Agendabundel
Tekst van het document
In ieder geval de volgende gebouwdelen en voorzieningen aansluiten op de noodstroomvoorziening: • Alle SER- en MER-ruimtes (inclusief telefooncentrale); • Brandbeveiligingsinstallatie; • Inbraakbeveiliging; • Toegangscontrolesysteem; • Noodverlichting; • Liften (automatisch naar begane grond te sturen). Kabelwegen indien herziening noodzakelijk is. In het gebouw een horizontale en een verticale installatietechnische infrastructuur realiseren voor sterkstroom-, zwakstroom- en datasystemen. De in de schachten geïnstalleerde leidingen, onderverdeelinrichtingen, kabels en dergelijke zijn per verdieping eenvoudig bereikbaar, onderhoudbaar en uitneembaar. In verband met eventuele uitbreiding van de installaties hebben kabelwegen bij oplevering waar mogelijk een reservecapaciteit van circa 20%. De leidingtracés zijn overzichtelijk, goed bereikbaar, aanpasbaar en zo mogelijk uitbreidbaar. De leidingtracés en hun onderlinge verbindingen zijn aangepast aan buigstralen etc. van de toe te passen kabelsystemen. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de nog toekomstig te leggen kabels. De kabelgoten zijn voldoende brandwerend, akoestisch isolerend afgewerkt ter plaatse van doorvoeringen door wanden en plafonds en vloeren. Verlichtingsinstallatie - 32 -
De kunstmatige verlichting in het gebouw draagt bij aan een optimale bedrijfsvoering en dient voorzien te zijn van het Enec keurmerk. Alle ruimtes zijn voorzien van een voor het gebruik geschikte kunstmatige verlichting, waarbij er geen hinder door verblinding of reflectie ontstaat. Bij verlichting in kantoorruimtes extra aandacht voor beeldschermgebruik, inkijkhoek en reflectie. In specifieke ruimtes zoals de theaterzaal en de repetitieruimte worden aanvullende eisen gesteld ten aanzien van regelbaarheid, verlichtingsniveau en uitstraling. Het type armatuur voor de algemene verlichting bepalen, in overleg met de architect, opdrachtgever en de gebruiker, op basis van het beoogde gebruik en de doelstellingen ten aanzien van energiebesparing. De sfeerverlichting en de zaalverlichting in de uitvoeringszaal dient de gewenste uitstraling te ondersteunen. Armaturen en lichtregeling, treden en tribune verlichting in de uitvoeringszaal afstemmen met de adviseur theatertechnieken. De toepassing van beeldschermvriendelijke armaturen met een spiegelreflector en dwarslamellen in de kantoorruimtes maakt onderdeel uit van de ontwerpafweging. Noodverlichtingsinstallatie De nood- en vluchtwegverlichting zijn in LED. Noodverlichting eveneens voorzien in alle technische ruimtes en ter plaatse van het brandweerpaneel.
De noodverlichtingsinstallatie dient te worden uitgevoerd als een decentraal systeem en dient geheel te voldoen aan de voorschriften en regelgeving. De noodverlichting mag bij voorkeur niet worden gevoed met aparte batterijen per element, maar aangesloten op een centrale accubatterij die bij uitval overgaat op noodstroom. Speciale aandacht vraagt de theaterzaal waar – bij voorstellingen in het donker – de nood- en vluchtwegverlichting niet hinderlijk mag zijn. Plaats, intensiteit, regelbaarheid, en kleur van deze verlichting dient in overleg met de theater technisch adviseur en brandweer te worden bepaald. Bij voorkeur wordt -beveiligd met een vasthoudbeveiliging een totale black-out gerealiseerd Buitenverlichting De kunstmatige verlichting aan en rondom het gebouw heeft een zodanig niveau dat een optimale uitvoering van het bedrijfsproces mogelijk is, en er geen hinder door verblinding of reflectie ontstaat. Het aanlichten van het gebouw voorzien van, voor het gebruik geschikte, kunstmatige verlichting, een en ander te ontwerpen in samenhang met de aanwezige openbare verlichting en met inachtneming van het advies van de architect. De buitenverlichting voldoet aan de onderstaande eisen: • Bij alle buitendeuren een effectieve vandaalbestendige buitenverlichting plaatsen. • Een mogelijk horeca terras is voorzien van aansluitingen t.b.v.
terrasverlichting, sfeerlicht, horecavoorzieningen • Buitenverlichting is uit schakelbaar bij evenementen in de buitenruimte. • Voor de terreinverlichting en de verlichting van de buitenzijde van het gebouw, als ook reclameverlichting is extra aandacht nodig. Het geheel moet in samenhang aangepast kunnen worden aan de aard van de presentaties, activiteiten of thematische kleuren bij feesten of gedenkdagen. • Boven de hoofdentree een aansluitpunt voor eventueel verlichte naamaanduiding en data opnemen.
Aansluitvoorzieningen
De gehele licht/ krachtinstallatie is, waar mogelijk, een inbouwinstallatie. - 33 -
In de publieksruimtes (entree, bibliotheek) en op daartoe geëigende plekken aansluitvoorzieningen opnemen voor sfeerverlichting, seizoen aankleding (kerstboomverlichting), beeldschermen, schoonmaak (stofzuiger), en voor licht en geluid bij kleinschalige optredens of presentaties (randprogrammering aansluitingen). De verlichting is handmatig aan- en uitschakelbaar en dimbaar. De lichtschakeling in de uitvoeringszaal en de repetitieruimte moet handmatig kunnen worden bediend. De kleedruimtes voorzien in spiegelverlichting (driepuntsbelichting) en aansluitpunten voor scheerapparaat, haardroger en strijkbout en daarnaast voor het opladen van een notebook of tablet. De aansluitvoorzieningen in de keukenruimtes bepalen in overleg met de gebruiker en opdrachtgever. Verder gelden de volgende uitgangspunten: • Toiletten en kleedkamers voorzien van aanwezigheidssensoren voor de aan- en uitschakeling van de lichtinstallatie. Daarbij moet de mogelijkheid zijn om per ruimte de sensoren te overbruggen en de verlichting permanent aan of uit te zetten. • Werkkasten voorzien van een gecombineerde schakelaar en dubbele wcd. Ook rekenen op een aansluiting ten behoeve van een boiler. T.b.v. opnames door bijvoorbeeld de lokale omroep op een hiervoor geschikte plaats kabeldoorvoeren opnemen, voor zowel gewone stroom als voor krachtstroom.
Verder aansluitvoorzieningen E (licht en kracht) & data voorzien voor deze faciliteiten. De voorzieningen in de uitvoeringszaal worden opgegeven na vaststelling van dit PvE en op grond van toekomstig ambitieniveau. Voorlopig uit te gaan van: • • • • • •
2 x 63 A 3 ph. Aarde en nul 2 x 32 A 3 ph. Aarde en nul ± 40 wcd’s t.b.v. licht, te voeden vanuit de dimmer/switch ruimte (denk aan de startrush van LED-armaturen) ± 20 wcd’s vanuit een LVK ± 20 wcd’s t.b.v. geluid – (aarde direct verbonden met hoofaardrail, tenzij volledig overgegaan wordt op digitale geluidssystemen) 1 x 32 A 3 ph. Aarde en nul t.b.v geluid.
De voorzieningen voor de Horeca worden opgegeven na vaststelling van dit PvE en op grond van toekomstig ambitieniveau. De nieuwe DND is gebouw waarin overal gewerkt, gezocht, geraadpleegd en gecommuniceerd wordt, tevens worden er evenementen, cursussen en presentaties gegeven. Voor dit gebouw uitgaan van ± 900 tot 1000 wandcontactdozen.
Schakelingen, storingen en sturingen
Standaard zijn de centrale schakelingen, storingen en sturingen op een centrale bedienplaats aanwezig. De schakelingen, storingen en sturingen zijn bedienbaar vanaf een bedieningspaneel (touchscreen). Het schakelen van de verlichting als volgt: • De mogelijkheid tot het centraal schakelen van de verlichting van het gehele gebouw, het schakelen per gebouwzone, per verkeersruimte en per verblijfsruimte door middel van
- 34 -
• • •
software- en handmatige schakelaars op logische plekken. Een en ander in samenhang beschouwen met de gekozen verlichtingsregelingen. De mogelijkheid tot het centraal schakelen van nader te bepalen gebouwzones. Verlichting van verkeersruimtes e.d. centraal per verdieping en bij de hoofdingang schakelbaar. Schakeling van het GBS (E&W-installatie) door activering/deactivering van het inbraakalarmsysteem.
Krachtinstallatie
De krachtinstallatie bestaat uit leidingen en schakelmateriaal ten behoeve van 230V/400Vaansluitpunten. Genoemde aansluitpunten zijn bestemd voor apparatuur en machines, zoals: • Werktuigkundige installaties • Theater technische installaties en voorzieningen • Boilers • Keukenapparatuur De krachtinstallatie dient gescheiden van de lichtinstallatie te worden uitgevoerd. Het benodigde elektrische vermogen dient door middel van berekeningen te worden bepaald. Hierin is een reservecapaciteit van 20% wenselijk.
Brandmeld-/ontruimingsinstallatie
Het gebouw heeft een brandbeveiliging ter preventie, detectie en beperking van brand, volgens de eisen van de plaatselijke brandweer, verzekeraar en de landelijke wettelijke eisen en richtlijnen. De brandmeldcentrale is adresseerbaar, van een modulaire uitvoering en uitbreidbaar met groepen voor zowel automatische als handbrandmelders. De omvang van de bewaking laten bepalen door de bevoegde autoriteit, op basis van aspecten als: • Het doel van de bewaking (beveiliging van personen en/of goederen); • De bestemming en hoogte van het gebouw; • De aanwezigheid en de validiteit van personen; • Het brandrisico. Een en ander nader te bepalen en op te nemen in het programma van eisen voor de brandmeldinstallatie op te stellen door de adviseur brandveiligheid. Doormelding naar de hulpdiensten en het (vertraagd) inschakelen van de collectieve alarmering is daar onderdeel van. Een niet goed gecontroleerde ontruiming neemt risico’s met zich mee. De alarmering en het ontruimingsprotocol zullen zorgvuldig afgestemd moeten worden. Houdt rekening met het gebruik van theaterrook in en om de uitvoeringszaal. De brandmeldinstallatie dient compleet te worden uitgevoerd volgens de in het daarvoor opgestelde PvE genoemde voorwaarden, waarbij de brandmeldinstallatie bij oplevering gecertificeerd is. Het certificaat dient aan de gebruiker en de gemeente te worden verstrekt.
De ontruiming vindt ten minste plaats door middel van slow-whoops (type B). De zonering van de brandmeldinstallatie en de ontruiming aan de hand van het ontwerp bepalen. De toegangsdeuren van de uitvoeringszaal worden opengehouden of gesloten d.m.v. kleefmagneten. Deze worden ook in het brandmeldcircuit opgenomen. In de theaterzaal wordt theaterrook en of een hazer gebruikt. De brandmelders in de theaterzaal en de ruimten daaromheen negeren theaterrook en hazerdamp.
- 35 -
Veiligheidsaarding
Het gebouw en de installaties hebben een veiligheidsaarding volgens de regelgeving, en ook de EMCrichtlijnen. Voor de geluidsinstallaties is er waarschijnlijk al een separaat aarde netwerk (“schone” aarde), indien aanwezig behouden De geluidgroepen hebben een eigen verbinding met de hoofdaardrail. Op de aardingsinstallatie zijn de volgende onderdelen aangesloten: • Aarding van de verdeelkasten; • Alle metalen delen die niet tot de elektrische installatie behoren, maar waarvoor krachtens de voorschriften een directe aardingsvoorziening is vereist; • Kanalisatie; • Bliksembeveiliging.
Bliksembeveiliging
Het gebouw heeft mogelijk al een bliksemafleiderinstallatie. Deze behandelt zowel het bliksemafleidsysteem als de aanwezige elektronische systemen. Een complete risicoanalyse op het ontwerp is noodzakelijk. Overspanning afleiders hebben een lifecheck-functionaliteit.
Toegangscontrolesysteem
Het gebouw kent de onderstaande toegangszones: • Publieksruimtes • Niet-publieksruimtes. • Repetitieruimtes. Tevens zijn in het gebouw nog een aantal specifiek te beveiligen ruimtes, zoals instrumentenopslag, apparatuur theaterzaal, et cetera. Elke overgang naar een andere toegangszone is gereguleerd, zodanig dat delen van het gebouw gesloten kunnen zijn terwijl andere delen in gebruik zijn. Denk hierbij aan de avondactiviteiten. De toegangscontrole is geregeld door middel van cijfercodes, druppels of pasjes (nader te bepalen), en sleutels. Hiermee kan toegang worden verkregen tot de verschillende toegangszones en ruimtes. Voor minder validen hebben nader te bepalen deuren (afhankelijk van het ontwerp) een drukknop voor automatische deurbediening.
Inbraakbeveiliging
Het gebouw heeft op de begane grond en daar waar het pand op de verdiepingen door inbrekers van buitenaf bereikbaar is, een automatisch inbraakbeveiligingssysteem met alarmopvolging door middel van doormelding. De inbraakdetectie is geregeld met bewegingsmelding. De beveiligingscentrale is modulair uitbreidbaar en heeft een noodvoeding en een automatische telefoonkiezer. Het gebouw is zodanig gecompartimenteerd dat een insluiper nooit in meer dan een gebouwzone kan komen zonder gesignaleerd te worden. De alarminstallatie biedt de mogelijkheid slechts voor (nader te bepalen) delen van het gebouw te worden geactiveerd. Door visualisatie op een bedieningspaneel bij de entree, te combineren met het brandmeldpaneel, is de installatie te monitoren. De inbraakdetectie is gekoppeld aan de camerainstallatie die is aangesloten op het datanetwerk. De inbraakbeveiliging koppelen aan de verlichtingsen klimaatinstallatie. Delen van het gebouw waar verschillende gebruikers actief zijn moeten apart te (de)activeren zijn. Pas als alle gebruikers de installatie hebben geactiveerd zullen ook de gezamenlijke zones beveiligd
- 36 -
worden. Aan de hand van de eisen van de verzekeraar en ook het beveiligingsplan de diverse beveiligingszones realiseren. De verdere bepaling vindt plaats in de fase van het Definitief ontwerp. Camerabewaking Bij alle toegangen tot het gebouw camera's plaatsen: alle toegangen zijn zichtbaar op een monitor bij de receptie/inleverbalie. De centrale van de beveiligingsinstallatie bevindt zich in de IT/ICT-ruimte Het camerasysteem heeft een netwerkaansluiting met een beveiliger, zodat - na alarmering - de beelden door een bewakingsdienst (buiten werktijden) na alarmering kunnen worden bekeken, live en/of terugkijkend. Daarnaast opname apparatuur voor intern gebruik, waarbij alle camerabeelden minimaal 72 uur teruggekeken kunnen worden.
Telefoon-/datanetwerkinstallatie
De data-installaties bestaan uit een universeel (glasvezel- en internet-)bekabelingsnetwerk van aansluitpunten, alwaar toegang kan worden verkregen tot het centrale computersysteem (server), telefoon en internet. De theaterzaal en muziekcursusruimtes zijn voorzien van een separate dubbele glasvezelverbinding om opnamen met externe muzikanten mogelijk te maken of een evenement te kunnen livestreams. Ook dient het gehele gebouw te worden voorzien van voldoende aansluitpunten voor access points, zodat naast bekabelde aansluitpunten meerdere draadloze datanetwerken kunnen worden opgebouwd. Het exacte aantal access points is afhankelijk van het bouwkundig ontwerp en het te verwachten gebruik. Het toe te passen type kabel is nader te bepalen in overleg met opdrachtgever en gebruiker en dient te voldoen aan de actuele eisen op het moment van uitvoering van de bouw. Het volgende aantal aansluitpunten dient te worden aangehouden: -
Per (kantoren of flex)werkplek (inclusief kassa) 2 aansluitpunten.
In de volgende ruimtes dienen de volgende aantallen voor algemene toepassingen (dus exclusief de aantallen ten behoeve van de losse inrichting en de gebruik specifieke inrichting) te worden aangehouden: •
Publieksruimtes (Bibliotheek, repetitieruimte, cursusruimten) 2 aansluitpunten/ruimte of 10 m2 Overige ruimten (tenzij anders aangegeven, gebruik specifiek) 2 aansluitpunten per 20 m2
Tot de data-installatie behoren de benodigde patch- en 19"-kasten voor afmontage van werkplek- en backbonebekabeling. Uitgangspunt is een centrale patchruimte. Kabellengten van patchkast tot outlet niet langer dan 90,0 m. Informatie dragende bekabeling is gescheiden van de sterkstroombekabeling om interferentie te voorkomen, volgens de NEN-EN 50174-2.
Deur intercominstallatie. Ter plaatse van de entree een spreek-/luister-verbinding met de receptie, de kantoorruimte voor het secretariaat installeren met een voorziening om te kunnen doorschakelen naar een mobiel toestel.
- 37 -
De deurbelinstallatie en intercom zijn bedienbaar bij de ontvangstbalie (ook te gebruiken voor minder validen). De buitenposten zijn vandaalbestendig.
Omroep- en achtergrondmuziekinstallatie
Deze wordt nader opgegeven in het theater technisch PvE/
Beeldschermen Een aantal ruimtes hebben aansluitpunten voor beeldschermen, denk hierbij aan de bibliotheekvloer, de begane grond t.b.v. elektronische afficheborden, vergaderkamers, leslokalen en enkele cursusruimtes. In de theaterzaal komen aansluitingen voor AV-apparatuur, op te geven in het theater technisch PvE.
Liften De functionaliteit en omvang van de in te brengen publiekslift is zoveel mogelijk aangepast aan de hoofdfunctionaliteit en kan ook t.b.v. horeca-uitgiftepunten dienstdoen. De goederenlift (herintroductie van een grote lift aan de Haarstraatzijde) bij de laad en los heeft een wachtvoorziening zodat er -zonder dat de deuren steeds trachten te sluiten- laad en losbewegingen kunnen plaatsvinden. Alleen de goederenlift kan de eenpersoonshoogwerker vervoeren (± 1600 kg).
- 38 -
Bijlage I Eisen gebruik ruimten. Entree / Barie (Varkensmarkt) -
Functie: ‘blended space’ (lezen, werken, ontmoeten, horeca, kaartverkoop). Toegang en routing naar café, studieruimte, bibliotheek, maakplaats, zalen en verdieping. De routing naar de zalen zodanig maken dat kaartcontrole en het tellen van bezoekers mogelijk is. Beeld: open en transparant, publiekslift en trappenhuis als herkenningspunt. Eisen: klimaatbuffer bij buitendeur – bij voorkeur buiten de huidige gebouwgrenzen, compartimentering mogelijk, voldoende stroom/ICT. Capaciteit: 60–100 zitplaatsen, multifunctioneel inzetbaar. Bijzonder: Barie als centrale bar, met keuken erachter (gastvrijheid + exploitatiebasis). Voorzieningen conform HACCP, opslag en voorbereiding voor eenvoudige kaart.
Keuken & horeca-opslag -
Voorbereiding lunch/borrel; koelingen/vriezer, vaatwas, opslag. Voldoet aan HACCP, ruimte voor 2–4 medewerkers, voldoende stroom/ventilatie.
Sanitair (publiek & medewerkers) -
Publiek BG: uitbreiding en modernisering, inclusief MIVA-toilet; keuze voor m/v of genderneutraal. Medewerkers: meerdere units verspreid in gebouw, incl. MIVA-toilet. Algemeen: zwevende toiletpotten, schoon maakbaar, verlichting handmatig te overbruggen.
Werkomgeving -
Werkconcept: Rust–Ruis–Reuring (concentratie, samenwerking, ontmoeting) Werkplekken: o o o
-
Individueel stil werk: 6 m² p.p. Samenwerkplekken: 6 m² p.p. Aanlandplekken: 2,5 m² p.p.
Vergader-/leslokalen: multifunctioneel, ca. 50 m² per ruimte. Overige ruimten: project-/brainstormruimte (50 m²), lobby/pantry artiesten (25 m²), medewerkerswerkplaats (20 m²), garderobe & lockers, repro (5 m²).
Theaterzaal en faciliteiten •
Ambitie: De Nieuwe Doelen richt zich primair op amateurkunst, lokaal talent en kleinschalige optredens. Het gebouw is geen schouwburg maar een cultuurhuis.
-
Voorbereiding toekomst: technische voorzieningen worden waar mogelijk zo gekozen dat uitbreiding en opschaling later mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij podiumtechniek en akoestiek. Zaal: behouden; ca. 400 stoelen, inclusief rolstoelplaatsen. Nieuwe vloer, betere geluidsisolatie naar foyers, verduistering mogelijk.
-
- 39 -
-
Regie: vaste posities licht/geluid/AV; voldoende bekabeling en intercom. Zijtoneel links: opslag/techniek, toegang loopbruggen. Zijtoneel rechts: uitbreiden voor opslag en koppeling met goederenlift. Toneel: compactere, uitbreidbare hijsinstallatie passend bij stadsprogrammering; Internetverbinding: hoogwaardige streaming mogelijk. Foyers: inzetbaar als oefenruimte; daglicht terugbrengen met verduistering; nieuw sanitair aan rechterzijde. Kleedkamers: twee grote en vier kleine; ook inzetbaar als overleg/oefenruimte. Douches en ventilatie op orde, optie voor genderneutraal.
Ondersteunende en logistieke functies -
Repro / opslag / werkplaats: centraal en in catacomben; ventilatie vereist. Facilitair: nabij Haarstraat-goedereningang; voorraad en onderhoud. Kolf-/rustruimte: ±10 m², hygiënisch en rustig. Werkkast: per bouwlaag, incl. uitstortgootsteen. Goederenlift: groot (min. 6 m²), gekoppeld aan personeelsingang; geschikt voor decor, horeca, techniek. Theaterwerkplaats: opslag + maken/repareren decors/kostuums; kan uitleenfunctie vervullen.
Buitenruimte -
Tuin van de Binnenstad: stadstuin met vrijwilligersbeheer; klimaat adaptief, zitplekken, stroom en water; recht van overpad borgen. Laad & los (Haarstraat): grotere zone op eigen terrein; verlichting en zichtlijnen, bakwagens kunnen blijven staan.
Technische randvoorwaarden -
Veiligheid: zones afsluitbaar, vandalismebestendige materialen, overzichtelijk. Brandveiligheid: conform wet- en regelgeving, compartimentering, vluchtroutes. Toegangs-/inbraakbeveiliging: pas-systeem, camera’s bij entrees. Werkplekvoorzieningen: minimaal 4 stopcontacten p.p., buitenzonwering screens, binnen zonwering optioneel. Binnenklimaat: verwarming/koeling via nieuwe installatie (op dak), 21°C norm, RV 40–65%, goede ventilatie. Akoestiek: werkplekken 0,6–0,8 s, samenwerkzones 0,5–0,7 s, isolatie 40–45 dB; theaterzaal aparte akoestieknormen.
- 40 -
GOVERNANCE CULTUURHUIS DE NIEUWE DOELEN 1. Uitgangspunt Cultuurhuis De Nieuwe Doelen is van en voor de stad. De nog op te richten Stichting Cultuurhuis De Nieuwe Doelen (hierna: de stichting) is verantwoordelijk voor het beheer, de exploitatie en de programmering van het huis. De stichting bewaakt de missie en visie, zorgt voor een transparant en duurzaam gebruik van het gebouw en coördineert programma dat past bij de diversiteit van Gorinchem. De stichting is daarmee niet alleen beheerder, maar ook aanjager van inhoud en vernieuwing, in nauwe afstemming met onder meer de bibliotheek als belangrijke partner en huisgenoot. 2. MISSIE en visie De Nieuwe Doelen wordt het culturele hart van Gorinchem, waar cultuur, ontmoeting en leren elkaar versterken. De visie is dat het cultuurhuis ruimte biedt aan meerdere disciplines en doelgroepen. Het gebouw wordt zo ingericht dat er verschillende activiteiten gelijktijdig kunnen plaatsvinden, wat leidt tot synergie tussen gebruikers. Het wordt nadrukkelijk geen cultureel verzamelgebouw of buurtcentrum, maar een cultuurhuis met statuur: een dynamische, uitnodigende plek die aansluit bij de gedachte van de ‘third place’ van de bibliotheek, met de sfeer van theater, film, muziek en makers. Een huis dat verbindingen legt met maatschappelijke organisaties zonder de ambitie (weer) een schouwburg te zijn. 3.
De organisatie achter het huis De stichting i.o. kiest in de opstartfase voor een bestuur met een coördinator/programmeur. Het bestuur bewaakt de missie, houdt toezicht op het maatschappelijk en financieel beleid en vertegenwoordigt de belangen van de stad en gebruikers. De dagelijkse leiding ligt bij een coördinator/programmeur die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de programmering, publieksontwikkeling en fondsenwerving, Hij of zij werkt samen met uitvoerder cultuurparticipatie (producent), een marketeer/verhuurcoördinator, een theatertechnicus/huismeester (allen zzp’ers) en een grote groep vrijwilligers. Zo vormt de stichting een compacte, slagvaardige organisatie die tegelijk stevig verankerd is in de stad. De stichting laat zich voeden en spiegelen door twee vaste overlegstructuren. De programmaraad adviseert over de inhoudelijke koers en bestaat uit vertegenwoordigers van bibliotheek, amateurkunst, onderwijs en welzijn. Hun adviezen zijn niet bindend maar dragen bij aan een rijker en divers programma. Daarnaast is er het gebruiksoverleg, waarin vaste huurders, structurele gebruikers en incidentele partners samenkomen. Hier worden niet alleen afspraken gemaakt over ruimtegebruik en samenwerking maar ook over gezamenlijke publiekswerving en coproducties. Op deze manier wordt het Cultuurhuis gedragen door iedereen die er gebruik van maakt. 4.
Samenwerking met de stad De stichting i.o. positioneert het Cultuurhuis nadrukkelijk als verbinder. Activiteiten van bibliotheek, amateurkunst, scholen, maatschappelijke organisaties en culturele partners worden samengebracht en versterkt. Vrijwilligers krijgen daarin een vaste en belangrijke plek. 5. De rol van de gemeente De gemeente is eigenaar van het gebouw en een belangrijke publieke partner. Via een stuurgroep waarin gemeente, bibliotheek en de stichting samenwerken wordt de voortgang bewaakt en worden publieke belangen geborgd. Daarnaast zijn er periodieke gesprekken over exploitatie, de maatschappelijke impact en meer lange termijn investeringen. De stichting heeft de dagelijkse regie en de gemeente denkt op afstand mee en blijft medeverantwoordelijk voor de maatschappelijke en culturele waarde van het Cultuurhuis. 6. Gremia + verantwoordelijkheden 6.1 Stichting (bestuur + uitvoering) De stichting is besluitvormend over exploitatie, programmering, beheer, personeel en contracten. De stichting legt verantwoording af aan de gemeente (via de stuurgroep) over de stand van zaken, de maatschappelijke impact, financiële gezondheid en strategische koers. 6.2 Programmaraad De programmaraad is adviserend aan de stichting en bestaat uit vertegenwoordigers van bibliotheek, amateurkunst, onderwijs, welzijn en de culturele sector.
Adviezen zijn niet bindend, maar dragen bij aan kwaliteit en diversiteit van het programma.
6.3 Gebruikersoverleg Operationeel overleg tussen vaste huurders, structurele gebruikers en incidentele partners. Taken: afstemming ruimtegebruik, gezamenlijke publiekswerving en bespreken van knelpunten. 6.4 Stuurgroep Bestaat uit gemeente (vastgoed en cultuurbeleid), bibliotheek en stichting (bestuur). Strategisch en toezichthoudend, niet besluitvormend over de dagelijkse bedrijfsvoering. Taken: bewaken publieke belangen, volgen exploitatie en samenwerking, afstemmen over investeringen en subsidies.
EXPLOITATIEOPZET CULTUURHUIS TBV RAADSVOORSTEL 16 DECEMBER 2025 Huurder Bibliotheek Stichting Totaal
LASTEN Kapitaallasten Operationele kosten (verhuurder) Integrale servicekosten Integrale energiekosten Integrale facilitaire kosten Exploitatiekosten Stichting Totaal DEKKING Huursubsidie gemeente¹ Begroting 2026 BibliotheekAZ (huidig) Begroting 2026 BibliotheekAZ (extra) Verhuur ruimtes Stichting Subsidies, fondsen, eigen inkomsten Stichting
SALDO 1e jaar (tekort)
m² 2.003 501 2.504
€ € € € € € €
€ € € € € € €
Deel 80% 20% 100%
totaal 699.039 61.915 10.226 41.316 28.659 841.155 275.000 1.116.155
€ € € € € € €
totaal 727.462 98.500 15.126 158.800 69.200 1.069.088
Bibliotheek AanZet € 559.231 € 98.500 € 15.126 € € € 672.857
(47.067) €
Bibliotheek AanZet 559.175 49.527 8.180 33.050 22.925 672.857 672.857
0
€ € € € € € €
Stichting Cultuurhuis 139.864 12.388 2.046 8.267 5.734 168.298 275.000 443.298
Stichting Cultuurhuis € 168.231 € € € 158.800 € 69.200 € 396.231 €
¹is het totaal aan huisvestingslasten voor de bibliotheek minus € 113.693 (zijnde 80% van de exploitatiekosten raadsvoorstel november 2024).
(47.067)
EXPLOITATIEBEGROTING STICHTING CULTUURHUIS DE NIEUWE DOELEN Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 4
Jaar 5
BATEN Externe verhuur Horeca-opbrengsten Interne verhuur Eigen programmering (netto) Fondsen, sponsoring, donaties Bijdrage exploitatielasten naar rato van BVO's
€ € € € € €
127.300 28.300 3.200 5.000 50.000 14.200
€ € € € € €
145.200 32.200 6.800 10.000 40.000 14.200
€ € € € € €
186.400 41.300 10.800 15.000 45.000 14.200
€ € € € € €
207.200 45.800 13.300 15.000 42.500 14.200
€ € € € € €
229.700 50.800 15.200 15.000 40.000 14.200
TOTAAL BATEN
€
228.000
€
248.400
€
312.700
€
338.000
€
364.900
LASTEN Personeelskosten (ZZP) Afschrijvingen Marketing en communicatie Operationele lasten Kantoor en financiële lasten Prijscompensatie
176.400 4.000 11.000 77.100 6.500 -
193.180 4.000 11.000 77.100 8.000 2.600
218.910 4.000 11.000 79.600 7.800 5.100
228.090 4.000 11.000 79.600 7.800 7.600
237.660 4.000 11.000 79.600 7.800 10.100
TOTAAL LASTEN
275.000
295.880
326.410
338.090
350.160
EXPLOITATIERESULTAAT
(47.000)
(47.480)
(13.710)
(90)
14.740
Vragen van Democraten Gorinchem aangaande “het Cultuurhuis” voor de I&O sessie van 4 december 2025
T.a.v. uw begeleidende mail; Stuk “Consultatie”; U noemt 80 organisaties die de Nieuwe Doelen gebruikten voor in totaal 1000 dagen van repetities. Deze organisaties zijn na coronaperiode, wat u als referentieperiode benoemt, vaak gratis of tegen zeer gereduceerd tarief in de Nieuwe Doelen geweest. 1. De genoemde 1000 dagen omvatten een dagelijkse bezetting van 2,75 jaren terwijl de corona periode niet zo lang duurde. Hoe moeten we dit genoemde aantal dagen duiden? De 1000 dagen zijn een cumulatieve optelsom van alle repetitie- en gebruiksdagen van ongeveer 80 organisaties. Het gaat dus niet om 2,75 jaar onafgebroken gebruik, maar om in totaal aan gebruikersdagen per groep, die vaak parallel in dezelfde weken plaatsvonden. Dit getal laat de omvang van het totale gebruik zien, niet de duur van de kalenderperiode. 2. Kunt u een inschatting maken of deze organisatie gaan repeteren en uitvoeren in het Cultuurhuis wanneer daar een verhuurtarief wordt gevraagd? De exploitatiebegroting is gebaseerd op de financiële uitgangspunten zoals vastgesteld in november 2024. De verwachtingen zijn opgesteld in consultatie met betrokken partners, sluiten aan op een behoefte om de zaal en ruimtes te gebruiken. De huurprijzen zijn marktconform. Culturele partners zijn vrij om te kiezen. De verwachtingen zijn gebaseerd op consultatie en interesse die gebleken is uit het participatieproces. 3.
Welk tarief heeft u hierbij vanuit het Cultuurhuis in gedachten? In de calculatie van huuropbrengsten zijn de volgende tarieven gehanteerd, met een jaarlijkse indexatie van 5% na het eerste jaar: zie ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’. Dit zijn tarieven inclusief gebruik van aanwezige techniek en ondersteunende ruimte, exclusief personele assistentie (technici, garderobe, publieksbegeleiding) en exclusief diensten als extra schoonmaak en beveiliging. 4. Welk tarief vinden deze organisatie redelijk en draaglijk om uit hun eigen inkomsten (geen gemeentelijke subsidie) op te brengen? Zie huurtarieven uit ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’. We gaan ervanuit dat het maatschappelijk tarief van €160 per dagdeel realistisch en draaglijk is. 5. Zijn er gebruikers die commitment hebben uitgesproken voor toekomstig gebruik en in welke omvang? Er zijn stichtingen, verenigingen en makers die hebben geïnformeerd naar de
verschillende ruimtes in het Pve van het Cultuurhuis met de intentie om daar tegen betaling (maatschappelijk en commercieel) structureel en incidenteel gebruik van te maken. Het vastleggen van afspraken in contractvorm is nu nog niet aan de orde. In het Programma van Eisen benoemt u dat stap voor stap iteratief wordt getoetst op haalbaarheid, kosten en alternatieven. 6. Zijn er go/no go momenten ingebouwd om te voorkomen dat de gemeente Gorinchem behoed wordt voor uitgaven die later onverantwoord blijken te zijn? Zowel de verbouwing als het interieur moeten binnen de gestelde begroting plaatsvinden. Voor extra techniekkosten zal geworven moeten worden door de projectleider en kwartiermaker in afstemming met de gemeente als opdrachtgever. 7. Zo ja; bij wie wordt dit besluit belegd? Worden er in de tijdlijn en in de afweging ijk- en beslispunten vastgelegd? Bij de gemeente. Onder “Concept Cultuurhuis” benoemt u dat er een breed gedragen initiatief is. 8. Er zijn de afgelopen maanden ook duidelijke en meervoudige signalen gehoord die tegen uw concept zijn uitgesproken. Uw constatering doet geen recht aan deze tegengeluiden.
Hoe waardeert u deze geluiden? Het concept voor het Cultuurhuis heeft als insteek de culturele infrastructuur en voorzieningen in Gorinchem voor alle partijen (cultureel, maatschappelijk en commercieel) te versterken, niet om bestaande activiteiten en voorzieningen te belemmeren of te beconcurreren. Het ons bekende tegengeluid trekt niet het concept voor het Cultuurhuis in twijfel, maar stelt vragen over een gelijk speelveld voor zaalruimte verhurende en programmerende podia, met name over al dan niet marktconforme verhuurprijzen en al dan niet voldoen aan regels van de Wet Markt & Overheid. Deze zorgen komen in het vervolgtraject voor juridische en financiële uitwerking Cultuurhuis De Nieuwe Doelen aan bod. Stuk “Financiën”; In de exploitatiebegroting geeft u geen onderbouwing van de cijfers. Een subsidieaanvraag vanuit een organisatie uit onze stad zou op aanlevering van een dergelijke begroting afgewezen worden. De motivatie zou luiden dat er geen voldoende onderbouwing op de cijfers wordt gegeven. Gaarne ontvangen we een onderbouwing bij de genoemde cijfers? 9. Welke kosten neemt u mee in de integrale servicekosten en waarop zijn deze gebaseerd? Zie uitleg begroting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen – December 2025
10. Is er voorzien in een voorlopig onderhoudsplan waardoor de kosten op termijn ook in te schatten zijn? Zie uitleg begroting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen – December 2025 11. Heeft u bij de integrale energiekosten rekening gehouden met de stijgende kosten? Hoe schat u in dat deze kosten zich in de toekomst gaan ontwikkelen? Voor het budget van een gebouw zoals het Cultuurhuis kun je uitgaan van + 2-4% per jaar extra energielasten - dat is redelijk conservatief maar realistisch. In de begroting houden we voorlopig een percentage van 2% aan. Bij de uitwerking van de installaties en de verduurzaming van het gebouw toetsen we steeds of dit percentage nog reëel is. 12. Bij de integrale facilitaire kosten tasten we volledig in het duister. Wat heeft u hiermee voor ogen? Zie uitleg begroting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen – December 2025 13. Hoeveel bedraagt de structurele jaarlijkse exploitatiebijdrage van de gemeente en hoe ontwikkelt deze zich volgens het meerjarenperspectief? De gemeente financiert als eigenaar van het maatschappelijk vastgoed de huisvestingslasten. Er is geen exploitatiebijdrage voor de activiteiten van de Stichting Cultuurhuis. Bij de berekening van de huisvestingslasten in het meerjarenoverzicht zijn we uitgegaan van een prijsstijging van 2%, zowel bij de inkomsten als bij de kosten. Stuk: “Exploitatieopzet”; 14.
U benoemt u een totaal van €275.000 die ten laste komt van de Stichting. Hoe gaan deze bedragen zich de komende jaren ontwikkelen alleen al rekening houdend met bovenstaande vragen? Dit betreft exploitatielasten voor de activiteiten van de stichting: verhuur, aanjagen samenwerking in het culturele veld, gebouwbeheer. De personeelslasten worden geïndexeerd voor 4,2% per jaar (prognose van De Nederlandse Bank voor 2026), alle overige lasten inclusief gebruikers- en energielasten voor 2,8% (gemiddelde raming inflatie oktober 2026). 15. Bij de dekking benoemt u bij de huursubsidie een bedrag van € 727.462. U benoemt daarbij dat dit minus € 113.693 huisvestinglasten voor de bibliotheek is (conform raadsvoorstel november 2024). Is de constatering juist dat dan de totale lasten straks komen op de som van beide bedragen namelijk € 727.462 + € 113.693 = € 841.155? Dat is een juiste constatering 16. Is er een prestatieafspraak gekoppeld aan de ontvangen gemeentelijke subsidies voor Bieb en Cultuurhuis? Hoe denkt u dat bij realisatie van de Stichting te gaan regelen? De doelstelling en activiteiten van Stichting Cultuurhuis worden statutair vastgelegd. Een stuurgroep bewaakt de publieke belangen. 17. U rekent een inkomst van € 158.800 aan verhuur. Welke onderbouwing heeft u hierbij?
17a. Welke tarieven heeft u in gedachten bij de verhuur? De tarieven zijn gespecificeerd in het antwoord op vraag 3. 17b. Hoe zorgt u er hierbij voor dat er geen verdringing plaatsvindt voor de bestaande theaters ‘t Pand en Peeriscoop? De Nieuwe Doelen is geen theater: het is een cultuurhuis met onder meer een theaterzaal. Deze theaterzaal wordt niet gebruikt voor programmering van professionele theater- en muziekgezelschappen, maar als podium waar amateurgezelschappen, instellingen voor cultuureducatie, en o.a. scholen uit regulier onderwijs uit (regio) Gorinchem hun voorstellingen kunnen repeteren en presenteren. De theaterzaal is bovendien door de omvang met rond 500 stoelen van geheel andere aard dan ’t Pand en Peeriscoop, en is daardoor complementair, niet concurrerend. De theaterzaal kan en zal verhuurd worden aan commerciële partijen, wat nodig is voor een sluitende exploitatie zonder structurele subsidie, maar dat betreft zakelijke evenementen voor een groter publiek dan ’t Pand en Peeriscoop kunnen faciliteren. 17c.
In hoeverre zal de gemeente Gorinchem onderdeel gaan uitmaken van het dragen van de kosten van de verhuur door organisaties in het kader van subsidieverstrekking? Krijgt een organisatie straks subsidie om de huur te kunnen betalen? Wordt de huur lager voor bepaalde organisaties? Nee, de Stichting maakt geen aanspraak op subsidies en het staat de partijen natuurlijk vrij om afzonderlijk subsidies aan te vragen. Hoe zeker schat u de inkomsten op verhuur en kaartverkoop in? Worden hier straks afspraken gemaakt of spreken we over verwachtingen? Zie ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’. Hier worden straks afspraken over gemaakt en het zijn verwachtingen. 18. U berekent een bedrag van € 158.800 onder verhuur van de ruimtes. Welke onderbouwing heeft u hierbij? Zie ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’ Het betreft hier voornamelijk de verhuur van de theaterzaal met bijbehorende kleedruimte, en incidenteel en voor een klein deel van de huuromzet andere ruimtes. Er zijn hier vier types huurders. Structurele huurders zijn culturele organisaties (koren, jeugdtheater, musicalgroepen) uit Gorinchem die allen bijna wekelijks met een klein aantal deelnemers de zaal gebruiken voor repetities, met name in de avond.
Incidentele huurders zijn scholen (MO en BO), amateurtheatergroepen, dansscholen, koren etc, die het Cultuurhuis gebruiken voor een voorstelling met publiek, meestal het cultuurhuis meerdere dagdelen gebruiken, en naast evenementdagen ook bouw- en montage dagen in het cultuurhuis hebben. Festivals en evenementen zijn meestal eendaagse evenementen, niet allemaal cultureel van aard (zoals bijeenkomsten voor verkiezingen). Commerciële huurders zijn bedrijven en ondernemersverenigingen.
De in rekening te brengen verhuurprijs per dagdeel en per dag is gedifferentieerd, waarbij de verhuurprijs voor commerciële huurders het hoogst is, en voor structurele gebruikers het laagst. Voor elk van deze types huurders is een verkenning gedaan onder potentiële huurders. Deze inventarisatie heeft een concrete potentie voor verhuur opgeleverd, waaraan een target is gekoppeld. In het eerste operationele jaar is die target gesteld op 60% resultaat voor de eerste drie groepen, en 80% resultaat voor de vierde groep. Interne verhuur is doorberekende huur voor gebruik van de theaterzaal door Bibliotheek Aanzet. Zij betalen in principe dezelfde huur als structurele gebruikers. In het eerste jaar is uitgegaan van een schatting van gebruik van de theaterzaal voor 20 dagdelen. 18a. Kunt u een indicatie geven van de hoeveelheid verhuurde uren? Zie ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’ 18b. Kunt u een indicatie geven van de bedragen die u voor de verhuur hierbij heeft gehanteerd? De tarieven zijn gespecificeerd in het antwoord op vraag 3. 18c. Is er een onderscheid in commercieel en niet-commerciële verhuur. Ja, zie de tarieven in het antwoord op vraag 3. 19. Onder de post subsidies en eigen inkomsten staat een bedrag aan van € 69.200. Waarop is dit bedrag gebaseerd? Zie ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’ 19a.
Welke inkomsten naast de verhuur heeft u hierbij in gedachten? Subsidies, fondsen, eigen inkomsten Netto opbrengst eigen programmering Fondsen, sponsoring, donaties FOWW Lokale sponsoring, stoelenacties Cultuurfondsen (VSB, Cultuurfonds, etc) Vrienden Gemeentelijke bijdragen Exploitatie theater Bijdrage exploitatielasten naar rato van BVO's
€ € € €
50% €
€ €
5.000 50.000
€ 28.423 €
14.200
20.000 15.000 15.000 -
19b. In hoeverre zijn de subsidies die u in gedachten hebt structureel en/of incidenteel? Bijdrage van cultuurfondsen zijn alleen incidenteel, in het eerste jaar. FOWW is ingezet op meerjarig, maar jaarlijks afnemend. Doelstelling voor lokale sponsoring is jaarlijks gelijkblijvend. Na het eerste jaar kan een ‘vrienden van’ -actie jaarlijks een bijdrage aan de exploitatie gaan leveren. De bijdrage van de gemeente aan de exploitatie blijft in het model nihil.
19c. Zal het niet toewijzen van een landelijke subsidie een mogelijkheid tot een groter exploitatietekort veroorzaken? Er worden geen subsidies van landelijke overheden verwacht, wel een bedrag van € 15.000 van cultuurfondsen, alleen in het eerste jaar. Het niet realiseren van deze doelstelling zou inderdaad een groter exploitatietekort veroorzaken. Omdat er een half of heel dozijn aan private en publieke fondsen potentieel is voor aanvragen, is het niet waarschijnlijk dat deze werving niets oplevert, en zou ook een hoger resultaat kunnen hebben. 19d. Wie moet dit eventuele exploitatietekort vervolgens dichten? Niet de gemeente. Als het hogere tekort naar verwachting meerjarig zal zijn (met name bij minder verhuur), kan bespaard worden op personeelskosten. Als het tekort bescheiden is kan het mogelijk in volgende jaren gecompenseerd worden. En het is niet uit te sluiten dat er passende aanvullende activiteiten en inkomstenbronnen zich aandienen. 19e. Zijn er gedachten over het omgaan met eventuele exploitatietekorten (lees verantwoordelijkheid) in de toekomst van pakweg 15 jaar? Het is ondoenlijk om te preluderen op een plots exploitatietekort over 15 jaar. Er zijn dan dermate veel ervaringen opgedaan en onvoorziene nieuwe ontwikkelingen in het culturele en maatschappelijke speelveld in Gorinchem dat hier geen uitspraak over kan worden gedaan.
Gezien het gegeven dat de bibliotheek een grote (zo niet de grootste) gebruiker van het cultuurhuis is, zal de omgang met een exploitatietekort altijd in relatie tot het belang van de bibliotheek en de maatschappelijke functie van dit vastgoed moeten worden bezien. Stuk “Exploitatiebegroting”; 20. Bij de genoemde cijfers ontbreekt een onderbouwing. Waarop zijn de genoemde cijfers gebaseerd? Zie ‘Exploitatiebegroting Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen’ 21. Aan de inkomsten kant nemen de cijfers gemiddeld toe met percentages van 80% tot 300% (eigen programmering) en zelfs bijna 500% (interne verhuur). Waarop zijn deze prognoses gebaseerd? Dat lijken forse verwachtingen voor lange termijn, maar het gaat hier om twee inschattingen die juist voor het eerste jaar zeer laag zijn ingeschat. Eigen programmering draagt in de prognose voor het eerste jaar 2,2% bij aan de baten, interne verhuur 1,4%. Ter vergelijking: externe verhuur draagt 55,8% bij aan de baten. De prognose voor eigen programmering in het eerste jaar wordt bereikt als de theaterzaal door zelf geïnitieerde evenementen voor 5 dagen (van 350 verhuurbare dagen) extra wordt verhuurd. De interne verhuur is gebaseerd op 20 dagdelen gebruik van de theaterzaal door derden (op 1.050 verhuurbare dagdelen per jaar). 22.
Bovenstaande vraag is relevant omdat u aan de lastenkant de toename in kosten enkel bij personeelskosten slechts met 35% laat toenemen in 5 jaar.
22a. Vindt u deze inschatting realistisch gezien de stijging van de ZZP tarieven in de afgelopen 5 jaar? De in vraag 21 genoemde grote toenames hebben betrekking op een zeer klein deel van de activiteiten. Wel relevant is het de kosten van de personele bezetting te relateren aan de doelstelling voor opbrengst van ‘externe verhuur’. Die gaat inderdaad niet gelijk op (de externe verhuur stijgt sneller), echter, het is plausibel dat de grootste inspanning voor verhuur juist in de eerste jaren moet worden geleverd, daarna zal er grote bekendheid zijn van de mogelijkheden van het cultuurhuis, en zal het aantal vast en regelmatige verhuurders aanzienlijk moeten zijn. 22b. De inschatting aan de inkomstenkant is dat de activiteiten enorm gaan toenemen. U verhoogt de kosten van de inzet van het personeel niet met dezelfde percentages. Dat geeft de suggestie dat veel meer werk gepaard gaat met verhoudingsgewijs steeds minder personeel. Deelt u deze gedachte? De gedachte is begrijpelijk en relevant, maar de motivatie waarom bij stijgende verhuur niet veel meer personeel nodig is staat in het antwoord op de voorgaande vraag. Als er desondanks meer personeel nodig is om de verhuurdoelstelling te bereiken, zullen de extra personeelskosten verdisconteerd moeten worden in de huurprijzen.
Het is in dat geval te overwegen het aandeel beoogde commerciële verhuur wat te verhogen om kostenverhogingen voor culturele en maatschappelijke huurders te voorkomen. 23. U maakt een onderscheid tussen externe verhuur en interne verhuur. Wat is hierbij het onderscheid? Externe verhuur is verhuur aan partijen die niet in het Cultuurhuis gevestigd zijn. Interne verhuur is verhuur aan partijen die wel in het Cultuurhuis gevestigd zijn maar niet mede de Stichting Cultuurhuis financieren, met name Bibliotheek AanZet. 24. Bij horeca opbrengsten vragen wij ons af hoe u deze opbrengsten gaat genereren. Er is amper voorzien in faciliteiten in het gebouw. Waar denkt u de netto opbrengsten zoals in de begroting staan opgenomen te genereren? Er is een ondersteunende horecavoorziening gepland, met een beperkt aanbod. Per potentiële gebruiker en verhuring is het aantal deelnemers en bezoekers ingeschat, en per deelnemer/bezoeker een bedrag aan netto horeca-opbrengst. Voor festivals en evenementen en voor commerciële huurders is dat bedrag gebruikelijker hoger dan bij structurele en incidentele maatschappelijke huurders. Deze inschatting resulteert in een gemiddelde netto-opbrengst van € 1,47 per bezoeker:
AANTAL DEELNEMERS/BEZOEKERS
jaar 1
jaar 2
jaar 3
jaar 4
jaar 5
Groep 1 - structurele huurders Groep 2 - incidentele huurders Groep 3 - festivals en evenementen Groep 4 - commerciele verhuur
3.864 13.620 768 960
4.186 14.755 832 1.080
5.152 18.160 1.024 1.200
5.474 19.295 1.088 1.200
5.796 20.430 1.152 1.200
Totaal aantal bezoekers per jaar
19.212
20.853
25.536
27.057
28.578
Gemiddelde horeca-opbrengst p.p.
€
1,47 €
1,47 €
1,47 €
1,47 €
1,46
25. U benoemt marketing en communicatie, operationele lasten, kantoor en financiële lasten allemaal los in uw begroting. 25a. Wat verstaat u onder deze termen en hoe komt u aan de begrote bedragen? Hieronder de specificatie, die ook verklaart wat met de termen wordt bedoeld: Marketing en communicatie Website, digitale communicatie Audiovisuals Drukwerk Netwerkevents
€ € € €
5.000 2.000 1.000 3.000
Totaal marketing en communicatie
€
11.000
56,76 € € € €
71.100 2.000 1.000 3.000
€
77.100
€ € 50.000 €
1.000 4.000 1.500
€
6.500
Operationele lasten Gebruikers- en energielasten (50% BVO) ICT, Telecom etc Stichtingskosten VSCD-lidmaatschap
1.252 €
Totaal operationele kosten Kantoor en financiële lasten Bureaukosten Administratie, accountancy, bankkosten Rentes Totaal kantoor en financiële lasten
3,0% €
25b. In hoeverre zijn de werkzaamheden die bij deze posten horen meegenomen in de personeelskosten? Daar waar deze lasten tot inkoop leiden (zoals voor drukwerk), zijn de bijbehorende werkzaamheden meengenomen in de personeelskosten. Website, audiovisuals en accountancy zullen waarschijnlijk extern moeten worden ingehuurd, en zijn daarom voor de uitvoering geen onderdeel van de personele kosten (voor de inhuring wel).
26. Is er sprake van een business case mbt huur, verhuur, programma, horeca bij de inkomsten versus de kosten? Indien het antwoord nee luidt; wat is daar de reden voor en is er een business case op korte termijn te maken? Is het antwoord ja; graag meer info? Er is een financiële projectie gemaakt op basis van een inventarisatie (marktonderzoek) van de potentie van verhuur aan partijen (maatschappelijk, cultureel, commercieel) in Gorinchem. Een businesscase kan onderdeel zijn van het definitieve voorstel voor exploitatie (en governance en in gebruik geving) dat in het de bijlage ‘Aandachtspunten vervolgtraject Juridische en financiële uitwerking’ wordt aangekondigd.
Stuk “Governance”; De op te richten “Stichting Cultuurhuis de Nieuwe Doelen” is verantwoordelijk voor beheer, exploitatie en programmering van de huis. 27. Welke organisatie of personen moeten volgens u vertegenwoordigd worden in het Stichtingsbestuur? Organisaties en personen met een cultureel maatschappelijk profiel. 28. Welke rol in dit bestuur heeft u in gedachten vanuit de gemeente Gorinchem? De gemeente is vertegenwoordigd in de Stuurgroep. 29. Worden deze bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor eventuele financiële consequenties? Nee, behoudens bij fraude of wanbeheer of onwettelijke handelingen. 30. Geeft u dit bestuur een carte blanche over de bedrijfsvoering? Gedeeltelijk (zie governance) 31. Welk commitment gaat de gemeente Gorinchem naar de Stichting aan bij eventuele financiële, organisatorische of gebouwafhankelijke zaken? Alleen commitment voor gebouwafhankelijke zaken 32. Bij de organisatie benoemt u dat de coordinator gaat samenwerken met ZZP-ers voor de invullingen producent, marketeer, theatertechnicus, huismeester. In welke formatie en bijbehorende tarieven denkt u hierbij? De voorgestelde tarieven zijn: uurtarief Zakelijk leider / coördinator Marketing, communicatie, verhuur Productieleider Financiële administratie, reserveringen Gebouwbeheer en techniekbeheer
€ € € € €
Staf ZZP (FTE/honorering) Zakelijk leider / coördinator Marketing, communicatie Productieleider / Teamleider flexibele staf en vrijwilligers Financiële administratie, verhuur en reserveringen Gebouwbeheer en techniekbeheer
De formatie is (bij max 45 weken aanwezigheid per jaar):
dagtarief 60 55 50 40 50
max jaartarief
€ € € € €
480 440 400 320 400
€ € € € €
0,60 0,20 0,50 0,40 0,20
€ 108.000 € € 99.000 € € 90.000 € € 72.000 € € 90.000 €
108.000 99.000 90.000 72.000 90.000
64.800 19.800 45.000 28.800 18.000
33. Komt er een inhoudelijke visie op kunst en cultuur die het Cultuurhuis straks gaat uitdragen? Wie is er verantwoordelijk voor de vorming van die eventuele visie? De inhoudelijke visie zal in samenspraak met het culturele veld en de gemeente verder ontwikkeld worden. Gorinchem mist een centrale plek die lees-, leer-, oefenruimte, podium en ontmoetingsplaats combineert. Het cultuurhuis wil deze rol vervullen; een huis waar jongeren hun talent ontwikkelen, koren en toneelgezelschappen optreden en inwoners elkaar vinden. Het sluit aan bij het gemeentelijke beleid uit de Omgevingsvisie en Integrale Samenlevingsvisie, waar in cultuur een belangrijke factor is voor ontmoeten, verbinding, inclusie en aantrekkingskracht. 34. De organisaties van het Cultuurhuis en de Bieb moeten gaan samenwerken? De Stichting en de Bibliotheek zullen nauw samenwerking en vormen de backbone in het Cultuurhuis. 34a. Wie besluit of een eventuele huurder gebruik mag maken van ruimtes? De stichting c.q. coördinator. 34b. In hoeverre is er nagedacht over eventuele overlast die er ontstaat bij de voorbereidingen en uitvoering van activiteiten van de verschillende partners? Dat zal in goed overleg vanuit de stichting moeten worden gecoördineerd en afgestemd. 34c.
In hoeverre is er nagedacht over de verantwoordelijkheid over de materialen van de wederzijdse partners? Is een biebmedewerker verantwoordelijk voor de geluidsinstallatie? Is een medewerker binnen het Cultuurhuis verantwoordelijk voor de Biebcollectie? We hopen dat we gebruik kunnen maken van elkaars vrijwilligers en personeel. De Barie is daar een voorbeeld van; een combinatie tussen bar en balie die bemenst zal worden door zowel mensen van de bieb als van de stichting. Stuk “Programma van Eisen”; U beschrijft dat er een iteratief proces wordt gevolgd bij de werkwijze van het PvE. Onze vragen hebben we bij 5 en 6 al gesteld maar willen die ook graag gespiegeld zien aan de vragen bij 29. 35. wie er dan voor wat verantwoordelijk is en waar wordt tijdens dit iteratieve proces de besluitvorming belegd? Het traject van inrichting en ontwerp naar SO en VO zal worden begeleid door de kopgroep o.l.v. de kwartiermaker en projectleider. 36. Op welk moment in dit proces gaat de verantwoordelijkheid vanuit de gemeente over naar het bestuur van de Stichting? Bij oplevering van de verbouwing en inrichting, U beschrijft dat er een complementaire positionering moet zijn. Dat betekent in onze woorden dat er geen sprake mag zijn van verdringing. Het aanbod van het Cultuurhuis sluit dan aan op activiteiten die momenteel niet ingevuld zijn of buiten Gorinchem plaatsvinden.
Een partij die momenteel gebruik maakt van huidige voorzieningen in Gorinchem kan uiteraard wel overstappen naar het Cultuurhuis maar dat mag niet op grond zijn van bijv.
financiële voordelen die het gevolg zijn van Gorkums beleid. Kloppen bovenstaande aannames? Nee, culturele partijen zijn vrij om te bepalen van welke faciliteiten ze gebruik willen maken. U geeft aan dat 1/6 deel van het beschikbare budget van 8 miljoen is toegekene d aan technische apparatuur en installatie. Dat is in totaal een bedrag van 1,6 miljoen. 37. Waarop is dit budget gebaseerd? Zie raadsbesluit november 2024 38a. Welke apparatuur in het huidige gebouw voldoet aan de criteria voor het nieuwe gebouw? Vrijwel alle bestaande theatertechniek in De Nieuwe Doelen is verouderd, niet CAO-conform, niet Arbo-conform en niet toekomstbestendig. Het overgrote deel van de bestaande apparatuur voldoet niet aan de PvE-criteria voor veiligheid, geluidsnormen, hijscapaciteit, multifunctioneel gebruik en toekomstbestendigheid. 38b. aan welke apparatuur moeten we denken? De vertoning van een film vraagt totaal andere voorzieningen dan een dansvoorstelling die ook weer totaal anders is dan een musical van groep 8, laat staan circus/acrobatiek. Als het gaat om podium/ toneel voor dans, toneel, cabaret, koor, musical groep 8, circus/acrobatiek) zijn dat bijv.
hijsinstallatie, kettingtakels veilig hijsen boven publiek), zijbruggen, doelenpakket, deel van de stoelen, vloerafwerking geschikt voor dans en akoestiek voor amateurgezelschappen, lichtinstallatie (volledige LED- toneellichtinstallatie, lichtsturing (dimmers, regietafel) werklicht, Geluid en elektro-akoestiek: volwaardig PA -systeem, slechthorendeninstallatie, signaalroutering en bekabeling, losse toneelinventaris hoogwerker, muzieklessenaren, etc. 38c. Apparatuur wordt meestal niet gerekend tot “vaste installaties” die tot het eigendom van de gemeente worden gerekend (pagina 13). Welke partij wordt eigenaar van de nieuwe apparatuur? Alles wat vast aan gebouw, plafond, trekkenwand, dakconstructie of regie is gemonteerd = gemeentelijk eigendom. Losse inventaris (stoelen orkest, microfoons, kleine materialen) valt onder exploitant (de stichting), tenzij anders afgesproken. In de praktijk wordt bij cultuurhuizen 90–95% van de theater technische installatie gemeentelijk eigendom.
38d. Welke afspraken/voorziening heeft u in gedachten voor de kosten wanneer apparatuur vervangen moet worden? Bij de exploitatie zal een meerjaren-onderhoudsplan (MJOP) moet worden opgenomen. Dit betekent dat de Gemeente neemt vervanging op in MJOP- gebouw + installaties (hijsinstallaties, trekkenwand, projectietechniek, vaste lichtinstallatie, vaste audio-infrastructuur) en reserveert hiervoor kapitaal/onderhoudsmiddelen. De stichting (bibliotheek + partners) draagt zorg voor slijtende losse middelen ofwel microfoons, kabels, rookmachine, karren, kleine licht- en geluidsapparatuur. Technische levensduur: filmprojector: 7 tot 10 jaar, lichtinstallatie: 10 tot 15 jaar, PA-systeem: 10 tot 12 jaar, hijsinstallaties: 15 tot 25 jaar (met jaarlijkse keuringen). Een vervangingsfonds is gebruikelijk; dit kan in het exploitatiemodel nog worden uitgewerkt. De zogenaamde “achterkant van het gebouw wordt he t liefst voorkomen en vooral ingericht voor buitenactiviteiten. Een aantal mogelijke activiteiten brengen wel aanvoer van materialen mee. Denk aan decors e.d. 38. In hoeverre is het mogelijk om materialen op de juiste plek te krijgen en eventueel op te slaan zonder dat de andere gebruiker daar last van heeft? Volgens het PvE is het goed mogelijk om materialen zoals decors aan te voeren en ook op te slaan zonder andere gebruikers te hinderen, omdat laden en lossen nl.
is geconcentreerd aan één zijde van het gebouw (d.w.z. de Haarstraat) en er een ruime, obstakelvrije logistieke route van minimaal 2 meter breed en 3 meter hoog rechtstreeks naar het podiumgebied wordt gerealiseerd. Deze route loopt volledig achterlangs, gescheiden van publieks- en bibliotheekruimtes, ondersteund door een grote goederenlift en voldoende opslagruimtes nabij het toneel. Door de voorgeschreven zonering, drempelloze vloeren en geluids- en verkeersscheidingen kunnen repetities, bibliotheekactiviteiten en voorstellingen gelijktijdig plaatsvinden zonder dat er sprake is van kruisende stromen of overlast voor andere gebruikers. In het PvE wordt tot op detailniveau uitgelegd aan welke normen het gebouw moet gaan voldoen. Dit alles wordt gerealiseerd binnen het beschikbare budget. 39. Is de inschatting dat alle genoemde zaken ook ingevuld kunnen worden? De meeste basale / essentiële onderdelen kunnen binnen budget worden gerealiseerd, maar het PvE beschrijft nadrukkelijk een hogere ambitie dan het budget volledig dekt. Daarom worden prioriteiten gesteld en blijven enkele onderdelen afhankelijk van ontwerpoptimalisatie en keuzes tijdens VO/DO. 40.
Welke prioritering hanteert u in het PvE wanneer het budget ontoereikend is? Basisfunctionaliteit van het Cultuurhuis (moet kunnen functioneren) theaterzaal geschikt maken voor presentaties, dans, musical groep 8, koor, film - basis licht- en geluidinstallatie - logistiek (laad/los, lift, backstage routing) - voldoende opslag - akoestische maatregelen voor gelijktijdig gebruik. Dit is de zg. ondergrens die noodzakelijk is om de raadskadernota (Stap 2) te realiseren.
41. Is het mogelijk om op basis van dit PvE een meerjarenonderhoudplan te maken met bijbehorende kosten? Ja, op basis van het PvE + een concept raming is een volledig MJOP worden opgesteld, inclusief onderhoudscycli en vervangingskosten voor gebouw, installaties en theatertechniek. Stuk “Aandachtspunten vervolgtraject”; Er zijn nog veel aandachtspunten op juridische, financiële en bestuurlijke zin die om uitwerking vragen. U gaat de uitwerking voorleggen wanneer de Raad spreekt over het voorstel voor de governance, exploitatie en ingebruikgeving van het Cultuurhuis. De verbouwing is dan al achter de rug. Maar pas dan zal er dus duidelijkheid zijn voor de Raad van Gorinchem 42. Betekent dit dat u bereid bent om het budget van 8 miljoen te gaan besteden voordat er meer duidelijkheid is op genoemde aandachtspunten? Het is niet zo dat wij € 8 miljoen investeren in de verbouwing van De Nieuwe Doelen tot Cultuurhuis zonder dat er eerst duidelijkheid bestaat over de genoemde aandachtspunten. In de komende maanden werken wij het verbouwingsontwerp, de governance-structuur en de cultureel-maatschappelijke exploitatie door de stichting — met inachtneming van deze aandachtspunten — gelijktijdig verder uit. In het derde kwartaal van 2026 zullen wij de Raad integraal informeren en een voorstel voor de uitvoering voorleggen. 43a.
Wat heeft u nu al aan duidelijkheid op de aandachtspunten? Voor alle genoemde aandachtspunten beschikken wij over globale inzichten en verschillende mogelijke invullingen. Het is echter van belang dat de uiteindelijke keuzes en de onderlinge samenhang van de te nemen maatregelen juridisch, financieel en maatschappelijk zorgvuldig worden afgestemd en onderbouwd. 43b. Welke onzekerheden beleeft u? Zie antwoord 43a 43c. Welke partijen zijn betrokken bij de uitwerking van de aandachtspunten? Hierbij zullen juridische, financiële en aanbesteding technische adviseurs worden betrokken
Goedemiddag Jan Willem, Bij deze alvast twee technische vragen vanuit de PvdA over de financiën. Mogelijk komen er vanavond nog wat vragen 😅 Technische vragen PvdA Cultuurhuis 1.In de exploitatiebegroting ontstaat in het eerste jaar een tekort van €47.067. In het raadsvoorstel staat niet hoe dit tekort wordt gedekt. Hoe wordt dit tekort opgevangen? Uitgangspunt is niet dat dit met subsidie wordt gedekt. De intentie is dat de stichting een langlopende lening sluit, bijvoorbeeld een Cultuurfondslening of een lening van Cultuur+Ondernemen, als voorfinanciering voor de tekort in aanloopjaren. Aflossing is mogelijk omdat in het meerjarige exploitatiemodel na drie of vier aanloopjaren (als de doelstelling voor verhuur wordt gehaald) een regelmatig positief resultaat ontstaat. (NB: deze vraag is ook door D66 gesteld en identiek beantwoord.) 2. In het raadsvoorstel staat dat bij tegenvallende verhuuropbrengsten kan worden bijgestuurd, onder andere op personele en variabele exploitatielasten.