van een aantal thema’s de effectiviteit van de re-integratie van de gemeente in 2022-2023 bediscussieerd.
7.1. Zijn de beleidsopgaven behaald? Van de meeste beleidsopgaven is goed aan te geven in hoeverre daaraan uitvoering is gegeven in de verslagperiode. In onderstaande overzicht worden deze beschreven en het algehele beeld is dat het beleid cf. de opgaven is en wordt uitgevoerd. Het beleidsdoel ‘Iedereen die kan werken, werkt naar vermogen of is actief voor de samenleving’ is echter zo algemeen geformuleerd, dat eigenlijk niet kan worden aangegeven of dit is bereikt. Beleidsopgave
Realisatie in 2022 en 2023
Iedereen die kan werken, werkt naar vermogen of is actief voor de samenleving. Het is belangrijk dat inwoners zoveel mogelijk meedoen in de Goudse samenleving, hetzij door te werken, hetzij door vrijwilligerswerk of door op een andere manier sociaal actief te zijn. Om succesvol te zijn wordt de aanpak om meedoen te bevorderen afgestemd op de doelgroep.
Het is bekend hoeveel cliënten zijn gaan werken, hoeveel cliënten vrijwilligerswerk of mantelzorg doen; de aanpak is daarbij afgestemd op de doelgroep. Het beleidsdoel is echter zo algemeen geformuleerd dat deze eigenlijk niet te meten is.
Voor wie dat nodig heeft is een veilig vangnet beschikbaar.
Inwoners die inkomensondersteuning nodig hebben en daar recht op hebben blijkend uit de aanvraag, ontvangen bijstand.
De gemeente zet in op regionale samenwerking met gemeenten uit de arbeidsmarktregio om te komen tot een eenduidige werkgeversbenadering. De gemeente Gouda streeft daarbij naar een regionaal gelijkluidend instrumentarium voor werkgevers, dat vastgelegd wordt in de Re-integratieverordening.
De Re-integratieverordening is geharmoniseerd in de arbeidsmarktregio. Hierdoor is het aanbod van reintegratievoorzieningen vanuit het WSP MiddenHolland voor werkgevers (nagenoeg) hetzelfde, ongeacht uit welke gemeente de werkzoekende komt.
De prioritering van de inzet van de begeleiding naar werk is afhankelijk van de conjunctuur.
In de verslagperiode kregen alle klantgroepen de aandacht.
We hebben nadrukkelijk oog voor de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en statushouders. Bij de ondersteuning van statushouders wordt als uitgangspunt een brede blik op alle leefgebieden van de statushouder gehanteerd, met als doel om zo snel mogelijk te integreren in de Goudse samenleving door hen te activeren, het stimuleren van het sociaal netwerk met als beoogd resultaat betaald werk.
In de re-integratie dienstverlening was er nadrukkelijk aandacht voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (klantgroep 3), inwoners met een arbeidsbeperking, statushouders en jongeren.
De gemeente spant zich in om overgangen bij (gedeeltelijk) in- en uitstromen uit de uitkering op financieeladministratief gebied te versoepelen.
In de uitvoering was en is hier aandacht voor. Streven is om de inwoner zo min mogelijk te belasten met onnodige aanvragen/stukken om de uitkering weer in orde te maken.
We zien ook het ondersteunen bij participeren nadrukkelijk als opdracht aan de gemeente: inwoners die niet (volledig) kunnen re-integreren begeleiden we om stappen naar participatie te zetten.
Er was aandacht voor sociale activering o.a. het doen van vrijwilligerswerk. Er zijn in de verslagperiode 2 consulenten participatie aangesteld om groepsgewijs cliënten uit klantgroep 4 te helpen stappen te zetten naar participatie.
De gemeente werkt aan het vergemakkelijken van het switchen tussen de ondersteuning voor mensen met een arbeidsbeperking op basis van de Wmo en Participatiewet en onderzoekt de mogelijkheden om mensen met een
In 2023 is de pilot ‘Simpel Switchen’ gestart met 5 deelnemers met Wmo dagbesteding. Eén deelnemer heeft de stap naar werk kunnen zetten tot nu toe. De pilot kreeg in 2024 een vervolg.
Pagina 37
arbeidsbeperking met en zonder indicatie baanafspraak succesvoller te bemiddelen naar werk. Inwoners met een bijstandsuitkering met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt (zgn. klantgroep 4) worden gedurende 18 maanden intensief ondersteund en begeleid, met evidence based methodieken. Dit draagt eraan bij dat bijstandsgerechtigden die door een handicap of beperking ver van de arbeidsmarkt staan in beweging komen en gaan deelnemen aan de samenleving. Maak de dienstverlening voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt effectiever door een haalbaar aantal cliënten frequenter en intensiever te ondersteunen; Zet evidence based methoden in bij de ondersteuning van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Benut de beleidsruimte die de Participatiewet biedt om het instrument loonkostensubsidie breder in te zetten.