Jaarstukken 2025
Tekst van het document
98 N
Gemeenten spelen een sleutelrol in het herstel van de toeslagenaffaire door gedupeerden "brede ondersteuning" te bieden op gebieden zoals financiën, huisvesting en zorg. Avres voert voor Gorinchem deze taak uit. Het in de begroting opgenomen budget is ontoereikend gebleken. Wel is het zo dat de door Gorinchem gemaakte kosten worden gecompenseerd door het Rijk (zie ook toelichting TV621 baten).
45 V
Er heeft een afrekening over 2023 plaatsgevonden met Sociaal Team.
30 V
De kosten van het project Voorzorg zijn betaald uit het budget maatwerkdeel jeugdgezondheidzorg (TV 6.1)
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen integraal
141 V
141 V
We hebben optimaal gebruik gemaakt van incidentele middelen die door het Rijk in 2025 beschikbaar zijn gesteld. Ook zijn in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) mogelijkheden benut om ambtelijke uren en directe zorgkosten te financieren vanuit de incidentele IZA middelen. Hierdoor hebben we minder gemeentelijk geld uitgegeven en daarnaast ook extra gelden binnengehaald.
6.3 Inkomensregelingen
112 V
729 N
De rijksvergoeding die wordt ontvangen voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet (BUIG) wordt rechtstreeks beschikbaar gesteld aan Avres, die deze werkzaamheden in een Gemeenschappelijke Regeling voor o.a. Gorinchem uitvoert. De definitieve vaststelling van de BUIGvergoeding leidt enerzijds tot hogere lasten van €729.000 en anderzijds dus ook tot hogere baten van € 729.000. (zie TV 63 baten).
182 V
De organisatiekosten van Avres zijn lager uitgevallen.
84 V
In 2025 hebben we van het Rijk € 84.000 gekregen voor de implementatie van de Participatiewet in Balans. Deze middelen zijn nog niet besteed.
258 V
De kosten van het minimabeleid zijn € 258.000 lager dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat inwoners
63
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening
Verdeling Toelichting bedrag minder beroep hebben gedaan op de minimaregelingen en door extra bijdragen van het Rijk voor de oplossing van de alleenverdienersproblematiek en vangnetconstructie energietoeslag die niet volledig benut zijn. 135 V
Van het Rijk hebben we extra middelen ontvangen voor de aanpak van problematische schulden. We hebben deze middelen nog niet volledig ingezet.
176 V
In 2025 is er minder kwijtschelding verleend aan de inwoners dan verwacht.
6.5 Arbeidsparticipatie
467 V
467 V
Van het Rijk is extra geld ontvangen voor de financiering van loonkostensubsidies. Dit geld is in 2025 niet volledig ingezet.
6.60 Hulpmiddelen en diensten Wmo
1.372 N
415 N
Inwoners van Gorinchem worden steeds ouder en blijven langer zelfstandig wonen. Dat heeft wel als gevolg dat we een toenemende vraag zien naar Wmo voorzieningen.
254 N
We zien een groei van het inwoners dat een beroep doet op dagbesteding en het vervoer hiernaartoe.
594 N
We zien een verdere groei van het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke ondersteuning.
125 N
We zien een groei van het aantal inwoners dat een beroep doet op individuele begeleiding (zorg in natura). Een deel hiervan maakte tot 2025 gebruik van voorzieningen vanuit Beschermd Wonen. Verder maken minder inwoners gebruik van een persoonsgebonden budget (zie ook toelichting op TV 6.791).
384 V
Van het Rijk is een extra compensatie ontvangen voor onder meer niet beoogde kosten jeugdzorg (€ 236.000 voordeel). Deze middelen zijn in 2025 niet volledig ingezet. Daarnaast verwachten we, op basis van de maandrapportage december 2025 van DG&J een positieve afrekening van € 147.000.
913 V
Op basis van het advies van de deskundigencommissie Van Ark heeft het kabinet in de Voorjaarsnota 2025 middelen toegevoegd. De commissie heeft geadviseerd om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De bijdrage voor 2025 bedraagt ruim € 900,000 en is ten gunste van het budget Jeugd gebracht.
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
1.320 V
6.791 PGB Wmo
113 V
113 V
We zien een verschuiving van aanvragen PGB Individuele begeleiding naar zorg in natura. Voor dagbesteding wordt nauwelijks een PGB verstrekt (Zie ook toelichting TV 6.60).
6.792 PGB Jeugd
106 V
106 V
Van de Sociale Verzekeringsbank is een (positieve) afrekening ontvangen over de jaren 2022 en 2023.
6.812 Maatschappelijkeen vrouwenopvang
208 V
122 V
In 2025 heeft met twee subsidiepartijen een verrekening plaatsgevonden van te hoog vastgestelde subsidies over voorgaande jaren.
86 V
Er zijn voordelen behaald op verslavingszorg, maatschappelijke zorg en OGGZ en aanpak huiselijk geweld.
32 V
Er heeft een afrekening plaatsgevonden over 2024 met de Dienst Gezondheid & Jeugd.
44 V
In het kader van de brede Specifieke Uitkering Gezond en Actief Leven Akkoord zijn mogelijkheden benut om ambtelijke uren en directe zorgkosten te financieren vanuit de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen.
7.1 Volksgezondheid
Baten
64
79 V
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
140 V
Verdeling Toelichting bedrag 180 V
Gorinchem wordt door het Rijk gecompenseerd voor de kosten die zijn gemaakt in het kader van de toeslagenaffaire. (zie ook toelichting TV621 lasten).
40 N
Geraamde inkomsten op het budget "Wmo algemeen" zijn niet volledig gerealiseerd. Hier staat tegenover dat er aan de lastenkant minder is uitgegeven (zie ook toelichting TV621 lasten).
6.23 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen integraal
104 V
104 V
Voor de deelname aan het regionaal Team IZA en de inzet van medewerkers op diverse zorgprojecten worden wij gecompenseerd door centrumgemeente Dordrecht en een zorgpartij.
6.3 Inkomensregelingen
718 V
729 V
De rijksvergoeding die wordt ontvangen voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet (BUIG) wordt rechtstreeks beschikbaar gesteld aan Avres, die deze werkzaamheden in een Gemeenschappelijke Regeling voor o.a. Gorinchem uitvoert. De definitieve vaststelling van de BUIGvergoeding leidt enerzijds tot hogere baten van €729.000 en anderzijds dus ook tot hogere lasten van € 729.000. (zie TV63 lasten).
6.811 Beschermd wonen Wmo
1.021 V
1.021 V
De jaarrekening Beschermd Wonen en Opvang (BWenO) 2024 van de centrumgemeente is positiever afgesloten dan verwacht. Hierdoor hebben de aangesloten gemeenten een hogere bijdrage ontvangen (€ 518.000 V). Daarnaast heeft Gorinchem ook een hogere bijdrage ontvangen voor 2025 (€ 305.000 V). Ook is een bijdrage ontvangen voor het project Lingehuusjes (€ 198.000 V).
Reserve Sociaal Domein
4.510 N
4.492 N Overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de Financiële Verordening Gemeente Gorinchem 2025 is het positief saldo van € 4,5 mln. van programma 7 Sociaal Domein toegevoegd aan de reserve Sociaal Domein. Voor een onderbouwing van het positief saldo verwijzen wij naar bovenstaande toelichtingen.
65
Jaarstukken 2025 In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)
Budget
Realisatie t/m 2024
Realisatie 2025
Totaal realisatie
Verschil
Gereed
Uitbreiding en verbouwing Elzenhof
50
0
0
0
50
Totaal lasten
50
0
0
0
50
V
Totaal investeringen
50
0
0
0
50
V
Lasten V
Nee
In onderstaande tabel staan de subsidies vermeld, die binnen dit programma zijn verstrekt. Subsidies (bedragen x € 1.000) Bliek in actie
39
Ouderenbeleid
16
St. Behoud de Bogerd, ouderenbeleid
10
Platform gehandicapten
4
De Zonnebloem
3
St. Klussendienst Ouderen
13
St.ChillAut Leerdam
4
Odensehuis
60
Festiviteitenvereniging Dalem
5
St. Hoopvol Gorinchem
5
Humanitas
14
St. Hospice
25
St. Klussendienst
137
St. Boukie
110
St. Rozenobel
33
St. Behoud de Bogerd
17
St. Fluxus
17
KNV EHBO
2
St. Jeugdhaven Gorcum
45
Gorinchemse Zeeverkenners
10
St. Scouting A.P.V.
10
Humanitas
132
SWV Munio
5
Da Vinci College
11
St. Vluchtelingenwerk
1242
Buro Sociaal Raadslieden
32
Slachtofferhulp Nederland
13
Stichting Regionale Anti Discriminatie Actie Raad
33
Stichting Mooi Sociaal Lokaal
65
Antes Zorg B.V.
19
St. Chris en Voorkom!
5
St. Adviesgroep WMO
5
Buurtkamer Stalkaarsen
4
66
Jaarstukken 2025 Subsidies (bedragen x € 1.000) St. Samen Eén
19
van Andel Spruijt Natuurcentrum
15
St. Klussendienst Ouderen
30
St. de Inspiratiecompagnie, Limonadebrigade
95
Humanitas, jeugdzorg
64
St. MEE Plus
88
St. Syndion
14
St.Philadelphia Zorg
10
ASVZ Zuid-West
14
Stichting Jeugdteams Zuid-Holland Zuid
116
Stichting Boukie
75
Speelgoedbank
3
St. Voedselbank
5
Stichting Yulius Onderwijs
156
Hospice-vtz Gorinchem & omstreken
19
Stichting Mooi Sociaal Lokaal
57
Antes Zorg B.V.
62
Yulius
105 3.092
2.7.4
Met welke verbonden partijen doen we dit samen?
• GR DG&J • GR AVRES
67
Jaarstukken 2025
2.8
Programma 8 Duurzaamheid
Nr.
Taakveld
Portefeuillehouder
7.2
Riolering
Mark de Boer
7.3
Afval
Mark de Boer
7.4
Milieubeheer
Mark de Boer
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
2.8.1
Fatih Polatli
Wat hebben we bereikt met het programma Duurzaamheid?
Doel Uit het collegeprogramma: We zetten ons maximaal in voor het realiseren van onze en regionale klimaatambities. Dit is belangrijk voor ons allemaal. We zetten onze schouders eronder en werken zowel aan de energietransitie als aan het verminderen van CO2-uitstoot. We vinden het belangrijk om dat te doen met draagvlak in de samenleving. Daarom willen we de lusten en lasten eerlijk verdelen. De acties die we inzetten zijn breed. We werken aan energiezuinig wonen en duurzame opwek van energie, zoveel mogelijk in lokaal eigendom. We betrekken inwoners en bedrijven om zo samen te werken aan een toekomstbestendige, duurzame stad. We gaan door het met invoeren van het nieuwe afval- en grondstoffenbeleid. Daarmee houden we grip op de lokale lasten en voorkomen we een forse stijging van afvalstoffenheffing. Het betekent dat we allemaal aan de slag moeten om onder de 100 kg restafval per persoon te komen. Ook maken we een aanpak om bijplaatsingen naast de afvalcontainers te voorkomen. Samen met bedrijven en inwoners verbeteren we de luchtkwaliteit en werken we aan een schone lucht. Het zorgt voor een fijne woonomgeving. Maatschappelijke vraagstukken houden zich niet aan grenzen van gemeenten. Ze zijn gemeente overstijgend en vragen daarom om een stevige samenwerking. Daar zetten we vol op in. We versterken onze relaties in de regio en de verschillende overheden.
We doen dat niet alleen, maar ook samen met het bedrijfsleven en maatschappelijke partners in onze stad. We werken onze regionale strategie uit, om zichtbaar te maken waar we op welke regionale schaal aan werken.
68
Jaarstukken 2025
Maatschappelijke effecten Indicator (x=onbekend)
B/F
Gerealiseerd
Soort
2021
2022
2023
2024
Omvang huishoudelijk restafval
B
Kg/inwoner
PI
240
226
212
156
133
N.N.B.
Hernieuwbare elektriciteit
B
%
PI
8
11
x
x
15
N.N.B.
2.8.2
Streef- Realisatie waarde 2025 2025
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Concrete voornemens Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
Duurzaamheid 1. We zetten in op een zo optimaal mogelijk windpark op Gorinchem-Noord, als alternatief voor Avelingen. 2. Uitvoering RES 1.0 4. We streven ernaar dat de omgeving (stad en regio) maximaal profiteert van nieuwe energieprojecten. Dat gaan we borgen in beleid. 5. We brengen de knelpunten rondom en kansen van de energietransitie in beeld, zoals netcapaciteit, de verhouding tussen verduurzaming en ecologie en de mogelijkheden van energieopslag. 6. We helpen bedrijven die aan de slag willen met waterstof. We ondersteunen een werkgroep met koplopers. 7. We komen met een lokale aanpak energiebesparing met de nadruk op bewustwording rondom energiegebruik en isolatiemaatregelen. We sluiten ons hiervoor aan bij het landelijke isolatieprogramma. 8. We stellen een Warmteprogramma op. Uiterlijk 2026 willen we deze gereed hebben. En werken die nader uit in uitvoeringsplannen per wijk. 9. We sluiten het stadhuis aan op het warmtenet. 10. We werken toe naar en uitbreiding van het warmtenet in fase 2, mede ondersteund vanuit het nationaal Groeifonds. 11. Samen met de Omgevingsdienst voeren we toezicht en handhaving uit op de verduurzamingsplicht van bedrijven, zoals het voldoen aan energielabel C. Milieu 2. We zetten extra in op communicatie en voorlichting over het nieuwe afvalsysteem. 3. We zetten extra in op het voorkomen van bijplaatsingen en focussen ons op de hotspots.
69
Jaarstukken 2025 Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
4. We werken aan een circulaire economie en geven zelf het goede voorbeeld. Door in te zetten op circulair inkopen, een circulair afvalsysteem en meer aandacht voor circulariteit in de bouw. 5. We stellen samen met de Omgevingsdienst beleid op voor externe veiligheid. 6. In de omgevingsvisie en (later in) het omgevingsplan nemen we afspraken op over een betere luchtkwaliteit.
2.8.3
Wat heeft dit gekost?
Exploitatie (bedragen x € 1.000) V = voordeel en N = nadeel
Jaarrekening 2024
Begroting primitief 2025
Begroting na wijziging 2025
Jaarrekening 2025
Verschil 2025
V/N
7.2 Riolering
3.922
3.353
3.417
3.014
403
V
7.3 Afval
5.846
6.358
6.552
6.193
359
V
7.4 Milieubeheer
4.199
2.744
7.029
4.331
2.698
V
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
524
489
517
546
-29
N
Lasten Duurzaamheid
14.491
12.944
17.515
14.084
3.431
V
7.2 Riolering
4.368
3.965
4.015
3.584
-431
N
7.3 Afval
5.896
6.628
6.668
6.634
-34
N
7.4 Milieubeheer
1.403
704
3.531
1.563
-1.968
N
375
517
417
427
10
V
Baten Duurzaamheid
12.042
11.814
14.631
12.209
-2.422
N
Totaal saldo van baten en lasten
-2.449
1.130
2.884
1.876
1.008
V
Stortingen aan reserves
243
303
285
396
-111
N
Onttrekkingen aan reserves
770
0
219
97
-121
N
-1.922
1.433
2.950
2.174
776
V
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
Resultaat Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening
Verdeling Toelichting bedrag
Lasten 7.2 Riolering
70
403 V
501 V
In de begroting 2025 na wijziging is een storting van € 500.000 in de egalisatievoorziening riolering geraamd. Door een vermindering van een grote aanslag uit 2024 (€ 366.000), hogere kosten voor klein onderhoud (€ 97.000) en lagere opbrengsten uit rioolrechten voor woningen (€ 100.000), zijn de gerealiseerde kosten in 2025 hoger dan de opbrengsten. Hierdoor vindt geen storting plaats in de egalisatievoorziening, maar juist een onttrekking. De geraamde storting van circa € 500.000 komt daarmee te vervallen, wat leidt tot een voordeel.
97 N
De kosten voor klein onderhoud binnen het rioolbeheer vallen hoger uit dan begroot, met name door het toegenomen aantal
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening
Verdeling Toelichting bedrag meldingen en doordat de budgetten langere tijd niet zijn geïndexeerd volgens het GRP. Voor 2026 en de volgende jaren zijn de budgetten opnieuw geactualiseerd en afgestemd op het nieuwe Programma Riolering en Stedelijk Water 2026–2030.
7.3 Afval
359 V
379 V
Als gevolg van de afrekening van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor het legen van de prullenbakken wordt € 49.000 terugontvangen van Waardlanden. De kosten voor de DVO voor het verwijderen van de bijplaatsingen bij de ondergrondse containers zijn € 12.000 hoger dan de al betaalde voorschotten. De verwerkingskosten HVC zijn in 2025 € 328.000 lager dan de aan Waardlanden betaalde voorschotten. Ten opzichte van de bijgestelde ramingen in onze begroting, leiden deze afrekeningen tot een voordeel van per saldo € 379.000. Na verrekening met het saldo op de baten wordt € 111.000 toegevoegd aan de egalisatievoorziening Afvalstoffenheffing. Zie toelichting Reserves.
7.4 Milieubeheer
2.698 V
1.365 V
Voor het nationaal isolatieprogramma hebben we van het Rijk middelen ontvangen die nog niet volledig besteed zijn. Hier staat aan de batenkant een nadeel tegenover van € 1.365.000 omdat deze middelen worden meegenomen naar 2026.
798 V
Vanuit het Rijk zijn middelen ontvangen voor Natuur bij Energieprojecten. Deze middelen worden meegenomen in de bestemmingsvoorstellen.
350 V
Voor energiearmoede hebben we van het Rijk middelen ontvangen die nog niet volledig besteed zijn. Hier staat aan de batenkant een nadeel tegenover van € 350.000 omdat deze middelen worden meegenomen naar 2026.
121 V
De middelen voor de energietransitie woningen zijn niet volledig besteed en blijven in de reserve duurzaamheid. Door een vermindering van een grote aanslag uit 2024 (circa € 366.000) en lagere opbrengsten uit rioolrechten voor woningen (circa € 100.000), vallen de gerealiseerde baten uit rioolrechten lager uit dan begroot.
Baten 7.2 Riolering
431 N
466 N
7.4 Milieubeheer
1.968 N
1.365 N Dit betreft de nadelen van het nationaal isolatieprogramma. Zie toelichting aan de lastenkant. 350 N
Dit betreft de nadelen van energiearmoede. Zie toelichting aan de lastenkant.
250 N
Dit betreft de Klimaatgelden waarvoor minder uitgaven zijn dan gepland en er ook een lagere opbrengst is geadministreerd. Deze middelen worden meegenomen naar 2026.
Reserves Stortingen aan reserves
111 N
111 N
Het positieve saldo van de gerealiseerde opbrengsten uit de afvalstoffenheffing en de lagere lasten van m.n. Waardlanden zorgt voor een toevoeging van € 111.000 aan de reserve tarieven reiniging (afval).
Onttrekkingen aan reserves
121 N
121 N
Dit betreft de lagere onttrekking uit de reserve duurzaamheid als gevolg van de onderbesteding op het budget energietransitie woningen
In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen:
71
Jaarstukken 2025 Investeringen (bedragen x € 1.000)
Budget
Realisatie t/m 2024
Realisatie 2025
Totaal realisatie
Verschil
Gereed
GRP 2022
1.075
744
336
1.080
5 N
Ja
GRP 2023
1.000
32
967
999
1
Ja
GRP 2024
1.000
0
0
1.000
V Nee
GRP 2025
Lasten
306
V
1.045
0
306
739
V Nee
VW transporter 46 tb riool 2025
65
0
0
65
V Nee
Grafdelflmachine Boki 2022
117
0
0
117
V Nee
John Deere begraafplaats 2025
61
0
0
61
V Nee
Vervanging kade Paardewater 21
385
381
5
386
1 N
Beschoeiing de Wetering Dalem
243
33
142
175
68
V Nee
Beschoeiing 2025
109
0
19
19
90
V Nee
Beschoeiing begraafplaats Lingewijk
280
0
2
2
278
V Nee
Beschoeiing Vestdijkplein en Du Perronplein
270
0
0
270
V Nee V Nee
Ja
389
0
1
1
388
6.039
1.190
1.778
2.968
3.071
V
GRP 2022
1.075
744
336
1.080
5
V
Ja
GRP 2023
1.000
32
967
999
1 N
Ja
GRP 2024
1.000
0
0
1.000 N Nee
GRP 2025
1.045
0
306
306
739 N Nee
Totaal baten
4.120
776
1.609
2.385
Totaal investeringen
1.919
414
169
583
Vervangen beschoeiing Andel Spruijtlaan Totaal lasten Baten
1.735 N 1.336
V
In de onderstaande tabel worden de investeringen met een budget groter dan € 500.000, afwijkingen boven de € 100.000 en politiek relevante investeringen toegelicht. Investeringen
Toelichting
GRP 2022-2025
Er is een achterstand ontstaan in de uitvoering van het GRP 2021-2025. Het vervangingsbudget voor 2022 en 2023 kan als gereed worden gemeld. De resterende budgetten voor 2024 en 2025 blijven beschikbaar.
Grafdelfmachine Boki 2022
Op basis van de technische staat van de Boki grafdelfmachine is deze in 2025 niet vervangen. Vervanging wordt betrokken bij de actualisatie van het vervangingsplan Tractie in het kader van de PPN 2027.
Beschoeiing begraafplaats Lingewijk
De aanbesteding vindt plaats in 2026. De uitvoering staat gepland in het vierde kwartaal van 2026.
Beschoeiing Vestdijkplein en Du Perronplein
De aanbesteding vindt plaats in 2026. De uitvoering staat gepland in het vierde kwartaal van 2026.
Vervangen De aanbesteding vindt plaats in 2026. De uitvoering staat gepland in het vierde kwartaal beschoeiing Andel van 2026. Spruijtlaan
72
Jaarstukken 2025 In de onderstaande tabel staan de subsidies vermeld, die binnen dit programma zijn verstrekt. Subsidies (bedragen x € 1.000) van Andel Spruijtcentrum
175 175
2.8.4
Met welke verbonden partijen doen we dit samen?
• GR DG&J • GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid • GR Vuilverwerking Dordrecht en Omstreken • GR Reinigingsdienst Waardlanden
73
Jaarstukken 2025
2.9
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing
Nr.
Taakveld
8.1
Ruimtelijke Ordening
8.2
Grondexploitatie (niet bedrijventerrein)
8.3
Wonen en bouwen
2.9.1
Portefeuillehouder Mark de Boer / Attie Mager Marjo Molengraaf Eva Dansen
Wat hebben we bereikt met het programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing?
Doel Uit het collegeprogramma: We ontwikkelen Gorinchem met oog op de toekomst. We doen dat met behulp van onze nieuwe omgevingsvisie. Daarin maken we afspraken hoe we met onze ruimte om gaan. Met de invoering van de Omgevingswet leggen we ook vast hoe we hier met de stad en onze partners in samenwerken. Als we bouwen of de stad onderhouden gebeurt dat klimaatbewust en toekomstgericht. Je ziet dat de stad groener wordt en dat er ruimte is voor biodiversiteit. Maar het betekent ook dat we de aanpak van vandaag zoveel mogelijk rekening houden met de ruimtevraag of ontwikkelingen die we op ons af zien komen. Denk hierbij niet alleen aan ruimte voor groen maar ook ontwikkelingen als nieuwe ruimtevragers: uitbreiding energienetwerk, nieuwe vormen van energie, een warmtenet of elektrisch vervoer. De ruimte in onze stad is schaars. Tegelijkertijd hebben we genoeg ambities om ruimte te ontwikkelen voor wonen en werken in onze stad. We willen en moeten slim met de ruimte om gaan. We realiseren het bedrijventerrein Groote Haar. Hier ontwikkelen we een plaats waar bedrijven zich kunnen vestigen. Om ruimte te krijgen om meer woningen te bouwen, veranderen we het bedrijvengebied aan de Arkelsedijk, het Stationsgebied en de Schelluinsestraat naar een gebied waar ook woningen kunnen worden gerealiseerd. De verschillende projecten zijn afhankelijk van elkaar.
Daarom zorgen we voor een goede routekaart: wanneer gaan we wat waar doen. De routekaart biedt een slimme aanpak met een realistische planning. Dit noemen we ook wel stedelijk programmeren. We werken daarin samen met inwoners en ondernemers en met onze regio. We ontwikkelen tenslotte niet alleen voor onze eigen stad, maar doen dat in relatie met onze omgeving.
74
Jaarstukken 2025 We werken aan een woning voor iedereen en aan een stad waar het prettig wonen is. Het betekent dat we woningen willen voor al onze inwoners, die allemaal verschillende woonbehoeften hebben. Van betaalbare woningen tot woningen in het duurdere segment. We houden daarbij rekening met de meest kwetsbare inwoners. Om dit te realiseren zetten we stevig in op doorstroming op de woningmarkt, met aandacht voor doelgroepen als ouderen en jongeren. Daarbij willen we diversiteit in woningen om vitale en krachtige wijken te realiseren. We werken met Poort6, ontwikkelaars en initiatiefnemers samen aan de uitbreidingsopgave, de beschikbaarheid van woningen en de betaalbaarheid van deze huizen. Ook werken we aan het verduurzamen van de woningen. Ook in de buitenruimte werken we vanuit de doelstellingen van duurzaamheid. We richten ons op de toekomst en daarbij een aanpak die bijdraagt aan ons klimaat. De kwaliteit van de buitenruimte houden we op niveau. Zodat onze stad schoon, heel en veilig is en toegankelijk is, ook voor mensen met een mobiliteitsbeperking. We willen de grootste irritaties van inwoners aanpakken. Hierbij zoeken we ook naar het vernieuwen en verbeteren van de aanpak; wijkgericht, slimmer (digitaal en datagedreven) en duurzamer. We laten de inwoners (weer) trots zijn op onze stad omdat het prettig is om hier te wonen en te verblijven.
Maatschappelijke effecten Indicator
B/F
Eenheid
Soort
2022
2023
2024 Streefwaarde 2025
Gemiddelde WOZ-waarde
B
€ x 1000
PI
261
312
348
n.v.t.
370
Nieuw gebouwde woningen
B
Aantal per 1.000 woningen
PI
11
9
10,9
n.v.t.
N.N.B.
Demografische druk
B
%
PI
68
68
68,5
n.v.t.
68,5
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
B
in €
PI
797
880
878
n.v.t.
885
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
B
in €
PI
905
995
1.009
n.v.t.
1.023
2.9.2
Realisatie 2025
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Concrete voornemens Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
Ruimtelijke ordening 1. We maken een ruimtelijke visie voor Gorinchem, een zogeheten omgevingsvisie. Er komt al snel een eerste visie, die we deze periode verder door ontwikkelen. 2. We stellen een lokale klimaatadaptatiestrategie op en nemen concrete maatregelen tegen hittestress, droogte en wateroverlast. 3. We willen de biodiversiteit versterken en stellen daarom een stadsecoloog aan die ons gaat adviseren. 4. We gaan duurzaamheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en waterveiligheid beter borgen in de ruimtelijke ontwikkeling. We starten met een toetsingskader.
75
Jaarstukken 2025 Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
5. We gaan extra bomen planten. We streven naar een toename van 1% van het aantal bomen per jaar. Dat zijn ongeveer 180 bomen per jaar. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan het terugdringen van onze CO2-uitstoot. 6. We anticiperen op de toekomstige ruimtevraag voor de energietransitie en komen hiervoor met een plan van aanpak. 7. Participatie is onder de Omgevingswet een verantwoordelijkheid van de bouwer/ontwikkelaar. We verplichten die participatie en verbinden hier heldere voorwaarden aan. Stedelijke ontwikkeling 1. We gaan stedelijk programmeren: We maken een plan op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van onze stad, waarin zichtbaar wordt welke ontwikkeling wanneer en waar plaatsvindt en welke rol de gemeente daar in heeft. Ontwikkelingen zoals de Arkelsedijk, het Stationsgebied, Linge II Zuid en de Schelluinsestraat krijgen hierin een plek, zodat duidelijkheid ontstaat over wanneer wat gaat gebeuren in deze gebieden. Hiervoor maken we eerst een vlekkenplan met wat waar gaat gebeuren. De planning hiervan heeft een relatie met de planning van het opstellen van de omgevingsvisie. 10. Samen met de Omgevingsdienst voeren we toezicht en handhaving uit op de verduurzamingsplicht van bedrijven, zoals het voldoen aan energielabel C. 2. We realiseren de openbare ruimte en infrastructuur op het nieuwe bedrijventerrein Groote Haar. 3.
We stellen een actueel ambitiedocument op voor Groote Haar, met aandacht voor economie en duurzaamheid en aandacht voor de ‘schuifruimte’ om op andere plekken in de stad woningen te kunnen (her)ontwikkelen. 4. We stellen een nieuw uitgiftebeleid en -protocol op voor de verkoop van grond op Groote Haar. 5. We zetten in op (her)ontwikkeling van de Schelluinsestraat om zo bedrijven te laten groeien en in de toekomst in een deel van het gebied wonen mogelijk te maken. Vanuit de ondertekende samenwerkingsovereenkomst met vastgoedeigenaar en ontwikkelaar CTP werken wij naar een masterplan voor dit gebied. Wonen en volkshuisvesting 1. We zetten de starterslening voort. 2. We doen een voorstel voor de inzet van instrumenten op de woningmarkt. 3. We zetten in het kader van de Nationale Woonen bouwagenda en de Regionale Realisatieagenda in op het versnellen van de woningbouw, de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen en op doorstroming. Onderdeel hiervan wordt om
76
CB
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
Jaarstukken 2025 Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
naar verwachting voor 1 januari 2026 (verplicht) een volkshuisvestingprogramma op te stellen. 4. We stellen een woon-zorgvisie op. 5. We geven invulling aan de nieuwe taken en bevoegdheden naar aanleiding van de invoering van de Wet Goed Verhuurderschap. 6. We werken met Poort6 en HP6 aan het uitvoeren van de prestatieafspraken en maken jaarlijks een nieuwe jaarschijf met afspraken voor dat jaar. 7. We bieden medewerking aan de meerjarige afspraken ‘woonproducten psychisch kwetsbare doelgroepen’ in de regionale Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen 2023-2030. Onderdeel daarvan is het uitvoeren in 2023 van een haalbaarheidsonderzoek naar de realisatie van een Lingehuusjes woonlocatie in Gorinchem. 8. We herzien de urgentieverordening Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. 9. We stimuleren inwoners hun woning te verduurzamen, door middel van campagnes, energiebesparingsacties en de inzet van energiecoaches. Leefbaarheid en buitenruimte 1. We gaan aan de slag met de benodigde onderhoudsinhaalslag voor verhardingen zoals fiets- en voetpaden, zodat onze stad schoon, heel en veilig is. 2. We introduceren een stadsconciërge voor een frisse, schone en gastvrije stad, die de grootste irritaties direct kan oppakken. 3. We vervangen onze buitenverlichting met LEDlampen, zo verminderen we het energieverbruik met 78% en nemen onderhoudskosten af. Dit doen we gebiedsgewijs. 5.
We werken met partners aan oplossingen om het plaatsen van oplaadvoorzieningen in de openbare ruimte te versnellen. Daarnaast actualiseren we het laadpalenbeleid, waarbij we kijken naar de gehele opgave op gebied van laadinfrastructuur en onderzoeken we hoe we willen omgaan met voorzieningen voor snel laden en verlengde private aansluitingen. 6. We vernieuwen elk jaar een wijk op het gebied van speeltuinen en spelen, in samenwerking met bewoners en met aandacht voor vernieuwing en verduurzaming. 7. We gaan, in samenwerking met Waardlanden, alledaagse ergernissen tegen door uitvoering te geven aan de prioriteiten van het Vergunningverlening-, toezicht-, en handhavingsbeleid (VTH-beleid). We herzien het VTH-beleid en stellen een nieuw beleid op. 8. We stellen de Woelse Waard open voor onze inwoners en maken met de betrokken Rijkspartners en eigenaren goede beheerafspraken.
77
Jaarstukken 2025 Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
9. We zorgen in overleg met buurtbewoners de komende jaren voor extra ontmoetings bankjes in de openbare ruimte. CB
10. We stellen een plan van aanpak voor dierenwelzijn op. Raadsagenda
RB
Starterswoningen.
Nr.
Toelichting voortgang
Wonen en volkshuisvesting 3.
In verband met uitstel van de Wet Regie Volkshuisvesting is dit doorgeschoven naar op zijn vroegst 1 januari 2027.
Raadsagenda Starterswoningen
2.9.3
Dit wordt meegenomen in het volkshuisvestelijk programma, dat naar verwachting voor 1 januari 2027 wordt vastgesteld.
Wat heeft dit gekost?
Exploitatie (bedragen x € 1.000) V = voordeel en N = nadeel
Jaarrekening 2024
Begroting primitief 2025
Begroting na wijziging 2025
Jaarrekening 2025
Verschil 2025
V/N
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.494
1.411
2.437
1.946
491
V
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
2.084
205
153
637
-484
N
8.3 Wonen en bouwen
2.982
3.062
3.195
2.910
286
V
Lasten Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing
6.560
4.678
5.785
5.493
293
V
86
9
854
555
-299
N
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
2.703
437
549
801
252
V
8.3 Wonen en bouwen
2.657
4.821
3.141
3.657
516
V
Baten Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing
5.446
5.267
4.545
5.014
469
V
Totaal saldo van baten en lasten
-1.114
-588
1.241
479
762
V
Stortingen aan reserves
589
2.235
2.406
2.408
-2
N
Onttrekkingen aan reserves
191
209
269
135
-133
N
-1.512
1.438
3.378
2.752
626
V
8.1 Ruimte en leefomgeving
Resultaat
78
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening
Verdeling Toelichting bedrag
Lasten 8.1 Ruimte en Leefomgeving
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen
8.3 Wonen en Bouwen
491 V
484 N
286 V
363 V
Dit betreft een beschikking voor de Startbouwimpuls (SBI) die per abuis twee keer in de administratie is opgenomen. Hier staat een de batenkant eenzelfde bedrag als nadeel tegenover
100 V
In de tussenrapportage is het budget planschades verhoogd met € 100.000. In 2025 is de verwachte claim voor planschade nog niet bij de gemeente ingediend.
382 N
Dit betreft met name kosten voor de transformatie Arkelsedijk hier staan deels ook baten tegenover. De overschrijding is mede het gevolg van het optimaliseren van de bijdrage uit de Regiodeal (batenkant). De transformatie Arkelsedijk is een uitgebreid project met meerdere investeringsbudgetten en diverse geldstromen (subsidies en andere bijdragen). Deze optimalisatie zorgt naast een baat ook voor een voordeel op het investeringsbudget van circa € 180.000.
42 N
Dit betreft met name kosten voor de transformatie Schelluinsestraat die hoger zijn dan begroot.
250 V
Dit betreft een beschikking die in de tussenrapportage is bijgeraamd maar waarbij nog niet aan de voorwaarden is voldaan om tot uitkering over te gaan. Hier staat aan de batenkant ook een nadeel tegenover.
41 V
De verkoop van gronden en panden is niet volledig gerealiseerd. Hierdoor zijn de geraamde verkoopkosten niet volledig benut. De verkopen zullen gerealiseerd worden in 2026. De raad wordt voorgesteld € 41.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 beschikbaar te stellen in 2026.
363 N
Zie toelichting bij lasten.
83 V
Dit betreft een bijdrage die is ontvangen voor het project Linge II Zuid.
121 V
Doordat er zoveel mogelijk lasten voor de transformatie Arkelsedijk zijn geboekt in 2025 ontvangen we vanuit de Regio Deal een hogere bijdrage.
42 V
Dit betreft een extra baat uit de verkoop van gronden en panden. Het resterende verschil wordt verklaard door kleine mutaties.
1.204 V
Vanuit de nieuwe Rijksregeling Realisatiestimulans is een bedrag ontvangen dat kan worden gebruikt voor de woningbouw opgave. Voorgesteld wordt deze in een nieuw te vormen reserve te storten bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
277 V
De leges van bouwvergunningen hebben meer opgeleverd dan begroot
88 V
Dit betreft de opbrengst van de verhuur van de Buys Ballotstraat in 2025. Deze was in 2025 nog niet in de begroting opgenomen.
929 N
De verkoop van gronden en panden is niet volledig gerealiseerd. De verwachting is dat in 2026 de objecten die voor 2025 stonden gepland worden verkocht. Dit zal bij de tussentijdsrapportage worden verwerkt.
250 N
Zie hiervoor de toelichting aan de lastenkant.
Baten 8.1 Ruimte en Leefomgeving
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen
8.3 Wonen en Bouwen
299 N
252 V
516 V
79
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000) Onttrekkingen aan de reserves
80
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening 133 N
Verdeling Toelichting bedrag 129 N
Dit betreft een lagere dan geplande onttrekking voor Stedelijke Vernieuwing en het project Linge II Zuid.
Jaarstukken 2025 In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)
Budget
Realisatie t/m 2024
Aankoop grond Wolpherensedijk
35
0
Groote Haar windmolens, bouwrijp maken
60
0
Totaal lasten
95
Groote Haar windmolens, bouwrijp maken Totaal baten Totaal investeringen
Realisatie 2025
Totaal realisatie
Verschil
Gereed
0
35
V Nee
0
0
60
V Nee
0
0
0
95
V
60
0
0
0
60 N Nee
60
0
0
0
60 N
35
0
0
0
35
Lasten
Baten
2.9.4
V
Met welke verbonden partijen doen we dit samen?
• GR Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid • GR Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid • Hoog Dalem C.V.
81
Jaarstukken 2025
2.10
Algemene dekkingsmiddelen
Nr.
Taakveld
Portefeuillehouder
0.11
Resultaat van de rekening baten & lasten
Marjo Molengraaf
0.5
Treasury
Marjo Molengraaf
0.61
OZB woningen
Marjo Molengraaf
0.62
OZB- niet woningen
Marjo Molengraaf
0.63
Parkeerbelasting
Marjo Molengraaf
0.64
Belasting Overig
Marjo Molengraaf
0.7
Alg. uitkering en uitk. Gemeentefonds
Marjo Molengraaf
0.8
Overige baten en lasten
Marjo Molengraaf
Doel Uit het collegeprogramma: We vinden het belangrijk dat onze gemeente financieel gezond is en blijft. We voeren daarom een financieel solide beleid, om onze begroting reëel en structureel sluitend te houden. We houden de lastendruk beperkt, met oog voor de draagkracht van inwoners. We houden vast aan het afgesproken investeringsplafond. Dat doen we niet als doel op zichzelf. Het investeringsplafond zorgt ervoor dat we de lasten van onze gemeente beheersbaar houden. Door het investeringsplafond bouwen we namelijk op termijn onze gemeentelijke schulden af. En daardoor kunnen we de rentelasten die we moeten betalen dragen. We komen met voorstellen hoe we kunnen sparen voor toekomstige investeringen. Daarbij werken we nauw samen met de gemeenteraad en helpen de raad om meer inzicht te krijgen in de gemeentefinanciën.
82
Jaarstukken 2025 Concrete voornemens Actie (T=Turap en R=Rekening) (I=Inhoud, P=Planning en B=Budget)
'25
'26
'27
'28
T25 Inh
T25 Plan
T25 Bud
R25 Inh
R25 Plan
R25 Bud
2. We toetsen elk investeringsvoorstel aan de ingezette lijn van schuldenafbouw, in het bijzonder in de Perspectiefnota. 3. We gaan met de gemeenteraad in gesprek over de wenselijkheid en de planning van investeringen. 4. We gaan op informele wijze in gesprek met de gemeenteraad over welke informatie de raad nodig heeft om zijn kaderstellende en controlerende rol goed in te vullen. Nieuw vanaf de begroting 2025 Digitalisering en uitbreiding reclamemasten.
2.10.1
Wat heeft dit gekost?
Exploitatie (bedragen x € 1.000) V = voordeel en N = nadeel
Jaarrekening 2024
Begroting primitief 2025
Begroting na wijziging 2025
Jaarrekening 2025
Verschil 2025
V/N
0.5 Treasury
-531
-16
-39
-73
34
V
0.61 OZB woningen
607
643
804
708
96
V
0.62 OZB niet-woningen
101
0
0
0
0
V
0.63 Parkeerbelasting
292
277
277
277
-0
N
0.64 Belastingen overig
598
78
73
67
6
V
0.8 Overige baten en lasten
348
139
358
486
-128
N
Lasten Algemene dekkingsmiddelen
1.415
1.121
1.474
1.465
9
V
0.5 Treasury
1.155
260
656
662
5
N
0.61 OZB woningen
5.842
5.771
5.771
5.747
-24
N
0.62 OZB niet-woningen
6.035
6.229
7.054
7.030
-24
N
0.63 Parkeerbelasting
1.922
2.704
2.659
2.433
-226
N
0.64 Belastingen overig
171
218
217
302
85
V
0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
99.691
100.044
109.188
109.399
211
V
594
11
485
485
0
V
Baten Algemene dekkingsmiddelen
115.410
115.236
126.031
126.058
27
V
Totaal saldo van baten en lasten
113.995
114.116
124.557
124.593
36
V
Stortingen aan reserves
5.413
1.204
3.042
3.065
-24
N
Onttrekkingen aan reserves
3.074
2.434
2.434
0
V
123.949
123.962
13
V
0.8 Overige baten en lasten
Resultaat
111.656
112.911
83
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil Verdeling tussen bedrag begroting na wijziging en jaarrekening
Toelichting
0.61 OZB woningen
96 V
96 V
De jaarlijkse bijdrage aan GR BSR is in 2025 lager dan begroot, vanwege de korting die de eerste drie jaar van toepassing is. In de begroting van de gemeente is voor elk jaar hetzelfde bedrag opgenomen, maar in werkelijkheid is de korting het hoogst in het eerste jaar en neemt deze elk jaar iets af. Dit levert een voordeel op in 2025.
0.8 Overige baten en lasten
128 N
72 N
Dit betreft een incidentele storting in de voorziening dubieuze debiteuren vanwege de oninbaarheid van belastingaanslagen uit eerdere jaren.
0.63 226 N Parkeerbelasting
108 N
Dit betreft lagere opbrengsten van het straatparkeren.
72 N
In 2025 zijn minder inkomsten ontvangen vanuit naheffingen.
Lasten
Baten
51 N
Dit betreft minder inkomsten vanuit parkeervergunningen.
85 V
88 V
De baten uit precariobelasting zijn hoger dan begroot. De ontvangsten zijn afhankelijk van het aantal aanvragen en zijn vooraf moeilijk in te schatten.
0.7 211 V Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
275 V
Via de decembercirculaire 2025 zijn extra middelen ontvangen voor specifieke doeleinden en taken (zie raadsvoorstel decembercirculaire 2025). De raad wordt voorgesteld om € 275.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 beschikbaar te stellen in 2026.
248 V
Door aanpassingen van de maatstaven in het gemeentefonds over 2025 is deze hoger uitgekomen dan begroot.
312 N
De bijdrage uit het gemeentefonds over 2023 en 2024 is naar beneden bijgesteld.
0.64 Belastingen overig
2.10.2 • GR BSR
84
Met welke verbonden partijen doen we dit samen?
Jaarstukken 2025
2.11
Overhead, Vennootschapsbelasting en Onvoorzien
Nr.
Taakveld
Portefeuillehouder
0.4
Overhead
Attie Mager / Marjo Molengraaf
2.11.1
Wat heeft dit gekost?
Overhead, Vennootschapsbelasting en onvoorzien Kosten van overhead zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Overheadkosten worden integraal opgenomen in het "overzicht overhead" en niet verdeeld naar de verschillende beleidsterreinen in de programma's. De uitzondering hierop is het deel van overhead dat bij investeringen en grondexploitaties hoort. Dit deel wordt wel toegerekend. Het overheadtarief wordt berekend door de totale overheadlasten van het taakveld overhead te delen door de totale directe personeelskosten. De toegerekende overhead aan investeringen en grondexploitaties is 1,9 mln. in 2025.
85
Jaarstukken 2025 Exploitatie (bedragen x € 1.000) V = voordeel en N = nadeel
Jaarrekening 2024
Begroting primitief 2025
Begroting na wijziging 2025
Jaarrekening 2025
Verschil 2025
V/N
14.386
15.740
16.720
15.453
1.267
V
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
0
0
0
0
0
9.9 Onvoorzien
0
100
100
0
100
V
14.386
15.840
16.820
15.453
1.367
V
664
432
392
532
141
V
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
0
0
0
0
0
9.9 Onvoorzien
0
0
0
0
0
Baten Overhead, VPB en onvoorzien
664
432
392
532
141
V
Totaal saldo van baten en lasten
-13.722
15.409
16.429
14.921
1.508
V
Stortingen aan reserves
42
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
90
692
692
690
-2
N
-13.674
14.717
15.737
14.231
1.506
V
0.4 Overhead
Lasten Overhead, VPB en onvoorzien 0.4 Overhead
Resultaat
86
Jaarstukken 2025 Taakveld (bedrag x € 1.000)
Verschil tussen begroting na wijziging en jaarrekening
Verdeling Toelichting bedrag
Lasten 0.4 Overhead
9.9 Onvoorzien
1.267 V
13 V
Voor de implementatie van geautomatiseerde uitwisseling van gegevens binnen de inburgeringsketen (plateau 2) is een bedrag van € 13.000 ontvangen. Omdat de implementatie stapsgewijs vanaf 2026 gaat plaatsvinden, wordt voorgesteld om dit budget via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 beschikbaar te stellen in 2026.
318 V
De raad heeft in 2023 ingestemd met de projectopdracht Administratieve leegstand BRP. Dit project is nog niet volledig afgerond in 2025. Dit heeft vooral te maken met het feit dat later is gestart waardoor het project een langere doorlooptijd kent. De raad wordt voorgesteld om het resterende bedrag van € 318.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 beschikbaar te stellen in 2026 om dit project af te ronden.
209 V
De middelen die zijn ontvangen voor de Wet Open Overheid (WOO) zijn nog niet volledig benut. De raad wordt voorgesteld € 209.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 beschikbaar te stellen in 2026 om dit plan te realiseren.
231 V
De middelen die ter beschikking zijn gesteld voor het Edepot zijn nog niet volledig benut. De raad wordt voorgesteld € 231.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 beschikbaar te stellen in 2026.
164 N
Dit betreft een extra bijdrage aan de verlofvoorziening, omdat er meer uren door de medewerkers zijn gespaard.
60 V
Door een gewijzigde meer rechtmatige wijze van boeken van jaaroverstijgende facturen ontstaat er in 2025 een eenmalig voordeel op de budgetten voor onderhoud software, licenties en ondersteuning van ICT-pakketten. Voor de incidentele gevolgen van deze wijziging in 2026, is dit budget benodigd in 2026. Daarom wordt de raad voorgesteld om € 60.000 via de bestemming van het jaarrekeningresultaat beschikbaar te stellen in 2026.
610 V
Doordat vacatures later of soms niet zijn ingevuld, zijn er bij verschillende teams lagere salariskosten ontstaan. Dit voordeel is wel kleiner dan in 2024. Bij de Perspectiefnota 2026-2029 is dit voordeel gebruikt om een deel van de tijdelijke capaciteit uit de Perspectiefnota 2023-2026 te behouden, zodat de werkzaamheden uit het collegeprogramma kunnen worden voortgezet.
100 V
100 V
Het budget dat in 2025 beschikbaar was voor onvoorziene omstandigheden is niet benut. Dit levert een voordeel op.
141 V
149 V
Dit wordt veroorzaakt door de vergoedingen voor het detacheren van personeel.
Baten 0.4 Overhead
87
Jaarstukken 2025 In onderstaande tabel staan de investeringen die binnen dit programma vallen: Investeringen (bedragen x € 1.000)
Budget
Realisatie t/m 2024
Realisatie 2025
Totaal realisatie
Verschil
Gereed
Hard en software 2024
396
290
107
397
Hard en software 2025
397
225
225
Vervangingsplan inventaris 2021
121
36
86
122
1 N
Ja
Vervangingsplan inventaris 2022
112
0
110
110
2
Ja
Vervangingsplan inventaris 2023
179
0
49
49
130
V Nee
Vervangingsplan inventaris 2024
34
0
0
0
34
V Nee
Lasten
Vervangingsplan inventaris 2025
150
1 N 172
Ja
V Nee V
0
150
V Nee
Warmtenet stadhuis
1.672
243
1.389
1.632
40
V Nee
Totaal lasten
3.061
569
1.966
2.535
526
V
Warmtenet stadhuis
481
0
587
587
106
V Nee
Totaal baten
481
0
587
587
106
V
2.580
569
1.379
1.948
632
V
Baten
Totaal investeringen
In de onderstaande tabel worden de investeringen met een budget groter dan € 500.000, afwijkingen boven de € 100.000 en politiek relevante investeringen toegelicht. Investeringen
Toelichting
Hard en Software 2025
Op dit moment vindt de transitie van het interne vaste telefoonnetwerk naar mobiele telefonie. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar een efficiënte, doelmatige en toekomstbestendige wijze van ICT-beheer en -beleid, waaronder keuzes over eigendom, lease- of SAAS-constructies. Het investeringsbudget Hard- en software 2025 is in 2026 benodigd voor de telefoontransitie en maakt verder deel uit van het dekkingsverhaal voor het nieuwe ICT-beleid.
Vervangingsplan inventaris
Met het oog op de aansluiting van het stadhuis op het warmtenet zijn verschillende vervangingen, waaronder de vloerbedekking, tijdelijk on hold gezet. Deze werkzaamheden worden vanaf 2026 opgepakt. Momenteel wordt het vervangingsplan Inventaris geactualiseerd. De niet besteedde middelen maken hier deel van uit.
Warmtenet stadhuis
Dit betreft de aansluiting van het Stadhuis op het warmtenet. In 2025 is de aansluiting gerealiseerd. In 2026 worden de werkzaamheden afgerond.
88
Jaarstukken 2025
Jaarstukken 2025 Jaarverslag: Paragrafen
Jaarstukken 2025
90
Jaarstukken 2025
3
Jaarverslag: Paragrafen
3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3.1.1
Inleiding
Deze paragraaf gaat in op de vraag in welke mate de financiële positie van gemeente Gorinchem toereikend is om de financiële gevolgen van risico’s die zij loopt, op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit: 1. De beschikbare weerstandscapaciteit: alle middelen en mogelijkheden om onvoorziene gebeurtenissen op te vangen. 2. De benodigde weerstandscapaciteit: alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (zoals voorzieningen) én die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente.
3.1.2
Beschikbare weerstandscapaciteit
In onderstaande tabel staat hoe de beschikbare weerstandscapaciteit is opgebouwd. Beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 mln.)
Jaarrekening 2024
Begroting 2026
Jaarrekening 2025
Algemene reserve
30,5
29,0
29,0
Onbenutte belastingcapaciteit
1,1
1,4
1,4
Post onvoorzien
0,1
0,1
0,1
Meerjarige begrotingssaldi
2,3
1,0
0,9
Totale weerstandscapaciteit
33,9
31,5
31,5
• De algemene reserve is met name als gevolg onttrekkingen voor de investeringen (PPN 2024-2027) lager dan de jaarrekening 2025. • De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door een vergelijking te maken tussen de Gorinchemse OZB-tarieven en de "artikel-12-tarieven". Dit zijn de tarieven die een gemeente minimaal moet heffen om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (via het gemeentefonds). De onbenutte capaciteit wordt incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit, omdat deze in de praktijk niet snel wordt ingezet. • Ook de post onvoorzien, die ieder jaar in de begroting staat, wordt slechts incidenteel meegenomen in de weerstandscapaciteit. Er zal namelijk in het eerstvolgende jaar weer een nieuwe post voor onvoorziene zaken in de begroting worden opgenomen. • De meerjarige begrotingssaldi betreft de optelling van de begrotingssaldi 2026 t/m 2029. Bij de meerjarige begrotingssaldi wordt ervan uitgegaan dat alle taakstellingen worden gerealiseerd. De omvang van deze taakstellingen (2026 t/m 2029) bedraagt € 1,9 mln. Het verloop van de algemene reserve staat in onderstaande tabel. Het jaarrekeningresultaat 2025 is hierin nog niet meegenomen.
91
Jaarstukken 2025 Saldo algemene reserve (bedragen in € x 1.000)
2025
Stand 1-1-2025
30.468
Jaarrekeningrekeningresultaat 2024
12.771
Bestemming jaarrekeningresultaat 2024
-10.292
Dekking investeringen PPN 2024-2027
-3.800
Dekking investeringen PPN 2025-2028
-1.100
Afroming reserve Sociaal Domein
1.100
Amendement Skatepark
-102
Saldo algemene reserve ultimo boekjaar
3.1.3
29.045
Benodigde weerstandscapaciteit
Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen, zijn allereerst de risico's geïdentificeerd. Vervolgens is gekeken naar de kans van optreden van het risico: zeer onwaarschijnlijk, onwaarschijnlijk, waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk. Deze kansen zijn uitgedrukt in procenten en vermenigvuldigd met de financiële grondslag voor de berekening van het risico (kolom bedrag). Als het risico meerjarige financiële effecten heeft, wordt het risico voor maximaal vier jaar meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Jaar 1 voor 100%, jaar 2 voor 75%, jaar 3 voor 50% en jaar 4 voor 25%. Dat betekent dat vanaf het jaar van optreden van een risico de gemeente maximaal vier jaar de tijd heeft om het financiële effect voor 100% in de begroting op te vangen. In deze paragraaf staan eerst de risico's met een incidenteel financieel effect beschreven. Vervolgens vermelden we de risico's met een structureel financieel effect, als laatste duiden we de risico's waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor de benodigde weerstandscapaciteit.
Benodigde weerstandscapaciteit (bedragen x € 1 miljoen)
Begroting 2026
Kans
Bedrag
2026
2027
2028
2029
Jaarrekening 2025
Incidenteel financieel effect 1. Gemeentelijke grondexploitaties
3,50
4,70
4,70
2. Waarborgen en garanties
2,36
3. Uitgegeven geldleningen
0,14
12,5%
18,30
2,29
12,5%
1,50
0,19
4. Bouwkostenstijgingen investeringen
2,75
62,5%
3,60
2,25
5 Co-financiering Regiodeal en WoningBouwImpuls
4,69
62,5%
7,50
4,69
Totaal Incidenteel
13,44
35,60
14,11
Structureel financieel effect 7. Verbonden partijen
2,34
62,5%
1,50
0,94
0,70
0,47
0,23
2,34
8. Gemeentefonds, (normeringssystematiek)
2,12
62,5%
1,59
0,99
0,75
0,50
0,25
2,48
10. Stijging rentekosten
2,26
62,5%
0,24
0,62
0,99
1,20
3,05
Totaal Structureel
6,73
3,09
2,17
2,06
1,96
1,68
7,88
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
20,16
38,69
2,17
2,06
1,96
1,68
21,99
Risico's met een incidenteel financieel effect
92
Jaarstukken 2025 1. Gemeentelijke grondexploitaties De risico's rondom de gemeentelijke grondexploitaties zijn ingeschat op € 4,7 mln (was € 3,5 mln.). Deze stijging (€ 1,2 mln) houdt met name verband met een actualisatie van het renterisico. De risico's van de netcongestie zijn reeds verwerkt in de omvang van de voorziening. Omdat de risico's individueel gewogen zijn (conform de voorgeschreven methodiek), is er geen percentage opgenomen in de tabel. 2. Waarborgen en garanties De gemeente Gorinchem staat voor circa € 18,3 mln. garant voor leningen van onder andere deelnemingen onderwijsinstellingen en verenigingen. Deze € 18,3 mln. is de basis voor de berekening van het risico. Van dit bedrag heeft € 7,1 mln. betrekking op Gevudo/HVC. Een verdere onderverdeling van deze garanties staat in de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel "Niet uit de balans blijkende verplichtingen". De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%). 3. Uitgegeven geldleningen De gemeente Gorinchem heeft circa € 1,45 mln. aan leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen maar ook de startersleningen vallen onder dit risico. Deze € 1.45 mln. vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico.
Voor een onderverdeling van deze uitgegeven geldleningen verwijzen wij u naar de toelichting op de balans in de jaarrekening bij het onderdeel 'Overige langlopende leningen'. De kans dat één of meerdere van deze leningen niet terugbetaald kunnen worden, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%). 4. Bouwkostenstijging In 2025 zijn de bouwkosten harder gestegen dan in 2024. De stijging is ook hoger dan de de indexering van de investeringen (> € 1 mln.) in de Perspectiefnota 2026. In 2021 en 2022 was de inflatie ook fors hoger dan de indexering. Indien de CBS Bouwkosten worden vergeleken met de doorgevoerde indexering zijn de investeringen voor zo'n 12% minder geïndexeerd. De komende jaren staan diverse investeringen op de agenda. De investeringen uit hoofde van de nieuwe Lingebrug Arkelsedijk/Spijksedijk bedragen bijvoorbeeld ruim € 22 mln. Het uitgangspunt voor dit risico wordt ingeschat op € 30 mln (verlaagd met € 10 mln). Voor de investeringen wordt in het weerstandsvermogen dan ook rekening gehouden met een kostenstijging van 12% van € 30 mln. en daarmee bedraagt dit risico € 3,6 mln. Dit risico wordt nog steeds ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). 5. Co-financiering van de Regiodeal en Woningbouwimpuls (WBI 6e tranche) De nieuw gesloten Regiodeal vraagt ook een eigen bijdrage van de gemeente. Bij de verschillende projectenzijn ook verschillende partners betrokken.
Hierdoor is de benodigde co-financiering nog niet vast te stellen.Vooralsnog wordt deze op basis van de projecten en het aantal partners ingeschat op € 0,5 mln. Voor de WBI bedraagt de maximale co-financiering € 8 mln. De totale cofinanciering wordt nu ingeschat op € 8,5 mln. In de Perspectiefnota 2026-2029 is in 2029 € 1 mln. gereserveerd voor de WBI waardoor € 7,5 mln resteert. De kans op dit risico is ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). Risico's met een structureel financieel effect 6. Verbonden partijen Gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe. In de paragraaf Verbonden partijen wordt nader ingegaan op deze verbonden partijen met bijvoorbeeld een beschrijving van het
93
Jaarstukken 2025 publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. Inmiddels is de bovengemiddelde inflatie verwerkt in de diverse begrotingen van de verbonden partijen. Van diverse verbonden partijen wordt verwacht dat zij een bijdrage gaan leveren aan het Ravijnjaar. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 1,5 mln. (ongewijzigd) en schatten wij de kans in op waarschijnlijk (62,5%). In het risico zijn de partners in het Sociaal Domein niet meegenomen. Deze zijn meegenomen bij het risico Sociaal Domein. 7. Gemeentefonds De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. Met ingang van 2023 is de verdeling van hetgemeentefonds herzien. Het doel van deze herziening is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluitbij de kosten van gemeenten. De effecten vanuit het nieuwe kabinet zijn nog niet duidelijk. Wel is duidelijk dat er bezuinigt moet worden op sociale voorzieningen en meer uitgaven moeten worden gedaan voor defensie. Het risico percentage is ten opzichte van de begroting 2026 onveranderd opgenomen (1,5% van algemene uitkering) met een kans van 62,5%. 9.
Stijging rentekosten Voor de periode 2026 tot en met 2029 is een berekening gemaakt voor een rentestijging van 0,6% (was 0,5%) omdat de bewegingen op de kapitaalmarkt groter zijn geworden dan 6 maanden geleden. De effecten per jaarschijf zijn conform de methodiek opgenomen in het weerstandsvermogen voor in totaal € 3,05 mln. De kans op dit risico wordt ongewijzigd ingeschat op waarschijnlijk (62,5%). Voor de structurele effecten na de begrotingsperiode verwijzen wij naar risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen. Risico's waarvoor geen rekening wordt gehouden met een financieel effect voor het weerstandsvermogen 1. Sociaal Domein Voor de reserve Sociaal Domein is bij de Perspectiefnota 2025 een minimum niveau bepaald van € 4,25 mln. als toereikend om specifieke (incidentele) risico's in het Sociaal Domein af te dekken. Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. De financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein zijn niet zonder risico. Het kabinet onderkent dat de rijksmiddelen overall gesproken ontoereikend zijn voor de kosten die in het Sociaal Domein worden gemaakt.
Jeugdzorg De kosten binnen de landelijke jeugdzorg blijven de laatste jaren stijgen. De jeugdzorg moet hervormd worden. Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 definitief vastgesteld. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Dit vraagt inzet van en samenwerking van veel partijen waaronder gemeenten en het Rijk. Het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven De financiële afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd (afbouw van extra middelen en oplopende besparingen), zijn in de gemeente Gorinchem conform Rijksbeleid opgenomen in de meerjarenbegroting. We veren mee met de ontwikkelingen van het Rijk. Zie hiervoor ook het overzicht Hervormingsagenda Jeugd aan het einde van deze paragraaf. Eind januari heeft de
94
Jaarstukken 2025 Deskundigencommissie van Ark zijn advies uitgebracht t.a.v. de HervormingsagendaJeugd.In de meicirculaire heeft de Rijksoverheid een deel van de besparingsopgave structureel opgelost en daarnaast zijn de onzekerheden doorgeschoven naar 2028. De verwachting is dat we in 2026/2027 middelen overhouden op Jeugd en bij uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd vanaf 2028 er een beperkt tekort optreedt.
Wmo We zien een toename van de zorgvraag als het gaat om Wmo voorzieningen. Dit heeft vooral te maken met een toenemende vergrijzing van onze inwoners. Deze trend zal zich de komende jaren naar verwachting verder doorzetten. Daarnaast zien we een ontwikkeling van “zo lang mogelijk zelfstandig thuis” voor onze oudere inwoners en “weer zelfstandig thuis” voor bijzonder doelgroepen vanuit bijvoorbeeld Beschermd Wonen. Die ontwikkeling draagt ook bij aan toename van zorgvraag richting de Wmo. Ook zijn prijsontwikkelingen een risico. De indexeringsafspraken met gecontracteerde aanbieders zijn gebaseerd op het uitgangspunt van reële kostprijs. Dat is wettelijk verplicht. Die indexeringsafspraken lopen veelal niet gelijk met de indexeringsgrondslagen in het gemeentefonds. De invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage staat gepland voor 2028. Het is uiterst onzeker of dit wordt gehaald. De invoering zou de volumegroei kunnen drukken en zelfs kunnen leiden tot afname van het Wmo gebruik. Zolang dit niet gerealiseerd is, zorgt dit voor financiële druk. 2. Waarborggaranties De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt circa € 871 mln. Hiervan bestaat circa € 853 mln. uit de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen.
Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties, et cetera. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds. Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil. 3. Situatie Oekraïne De richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor vluchtelingen uit Oekraïne loopt tot 4 maart 2027. Na deze datum zal een transitieperiode ingaan waarin langetermijnbeleid wordt toegepast om ontheemden perspectief te bieden, gericht op integratie of duurzame terugkeer. De financiële gevolgen van deze transitieperiode zijn nog niet duidelijk, waardoor hiermee nog geen rekening is gehouden.
Landelijke ontwikkelingen
Het nieuwe kabinet zet het huidige beleid voor Oekraïense ontheemden voort. In de Voorjaarsbesluitvorming wordt bepaald hoe het beleid verder wordt ingevuld en welke financiële middelen beschikbaar komen. De uitkomsten worden naar verwachting in april of mei 2026 met de Tweede Kamer gedeeld. 4. Toenemende projectorganisatie en capaciteitsplanning Het aantal projecten binnen de organisatie is de afgelopen jaren toegenomen. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen het aantrekken van medewerkers en de tijdelijke beschikbaarheid van middelen uit hoofde van de projecten. Voor de korte termijn zijn de risico's beperkt maar zodra de voorraad aan projecten kleiner wordt kan dit negatieve impact hebben op het jaarrekeningresultaat als gevolg van onvoldoende dekking voor de personeelskosten. Het uitgangpunt is dat de organisatie inspeelt op een situatie waarin er minder dekking uit projecten voor personeelskosten komt. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. Daarnaast is bij de begroting 2023 ruimte gemaakt
95
Jaarstukken 2025 voor het uitbreiden van de formatie gedurende een periode van 3 jaar (2023 t/m 2025). In de Perspectiefnota/Begroting 2026 is in de meerjarenbegroting opgenomen dat de formatieuitbreiding voor een deel wordt afgebouwd en voor een deel wordt voortgezet met financiele dekking. Er wordt van uitgegaan dat de organisatie dit risico beheerst en hier geen calamiteiten optreden. Daarom wordt voor dit risico geen bedrag opgenomen. 5. IHP In de Perspectiefnota 2025-2028 is aangegeven dat er onvoldoende ruimte is voor het uitvoeren van IHP. Vanuit het jaarrekeningresultaat 2024 is € 1,5 mln. in de reserve Onderwijshuisvestering gestort. In de Perspectiefnota 2026-2029 is naast de jaarlijkse jaarschijf van € 1,0 mln een bedrag van € 3 mln opgenomen in het investeringsplafond. Er wordt gezocht naar financiële oplossingen zoals bijdragen van het Rijk en andere stakeholders. Dit vraagstuk blijft een uitdaging voor de financiële situatie. 6. Cultuurhuis In november 2024 is raadsvoorstel Cultuurhuis De Nieuwe Doelen aangenomen. De komende periode zal een (financieel) passend beheer- en exploitatiemodel voor de dagelijkse gang van zaken van het Cultuurhuis worden uitgewerkt. Dit zal in samenwerking worden gedaan met culturele partijen uit de stad, met de overige partijen waar in de onderzoeksfase mee is gesproken en met de bibliotheek.