CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente Gorinchem41.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wordt: Artikel 6: Verbod venten en collecteren, sampleverbod, verbod gedrukte stukken en verbod promotie rond verkiezingstijd 1. Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen, waren of consumptieartikelen ter promotie of verkoop rond te lopen of te rijden, anders dan via een vaste- of dagstandplaats. 2. Van het verbod in het eerste lid kan het college ontheffing verlenen, voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet-en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders. 3. Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt te collecteren, gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen, godsdienstige, politieke of andere propaganda, alsmede samples, monsters en anderen goederen die vallen onder het begrip commerciële handelsreclame onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, anders dan via een vaste- of dagstandplaats. Was: Artikel 10: Venten 1. Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen, diensten of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden. 2. Van het bepaalde in het eerste lid kan door het college ontheffing worden verleend Wordt: Vervallen opgenomen in inrichtingsplan Was: Artikel 11: Extreme weersomstandigheden 1.

De marktmeester is door het college gemandateerd om besluiten te nemen inzake wijziging van de markttijden dan wel het afgelasten van een markt in geval van extreme weersomstandigheden Wordt: Vervallen idem Was: Artikel 12: Verlichting en elektrische energie 1. Het is de standplaatshouder verboden op zijn standplaats a. gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting; b. elektriciteit te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren daarvan is aangewezen of om hierin zelf te voorzien. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Wordt: Vervallen idem Was: Artikel 13: Geluidsapparatuur en geluidoverlast 1. Het is verboden op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid. 2. Het aanwezig hebben van radio’s, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de standplaats, voor een ander doel dan verkoop daarvan, is verboden.

3. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden. 4. De vergunninghouder dient er voor te zorgen dat de door hem gebruikte apparatuur geen geluidoverlast veroorzaakt. Wordt: Vervallen idem Was: Artikel 14: Koken, bakken en verwarmen 1. Het is de vergunninghouder verboden elektrische verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties te gebruiken. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Wordt: Vervallen

Artikel 7

Was: Artikel 15: Enquêteren 1. Het is verboden zonder vergunning van het college tijdens de markt op het marktterrein te enquêteren. 2. Het is verboden tijdens de duur van de markt op het marktterrein met gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten of deze te verspreiden, dan wel godsdienstige, politieke of andere propaganda te voeren. Wordt: Artikel 7 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt bestraft met een schorsing voor een of meerdere marktdagen, een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Was: Artikel 16: Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 8

Artikel 9

Wordt: Artikel 8 Onmiddellijke verwijdering 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een standplaatshouder of iemand die hem bijstaat gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. Het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. Zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog. 2. De in lid 1 bedoelde verwijdering blijft gehandhaafd totdat een besluit omtrent schorsing of intrekking van de vergunning, dan wel een besluit in de zin van artikel 11 is genomen. Was: Artikel 17: Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats. Wordt: Artikel 9 Toezicht 1. Met het toezicht op het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeesters en bij besluit van het college aangewezen personen. 2. Voor de marktmeester wordt door het college een instructie vastgesteld.

Was: Artikel 18: Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 10

Wordt: Artikel 10 Overgangsbepalingen 1. Besluiten van het college die zijn genomen krachtens de Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 3. Degenen die daags voor het in werking treden van deze verordening op de anciënniteitslijst of de stonden, behouden de rechten die daaruit volgens de op die dag geldende regels voortvloeiden na de inwerkingtreding van deze verordening. Was: Artikel 19: Overgangsbepaling 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening Gorinchem 2011 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. De bestaande anciënniteits- en wachtlijsten worden gelijkgesteld met de anciënniteit- en wachtlijsten in de zin van deze verordening. 3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening Gorinchem 2011 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 11

Wordt: Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Gorinchem. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022 Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gorinchem op XX 2021 XX Was: Artikel 20: Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op datum. Was: Artikel 21: Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Gorinchem. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 september 2021 de griffier, de voorzitter,

Artikelen was/ wordt VFL 2.1.4

Wordt: Artikel 2.1.4 Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op de door het college op grond van artikel 160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet ingestelde weekmarkt. 2. Deze verordening is niet van toepassing op markten, evenementen en braderieën, die conform afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening vallen onder ‘Evenementen’. 3. Het college kan bepalen dat, in verband met door of met toestemming van het college te organiseren evenementen, de markt gedurende een nader te bepalen aantal dagen tijdelijk op een andere locatie binnen de gemeente wordt georganiseerd. Voorts is het college bevoegd te bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, dan wel de markt te laten vervallen, indien de marktdag samenvalt met één van de in de Winkeltijdenwet genoemde feestdagen. Op Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, op de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en op eerste en tweede Kerstdag wordt in ieder geval géén markt gehouden. In het geval van kleinschalige evenementen, zoals een braderie, jaarmarkt of seizoenmarkt, kunnen de marktkooplieden van de weekmarkt hierbij eventueel aansluiten.

4. Het college stelt de vergunninghouders tijdig op de hoogte van een evenement als bedoeld in lid 3 van dit artikel. 5. Vergunninghouders die op grond van deze verordening een vergunning hebben en door de in lid 2 van dit artikel genoemde evenementen tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun vaste standplaats, of om dringende redenen zoals genoemd in artikel 6 lid 3 tijdelijk een andere standplaats toegewezen krijgen, kunnen geen aanspraak maken op een vergoeding in welke vorm dan ook. 6. Het college kan in bijzondere omstandigheden, in afwijking van het bepaalde in dit artikel, tijdelijke maatregelen treffen in het belang van de goede gang van zaken. Onder bijzondere omstandigheden wordt onder andere verstaan: regionale evenementen, werkzaamheden in de openbare ruimte (zoals straat- en rioleringswerkzaamheden), weersomstandigheden en noodsituaties.

2.1.5

Was: 2.1.4 Plaats, dag en tijd van de markten 1. Deze paragraaf is van toepassing op de door het college op grond van artikel 160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet ingestelde gewone marktdagen en jaarmarktdagen zoals aangegeven in het overzicht met marktdagen en jaarmarktdagen. 2. Het college kan bepalen dat, in verband met door of met toestemming van het college te organiseren evenementen, de markt gedurende een nader te bepalen aantal dagen tijdelijk op een andere locatie binnen de gemeente wordt georganiseerd. In het uitzonderlijke geval dat de markt ten behoeve van een ander evenement dan de kermis in oktober/november wordt verplaatst, wordt hierover vooraf een gemotiveerd besluit genomen. Hiervoor vindt vooraf overleg plaats met de betrokkenen en worden alle betrokken belangen zorgvuldig afgewogen. Er worden concrete afspraken gemaakt met de betrokkenen. 3. Het college stelt de vergunninghouders tijdig op de hoogte van een evenement als bedoeld in lid 2 van dit artikel. 4. Vergunninghouders die op grond van deze paragraaf een vergunning hebben en door de in lid 2 van dit artikel genoemde evenementen tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun vaste standplaats1, of om redenen zoals genoemd in artikel 2.1.8 tijdelijk een andere standplaats1 toegewezen krijgen, kunnen geen aanspraak maken op een vergoeding in welke vorm dan ook. Wordt: Artikel 3. Inrichtingsplan 1.

Voor de markt stelt het college een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat: a. Aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. Een kaart van de markt; 2. Op de kaart zijn aangegeven: a. De grenzen van de markt; b. De plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vastestandplaatsvergunning; c. Voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste-standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven; d. Indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning; 3. Als een standplaats, bestemd voor de houder van een vaste-standplaatsvergunning, binnen een half uur na aanvang van de markt nog niet door de vergunninghouder of diens plaatsvervanger is ingenomen, kan daarvoor een dagplaatsvergunning worden afgegeven. 4. Het inrichtingsplan is gedurende de markttijd bij de markt aanwezig en in te zien en wordt ook aan de vergunninghouder verstrekt bij verlening van de vergunning. Was: 2.1.5 Marktindeling 1. Het college bepaalt voor de markt: a. het aantal en de verdeling van de standplaatsen1; b. de afmetingen van de standplaatsen1; c.

de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen1 worden toegewezen als vaste standplaats en welke als standwerkersplaats; e. de locatie waar en de tijdstippen waarop de markt wordt gehouden. 2. Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximumaantal standplaatsen1 per branche; c. een maximum aantal te plaatsen verkoopwagens/markavans.

3. Het is verboden andere artikelen dan die zijn vermeld op de in lid 2 van dit artikel genoemde lijst op de markt aanwezig te houden, uit te stallen, te koop aan te bieden of te verkopen. 4. Het college kan in bijzondere omstandigheden, in afwijking van het bepaalde in dit artikel, tijdelijke maatregelen treffen in het belang van de goede gang van zaken. 2.1.6

2.1.7

2.1.8

2.1.9

Wordt: Artikel 4. Nadere regels Idem Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze paragraaf. Was: Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze paragraaf. Wordt: 2.1.7 Voorschriften 1. Het college kan voorschriften verbinden aan een krachtens deze paragraaf verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze paragraaf een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften in acht te nemen. Was: 2.1.7 Voorschriften 1. Het college kan voorschriften verbinden aan een krachtens deze paragraaf verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze paragraaf een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften in acht te nemen. Wordt: Artikel 8. Vaste standplaats 1. Het is verboden op een markt zonder vergunning voor een vaste standplaats van het college een standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen. 2. Het college stelt regels vast omtrent toewijzing, inhoud en overschrijving van vergunningen voor vaste standplaatsen. 3.

een vaste-standplaatsvergunning geldt voor een periode van (maximaal) 20 jaar voor de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen. 4. Aan een vergunning kunnen door het college voorschriften en beperkingen worden verbonden. 5. Een vergunning kan enkel worden verleend aan een handelingsbekwame persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie en een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid heeft. 6. Een vergunning wordt geweigerd wanneer bij de behandeling van de aanvraag van de vergunning blijkt dat een weigeringsgrond van toepassing is of dat niet wordt voldaan aan het vorige lid en/of als aan een aanvrager eerder een vergunning is verleend, maar deze is ingetrokken omdat hij zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog, of in het verleden meerdere bij of krachtens deze paragraaf gestelde bepalingen heeft overtreden. Was: 2.1.8 Standplaatsvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het college op het marktterrein een standplaats1 in te nemen, kramen, tafels en dergelijke te plaatsen of op te slaan of gebruik te maken van verkoopwagens of ander mobiel materiaal. 2.

Het college kan vergunningen voor vaste standplaatsen, dagplaatsen en standwerkersplaatsen verlenen. 3. Het college kan, indien dringende redenen die de markt betreffen dit noodzakelijk maken, aan een vergunninghouder tijdelijk een andere standplaats1 op de markt toewijzen. 4. De vergunning dient duidelijk zichtbaar aan de marktkraam te zijn bevestigd. Wordt: Artikel 2.1.9 Intrekking, wijziging en vervallen vergunning vaste standplaats 1. Het college trekt een vergunning voor een vaste standplaats in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; b. binnen twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling. 2. Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken:

a. b.

3. 4.

2.1.10

als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; als de vergunninghouder of degene die hem vervangt, of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld

c. voldoet; d. bij overtreding van de vergunningsvoorschriften; e. als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet. f. als van de vergunning gedurende twee maanden geen gebruik is gemaakt. Ingeval van schorsing voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt. Als de vergunninghouder of zijn aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvangstijd van de markt heeft ingenomen en volledig verkoopklaar is, vervalt de vergunning voor de rest van de dag, tenzij de marktmeester op tijdig verzoek van de vergunninghouder de standplaats voor hem beschikbaar houdt.

Was: Artikel 2.1.9 Inhoud vaste standplaatsvergunning (naar het inrichtingsplan gegaan). 1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c. de kraam, verkoopwagen of markavan of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats1 mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst; f. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats1 schoon oplevert; g. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h. welke geluidsapparatuur op de standplaats1 is toegestaan en welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan. 2. Aan de vergunning wordt een bewijs ter identificatie gehecht. Wordt: Melden van afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1.

De vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. 2. De verhindering wordt uiterlijk één week voor de betreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt zondagavond voor 20.00 uur telefonisch of elektronisch aan de marktmeester en de kramenzetter gemeld. Was: 2.1.10 Overschrijving vaste standplaatsvergunning 1. In geval van beëindiging van het bedrijf door de vergunninghouder, kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont. 2. In geval van overlijden van de vergunninghouder, kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 3. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste of tweede lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 4.

Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste, tweede of derde lid, kan een werknemer van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar onafgebroken in het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.

5. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het optreden van een van de in lid 1 of 2 van dit artikel genoemde omstandigheden. 6. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. 2.1.11

Wordt: Artikel 2.1.11. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging 1. De houder van een vaste-standplaatsvergunning neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in. 2. In geval van vakantie of van bijzondere omstandigheden kan het college echter toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger. Een melding daartoe moet zo mogelijk voorafgaande aan de marktdag bij het college worden ingediend en vermeldt de reden en de verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. 3. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger. Was: 2.1.11 Persoonlijk innemen standplaats 1. De vergunninghouder neemt de standplaats1 die hem is toegewezen persoonlijk in en hij mag de standplaats1 niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. 2.

2.1.12

2.1.13

2.1.14

De vergunninghouder mag zich op de standplaats1 doen bijstaan.

3. Het is de vergunninghouder verboden zich, behoudens toestemming van de marktmeester, langer dan zestig minuten van zijn standplaats1 te verwijderen. Wordt: 2.1.12 Markttijden in acht nemen 1. Het is een vergunninghouder verboden meer dan twee uur voor de aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt ruimte in te nemen of te doen innemen op het marktterrein met een voertuig, met goederen of anderszins, of goederen aan- of af te voeren of te laten aan- of afvoeren. 2. Een vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens op aanvraag door het college verleende ontheffing. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Was: 2.1.12 Aantal keren innemen vaste standplaats De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats1 op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 van de Marktverordening gemeente Gorinchem en artikel 2.1.13. Wordt: 2.1.13 Verzorging standplaats De vergunninghouder is verplicht: a. er zorg voor te dragen dat zijn standplaats, zulks ter beoordeling van de marktmeester, steeds een goed verzorgd aanzien biedt en veilig is; b. zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond af te schermen; c. stroom te gebruiken van door het college aangewezen partijen; d.

uitstallingen en reclame borden moeten binnen de breedte van de marktkraam/markavan/verkoopwagen en niet buiten de vergunde meters, worden geplaatst; e. de doorgang in de paden mogen niet worden belemmert, zulks ter beoordeling van de marktmeester Was: 2.1.13 Ontheffing en vervanging 1. In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats1 hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats1 op de markt in te nemen. 2. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats1 te laten vervangen door een met name genoemde persoon. Wordt: Artikel 2.1.14 Afval 1. De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om op de standplaats geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, plaatst aan de

voorzijde van de marktkraam, verkoopwagen of markavan twee afvalbakken of afvalkorven en ledigt deze wanneer zij vol zijn. 2. Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en naaste omgeving na afloop van de markt schoon achter te laten en voert het afval na afloop van de markt af. Was: 2.1.14 Tijdstip innemen standplaats1/aan- en afvoer goederen 1. Degene aan wie een vaste standplaats is toegewezen is geboden deze plaats uiterlijk bezet te hebben op het tijdstip dat is vermeld in het in artikel 2.1.4 bedoelde besluit van het college. 2. Het is voor vergunninghouders verboden op het marktterrein op andere dagen en tijdstippen dan die door het college zijn aangewezen met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren of te verkopen. 3. Het college kan van het aanvangstijdstip voor het oprijden van de weekmarkt ontheffing verlenen. 4. Het is verboden voertuigen, waarmee goederen of waren ter markt worden of zijn aangevoerd, tijdens de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan die welke door de marktmeester is aangewezen. 5. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats1 tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen en de koopwaar op zijn kraam uitgestald te houden en ter verkoop aan te bieden. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 6.

Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk op het tijdstip zoals genoemd in het in artikel 2.1.4 bedoelde besluit heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats1 voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats1 op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. 7. De standplaatshouder dient op het in het in artikel 2.1.4 bedoelde tijdstip zoals aangegeven in het overzicht met marktdagen en jaarmarktdagen de markt te hebben ontruimd. Wordt: vervallen Was 2.1.15 Intrekking, wijziging en schorsing 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.1.10 de vergunning wordt overgeschreven; c. Indien degene op wie een vergunning op grond van artikel 2.1.10 is overgeschreven, al vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning of ontheffing intrekken, wijzigen of schorsen indien: a. de vergunning- of ontheffinghouder ter verkrijging van de vergunning of ontheffing onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. indien niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van een vergunning of ontheffing; c.

het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf of de voorschriften van de vergunning of ontheffing wordt overtreden; d. de vergunning- of ontheffinghouder meer dan eens de regelgeving die betrekking heeft op de te verkopen producten overtreedt; e. indien de vergunning- of ontheffinghouder wegens ziekte gedurende één jaar zijn standplaats1 niet heeft kunnen innemen; f. indien de vergunning- of ontheffinghouder, anders als bedoeld onder e, minder dan tien maal per kwartaal zijn standplaats1 heeft ingenomen; g. indien de vergunning- of ontheffinghouder blijft volharden in het overtreden van de vergunningvoorschriften en/of het bepaalde in de Marktverordening Gorinchem 2011; h. indien de vergunning- of ontheffinghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkerplaats van de toewijzing van een dagplaats of standwerkerplaats uitsluiten voor ten hoogste acht marktdagen, gelegen binnen een periode van één jaar na de bekendmaking van het besluit tot uitsluiting, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf overtreedt b. blijft volharden in het overtreden van de vergunningvoorschriften c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats;

d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Was: 2.1.16 Verzorging standplaats De vergunninghouder is verplicht: a. er zorg voor te dragen dat zijn standplaats1, ter beoordeling van de marktmeester, steeds een goed verzorgd aanzien biedt; b. zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond af te schermen; c. van transparante zijzeilen gebruik te maken; d. bij hoek- en kopkramen gebruik te maken van transparante achterzeilen; e. geen waren voor de kraam uit te stallen waardoor de looproute wordt belemmerd. Was: 2.1.17 Afval 1. De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om op de standplaats1 geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, plaatst aan de voorzijde van de marktkraam, verkoopwagen of markavan twee afvalbakken of afvalkorven en leegt deze wanneer zij vol zijn. 2. De vergunninghouder zamelt tijdens de markt op en rondom zijn standplaats1 zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke zelf in; 3. De vergunninghouder levert, alvorens het marktterrein te verlaten zijn standplaats1 en de onmiddellijke omgeving daarvan, schoon op en neemt het afval mee. Hij overhandigt het college desgevraagd een kopie van het contract en/ of afvalstroomnummer van de afvalinzamelaar of afvalverwerker.

6.c HAMERSTUK Uittredings- en opheffingsregeling GR Avres en wijziging GR, zienswijze verordening individuele inkomenstoeslag Avres en bankreglement Avres 1 2021-775641 - Rvs Avres wijziging GR, verordening individuele inkomenstoeslag en bankreglement.pdf

Raadsvoorstel: Z/21/718954/D-775641 Onderwerp: Uittredings- en opheffingsregeling GR Avres en wijziging GR, zienswijze verordening individuele inkomenstoeslag Avres en bankreglement Avres

Datum: 16 november 2021 Portefeuillehouder: Eelke Kraaijeveld I&O/B&A: 2 december 2021 Raadsvergadering: 9 december 2021 Opsteller: Springer, Wendy Geeft voorstel begrotingswijziging: Ja/Nee

Onderwerp: Uittredings- en opheffingsregeling GR Avres en wijziging GR, zienswijze verordening individuele inkomenstoeslag Avres en bankreglement Avres Voorstel: Wij stellen u voor: 1. Geen zienswijze in te dienen bij de uittredings- en opheffingsregeling Avres; 2. In te stemmen met de wijziging van de GR Avres; 3. Toestemming te verlenen aan het college voor de wijziging van de GR, zoals bedoeld onder 2.; 4. Geen zienswijze in te dienen bij de verordening individuele inkomenstoeslag Avres; 5. Het Bankreglement Avres 2016 in te trekken en het Bankreglement Avres 2021 vast te stellen. Aanleiding: Avres heeft 4 voorstellen ingediend om over een zienswijze in te dienen of een besluit te nemen. Het gaat over: 1. Zienswijze voor uittredings- en opheffingsregeling Avres; 2. Besluit over wijziging van de (tekst) gemeenschappelijke regeling Avres; 3. Zienswijze verordening individuele inkomenstoeslag Avres; 4. Besluit bankreglement. Uittredings- en opheffingsregeling Avres Twee jaar geleden is naar aanleiding van de intreding van de gemeenten Molenlanden en Vijfheerenlanden en de uittreding van de gemeente Lingewaal een nieuwe uittredingsregeling vastgesteld. Deze uittredingsregeling leidde tot twee inhoudelijke zienswijzen van de gemeente Molenlanden en de gemeente Vijfheerenlanden.

Avres heeft daarom juridisch advies ingewonnen en biedt nu een gecombineerde uittredings- en opheffingsregeling aan om tegemoet te komen aan de zienswijzen van de gemeenten. Daardoor ontstaat ook de noodzaak de tekst van de GR aan te passen. Individuele inkomenstoeslag Avres Avres voert namens de gemeente Gorinchem de verordening individuele inkomenstoeslag (minimabeleid) uit. Wijzigingen van deze verordening zijn o.g.v. artikel 11, tweede lid, onder b van de Gemeenschappelijke regeling Avres zienswijzeplichtig. Vanuit de uitvoeringspraktijk bij Avres is geconstateerd dat aanpassing van de verordening op twee onderdelen wenselijk is. Bankreglement Al sinds haar oprichting in 2016 beschikt Avres over een eigen kredietbank. De taken van de kredietbank Avres bestaan uit het verstrekken van leningen, zoals het saneringskrediet (schuldregeling). De werkzaamheden van de Kredietbank worden geregeld in een bankreglement. Dit vloeit voort uit een verplichting die is opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (Wft). Uw raad wordt verzocht over bovenstaande punten een besluit te nemen of om te besluiten geen zienswijze in te dienen.

Stadhuisplein 1 Postbus 108 4200AC Gorinchem

T 140183 F 0183-630540

E gemeente@gorinchem.nl I www.gorinchem.nl

Beoogd effect: Uittredings- en opheffingsregeling Avres Het vaststellen van een uittredings- en opheffingsregeling zorgt voor een ordentelijke procedure bij de uittreding van een gemeente uit een gemeenschappelijke regeling. Het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling zorgt voor een actuele en juiste regeling. Individuele inkomenstoeslag Avres Voldoen aan de Participatiewet en verbeteren van dienstverlening Avres. Bankreglement Hiermee voldoet Avres aan de Wet op het financieel toezicht. Argumenten: 1.1. De nieuwe gecombineerde uittredings- en opheffingsregeling komt tegemoet aan de door de gemeenteraden van Molenlanden en Vijfheerenlanden ingediende zienswijze. De zienswijze uit Vijfheerenlanden en Molenlanden gaf specifiek uiting aan de kwestie welke consequenties uittreding van één van de deelnemers en een daaropvolgende opheffing hebben voor de verdeling van de kosten van de opheffing. Avres heeft naar aanleiding van de ingediende zienswijze juridisch advies ingewonnen. Het advies was om tot een nieuwe, gecombineerde, uittredings- en opheffingsregeling te komen. De voorgestelde wijzigingen in de zienswijze zijn dus niet letterlijk verwerkt (want er is een nieuwe regeling). Door de nieuwe regeling is namelijk een betere invulling gegeven aan de consequenties van uittreden en daarop volgende opheffing. 2.1.

Wijziging van de GR is noodzakelijk door het vaststellen van de gecombineerde uittredings- en opheffingsregeling. De tekst in de Gemeenschappelijke Regeling moet aangepast worden aan de nieuwe uittredings- en opheffingsregeling. Daarnaast zijn door de nieuwe WNRA (wet normalisering rechtspositie ambtenaren) enkele wijzigingen noodzakelijk. 3.1. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen moet de raad toestemming geven aan het college om de GR Avres te wijzigen. Zowel de raad als het college moet instemmen om de GR te wijzigen. 5.1. De wijzigingen aan de verordening zijn een verbetering ten opzichte van de vorige versie. De eerste wijziging heeft betrekking op de uitsluitingscriteria. De huidige formulering van artikel 3 kan tot misverstanden leiden, namelijk dat er geen vermogensgrens is voor toekenning van de individuele inkomenstoeslag. Die vermogensgrens is er wel, namelijk onder de Participatiewet artikel 34, lid 2 onder d. De regeling wordt thans ook op deze manier uitgevoerd. De tweede wijziging zorgt voor een herziening van de voorwaarden voor een langdurig laag inkomen. Er wordt in het vervolg met gemiddeldes gewerkt, om te voorkomen dat inwoners die één maand teveel verdienen drie jaar geen recht meer hebben op individuele inkomenstoeslag. Beide wijzigingen verbeteren de regeling. Daarom hoeven we geen zienswijze in te dienen. 6.1.

De vaststelling van een nieuw bankreglement is noodzakelijk om te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Sinds 2016 zijn wet- en regelgeving aangepast. Daarom is de nieuwste modelverordening van de NVVK (belangenvereniging schuldhulpverleners) gebruikt om weer aan te sluiten bij de laatste ontwikkelingen in het privaatrecht. Er verandert verder niets bij de uitvoering van de bancaire taken van Avres.

Risico’s: Geen Financiën: Het voorstel betreft een juridische wijziging en heeft geen financiële gevolgen. Participatie: Over het wijzigingsvoorstel over de verordening zal ook advies worden gevraagd aan de cliëntenraad van Avres. Communicatie: Communicatie van de besluiten en zienswijzen wordt door Avres gedaan. Duurzaamheid: N.v.t. Vervolgproces: Avres publiceert de nieuwe GR na conform besluit raden. Avres publiceert na ontvangst zienswijzen en conform besluit van het AB de uittredings- en opheffingsregeling. Na ontvangst van de ingebrachte zienswijzen over de verordening zal de verordening ter vaststelling aan het algemeen bestuur van Avres worden voorgelegd. Over dit wijzigingsvoorstel zal ook een advies worden gevraagd aan de cliëntenraad van Avres. Voor het Bankreglement zorgt Avres voor bekendmaking conform besluit raden.

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Voorstel wijziging tekst gemeenschappelijke regeling Voorstel geconsolideerde tekst van de GR aanpassing WNRA-opheffings en uittredingsbepalingen Voorstel gecombineerde uittredings- en opheffingsregeling Memo Uittredingsregeling Avres adviesbureau Proof Voorstel tot wijziging van de verordening Individuele Inkomenstoeslag Avres 2016 Voorstel tot vaststelling nieuw Bankreglement Avres.

Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester,

Raadsbesluit De gemeenteraad van Gorinchem, Gelet op het raadsvoorstel van het college d.d. 16 november 2021 Gelet op de wettelijke bepalingen

Besluit: 1. Geen zienswijze in te dienen bij de uittredings- en opheffingsregeling Avres; 2. In te stemmen met de wijziging van de GR Avres; 3. Toestemming verlenen aan het college voor de wijziging van de GR, zoals bedoeld onder 2.; 4. Geen zienswijze in te dienen bij de verordening individuele inkomenstoeslag Avres; 5. Het Bankreglement Avres 2016 in te trekken en het Bankreglement Avres 2021 vast te stellen.

Aldus besloten in de raadsvergadering van 9 december 2021

Griffier,

Voorzitter,

1 1 Voorstel wijziging tekst gemeenschappelijke regeling.pdf

Voorstel tot vierde wijziging van de gemeenschappelijke regeling Avres Inleiding: Bijgaand treft u een voorstel aan tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Avres. Dit wijzigingsvoorstel heeft betrekking op twee onderwerpen. In de eerste plaats wordt met dit wijzigingsvoorstel de tekst van de gemeenschappelijke regeling in overeenstemming gebracht met de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra), die met ingang van 1 januari 2020 in werking is getreden. In de tweede plaats wordt de tekst van de gemeenschappelijke regeling aangepast in verband met de nieuwe (gecombineerde) uittredings-/opheffingsregeling die is opgesteld en die via een separaat voorstel tegelijkertijd met dit wijzigingsvoorstel van de GR, ter zienswijze is voorgelegd aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten. De nieuwe (gecombineerde) uittredings/opheffingsregeling brengt met zich mee dat ook een aantal bepalingen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling moet worden aangepast. Ad 1. Het in overeenstemming brengen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling Avres met de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren. Op 1 januari 2020 is de Wet Normalisatie Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) in werking getreden. De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in het bedrijfsleven.

Met de Wnra krijgen ambtenaren een tweezijdige arbeidsovereenkomst in plaats van een eenzijdige aanstelling. Ook bij ontslag gaat het private arbeidsrecht gelden. Ook na de inwerkingtreding van de Wnra zijn er evenwel speciale regels blijven gelden voor ambtenaren, vooral als het gaat om integriteit en grondrechten. Die regels en verplichtingen zijn vanaf 1 januari 2020 niet langer in de rechtspositieregeling of cao geregeld, maar uitsluitend in de nieuwe Ambtenarenwet en daaronder hangende regelgeving. Daarmee gaat de wetgever vanaf 2020 ‘exclusief’ over deze regels en verplichtingen. Qua rechtspositie zijn er binnen Avres een viertal groepen van medewerkers te onderscheiden: a. De medewerkers met een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (SW). Zij hebben een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht met de gemeenschappelijke regeling en voor hen zijn de bepalingen van de CAO SW van toepassing. De invoering van de Wnra heeft voor hen geen gevolgen. b. De medewerkers met een indicatie Nieuw Beschut of afkomstig uit de doelgroep Participatiewet. Zij hebben een overeenkomst naar burgerlijk recht met de Stichting Avres Nieuw Beschut, die voor 100 % is gelieerd aan de gemeenschappelijke regeling Avres. Met ingang van 1 januari 2021 is voor hen inmiddels - met terugwerkende kracht - de CAO “Aan de slag” van toepassing.

De invoering van de Wnra heeft voor hen geen gevolgen. c. De medewerkers die voor 1 januari 2020 een ambtelijke aanstelling hadden bij de gemeenschappelijke regeling Avres. Voor deze medewerkers waren voor de inwerkingtreding van de Wnra de bepalingen van de CAR-Uwo van toepassing. Na 1 januari 2020 is voor hen de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) geldend. In deze groep van medewerkers zijn die medewerkers werkzaam die voor de fusie tussen de twee rechtsvoorgangers van Avres op 31 december 2015, hetzij een ambtelijke status bij de Regionale Sociale Dienst hadden, danwel een overeenkomst naar burgerlijk recht hadden bij Avelingen Personeelsdetacheringen BV. Met het oog op gelijkschakeling van rechtspositie en rechten, is bij de fusie in 2016 besloten om aan de medewerkers werkzaam bij Avelingen Personeelsdetacheringen BV ook een ambtelijke aanstelling te verlenen. De invoering van de Wnra heeft voor hen directe gevolgen. 1

d. De medewerkers met een dienstverband bij Avres diensten BV. In deze BV zijn alle medewerkers op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst, die niet behoren tot de doelgroepen a, b, of c. en die na 1 januari 2016 zijn aangenomen. Voor het verrichten van hun werkzaamheden worden zij vanuit Avres diensten BV gedetacheerd naar de gemeenschappelijke regeling. Tot 1 januari 2020 was voor hen rechtspositioneel de CAR UWO van overeenkomstige toepassing. Na 1 januari 2020 is voor hen de CAO SGO van overeenkomstige toepassing. Met de inwerkingtreding van de Wnra is het onderscheid tussen de medewerkers met een ambtelijke status (groep c) en de medewerkers met een dienstverband bij Avres diensten BV (groep d) rechtspositioneel minder groot geworden. Op basis van “oude” rechten zijn er echter nog wel enige verschillen gebleven voor de medewerkers met een ambtelijke aanstelling ten opzichte van hun collega’s die in dienst zijn bij de diensten BV. Deze verschillen liggen in de sfeer van het dragerschap van het eigen risico bij ziekte en / of arbeidsongeschiktheid; De bovenwettelijke uitkering bij ontslag; en de bezwaarprocedure bij rechtspositionele aspecten. Inmiddels is de implementatie van de Wnra binnen Avres afgerond. De invoering van de Wnra is echter nog niet formeel verwerkt in de tekst van de gemeenschappelijke regeling.

Feitelijk werkt de invoering van de Wnra op twee plaatsen door in de bepalingen van de tekst van de gemeenschappelijke regeling. In de eerste plaats in artikel 27 “De taken en bevoegdheden van de secretaris/directeur”. In het vierde lid van artikel 27 is op dit moment bepaald: “ De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur”. Op grond van de Wnra is ook de dienstbetrekking van de directeur een tweezijdige arbeidsovereenkomst geworden, waarbij het private arbeidsrecht van toepassing is. Deze arbeidsovereenkomst zal van de zijde van Avres worden aangegaan (etc.) door het dagelijks bestuur in haar rol als werkgever. Daarmee is dit vierde lid overbodig geworden en kan komen te vervallen (zie evenwel hieronder). De leden 5 tot en met 9 van dit artikel, zullen met het vervallen van het oude lid 4 worden hernummerd tot de leden 4 tot en met 8. Daarnaast kan het oude artikel 29 (en toelichting hierop) komen te vervallen. In dit oude artikel wordt ingegaan op het personeel en de rechtspositie. Deze aspecten worden na de inwerkingtreding van de Wnra geregeld in het private arbeidsrecht, danwel in aanpalende wet- en regelgeving en/of de van toepassing zijnde CAO’s (die rechtstreekse doorwerking hebben).

In plaats van het oude artikel 27 is een nieuw artikel 27 geformuleerd dat aangeeft dat het openbaar lichaam voor het uitvoeren van haar taken, diensten en verantwoordelijkheden gebruik maakt van personeel dat in dienst is van het openbare lichaam, danwel is gedetacheerd bij het openbare lichaam, onder de aansturing van de directeur. Voorts is in dit artikel opgenomen dat het dagelijks bestuur de directeur en het overige personeel benoemd, schorst en ontslaat. Ad 2. Aanpassing van de tekst van de gemeenschappelijke regeling met het oog op het vaststellen van een nieuwe (gecombineerde) uittredings-/opheffingsregeling. Tijdens het besluitvormingsproces rondom de wijziging van de gemeenschappelijke regeling en de daarmee gepaard gaande technische wijziging van de uittredingsregeling in 2019, is in de raden van Molenlanden en Vijfheerenlanden de vraag aan de orde gekomen wat de (financiële) gevolgen voor de achterblijvende gemeente zouden zijn als twee van de drie huidige deelnemers zouden besluiten om uit te treden. En meer specifiek: Zou in een dergelijke situatie de achterblijvende gemeente dan met extra kosten worden geconfronteerd, omdat zij dan moet overgaan tot opheffing en de meerkosten hiervan ten opzichte van uittreding als voldongen feit alleen op haar bord terechtkomen. Over dit aspect heeft Avres juridisch advies gevraagd aan Proof-adviseurs1.

1

Het advies van Proof is als bijlage toegevoegd bij het voorstel tot intrekking van de oude uittredingsregeling en het vaststellen van een (nieuwe) gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling dat tegelijkertijd met deze wijziging van de GR, ter zienswijze voorligt bij de gemeenten.

2

Het advies van Proof concludeert dat de uittredingsbepalingen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling en de uittredingsregeling op zich goed in elkaar zitten. Vanuit juridisch oogpunt concludeert het adviesbureau dan ook dat er op zich geen redenen zijn om de uittredingsbepalingen c.q. de uittredingsregeling aan te passen. Wel benoemt zij twee aandachtspunten. Archiefbescheiden Het eerste aandachtspunt heeft betrekking op de overdracht van de archiefbescheiden bij uittreding. Een specifieke bepaling hieromtrent ontbreekt in de uittredingsregeling. Feitelijk is in het verleden gebleken dat het ontbreken van een dergelijke bepaling geen problemen oplevert. Hoewel hiermee in de praktijk de continuïteit van dienstverlening en ondersteuning richting cliënten na uittreding vanuit Avres wordt geborgd, adviseert Proof toch om dit aspect ook formeel vast te leggen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling (toevoeging van een nieuw zesde lid aan artikel 38) en de uittredingsregeling. Verhouding uittreding en opheffing Het tweede aandachtspunt in het advies van Proof heeft betrekking op de verhouding tussen uittreding en opheffing en de verschillende procedures die daarop van toepassing zijn.

Proof geeft in overweging een aanpassing door te voeren door van de huidige uittredingsregeling tevens een (gecombineerde) opheffingsregeling te maken en bij de financiële afwikkeling bij opheffing (in alle gevallen) uit te gaan van het zogeheten evenredigheidsbeginsel. Dit advies is van Proof is overgenomen en Avres heeft een nieuwe (gecombineerde) uittredings/opheffingsregeling opgesteld (onder intrekking van de oude uittredingsregeling), die door het algemeen bestuur zal worden vastgesteld, nadat deze nieuwe gecombineerde uittredings/opheffingsregeling een zienswijzeprocedure heeft doorlopen bij de deelnemende gemeenten. Deze zienswijzeprocedure loopt gelijktijdig met het besluitvormingsproces tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling. Behoudens een meer heldere formulering van een van de artikelleden van de huidige uittredingsregeling (artikel 1, lid 5 nieuwe gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling) en een aantal taalkundige aanpassingen ter verduidelijking, zijn de bepalingen uit de oude uittredingsregeling integraal en ongewijzigd overgenomen in de nieuwe gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling (= afdeling I.). Omdat er sprake zal zijn van een gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling was het noodzakelijk om enige tekstuele wijzigingen door te voeren in het oude artikel 40.

Omwille van de overzichtelijkheid is er voor gekozen om in dit wijzigingsvoorstel van de GR het oude artikel 40 te laten vervallen en te vervangen door een nieuw artikel 40. Dat geldt ook voor de toelichting op dit artikel. De opheffingsbepalingen in de nieuwe gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling (afdeling II) zijn ingestoken vanuit de maatwerksituatie van drie deelnemende gemeenten aan de GR. Dit is ook inherent aan een beperkt aantal deelnemers, waarbij de besluiten van deelnemers tot uittreding, of de besluiten houdende een voorstel tot opheffing, van grotere invloed zijn voor de GR en achterblijvende gemeente(n), dan voor een GR waaraan meer dan drie deelnemers deelnemen: in dat geval had kunnen volstaan met een regeling die algemener van aard was. Bij de opheffingsbepalingen is overeenkomstig aangesloten bij de systematiek van de uittredingsbepalingen. Net als bij uittreding van een deelnemer, het voorlopige uittredingsplan ter zienswijze zal worden aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten voordat het door het algemeen bestuur zal worden vastgesteld, zal ook het concept-liquidatieplan bij een opheffing ter zienswijze worden voorgelegd aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten. De inhoudsonderwerpen van het liquidatieplan en het uitgangspunt van de berekening voor de toerekening en toedeling van saldi en kosten i.v.m.

opheffing worden nader uitgewerkt in de gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling en dus niet in de GR zelf. Hierbij wordt gehandeld naar analogie van de uittredingsbepalingen waar tijdens de parlementaire behandeling bij dit onderwerp is aangegeven dat in de tekst van de gemeenschappelijke regeling zelf, dergelijke gedetailleerde bepalingen niet noodzakelijk zijn, maar deze ook (bijvoor3

beeld in een nadere regeling) elders kunnen worden uitgewerkt, zoals in de nieuwe gecombineerde uittredings-/opheffingsregeling. Het advies van Proof sluit hier ook op aan. Net als bij de wijziging van artikel 40 (uittreding) is er voor gekozen om in dit wijzigingsvoorstel van der GR omwille van de overzichtelijkheid is er voor gekozen het oude artikel 42 te laten vervallen en te vervangen door een nieuw artikel 42. Dat geldt ook voor de toelichting op dit artikel. Vervolgproces: Het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Avres, is een bevoegdheid die de colleges en de raden in gezamenlijkheid toekomt. Met andere woorden: zij dienen als bestuursorgaan beiden een besluit te nemen over de wijziging. Op grond van de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen kan het college dit eerst doen na verkregen instemming van de raad. Het besluit dat de deelnemende gemeenten nemen, moet bovendien eensluidend zijn. Een van de deelnemers, kan derhalve geen ander inhoudelijk besluit nemen dan de andere deelnemers. Na instemmende besluiten van colleges en raden van alle deelnemende gemeenten dient de wijziging te worden gepubliceerd in de Staatscourant. Een exemplaar van de geconsolideerde tekst van de gemeenschappelijke regeling Avres na vaststelling van deze vierde wijziging is bij dit voorstel gevoegd.

4

Gemeenschappelijke regeling tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Avres (vierde wijziging). De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; Gelet op artikel 1 en artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 41 van de Gemeenschappelijke Regeling Avres; Constaterende dat met deze wijziging van de gemeenschappelijke regeling Avres de tekst van de gemeenschappelijke regeling in overeenstemming kan worden gebracht met de op 1 januari 2020 inwerking getreden Wet normalisering rechtspositie ambtenaren en dat het noodzakelijk is de tekst van de gemeenschappelijke regeling Avres te wijzigen nu een nieuwe (gecombineerde) uittredings/opheffingsregeling is opgesteld en zal worden vastgesteld; Gelezen het voorstel van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avres d.d. 23 september 2021; Besluiten: De gemeenschappelijke regeling Avres met ingang van 1 juli 2021 met terugwerkende kracht als volgt te wijzigen: Artikel I: a.

Het vierde lid van artikel 27, luidende: “de directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur” komt te vervallen.

b.

Lid 5 t/m lid 9 van artikel 27 worden hernummerd tot lid 4 t/m lid 8 van artikel 27.

Artikel II: a.

Artikel 29 luidende: “Artikel 29 Het personeel en rechtspositie 1. Het openbaar lichaam heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd de secretaris/directeur. 2. Het openbaar lichaam kan daarnaast personeel aanstellen op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 3. De ambtenaren van de organisatie, de directeur uitgezonderd, alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 4. Het dagelijks bestuur kan de besluitvorming omtrent strafontslag zonder recht op uitkering van ambtenaren, de directeur uitgezonderd, en het personeel mandateren aan de voorzitter van 5

het dagelijks bestuur en bij diens afwezigheid aan de vice voorzitter, respectievelijk de tweede vice voorzitter. 5. Het openbaar lichaam volgt met betrekking tot de rechtspositie en de bezoldiging van de ambtenaren de bepalingen uit de CAO samenwerkende gemeentelijke organisaties.” komt te vervallen en wordt vervangen door een nieuw artikel 29, luidende: “Artikel 29 Het personeel 1. Met het oog op het uitvoeren van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft het openbaar lichaam personeel in dienst, danwel maakt zij daartoe gebruik van personeel dat bij haar is gedetacheerd of wordt ingehuurd. Het personeel wordt aangestuurd onder verantwoordelijkheid van de secretaris/directeur. 2. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel en de directeur. 3. Het dagelijks bestuur kan de bevoegdheid voor wat betreft het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel, niet zijnde de directeur, verlenen aan de voorzitter en/of de secretaris/directeur.” Artikel III: a.

De toelichting op artikel 27, luidende: “Artikel 27 De taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris Er is sprake van een personele unie tussen de directeur als hoogste ambtelijke leidinggevende en het vervullen van het secretarisschap van de gemeenschappelijke regeling. Dit vloeit voort uit het eerste en het zesde lid van artikel 27. Als taak voor de directeur is tevens opgenomen het mede ondertekenen van alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan (lid 5) (zie daartoe ook artikel 20 van deze gemeenschappelijke regeling) en de taak als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (zie lid 7). In lid 8 en lid 9 wordt de basis gelegd voor het directiestatuut en het mandaatbesluit”. komt te vervallen en wordt in verband met de hernummering van lid 5 t/m 9 vervangen door de volgende toelichting: “Artikel 27 De taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris Er is sprake van een personele unie tussen de directeur als hoogste ambtelijke leidinggevende en het vervullen van het secretarisschap van de gemeenschappelijke regeling. Dit vloeit voort uit het eerste en het vijfde lid van artikel 27.

Als taak voor de directeur is tevens opgenomen het mede ondertekenen van alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan (lid 4) (zie daartoe ook artikel 20 van deze gemeenschappelijke regeling) en de taak als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden (zie lid 6). In lid 7 en lid 8 wordt de basis gelegd voor het directiestatuut en het mandaatbesluit”.

Artikel IV: a.

De toelichting op artikel 29, luidende: “Artikel 29 Het personeel en rechtspositie Binnen het openbaar lichaam zijn rechtspositioneel 3 groepen te onderscheiden: Ambtenaren; Personeel met een arbeidsovereenkomst op basis van een SW-indicatie; en 6

Overig personeel op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De groep overig personeel kan bestaan uit personen met een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en personeel dat wordt gedetacheerd/ingehuurd via een (uitzend)bureau. Met deze laatste groep heeft het openbaar lichaam uiteraard geen rechtspositionele verhouding. De ambtenaren en het personeel, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. Een uitzondering is gemaakt voor de directeur, omdat deze wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het algemeen bestuur”. komt te vervallen. Artikel V: a.

Aan artikel 38, luidende: “Artikel 38 Het archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, die aan Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld 2. Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de krachtens het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995. 3. De directeur van het openbaar lichaam is belast met het beheer van de archiefbescheiden. 4. De archivaris van de gemeente Gorinchem oefent toezicht uit op het in het derde lid genoemde beheer. 5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem. Deze archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Gorinchem.” Wordt een nieuw zesde lid toegevoegd, luidende: 6.

“Na uittreding door een deelnemer, danwel opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden van de deelnemende gemeente, respectievelijk het openbaar lichaam, althans voor zover de archiefbescheiden niet noodzakelijk zijn voor de continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Gorinchem. Indien archiefbescheiden wel noodzakelijk zijn voor continuering van de dienstverlening en ondersteuning door de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n), vindt de overdracht hiervan plaats aan de (voormalig(e)) deelnemende gemeente(n). Overdracht van archiefbescheiden kan ook plaatsvinden aan een door de (voormalig(e)) gemeente(n) aan te wijzen derde, echter niet nadat hiertoe eerst door de (voormalig(e)) gemeente(n) schriftelijke toestemming is verleend.” Artikel VI: Artikel 40 Uittreding, luidende: “Artikel 40 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de raad en het college van burgemeester en wethouders. 2. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot uittreding van een deelnemer aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. 7

3. De algemene uitgangspunten en voorwaarden met het oog op de uittreding door een deelnemer worden geregeld in een uittredingsregeling. 4. De uittredingsregeling als bedoeld in het derde lid, wordt op voorstel van het dagelijks bestuur vastgesteld door het algemeen bestuur. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor de uittredingsregeling ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor de uittredingsregeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel voor de uittredingsregeling bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor de uittredingsregeling dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 5. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur de besluiten van de uittredende raad en het uittredende college van burgemeester en wethouders als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen. 6. Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluiten, stelt het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, met in achtneming van de uittredingsregeling, een uittredingsplan vast.

In het uittredingsplan worden de specifieke condities, waaronder de financiële gevolgen van uittreding geregeld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende deelnemers op evenwichtige wijze worden afgewogen. Alvorens het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan ter vaststelling zendt aan het algemeen bestuur, zendt het dagelijks bestuur het voorstel voor het uittredingsplan aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken na verzending van het voorstel hun zienswijzen over het voorstel voor het uittredingsplan bij het dagelijks bestuur indienen. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het voorstel voor het uittredingsplan dat het dagelijks bestuur zendt aan het algemeen bestuur. 7. Met het oog op het regelen van de inhoud van het uittredingsplan, als bedoeld in het zesde lid, kunnen de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur van Avres gezamenlijk besluiten om advies te vragen aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van een externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=be784c25-db1a-40b3-a411-6b9837208278