Nota van beantwoording Arkelsedijk
Tekst van het document
3.23 Reclamant 23 Onderwerpen: Participatie, verkeer, trillingen, geluid, luchtkwaliteit, parkeren, bedrijven en milieuzonering, regels artikel 8 water, geluidzone, dijkdoorgang, integraliteit met ander bouwprojecten, planschade/nadeelcompensatie Inhoud zienswijze 1. De reclamant is van mening dat de participatie niet voldoet aan het geldende participatiebeleid van de gemeente en vraagt zich af hoe Inspraakverordening gemeente Gorinchem 2011' waarbij verwezen wordt naar afdeling 3.4 van Awb zicht verhoudt tot de tot nu toe gebruikte vorm van inspraak en participatie in de (deel)plannen. 2. De reclamant geeft aan dat het lijkt dat er over sommige delen van het projectgebied geen participatie heeft plaatsgevonden. Zo zijn bij de bijeenkomsten 12-12-2022 en 06-03-2023 geen tekeningen zijn te vinden van de nieuwe Nettorama locatie volgens de reclamant. 3. De reclamant is van mening dat er vooral sprake is van eenrichtingsverkeer waarin de gemeente en ontwikkelaar zendt en aanwezigen het ter kennisgevingen aannemen. De reclamant geeft aan dat het opvallend is dat bij de bijeenkomsten van 12-12-2022 en 06-03-2023 in de presentaties wordt aangegeven dat het informatieavonden betreft en geen participatiebijeenkomsten. 4. De reclamant is van mening dat uitingen van inwoners tijdens bijeenkomsten niet serieus worden genomen en dat deze soms betuttelend worden aangedaan.
Daarnaast is de reclamant van mening dat kritische vragen onvoldoende beantwoord worden en dat er op vragen in de eerste en tweede bijeenkomst nog steeds geen antwoord is gegeven. Zo is er door diverse inwoners de vraag gesteld of eerst de brug kan worden gerealiseerd zodat het bouwverkeer hiervan gebruik kan maken in plaats van de Arkelsedijk en dat hier nog geen antwoord op gekregen is. 5. De reclamant geeft aan dat de reacties op de bijeenkomsten onvoldoende inzichtelijk zijn en dat de verschillen in de opgestelde plannen niet worden aangegeven en dat deze zelf uitgezocht moeten worden. 6. De reclamant geeft aan dat er een bijeenkomst heeft plaatsgevonden waar niet mocht worden ingegaan op bouw, verkeer en parkeren. Dit omdat deze bijeenkomst ging over beplanting. De reclamant geeft echter aan dat men zich meer druk maakt over overlast van bouw, verkeershinder en parkeren. 7. De reclamant geeft aan dat het verkeersmodel gebaseerd is op een pre-COVID studie en geeft aan dat het lijkt dat de studie is uitgevoerd met een te laag autobezit per huishouden. De reclamant geeft aan dat het onderzoek niet realistisch is en een onderzoek wil zien met het autoverkeer overdag. 8. De reclamant geeft aan ervan uit te gaan dat de aanbevelingen en conclusie van het verkeersonderzoek van Goudappel serieus worden genomen en dat deze niet in het plan terug te merken zijn.
9. De reclamant geeft aan dat, losstaand van de beoogde ontwikkeling, de mobiliteitsstrategie wordt gevolgd. Op basis van de zinsnede “onderschatting van de situatie in 2030” uit de mobiliteitsstrategie denkt de reclamant dat er een groter probleem ontstaat. 10. De reclamant geeft aan dat er in diverse bijeenkomsten is verzocht om ook Arkelsedijk Noord mee te nemen in tekeningen en plannen, maar de reclamant is van mening dat dit onvoldoende is gedaan. In de bijeenkomst in januari 2024 is dit wederom niet gedaan. 11. De reclamant geeft aan dat er een toezegging gedaan is voor het aanpassen van de Arkelsedijk Noord en dat er rekening dient te worden gehouden met de vermeende bijzondere status van deze dijk. 12. De reclamant geeft aan dat de Arkelsedijk in de huidige situatie onrustig, lawaaierig en gevaarlijk is door te hard rijdend verkeer en daarom niet zonder risico bij de voordeur te kunnen komen. De reclamant voorspelt een toename aan te hard rijdend verkeer buiten de spits door de toename van woningen. De reclamant geeft aan dat er verschillende snelheidsverlagende oplossingen aangedragen zijn voor de Arkelsedijk om dit te voorkomen. De reclamant geeft aan bang te zijn dat de risico's van het toenemende opstropende verkeer niet serieus genomen worden. 13.
De reclamant geeft aan dat het toekomstige bouwverkeer een risico is voor niet onderheide woningen in de vorm van scheuren in de woning en voor bewoners in de vorm van verkeersoverlast, meer lawaai en slechtere luchtkwaliteit. 14. De reclamant denk dat het verkeer door de extra te bouwen woningen op gaat stropen rond de binnenstad en voor het gemeentehuis en voorziet tijdens de spits problemen op de rotondes aan de uiteindes van de Arkelsedijk. 15. De reclamant voorziet een toename aan sluipverkeer op de Arkelse Onderweg en geeft aan dat hier bloembakken geplaatst kunnen worden en dat er op de snelheid gehandhaafd kan worden hiertegen. 16. De manier van regelen voor het aantal parkeerplaatsen lijkt onzuiver en vreemd volgens de reclamant. Dit staaft de reclamant aan dat er eerst verwezen wordt naar het aanvullende parkeerbeleid “Parkeernomen Gorinchem juni 2019” in artikel 19 en dat er onder 19.2 inhoudelijk wordt beoogd af te wijken van de parkeernormen van het beleidsstuk. 17. De reclamant is van mening dat er niet voldaan zal worden aan de parkeernormen en voorspelt grote parkeeroverlast. 18. De reclamant geeft aan dat in de mobiliteitsvisie wordt voorzien in een programma voor de nieuwe ontwikkeling, maar er zijn geen parkeernormen openbaar.
De reclamant vraagt zich af of de gemeente heeft verzuimd om de parkeernormen openbaar te maken in bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' en zou deze graag openbaar zien. 19. Volgens de reclamant lijkt het erop dat er sprake is van doelredenatie waarbij geredeneerd wordt naar de gewenste uitkomst. De reclamant geeft aan dat er geen rekening wordt gehouden met realistisch gebruik van auto's en deelauto's en dat de supermarkt en voorzieningen en bezoekers van bewoners hier nog bijkomen. Het lijkt de reclamant daarom niet onlogisch dat er met realistische modellen en onderzoekscijfers gerekend gaat worden. De reclamant geeft daarbij aan dat er niet duidelijk gecommuniceerd wordt over de parkeercijfers en dat deze telkens verschillen per document. 20. De reclamant geeft aan dat de ondergrondse parkeergarage niet goed terug te vinden is op tekeningen en in beschrijvingen. 21. De reclamant geeft aan dat Corbion onder categorie 5.1 valt van de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' en dat er daarom een afstand van 500 meter tot de eerstvolgende woning moet worden gehouden. De reclamant geeft aan dat de afstand tot de dichtstbijzijnde woning 85 meter is en dat daarom de afstand te klein is. 22. Volgens de reclamant dient een afstand van 60 meter te worden aangehouden van de dichtstbijzijnde woning tot aan het terrein van de brandweer en dat deze afstand niet aangehouden wordt. 23.
De reclamant geeft aan dat gebouwen wel kunnen worden vergund, maar niet worden gebouwd op basis van zinsnede “Gebouwen niet mogen worden gebouwd”. 24. Onder artikel 8.1 sub a wordt aangegeven dat natuurvriendelijke oevers moeten worden gerealiseerd. Natuurvriendelijk wordt echt niet gedefinieerd volgens de reclamant en vraagt zich daarom af hoe dit gehandhaafd gaat worden.
25. Onder 8.2.2 sub b is aangegeven dat de doorvaarbare hoogte van de brug minimaal 7,3 meter boven waterpeil is. De reclamant geeft aan dat het waterpeil kan fluctueren en beveelt daarom aan om de hoogte van de brug in te tekenen in de plannen en afbeeldingen. 26. De reclamant is van mening dat de aanduiding 'Geluidzone-industrie' zeer klein is en compleet betekenisloos gezien de locatie. 27. De reclamant geeft aan dat in de waterbestemming niets vermeld wordt over de geluidszone. 28. De reclamant geeft aan dat in artikel 20.3 melding wordt gemaakt van geluidsgevoelige regels terwijl er niet gebouwd mag worden in de waterbestemming en dat het daarom tegenstrijdig overkomt op de reclamant. 29. De reclamant vraagt zich af of een doorgang in de dijk een wijze en veilig oplossing is voor achterliggende wijk in verband met het stijgende waterpeil naar aanleiding van de klimaatveranderingen 30. De reclamant geeft aan dat er drie projectplannen spelen in de omgeving (GreenLeaf, Red-O en Linge-Oever) maar dat deze niet integraal worden behandeld. De reclamant is van mening dat dit in het voordeel is van de gemeente, omdat overal afzonderlijk op gereageerd moet worden, maar dat alle bovengenoemde zaken opnieuw terugkeren.
Hierdoor ontbreekt ook volgens de reclamant een integrale oplossing voor problemen als woningnood, verkeerdrukte, parkeren en een duurzame en toekomstbestendige inrichting van de leefomgeving. 31. De reclamant vraagt zich af hoe planschade en/of nadeelcompensatie gerealiseerd wordt in verband met een mogelijke waardedaling van bestaande woningen. Beantwoording zienswijze 1 t/m 6. Zie thematische beantwoording 5 en voor een reactie op uw zorgen over de overlast van bouwverkeer verwijzen we naar thematische beantwoording 7. 7. Zie thematische beantwoording 1. 8. Zie thematische beantwoording 1. 9. Zie thematische beantwoording 1 10. De Arkelsedijk Noord komt niet terug in de tekeningen, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het plangebied. Dit gebied is echter wel betrokken in diverse onderzoeken, zoals verkeer en geluid. 11. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar aanpassingen aan de Arkelsedijk Noord. Hierin kunnen voorstellen van reclamant worden meegenomen. 12. Voor hinder van verkeer wordt verwezen naar thematische beantwoording 1, voor overlast in bouwfase wordt verwezen naar thematische beantwoording 7. Voor parkeeroverlast wordt verwezen naar thematisch beantwoording 2. 13. Zie thematische beantwoording 7. 14. Zie thematische beantwoording 1. 15. Zie thematische beantwoording 1. 16. De normen zijn openbaar en staan in Parkeernormen Gorinchem juni 2019.
Het parapluplan waar reclamant naar verwijst heeft dit beleid verankerd in vigerende bestemmingsplannen. Met de vaststelling van dit bestemmingsplan wordt het mogelijk om uit te gaan van lagere parkeernormen vanwege o.a. duurzame mobiliteitsmaatregelen. Het is niet onmogelijk om in een bestemmingsplan de mogelijkheid op te nemen om af te wijken van parkeerbeleid. De Beleidsregel 'Parkeernormen Gorinchem Juni 2019' bevat zelf ook een passage waaruit blijkt dat indien de in de nota opgenomen parkeernormen niet toereikend zijn een betere aansluitende norm kan worden toegepast. De ontwikkelaar en gemeente hebben de benodigde mobiliteitsmaatregelen opgenomen in de anterieure overeenkomst. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen dient de ontwikkelaar een onderbouwing aan te leveren waarmee op basis van de planregel kan worden volstaan met afwijkende parkeernormen. 17. Zie thematische beantwoording 2. 18. In de mobiliteitsvisie zijn lagere parkeernormen opgenomen waarbij aansluiting kan worden gevonden mits de voorgestelde maatregelen uit de mobiliteitsvisie worden genomen. Zie daarnaast de beantwoording onder punt 16. 19. De ontwikkelaar kan alleen gebruik maken van de lagere parkeernormen wanneer het programma samen met de voorgestelde mobiliteitsmaatregelen in lijn zijn met de mobiliteitsvisie.
Wanneer dat niet het geval is dient er te worden voldaan aan de reguliere parkeernormen van Gorinchem. Er is dan ook geen sprake van doelredenatie.
20. Op figuur 4.4.3. van de toelichting zijn de locaties van de drie beoogde parkeergarages weergegeven. Dit figuur inclusief beschrijving is tevens te zien in het stedenbouwkundig plan. Dit figuur betreft een indicatieve weergave van de parkeergarages. De exacte locaties van de parkeergarages zijn niet vastgelegd in het bestemmingsplan. 21. Er wordt inderdaad niet voldaan aan de richtafstand tot Corbion. Er is gemotiveerd afgeweken van deze richtafstanden. Op basis van de vergunde situatie van Corbion en de nabijheid van andere bestaande woningen is onderbouwd dat ook ter plaatse van de nieuwe woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Zie ook paragraaf 4.1 van de plantoelichting. 22. Ook voor de brandweerkazerne geldt dat gemotiveerd is afgeweken van de richtafstand. Zie ook hiervoor paragraaf 4.1 van de plantoelichting. 23. De reclamant maakt niet duidelijk waarom gebouwen niet mogen worden gebouwd. 24. Binnen de bestemming Water zijn natuurvriendelijke oevers toegestaan. Er is echter geen sprake van het dwingend voorschrijven van natuurvriendelijke oevers en handhaving is daarom ook niet aan de orde. 25. De minimale doorvaarhoogte van de brug is afgestemd op (fluctuerend) waterpeil. 26. De aanduiding 'Geluidzone - industrie' was niet volledig en dit is aangepast in het definitief plan. De aanduiding is ook opgenomen in de waterbestemming. 27.
De aanduiding 'Geluidzone - industrie' is gekoppeld aan artikel 21.3 onder de algemene aanduidingsregels. Deze regel komt daarom niet terug in de bestemming Water. 28. De algemene aanduidingsregel voor de geluidzone betreft een algemene regel die zowel voor bestemmingen geldt waarbinnen geluidgevoelige gebouwen zijn toegestaan als voor bestemmingen waarbinnen dat niet is toegestaan zoals de bestemming Water. 29. Het waterschap heeft de doorgang door de dijk goedgekeurd waarbij diverse nadere eisen zijn gesteld ten aanzien van de waterveiligheid. De doorgang wordt met conform de eisen van het waterschap gerealiseerd. 30. Het is juist dat per initiatief(nemer) een postzegelbestemmingsplan wordt opgesteld. De plannen hebben niet allemaal een gelijke planning en het zijn losstaande locaties. De integraliteit zit hem echter wel degelijk in het woningbouwbeleid van gemeente, in verkeersonderzoek (alle ontwikkelingen waaronder genoemde ontwikkelingen zitten in verkeersmodel) en daarmee samenhangend aspecten zoals geluid en luchtkwaliteit. 31. Zie thematische beantwoording 6. Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
3.24 Reclamant 24 Inhoud zienswijze Alle punten zienswijze reclamant 24 worden genoemd in zienswijze reclamant 31. Beantwoording zienswijze Zie beantwoording zienswijze 31. Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
3.25 Reclamant 25 Inhoud zienswijze Deze zienswijze is identiek aan zienswijze 40. Beantwoording zienswijze Zie beantwoording zienswijze 40.
Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
3.26 Reclamant 26 Onderwerpen: Bouwwerkzaamheden, planschade/nadeelcompensatie, trillingen, verkeer Inhoud zienswijze 1. De reclamant maakt zich zorgen over de jarenlange (5-7 jaar) overlast die de bouwwerkzaamheden met zich meebrengen en zo ook het verminderde woongenot. 2. De reclamant maakt zich zorgen over de waardevermindering van het huis van de reclamant 3. De reclamant maakt zich zorgen over scheuren in het huis of het verzakken van het huis 4. De reclamant maakt zich zorgen over de toenemende verkeersdrukte en omleidingen 5. De reclamant maakt zich zorgen en is benieuwd hoe deze zorgen weggenomen kunnen worden en welke maatregelen genomen kunnen worden door de gemeente en projectpartners. Beantwoording zienswijze 1. Zie thematische beantwoording 7. 2. Zie thematisch beantwoording 6. 3. Zie thematisch beantwoording 7. 4. Zie thematisch beantwoording 1 en 7. 5. Zie thematisch beantwoording 7. Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
3.27 Rijksvastgoedbedrijf (reclamant 27) Rijksvastgoedbedrijf, Postbus 16169, 2500 BD Den Haag, bij brief van 26 januari 2024 Onderwerpen: Rijksvastgoed, bodem Inhoud zienswijze 1. Het Rijksvastgoedbedrijf geeft aan meerdere percelen te bezitten in het plangebied. Deze percelen zijn wel meegenomen in de plannen, maar er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt. Rijksvastgoedbedrijf gaat daarom graag hierover in overleg voor het vervolg. 2. Het Rijksvastgoedbedrijf geeft aan dat perceel Gorinchem, A, 6112 geen onderdeel is van het ontwerp bestemmingsplan. Wel maakt dit perceel deel uit van de beleefbare oever met groenstructuur en water en de verbindingen die zouden moeten ontstaan zoals o.a. in kaderdocument en stedenbouwkundig plan als doel vermeld staan. 3. Het Rijksvastgoedbedrijf geeft aan dat alle percelen op basis van de Wet Bodembescherming een beperking kennen die opgelegd is door de Provincie Zuid-Holland. Rijksvastgoedbedrijf geeft aan dat de bodem verontreinigd is en dat dit in het kader van het bestemmingsplan implicaties geeft bij de uiteindelijk realisatie van de situatie. Het Rijksvastgoedbedrijf zou hierover in gesprek willen gaan. Beantwoording zienswijze 1. Het Rijksvastgoedbedrijf, de ontwikkelaar en de gemeente zijn in gesprek over de mogelijke verwerving van deze percelen. Het overleg zal op korte termijn worden vervolgd. 2. Dat is correct. 3.
Dit onderdeel zal in de vervolggesprekken worden meegenomen.
Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
3.28 Reclamant 28 Onderwerpen: bedrijven en milieuzonering, geluid, parkeren, integrale behandeling Inhoud zienswijze 1. De reclamant wil aandacht vragen dat in gebouwen aan de Spijksedijk recentelijk is geïnvesteerd op basis van het vigerende bestemmingsplan en geeft aan dat met het ontwerpbestemmingsplan de bedrijfsvoering wordt beperkt. De reclamant geeft aan de deze niet in kan stemmen met paragraaf 4.3.10 bedrijfsactiviteiten omdat in deze paragraaf de toegestane milieuklassen worden afgewaardeerd. In de huidige situatie is op de Spijksedijk tot categorie 3.1 en 3.2 toegestaan. De reclamant benadrukt dat de bestemde categorie als uitgangspunt genomen moet worden en niet de feitelijke situatie en dat daarom dit punt in de toelichting onvoldoende zorgvuldig voorbereid, onvoldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd is. 2. De reclamant geeft aan dat er in het geluidsonderzoek geen rekening lijkt te zijn gehouden met de bedrijvigheid aan de Spijksedijk en wat mogelijke invloed van deze bedrijvigheid op de beoogde woningen zijn. De reclamant lijkt het daarom goed dat er aan dit punt nog nader aandacht wordt besteed. 3. De reclamant ervaart in de huidige situatie dat de gerealiseerde parkeervoorzieningen op zijn terreinen misbruikt worden door mensen die niet in het centrum betaald willen parkeren.
De reclamant geeft aan dat het risico van een krappe raming van de benodigde parkeervoorzieningen voor de nieuwe woningen op de Arkelsedijk deze problemen alleen maar zullen versterken. De reclamant is van mening dat deelautoconcepten zich niet laten afdwingen en vindt dat adequaat, toereikend en passend openbaar vervoer een voorwaardelijke verplichting moet zijn aan het mogen gebruiken van woonruimte. 4. De reclamant vraagt zich af hoe de gemeente garandeert dat de bereikbaarheid van het bedrijventerrein niet in het geding komt en tegelijkertijd de verkeerstromen elkaar duurzaam en veilig kunnen passeren. De reclamant concludeert op basis van paragraaf 4.4 dat de goede afwikkeling van alle verkeerstromen nog niet volledig is uitgewerkt en dat er nog open eindjes zitten in het verhaal. De reclamant is van mening dat er sprake moet zijn van een voorwaardelijke verplichting voor een veilige en adequate verkeersafwikkeling voor alle verkeersdeelnemers die aan het gebied worden toegevoegd en de bestaande gebruikers. De reclamant is van mening dat het plan op dat punt onvoldoende is uitgewerkt. 5. De reclamant wil wijzen op het risico dat delen van Omgevingsvisie 2050 zonder integrale aanpak of integrale afweging zijn beschouwd.
De reclamant vindt de transformatie van de Arkelsedijk naar een gemengd woonwerkgebied wellicht een logische keuze, maar is aan de Spijksedijk-zijde een echt bedrijventerrein, terwijl in de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat dit gebied ook aangegeven is als transformatiegebied naar een gemengd woon-werkgebied. Reclamant is van mening dat een integrale benadering van de twee zijden van de Lingeoevers ontbreekt in het voorliggend bestemmingsplan. Beantwoording zienswijze 1. Het bestemmingsplan verandert niet de milieucategorie van de bedrijven langs de Spijksedijk. De milieucategorieën blijven 3.1. en 3.2. op grond van bestemmingsplan Bedrijventerreinen en stationsomgeving. In het kader van de onderbouwing of ter plaatse van de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat zal bestaan is het op grond van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering wel degelijk toegestaan om uit te gaan van de feitelijke situatie, in dit geval bouw- en woonwinkels om te onderbouwen dat geen sprake zal zijn van hinder ter plaatse van de woningen en dat de bedrijfsvoering van de gevestigde bedrijven niet wordt beperkt. In de plantoelichting is ook afgewogen dat de milieuruimte voor toekomstige andere bedrijvigheid wordt beperkt. Dit zal maar beperkt het geval zijn omdat voor grootste deel van de percelen voldaan wordt aan richtafstand.
Dit is aanvaardbaar gelet op het belang van de bouw van nieuwe woningen en het feit dat er geen concrete plannen zijn om andere zwaardere bedrijvigheid te vestigen. Overigens zal ook bij een ander gebruik van het perceel sprake zijn
2.
3.
4.
5.
van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen gelet op het feit dat voor grootste deel van het perceel voldaan wordt aan de richtafstand. De bedrijvigheid op de Spijksedijk is onderdeel van het gezoneerd industrieterrein. De geluiduitstraling van deze bedrijven op de nieuwe woningen is dus onderdeel van het akoestisch onderzoek (bijlage 3 van de plantoelichting). Hierbij is rekening gehouden met 1 dB opvulruimte voor de zittende bedrijven op het gezoneerde industrieterrein. Zie thematische beantwoording onder 2. Het bestemmingsplan gaat uit van reguliere parkeernormen. Hiervan kan worden afgeweken indien de mobiliteitsmaatregelen uit de Mobiliteitsvisie worden getroffen en in stand gehouden. Reclamant geeft niet aan waarom geen sprake is van passend openbaar vervoer in de plansituatie. De bereikbaarheid van de bedrijvigheid aan de Spijksedijk wordt gegarandeerd via de onderdoorgang van de brug. Deze is geschikt voor vrachtverkeer en dus ook voor nood – en hulpdiensten. Fietsverkeer en voetverkeer is hier toegestaan, echter wordt er een veiliger alternatief geboden binnendijks met een vrijliggend fietspad. Deze oplossingen zijn met name gericht op het bestaande verkeer en de bereikbaarheid van bestaande functies. Verkeer vanuit LingeOevers maakt gebruik van de nieuwe brug en vervolgt de route op de Spijksedijk.
De eisen die gesteld worden aan de verdere uitwerking van het ontwerp van de brug en haar aansluitingen zorgen vanzelfsprekend voor een veilige en adequate verkeersafwikkeling. Het bestemmingsplan biedt binnen de verkeersbestemmingen hiervoor voldoende ruimte. Een voorwaardelijke verplichting is niet noodzakelijk. De Omgevingsvisie gaat uit van een integrale benadering. Het is logisch dat deelontwikkelingen die passen binnen de visie voor de Lingeoevers en de Omgevingsvisie mogelijk worden gemaakt door middel van losstaande bestemmingsplannen per deelontwikkeling.
Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
3.29 Merwehave B.V. (reclamant 29) Merwehave B.V. en Nettorama Verbruikersmarkten (hierna Merwehave B.V.), 29 januari Onderwerpen: supermarkt, Nettorama locatie, beeldkwaliteitsplan, stedenbouwkundig plan Inhoud zienswijze 1. Merwehave B.V. is van mening dat artikel 3.1 onder a geen zelfstandige betekenis heeft aangezien er één locatie in het plangebied de bestemming detailhandel heeft en dat deze locatie enkel als supermarkt kan worden gebruikt volgens artikel 3.1 onder b 2. Merwehave B.V. geeft aan dat “ondersteunende detailhandel” niet verder wordt verduidelijkt in de planregels en dat daarmee de verhouding tussen supermarkt en ondersteunende detailhandel niet wordt verklaard. 3. Merwehave B.V. geeft aan dat er is gekeken naar de formulering van artikel 3.2.1 onder a , onder 1 voorzien had moeten worden van een bouwvlak op de verbeelding. 4. Merwehave B.V. geeft op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2017:1226) dat artikel 3.2.1 onder a, onder 3 en 4 onder de gebruiksregels moeten worden opgenomen. 5. Het is Merwehave B.V. niet duidelijk wat de verhouding is tussen artikel 3.2.1 onder a, onder 3 en 4 of het gaat om 2.500 m² BVO in totaal voor een supermarkt (2.000) én ondersteunende detailhandel (500). 6. Merwehave B.V.
geeft aan het jammer te vinden te moeten constateren dat een zeer specifieke planregeling is gekozen voor wonen-2 zonder dat dit van tevoren met Merwehave B.V. is besproken. 7. Merwehave B.V. is van mening dat de planregels onvoldoende flexibel zijn omdat de planregels geen mogelijkheid bevatten tot het aanpassen van het bouwvlak. Het is voor de reclamant op het moment namelijk niet duidelijk of er voorzien zal worden in parkeermogelijkheden voor of achter de woning. Als ervoor wordt gekozen om dit voor de woning plaats te laten vinden is de reclamant van mening dat de bouwvlakken meer naar achteren dienen te worden geplaatst. De reclamant verzoekt daarom om het bouwvlak te vergroten of een planregel op te nemen waarmee het bouwvlak kan worden aangepast.
8. Merwehave B.V. verzoekt om de bestemming 'Wonen – 2' bij het meest noordelijke vlak te vergroten zodat deze ook over het grijze verkeersvlak rust. 9. Merwehave B.V. is van mening dat het maximum van 12 woningen te weinig flexibiliteit biedt en zou graag zien dat dit aangepast wordt naar maximaal 18 woningen. Merwehave B.V. heeft namelijk de wens om (midden)huurwoningen te bouwen maar dit is niet mogelijk met 12 grondgebonden woningen volgens Merwehave B.V. Merwehave B.V. geeft aan dat dit ook samen hangt met de hoge ontwikkelkosten. 10. Het is Merwehave B.V. niet duidelijk of er overeenstemming is bereikt met de waterbeheerder voor de woonbestemming die aan de gronden is toegekend. 11. In artikel 4.1 is niet opgenomen welke vormen van bedrijvigheid zijn toegestaan, enkel dat het kleinschalig moet zijn. Dat is onvoldoende geborgd. Beeldkwaliteitsplan 12. Merwehave B.V. geeft aan graag in samenwerking te bekijken wat voor de nieuwe supermarktlocatie de beste keuze is, ook qua duurzame oplossingen. Merwehave B.V. geeft aan slechte ervaringen te hebben met een groen dak bij winkelcentrum Hoog Dalem in verband met brandgevaar in combinatie met zonnepalen en lekkages. 13. De reclamant begrijpt de opmerking “gevelgroen” in het beeldkwaliteitsplan niet. 14. Merwehave B.V. geeft aan dat inpandige expeditie nieuwe informatie is voor hen. Concept stedenbouwkundig plan 15.
Merwehave B.V. geeft aan dat op verschillende plekken in het plan de Nettorama locatie geen onderdeel uitmaakt van het plangebied (p.9, 23, 39). Daarnaast vindt Merwehave B.V. dat op andere plekken het weer te zeer onder de paraplu van de ontwikkelaar van de woonwijk wordt gebracht (p. 72) of wordt er geanticipeerd op afspraken met de gemeente die nog niet zijn gemaakt over de inrichting van de (nieuwe) openbare ruimte (p.116, 117) 16. Merwehave B.V. geeft aan dat op pagina 134/135 een bomenplan is opgenomen en dat hierin ook bomen zijn opgenomen op de gronden van Merwehave B.V. Merwehave B.V. geeft aan dat er vanuit de gemeente nog geen gesprekken met hen zijn opgestart, laat staan afspraken zijn gemaakt. Beantwoording zienswijze 1. Sub a van artikel 3.1 heeft inderdaad geen functie omdat onder sub b specifiek een supermarkt met ondersteunende detailhandel mogelijk is. Sub a vervalt en sub wordt vernummerd tot sub a. In sub a is naar aanleiding van deze zienswijze het woord 'uitsluitend' geschrapt. 2. Het begrip “ondergeschikte detailhandel” is opgenomen in de begripsbepaling. 3. Dat is juist, het bouwvlak wordt toegevoegd aan de verbeelding. 4. De begrenzing van de m2 detailhandel en ondersteunende detailhandel wordt verplaatst naar de gebruiksregels. 5.
Hierbij wordt direct verduidelijkt dat het in totaal om 2.500 m² BVO gaat, bestaande uit een supermarkt (2.000 m2 BVO) én ondersteunende detailhandel (500 m2 BVO). 6. Aangezien Wonen-2 zich bevindt in een bestaande wijk, is het noodzakelijk een meer gedetailleerde regeling te maken voor de bebouwing. Gemeente en ontwikkelaar van LingeOever voeren wel degelijk gesprekken met Nettorama om te komen tot een goede invulling van de locatie. 7. Er is met opzet gekozen voor deze bouwvlakken om aansluiting te houden met de omliggende bebouwing. Bovendien zou het bouwvlak dichter op de dijk komen te liggen in de veiligheidszone van de dijk waar bebouwing niet gewenst is. De planregels kennen al een mogelijkheid om af te wijken van bouwgrenzen, zie artikel 23.1 onder b (voorheen 22.1 onder b), mocht dit nodig zijn voor de positie van parkeerplaatsen op eigen terrein. 8. Gelet op de parkeerdruk in de wijk moet er voldoende ruimte over blijven voor parkeren. Om die reden is vergroting van het bouwvlak ten koste van parkeerruimte niet aan de orde. 9. De gemeente heeft diverse varianten met meer dan 12 woningen beoordeeld. De gemeente ziet echter vanuit diverse aspecten (stedenbouw, waterveiligheid, mobiliteit en parkeren) geen mogelijkheid om meer dan 12 grondgebonden eengezinswoningen op deze locatie toe te staan. 10. Het waterschap heeft geen zienswijze gegeven op de woonbestemming.
Wel heeft zij in overleg aangegeven dat onder voorwaarden (zoals waterveiligheid) woningbouw mogelijk is.
11. Kleinschalige bedrijfsruimte is gedefinieerd in artikel 1.32. 12. Het beeldkwaliteitsplan geeft richtlijnen in de gewenste identiteit van de woonwijk en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. In het beeldkwaliteitsplan worden zaken als groene daken niet vastgelegd. De gemeente en ontwikkelaar gaan graag in overleg met Merwehave B.V. om tot de meest passende ontwerp oplossingen te komen. 13. Het aanbrengen van gevelgroen wordt enkel als suggestie en onderdeel van de gewenste identiteit genoemd in het beeldkwaliteitsplan. Uit de exacte uitwerking van het bouwplan zal blijken of het gebruik van gevelgroen wenselijk is. 14. Deze zienswijze is ter kennisname aangenomen. Een interne expeditie is het ontwerp uitgangspunt maar het bestemmingsplan legt dit niet vast. 15. De Nettorama locatie is op een later moment toegevoegd aan het stedenbouwkundig plan toen het stedenbouwkundig plan concreet werd gekoppeld aan het bestemmingsplan Arkelsedijk. Het klopt daardoor dat op diverse figuren de Nettorama locatie niet in beeld is opgenomen. De gemeente wijst er daarnaast op dat het stedenbouwkundig plan de stedenbouwkundige kaders biedt voor de ontwikkeling van de Arkelsedijk. Het stedenbouwkundig plan is vervolgens vertaald in het bestemmingsplan.
De concrete uitwerking van het bouwplan inclusief het bomenplan vindt nu en in de vervolgfase plaats. Afstemming en overleg met Merwehave B.V. zal in dat kader nog plaatsvinden. 16. Zie de beantwoording onder 15. Aanpassing bestemmingsplan Naar aanleiding van deze zienswijze zijn enkele wijzigingen aangebracht in de bestemming 'Detailhandel' en is het begrip voor ondergeschikte detailhandel opgenomen.
3.30 Reclamant 30 Onderwerpen: verkeer, verstening, planschade/nadeelcompensatie, diversiteit Lingewijk, participatie Inhoud zienswijze 1. De reclamant maakt zich zorgen over de toename van verkeer op de Arkelsedijk en de Arkelse Onderweg. De reclamant vreest voor een toename aan verkeersoverlast wat leidt tot trillinghinder wat potentieel kan leiden tot schade aan huizen langs de Arkelsedijk en Arkelse Onderweg aangezien huizen langs deze wegen niet allemaal onderheid zijn. De reclamant geeft aan dat in de huidige situatie bewoners al trillingen ervaren van zwaarbeladen vrachtwagens. 2. De reclamant vreest voor een verminderd woongenot onder de lokale gemeenschap door de toename van het aantal verkeersbewegingen. 3. De reclamant geeft aan dat deze heeft begrepen dat er een oud verkeersonderzoek is gebruikt om de plannen te kunnen staven. Dit lijkt de reclamant niet wenselijk en hij vreest daarom een verzwaring van het verkeersprobleem bij de rotonde Eike's Hof. 4. De reclamant wil versterking van het groene karakter en maakt zich zorgen met de verstening die gepaard gaat met de beoogde ontwikkeling. De reclamant geeft aan dat de toename aan verharding kan leiden tot significante gevolgen voor zowel het milieu als voor de leefbaarheid aan de wijk.
De reclamant geeft als specifieke milieugevolgen wateroverlast, verandering in het lokale microklimaat, aantasting van biodiversiteit en vermindering van natuurlijke uitstraling van het gebied. 5. De reclamant vreest waardevermindering van het vastgoed voor de huidige huiseigenaren door de toename van verkeersdrukte in de wijk. De toename gaat gepaard met geluid- en trillingoverlast en dit kan volgens de reclamant een directe impact hebben op de aantrekkelijkheid van de wijk als woonomgeving. 6. De reclamant vreest dat de diversiteit van de wijk in het gedrang komt. De reclamant geeft aan dat wijken die gekenmerkt worden door rust en een hoge leefkwaliteit doorgaans een breed scala aan bewoners aantrekken, variërend van jonge gezinnen tot ouderen die genieten van de rustige omgeving. De reclamant geeft aan dat bij
waardevermindering en afname in leefkwaliteit kunnen ertoe leiden dat potentiële nieuwe bewoners afzien van vestiging in de wijk, wat op lange termijn de sociale en demografische samenstelling van de gemeenschap kan veranderen. De reclamant vindt daarom dat dit aspect met nadruk overwogen dient te worden. 7. De reclamant heeft de indruk dat het participatieproces gedeeltelijk wordt afgewikkeld om de mogelijkheid te krijgen te gaan bouwen. De reclamant vindt het van groot belang dat het proces transparant verloopt en de belangen zorgvuldig worden afgewogen en teruggekoppeld. Beantwoording zienswijze 1. Zie thematische beantwoording 1 en 7. 2. Dat het op sommige wegen drukker wordt, wordt niet ontkent. Dat dit kan leiden tot verandering van woongenot ook niet. De gemeente heeft het belang van de woningbouwopgave afgewogen tegen de effecten op de omgeving Zie verder thematische beantwoording 6. 3. Er heeft een actualisatie van het verkeersonderzoek plaatsgevonden. Zie verder thematische beantwoording 1. 4. Het plan voorziet aan de Lingeoever in een wijk en versterking van het groene karakter. Er is juist geen sprake van een toename van verharding langs de Lingeoever en ook niet bij Nettorama. Het plan biedt juist kansen voor biodiversiteit en natuur (zie ook verder het stedenbouwkundig plan). 5. Zie antwoord onder 2. Zie verder thematische beantwoording 6. 6.
Binnen het plangebied worden voornamelijk appartementen voorzien waar in Gorinchem juist een grote vraag naar is. In de woon- en transformatievisie Gorinchem is een programmatische onderbouwing voor de invulling van de Vleugels van de Stad, waaronder de Lingeoever, gegeven. Hierin wordt ingezet op een stedelijk woonmilieu met hoogbouw. Daarbij past het ontwikkelen van appartementen. De gemeente ziet het woningaanbod binnen het plangebied als aanvulling op de bestaande voorraad. 7. Zie thematische beantwoording 5. Aanpassing bestemmingsplan Naar aanleiding van deze (en andere) zienswijzen is het verkeersonderzoek geactualiseerd.
3.31 Reclamant 31 Onderwerpen: Participatie, verkeer, inrichting Arkelsedijk, trillingen, parkeren, ladder, bedrijven en milieuzonering, natuurvriendelijke oevers, definities, nieuwe brug, geluid, geluidzone, Nettorama locatie, dijkdoorgang, bouwverkeer, cultuurhistorie, bouwhoogtes plint & kroon, beeldkwaliteitsplan, mer-beoordeling Inhoud zienswijze Participatie 1. De reclamant is van mening dat de plaatsgevonden participatie niet meer is als “klassieke inspraak” en dat het participatieverslag behoorlijke “window-dressing” is waar de negatieve reacties uit zijn weggelaten. De reclamant geeft aan dat bij participatie de bedoeling is dat er tweerichtingsverkeer plaatsvindt, maar bij de twee bijeenkomsten was er volgens de reclamant voornamelijk sprake van eenrichtingsverkeer. De reclamant geeft aan dat het daarom lijkt dat er een succesvol participatieproces doorlopen is terwijl er flink weerstand was. De reclamant vindt praten met wijkbewoners niet hetzelfde als participeren en is van mening dat nooit de bedoeling is geweest om te participeren, maar dat het een verplicht nummertje is en de plannen alleen maar door zijn gedrukt. Dit concludeert de reclamant op dat bij de presentaties wordt aangegeven dat het informatieavonden betreft en niet om participatieavonden. 2.
De reclamant geeft aan dat bij de bijeenkomst van 12-12-2022 plannen werden gepresenteerd en dat er op informatieborden reacties achtergelaten konden worden. De reclamant geeft aan dat bij de bijeenkomst van 0603-2023 werd aangegeven dat de reacties verwerkt waren. De reclamant heeft niet teruggezien wat er met de reacties is gebeurd en dat de verschillen in de plannen zelf uitgezocht moesten worden. Daarnaast geeft de reclamant aan dat er nog geen antwoord is gegeven op de vragen die gesteld zijn op deze informatieavonden.
3. De reclamant geeft aan dat er over delen van het plangebied geen participatie is geweest. Bij de presentaties van 12-12-2022 en 06-03-2023 waren er geen ontwikkelingen bij de Nettorama locatie en was de westelijke grens van het plangebied de Arkelsedijk. De reclamant geeft aan dat bij de bijeenkomst van 17-04-2023 ter plaatse van de Nettorama locatie woningen ingetekend waren. De reclamant geeft aan dat toen er een vraag gesteld werd over dat deelgebied er een streep over dat deel van de tekening gezet werd. De reclamant concludeert hieruit dat er over dat deel van het plan geen participatie gevoerd is. De reclamant geeft aan dat door Wijkbelang via de WOO opgevraagde stukken blijkt dat in januari 2023 de plannen voor de woningbouw bij de Nettorama locatie al bekend waren. De reclamant vindt het schrijdend en totaal onduidelijk waarom over dit deel van het plan niet geparticipeerd is. De reclamant is van mening in strijd is met de inspraakverordening/Awb omdat er over een deel van het plangebied geen participatie is gevoerd en dat hier bewust voor gekozen is om zo weerstand uit de buurt te omzeilen. De reclamant is daarom van mening dat het ontwerpbestemmingsplan uit de procedure gehaald moet worden en dat er eerst inspraak moet worden gevoerd over het gehele plangebied. 4.
De reclamant vindt het kenmerkend dat er eerst wordt geparticipeerd, dan een plan in procedure wordt gebracht en daarna pas wordt onderzocht of het mogelijk is. 5. De reclamant geeft aan dat in de raadsvergadering van 23-11-2023 werd aangegeven dat de opkomst op de participatieavonden terugliep omdat de plannen bij de mensen bekend waren. De reclamant geeft aan dat dit niet de reden is en dat dit eraan ligt dat er op de tweede avond geen vragen mochten worden gesteld, kritiek mocht worden weergeven op de presentatie en dat er op de vraag wat er met de eerste avond was gedaan werd geen antwoord gegeven. De reclamant geeft aan dat veel wijkbewoners zich hebben neergelegd bij de plannen omdat er niets wordt gedaan met hun reacties uit het participatieproces. De reclamant roept daarom het College op voor zelfreflectie door het College op de ingenomen standpunten en de bijbehorende lethargische houding. 6. De reclamant geeft aan dat door diverse inwoners de vraag is gesteld of eerst de nieuwe brug kon worden aangelegd zodat het bouwverkeer hiervan gebruik kon maken. De reclamant geeft aan dat deze nog geen antwoord heeft ontvangen tot op heden en dat de reclamant van het kastje naar de muur gestuurd wordt tussen de ontwikkelaar van de brug en de vertegenwoordigers van de gemeente. 7.
De reclamant geeft aan dat er met Wijkbelang Lingewijk is gesproken, maar dat met de input niets is gebeurd en dat er geen antwoord is gekregen op de vragen. Het betreft onder andere: verkeer op de Arkelsedijk en een onjuist verkeersrapport van Goudappel, het eerst aanleggen van de brug zodat het bouwverkeer hier overheen kan, de aanleg van voldoende parkeerplaatsen, goede bereikbaarheid van de nieuwe supermarkt met speciale aandacht voor ouderen (met rollator) en aandacht voor de overbelaste rotonde Eike's Hof. 8. De reclamant geeft aan dat wethouder Mager in de raadsvergadering van 30-11-2023 aangeeft dat er heel veel contact is geweest met Wijkbelang Lingewijk. De reclamant geeft aan dat deze de wethouder pas op de informatieavond van 17 januari 2024 voor het eerst heeft gezien of gesproken. 9. De reclamant is van mening dat het probleem is dat het plan van de ontwikkelaar klakkeloos wordt overgenomen door de gemeente en dat er een schijnparticipatietraject wordt gevoerd en dat de belangen van de omwonenden worden genegeerd. 10. De reclamant geeft aan dat de reclamant en Wijkbelang Lingewijk bereid blijven tot het voeren van een gesprek maar verwachten dan wel een actieve houding van de gemeente.
De reclamant geeft aan dat als de gemeente blijft volharden in doen alsof het luistert en er niks met aangedragen oplossingen en de input wordt gedaan het zal komen tot een beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verkeer 11. De reclamant stelt de juistheid van het verkeersonderzoek van Goudappel in twijfel terwijl er vanuit de ambtelijke organisatie aangegeven is dat het onderzoek voldoet. De reclamant betwijfelde de juistheid van het rapport op basis van dat de gebruikte cijfers uit 2017 komen, de model intensiteiten uit 2022 in contrast staan met de prognose van 2030, dat met het rapport geen rekening is gehouden met brugopeningen en dat in het onderzoek wordt aangegeven dat er aanbevolen wordt om nader onderzoek uit te voeren. De reclamant vermoedt dat gemeente het er zich te makkelijk van af heeft gemaakt door het blind over te nemen of dat de gemeente blind en doof is geweest voor kritische kanttekening in het rapport.
12. De reclamant geeft aan dat er op de Arkelsedijk veel te hard gereden wordt en dat door de toenemende drukte op de dijk er meer kans op aanrijdingen zijn of dat een auto een huis of een tuin kom binnenrijden. De reclamant geeft aan dat er wel is aangegeven dat er een herinrichting van de Arkelsedijk plaats gaat vinden, maar hoe deze eruit gaan zien onbekend is. 13. De reclamant geeft aan zich zorgen te maken voor een afname van woonkwaliteit, veiligheid, gezondheid en comfortabel wonen aan de Arkelsedijk en de Arkelse Onderweg. De reclamant geeft aan dat er vanuit de gemeente geen oplossing is geboden en vindt dat de mensen aan hun lot worden overgelaten. De reclamant geeft aan dat de bewoners oplossingen hebben aangedragen om de Arkelsedijk af te waarderen, zoals een inrichting als 30-kmzone. Daarnaast is voorgesteld om het verkeer vanuit de Lingeoever naar de Spijksedijk sturen om de Arkelsedijk Noord te ontlasten. De bewoners vrezen namelijk volgens de reclamant dat de rotonde bij Papland een pijnpunt zal worden zoals de rotonde Eike's Hof 14. De reclamant geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan de verkeersbestemming een breedte heeft van 27 meter op het smalste punt, terwijl de verkeersbestemming op het smalste punt 8 meter breed is in het huidige bestemmingsplan.
De reclamant concludeert hieruit dat het de bedoeling is om de Arkelsedijk te veranderen in een snelweg en dat de gemeente hier doelbewust gevaarlijke situaties creëert. 15. De reclamant geeft aan dat de verkeersbestemming in strijd is met de welstandsnota omdat het dijklint is aangemerkt met “bijzonder welstandniveau”. De reclamant is van mening dat het talud van de dijk daarom een groenbestemming moet krijgen zoals aan de noordzijde van het talud is gedaan. De reclamant is van mening dat het dijklint volgens de huidige regeling niet beschermd wordt. 16. De reclamant geeft aan dat er woningen, en dus ook enkele gemeentelijke monumenten, aan de Arkelsedijk en Arkelse Onderweg niet onderheid zijn en dat met de beoogde ontwikkeling een grote kans op schade ontstaat aan deze monumenten door trillingen. De reclamant geeft aan dat er niet hierover in het plan staat en concludeert daarom dat het niet in de planvorming betrokken is. De reclamant vraagt zich af of er een vooropname gaat plaatsvinden en wie de schade gaat vergoeden. Parkeren 17. De reclamant vindt het opvallend dat de ondergrondse parkeergarage op geen tekening is terug te vinden en dat in paragraaf 2.3 toekomstige situatie niet vermeld wordt over een parkeergarage. Daarnaast wordt op pagina 22 en 23 van het beeldkwaliteitsplan de indruk gewekt dat er twee ondergrondse parkeergarages zijn. 18.
De reclamant is van mening dat het parkeren onzuiver geregeld is in het ontwerpbestemmingsplan. De reclamant geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan verwezen wordt naar het parkeerbeleid en dat er in het ontwerpbestemmingsplan een afwijkingsmogelijkheid opgenomen wordt voor dit parkeerbeleid. De reclamant geeft aan dat het gebruikelijk is dat het parkeerbeleid voorziet in eventuele afwijkingsmogelijkheden, maar dat het niet mogelijk is om afwijkingsmogelijkheden op te nemen op andere beleidsstukken. Daarnaast geeft de reclamant aan dat uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat op voorhand niet voldaan wordt aan de parkeernormen. 19. De reclamant vindt het vreemd dat er geen heldere parkeerbalans is opgesteld omdat er kengetallen zijn opgenomen in “Parkeernormen Gorinchem juni 2019” en dat op Google niet de parkeernormen van bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Parkeren” te vinden zijn. 20. De reclamant vindt het benodigde aantal parkeerplaatsen niet duidelijk omdat deze aantallen elke keer verschillen. In de toelichting wordt aangegeven dat 556 moeten worden gerealiseerd, in de presentatie van 06-03-2023 463 en in het Excelbestand uit paragraaf 4.4.7 zijn deze aantallen niet terug te vinden. Daarnaast wordt duidelijk in de Mobiliteitsvisie dat er 774 parkeerplaatsen nodig zijn. 21.
De reclamant is van mening dat er sprake is van doelredenatie waarbij geredeneerd wordt naar de gewenste uitkomst. De reclamant vraagt zich namelijk af waar de reductie van 101 parkeerplekken vandaan komt. Daarnaast geeft de reclamant aan dat 12 deelauto's en 8 deelbakfietsen in Gorinchem niet te vinden zijn en verwacht daarom dat deze niet gewild zijn onder de nieuwe bewoners. 22. De reclamant heeft op basis van de Mobiliteitsvisie berekend dat er 633 parkeerplaatsen nodig zijn en dat met de reductie van deelauto's het aantal parkeerplaatsen 604 is. De reclamant geeft aan dat de genoemde 463 (bijeenkomst 06-03-2023) en 556 (toelichting ontwerpbestemmingsplan) niet toereikend zijn.
23. De reclamant voorspelt dat men in de Lingewijk gaat parkeren, omdat er een parkeertekort gaat ontstaan bij de Lingeoevers. De reclamant vindt het opvallend dat er een parkeeronderzoek is gedaan in de Lingewijk en geeft aan dat de gemeente dit gedaan heeft, omdat het aanvoelt dat er parkeeroverlast gaat ontstaan. 24. De reclamant geeft aan dat er voor de 12 geplande woningen op de Nettorama locatie niet is aangegeven waar zij moeten parkeren en dat er ook geen parkeernorm is aangegeven. Ladder 25. De reclamant geeft aan dat de genoemde woningaantallen in de laddertoets afwijken van de genoemde woningaantallen in de mobiliteitsvisie. Daarnaast is de reclamant van mening dat de laddertoets te algemeen ingestoken is omdat het gebaseerd is op cijfers uit buurgemeenten. 26. De reclamant geeft aan dat er in de laddertoets geen onderscheid wordt gemaakt tussen goedkope en dure woningen en is van mening dat dure appartementen moeten worden onderbouwt. De reclamant denkt namelijk dat deze leeg zullen blijven staan. 27. De reclamant vindt het opvallend dat het rapport Lingeoever beschouwd als een aparte wijk. Volgens de reclamant behoort Lingeoever tot de Lingewijk. Bedrijven en milieuzonering 28.
De reclamant geeft aan dat de in jurisprudentie gehanteerde richtafstanden van de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' niet gehandhaafd worden voor Corbion en de brandweer ten opzichte van de nieuw te realiseren woningen. De reclamant is daarom van mening dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld. Regels 29. De reclamant geeft aan dat “ondersteunende horeca” niet is gedefinieerd en dat daarom de betekenis onduidelijk is. Daarnaast is “natuurvriendelijk” ook niet gedefinieerd en de reclamant vraagt zich af hoe natuurvriendelijke oevers onder artikel 8.1 sub a gehandhaafd gaan worden. De reclamant vindt de definitie van “peil niet te volgen en vraagt zich af of het peil nu de waterstand van de Linge, het maaiveld op het moment van vaststellen bestemmingsplan, de hoogte van de dijk of de hoogte van een willekeurig aan te leggen weg is. 30. De reclamant geeft aan dat in een aantal bestemmingen is terug te vinden dat “gebouwen niet mogen worden gebouwd” en vindt dat dit tot vragen leidt als: “is een gebouw wel een gebouw als het niet gebouwd is?”. De reclamant geeft aan dat op basis van deze regel het wel mogelijk is om een gebouw te vergunnen, maar niet om te bouwen. De reclamant geeft aan dat op basis van deze regel het mogelijk is om muren te richten zonder dak aangezien dat geen gebouw is.
De reclamant is van mening dat op basis van deze regel kant-en-klaar aangevoerde wel zijn toegestaan omdat deze niet worden gebouwd. De reclamant stelt voor om de regel te vervangen met: “er binnen deze bestemming geen gebouwen zijn toegelaten”. 31. De reclamant vraagt zich af hoe de hoogte van de nieuwe brug wordt gemeten. En vraagt zich af hoe de doorvaarbare hoogte van minimaal 7,3 meter gegarandeerd wordt aangezien het waterpeil kan fluctueren. 32. De reclamant is van mening dat de aanduiding 'Geluidzone-industrie' zeer klein is en compleet betekenisloos gezien de locatie. Daarnaast is in de waterbestemming niets vermeld over de geluidszone. 33. De reclamant geeft aan dat in artikel 20.3 melding wordt gemaakt van geluidsgevoelige regels terwijl er niet gebouwd mag worden in de waterbestemming. 34. De reclamant is van mening dat de opmaak van artikel 11 slordig is. 35. De reclamant vindt de groenbestemming aan de oostzijde van de Linge raar en geeft aan dat ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan nu “parkeervoorzieningen” bij de bestemming is toegevoegd. De reclamant geeft aan dat dit feitelijk betekend dat al het groen geasfalteerd mag worden om er parkeerplaatsen te kunnen maken. Het is de reclamant onduidelijk waarom er groen opgeofferd moet worden ten behoeve van parkeren.
Daarnaast vindt de reclamant het onduidelijk wat een bijbehorende weg is bij een groenbestemming. De reclamant concludeert dat veel groenbestemmingen geasfalteerd kunnen worden en dat daarom de groenvoorzieningen die aangegeven waren op de derde participatieavond (06-03-2023) niet waar blijken te zijn. 36. De reclamant geeft aan dat de status van de bijlage “Berekening oppervlakte verharding” “Definitief voorlopig concept” is. De reclamant is van mening dat dit geen zekere indruk maakt en geeft aan alleen definitieve versies bij
het ontwerpbestemmingsplan toe te voegen. Daarnaast vindt de reclamant niet duidelijk wat beoogd wordt aan te geven. Volgens de reclamant mag op basis van het vigerende bestemmingsplan alle gronden volledig verhard worden (behalve de waterbestemming) dus kan er met een nieuw bestemmingsplan nooit sprake zijn van een toename aan verhard oppervlakte. Omdat alles verhard kan worden concludeert de reclamant dat alle ecologische/natuuronderzoeken de prullenbak in kunnen omdat deze niet voldoen. 37. Het is de reclamant niet duidelijk wat met artikel 9.3.1 geregeld wordt. Het is de reclamant niet duidelijk hoe een geluidsluwe buitenruimte gerealiseerd kan worden als een gevel niet geluidsluw kan worden gemaakt. 38. De reclamant geeft aan dat er geen 'ontwerpbesluit hogere grenswaarden' met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt. De reclamant concludeert hieruit dat er voldaan moet worden aan de voorkeursgrenswaarden en dat het bepaalde in artikel 9.3.1 overbodig is. 39. Door de coupure in de dijk maakt de reclamant zich zorgen. “Notitie Waterschap Rivierenland” is namelijk niet opgesteld door het waterschap, maar door de ontwikkelaar volgens de reclamant en deze betwijfeld te betrouwbaarheid opsteller van de notitie. De reclamant vindt het een te groot risico dat er geen maatregelen genomen worden om mogelijke waterdoorstroming door de coupure te onderbreken.
Nettorama-locatie 40. De reclamant geeft aan dat tijdens het participatietraject het projectgebied groen ingetekend stond, maar dat er nu 12 woningen staan. De reclamant geeft aan dat er vanuit de wijk geen behoefte is aan nieuwbouw, maar aan groen en parkeerplaatsen. 41. De reclamant geeft aan dat er geen goothoogte is opgenomen waardoor woningen met een plat dak gerealiseerd kunnen worden. De reclamant geeft aan een plat dak niet bij de omgeving past omdat die huizen over een kap beschikken. 42. De reclamant geeft aan dat tuinen in de woonbestemming niet zijn toegelaten en dat daarom het onbekend is wat mensen met de grond moeten doen. Raadsvergaderingen 43. De reclamant vindt het opvallend dat mevrouw Pellikaan tijdens de raadvergadering van 30-11-2023 heeft aangegeven dat de bagatellisatie van wethouder Mager niet juist is maar dat dit geen effect had. 44. De reclamant vindt het apart dat de wethouder kan verzekeren dat er uitgebreid is geparticipeerd over de brug maar dat tot op heden niemand kan vertellen waar de brug precies komt te liggen en hoe deze eruit komt te zien. 45. De reclamant vraagt om samenhang en afstemming tussen de verschillend bouwprojecten in de wijk omdat deze projecten invloed hebben op de leefbaarheid van de wijk. De reclamant is van mening dat dit komt doordat er voor de drie projecten drie verschillende behandelde ambtenaren zijn.
De reclamant zou daarom graag zien dat er iemand als aanspreekpunt voor de drie bouwprojecten gaat fungeren. 46. De reclamant geeft aan dat de wethouder het volgende heeft gezegd in de raadsvergadering van 23-11-2023 (om 21:24 uur/2:20:58): “Eerst de brug en dan bouwen”. De reclamant geeft aan antwoord te hebben gekregen op de vraag om eerst de brug aan te leggen en daarna pas te starten met de sloop- en bouwwerkzaamheden zodat het bouwverkeer over de brug kan. De reclamant geeft aan ervan uit te gaan dat de jurisprudentie over toezeggingen bekend is. 47. De reclamant geeft aan dat in de raadsvergadering van 23-11-2023 werd aangegeven dat er gewerkt wordt aan een Omgevingsvisie/Gebiedsvisie en gaat ervan uit dat deze eerst met Wijkbelang Lingwijk besproken wordt voordat deze wordt vastgesteld. Ontwerp beeldkwaliteitsplan en ontwerpbestemmingsplan 48. De reclamant geeft aan dat in het beeldkwaliteitsplan 3 parkeergarages zijn weergeven terwijl in het ontwerpbestemmingsplan gesproken wordt over 1 parkeergarage. 49. De reclamant geeft aan dat de tekening van de bouwblokken op pagina 24 van het beeldkwaliteitsplan niet overeenkomt met de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. 50. De reclamant geeft aan dat de supermarkt zoveel mogelijk moet verwijzen naar het industrieel verleden en er zijn plaatjes opgenomen van een sheddak.
De reclamant verwacht daarom dat in het ontwerpbestemmingsplan een
bepaling is opgenomen dat de supermarkt voorzien dient te worden van een sheddak, maar het ontwerpbestemmingsplan laat een plat dak toe. 51. De reclamant geeft aan dat in het beeldkwaliteitsplan wordt aangegeven dat de bouwhoogtes van de plint en de bovenste verdieping hoger zijn dan van de andere verdiepingen. De reclamant geeft aan dat als in artikel 9 wordt gekeken de bovenste bouwlaag 3,5 meter hoog mag zijn (net zoals de andere verdiepingen) en het ontwerpbestemmingsplan laat slechts een plint toe van 4,0 meter wat volgens de reclamant een marginaal verschil is ten opzichte van de andere bouwlagen. 52. De reclamant geeft aan dat op pagina 11 van het ontwerpbestemmingsplan te zien is dat een groot aantal bouwblokken een terugliggende bovenste bouwlaag hebben, maar dat dit niet terug te vinden is in het ontwerpbestemmingsplan. Cultuurhistorie 53. De reclamant geeft aan dat in het onderzoek van RAAP geconcludeerd wordt dat het gebouwencomplex van De Vries Robbé een hoge cultuurhistorische waarde heeft en dat het advies geldt om de fabrieksgebouwen uit de eerste kwart van de 20e eeuw, het interbellum en de wederopbouw zoveel mogelijk intact te laten en geen aanpassingen te doen aan de gevels en constructies met een hoge monument waarde.
De reclamant geeft aan dat in de gepresenteerde plannen alles platgegooid wordt, behalve een transformatorhuisje en dat er zo niks overblijft van de cultuurhistorische waarde. De reclamant geeft aan dat behoudt van deze gebouwen ook niet mogelijk is aangezien het gehele plangebied met drie meter opgehoogd gaat worden. Daarnaast geeft de reclamant aan dat aan de andere uitgangspunten op pagina 5 van het rapport van RAAP niet wordt voldaan in het beeldkwaliteitsplan en het ontwerpbestemmingsplan. De reclamant is daarom van mening dat de cultuurhistorische waarde van De Vries Robbé wordt weggegooid. M.e.r.-beoordeling 54. De reclamant is van mening dat het mer-besluit onvolledig is. Het is volgens de reclamant onduidelijk welke andere ruimtelijke ontwikkelingen ook betrokken zijn. Daarnaast geeft de reclamant aan dat de woningbouw aan de IJsbaan 455 en de Arkelse Onderweg ontbreken. De reclamant geeft aan dat integraliteit ontbreekt. Verder leest de reclamant niks terug over uitstoot van het bouwverkeer in het m.e.r.-besluit. Ook is het volgens de reclamant niet duidelijk over welke natuur de beoordeling heeft plaatsgevonden en vindt dat de Biesbosch bij de afweging betrokken hoort te worden. Overig 55. De reclamant dringt aan op een rolstoelvriendelijke en rollatorvriendelijke doorgang ter plaatse van de coupure. 56.
De reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan slordig, ondoordacht en vlug in elkaar is geflanst zodat deze onder de oude wetgeving mogelijk gemaakt kan worden. 57. De reclamant geeft aan niet afhankelijk te zijn van een rolstoel, niet aan de Arkelsedijk woont, naar verwachting weinig hinder zal ondervinden aan de uitvoering van het plan of het verkeer op de Arkelsedijk en geen last heeft van parkeerproblemen. 58. De reclamant geeft aan niet tegen herontwikkeling is van het voormalige Jeweterrein en het juist een prima idee vindt om woningbouw op deze locatie te realiseren. Beantwoording zienswijze 1. Zie thematische beantwoording onder 5. 2. Zie thematische beantwoording onder 5. 3. Zie thematische beantwoording onder 5. 4. Zie thematische beantwoording onder 5. 5. Zie thematische beantwoording onder 5. 6. De brug moet in gebruik zijn voordat de woningen in gebruik worden genomen. Zie ten aanzien van bouwverkeer thematisch beantwoording onder 7. De route van het bouwverkeer is nu nog niet bekend. 7. Zie thematische beantwoording onder 1 en 2.
8. Zie thematische beantwoording onder 5. 9. Zie thematische beantwoording onder 5. 10. Zie thematische beantwoording onder 5. 11. Zie thematische beantwoording onder 1. 12. Zie thematische beantwoording onder 1. 13. Zie thematische beantwoording onder 1. 14. Binnen de Verkeersbestemming zijn behalve wegen ook wandel-, fiets- en groenvoorzieningen mogelijk, het is dus niet zo dat de weg op de Arkelsedijk enorm verbreed wordt. De verkeersbestemming op de Arkelsedijk is bovendien niet significant breder dan in het hiervoor geldende bestemmingsplan. De verkeersbestemming is alleen aan bij de aanlanding van de brug en de aansluiting op de Arkelsedijk breder zodat daar voldoende flexibiliteit blijft om het definitieve en kruispunt ontwerp uit te werken. Wij wijzen u tevens op de verschillen tussen de bestemming Verkeer en de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied. 15. De wegberm en begroeiing van het talud aan de Arkelsedijk zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Het bestemmingsplan bevat net zoals het hiervoor geldende bestemmingsplan geen planologische bescherming voor deze gemeentelijke monumenten. Zie thematische beantwoording onder 7. 16. In paragraaf 4.4.7 van de toelichting is beschreven waar en hoe het parkeren is opgelost binnen het plangebied. Hierin worden de parkeergarages genoemd en deze zijn tevens te zien in figuur 4.4.3. 17.