CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing Harderwijkweg 2-4

Raadsvergadering 11 december 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Harderwijkweg 2-4 , ontwerp omgevingsvergunning31.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In de toekomst kunnen op basis van de Omgevingswet (door de gemeente) verplichtingen gesteld worden aan het soort glas (scherfvrij) dat toegepast wordt. Op dit moment ontbreekt nog de juridische basis om dit te eisen. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen kan vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming bieden. Van belang daarbij is dat in dat geval de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is.

De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid moet de gemeente Gouda de veiligheidsregio Hollands Midden in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen.

Blad 77 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Toxisch scenario De veiligheidsregio beschikt over protocollen om dit type incident te bestrijden. Conclusie De ontwikkeling van het plan wordt uit oogpunt van externe veiligheid verantwoord geacht.

5.2

Milieu Effect Rapportage Wet- en regelgeving De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r. 1.

2.

3.

Een plan m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor activiteiten uit Bijlage D geldt de planm.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling. b. De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk). Bij een plan m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b. De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, cq moet worden. Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D va het Besluit m.e.r.

Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiervoor hoeft geen raadpleging plaats te vinden en het besluit hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatcourant. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r.

Onderzoek en resultaten Een milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om negatieve milieueffecten van activiteiten bij plannen en besluiten af te wegen. De verplichting voor het opstellen van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. zijn respectievelijk activiteiten vastgelegd welke direct m.e.r-plichtig zijn en voor welke een m.e.rbeoordeling verricht dient te worden. Hierbij zijn in kolom 2 (gevallen) indicatieve drempelwaarden opgenomen.

Blad 78 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Met het plan wordt de bouw van twee appartementencomplexen mogelijk gemaakt. In totaal worden er 117 woningen gerealiseerd. Tevens wordt een parkeerkelder binnen het plan gerealiseerd. De ontwikkeling is onder te brengen onder onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: D11.2. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarde voor dergelijke activiteiten wordt gegeven in kolom 2: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit beneden de drempelwaarde blijft. Activiteiten die de drempelwaarden van onderdeel D niet overschrijden, dienen eveneens te worden onderworpen aan een m.e.r.-beoordeling. Voor activiteiten die de drempelwaarden niet overschrijden, zijn desalniettemin geen vormvereisten van toepassing en is derhalve sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op basis van de vormvrije m.e.r. wordt beoordeeld of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.

Er dient aandacht te worden besteed aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III bij de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Deze vormvrije m.e.r. dient aan het bevoegd gezag te worden aangeboden in de vorm van een aanmeldingsnotitie. In de aanmeldingsnotitie m.e.r.10 is informatie opgenomen op basis waarvan bepaald kan worden of al dan niet de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Daarbij is aangesloten bij de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese richtlijn. De aanmeldingsnotitie voor voorliggend plan is als losse bijlage aangeleverd. Uit de aanmeldingsnotitie m.e.r. blijkt dat er met de realisatie van het plan geen negatieve milieueffecten worden voorzien op de omgeving. Gelet op de schaal van de ontwikkeling, alsmede de huidige invulling van de locatie worden er geen nadelige milieueffecten verwacht. Conclusie Het doorlopen van een m.e.r. procedure en/of formele m.e.r. beoordelingsprocedure is niet nodig. Het bevoegd gezag neemt voordat het ontwerpbesluit inzake de omgevingsvergunning een m.e.r. beoordelingsbesluit waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage, ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure.

10 Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r- beoordeling Plan Parkview Harderwijkweg 2-4, Gouda (Antea Group, 06-10-2023)

Blad 79 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5.3

Provinciaal milieubelang Wet- en regelgeving Provincie Zuid-Holland heeft in de Provinciale Structuurvisie en in de Provinciale Milieuverordening het provinciaal milieubelang beschreven. Ruimtelijke plannen worden doorgaans na publicatie van het ontwerpbesluit aan de Provincie toegestuurd. De Provincie toetst dan of het provinciaal belang in het geding is en of er mogelijk in strijd met het provinciaal belang wordt gehandeld. In dit hoofdstuk wordt reeds een voortoets voor het provinciaal milieubelang uitgevoerd. Daarmee wordt tijdig zicht gekregen op strijdigheden en waar mogelijk worden oplossingsrichtingen benoemd. Het provinciaal milieubelang heeft betrekking op vier thema's: • bescherming van stiltegebieden; • windenergie stimuleren; • beschermen bedrijventerreinen voor HMC-bedrijven; • beschermen van grote groepen mensen. Onderzoek en resultaten Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen. 1. Bescherming van stiltegebieden: De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. 2. Windenergie stimuleren: De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. 3. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven: De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein.

Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde. 4. Beschermen van grote groepen mensen: De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in twee invloedsgebieden groepsrisico van een EV relevante risicobronnen, maar de ontwikkeling van het plan wordt uit oogpunt van externe veiligheid verantwoord geacht (zie paragraaf 5.1.6). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is derhalve niet in strijd met de provinciale milieubelangen.

5.4

Waterhuishouding

5.4.1

Algemeen Voor alle ruimtelijke plannen is de uitvoering van een watertoets wettelijk verplicht. Het doel van de watertoets is om waterbelangen vroegtijdig en evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Met het oog op de watertoets is een waterparagraaf opgesteld, waarin de voor dit plan relevante waterhuishoudkundige aspecten zijn beschreven. Deze waterparagraaf is hieronder opgenomen.

Blad 80 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

De basis hiervoor is de watertoets die als losse bijlage bij de aanvraag omgevingsvergunning is gevoegd11.

5.4.2

Relevant beleid De afweging van de diverse waterbelangen is geborgd in diverse plannen, wetten en beleidsdocumenten. Het relevante beleid is beschreven in het watertoetsdocument.

5.4.3

Watertoets De hoogheemraadschappen zijn het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheren de hoogheemraadschappen rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. In het proces van ruimtelijke planvorming hebben de hoogheemraadschappen een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheersfase van ruimtelijke plannen een regelgevende rol. De gemeente Gouda heeft te maken met twee hoogheemraadschappen. Het hoogheemraadschap van Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer ten oosten van de Gouwe en ten noorden van de Hollandse IJssel. Ten westen van de Gouwe en ten zuiden van de Hollandse IJssel ligt het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). Voorliggend plan ligt in het gebied van Hoogheemraadschap van Rijnland.

5.4.4

Planbeschrijving en conclusie Huidige situatie In de bestaande situatie zijn er twee kantoorgebouwen aanwezig. De buitenruimte is gotendeel verhard. Aan de oostzijde ligt bestaand oppervlaktewater. De aanwezige oppervlakte water, verharding (inclusief bebouwing) en groen zijn weergegeven in afbeelding 5.6.

11 Watertoets Harderwijkerweg 2-4 te Gouda (Antea Group, 22-11-2022)

Blad 81 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Afbeelding 5.6: Overzicht oppervlakten huidige situatie

Oppervlaktewater De legger is een register, waarin allerlei gegevens over de oppervlaktewateren zijn opgeslagen. Het hoogheemraadschap gebruikt de legger onder andere voor de jaarlijkse controle op de onderhoudsplicht van de oppervlaktewateren. Dit maakt het een belangrijk instrument. Een legger bestaat uit kaarten en tabellen die de volgende gegevens bevatten: • de locatie van wateren; • aan welke eisen (breedte en diepte) wateren moeten voldoen; • wie het onderhoud moet uitvoeren; • waar dat onderhoud uit bestaat. Het water aan de oostkant van het plangebied is aangewezen als primaire watergang. De oevers langs de watergang hebben een beschermingszone. Voor alle werkzaamheden binnen de kernen beschermingszone moet een vergunning worden aangevraagd. De totale hoeveelheid oppervlaktewater (uitgedrukt in m2) mag als gevolg van de voorgenomen plannen niet afnemen. Als er geen water wordt gedempt is er geen compensatieplicht, omdat er geen toename aan verharding is. Als je wel dempt moet je evenveel water terugbrengen (m2). De watergangen zijn gelegen in het peilgebied van Polder Bloemendaal (PBS_WW-32B ) en hebben een vast waterpeil van NAP -2,20 m.

Blad 82 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Afbeelding 5.7: Uitsnede legger oppervlaktewater Rijnland

Bodemopbouw en grondwaterstanden De bodem op de projectlocatie bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 2 meter beneden maaiveld uit afwisselend zand en veenlagen. Tijdens het uitvoeren van de boringen is de grondwaterstand aangetroffen tussen 0,5 en 0,8 meter beneden maaiveld. Gelet op de beperkte drooglegging en het feit dat de projectlocatie direct aan oppervlaktewater grenst, mag worden aangenomen, dat de grondwaterstanden sterk beïnvloed zijn door het oppervlaktewater en de grondwaterstand dicht onder het maaiveld ligt. In het grondwatermeetnet van de gemeente Gouda zijn in de omgeving van het plangebied geen peilbuizen aanwezig. Ook in het DINOloket zijn geen peilbuizen opgenomen in de omgeving van het plangebied. Bij de aanleg van (deels) ondergrondse bouwlagen (parkeergarage) zullen deze daarom waterdicht aangelegd moeten worden. Voor de aanleg zal een bemaling noodzakelijk zijn. Gelet op de aanwezigheid van veen in de bodem is de kans op zettingen richting de omgeving reëel. Het is daarom van belang al vroegtijdig aandacht te hebben voor de realisatiefase van de nieuwe ontwikkeling. Riolering De gemeente heeft geen zicht op de bestaande aansluitingen van de kantoorpanden op de riolering.

Gelet op de beperkte omvang van het stelsel in de directe omgeving wordt aanbevolen al in een vroegtijdig stadium onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor aansluiting van de vuilwaterriolering. Aan weerszijden van de Harderwijkerweg ligt een hemelwaterriool.

Blad 83 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Afbeelding 5.8: Uitsnede rioleringskaart Gouda

Klimaataspecten Wateroverlast: Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft klimaatstresstesten laten uitvoeren om de klimaatopgave nader in beeld te krijgen. De basiskaart wateroverlast laat het resultaat zien van een stresstest voor de bebouwde kommen. De kaart maakt inzichtelijk waar wateroverlastlocaties kunnen ontstaan na een extreme bui van 100 millimeter in 2 uur. Op de kaart, zie voor een uitsnede afbeelding 5.9, is zichtbaar, dat in de bestaande situatie een kans op waterlast aanwezig is tussen de bestaande gebouwen als gevolg van water op het maaiveld tussen de bestaande bebouwing.

Afbeelding 5.9: Uitsnede wateroverlast (bron: klimaatatlas Rijnland)

Blad 84 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Hittestress Aan de kant van het water is er geen kans op hittestress. Aan de zijde van de Harderwijkerweg is er een licht verhoogde kans dat het iets warmer is. Een uitsnede van de hittestress kaart uit de klimaatatlas van Rijnland is opgenomen in onderstaande afbeelding.

Afbeelding 5.10: Uitsnede hittestress (bron: klimaatatlas Rijnland)

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden opnieuw twee gebouwen gerealiseerd. Een schetsontwerp van het meest recente stedenbouwkundig ontwerp met de beoogde footprint is opgenomen in onderstaand figuur. Een deel van de daken wordt als groen dak uitgevoerd. Dit groene dak houdt deels water vast, heeft een verkoelend effect en draagt bij aan de ecologie. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt het verhard oppervlak in het plangebied af.

Afbeelding 5.11: Schetsontwerp toekomstige situatie

Blad 85 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Oppervlaktewater De waterstructuur wijzigt als gevolg van de voorgenomen plannen niet. Wel wordt de oeverlijn van het oppervlaktewater gewijzigd. De inham tussen de twee gebouwen verdwijnt en de oever wordt rechtdoor getrokken. Hierdoor blijft geen dode hoek over waar drijfvuil in kan blijven hangen. De watergang blijft hierdoor ook eenvoudiger te onderhouden. Het totale oppervlak aan oppervlaktewater blijft gelijk. De status van de watergangen wordt ook niet gewijzigd. Riolering De vuilwaterafvoer wordt aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Het schone hemelwater wordt afgevoerd op het hemelwaterstelsel in de Harderwijkerweg of wordt rechtstreeks afgevoerd op het naastgelegen oppervlaktewater. Dit wordt bij de nadere technische uitwerking van de gebouwen bepaald. Waterkwaliteit Doordat de oever van de watergang aan de zijde van de nieuwe gebouwen natuurvriendelijk wordt ingericht komt dit ten goede aan de waterkwaliteit. Klimaataspecten Door de afname aan verhard oppervlak en de toepassing van groene daken neemt de hittestress af. Bij de inrichting van het maaiveld moet rekening worden gehouden dat overtollig water kan afstromen richting het oppervlaktewater. Wateroverlast door afstromend water op maaiveld in de richting van de gebouwen moet worden voorkomen.

Door de toepassing van meer groen en de aanwezigheid van het oppervlaktewater is er geen risico op het optreden van hittestress. Voor een nadere toelichting op maatregelen ten aanzien van klimaat verwijzen we naar paragraaf 3.2.7. Watervergunning Voor de aanpassingen aan de watergang wordt te zijner tijd een watervergunning aangevraagd waarbij ook de profielen van de watergang en de oever inrichting en constructie worden aangegeven. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor wat betreft de waterhuishouding. Er zijn geen bezwaren vanuit waterhuishoudkundige aard om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

5.5

Lichthinder Rond de sportvelden staan lichtmasten. De lichtmasten van de sportvelden aan de noordzijde staan op ruime afstand van de woningen en mogen 20 meter hoog zijn. De afstand tussen de geplaatste lichtmasten langs het veld tot de gevel van het dichtstbijzijnde woongebouw circa 67 meter. Deze lichtmasten schijnen echter niet in de richting van de woningen. De afstand tussen de geplaatste lichtmasten die wel richting de nieuwe woningen schijnen, staan op circa 150 meter afstand. Er staat tussen de sportvelden en het plangebied een rij hoge bomen, die de lichthinder beperken.

Blad 86 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Bij het trainingsveld aan de oostkant staan ook lichtmasten. Deze lichtmasten staan op circa 33 meter afstand van de woningen Deze lichtmasten schijnen echter niet in de richting van de woningen. De afstand tussen de geplaatste lichtmasten die wel richting de woningen schijnen, staan op circa 135 meter afstand. Er staat tussen het trainingsveld en het plangebied een rij hoge bomen, die de lichthinder beperken. Daarbij schijnen de lichtmasten naar beneden, lichthinder vanwege de lichtmasten op de sportvelden is derhalve niet aannemelijk. Indien er desondanks sprake is van lichthinder kan de gemeente maatregelen laten treffen aan de verlichting door het afstellen van de armaturen op de sportvelden, zodat het licht niet uitstraalt naar de woningen en/of het plaatsen van ‘kappen’ op de armaturen zodat het licht niet uit kan stralen richting de woningen. Conclusie Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.6

Bezonning en schaduweffecten Wettelijk kader Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Wel bestaan er de zogenaamde 'lichte' en 'strenge' TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van een voldoende bezonning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober (gedurende 8 maanden) ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Volgens de strenge TNO-norm is er sprake van een goede bezonning bij tenminste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari t/m 22 november (gedurende 10 maanden) ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Voor dit plan is in overleg met de gemeente de lichte TNO norm aanhouden. Omdat exacte posities van ramen niet bekend zijn is het hele gevelvlak doorgerekend. Onderzoek en resultaten In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning is een bezonningsstudie uitgevoerd12. De resultaten laten zien dat op enkele plekken een verlaging van de bezonning plaatsvindt. Echter geen enkel punt komt het aantal uren onder de 2 uur en voldoen dus nog aan de norm. In deze studie zijn geen bomen meegenomen.

Er staan echter veel bomen in de omgeving die in de huidige situatie ook al voor veel schaduw zorgen. We kunnen concluderen dat de nieuwe situatie niet zorgt voor veel meer schaduw. Tevens zijn er geen woningen of woongebouwen in de buurt die nadelig worden beïnvloed. Conclusie Het aspect bezonning en schaduweffecten vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

12 Bezonningsstudie van Gouda Harderwijkweg (MLA+, 2023)

Blad 87 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

5.7

Windhinder Wettelijk kader In gebieden met hoge gebouwen kan windhinder optreden. Dan is sprake van verhoogde windsnelheden, waardoor het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs onveilig is. Dit kan de aantrekkingskracht van verblijfsgebieden of looproutes verminderen en heeft daardoor sociale en economische effecten. Het bouwplan omvat bebouwing tot circa 40 meter hoog. Het voorkomen van windhinder is grotendeels afhankelijk van het ontwerp van het gebouw. Bij gebouwen hoger dan 30 meter is het uitvoeren van een windhinderonderzoek verplicht. Bouwen met een bouwhoogte van 30 meter of meer is alleen toegestaan, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een onderzoek naar windhinder en windgevaar overlegd. Dit onderzoek moet naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate inzicht bieden in de mogelijke gevolgen voor het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving, alsmede de eventueel daar uit voortvloeiende te treffen maatregelen en voorzieningen. De normstelling betreffende het windklimaat in de openbare ruimte vindt haar oorsprong in NEN 8100:2006. In deze norm wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. De definitie van windhinder is het ondervinden van hinder door wind. In de norm wordt verondersteld dat dit bij een gemiddeld persoon zal optreden wanneer de lokale uurgemiddelde windsnelheid meer dan 5 m/s bedraagt.

Aan de hand van de activiteit die op een bepaalde locatie wordt uitgevoerd kan deze periode van hinder beoordeeld worden. Zo zal in een gebied waar voetgangers enkel doorheen lopen een relatief lange periode van hinder geaccepteerd kunnen worden. Daarentegen zal het windklimaat in bijvoorbeeld een winkelstraat, bushalte of speeltuin pas acceptabel zijn wanneer de tijdsduur van windhinder beperkt is. Aangenomen wordt dat windgevaar optreedt wanneer de uurgemiddelde lokale windsnelheid meer dan 15 m/s bedraagt. Windgevaar is het optreden van een zeer hoge windsnelheid, waardoor problemen optreden bij het lopen, zoals evenwichtsverlies. Ook hier kan een klein risico op windgevaar geaccepteerd worden bij minder kritische activiteiten, echter een groot risico op windgevaar is in alle voetgangersgebieden onacceptabel. Onderzoek en resultaten In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning is onderzoek gedaan naar windhinder en windgevaar13. De resultaten van het windonderzoek zijn hieronder samengevat. Het windonderzoek laat het volgende zien: • In het plangebied heerst een gevarieerd windklimaat, welke gekenmerkt wordt door windhinderklasse A (geschikt voor alle activiteiten) tot D (geschikt voor de activiteit doorlopen). • Windrijkere condities (klasse C en D) treden lokaal op ter plaatse van de hoek/galerij in de westgevel van het volume aan de Burgemeester van Reenensingel.

In het geval dat hier lokaal de activiteit langdurig zitten gewenst is, dan wordt aanbevolen om lokaal aanvullende maatregelen te treffen.

13 Parkview te Gouda, CFD-onderzoek naar windhinder en windgevaar (Actiflow, 2023)

Blad 88 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

• •

De hoofdentrees van beide bouwvolumes bevinden zich in windluwe condities (klasse A) en resulteren in een comfortabel gebruik. Er is geen risico of beperkt risico op windgevaar gevonden in het plangebied.

Geconcludeerd wordt dat de invloed van de nieuwbouw op het windklimaat beperkt is en dat er na realisatie een acceptabel windklimaat zal heersen in relatie tot het beoogde gebruik van openbare buitenruimte. Benadrukt wordt dat de invloed van vegetatie op en rondom het gemeenschappelijke middenterrein groot is en dat deze vegetatie behouden dient te worden in het beoogde inrichtingsplan om het hier getoonde windklimaat te handhaven. Conclusie Het aspect windhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Blad 89 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

6

Beschrijving uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Ten behoeve van de herontwikkeling is een overeenkomst gesloten tussen gemeente en de initiatiefnemer. Hierin wordt overeengekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling heeft overleg plaatsgevonden met omwonenden en overige belanghebbenden, zoals vertegenwoordigers van omliggende bedrijven. Na indiening van de omgevingsvergunning zal wederom een overleg met de betreffende partijen worden georganiseerd.

6.2.2

Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor eenieder mogelijk door middel van een zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

Blad 90 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

7

Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid De initiatiefnemer heeft als doel twee woongebouwen met in totaal 117 appartementen en parkeerkelder te realiseren ter plaatse van de Harderwijkweg 2-4, waar momenteel twee kantoorgebouwen zijn gerealiseerd. De realisatie van woningen is planologisch niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Derhalve moet een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een buitenplanse omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.

Blad 91 van 92

Ruimtelijke onderbouwing Plan Parkview projectnummer 465666.100 26 november 2024 revisie 03 Gouda Harderwijkweg B.V.

Blad 92 van 92

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 06 - 22 99 03 12 E. stephan.hamminnk@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=7c42ceda-8ac2-43cf-97c8-ab708c964b70