CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bodegraafsestraatweg 163 obp Toelichting

Raadsvergadering 7 februari 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 16329.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Toelichting (concept)

25

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 Optimale voorraad: versnelling & vraagsturing woningproductie; Wonen met zorg: een thuis voor kwetsbare groepen. In Gouda is vooral vraag naar het centrumstedelijk wonen in de historische binnenstad en de ring direct er omheen. Daarnaast is er vraag naar meer ontspannen groenstedelijke woonmilieus zoals de luxe stadswijk, rustige stadswijk en wonen aan de randen of in uitleggebieden. Gemeente Gouda zoekt gericht naar (nieuwe) kansen om (meer) te voorzien in deze vraag. De gemeente volgt de marktvraag en verwacht een effectieve vraag naar nieuwbouw van gemiddeld 170 woningen binnenstedelijk per jaar de komende tien jaar. Gouda wil in 2040 CO2-neutraal zijn. Er ligt dan ook een grote opgave in de energetische verbetering van de woningvoorraad, oftewel de maatregelen die de energetische prestaties van een woning verbeteren. Relatie tot het plangebied Gouda wil een stad zijn waar het voor iedereen mogelijk is om te kunnen wonen. Betaalbaarheid, toekomstbestendigheid en een gevarieerd woningaanbod zijn daarbij essentieel. De komende tien jaar moeten er zeker zo'n 3.600 woningen in Gouda bijkomen. Dat is berekend in provinciale prognoses. Momenteel blijkt dat met name starters moeilijk aan een woning kunnen komen. Daardoor groeit het aantal jongeren dat bij hun ouders woont.

Onder andere voor deze starters is er behoefte aan meer betaalbare appartementen voor 1- of 2-persoonshuishoudens. Om gezinnen een plek te bieden in Gouda zijn daarnaast ook woningen voor die groep nodig. Huurwoningen worden vooral in appartementen toegevoegd. Het plan biedt ruimte aan de realisatie van zes appartementen van circa 200 m2 wat ten goede komt aan de doorstroming op de woningmarkt. 4.4.4

Verstedelijkingsagenda (2018)

Om de kansen en potentie van woningbouw in Gouda inzichtelijk te maken is in 2018 de Verstedelijkingsagenda vastgesteld. De agenda zet in op het faciliteren van de toenemende vraag naar stedelijk wonen in de randstad, in de omgeving van OV-knooppunten. Inclusief het huidige Goudse woningbouwprogramma kunnen tot 2040 in totaal 8.500 woningen binnenstedelijk worden gerealiseerd. Dit zijn over de hele periode ruim 3.000 woningen meer dan is vastgelegd in de huidige regionale woningbouwafspraken. Rekening houdend met de beschikbaarheid van terreinen en complexiteit van de realisatie, kan de woningproductie als volgt worden gefaseerd: Periode 2017-2024: 4.500 woningen; Periode 2025-2029: 2.000 woningen; Periode 2030-2039: 2.000 woningen. Relatie tot het plangebied Het plan biedt ruimte aan de ontwikkeling van zes appartementen en het draagt daarmee bij aan het behalen van de beoogde woningbouwproductie. De ontwikkeling is in lijn met de verstedelijkingsagenda. 4.4.5

Erfgoed, cultuurhistorie en archeologie

In de Erfgoedvisie (2013) is vastgelegd hoe de gemeente Gouda het cultureel erfgoed borgt en welke prioriteiten zij daarbij stelt. De gemeente geeft hiermee in overleg met ‘de stad’ richting aan een concrete uitwerking hiervan. De Erfgoedvisie is dus de basis over wat de gemeente wel en niet beschermt en hoe dit in stand wordt gehouden, ook in tijden van schaarste of bezuinigingen. Uitgangspunten van de Erfgoedvisie zijn onder meer: de samenhang centraal stellen en het verhaal van de stad beschrijven. Gouda beschikt over een digitale Cultuurhistorische Basiskaart (CHBK). Door het erfgoed in ruimtelijke samenhang te laten zien, worden het ontstaan en de ontwikkeling van Gouda in beeld gebracht. Bovendien wordt er in de behoefte voorzien om de kennis van het Goudse erfgoed te ordenen, te bundelen en te ontsluiten. Middels de CHBK is tevens de archeologische basiskaart te raadplegen. Een belangrijk instrument om de cultuurhistorische waarden in beeld te krijgen, is de Cultuurhistorische Analyse (CHA). Deze is in Gouda sinds 2000 verplicht bij ontwikkelingen in alle gebieden waar waarden worden verwacht. Op de zogenaamde "gele-vlekkenkaart" is aangeven waar deze verwachtingen liggen.

26

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

De gemeente Gouda heeft op 28 oktober 2020 de Verordening Fysieke Leefomgeving vastgesteld. In deze verordening is de omgang met de archeologische waarden vastgelegd (zie artikel 3.12). Ook is de Erfgoedverordening opgegaan in deze Verordening Fysieke Leefomgeving (2020). De inhoudelijke regels zijn ongewijzigd gebleven. Conclusie In de Erfgoedvisie zijn de historische binnenstad en water belangrijke onderdelen. Onderhavig plangebied ligt niet in de binnenstadkern. Wel is te concluderen dat de locatie gelegen is binnen een gebied waar volgens de richtlijnen van de gemeente een Cultuur Historische Analyse wordt gevraagd.

Figuur 4.2 Uitsnede Digitale Cultuurhisotirsche Basiskaart Gouda (kaart: cultuurhistorische analyse).

Ook laat de archeologische basiskaart zien dat het plangebied gelegen is in een gebied waar een vergunning nodig is voor projecten groter dan 10.000 m2 waarvan bodemverstorende ingrepen dieper reiken dan 0,5 m-mv.

Toelichting (concept)

27

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Figuur 4.3 Uitsnede Digitale Cultuurhisotirsche Basiskaart Gouda (kaart: archeologische basiskaart).

In paragrafen 5.1 Archeologie en 5.4 Cultuurhistorie wordt hier nader op ingegaan. 4.4.6

HistorischeLintenvisie

De historische linten lopen al sinds de middeleeuwen als hoofddraden van een spinnenweb door de stad heen. Ze zijn historisch gezien onmisbaar voor de stad en haar cultuur, welvaart en leefkwaliteit. Het water is al eeuwenlang essentieel voor handel, transport en industrie en als onderdeel van het veenweidelandschap; dat zal in de toekomst ook zo zijn. Daar komt de recreatieve functie nog bij. De weglinten zijn zo bijzonder omdat ze hun historische karakter van smalle kaden en dijken behouden hebben. Er zijn geen brede uitvalswegen naar de omringende dorpen en steden overheen gelegd. Gouda is daarin vrij uniek. De Historische Lintenvisie heeft drie doelen: 1. Vastleggen welke historische wegen en waterwegen van grote betekenis voor de stad van nu zijn; 2. Benoemen welke kernkwaliteiten deze linten voor de stad hebben; 3. De afspraak vastleggen dat deze kwaliteiten betrokken zullen worden bij het maken van het Omgevingsplan. Relatie tot het plangebied Op 26 oktober 2021 is de Historische Lintenvisie vastgesteld. Naar aanleiding van de visie zal voor de historische linten een actuele “verwachtingenkaart” opgesteld worden, op basis waarvan zo nodig nader onderzoek kan worden verlangd bij ontwikkelingen. Het betreft in het kader van deze lintenvisie alleen de historische linten, maar de noodzaak tot herijking betreft de gehele kaart.

Deze actualisatie is nodig omdat ontwikkelingen sinds 2004 nog niet verwerkt zijn op de kaart (bijv. Westergouwe); onderzoeken sinds 2004 en gegevens van de CHBK, waaronder de ABK (Archeologische Basiskaart 2011), nog niet verwerkt zijn; het onderzoek naar de historische linten inzichten oplevert die verwerkt moeten worden; actuele inzichten in betekenis van cultuurhistorische as. In het kader van de planvorming heeft tussen gemeente en initiatiefnemer veelvuldig overleg plaats gevonden. Bij de uitwerking van het voorlopig ontwerp, dat door de gemeente akkoord is bevonden, is invulling gegeven aan de context van het historische lint en de locatie. Historische context van de locatie Langs de polder Bloemendaal werd in 1345 de Reeuwijkse wetering, de latere Breevaart, gegraven die

28

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 samen met de Boskoper wetering (1352) en de Alpher wetering (1360) water uit de polders te Alphen, Zwammerdam, Boskoop, Waddinxveen en Reeuwijk richting IJssel afvoerde. Rond 1.450 ontstonden problemen met die afwatering als gevolg van de verzanding van de rivier en de verdere klink van het veen. Door de verplaatste afwatering verloren de Reeuwijkse, Alphense en Boskoper weteringen, die op de Hollandse IJssel afwaterden, hun functie. Het gebied ten oosten van de Breevaart werd in de 17e eeuw uitgeveend (verveend), waarna de Reeuwijkse plassen ontstonden. De Zoutmansweg/Bodegraafsestraatweg liep vanaf de 15e eeuw van de Graaf Florisweg (voorheen de 'Oude Gouwe') in Gouda naar Bodegraven. Pas rond 1830 werd besloten het tot die tijd onverharde pad om te vormen tot een nieuwe verharde weg, de Tolweg Gouda, Reeuwijk, Bodegraven. Tegelijkertijd werd de Breevaart uitgediept en verbreed. Hierbij werd de Alphense wetering deels in de Breevaart opgenomen. De tolweg liep vanaf de Graaf Florisweg en de Bodegraafsestraatweg in Gouda via de Zoutmansweg en Raadhuisweg in Reeuwijk naar de (huidige) Wilhelminastraat, Burgemeester Le Coultresstraat en Goudseweg in Bodegraven. De weg werd aangelegd tussen 1834 en 1839 en aangelegd met particulier geld. De beheerder was de Associatie tot aanleg van een weg en vaart tussen Bodegraven en Gouda.

Vanaf 21 januari 1948 werd er niet langer tol geheven en in 1949 werd de weg eigendom van de gemeenten. Gevolgen planvorming In het kader van de planvorming heeft tussen gemeente en initiatiefnemer veelvuldig overleg plaats gevonden. Bij de uitwerking van het voorlopig ontwerp, dat door de gemeente akkoord is bevonden, is invulling gegeven aan de context van het historische lint. Hierbij is gekeken naar korrelgrootte van de bouwvolumes, doorzicht tussen de gebouwvolumes door naar het groen, de architectuur aan het historisch lint, het zadeldak, opgetilde begane grond en erker met balkon. De nieuwe bebouwing houdt voldoende afstand aan de voor- en achterzijde tot de weg en achterliggende recente bebouwing om de kenmerkende groene structuur van het historisch lint te behouden. De voorgevelrooilijn van de twee nieuwe appartementenvilla's en aangrenzende bestaande bebouwing verspringt trapsgewijs van voor naar achteren gezien vanaf de rechterkant indien georiënteerd vanaf de Bodegraafsestraatweg. Kenmerkend vooral voor het historisch lint is de ritmiek en de massaopbouw van woongebouwen met flinke tussenruimten langs de Bodegraafsestraatweg. Om deze kenmerkende ritmiek en korrelgrootte te waarborgen wordt tussen de twee nieuwe appartementenvilla's zelf en de direct aangrenzende bestaande bebouwing circa 10 meter tussenruimte aangehouden tussen de hoofdvolumes.

Op deze manier ontstaan ook hier de vrije doorzichten tussen en aan weerszijde van de twee nieuwe appartementenvilla's, die zo kenmerkend zijn voor het historisch lint. De twee appartementenvilla's hebben een min of meer identiek samengesteld hoofdvolume. Bij de rechter villa gezien vanaf de weg ligt het zadeldak van de rechterbeuk echter 1 meter lager om zo in hoogte mooi aan te sluiten op de hier gelegen rijtjeswoningen met garage. De architectonische uitwerking van de volumes is verschillend in kleur, materiaal, afmeting van ramen en detaillering geworden. Het project dat bestaat uit twee appartementenvilla's toont zich hierdoor als vier woonhuizen. 4.4.7

Welstandsnota 2020

Sinds 1 juli 2004 is het toetsen van bouwplannen aan 'redelijke eisen van welstand' alleen nog mogelijk op basis van de Goudse Welstandsnota. Op 9 december 2020 is de Update Welstandsnota 2020 vastgesteld, ter actualisering van het Welstandbeleid 2017. Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid. Waarbij de individuele vrijheid van de burger wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde. Veel mensen zijn bereid mee te werken aan het in stand houden of bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van hun leefomgeving, maar willen wel graag van tevoren op de hoogte zijn van de aspecten die een rol spelen bij de welstandsbeoordeling. Het kader waarbinnen deze beoordeling plaats vindt, wordt zoals gezegd vastgelegd door de gemeenteraad en is daarom een politieke keuze die is gebaseerd op inhoudelijk onderzoek en een maatschappelijke discussie. De Welstandsnota in Gouda bestaat uit drie delen (A, B en C): Deel A heeft betrekking op de beleidsuitgangspunten voor het welstandsbeleid; Deel B bevat het beleid per gebied en categorie, met specifieke uitwerking toezicht per gebied/categorie;

Toelichting (concept)

29

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 Deel C bevat de concrete welstandscriteria voor de verschillende toetsingsniveaus: volledig toezicht, beperkt toezicht en toezichtsvrij. Relatie tot het plangebied Op de welstandskaart maakt het plangebied deel uit van zone 7 (Plaswijck) met volledig welstandstoezicht. Er is sprake van een cultuurhistorisch waardevol gebied. De bouwplannen zijn daarmee welstandsplichtig.

Figuur 4.3 Uitsnede overzicht welstandsbeleid, plangebied bij benaderd met ster gemarkeerd.

Definitieve bouwplannen worden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de criteria zoals opgenomen in de Welstandsnota. De bouwplannen worden daartoe voor advies voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. 4.4.8

Structuurvisie Groen 2019

In de Structuurvisie Groen legt de gemeente Gouda haar visie vast voor behoud en aanleg van (openbaar) groen in de gemeente. Doel is dat bestaand openbaar groen en water behouden blijft en dat bij nieuwe planontwikkelingen 15% openbaar groen gerealiseerd dient te worden. De structuurvisie beschrijft de wijze waarop deze doelstellingen bereikt kunnen worden. Het doel van de Structuurvisie Groen is vergroten van de leefbaarheid door een toename van openbaar groen; het doel vanuit klimaatadaptatie is het bevorderen van maatregelen om de capaciteit van waterberging te vergroten, en wateroverlast en hittestress te verminderen. In de structuurvisie zijn de volgende beleidsregels geformuleerd: Eerste beleidsregel: De oppervlakte bestaand openbaar groen en water, en het aantal bestaande bomen worden ten minste behouden. Tweede beleidsregel: Bij planontwikkelingen dient een oppervlakte ter grootte van ten minste 15% van het totale projectgebied openbaar groen te worden. Derde beleidsregel: Als het niet haalbaar blijkt om binnen het projectgebied de vereiste 15% openbaar groen te ontwikkelen, dan is het mogelijk: 1. binnen het projectgebied compenserende maatregelen te treffen tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen;

30

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 2. de opgave voor openbaar groen te realiseren op andere locaties in dezelfde wijk als waarin het projectgebied ligt. Het te realiseren openbaar groen buiten het projectgebied dient binnen een jaar na oplevering van het projectgebied te zijn aangelegd. Zijn er compenserende maatregelen mogelijk tot maximaal 50% van de opgave voor openbaar groen. Vierde beleidsregel: Voor iedere niet gerealiseerde of gecompenseerde vierkante meter openbaar groen is een compensatiebijdrage aan de gemeente verschuldigd van € 250 per m2 (prijspeil 2019). Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de Grond-, weg- en waterbouwindex uit het Meerjarenperspectief Grondexploitaties. Vijfde beleidsregel: Het college heeft de bevoegdheid te besluiten tot ontheffing of afwijking van de beleidsregels 2, 3 en 4, indien toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Relatie tot het plangebied Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van nieuwe woningen. Daarnaast wordt het gebied groen ingericht. Onderstaand figuur betreft een indicatie van de inrichting van het gemeenschappelijk groen, waaruit geconcludeerd kan worden dat aan de geldende beleidsregels ten aanzien van groencompensatie wordt voldaan.

Figuur 4.4 Indicatie inrichting gemeenschappelijk groen plangebied.

Toelichting (concept)

31

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

4.4.9

Mobiliteitsplan 2017-2026

Het Mobiliteitsplan 2017-2026 is op 20 september 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit plan geeft een antwoord op hoe Gouda in de toekomst als stad in beweging kan blijven. In de nota wordt geconstateerd dat Gouda zich in de komende jaren zal ontwikkelen als regionaal centrum in de Zuidvleugel van de Randstad. Het aantal woningen en voorzieningen zal toenemen. Deze veranderingen gaan gepaard met een toename van verkeer naar en binnen de stad. Belangrijke aandachtspunten bij deze toenemende verplaatsingsbehoefte zijn méér ruimte voor de fiets, betere bereikbaarheid en doorstroming, versterken van leefbaarheid en duurzaamheid. Om onvoldoende bereikbaarheid tegen te gaan en om de kwaliteit van de leefbaarheid en verkeersveiligheid te waarborgen, zijn maatregelen nodig. In het Mobiliteitsplan komen verschillende manieren van vervoer aan bod met als doel om mensen te verleiden tot verantwoord mobiliteitsgedrag. Door het stimuleren van onder andere de fiets en het openbaar vervoer wil de gemeente overbelasting van de infrastructuur voorkomen waardoor ruimte blijft bestaan voor belangrijk economisch verkeer. Deze doelstelling is in het plan verder uitgewerkt in een aantal strategische keuzes. Ook is aangegeven wat nodig is om het autogebruik tot 2026 op verantwoorde wijze te verwerken en welke maatregelen verder onderzocht moeten worden.

Relatie tot het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Bodegraafsestraatweg die in noordelijke richting naar Reeuwijk-Brug ontsluit en in zuidelijke richting naar de binnenstad van Gouda. In paragraaf 5.9 Verkeer en parkeren worden de aspecten verkeer en parkeren nader toegelicht. 4.4.10 Uitvoeringsprogramma duurzame ontwikkeling Gouda 2020 en Handreiking duurzaamheid Uitvoeringsprogramma duurzame ontwikkeling Duurzame ontwikkeling is steeds meer zichtbaar in de samenleving. Milieuthema’s als stikstof hebben de aandacht. Steeds meer mensen kiezen voor biologisch, fairtrade of tweedehands. Ook groeit de bewustwording over energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Het begrip “duurzaam” wordt steeds meer een gangbaar uitgangspunt. In de gemeente Gouda is al langere tijd veel aandacht voor duurzame ontwikkeling. Afgelopen jaren werkte de gemeente aan de hand van het Uitvoeringsprogramma Duurzame Ontwikkeling 2016-2019. In 2018 is gestart met de raadsprogramma’s Energietransitie en Klimaatadaptatie. Dit Uitvoeringsprogramma Duurzame Ontwikkeling 2020 laat zien wat de gemeente vanuit haar verschillende taken doet om duurzame ontwikkeling in Gouda en in de gemeentelijke organisatie te faciliteren, stimuleren en realiseren. Vanuit dit overzicht wordt ook de samenhang in de gemeentelijke inzet duidelijk.

Duurzame ontwikkeling kan worden beschreven langs drie aspecten: sociaal (people), ecologisch (planet) en financieel (profit). Dit uitvoeringsprogramma focust op ecologische duurzaamheid en betreft met name de fysieke leefomgeving. Ecologische duurzaamheid gaat om minder gebruik en vooral meer hergebruik van energie en grondstoffen. En ook meer natuur en biodiversiteit horen hierbij. Dit uitvoeringsprogramma is opgebouwd uit de relevante thema's van het landelijke klimaatbeleid: Energietransitie - meer hernieuwbare energie en minder energiegebruik Klimaatadaptatie - meer groen en robuuste waterhuishouding Duurzame mobiliteit - meer hernieuwbare energie, minder brandstofgebruik en minder milieubelastende uitstoot Circulaire economie – meer hergebruik van grondstoffen Uit de thema's vloeien diverse ambities voort voor onder meer wonen. Gouda heeft onder meer de ambitie om CO2-neutraal en aardgasvrij te zijn in 2040. Tijdens grootschalige woningbouw wordt duurzaamheid ook meegenomen. Zo wordt er in de Spoorzone veel aandacht besteed aan duurzame mobiliteit. Handreiking duurzaamheid

32

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Bovendien hanteert de gemeente Gouda een Handreiking duurzaamheid bij bouwplannen. De gemeente heeft graag dat initiatiefnemers hier rekening mee houden. Voor bouwplannen geldt: Nieuwbouw is aardgasvrij en in principe energieneutraal. Dit geldt ook voor transformaties naar wonen. Bij verkoop of oplevering heeft de woning of het gebouw een geldig energielabel. Ook bij transformaties naar wonen. De verbouw of renovatie verbetert de energieprestaties van het pand. Bij de bouw van grondgebonden woningen is een tuin verplicht. Bij planontwikkelingen (bouwsom > € 1 ton) wordt 15% van het projectgebied als openbaar groen ingericht (en behouden). Conclusie In dit plan worden woningen toegevoegd in segmenten waarnaar vraag is. Er is sprake van een duurzame verstedelijking, in die zin dat door middel van inpassing in bestaand stedelijk gebied wordt gebouwd, waardoor gebruik kan worden gemaakt van bestaande stedelijke voorzieningen. Inbreiden gaat voor uitbreiden. Ten aanzien van duurzaamheid voldoet de bestaande woning niet aan huidige duurzaamheidswensen en -eisen die bij (nieuwbouw)woningen gelden. In de kelder van de bestaande woning staat een (voor een woning) zeer grote luchtbehandelingskast die de woning van (lucht)warmte voorziet en die de woning ventileert. Het huidige systeem verbruikt veel energie.

Er zijn geen zonnepanelen of andere energie opwekkende systemen aanwezig in de huidige woning. De schil van de nieuwe gebouwen (gevels, dak en vloer) zullen voldoen aan de huidige nieuwbouweisen waardoor de energiebehoefte om de woningen te verwarmen al aanzienlijk minder zal zijn dan bij de bestaande woning. De installatiesystemen zullen gebruik maken van hernieuwbare energie. De nieuwe woningen worden verwarmd worden door middel van vloerverwarming in combinatie met individuele bodemwarmtepompen. Middels bodemlussen wordt de warmte uit de bodem gebruikt om de woningen duurzaam te verwarmen. Een wtw-ventilatiesysteem zorgt op een duurzame manier met warmteterugwinning voor de ventilatie van de woningen. Op het dak worden pv-panelen toegepast die verdeeld worden over de woningen en direct op de huismeter worden aangesloten zodat zo veel mogelijk van deze duurzaam opgewekte energie wordt verbruikt door de bewoners. De woningen zullen voldoen aan de vigerende BENG-eisen. Waar mogelijk zullen duurzame en circulaire producten toegepast worden en zal ook bekeken worden of er elementen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de buitenruimte. Met de inpassing van het nieuwe plan wordt zorgvuldig bekeken of bestaand groen gehandhaafd kan worden of op een andere plek op het terrein geplaatst kan worden.

Ook bij bijvoorbeeld de bestaande verlichting en bestrating wordt zorgvuldig bekeken of dit hergebruikt kan worden. 4.4.11 Inzichten en ambities voor de Goudse ondergrond Bij werkzaamheden in de openbare ruimte constateert de gemeente steeds vaker dat de ondergrond bijna vol zit. Het ordenen van de ondergrond zoals dat voor de bovengrond gebeurt is echter geen dagelijkse praktijk en tot nu toe niet georganiseerd. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de gemeente meer regie wil nemen op de inrichting van de ondergrond om ervoor te zorgen dat de grote ruimtelijk opgaven zodanig ingepast kunnen worden dat functies als onder meer archeologie, warmtesystemen, riolering, kabels en leidingen zo min mogelijk conflicteren. De Omgevingsvisie kondigt daarom omgevingsbeleid ondergrond aan. Als eerste stap naar omgevingsbeleid zijn nu de inzichten en ambities verhelderd en is er een werkproces opgesteld om samen de ondergrond te leren ordenen. Gemeente Gouda heeft hiertoe o.a. het beleidsdocument “Inzichten en ambities voor de Goudse ondergrond” opgesteld. Dit document schept een kader voor een optimaal ingerichte én gezonde ondergrond. Het moet niet alleen het gebruik van de ondergrond mogelijk maken, maar moet dat gebruik ook reguleren. Om tot de inzichten en ambities over de ondergrond te komen zijn de (toekomstige) opgaven in de ondergrond in beeld gebracht.

De ambitie van de gemeente Gouda voor de ondergrond is: “Een optimaal ingerichte en gezonde ondergrond is de basis voor een groeiende, groene en duurzame gemeente. Samen met onze initiatiefnemers benutten we de ondergrondse ruimte efficiënt, koesteren we ondergrondse kwaliteiten en

Toelichting (concept)

33

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 voorkomen we zoveel als mogelijk bodemdegradatie of compenseren we indien nodig. De gemeente voert daarom regie op de ondergrond”. In het plangebied waar bouw- en/of aanlegactiviteiten plaatsvinden is alleen ondergrondse infrastructuur aanwezig ten behoeve voor het te slopen gebouw. De bestaande elektra-, water- en gasaansluitingen kunnen verwijderd worden en er zullen nieuwe elektra en wateraansluitingen gemaakt worden voor de nieuwe woningen. Langs de Bodegraafsestraatweg lopen voor de kavel langs diverse kabels en leidingen. In deze zone blijft de huidige situatie gehandhaafd. De woningen zullen verwarmd worden door middel van warmtepompen met gesloten bodemenergiesystemen. Het plangebied is circa 4.000 m2 groot waarmee voldoende ruimte is om 6 individuele bodemenergiesystemen toe te passen. Een interferentieberekening zal bij de verdere uitwerking van het plan worden ingediend. Geconcludeerd kan worden dat door de nauwkeurige coördinatie van de nieuwe ondergrondse infrastructuur als gevolg van het voorgenomen initiatief, met de oude en bestaande ondergrondse infrastructuur er een optimaal ingerichte en gezonde ondergrond ontstaat. Op deze manier wordt bijgedragen aan de ambitie van de gemeente voor de ondergrond.

4.5

Conclusie

Ten aanzien van het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de beleidsvoornemens. Het ontwikkelen van woningen in het plangebied komt tegemoet aan de regionale woonvraag. De beoogde woningen sluiten aan bij de gemeentelijke ambities om het woningaanbod te versterken.

34

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.

5.1

Archeologie

Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen en de uitwerking van alle archeologische onderzoeken. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. Het relevante beleid is verder reeds toegelicht in § 4.4.5 Erfgoed, cultuurhistorie en archeologie. 5.1.1

Relatie tot het plangebied

Gemeente Gouda beschikt over een eigen archeologische waardenkaart (de Archeologische Beleidskaart), onderstaand figuur betreft hier een uitsnede van. Hierop wordt het het plangebied aangeduid met een lage verwachtingswaarde.

Figuur 5.1: uitsnede Archeologische Beleidskaart (Gemeente Gouda)

In dergelijke gebieden is een vergunning nodig voor projecten groter dan 10.000 m2 en waarvan de

Toelichting (concept)

35

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 bodemverstorende ingrepen dieper reiken dan 0,5 m -mv. Aan deze criteria wordt niet voldaan en een dergelijke vergunning en onderzoeksplicht is daarmee niet direct aan de orde. De archeologische waarden zijn geborgd door conform het vigerende bestemmingsplan "Plaswijck" de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' op te nemen. Archeologisch onderzoek is nodig wanneer de genoemde diepte- en oppervlaktematen worden overschreden. Hiermee ligt de bescherming van archeologische waarden voldoende verankerd in de planregels van dit bestemmingsplan en vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. 5.1.2

Conclusie

In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten. De te beoordelen situaties zijn in te delen in drie groepen met bijbehorende aanpak, te weten: Nieuwe milieugevoelige functies nabij bestaande bedrijven In deze situatie dient primair te worden beoordeeld of hinder te verwachten is van de specifieke bestaande bedrijven. Deze beoordeling is met name gebaseerd op de Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit. Daarnaast moet worden meegewogen of ter plaatse van de nieuwe milieugevoelige functies bij eventuele vestiging van een nieuw bedrijf op het bestaande bedrijfsperceel een probleemsituatie ontstaat. Deze afweging vindt met name plaats op basis van Bedrijven en Milieuzonering.

Nieuwe bedrijfsbestemmingen nabij bestaande milieugevoelige functies In deze situatie is de bedrijfscategorie zoals deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan leidend. Afhankelijk van deze categorie zal tenminste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat. 3.1) tussen de gevoelige functies en belastende activiteiten moeten worden gerespecteerd. In het geval de bestemmingswijziging wordt gerealiseerd ten bate van de vestiging van een specifiek bedrijf, kunnen de omstandigheden van dit bedrijf worden meegewogen. In elk geval dient te worden beoordeeld of aan de Wet milieubeheer zal kunnen worden voldaan. Nieuwe milieugevoelige functies nabij nieuwe bedrijfsbestemmingen In dit geval is de bedrijfscategorie zoals deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan leidend. Afhankelijk van deze categorie zal tenminste een afstand van bv. 10 meter (cat. 1), 30 meter (cat. 2), 50 meter (cat. 3.1) tussen de gevoelige en belastende bestemmingen moeten worden gerespecteerd. De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bijvoorbeeld bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven.

Dit omgevingstype en bijbehorende systematiek zullen dan wel in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. In tabel 5.1 zijn de richtafstanden opgenomen.

36

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

tabel 5.1: richtafstanden per categorie

5.2.1

Relatie tot het plangebied

Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden langs een hoofdinfrastructuur worden eveneens getypeerd als een gemengd gebied. Aangezien het plagebied direct gelegen is aan de Bodegraafsestraatweg kan geconcludeerd worden dat sprake is van een gemengd gebied. Het plangebied wordt hoofdzakelijk door woonbestemmingen omsloten. Direct ten noorden zijn de gronden bestemd als 'Agrarisch', dit betreft Boomkwekerij Verwaal. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf, waaronder wordt verstaan: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen bosbouw, sier- en fruitteelt; grondgebonden veehouderij: het houden van melkvee en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; sierteelt: de teelt van siergewassen al dan niet met behulp van kassen en al dan

niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan. Voor de bestaande bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' geldt dat rekening gehouden dient te worden met het risico dat gewasbeschermingsmiddelen en/of bestrijdingsmiddelen overwaaien naar het plangebied.Geconcludeerd kan worden dat reeds woningen dichterbij deze bedrijvigheid gesitueerd zijn, dan onderhavig bestemmingsplan. De bedrijvigheid wordt derhalve dan ook al reeds door deze woningen beperkt,waardoor geconcludeerd kan worden dat Boomkwekerij Verwaal geen belemmering vormt voor onderhavig bestemmingsplangebied. Ook kan op grond van het bestemmingsplan "Bunderhof 2" kan geconcludeerd worden het risico dat gewasbeschermingsmiddelen en/of bestrijdingsmiddelen overwaaien naar het perceel de Bunderhof 2 zeer beperkt is. Analoge redenering leidt er toe dat dit eveneens voor onderhavig bestemmingsplangebied geldt.

Toelichting (concept)

37

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Figuur 5.2: Uitsnede bestemmingsplankaart (getoonde legenda bestemmingen niet uitputtend)

In de omgeving van het plangebied zijn verder geen bedrijven aanwezig die het beoogd initiatief belemmeren en vice versa. 5.2.2

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.3

Bodem

Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb): Niet saneren Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. Saneren Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient een saneringsplan te worden opgesteld en ingediend bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een BUS-melding. Na goedkeuring kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet.

Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas in werking treden, totdat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2. c. Wabo).

38

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Een onderzoeks- en saneringstraject heeft soms grote financiële consequenties voor de beoogde plannen. Enerzijds omdat de kosten van sanering hoog kunnen zijn, anderzijds omdat deze trajecten van grote invloed kunnen zijn op de planning. In het kader van de Grondexploitatiewet dienen deze kosten tijdig in kaart te worden gebracht. Het is daarom aan te bevelen reeds in een vroeg stadium van planvorming (historisch-) bodemonderzoek voor het hele plangebied uit te voeren. Bij de realisatie van ruimtelijke plannen is vaak grondverzet noodzakelijk. Dit grondverzet is middels het Besluit bodemkwaliteit aan regels gebonden. De gemeente Gouda beschikt over een vastgestelde bodemkwaliteitskaart en de bijbehorende Nota Bodembeheer. Uitgangspunt is dat de kwaliteit van her te gebruiken grond aansluit bij de functie ter plaatse. Alle grondverzet dient te worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit (www.meldgrond.nl). 5.3.1

Relatie tot het plangebied

De in overwegende mate vigerende bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' zijn reeds geschikt voor de functie die middels onderhavig bestemmingsplan mogelijk gemaakt dient te worden. Ten behoeve van de geplande herinrichting is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 toegevoegd. Resultaten Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond is bovendien matig humeus. De ondergrond bestaat voornamelijk uit sterk zandig veen. Onder de klinkerverharding aan de straatkant van het perceel is op 0,5 m -mv een betonplaat aangetroffen. Ter plaatse van één van de boringen (traject: 1,5 - 2,0 m -mv) is een zwakke oliegeur waargenomen. In het opgeboorde materiaal zijn verder zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik en lood. Ter plaatse van de bodemlaag met zwakke oliegeur is geen minerale olie aangetoond.

De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik en lood. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. 5.3.2

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn op het gebied van bodem.

5.4

Cultuurhistorie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten aanwezige cultuurhistorische waarden meegewogen worden in de besluitvorming. Vanaf 1 januari 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd bij het maken van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met cultuurhistorische waarden. Als gevolg hiervan is het van belang dat voorafgaand aan het maken hiervan de aanwezige cultuurhistorische waarden bekend zijn. Het relevante beleid is verder reeds toegelicht in § 4.4.5 Erfgoed, cultuurhistorie en archeologie. 5.4.1

Relatie tot het plangebied

In het plangebied zijn geen rijksmonumenten, gemeentelijk monumenten of monumentale bomen aanwezig en het maakt geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht. Zoals beschreven in paragraaf 4.4.5 Erfgoed, cultuurhistorie en archeologie is het plangebied wel gelegen in een gebied waar volgens de richtlijnen van de gemeente een cultuurhistorische analyse wordt gevraagd.

Toelichting (concept)

39

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Figuur 5.3: Uitsnede CHBK gemeente Gouda, plangebied bij benadering aangeduid. (bron: https://gis.gouda.nl/viewer/app/Cultuurhistorie_open)

Cultuurhistorische analyse Historische context van de locatie Langs de polder Bloemendaal werd in 1345 de Reeuwijkse wetering, de latere Breevaart, gegraven die samen met de Boskoper wetering (1352) en de Alpher wetering (1360) water uit de polders te Alphen, Zwammerdam, Boskoop, Waddinxveen en Reeuwijk richting IJssel afvoerde. Rond 1450 ontstonden problemen met die afwatering als gevolg van de verzanding van de rivier en de verdere klink van het veen. Door de verplaatste afwatering verloren de Reeuwijkse, Alphense en Boskoper weteringen, die op de Hollandse IJssel afwaterden, hun functie. Het gebied ten oosten van de Breevaart werd in de 17e eeuw uitgeveend (verveend), waarna de Reeuwijkse plassen ontstonden. De Zoutmansweg/Bodegraafsestraatweg liep vanaf de 15e eeuw van de Graaf Florisweg (voorheen de 'Oude Gouwe') in Gouda naar Bodegraven. Pas rond 1830 werd besloten het tot die tijd onverharde pad om te vormen tot een nieuwe verharde weg, de Tolweg Gouda, Reeuwijk, Bodegraven. Tegelijkertijd werd de Breevaart uitgediept en verbreed. Hierbij werd de Alphense wetering deels in de Breevaart opgenomen. De tolweg liep vanaf de Graaf Florisweg en de Bodegraafsestraatweg in Gouda via de Zoutmansweg en Raadhuisweg in Reeuwijk naar de (huidige) Wilhelminastraat, Burgemeester Le Coultresstraat en Goudseweg in Bodegraven.

De weg werd aangelegd tussen 1834 en 1839 en aangelegd met particulier geld. De beheerder was de Associatie tot aanleg van een weg en vaart tussen Bodegraven en Gouda. Vanaf 21 januari 1948 werd er niet langer tol geheven en in 1949 werd de weg eigendom van de gemeenten. Gevolgen planvorming In het kader van de planvorming heeft tussen gemeente en initiatiefnemer veelvuldig overleg plaats gevonden. Bij de uitwerking van het voorlopig ontwerp, dat door de gemeente akkoord is bevonden, is invulling gegeven aan de context van het historische lint. Hierbij is gekeken naar korrelgrootte van de bouwvolumes, doorzicht tussen de gebouwvolumes door naar het groen, de architectuur aan het historisch lint, het zadeldak, opgetilde begane grond en erker met balkon. De nieuwe bebouwing houdt voldoende afstand aan de voor- en achterzijde tot de weg en achterliggende recente bebouwing om de kenmerkende groene structuur van het historisch lint te behouden. De voorgevelrooilijn van de twee nieuwe appartementenvilla's en aangrenzende bestaande bebouwing verspringt trapsgewijs van voor naar achteren gezien vanaf de rechterkant indien georiënteerd vanaf de

40

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 Bodegraafsestraatweg. Kenmerkend vooral voor het historisch lint is de ritmiek en de massaopbouw van woongebouwen met flinke tussenruimten langs de Bodegraafsestraatweg. Om deze kenmerkende ritmiek en korrelgrootte te waarborgen wordt tussen de twee nieuwe appartementenvilla's zelf en de direct aangrenzende bestaande bebouwing circa 10 meter tussenruimte aangehouden tussen de hoofdvolumes. Op deze manier ontstaan ook hier de vrije doorzichten tussen en aan weerszijde van de twee nieuwe appartementenvilla's, die zo kenmerkend zijn voor het historisch lint. De twee appartementenvilla's hebben een min of meer identiek samengesteld hoofdvolume. Bij de rechter villa gezien vanaf de weg ligt het zadeldak van de rechterbeuk echter 1 meter lager om zo in hoogte mooi aan te sluiten op de hier gelegen rijtjeswoningen met garage. De architectonische uitwerking van de volumes is verschillend in kleur, materiaal, afmeting van ramen en detaillering geworden. Het project dat bestaat uit twee appartementenvilla's toont zich hierdoor als vier woonhuizen. 5.4.2

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.5

Externe veiligheid

Wettelijk kader Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico's op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico's. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico's zoveel mogelijk beperkt. Plaatsgebonden risico (PR) Als “harde” afstandseis voor externe veiligheid geldt een contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6), die wordt aangegeven als een afstand ten opzichte van de activiteit met gevaarlijke stoffen (risicobron). Binnen deze PR 10-6 contour mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Groepsrisico (GR) Afhankelijk van de aard van de risicobron is er sprake van een bepaald invloedsgebied. Binnen dit invloedsgebied moet worden onderzocht hoe groot de kans per jaar is dat een groep van ten minste 10 (zich binnen dit invloedsgebied bevindende) personen overlijdt ten gevolge van een ramp of zwaar ongeval met de betreffende risicobron.

De uitkomst van dit onderzoek geeft de hoogte van het GR weer en wordt uitgedrukt in een curve, waarbij als norm voor het GR een oriënterende waarde is vastgesteld. De hoogte van het GR moet door middel van een bestuurlijke afweging worden verantwoord. Als binnen het invloedsgebied (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden geprojecteerd, geldt ook voor de hiermee samenhangende toename van het GR een bestuurlijke verantwoordingsplicht. Visie Externe Veiligheid gemeente Gouda De Visie Externe Veiligheid geeft mede invulling aan de duurzame ontwikkeling van de stad. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. In deze visie staat de samenhang tussen ruimtelijke ordening, beheersbaarheid en verantwoording van risico's centraal. In het kader van deze visie is de hele stad beschouwd en voor alle soorten risico's op alle soorten locaties is een uniforme en consequente benadering geformuleerd. Op deze manier geeft Gouda concreet richting en uitwerking aan een veilige, integrale invulling van haar ruimtelijke ontwikkeling. Bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen geeft de visie planologische kaders voor de procedures. Waar nodig worden aan deze kaders voorwaarden gekoppeld die het risiconiveau beheersbaar houden of risico's uitsluiten.

Deze planologische kaders bieden vooraf duidelijkheid in de omgang met externe veiligheid in ruimtelijke procedures.

Toelichting (concept)

41

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

5.5.1

Relatie tot het plangebied

De beoogde ontwikkeling zelf is geen risicovolle activiteit. Voor de beoordeling van de risico's is de risicokaart geraadpleegd (zie onderstaande figuur). Op de risicokaart is te zien dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of inrichting waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt die een bedreiging kunnen vormen voor het beoogd woningbouwplan.

Figuur 5.4: Risicokaart, plangebied bij benadering met ster weergegeven (bron: risicokaart.nl)

Op grond van de risicokaart blijkt dat het plangebied op circa 1,1 kilometer van de Rijksweg A12, circa 1,0 kilometer van een buisleiding (kenmerk: W-501-01) en circa 2,0 kilometer van het spoor is gelegen. Plaatsgebonden risico Het plangebied aan de Bodegraafsestraatweg 163 is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6 per jaar) van de A12, noch het spoortraject zoals dat op bovenstaand figuur is weergegeven. Zo vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de ontwikkeling waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt. Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Op 1 april 2015 is het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden. Met de invoering van het Basisnet beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen

42

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Transport over de weg De Rijksweg A12 zoals hierboven weergeven is gelegen op meer dan 200 meter van het plangebied. Voor het bestemmingsplan "Bunderhof" (2017) direct ten westen van het plangebied, is een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Op grond van dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het transport van gevaarlijke stoffen ook plaatsvindt over de toekomstige Rondweg Reeuwijk-Brug en de Bodegraafsestraatweg. Uit de groepsrisicoberekening van het plan "Bunderhof" is af te leiden dat de planontwikkeling een verwaarloosbaar effect heeft op het groepsrisico. Het groepsrisico blijft kleiner dan 0,1-maal de oriënterende waarde. De verandering van het groepsrisico als gevolg van de planontwikkeling is verwaarloosbaar. Analoge redenering leidt ertoe dat het plan waar onderhavig bestemmingpslan ruimte aan biedt er niet toe leidt dat er sprake is van een overschrijding van het groepsrisico. Ten opzichte van de bestaande situatie worden planologisch gezien vijf woningen toegevoegd. De personendichtheid neemt zodoende zeer minimaal toe. Er is geen beperking voor het plangebied. Transport over het water Er liggen binnen 200 m van het plangebied geen vaarwegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

Er is geen beperking voor het plangebied. Transport over het spoor Ten zuiden van het plangebied (op minimaal 1,0 kilometer afstand) ligt het spoor Gouda – Utrecht. Over dit spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Dit traject valt onder het landelijke Basisnet spoor (landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen). Voor het Basisnet zijn per traject risicoplafonds vastgesteld. Uit de Regeling Basisnet (bijlage II) blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar (PR 10-6) ter hoogte van het plangebied 7 meter bedraagt, gerekend vanaf het midden van het spoor (spoorbundel). Deze PR 10-6 contour komt niet buiten het spoorbed en levert dus geen beperkingen op voor het plangebied. Ook het plasbrandaandachtsgebied (30 meter vanaf het spoor) levert geen beperkingen op voor het plangebied. Conform het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' moet bij ruimtelijke plannen binnen 200 meter van transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd het groepsrisico worden beschouwd. Het plangebied ligt hierbuiten, zodat een verantwoording van het groepsrisico achterwege kan worden gelaten. 5.5.2

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.6

Flora en fauna

Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet (soortenbescherming), de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming, Natura-2000 Natuurnetwerk Nederland) en de Boswet. Met inwerkingtreding van de Wnb is de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden in één wet geregeld. De bevoegdheden zijn daarmee van het Rijk overgedragen naar de provincie. Gedeputeerde Staten van de provincies zijn vanaf 1 januari het bevoegde gezag voor de Wnb. In het verordeningsbesluit van de uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland 2016 is opgenomen dat een aantal beschermde soorten vrijgesteld zijn van de ontheffingsplicht. 5.6.1

Relatie tot het plangebied

In het kader van soortenbescherming en gebiedsbescherming zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Soortenbescherming In het kader van flora en fauna is een ecologische quickscan uitgevoerd door Van der Goes en Groot. De rapportage is als bijlage 2 opgenomen. Uit de quickscan kan geconcludeerd worden dat gezien de uitgevoerde toetsing, van de grondgebonden zoogdieren alleen de vrijgestelde soorten verblijvend aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte vrijgestelde soorten hoeft geen ontheffing te worden Toelichting (concept)

43

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door overige vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus, Ransuil, Sperwer, Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Voor een incidenteel voorbij komende Steenmarter wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de beperkte kwaliteit van het plangebied, de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soort.

Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Voor een incidenteel voorbij komende Groene glazenmaker, Grote vos of Ringslang wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de beperkte kwaliteit van het plangebied, de grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten. Gebiedsbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming (bijlage 2 bij dit bestemmingsplan) volgt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied is verder niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein) bevindt zich op circa 2 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen en De Haeck, bevindt zich op circa 10 kilometer afstand ten noorden van de onderzoekslocatie.

Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de voorgenomen sloop en nieuwbouw op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek ten aanzien van stikstof wordt daarom noodzakelijk geacht.

44

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163

Figuur 5.5: Uitsnede quickscan flora fauna, plangebied ten opzichte van beschermde natuur.

Ten behoeve van het plan is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De rapportage is als bijlage 3 toegevoegd. Voor zowel de aanleg- als gebruiksfase blijkt dat de maximale projectbijdrage 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. 5.6.2

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor het plan.

5.7

Geluid

Wettelijk kader Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. 5.7.1

Relatie tot het plangebied

Om in kaart te brengen in hoeverre gesproken kan worden van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen het plangebied, is akoestisch onderzoek uitgevoerd door Cauberg Huygen. Het rapport is als bijlage 4 toegevoegd. Het plangebied is gelegen binnen de geluidszone van de Bodegraafsestraatweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens de invloed van de nabij gelegen 30 km/uur wegen inzichtelijk gemaakt (Doggerbankslaan). Uit de berekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van het wegverkeer op de Bodegraafsestraatweg wordt overschreden bij beide bouwblokken. De hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt 60 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt nergens overschreden. Er zijn derhalve ook geen dove gevels nodig. Vanwege het wegverkeer op de omliggende 30 km/uur wegen is geen sprake van een verhoogde geluidbelasting. Er wordt een hogere waarde van 60 dB Lden vanwege het wegverkeer op de Bodegraafsestraatweg aangevraagd. In het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal aanvullend onderzoek naar de

Toelichting (concept)

45

bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 gevelgeluidwering worden uitgevoerd. 5.7.2

Conclusie

Op basis van het ontwerp beschikken alle appartementen over een geluidluwe achtergevel, waaraan meerdere verblijfsruimte en een buitenruimte is gelegen. Hiermee voldoet het plan aan het gemeentelijk geluidbeleid. Er zullen ten behoeve van het plan hogere waarden worden aangevraagd. In het kader van de omgevingsvergunning activiteit bouwen zal nader onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidwering van de gevel en getoetst aan de eisen conform artikel 3.1 t/m 3.3 uit het Bouwbesluit. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het initiatief waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt.

5.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). AMvB 'niet in betekenende mate' In het Besluit NIBM en de bijbehorende ministeriële Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van 'niet in betekende mate' is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit.

De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof en stikstofdioxide, zoals kinderen, ouderen en zieken. Om deze reden stelt het Besluit onderzoekszones in. Onder gevoelige bestemmingen in het kader van luchtkwaliteit zijn categorieën zoals kinderopvang, basisonderwijs en verzorgingstehuizen aangewezen. 5.8.1

Relatie tot het plangebied

AMvB NIBM In onderhavig geval worden niet meer dan 1.500 woningen gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en daarmee niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Besluit gevoelige bestemmingen Binnen de beoogde ontwikkeling worden woningen gerealiseerd, er worden geen gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Ook om deze reden is een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek niet nodig (met uitzondering van stikstofdepositie, zie §5.6 Flora en fauna). Wel is hier in het kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht voor nodig. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening, is het wenselijk om een goed woon- en leefklimaat te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=ef8e01e5-6272-4e9b-9b70-f35d84f5038c