CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording Arkelsedijk

Parallelsessie raadzaal 4 december 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: B&A Bestemmingsplan Arkelsedijk40.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Het is niet onmogelijk om in een bestemmingsplan de mogelijk op te nemen om af te wijken van parkeerbeleid. De Beleidsregel 'Parkeernormen Gorinchem Juni 2019' bevat zelf ook een passage waaruit blijkt dat indien de in de nota opgenomen parkeernormen niet toereikend zijn een betere aansluitende norm kan worden toegepast. De ontwikkelaar en gemeente hebben de benodigde mobiliteitsmaatregelen opgenomen in de anterieure overeenkomst. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen dient de ontwikkelaar een onderbouwing aan te leveren waarmee op basis van de planregel kan worden volstaan met afwijkende parkeernormen. 18. Het parkeerbeleid van de gemeente Gorinchem is openbaar. U kunt het vinden als 'Parkeernormen Gorinchem juni 2019'. 19. Zie thematische beantwoording onder 2. 20. Zie thematische beantwoording onder 2. 21. Zie thematische beantwoording onder 2. 22. Zie thematische beantwoording onder 2. 23. Zie thematische beantwoording onder 2. 24. Zie thematische beantwoording onder 2. 25. In de laddertoets is uitgegaan van circa 500 woningen. Het bestemmingsplan maakt maximaal 512 woningen mogelijk. De 12 woningen op de huidige Nettorama locatie zijn geen onderdeel van de mobiliteitsvisie. De mobiliteitsvisie gaat daarom uit van 500 woningen. 26. Het woningtekort in Nederland is zo groot dat in geen enkel woonsegment sprake is van langdurige leegstand.

In Gorinchem is alleen sprake van frictieleegstand (laddertoets, pagina 26). De grootste vraag betreft betaalbare woningen, maar dat wil niet zeggen dat er geen behoefte is aan dure woningen. Beleidsmatig wordt ook ingezet op woningen die de doorstroming bevorderen. Met dure woningen kunnen de langste verhuisketens op gang komen, waardoor ook weer goedkope woningen vrij zullen komen voor starters. De brede mix maakt het initiatief geschikt voor zowel starters, gezinnen en ouderen (pagina 25 laddertoets). 27. Lingeoever maakt onderdeel uit van de CBS-buurt Linge. Lingewijk is een andere CBS-buurt (zie pagina 6 laddertoets). 28. Er wordt inderdaad niet voldaan aan de richtafstand tot Corbion. Er is gemotiveerd afgeweken van deze richtafstanden. Op basis van de vergunde situatie van Corbion en de nabijheid van andere bestaande woningen is onderbouwd dat ook ter plaatse van de nieuwe woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Zie ook paragraaf 4.1 van de plantoelichting. 29. In het bestemmingsplan is alleen onder maatschappelijke voorzieningen ondergeschikte horeca toegestaan. Zoals in begrip 1.33 is beschreven moet deze horeca ten dienste zijn van de maatschappelijke voorziening. Overige horeca binnen het plangebied betreft de reguliere lichte horeca op basis van de staat van horeca-activiteiten (zie bijlage 1 bij de regels).

Natuurvriendelijke oevers zijn toegestaan op basis van de bestemmingsomschrijving van de bestemming Water. Het bestemmingsplan verplicht echter niet tot het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het opnemen van een definitie wordt niet als noodzakelijk geacht. Voor de definitie van het begrip peil heeft de reclamant een terecht punt dat deze lastig te volgen is. Het maaiveld wordt bij de aanleg van het project opgehoogd en dat zorgt ervoor dat onderdeel b van het begrip ‘peil’ lastig werkbaar is. Onderdeel b van het begrip is daarom in overeenstemming gebracht met andere bestemmingsplannen binnen de gemeente waarbij het nieuw aan te leggen maaiveld bij voltooiing van de bouw het uitgangspunt is. 30. De reclamant maakt niet duidelijk waarom gebouwen niet mogen worden gebouwd. 31. De minimale doorvaarhoogte van de brug is afgestemd op (fluctuerend) waterpeil. 32. De aanduiding 'Geluidzone - industrie' was niet volledig en dit is aangepast in het definitief plan. De aanduiding is ook opgenomen in de waterbestemming. 33. De algemene aanduidingsregel voor de geluidzone betreft een algemene regel die zowel voor bestemmingen geldt waarbinnen geluidgevoelige gebouwen zijn toegestaan als voor bestemmingen waarbinnen dat niet is toegestaan zoals de bestemming Water. 34.

Als de reclamant doelt op opmaak in de vorm van spaties dan is dit correct en dat is in een algemene ambtshalve opmaakcontrole aangepast bij vaststelling van het bestemmingsplan. 35. Aan de oostzijde van de Arkelsedijk is op geen enkele locatie een groenbestemming wegbestemd. In het hiervoor geldende bestemmingsplan lagen hier de bestemmingen 'Verkeer' en 'Bedrijventerrein'. 36. Een bestemmingsplan biedt het planologisch kader voor de beoogde nieuwe wijk en brug. Voor de berekening van het te verwacht oppervlak zijn aannames gedaan. De volgende stap is het uitwerken van het ontwerp voor de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen. Daarbij wordt een definitieve berekening van de verharding gemaakt. 37. Dit artikel regelt dat de gebouwen alleen voor wonen mogen worden gebruikt als voldaan wordt aan de voorwaarden van het gemeentelijk geluidbeleid. In plaats van een geluidluwe gevel kan bijvoorbeeld worden voorzien in een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte. De planregel is nog aangescherpt in die zin dat gebouwen mogen worden opgericht of gebruikt. 38. Het bestemmingsplan maakt gebruik van de Crisis- en herstelwet. Hiermee zijn de benodigde hogere waarden in de planregels opgenomen en deze zijn met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gegaan. 39.

Het waterschap heeft de doorgang door de dijk goedgekeurd waarbij diverse nadere eisen zijn gesteld ten aanzien van de waterveiligheid. De doorgang wordt met conform de eisen van het waterschap gerealiseerd. 40. Zie thematische beantwoording 3. 41. Voor de grondgebonden woningen op deze locatie is bouwhoogte opgenomen die in lijn is met de naastgelegen bebouwing. Er is nog geen goothoogte vastgelegd, omdat er voor deze locatie nog geen ontwerp is uitgewerkt. 42. Reclamant geeft ten onrechte aan dat tuinen niet zijn toegestaan bij de woningen. Tuinen behorende bij de grondgebonden woningen zijn toegestaan in artikel 10. 43. Deze zienswijze is ter kennisname aangenomen. 44. Zie hiervoor thematische beantwoording 5. 45. Voor de genoemde projecten is inmiddels een omgevingsmanager door de gemeente aangesteld. 46. Deze zienswijze is ter kennisname aangenomen. 47. De wethouder heeft gerefereerd aan het overleg dat de ontwikkelaar en de gemeente op ambtelijk niveau op diverse momenten met Wijk belang heeft gevoerd. 48. In de toelichting werd inderdaad ten onrechte gesproken over één parkeergarage. De toelichting is hierop aangepast. 49. Het beeldkwaliteitsplan geeft richtlijnen in de gewenste identiteit van de woonwijk en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte.

In het bestemmingsplan zijn de locaties van de bouwblokken vastgelegd. Mogelijk zitten er kleine verschillen tussen de tekening van de bouwblokken in het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. Het bestemmingsplan is hierin echter leidend. 50. Een sheddak is naast een verwijzing naar het industriële verleden ook een goede oplossing voor daglicht en mogelijk te plaatsen pv-panelen. In de latere uitwerking wordt met een kwaliteitsteam gekeken naar mogelijke en

gekozen ontwerpoplossingen van alle ontwerpen. Het kwaliteitsteam behartigt ook het belang om industrieel erfgoed te laten terugkomen binnen het plangebied. 51. Een plint van 4,0m is hoog genoeg voor het beoogde effect. De overige verdiepingen mogen volgens het plan 3,5m hoog zijn. Voor woningbouw is dit over het algemeen te hoog en zal in de praktijk een hoogte van 3,0m per verdieping realistisch zijn. De bovenste verdieping kan dan wel 3,5m hoog worden. Daarnaast kan het gewenste effect ook bereikt worden door de dakopstand te verhogen en hiermee bijvoorbeeld de te plaatsen installaties te verbergen. 52. Een terugliggende bovenste bouwlaag is inderdaad niet iets dat in het bestemmingsplan dwingend wordt voorgeschreven. In het beeldkwaliteitsplan zijn richtlijnen voor de gewenste identiteit en uitstraling van de architectuur opgenomen waaraan het bouwplan wordt getoetst. 53. De gemeente wil haar erfgoed graag behouden en beleefbaar maken. In het concept erfgoedbeleid wordt aangegeven dat waar mogelijk erfgoed behouden blijft. Daar waar een grote opgave ligt, zoals bij de Arkelsedijk het thema wonen, wordt prioriteit gegeven aan zoveel mogelijk woningen te bouwen. Erfgoed wordt dan ingezet om de locatie identiteit te geven.

Dit gebeurt door enkele gebouwen te laten staan, door delen van de bijzondere constructie her te gebruiken en door het industriële verhaal terug te laten komen in de openbare ruimte. Dit zal in nadere visies van onder andere de openbare ruimte later uitgewerkt worden. Daarnaast zal indien dit mogelijk is constructies op verschillende plekken in de architectuur terugkomen. Naast een deel van het Trafohuisje wordt gebouw 8A afgebroken vanwege ophoping maaiveld en daarna heropgebouwd. Er loopt een onderzoek naar hoe de spanten uit gebouw 2A hergebruikt kunnen worden. Het kunstwerk dat door werknemers aan De Vries Robbé geschonken is en dat nu op de werf ligt zal ook een plek in de openbare ruimte krijgen. Het jaagpad zal weer in ere hersteld worden zodat deze verbinding weer in functie is. De erfenis van De Vries Robbé zal met hiervoor genoemde plannen een plek krijgen.

54. De beschrijving van woningbouwontwikkelingen in de m.e.r. beoordelingsnotitie is afgestemd op het verkeersmodel. In het actuele verkeersmodel dat gebruikt is voor laatste verkeersonderzoek zijn alle recente woningbouwontwikkelingen opgenomen. De (stikstof)uitstoot van het bouwverkeer is onderdeel van de AERIUSberekeningen. Voor de onderbouwing van de berekeningen verwijzen wij u naar bijlage 26 van de toelichting. 55. Rolstoeltoegankelijkheid is inderdaad een uitgangspunt bij het ontwerp van de coupure. 56. De gemeente heeft voor de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan inderdaad aangestuurd op een datum voor het einde van 2023. Wanneer het plan na 1 januari 2024 ter inzage zou moeten dan had dit onvoorziene kosten en vertraging met zich meegebracht. De gemeente is van mening dat dit besluit zorgvuldig is genomen en dat het niet afdoet aan de kwaliteit van het bestemmingsplan. 57. Deze zienswijze is ter kennisname aangenomen. 58. Deze zienswijze is ter kennisname aangenomen. Aanpassing bestemmingsplan Naar aanleiding van deze zienswijze is de geluidzone correct weergegeven op de verbeelding en zijn wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van de actuele onderzoeken. Daarnaast is de begripsbepaling van het begrip ‘peil’ op onderdeel b aangepast in de regels.

3.32 Purac Biochem B.V. (Corbion) (reclamant 32) Purac Biochem bv, Arkelsedijk 46, Postbus 4200 AA Gorinchem, bij brief van 29 januari Onderwerpen: Cumulatie projecten, geluidzone, industrielawaai, externe veiligheid, verkeer, milieuhinder, Inhoud zienswijze 1. Corbion is van mening dat niet alle geplande woningbouwprojecten zijn beschouwd in het bestemmingsplan en de m.e.r.-beoordelingsnotitie. Reclamant mist woningbouw aan de IJsbaan 455 en woningbouw aan de Arkelse Onderweg 125a 1 t/m 29.

2. Corbion geeft aan dat de geluidzone momenteel niet goed is verwerkt in de planverbeelding. Doordat deze geluidzone verkeerd is opgenomen in de planverbeelding kunnen er volgens Corbion ook geen hogere waarden verleend worden en dat gaat Corbion ernstig in hun bedrijfsvoering beperken. Corbion vraagt om dit te herstellen en de geluidzone juist en volledig vast te stellen op basis van de notitie van Rho Adviseurs (bijlage 3 van het ontwerpbestemmingsplan). 3. Corbion is van mening dat er in het onderzoek onvoldoende gekeken is naar de impact van het industrielawaai van Corbion op de voorziene woningen. Volgens Corbion valt het niet uit te sluiten op basis van het huidige onderzoek de voorziene woningen geluid reflecteren op andere locaties waardoor het geluideffect op reeds bestaande bebouwing (nadelig) kan wijzigen. Corbion is van mening dat dit beschouwd had moeten worden. 4. Er wordt op korte afstand van het gezoneerde industrieterrein (waarop Corbion ligt) extra verharding en een nieuwe brug toegevoegd. Het is niet duidelijk wat het effect hiervan is op de zonebewakingswaarden, de vastgestelde hogere waarden bij bestaande woningen en de geluidgrenswaarden uit de omgevingsvergunning van Corbion omdat er geen berekeningen zijn uitgevoerd. Corbion is van mening dat dit beschouwd had moeten worden. 5. Corbion vindt de verantwoording van het groepsrisico erg beknopt.

Corbion vindt dat er ten onrechte niet ingegaan is op verschillende scenario's die mogelijk plaats kunnen vinden bij Corbion, zoals een brand of explosie. Het plangebied ligt ook binnen de invloedgebieden van brand en explosie en Corbion is daarom van mening dat deze beter onderzocht moeten worden. 6. Corbion is van mening dat er een integrale beoordeling ontbreekt van de verkeerssituatie en dat er niet voldoende cumulatief is gekeken naar andere woningbouwontwikkelingen in de omgeving. Corbion vreest om de gevolgen voor de verkeersveiligheid en verkeersdrukte rondom Corbion. 7. Corbion geeft aan dat de inrit van Corbion aan de Arkelsedijk niet beschouwd is en dat dit wel had moeten gebeuren. Corbion geeft aan dat in de huidige situatie sprake is van een verkeersonveilige situatie en vreest dat het met het ontwerpbestemmingsplan zal gaan verergeren. Dit met het oog op een toename aan verkeersintensiteit en een toename aan fietsers en voetgangers. 8. Corbion geeft aan zich grote zorgen te maken over de voornemens van de raad om in de direct omgeving van Corbion grootschalige woningbouw toe te staan. Dit omdat Corbion activiteiten uitvoert waarvan omwonenden milieuhinder kunnen ervaren. Corbion vraagt zich af hoe de raad een goede informatievoorziening borgt richting eventuele kopers en/of huurders. 9.

Vroegtijdige communicatie richting kopers en/of huurders over de milieusituatie kan een deel van de zorgen van Corbion wegnemen geeft Corbion aan. Dit omdat potentiële kopers en/of huurders weten dat ze milieuhinder kunnen ondervinden en dat op voorhand accepteren. Corbion geeft daarnaast aan dat het van belang is voor Corbion dat de bekendheid met mogelijke milieuhinder contractueel wordt erkend. Beantwoording zienswijze 1. De beschrijving van woningbouwontwikkelingen in de m.e.r-beoordelingsnotitie week inderdaad iets af van die in de verkeersstudie. In het actuele verkeersmodel dat gebruikt is voor laatste verkeersonderzoek zijn alle recente woningbouwontwikkelingen opgenomen. Deze verkeerscijfers zijn ook gebruikt voor het actualiseren van het akoestisch onderzoek en stikstofonderzoek. Hiermee zijn alle cumulatieve effecten in beeld. In de plantoelichting worden de resultaten van de actuele onderzoeken verwerkt. Uit een analyse blijkt dat de aangepaste onderzoeksresultaten niet tot andere milieugevolgen leiden en de conclusie van de mer-beoordelingsnotitie blijft daarmee binnen de kaders van het m.e.r-beoordelingsbesluit. Een nieuw besluit is dan ook niet noodzakelijk. 2. Dit is een terechte opmerking. De geluidzone wordt juist opgenomen in het definitief bestemmingsplan. 3. De ODZHZ heeft het zonemodel aangepast rekening houdend met dezonering van de woningbouwlocatie.

Hierbij is de woningbouwontwikkeling ingevoerd. In het rekenmodel zijn door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid de geluidbelastingen uitgerekend. Hieruit zijn geen overschrijdingen berekend. De geluidbelastingen zijn uitgerekend met de nieuwe bebouwing waarmee het uitstralingseffect per saldo wel is meegenomen. 4. Het nieuwe plan is door de OZHZ ingevoerd in het zonebewakingsmodel van het industrieterrein, waarmee automatisch rekening is gehouden met het te dezoneren gedeelte, de toegestane geluidemissie vanwege Corbion (en overige bedrijven) en de nieuwe situatie ten aanzien van de geluidoverdracht. Deze nieuwe situatie is getoetst

5. 6. 7.

8. 9.

ten aanzien van de in het kader van de Wgh toelaatbare geluidruimte (zonegrenswaarden en MTG's), waarbij ook nog rekening is gehouden met een reservering van 1 dB. Dat betekent dat er rekening is gehouden met de vergunde geluidsituatie vanwege Corbion en dat Corbion daarmee niet wordt belemmerd door het plan. Gelet op de beperkte hoogte van het groepsrisico volstaat een beknopte verantwoording. Het is niet noodzakelijk om in te gaan op de verschillende scenario's. De veiligheidsregio is hiermee akkoord. Het verkeersrapport is geactualiseerd met laatste versie van het verkeersmodel. Zie voor verkeerseffecten verder thematische beantwoording 1. De zuidelijke inrit van Corbion betreft een inrit bedoeld als calamiteiteninrit. De gemeente heeft bij het bepalen van de randvoorwaarden van de brug bepaald dat de huidige functie van de inrit gehandhaafd dient te blijven. In het ontwerp is rekening gehouden met de toegankelijkheid van de zuidelijke toegang van Corbion via deze inrit naast de brug. Nood- en hulpdiensten en bij een ontruiming van Corbion zal van deze weg gebruik gemaakt kunnen blijven worden net als in de huidige situatie. Dit standpunt is vastgelegd in het schetsontwerp op basis waarvan nu verder ontworpen wordt. De inrit zal niet voor dagelijks gebruik worden aangesloten op de Arkelsedijk.

Via de verkoopbrochures zullen inwoners geïnformeerd worden over het feit dat door Corbion (en andere bedrijvigheid) enige mate van milieuhinder kan optreden. Hierbij zal specifiek worden gewezen op geurhinder. Aanvullend zal in de koopovereenkomst melding worden gemaakt van de aanwezigheid van bedrijvigheid met milieuhindercontouren.

Aanpassing bestemmingsplan Naar aanleiding van deze zienswijze is de geluidzone correct weergegeven op de verbeelding en is de m.e.r. beoordelingsnotitie aangepast.

3.33 Reclamant 33 Onderwerpen: Parkeren, voorzieningen, geluid, gezondheid, bouwhoogte, schaduw, privacy, waterkwaliteit Inhoud zienswijze 1. De reclamant stelt dat het plan voorziet in een woonwijk met maximaal 500 woningen en dat dit aantal te hoog lijkt gezien de beschikbare ruimte om te parkeren. De reclamant geeft aan dat in het ontwerp bestemmingsplan verwezen wordt naar de Regionale Woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2017-2020 (actualisatie 2017). Hierin staat dat de doelgroepen waarop geconcentreerd wordt met elkaar delen dat ze geneigd zijn om te kiezen voor gemak, individualistisch ingesteld zijn, en status en bezit belangrijk vinden en dat het daarom niet waarschijnlijk is dat deze doelgroepen hun auto weg zullen doen en zullen kiezen voor deelvervoer en een belbus. De reclamant stelt daarom dat er een toename zal zijn in parkeer- en verkeersdruk in zowel de nieuwe als in de bestaande wijk en vraagt daarom dit aspect opnieuw te overwegen. 2. De reclamant stelt dat er in de plannen een gebrek aan voorzieningen is zoals een basisschool en een kinderopvang. De reclamant vindt dit zorgwekkend omdat het aantal gezinnen met jonge kinderen zal gaan groeien met de realisatie van de nieuwe woningen. De reclamant stelt dat gezinnen bij gebrek aan voorzieningen in de wijk naar voorzieningen buiten de wijk moeten gaan.

Dit zorgt volgens de reclamant voor meer verkeersbewegingen, omdat ouders met jonge kinderen op de fiets niet langs gevaarlijke kruispunten als Eike's Hof zullen gaan en daarom de auto zullen gebruiken. De reclamant stelt dus dat het aantal verkeersbewegingen vanuit de wijk richting het centrum toe zal nemen en dat dit haaks staat op de verwachting in de plannen dat de verkeersstroom vanuit de nieuwe wijk richting zal afnemen. 3. De reclamant geeft aan dat het plan voorstelt om de grenswaarden voor het toegestane geluid te verhogen vanwege de toenemende parkeerdruk voor zowel de bestaande als de nieuwe wijk. De reclamant geeft aan hier niet blij mee te zijn en juist gehoopt had dat met de nieuwe ontwikkeling de maximumsnelheid op Arkelsedijk naar beneden zou gaan zodat de geluidoverlast die in de huidige situatie aanwezig is af zou nemen.

4. De reclamant stelt dat in het plan niet onderzocht is wat de geluidhinder op het welzijn en de gezondheid van de bewoners is. De reclamant stelt daarom dat de gemeente niet goed kan oordelen welke welzijns- en gezondheidsbelangen gewogen zijn tegen welke kostenpost. De reclamant verzoekt daarom om het effect van een hogere geluidsnorm op het welzijn en de gezondheid van de bewoners te onderzoeken en inzicht te geven in de effecten en de kosten van geluidbeperkende maatregelen. 5. De reclamant geeft aan dat er geen onderzoek gedaan is naar de invloed van de omgeving op de gezondheid van de toekomstige bewoners. Dit omdat de snelweg en Corbion dichtbij het plangebied liggen. De reclamant stelt dat het in andere regio's gebruikelijk is om de GGD een gezondheidscheck te laten doen bij planvorming. Daarnaast stelt de reclamant dat het gebrek aan dit onderzoek niet overeenkomt met de omgevingsvisie van Provincie ZuidHolland waarin staat: "De provincie wil zorgen voor een toekomstbestendig ingericht bebouwd gebied dat zorgt voor een prettige, gezonde en veilige leefomgeving.

Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient (in toenemende mate): (.....) een gezonde en veilige leefomgeving te bevorderen; die een gezonde leefstijl ondersteunt, met een beweegvriendelijke leefomgeving voor sport en beweging stimuleert en waarin een goede milieukwaliteit wordt beschermd en bevorderd.” De reclamant verzoekt daarom voor het uitvoeren van een gezondheidsonderzoek en waar nodig maatregelen op te nemen tegen negatieve effecten. 6. De reclamant is van mening dat de bouwhoogte van acht bouwlagen niet in proportie zijn met de rest van de Lingewijk en daarom niet acceptabel. De reclamant stelt dat met de voorgenomen hoogte veel (zon)licht en uitzicht wordt weggenomen. 7. De reclamant geeft aan dat de beoogde bebouwing vol zicht zal hebben op de tuinen aan de Arkelse Onderweg. 8. De reclamant vraagt om de beoogde bouwhoogte te heroverwegen. 9. De reclamant stelt dat de waterschappen de waterkwaliteit bij meetpunt 'Gorinchem – Arkelsedijk – Linge' hebben gemeten en een PFOS-waarde hebben aangetroffen van 314 keer de veilige grenswaarde van het RIVM. De reclamant geeft aan hier niks over te lezen in het bestemmingsplan. De reclamant verzoekt om te onderzoeken wat de effecten zijn op de gezondheid van de omwonenden en waar nodig maatregelen te nemen tegen de negatieve effecten. Beantwoording zienswijze 1.

Door Overmorgen is actueel onderzoek gedaan naar de doelgroep voor deze woningen en hun mobiliteitsgedrag. Bij de berekening van de parkeerbalans staat hierover een uitgebreide toelichting. Zie verder voor het antwoord op parkeren thematische beantwoording 2. 2. Met de informatie die er nu is, heeft de gemeente vanuit onderwijshuisvesting steeds aangegeven dat er ruimte is/komt op de school in de Lingewijk JP Waale (inclusief Kinderopvang). Dus geen nieuwe school maar een grotere school om de toename te kunnen opvangen. Met de fietsroute door de dijk heen naar de Lingewijk kunnen ouders makkelijk de kinderen op de fiets brengen en halen naar de JP Waale. Daarnaast zullen ouders ook kiezen voor scholen verder weg vanuit geloofsovertuiging of onderwijsvisie. Denk aan Jenaplan of Montessori op Wijdschild en Hoog Dalem of christelijk/katholiek onderwijs in de wijken Oost, Binnenstad en Gildenwijk. 3. Er is geen relatie tussen de parkeerdruk en het besluit hogere waarden. De maximumsnelheid op de Arkelsedijk kan vooralsnog niet omlaag, omdat dit de aanrijroute van de brandweer is. Wel wordt gekeken of de snelheid op de Arkelsedijk noord naar beneden kan door de bebouwde kom grens te verplaatsen. 4. Er wordt gewerkt met de wettelijke normen voor geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai.

Het is niet mogelijk en ook niet noodzakelijk om voor een ruimtelijke ontwikkeling de gezond- of welzijnseffecten van geluidhinder in beeld te brengen. Gezondheid- en welzijn hangt immers van veel factoren af. In het kader van het besluit hogere waarden zijn de kosten van maatregelen om de geluidbelasting terug te dringen wel afgewogen tegen de effecten van deze maatregelen. De effecten en de kosten van geluidbeperkende maatregelen zijn opgenomen in bijlage 3 van de plantoelichting Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. 5. Het is inderdaad mogelijk om een plan te toetsen aan kernwaarden voor een gezonde leefomgeving. Deze kernwaarden bestaan uit diverse aspecten zoals een rookvrije omgeving, aantrekkelijke omgeving die uitnodigt tot bewegen, stimuleren van actieve wijze van vervoer (minder auto) maar ook beperken van geluidoverlast door o.a. verkeer. Niet al deze aspecten lenen zich om in een bestemmingsplan af te wegen of te regelen. De omgevingsaspecten die relevant zijn zoals de impact van bedrijvigheid of wegen op het woon- leefklimaat zijn wel

6. 7.

8. 9.

degelijk onderzocht en afgewogen. Van strijd met de omgevingsvisie van Zuid-Holland is geen sprake het plan voorziet naast woningen en voorzieningen ook in een verbetering van de openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en recreëren. Zie thematische beantwoording 4. Er is geen sprake van disproportionele bouwhoogten. Binnen het plangebied is hoogbouw voorzien waardoor er inderdaad sprake is van inkijk vanuit de nieuwe bebouwing op de tuinen aan de Arkelse Onderweg. De nieuwe bebouwing ligt echter op circa 50 meter van uw tuin en het ligt tevens achter de dijk waardoor het zicht zeer beperkt is. De bouwhoogte is zorgvuldig afgewogen en onderbouwd en naar aanleiding van eerdere participatie aangepast. De zienwijze geeft geen aanleiding dit opnieuw te doen. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op de waterkwaliteit in de Linge. Het oppervlaktewater van de Linge is geen onderdeel van het plangebied en daarnaast is het water niet als zwemwater aangemerkt. In het kader van dit bestemmingsplan wordt daarom geen aanvullend onderzoek gedaan naar de effecten van PFOS op omwonenden.

Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.

3.34 Reclamant 34 Onderwerpen: Hoeveelheid woningen, bouwhoogte, schaduw, uitzicht, diversiteit woningaanbod, parkeren, verkeer, luchtkwaliteit, geluid, dijkdoorgang, trillingen, participatie Inhoud zienswijze 1. De reclamant geeft aan dat zij 500 appartementen veel vindt gezien de beschikbare ruimte voor parkeren. 2. De reclamant vindt dat de hoogte van de geplande gebouwen buiten proportioneel hoog zijn. De reclamant geeft aan dat in de eerste gesprekken is aangegeven dat de gebouwen niet hoger zouden worden dan de bomen op de dijk, wat de reclamant al heel erg hoog vindt. De reclamant geeft aan dat in de laatste plannen de gebouwen nog hoger zijn ontworpen. 3. De twee gebouwen waar 8 bouwlagen voor zijn gepland wijkt volgens de reclamant gekeken naar de hoogte erg af van de aanwezige bebouwing in de omgeving. 4. De reclamant stelt dat er geen diversiteit is in het woningaanbod, omdat er alleen appartementen worden gerealiseerd en geen huizen. 5. De reclamant is van mening dat de realisatie van de nieuwbouw tot 8 bouwlagen enorme consequenties heeft voor op bijvoorbeeld het wegnemen van zonlicht. 6. De reclamant is van mening dat het idee van de inzet van deelauto's en daarmee de vermindering van het aantal parkeerplaatsen in de praktijk niet gaat werken. En dat er daarom parkeerdruk gaat ontstaan in de wijk. 7.

De reclamant stelt dat er tijdens de inloopavonden te weinig is ingegaan op de opmerkingen over de verlichting van de koplampen van het verkeer die van de Spijksedijk over de nieuwe brug richting de Lingewijk rijden. De reclamant geeft aan dat deze te weinig terugziet van de uitwerking in de infrastructuur rondom de te bouwen brug wat betreft de geuite zorgen met betrekking tot de overlast van verkeer en verlichting. 8. De reclamant stelt dat de verkeersdruk, geluid en parkeerdruk zal toenemen 9. De reclamant geeft aan dat de geluidsnorm volgens het plan omhoog gaat maar dat het niet als noemenswaardige bijkomende schade wordt vernoemd en dat men er niks aan gaat doen. 10. De reclamant stelt dat er niet wordt gesproken over de fijnstof overlast door de sloop van de bestaande gebouwen, met speciale aandacht gelet op de oude industriële materialen waaruit deze bestaan. 11. De reclamant stelt dat de verkeersdrukte en parkeerdrukte in de wijk gaat toenemen, omdat er niet genoeg parkeermogelijkheden in de parkeergarage van de beoogde ontwikkeling zijn. De reclamant stelt dat mensen net zo makkelijk hun auto 5 minuten lopen van hun huis parkeren. De reclamant staaft dit aan de vermeenden parkeerperikelen in de “boven en benedenstad” en voorspelt dat ditzelfde gaat gebeuren met de beoogde ontwikkeling.

De reclamant is bang dat het bestaande parkeerprobleem dat deze in de huidige situatie ervaart

verergerd zal worden met de realisatie van 500 appartementen. De reclamant is ervan overtuigd dat dit effect plaats zal vinden aangezien er ook een dijkdoorgang gerealiseerd gaat worden. 12. De reclamant geeft aan niet overtuigd te zijn van de veiligheid van een dijkdoorgang zoals deze nu gepland staat. 13. De reclamant wil, gezien de leeftijd van woningen grenzend aan de Arkelsedijk en niet onderheid zijn, meegeven enorm te vrezen voor de eventuele gevolgen van het bouwverkeer, zware verkeer en overlast daarbij komt kijken. 14. De reclamant vindt dat een “verplichte” omgevingsdialoog voor een bouwplan goed klinkt. Echter is de reclamant van mening dat dit geen zin heeft als de plannen al vastliggen, de voorwaarden van dergelijke gesprekken vrijblijvend zijn en controle met gemeentelijke opvolging op de uitkomsten ontbreken. De reclamant heeft het participatieproces als eenzijdige informatieverstrekking ervaren en dat daarom van enig draagvlak bij de buurt daarom geen sprake is. Beantwoording zienswijze 1. Het stedenbouwkundig plan laat zien dat 500 woningen goed inpasbaar zijn. De parkeerplaatsen zijn voor een groot deel voorzien in verdiepte parkeergarages. 2. De gemeente heeft op deze locatie ervoor gekozen om hoogbouw toe te staan en is van mening dat hoogbouw op de locatie passend is.

Naar aanleiding van participatie op het stedenbouwkundig plan is ervoor gekozen om de gebouwen met de hogere bouwhoogtes aan de zijde van de Linge te plaatsen waardoor er een geleidelijk verloop in bouwhoogtes vanaf de Lingewijk naar de nieuwe wijk ontstaat. 3. De bouwhoogte is inderdaad hoger dan in de directe omgeving, maar passend bij de locatie. Voor de blokken met de hogere bouwhoogtes is gekozen om deze zo ver mogelijk van de Lingewijk af te plaatsen waardoor het contrast tussen de laagbouw uit de Lingewijk en de hoogbouw binnen het plangebied zo ver als mogelijk beperkt is. Voor een nadere beschrijving en onderbouwing van de betreffende bouwhoogtes en inpassing hiervan verwijzen wij naar het stedenbouwkundig plan. 4. Binnen het plangebied worden voornamelijk appartementen voorzien waar in Gorinchem juist een grote vraag naar is. In de woon- en transformatievisie Gorinchem is een programmatische onderbouwing voor de invulling van de Vleugels van de Stad, waaronder de Lingeoever, gegeven. Hierin wordt ingezet op een stedelijk woonmilieu met hoogbouw. Daarbij past het ontwikkelen van appartementen. De gemeente ziet het woningaanbod binnen het plangebied als aanvulling op de bestaande voorraad. 5. Zie thematische beantwoording 4. 6. Zie thematische beantwoording 2. 7. Lichthinder is aan de orde geweest op de participatiebijeenkomsten.

Het kruispunt ontwerp moet nog verder worden uitgewerkt en dan wordt er ook gekeken naar zaken, zoals lichthinder. Aan de Spijksedijk zal een scherm worden geplaatst. Dit zal in samenhang met het fietspad worden ontworpen. Ook aan de Arkelsedijk wordt een scherm overwogen. Dit is ook een wens die door bewoners is geuit. Het scherm kan tevens als geleiderail dienen. Dit is onderdeel van het nadere ontwerp voor de herinrichting van de Arkelsedijk Zuid. Het is overigens niet erg aannemelijk dat reclamant lichthinder zal ondervinden. In het verlengde van de brug staat begroeiing, bebouwing enzovoort. Van onevenredige lichthinder zal in elk geval geen sprake zijn. 8. Zie thematische beantwoording 1 en 2. 9. Ter plaatse van woning van reclamant is sprake van een toename van geluidoverlast vanwege de toename van verkeer op de Arkelsedijk en als gevolg van de nieuwe brug die leidt tot andere verkeersafwikkeling. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat door het toepassen van geluidreducerend asfalt én het verplaatsen van de komgrens (en daarmee snelheidsverlaging) dit kan worden voorkomen. Deze maatregelen aan de Arkelsedijk worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de brug en de aansluiting op de Arkelsedijk. Nu uitwerking nog plaats moet vinden zijn voor dit bestemmingsplan hogere waarden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarden worden overigens niet overschreden.

De toekomstige geluidbelasting is acceptabel. Zie voor eventuele planschade thematische beantwoording 6. 10. Stofhinder door de sloop van de bestaande gebouwen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit is geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving. 11. Zie thematische beantwoording 2.

12. De zorgen zijn onterecht. De doorgang zal aan de veiligheidsnormen voor waterkeringen moeten voldoen en moet afsluitbaar zijn. De technische uitwerking heeft de instemming en een vergunning van het waterschap nodig. 13. Zie thematische beantwoording 7. 14. Zie thematische beantwoording 5. Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Wel is in aanvulling een bezonningstudie opgesteld.

3.35 Reclamant 35 Inhoud zienswijze Deze zienswijze is identiek aan zienswijze 40. Beantwoording zienswijze Zie beantwoording zienswijze 40. Aanpassing bestemmingsplan Een bezonningsstudie is opgenomen als bijlage 34 bij de toelichting van het bestemmingsplan.

3.36 Reclamant 36 Onderwerpen: Erfgoed, participatie, verkeer, geluid, integraliteit, bouwverkeer, planschade/nadeelcompensatie Inhoud zienswijze 1. De reclamant is van mening dat het behoud van het erfgoed essentieel is voor het behoud van de historische identiteit van Gorinchem en dat met de beoogde ontwikkeling een tastbaar stuk industrieel erfgoed voor de gemeenschap verloren gaat. De reclamant vindt het ironisch dat veel bouwwerken die door De Vries Robbé zijn gerealiseerd elders in het land zijn erkend als rijks- of gemeentemonumenten en dat de plek van vervaardiging gesloopt wordt. De reclamant geeft aan dat het RAAP-rapport benadrukt dat de voorgenomen bouwplannen mogelijk een bedreiging vormen voor de cultuurhistorische waarden in het plangebied en roept op om de plannen te heroverwegen voor het afbreken van de huidige bebouwing. De reclamant is van mening dat de ontwikkelaar het advies van het RAAP-rapport negeert, dat de inspanningen om het erfgoed te behouden niet adequaat zijn en zich slechts richt in het beeldkwaliteitsplan op het behoud van de elementen die de beoogde ontwikkeling niet te veel wijzigen. De reclamant is daarom van mening dat dit eerder een afleiding is dan een werkelijke poging om het erfgoed te behouden.

De reclamant is van mening dat het restaureren van de industriële bebouwing in overweging genomen dient te worden zodat de structuur van de bedrijfsbebouwing intact blijft. De reclamant geeft als voorbeeld de gebouwen geschikt te maken voor wonen en zo een unieke en aantrekkelijke woonomgeving te creëren. 2. De reclamant wil zijn bezorgdheid uiten over het participatieproces. De reclamant is van mening dat het proces geclassificeerd kan worden als een schijnparticipatie in plaats van een daadwerkelijk betrokken proces en dat de besluitvorming vooraf bepaald is. De reclamant heeft de indruk dat naar buiten wordt voorgespiegeld dat er een succesvol participatieproces is doorlopen. De reclamant staaft dit aan participatieverslagen die niet in overeenstemming zijn met de informatieavonden, bezorgdheden die herhaaldelijk ter zijde zijn geschoven, vragen die onbeantwoord werden gelaten, gebrek aan transparantie, eenzijdige manier van communicatie met geen ruimte voor een echte dialoog, ingebrachte input die niet serieus wordt genomen, in verslagen kan onvoldoende teruggelezen worden over weerstand, kritiek of gewone reacties van inwoners, op sommige delen van het plangebied heeft geen participatie plaatsgevonden en dat de representatie van de huidige inwoners van de

Lingewijk ontoereikend is. De reclamant roept op tot een participatieproces dat daadwerkelijk impact heeft en representatief is voor alle betrokken partijen. 3. De reclamant is van mening dat de Lingewijk haar voorzieningen, groene ruimtes en haar authentieke industriële karakter verliest en het overschaduwd wordt door nieuwbouw. 4. De reclamant vindt de berekende verkeerstoename zorgwekkend. 5. De reclamant is van mening dat de effecten van de berekende verkeerstoename op de rotonde bij Papland onvoldoende belicht zijn, met name gezien het gebruik van geëxtrapoleerde cijfers. De reclamant is van mening dat de impact van de berekende verkeerstoename op de huizen en op de gezondheid van bewoners van Arkelsedijk (Noord) onvoldoende belicht zijn, met name gezien het gebruik van geëxtrapoleerde cijfers. 6. Volgens de reclamant lijkt het dat het ontlasten van Eike's Hof prioriteit krijgt boven andere legitieme zorgen die door de bewoners zijn geuit. 7. De reclamant vindt het jammer dat een concreet voorstel (implementatie van “Auto te Gast” op de Arkelsedijk) dat de reclamant had geopperd direct is afgewezen op basis van het argument “bezwaar van de Brandweer”. De reclamant wil benadrukken dat de voorgestelde optie de veiligheid van bewoners die naar hun voordeur willen komen waarborgt.

Daarnaast geeft de reclamant aan dat het ook de veiligheid van fietsers bevorderd en het snelheidsprobeem op de Arkelsedijk Noord zou oplossen. De reclamant geeft aan dat in geval van nood de brandweer de Arkelsedijk nog steeds als uitvalsweg kan gebruiken. De reclamant is van mening dat het bezwaar van de brandweer niet onoverkomelijk is. De reclamant is bang dat de Arkelsedijk mogelijk congestie gaat vertonen en is van mening dat de Arkelsedijk momenteel geen ruimte biedt om uit te wijken om doorgang te geven aan de hulpdiensten. De reclamant beschouwt dit als een potentieel gevaarlijk scenario en wilt de urgentie benadrukken van het heroverwegen van “Auto te Gast”. 8. De reclamant geeft aan dat in het verkeersonderzoek geen rekening is gehouden met de prognose van de hoeveelheid langzaam verkeer die over de Arkelsedijk heen gaat. 9. De reclamant geeft aan dat de projectontwikkelaar niet van plan is om aanvullend verkeersonderzoek te doen naar de daadwerkelijke verkeersintensiteit met als reden vrees voor sluiproutes. Dit baseert de reclamant op basis van “20231012 Concept Verslag Parallelsessie I&O Arkelsedijk Lingeoevers”. De reclamant geeft aan dat van de zijde van de gemeente in een raadsvergadering in oktober 2023 is aangegeven dat nieuw verkeersonderzoek niet nodig is, omdat het model laat zien dat sluiproutes ontstaan als het verkeer op de Arkelsedijk belemmerd wordt.

De reclamant is van mening dat deze redenatie een drogreden is om geen nieuw onderzoek uit te laten voeren. 10. De reclamant geeft aan dat de uitspraak in raadsvergadering in oktober 2023 roept dat de geluidbelasting voldoet aan de maximale waarden van de Wet geluidshinder, maar toch een goede woonkwaliteit mogelijk is en er geen grote problemen ontstaan bij bestaande woningen. De reclamant vraagt zich af hoe aan de maximale geluidswaarden wordt voldaan zonder impact op leefomgeving. 11. Het is de reclamant nog niet duidelijk hoe de routes van het bouwverkeer gaan lopen. Daarnaast heeft de reclamant nog niet vernomen of de bouwmaterialen over het water of over de nieuwe brug kunnen worden vervoerd. De reclamant zou hier graag duidelijkheid over ontvangen. 12. De reclamant zou graag weten of er beslissingen genomen zijn met betrekking tot de inschatting van het risico voor huizen die niet onderheid zijn. De reclamant geeft aan dat het idee dat deze risico-inschatting uitgevoerd zou worden door de ontwikkelaar bezorgdheid opwekt. 13. De reclamant geeft aan dat er 5 projecten plaatsvinden in de Lingewijk. Daarnaast geeft de reclamant aan dat er veel huizen niet onderheid zijn en dat wanneer er bij Corbion een vrachtwagen stationair staat de draaien er overlast wordt ervaren door trillingen. De reclamant geeft aan dat Corbion adequaat is gehandeld en er een regeling is getroffen.

De reclamant maakt zich daarom zorgen wat de mogelijke effecten gaat zijn van 5 bouwputten op de woningen. 14. De reclamant geeft aan dat er huizen niet onderheid zijn en er al bijna 100 jaar staan. De reclamant vreest gevolgen te ondervinden van de bouwprojecten in de wijk. De reclamant geeft aan dat deze zorgen opgeworpen zijn in de gemeenteraadsvergadering maar dat deze worden weggewuifd door de projectontwikkelaar. Verder heeft de gemeente de motie “Eén Lingewijk één plan” afgewezen. Dit roept bij de reclamant meer zorgen op en volgens de reclamant lijkt dit erop alsof de gemeente meer gericht is op haar eigenbelang en de soepele uitvoering

van de afzonderlijke projecten dan op het welzijn van haar bewoners door dit op een holistische manier te benaderen. 15. De reclamant wil benadrukken dat de bevolkingsdichtheid van de Lingewijk momenteel al ver boven het Nederlandse gemiddelde ligt en de reclamant geeft aan dat dit een aanzienlijke belasting is op de wijk. De reclamant geeft aan dat er een stijging is van 41% van de inwoners in de Lingewijk met de ontwikkeling van de 5 bouwplannen. De reclamant geeft aan dat de voorgestelde plannen deze groei exponentieel versneld in een veel kortere periode dan de organische groei van de afgelopen 10 jaar. De reclamant is van mening dat de gemeente de noodkreten niet serieus neemt en als dit waar is dan schiet de gemeente ernstig te kort in de verantwoordelijkheid naar haar inwoners toe. De reclamant roept op tot een zorgvuldige afweging van de gevolgen van deze bouwprojecten als één geheel. 16. De reclamant verzoekt om een grondig evaluatie van de impact op het verkeersnetwerk, woonplezier en gezondheid van de huidige bewoners. 17. De reclamant vreest niet de gewenste aandacht te zullen krijgen en dat daarom de vraag oprijst hoe planschade en/of nadeelcompensatie wordt gerealiseerd, met specifieke aandacht voor mogelijke waardedaling van bestaande woningen.

De reclamant geeft aan dat mogelijke waardering van onroerend goed als gevolg van veranderingen in het bestemmingsplan en nadeelcompensatie als gevolg van de impact op de leefomgeving zaken zijn die serieus overwogen dienen te worden. Beantwoording zienswijze 1. De gemeente wil haar erfgoed graag behouden en beleefbaar maken. In het concept erfgoedbeleid wordt aangegeven dat waar mogelijk erfgoed behouden blijft. Daar waar een grote opgave ligt, zoals bij de Arkelsedijk het thema wonen, wordt prioriteit gegeven aan zoveel mogelijk woningen te bouwen. Erfgoed wordt dan ingezet om de locatie identiteit te geven. Dit gebeurt door enkele gebouwen te laten staan, door delen van de bijzondere constructie her te gebruiken en door het industriële verhaal terug te laten komen in de openbare ruimte. Dit zal in nadere visies van onder andere de openbare ruimte later uitgewerkt worden. Daarnaast zal indien dit mogelijk is constructies op verschillende plekken in de architectuur terugkomen. Naast een deel van het Trafohuisje wordt gebouw 8A afgebroken vanwege ophoping maaiveld en daarna heropgebouwd. Er loopt een onderzoek naar hoe de spanten uit gebouw 2A hergebruikt kunnen worden. Het kunstwerk dat door werknemers aan De Vries Robbé geschonken is en dat nu op de werf ligt zal ook een plek in de openbare ruimte krijgen.

Het jaagpad zal weer in ere hersteld worden zodat deze verbinding weer in functie is. De erfenis van De Vries Robbé zal met hiervoor genoemde plannen een plek krijgen. 2. Zie thematische beantwoording 5. 3. Het is juist dat een deel van de Lingewijk, namelijk de Linge Oever haar industriële karakter verliest. Dat sprake is van overschaduwing van de bestaande woningen in de Lingewijk wordt niet herkend. De bouwmassa en bouwhoogte zijn zorgvuldig afgestemd op de omgeving. 4. Ten aanzien van de verkeerstoename wordt verwezen naar de thematische beantwoording 1. 5. Er is een actueel verkeersonderzoek uitgevoerd met het meest recente verkeersmodel. Van geëxtrapoleerde verkeerscijfers is dan ook geen sprake meer. 6. Het ontlasten van Eike's Hof is een kader wat door de gemeenteraad is meegegeven bij de ontwikkeling van LingeOever en de brug. Vandaar dat het nadrukkelijk aandacht krijgt in het verkeersonderzoek. De gemeente doet echter haar best om andere legitieme zorgen ook serieus te nemen en voldoende aandacht te geven. 7. 'Auto te gast' stuit inderdaad op bezwaar van de brandweer. De gemeente is echter van mening dat het belangrijker is dat een 'auto te gast' alleen veilig(er) is bij een overheersend aantal fietsers. Daarvan is in deze situatie geen sprake.

Mede door de aanleg van de dijkdoorgang is het ook niet aantoonbaar in het verkeersmodel dat de fietser op dit deel van de dijk overheersend zal zijn ten opzichte van autoverkeer. 8. In het huidige verkeersmodel is ook rekening gehouden met langzaam verkeer/ fietsers. 9. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft bureau Goudappel een actualisatie van het verkeersonderzoek gemaakt. 10. De maximale waarden voor geluidhinder zijn zodanig dat met een gebruikelijke gevelwering binnen in de woningen voldaan wordt aan gezonde geluidniveaus.

11. Zie thematische beantwoording 7. 12. Zie thematische beantwoording 6 en 7. 13. Zie thematische beantwoording 7. 14. Zie thematische beantwoording 7. 15. De gemeente heeft in het kader van de woon- en transformatievisie Gorinchem en in Vleugels van de Stad juist haar wens uitgesproken om op de Lingeoever woningbouw met hoogbouw in hogere dichtheden (> ca 70 woningen/ha) toe te staan. De bevolkingsdichtheid van de Lingewijk stijgt inderdaad door ontwikkeling van Lingeoever. De gemeente verwacht echter geen toenemende druk op de Lingewijk, omdat binnen de Lingeoever diverse wijkvoorzieningen worden gerealiseerd en omdat de ontsluiting via de nieuwe brug niet door de Lingewijk loopt. 16. De effecten op het verkeer (en daarmee ook op woonplezier en gezondheid van de huidige bewoners) worden gemonitord. 17. Zie thematische beantwoording 6. Aanpassing bestemmingsplan Naar aanleiding van deze (en andere) zienswijzen is het verkeersonderzoek geactualiseerd. Ook is een bezonningstudie opgesteld.

3.37 Reclamant 37 Onderwerpen: verkeer Inhoud zienswijze 1. De reclamant is benieuwd naar de toekomstige verkeersintensiteit op de Arkelsedijk en maakt zich zorgen om de invloed die dit op zijn wooncomfort gaat hebben. De reclamant geeft aan dat de gemiddelde snelheid te hoog ligt op deze weg, maar dat snelheidsbeperkingen worden tegengesproken door de nooddiensten, omdat zij deze weg nodig hebben als ontsluitingsweg. De reclamant zou daarom graag nog een bijeenkomst georganiseerd willen zien met de bewoners van de Arkelsedijk over de toenemende verkeersintensiteit en hoe de overlast te reduceren. 2. Als mogelijke maatregel stelt de reclamant voor om een korte trajectcontrole toe te passen op de Arkelsedijk. Beantwoording zienswijze 1. Zie thematische beantwoording 1. 2. Trajectcontroles zijn niet toegestaan op dit soort wegen. Aanpassing bestemmingsplan Deze zienswijze geeft, gelet op vorenstaande overwegingen, geen aanleiding tot wijzigingen in het bestemmingsplan.

3.38 Provincie Zuid-Holland (reclamant 38) Provincie Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509LP Den Haag, bij brief van 30 januari Onderwerpen: Supermarkt, dijkdoorsteek, oeververbinding Inhoud zienswijze 1. Provincie Zuid-Holland geeft aan dat zij in het vooroverleg aangegeven hebben dat de verplaatsing van de supermarkt is toegestaan, onder de voorwaarde dat de verplaatsing kan worden onderbouwd op basis van artikel 6.13 lid 2 van de Omgevingsverordening. Daarnaast is aangegeven dat aangetoond dient te worden dat de nieuwe solitaire supermarkt de functie van centrale aankoopplaats zal vervullen in een nieuwe, groter geworden,

verzorgingsgebied. Provincie Zuid-Holland geeft aan dat aan deze punten vooralsnog geen gevolg gegeven is en verzoekt dit te onderbouwen. 2. De Arkelsedijk is op kaart 3 van de Omgevingsverordening aangewezen als regionale waterkering. Provincie ZuidHolland geeft aan dat er nog cruciale uitwerkingen ontbreken van de onderdoorgang van de Arkelsedijk waardoor de onderdoorgang niet definitief beoordeeld kan worden. Bovendien mist er nog een beoordeling van het waterschap, wat voorwaardelijk is binnen de planprocedure, geeft de provincie aan. 3. De provincie wijst erop dat met de verdere uitwerking van de nieuwe oeververbinding “Richtlijnen Vaarwegen 2020 van Rijkswaterstaat” te hanteren en indien nodig de planologische regeling hierop aan te passen. Beantwoording zienswijze 1. De provincie wijst terecht op artikel 6.13 lid 2 van de Omgevingsverordening. In paragraaf 3.2.2. van de toelichting is een toetsing van artikel 6.13 lid 2 opgenomen conform het verzoek van Provincie Zuid-Holland. 2. De beoordeling van het waterschap heeft inmiddels plaatsgevonden. Er vindt op basis van de voorwaarden van het waterschap een verdere technische uitwerking plaats van doorgang die zal voldoen aan de eisen omtrent waterveiligheid. 3. Deze richtlijnen zijn bekend en worden gebruikt bij verdere uitwerking van de brug. Aanpassing bestemmingsplan In paragraaf 3.2.2.

van de toelichting is een toetsing van artikel 6.13 lid 2 opgenomen.

3.39 Reclamant 39 Inhoud zienswijze De inhoud van deze zienswijze is gelijk aan nummer 40. Beantwoording zienswijze Zie beantwoording zienswijze 40. Aanpassing bestemmingsplan Een bezonningsstudie is opgenomen als bijlage 34 bij de toelichting van het bestemmingsplan.

3.40 Reclamant 40 Onderwerpen: Trillingen, parkeren, geluid, schaduw, archeologie, MER, bodem, beeldkwaliteitsplan Inhoud zienswijze 1. De reclamant geeft aan dat het gebied op en om de Nettorama door Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) van de Rijksoverheid aangewezen is zeer kwetsbaar gebied met meer dan 80% BAG panden die voor 1970 gebouwd zijn. De reclamant geeft aan dat de draagkracht van de bodem door KCAF aangemerkt is als beperkt. De reclamant betoogd daarom dat er een verhoogd risico is op verzakkings- en funderingsproblemen op gebouwen in de omgeving wanneer er zware grondwerkzaamheden, zoals heiwerkzaamheden, plaatsvinden. De reclamant geeft aan dat met deze effecten ook risico's gelden voor de veiligheid van de panden en immateriële en emotionele schade van de bewoners om wiens woningen het gaat. De reclamant pleit daarom voor een andere invulling van de Nettorama locatie die: minder zware trillingen veroorzaakt als gevolg van de bouw, minder risico's met zich meebrengt voor de fundering voor de bestaande woningen die op gronden staan die door KCAF zijn aangemerkt als kwetsbare grond, minder ingrijpend is voor de grond zoals een plantsoen passend bij de uitgangspunten van de gebiedsontwikkeling en geen nieuwbouw die hoger is dan de huidige 3 meter van de huidige Nettorama

2. De reclamant geeft aan dat in het ontwerp bestemmingsplan staat vermeld dat er geen wettelijke grondslag is voor de parkeersituatie in het plangebied/dat er geen gemeentelijk parkeerbeleid zou zijn. De reclamant is van mening dat dit niet opgaat voor het gebied van de Nettorama locatie (onder andere perceel Gorinchem F 3012). De reclamant verwijst hiervoor naar artikel 12 “Verkeer – Verblijf” en artikel 18 “Waarde – Archeologische verwachting hoog PM1”van bestemmingsplan “ NL.IMRO.0512.BP2012125-4001” 3. De reclamant geeft aan dat er parkeerplaatsen verdwijnen bij de Nettorama locatie wanneer hier nieuwbouw gerealiseerd gaat worden en dat er daarom een parkeertekort ontstaat voor de huidige bewoners. De reclamant vraagt daarom voor een andere invulling van het gebied waar: wordt voldaan aan de wettelijke gronden van de huidige bestemming van het perceel, wordt voldaan aan artikel 18.2.1 sub a van bestemmingsplan NL.IMRO.0512.BP2012125-4001” en voldoende parkeergelegenheid voor buurtbewoners blijft bestaan. 4. De reclamant geeft aan dat uit het akoestische onderzoek 'Transformatie Arkelsedijk' (Rho Adviseurs, 23 november 2023) is gebleken dat de richtwaarde met 1 dB overschreden wordt op twee bouwvlakken bij de Nettorama locatie. De reclamant geeft aan dat in dit onderzoek op p. 22 wordt aangegeven dat onderzoek naar geluidwerende maatregelen noodzakelijk is.

De reclamant geeft aan dat het huidige ontwerpbestemmingsplan met de 12 beoogde nieuwbouwwoningen hier geen maatregelen voor bieden. De reclamant vraagt daarom om aantoonbare en concreet geformuleerde maatregelen die genomen worden om het wegverkeerslawaai en de geluidbelasting voor de bewoners aan de Arkelse Onderweg te reduceren tot onder de richtwaarde van 48 dB. 5. De reclamant geeft aan dat een uitgangspunt van de beoogde ontwikkeling dat het ontwerp en plan zou aansluiten bij de bestaande architectuur en panden van onder andere de Lingewijk-Zuid. De reclamant beweert dat met de 12 nieuwbouwwoningen geen rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de aangrenzende panden en woningen gelegen aan de Arkelse Onderweg en Hendrik Hamelstraat. De reclamant geeft aan dat de 12 nieuwbouwwoningen een aanzienlijke schaduwval zouden veroorzaken. Hierdoor worden investeringen in zonnepanelen van buurtbewoners ineffectief en gaat de beoogde ontwikkeling van de reclamant dwars tegen het landelijke en lokale beleid voor verduurzaming en vergroening in volgens de reclamant. De reclamant vraagt daarom van een andere invulling van Nettorama locatie waaruit blijkt dat er geen significante schaduwval ontstaat op omliggende percelen. 6.

De reclamant vraagt om een bouwtechnisch onderzoek en 'nulmeting' of 'vooropname' van de funderingsstaat van de woningen en panden gelegen aan de ontwikkellocatie om te zien wat de bouwkundige staat is van deze panden. 7. De reclamant vraagt om het uitvoeren van een archeologische rapportage ter plaatse van perceel 'perceel GORINCHEM F 3012' 8. De reclamant vraagt om een onderzoek naar de schaduwval voor een volledig kalenderjaar 9. De reclamant vraagt om de bouwtechnische, archeologische en schaduw onderzoeken te laten beoordelen door een partij die aangewezen is door de belanghebbende buurtbewoners die geen belang hebben bij de beoogde gebiedsontwikkeling. Mer 10. De reclamant verzoek om het m.e.r.-beoordelingsbesluit te herzien en een MER te laten opstellen in het bijzonder voor het deel van het ontwerp in de Lingewijk waarin bouwtechnische, archeologische en schaduwtechnische onderzoeken naar het effect op de percelen worden meegenomen (onder andere postcodes 4206 XA, 4206 AH, 4206 XV, 4206 AE Beeldkwaliteitsplan 11. De reclamant vindt het niet duidelijk worden wat de uitstraling is van de beoogde 10 nieuwbouwwoningen op de locatie van de Nettorama 12. De reclamant vraagt zich af wat de maximale hoogte is van de beoogde nieuwbouwwoningen op de Nettorama locatie in verband met de schaduwval die dit met zich meebrengt. 13.

De reclamant vraagt zich af wat de parkeervoorzieningen worden voor de huidige buurtbewoners op de Nettorama locatie

14. De reclamant geeft aan dat genoemde uitgangspunten aan dienen te sluiten bij de bestaande architectuur van de Lingewijk. 15. De reclamant vindt het niet duidelijk hoe vergroening en duurzaamheid wordt vormgegeven op de Nettorama locatie. 16. De reclamant verzoekt om bodemkwaliteit mee te nemen bij de Nettorama locatie en om het beeldkwaliteitsplan aan te scherpen met name bij de Nettorama locatie. 17. De reclamant geeft aan dat het aantal nieuwbouwwoningen in het beeldkwaliteitsplan afwijkt van het aantal in het ontwerp bestemmingsplan. Beantwoording zienswijze 1. De hoofdopzet van de constructie met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (funderingsonderzoek, sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle constructieve delen van het bouwwerk wordt met de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen (technisch) worden ingediend. Constructieve gegevens, de bouwmethode en bijbehorende veiligheidsplan zijn geen onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Naast het veiligheidsplan gelden er voor de uit te voeren werkzaamheden voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Op deze voorschriften wordt tijdens de bouw, toezicht uitgevoerd door gemeente Gorinchem. (In het veiligheidsplan en het Bouwbesluit is geen schadevergoedingsregeling opgenomen. Indien schade zou ontstaan dan dient zich te wenden tot de veroorzaker.) 2.

In zowel het hiervoor geldende bestemmingsplan Lingewijk-Zuid als het nieuwe bestemmingsplan Arkelsedijk is de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied opgenomen waarbinnen openbare parkeerplaatsen mogelijk zijn. Binnen het nieuwe bestemmingsplan Arkelsedijk is ter plaatse van het betreffende parkeerterrein bij de Nettorama minder ruimte voor parkeerplaatsen vanwege de ontwikkeling van een aantal woningen. Het huidige parkeerterrein is in eigendom van de Nettorama waardoor er geen openbare parkeerplaatsen verloren gaan vanwege de verplaatsing van de Nettorama. De parkeerbehoefte van de 12 nieuwe woningen wordt op eigen terrein opgelost. Tevens worden 8 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. 3. Zie de beantwoording onder punt 2. Voor de nieuwe woningen is een sluitende parkeerbalans opgesteld. Daarnaast worden er met het verplaatsen van de Nettorama geen openbare parkeerplaatsen uit de Lingewijk onttrokken. 4. Ter plaatse van woning van reclamant is geen sprake van noodzakelijke maatregelen vanwege de geluidbelasting. Dit speelt wel bij andere woningen langs de Arkelse Onderweg. In het akoestisch onderzoek is beschreven dat sprake is van een toename van geluidoverlast vanwege de toename van verkeer op de Arkelsedijk en als gevolg van de nieuwe brug die leidt tot andere verkeersafwikkeling.

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat door het toepassen van geluidreducerend asfalt én het verplaatsen van de komgrens (en daarmee snelheidsverlaging) dit kan worden voorkomen. Deze maatregelen aan de Arkelsedijk worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de brug en de aansluiting op de Arkelsedijk. Nu uitwerking nog plaats moet vinden zijn voor dit bestemmingsplan hogere waarden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarden worden overigens niet overschreden. De toekomstige geluidbelasting is acceptabel. 5. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is een bezonningsstudie uitgevoerd waarin de schaduwwerking als gevolg van het plan is onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat er als gevolg van dit plan enig effect is op de woning van de reclamant. De lichte TNO-norm wordt overal gehaald. Zie verder thematische beantwoording 4. 6. Zie thematische beantwoording 7. 7. Voor het betreffende perceel is in het bestemmingsplan in artikel 14 van de regels een dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden. Hiermee geldt een onderzoeksplicht bij grondwerkzaamheden. 8. Naar aanleiding van onder andere deze zienswijze is een bezonningsstudie uitgevoerd waarbij de gevolgen van de beoogde nieuwbouw op de zonuren van de omliggende woningen is getoetst aan de TNO-normen. Dit onderzoek is als bijlage 34 opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan.

9. Alle door de reclamant benoemde onderzoeken zijn en worden uitgevoerd door professionele partijen. De gemeente ziet geen reden om te twijfelen aan de expertise van deze partijen. Mer 10. Uit de mer-beoordeling blijkt - ook na de aanvullende onderzoeken- dat geen sprake is belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Een nieuw m.e.r.-beoordelingsbesluit is dan ook niet nodig. Het opstellen van een MER is evenmin noodzakelijk. Beeldkwaliteitsplan 11. Voor de woningen op de huidige Nettorama locatie is nog geen concreet ontwerp. In het bestemmingsplan zijn enkel bestemmingen met bouwvlakken en bijbehorende bouwhoogtes vastgelegd die in lijn zijn met de omliggende bebouwing. 12. De maximale bouwhoogte voor deze woningen is 11 meter. 13. Met het verplaatsen van de Nettorama wordt ook het privé parkeerterrein van de Nettorama verplaatst/opgeheven. Bij de nieuwe woningen worden 8 openbare parkeerplaatsen gerealiseerd die ook toegankelijk zijn voor de huidige buurtbewoners. 14. Het beeldkwaliteitsplan geeft richtlijnen in de gewenste identiteit van de woonwijk en de vertaling ervan in de uitstraling van de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan is geen star document, maar biedt wel richtinggevende criteria voor de nadere architectonische uitwerking. Het is dus altijd mogelijk om goed gemotiveerd hiervan af te wijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=ceb9a8a5-8595-4bf4-82f1-2be366399403