Bijlage 1 - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Begroting 2025 (basis)
Begroting 2025 (na wijzigingen)
Rekening 2025
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
Lasten
0
0
0
0
Baten
-150
-175
-207
32
Saldo van baten en lasten
-150
-175
-207
32
Toelichting op de tabel Het verschil van circa € 32.000 betreft de ingehouden dividendbelasting over boekjaar 2024. Deze wordt in 2026 door de Belastingdienst terugbetaald. Sinds 1 januari 2024 is BNG Bank verplicht om 15% dividendbelasting in te houden.
Jaarstukken 2025
59
3.8.3 Toelichting op overige algemene dekkingsmiddelen De overige onderdelen van de algemene dekkingsmiddelen worden als volgt toegelicht.
3.8.3.1 Lokale heffingen De Gemeentewet bepaalt welke belastingen gemeenten mogen heffen. De gemeenteraad stelt jaarlijks de tarieven vast. Sommige belastinginkomsten hebben een specifieke bestemming, zoals de riool- en afvalstoffenheffing. Andere inkomsten, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB) en parkeerbelastingen, worden ingezet als algemene dekking voor gemeentelijke uitgaven. Onroerende zaakbelasting (woningen en niet-woningen) De OZB is een gemeentelijke belasting op woningen en niet-woningen en vormt een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente Gouda. Binnen de lokale heffingen levert de OZB de op één na hoogste opbrengst, na de rioolheffing. De OZB bestaat uit een belasting voor eigenaren en een belasting voor gebruikers. De hoogte van de aanslag OZB wordt bepaald aan de hand van de WOZ-waarde van het pand. Deze waarde wordt jaarlijks vastgesteld volgens de Wet WOZ. Voor 2025 is uitgegaan van de waarde peildatum 1 januari 2024. De OZB-tarieven worden jaarlijks herzien. De opbrengsten van de OZB worden verantwoord binnen de taakvelden OZB woningen en OZB niet-woningen. Hier tegenover staan de perceptiekosten: dit zijn de kosten die de gemeente maakt voor het opleggen en innen van de aanslagen, de afhandeling van bezwaarschriften en de uitvoering van de Wet WOZ. Een uitgebreide toelichting op de OZB is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.
Parkeerbelastingen Dit omvat de opbrengsten uit straat- en terreinparkeren, vergunningen en naheffingsaanslagen. In Gouda zorgt met name het betaalde straatparkeren rondom de binnenstad voor jaarlijkse inkomsten. In de paragraaf Lokale heffingen is een toelichting opgenomen. Overige belastingen Onder dit taakveld vallen belastingen zoals precariobelasting en hondenbelasting. Een uitgebreide toelichting op deze heffingen is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen. De opbrengsten uit gemeentelijke belastingen waren in 2025 hoger dan begroot. Dit komt vooral door hogere inkomsten uit parkeerbelasting. Tijdens de 2e bestuursrapportage is de begroting van de parkeeropbrengsten geactualiseerd. Aan het eind van het jaar bleek dat de werkelijke inkomsten uit parkeren alsnog hoger waren dan verwacht. Dit is met name veroorzaakt door extra inkomsten uit straat- en terreinparkeren. Dit is voor een deel toe te schrijven aan de tijdelijke sluiting Stationsgarage en de daarmee samenhangende zoektocht naar vervangende parkeerplekken. Daarnaast zijn de inkomsten naheffingsaanslagen hoger doordat het aantal naheffingsaanslagen hoger is dan voorzien.
3.8.3.2 Uitkering uit het gemeentefonds De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste algemene inkomstenbron van de gemeente. De uitkering bestaat uit verschillende onderdelen. Het grootste deel wordt bepaald op basis van objectieve maatstaven, zoals het aantal inwoners, huishoudens, bijstandsontvangers en woonruimten. De gemeente is in principe vrij om de volledige uitkering naar eigen inzicht te besteden. Het rijk publiceert jaarlijks drie circulaires over het gemeentefonds (mei, september en december). Het college informeert de raad steeds over de financiële gevolgen hiervan voor de Goudse begroting. Op basis van de decembercirculaire 2025 heeft de gemeente € 1,0 miljoen meer ontvangen uit het gemeentefonds dan eerder was geraamd op basis van de septembercirculaire. Vanwege de late publicatie van de circulaire kon de extra opbrengst niet meer worden verwerkt in een begrotingswijziging. Anders dan in voorgaande jaren is met deze decembercirculaire geld beschikbaar gekomen voor Gouda als centrumgemeente of om beschikbaar te houden in 2026 voor inzet door Gouda zelf. In totaal gaat het om € 0,6 mijoen, die in aanmerking komt voor overheveling naar 2026.
60
Jaarstukken 2025
3.8.3.3 Overige baten en lasten Binnen dit onderdeel vallen diverse posten, waaronder de post voor onvoorzien en andere stelposten. Daarnaast worden hier de loonkosten verantwoord van bovenformatief personeel dat niet meer werkzaam is en de lasten en baten van gedetacheerd personeel. Onvoorziene uitgaven In de wet staat dat in de programmabegroting een post voor onvoorziene uitgaven moet worden opgenomen. De inzet hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. In de oorspronkelijke Programmabegroting 2025 was een bedrag van € 151.000 geraamd. De gemeenteraad heeft met de vaststelling van de 2e bestuursrapportage 2025 besloten tot aframing van de post onvoorzien naar nihil. Stelposten Stelposten zijn bedragen in de begroting die het financiële overzicht compleet maken maar waarvan de exacte invulling op dat moment nog niet vaststaat. Tijdens het begrotingsjaar worden deze posten concreet uitgewerkt en ingevuld. In de Begroting 2025 waren stelposten opgenomen voor looncompensatie, uitbreiding Westergouwe, taakmutaties gemeentefonds en een verwachte onderuitputting van de meerjarenbegroting. De meeste posten zijn gedurende het jaar via begrotingswijzigingen volledig ingevuld of vrijgevallen. Uitzonderingen hierop zijn de stelpost looncompensatie en de stelpost taakmutaties.
Besluitvorming over de inzet van deze laatste post vond veelal plaats in het laatste maanden van het jaar en kon zodoende niet meer in een begrotingswijziging worden verwerkt. De daarmee corresponderende uitgaven zijn conform wettelijke regels verantwoord binnen de programma's.
3.8.3.4 Vennootschapsbelasting (VPB) De gemeente Gouda heeft in 2025 een voorlopige inventarisatie uitgevoerd om te bepalen welke gemeentelijke activiteiten onder de vennootschapsbelasting (VPB) vallen. In totaal zijn 40 clusters beoordeeld op hun belastingplicht. Uit deze analyse blijkt dat in ieder geval de clusters parkeergarages, kermis en straatparkeren belastbare activiteiten zijn. Daarnaast heeft de Belastingdienst geoordeeld dat de concessie van reclameborden ook onder de VPB-plicht valt. De grondexploitaties (grexen) gaan in 2025 nog niet door de ondernemingspoort. De totale aangifte over 2025 bedraagt naar verwachting € 278.000, wat resulteert in een VPB-druk van circa € 58.000. De verdeling hiervan is als volgt: • Vrijstelling voor straatparkeren en kermis waardoor geen belasting verschuldigd is. • Parkeergarages: Geen vrijstelling van toepassing. Maar door sluiting van de parkeergarage voor enkele maanden is de fiscale opbrengst negatief wat leidt tot een negatieve VPB-druk van circa € -20.000. • Reclamebordenconcessie: Geen vrijstelling van toepassing, VPB-druk van circa € 78.000. De Belastingdienst heeft de gemeente Gouda naheffingsaanslagen opgelegd voor de concessie van reclameborden. Hiertegen is bezwaar aangetekend. Meerdere gemeenten hebben hierover een gerechtelijke procedure aangespannen.
In 2024 is een uitspraak gedaan in het voordeel van de gemeenten, maar de Belastingdienst heeft hoger beroep aangetekend. De uitkomst van het hoger beroep kan nog enkele jaren op zich laten wachten. De Belastingdienst heeft toegezegd dat de gemeente lopende beroepsprocedures mag afwachten en geen aparte procedure hoeft te starten voor toekomstige aanslagen. Door een nauwkeurigere kostentoerekening aan de cluster reclameborden over de jaren 2025 en de sluiting van de parkeergarage in 2025 voor enkele maanden is over 2025 minder VPB verschuldigd dan begroot. Dit leidt tot een positief resultaat van € 189.000.
3.8.4 Wat heeft het gekost? 3.8.4.1 Overzicht exploitatie Exploitatie (bedragen * € 1.000)
Begroting 2025 (basis)
Begroting 2025 (na wijzigingen)
Rekening 2025
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijzigingen
Lasten
2.709
1.448
180
1.269
Baten
-251.563
-269.578
-271.706
2.127
Saldo van baten en lasten
-248.854
-268.130
-271.526
3.396
Toevoegingen aan reserves (lasten)
200
200
200
0
Onttrekkingen aan reserves (baten)
0
-227
-364
137
-248.654
-268.157
-271.690
3.533
Gerealiseerd resultaat
3.8.4.2 Taakvelden De volgende taakvelden maken deel uit van dit programma. Per taakveld is het saldo van lasten en baten weergegeven. Een positief bedrag (+) laat zien hoeveel geld dit taakveld de gemeente per saldo heeft gekost.
Jaarstukken 2025
61
Taakvelden (bedragen * € 1.000)
Begroting 2025 Begroting 2025 (basis) (na wijzigingen)
Rekening 2025
Verschil rekening t.o.v. begroting na wijziging
0.5 Treasury
-1.078
-765
-1.332
567
0.61 OZB woningen
-10.589
-10.848
-11.020
172
0.62 OZB niet-woningen
-9.361
-9.657
-9.638
-18
0.63 Parkeerbelasting
-4.903
-7.012
-7.739
727
0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Totaal
-600
-599
-604
5
-224.881
-240.316
-241.421
1.106
2.323
831
183
648
234
234
45
189
-248.854
-268.130
-271.526
3.396
3.8.4.3 Verschillenverklaring exploitatie Omschrijving (bedragen * € 1000) 0.5 Treasury
567
V
In 2025 is minder rente betaald dan begroot, zie bij de rentelasten. Het rentetarief viel lager uit dan de in de begroting aangehouden rekenrente en het moment van het aantrekken van leningen had een groot effect. Zo is bijvoorbeeld een lening pas op 28 november opgenomen. Hierdoor waren de rentekosten op langlopende leningen € 250.000 lager en op kasgeldleningen € 93.000 lager. De baten zijn € 193.000 hoger dan begroot. Dat heeft de volgende oorzaken: - Renteontvangsten op de rekening-courant bij de schatkist (€ 35.000) en BNG Bank (€ 57.000). - Rente op belastingvorderingen van € 17.000. Deze rente was niet begroot en heeft te maken met rente die in rekening wordt gebracht bij het niet tijdig betalen van gemeentelijke belastingen. - Het betreft de rente op de rekening van de BSGR waarop de burgers de belastingen betalen (€ 63.000). Deze rente wordt verdeeld over de deelnemers en vervolgens uitbetaald. - Rente op uitgeleend geld van € 15.000. Daarnaast zijn er overige verschillen die per saldo € 6.000 voordeel opleveren.
536
V
Diverse kleine verschillen.
31
V
0.61 OZB woningen
173
V
Dit voordeel wordt met name verklaard doordat de waardeontwikkeling hoger is uitgepakt dan waar bij het bepalen van de tarieven vanuit is gegaan.
101
V
De BSGR heeft in 2025 minder kosten hoeven maken voor het uitvoeren van deze belasting.
72
V
0.62 OZB niet-woningen
18
N
Dit nadeel wordt met name verklaard doordat de prognose van nog op te leggen aanslagen over voorgaande jaren te hoog was bepaald. Daarnaast hebben er nog verminderingen plaatsgevonden over oude jaren.
82
N
De BSGR heeft in 2025 minder kosten hoeven maken voor het uitvoeren van deze belasting.
64
V
0.63 Parkeerbelasting
727
V
Bij de 2e Berap 2025 zijn de parkeerinkomsten geactualiseerd op basis van de medio 2025 bekende gegevens. Eind 2025 bleek dat er toch meer inkomsten op parkeren zijn gerealiseerd. Deze worden onder andere veroorzaakt door hogere inkomsten uit straat- en terreinparkeren. Dat is voor een deel toe te schrijven aan de tijdelijke sluiting van de Stationsgarage en de daarmee samenhangende zoektocht naar vervangende (straat- en terrein)parkeerplekken. Parkeervergunningen kent hogere inkomsten als gevolg van tariefsaanpassing sector 1 en ook het effect uitbreiding gereguleerd gebied is hoger dan bij de 2e bestuursrapportage 2025 kon worden berekend. Dat heeft voornamelijk te maken met de opstart van dat gereguleerd parkeren. Tot slot zijn de inkomsten naheffingsaanslagen hoger doordat het aantal naheffingsaanslagen hoger was dan voorzien.
727
V
0
0
0.64 Belastingen overig
5
V
Diverse kleine verschillen.
5
V
0.7 Alg uitk en ov uitk gemeentefonds
1.106
V
De decembercirculaire 2025 gemeentefonds heeft geleid tot extra baten. Het college heeft de raad daarover geïnformeerd bij memo van 3 februari 2026. In die memo is het voorstel aangekondigd om in totaal € 588.000 over te hevelen naar 2026 voor Gouda als centrumgemeente of om beschikbaar te houden voor inzet door Gouda zelf.
1.000
V
De in 2025 van het rijk ontvangen actualisaties met betrekking tot 2024 hebben eveneens geleid tot hogere baten dan begroot.
106
V
0.8 Overige baten en lasten
648
V
62
Jaarstukken 2025
Omschrijving (bedragen * € 1000) Het budget voor organisatieontwikkeling, dat gedekt wordt door een onttrekking uit de reserve Organisatieontwikkeling, wordt breed ingezet ter dekking van zowel reeds in gang gezette als toekomstige organisatieontwikkelingen. Afhankelijk van het type kosten, dienen deze of in programma 7 of in programma 8 verantwoord te worden. In 2025 zijn de kosten voor programma 7 hoger dan begroot, bij programma 8 lager. Per saldo zijn de kosten lager dan begroot.
252
V
Twee stelposten zijn niet volledig benut: looncompensatie (€ 152.000) en taakmutaties algemene uitkering (€ 267.000). Nagenoeg de volledige stelpost looncompensatie (€ 1.798.000) is verdeeld over de programma's om de kosten van de gestegen lonen op grond van de CAO te kunnen dekken. Op de stelpost taakmutaties zijn de middelen van de taakmutaties uit de gemeentefondscirculaires beland. Deze konden voor een deel niet meer via een begrotingswijziging naar de programma's worden overgeheveld. Maar de uitgaven daarvoor zijn daar wel verantwoord.
419
V
Diverse kleine verschillen.
23
N
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
189
V
Door een nauwkeurigere kostentoerekening aan de cluster reclameborden over 2025 en sluiting van de parkeergarage in 2025 voor enkele maanden is over 2025 minder VPB verschuldigd dan begroot. Dit leidt tot een positief resultaat van € 189.000.
189
V
3.8.4.4 Verschillenverklaring reserves Omschrijving (bedragen * € 1000)
Verschil
V/N
De reserve Organisatieontwikkeling wordt breed ingezet ter dekking van zowel reeds in gang gezette als toekomstige organisatieontwikkelingen. Afhankelijk van het type kosten, dienen deze of in programma 7 of in programma 8 verantwoord te worden. Van te voren is dit niet helemaal goed in te schatten. In 2025 zijn er meerkosten gemaakt in programma 8 die verrekend worden met de reserve. Tegenover deze hogere onttrekking staat een lagere onttrekking in programma 7.
137
V
Totaal
137
V
3.8.5 Verbonden partijen Verbonden partijen dragen bij aan de te realiseren beleidsdoelstellingen van de gemeente. Meer informatie over de verbonden partijen is te vinden in de paragraaf verbonden partijen.
Jaarstukken 2025
63
4 Jaarverslag: paragrafen 4.1 Lokale heffingen 4.1.1 Inleiding Gemeentelijke belastingen en heffingen zijn een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Hiermee dragen inwoners en ondernemers bij aan de voorzieningen in de stad, zoals zorg, onderwijs, wegen, riolering en afvalverwerking. Heffingssoorten De gemeente heft verschillende soorten belastingen en vergoedingen: • Belastingen: Dit zijn verplichte bijdragen zonder directe tegenprestatie. De opbrengst gaat naar de algemene middelen van de gemeente. • Rechten: Dit zijn vergoedingen voor een specifieke dienst, zoals het verstrekken van een vergunning. De opbrengst mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten. • Bestemmingsheffingen: Dit zijn bijdragen voor het gebruik of onderhoud van collectieve voorzieningen. Ook hier geldt dat de opbrengst niet meer dan kostendekkend mag zijn. Lokale heffingen Gouda De gemeente Gouda heft de volgende belastingen en heffingen: • Belastingen: Onroerendezaakbelasting (OZB), hondenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting en precariobelasting. • Rechten: Leges, marktgelden, havengelden en staangelden. • Bestemmingsheffingen: Rioolheffing, afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Deze paragraaf geeft inzicht in de opbrengsten en het beleid rondom de gemeentelijke belastingen en heffingen in 2025.
Ook wordt uitgelegd hoe de werkelijke inkomsten zich verhouden tot de begroting en wat de lokale lasten betekenen voor inwoners en bedrijven. De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) verzorgt voor Gouda de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. Daarnaast bepaalt de BSGR de WOZ-waarde van alle onroerende zaken in de gemeente. Meer informatie over de BSGR is te vinden in de paragraaf Verbonden partijen en op www.bsgr.nl.
4.1.2 Beleid Algemeen In het bestuursakkoord 2022-2026 is afgesproken dat de onroerendezaakbelasting (OZB) niet meer zou stijgen dan het inflatiepercentage. De meeste belastingen zijn in 2025 verhoogd met het inflatiepercentage van 2,2% zoals aangegeven in de meicirculaire 2024. De rioolheffing is daarentegen met 6% gestegen en het vastrecht afvalstoffenheffing met 10,7%. Door deze aanpassing is Gouda met 1 plek gestegen op de landelijke ranglijst van duurste gemeenten. In 2023 stond Gouda op plek 25, in 2024 op 17 en in 2025 op 16 (bron: COELO 2025). Tariefontwikkeling • Het OZB-tarief is met het inflatiepercentage van 2,2% gestegen (ter vergelijking: in 2024 was dit 11,2%, te weten 3,9% inflatie en 7,3% inflatie inhaalslag). • De rioolheffing is gestegen met 6% overeenkomstig het WRP. • De afvalstoffenheffing is verhoogd met € 42,24, waardoor het tarief in 2025 uitkomt op € 434,40 (inclusief 30 afvalzakken). Dit betekent een stijging van 10,7%. Woonlasten (lokale lastendruk) Onder woonlasten vallen de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De berekening wordt gemaakt voor een woning die bewoond wordt door meerdere personen, waarbij de eigenaar ook de gebruiker is. • Voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 356.000 stegen de woonlasten voor een eigenaar-gebruiker met 7,0% in 2025. • De woonlasten voor huurders stegen met 8,9%.
De stijging ligt daarmee boven het inflatiepercentage van 2,2% en is voor huurders hoger dan voor eigenaren. Dit komt doordat bij de OZB rekening wordt gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling en bij de riool- en afvalstoffenheffing wordt doorberekend wat nodig is om de kosten te dekken. Omdat huurders geen OZB betalen, valt de procentuele stijging van de woonlasten voor gebruikers hoger uit dan voor eigenaren.
4.1.3 Aanslagoplegging, kwijtschelding en bezwaarschriften De onderstaande tabel toont de totale productie van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) in 2025 voor de gemeente Gouda. Ter vergelijking zijn ook de cijfers uit 2024 opgenomen.
64
Jaarstukken 2025
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Aantal aanslagregels belastingjaar
2025
2024 195.333
193.050
Aantal aanslagregels 2 voorliggende belastingjaren
3.221
7.407
Bruto opgelegd
63.459
61.792
Correcties
-1.462
-1.767
Kortingen (afvalstoffenheffing diftar)
-11
-13
Kwijtscheldingen (inclusief voorgaande belastingjaren)
-1.909
-1.831
Netto
60.077
58.181
De bedragen in de bovenstaande tabel omvatten niet alleen de opbrengsten uit 2025 maar ook betalingen die betrekking hebben op eerdere belastingjaren. Van het totale nettobedrag van € 60.077.000 heeft € 2.328.000 betrekking op belastingjaren van vóór 2025. Dit laat zien dat een deel van de inkomsten voortkomt uit achterstallige betalingen en invorderingen van voorgaande jaren.
Opbrengsten Onroerende zaakbelastingen Eigenaren en/of gebruikers van woningen, bedrijfspanden en grond betalen onroerende zaakbelasting (OZB). De opbrengsten hiervan gaan naar de algemene middelen van de gemeente. De hoogte van de OZB wordt bepaald op basis van de WOZ-waarde van een pand of perceel. Voor 2025 is uitgegaan van een gemiddelde stijging van 4,7% van de WOZ-waarde van woningen en een gemiddelde daling van 0,1% van niet-woningen (waardepeildatum 1 januari 2024). Uitgaande van het inflatiepercentage en rekening houdend met de waardeontwikkeling, heeft dit geleid tot een aanpassing van de tarieven. De opbrengst uit OZB voor woningen is 0,9% (€ 101.000) hoger dan begroot. Dit komt doordat de gemiddelde waardestijging van woningen uiteindelijk iets hoger was dan waar bij het vaststellen van de tarieven vanuit is gegaan. • De OZB-opbrengst uit het eigendom van niet-woningen is 1,2% (€ 71.000) lager dan geraamd. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de prognose nog op te leggen aanslagen 2024 hoger is ingeschat dan dat er in 2025 uiteindelijk is opgelegd en er hebben nog verminderingen over oude jaren plaatsgevonden. • De OZB-opbrengst uit het gebruik van niet-woningen is 0,3% (€ 12.000) lager dan begroot en komt daarmee nagenoeg overeen met het begrote bedrag.
Reinigingsheffingen Huishoudens betalen afvalstoffenheffing om de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval te bekostigen. Het tarief bestaat uit een vast bedrag en een variabel deel, afhankelijk van hoe vaak restafval wordt aangeboden in het voorgaande jaar. Bij de vaststelling van het tarief is uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De opbrengst van de afvalstoffenheffing in 2025 is 0,7% (€ 107.000) hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat er uiteindelijk meer huishoudens in de heffing zijn betrokken dan waar in de berekening van het tarief vanuit is gegaan. Rioolheffingen Huishoudens en bedrijven die direct of indirect water afvoeren op de gemeentelijke riolering betalen rioolheffing. Dit is een bestemmingsheffing. Dat betekent dat de opbrengsten uitsluitend worden gebruikt voor de kosten die samenhangen met de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Deze zorgplicht omvat de afvoer en verwerking van afvalwater, het reguleren van regenwaterafvoer en het beheer van het grondwaterpeil. De rioolheffing zorgt er daarmee voor dat het rioolstelsel goed functioneert en dat wateroverlast en verontreiniging worden voorkomen. De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op het Water- en Rioleringsprogramma (WRP), met als uitgangspunt een kostendekkende heffing. Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld op basis van de meest actuele baten en lasten in de begroting.
De gemeenteraad heeft de voorgestelde tarieven goedgekeurd. De uiteindelijke opbrengst uit de rioolheffing kwam € 182.000 (0,9%) lager uit dan begroot. Marktgelden Marktkooplieden betalen marktgeld als vergoeding voor het gebruik van gemeentegrond en voor het dagelijks toezicht en schoonhouden van het marktterrein. In 2025 lag de opbrengst € 2.000 (1,4%) hoger dan begroot. Dit wordt met name verklaard doordat er in 2025 nog enkele aanslagen voor 2024 zijn opgelegd. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven op overnachtingen van bezoekers die niet in Gouda wonen. Hotels, bed & breakfasts en andere overnachtingslocaties dragen deze belasting af. Sinds 2022 geldt in Gouda een registratieplicht voor toeristische verhuur van woningen. Dit helpt de gemeente om beter zicht te krijgen op verhuur via platforms zoals Airbnb, om de druk op de woningmarkt te bewaken en om toeristenbelasting correct te innen. In 2025 leverde de toeristenbelasting € 24.000 minder op dan begroot. Dit komt met name doordat de definitieve aanslag toeristenbelasting 2024, die eind maart 2025
Jaarstukken 2025
65
is opgelegd, leidde tot een vermindering van € 20.000. Het daadwerkelijke aantal overnachtingen dat wordt gebruikt voor de definitieve aanslag toeristenbelasting 2024 was namelijk lager dan het aantal overnachtingen waar bij de voorlopige aanslag 2024 van was uitgegaan. Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven op het gebruik van openbare grond door bedrijven of particulieren, bijvoorbeeld voor bouwmaterialen, terrassen en uitstallingen. In 2025 was de opbrengst € 28.000 hoger dan begroot. Dit is vooral veroorzaakt door een stijging van precario-inkomsten voor bouwplaatsen en terrassen. Hondenbelasting Hondenbezitters betalen hondenbelasting. De opbrengst hiervan was in 2025 € 26.000 lager dan begroot. Dit komt met name doordat het aantal honden in de gemeente afneemt na een toename gedurende de Covid-periode. De begroting wordt hierop aangepast. Havengelden Havengelden worden geheven voor het aanleggen of verblijven van vaartuigen in gemeentewater. De hoogte van het bedrag hangt af van de duur van het verblijf en de lengte van het vaartuig. De opbrengst van de havengelden in 2025 ligt € 2.000 lager dan begroot. Staangelden Staangeld is een heffing voor bewoners van woonwagens voor het gebruik van een standplaats. In 2025 lag de opbrengst € 36.000 lager dan begroot. De inkomsten uit staangelden blijven al jaren stabiel. De begroting wordt hierop aangepast.
Leges Leges zijn vergoedingen voor gemeentelijke diensten zoals paspoorten, rijbewijzen en bouwvergunningen. De opbrengst uit leges voor burgerzaken was € 11.000 (0,6%) hoger dan verwacht. Dit komt doordat er meer reisdocumenten zijn aangevraagd en huwelijken zijn afgesloten dan vooraf ingeschat. Daarentegen zijn er weer minder rijbewijzen aangevraagd dan vooraf ingeschat. Maar al met al zijn de opbrengsten leges burgerzaken iets hoger. Bij de bouwleges is de opbrengst € 80.000 (2,3%) hoger dan begroot. De begroting is bij de 2e bestuursrapportage bijgesteld op basis van de inzichten per eind juli 2025. Uiteindelijk zijn de baten bouwleges hoger uitgevallen dan waar bij de 2e bestuursrapportage van was uitgegaan. Parkeerbelastingen In 2025 was de parkeeropbrengst € 669.000 (9,1%) hoger dan begroot. Hoewel de begroting halverwege het jaar werd bijgesteld, vielen de uiteindelijke inkomsten toch hoger uit. Dit kwam vooral door extra opbrengsten uit straaten terreinparkeren. Dit is voor een deel toe te schrijven aan de tijdelijke sluiting Stationsgarage en de daarmee samenhangende zoektocht naar vervangende parkeerplekken. Daarnaast zijn de inkomsten naheffingsaanslagen hoger doordat het aantal naheffingsaanslagen hoger is dan voorzien. Kwijtschelding In Gouda kunnen inwoners met een laag inkomen kwijtschelding krijgen voor de onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing.
De norm voor kwijtschelding is 100% van de bijstandsnorm, het wettelijk maximum. Voor het variabele deel van de afvalstoffenheffing kan maximaal € 75 worden kwijtgescholden. In 2025 werd in totaal € 1.910.000 kwijtgescholden, € 62.000 minder dan begroot. Hiervan had € 1.863.000 betrekking op het belastingjaar 2025 en € 47.000 op voorgaande jaren. De afgelopen drie jaar lag de kwijtschelding tussen de € 1,62 miljoen en € 1,83 miljoen per jaar. Het onderstaande overzicht toont alle kwijtscheldingsverzoeken die in 2025 zijn ingediend en (waar mogelijk) al zijn afgehandeld. Omschrijving
Aantal 2025
Bedrag 2025
Aantal 2024
Bedrag 2024
2.850
1.909
2.945
1.831
Afgewezen
630
-
591
-
In behandeling
32
-
33
-
3.512
1.909
3.569
1.831
(Geheel of gedeeltelijk) toegewezen
Totaal ingediende kwijtscheldingsverzoeken
Bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen Bezwaar tegen WOZ-waarde
2025
Bezwaar tegen WOZ-waarde
Openstaand 31-12-2024
284
Openstaand 31-12-2023
ingediend Openstaand 31-12-2025
66
Jaarstukken 2025
1.553 10
ingediend Openstaand 31-12-2024
2024 948 1.402 284
Op 1 januari 2025 stonden bij de BSGR nog 284 bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen open. Gedurende het jaar kwamen daar 1.553 nieuwe bezwaarschriften bij. Aan het eind van 2025 waren er nog 10 bezwaren in behandeling. Na een explosieve toename van bezwaren in 2023 loopt het totaal aantal ingediende bezwaren de laatste jaren terug. Doordat het aantal nu beter beheersbaar is, zijn nagenoeg alle bezwaren gedurende het jaar afgedaan. Het aandeel van de bezwaren ingediend door gemachtigden, waaronder No Cure No Pay-bureaus (NCNP), is na een lichte daling van 57% naar 54% in 2024 weer iets gestegen naar bijna 58% in 2025. Overigens is recent bekend geworden dat meerdere NCNP-bureaus zich vanaf belastingjaar 2026 terug zullen (gaan) trekken uit het bezwaartraject. In voorkomende gevallen zullen zij zich specifiek gaan richten op de beroepsprocedures. Het feit dat NCNP-bureaus gaan stoppen met het indienen van bezwaren wil overigens niet zeggen dat het aantal bezwaren voor belastingjaren 2026 evenredig minder zal worden. De vraag is waar deze bezwaren gaan landen.
4.1.4 Overzichten In deze paragraaf staan de volgende overzichten: 1. Overzicht lokale lastendruk eigenaar/gebruiker en huurder; 2. Overzicht lokale heffingen. ad 1. Overzicht woonlasten (lokale lastendruk) eigenaar/gebruiker en huurder De tabel hieronder toont de woonlasten in Gouda voor 2025, zowel voor eigenaar-gebruikers als voor huurders. Ter vergelijking zijn de cijfers van 2024 toegevoegd. Dit overzicht omvat de onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. De berekening is gebaseerd op een meerpersoonshuishouden. Voor de OZB 2025 is uitgegaan van een gemiddelde WOZ-waarde van € 356.000 (per 1 januari 2024, bron: Waarderingskamer). Ter vergelijking: in 2024 was de gemiddelde WOZ-waarde € 334.000. omschrijving
2025
2025
eigenaar/ gebruiker
2024
2024
huurder eigenaar/ gebruiker
huurder
OZB eigenaar
317,55
Afvalstoffenheffing
434,40
Rioolheffing eigenaar
304,87
Rioolheffing gebruiker
256,80
256,80
242,64
242,64
1.313,62
691,20
1.228,19
634,80
Totaal
305,94 434,40
392,16
392,16
287,45
ad 2. Overzicht lokale heffingen Belasting (bedragen * € 1.000)
Opbrengst 2024
Opbrengst 2025 begroting na wijziging
Opbrengst 2025 rekening
OZB-eigenaren woningen
10.742
11.172
11.273
OZB-eigenaren niet-woningen
5.532
5.888
5.817
OZB-gebruikers niet-woningen
3.524
4.076
4.064
Afvalstoffenheffing
13.127
14.710
14.817
Rioolheffing eigenaren
10.448
11.236
11.193
Rioolheffing gebruikers
9.389
9.996
Totaal Belastingen en heffingen
52.762
57.078
Kwijtschelding Kwijtschelding begroot 2025 rekening 2025
Tarieven 2025
Belastingen en heffingen 2
0
0,0892% 0,4004% 0,3211%
1.251
1.196
434,40
9.857
719
713
256,80
57.021
1.972
1.910
304,87
Overige belastingen Hondenbelasting
305
328
302
Parkeerbelastingen
5.455
7.388
8.057
Toeristenbelasting
245
233
209
Precariobelasting
382
342
370
6.387
8.291
8.938
Leges burgerzaken
1.692
1.819
1.830
div.
Leges bouwvergunningen
2.674
3.387
3.467
div.
Leges overig
170
185
136
div.
Marktgelden
142
147
149
div.
Havengelden
111
134
132
div.
Staangelden
53
92
56
div.
Reinigingsrechten
18
25
18
div.
Totaal Overige belastingen
91,92 div. 2,5 div. 0
0
Overige rechten
Jaarstukken 2025
67
Belasting (bedragen * € 1.000)
Opbrengst 2024
Opbrengst 2025 begroting na wijziging
Opbrengst 2025 rekening
Kwijtschelding Kwijtschelding begroot 2025 rekening 2025
Totaal Overige rechten
4.860
5.789
5.787
0
0
Totaal Lokale heffingen
64.009
71.158
71.746
1.972
1.910
Tarieven 2025
NB: Het tarief voor afvalstoffenheffing is als volgt opgebouwd: Vast tarief (€ 389,40) + Variabel tarief 140 liter container (€ 1,50) x Gemiddeld aantal inzamelingen (30). Vergelijking met andere gemeenten Elk jaar publiceert het COELO de Atlas van de Lokale Lasten, waarin de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen worden vergeleken. Hoewel het COELO bij de berekeningen afwijkt in gemiddelde woningwaarden en OZB-aanslagen, geeft de atlas een goed beeld van hoe Gouda zich verhoudt tot omliggende gemeenten. In 2025 is het tarief voor de rioolheffing opnieuw gestegen, zowel voor eigenaren als gebruikers. Hierdoor blijft Gouda, net als voorgaande jaren, de gemeente met het hoogste gecombineerde tarief voor de rioolheffing (COELO, 2025, p. 83). Mede hierdoor is Gouda gestegen naar plek 16 op de lijst van duurste gemeenten op het gebied van woonlasten voor woningbezitters. Dit is een stijging ten opzichte van 2024 (plek 17) en 2023 (plek 25). Vergelijking met omliggende gemeenten laat zien dat een woningbezitter in Gouda: • € 55 minder betaalt dan in Bodegraven-Reeuwijk; • € 348 meer betaalt dan in Alphen aan den Rijn; • € 367 meer betaalt dan in Krimpenerwaard; • € 273 meer betaalt dan in Zuidplas. De relatief hoge woonlasten in Gouda worden met name veroorzaakt door de hoge rioolheffing.
Zoals aangegeven is Gouda al jaren de gemeente met het hoogste gecombineerde tarief rioolheffing. Dit wordt met name veroorzaakt door de slappe bodem wat leidt tot bodemdaling. De riolering moet daardoor vaker worden vervangen en er moet eerder opgehoogd worden. De onderhoudskosten zijn daardoor ook hoger vanwege de maatregelen die genomen moeten worden om verzakkingen te herstellen en in de toekomst te voorkomen. In de onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de hoogte van de lokale belastingen zich verhoudt tot de rest van Nederland (COELO, 2025). Woonlasten 2025 (meerpersoons huishouden)
Gouda
In % totale lasten
Nederland
In % Positie in Coelo ranglijst alle gemeenten (n=342)
Rioolheffing
€ 562,00
41%
€ 235,00
22%
1
Afvalstoffenheffing
€ 440,00
32%
€ 364,00
35%
41
OZB
€ 377,00
27%
€ 453,00
43%
280
Totale woonlasten
€ 1.379,00
100%
€ 1.052,00
100%
16
Voor huurders van een woning is Gouda in 2025 gestegen naar plek 26 op de lijst van duurste gemeenten, terwijl de stad in 2024 nog op plek 30 stond. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan de verhoging van de afvalstoffenheffing (+ € 42,24) en de rioolheffing (+ € 14,16). De netto woonlasten voor meerpersoonshuishoudens bedragen in Gouda € 1.417 (COELO, 2025, p. 108). Netto woonlasten zijn de bruto woonlasten gecorrigeerd voor de lagere Algemene Uitkering (AU). Gemeenten met een hogere gemiddelde WOZ-waarde ontvangen minder uit de AU en compenseren dit vaak met een hogere OZB-heffing. De extra OZB, die voortkomt uit deze lagere uitkering, kan per gemeente berekend en afgetrokken worden van de totale OZBopbrengst (COELO, 2025, p. 107). Op de ranglijst van netto woonlasten staat Gouda nu op plek 8, terwijl de stad in 2024 nog op plek 6 stond. Alleen Bloemendaal, Wassenaar, Wijdemeren, Oegstgeest, Meerssen, Bunnik, en Voorschoten zijn duurder. Op de lijst van bruto woonlasten is Gouda, zoals eerder vermeld, nummer 16 in Nederland (COELO, 2025, p. 108).
4.1.5 Kostenonderbouwing tarieven Voor gemeentelijke heffingen geldt de wettelijke eis dat de tarieven maximaal kostendekkend mogen zijn. Dit betekent dat de geraamde baten op begrotingsbasis niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten. In deze paragraaf wordt op basis van de realisatie over 2025 inzicht gegeven in de kostendekking van de belangrijkste gemeentelijke heffingen. Leges Voor leges wordt per titel en per hoofdstuk de kostendekkendheid bepaald op basis van de realisatie in 2025. Binnen de legesverordening mogen afzonderlijke onderdelen een kostendekkendheid van meer dan 100% hebben. Echter, op begrotingsbasis mag de totale legesverordening niet boven de 100% kostendekkendheid uitkomen. In de praktijk kunnen afwijkingen ontstaan tussen de begrote en daadwerkelijk gerealiseerde inkomsten en uitgaven.
68
Jaarstukken 2025
HOOFDSTUK 1 Algemene dienstverlening - Realisatie 2025 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand
202
146
71,9%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
1.329
1.145
86,1%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
278
227
81,7%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
80
40
50,3%
Paragraaf 1.5 - Gereserveerd
0
0
0,0%
Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie
0
0
0,0%
Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken
51
38
74,9%
Paragraaf 1.8 - Gereserveerd
0
0
0,0%
Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten
139
141
101,4%
6
4
61,4%
2.085
1.740
83,5%
Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal titel 1
HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSWET - Realisatie 2025 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
Paragraaf 2.1 t/m 2.14
3.108
3.482
112,0%
Totaal titel 2
3.108
3.482
112,0%
HOOFDSTUK 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn - Realisatie 2025 (bedragen * € 1.000) Legesverordening Totale lasten Totale baten
Kostendekkendheid
Paragraaf 3.1 - Horeca
103
37
35,9%
Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven
1
1
167,4%
Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet
0
0
0,0%
Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement
30
16
53,0%
Paragraaf 3.5 - Gereserveerd
0
0
0,0%
Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 en Huisvestingsverordening Gouda 2023
0
0
0,0%
Paragraaf 3.7 - Overige besluiten en in dit hoofdstuk niet benoemd besluiten
0
0
0,0%
Totaal titel 3
133
54
40,5%
Totale lasten
Totale baten
Kostendekking Hoofdstuk 1
2.085
1.740
83,5%
Kostendekking Hoofdstuk 2
3.108
3.482
112,0%
Recapitulatie (bedragen * € 1.000) Titel
Kostendekkendheid
Kostendekking Hoofdstuk 3
133
54
40,5%
Totaal kostendekkendheid
5.326
5.276
99,1%
Voor de berekening van de kostendekkendheid van de legestarieven uit de legesverordening worden alle directe lasten op de relevante taakvelden meegenomen. Dit betreft onder andere de taakvelden Burgerzaken, Openbare orde en veiligheid, Parkeren, Openbaar groen en (openlucht) recreatie, Milieubeheer en Wonen en bouwen. Denk hierbij aan afdrachten van rijksleges voor rijbewijzen en reisdocumenten, inzet van medewerkers van de Omgevingsdienst, automatiseringskosten en uren van gemeentelijke medewerkers die direct kunnen worden toegerekend aan de betreffende producten. Aan de batenkant worden de werkelijke inkomsten uit 2025 in kaart gebracht. De kostendekkendheid wordt bepaald door de baten af te zetten tegen de lasten. Wanneer de kosten hoger zijn dan de opbrengsten, is de kostendekkendheid lager dan 100%. Andersom geldt dat als de inkomsten hoger zijn dan de kosten, de tarieven meer dan kostendekkend zijn. In 2025 kwam de totale kostendekkendheid van de legesverordening uit op 99,1%. Dit betekent dat de inkomsten uit leges op basis van de realisatie iets minder dan kostendekkend zijn. Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing 2025 Het uitgangspunt bij het vaststellen van de afvalstoffenheffing in 2025 was 100% kostendekkendheid. Dit betekent dat de inkomsten uit de heffing volledig de kosten voor afvalinzameling en -verwerking dekken. In 2025 is dit percentage ook daadwerkelijk gerealiseerd.
Jaarstukken 2025
69
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Begroting (basis)
Begroting 2025 na wijzigingen
Rekening 2025
Kosten taakveld afval
12.932
13.448
13.874
Inkomsten exclusief heffingen
-882
-1.222
-1.549
0
0
0
12.050
12.226
12.325
Overhead
313
142
145
Reinigingsinspectie
59
61
60
Compensabele btw
2.288
2.543
2.288
Totaal kosten
14.710
14.972
14.818
Opbrengst afvalstoffenheffing
14.710
14.710
14.817
Dekking
100%
98%
100%
inzet reserve afval (taakveld 0.10) Netto kosten Toe te rekenen kosten:
Kostenonderbouwing rioolheffing 2025 Overeenkomstig het vastgestelde Water- en Rioleringsplan 2024-2028 in maart 2024 is de rioolheffing niet meer kostendekkend. Voor 2025 realiseert de gemeente 93% kostendekking. Omschrijving (bedragen * € 1.000) Kosten taakveld riolering Inkomsten exclusief heffingen Netto kosten
Begroting (basis)
Begroting 2025 na wijzigingen
Rekening 2025
19.790
20.182
19.348
0
-86
-144
19.790
20.096
19.204
142
327
286
Toe te rekenen kosten: Overhead Compensabele btw
2.308
2.308
3.391
Totaal kosten
22.240
22.731
22.881
Opbrengst rioolheffing
20.708
21.232
21.050
Egalisatie voorziening
0
0
121
93%
93%
93%
Dekking
De voorziening riool bestaat uit twee onderdelen: een spaardeel voor toekomstige investeringen en een egalisatiedeel om jaarlijkse schommelingen in de kosten op te vangen. In de presentatie van de voorziening zal deze voortaan gesplitst worden weergegeven. In onderstaande tabel is de stand voor de beide onderdelen en op het totaal zichtbaar. Voorziening riool (bedragen * € 1.000)
Saldo 1-1-2025
Toevoeging Vrijval
Aanwending Saldo 31-12-2025
Voorziening riolering (spaardeel)
16.420
8.924
0
8.986
Voorziening riolering (egalisatiedeel)
1.440
0
0
121
1.319
Totaal
17.860
8.924
0
9.107
17.677
70
Jaarstukken 2025
16.358
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van risico’s en daarmee inzicht in de financiële weerbaarheid van de gemeente. In de kern gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is om financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze paragraaf geeft aanvullend de stand van zaken van een zestal financiële kengetallen: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgesteld volgens het Besluit Begroting en Verantwoording, de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen en de Nota Reserves en Voorzieningen. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inzichten die vanuit het ministerie van BZK worden aangereikt (Financiële Regelgeving en Toezicht Decentrale Overheden).
4.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op het uitvoeren van de programma’s. De weerstandscapaciteit wordt uitgedrukt in een weerstandsratio. Weerstandsratio = beschikbaar weerstandsvermogen : benodigd weerstandsvermogen
4.2.2.1 Beschikbaar weerstandsvermogen Het beschikbaar weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om financiële risico’s (niet begrote kosten of tegenvallende opbrengsten) op te vangen. Dit is de som van de Algemene reserve en van het rekeningresultaat, voor zover dit wordt toegevoegd aan de Algemene reserve.1 In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare weerstandsvermogen in 2024 en 2025 weergegeven. 2025
2024
Algemene reserve (31/12)
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
33.129
27.934
Subtotaal voor resultaatbestemming
33.129
27.934
Resultaatbestemming AR
15.371
12.146
Beschikbaar weerstandsvermogen (31/12)
48.501
40.080
De startpositie per 1 januari 2025 correspondeert met de jaarstukken 2024, na verwerking van de voorgestelde besluitvorming ten aanzien van het rekeningresultaat 2024. Dit besluit voor 2025 wordt pas definitief genomen bij de vaststelling van het rekeningresultaat 2025, en kan wijzigen als de raad anders besluit. Het beschikbaar weerstandsvermogen bedraagt € 48.501.000 ultimo 2025.
4.2.2.2 Benodigd weerstandsvermogen Het benodigd weerstandsvermogen is een optelsom van alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen. Voor het berekenen van het benodigd weerstandsvermogen maakt de gemeente Gouda een onderscheid tussen risico’s verbonden aan grondexploitaties en overige risico’s. De risico’s verbonden aan grondexploitaties worden gekwantificeerd met behulp van de IFLO-methode. Daarbij wordt een risico-opslag van 10% gehanteerd met betrekking tot de toekomstige opbrengsten en de toekomstige kosten. De overige risico’s (going concern) worden gekwantificeerd met behulp van een Monte Carlo simulatie. In onderstaande tabel wordt de top-10 risico’s met de grootste financiële impact toegelicht. Het totaaloverzicht is te vinden in de bijlage. Naam
Omschrijving
Risico-gebied
Kansper- Maximaal centage (*€1.000)
Top 10 risico´s Open einde regeling Jeugd
1
De Jeugdwet is een open-einde regeling en kent daardoor geen Jeugdzorg bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget voor het lopende jaar - in dit geval 2025 - niet toereikend is. Als mitigerende maatregel voor het beheersbaar houden van de kosten voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de WMO is het maatregelenpakket van Berenschot in gang gezet. Voorzichtigheidshalve moet desalniettemin rekening worden gehouden met het risico dat de realisatie van de reeds ingeboekte besparingen die uit het maatregelenpakket voortvloeien een ander tempo kent, dan wel mogelijk tegen valt.
70%
€ 4.000
Zie Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen.
Jaarstukken 2025
71
Naam
Omschrijving
Risico-gebied
Open einde regeling Participatiewet (BUIG-budget)
De gemeente ontvangt een BUIG uitkering voor het betalen van bijstandsuitkeringen/uitkeringen Levensonderhoud en Loonkostensubsidies. Het BUIG-budget betreft twee deelbudgetten met een verschillende financieringssystematiek; beide zijn open einde regelingen.
Werk en inkomen
Kansper- Maximaal centage (*€1.000) 70%
€ 3.000
BorgGemeenten staan borg voor de rente- en aflossingsverplichtingen van Treasury en garantstellingen organisaties zoals culturele instellingen, voetbalclubs, bibliotheek, etc. Als een partij niet kan voldoen aan de verplichting jegens de bank, dan zal de bank de gemeente aanspreken de betalingsverplichting over te nemen of de schuld over te nemen bij een faillissement (afhankelijk van de gevestigde zekerheden). Het risicoprofiel van de borgstellingen van de Schouwburgcomplex en de Cheese Experience is lager dan in voorgaande jaren.
10%
€ 6.000
Inflatie
Door inflatie kunnen de prijzen voor afgenomen diensten en producten hoger uitpakken dan verwacht, mogelijk meer dan de uitkering uit het Gemeentefonds meestijgt door de loon-prijsindexatie.
Financiën
50%
€ 2.500
Fiscaliteit
Het onderdeel fiscaliteit binnen gemeenten wordt steeds complexer en het is een uitdaging om de bewustwording en de kennis breed in de organisatie te brengen en te houden. We zetten hier op in.
Financiën
30%
€ 3.000
Aansprakelijkheid Niet of onvoldoende nakomen van contractuele afspraken en Juridisch en toezeggingen, onzorgvuldig handelen of onjuiste toepassing van nadeelcompensatie regelgeving kan ertoe leiden dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor schade. Deze schade kan ontstaan in het openbaar gebied (letselschade, materiële schade, evenementen, etc.). Meestal door handelen of nalaten van de gemeente (onterecht weigeren/verlenen vergunning, werken in de openbare ruimte). Het gaat hierbij om grotere schades die niet worden gedekt door de verzekering (contractuele aansprakelijkheid) of boven de dekking uitgaan.
30%
€ 1.500
50%
€ 5.000
Financieel risico deelbudget bijstandsuitkeringen Het macrobudget voor de bijstandsuitkeringen wordt onder gemeenten verdeeld op basis van het zgn. objectieve verdeelmodel. Jaarlijks wordt het verdeelmodel aangepast (beperkte aanpassing van de variabelen en actualisatie van de data) en wordt het budgetaandeel per gemeente opnieuw bepaald. De omvang van het macrobudget verandert gedurende het jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van het landelijk aantal bijstandsuitkeringen, de werkloosheid, de conjunctuur, beleidseffecten van het Rijk en loon- en prijsbijstellingen. Er zijn drie momenten waarop het deelbudget voor gemeenten wordt vastgesteld door het Rijk: voorlopig (in september jaar t-1, tevens vaststelling budgetaandeel voor dat jaar), nader voorlopig (in mei in lopende jaar) en definitief (eind september in lopende jaar). Afhankelijk van de ontwikkeling van het budgetaandeel, het macrobudget en van de bijstandsvraag in de gemeente bestaat een financieel risico. Gemeenten moeten een tekort tot 7,5% op hun budget voor de Participatiewet zelf opvangen (eigen risico) uit eigen middelen. Voor grote(re) tekorten op het budget is er een vangnetuitkering Pw die gemeenten (beperkte) financiële compensatie biedt, met een getrapte vergoeding.
Financieel risico deelbudget loonkostensubsidies (LKS) Het deelbudget voor loonkostensubsidies wordt (sinds 2022) toegekend op basis van de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidie in het voorgaande jaar. Ook dit is een open einde regeling, waarbij het macrobudget LKS vooraf wordt vastgesteld/gemaximeerd. Voorlopig zorgt het ministerie ervoor dat het macrobudget LKS voldoende is om de uitgaven aan LKS te dekken. Financiële risico’s voor de gemeente zijn er bij sterke schommelingen in de inzet van loonkostensubsidies (bijvoorbeeld bij sterke toename van de inzet in een kalenderjaar) en bij lagere inzet van LKS dan gemiddeld in de andere gemeenten.
De gemeente kan ook aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van op zichzelf rechtmatig handelen, bv. door werkzaamheden in het openbaar gebied doordat winkels en/of bedrijven moeilijk bereikbaar zijn (gederfde winst). De drempel om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is relatief hoog zodat de kans van optreden laag wordt ingeschat en het risico niet wordt meegenomen in het berekenen van de weerstandscapaciteit. Stijgende Risico dat prijzen omhoog gaan voor aanbestedingen of op basis materiaalkosten en van Uniforme Administratieve Voorwaarden §47 (UAV) afspraken na krapte op de markt aanbesteding. Veel materialen worden schaarser (en duurder) en veel aanbieders zitten vaak vol. Dit zorgt voor druk op de dienstverlening. Hier speelt ook de onzekerheid van de oorlog in Oekraïne en in het Midden Oosten.
72
Jaarstukken 2025
Beheer Openbare Ruimte
Naam
Omschrijving
Risico-gebied
Kansper- Maximaal centage (*€1.000)
Prijzen gaan dan omhoog voor lopende en nieuwe beheeren projectaanbestedingen. Het beheerplan Groot Onderhoud en Vervangingsonderhoud (GOVO) is aangenomen met daarin een inflatiecorrectie. Dit zorgt ervoor dat een eventuele prijsstijging geheel of gedeeltelijk regulier kan worden opgevangen. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn gemeentelijke samenwerkingsverbanden of Verbonden en samenwerking deelnemingen die gevormd zijn om bepaalde taken bijvoorbeeld efficiënter partijen / subsidie uit te voeren. De gemeente Gouda heeft in de rechtspersonen bestuurlijke invloed en/of financiële belangen. Per 1 januari 2025 is daar de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden Holland bijgekomen. De gemeentelijke bijdrage van Gouda aan de publiekrechtelijke verbonden partijen (Gemeenschappelijke regelingen) bedraagt in 2025 op begrotingsbasis € 31 miljoen.
50%
€ 1.000
Bij samenwerkingsverbanden kunnen risico's ontstaan door: uittredingen van deelnemers, een niet-sluitende begroting, het verminderen van bijdragen aan regelingen door het Rijk of daling van reserves waardoor tekorten binnen de verbonden partij niet meer opgevangen kunnen worden. Maar ook verminderde afname van ondersteunende diensten die we als gemeente leveren, of andere markteisen. Verder kennen we ook het risico dat de gemeentelijke indexering geen gelijke tred houdt met de CAO-ontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen. Ontsluiting Westkant Gouda
Zuidplas en Gouda ontvangen in 2026 subsidie van het rijk voor infrastructurele maatregelen ter ontsluiting van Westergouwe en Cortelande. Rijk, Zuidplas, provincie en Gouda hebben een bestuursovereenkomst gesloten waarin onder andere afspraken zijn vastgelegd over de risicoverdeling. Hierbij is vastgelegd dat partijen direct met elkaar in overleg treden wanneer zich onvoorziene financiële omstandigheden voordoen, zodat eventueel afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt. In de kostenraming van de maatregelen (schetsontwerp) is zo realistisch mogelijk rekening gehouden met tegenvallers. Het risico is dat de toegekende middelen inclusief cofinanciering uiteindelijk niet kostendekkend zijn als gevolg van prijsstijging en/of aanbestedingsrisico.
Gebiedsontwikkeling 50%
€ 6.500
Rampen en crises
Natuur & Milieu: - Overstromingen (Gouda is een laaggelegen gebied is en ligt aan een grote rivier) - Extreme weersomstandigheden (droogte, extreme neerslag of windhozen)
Openbare Orde en Veiligheid
€ 3.000
15%
Voorzieningen: - Verstoring gasvoorziening - Verstoring elektriciteitsvoorziening - Verstoring drinkwatervoorziening - Grootschalige verstoring internet Gebouwde omgeving/openbare ruimte: - Grote branden - Instorting Vervoer: - Spoorvervoerincidenten (vervoer gevaarlijke stoffen) - Wegvervoerincidenten Gezondheid: - Pandemie Publieke veiligheid: - Extreem geweld - Verstoring openbare orde
De toekomstige kasstromen bij grondexploitaties leveren per definitie risico’s op. Opbrengsten kunnen tegenvallen, terwijl ook de kosten hoger kunnen uitvallen. Deze risico’s kunnen worden gekwantificeerd, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er een kans bestaat dat opbrengsten en kosten met 10% tegenvallen. Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties komt dan uit op € 11.217.521. Voor de going concern risico's wordt een Monte Carlo simulatie uitgevoerd. De simulatie die is uitgevoerd met betrekking tot de overige procesrisico’s (going concern) levert een benodigd weerstandsvermogen op van € 14.049.843. Daarbij wordt het gebruikelijke zekerheidspercentage van 90% gehanteerd.
Jaarstukken 2025
73
Het benodigd weerstandsvermogen voor 2025 en verder bedraagt dan bij het opmaken van deze jaarrekening € 25.267.364.
4.2.2.3 Beoordeling weerstandsvermogen Door het beschikbaar weerstandsvermogen te delen door het benodigd weerstandsvermogen wordt de weerstandsratio van de gemeente berekend. Deze weerstandsratio fungeert als indicator voor de weerstandscapaciteit. De weerstandsratio ziet er voor Gouda ultimo 2025 als volgt uit: 48.501 / 25.267 = 1,9 en kwalificeert als ruim voldoende. De weerstandsratio kan als volgt van een kwalificatie worden voorzien: Omschrijving (bedragen * € 1.000)
2025
2024
Beschikbaar weerstandsvermogen
48.501
40.080
Benodigd weerstandsvermogen
25.267
20.179
1,9
2,0
Weerstandsratio Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4-2,0
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-1,0
Matig
E
0,6-0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Het beschikbaar weerstandsvermogen moet minimaal gelijk zijn aan het benodigd weerstandsvermogen om voldoende weerstand te kunnen bieden als de risico’s zich daadwerkelijk voordoen.
4.2.3 Kengetallen Het opnemen van financiële kengetallen in de begroting en de jaarstukken past in het streven naar meer transparantie. Ook geven de kengetallen meer inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente. Het biedt de mogelijkheid om normen te stellen, net als bij de beoordeling van het weerstandsvermogen gebeurt. We relateren de normering zoveel mogelijk aan normen die door de VNG zijn voorgesteld. In het BBV is bepaald dat gemeenten vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Kengetallen
Rekening 2024
Begroting 2025(basis)
Rekening 2025
GTK-richtlijn
Netto schuldquote
69,6%
82,4%
77,5%
< 90% = minst risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
69,1%
82,1%
78,6%
< 90% = minst risicovol
Solvabiliteitsratio
24,4%
21,4%
21,8%
< 20% = meest risicovol
Netto investeringsquote
3,5%
3,0%
5,6%
<0% en >5% meest risicovol
Grondexploitatie
5,0%
4,4%
6,4%
< 20% = minst risicovol
Structurele exploitatieruimte
1,2%
0,7%
2,7%
> 0,0% = minst risicovol
Belastingcapaciteit
123,6%
127,9%
124,9%
> 105% = meest risicovol
4.2.3.1 Toelichting Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen in de begroting. Hoge schulden brengen hoge rentelasten met zich mee. De rentelasten hebben effect op de flexibiliteit van de begroting en mogen niet een te groot deel van de begroting worden. De netto schuldquote wordt berekend door de netto schuld conform BBV te delen door de totale baten (exclusief mutaties reserves). Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote weergegeven zonder en met correctie voor verstrekte leningen. De rentelasten en aflossingen van de schulden die hier tegenover staan, drukken niet op de exploitatie. Een laag percentage is gunstig. Het Gemeenschappelijk finacieel toegangskader (GTK) van de provincie Zuid-Holland adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De VNG geeft aan dat er bij een schuldquote van 130% sprake is van een hoge schuld. De VNG geeft hierbij wel aan dat de hoogte van de rente van invloed is op de betaalbaarheid van de schuld. De gemeente
74
Jaarstukken 2025
Gouda hanteert een norm van maximaal 110%. De netto schuldquote is per 31 december 2025 78,6% (2024: 69,1%) en voldoet daarmee ruim aan de norm. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote wordt zowel in- als exclusief doorgeleende gelden gepresenteerd. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de door de gemeente verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldpositie. Het kengetal wordt op dezelfde wijze berekend als de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden betrokken. De ontwikkeling van de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, vertoont een vergelijkbaar beeld als de ontwikkeling van de netto schuldquote. In percentage uitgedrukt, is het aandeel van de verstrekte leningen duidelijk zeer beperkt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen, hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. De gemeente Gouda hanteert, conform de richtlijn van de VNG, een minimum omvang van 20% als norm. De solvabiliteitsratio is licht gedaald ten opzichte van 2024 en bedraagt 21,8% en voldoet daarmee aan de norm.
Als gevolg van toekomstige opgaven voor de gemeente Gouda staat deze ratio wel onder druk. Netto investeringsquote De netto-investeringsquote is een maatstaf om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert om een aanvaardbaar voorzieningenniveau te behouden. De netto-investeringsquote kent signaalwaarden voor zowel te lage als te hoge investeringen. De signaalwaarden voor lage investeringen bedragen 1% en lager en boven de 5% is sprake van een hoog investeringsniveau. Te lage investeringen kunnen erop wijzen dat een gemeente moeite heeft om de lopende uitgaven te beheersen. In dat geval zijn op termijn inhaalinvesteringen noodzakelijk. Te hoge investeringen leiden daarentegen tot een stijging van de netto-schuldquote, wat resulteert in oplopende schuldverplichtingen. Daarnaast leggen de hogere afschrijvingslasten van investeringen beslag op een groter deel van de exploitatie, waardoor er minder ruimte is voor bezuinigingen op de lopende uitgaven. De netto investeringsquote per 31 december 2025 is 5,6% (2024: 3,5%). De gemeente Gouda investeert volgens de begroting relatief veel in de komende jaren. Het verschil met de begroting wordt hoofdzakelijk verklaard door een hogere stand van de vaste activa in de jaarrekening dan waarmee in de begroting voor 2024 en 2025 rekening is gehouden.
Grondexploitatie Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is dan ook van groot belang omdat deze waarde bij de verkoop moet worden terugverdiend. Voor de berekening van dit kengetal wordt de balanswaarde (= boekwaarde grondexploitaties gecorrigeerd met de voorzieningen grondexploitaties) van de bouwgrond in exploitatie (onderhanden werken) gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Hoe hoger het kengetal hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. De VNG adviseert dat maximaal 20% een acceptabele omvang van dit kengetal is. Het percentage per 31 december 2025 bedraagt 6,4% (2024: 5,0%). Deze ligt daarmee ruim onder de norm. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoeging aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Dat wil zeggen dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt.
Het positieve percentage van 2,7% laat zien dat de structurele lasten volledig en incidentele lasten deels worden gedekt door structurele baten. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten (bestaande uit de afvalstoffen- en rioolheffing van een meerpersoonshuishouden en de OZB met een gemiddelde WOZ-waarde) te vergelijken met het landelijk gemiddelde en uit te drukken in een percentage. Dit gebeurt op realisatiebasis. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen. Het percentage is in 2025 gestegen tot 124,9% (2024: 123,6%) boven deze norm. Dit wordt met name veroorzaakt door het tarief voor de rioolheffing. Zie hiervoor ook de paragraaf lokale heffingen.
4.2.3.2 Conclusie Uit de kengetallen blijkt dat de financiële positie in 2025 ongeveer gelijk is gebleven. De netto schuldquote is in 2025 ongeveer gelijk gebleven en voldoet ruim aan de norm. De weerstandsratio is nagenoeg gelijk gebleven en kwalificeert als ruim voldoende. De structurele exploitatieruimte laat zien dat de structurele lasten waaronder de lasten die samenhangen met de schuldenlast van de gemeente (rente en aflossing) in 2025 volledig gedekt worden door structurele baten. Het risico van de grondexploitaties is relatief beperkt. Dit blijkt uit het kengetal voor grondexploitaties, dat ruim onder de norm ligt.
Jaarstukken 2025
75
Aandachtspunten blijven de solvabiliteit en belastingcapaciteit. De solvabiliteitsratio voldoet in 2025 aan de norm, maar staat vanwege toekomstige opgaven onder druk. Het kengetal voor de belastingcapaciteit is in 2025 gestegen en hoger dan het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name verklaard door de hoge rioolheffing. Het blijft dan ook van belang om deze ratio’s te monitoren en hierop te sturen gedurende het jaar 2026 en verder.
76
Jaarstukken 2025
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Inleiding Deze paragraaf biedt een overzicht van de belangrijkste kapitaalgoederen van de gemeente en de bijbehorende onderhoudskosten. Kapitaalgoederen zijn essentiële voorzieningen die nodig zijn om de stad goed te laten functioneren en om gemeentelijke diensten te kunnen leveren. Het gaat hierbij onder andere om wegen, openbare verlichting, bruggen, kademuren, viaducten, verkeersmaatregelen, watergangen, havens, openbaar groen, speelvoorzieningen, riolering en gemeentelijke gebouwen. In deze paragraaf wordt per categorie kapitaalgoederen toegelicht welk onderhoudsbeleid is gehanteerd en wat de onderhoudskosten in 2025 zijn geweest. Het onderhoudsbeleid is gebaseerd op de volgende door de raad vastgestelde nota's: Nota