Agendabundel
Tekst van het document
De stad maken we samen
We starten bij het waarom
» We stimuleren de kracht en kunde in de stad » Waar nodig helpen we goede ideeën en plannen op weg » We durven los te laten » We blijven in contact
» We organiseren participatie met een duidelijk doel (motieven) » Wíe en hóe we betrekken staat in verhouding tot het motief voor de participatie en de opgave » We vieren wat we samen bereiken
We zetten de inwoner centraal
» We zijn nieuwsgierig en uitnodigend » We sluiten aan op de leefwereld, behoeften en natuurlijke netwerken van inwoners
We werken intern goed samen
» We werken vanuit een duidelijk plan » Raad, college en organisatie stemmen de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden goed af » We zorgen voor voldoende tijd en tijdige besluitvorming
We zorgen voor een helder proces » We gaan zo vroeg mogelijk in gesprek, ook als we het zelf nog niet helemaal weten » We zijn duidelijk over wat wél en níet kan » We komen afspraken na » We leggen uit en koppelen terug
7
De vijf vaandels vormen ook de basis voor de participatiepraktijk. Hóe we de participatie inrichten, werken we uit in het participatiewerkboek, met daarin ook een uitnodigend hulpmiddel voor initiatieven uit de stad. Het werkboek is een levend document dat steeds kan worden aangepast op basis van nieuwe inzichten. We blijven dan ook leren door te doen. Door onder andere gesprekken in en met de stad aan te gaan, checken we hoe het samenspel wordt gewaardeerd. Ook leren we hoe we dat verder kunnen ontwikkelen. Hoe we dat aanpakken, lees je in hoofdstuk 6.
8
5. Intern samenspel: zó werken raad, college en organisatie samen bij participatie Zoals we al eerder benoemden, is voor inwoners de gemeente vaak het geheel van raad, college en organisatie. Voor hen is er geen verschil tussen deze ‘interne’ spelers. Toch hebben deze drie hoofdrolspelers ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het is een gezamenlijk opdracht om intern het samenspel zó te organiseren dat ieder zijn rol kan spelen. Gezamenlijk geven we vorm aan goed doordachte participatieprocessen met de stad en de regio. Altijd met de vijf vaandels als het fundament. Hoe zien de rollen van de drie hoofdrolspelers eruit? In de figuur hieronder zijn die verschillende rollen uitgewerkt. Voor reguliere processen is deze nota de basis voor de manier waarop we het participatieproces inrichten. Dat betekent dat het college binnen de kaders van dit beleid verantwoordelijk is voor de uitvoering van de participatieaanpak. De organisatie adviseert en voert uit. De raad controleert op hoofdlijnen via de reguliere P&C-cyclus en vanuit zijn rol als volksvertegenwoordiger. De afwegingen en de manier waarop de participatie wordt ingericht, licht de organisatie toe in de communicatie- en participatieparagraaf van een projectplan.
In het geval van maatwerk – vaak het geval bij bijvoorbeeld projecten met maatschappelijke impact of politiek gevoelige onderwerpen – wordt gewerkt met een startnotitie die het college voorlegt aan de raad. Op basis hiervan stelt de raad nog aanvullende kaders aan het participatieproces. Bijvoorbeeld welke groepen de raad graag betrokken zou zien worden. Of de mate van invloed die participanten zouden moeten hebben. Of de wijze waarop het college bij besluitvorming inzichtelijk maakt wat de uitkomsten zijn van participatie.
9
Wanneer gaat het om reguliere participatie? En wanneer vraagt het participatieproces om maatwerk met een specifieke uitspraak van de raad? Een goed samenspel tussen raad, college en organisatie is hier belangrijk. Net als regelmatige afstemming en dialoog. Het vraagt om politieke sensitiviteit van college én organisatie om aan te voelen of de raad in dit geval specifieke kaders zou willen stellen. In het geval van twijfel checkt het college bij de raad of er behoefte is om specifieke kaders te stellen. Voorbeelden van redenen om de raad een startnotitie voor te leggen: » er is sprake van een grote impact op de stad; » het is een politiek gevoelig onderwerp; » het is een onderwerp dat veel (media-)aandacht heeft; » het is een onderwerp met groot financieel belang. Bij de eerste jaarlijkse dialoog (eind 2022) blikken raad, college en organisatie ook terug op het interne samenspel (zie hoofdstuk 6).
10
6. Uitvoering en evaluatie: leren door te doen Ons uitgangspunt is en blijft: leren door te doen. Participatie is bij uitstek iets dat je moet doen en moet ervaren. In dat doen blijven we onszelf ontwikkelen en verbeteren. We voeren dat op vier manieren uit: » het werkboek in te richten als lerend document; » te werken met een participatiegilde; » een participatiekalender op te stellen; » continu in dialoog te zijn met de stad. Werkboek als praktische leidraad Dit participatiebeleid is het fundament voor het samenspel tussen de gemeente Gorinchem en de stad als het gaat om het realiseren van maatschappelijke vraagstukken. De gemeenteraad stelde het beleid op [9 december 2021] vast. En geeft houvast aan participatie in de periode 2022 tot en met 2026. Het te ontwikkelen werkboek is een praktische gids voor de organisatie. Hierin staan vragen die we onszelf stellen wanneer we een participatieaanpak ontwikkelen. Net als tips & tricks voor het faciliteren van een initiatief uit de samenleving en een hulpmiddel voor initiatiefnemers uit de stad. Participatiegilde verbindt en borgt Om te zorgen dat de beloften en uitgangspunten ook echt het fundament blijven vormen voor het samenspel met de stad, werkt de organisatie met het participatiegilde7. Dit gilde bestaat uit mensen die allemaal in een verschillende vorm met participatie te maken hebben.
Zij komen regelmatig samen en stemmen met elkaar af over lopende processen. De inzichten en geleerde lessen worden vertaald naar mogelijke aanpassingen in de werkprocessen of meegenomen in de organisatieontwikkeling. Participatiekalender We willen een participatiekalender ontwikkelen. Die kalender heeft twee doelen: » binnen de gemeente weten we welke participatieprocessen en ontmoetingen plaatsvinden en stemmen we ze op elkaar af; » mogelijke betrokkenen zoals inwoners, ondernemers en organisaties zijn op de hoogte wanneer zij op welke manier mee kunnen denken of doen.
7 Dit participatiegilde is een doorontwikkeling van het gilde zoals dat betrokken was bij de totstandkoming van dit beleid en het werkboek. Het bestaat uit ambtenaren vanuit verschillende disciplines die te maken hebben met participatie, zoals: communicatie, omgevingswet, grfiifie, projectmatig werken, organsisatieontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, etc.
11
Blijvend in gesprek met de stad Daarnaast blijven we ook op andere manieren leren door te doen. Een goed samenspel vraagt om een blijvende dialoog met de stad. We organiseren het gesprek op drie manieren:
1
Verantwoording bij maatwerk participatieprocessen Voor participatieprocessen die maatwerk betreffen, maken we een startnotitie (zie hoofdstuk 5). In die startnotitie stelt de gemeenteraad de kaders voor het participatieproces. De raad krijgt vervolgens bij besluitvorming over het dossier een verantwoording: hoe is het proces gelopen? Is aan de voorafgestelde kaders voldaan? Dit kan de raad dan meewegen in zijn besluit. Na afloop van een maatwerkdossier (dus na evt. besluitvorming) voeren we ook een evaluatie uit: hoe hebben de extern betrokkenen het samenspel ervaren? De vijf vaandels vormen daarbij het uitgangspunt. De projectgroep en het participatiegilde bespreken de resultaten van de evaluatie. Dit kan leiden tot aanscherping van bijvoorbeeld het werkboek of de werkprocessen.
2
Jaarlijks dialoog over samenspel Ieder jaar organiseert de gemeente een dialoog met de stad over het samenspel. We nodigen mensen (inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties) uit die in het afgelopen jaar geparticipeerd hebben. Het gaat dan om verschillende soorten participatie: trajecten van de gemeente (burgerparticipatie) of trajecten waarbij inwonerszelf initiatief namen en waarin de gemeente ondersteunend was (overheidsparticipatie). In een open dialoog gaan we met hen in gesprek en willen we antwoord op vragen als: Hoe ervaren betrokkenen het samenspel met de gemeente? Komen we onze beloften na? En wat kunnen we beter doen? Met de uitkomsten kunnen we het samenspel verder verbeteren. We kijken concreet naar wat dit betekent voor eventuele aanpassingen aan bijvoorbeeld het werkboek, werkprocessen of communicatiemiddelen.
3
Burgerpeiling: relatie inwoner - gemeente In de tweejaarlijkse burgerpeiling die de gemeente Gorinchem laat uitvoeren, nemen we ook het thema Relatie inwoner - gemeente mee. De overkoepelde vraag is: Hoe waardeert u de wijze waarop uw gemeente inwoners en organisaties betrekt en de samenwerking zoekt? In de burgerpeiling 2021 scoorde de gemeente Gorinchem een 6,1 op dit thema. Het gemiddelde voor gemeenten van gelijke omvang is een 6,2. Voor de volgende burgerpeiling in 2023, is ons doel om 0,2 punten hoger te scoren. We gaan voor een 6,3.
12
Bijlage 1: geraadpleegde stukken gemeente Gorinchem over participatie » » » » » » » » » » » » » »
Participatie in Gorinchem 2013 Werkwijze Samen aan zet 2017 GO 2032 – Visie van de stad Onderzoeksrapportage: Kansen voor actieve burgers, kansen voor beleid? Rekenkamercommissie Gorinchem – 22 maart 2018 Coalitieakkoord 2018-2022 – Samen maken we de stad Rapport regiofunctie Gorinchem – Berenschot Raadsconferentie Participatie 12 maart 2019 RIB GO2022 en participatie 8 juli 2020 Presentatie I&O raad participatie 19 november 2020 Visie op dienstverlening 2020-2024 Presentatie GO2032 26 januari 2021: Presentatie Parallelsessie I&O Invoering Omgevingswet – 4 maart 2021 Presentatie I&O participatie 11 maart 2021 Resultaten burgerpeiling 2021 Waar staat je gemeente
13
Bijlage 2: Omgevingswet en participatie In de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling staan regels over participatie. Als de gemeente instrumenten van de Omgevingswet vaststelt, moet zij aangeven hoe de belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Er is een uitzondering: bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet juist de aanvrager het initiatief nemen (initiatievenparticipatie). Hij moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn.
Tabel 1: participatieregels bij de kerninstrumenten gemeente in de Omgevingswet Omgevingsvisie gaat in op de ontwikkeling, het beheer, het gebruik, de bescherming en het behoud van de fysieke leefomgeving. Zo’n omgevingsvisie is ‘beeldvormend’. Met participatie kunnen overheden bij inwoners of gebruikers van een gebied perspectieven en toekomstbeelden ophalen. Motiveringsplicht: plicht om te motiveren hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten en provincies geven hierbij ook aan hoe zij invulling hebben gegeven aan hun participatiebeleid. Dat noemen we de motiveringsplicht. Omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaties, het toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels en meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten en beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. Kennisgeving: Als een gemeente een omgevingsplan gaat maken dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de gemeente participatie zal gaan vormgeven. Programma. In programma’s formuleren overheden maatregelen.
Die maatregelen moeten leiden tot de gewenste ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. Het karakter van ieder programma bepaalt welke partijen een rol gaan spelen bij de participatie. Motiveringsplicht: heeft de gemeente een programma gemaakt? Dan moet hierin staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Omgevingsvergunning. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Als dat het geval is, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
14
6.b HAMERSTUK Marktverordening gemeente Gorinchem 2022, onderdeel 2.1 markt van de Verordening Fysieke Leefomgeving en de Verordening Marktgelden 2022 1 2021-774157 Rvs Marktverordening Fysieke leefomgeving Marktgelden.pdf
Raadsvoorstel: Z/20/694427/D-774157 Onderwerp: De Marktverordening gemeente Gorinchem 2022, het onderdeel 2.1 markt van de Verordening Fysieke Leefomgeving en de Verordening Marktgelden 2022.
Datum: 25 oktober 2021 Portefeuillehouder: Joost van der Geest I&O: B&A / Raadsvergadering: 9 december 2021 Opsteller: Roest, Marja Geeft voorstel begrotingswijziging: Ja/Nee
Onderwerp: De Marktverordening gemeente Gorinchem 2022, onderdeel 2.1 markt van de Verordening Fysieke Leefomgeving en de Verordening Marktgelden 2022.
Voorstel: Wij stellen u voor: 1. de Marktverordening gemeente Gorinchem 2022, onderdeel 2.1 markt van de Verordening Fysieke Leefomgeving en de Verordening Marktgelden 2022 vast te stellen; 2. de Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 en de te vervallen artikelen van onderdeel 2.1 markt van de Verordening Fysieke Leefomgeving in te trekken; 3. de nadelige financiële gevolgen als gevolg van de lagere baten marktgelden ten opzichte van de huidige begroting ad € 20.000 ten laste van de meerjarige begrotingssaldi te brengen en te verwerken in de begrotingswijziging. Aanleiding: De huidige marktverordening gemeente Gorinchem 2011 is onlangs gedeeltelijk overgegaan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving/VFL (onderdeel 2.1 markt) en de achterblijvende Marktverordening 2021. Beiden stukken vragen om aanpassing. Daarnaast heeft de coronaperiode bijgedragen aan gewijzigde inzichten en wensen vanuit de marktkooplieden en daarmee is ook de wens ontstaan om ons tarievensysteem aan te passen. De huidige Verordening Marktgelden 2021 berekent de marktgelden per strekkende meter. Steeds meer kooplieden zijn in de loop van de tijd gebruik van eigen materiaal (verkoopwagen of tenten) gaan maken en maken geen gebruik meer van de huurkramen.
De rekenmethode per strekkende meter is enigszins achterhaald, omdat deze gebaseerd is op het gebruik van huurkramen en niet op de daadwerkelijk in gebruik genomen m2. Gebruikelijker en eerlijker is om de marktgelden te gaan heffen per gebruikte m2. Vanuit de marktcommissie (vertegenwoordiging van de marktkooplieden, branchevereniging, gemeente en GCM) en ook van afzonderlijke marktkooplieden is deze wens ook geuit. Daarnaast is de wens geuit om met de herinrichting van de markt na coronatijd te bekijken of de bestaande marktkooplieden meer verkoopruimte voor eigen materiaal kunnen innemen, zodat de markt zodanig ingericht kan worden dat kooplieden meer verkoopruimte hebben. Tevens willen wij de toekomstige markt zodanig inrichten dat bezoekers een loopronde gaan maken over de gehele markt Beoogd effect: De regels met betrekking tot de markt van een actueel toetsingskader voorzien. Argumenten: 1.1 De marktverordening, de VFL en het inrichtingsplan zijn voor advies voorgelegd aan de marktcommissie. Tijdens de laatste overleggen van de marktcommissie zijn de beleidsregels (het inrichtingsplan), de Marktverordening gemeente Gorinchem 2022 en de systematiek achter de Marktgeldenverordening voor advies voorgelegd.
De marktcommissie (bestaande uit kooplieden, GCM, vertegenwoordigers van de brancheorganisatie CVAH en de gemeente) hebben ingestemd met het aanpassen van de beleidsregels en de verordeningen. 1.2./2.1 De marktverordening is gedeeltelijk overgegaan naar de onlangs vastgestelde Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL).
Stadhuisplein 1 Postbus 108 4200AC Gorinchem
T 140183 F 0183-630540
E gemeente@gorinchem.nl I www.gorinchem.nl
Het doel van de nieuwe marktverordening is om de regels voor de markt overzichtelijk en op een duidelijke manier vast te leggen. Eén van de grootste verschillen met de oude marktverordening is het vervallen van het marktreglement. Het inrichtingsplan, onderdeel uitmakend van de beleidsregels komt hiervoor in de plaats waarmee de wijze van functioneren van de markt voor het grootste deel wordt bepaald. De kaders worden in de marktverordening en VFL door de gemeenteraad vastgesteld. Het vaststellen van het inrichtingsplan is een college bevoegdheid. 1.3 De gemeenteraad is bevoegd om de Marktverordening gemeente Gorinchem 2022, de VFL en de Marktgeldenverordening 2022 vast te stellen. De vaststelling van de Marktverordening gemeente Gorinchem 2022,de VFL onderdeel 2.1 markt en de Verordening Marktgelden 2022 is, gelet op de Gemeentewet, een bevoegdheid van de gemeenteraad. 3.1 De nieuwe systematiek van de Verordening marktgelden 2022 leidt tot een rechtvaardiger doorberekening van de lasten op basis van het daadwerkelijk gebruik van de markt. In de nieuwe systematiek worden de marktgelden berekend op basis van het daadwerkelijke aantal m2 dat wordt gebruikt. Op basis van het totale aantal m2 dat op de markt beschikbaar is, is het tarief berekend op € 21,- per m2. Daarnaast wordt voor reclame activiteiten per standplaats een vaste toeslag van € 122,doorberekend.
Tenslotte worden ook de kosten voor de levering van stroom apart doorberekend aan de kooplieden die stroom afnemen. Risico’s: nvt Financiën: Verordening Marktgelden 2022 De nieuwe tarieven zijn gebaseerd op de kosten die we aan de markt kunnen toerekenen en het aantal beschikbare m2 op de markt. Dit leidt tot een tarief van € 21 per vierkante meter. Bij de huidige bezettingsgraad van de markt en met het nieuwe tarief per m² wordt de huidige batenraming niet gerealiseerd. Omdat ook de huidige geraamde baten uit marktgelden niet worden gehaald, leidt dit tot een structurele verlaging van de baten uit marktgelden met € 20.000. Dit verschil kan worden gedekt uit de meerjarige begrotingsaldi. De financiële gevolgen worden na het raadsbesluit verwerkt in een begrotingswijziging. Participatie: De stukken zijn voorgelegd aan de marktcommissie en de branchevereniging CVAH en akkoord bevonden. Communicatie: Na vaststelling worden de verordeningen bekendgemaakt. Dit gebeurt in het Gemeenteblad op overheid.nl. Na bekendmaking treden de Marktverordening gemeente Gorinchem 2022, onderdeel 2.1 markt van de VFL en Verordening Marktgelden 2022 per 1 januari 2022 in werking. Duurzaamheid: nvt Vervolgproces: Na vaststelling van de verordeningen zullen deze worden bekendgemaakt en treden deze per 1 januari 2022 in werking.
Alle kooplieden zullen vervolgens een nieuwe ambtshalve vergunning ontvangen. Bijlagen: 1. De Marktverordening gemeente Gorinchem 2022; 2. Een was-wordt lijst met wijzigingen Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 en onderdeel 2.1 markt
van de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL); 3. De Verordening marktgelden Gorinchem 2022. 4. Het inrichtingsplan markt.
Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester,
Raadsbesluit De gemeenteraad van Gorinchem, Gelet op het raadsvoorstel van het college d.d. <DOCUMENT_DATE> Gelet op de wettelijke bepalingen
Besluit:
Aldus besloten in de raadsvergadering van <DATE3>
Griffier,
Voorzitter,
1 2021-774157 bijlage 1. Marktverordening 2022.pdf
Marktverordening gemeente Gorinchem 2022 Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
Organisatie
Gorinchem
Organisatietype
Gemeente
Officiële naam regeling
Marktverordening gemeente Gorinchem 2022
Citeertitel Vastgesteld door
Gemeenteraad
Onderwerp
bestuur en recht
Eigen onderwerp
Opmerkingen met betrekking tot de regeling Geen
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd artikel 149 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding
Terugwerkende kracht tot en met
Datum uitwerkingtreding
1 januari 2022
Betreft
Datum ondertekening Bron bekendmaking
Nieuwe regeling
Tekst van de regeling Intitulé
Marktverordening gemeente Gorinchem 2022 De raad van de gemeente Gorinchem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Marktverordening gemeente Gorinchem 2022 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: • Anciënniteitslijst: een lijst van houders van een vergunning voor een vaste standplaats, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerste een vergunning voor een vaste standplaats werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die ze verhandelen, bij een vrije standplaats heeft deze koopman de eerste keus bij plaatsverbetering; • Branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde plaatsen per artikelengroep; • College: het college van burgemeester en wethouders;
Kenmerk voorstel
• • • • • • • • • • • •
Dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld, indien een vaste standplaats niet wordt ingenomen, dan wel niet als vaste standplaats is toegekend; Markt: de door het college ingestelde warenmarkt; Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; Marktterrein: het door het college aangewezen gebied zoals aangegeven op de kaarten bedoeld in artikel 3 van deze verordening; Plaatsverbetering: de wijze waarop een standplaatshouder op verzoek van standplaats kan ruilen; Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder met een aansprekende uiteenzetting probeert artikelen te verkopen aan het om hem heen verzamelde publiek; Standwerker: iemand die publiek om zich heen verzamelt en dat door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen artikelen te kopen; Standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; Vaste standplaats: de standplaats die voor 20 jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; Vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; Verkoopwagen/markavan: een uitklapbare en/of uitschuifbare marktwagen.
Artikel 2. De marktcommissie 1. Het college stelt een commissie in, die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden, waaronder in ieder geval worden begrepen wijziging van deze verordening en de regels. 2. De Marktcommissie bestaat in ieder geval uit de volgende leden: 1. een voorzitter van het team Veiligheid en Toezicht; 2. een secretaris van het team Veiligheid en Toezicht; 3. de marktmeester van het team Veiligheid en Toezicht; 4.een vertegenwoordiger van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel; 5. een vertegenwoordiging van de vergunninghouders van vaste standplaatsen op de weekmarkt, zijnde minimaal twee marktkooplieden met een vaste standplaats op de weekmarkt; 6. de binnenstadsmanager van Gorinchem City Marketing (GCM). 3. De commissie kan voor bepaalde onderwerpen andere personen uitnodigen als deskundige of adviseur. 4. De commissie komt tenminste twee keer per kalenderjaar bijeen. 5. De commissie geeft aan het college op hun verzoek advies over zaken welke aan de commissie worden voorgelegd. 6. De commissie doet aan het college ook ongevraagd alle voorstellen die zij nuttig acht of nodig oordeelt in verband met het belang waarvoor zij is ingesteld. 7. Van de vergaderingen van de commissie wordt door de secretaris een kort verslag gemaakt, dat ten minste vermeldt: 1.
de namen van de voorzitter, secretaris, aanwezige leden en van andere personen die aan de vergadering hebben deelgenomen. 2. de namen van de afwezige leden; 3. de gedane mededelingen, ingediende voorstellen en uitgebrachte adviezen; 4. een beknopte samenvatting van het ter vergadering besprokene. 5. Het verslag wordt gedeeld met de marktondernemers. Van een besloten gedeelte van een vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt, dat uitsluitend ter kennis wordt gebracht aan de leden en het college. 8. Met betrekking tot de verkiezing van de leden genoemd in lid 2, onder d, gelden de volgende regels: 1. deze leden worden door de vaste standplaatshouders op de betreffende markt uit hun midden gekozen voor een periode van vier jaar, tegelijk met de verkiezingen voor de gemeenteraad;
2.
3.
4.
5.
6. 7. 8.
kandidaten dienen zich schriftelijk of langs elektronische weg aan te melden bij de marktmeester in de periode tussen zes weken en vier weken voor de dag van de gemeenteraadsverkiezingen; de stemming vindt plaats op de dag van de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, alsmede op de eerste, daarop aansluitende, dag(en) waarop de betreffende markt plaatsvindt. De marktmeester laat weten hoe de stemming plaatsvindt; telling der stemmen en bekendmaking van de uitslag vinden plaats op de werkdag, volgend op de laatste dag waarop gestemd kan worden, in aanwezigheid van de voorzitter van de Marktcommissie. Van de uitslag wordt een verslag opgemaakt. indien sprake is van zodanig staken der stemmen dat niet kan worden bepaald welke kandidaten als vertegenwoordigers van een markt zijn gekozen, worden de betrokken kandidaten geacht niet te zijn gekozen en vindt binnen veertien dagen na bekendmaking van de uitslag een herstemming plaats waarbij alleen de kandidaten tussen wie de stemmen staken kandidaat zijn; tenzij één der kandidaten zich terugtrekt. een gekozen lid van de Marktcommissie kan onbeperkt worden herkozen. de leden kunnen tussentijds ontslag nemen. aftredende leden, die blijven voldoen aan de vereisten van het lidmaatschap, oefenen hun functies uit totdat hun opvolgers zijn benoemd.
Hoofdstuk 2 Toewijzing vaste-standplaatsvergunningen Artikel 3. Selectiestelsel 1.
Het college maakt bekend dat voor de markt een of meer vaste-standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt, dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag of aanvraag voor plaats verbetering via anciënniteitslijst kunnen indienen, dat toewijzing plaats zal vinden na voorafgaande selectie. Wanneer er meerdere gelijke gegadigden zijn, zal er via loting een gegadigde toegewezen worden.
2.
Beschrijven hoe college dit bekend maakt? Waar wordt de kennisgeving gedaan?
Artikel 4. Toewijzing dagplaats 1.
Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.
2.
De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf tussen 7.00 uur en 7.30 uur aanmelden bij de marktmeester, met dien verstande dat aan een branche die nog niet op de markt vertegenwoordigd is, voorrang wordt verleend.
Artikel 5. Legitimatieplicht Degene die een standplaats inneemt op een markt, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. Hoofdstuk 3. Maatregelen van orde Artikel 6. Verbod venten en collecteren, sampleverbod, verbod gedrukte stukken en verbod promotie rond verkiezingstijd 1. Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen, waren of consumptieartikelen ter promotie of verkoop rond te lopen of te rijden, anders dan via een vaste- of dagstandplaats. 2. Van het verbod in het eerste lid kan het college ontheffing verlenen, voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet-en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders.
3.
Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt te collecteren, gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen, godsdienstige, politieke of andere propaganda, alsmede samples, monsters en anderen goederen die vallen onder het begrip commerciële handelsreclame onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken, anders dan via een vaste- of dagstandplaats.
Hoofdstuk 4. strafbepalingen Artikel 7. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt bestraft met een schorsing voor een of meerdere marktdagen, een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel 8. Onmiddellijke verwijdering 1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een standplaatshouder of iemand die hem bijstaat gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. Het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog. De in lid 1 bedoelde verwijdering blijft gehandhaafd totdat een besluit omtrent schorsing of intrekking van de vergunning is genomen.
2.
Artikel 9. Toezicht 1. 2.
Met het toezicht op het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeesters en bij besluit van het college aangewezen personen. Voor de marktmeester wordt door het college een instructie vastgesteld.
Artikel 10. Overgangsbepalingen 1. 2.
3.
Besluiten van het college die zijn genomen krachtens de Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Degenen die daags voor het in werking treden van deze verordening op de anciënniteitslijst of de stonden, behouden de rechten die daaruit volgens de op die dag geldende regels voortvloeiden na de inwerkingtreding van deze verordening.
.Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Gorinchem 2022. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gorinchem op XX 2021 XX
1 2021-774157 bijlage 2. Verordening fysieke leefomgeving.pdf
Hoofdstuk 2. Economie 2.1 Markt 2.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats1 in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 9.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. De standplaats1 hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; of b. Een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet De ordening van de straathandel en beoogt verstoring van de openbare orde te voorkomen en overlast tegen te gaan.
2.1.2 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats1 wordt of is ingenomen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet Het mogelijk te maken om niet alleen maatregelen te nemen tegen degene die zonder vergunning een standplaats1 inneemt, maar ook tegen de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats1 zonder vergunning toestaat.
2.1.3 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 2.1.1, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. 2. De weigeringsgrond van artikel 2.1.1, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem Artikel 149 Gemeentewet De strekking en reikwijdte van artikel 2.2.1 aan te geven.
2.1.4
Toepassingsgebied
1. Deze paragraaf is van toepassing op de door het college op grond van artikel 160 eerste lid onder h, van de Gemeentewet ingestelde weekmarkt. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op markten, evenementen en braderieën, die conform afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening vallen onder ‘Evenementen’. 3. Het college kan bepalen dat, in verband met door of met toestemming van het college te organiseren evenementen, de markt gedurende een nader te bepalen aantal dagen tijdelijk op een andere locatie binnen de gemeente wordt georganiseerd. Voorts is het college bevoegd te bepalen dat de markt tijdelijk zal plaatsvinden op een andere dag, dan wel de markt te laten vervallen, indien de marktdag samenvalt met één van de in de Winkeltijdenwet genoemde feestdagen. Op Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, op de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en op eerste en tweede Kerstdag wordt in ieder geval géén markt gehouden. In het geval van kleinschalige evenementen, zoals een braderie, jaarmarkt of seizoenmarkt, kunnen de marktkooplieden van de weekmarkt hierbij eventueel aansluiten. 4. Het college stelt de vergunninghouders tijdig op de hoogte van een evenement als bedoeld in lid 3 van dit artikel. 5.
Vergunninghouders die op grond van deze paragraaf een vergunning hebben en door de in lid 2 van dit artikel genoemde evenementen tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun vaste standplaats, of om dringende redenen zoals genoemd in artikel 6 lid 3 tijdelijk een andere standplaats toegewezen krijgen, kunnen geen aanspraak maken op een vergoeding in welke vorm dan ook. 6. Het college kan in bijzondere omstandigheden, in afwijking van het bepaalde in dit artikel, tijdelijke maatregelen treffen in het belang van de goede gang van zaken. Onder bijzondere omstandigheden wordt onder andere verstaan: regionale evenementen, werkzaamheden in de openbare ruimte (zoals straat- en rioleringswerkzaamheden), weersomstandigheden en noodsituaties.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
2.1.5
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het instellen van een vergunningplicht om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
Inrichtingsplan
1. Voor de markt stelt het college een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat: a. Aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. Een kaart van de markt; 2. Op de kaart zijn aangegeven: a. De grenzen van de markt; b. De plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vastestandplaatsvergunning; c. Voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste-standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven;
d. Indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning; 3. Als een standplaats, bestemd voor de houder van een vaste-standplaatsvergunning, binnen een half uur na aanvang van de markt nog niet door de vergunninghouder of diens plaatsvervanger is ingenomen, kan daarvoor een dagplaatsvergunning worden afgegeven. 4. Het inrichtingsplan is gedurende de markttijd bij de markt aanwezig en in te zien en wordt ook aan de vergunninghouder verstrekt bij verlening van de vergunning.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet De bevoegdheid tot het vaststellen van een inrichtingsplan aan burgemeester en wethouders te geven en het stellen van de minimale eisen daaraan.
2.1.6 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze paragraaf.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Een basis te bieden voor het treffen van maatregelen.
2.1.7 Voorschriften 1. Het college kan voorschriften verbinden aan een krachtens deze paragraaf verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie krachtens deze paragraaf een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften in acht te nemen.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het instellen van een vergunningplicht om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
2.1.8 Vaste standplaats 1. 2.
Het is verboden op een markt zonder vergunning voor een vaste standplaats van het college een standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen. Het college stelt regels vast omtrent toewijzing, inhoud en overschrijving van vergunningen voor vaste standplaatsen.
3.
4. 5.
6.
een vaste-standplaatsvergunning geldt voor een periode van 20 jaar voor de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen. Aan een vergunning kunnen door het college voorschriften en beperkingen worden verbonden. Een vergunning kan enkel worden verleend aan een handelingsbekwame persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie en een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid heeft. Een vergunning wordt geweigerd wanneer bij de behandeling van de aanvraag van de vergunning blijkt dat een weigeringsgrond van toepassing is of dat niet wordt voldaan aan het vorige lid en/of als aan een aanvrager eerder een vergunning is verleend, maar deze is ingetrokken omdat hij zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog, of in het verleden meerdere bij of krachtens deze paragraaf gestelde bepalingen heeft overtreden.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 Gemeentewet Het instellen van een vergunningplicht om zo aanbod te kunnen reguleren en voorwaarden te kunnen stellen t.b.v. openbare orde en veiligheid. Tevens grondslag voor toezicht en handhaving.
2.1.9 Intrekking, wijziging en vervallen vergunning vaste standplaats 1.
2.
3. 4.
Het college trekt een vergunning voor een vaste standplaats in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; b. binnen twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling. Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken: a. als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. als de vergunninghouder of degene die hem vervangt, of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; c. als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet; d. bij overtreding van de vergunningsvoorschriften; e. als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet. f. als van de vergunning gedurende twee maanden geen gebruik is gemaakt. Ingeval van schorsing voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt. Als de vergunninghouder of zijn aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvangstijd van de markt heeft ingenomen en volledig verkoopklaar is, vervalt de vergunning voor de rest van de dag, tenzij de marktmeester op tijdig verzoek van de vergunninghouder de standplaats voor hem beschikbaar houdt.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet De randvoorwaarden om vergunning te behouden.
2.1.10 Melden van afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1.
2.
De vergunninghouder van een vaste plaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. De verhindering wordt uiterlijk één week voor de betreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt zondagavond voor 20.00 uur telefonisch of elektronisch aan de marktmeester en de kramenzetter gemeld.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het op tijd afmelden.
2.1.11 Persoonlijk innemen standplaats 1. 2.
3.
De houder van een vaste-standplaatsvergunning neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in. In geval van vakantie of van bijzondere omstandigheden kan het college echter toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger. Een melding daartoe moet zo mogelijk voorafgaande aan de marktdag bij het college worden ingediend en vermeldt de reden en de verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2011 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het door de vergunninghouder persoonlijk innemen van een standplaats1 en de voorwaarden voor het tijdelijk vervangen van de vergunninghouder te regelen.
2.1.12 Markttijden in acht nemen 1.
2.
Het is een vergunninghouder verboden meer dan twee uur voor de aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt ruimte in te nemen of te doen innemen op het marktterrein met een voertuig, met goederen of anderszins, of goederen aan- of af te voeren of te laten aan- of afvoeren. Een vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens op aanvraag door het college verleende ontheffing. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Herkomst: Wettelijke basis:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 Gemeentewet
Beoogt:
De ordening van de straathandel en beoogt verstoring van de openbare orde te voorkomen en overlast tegen te gaan.
2.1.13 Verzorging standplaats1 De vergunninghouder is verplicht: a. er zorg voor te dragen dat zijn standplaats, zulks ter beoordeling van de marktmeester, steeds een goed verzorgd aanzien biedt en veilig is; b. zijn kraam aan de voorzijde tussen verkoopblad en grond af te schermen; c. stroom te gebruiken van door het college aangewezen partijen; d. uitstallingen en reclame borden moeten binnen de breedte van de marktkraam/markavan/verkoopwagen en niet buiten de vergunde meters, worden geplaatst; e. de doorgang in de paden mogen niet worden belemmert, zulks ter beoordeling van de marktmeester.
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het voorkomen van vervuiling van het aanzien van het marktterrein.
2.1.14 Afval 1.
2.
De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om op de standplaats geringe eeten drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, plaatst aan de voorzijde van de marktkraam, verkoopwagen of markavan twee afvalbakken of afvalkorven en ledigt deze wanneer zij vol zijn. Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en naaste omgeving
Herkomst: Wettelijke basis: Beoogt:
Toelichting Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 Artikel 149 van de Gemeentewet Artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet Het voorkomen van vervuiling van het marktterrein rondom standplaatsen1.
1 2021-774157 bijlage 3. Verordening marktgelden 2022.pdf
VERORDENING MARKTGELDEN 2022 De raad van de gemeente Gorinchem; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van xx oktober 2021, nr. Z/21/xxxxx; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2022 (Verordening marktgelden 2022).
Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a.
dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;
b.
week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
c.
maand: een kalendermaand;
d.
jaar: een kalenderjaar
Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam "marktgelden" wordt een recht geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats op de warenmarkt en voor het door of vanwege de gemeente verstrekken van diensten ten gunste van die standplaats.
Artikel 3. Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene op wiens verzoek dan wel ten behoeve van wie de standplaats wordt toegewezen.
Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
Het marktgeld bedraagt voor een vergunninghouder met een vaste standplaats € 21,00 per vierkante meter per jaar.
2.
Het in het eerste lid genoemde recht wordt per vaste standplaats verhoogd met € 122,00 reclamegeld per jaar.
3.
Bij gebruik van de gemeentelijke stroomvoorziening wordt het in het eerste lid genoemde recht verhoogd met € 158,40 per jaar.
4.
Voor de berekening van het marktgeld wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 5. Belastingjaar Met betrekking tot het marktgeld dat per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6. Wijze van heffing 1.
Het marktgeld wordt bij wege van aanslag geheven.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt het voor een dag verschuldigde marktgeld geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeli ng, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
Het marktgeld als bedoeld in artikel 4, tweede lid is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het marktgeld verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar versch uldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,-.
Artikel 8. Termijnen van betaling 1.
De aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in elf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3.
Indien het marktgeld wordt geheven door middel van een kennisgeving als bedoeld in artikel 6, eerste lid dient het marktgeld te worden voldaan op het moment van uitreiking van de kennisgeving.
4.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10. Overgangsrecht De "Verordening marktgelden 2021", vastgesteld bij raadbesluit van 12 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11. Inwerkingtreding 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening marktgelden 2022".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 december 2021 de griffier,
de voorzitter,
1 2021-774157 bijlage 4. Inrichtingsplan markt.pdf
1 2021-774157 bijlage 5. Was wordt lijst marktverordening en VFL.pdf
Was/wordt lijst Marktverordening 2021 en Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) in vergelijking met de voorgenomen herziening Marktverordening Gorinchem: Artikel
Wordt- Was
Inleiding
Wordt: Marktverordening Gorinchem De raad van de gemeente Gorinchem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Marktverordening Gorinchem Was: Marktverordening gemeente Gorinchem 2021 De raad van de gemeente Gorinchem, gelezen het voorstel van het college van 28 september 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen: Marktverordening gemeente Gorinchem 2021
Artikel 1
Wordt: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: • Anciënniteitslijst: een lijst van houders van een vergunning voor een vaste standplaats, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerste een vergunning voor een vaste standplaats werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die ze verhandelen;
•
Bakplaats: een standplaats aangewezen voor het bakken en braden;
•
Branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde plaatsen per artikelengroep;
•
College: het college van burgemeester en wethouders;
•
Dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld, indien een vaste standplaats niet wordt ingenomen, dan wel niet als vaste standplaats is toegekend;
•
Markt: de door het college ingestelde warenmarkt;
•
Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;
•
Marktterrein: het door het college aangewezen gebied zoals aangegeven op de kaarten bedoeld in artikel 3 van deze verordening;
•
Plaatsverbetering: de wijze waarop een standplaatshouder op verzoek van standplaats kan ruilen;
•
Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
•
Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder met een aansprekende uiteenzetting probeert artikelen te verkopen aan het om hem heen verzamelde publiek;
•
Standwerker: iemand die publiek om zich heen verzamelt en dat door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen artikelen te kopen;
•
Standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
•
Vaste standplaats: de standplaats die voor 20 jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
•
Vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
•
Verkoopwagen/markavan: een uitklapbare en/of uitschuifbare marktwagen.
Was: Artikel 1: Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; b. branche: een door het college te bepalen soort of assortiment van waren of goederen; c. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; d. markt: de door het college ingestelde warenmarkt (weekmarkt en jaarmarkten); e. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; f. marktterrein: het gebied zoals aangegeven op de situatietekeningen die behoren bij het Instellingsbesluit warenmarkten; g. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; h. de standplaatshouder: de natuurlijke persoon, aan wie krachtens deze verordening is toegestaan om op een markt een standplaats te bezetten; i. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; j. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; k. vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; l.
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; m. verkoopwagen/markavan: een uitklapbare en/of uitschuifbare marktwagen; n. wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats. Artikel 2
Artikel 3
Wordt: Artikel 2. De Marktcommissie Was: Artikel 2: Volgorde toewijzing vaste standplaatsen (opgenomen in de VFL) Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan: 1. de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst; 2. degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst, met dien verstande dat aan een branche die nog niet op de markt vertegenwoordigd is voorrang wordt verleend, tenzij de beschikbaar gekomen vaste standplaats een branche betreft, die door het beschikbaar komen dreigt uit te sterven. n.v.t. Wordt: Artikel 3. Selectiestelsel Het college maakt bekend dat voor de markt een of meer vaste-standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt, dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag of aanvraag voor plaat verbetering via anciënniteitslijst kunnen indienen, dat toewijzing plaats zal vinden na voorafgaande selectie. Wanneer er meerdere gelijke gegadigden zijn, zal er via loting een gegadigde toegewezen worden.
Was: Artikel 3 Inschrijving op de anciënniteitlijst 1Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van, en in volgorde van, de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoort. 2De anciënniteit van een kind of werknemer van de vergunninghouder die te kennen geeft later de standplaats van de vergunninghouder wenst over te nemen, start op het tijdstip dat het kind of de werknemer zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst en vanaf dat tijdstip ook daadwerkelijk wekelijks meewerkt op de markt op de standplaats van de vergunninghouder Artikel 4: Inschrijving op de wachtlijst 1. Het college schrijft de aanvrager op zijn verzoek in op de wachtlijst als aan hem geen vaste standplaats kan worden toegewezen.
Artikel 4
2. Het college vermeldt bij de inschrijving in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de aanvrager; b. de datum waarop de aanvraag door hem is ontvangen; c. de soort artikelen die de aanvrager wil verhandelen of de branche waartoe hij behoort; d. de kraam, de verkoopwagen, markavan of andere verkoopmaterialen die de aanvrager wil gebruiken. 3. Het college verstrekt de aanvrager een schriftelijk bewijs van inschrijving. 4. De inschrijving op de wachtlijst blijft gehandhaafd, indien deze door de ingeschrevene jaarlijks voor 1 januari schriftelijk wordt verlengd. 5. De inschrijving op de wachtlijst van een kind of een werknemer van de vergunninghouder uitsluitend met het doel om de vergunninghouder te zijner tijd op te volgen, blijft eveneens gehandhaafd als het kind of de werknemer een vrijgekomen standplaats in dezelfde branche niet aanvaardt. Wordt: Artikel 4: Toewijzing dagplaats 1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. 2.
De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf tussen 7.00 uur en 7.30 uur aanmelden bij de marktmeester, met dien verstande dat aan een branche die nog niet op de markt vertegenwoordigd is, voorrang wordt verleend. Was: Artikel 5: Toewijzing dagplaats 1. Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen. 2. De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf tussen 7.00 uur en 7.30 uur aanmelden bij de marktmeester, met dien verstande dat aan een branche die nog niet op de markt vertegenwoordigd is, voorrang wordt verleend. Wordt: vervallen Was: Artikel 6: Toewijzing standwerkersplaats 1. Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting. 2. Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 3. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Wordt: vervallen
Artikel 5
Was: Artikel 7: Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden 1. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. 2. De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college. Wordt: Artikel 5. Legitimatieplicht Degene die een standplaats of een standwerkplaats inneemt op een markt, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. Was: Artikel 8: Legitimatie en identiteit vergunninghouder 1. Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. 2. De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.
Wordt: Vervallen Was: Artikel 9: Voertuigen 1. Het is verboden zich op het marktterrein met een voertuig te bevinden of op het marktterrein een voertuig aanwezig te hebben dan wel het marktterrein zodanig te gebruiken en/of hierop zodanige handelingen te verrichten dat een ongestoorde voortgang van de markt wordt belemmerd. 2. Het is verboden om vanaf het tijdstip dat wordt begonnen met de opbouw van de markt een voertuig op het terrein waar markt zal worden gehouden te parkeren. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van de standplaatshouders voor het aan en afvoeren van goederen of waren op de markt noch voor invalidenwagens, kinderwagens. 4. Het college kan van het verbod als bedoeld in 22.1 ontheffing verlenen onder door hen gestelde voorwaarden. 5. De gemeentelijke wegsleepverordening is ook van toepassing op het marktterrein.Artikel 5 Voorschriften Artikel 6