2. Bodegraafsestraatweg 163 obp Toelichting
Tekst van het document
Bodegraafsestraatweg 163
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding planherziening 1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied 1.3 Bij het plan behorende stukken 1.4 Leeswijzer
4 4 4 5 6
Hoofdstuk2 Gebiedsbeschrijving 2.1 Ontstaansgeschiedenis
7 7
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Bodegraafsestraatweg Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing
10 10
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie
13 13 15 22 23 34
Hoofdstuk5 Omgevingsaspecten 5.1 Archeologie 5.2 Bedrijven en milieuzonering 5.3 Bodem 5.4 Cultuurhistorie 5.5 Externe veiligheid 5.6 Flora en fauna 5.7 Geluid 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Verkeer en parkeren 5.10 Water 5.11 Milieueffectrapportage
35 35 36 38 39 41 43 45 46 47 48 50
Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Juridische planbeschrijving 6.2 Regels 6.3 Verbeelding
53 53 53 55
Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
56 56 56
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
59 60 118 165 209
2
Verkennend bodemonderzoek Quickscan flora en fauna Stikstofdepositieberekening Akoestisch onderzoek
Inhoudsopgave (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Toelichting
Toelichting (concept)
3
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding planherziening
Aan de Bodegraafsestraatweg 163 te Gouda staat een leegstaande villa uit de jaren tachtig. De bebouwing bestaat uit o.a een woonruimte en en kantoor- en wellnessruimte op een perceel eigen rond van circa 4.000 m². De villa wordt, na jaren leegstand, gesloopt. Het plan dat middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, betreft de realisatie van twee nieuwe appartementenvilla's, elk met drie appartementen. De bouwblokken zullen bestaan uit drie bouwlagen met daaronder een halfverdiepte parkeergarage. Het geldende bestemmingsplan "Plaswijck" (2010) laat de beoogde ontwikkeling niet toe, waardoor een herziening daarvan noodzakelijk is. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Bodegraafsestraatweg 163 te Gouda en grenst aan Reeuwijk-Brug. Ten oosten is de Bodegraafsestraatweg gelegen met aan de overzijde hiervan de Breevaart en de plas Elfhoeven, behorende bij de Reeuwijkse Plassen. Verder wordt het plangebied omsloten door woningen ten zuiden, de Doggersbanklaan en woningen ten westen en woningen en een tuinders-, c.q. kassengebied ten noorden. Het plangebied is kadastraal bekend onder nummer 7222, sectie M van de kadastrale gemeente Gouda.
Figuur 1.0: Ligging plangebied/projectlocatie (bron luchtfoto: PDOK 2020 Qgis eigen bewerking)
Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan "Plaswijck" geldend. Het bestemmingsplan is op 9 september 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Gouda. Binnen het plangebied gelden een vijftal enkelbestemmingen, te weten: Wonen;
4
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 Kantoor; Tuin; Verkeer; Water. Binnen de bestemming 'Wonen' geldt een bouwvlak met een maximale bouw- en hoogte van 14 en 8 meter. Binnen de bestemming 'Kantoor' geldt een bouwvlak met een maximale bouw- en hoogte van 7 en 4 meter. Tot slot geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.
Figuur 1.1: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Plaswijck" (2010).
Binnen de van kracht zijnde enkelbestemming 'Kantoor', zijn woningen niet toegestaan. Daarnaast past de beoogde bebouwing niet binnen de kaders van de bouwregels van het vigerend bestemmingsplan. De woningbouwontwikkeling van zes woningen is strijdig met de regels uit het bestemmingsplan "Plaswijck". In dit kader is onderhavig bestemmingsplan opgesteld, om de ontwikkeling mogelijk te maken. Ter plaatse van het plangebied is eveneens de "Parapluherziening Parkeren", vastgesteld op 21 november 2018, van kracht. Hier wordt nader op ingegaan onder het aspect parkeren in paragraaf 5.9 Verkeer en parkeren. Ook is het bestemmingsplan "Parapluplan Wonen", vastgesteld op 1 juni 2022 geldend en bovendien geldt het bestemmingsplan "Darkstores" (vastgesteld op 12 april 2023 en "Hyperscale en datacenters"(vastgesteld 8 november 2022). Het parapluplan "Darkstores" is bedoeld om flitsbezorgsupermarkten met zgn. darkstores te reguleren. Aangezien flitsbezorgsupermarkten niet beoogd zijn in het plangebied, vormt dit geen belemmering.
1.3
Bij het plan behorende stukken
Voorliggend bestemmingsplan 'Bodegraafsestraatweg 163' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
Toelichting (concept)
5
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan is opgebouwd conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) en de binnen de gemeente Gouda gehanteerde standaard. Hoofdstuk 1 tot en met 3 gaan in op de huidige en toekomstige situatie binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 komt het relevante beleid aan de orde en in hoofdstuk 5 worden de omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 6 en 7 wordt ingegaan op de wijze waarop het beoogde initiatief in dit bestemmingsplan mogelijk is gemaakt en wordt de uitvoerbaarheid besproken.
6
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsbeschrijving
Ontstaansgeschiedenis
Gouda algemeen Gouda is ontstaan op de plaats waar de rivier de Gouwe uitmondde in de Hollandsche IJssel. De Gouwe is van oorsprong een rivier die zorgde voor de afvoer van water uit het veengebied tussen de Hollandsche IJssel en de Oude Rijn. De huidige loop van de Hollandsche IJssel is in de Romeinse tijd gevormd, over de Gouwe is minder bekend. Ten tijde van het ontstaan van de stad Gouda zal de Gouwe ongeveer zijn huidige loop door de stad al hebben gehad. De Haven is niet de oorspronkelijke Gouwemond, maar een kunstmatige verbinding naast de oude Gouweloop (langs de huidige Spieringstraat). Omgeving Aan de noordwestzijde van het plangebied bevindt zich de wijk Bundershof fase 1 (te Reeuwijk) en ten westen fase 2 (te Gouda). Fase 2 van Bunderhof grenst aan de woonwijk Plaswijck. De wijk Plaswijck is de meest noordelijke wijk van de stad Gouda. De wijk is te typeren als een jaren zeventig wijk met veel sociale woningbouw. Tevens bevinden zich ten noorden aaneengesloten eengezinswoningen en een gebied dat bebouwd is met kassen en tuindersgronden. Onderstaand figuur betreft een weergave vanaf de Doggersbanklaan, waarop zowel de woningen ten noorden van het plangebied, de tuindersgronden, de woningen Bunderhof en het plangebied zichtbaar zijn.
Figuur 2.0: Weergave vanaf de Doggerbankslaan (bron: google.maps.nl).
Aan de zijde van de wijk Plaswijck bevinden zich met name aaneengebouwde eensgezinswoningen, welke met de achterkanten naar het water zijn georiënteerd. Tussen het plangebied en Bundershof is de Doggersbanklaan gelegen. Aan de oostzijde van het plangebied is de Bodegraafsestraatweg (N 459) gelegen. De Bodegraafsestraatweg maakt onderdeel uit van het historische lint de Zoutmansweg/ Bodegraafsestraatweg. Deze weg liep al vanaf de 15e eeuw van de Graaf Florisweg in Gouda naar Bodegraven. Toelichting (concept)
7
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Langs de Bodegraafsestraatweg ligt de Breevaart met daarachter de plas Elfhoeven, behorende bij de Reeuwijkse plassen. Tussen de oostzijde van het plangebied en de woningen van Bunderhof fase 2 ligt een watergang. Bestaande situatie Ter plaatse van het plangebied, op de rand van Gouda en Reeuwijk bevindt zich de te slopen villa.
Figuur 2.1: Weergave bestaande situatie.
8
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 Figuur 2.2 Weergave bestaande situatie.
De bestaande locatie beschikt over een oplopend talud dat leidt tot een 1.40 meter opgetild maaiveld ter plaatse van het hoofdgebouw. Deze ophoging zorgt op de begane grond voor een wijds uitzicht over de plassen zonder last te hebben van de doorgaande weg. Door het toepassen van groene hagen wordt het verkeer zelfs voor het grootste gedeelte uit het zicht genomen. De achterzijde van het terrein is groen en besloten. Door grote hagen wordt het zicht vanuit, en op, de woningen aan de Doggersbanklaan geblokkeerd. Het parkeren gebeurt momenteel met een grote parkeerplaats aan de voorzijde van het terrein, gekoppeld aan de doorgaande weg. De bestaande situatie van het perceel (4.085 m2) is als volgt: 400 m2 water; 775 m2 bebouwd; 1.300 m2 tuin/gras/groen; 1.610 m2 verhard/bestraat/grind.
Figuur 2.3: Weergave vogelvlucht bestaande situatie.
Toelichting (concept)
9
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1 Bodegraafsestraatweg Stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing Historisch lint Langs de polder Bloemendaal werd in 1345 de Reeuwijkse wetering, de latere Breevaart, gegraven die samen met de Boskoper wetering (1352) en de Alpher wetering (1360) water uit de polders te Alphen, Zwammerdam, Boskoop, Waddinxveen en Reeuwijk richting IJssel afvoerde. Rond 1450 ontstonden problemen met die afwatering als gevolg van de verzanding van de rivier en de verdere klink van het veen. Door de verplaatste afwatering verloren de Reeuwijkse, Alphense en Boskoper weteringen, die op de Hollandse IJssel afwaterden, hun functie. Het gebied ten oosten van de Breevaart werd in de 17e eeuw uitgeveend (verveend), waarna de Reeuwijkse plassen ontstonden. De Zoutmansweg/Bodegraafsestraatweg liep vanaf de 15e eeuw van de Graaf Florisweg (voorheen de 'Oude Gouwe') in Gouda naar Bodegraven. Pas rond 1830 werd besloten het tot die tijd onverharde pad om te vormen tot een nieuwe verharde weg, de Tolweg Gouda, Reeuwijk, Bodegraven. Tegelijkertijd werd de Breevaart uitgediept en verbreed. Hierbij werd de Alphense wetering deels in de Breevaart opgenomen. De tolweg liep vanaf de Graaf Florisweg en de Bodegraafsestraatweg in Gouda via de Zoutmansweg en Raadhuisweg in Reeuwijk naar de (huidige) Wilhelminastraat, Burgemeester Le Coultresstraat en Goudseweg in Bodegraven.
De weg werd aangelegd tussen 1834 en 1839 en aangelegd met particulier geld. De beheerder was de Associatie tot aanleg van een weg en vaart tussen Bodegraven en Gouda. Vanaf 21 januari 1948 werd er niet langer tol geheven en in 1949 werd de weg eigendom van de gemeenten. Villa familie De Wit Op de rand van Gouda en Reeuwijk ligt de villa uit de jaren tachtig die gebouwd is voor de familie De Wit, destijds oprichter en ondernemer van de Witte Prijzenhal. Aan de voorzijde van de locatie, de oostzijde, loopt de Bodegraafsestraatweg die onderdeel uitmaakt van het historische lint de Zoutmansweg/ Bodegraafsestraatweg. Nadelen bestaande situatie Kenmerkend voor het historisch lint is de ritmiek met flinke tussenruimten. Omdat het huidige volume (de voormalige villa met kantoor van de familie De Wit) groot is en ook evenwijdig aan de straat staat, blokkeert het hier de typerende vrije doorzichten langs het lint tussen de bebouwing door. De twee nieuwe volumes met tussenruimte, zoals nu gemaakt gaan worden, zijn dan ook beter op zijn plaats zijn hier. Het parkeren voor de bewoners wordt opgelost, uit het zicht, in een parkeerkelder. Hier bevinden zich ook de bergingen en het fietsparkeren. Er zullen 12 (2 parkeerplekken per appartement) gemaakt worden in de nieuwe situatie.
Er wordt aanvullend hierop een informeel half verhard voorrijpad direct achter de muur met haag aan de Bodegraafsestraatweg opgenomen, waar bezoek en bezorgsdiensten tijdelijk kunnen parkeren. Het terrein direct aansluitend aan de Bodegraafsestraatweg is opgehoogd en loopt nu 1.40 meter op richting de entree van de woning. Dit terrein is atypisch voor het historisch lint. De gemeente heeft verzocht het terrein aan de voorzijde weer naar het oorspronkelijke niveau van de Bodegraafsestraatweg te brengen. Het talud komt dan meer naar achteren tussen de nieuwe woongebouwen te liggen om het hoogte verschil tussen voor- en achtertuin op te lossen. Kwaliteiten bestaande situatie Vanaf de voorzijde van het perceel is er uitzicht op de Reeuwijkse Plassen. Aan de achterzijde van de locatie ligt een grote, rustige en ruim opgezette tuin. De kavel is aan de voorzijde gericht op zonsopkomst. De achterzijde, met de diepe tuin is gericht op de avondzon.
10
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
De achterzijde van het terrein is groen en besloten. Door grote hagen wordt het zicht vanuit de woningen aan de Doggersbanklaan ontnomen op de tuin en de woningen. De woningen aan de Doggersbanklaan hebben ook nauwelijks zicht op de nieuwbouw door het hoge bestaande groen. Aan deze achterzijde behoud men veel privacy. De kavel is gelegen direct aan de Bodegraafsestraatweg en vanaf hier is men relatief snel in het centrum van Gouda. Ook is de snelweg A12 nabij. Ontwerpuitgangspunten nieuwbouw De zes appartementen zijn circa 200 m² groot, opgenomen in twee volumes in de vorm van twee appartementenvilla's. Elke villa bestaat uit een samengesteld volume, dat bestaat uit een plint van 1 meter hoog, twee woonlagen en een penthouse dat is opgenomen in de samengestelde zadeldaken. Deze daken liggen onder een hellingshoek van 50 graden. De nieuwe bebouwing houdt voldoende afstand aan de voor- en achterzijde tot de weg en achterliggende recente bebouwing om de kenmerkende groene structuur van het historisch lint te behouden. De voorgevelrooilijn van de twee nieuwe appartementenvilla's en aangrenzende bestaande bebouwing verspringt trapsgewijs van voor naar achteren gezien vanaf de rechterkant als je staat op de Bodegraafsestraatweg. Kenmerkend vooral voor het historisch lint is de ritmiek en de massaopbouw van woongebouwen met flinke tussenruimten langs de Bodegraafsestraatweg.
Om deze kenmerkende ritmiek en korrelgrootte te waarborgen houden we daarom tussen de twee nieuwe appartementenvilla's zelf en de direct aangrenzende bestaande bebouwing circa 10 meter tussenruimte aan bij de hoofdvolumes. Op deze manier ontstaan ook hier de vrije doorzichten tussen en aan weerszijde van de twee nieuwe appartementenvilla's, die zo kenmerkend zijn voor het historisch lint. Het parkeren is in een verdiepte parkeergarage onder de twee villa's voorzien. De parkeergarage is aan de voorzijde deels opgenomen in de plint van de villa's en aan de achterzijde volledig verzonken in de voor een deel verhoogde tuin die hier al ligt. Hiermee wordt de bovengenoemde groenstructuur van het historisch lint zo min mogelijk verstoord. De architectuur van de twee appartementenvilla's is passend in de karakteristiek van het historisch lint, heeft een samengesteld zadeldak met overstekken en veel aandacht voor ambachtelijke details. De twee appartementenvilla's hebben een min of meer identiek samengesteld hoofdvolume. Bij de rechter villa gezien vanaf de weg ligt het zadeldak van de rechterbeuk echter 1 meter lager om zo in hoogte mooi aan te sluiten op de hier gelegen rijtjeswoningen met garage. Ook is de architectonische uitwerking van de volumes verschillend. De twee volumes tonen zich op deze manier in kleur en architectonische uitwerking als vier woningen.
Balkons worden gedeeltelijk inpandig opgenomen. Elk appartement heeft zowel zicht met buitenruimtes op de plas als op de achtertuin. Alle fietsenbergingen worden in de kelder opgenomen. De twee villa's hebben duidelijk naar de weg gekeerde entrees, die voor een goede toegankelijkheid op het niveau van het maaiveld liggen. De voortuin wordt afgegraven en komt weer op het niveau van de Bodegraafsestraatweg te liggen. De achtertuin blijft met zijn niveauverschillen, bestaande bomen en hagen zoveel mogelijk behouden. Zonnepanelen worden in de daken geïntegreerd. In de gevel zullen vleermuis-, mussen- en zwaluwkasjes geïntegreerd worden. Ook worden er amfibie- & bijenstenen toegepast. Het terrein wordt gekenmerkt door een duidelijke voor- en achterzijde, ieder met een eigen karakter. Tussen deze twee zijden wordt een nieuwe, groene inrichting met flauw slingerende paden gerealiseerd.
Toelichting (concept)
11
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Figuur 3.0 Impressie gezien vanaf de Bodegraafsestraatweg
Figuur 3.1: Vogelvlucht vanuit het zuidoosten.
12
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, regionaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven kunnen niet los van elkaar worden opgelost maar moten in samenhang bekeken worden. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. 4.1.1.1 Relatie tot het plangebied De Nationale Omgevingsvisie heeft een hoog abstractieniveau en bevat zodoende alleen concreet beleid Voor een achttal, middels een zorgvuldig selectieproces aangewezen, NOVI-gebieden (zoals de havengebieden van Rotterdam en Amsterdam). Passend bij de NOVI-prioriteiten is het Rijk van plan in deze specifieke gebieden een extra impuls te geven aan grote transities en extra steun te geven aan de aanpak van grote, integrale fysieke opgaven die belangrijk zijn voor Nederland.
Het gebied waar dit bestemmingsplan op ziet, betreft niet één van de door het Rijk aangewezen gebieden en kent vanuit de NOVI derhalve geen concreet beleid. Dit bestemmingsplan biedt wel de ruimte voor een ontwikkeling waarbij een bijdrage kan worden geleverd aan onder meer het versterken en verduurzamen van de woningvoorraad binnen de gemeente Gouda. 4.1.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI, die gekenmerkt wordt door een hoog abstractieen schaalniveau. De kenmerken van het bouwplan zijn in lijn met de beleidskeuzen en de bijbehorende prioritering. Het beoogde plan levert bovendien een bijdrage aan enkele relevante nationale belangen. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 1 december 2020, voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, kustfundament en buisleidingen van nationaal belang. 4.1.2.1 Relatie tot het plangebied Net als de NOVI kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. 4.1.2.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met het Barro.
Toelichting (concept)
13
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
4.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) / Ladder voor duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze Ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. De Ladder schrijft niet voor wanneer en waar wel of niet gebouwd mag worden, maar vraagt om een goede afweging van belangen, zodat onder andere voorkomen wordt dat er voor leegstand wordt gebouwd. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Het artikel luidt als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. 4.1.3.1 Relatie tot het plangebied Volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 lid 2 Bro dient voor het toepassen van de Ladder sprake te zijn van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Een 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Bro gedefinieerd als "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Dit bestemmingsplan 'Bodegraafsestraatweg 163' voegt een woonprogramma toe, van zes appartementen. Het plan is hiermee niet Ladderplichtig, maar nut en noodzaak van het initiatief dat onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt dient wel aangetoond te worden. Voor de gemeente Gouda geldt dat de Regionale Agenda Wonen (RAW) het vertrekpunt is voor de verdere fasegewijze uitwerking tot een regionale woonvisie, het regionale kader voor het woonbeleid. De RAW Midden-Holland is eind 2019 vastgesteld en gaat in op behoud en versterking van de diversiteit aan woonmilieus in de regio Midden-Holland. Als uitwerking van de RAW Midden-Holland geeft de bestaande Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) Midden-Holland inzicht in de actuele woningbouwplannen van de gemeenten in de regio Midden-Holland. De regio Midden-Holland heeft een grote aantrekkingskracht, met als gevolg dat het aantal huishoudens zal gaan stijgen. In de RAW wordt de woningbouwopgave gebaseerd op de regionale woningbehoefte op basis van prognoses. De bovenregionale vraag is hierin niet meegenomen.
Naar verwachting zal het aantal huishoudens in de regio stijgen van ruim 95.000 in 2015 naar bijna 106.000 in 2025 (+11.000) en 110.000 in 2030 (+4.000). In 2016 telde de regio bijna 100.000 huishoudens, wat maakt dat er nog een groei van zo’n 10.000 huishoudens tot 2030 wordt verwacht. Een deel van de groei van de huishoudens valt te verklaren door vergrijzing en individualisering. De groei vindt grotendeels plaats in de gemeenten Zuidplas, Waddinxveen, Gouda en Bodegraven-Reeuwijk. De regio Midden-Holland kent met de nog noodzakelijke bouw van circa 10.000 woningen een grote woningbouwopgave tot 2030. De geprognotiseerde woningbouwopgave voor de gemeente Gouda betreft circa 5.000 woningen in de periode 2015-2030. Gezien de bestaande achterstand en de toekomstige vraag is het verhogen van de bouwproductie in de regio op korte termijn noodzakelijk. Het plan biedt ruimte aan de realisatie van zes appartementen en er kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling voorziet in zowel een kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte. 4.1.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het Bro.
14
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
4.2
Provinciaal beleid
De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. 4.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie van Zuid-Holland, in werking getreden op 15 maart 2022, biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. In de Omgevingsvisie is het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. In de Omgevingsvisie is om die reden geen eindbeeld opgenomen, maar zijn de maatschappelijke opgaven uitgewerkt in zeven vernieuwingsambities. Deze ambities gelden als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7.
Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. De provincie zet in op deze ambities met als doel bij te dragen aan een betere leefomgeving binnen de provincie grenzen. Beleid ruimtelijke kwaliteit Als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving stuurt de provincie op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Deze zijn uitgewerkt in gebiedsprofielen op gebiedsniveau. Zij bieden een gebiedsspecifieke handreiking bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden hiermee handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
In onderstaande figuur is de wijze waarop de provincie hier onderscheid in maakt nader toegelicht.
Toelichting (concept)
15
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Figuur 4.0: Soorten ontwikkelingen (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland)
4.2.1.1 Relatie tot het plangebied De beoogde ontwikkeling betreft een inpassing, omdat er sprake is van een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het stedelijk gebied. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Aan de richtpunten wordt voldaan, zoals hieronder nader toegelicht. De voorgenomen woningbouwontwikkeling is passend bij de aard en schaal van het gebied. Het plangebied waar onderhavig bestemmingsplan betrekking op heeft is niet gelegen binnen een gebiedsprofiel, maar grenst wel aan de 'Gouwe Wiericke'. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen binnen het gebied 'Veencomplex - Veen'. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Deze laag is niet van toepassing voor het plangebied, maar grenst hier wel aan. Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen binnen het gebied stads- en dorpsranden, steden en dorpen en bouwwerken voor energie-opwekking.
16
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Figuur 4.1: Uitsnede kwaliteitskaart 'Laag van stedelijke occupatie'.
Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Steden kenmerken zich als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Richtpunten zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met "zwaartepunten" in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van zes appartementen binnen het bestaand stedelijk gebied in de directe nabijheid van omliggende woningen. Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe
Toelichting (concept)
17
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Richtpunten bij 'Bouwwerken voor energieopwekking' zijn: Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. De richtpunten hebben gezien de kleinschalige omvang van de ontwikkeling geen doorwerking. Er worden geen bouwwerken voor energieopwekking gerealiseerd. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de provinciale kwaliteitskaart. Laag van de beleving Deze laag is niet van toepassing. Het plan kan beschouwd worden als een inpassingsontwikkeling aangezien bestaande structuren en kwaliteiten van de omgeving niet tot nauwelijks veranderen. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Bij de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied wordt aan de van toepassing zijnde relevante richtpunten voldaan. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met het provinciaal beleid en past het plan binnen de provinciale Omgevingsvisie.
Paragraaf 7.1.4 Optimaal benutten en beheren van de bodem en ondergrond In de Omgevingsvisie wordt tevens de beleidskeuze beschreven dat de provincie het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem en de ondergrond, zowel door middel van haar eigen beleid als door het beïnvloeden van dat van andere overheden bevordert. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodem-grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond. De provincie zet voor deze beleidskeuze in op: het optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond; het beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem; de nazorg van stortplaatsen in het kader van de Wet Milieubeheer. Bodem- en grondwaterverontreinigingen zijn een risico voor mensen en biodiversiteit. Een goede chemische bodemkwaliteit is de basis voor een gezonde leefomgeving en een voorwaarde voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen in een gebied. In paragraaf 5.3 Bodem van voorliggend plan wordt nader ingegaan op de bodemkwaliteit van het plangebied. Hieruit blijkt dat er, milieuhygiënisch gezien, geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied. 4.2.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie. 4.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Per 1 april 2019 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. Deze verordening is in augustus 2021 geconsolideerd en een herziening is op 16 juni 2021 vastgesteld. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Voor voorliggend plan is met name afdeling '6.2 Bestemmingsplannen' van de omgevingsverordening van belang. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2.
Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals
18
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a.
duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10.
Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote
Toelichting (concept)
19
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Stedelijke ontwikkelingen Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Voor de onderbouwing van de actuele behoefte wordt verwezen naar paragraaf 4.1.3 van voorliggend plan. Relatie tot het plangebied De ontwikkeling betreft een stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.
Ruimtelijke kwaliteit Het huidige ruimtelijk kwaliteitsbeleid richt zich vooral op het landelijk gebied. De verbinding tussen stad en land is echter een aandachtspunt dat ook middels een sterker samenhangend ruimtelijk kwaliteitsbeleid een impuls kan krijgen. Met de verdichtingsopgave en de verstedelijkingsstrategie die de provincie heeft, is het van belang dat die verstedelijking integraal plaats vindt, vanuit het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Het voorgaande betekent dat het stedelijk landschap een duidelijke plek krijgt in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid, eveneens met bijbehorende richtpunten. De richtpunten zijn ingedeeld naar de sturende driedeling: in acht nemen, rekening houden met en betrekken bij. Hiermee kan de provincie vooral sturen op hoe een ontwikkeling een plek krijgt (en dus niet op of en waar een ontwikkeling een plek krijgt). In ieder geval gelden een aantal algemene richtpunten: De meeste verstedelijkte landschappen zijn niet meer kenmerkend door het onderliggende landschapstype, maar door de tijdsgeest waarin de stedenbouwkundige structuur ontworpen is. Onderliggende landschapskenmerken en cultuurhistorische elementen en - lijnen in het stedelijk weefsel maken de steden uniek en 'leesbaar'. Zij helpen bij de oriëntatie. Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp.
Het bundelen van economische kansen rondom toplocaties en tegelijkertijd het beter benutten van bestaande werklocaties voor een divers portfolio aan werk- en woonmilieus met oog op functiemenging en ruimte voor bedrijvigheid in de stad.
20
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het tegengaan van bodemdaling. Daarnaast zijn er specifieke richtpunten, waarbij de volgende specifiek op onderhavig project van toepassing zijn: Verstedelijking vindt vooral binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) en binnen invloedsgebied van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) plaats. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de stedelijke groenblauwe structuur. Daarbij gaat het ook om de recreatieve kwaliteit en de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de biodiversiteit. Aan artikel 6.9 en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit voor het stedelijk landschap dient te worden voldaan. Omdat in onderhavige situatie sprake is van een ontwikkeling die naar aard en schaal past binnen de identiteit van de omgeving, is ook onder het nieuwe regime sprake van 'inpassen'. Een dergelijke ontwikkeling heeft in beginsel een beperkte ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarmee om geen of weinig provinciale inmenging. Daarnaast is er binnen het plan oog voor duurzaamheid, klimaatadaptie en biodiversiteit.
Die aspecten worden in navolgende paragrafen behandeld en beschouwd. Verstedelijking Uitgangspunt van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is dat gebouwd wordt naar behoefte. De provincie streeft ernaar dat aanbod en vraag, zoals in kwantitatieve als in kwalitatieve zin met elkaar in overeenstemming zijn. Regionale afstemming is hierbij nodig. Vanuit een oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik is het ongewenst nieuwe ontwikkelingen toe te laten als sprake is van overaanbod. De ladder voor duurzame verstedelijking komt aan bod in paragraaf 4.1.3. Gebleken is gebleken dat een grote behoefte bestaat aan nieuwe woningen binnen de regio en meer specifiek binnen de gemeente Gouda, waartoe het plangebied behoort. Dat betekent dat er vanuit de provincie in zijn algemeenheid geen beperkingen worden opgelegd aan voorgenomen woningbouwontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat het provinciaal beleid niet aan vaststelling van het plan in de weg staat. Optimalisatie woningbouwplannen In de Omgevingsverordening worden nieuwe regels opgenomen over de dichtheid en verscheidenheid van woningbouw, parkeernormen voor sociale huurwoningen en parkeernormen voor stationsomgevingen. De provinciale parkeernormen geldt niet voor gemeenten die zelf al specifiek parkeerbeleid hebben vastgesteld, gebaseerd op eigen data over de lokale situatie en eigen overwegingen.
De gemeente Gouda kent specifiek parkeerbeleid. Hierop wordt in paragraaf 5.9 nader op ingegaan. De opgenomen parkeernorm in de nieuwe Omgevingsverordening is gelet op voorgaande niet van toepassing. In onderhavige toelichting bij het bestemmingsplan is in paragraaf 4.1.3 De Ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Zoals reeds is geconstateerd, past de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet het aan de richtpunten. Hiermee wordt voldaan aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Er is namelijk sprake van een inpassingsontwikkeling, omdat de ontwikkeling past binnen de gebiedsidentiteit (binnen bestaand stads en dorpsgebied en grenzend aan een bestaande woonwijk en winkelcentrum). Op grond van artikel 6.27a van de omgevingsverodening (Risico's van klimaatverandering) geldt dat in een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte
alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. In paragraaf 5.10 Water wordt nader ingegaan op wateroverlast, hitte en droogte. Tevens wordt in
Toelichting (concept)
21
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 paragraaf 4.4.10 het aspect duurzaamheid nader beschouwd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan in lijn is met de Omgevingsverordening Zuid - Holland. 4.2.3
Convenant Klimaatadaptief bouwen
De provincie Zuid-Holland heeft een bouwopgave van 100.000 nieuwe woningen tot 2025. Deze grote bouwopgave biedt de kans om deze woningen klimaatbestendig te ontwikkelen en hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen. De provincie heeft daarom in 2018 procesafspraken gemaakt met overheden, organisaties en marktpartijen in het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Één van de convenantafspraken is het ontwikkelen van een instrumentarium om de klimaatbestendigheid van nieuwbouw te beoordelen en te bevorderen. Dit is een complex en meerjarig traject. In het convenant is afgesproken om in afwachting van de resultaten van dit instrumentarium alvast een 'Minimaal Programma van Eisen' te ontwikkelen. Dit Programma is bedoeld als voorlopige maatregel om de nieuwbouwplannen die in de komende jaren ontwikkeld worden klimaatbestendig in te richten. Het doel van het Programma van Eisen is het opstellen van praktische eisen die partijen in de provincie Zuid-Holland kunnen gebruiken om op korte termijn klimaatbestendig te ontwikkelen. 4.2.3.1 Relatie tot het plangebied Gouda zich aangesloten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
Met de ondertekening van het convenant, heeft Gouda zich gecommitteerd om klimaatadaptief bouwen tot het nieuwe normaal te verheven. Het convenant bestaat uit een aantal producten zoals een Leidraad ter ondersteuning voor beleidsontwikkeling en een Programma van Eisen met handvatten voor nieuwe ontwikkelingen. In het kader van de beoogde ontwikkeling, dient dan ook voldaan te worden aan de praktische eisen die gesteld worden om klimaatbestendig te ontwikkelen. 4.2.3.2 Conclusie In paragraaf 4.4.10 wordt nader ingegaan op de gemeentelijke visie die in dit kader eveneens relevant is alsmede de duurzaamheidsaspecten van het beoogde plan.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regionale Agenda Wonen 2019
Midden-Holland is een bijzonder gebied: veel ruimte, groen, prachtige natuurgebieden, maar ook de historische stad Gouda, volop stedelijke ontwikkeling en een goede bereikbaarheid. Een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid maakt de regio een aantrekkelijke plek om te wonen, mede omdat regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio’s Rotterdam en Haaglanden nabij zijn. De centrale ligging wordt kracht bijgezet doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, dankzij onder meer het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Dan gaat het om bereikbaarheid, ligging, nabijheid van steden, cultuur, landschap en sociale binding. De grote aantrekkingskracht van de regio gecombineerd met de toenemende spanning op de woningmarkt resulteert in een netto uitbreidingsbehoefte van de woningvoorraad met zo’n 10.000 woningen tot 2030 (Marktonderzoek regio Midden-Holland, Fakton). De regiogemeenten verdelen en realiseren deze grote opgave met erkenning voor de lokale verschillen en identiteiten. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter.
De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod in de Regio Midden-Holland weer. Gouda
22
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163
Gouda is de centrumgemeente in de Regio Midden-Holland, met een meer stedelijk profiel dan de andere gemeenten: een historische binnenstad met een ring van stadswijken uitlopend naar een laagbouw woonmilieu.Het heeft als enige gemeente in de regio een binnenstedelijk centrum met omliggend stadswijken. De regio Midden-Holland heeft baat bij het versterken van de centrumfunctie van Gouda. Gouda is via de A12 en Hoogwaardig Openbaar Vervoer bij uitstek goed ontsloten en dus interessant voor nieuwe inwoners. Het overall beeld van Gouda is gemiddeld: veel voorraad scoort gemiddeld op belevingswaarde en op toekomstwaarde. Maar omdat ook in Gouda een toename van het aantal huishoudens te verwachten is, kent de gemeente weinig echt kwetsbare voorraad: er is geen voorraad met een negatieve toekomstwaarde. Strategische toevoegingen aan de bestaande voorraad zijn meergezinswoningen en huureengezinswoningen, in het binnenstedelijke woonmilieu en de levendige stadswijk, in het milieu met hoog- en laagbouw en in het centrum-dorps woonmilieu. Met de ontwikkeling van de Spoorzone streeft de gemeente naar een versterking van hetstedelijk woonklimaat in Gouda. Voor Westergouwe worden de mogelijkheden voor verbreding van het woningaanbod onderzocht.
Met een verbeterde positionering schept Gouda kansen voor het accommoderen van een deel van de bovenregionale vraag, uit bijvoorbeeld de metropoolregio Rotterdam – Den Haag en in mindere mate ook de Utrechtse regio. Relatie tot het plangebied In Midden-Holland is sprake van een netto uitbreidingsbehoefte van de woningvoorraad met zo’n 10.000 woningen tot 2030. Hierbij is het streven om een aangenaam stedelijk woonklimaat voor iedereen te realiseren binnen Gouda. Om dit streven na te leven gaat de voorkeur uit naar een mix van verschillende typen woningen. Het beoogde plan voorziet in de realisatie van zes appartementen, waar binnen de regio behoefte aan is. Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte en aan het streven om een aangenaam woonklimaat voor iedereen te realiseren. De ontwikkeling draagt bij aan de regionale woonagenda.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie Gouda
De Omgevingsvisie Gouda beschrijft de langetermijnvisie van de gemeente op de toekomstige ontwikkeling van de stad vanuit het perspectief van 750 jaar ontwikkeling en is gericht op de komende decennia. De visie geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Gouda liggen en op welke manier de gemeente daarmee om wil gaan. Het benoemen van de Goudse kernkwaliteiten is een verplichting vanuit de Omgevingswet. De historie is een richtinggevende factor voor het vaststellen van de kernwaarden, formuleren van opgaven en het maken van keuzes. In de relatief kleine, compacte stad zijn vrijwel overal cultuurhistorische waarden te vinden die in hoge mate bijdragen aan de omgevingskwaliteit. In het vraagstuk "Hoe transformeren we de bestaande stad naar de toekomst?" vormt het cultureel erfgoed een sleutelrol. Met de Omgevingsvisie zet Gouda de koers uit voor de lange termijn. De koers wordt stap voor stap uitgezet, uitgevoerd en bijgewerkt. Door deze aanpak kan Gouda adequaat reageren op nieuwe inzichten en mogelijkheden, oftewel koersvast voor de lange termijn en lenig op de korte termijn zijn. In Gouda bestaan verschillende beleidsdocumenten die raken aan het omgevingsbeleid, zoals de Mobiliteitsvisie, Bedrijventerreinvisie, Structuurvisie Groen, Woonvisie, Hoogbouwnota en de Erfgoedvisie.
De Omgevingsvisie vervangt deze beleidskaders niet; een aantal bestaande visies worden integraal onderdeel van de Omgevingsvisie, een aantal visies worden opgenomen in andere instrumenten, waaronder het Omgevingsplan. Ook in de komende jaren zal het nodig blijken te zijn om de globale Omgevingsvisie nader uit te werken en nieuw sectoraal beleid met gevolgen voor de fysieke leefomgeving vast te stellen. Steeds zal daarbij de relatie met de Omgevingsvisie worden gelegd en verantwoord worden op welke manier een sectorale visie gerelateerd is en bijdraagt aan de totale,
Toelichting (concept)
23
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 integrale visie. In de Omgevingsvisie wordt ook een ontwikkelperspectief geschetst. Daar zijn verscheidene linten bij betrokken. Vijf kernwaarden, opgaven en keuzes Kernwaarden: Complete stad: compleet en evenwichtig waar mensen graag in goede gezondheid wonen, werken, recreëren, van cultuur genieten en winkelen Compacte stad: compact Gouda met bruisend historisch centrum en rustige randen Strategische ligging Te midden van het Groene Hart, met waardevol landschap, natuur en veel water Initiatiefrijke stad: Gouda is initiatiefrijk en geniet een grote mate van participatie van haar inwoners Opgaven: Doorgeven historisch Gouda: historische stad doorgeven aan de volgende generaties Duurzaam stedelijk ontwikkelen Prettig woon- en leefklimaat bevorderen Gezondheid stimuleren: gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving Sterke economie en regionale positie behouden Uitdagingen Verstedelijkingsopgave, energietransitie, klimaatadaptatie Keuzes: Florerende stad Duurzame mobiliteit Gezonde groen-blauwe stad Energietransitie Sterke wijken
Figuur 4.0 Uitsnede Omgevingsvisie Gouda, plangebied met ster weergegeven.
Relatie tot het plangebied Het plangebied is gelegen binnen de zone die is aangewezen als 'beschermen en benutten historische
24
Toelichting (concept)
bestemmingsplan Bodegraafsestraatweg 163 linten'. De voorgevelrooilijn van de twee nieuwe appartementenvilla’s en aangrenzende bestaande bebouwing verspringt trapsgewijs van voor naar achteren gezien vanaf de rechterkant indien georiënteerd vanaf de Bodegraafsestraatweg. Kenmerkend vooral voor het historisch lint is de ritmiek en de massaopbouw van woongebouwen met flinke tussenruimten langs de Bodegraafsestraatweg. Om deze kenmerkende ritmiek en korrelgrootte te waarborgen wordt tussen de twee nieuwe appartementenvilla’s zelf en de direct aangrenzende bestaande bebouwing circa 10 meter tussenruimte gehouden aan de hoofdvolumes. Op deze manier ontstaan ook hier de vrije doorzichten tussen en aan weerszijde van de twee nieuwe appartementenvilla’s, die zo kenmerkend zijn voor het historisch lint. De nieuwe bebouwing houdt voldoende afstand aan de voor- en achterzijde tot de weg en achterliggende recente bebouwing om de kenmerkende groene structuur van het historisch lint te behouden. In het ontwerp van de openbare ruimte is rekening gehouden met deze doorzichten en wordt zodoende waar mogelijk gewaarborgd dat deze in stand blijven.
Vanuit de ambitie 'Florerende stad' ligt de focus op de economisch gezonde stad met voldoende werk en voldoende en prettige en gevarieerde woonruimte, en sterke en uiteenlopende voorzieningen voor Gouda en omgeving, in de context van onze grote historische kwaliteiten. Door de bestaande leegstaande villa ter plaatse te slopen en te voorzien in de realisatie van zes appartementen, waarbij vanuit stedenbouwkundig oogpunt rekening is gehouden met het historische lint, wordt voldaan aan de keuzes uit de Omgevingsvisie. 4.4.2
Toekomstvisie Gouda 2030
Met deze Toekomstvisie Gouda 2030 schetst de gemeente een beeld hoe de stad er in 2030 uitziet en waar de gemeente met al haar partners naar toe wil werken. Sociaal gezien profileert Gouda 2030 zich als een stad van tolerantie en ontmoetingen. Naast haar historie komt ook de kennis van bodemdaling erbij als kwaliteit. Gouda wil in 2030 een levendige én betaalbare stad zijn voor jongeren. Als laatste is Gouda een knooppunt met ontwikkelkansen. ‘Gouda ligt goed!’ is daarbij de gedeelde leuze om dit alles mogelijk te maken. De toekomstvisie bouwt voort op de identiteit en kwaliteiten van de gemeente. Gouda onderscheidt zich op dit moment van andere steden met drie sterke punten, die het fundament vormen van de toekomstvisie. Zo heeft Gouda grote historische waarde en cultuur. Het aanbod aan voorzieningen, evenementen en initiatieven vanuit de stad is groot. En als laatste kenmerkt Gouda zich door haar centrale ligging, nabij grote steden en natuur. Relatie tot het plangebied De voorgenomen ontwikkeling waar onderhavig bestemmingsplan ruimte aan biedt is in lijn met de toekomstvisie. De toekomstvisie is het vertrekpunt voor de nieuw op te stellen omgevingsvisie onder de nieuwe Omgevingswet. Centraal staan vijf opgaven op basis waarvan keuze voor de fysieke leefomgeving zullen worden gemaakt.
Doorgeven historisch Gouda Duurzame stedelijke ontwikkeling Prettig woon- en leefklimaat bevorderen Gezondheid stimuleren Sterke economie en regionale positie behouden Door de bestaande leegstaande villa te slopen en ter plaatse twee gebouwen te realiseren waarmee ruimte wordt gecreëerd voor in totaal zes appartementen wordt onder andere aan de opgaven: 'Duurzame stedelijke ontwikkeling' en 'prettig woon- en leefklimaat bevorderen' voldaan. 4.4.3
Woon(zorg)visie 2030
Met deze woonvisie zet de gemeente de koers uit voor het wonen in Gouda voor de komende jaren. Gouda is een stad waar het aangenaam wonen is voor alle generaties. De centrale ligging in de Randstad, het historische centrum, de centrumvoorzieningen en de nabijheid van groen en water zijn de kernkwaliteiten van Gouda. De volgende vijf hoofdthema's staan centraal in het woonbeleid: Woon- en leefkwaliteit in Gouda: wijken met toekomstwaarde; Kwaliteit bestaande woningen: duurzaam - energetisch, veilig en levensloopgeschikt; Wonen voor iedereen: betaalbaar, beschikbaar en toegankelijk;