Agendabundel
Tekst van het document
De heer Houtepen vraagt of het mogelijk om schriftelijk toe te lichten voor de raadsvergadering hoe de coronamaatregelen gehandhaafd kunnen worden op een boot. De heer Wolters antwoordt dat dit aan het COA gevraagd wordt. Mevrouw Dansen is verbaasd dat er geen gegevens bekend zijn over zwemveiligheid en hoopt dat hier nog over nagedacht wordt. In het raadsvoorstel is duurzaamheid niet van toepassing en zij wijst in dit kader op de generator en afval. Zij informeert hoe dit wordt opgelost. De heer Wolters antwoordt dat dit onder de zelfvoorzienendheid van de boot valt die zijn eigen kenmerken heeft. Mevrouw Dansen is niet tevreden met dit antwoord. 150 mensen op een boot betekent een behoorlijke hoeveelheid afval. De heer Wolters vervolgt dat het COA op verschillende plaatsen ervaring heeft met dit soort boten (Hellevoetsluis, Ridderkerk, Rotterdam). Hij gaat er vanuit dat het afval wordt afgevoerd volgens de regels die daaraan worden gesteld. Mevrouw Dansen raadt aan om na te gaan hoe dit op de andere boten gaat zodat eventuele problemen worden voorkomen. De voorzitter sluit de I&O sessie en schorst de vergadering. De voorzitter heropent de vergadering en geeft aan dat overgegaan wordt naar de B&A sessie. De heer Van Mourik heeft een punt van orde. Hij is vandaag pas op de hoogte gebracht van alle zaken die spelen.
De wethouder gaf aan dat de fractievoorzitters op 16 november geïnformeerd zijn. Door het eigen systeem is een wat vreemde constructie bedacht. Hij komt hier in januari nader op terug. Hij is blij dat het verslag van de fractievoorzittersbijeenkomst inmiddels is toegevoegd. Zijn naam staat bij de aanwezigen, maar hij is geen fractievoorzitter en daarom was hij niet welkom. Hij is daarom pas sinds 10 minuten op de hoogte van de zaken die daar gewisseld zijn.
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
De heer Van Breemen biedt de heer Van Mourik zijn excuses aan voor het onterecht noteren van zijn naam bij de aanwezigen. Hij bedankt het college dat de participatie zo snel is opgetuigd. Er zijn al wat opmerkingen gemaakt over het blok. De uitkomsten zijn overwegend positief, hoewel wellicht niet helemaal representatief. Hij is niet positief over de Engelstalige flyer over de boot wat duidelijk maakt dat de vluchtelingen kunnen genieten van een panoramarestaurant en een zonnedek met zwembad. Hij acht het redelijk smakeloos om dit bij de stukken te voegen. In het fractievoorzittersoverleg van de 16 november heeft de wethouder meermaals benadrukt dat er geen verzoek van het COA lag, maar dat de gemeente zelf een bod heeft gedaan. Dit heeft de wethouder zojuist in zijn inleiding herhaald, maar er is een brief bijgevoegd van het COA van 11 november waarin aangegeven wordt dat er een boot is geregeld en gevraagd wordt of deze boot aan mag leggen. Hij verzoekt om verduidelijking. De gedoogbeschikking gaat per 10 december in, maar in de bijgevoegde stukken gaat deze al in op 19 november. Het college geeft aan dat er een humanitaire bijdrage wordt geleverd aan de opvang van vluchtelingen. Hij benadrukt dat dit al werd gedaan in het Belastingkantoor voor 300 mensen.
Het is onverteerbaar en onuitlegbaar aan de mensen die nu elders geplaatst zijn dat zij uit het Belastingkantoor zijn gezet terwijl er nu een boot wordt neergelegd voor 150 mensen. Het Belastingkantoor was ook een tussenoplossing die verlengd had kunnen worden zodat er voor meer mensen een betere tussenoplossing zou zijn geweest. Voorts wordt gesteld dat er een extra inspanning wordt geleverd, dit had Gorinchem beter kunnen doen door het Belastingkantoor open te houden. Zijn fractie is niet blij met de gang van zaken. Het is duidelijk dat een politieke belofte van een aantal mensen prevaleert boven een humanitaire oplossing en nu wordt er als een soort van schaamlap een boot neergelegd. Het Belastingkantoor had gewoon open moeten blijven voor 300 mensen, in plaats van deze tweederangs oplossing. Mevrouw Molengraaf heeft dezelfde vraag over de datum van het verzoek van het COA, vijf dagen voor het fractievoorzittersoverleg en hier is met geen woord over gerept. Zij hoort dat het verzoek van het COA aanvankelijk niet duidelijk was (150 of 200 mensen) en begrijpt niet hoe dit alles zo langs elkaar heen kan gaan. Zij informeert waarom de wethouder uit de consultatie afleidt dat er een overweldigende meerderheid was voor het neerleggen van een boot, want de wethouder komt met geen enkele aanpassing.
Zij heeft eveneens gewezen op de veiligheid waarbij de wethouder aangaf dat het om gezinnen gaat met kinderen van plus 1 jaar, nu wordt gezegd gezinnen met kinderen boven de 12 jaar. Zij vindt het bezwaarlijk dat hierbij ook mensen zijn die niet kunnen zwemmen. De kade daar is erg steil en moeilijk bereikbaar. De omgeving is rommelig en kan potentieel gevaarlijk zijn en bovendien zijn daar bedrijven aanwezig. Zij vindt hier niets over terug in het stuk en daarom zou zij graag inzage willen in de veiligheidstoets die heeft plaatsgevonden. Er wordt een goed geoutilleerde geschikte locatie die prima beviel ingeruild voor een boot met allerlei ingewikkelde vraagstukken in een voor vluchtelingen niet fijne omgeving. Haar fractie staat niet te juichen. Mevrouw Van Oversteeg spreekt haar waardering uit voor de terugblik van de wethouder op het fractievoorzittersoverleg van 16 november voor wat betreft de snelheid en het gevoel van overvallen zijn. Zij heeft dezelfde vraag over de brief van het COA en vraagt op welke wijze dit op de tijdlijn van gebeurtenissen moet worden gezien. Haar fractie heeft waardering voor de wijze waarop er snel geschakeld is over communicatie en participatie waardoor de korte tijd zo nuttig mogelijk besteed is. Zij begrijpt dat er meer tijd nodig is om kleinschalige opvang te realiseren.
Haar fractie wil ruimte bieden voor deze tussenoplossing, maar vraagt zich af of het handig is om de einddatum van 1 april te kiezen en is benieuwd hoe andere fracties daarover denken. Mevrouw Hamann merkt op dat het proces wederom een puinhoop is, het is marchanderen met mensen, zowel vluchtelingen als de inwoners van de stad. Het grote probleem van de vluchtelingenopvang in Nederland is eigenlijk een probleem van Den Haag. Er wordt druk op gemeenten uitgeoefend met als gevolg dat er steeds halsoverkop maatregelen worden getroffen. Het Belastingkantoor in, het Belastingkantoor uit omdat de wethouder dit heeft
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
beloofd, een boot, participatie in de Haarwijk waar deze mensen waarschijnlijk nooit gaan komen, raadsleden bijeen roepen, evalueren, participeren (toch nog een beetje gelukt). Haar fractie ziet dat halsoverkop beleid is geworden. Enige vorm van realiteitszin wordt gemist. De problemen worden vooruitgeschoven naar de volgende coalitie. Raadsleden worden gedreigd met argumenten als wanneer jullie niet instemmen, komen deze mensen in een sporthal terecht zonder plafond. Dit lijkt op een vorm van chantage. Haar fractie is voor weloverwogen beleid waarbij de raad aan zet is, want daar moeten de besluiten genomen worden en ligt de verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid wil haar fractie nemen en daarom kondigt zij een motie aan voor het aanstaande raadsdebat over dit onderwerp. Zij heeft nog enkele vragen met betrekking tot het hapsnap voorstel voor een boot aan de Handelskade tot 1 april. De heer Oostrum refereert per interruptie aan het woord halsoverkop, je zult maar halsoverkop je land moeten verlaten omdat je leven in gevaar komt. Hij denkt dat Gorinchem dan klaar moet staan om deze mensen op te vangen. Mevrouw Hamann vindt dat verschrikkelijk maar er wordt gemarchandeerd met deze mensen en dat is geen goede zaak. De raad wordt steeds geconfronteerd met rare noodoplossingen. Dat is voor niemand goed.
Mevrouw Molengraaf vindt deze interruptie eigenlijk niet zo netjes, want de raad kan er niets aan doen dat vluchtelingen halsoverkop hun land moeten verlaten. Het college had het Belastingkantoor eerder kunnen sonderen in plaats van drie dagen van te voren in gesprek gaan over wat er gedaan moet worden. Mevrouw Dansen is het volkomen eens dat de wethouder de raad gewoon had moeten meenemen in het proces dan was het niet halsoverkop geweest en was er gewoon meegedacht. Dit kan echt niet, de heer Oostrum moet zich schamen. De heer Oostrum kijkt enkel naar het belang van deze mensen en daarom vindt hij de term halsoverkop niet correct. Over het proces kan nog gesproken worden. Mevrouw Dansen roept op dit te vertellen aan de eigen wethouder. Mevrouw Hamann vervolgt dat het inderdaad om het belang van deze mensen gaat. Veiligheid heeft zij al genoemd. Zij ziet graag terug in het raadsvoorstel dat het om maximaal 150 mensen gaat. De evaluatie moet naar 1 februari vervroegd worden omdat 1 april de einddatum is. Als dit pas op 1 maart gebeurt, zal er wederom paniek ontstaan en moet het vervolgens halsoverkop omdat er dan nog maar één maand is om te beslissen midden in verkiezingstijd. Zij wil graag dat er een mogelijkheid is om contact op te nemen met de gemeente voor eventuele klachten van inwoners en bedrijven en dat niet gezegd wordt dat het COA dit oppakt.
De klachten moeten gebundeld meegenomen worden in de evaluatie. Zij herhaalt dat er overlegd moet worden met de bedrijven aan de Handelskade over de komst van de boot. De Commissaris van de Koning constateert dat zijn provincie Zuid Holland achterblijft voor wat betreft de opvang van vluchtelingen. Hij heeft gelijk, want diverse gemeenten in Zuid Holland hebben nog nooit een AZC gehad en leveren ook geen woonruimte aan statushouders. Gorinchem doet dat heel trouw wel. Zij informeert of het niets eens tijd wordt dat er wetgeving volgt vanuit Den Haag zodat niet telkens dezelfde gemeenten leveren. Gorinchem heeft ook gebrek aan woonruimte voor bijvoorbeeld starters, arbeidsmigranten en vele anderen die krap bij kas zitten. Het Belastingkantoor zou verbouwd worden naar woningen. De voorzitter verzoekt mevrouw Hamann om haar betoog af te ronden omdat het bouwen van woningen buiten de orde valt. Mevrouw Hamann hoort allerlei opmerkingen over kleinschalige opvang alsof de mensen van de boot straks naar de kleinschalige opvang zouden moeten. Zij is van mening dat de
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
raad eerst moet bespreken of kleinschalige opvang wordt gewenst, wellicht is het beter om een fatsoenlijk AZC te beginnen met goede voorzieningen en beveiliging in plaats van kleinschalige opvang op verschillende locaties in de stad waar wellicht woningbouw wordt gewenst. De heer Houtepen geeft aan dat zijn fractie vanuit maatschappelijk oogpunt van mening is dat vluchtelingen moeten worden opgevangen in Nederland. Toen het COA enige tijd geleden vroeg of noodopvang mogelijk zou zijn in het Belastingkantoor was duidelijk waarom dit verzoek aan de gemeente Gorinchem werd gericht. Het gebouw is geschikt voor 300 vluchtelingen en in eigendom van het COA. Het is hem niet duidelijk waarom er nu een verzoek ligt om vluchtelingen op een andere plek in Gorinchem op te vangen. Dit zou alleen te begrijpen zijn als Gorinchem weer aan de beurt zou zijn, maar dit lijkt zijn fractie niet het geval gezien de drie eerdere beurten die Gorinchem reeds heeft vervuld. Als er geen geschikte plek is, denkt hij niet dat Gorinchem opnieuw aan de beurt is. De oplossing die nu voorligt, is geen goede oplossing. De heer Klein sluit zich aan bij het advies om niet een maand van te voren te evalueren, maar dit inderdaad minimaal twee maanden van te voren te doen zodat er niet overhaast beslist hoeft te worden, zeker gezien het feit dat de verleningsperiode 6 maanden is.
Zijn fractie staat in de basis positief tegenover de rol die Gorinchem vervult om het COA te helpen voor mensen in nood. Het valt tegen dat er op dit moment nog steeds met noodoplossingen wordt gewerkt met opnieuw lange periodes van onduidelijkheid terwijl al is gesproken over kleinschalige opvang en toen werd gesproken over het Belastingkantoor bekend was dat dit niet opgelost zou zijn. Hij leest dat er waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 over structurele oplossingen wordt gesproken met de raad. Zijn fractie hoopt dat hier wat meer urgentie aan gegeven kan worden zodat er concretere plannen besproken kunnen worden aan het begin van 2022. De heer Schefferlie is het eens met mevrouw Hamann als zij zegt dat de rijksoverheid er echt een puinhoop van maakt. Het COA zet gemeenten steeds voor het blok. In Gorinchem is dat gedaan door het Belastingkantoor aan te kopen zonder overleg vooraf. Je kunt eenmalig grootschalig opvangen, of langdurig hard werken aan draagvlak als alle gemeenten van Nederland gewoon goed bijdragen. De overheid moet betrouwbaar zijn en daarom moet men zich neerleggen bij een raadsmeerderheid en een genomen besluit.
Hij heeft waardering voor de voortvarendheid van het college en de moed waarmee in de geest van wat vaak in de raad wordt gezegd wordt gehandeld; Gorinchem wil van betekenis blijven in een kleinschalige vorm vanuit het idee dat alle gemeenten hun bijdrage leveren. In de wetenschap dat kleinschalige opvang een langere voorbereiding vraagt is kordaat gehandeld. In het besloten overleg is de fractievoorzitters slechts een mogelijkheid geboden om dit heel snel te doen. Zijn fractie heeft begrip voor de wens om eerst de wijk te consulteren. Mevrouw Hamann hoort de geest van de raad die perse kleinschalige opvang wil op diverse locaties. Dat is niet haar geest, zij denkt er echt heel anders over. De heer Schefferlie vervolgt dat hij niet de indruk heeft dat de raad unaniem was, maar hij heeft het idee dat de meerderheid van de raad voor duurzame, kleinschalige opvang is. Het was mooi geweest als men gelijk door had kunnen gaan, maar er moet ook aan draagvlak gewerkt worden. Zijn fractie is positief over de uitkomsten van de consultatie van de wijk. De mensen die opgevangen worden kunnen op diverse plaatsen in de stad hun tijd besteden naast de activiteiten die ter plekke moeten plaatsvinden waardoor zijn fractie denkt dat dit een goede tussenstap is om vanuit Gorinchem een passende bijdrage te leveren.
Mevrouw Molengraaf merkt op dat zij regelmatig vragen heeft gesteld over de duurzame kleinschalige opvang, maar hierin zijn nog geen concrete stappen gezet. Zij leest in het voorstel dat het college vindt dat dit ook een soort kleinschalige opvang is. Zij informeert
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
hoe de heer Schefferlie het aantal van 150 duidt. De kleinschalige opvang waar destijds over gesproken is op voorstel van de PvdA was maximaal 50 mensen. De heer Schefferlie ziet wat nu wordt voorgesteld als noodopvang om te voorkomen dat mensen op andere plekken in het land op veel minder comfortabele plekken terechtkomen. Hij zou het liefst zien dat het met draagvlak op plekken 50 mensen kunnen zijn, maar wellicht zijn er mogelijkheden om het iets groter te doen. Hij vindt persoonlijk 50 aantrekkelijker dan 150, maar dit moet nader verkend en besproken worden om vervolgens het COA te verleiden om daaraan mee te werken. De heer Hassouna is voor dit moment content met de noodopvang op het cruiseschip. Het COA is ook tevreden over deze opvang. Zijn fractie heeft enige moeite met tijdelijk en de gestelde data. Zo lang de nood hoog is, mag de boot daar blijven liggen. De opvangcapaciteit van het COA blijft tot op heden uiterst zorgwekkend. Het scenario waarin asielzoekers onder het mom van crisisopvang worden ondergebracht in sporthallen moet voorkomen worden en daarom zijn voor het einde van het jaar fors meer locaties nodig. Migratiestromen zijn onvoorspelbaar en er is geen zicht op de realisatie van voldoende opvangcapaciteit in Nederland. Het is vanuit humanitair oogpunt voorbarig om een eindpunt te verbinden aan de noodopvang op het cruiseschip.
Zijn fractie is voornemens een amendement in te dienen met het standpunt dat noodopvang verleend moet worden zo lang de nood hoog is. Dit besluit moet steeds opnieuw afgewogen worden in het licht van de dan geldende omstandigheden om irrealistische verwachtingspatronen bij inwoners te voorkomen. Zijn fractie komt vervolgens met een tweede amendement met een vergelijkbare motivatie als bij het eerste amendement en hierbij wordt nogmaals het voormalig Belastingkantoor onder de aandacht gebracht om tegen de achtergrond van het voorkomen van crisisopvang, inhumane omstandigheden voor asielzoekers en het opkomen voor een uiterst kwetsbare groep mensen die huis en haard zijn ontvlucht in de vrees voor oorlog en geweld (mensen die een leven hebben meegemaakt met een intensiteit die velen zich niet kunnen voorstellen) waardoor het ondenkbaar en onverantwoord is om het voormalig Belastingkantoor niet beschikbaar te stellen aan het COA als asielzoekerscentrum. De keuze is dus leegstand of opvang. Overnachten in tentenkampen is een situatie die het college voor de rechten van de mens en de Nationale Ombudsman aanmerken als volstrekt ongeschikt in de wintermaanden.
Het voormalige Belastingkantoor beschikt over een functionele verwarming, kookgelegenheid, sanitaire voorzieningen, aparte kamers met voldoende privacy en daarom is het onmenselijk om het COA op dit moment deze locatie te ontzeggen. Zijn fractie roept het college op om geheel op eigen initiatief toestemming te verlenen voor noodopvang in dit gebouw, Gorinchem is immers de stad van tolerantie. De heer Van Breemen herinnert zich dat gezegd is dat 1 april een definitieve datum is omdat de reder daarna het schip weer nodig heeft. De heer Oostrum zegt dat het voor zijn fractie een menselijke plicht is om vluchtelingen op te vangen. Gorinchem heeft al meerdere malen bewezen dat zij dat heel goed kan. Hij bedankt de inspreker die aangaf dat er heel veel bereidheid is om te helpen en ondersteunen. Het college stelt een tijdelijke oplossing voor met kleinschalige opvang op een boot. Vanuit de wijken zijn er weinig tot geen negatieve reacties gekomen waaruit afgeleid mag worden dat er een vrij breed draagvlak is. Zijn fractie kan instemmen en hoopt dat verlenging niet noodzakelijk zal zijn omdat er op dat moment met het COA tot kleinschalige opvang gekomen kan worden. Zijn fractie biedt ook ruimte om dit van 50 naar 75 op te rekken.
Mevrouw Hamann vraagt of er niet eerst voorstellen in de raad besproken moeten worden of kleinschalige opvang wel wordt gewenst omdat er al allerlei aannames worden gedaan. De heer Oostrum wijst op het amendement dat bijna raadsbreed is aangenomen toen het ging over de opvang van vluchtelingen en asielzoekers in het voormalig Belastingkantoor.
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
Mevrouw Hamann vervolgt dat het haar bekend is dat dit amendement is aangenomen, maar dat wil nog niet zeggen dat het per 1 april klaar is. Zij veronderstelt dat hier raadsvoorstellen voor zullen moeten komen. De heer Oostrum verduidelijkt dat hij hoopt dat er voor de tijd in overleg met het COA tot overeenstemming gekomen kan worden daarover. Mevrouw Dansen constateert dat er een hele avond wordt gesproken omdat twee wethouders hun werk niet goed gedaan hebben. De huidige wethouder had alleen maar de moeite hoeven nemen om de raad mee te nemen in zijn ideeën met betrekking tot de opvang van vluchtelingen. De coalitie vindt het nodig om te stellen dat wanneer hier niet onmiddellijk ja op wordt gezegd je dan niet voor opvang van vluchtelingen bent. Dat vindt zij schandalig. Haar fractie is voor het helpen van mensen in nood maar niet als het door de strot geduwd wordt. Dat is wat er nu gebeurt. De boot moet er niet op deze manier komen. De voorzitter biedt de wethouder gelegenheid om te reageren naar aanleiding van hetgeen naar voren is gebracht. Wethouder Van Doesburg heeft in zijn inleiding juist gewezen op draagvlak en eensgezindheid wat hij heeft bemerkt bij de raad. Dit juicht hij toe omdat een dergelijke grote crisis dit verdient. Dit is de reden dat Gorinchem een extra bod met een boot heeft gedaan aan het COA, los van het Belastingkantoor.
Hij benadrukt dat hier geen verzoek aan ten grondslag ligt, maar dit is uiteindelijk wel op papier gezet op verzoek van de gemeente omdat deze formaliteit nodig is om bij de Omgevingsdienst en de Provincie te overleggen voor de veiligheidstoets en het gedoogbesluit. Hij begrijpt dat er zorgen zijn over de veiligheid maar hierop is getoetst. Er wordt terecht opgemerkt 150 omdat dit inderdaad moet kloppen met de richtlijnen voor veiligheid. Hij is het eens dat er tijdig geëvalueerd moet worden (februari). Het COA is natuurlijk het eerste aanspreekpunt. Er is gesproken met de bedrijven aan de Handelskade. Mevrouw Molengraaf hoort de wethouder twee dingen zeggen die niet juist zijn. Hij zegt het staat los van het Belastingkantoor, maar als zij de notulen naleest, ziet zij dat het college oorspronkelijk echt van plan was om 150 mensen vanuit het Belastingkantoor direct door te plaatsen naar de boot vandaar de haast. Zij vindt het bijzonder dat de wethouder steeds zegt er ligt geen verzoek, maar er is wel gevraagd om een verzoek te doen. Dit is gedateerd op 11 november en daar begrijpt zij helemaal niets van. Wethouder Van Doesburg vervolgt dat er een mogelijkheid was om mensen binnen Gorinchem te verhuizen vanuit het Belastingkantoor, maar op zichzelf staat dit bod daar los van. Het verzoek is op 11 november gedaan, maar voor die tijd is dat idee al ontstaan.
Mevrouw Molengraaf probeert de datum te begrijpen. Op 16 november wist de wethouder dat het COA een verzoek ging doen. Zij vraagt waarom de raad hier niet van op de hoogte is gesteld. Wethouder Van Doesburg verduidelijkt dat met betrekking tot het Belastingkantoor werd gevraagd of het COA een verlengingsverzoek had gedaan. Dat verzoek is niet gedaan en strikt formeel lag er geen verzoek voor een boot, behalve dat dit is geformaliseerd in deze brief. Het idee van het bod is vanuit het college gekomen. Mevrouw Molengraaf verwijst nogmaals naar de notulen. De wethouder heeft inderdaad gezegd er ligt geen verzoek tot verlenging, maar de wethouder heeft ook heel duidelijk gezegd er ligt geen verzoek van het COA voor een boot, maar zij begrijpt nu dat dit verzoek er al wel was.
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
Wethouder Van Doesburg antwoordt dat mevrouw Molengraaf strikt formeel gezien gelijk heeft. Het feitelijke verzoek kwam van het college en zo moet dat antwoord geduid worden. De heer Van Breemen vindt het op zich een plausibel verhaal dat er een formeel verzoek van het COA nodig is om zaken in gang te zetten. Hij gelooft ook dat dit op 11 november verstuurd is, maar vindt het een beetje kinderachtig van de wethouder dat hij zegt de vraag ging over een verlengingsverzoek. Ik kan letterlijk citeren, maar er is duidelijk gevraagd of er een verzoek lag vanuit het COA en daarop is geantwoord dat er geen enkel verzoek lag. De wethouder had ook kunnen aangeven dat er een verzoek lag op initiatief van het college. Toen aan de wethouder gevraagd werd vanaf wanneer het verzoek speelde antwoordde hij vanaf afgelopen vrijdag. Als 16 november op een dinsdag is, is 11 november voor afgelopen vrijdag. Hij is benieuwd naar de verklaring van de wethouder waarom de raad pas twee dagen voordat het besluit genomen moest worden is geïnformeerd. Wethouder Van Doesburg heeft gezegd dat hij niet weet wanneer het verzoek precies is gaan spelen, dat was enkele weken voor deze datum. Hij heeft aangegeven dat hij op de vrijdag voor dinsdag 16 november zeker wist dat het haalbaar was vanwege allerlei technische besluiten (veiligheidstoets, gedoogbesluit, besluit GS).
Als hij alvast met een kattenbelletje naar de raad was gekomen had hij er in ieder geval voor gezorgd dat de raad zich minder overvallen had gevoeld. Hij heeft ingeschat dat dit gewoon voor elkaar zou komen, maar dit is een verkeerde inschatting geweest en daarvoor heeft hij al zijn excuses aangeboden. Vervolgens is de participatie vormgegeven en ligt er nu een raadsbesluit voor. Het is niet zo dat hij iets heeft verteld dat niet klopt. Ambtelijk waren er contacten met het COA en is het verzoek geregeld. Hij herhaalt dat er geen verzoek van COA lag om iets extra’s te doen, dat heeft het college zelf bedacht gebaseerd op de eensgezindheid in de raad. Hij zegt toe dat er nog nader ingegaan wordt op het naleven van de coronamaatregelen en de andere veiligheidsaspecten. Hij vindt het jammer dat verondersteld wordt dat het college zichzelf op de borst klopt, dit voorstel wordt gedaan om een bijdrage te kunnen leveren. De voorzitter geeft de heer Van Mourik het woord voor het stellen van een laatste vraag. Zij verneemt graag in de chat of iedereen tevreden is over reactie van de wethouder op zijn of haar inbreng. De heer Van Mourik bedankt de heer Van Breemen voor de gemaakte excuses. Hij roept op de bewoners De Concordiaweg, De Nieuwe Hoven, de VVE Waterfront en de bedrijven in ieder geval te informeren. De voorzitter meldt dat dit wordt toegezegd door de wethouder.
Zij ziet dat mevrouw Molengraaf graag nog het woord wil. Mevrouw Molengraaf is het eens met mevrouw Dansen dat er nu beter gestopt kan worden met deze discussie. De wethouder is niet fit. Zij was vanmorgen ook al heel vroeg op. Zij stelt voor om een andere keer verder te discussiëren. De voorzitter constateert dat het voorstel wordt aangemerkt als bespreekstuk in de raadsvergadering van 9 december a.s. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng, wenst de wethouder beterschap en sluit de vergadering.
Parallelsessie I&O B&A Opvang Vluchtelingen, 2 december 2021
1 20211202 Parallelsessie B&A Kernwinkelgebied.docx
Parallelsessie Beraad en Advies, 2 december 2021 MS Teams Kernwinkelgebied Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Gasten: Notulen:
de heer I. Tekir de heer S. Vink Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief- Fractie van Maaren-Lid Van Mourik de heer J. Van der Geest de heer A. de Bruijn de heren J. Wichers, J. Nibbelink en mevrouw S. Suijkerbuijk notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij licht het doel van deze sessie toe. Kernwinkelgebied Graag bespreken wij met uw raad een raadsvoorstel over het kernwinkelgebied. We stellen u voor het kernwinkelgebied en verkleuringsgebied vast te stellen. Ook stellen wij u voor middelen vrij te maken voor stimuleringssubsidies en ondersteuning van de pandeigenaren. Het doel van het vaststellen van het kernwinkelgebied en verkleuringsgebied inclusief middelen voor stimuleringssubsidies en ondersteuning van de eigenaren is het tot stand brengen van een compact toekomstbestendig en een kwalitatief hoogwaardig winkelgebied Gorinchem zonder structurele leegstand. Wethouder Van der Geest verwijst naar de vorige bespreking en de processen die doorlopen zijn. Het was goed om hierover met meerdere partijen van gedachten te kunnen wisselen. Hij hoopt op een goede bespreking. De heer Hassouna zegt dat D66 tevreden is met het voorstel. Het is goed om leegstand en verloedering te voorkomen, samen met de ondernemers en vastgoedeigenaren. Na eerdere succesvolle transformaties kan dit ook in Gorinchem gaan gebeuren mits Hartje Gorinchem het hiermee eens is. Hij noemt ook respect voor het cultureel erfgoed, verduurzaming en aansluiting op het Warenhuis Binnenstad. Er zou nog wel meer data verzameld kunnen worden.
Het is goed om te weten wat er terugkomt van de subsidie. Hij wenst alle stakeholders veel succes. De heer Koçak zegt dat er aandacht is gevraagd voor de leegstand. Het college heeft een goede beweging in gang gezet. Er moest draagvlak komen van vastgoedeigenaren en ondernemers. Het voorstel kan een hamerstuk zijn. Toerisme versterken mag ook de nodige aandacht krijgen. Naast data verzamelen ook graag jaarlijks de stand van zaken melden. De heer Klein complimenteert de wethouder en alle betrokkenen bij het project. De voorgaande sessies waren duidelijk. Hij is blij met de positieve ontwikkeling. Van Hartje Gorinchem heeft hij ook ideeën meegekregen over het Warenhuis. Híj hoopt hier snel aansluiting op te vinden. Het kan geagendeerd worden als hamerstuk. De heer Wientjes complimenteert de wethouder en betrokkenen. Hij roept het college op te kiezen voor een faciliterende rol. Hij had graag meer een kader willen zien voor de subsidieregelingen. Als het op een later moment aan de orde komt kan de raad niet meer
Parallelsessie B&A Kernwinkelgebied, 2 december 2021
bijsturen. Hij mist aandacht voor het wonen boven de winkels en de bijdragen vanuit de eigenaren. Hij vraagt hoe dit in het voorstel verwerkt kan worden. Overigens is het een goed plan. Mevrouw Hamann is erg blij met het plan; de leegstand nam al jaren toe en verpaupering lag op de loer. Landelijk is er aandacht voor binnensteden en er worden ook subsidies voor gegeven. Het is goed dat er sprake is van een transformatie naar een Warenhuis. Dat kan erg mooi worden en recht doen aan Unesco en Mooiste Vestingstad. Zij ziet veel kansen. Voor jonge gezinnen met kleine kinderen is er in de binnenstad weinig vertier te vinden. Misschien is het goed een klankbordgroep voor de binnenstad te vormen waarin bewoners zitting hebben. Het voorstel kan een hamerstuk zijn. De heer Ploeg vindt het plan een goede ontwikkeling. In de I&O- sessies is een goede uitleg gegeven. Het is zeker de moeite waard voor de ondernemers en vastgoedeigenaren. Verkleining van het kernwinkelgebied hoeft niet tot grootschalige verhuizingen te leiden. Data verzamelen is wel een goede suggestie. De ervaringen van de ondernemers moeten ook verzameld worden. De heer Wientjes zegt dat de eigenaren gestimuleerd moeten worden om te gaan bewegen. De heer Ploeg merkt op dat het ook over de huurders gaat. Hij geeft aan dat het een hamerstuk kan zijn.
Wethouder Van der Geest merkt op dat het zowel om vastgoedeigenaren als om ondernemers / huurder gaat. De heer Chaaby complimenteert de initiatiefnemers en degenen die aan het plan hebben meegewerkt. Leegstand is een slechte zaak in de binnenstad. Hij is zeer content met het aantal deelnemers. Er is veel draagvlak voor het plan; aandachtspunt is nog recreatie, toerisme en cultuur. Graag aandacht hiervoor. Graag zo snel mogelijk mee beginnen. Het kan geagendeerd worden als hamerstuk. Mevrouw Van Oversteeg heeft ook lovende woorden voor het voorstel en de wijze waarop het tot stand is gekomen. De gemeente heeft de ondersteunende rol goed opgepakt. Er is veel werk te doen en ze ziet het met veel vertrouwen tegemoet. Ook voor haar fractie is het een hamerstuk. Ze wenst iedereen veel succes. Mevrouw Van Maaren vindt het uniek wat er is bereikt met de stakeholders. Aandachtspunt is om alert te zijn op potentiële optische verbeteringen. Graag zo snel mogelijk tot uitvoering brengen. Het plan Warenhuis Gorinchem kan ook een goede aanvulling zijn. Wethouder Van der Geest bedankt de raad voor de lovende woorden en complimenten. Hij reageert op de suggesties en noemt het Warenhuis Binnenstad dat hier zeker bij betrokken wordt. De data verzamelen en een nulmeting zal zeker overgenomen worden. De raad zal na een half jaar geinformeerd worden over de stand van zaken.
De algemene subsidieverordening biedt de kaders voor de subsidies. Dat wordt nu uitgewerkt. De vastgoedeigenaren gaan zelf ook veel investeren en de ondernemers leveren ook hun eigen bijdragen. Wonen boven de winkels krijgt ook de aandacht van vastgoedeigenaren; daarover zal overleg gevoerd worden. De heer Wientjes merkt op dat het hem stoort dat er in het voorstel weinig over de subsidies is vermeld en over de bijdragen van de vastgoedeigenaren. Hij hoopt dat de raad hier nog eens over bijgepraat wordt. Wethouder Van der Geest verwijst naar de bijlage bij het voorstel waarin de kaders voor de subsidie zijn vermeld.
Parallelsessie B&A Kernwinkelgebied, 2 december 2021
De heer Wientjes zegt dat hij dat minimaal vindt want het gaat om veel geld. Hij had meer kaders verwacht. Wethouder Van der Geest merkt op dat subsidie van EZK ook gevolgd wordt; met dit project wordt niet voldaan aan de voorwaarden hiervoor. Het echte werk begint pas volgend jaar. Mevrouw Hamann merkt op dat het haar goed lijkt om een binnenstad breed plan te maken dat hierbij aansluit, rekening houdend met Mooiste Vestingstad en Unesco. Zij herhaalt haar suggestie inzake een klankbordgroep. Wethouder Van der Geest geeft aan dat programmering van evenementen en cultuur de aandacht krijgen; vanwege Covid was er de afgelopen periode veel niet mogelijk. Wat betreft een klankbordgroep merkt hij po dat het initiatief hiervoor ook uit de stad moet komen. De heer Koçak vindt het mooi om te zien dat het college vooral faciliteert. De kwaliteit van het winkelgebied wordt op deze manier vergroot. Hij verwijst naar de inbreng van de heer Wientjes en vraagt of hij kaders voorstelt. De heer Wientjes zegt dat hij het voorstel niet zal amenderen. Het voorstel kan een hamerstuk zijn. De voorzitter sluit de beraadslagingen en concludeert dat het voorstel als hamerstuk geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering van 9 dcember. De toezegging is gedaan om data volgend jaar beschikbaar te stellen voor de vaststelling van de subsidieverordening.
Een half jaar na de start zal de raad geinformeerd worden. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie B&A Kernwinkelgebied, 2 december 2021
1 20211202 Parallelsessie B&A Maatschappelijk accommodatiebeleid.docx
Parallelsessie Beraad en Advies, 2 december 2021, MS Teams Maatschappelijk accommodatiebeleid Samenvattend verslag Aanwezigen Voorzitter: Raadsgriffie: Fracties: Portefeuillehouder: Ambtelijk: Notulen:
de heer I. Tekir de heer S. Vink Stadsbelang-Democraten Gorinchem-CDA-PvdA-SGP/ChristenUnie VVD-D66-SP-GroenLinks-Gorcum Actief- Fractie van Maaren-Lid Van Mourik de heer D. Van Zanten de heren W. Raaijmakers, N. den Dekker, E. Hoogmoed en de dames I. Witvoet en R. Hak notulistenbureau Leeuwenburgh-Vendrig
Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. Hij licht het doel van deze sessie toe. Maatschappelijk accommodatiebeleid Tot op heden kent de gemeente Gorinchem geen vastgesteld maatschappelijk accommodatiebeleid. Vanuit wetgeving is deze verplichting er ook niet, maar de bestuurlijke wens voor een dergelijk beleid is nadrukkelijk aanwezig. Het schept transparantie en integraliteit. Het accommodatiebeleid in Gorinchem bevat twee doelstellingen: 1.Het formuleren van uitgangspunten voor het accommoderen van maatschappelijke initiatieven; 2.Het formuleren van een afwegingskader voor het beoordelen van nieuwe en bestaande maatschappelijke initiatieven die vragen om (een gemeentelijke) accommodatie. Wethouder Van Zanten leidt de bespreking in. Er zijn drie I&O-sessies geweest en de wethouder is benieuwd naar de opvattingen van de raad over de kadernota die in een interactief proces tot stand is gekomen. In de laatste sessie zijn vooral het professioneel beheer, exploitatie en commerciële activiteiten aan de orde geweest. De heer Roeland merkt op dat een eensluidend toetsingskader gegeven wordt. Het beleid schept de nodige transparantie. StadsBelang kan zich prima vinden in de kadernota. De heer De Jong ziet de kadernota als een richtlijn en niet als een afbakening. Enige flexibiliteit is wel nodig.
Hij noemt de openbare toegankelijkheid en zegt dat dit in sommige gevallen wellicht niet mogelijk of wenselijk is. Mevrouw Pellikaan vindt het fijn hoe de raad is meegenomen in het proces via de I&O’s. Zij kan zich goed vinden in de uitgangspunten, met name over professioneel beheer en maatwerk. Het is ook goed dat commerciële activiteiten mogelijk zijn. De gemeente moet hierin geen starre houding aannemen. Als commerciële activiteiten mogelijk zijn, zou er geen subsidie meer mogelijk zijn; betaalt de gemeente dan niet meer mee aan de huur? Is hier ook maatwerk mogelijk? Als voorbeeld noemt zij de ULO. De voorzitter merkt op dat dit een technische vraag is, maar aangezien de nota pas kort geleden is ontvangen, staat hij dit toe. De heer Van der Meijden denkt dat dit een deugdelijk beleidsvoorstel is. Een en ander voldoet aan de vraag in de stad. Hij noemt het afwegingskader en vraagt aandacht voor een
Parallelsessie B&A Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 december 2021
bredere uitleg van het woord draagvlak. Hoe kijkt de wethouder aan tegen de tussenperiode van leegstand en verkoop van vastgoed? De impact van het beleid op de stakeholders komt pas aan de orde in de uitvoeringsagenda. Hij vraagt of dit nog langs de raad komt. Hij sluit zich aan bij de opmerking over flexibiliteit en maatwerk. De heer De Hartog zegt dat het belangrijk is dat voor commerciële activiteiten een marktconforme prijs gerekend wordt. Overigens stemt hij in met het voorstel. De heer Onvlee complimenteert het college met het gevolgde proces met de I&O’s. Het was goed om aan de hand van casussen een en ander te verkennen. Hij is tevreden met de mogelijkheid van de combinatie met commerciële activiteiten waardoor de verenigingen versterkt worden. De nota schept duidelijkheid. Er moet ervaring mee worden opgedaan. Zijn fractie stemt in met het voorstel. De heer Hachhouch complimenteert het college met het proces met meerdere I&O’s. Hij heeft enkele aandachtspunten. Voor commerciële activiteiten moet een marktconforme prijs gerekend worden. Ook vraagt hij aandacht voor geografische spreiding over de stad. Hij ziet uit naar de nodige pilots en kan zich vinden in de nota die geagendeerd kan worden als hamerstuk. Wethouder Van Zanten reageert op de inbreng van de fracties.
De kadernota is zeker geen keurslijf; het kan zeker als richtlijn gezien worden voor de toedeling van accommodaties. Openbaar toegankelijk zal niet altijd mogelijk zijn maar het uitgangspunt is wel dat de accommodaties openbaar toegankelijk moeten zijn. Commerciële activiteiten en het stopzetten van subsidie moet genuanceerd gezien worden. Het is wel een uitgangspunt, maar er is wel een mogelijkheid om activiteiten te subsidiëren. Het vraagt wel een goede inschatting. Er mag geen conflict met de markt ontstaan. Met betrekking tot de uitleg van het begrip draagvlak zegt de wethouder dat de sportverenigingen dikwijls zelf komen met een activiteit die zij willen toelaten. De gemeente moet dan beoordelen of dat past. Hij licht dit toe aan de hand van de casussen die in de I&O besproken zijn. Er is niet veel leegstand; er zijn ook nog erg veel aanvragen voor de ULO bijvoorbeeld. Het vastgoed is schaars. Waar leegstand is wordt er naarstig aan gewerkt om dat op te heffen. Locaties laten we niet bewust leegstaan; gestreefd wordt naar gebruik. De uitvoeringsagenda’s worden ter kennis van de raad gebracht. Met betrekking tot commerciële huur zegt de wethouder dat die veelal lager is dan maatschappelijke huur. Als partijen de maatschappelijke huur niet kunnen voldoen dan kan subsidie toegepast worden. Geografische spreiding over de stad is zeker het streven.
Mevrouw Pellikaan bedankt de wethouder voor zijn antwoord; in de nota staat het wat star vermeld. Zij vraagt een en ander te nuanceren. De heer Van der Meijden bedankt de wethouder voor de antwoorden. Met betrekking tot de leegstand vraagt hij aandacht voor tussenoplossingen en maximale flexibiliteit als mensen bijvoorbeeld om atelierruimte vragen in een leegstaand pand. Wethouder Van Zanten licht toe dat als er leegstand is, er ook aan leegstandbeheer gedaan wordt. Via dat beheer worden ook activiteiten tijdelijk gehuisvest, bijvoorbeeld van kunstenaars. Als er mogelijkheden zijn, dan wordt er ruimte aangeboden. De wethouder zegt dit toe. De heer Den Hartog hoorde dat er gekeken wordt naar wat een organisatie kan betalen aan huur: is dat bij maatschappelijke of ook bij commerciële organisaties? Wethouder Van Zanten antwoordt dat geprobeerd wordt de maximale huur te vragen. Als de exploitant de maatschappelijke huur niet kan betalen dan moet het verschil weg gesubsidieerd worden. Bij commerciële huur kan dat niet.
Parallelsessie B&A Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 december 2021
De heer De Jong bedankt voor de beantwoording. Hij zegt dat het voorstel een hamerstuk kan zijn. De voorzitter stelt vast dat niemand meer het woord verlangt. Hij peilt de opvattingen en stelt vast dat het voorstel geagendeerd kan worden als hamerstuk. Sluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering.
Parallelsessie B&A Maatschappelijk accommodatiebeleid, 2 december 2021
6.a HAMERSTUK Participatiebeleid 2022-2026 1 2021-775673 Rvs Participatiebeleid 2022-2026.docx
Raadsvoorstel: Z/20/685053/D-775673 Onderwerp: Participatiebeleid 2022-2026
Datum: 3 november 2021 Portefeuillehouder: Ro van Doesburg I&O: 18 november 2021 B&A / Raadsvergadering: 9 december 2021 Opsteller: Wolters, Evert Geeft voorstel begrotingswijziging: Ja/Nee
Onderwerp: Participatiebeleid 2022-2026 Voorstel: Wij stellen u voor: 1. Bijgaande nota “Gorcums Samenspel. Participatiebeleid van de gemeente Gorinchem 2022-2026” vast te stellen, inhoudende dat: 1. de in het beleid omschreven ambities en uitgangspunten het kader vormen voor reguliere participatie; 2. in overige gevallen (‘maatwerkparticipatie’) de raad op voorstel van het college vooraf aanvullende participatiekaders stelt d.m.v. een startnotitie; 3. gevallen van ‘maatwerkparticipatie’ na afronding worden geëvalueerd en op een jaarlijks moment worden besproken met de gemeenteraad en andere betrokkenen. 4. het op basis van dit beleid te ontwikkelen ‘werkboek’ een leidraad is voor de gemeente (‘burgerparticipatie’) en een hulpmiddel voor initiatieven uit de stad (‘overheidsparticipatie’) Aanleiding: De afgelopen jaren heeft de gemeente op veel verschillende manieren samengewerkt met de stad. Hoewel er in de praktijk aandacht is voor participatie, was het participatiebeleid verouderd. Zowel binnen de gemeente als in de stad is er behoefte aan richting en duidelijkheid: hoe richten wij het samenspel met de stad in? Wat kunnen inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners van ons verwachten? De Omgevingswet gaat in juli 2022 in. Gemeenten moeten dan een participatiebeleid hebben. Een extra reden om de Gorcumse aanpak te vatten in beleid.
Beloften en de uitgangspunten krijgen pas echt vorm in de praktijk, in het doen. Na vaststelling van dit beleid in de gemeenteraad zal ook nog een werkboek en een participatiekalender worden ontwikkeld. Beoogd effect: Als gemeente willen we ons blijven ontwikkelen en verbeteren in het samenspel met de stad. Samengevat stellen we onszelf vier doelen: • Een verschuiving in balans van burger- naar overheidsparticipatie • Participatietrajecten van de gemeente zijn meer inclusief • Meer betrokkenen zijn tevreden over het proces van participatie • Een hogere score in de burgerpeiling, namelijk een 6,3 in 2023 (een stijging van 0,2) Argumenten: 1.1 Gemeenteraad in positie: Participatiebeleid is een onderwerp dat bij uitstek gaat over de interactie van gemeente en stad. Het raakt in hoge mate aan de rol van de gemeenteraad en de positie van de raad in het interne en externe samenspel. Daarom is het van belang dat de raad het beleid onderschrijft en vaststelt. Met vaststelling van de nota bepaalt de gemeenteraad de ambities die in de beleidsnota zijn verwoord. In dit geval: het ambitieniveau van de doelen (hoofdstuk 3); de beloften aan de stad (hoofdstuk 4); het gewenste interne samenspel (hoofdstuk 5); de kaders waarbinnen de gemeente wil blijven 'leren door te doen' in interactie met de stad (hoofdstuk 6).
1.1.1 Algemene kaders bepalen voor handelen college: De in het beleid omschreven ambities en uitganspunten vormen het kader voor ‘reguliere’ participatie, waarbinnen het college vorm geeft aan Stadhuisplein 1 Postbus 108 4200AC Gorinchem
T 140183 F 0183-630540
E gemeente@gorinchem.nl I www.gorinchem.nl
participatieprocessen. Door het vaststellen van het beleid bepaalt de raad deze algemene kaders. 1.2.1 Bij maatwerk aanvullende kaders vanuit de raad: Waar de raad aanvullend op het participatiebeleid nadere kaders stelt in een startnotitie, spreken we van ‘maatwerkparticipatie’. Dit kan wenselijk zijn bij dossiers/projecten waarbij sprake is van maatschappelijke impact en/of politieke gevoeligheid. Het beleid stelt niet bij voorbaat criteria voor wat maatwerk is, maar legt vast dat het de verantwoordelijkheid van het college is om waar dat van belang is – en evt. in afstemming met de raad – een startnotitie aan de raad aan te bieden, zodat de raad aanvullende kaders kan stellen. Het doel is dat bij maatwerkparticipatie vooraf duidelijk wordt hoe participatie en besluitvorming zich tot elkaar verhouden. College kan dan voorafgaand aan de besluitvorming verantwoording afleggen over de gevolgde participatie en de gemeenteraad kan de uitkomsten van de participatie dan meewegen in de besluitvorming. 1.3.1 Achteraf breed evalueren om te leren: Om te blijven leren zullen maatwerkdossiers achteraf (dus na evt. besluitvorming) worden geëvalueerd. En ieder jaar organiseert de gemeente een dialoog met de stad over het samenspel.
We nodigen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties uit die in het afgelopen jaar geparticipeerd hebben (zowel in burger- als in overheidsparticipatie). Met de uitkomsten kan het samenspel verder worden verbeterd. 1.4.1 Werkboek om het ‘hoe’ concreet te maken: Beloften en uitgangspunten krijgen pas echt vorm in de praktijk, in het doen. Na vaststelling van dit beleid in de gemeenteraad zal o.m. een werkboek worden ontwikkeld. Het werkboek is een praktische gids voor de organisatie, maar bevat ook een deel dat een hulpmiddel is voor initiatiefnemers uit de stad om hun initiatief verder te brengen. Risico’s: N.v.t. Financiën: Uitgangspunt bij dit beleid is dat het uitgevoerd zal worden binnen de huidige formatie en binnen de al lopende organisatieontwikkeling, dus zonder dat hiervoor extra financiële middelen worden ingezet. Participatie: Dit participatiebeleid is tot stand gekomen door inzichten en geleerde lessen uit o.a. het rekenkameronderzoek naar participatie, de input vanuit bijeenkomsten met de ambassadeurs GO2032, eerdere I&O’s met de gemeenteraad en de participatie rondom de Omgevingsvisie en een interne en externe verkenning van praktijkvoorbeelden door het Participatiegilde. Communicatie: Na vaststelling in de raad zal een publieksvriendelijke leaflet van het beleid en de ambities worden gemaakt om richting stad te communiceren. Duurzaamheid: N.v.t.
Vervolgproces: N.v.t. Bijlagen: “Gorcums Samenspel. Participatiebeleid van de gemeente Gorinchem 2022-2026”
Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester,
Raadsbesluit De gemeenteraad van Gorinchem, Gelet op het raadsvoorstel van het college d.d. 9 november 2021 Gelet op de wettelijke bepalingen
Besluit: 1. Bijgaande nota “Gorcums Samenspel. Participatiebeleid van de gemeente Gorinchem 20222026” vast te stellen, inhoudende dat: 1. de in het beleid omschreven ambities en uitgangspunten het kader vormen voor reguliere participatie; 2. in overige gevallen (‘maatwerkparticipatie’) de raad op voorstel van het college vooraf aanvullende participatiekaders stelt d.m.v. een startnotitie; 3. gevallen van ‘maatwerkparticipatie’ na afronding worden geëvalueerd en op een jaarlijks moment worden besproken met de gemeenteraad en andere betrokkenen. 4. het op basis van dit beleid te ontwikkelen ‘werkboek’ een leidraad is voor de gemeente (‘burgerparticipatie’) en een hulpmiddel voor initiatieven uit de stad (‘overheidsparticipatie’) Aldus besloten in de raadsvergadering van 9 december 2021
Griffier,
Voorzitter,
1 2021-775673 Participatiebeleid Gorcums Samenspel 2022 - 2026.pdf
GORCUMS SAMENSPEL Hoe werken gemeente en stad samen bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken?
Participatiebeleid van de gemeente Gorinchem Periode 2022-2026 9 november 2021
Inhoud 1. Aanleiding: actueel participatiebeleid en praktische werkwijze........................................................... 3 2. Definitie: dit is participatie........................................................................................................................ 4 Burgerparticipatie en overheidsparticipatie............................................................................................. 4 Mate van invloed........................................................................................................................................ 5 3. Motieven & doelen: dit levert participatie op.......................................................................................... 6 Motieven voor participatie........................................................................................................................ 6 Doelen van participatie.............................................................................................................................. 6 4. Beloften & uitgangspunten: zó werken we samen met de stad............................................................ 7 5. Intern samenspel: zó werken raad, college en organisatie samen bij participatie............................... 9 6.
Uitvoering en evaluatie: leren door te doen...........................................................................................11 Werkboek als praktische leidraad............................................................................................................11 Participatiegilde verbindt en borgt..........................................................................................................11 Participatiekalender..................................................................................................................................11 Blijvend in gesprek met de stad...............................................................................................................12 Bijlage 1: geraadpleegde stukken gemeente Gorinchem over participatie.............................................13 Bijlage 2: Omgevingswet en participatie....................................................................................................14
1. Aanleiding: actueel participatiebeleid en praktische werkwijze Participatie – het samenspel van gemeente en stad – is niet nieuw voor de gemeente Gorinchem. De afgelopen jaren hebben we op veel verschillende manieren samengewerkt met de stad. Denk bijvoorbeeld aan het betrekken van inwoners, ondernemers en partners bij het tot stand komen van GO2032, de woon- en transformatievisie, de mobiliteitsvisie maar ook bij projecten in de wijk zoals bijvoorbeeld het ontwerpatelier Haarsekade. Of het faciliteren van initiatieven uit de buurt: Bliek in actie of het realiseren van meer groen of een speeltuin. Hoewel er in de praktijk aandacht is voor participatie, was het participatiebeleid verouderd. Zowel binnen de gemeente áls in de stad is er behoefte aan richting en duidelijkheid: hoe richten wij het samenspel met de stad in? Wat kunnen inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners van ons verwachten? De Omgevingswet gaat in juli 2022 in. Gemeenten moeten dan een participatiebeleid hebben1. Een extra reden om de Gorcumse aanpak te vatten in beleid en een praktische werkwijze voor participatie. Deze praktische werkwijze gieten we in een werkboek dat dan de leidraad is voor de organisatie bij het maken van participatieprocessen (zie hoofdstuk 6). Dit participatiebeleid is tot stand gekomen door inzichten en geleerde lessen uit o.a.
het rekenkameronderzoek naar participatie2, de input vanuit de ambassadeurs GO2032, de participatie rondom de Omgevingsvisie en de verkenning van de praktijkvoorbeelden door het Participatiegilde in de gemeentelijke organisatie. Ambities voor participatie uit ander beleid, hebben we ook in dit beleid opgenomen (zie bijlage 1 voor een overzicht van geraadpleegde documenten). Het resultaat is deze compacte nota. De beloften en de uitgangspunten van de gemeente, ook wel: de vijf vaandels genoemd, hebben in deze nota een belangrijke plek (zie hoofdstuk 3). Een belangrijk uitgangspunt bij de vaandels is dat we de beloften willen waarmaken binnen de huidige formatie. Tegelijkertijd vragen de beloften ook om een ontwikkeling. Een ontwikkeling die aansluit bij de al lopende organisatieontwikkeling. En die past bij de ingezette koers waarbij we in ons dagelijks werk steeds meer open en uitnodigend zijn naar de stad. De beloften en de uitgangspunten krijgen natuurlijk pas echt vorm in de praktijk, in het doen. In dat doen willen we nadrukkelijk in gesprek blijven met de stad. Over concrete participatieprocessen stellen we vragen als: Hoe ervaren betrokkenen zoals bewoners, bedrijven en organisaties het samenspel met de gemeente? Komen we onze beloften na? En wat kunnen we beter doen? Op basis daarvan blijven we het samenspel verder ontwikkelen.
In hoofdstuk 6 Uitvoering en evaluatie lees je daar meer over.
1 Als de gemeente instrumenten van de Omgevingswet vaststelt, moet zij aangeven hoe de belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. Hoe? Dat lees je in de bijlage. 2 Onderzoeksrapportage: Kansen voor actieve burgers, kansen voor beleid? Rekenkamercommissie Gorinchem – 22 maart 2018
3
2. Definitie: dit verstaan we onder participatie Laten we bij het begin beginnen: wat is participatie?
‘Participatie is het samenspel tussen de gemeente en de stad3 voor het realiseren van maatschappelijke vraagstukken’. Burgerparticipatie en overheidsparticipatie We onderscheiden twee vormen van participatie. Wanneer het initiatief voor de participatie bij de gemeente ligt, noemen we dat burgerparticipatie. Denk bijvoorbeeld aan het betrekken van inwoners, ondernemers of maatschappelijke partners bij het evalueren van beleid of bij een gebiedsontwikkeling (de ‘burger’ participeert). Wanneer het initiatief voor de participatie bij de stad ligt, spreken we van overheidsparticipatie (want de ‘overheid’ participeert). In de matrix hieronder zie je beide vormen van participatie uitgezet op de verticale as.
Initiatievenparticipatie in het kader van de Omgevingswet Naast burgerparticipatie en overheidsparticipatie wordt er ook gesproken over initiatievenparticipatie: dat is de participatie die initiatiefnemers in het kader van de Omgevingswet zelf moeten organiseren. Deze vorm hoort ook bij overheidsparticipatie. Voor deze vorm van participatie werken we aan een participatieleidraad voor initiatiefnemers. Deze leidraad wordt ontwikkeld vanuit de vereisten van de Omgevingswet, waarbij de beloften en uitgangspunten van het participatiebeleid richtinggevend zijn.
3 Met ‘stad’ wordt ook bedoeld: inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bezoekers
4
Mate van invloed Op de horizontale as van de matrix hierboven zie je de mate waarin participanten betrokken zijn: die loopt van meedenken tot meebepalen. Deze mate van invloed wordt ook aangeduid als de M’s van de Ringen van Invloed. Bij iedere M heeft de initiatiefnemer en de participant een andere rol. Meeweten*
Meedenken
Meewerken
Meebepalen
Initiatiefnemer
Bepaalt de agenda en houdt de betrokkenen op de hoogte
Is benieuwd naar mening, kennis en inzichten van derden en neemt dat mee in de besluitvorming
Ziet de participant als partner in de totstandkoming en laat de inbreng zwaar meewegen
Laat (deel) beslissingen over aan de participant
Participant
Levert geen input, maar is wel geïnformeerd
Geeft zijn/haar mening en deelt kennis over het onderwerp
Werkt intensief met de initiatiefnemer samen
Is (mede) verantwoordelijk voor de beslissing
*Bij de eerste M (meeweten) gaat het om informeren en is er sprake van eenrichtingsverkeer. We spreken dan over communicatie en niet over participatie. Bij participatie is er sprake van samenspel; een uitwisseling.
Let op! De gemeente kan dus zowel initiatiefnemer als participant zijn voor de participatie. In het geval van burgerparticipatie is de gemeente initiatiefnemer en de extern betrokkene de participant. Bij overheidsparticipatie kan de gemeente de rol van participant hebben, in een proces dat door een externe wordt geïnitieerd.
Neemt de gemeente het initiatief voor de participatie (burgerparticipatie)? Dan bepalen we aan de hand van het vraagstuk welke mate van invloed we de participant geven. Wat ligt er vast? Hoeveel ruimte kunnen we geven? En past dat ook binnen ons budget? We streven dus niet per se naar meebepalen. Een goed participatieproces vraagt om per situatie te bekijken wat de meest passende en effectieve mate van invloed is: zowel vanuit het perspectief van de stad áls van de gemeente.
Uitdaagrecht of Right-to-challenge De gemeente Gorinchem staat er voor open om deeltaken of uitvoering van plannen uit handen te geven aan de samenleving, met bijbehorend budget. Inwoners nemen die taken dan over omdat zij dat ‘beter’, ‘anders’ of ‘met meer maatschappelijk draagvlak’ kunnen doen. Hoe het uitdaagrecht vorm krijgt, leggen we uit in de participatieverordening die in 2022 zal worden ontwikkeld.
5
3. Motieven & doelen: dit levert participatie op Motieven voor participatie Er zijn verschillende motieven om de stad te betrekken bij voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijke opgaven (burgerparticipatie) of het bijdragen aan initiatieven uit de stad die positieve impact hebben op de samenleving (overheidsparticipatie). De drie belangrijkste motieven zijn4: » Inwoners voelen zich mede-eigenaar van de oplossing » We behalen een beter resultaat dan zonder participatie » Er is meer draagvlak voor een besluit Doelen van participatie Als gemeente willen we ons blijven ontwikkelen en verbeteren in het samenspel met de stad. Dat doen we op verschillende manieren. Allereerst moedigen we initiatieven uit de stad aan. We hebben vertrouwen in de kracht van de stad. Zoals we in GO2032 stellen: we werken niet meer vóór, maar mét de stad5. Wat onze uitgangspunten daarvoor zijn, zie je in het eerste vaandel: Samen maken we de stad (zie hoofdstuk 4). Hóe we dat precies doen, werken we uit in het werkboek. Ten tweede vinden we het belangrijk om de juiste groepen te betrekken. Dat betekent dat we steeds kijken wie we in ieder geval samenbrengen bij het vraagstuk en hoe we daarvoor een diverse groep bereiken.
Onder het tweede vaandel ‘We zetten de inwoner centraal’ (hoofdstuk 4), zie je dat we dat doen door aan te sluiten op de leefwereld en de behoeften van inwoners en op bestaande netwerken. Bovendien streven we naar tevreden inwoners als het gaat om participatie. We kunnen niet garanderen dat iedereen altijd tevreden is met de uitkomsten van een participatieproces, maar we zetten wel in op een goed en helder proces. Hoe participanten zo’n afgerond proces hebben ervaren, evalueren we bij maatwerkprojecten (zie ook hoofdstuk 6). Tot slot willen we hoger scoren op participatie in de burgerpeiling die we tweejaarlijks uitvoeren. Samengevat stellen we onszelf vier doelen: » Een verschuiving in balans van burger- naar overheidsparticipatie » Participatietrajecten van de gemeente zijn meer inclusief » Meer betrokkenen zijn tevreden over het proces van participatie » Een hogere score in de burgerpeiling, namelijk een 6,3 in 2023 (een stijging van 0,2)6
4 Werkwijze Samen aan zet, 2017 5 Go2032 Visie op de Stad - ambitie 5: Verbonden samenleving en overheid 6 In de burgerpeiling 2021 scoorde de gemeente Gorinchem een 6,1 op het thema Relatie inwoner – gemeente. Het gemiddelde voor gemeenten van gelijke omvang is een 6,2.
6
4. Beloften & uitgangspunten: zó werken we samen met de stad Vijf vaandels vormen de basis voor de manier waarop het samenspel tussen gemeente en stad vorm krijgt. Per vaandel starten we met de belofte: Wat mag de stad van ons verwachten? Deze belofte is uitgewerkt in een aantal uitgangspunten. In de vaandels spreken we steeds over ‘we’. Daarmee bedoelen we de hele gemeente: de raad (incl. griffie), het college én de organisatie. Inwoners zien ons namelijk als één. Maar, het samenspel wordt ook gevormd door de andere betrokkenen, zoals inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het samenspel vraagt om nieuwe rollen en een andere houding van álle betrokkenen. Met deze beloften en uitgangspunten nemen we als gemeente onze verantwoordelijkheid en geven we inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de ruimte om hun rol te pakken.