bestemmingsplan Spoorzone Hotelkavel Toelichting
Tekst van het document
In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Regionale woonvisie Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast, waarin de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichting voor de bestaande en gewenste woningvoorraad binnen de regio wordt bepaald. Gemeenten en provincie spreken in gezamenlijkheid af welke uitgangspunten en randvoorwaarden voor de woonvisie gelden. De woonvisie bevat tenminste een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgave op korte en lange termijn en een onderbouwing van de "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
26 behoefte die regionaal is afgestemd. De regionale woonvisie vormt het kwalitatieve en kwantitatieve kader voor en de onderbouwing van het door de regio op te stellen regionale woningbouwprogramma en de beoordeling daarvan door de provincie. 4.2.2.3 Betekenis voor het bestemmingsplan Toets aan artikel 6.9 Ruimtelijke k waliteit In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Kwaliteitskaart opgenomen. Het plangebied ligt in het 'bebouwd gebied' en is onderdeel van het 'stedelijk centrumgebied'. De provincie geeft hierover aan dat ontwikkelingen die plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum bijdragen aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld.
afbeelding 4.1: Uitsnede Kwaliteitskaart De voor het bestemmingsplan relevante richtpunten zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp en de versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. De planontwikkeling van Spoorzone Hotelkavel maakt onderdeel uit van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone. Het gebied kenmerkt zich door een relatief grote maat en schaal van bebouwing en heeft een moderne en stedelijke uitstraling. Dit gebied zal zich verder ontwikkelen tot stedelijk gemengd woon-werkgebied. Het plan voor Spoorzone Hotelkavel past binnen deze gebiedsidentiteit en door de hoogbouw wordt de bestaande ruimte intensiever benut. Ook is in het plan vastgelegd dat er voldoende groene ruimte moet komen en wordt stevig ingezet op duurzame mobiliteit en gebruik van het OV. "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
27
Toets aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is de ladder van toepassing voor het bestemmingsplan. De ontwikkeling is onderdeel van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone en voorziet in de lokale en regionale woningbehoefte. De woningbouw is opgenomen in de Regionale Agenda Wonen. In paragraaf 4.3.3 is nader ingegaan op de aanwezige behoefte.
Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de omgevingsverordening (ruimtelijke kwaliteit). het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3
Woningbouw
4.2.3.1 Discussienota Verstedelijk ing (2017) Hoe omvangrijk de woningbouwopgave in de zuidelijke Randstad is, wordt beschreven in de Discussienota Verstedelijking (2017). Geschat wordt dat tussen 2010 en 2030 in totaal 230.000 woningen nodig zijn om de vraag op te vangen. Tot en met 2016 zijn al rond de 80.000 gebouwd. Dit betekent dat er een opgave ligt om nog eens 150.000 woningen te realiseren. De verwachting is dat tussen 2030 en 2040 nog eens 60.000 woningen nodig zijn. Gemeenten worden aangespoord werk te maken van de woningbouwopgave volgens de volgende zes principes. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Differentieer de woningvoorraad Bouw binnen bestaand stedelijk gebied Koester en ontwikkel gebieden voor de nieuwe economie Benut de potentie van groen en water Draag bij aan de energietransitie Bouw nabij HOV
4.2.3.2 Actieprogramma Slim Ruimtegebruik (2016) Bovengenoemde principes passen in de gedachte van Slim Ruimtegebruik. Er is in de komende jaren in Zuid-Holland nog steeds een grote ruimtevraag. Niet alleen voor stedelijke functies, zoals wonen, maar ook in het landelijk gebied, bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering en energietransitie. Het is van belang de stedelijke ruimtevraag zoveel mogelijk binnen bestaand stads- en dorpsgebied te realiseren en daarmee het bestaande bebouwde gebied beter te benutten. In het Hoofdlijnenakkoord hebben GS aangegeven constructief met gemeenten mee te willen denken over en ruimte te willen bieden aan uitvoering en slimme oplossingen op lokaal niveau. Dit is een belangrijk uitgangspunt. De provincie blijft zich via haar beleid en ambities richten op het bovenlokale niveau, maar wil lokale partners graag helpen met het realiseren van dat beleid en die ambities op lokaal niveau.
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
28
4.2.3.3 Programma Ruimte m.b.t. Verstedelijking en Wonen (2019) In lijn met genoemde visie en beleidsnota's, biedt het Programma Ruimte instrumenten om de woningbouwopgave uit te voeren. Specifieke aandacht is er voor binnenstedelijke woningbouwplannen nabij HOV-knooppunten. De provincie maakt de keuze om aan te sluiten bij de Rijksladder voor Duurzame Verstedelijking. Dit maakt dat de transformatie van bestaande bebouwing, als bijvoorbeeld kantoren, winkels en cultuurhistorische waardevolle gebouwen binnen de invloedssfeer van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), vaak niet ladderplichtig zal zijn en met het oog op de woningbehoefte altijd kan worden gestart. Ook als deze nog niet in overeenstemming is met het regionale woningbouwprogramma. Waar het gaat om de transformatie van gronden naar woningbouw binnen BSD en nabij HOV en dit cijfermatig niet past binnen het regionale woningbouwprogramma, dan gaat de provincie samen met de initiatiefnemende gemeente het gesprek aan met de regio om deze ontwikkeling in het programma op te nemen. 4.2.3.4 Betekenis voor het bestemmingsplan Gouda maakt deel uit van de regio Midden-Holland. In de regio Midden-Holland zijn afspraken gemaakt over woningbouw, afgestemd op de berekende woningbehoeftecijfers. De cijfermatige ruimte die Gouda heeft om nieuwe woningen te bouwen, is inmiddels ingevuld met bekende woningbouwplannen.
Provincie Zuid-Holland hecht er waarde aan dat deze afspraken worden nageleefd. Daar staat tegenover dat vanuit het provinciale programma 'Verstedelijking' gemeenten worden aangemoedigd om de woningproductie te versnellen. Daarvoor geldt dat bij voorkeur woningen binnen de bestaande stedelijke structuur en bij hoogwaardig openbaar vervoer worden gerealiseerd. De braakliggende percelen in de Spoorzone zijn in dit opzicht zeer kansrijk. Gouda heeft hiervoor in 2018 de Verstedelijkingsagenda vastgesteld, zie paragraaf 4.3.3.2. De planologische ruimte die wordt geboden in dit bestemmingsplan, geeft invulling aan de verstedelijkingsambities van de provincie Zuid-Holland. De ontwikkeling past gelet op de locatie, het beoogde woonmilieu binnen de provinciale beleidsdoelen. Daarbij komen veel binnenstedelijke ontwikkellocaties moeizaam van de grond en is dit een belangrijke kans op ontwikkeling van een dergelijke locatie op relatief korte termijn. In de Regionale Agenda Wonen (RAW) die is opgesteld door Midden-Holland is als belangrijke kwaliteit van de regio de diversiteit benoemd. Het behoud en versterken van de verschillende woonmilieus binnen de regio is een belangrijke ambitie. Met de woningbouw in de Spoorzone wil gemeente Gouda het bestaande gemengd stedelijk gebied uitbreiden.
De voorgenomen ontwikkeling maakt onderdeel uit van de door GS aanvaardde regionale woningbouwprogrammering en levert een passende bijdrage aan versterking van het aanbod aan stedelijk wonen. 4.2.4
Kantorenlocaties
De provincie voert een selectief locatiebeleid voor nieuwe kantoren. Het aantal mogelijke ontwikkelingslocaties voor nieuwe kantoren is nu nog erg groot in verhouding tot de maatschappelijke vraag. De nadruk zal, meer dan voorheen, komen te liggen op de kwaliteit van de bestaande voorraad. Het ontwikkelen van te veel locaties tegelijkertijd veroorzaakt versnippering en draagt onvoldoende bij aan de agglomeratiekracht. Voor de provincie is meer concentratie en specialisatie belangrijk om de kwaliteit en complementariteit van alle locaties te verhogen, de markt vraagt daar ook om. Bij de uitwerking van het knooppunten- en centrabeleid in het Programma ruimte is een selectie gemaakt van locaties waar de provincie de bouw van kantoren faciliteert. Dit zijn concentratielocaties en vier scienceparken. Op concentratielocaties worden voorzieningen zoals kantoren, detailhandel en bovenlokale voorzieningen geconcentreerd. De geselecteerde locaties vormen de provinciale inzet voor de verdere uitwerking van het concentratiebeleid. Betekenis voor het bestemmingsplan In artikel 6.11 van de provinciale verordening zijn regels opgenomen ten aanzien van bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe kantoren. Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'OV-knooppunt en centrum- en (intercity)stationslocatie'. Het bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
29 kantoren, mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de desbetreffende locatie. In het kader van de Discussienota kantoren 2018 is de martkvraag in beeld gebracht, ook voor de locaties in Gouda. De Spoorzone Gouda is aangemerkt als OV knooppuntlocatie waar grootschalige kantorenontwikkeling (>1.000 m2 bvo) is toegelaten. Voor de Spoorzone is in de Regionale kantorenvisie Miden-Holland een maximaal programma van 10.000 m2 bvo opgenomen. Voor het plangebied is echter een plan in voorbereiding bestaande uit hotel en woningen. Er is in het bestemmingsplan ruimte opgenomen voor een beperkte omvang aan commerciële functies, waaronder ook kantoren (flexwerkplekken e.d.), tot een maximum van 2.400 m2 bvo. Er is geen grootschalige kantoorontwikkeling voorzien. Het bestemmingsplan sluit daarmee aan bij het provinciaal beleid ten aanzien van kantoorlocaties.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie Gouda 2030 en Omgevingsvisie Gouda
Algemeen De gemeente heeft op 19 juni 2019 de Toekomstvisie Gouda 2030 vastgesteld. Met de toekomstvisie is een beeld geschetst hoe de stad er in 2030 uitziet en waar de gemeente met al haar partners naar toe wil werken. Sociaal gezien profileert Gouda 2030 zich als een stad van tolerantie en ontmoetingen. Naast haar historie komt ook de kennis van bodemdaling erbij als kwaliteit. Gouda wil in 2030 een levendige en betaalbare stad zijn voor jongeren. Als laatste is Gouda een knooppunt met ontwikkelkansen. 'Gouda ligt goed!' is daarbij de gedeelde leuze om dit alles mogelijk te maken. De toekomstvisie bouwt voort op de identiteit en kwaliteiten van de gemeente. Gouda onderscheidt zich op dit moment van andere steden met drie sterke punten, die het fundament vormen van de toekomstvisie. Zo heeft Gouda grote historische waarde en cultuur. Het aanbod aan voorzieningen, evenementen en initiatieven vanuit de stad is groot. En als laatste kenmerkt Gouda zich door haar centrale ligging, nabij grote steden en natuur. De toekomstvisie is het vertrekpunt voor de nieuwe Ogevingsvisie Gouda. De ontwerp omgevingsvisie lag tot en met 24 november 2022 ter inzage en zal in 2023 worden vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe Gouda omgaat met ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
De fysieke leefomgeving is alles wat nodig is om te leven, wonen, werken, studeren, ontspannen zoals water, lucht, bodem, natuur, wegen, energie en gebouwen. Denk hierbij aan klimaatverandering, bereikbaarheid van en naar de stad en de leefbaarheid van wijken. Opgaven De opgaven waar de gemeente in de toekomst voor staat, staan in de Goudse Opgaven. De focus ligt op de grote nieuwe transities, waar nieuwe aandacht en energie voor nodig is en die een grote ruimtelijke impact hebben, te weten: de verstedelijkingsopgave, de energietransitie en de klimaatadapatie. De verstedelijkingsopgave voor Gouda is groot. Bovenop de circa 30.000 bestaande woningen in Gouda zijn de komende decennia nog duizenden nieuwe woningen nodig om iedereen naar wens en behoefte te kunnen huisvesten. In de Verstedelijkingsagenda Gouda (2018) is verkend dat er tot en met 2040 nog 8.500 woningen kunnen worden gebouwd in de stad. Voor circa 6.200 woningen geldt dat deze onderdeel zijn van bestaande visies en plannen, zoals de nieuwbouwwijk Westergouwe en de Spoorzone. Voor het verwezenlijken van de opgave zijn verschillende strategieën mogelijk, zoals functieverandering, multifunctioneel ruimtegebruik, het stapelen van functies en intensiveren / hoger bouwen in de stad waar dit kan.
Naast de ruimte voor woningen is er ook ruimte nodig voor allerlei stedelijke voorzieningen - die meer nodig zijn als er meer mensen in Gouda wonen -, werkgelegenheid, bedrijvigheid, duurzame mobiliteit (openbaar vervoer, fiets- en wandelpaden en wegen), en toenemende energievraag vragen om extra ruimte. Door gerichte en integrale keuzes voor de leefomgeving te maken is wordt voor de komende jaren focus aangebracht voor de stad. Op hoofdlijnen en na zorgvuldige integrale afweging: Transitie van verouderde gebieden De hoogte in waar mogelijk "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
30 Minder van wat we niet meer nodig hebben (parkeerplaatsen op den duur bijvoorbeeld) Tegelijk ook houdt de gemeente aandacht voor de bestaande stad die niet verandert: daar moet de kwaliteit behouden waar die er is, en verbeteren waar dat nodig is. Nieuwe ontwikkelingen dienen in samenhang te worden beschouwd met de hieronder uitgewerkte keuzes maar ook met de bestaande stadsontwikkeling. De gemeente heeft vijf keuzes gemaakt voor de leefomgeving. Deze vormen de kern van de visie. Door in integrale oplossingen te denken komen veel opgaven in meerdere keuzes terug. De vijf keuzes zijn: Florerende stad: Focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van de grote historische kwaliteiten. Een hoge kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Sterke economie en regionale positie behouden, Doorgeven Historisch Gouda, en Prettig woon- en leefklimaat; Duurzame mobiliteit: Focus op de verduurzaming van de wijze waarop we ons binnen en buiten de stad bewegen, met een verschuiving naar nog meer fietsen, wandelen en openbaar vervoer, en met ruimte voor nieuwe mobiliteitsdiensten.
Door afname van autoverkeer is het mogelijk verhardingsoppervlak en parkeerruimte te reduceren. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Duurzaam stedelijk ontwikkelen en Gezondheid stimuleren; Gezonde groene stad: Focus op het stimuleren van onze gezondheid, door hier bij de inrichting van de stad rekening mee te houden: een aantrekkelijker en groenere openbare ruimte, met gevarieerd groen, veel biodiversiteit, aandacht voor duurzaamheid, bescherming van de cultuurhistorische linten en groenstructuren, en zorgvuldig gekozen transitie- of ontwikkellocaties. Aandacht voor beperken van geluidhinder en zorg voor schone lucht speelt daarbij een grote rol. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Prettig woon- en leefklimaat en Gezondheid stimuleren; Energietransitie: Focus op duurzame transitie van onze energie, niet alleen in keuze van de bron (duurzame opwekking) maar ook hoe we dit onderling afstemmen, zodat we elkaar niet (onder- of bovengronds) in de weg zitten met de systemen. Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Duurzaam stedelijk ontwikkelen; Sterke wijken: Focus op onze woonwijken, waar het gewoon fijn leven is en/of nog fijner gaat worden. Voldoende woningen en de juiste, kwalitatief goede woningen, met een goed ingerichte openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en gezond gedrag, waarbij iedereen mee kan doen.
Deze Keuze heeft vooral een link met Goudse Opgaven: Prettig woon- en leefklimaat en Gezondheid stimuleren. Betekenis voor het plan De kaart bij de Omgevingsvisie is geraadpleegd, zie de uitsnede in afbeelding 4.2. De projectlocatie ligt in de Spoorzone, wat is aangewezen als gebied dat in transitie is naar een gemengd stedelijk gebied. Het bestemmingsplan Spoorzone Hotelkavel maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. Het project draagt daarmee bij aan de verstedelijkingsopgave en leidt tot verdere verdichting op deze plek. Er is een mobiliteitsvisie opgesteld vanuit de gedachten van duurzame mobiliteit (zie paragraaf 3.2.5). Ook is in het plan ingezet op de opwekking van duurzame energie (zie paragraaf 4.3.10) en is er ruimte voor groen in het plan (zie paragraaf 4.3.8).
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
31
afbeelding 4.2: uitsnede Omgevingsvisie Gouda 4.3.2
Mobiliteit
4.3.2.1 Mobiliteitsplan 2017-2026 In het Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026 'Stad in Beweging' (vastgesteld 2017) heeft de gemeente haar visie op de mobiliteit in de gemeente verwoord. In het Mobiliteitsplan is ingegaan op de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van alle vormen van vervoer. De compacte structuur met de historische binnenstad geven Gouda haar charme en kwaliteiten. Anderzijds betekent het dat grote ingrepen om het gemotoriseerde verkeer anders af te wikkelen nauwelijks mogelijk zijn. Dat levert zelfs beperkingen op voor het fietsverkeer. Gouda moet het doen met de begrenzingen die deze stad oplegt. De gemeente streeft naar een goede verdeling tussen de (verkeers)ruimte voor het langzame en het gemotoriseerde verkeer. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is daarbij een belangrijke opgave, net als het voorkomen van verkeersoverlast. In onderstaande figuur is het wensbeeld van het wegennet opgenomen. Te zien is dat in en rond het plangebied diverse hoofdwegen (stadsstraten en stadswegen) liggen, die moeten zorgen voor een goede bereikbaarheid van Gouda.
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
32
afbeelding 4.3: Wegennet (Mobiliteitsplan Gouda 2017-2026) De uitdaging zit er in om te voorkomen dat het wegennet vol stroomt en hierdoor de bereikbaarheid afneemt. Daarom zal elke ontwikkeling die verkeersgeneratie met zich meebrengt zorgvuldig getoetst worden. In het mobiliteitsplan 2017-2026 is een herziening van de parkeernormen aangekondigd, teneinde deze te actualiseren en meer maatwerk en flexibiliteit te bieden. Het is dus mogelijk dat binnen de looptijd van dit bestemmingsplan het gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ wijzigt. In dat geval geldt de nieuwe beleidsregel en dient getoetst te worden aan de inhoud van de dan geldende parkeernormen.
Bij het zoeken en vinden van oplossingen voor parkeervraagstukken hanteert het mobiliteitsplan de volgende principes: eerst benutten (onder andere private parkeerplaatsen, meer deelauto's), verdelen (parkeerregulering) en beprijzen (differentiëren en betalen naar gebruik); daarna pas bouwen (als dat past binnen een structureel sluitende parkeerexploitatie en meerwaarde biedt voor de kwaliteit van de openbare ruimte); zorgen voor een (door de jaren heen) structureel sluitende gemeentelijke parkeerexploitatie; zorgen voor nieuwe parkeervoorzieningen die moeten bijdragen aan het verbeteren van de woonomgeving (minder overlast maar ook meer ruimte voor andere functies) en aan het versterken van het historische stadsbeeld in de binnenstad. Mobiliteitsvisie Ontwikkelingsperspectief In paragraaf 3.2.5 is de visie op duurzame mobiliteit in de Spoorzone beschreven. Daar is ook ingegaan op de mobiliteitsoplossingen die in het plan zijn opgenomen Betekenis voor het bestemmingsplan Voor de Spoorzone is een integraal verkeersonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verkeerskundige gevolgen van het toevoegen van het woningbouwprogramma. Het voorliggende plan is daarin meegenomen. Het onderzoek is beschreven in het rapport 'Verkeerseffecten Spoorzone Gouda' van 30 juni 2020 (Goudappel Coffeng).
Het rapport is opgenomen als Bijlage 1 Onderzoek verkeerseffecten Spoorzone Gouda bij de toelichting. "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
33
In dit onderzoek is voor de locatie van het plangebied (kavel 5 genoemd) rekening gehouden met een ruimer programma, namelijk de toevoeging van 150 woningen aan de locatie: zie tabel 2.1 in het onderzoek, de locatie heet hierin "Noord NS Kavel". Het aantal woningen dat het voorliggende bestemmingsplan toestaat is kleiner, namelijk 59 woningen. Zodoende is het verkeersonderzoek worstcase en zijn de uitkomsten houdbaar voor het bestemmingsplan. Uit het integrale verkeersonderzoek blijkt dat er enkele knelpunten te verwachten zijn in het verkeersnetwerk bij realisatie van alle verschillende deelontwikkelingen in de Spoorzone. Meerdere kruispunten zullen in de toekomst zowel bij autonome groei als bij realisatie van de Spoorzone volbelast danwel overbelast raken. Er zijn per knelpunt maatregelen benoemd. De gemeente gaat aan de slag met de maatregelen. Daarmee is de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling inpasbaar. 4.3.2.2 Parkeerplan Gouda 2020 De gemeente Gouda hanteert de parkeernormen uit het Parkeerplan Gouda 2020 (vastgesteld op 29 januari 2020. Hierin zijn parkeerzones opgenomen voor het differentiëren van de parkeernormen zodat deze aansluiten bij de ruimtelijke kenmerken van deze gebieden. Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied valt binnen de zone B2. De parkeernormen voor het wonen zijn weergeven in tabel 3.1 in paragraaf 3.2.5.2.
Het nieuwe bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. De verbreding van de gebruiksmogelijkheden met de woonfunctie kan tot een andere parkeerbehoefte leiden. In paragraaf 3.2.5 is toegelicht hoe de gemeente met het parkeren van auto's en fietsen in het spoorzonegebied wil omgaan. In de regels van de bestemming is als voorwaarde opgenomen dat bij het bouwen op grond van de ter plaatse geldende bestemming moet worden voorzien in voldoende auto- en fietsparkeergelegenheid in het plangebied en/of de directe omgeving. Uit het onderzoek dat is uitgevoerd, blijkt dat er voldoende ruimte is in de omliggende parkeervoorzieningen. Vanuit het aspect mobiliteit is geen beperking voor het bestemmingsplan. 4.3.2.3 Verkeerscirculatieplan Het verkeerscirculatieplan geeft antwoord op de vraag hoe Gouda ook in de toekomst als stad in beweging kan blijven. Belangrijke punten zijn méér ruimte voor voetgangers en fietsers en betere bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en doorstroming van het verkeer. Het verkeerscirculatieplan (VCP) is een meer precieze uitwerking van het Mobiliteitsplan dat de raad in september 2017 heeft vastgesteld. Betekenis voor het bestemmingsplan De aanpak van de capaciteit van kruispunten in de Spoorzone is opgenomen in de 1e tranche van maatregelen in het VCP.
De kruispunsten worden gefaseerd aangepakt in het ‘ritme’ met de stedelijke ontwikkeling van de Spoorzone. Dit zal voor het plan betekenen dat de bereikbaarheid verbetert. 4.3.3
Wonen
4.3.3.1 Woon(zorg)visie 'Wonen in Gouda 2030' De gemeente heeft haar woonbeleid beschreven in het document 'Wonen in Gouda 2030, aangenaam stedelijk wonen voor iedereen, met oog voor zorg' (31 augustus 2021). Gedurende de loop van de voorgaande Woonvisie 2015-2020 is er veel gebeurd op het gebied van wonen. Bij de start van de Woonvisie 2015-2020 ging het erom, uit de woningcrisis te komen. Nu heeft de gemeente te maken met een grote en snel stijgende woningbehoefte, waardoor een versnelling van de woningbouw nodig is. Daarbij wil de gemeente oog blijven houden voor de betaalbaarheid van het wonen, de gevolgen van de vergrijzing en de toename van bijzondere doelgroepen die een beroep doen op de sociale huurwoningen. In de woonvisie staan de volgende onderwerpen centraal: 1. Bouwen voor een gevarieerd woon- en leefmilieu; 2. Gemengde wijken; 3. Verduurzaming voorraad tot een toekomstbestendige woningvoorraad "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
34 4. Toegang tot de woningmarkt voor iedereen 5. Wonen met zorg: langer zelfstandig thuis en een plek voor kwetsbare groepen. De behoefte aan voldoende woonruimte vereist sturing op het gebied van betaalbaarheid, toekomstbestendigheid, variatie in aanbod en inpassing in de stad. Belangrijk voor alle nieuwbouw en transformatieprojecten is dat er voldoende betaalbare woningen worden gebouwd. Het uitgangspunt is 1/3e sociale huur en 1/5e middenhuur en/of bereikbare koop. In de woonvisie 2015-2020 was opgenomen dat dit aandeel voor sociale huur geldt voor projecten van 60 woningen of meer. Inmiddels is duidelijk dat ontwikkelende partijen steeds vaker projecten van 59 woningen bouwen om aan deze norm te ontkomen. Gouda wil dat er voldoende betaalbare woningen gebouwd worden en dat er een gelijk speelveld is voor ontwikkelende partijen. Daarom wil ze de grens niet meer hanteren voor nieuwe ontwikkelprojecten. Dit geldt niet voor projecten waarvoor al een overeenkomst is gesloten, zoals ook het project Spoorzone Hotelkavel. Zodoende is voor het voorliggende bestemmingsplan dit uitgangspunt uit de Woonvisie niet van toepassing. 4.3.3.2 Verstedelijkingsagenda Om de kansen en potentie van woningbouw in Gouda inzichtelijk te maken is in 2018 de Verstedelijkingsagenda vastgesteld.
De agenda zet in op het faciliteren van de toenemende vraag naar stedelijk wonen in de randstad, in de omgeving van OV-knooppunten. Inclusief het huidige Goudse woningbouwprogramma kunnen tot 2040 in totaal 8.500 woningen binnenstedelijk worden gerealiseerd. Dit zijn over de hele periode ruim 3.000 woningen meer dan is vastgelegd in de huidige regionale woningbouwafspraken. Rekening houdend met de beschikbaarheid van terreinen en complexiteit van de realisatie, kan de woningproductie als volgt worden gefaseerd: Periode 2017-2024: 4.500 woningen Periode 2025-2029: 2.000 woningen Periode 2030-2039: 2.000 woningen Gemeente Gouda wil vooruit met de ontwikkeling en transformatie van de Spoorzone. Het gebied dat voorheen vooral het karakter van kantoorlocatie had, is nu concreet in beeld voor woningbouw. Deze ambitie sluit aan bij de principes van transit-oriented development en slim ruimtegebruik. De ontwikkelingen hebben mede tot doel om de positie van station Gouda als OV-knooppunt voor de regio Midden-Holland te versterken. Het is de wens om circa 1.000 woningen extra in de Spoorzone en omgeving te realiseren. 4.3.3.3 Betekenis voor het bestemmingsplan Meer dan regionaal afgestemd De provincie Zuid-Holland heeft toestemming gegeven om binnen de Spoorzone 1.000 woningen extra te mogen bouwen ten opzichte van het eerder vastgelegde aantal te bouwen woningen.
Het gaat om transformatie, hetzij van bestaande kantoorpanden, reeds gesloopt vastgoed of braakliggende kantoorkavels, of om verdere verdichting door meer programma te realiseren binnen de bestaande ruimte. Een deel van deze locaties is aangewezen voor transformatie in het kader van de Ontwikkelstrategie Goudse Poort. Kwalitatieve behoefte aan stedelijk woonmilieu In de Regionale Agenda Wonen (RAW) die is opgesteld door Midden-Holland is als belangrijke kwaliteit van de regio de diversiteit benoemd. Het behoud en versterken van de verschillende woonmilieus binnen de regio is een belangrijke ambitie. Met de woningbouw in de Spoorzone wil gemeente Gouda het bestaande gemengd stedelijk gebied uitbreiden. Het aanbod is een stedelijk woonmilieu met goede voorzieningen in de buurt, gericht op gebruik van het OV. In de Ontwikkelstrategie Goudse Poort is de vraag naar dit type woningen uitgebreid beargumenteerd: “De grootste toekomstige vraag komt van één- en tweepersoonshuishoudens, vooral van starters (25- 34 jaar) en 'empty nesters' (55 jaar en ouder). Een groot deel van deze vraag gaat uit naar woningen op binnenstedelijke locaties, in de nabijheid van winkel- en medische voorzieningen en het openbaar vervoer.” ABF heeft in de Woningmarktverkenning 2017-2030 (op basis van het Socrates-model) de behoefte van Gouda onderscheiden naar woonmilieus. "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
35 Van de totale behoefte in de periode 2017-2030 van 4.813 woningen hebben 3.152 (65%) betrekking op het woonmilieu Buiten-centrum en 1.474 (31%) op het woonmilieu Groen-stedelijk. Binnen de regio Midden-Holland is de Spoorzone van Gouda de enige locatie waar op grote schaal aan deze vraag kan worden voldaan. De voorgenomen planontwikkeling levert een passende bijdrage aan versterking van het aanbod aan stedelijk wonen. Positie van Gouda in de regio Uit onderzoek van Fakton (Marktonderzoek Regio Midden-Holland, januari 2018) blijkt dat er in Midden-Holland behoefte is aan een netto uitbreiding van de woningvoorraad met 10.000 woningen (ten opzichte van 2016). Gouda heeft als enige gemeente in de regio een stedelijk woonmilieu te bieden en is daarmee dus onderscheidend. Advies voor Gouda vanuit dit onderzoek is versterken van de positie in de woningmarkt door binnen het bestaand stedelijk gebied meer appartementen te realiseren. Bij een dergelijke versterking van de positionering van Gouda worden ook kansen gezien voor de bovenregionale vraag. De voorgenomen ontwikkeling van de Spoorzone zal hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Ook uit de Grote Omgevingstest Zuid-Holland (Springco december 2018) blijkt in Gouda een toenemende behoefte aan appartementen en aan woningen in een stedelijk woonmilieu.
Conclusie Met het Ontwikkelperspectief Spoorzone is rekening gehouden met de uitgangspunten uit de Goudse Woonvisie en de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland (RAW). Het programma dat dit bestemmingsplan Spoorzone Hotelkavel mogelijk maakt, volgt uit het Ontwikkelspectief. Met een centrumstedelijke woonmilieu nabij een OV-knooppunt en met veel stedelijke voorzieningen op loopafstand (zoals stadscentrum, ziekenhuis en bioscoop) is sprake van een unieke kwaliteit binnen de regio. Het programma van het Ontwikkelingsperspectief Spoorzone (en daarmee ook de planlocatie) is onderdeel van de Verstedelijkingsagenda en biedt een binnen de regio uniek en onderscheidend woonmilieu. Zowel kwantitatief als kwalitatief wordt het woonprogramma als passend bevonden in de aanwezige behoefte. Het nieuwe programma voor de Spoorzone dient te voldoen aan de uitgangspunten uit de Woonvisie, waaronder de verhouding in het programma aan sociale huur en middeldure huur. Deze uitgangspunten worden op gebiedsniveau bewaakt. Zoals in paragraaf 4.3.3.1 is aangegeven, is zijn voor project Spoorzone Hotelkavel afspraken gemaakt over het programma en geldt niet de verplichting om binnen het project volledig te voldoen aan de programmatische eisen uit de nieuwe Woonvisie 2030. 4.3.4
Economische Agenda 2021-2024
De gemeente Gouda werkt met Gouda Onderneemt aan een aantrekkelijke stad met een levendige economie. In de Economische Agenda heeft de gemeente acties opgenomen om de economie van Gouda nog sterker te maken en die leiden tot een vitale stad en een innovatieve economie. De gemeente volgt hier het uitgangspunt: Gouda heeft een blijvend sterke, levendige economie en een regionale centrumpositie, met gezonde werklocaties en modern en innovatieve bedrijvigheid en werkt aan vernieuwend (HBO) onderwijs. Deze zijn samengevat in drie hoofdopgaven met een bijbehorende doelstelling voor de komende jaren: Structuurversterking economie en vestigingsklimaat: de gemeente werkt aan ruimte om te ondernemen en ontwikkelen, te wonen en werken, in een sterke stad als onderdeel van een dynamische regio; Innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken: gezamenlijk worden nieuwe kansen en oplossingen gezien voor de uitdagingen van vandaag en morgen; Verbinding en verdieping van de relatie onderwijs, overheid en bedrijfsleven: de gemeente werkt ondersteunt werkgevers zodat hun huidige en toekomstige medewerkers een leven lang beschikken over de gevraagde competenties en skills van de 21e eeuw. Betekenis voor het bestemmingsplan Het nieuwe bestemmingsplan maakt ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een hogere "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
36 bouwhoogte mogelijk en voegt een woonprogramma toe. Het hotelprogramma zal bijdragen aan het vestigingsklimaat in Gouda en ook zelfstandig banen genereren. In het bestemmingsplan is ruimte geboden aan een beperkte omvang aan commerciële functies, waaronder horeca en kantoren (flexplekken e.d.), tot een maximum van 1.850 m2 bvo. Door functiemenging mogelijk te maken, wordt getracht de locaties aantrekkelijker te maken en de binnenstedelijke ruimte optimaler te benutten. Voor detailhandel en horeca geldt dat het toevoegen van de woningbouw vooral het draagvlak voor bestaande voorzieningen in en om de Spoorzone en de binnenstad moet versterken. De gemeente kijkt kritisch naar de meerwaarde van nieuwe winkels en horecavoorzieningen in het gebied. Voor ontwikkelingen van detailhandel boven de 2.000 m2 moet advies aan de Adviescommissie Detailhandel van de Provincie Zuid-Holland worden gevraagd. Daar is in dit bestemmingsplan geen sprake van. Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. 4.3.5
Horecavisie (binnenstad) Gouda 2022-2028
De gemeente heeft op 21 september 2022 de nieuwe Horecavisie (binnenstad) Gouda 2022-2028 vastgesteld. in de nieuwe horecavisie zijn keuzes gemaakt over de vestiging van horecazaken in de binnenstad van Gouda vanuit een ruimtelijk-economisch perspectief. Voor horeca buiten de binnenstad, zoals het plangebied, geldt dat hier dezelfde regels gelden als voor de “overige gebieden” in de horecavisie. Hier worden de geldende bestemmingsplannen aangehouden als uitgangspunt voor wat is toegestaan. Uitzondering zijn afhaal- en bezorgzaken. Vestiging van nieuwe afhaal- en bezorgzaken buiten de binnenstad is, onder strikte voorwaarden, mogelijk mits het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast (zie pagina 13). Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument voor de regulering van de horeca. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd waar de vestiging van horeca is toegestaan en waar niet. Tevens kunnen in het bestemmingsplan regels worden opgenomen over het aantal en het soort horeca-inrichtingen dat in een bepaald gebied is toegestaan. De primaire afweging voor het vestigen van horeca vindt dus plaats in het bestemmingsplan. De exploitatievergunning op basis van de APV is daarbij volgend en richt zich uitsluitend op de openbare orde en veiligheid.
Bij het beoordelen van de exploitatievergunning wordt weliswaar rekening gehouden met het woon- en leefklimaat, maar ook op dat onderdeel is het bestemmingsplan het belangrijkste toetsingskader. In de voorgaande horecanota werd uitgegaan van vijf horecacategorieën en vijf gebiedsprofielen in de binnenstad. In de praktijk bleek dat deze uitwerking niet (meer) aansluit op het huidige horeca aanbod en dat de huidige systematiek van gebiedsprofielen niet meer aansluit bij de visie op de ontwikkeling van de binnenstad als aantrekkelijk verblijfsgebied. Gekozen is voor een nieuwe beoordelingssysteem met de volgende categorie indeling: 1. Lichte horeca (daghoreca): Dit betreft horeca-inrichtingen, waarbij de exploitatie hoofdzakelijk gericht is op het overdag bereiden en verstrekken van (eenvoudige) etenswaren en/of licht- of niet-alcoholhoudende dranken, waarvan de exploitatie aansluit bij winkel- en centrumvoorzieningen. Voorbeelden zijn lunchrooms, koffie- en theehuizen en ijssalons. 2. Middelzware horeca (avondhoreca): Dit betreft horeca-inrichtingen met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, waarbij de exploitatie onder andere gericht is op het nuttigen van ter plaatse bereide etenswaren en maaltijden waarbij alcoholische dranken ondersteunend aan de maaltijd worden geschonken, of het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken.
Voorbeelden zijn restaurants en cafés. 3. Zware horeca (nachthoreca): Dit betreft horeca-inrichtingen, waarbij de exploitatie onder andere gericht is op het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken, en/of; het aanbieden van entertainment. Voorbeelden zijn dancing, club, discotheek, partycentrum. 4. Afhaal- en bezorgzaken: In de Apv Gouda 2020 staat de volgende definitie: "afhaal- of bezorgcentrum: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar anders dan om niet uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse in hoofdzaak ter plekke bereide en voor directe consumptie geschikte eetwaren en dranken plegen te worden verstrekt”. Voorbeelden zijn afhaalpizzeria, shoarma/grillroom, afhaalrestaurant. 5. Hotels: De categorie 'Hotels' betreft inrichtingen, die gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden of dranken voor gebruik ter plaatse. Hotels "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
37 zijn feitelijk 24 uur per dag geopend en vormen daarmee een eigen categorie. Voor de vestiging van nieuwe hotels is maatwerk geboden. Daarbij is iedere keer een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen noodzakelijk. Toerisme in Gouda is een groeimarkt. Bezoekers zijn van groot belang voor het economisch functioneren van de binnenstad, zowel vanwege bestedingen in de detailhandel als in de horeca en cultuur. Uitbreiding van hotelaanbod is en blijft een belangrijke pijler onder de realisatie van de toeristische ambities van de gemeente. Het aantal hotelkamers (179 in 2017) is in Gouda beperkt. De ambitie is om van 58.559 overnachtingen van hotelgasten in 2018 naar 89.000 hotelgasten in 2024 te gaan, dus een groei van 30.000 gasten ten opzichte van 2018. Dit komt neer op een toename van ongeveer 100 hotelkamers, bij voorkeur op een driesterrenplus/viersterren niveau. De coronacrisis kan zorgen voor een vertraging in het bereiken van de ambities, maar de verwachtingen zijn dat de bezetting in 2023 in Nederland weer op het niveau van 2019 zal zijn. Betekenis voor het bestemmingsplan De Spoorzone valt onder het 'overige gebieden' regime en er is een hotel mogelijk, dus de geldende horeca categorieën zijn: 1 (daghoreca), 2 (restaurant), 4 (afhaal- en bezorg) en 5 (hotel).
Het nieuwe bestemmingsplan maakt aanvullend op het hotel maximaal 650 m2 bvo horeca mogelijk van categorie 1 en 2. Bij het hotel komen een restaurant en een café (beiden categorie 2, avondhoreca). Deze ondersteunende horecavoorzieningen zullen ook ten dienste staan van de andere functies in het gebouw en ook voor bezoekers van buitenaf te benutten zijn. Dit draagt bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van het gebied. De realisatie van het hotel zal bijdragen aan de gewenste groei van het aantal overnachtingen in de gemeente. De ligging nabij het station en de binnenstad is daarbij optimaal. Er is voldoende marktbehoefte, zie ook de bevindingen van het marktonderzoek, zoals is beschreven in paragraaf 4.1.2. De voorgenomen ontwikkeling van het hotel met aanvullende horecavoorzieningen voldoet aan uitgangspunten uit de Horecavisie. 4.3.6
Nieuwe koers Toerisme
Het college van B&W heeft in 2019 samen met het werkveld de 'Nieuwe koers toerisme' vastgesteld. Gezamenlijk werkt de gemeente aan de kwalitatieve ontwikkeling van toerisme in de gemeente. Gouda doet het goed op de toeristische markt. Centraal staat dat Gouda inzet op kwaliteit boven kwantiteit. De focus komt te liggen op het verhogen van de bekendheid, het verhogen van de omzet in de binnenstad en het stimuleren van meerdaags verblijf in Gouda. De nieuwe ambitie voor toerisme is dat toeristisch bezoek moet bijdragen aan een aantrekkelijke binnenstad door onder andere meer uitgaven in de binnenstad en bezoekers die langer blijven. De doelstellingen voor toerisme zijn: Het versterken van de lokale vrijetijdseconomie door; Verhogen bekendheid Verhogen bestedingen binnenstad Verhogen meerdaags verblijf Het aantal hotelkamers (179 in 2017) is in Gouda beperkt. Uit de verschillende gevoerde gesprekken komt naar voren dat er ruimte zou kunnen zijn voor zeker 100 hotelkamers meer, op een driesterrenplus/viersterren niveau (zie ook Horecavisie). De inzet is dat Gouda in 2024 ruim 30.000 gasten op jaarbasis meer zal ontvangen dan in 2018 het geval is. Extra hotelkamers zijn hiervoor een voorwaarde. Betekenis voor het bestemmingsplan Het hotel is al mogelijk in het bestemmingsplan.
De realisatie van het hotel zal bijdragen aan de gewenste groei van het aantal overnachtingen in de gemeente. De ligging nabij het station en de binnenstad is daarbij optimaal. Er is voldoende marktbehoefte, zie ook de bevindingen van het marktonderzoek, zoals is beschreven in paragraaf 4.1.2.
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
38
4.3.7
Nota Hoogbouw
De gemeente Gouda geeft in deze nota haar visie op hoogbouw. De nota is vastgesteld in 2005. In de nota zijn randvoorwaarden geformuleerd die bestaande kwaliteiten waarborgen en een toetsingskader bieden voor nieuwe plannen. Vanuit verschillende perspectieven en schaalniveaus (regio, stad en wijk) geeft de nota Hoogbouw op basis van stedenbouwkundige argumenten en een eerste maatschappelijke notie, een samenhangend beeld van de mogelijkheden voor hoogbouw in Gouda. Op de zoneringskaarten geeft de nota aan waar hoogbouw binnen Gouda denkbaar is. In de zones waar dat van toepassing is, worden maximale bouwhoogtes gegeven. Omdat iedere plek zijn eigen specifieke kenmerken heeft, zijn de randvoorwaarden waaraan de hoogbouw dient te voldoen, omschreven in de vorm van algemene aandachtspunten. De functie van de nota Hoogbouw als toetsingsinstrument zal met name tot uitdrukking komen in die gevallen waar er voor de gemeente de mogelijkheid en ruimte is om te sturen in de ruimtelijke ontwikkeling van een plek of gebied. Hiervan is sprake als de gemeente eigenaar is van de grond of als medewerking aan een initiatief wordt verleend buiten de kaders van het geldende bestemmingsplan in de vorm van een vrijstelling of een herziening van het bestemmingsplan. In die gevallen geeft de gemeente via maatwerk randvoorwaarden aan waarbinnen een ontwikkeling tot stand mag komen.
Als vanuit het programma en de stedenbouwkundige inpassing van dat programma in de wijk hoogbouw tot de mogelijkheden behoort, dan geeft de nota Hoogbouw daarvoor de bijzondere randvoorwaarden ten aanzien van de bouwhoogte en de bijbehorende condities voor de inpassing op het maaiveld.
afbeelding 4.4: uitsnede gecombineerde kaart Nota Hoogbouw (plangebied aangeduid met blauwe rechthoek) Betekenis voor het bestemmingsplan Het plangebied ligt in een zone waar de Nota Hoogbouw als maximale bouwhoogtes 50m tot 70m aangeeft. De hoogtes die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt (deels 54m en deels 32m) passen bij de uitgangspunten van de Nota Hoogbouw voor de Spoorzone.
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
39
4.3.8
Structuurvisie Groen Gouda
Op 6 maart 2019 heeft de gemeenteraad van Gouda de Structuurvisie Groen vastgesteld, als uitwerking van de notitie ‘Groen, groener, Gouda’. Gouda vindt het belangrijk dat er in het algemeen voldoende groen in de stad beschikbaar is. Uitgangspunt is dat bouwende partijen het aanwezige groen behouden en ook nieuw groen aanleggen. Indien een projectontwikkelaar aanwezig groen niet behoudt of onvoldoende nieuw groen aanlegt, moet er financieel gecompenseerd worden door storting van een bijdrage in het Groenfonds. Met de financiën uit dit fonds kan op een andere plek alsnog openbaar groen worden aangelegd. Om het stellen van randvoorwaarden bij planontwikkelingen mogelijk te maken, is een basis nodig in de vorm van een structuurvisie, die hier tevens in beleidsregels is uitgewerkt. De structuurvisie richt zich in hoofdzaak op openbaar gebied en niet op particuliere tuinen. De Structuurvisie Groen bestaat uit vijf beleidsregels, welke van toepassing zijn op planontwikkelingen met de activiteit bouwen waarbij de bouwsom minimaal € 100.000 bedraagt per plan. Het gaat om de volgende beleidsregels: 1. Beleidsregel 1: De oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden. 2. Beleidsregel 2: Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden. 3.
Beleidsregel 3: Als het niet haalbaar blijkt om binnen het projectgebied de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, dan is het mogelijk: a. binnen het projectgebied compenserende maatregelen te treffen tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen; b. de opgave voor openbaar groen te realiseren op andere locaties in dezelfde wijk als waarin het projectgebied ligt. Het te realiseren openbaar groen buiten het projectgebied dient binnen een jaar na oplevering van het projectgebied te zijn aangelegd. 4. Beleidsregel 4: Voor iedere niet gerealiseerde of gecompenseerde vierkante meter openbaar groen is een compensatiebijdrage aan de gemeente verschuldigd van € 250 per m2 (prijspeil 2019). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de Grond-, weg- en waterbouwindex uit het Meerjarenperspectief Grondexploitaties. 5. Beleidsregel 5: Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4, indien toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Betekenis voor het bestemmingsplan In paragraaf 3.2.4 is uitgebreid ingegaan op de wijze waarop in dit plan rekening is gehouden met de beleidsregels uit de Structuurvisie Groen. In het plangebied is geen bestaand openbaar groen of water. Op basis van beleidsregel 2 is er een opgave van 210 m2 openbaar groen te realiseren.
Er is echter binnen het plangebied zelf geen ruimte voor openbaar groen op het maaiveld. Wel komt er een groen dak van ongeveer 130 m2, wat voor maximaal 70 m2 meetelt in de te realiseren opgave. Zodoende resteert er nog 140 m2. Zoals beschreven in paragraaf 3.2.4, zal voor de resterende 140 m2 openbaar groen beleidsregel 4 toegepast worden. Er wordt een afkoopsom betaald door de initiatiefnemer. Zo wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Structuurvisie Groen. 4.3.9
Historische Lintenvisie
De gemeente kent belangrijke historische linten die als een samenhangende draad door de stad lopen. Het gaat om wegen, dijken, maar ook rivieren en grachten. Een lint is nooit enkel 1 lijn. Het is altijd een samenhangend geheel van weg, bomen, bruggen, watergangen, etcetera. Verschillende linten kunnen met elkaar te maken hebben of elkaar kruisen. De omgeving van de linten is ook belangrijk, zoals de polder waar een weg doorheen loopt of de bebouwing die langs het lint staat. In de visie heet dit een lintzone en de invloedsfeer van een lint. Er zijn kaarten gemaakt waarop de linten, de lintzones en de invloedssferen zijn getekend en alle linten zijn gefotografeerd.
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
40
Afbeelding 4.5: overzicht historische linten De Historische Lintenvisie heeft 3 doelen: Vastleggen welke historische wegen en waterwegen van grote betekenis voor de stad van nu zijn; Benoemen welke kernkwaliteiten deze linten voor de stad hebben; De afspraak vastleggen dat deze kwaliteiten betrokken zullen worden bij het maken van het Omgevingsplan. Het is niet nieuw dat linten belangrijk gevonden worden. Er zijn al eerder visies gemaakt om de uitzonderlijke kwaliteiten van linten vast te leggen, bijvoorbeeld voor de Hollandsche IJssel en voor de Bloemendaalseweg. Ook is al in bestemmingsplannen en in de welstandsnota bepaalt dat de historische linten belangrijk zijn voor de stad. Betekenis voor het bestemmingsplan De spoorlijn waar het plangebied aan grenst is een van de aangewezen historische linten. In het ontwerp van het gebouw is recht gedaan aan de positie aan en in dit historische lint. Het gebouw staat vrij op de plot, net als de andere gebouwen in dit deel van de Spoorzone. Het nieuwe gebouw krijgt een alzijdig ontwerp, waarbij de spoorzijde net zo waardevol is in de beleving als de wegzijde. Het ontwerp houdt rekening met de kaders voor beeldkwaliteit. In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt het ontwerp getoetst aan de welstandseisen en de beeldkwaliteitseisen. 4.3.10 Duurzaamheid 4.3.10.1
Beleid
De rijksoverheid heeft de ambitie om in 2050 CO2-neutraal en klimaatbestendig te zijn. Gouda heeft als ambitie om dit in 2040 voor haar gemeente te bereiken. In Gouda zijn op gebied van duurzaamheid de volgende gemeentelijke beleidsstukken leidend: Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016 - 2019: 'Op weg naar een CO2-neutraal Gouda', Motie van november 2017 over Energieneutraal bouwen in Gouda, Het Collegebesluit van juni 2018 over 'Aardgasvrije nieuwbouw Gouda', De ambities die voor ontwikkelingen in de Spoorzone zijn geformuleerd. "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
41
Begin 2018 heeft de gemeente het regionale convenant 2025 Energietransitie Midden-Holland ondertekend waarin de gezamenlijke doelstelling staat om 3,9 PJ energie te besparen en 4,9 PJ duurzame energie op te wekken. Aardgasvrij is inmiddels voor kleinverbruikers gebruikelijk sinds op 1 juli 2018 de wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) in werking is getreden. Deze wet regelt onder meer dat de aansluitplicht voor kleinverbruikers op het aardgasnet is vervallen. Daar netbeheerders alleen wettelijke taken uitvoeren, komt het erop neer dat zij kleinverbruikers (zoals woningen) niet meer aansluiten. Voor de Spoorzone is een energievisie opgesteld. Naar aanleiding daarvan is een onderzoek gedaan naar de geschiktheid van de bodem voor warmte- en koudeopslag. Voor het gebied is een Masterplan Warmte-Koudeopslag Spoorzone en Hamstergat (Witteveen+Bos, 2007) opgesteld met richtlijnen om te komen tot een betere afstemming van de verschillende WKO-bronnen in het gebied en een hogere efficiëntie ervan. 4.3.10.2
Ontwikkelingsperspectief Spoorzone
De gemeente Gouda wil in de Spoorzone diverse duurzaamheidsmaatregelen in de praktijk brengen, zonder dat dat de haalbaarheid van de woningbouwontwikkeling in gevaar brengt. In het Ontwikkelingsperspectief is een duurzaamheidsvisie beschreven, opgebouwd uit de thema's mobiliteit, energie, klimaatadaptatie, circulariteit en gezondheid. In paragraaf is het onderdeel duurzame mobiliteit beschreven. Hieronder is ingegaan op de ambities voor de thema's energie. Energie Voor het verwarmen van de gebouwde omgeving moeten we in de komende decennia overstappen van aardgas naar een duurzaam alternatief. Daarnaast moet elektriciteit duurzaam opgewekt gaan worden, bijvoorbeeld met behulp van zon en wind Deze energietransitie heeft impact op verschillende schaalniveaus. De gemeente wil in de Spoorzone graag in samenwerking met de betrokken marktpartijen aan de slag met een collectieve warmteysteem en zal daar actief op sturen als het een haalbare optie blijkt. Het hogere doel van de Spoorzone is echter de versnelde realisatie van een woningbouwprogramma. Uitgangspunt is daarom wel dat de aanleg van het systeem de ontwikkeling van de woningbouw niet teveel mag vertragen. De betrokken marktpartijen van de deellocaties in de Spoorzone zullen dan ook bij de vervolgfase van dit onderzoek worden betrokken.
Door de beoogde dichtheid van de nieuwbouwontwikkeling, de aard van de bebouwing in de omgeving en de barriërewerking van het spoor zijn in eerste instantie vooral de deellocaties aan de noordzijde van het spoor onderdeel van deze verkenning. Ook op gebouw- en woningniveau heeft de energietransitie gevolgen. Vanaf 1 januari 2021 geldt dat alle nieuwbouwwoningen moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). In het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2020 van de gemeente is voor nieuwbouw de ambitie vastgelegd om duurzamer te bouwen dan in het bouwbesluit minimaal is voorgeschreven en woningen met een minimale score van 7,5 ('onderscheidend duurzaam') volgens het meetinstrument GPR-Gebouw te realiseren. Het streven is daarbij om zo snel mogelijk 'nul op de meter' te gaan bouwen en toe te werken naar een GPR-score van 8 ('hoog niveau van duurzaamheid'). Met GPR worden op gebouwniveau prestaties op het gebied van duurzaamheid en toekomstgericht bouwen gemonitord. De GPR werkt met rapportcijfers op de volgende thema's: energie, milieu, gebruikerskwaliteit, toekomstwaarde en gezondheid. 4.3.10.3
Potentie van de bodem
De ODMH heeft een analyse gemaakt van de mogelijkheden voor bodemenergie in de Spoorzone. Uit bodemkaarten is af te leiden dat de bodem geschikt is voor bodemenergie maar dat er ook al vier bodemenergiesystemen in het gebied zijn (afbeelding 4.6). Daarbij moet worden opgelet voor interferentie. Open bronnen kunnen binnen een straal van 400 m invloed hebben op elkaar. Uit de kaarten blijkt verder dat de potentie voor: Gesloten bodemenergiesystemen tot 80 m diep goed is (afbeelding 4.7) Open bodemenergiesystemen ofwel voor warmte- en koudeopslag (WKO) in het eerste "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
42 watervoerend pakket hoog is (afbeelding 4.8) Gesloten bodemenergiesystemen tot 150 m diep hoog is (afbeelding 4.9). De potentie voor WKO in het tweede watervoerend pakket hoog is.
Afbeelding 4.6: Aanwezige bodemenergiesystemen (c.q. afgegeven vergunningen)
Afbeelding 4.7: Potentie voor gesloten bodemenergiesystemen tot 80 m diep
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
43
Afbeelding 4.8: Potentie voor open bodemenergiesystemen in eerste watervoerend pakket is hoog
Afbeelding 4.9: Potentie voor gesloten bodemenergiesystemen tot 150 m diep In het Masterplan 'Warmte-Koudeopslag Spoorzone en Hamstergat' zijn zones aangegeven waar bij voorkeur de warmte en koude bronnen worden gesitueerd om daarmee de efficiëntie van de bronnen zo hoog mogelijk te maken en de negatieve effecten op andere bronnen zoveel mogelijk te beperken. In het plangebied zijn diverse (open) bodemenergiesystemen aanwezig, te weten een systeem van NS-poort, het Huis van de Stad, Rabobank en de Driestar.
"Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
44
afbeelding 4.10: Kaart uit het Masterplan Warmte-Koudeopslag Spoorzone en Hamstergat Om energieneutrale of NOM-nieuwbouw mogelijk te maken, dient in het stedenbouwkundig programma van eisen aandacht besteed te worden aan: De bezonning: 1. oriëntatie van de woningen zoveel mogelijk op de zon gericht voor een goede benutting van zonne-energie: passief (zoninval door ramen) en actief met zonnepanelen en zonneboilers; 2. strategisch plaatsen van bomen (waardoor daken met zonne-energie voldoende zonlicht blijven ontvangen); Compact bouwen, waardoor minder warmte verloren gaat; De mogelijkheid om serres te plaatsen; Laadpalen voor elektrische auto's. Bij zongeoriënteerde woningen is oververhitting een aandachtspunt. De kans op oververhitting kan worden verkleind door vaste (passieve) zonwering in de vorm van overstekken toe te passen. Ook zal de toepassing van zonnepanelen, groene daken en bodemwarmtewisselaars of WKO de kans op oververhitting verkleinen. 4.3.10.4
Klimaatadaptatie
Het duurzaamheidsbeleid van Gouda richt zich ook op acties waarmee de stad en haar bewoners zich voorbereiden op veranderende weersomstandigheden in te toekomst. De toename van het aantal en de hevigheid van regenbuien maakt onderdeel uit van de wateropgave en wordt geadresseerd door het beleid en de inbreng van Hoogheemraadschap van Rijnland. Dit wordt onder meer bereikt door het volgende: zo min mogelijk verharding toepassen en deze waar mogelijk als waterdoorlatende of waterpasserende bestrating uit te voeren; waterberging bij bewoners stimuleren; hemelwater gescheiden (van vuil water) afvoeren naar oppervlaktewater of wadi's; en hergebruik van hemelwater bevorderen (voor bijvoorbeeld tuin, toilet of wasmachine). "Spoorzone Hotelkavel" (vastgesteld)
45
Daarnaast worden toenemende periodes met hoge zomertemperaturen en droogte verwacht. Het stedenbouwkundig ontwerp is bij uitstek het instrument om de opwarming van de woonomgeving te temperen en de nadelige gezondheidseffecten van hitte en droogte te voorkomen. Dat kan door te voorzien in een groene inrichting van de buitenruimte. De Structuurvisie Groen schrijft voor dat bij de ontwikkeling van de locatie minimaal 15% groen in de buitenruimte wordt toegevoegd, dan wel lokaal wordt gecompenseerd. De hierin opgenomen beleidsregels zijn beschreven in paragraaf 4.3.8. De temperatuur temperen kan ook door gebouwen te combineren met groenvoorzieningen (groene gevels, groene daken) en te zorgen voor voldoende schaduwplekken in de openbare ruimte. Bij het ontwerp van de woongebouwen is extra aandacht voor passieve en actieve koeling van leefruimten een vereiste. Circulair bouwen Door de principes van circulair bouwen te hanteren doet de nieuwbouw een minder groot beslag op grondstoffen. Dat kan door hergebruikte materialen in te zetten en door voor het gebouw een materialenpaspoort op te stellen. Zoals afgesproken in het convenant Netwerk betonketen Groene Hart maakt de gemeente Gouda wanneer gekozen wordt voor beton als bouw- of bestratinsmateriaal, gebruik van circulair beton.
De convenantpartijen beschikken over bestekregels en inkoopvoorwaarden om dit goed in contracten en bestekken vast te leggen. Ook stimuleert de gemeente het gebruik van circulair beton door ontwikkelaars en bouwcombinaties van bouwprojecten in Gouda. Duurzame mobiliteit Om basiskwaliteit te waarborgen dient het autobezit niet boven de 0,8 auto's per huishouden uit te komen. Het effectiefst is daarbij het aantal parkeerplekken te beperken en het gebruik en de veilige stalling van de (elektrische) fiets te stimuleren. Die parkeergelegenheid die wel gerealiseerd wordt is voorzien van laadinfrastructuur. Dit om duurzaam vervoer te stimuleren en voor te sorteren op de wens van de centrale overheid om per 2030 alleen nog elektrische auto's op de markt te brengen. Op het vlak van klimaatadaptatie spelen allerlei maatschappelijke belangen, die voor dit ontwikkelperspectief relevant zijn. Klimaatadaptatie is een belangrijk speerpunt voor de gemeente Gouda. In het coalitieakkoord 2018-2022 'Nieuwe energie' is opgenomen dat de gemeente tegelijkertijd de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad wil vergroten. Dat kan onder meer door het creëren van nieuw groen en water. Het streven daarbij is een samenhangende aanpak met klimaatmaatregelen, aangezien groen ook een functie kan hebben als het gaat om afwatering en hoe stedelijke hitte-effecten op te vangen. 4.3.10.5
Betekenis voor het plan
Het plan bevat verschillende elementen om het gebouw en de directe omgeving robuuster te laten zijn voor extreem weer, dit is uitgebreid(er) beschreven in het 'PVE Klimaatadaptatie' dat de gemeente Gouda hanteert, en wordt hieronder beknopt beschreven. Het PvE is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Zo wordt er op het gebouw aan waterbuffering gedaan. Op het hoge dak van het gebouw middels een speciaal systeem daarvoor en op het lage dak door infiltratie in de daktuin. Daarnaast helpt de groene daktuin tegen eventuele hittestress en wordt ook gekeken of de omgeving (o.a. het plein, en de ruimte tussen het gebouw en het spoor) vergroend kan worden wat ook helpt om water op te slaan en hittestress te verminderen. Het gebouw betrekt zijn warmte en koude vanuit een duurzame bodembron, wekt zelf energie op middels PV-panelen en is daarnaast energiezuinig ontworpen. Ook voor de biodiversiteit is er aandacht, de daktuin zal niet bestaan uit een monocultuur van sedum of grassen met een lage ecologische waarde. Maar zal (ook) ingericht worden met grotere planten die een welkome aanvulling zijn op het bestaande ecosysteem.