CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing Harderwijkweg 2-4

Raadsvergadering 11 december 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Harderwijkweg 2-4 , ontwerp omgevingsvergunning31.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dat maakt de ruimtelijke kwaliteit niet apriori beter. Maar een gebouw dat

Blad 51 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

circulariteit in haar verschijning duidelijk etaleert is architectuur met een boodschap over een belangrijke transitie. Betekenis voor het bouwplan Het bouwplan is collegiaal voorgelegd aan de AOK (welstandcommissie van gemeente Gouda), die heeft ingestemd met het bouwplan. De formele beoordeling vindt plaats in het kader van de bouwaanvraag.

Blad 52 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5

Randvoorwaarden

5.1

Milieu De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien het laatste decennium steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan soms beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen, maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. Dit milieukundige randvoorwaarden richten zich op de volgende milieuaspecten: Bodem, Luchtkwaliteit, Geluid (wegverkeerslawaai, industrielawaai, spoorweglawaai, cumulatieve geluidsbelasting), Bedrijven en Milieuzonering (inclusief geurhinder), Flora en fauna en Externe veiligheid.

5.1.1

Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt, dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb): • Niet saneren Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. • Saneren Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient een saneringsplan te worden opgesteld en ingediend bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een BUS-melding . Na goedkeuring kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet.

Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas in werking treden totdat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2.c. Wabo). Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch-) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Deze bodemonderzoeken zijn ook noodzakelijk bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen.

Blad 53 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Bij de realisatie van ruimtelijke plannen is vaak grondverzet noodzakelijk. Dit grondverzet is middels het Besluit bodemkwaliteit aan regels gebonden. De gemeente Gouda beschikt over een vastgestelde bodemkwaliteitskaart en de bijbehorende Nota Bodembeheer. Uitgangspunt is dat de kwaliteit van her te gebruiken grond aansluit bij de functie ter plaatse. Alle grondverzet dient te worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit (www.meldgrond.nl). Onderzoek en resultaten In november en december 2022 is een verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Harderwijkweg 2-4 te Gouda2. In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 en de NTA de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707 en de NEN 5897. Grond In de grond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. De gehalten van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. Het sterk verhoogde gehalte uit eerder onderzoek is niet meer aangetoond. Het betrof vermoedelijk een spotverontreiniging. PFAS In het kader van de Wet bodembescherming is tot op heden geen beleid opgesteld ten aanzien van PFAS. Het Tijdelijk Handelingskader PFAS geeft echter wel invulling aan de zorgplicht uit de Wet bodembescherming (Wbb).

De gemeten gehalten aan PFAS in mengmonster PFAS02 in de grond overschrijden de maximale toepassingswaarden zoals opgenomen in het geactualiseerde Tijdelijk handelingskader (versie van juli 2020). Het bevoegd gezag bepaald uiteindelijk of hergebruik van verontreinigde grond op locatie geoorloofd is, dat afvoer van de verontreinigde grond benodigd is en of nader onderzoek naar de PFAS verontreiniging benodigd is. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat bijna alle monsters voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse ‘AW2000’. Het monster 123-4, geplaatst ten behoeve van de afperking van de eerder aangetoonde minerale olie verontreiniging, voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Deze indicatieve toetsing is mogelijk niet geschikt/voldoende ten behoeve van het hergebruiken van de grond. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.

PFAS toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het geactualiseerde Tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020. Dit wordt bepaald door 2 Verkennend en afperkend bodem- en asbestonderzoek Harderwijkweg 2-4 te Gouda (Antea Group, 23

december 2022)

Blad 54 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

de het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit of de eisen van de acceptant. De omvang en samenstelling van de partij en bijvoorbeeld de aan- of afwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan kunnen aanleiding zijn de grond conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te onderzoeken. Asbest Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de bovengrond is analytisch geen asbest aangetoond. De uitgevoerde analyses geven geen uitsluitsel over de mogelijke toepassing van asbest in gebouwen. Hiervoor dient een asbestinventarisatie te worden uitgevoerd. Een asbestinventarisatie valt buiten de scope van het bodemonderzoek. Grondwater De grondwaterstand was op 8 december 2022 variërend tussen 0,23 tot 0,61 m -mv. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan zink, barium, naftaleen en dichloormethaan aangetoond. De concentraties van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. De licht verhoogde concentraties aan zware metalen die over de gehele onderzoekslocatie voorkomen zijn vermoedelijk verhoogde natuurlijke achtergrondwaarden. De licht verhoogde concentratie aan dichloormethaan die is aangetoond in een enkele peilbuis aan de rand van de onderzoekslocatie is vermoedelijk te relateren aan de aangrenzende voormalige stortplaats.

Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'onverdachte locatie’ voor de monsters die zijn onderzocht op het standaardpakket wordt formeel gezien verworpen. Er zijn licht verhoogde concentraties aan zink en barium in het grondwater aangetoond. De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor de monsters die zijn onderzocht op asbest wordt verworpen. Er is analytisch geen asbest aangetoond. De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor de monsters die zijn onderzocht op minerale olie wordt formeel gezien aangenomen. Er is in een enkel monster een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond Conclusie De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. Wel moet er aandacht besteed worden aan de gehalten PFAS in de grond. Deze overschrijden de maximale toepassingswaarden. Het bevoegd gezag bepaald uiteindelijk of afvoer van grond noodzakelijk is of dat hergebruik van grond mogelijk is. De overige resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van de locatie als bestemming ‘wonen’.

5.1.2

Ontplofbare oorlogsresten Op de Atlas Omgevingsdienst Midden-Holland zijn de kaart ontplofbare oorlogsresten de verdachte gebieden voor afwerpmunitie, geschutsmunitie en submunitie weergegeven. Hieruit

Blad 55 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

volgt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is niet noodzakelijk.

Afbeelding 5.1: Kaart ontplofbare oorlogsresten, plangebied weergegeven smet rode contour (Bron: Atlas Omgevingsdienst Midden-Holland)

5.1.3

Luchtkwaliteit Wettelijk kader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO 2 ) en fijn stof (PM10 ). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Vanaf 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 van kracht.

Blad 56 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Tot deze grenswaarden gelden, zijn er voor NO2 minder strenge grenswaarden van kracht. Tabel 5.1: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit stof jaargemiddelde uurgemiddelde 24-uursgemiddelde

Opmerkingen

NO2 40 µg/m3

200 µg/m3

n.v.t.

Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden

PM10 40 µg/m3

n.v.t.

50 µg/m3

24-uursgemiddelde mag 35x per jaar worden overschreden

Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien: a. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; en b. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; en c. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht; (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 µg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld.) d. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten (projecten In Betekenende Mate of IBM-projecten) tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen. Een luchtkwaliteitberekening is niet vereist, wanneer kwalitatief onderbouwd kan worden, dat er geen sprake is van relevante verschillen tussen het IBM-project waarover een besluit wordt genomen en de wijze waarop het project is opgenomen in het NSL. Indien een in het NSL vermeld IBM-project uitgebreid wordt, zijn wel concentratieberekeningen vereist.

Dan dienen deze inzicht te geven in de consequenties van de verschillen voor de concentratieniveaus in de zichtjaren van het NSL. In hoeverre leiden de verschillen tot een toename van de concentraties en, indien sprake is van een toename, leidt dit tot overschrijdingen van grenswaarden? Op basis van dit inzicht is het mogelijk te beoordelen of het besluit, ondanks de verschillen met het NSL, valt binnen de reikwijdte van artikel 5.16, eerste lid, onder d, Wm (“grondslag NSL”). Luchtkwaliteit en goede ruimtelijke ordening Naast de bovenstaande bepalingen wordt in de Wet luchtkwaliteit een relatie gelegd met de Wet ruimtelijke ordening, in de zin van dat bij een nieuwe ontwikkeling er sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke ordening”. Een dergelijke afweging wordt uiteindelijk gemaakt in samenspraak met de andere milieuaspecten. Gekeken naar het aspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de huidige grenswaarden geen absolute bescherming bieden – ook onder de normen kunnen, vooral bij gevoelige groepen gezondheidseffecten optreden. In het algemeen geldt voor een goede luchtkwaliteit - hoe verder van een drukke weg (de belangrijkste bron van luchtvervuiling) hoe beter.

Blad 57 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Onderzoek en resultaten In de eerste plaats wordt opgemerkt dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Daarnaast gaat voorliggend plan uit van de realisatie van 117 woonappartementen. Het aantal te realiseren woningen blijft ruimschoots onder de aangegeven grens van 1.500 woningen zoals opgenomen in het Besluit NIBM. Hiermee kan in beginsel redelijkerwijs worden uitgesloten, dat de grenswaarde van 3% voor verontreinigende stoffen wordt overschreden. Voor de zorgvuldigheid is het plan doorgerekend met de NIMB-tool (versie 23 april 2022). Er is uitgegaan van een toename van verkeer met 179 mvt/etmaal (zie mobiliteitsplan), waarvan 10% vrachtverkeer (worstcase). Tabel 5.2: Rekenresultaten NIBM-tool

Uit de NIBM-tool volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet-in-betekenende-mate is. Nader onderzoek is niet nodig. Hiermee is voor de ontwikkeling in dit kader dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening. Goede ruimtelijke ordening Voor wat betreft het woon- en leefklimaat in het plangebied vanwege luchtkwaliteit is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) geraadpleegd (www.cimlk.nl/kaart). Hieronder zijn de waarden op de maatgevende rekenpunten van de Burgemeester van Reenensingel en de Goudse Poort met betrekking tot luchtkwaliteit weergegeven en gerelateerd aan de wettelijke grenswaarden. De waarden zijn in 2021 en 2030 ruim lager dan de grenswaarden.

Blad 58 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Tabel 5.3: Waarden 2021 en 2030 volgens CIMLK

grenswaarde waarde 2021 waarde 2030 Burgemeester van Reenensingel (rekenpunt x: 106853 y: 448428 en x: 106855 y: 448429) NO2-concentratie < 35 μg/m3 20,1 16,7 PM2,5-concentratie <20 μg/m3 9,4 7,6 PM10-concentratie <40 μg/m3 17,4 15,5 PM10 overschrijdingsdagen <35 dagen 6,11 6,0 Goudse Poort (rekenpunt x: 106729 y: 448505 en x: 106729 y: 448503) NO2-concentratie < 35 μg/m3 23,9 18,7 PM2,5-concentratie <20 μg/m3 9,6 7,7 PM10-concentratie <40 μg/m3 17,8 16,0 PM10 overschrijdingsdagen <35 dagen 6,2 6,0 In onderstaande afbeelding zijn de aanwezige waarden volgens de Atlas leefomgeving voor NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven in 2021 (WHO-advieswaarde)

Afbeelding 5.2: Waarden NO2, PM10 en PM2,5 2020 (Bron: Altlas Leefomgeving)

Conclusie De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. De realisatie van het plan wordt conform Titel 5.2 van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen) toelaatbaar geacht. Er is bovendien sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. De Wereldgezondheidsorganisatie (of WHO) adviseert overigens strengere normen dan de Europese Unie. De maximale normen voor fijnstof volgens de Wereldgezondheidsorganisatie bedragen 20 µg/m³ voor PM10 en 10 µg/m³ voor PM2,5. Ook aan deze normen wordt ter plaatse van het plangebied voldaan.

Blad 59 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5.1.4

Geluid Wettelijk kader Wegverkeers- en spoorweglawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeers- en/of spoorweglawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (wgh) stelt specifieke eisen aan planologische besluiten. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidhinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. Voor dit bouwplan is de regelgeving ten aanzien van industrielawaai (art. 40), wegverkeerlawaai (art. 77 Wgh) en railverkeerslawaai (art. 105 Wgh) van belang. Het plangebied ligt niet in een geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Geluidzones en geluidsgevoelige bestemmingen De Wet geluidhinder werkt met het systeem van zones (aandachtgebieden) rond geluidsbronnen (industrielawaai, wegverkeer en railverkeer). Als een geluidgevoelige bestemming binnen een geluidzone ligt, moet de geluidbelasting op dat object worden onderzocht. In het kader van de Wet geluidhinder is er geen onderzoeksplicht naar 30 km/uur-wegen. In het kader van een beoordeling van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wel noodzakelijk zijn de akoestische gevolgen van 30 km/uur wegen in kaart te brengen om te onderzoeken of er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Onder geluidsgevoelige bestemmingen wordt verstaan (Art. 1 Wgh): • woningen; • onderwijsgebouwen; • ziekenhuizen en verpleeghuizen; • geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen). Grenswaarden Wet geluidhinder Het systeem van de Wet geluidhinder gaat uit van voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. Een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde is toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan goed geacht. Een geluidsbelasting in het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde is alleen mogelijk na een afwegingsproces, het zogenaamde hogere waarden besluit. Een zeer belangrijk onderdeel van dit afwegingsproces is een maatregelenonderzoek. De grenswaarden voor woningen in het plangebied zijn (in Lden) • Industrielawaai, voorkeursgrenswaarde 50 dB(A) en maximale grenswaarden 55 dB(A). • Wegverkeerslawaai, voorkeursgrenswaarde 48 dB en maximale grenswaarde van 63 dB. • Spoorweglawaai, voorkeursgrenswaarde 55 dB en maximale grenswaarde van 68 dB. Hogere waarde en gemeentelijk beleid De gemeente Gouda heeft de Beleidsregel Hogere waarden, 2018 regio Midden-Holland van 8 oktober 2018 vastgesteld. In deze beleidsregel staan voorwaarden weergegeven waaronder het

Blad 60 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

college van B&W een hogere waarde mogen verlenen. In afbeelding 5.4 is het toetsingskader van het gemeentelijk hogere waarden beleid opgenomen (voor weg- en railverkeer). Afbeelding 5.4: Toetsingskader gemeentelijk Hogere waarden beleid (t.g.v. industrie-, wegverkeer- en railverkeerslawaai)

Onderzoek en resultaten Antea Group heeft ter plaatste van het plangebied akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd3. Het rapport is als losse bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning bijgesloten. Conclusie weg- en railverkeerslawaai Uit het onderzoek blijkt het volgende. • De geluidbelasting vanwege de Burgemeester van Reenensingel bedraagt hoogstens 59 dB Lden (incl. aftrek ex art. 110g Wgh). • De geluidbelasting vanwege de Goudse Poort en A12 bedragen respectievelijk hoogstens 52 en 51 dB Lden (incl. aftrek). • De geluidbelasting van de overige wegen (Antwerpseweg, Rijsselseweg en de 30 km/uur weg Harderwijkweg) is niet hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB. • De geluidbelasting vanwege het spoor bedraagt hoogstens 59 dB Lden. Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 55 dB. Voor het geluid vanwege de Burgemeester van Reenensingel, Goudse Poort , A12 en de spoorweg is onderzocht of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Uit de maatregelenoverweging blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen in onvoldoende doelmatig zijn. Uit het regionaal beleid van de Omgevingsdienst Midden-Holland blijkt dat bij een geluidbelasting van hoger dan 53 dB vanwege wegverkeer (per weg) of hoger dan 60 dB vanwege spoorwegen voorwaarden worden gesteld aan het vaststellen van hogere waarden.

Deze voorwaarden betreffen de aanwezigheid van een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Uit de resultaten blijkt dat alleen de geluidbelasting vanwege de Burgemeester van Reenensingel hoger dan 53 dB bedraagt. Vanwege de één- of tweezijdige oriëntatie van de appartementen en geluidbelasting vanuit meerdere zijdes, beschikt niet elk appartement over een geluidluwe gevel. Wel voorziet het ontwerp voor de meeste appartementen in een afsluitbare buitenruimte. Conform het regionaal beleid kan zodoende alsnog een geluidluwe gevel worden gecreëerd (de scheidingswand tussen de verblijfsruimte en de afsluitbare buitenruimte). 3 Akoestisch onderzoek appartementencomplexen Harderwijkweg 2-4 te Gouda (Antea Group, 06-07-2023)

Blad 61 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Appartementen waar een dergelijke buitenruimte niet aanwezig is, zijn: zuidwestelijk appartement op de vijfde verdieping van de noordelijke toren (A), westelijk (eenzijdig) georiënteerde appartementen vanaf de 1e t/m 6e verdieping van de zuidelijke woontoren (B) en tevens het zuidwestelijke hoekappartement op de vierde en vijfde verdieping (in totaal 9 appartementen). Hiervoor is een oplossing gevonden in de vorm van een dubbel Frans balkon, dat kan worden beschouwd als een compacte variant van een loggia. Op basis van de resultaten en het ontwerp blijkt, dat kan worden voldaan aan de eisen uit het regionaal beleid t.a.v. het vaststellen van hogere waarden. Gezien het voorgaande, kan het college van burgemeester en wethouders de volgende hogere waarden vast stellen: Burgemeester van Reenensingel

Goudse Poort

A12

Spoorweg

Conclusie geluid Bij een deel van de woningen is de geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarde. Er wordt een hogere waarde procedure gevolgd om de bouw van deze woningen mogelijk te maken. De vast te stellen hogere waarden met de daarbij geldende voorwaarden staan hierboven.

Blad 62 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5.1.5

Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. De te beoordelen situaties zijn in te delen in drie groepen met bijbehorende aanpak, te weten: • Nieuwe milieugevoelige functies nabij bestaande bedrijven In deze situatie dient primair te worden beoordeeld of hinder te verwachten is van de specifieke bestaande bedrijven. Deze beoordeling is met name gebaseerd op de Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit. Daarnaast zal moeten worden meegewogen of ter plaatse van de nieuwe milieugevoelige functies bij eventuele vestiging van een nieuw bedrijf op het bestaande bedrijfsperceel een probleemsituatie ontstaat. Deze afweging vindt met name plaats op basis van Bedrijven en Milieuzonering.

• Nieuwe bedrijfsbestemmingen nabij bestaande milieugevoelige functies In deze situatie is de bedrijfscategorie zoals deze wordt opgenomen in het ruimtelijk besluit leidend. Afhankelijk van deze categorie zal tenminste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat. 3.1) tussen de gevoelige functies en belastende activiteiten moeten worden gerespecteerd. In het geval de bestemmingswijziging wordt gerealiseerd ten bate van de vestiging van een specifiek bedrijf, kunnen de omstandigheden van dit bedrijf worden meegewogen. In elk geval dient te worden beoordeeld of aan de Wet milieubeheer zal kunnen worden voldaan. • Nieuwe milieugevoelige functies nabij nieuwe bedrijfsbestemmingen In dit geval is de bedrijfscategorie zoals deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan leidend. Afhankelijk van deze categorie zal tenminste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat. 3.1) tussen de gevoelige en belastende bestemmingen moeten worden gerespecteerd. De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bijvoorbeeld bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven.

Blad 63 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Onderzoek en resultaten Antea Group heeft ter plaatste van het plangebied een onderzoek bedrijven- en milieuzonering uitgevoerd4. Het rapport is als losse bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. Omgevingstype In de VNG-publicatie worden twee omgevingstypen gehanteerd, namelijk het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In het geval van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden. In de VNG-publicatie zijn de omgevingstypen als volgt gedefinieerd. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied ligt langs hoofdinfrastructuur (Burgemeester van Reenensingel). Aan de noordkant liggen kantoren en sportvelden. Aan de westkant grenst het plangebied aan een perceel met horecavestiging in de vorm van een KFC en het restaurant De Beren Gouda. Hier zijn volgens het bestemmingsplan ook dienstverlenende bedrijven toegestaan. Ten zuiden van de Burgemeester van Reenensingel liggen bedrijfspercelen waar bedrijfsactiviteiten in ten hoogste milieucategorie 3.2 zijn toegestaan. Het plangebied wordt op basis hiervan beschouwd als omgevingstype gemengd gebied. In de omgeving liggen kantoren (cat. 1), sportactiviteiten (cat. 3.1) en bedrijven (maximaal cat. 3.2). Kantoren, restaurants en dienstverlenende bedrijven (cat. 1) hebben geen richtafstand in gemengd gebied. De sportactiviteiten en de bedrijven hebben een richtafstand van respectievelijk 30 en 50 meter, gemeten vanaf de rand van de perceelsgrens / bestemmingsgrens.

De richtafstanden zijn weergegeven op onderstaande afbeelding.

4 Bedrijven en Milieuzonering Harderwijkweg 2-4 te Gouda (Antea Group, 24-01-2023)

Blad 64 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Afbeelding 5.3: Richtafstanden

Er is een overlap tussen de richtafstand van de bedrijven ten zuiden van het plangebied en het perceelwaar de woongebouwen zijn geprojecteerd. De geprojecteerde woningen zijn planologisch inpasbaar door de gevel van het woongebouw op ten minste 50 meter van het betreffende bedrijfsperceel te leggen. Met het plan wordt aan deze afstand voldaan. De gevel ligt op 50 meter van de bestemmingsgrens. Er is een zeer beperkte overschrijding van de richtafstand en het woongebouw, maar dat betreft uitsluitende de parkeerkelder, zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 5.4: richtafstand 50 meter van bedrijven ten zuiden plangebied

Blad 65 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

De gevels van de woongebouwen liggen overigens op een grotere afstand dan 10 meter van de horeca en de kantoorpercelen, de richtafstand als het plan in een rustige woonomgeving was gelegen. Aangezien aan de richtafstanden wordt voldaan is er ter plaatse van het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat en worden de omliggende bedrijven niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Sportpark Groenhoven Vanwege mogelijke geluidhinder van Sportpark Groenhoven (trainingen, wedstrijden, bezoekers) geven we een extra motivatie. Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) In een ruimtelijke procedure wordt een uitspraak gedaan over woon- en leefklimaat vanwege nabij gelegen sportvelden op basis van de richtafstanden uit de Handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). In deze handreiking zijn van een groot aantal activiteiten voor de aspecten stof, gevaar, geur en geluid richtafstanden gegeven. Wanneer aan deze richtafstanden wordt voldaan kun je er in beginsel van uitgaan, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en wordt de bedrijfsvoering van het sportcomplex niet belemmerd. Dit wordt in de jurisprudentie bevestigd. Ten aanzien van sportvelden geldt een richtafstand van 50 meter (veldsportcomplex met verlichting). Aangezien er sprake is van een gemengd gebied kun je uitgaan van 30 meter.

De afstand van de bestemming Sport tot aan de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwbouw op Harderwijkweg 2-4 is circa 60 meter. Uit jurisprudentie volgt dat wanneer bij een veldsportcomplex aan de richtafstand wordt voldaan, ervan kan worden uitgegaan dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. • ABRvS, d.d. 18-05-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1440: R.O. 5.3. e.v. Bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van de gevolgen van de geluidbelasting van het sportpark heeft de raad toepassing gegeven aan het afwegingskader in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNGbrochure. Vaststaat dat, naar ook niet in geschil is, de afstand van de uiterste situering van de gevel van de dichtstbijzijnde woning van [appellant] en anderen - die aan de [locatie 1] tot de gronden waaraan de bestemming "Sport" is toegekend, ongeveer 70 meter bedraagt zodat wordt voldaan aan de in de VNG-brochure aanbevolen richtafstand van 50 meter voor een zogenoemd veldsportcomplex met verlichting. De raad heeft deze richtafstand gemotiveerd toegepast. Volgens de raad mag ervan uit worden gegaan dat het stemgeluid van aanmoedigende supporters en het geluid vanwege trainingen en wedstrijden bij deze richtafstand voor veldsportcomplexen is meegenomen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding deze veronderstelling van de raad onjuist te achten.

Voorts heeft de raad bij zijn afweging in aanmerking genomen dat het bouwvlak ter plaatse waarvan het clubgebouw is voorzien is weergegeven op ongeveer 150 meter van de dichtstbijzijnde woning staat. •

Bij het bepalen van de geluidniveaus als bedoeld in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer blijft ingevolge artikel 2.18, eerste lid, onder a, het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten buiten beschouwing. Voorts blijft ingevolge het derde lid, onder a en b, bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax) als bedoeld in artikel 2.17 het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak sport- en recreatieactiviteiten

Blad 66 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

plaatsvinden en het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan buiten beschouwing. De door [appellant] en anderen naar voren gebrachte geluidniveaus vanwege het stemgeluid van bezoekers en trainingen en wedstrijden, geven reeds hierom geen aanleiding om te betwijfelen dat aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan worden voldaan. De voorzieningenrechter ziet in het aangevoerde dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij de richtafstand uit de VNG-brochure in dit geval heeft kunnen toepassen of dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ter plaatse van de woningen van [appellant] en anderen geen onaanvaardbare geluidhinder zal optreden als gevolg van het plan. Aan de oostkant van het plangebied liggen ook gronden die als trainingsveld worden gebruikt. Deze hebben echter de bestemming Groen. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, met de daarbij behorende waterlopen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, bruggen en duikers en behoud en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Bij de beoordeling is van de feitelijke situatie uitgegaan, dus van gebruik als trainingsveld.

De afstand vanaf de gevel van het woongebouw tot de groenbestemming is circa 12 meter. De afstand van het woongebouw tot de feitelijke grens van het trainingsveld is circa 33 meter. Dus ook hier zou worden voldaan aan de afstand.

Afbeelding 5.5: Overzicht plangebied en trainingsveld

Conclusie Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de richtafstanden ten opzichte van de omliggende activiteiten gerespecteerd worden. Deze milieubelastende activiteiten vormen derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling; er plaatse is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Doordat de richtafstanden gerespecteerd worden, worden de bedrijven niet belemmerd in hun bedrijfsvoering.

Blad 67 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5.1.6

Flora en fauna Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’(hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Er kunnen de beleidsregels van de provincie aangeduid van toepassing kunnen zijn. Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’(onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten: categorie 1 t/m 5.

Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland.

Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat

Blad 68 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. In de Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland (2019) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 2.5 en Artikel 6.24. Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Zuid-Holland voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap ZuidHolland (2013). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Zuid-Holland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.

Belangrijke weidevogelgebieden De belangrijke weidevogelleefgebieden zijn verspreid over de provincie Zuid-Holland gelegen. Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten de NNN, zijn aangewezen vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels, die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen (Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019). Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in Artikel 1.1 van de Omgevingsverordening een significante fysieke aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a. Houtopstanden op erven of in tuinen; b. Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c. Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d. Kweekgoed; e. Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f. Het dunnen van een houtopstand;

Blad 69 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

g.

Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden).

Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd. Onderzoek Natuurtoets Antea Group heeft een natuurtoets uitgevoerd5. Dit onderzoek is als losse bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. De resultaten worden hieronder samengevat. Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. In de omgeving liggen wel Natura 2000gebieden. Mogelijk is sprake van een invloed op deze omliggende Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven moet volgens de natuurtoets een nadere analyse met behulp van AERIUS worden gemaakt (zie hieronder) Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied of binnen de invloedssfeer van het plan. Er is van directe en indirecte aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Zie ook tabel 5.4. Tabel 5.4: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Beschermde houtopstanden In het plangebied zijn geen middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden aanwezig. Het planvoornemen heeft daarmee geen effect op middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden. Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: • Vleermuizen –mogelijk verblijfplaatsen en of vliegroute/foerageergebied; • JRBN –twee nesten die mogelijk jaarrond beschermd zijn; 5

Natuurtoets Herontwikkeling Harderwijkweg 2-4 Gouda Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan (Antea Group, 17-11-2022)

Blad 70 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

•

Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen).

In tabel 5.5 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 5.5: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming

Naar aanleiding van de natuurtoets is door Antea Group nader onderzoek uitgevoerd 6. Dit onderzoek is als losse bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. De resultaten zijn hieronder beschreven. Jaarrond beschermde nesten Bij het nader onderzoek zijn de aanwezige horsten beschouwd. Tijdens de veldbezoeken is 6

Nader soortenonderzoek Vleermuizen en Jaarrond beschermde nesten Harderwijkweg, Gouda (Antea Group, 28-102022)

Blad 71 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

geconcludeerd dat 2 van de nesten in gebruik zijn door een zwarte kraai en een ekster en dat de overige horsten in verval zijn geraakt. De nesten van de zwarte kraai en ekster zijn niet jaarrond beschermd. Om deze reden zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. Wel moet er rekening gehouden worden met de zorgplicht. Om negatieve effecten op het eksternest te voorkomen, dient er buiten het broedseizoen (circa maart tot en met juli7) gewerkt te worden. Vleermuizen In het plangebied zijn de gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. De laatvlieger is enkel foeragerend en passerend waargenomen. Op één plek in het gebouw is een zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis geconstateerd. Deze verblijfplaats wordt als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden vernietigd. Dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor deze werkzaamheden is daarom een ontheffing Wet natuurbescherming benodigd. In het kader van de ontheffingsaanvraag dienen mitigerende en compenserende maatregelen genomen worden. Hierbij dient o.a. gedacht te worden aan alternatieve verblijfplaatsen. Bij de uitvoering dient rekening te worden gehouden met de gewenningsperiode van deze alternatieve verblijfplaatsen. Daarom worden vooruitlopend op de ontheffingsaanvraag al alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd in het Groenhovenpark.

Buiten de grenzen van het plangebied is een foerageergebied aanwezig, in het aanliggende bosschage. De ontheffing Wet natuurbescherming is aangevraagd, voordat de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend. Beide aanvragen doorlopen derhalve een zelfstandige procedure. Stikstof De voorgenomen ontwikkeling kan bijdragen aan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden, wat kan leiden tot negatieve ecologische effecten. Om deze reden is de bijdrage van het voornemen aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in beeld gebracht en beoordeeld. Het stikstofonderzoek is in een separaat onderzoek gepresenteerd 8. Het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied is “Broekvelden, Veltenbroek & Polder Stein” op een afstand van iets meer dan 4 kilometer. Dit Natura 2000-gebied is echter niet stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met voor stikstof gevoelige habitats is “Nieuwkoopse Plassen & De Haeck” op een afstand van meer dan 10 kilometer. Dit gebied is daarmee relevant voor de beoordeling van het aspect stikstofdepositie. Bij projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase (voortoets) onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben.

Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze laatste analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling (bijvoorbeeld na het nemen van maatregelen, extern salderen of ecologisch beoordelen) alsnog 7 Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is

afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn. 8 Stikstofdepositie-onderzoek Woningbouw Harderwijkweg 2-4 Gouda (Antea, 10-11-2023)

Blad 72 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg. Toetsing stikstofdepositie Als een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Het project is dan vanwege stikstofdepositie niet vergunningplichtig op grond van de Wet natuurbescherming. Als een ontwikkeling op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, dan zijn er eveneens geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden en is ook dan het project niet vergunningplichtig op grond van de Wet natuurbescherming. In de twee genoemde situaties staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg. Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2023.0.1). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd.

Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage ten opzichte van de referentiesituatie, indien aanwezig. Tevens bepaalt zij zelf de rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats. Resultaten gebruiksfase Voor de gebruiksfase is een berekening uitgevoerd voor uitsluitend de beoogde situatie. Uit de berekeningen volgt dat dit niet leidt tot een hogere stikstofdepositie dan 0,00 mol/ha/jaar op enig Natura 2000-gebied. Resultaten realisatiefase Voor de realisatiefase is een berekening uitgevoerd voor uitsluitend de gevolgen van de realisatie. Uit de berekeningen volgt dat dit niet leidt tot een hogere stikstofdepositie dan 0,00 mol/ha/jaar op enig Natura 2000-gebied. Omdat uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen volgt, dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats ten gevolge van het projectvoornemen, kunnen significante (negatieve) gevolgen ten aanzien van stikstofdepositie worden uitgesloten. De ontwikkeling van de 117 appartementen met parkeergarage op de locatie Harderwijkweg 2-4 te Gouda is vanwege stikstofdepositie niet vergunningplichtig op grond van de Wet natuurbescherming.

Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Blad 73 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5.1.7

Externe veiligheid Wettelijk kader en beleidskader Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico's op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico's. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico's zoveel mogelijk beperkt. Plaatsgebonden risico (PR) Als "harde" afstandseis voor externe veiligheid geldt een contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6), die wordt aangegeven als een afstand ten opzichte van de activiteit met gevaarlijke stoffen (risicobron). Binnen deze PR 10-6 contour mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Groepsrisico (GR) Afhankelijk van de aard van de risicobron is er sprake van een bepaald invloedgebied. Binnen dit invloedgebied moet worden onderzocht hoe groot de kans per jaar is dat een groep van ten minste 10 (zich binnen dit invloedgebied bevindende) personen overlijdt ten gevolge van een ramp of zwaar ongeval met de betreffende risicobron.

De uitkomst van dit onderzoek geeft de hoogte van het GR weer en wordt uitgedrukt in een curve, waarbij als norm voor het GR een oriënterende waarde is vastgesteld. De hoogte van het GR moet door middel van een bestuurlijke afweging worden verantwoord. Als binnen het invloedgebied (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden geprojecteerd, geldt ook voor de hiermee samenhangende toename van het GR een bestuurlijke verantwoordingsplicht. Provinciaal groepsrisicobeleid De provincie Zuid-Holland heeft een 'Beleidsregel groepsrisico en ruimtelijke ordening' (Provinciaal Blad, nr. 168, 14 januari 2015) vastgesteld. De hoogte van het groepsrisico speelt in deze beleidsregel een belangrijke rol. Het beleid is met name erop gericht om te voorkomen dat door ruimtelijke ontwikkelingen het groepsrisico toeneemt en in de eindsituatie boven de oriëntatiewaarde ligt (of als er aanleiding is om dat te verwachten). Daarnaast heeft de provincie Zuid-Holland in haar beleidsregel aangegeven dat 'bereikbaarheid' en 'bluswatervoorzieningen' (voor de hulpdiensten) en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid minimaal op orde moeten zijn om het groepsrisico bij ruimtelijk plannen te kunnen verantwoorden. Lokaal beleid De gemeente Gouda beschikt over de gemeentelijke 'Visie EV 2009-2013'.

In deze beleidsvisie zijn concrete kaders opgenomen hoe om te gaan met externe veiligheid bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen bepaalde zones van risicobronnen.

Blad 74 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Onderzoek en resultaten Antea Group heeft een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd 9. Dit onderzoek is als losse bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. De resultaten worden hieronder samengevat. De ontwikkellocatie ligt in de buurt van de risicobronnen: LPG-tankstation Shell, A12, spoorlijn Rotterdam- Gouda, aardgasleiding (W-501-03) en aardgasleiding (W-501-01). Alle risicobronnen met de betreffende invloedsgebieden en de ontwikkellocatie zijn weergegeven in afbeelding 5.6 weergegeven.

Afbeelding 5.6: Overzicht risicobronnen met invloedsgebieden ten opzichte van ontwikkellocatie in rood (bron: signaleringskaart)

LPG-tankstation Shell Voor LPG-tankstations is wettelijk vastgelegd dat het invloedsgebied 150 meter bedraagt, gerekend vanaf het vulpunt en vanaf het bovengrondse deel van de ondergrondse tank. de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tank-stations gaat uit van de volgende scenario’s: • Fakkelbrand scenario: 60 meter • Explosie scenario: 160 meter De ontwikkellocatie ligt op 180 meter afstand van de ondergrondse tank en valt daarom buiten het invloedsgebied. Er is daarom geen verdere verantwoording nodig. A12 De A12 ligt op circa 760 meter ten noorden van het plangebied. De snelweg is opgenomen in de Regeling basisnet. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de snelweg (880 meter; stofcategorie LT2). Het groepsrisico is inzichtelijk gemaakt en dient conform artikel 7 Besluit externe veiligheid transportroutes verantwoord te worden. 9 Memo RO Advies Harderwijkweg Gouda (Antea Group, 12-09-2022)

Blad 75 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Spoorlijn: Rotterdam- Gouda De spoorlijn Rotterdam- Gouda ligt circa 470 ten zuiden van het plangebied. De spoorlijn is opgenomen in de Regeling basisnet. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van de spoorlijn ( >4000 meter; stofcategorie D4). Het groepsrisico is inzichtelijk gemaakt en dient ingevolge artikel 7 Besluit externe veiligheid transportroutes verantwoord te worden Hogedruk aardgastransportleiding (W-501-03) Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 220 meter een hogedruk aardgastransportleiding (W501-03). Het invloedsgebied van deze risicobron bedraagt 90 meter. Het plangebied valt daarmee niet binnen het invloedsgebied en vormt geen belemmering. Er is geen verdere uitwerking nodig. Hogedruk aardgastransportleiding (W-501-01) Ten westen van het plangebied ligt op circa 240 meter een hogedruk aardgastransportleiding (W501-01). Het invloedsgebied van deze risicobron bedraagt 140 meter. Het plangebied valt daarmee niet binnen het invloedsgebied en vormt geen belemmering. Er is geen verdere uitwerking nodig. Verantwoording groepsrisico Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd verplicht ten aanzien van de Rijksweg A12 en spoorlijn Rotterdam- Gouda. In dit onderdeel zijn elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag: de gemeenteraad van Gouda.

Ter verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 Besluit externe veiligheid transportroutes dient de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: • Algemene beschouwing veiligheidssituatie; • Zelfredzaamheid; • Bestrijdbaarheid. Gekeken naar de afstand tussen de risicobronnen en het plangebied (470- 760 m) is alleen het toxisch scenario relevant. Algemene beschouwing veiligheidssituatie Scenario’s Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een transportroute gevaarlijke stoffen (spoor en rijksweg). Bij een risicobron kan een plasbrand, BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) of een toxisch scenario optreden. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. Gezien de afstand van de risicobronnen tot het plangebied is alleen het toxisch scenario relevant en dus meegenomen in dit hoofdstuk. Toxisch scenario Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tankwagen of wagon lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen.

Daarbij is ook de duur van de

Blad 76 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hieraan invulling kan worden gegeven. Het is aanbevelingswaardig om in instructies voor de toekomstige bewoners van de woningen op te hangen die betrekking hebben op het handelingsperspectief bij een incident met gevaarlijke stoffen. Deze maatregel kan door de ontwikkelaar met de exploitant (en eventuele samenwerking met de Veiligheidsregio) worden uitgewerkt. Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen aan de geprojecteerde bebouwing kunnen de gevolgen in geval van een incident met gevaarlijke stoffen beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=7c42ceda-8ac2-43cf-97c8-ab708c964b70