Agendabundel
Tekst van het document
Overige functies en voorzieningen • • • • •
Kleedkamers en douches: hier is uitbreiding gewenst, bijvoorbeeld door twee kleine samen te voegen tot één grotere. Opslag en repro: nodig voor bibliotheek, de nieuwe Stichting in oprichting in oprichting, horeca, techniek en service. Sanitair: uitbreiding, andere indeling (t.b.v. toegankelijkheid binnentuin) en modernisering, mogelijk genderneutraal, inclusief mindervalidenvoorzieningen. Medewerkers: lobby, pantry en lockers. Maakplaats: voor creatieven, dj’s, arrangeurs, decors, kostuums en gezamenlijke uitleen.
-9-
Werkconcept en indeling Het cultuurhuis wordt ingericht volgens Activiteit Gericht Werken (AGW): ruimtes worden niet vast aan personen of instellingen gekoppeld, maar toegewezen op basis van activiteit. De bibliotheek krijgt in ieder geval eigen kantoorruimte en mogelijk ook andere vaste huisgenoten zoals bijvoorbeeld Syndion (Tol Theater), De Mall (jongerenwerk) of Gorinchem Inspireert! Het Rust–Ruis–Reuring-model geeft richting: • • •
Rust: geconcentreerd individueel werken. Ruis: samenwerken, overleg. Reuring: ontmoeten, vergaderen, presenteren.
Daaruit volgt de zonering in het gebouw: • • •
Publiek: entree, bibliotheek, de Barie, foyers en theaterzaal. Ondersteunend: keuken, opslag, kantoren, vergaderruimtes, kleedkamers, theaterwerkplaats. Logistiek: goederenlift, opslag en laad- en losvoorzieningen.
Uitgangspunten • • • •
Voldoen aan wet- en regelgeving (BBL, Arbo, HACCP, NEN). Toegankelijkheid volgens NEN 9120 “Prestatie-eisen voor toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen”. Duurzaamheid: hergebruik materialen, beperking energieverlies, flexibel ontwerp volgens de R-ladder. Beeld en sfeer: eigentijds met mogelijk een verwijzing naar industrieel erfgoed van De Vries Robbé; warme, open uitstraling. Het geheel moet voelen als een gastvrije “third place”.
DEEL II – TECHNISCH PROGRAMMA VAN EISEN Functionele, ruimtelijke en financiële grenzen.
De “nieuwe Nieuwe Doelen” zal zich moeten verhouden tot het landschap van podia in Gorinchem. Zo is er ook theater ‘t Pand (54 stoelen, podium ± 5 x 5 m) en Peeriscoop (125 stoelen, podium 8,5 x 7,5). De Nieuwe Doelen (± 400 stoelen, ± 200m2 toneelgebied). Daarom is de aanvankelijke benadering van “toneel op toneel” in DND een minder adequate investering. De afmetingen van het toekomstige toneelgebied blijft gelijk aan het huidige: • • • • • • • • •
Opening lijst tot lijst: 9878 mm Hoogte opening: 5358 mm Lijst diepte: 520 mm Voor toneel vanaf achterzijde lijst: 2160 mm Achterzijde lijst tot achterzijde muur: 9900 mm Zijtoneel rechts breedte: 4033 mm Zijtoneel links breedte: 4034 mm Toneel m2: 97,02 m2 Voortoneel m2: 10,69 m2
- 10 -
• • •
Zijtoneel rechts: 39,89 m2 Zijtoneel links: 38,47 m2 Trappenhuis links: 1,78 m2
DND wordt geen schouwburg, in die zin dat ze een podium biedt aan het gemiddelde reizende gezelschap uit het schouwburgcircuit. Het huidige budget laat modernisering tot op dat niveau niet toe. Voor het gebouw technisch aansluiten van het gebouw op professionele programmering (voorzieningen voor inpandig nachtelijk laden en lossen, volledige hijsinstallatie et cetera) zullen er te ingrijpende en kostbare maatregelen genomen moeten worden.
St a
Beoogde gebruiksmogelijkheden Cultuurhuis Gorinchem
p St 1 ap St 2 ap St 3 ap 4
Concreet: het podium technisch (her)inrichten van een schouwburg kost in 2025 tussen de 10 en 13 miljoen euro, het beschikbare budget voor de totale renovatie van DND is 8 miljoen waarvan ± 1/6 deel is toegekend aan podium technische apparatuur en installaties. Dit houdt in dat het inhoudelijk ambitieniveau aansluit bij het raadsbesluit waarin voor Stap 2 is gekozen.
Presentatie Spoken Word / Stand-up Cabaret Toneel Dans laag complexe reizende voorstellingen Singer-songwriter Live band Complexe reizende voorstellingen Circus/acrobatiek Repetitie Filmvertoning Lessen feest en receptie
++ ++ ++ ++ - + - + - + - +/+/- + - +/-/- -/-/- + + + +/- + + + + +
++ ++ ++ + + ++ ++ + +/+ ++ + ++ ++
++ ++ ++ ++ ++ ++ ++ ++ binnen de grenzen van akoestische haalbaarheid ++ binnen de grenzen van fysieke haalbaarheid ++ binnen de grenzen van fysieke haalbaarheid ++ + ++ afhankelijk van de vorm en inhoud ++
Zonder de indruk te wekken dat er helemaal niets kan - 8 miljoen is een serieus bedrag – is het dan zinvol om in het PvE aan te geven dat het voor invulling van DND van belang is om dat wat er al is aan kwaliteit - te behouden. Deze benadering geldt voor zowel het pand als zijn eigenschappen als voor de belanghebbenden, waaronder veel kennis - van de geschiedenis van het pand en het pand in huidige staat, van de behoefte van belanghebbenden en de aanwezige eventueel bruikbare outillage - aanwezig is. Een aantal behoeftes brengen grote en ingewikkelde bouwkundige kosten met zich mee bij aanpassing van het bestaande pand zoals akoestische dilataties, het aanpassen van de akoestiek met het oog op het verlengen van de nagalmtijd, het inbrengen van voldoende opslagruimte en het verbeteren van de publieks- en artiestenlogistiek. Ondanks dat er in dit PvE eigenschappen worden aangegeven die gericht zijn op een podiumgebouw is het niet realistisch om te verwachten dat deze eigenschappen ten volle kunnen worden ingebracht bij de renovatie. Uitgangspunt is het bestaande gebouw met zijn kwaliteiten en tekortkomingen, het budget, regels en voorschriften gebonden aan het beoogde gebruik, functionaliteit en de omgang met de vorm van dit gebouw.
Het ontwerpproces is dan ook een stapsgewijs proces waarin de functionele ondergrens bewaakt wordt en het streven is om zover mogelijk aan de beoogde ambitie tegemoet te komen. - 11 -
Projectdefinitie. Locatie
De locatie van De Nieuwe Doelen wordt omgeven door de Haarstraat, Kwekelstraat en Vijfzinnenstraat. Aan de Vijfzinnenstraat is een toegang tot de achterzijde van het gebouw. Deze toegang wordt omgeven door achterzijden van winkelpanden en restaurants. Vrachtwagens worden geweerd uit het centrum van Gorinchem. Het streven is om het gebouw zo te aan te passen dat het vanuit alle aanlooprichtingen aantrekkelijk is. Er wordt dan ook liefst voorkomen dat er een “achterkant” is. Deze wordt bij voorkeur ingericht voor buitenactiviteiten. Akoestisch zijn er mogelijk beperkingen omdat de omgeving van DND bij ingebruikname onbekend is met de mogelijke onvermijdelijke merkbaarheid van publieks-toe- en afstroom en logistieke bewegingen rond activiteiten.
Duurzaamheid en Milieu
De nieuwbouw en de ingrepen aan de bestaande bouwdelen moeten passen binnen het duurzaamheidsbeleid van gemeente Gorinchem.
- 12 -
Kadergegevens Budget Het project zal gerealiseerd moeten worden binnen het budget dat beschikbaar is gesteld. Het ontwerpteam dient kostenbewust te werk te gaan, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de investeringskosten, als met de exploitatiekosten. Ontwerpoplossingen mogen bovendien niet leiden tot ongunstige situaties in de toekomstige exploitatiefase. Dit geldt in de meest breedste zin van het woord: zowel voor de gebouwexploitatie (onderhoud, levensduur materialen, energiegebruik, watergebruik etc.) als voor de bedrijfsexploitatie (bemensing, looplijnen, logistieke processen, horeca, toegepaste materialen en installatietechnieken, etc.)
Eigendom en beheer Het pand, de vaste installaties en de spijkervaste inrichting zijn eigendom van de gemeente Gorinchem. Mogelijke uitzonderingen hierop zijn de grote inrichtingsonderdelen waarvan het onderhoud direct betrekking heeft op de veiligheid van bezoekers, medewerkers en (amateur)artiesten. Te denken valt aan de machines voor het heffen en hijsen van lasten boven publiek zoals trekken/kettingtakels en hun besturing. In eigendom van de overheid biedt dat bij exploitatierisico’s zekerheid over onderhoud. Cultureel ondernemen is per definitie risicovol.
Wet- en regelgeving Het gebouw en de daarin aanwezige installaties moeten minimaal voldoen aan alle vigerende landelijke en gemeentelijk geldende eisen, regelgeving en publicaties. Wanneer hier tegenstrijdigheden uit volgen, moeten deze zorgvuldig en onderbouwd worden afgewogen en voorgelegd aan de opdrachtgever.
Gebruikersprofiel De Nieuwe Doelen biedt onderdak aan de bibliotheek als belangrijke huurder en aan een brede groep van culturele gebruikers waaronder: toneelverenigingen, koren, (dans)scholen, culturele en maatschappelijke organisaties. Voor al deze activiteiten zijn verschillende ruimten nodig: repetitieruimtes, cursus- en leslokalen, maakplekken, opslag en flexibele werkplekken. De gebruikers zijn divers: culturele initiatiefnemers, maatschappelijke organisaties, inwoners én bezoekers van Gorinchem. Dat vraagt om een gebouw dat voor iedereen prettig en uitnodigend is – als verblijfsplek, ontmoetingsruimte of plek van activiteit. De eisen aan toegankelijkheid, oriëntatie, comfort en functionaliteit zijn dan ook hoog. De uitdaging ligt in een slimme inrichting die alle activiteiten faciliteert én uitnodigt tot ontmoeting, experiment en presentatie. Tijdens openings- en gebruikstijden moet het gebouw veilig aanvoelen, nieuwsgierigheid wekken en ruimte bieden aan uiteenlopende bijeenkomsten – van vergaderingen tot repetities, uitvoeringen of exposities.
Gebruiksvriendelijk en flexibel inzetbaar
Niet alle technische kennis is in huis: er is bijvoorbeeld geen vaste geluidstechnicus of videospecialist. Waar nodig worden experts ingehuurd. Daarom moet de technische uitrusting (outillage) gebruiksvriendelijk en flexibel zijn – te bedienen door technisch generalisten, maar wél toereikend voor presentaties en voorstellingen van niveau. Sfeer, licht en inrichting moeten eenvoudig aanpasbaar zijn aan de activiteit van dat moment. Ook het ombouwen en schoonmaken tussen activiteiten door moet snel en efficiënt kunnen.
- 13 -
Slimme en veilige gebouwindeling
Cursus- en repetitieruimtes worden vaak tot in de avond gebruikt. Ook dan moet het gebouw veilig, overzichtelijk en goed afsluitbaar zijn. De verschillende gebouwonderdelen moeten afzonderlijk beveiligd kunnen worden, met een centrale corridor naar de uitgang die toegankelijk blijft. Ook bij donker en slecht weer moet het gebouw uitnodigend én veilig aanvoelen voor de laatste gebruikers.
Kwaliteitsniveau
Het ambitieniveau is een gebouw met een kwaliteit die recht doet aan de kwaliteit en materialisering van een Cultuurhuis met een op zichzelf staande belevingswaarde, de functie die het heeft voor de organisaties en aan de plek in de stad. Differentiatie in het afwerkingsniveau is toegestaan; de afwerking van werkplaatsen, bergingen, magazijnen en technische ruimtes mag sober zijn.
Toekomstbestendigheid
Aard en omvang van culturele activiteiten zullen in de loop der tijd veranderen; wensen en inzichten over het gebruik van het gebouw zullen mee veranderen. De gebruiksmogelijkheden van het gebouw vragen dan ook een bepaalde mate van flexibiliteit. Hier wordt primair mee bedoeld: een gebouw dat voldoet aan de huidige eisen en wensen m.b.t. Cultuurhuis en multifunctioneel gebruik. De opzet van de renovatie is zodanig dat uitbreiding of aanpassing aan nieuwe ontwikkelingen in de toekomst mogelijk moeten zijn.
Podium technische- en bioscoopinstallaties. Voor de podiumtechnieken en bioscoopinstallatie wordt een separaat PvE opgesteld. Daarin ook een opgave van de bouw- en installatietechnische voorwaarden en voorzieningen. De exacte samenstelling/inpassing en uitvoering wordt in het VO bepaald.
Algemene functionele eisen/eisen bedrijfsvoering. Het pand in zijn huidige vorm is ongeveer 2800 m2. De Bibliotheek heeft aangegeven ongeveer de helft nodig te hebben (1250 BVO, 860 FNO) voor haar activiteiten, waarbij de collectie tijdens openingstijden volledig toegankelijk moet blijven, ongeacht andere activiteiten zoals taalles en presentatie. Mogelijk zal (een deel van de) ruimte buiten openingstijden van de bibliotheek een andere functie kunnen hebben. Dit hoofdstuk gaat in op specifieke kenmerken van het complex die wat minder voor de hand liggen. De opdrachtgever geeft samen met de architect de bibliotheekruimtes vorm vanuit de bibliotheekvisie van de gebruiker en de beoogde functionaliteit. De theaterzaal, de repetitie- en cursusruimtes worden in samenspraak met de gebruikers/opdrachtgever, de adviseurs podiumtechnieken en de akoestische vormgeving in de dialoog tussen de het ontwerpteam, de akoestisch adviseur en de gebruikers en opdrachtgever vormgegeven. Later in het ruimteboek worden deze specifieke locaties omschreven.
Gevels.
De buitengevels moeten tot een hoogte van 2,5 m worden beschermd tegen beschadigingen en graffiti. Zichtcontact tussen binnen- en buitengebied is van essentieel belang. In kantoor- en vergaderruimtes dienen ten minste twee ramen geopend te kunnen worden.
Binnenwanden
De binnenwanden dienen in algemene zin te voldoen aan de brandwerendheidseisen en bieden voldoende bescherming tegen zijdelingse druk. De wanden tussen geluidarme en geluidrijke ruimtes moeten zo zijn uitgevoerd dat contactgeluid, overspraak en omloopgeluiden voorkomen worden. - 14 -
Kritische aangrenzende ruimten zoals vergader- studio-, voorstellings- of lesruimtes dienen ter plaatse van de vloerovergangen bij voorkeur gedilateerd uitgevoerd te worden. De wanden in de verkeersruimtes dienen voorzien te zijn van voldoende bescherming door middel van een strook hout op de wand of metalen geleiders op de vloer om beschadigingen ten gevolge van transport tegen te gaan.
Buitenwandopeningen
De afmetingen van de buitenwandopeningen zijn voldoende breed voor de functionele bestemming ervan. Daarbij rekening houden met mindervalide bezoekers. Niet alleen de wandopening dient zonder obstakels te zijn maar ook de directe weg naar de opening mag geen obstakels hebben zodat mindervalide bezoekers in een rolstoel in één lijn naar binnen kunnen. De openingen moeten voldoende afgesloten (naad- en kierdichting) zijn tegen het binnendringen van vocht en vuil, waarbij water van afgesloten geveldelen niet langs glas en kozijnen mag lopen. Ook moeten ze voldoende isolerende bescherming bieden tegen temperatuurverschillen en geluid. Ramen dienen te worden voorzien van een sleutel afsluitbare uitzet- en vastzetinrichting, buitendeuren dienen zelfsluitend te zijn en afsluitbaar via een elektronisch sluitsysteem of cilinderslot. Buitenwandopeningen in vluchtwegen dienen te worden uitgevoerd met een paniekbar (EN 1125).
Binnenwandopeningen
De afmetingen van de binnendeuren moeten dermate voldoende breed zijn dat er geen belemmeringen zijn voor grote instrumenten, rolstoelen, decorstukken en voorstellingsmateriaal en horecatrolleys. Rond het podium van de Theaterzaal wordt daarvoor in het ontwerp de maatvoering aan de functionaliteit aangepast in overleg met de theater technisch adviseur. Niet alleen de wandopening moet zonder obstakel vrij zijn maar ook de directe weg naar de opening mag geen obstakels hebben zodat mindervalide bezoekers in een rolstoel in één lijn naar binnen kunnen. De minimale dagmaat is 900 mm. Nabij de podiumperiferie uit te voeren als dubbelvleugelige deur inclusief kleefmagneet-installatie zodat ook mensen met een rollator en rolstoelgebruikers zonder hulp de ruimte kunnen bereiken.
Vloerafwerking Vloerafwerking bestaat uit een dekvloer en topvloer (vloerbedekking). In het hele gebouw, maar tenminste in de theaterzaal, backstageruimten en alle openbare publieksgebieden mogen geen drempels aanwezig zijn, zodat ongehinderd transport kan plaatsvinden. Kleine niveauverschillen tot 150 mm dienen te worden overbrugd met een hellingbaan; uitgangspunt is een drempelloos gebouw. Vloeren dienen voldoende weerstand te bieden tegen mechanische belasting en cementdekvloeren minimaal te zijn uitgevoerd in de kwaliteit Cw16 of Cw20. Betonvloeren dienen te worden gevlinderd. Horeca- en “natte” ruimtes dienen waterdicht te worden uitgevoerd. Suggesties: • Verkeersruimte: harde vloerafwerkingen; PVC of stortvloer. • Kantoorruimte: harde vloerafwerkingen. • Trappen en trappenhuizen: hout, marmoleum, gietvloer, gevlinderd beton, • Muzieklokalen: hout, marmoleum of gietvloer. • Repetitieruimtes en grote leslokalen harde vloerafwerkingen zoals PVC. • Technische ruimten: gevlinderd beton.
- 15 -
• • •
Bekleding tribune: op dit moment voorzien van tapijttegels, in het verleden zijn hier goede ervaringen mee, nieuwe tapijttegels opnemen in de bekleding van het auditorium. Vloer uitvoeringszaal: de verend opgelegde houten vloer (al aanwezig) repareren. Indien niet te repareren deze vervangen door vernieuwde opbouw met Pulastic toplaag op verende constructie op aangeven van de theater technisch adviseur.
De regelafstand is afhankelijk van de uiteindelijk te installeren hijsmiddelen (vast/flexibel). Voor het draagvermogen is 30 cm meer dan voldoende.
Plafondafwerking
De (eventuele) plafondafwerking moet aan de akoestische eisen van geluidabsorptie en overdrachtsgeluidisolatie voldoen, dit op aanwijzing van de akoestisch adviseur. Installaties boven de plafondafwerking moeten goed bereikbaar en te “servicen” zijn. In sanitaire of vochtige ruimten wordt een vochtbestendige plafondvariant toegepast.
Laden en lossen
In de Haarstraat is voor het gebouw ruimte voor het laden en lossen van één BE-bakwagen. In de buitenruimte moet aandacht geschonken worden aan de bereikbaarheid van de liftdeur en voldoende ruimte voor de bakwagen om in en uit te kunnen manoeuvreren (in de avond zonder achteruit te moeten rijden (achteruitrijpiepjes). Een lift van de laad- en losplek naar het toneelvloerniveau is noodzakelijk. Deze moet zo groot mogelijk te zijn. Een binnenwandopening om lange decorstukken (opgerolde doeken, “geprepte“ trussen) van de laad- en losvoorziening richting zaal te kunnen doorsteken is noodzakelijk en zeer gewenst. De bestaande vrachtwagenheffer aan de achterzijde wordt buiten gebruik gesteld.
- 16 -
Logistiek
Een route van de laad- en losruimte naar het kleedkamergebied of de repetitieruimte heeft in bij voorkeur een minimale doorgang van 2 meter breed en 3 hoog. Alle wanden achter de schermen zijn vlak en glad en zijn beschermd tegen transport met kisten op wielen, bijvoorbeeld door houten of kunststof beschermstrippen of panelen. Er zijn geen opbouw E-installatiedelen, geen brandhaspels of drukkers. Verkeersgebied en opslaggebied zijn logischerwijs met elkaar verbonden. Bijzondere opslag en routes zijn er voor instrumenten als piano’s en vleugels. Deze zijn groot, zwaar, kwetsbaar en klimaatgevoelig. Daarnaast is het van belang om orkeststoelen nabij en gelijkvloers bij het podium op te slaan en dienen routes naar het podium (trapjes) minimaal aan het BBL te voldoen en zo ontworpen te worden dat ook met een (groot) instrument in de hand het podium te bereiken is.
Afvalstromen
Met name horeca-afval kan insecten aantrekken in de zomer of voor geuroverlast zorgen. Er dient aandacht besteedt te worden aan het opbergen van afval nabij de bibliotheek-logistieke podiumlogistiek. Daar is ook een mogelijkheid voor het inpandig maar afgesloten opslaan van afval. Er moet voorkomen worden dat insecten in de bibliotheek, repetitieruimtes en vooral de uitvoeringszaal komen.
Toegankelijkheid
Uitgegaan wordt van de ITS 2020 (Internationale Toegankelijkheid Standaard – categorie Totaal). Het gehele gebouw dient toegankelijk te zijn voor rolstoelen, zowel de publieksruimtes als de werkruimtes. Dit met uitzondering van eventuele theater technische bruggen boven het speelvlak.
Sociale veiligheid
De voorwaarden voor sociale veiligheid kunnen door het gebouw worden ondersteund. Dat kan preventief (tegengaan van onveiligheid) en scheppend (organiseren van betrokkenheid). Preventieve aandachtspunten zijn o.a.: • Overzichtelijkheid (daar waar mogelijk vermijden van nissen, verborgen hoeken e.d.); • Schuilmogelijkheden beperken tot de ingangen van het gebouw; • Goede verlichting; • Een helder onderscheid tussen openbare en private ruimtes (backstage); • (Fiets)parkeerplaatsen zijn veilig bereikbaar, vooral in de avond; • Goede sociale controle is mogelijk door zichtlijnen vanuit het gebouw en de omgeving, zicht op entrees; • Het ontbreken van onoverzichtelijke schuilmogelijkheden; • Zorg voor preventieve maatregelen tegen de gevolgen van vandalisme, zoals het gebruik van vandalismebestendige materialen, het voorkomen van opklimpunten en dergelijke; • Cameratoezicht; • Toegangscontrole, alarm, bewaking; • Veiligheid (horeca)personeel, met name bij de afsluitronde en het openen van het gebouw.
Inbraakveiligheid Het aantal toegangen naar de diverse delen van het gebouw dient te worden beperkt, zodanig dat een overzichtelijk geheel ontstaat en de inbraakveiligheid wordt bevorderd. Elke gebruiker moet in staat zijn het gebied dat onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt te overzien en af te sluiten na de afronding van zijn of haar taak.
- 17 -
Bouwkundig zijn voorzieningen nodig bij ramen, deuren, wanden, plafonds, vloeren, etc. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: weerstandsklasse gevel, hang- en sluitwerk, (indien nodig) veiligheidsglas. Uitgangspunt is Rc / wk 3. Het gebouw moet zijn voorzien van een inbraakbeveiligingssysteem dat voor gedeelten van het gebouw separaat moet kunnen worden uitgeschakeld. Naast inbraakalarm ook denken aan bijvoorbeeld verlichting buitenterrein en de afsluitdiscipline. De inbraakbeveiliging moet worden afgestemd op de openingstijden van gebouwdelen. De binnensloten moeten zijn voorzien van een moedersleutel of – passysteem en gradatie van sleutel of toegangspas zodat per functie toegang kan worden verschaft. Een en ander uit te werken in een doordacht elektronisch sleutel- of toegangsplan in samenhang met het toegangsbeheersysteem. De toegangsdeuren in de buitenschil voorzien van een separaat sluitplan, dat bij verlies of diefstal van de sleutels eenvoudig kan worden vervangen, zonder consequenties voor het grote sluitplan (binnen). Een goede bouwkundige en functionele zonering is belangrijk voor het geval niet in het gehele gebouw activiteiten zijn. De niet in gebruik zijnde delen moeten dan onder alarm kunnen zijn, behalve het gebouwdeel dat in gebruik is en de route(s) naar buiten.
Brandveiligheid
De brandveiligheid voldoet aan de wettelijke veiligheidsnormen. De belangrijkste brandveiligheidseisen komen kort samengevat op het volgende neer: • • • • • • • • •
Brandcompartimentering en brandwerendheidsscheiding tussen compartimenten; Brandveiligheidsklasse van toe te passen materialen en bekleding van de (hoofd)draagconstructie; Noodverlichting; Vluchtwegaanduiding; Ter plaatse van de nooduitgangen buiten het gebouw ruimte vrijhouden voor vluchten; Brandmelders- en ontruimingsinstallatie; Brandblus- of sprinklerinstallatie, deze laatste dient, indien mogelijk, vermeden te worden; Bij oplevering van het gebouw vluchtwegplannen aanleveren; Brandweer toegang (d.m.v. sleutelkluis voor toegang buiten openingstijden).
Elektrische apparatuur waaronder bedrading, verlichting, elektrische panelen en huishoudelijke apparaten, HVAC-systemen (verwarming, ventilatie, airconditioning), is zodanig ontworpen dat het risico op brand wordt geminimaliseerd.
EHBO Bij zowel de Barie, theaterzaal als bij de repetitieruimtes is er een EHBO-voorziening aangepast op het verwachte gebruik. Een defibrillator hangt bij de entree.
Schoonmaakonderhoud
Alle ruimtes moeten eenvoudig schoon te maken zijn, hiermee rekening houden bij de materiaalkeuze en detaillering: • Geen vuilvasthoudende materialen • Geen hoekjes of nissen - 18 -
• • • • • • •
Toepassen van inloopmatten Voldoende stroompunten voor de stofzuiger Indien nodig schrobputten Voorzieningen voor glasbewassing zowel voor binnen- als buitenzijde Lift die naar alle verdiepingen gaat (schoonmaakkar) of op alle verdiepingen een (ruime) werkkast met warm en koud water en een uitstortgoot Schoonloopmatten (alle ingangen) Voorziening voor (tijdelijke) rode loper bij de hoofdingang
Specifieke aandachtspunten voor de uitvoeringszaal: • Stof theaterstoelen dient glad en ook antistatisch te zijn. Denk aan het verwijderen van kauwgom, ook op de vloerbedekking van de tribune. • Wanden glad en afneembaar ook in de kleedruimten i.v.m. de verwijdering van schminkvlekken. Meubilair in de kleedruimten moet, om dezelfde reden, goed te reinigen zijn.
Sanitaire ruimtes Toiletten • Iedere toiletgroep heeft een apart gedeelte met dames-, heren- of genderneutrale toiletten. • Bij onderscheid tussen dames en herentoiletten de capaciteit benaderen vanuit het aantal toiletmogelijkheden, niet vanuit de oppervlakte. In (bijna) alle openbare gebouwen zijn er meer toiletplaatsen voor heren (onaantrekkelijke urinoirs) en ontstaan er onacceptabele wachtrijen voor damestoiletten. • De toiletruimtes zijn voorzien van zwevende toiletpotten • In de dames-toiletruimtes toegepaste “hygienebox” mag het gebruik van het toilet niet belemmeren • De voorruimte heeft per 2 toiletten een wastafel (minimaal één) met daarboven een spiegel. • Direct naast de wastafel is ruimte voor een handendroger/doekjesdispensor • De deur van de voorruimte is voorzien van een kijkopening • Ieder toilet is voorzien van een kapstokhaakje • In de voorruimte is een extra spiegel met volledige hoogte aanwezig • De toiletruimtes zijn voorzien van standaard toiletbenodigdheden, die verkrijgbaar zijn bij gangbare toeleveranciers Minder validen toiletten In het gebouw zijn voldoende mindervaliden toiletten (MIVA-toiletten) aanwezig, in overeenstemming met het gevraagde ITS-niveau hoog en passend bij de functie van het gebouw. De MIVA-toiletten voldoen aan de hiervoor geldende normen. De MIVA-toiletten zijn voor alle gebruikers en op alle gebruikstijden toegankelijk.
Schoonmaakbaarheid sanitaire ruimtes • Sensorverlichting: voor schoonmaakwerkzaamheden is het belangrijk voldoende verlichting te hebben en dat dit licht niet voortdurend uitgaat. Sensor moet overbrugd kunnen worden. Per sanitaire ruimte • Een schrobputje met de juiste ontluchting, zodat het stankslot niet wordt leeggezogen en er stankoverlast ontstaat. • Een 16A WCD voor waterzuiger, ontstopper of hoge drukreiniging
- 19 -
•
Wanden en vloeren van de sanitaire ruimten moeten bestand zijn tegen afspuiten met stromend water (slang) en dieptereiniging (hoge drukreiniging).
Oriëntatie en bewegwijzering Bezoekers moeten door overzichtelijkheid, logische routes en aan de hand van herkenningspunten op een eenvoudige, intuïtieve manier de weg in het gebouw kunnen vinden, met zo min mogelijk bewegwijzeringsbordjes. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt doordat verblijfsgebieden herkenbaar en van elkaar te onderscheiden zijn in kleur- of materiaalgebruik, of doordat vanuit verschillende ruimtes steeds zicht is op een oriëntatiepunt, zoals een binnentuin, een markante trap, een kerk of een straat.
Zonering/compartimentering Bij het ontwerp moet een doordachte zonering worden toegepast, waarbij rekening moet worden gehouden met publieksgebied en niet-publiekgebied en waarbij geen kruisende stromen voorkomen. Daarnaast zal sprake zijn van een bepaalde compartimentering van het gebouw. Deze compartimentering geldt voor zowel beveiliging, inbraak en brandsystemen, als voor klimaat, verlichting en overige voorzieningen. Zodat bepaalde delen van het gebouw niet onnodig verwarmd of gekoeld hoeven te worden en bezoekers niet onnodig terecht komen in ruimtes waar geen activiteit is.
Akoestiek, behagelijkheid, compartimentering Akoestiek
In principe dienen alle afgesloten ruimtes en gelijktijdig en onafhankelijk van elkaar gebruikt te kunnen worden. Een indeling volgens het werkprincipe Rust–Ruis–Reuring (concentratie, samenwerking, ontmoeting) ligt voor de hand, maar een rust-naast-reuring-ruimte kan bruikbaar zijn als deze niet gelijktijdig ten volle vereist zijn. Ook flexibele scheidingswanden hebben een beperkt geluidsisolerend vermogen. Optimaal gebruik is alleen in samenwerking mogelijk. Het hele publieksgedeelte van het gebouw kan ook ingezet worden voor zaal overschrijdende evenementen die zich tot laat in de avond kunnen voortzetten. Deze activiteiten moeten binnen het activiteitenbesluit kunnen vallen en vallen niet onder de ontheffing die tot 12 maal per jaar kan worden aangevraagd. Uitgangspunt voor de totale publieksbezetting is een voorstellingszaalbezetting van 100% gelijktijdig met 50% van de overige verblijfsruimtes. Te verwachten geluidniveaus:
Foyer - Bibliotheek Theaterzaal Repetitieruimtes Kantoor- en vergaderruimtes Keuken Expeditie Verkeersruimtes
Equivalent geluidniveau
Maximaal toelaadbaar piekgeluidniveau t.g.v. activiteiten in Piekgeluidniveau andere ruimten [dB(A)]
Laeq [dB(A)]
Lmax [dB(A)]
75 95 90 70 80 80 70
95 103 100 80 90 90
45 35 40 45
45
- 20 -
Achtergrondgeluidniveau:
Om zinvol te kunnen ontwerpen worden NR-levels aangehouden voor het achtergrondgeluidsniveau. Het streven om in de theaterzaal NR30voorkeur of NR 35 aan te houden, voor alle andere verblijfsruimtes NR 35 en voor de verkeersruimtes NR40. Alle toegangen naar de voorstellingszaal voorzien van geluidssluizen.
Nagalmtijden
Voor alle werk en verblijfsruimtes is een nagalmtijd van 0,8 seconden gewenst. De nagalmtijd van verkeersruimtes mag oplopen tot 1 seconde. Speciale aandacht vraag de theaterzaal. Daar wordt een nagalmtijd van 1 a 1,2 wenselijk geacht, en mogelijk korter voor elektrisch versterkte muziek en bioscoopprojectie (0,8 sec.). Een uitdrukkelijke wens uit het veld is om de theaterzaal ook geschikt te maken voor koorzang en kamermuziek. Daarbij zal de geluidenergie niet in de toneeltoren mogen verdwijnen en zal de nagalmtijd verlengt moeten kunnen worden naar 1,5 en nog liever bijna twee seconden. In het VO zal uitgezocht worden hoe – in verhouding met het budget om te gaan met deze wens. Streefwaarde voor de STI (Speech Transmission Index) is ≥ 0,60 @15 dB SNR. Over het meten van de STI bestaan in het veld vele opvattingen en daarmee kunnen de kosten voor vaststelling uit de hand lopen. We meten als er proefondervindelijk aanleiding is om eventueel onverstaanbaarheid op te lossen.
Bouwfysica en behagelijkheid Voor de thermische schil zijn de waarden van het BBL voor renovatie van toepassing ten aanzien van de thermische isolatie en luchtvolumestroom. Het streven is een adaptief klimaatprofiel. Inwendige condensatie die leidt tot gebouwschade of schimmelvorming dient voorkomen te worden. Voor alle ruimtes wordt de ISSO-74 aangehouden. Alle verblijfsruimten waar bezoekers, medewerkers en artiesten langer dan 2 uur per dag aan het werk of actief zijn, zijn voorzien van daglicht en uitzicht. In uitvoeringsruimten is een daglichtvoorziening 100% verduisterbaar. Andere werkplekken en verblijfsgebieden zijn voorzien van lichtwering met op zon belaste gevels voorzien van een zonwerende coating. Beglazing in gevel en dak heeft een LTA van ten minste 60% en een maximale g-waarde van 0,28.
Luchtkwaliteit Voor alle verblijfsgebieden van medewerkers en publiek moet het CO2-gehalte beperkt blijven tot 1000 ppm op leef hoogte. Voor de luchtverversing gelden, aanvullend op de wet- en regelgeving, de volgende eisen: • Publiek zittend bij voorkeur 40 m3/h p.p. maar ten minste 35 m3/h p.p. • Publiek staand/bewegend ≥ 40 m3/h p.p. • Artiesten speelvlak≥ 40 m3/h p.p
- 21 -
Voor de theaterzaal wordt bij voorkeur uitgegaan van ventilatie op basis van verdringing. Als de luchthoeveelheid geregeld wordt op CO2, dan dient dit gecombineerd te worden met een regeling op temperatuur en toerenregeling op de ventilator. Daarnaast dient de regeling dermate langzaam en dus vroegtijdig ingeschakeld te worden dat dit niet leidt tot overschrijding van de geluideisen. Een merkbare temperatuurdip kort na aanvang van de voorstelling dient te worden voorkomen.
Advies brandveiligheid
Aanvullend op de wet- en regelgeving worden voor De Nieuwe Doelen de volgende eisen gesteld: • Brandcompartimentering zodat geen sprinkler benodigd is. • De brandmeldinstallatie negeert theaterrook en hazers in de Theaterzaal en alle aansluitende ruimtes. • Voor de ontvluchtingscapaciteit dient rekening gehouden te worden met het gebouw als evenementenlocatie, waarbij de zaalbezetting 100% is met een gelijktijdige foyerbezetting gelijk aan 50% van de totale zaalbezetting. • Publiek vlucht in geen enkel geval over het speelvlak en/of door backstage-gebieden.
Bouwkundige eisen Constructie Draagstructuur - indien van toepassing. De bruto hoogte waar mogelijk zodanig kiezen dat de geëiste vrije hoogte in samenhang met de voor de installaties benodigde hoogte, en de beoogde flexibiliteit kan worden gerealiseerd. Bij de bepaling van de vereiste constructiehoogte en de vereiste hoogte (boven het plafond) voor de installaties zorgdragen voor een optimale positionering van constructie, functionele en installatie ruimtes, waarbij de functionele eisen en de totaalkosten worden afgewogen. Kolomvrije ruimtes De repetitieruimtes zijn waar mogelijk kolomvrij. Alle andere ruimtes zo kolomvrij mogelijk. Indeling en draagstructuur waar van toepassing zo gunstig mogelijk voor de beoogde functionaliteit uitvoeren. Constructieve obstakels Constructieve obstakels boven de plafonds beperken. Sparing mogelijkheden opnemen in verband met de installaties, de uitbreidingsmogelijkheden en de bereikbaarheid (beheer en onderhoud). Vloerbelastingen Voor de aan te houden vloerbelasting uitgaan van het BBL, echter met inachtneming van de flexibiliteiteisen.
Voor onder andere theaterzalen, repetitieruimte, bibliotheekruimte, entree, technische ruimtes, opslagruimtes en ruimtes voor archief, gelden zwaardere eisen ten aanzien van de netto vloerbelasting (aanhouden indien mogelijk in het bestaande gebouw: 7,5 kN/m2) in verband met het gebruik van een zelfrijdende eenpersoonshoogwerker. Voor grote repetitieruimtes (dans) en de theaterzaal – als deze vloer vervangen wordt - geldt dat de vloer verend opgelegd dient te zijn op aangeven van de theater technisch adviseur. Deze vloer heeft een eigen gewicht van ongeveer 25 kg/m2
- 22 -
Dakbelasting Voor de daken geldt dat naast de normale dakbelasting (bijv. sneeuw, onderhoudswerkzaamheden) rekening gehouden moet worden met het verplaatsen van de luchtbehandelingskasten van het BGniveau naar het dak. De overige publieksruimten geschikt maken voor het incidenteel ophangen van kunstwerken, uitgaande van 50 kg/m2 met een gelijktijdigheid van 10%. De toneeltoren wordt voorzien van 8 stalen balken en geschikt gemaakt voor ca. 20 trekken met een hijsvermogen van 300 kg. Dit om in de toekomst zonder bouwkundig/constructieve ingreep weer te kunnen groeien naar een beter geoutilleerd podium. Hieronder de mogelijke krachten per trek.
Akoestische dilataties In verband met akoestische eisen, waaronder het gelijktijdig gebruik van ruimtes, in het ontwerp rekening houden met akoestische dilataties. Dit dient vanaf het vroegst mogelijke ontwerpstadium te gebeuren omdat dit vergaande consequenties kan hebben voor de indeling van het gebouw. Onderzocht moet worden wat er mogelijk is met betrekking tot bouwkundige akoestiek in relatie tot het budget en beoogde functionaliteit. Voor het gelijktijdig gebruik van ruimtes moet o.a. worden gedacht aan: • Gebruik van de repetitieruimten (voor dans) • Optreden bandje in foyer en lezing in de theaterzaal. • Opstelling bibliotheek tijdens repetitie of voorstelling
Bouwkundige maatregelen flexibiliteit
Ontwikkelingen gaan sneller dan de levensduur van de huisvesting. Het is dan ook te verwachten dat in de toekomst aanpassingen noodzakelijk zijn. Daarom is het van belang aandacht te besteden aan de flexibiliteit met als doel een gebouw te realiseren dat langdurig in staat is om huisvesting te bieden aan de verschillende activiteiten in De Nieuwe Doelen. Om de gewenste flexibiliteit te bereiken moet voor het gebouw en de gebouwdelen rekening worden gehouden met aanpasbaarheid (uitbreidbaarheid en inkrimpbaarheid), veranderbaarheid (gebruik van dezelfde ruimte voor een nieuwe functie), indeelbaarheid en waar nodig dubbelgebruik.
- 23 -
In verband met flexibele aanpasbaarheid, voor zover de eisen per ruimtefunctie dat toelaten, moet rekening worden gehouden met de volgende voorzieningen: • • • • •
Uniformiteit in detailleringen; Uitbreidbaarheid; Vervangbaarheid van bouwdelen en onderdelen en afwerkingen; Eenvoudige aanpasbaarheid van leidingstelsels; Mogelijkheden voor nieuwe sparingen in wanden zonder dragende functie.
Flexibele ruimtescheidingen (zoals op het vlekkenplan ter suggestie aangegeven) dienen zodanig te worden geplaatst en uitgevoerd dat deze zijn afgestemd op de brandscheidingen, zodat bij aanpassingen deze brandscheidingen ongewijzigd kunnen blijven.
Gevels
Op het gebied van architectuur en uitstraling maar ook op het gebied van het energiegebruik en de thermische behaaglijkheid in het gebouw is de gevel van doorslaggevend belang. Zoveel mogelijk beperking van het glaspercentage en de toepassing van noodzakelijke zonwerende voorzieningen is zeer gewenst, echter met inachtneming van de eisen ten aanzien van architectuur en uitstraling. Overige uitgangspunten: • Bij toepassing van beweegbare buitenzonwering op de zonbelaste geveldelen is dit zowel centraal als individueel per ruimte bedienbaar; • Rekening houden in de materiaalkeuze met het onderhouden van de zonwering; • Water afkomstig van gesloten geveldelen mag niet langs het glas en de kozijnen lopen; • Eventuele bouwkundige voorzieningen voor planten aan de gevel moeten eenvoudig bereikbaar zijn om water te kunnen geven zonder het gebied rondom te beplanting te vervuilen. • Liggende cementgebonden delen zodanig afwerken dat er geen vervuiling van glas en kozijnen kan plaatsvinden; • Voor de water- en luchtdichtheid van de gevels streven naar een zeer luchtdichte gevel in verband met energiebesparing; • De onderste 2,5 m van de gevel is vandalismebestendig; • Geen nissen en donkere hoeken creëren en geen afdakjes, anders dan bij de reguliere entrees; en mogelijk wachtplaats voor het OV. • Voorkomen van opklimbaarheid van gevels.
Dak
In geval van een plat dak zijn begaanbare looppaden aangebracht en de dakranden hebben een valbeveiliging. Het dak is binnen de Arbo-eisen goed bereikbaar voor het uitvoeren van onderhoud aan eventuele zonnepanelen, het dak zelf en voor gevelreiniging. Het dakafschot, waar het aangepast wordt, is weloverwogen ontworpen en uitgevoerd. Ter overweging is de toepassing van witte dakbedekking ter beperking van de warmtelast, een sedumdak voor de tijdelijke berging van hemelwater. Bij toepassing van een witte dakbedekking moet in het ontwerp een voorziening worden meegenomen waarmee het onderhoud (de schoonmaak) zo eenvoudig mogelijk kan worden uitgevoerd.
Vloeren
De vloerafwerking wordt bepaald door de functie en uitstraling van de ruimte. De vloerafwerking is representatief, akoestisch dempend, eenvoudig te reinigingen, slijtvast (geschikt voor intensief - 24 -
gebruik), allergeenarm en antistatisch. Alle vloeren dienen dorpelvrij te zijn, behalve de natte ruimtes. Afhankelijk van het ontwerp rekening houden met het opnemen in de vloeren van technische infrastructuur (klimaat, verlichting, data, veiligheid en dergelijke). Vloerafwerking in de theaterzaal en periferie op aanwijzing door de adviseur podiumgebouwen.
Binnenwanden
De wanden en wandafwerking van de verschillende ruimtes kiezen in overeenstemming met het gebruik van de ruimtes. Behalve met de hier genoemde eisen moet ook rekening worden gehouden met de gewenste uitstraling. De wandopbouw van de theaterzaal en repetitieruimtes is maatwerk en moet worden uitgewerkt in overleg met de constructeur, de adviseur theatertechniek en de adviseurs bouwfysica en akoestiek. Alle wanden hebben de benodigde akoestische afscheidingen c.q. afdichtingen. Ook boven de plafonds zijn de voorzieningen voldoende geluidsisolerend. Doorvoeren in scheidingswanden en boven het plafond (bijvoorbeeld kabelgoten) zijn akoestisch afgedicht met het oog op de vereiste geluidsisolatie. Op kwetsbare plaatsen waar veel bezoekers komen en/of transport van goederen en instrumenten plaatsvindt, is gepaste robuustheid nodig en is de wandafwerking slag- en stootvast. De onderste laag (50 cm) van de binnenwanden heeft een stootvaste laag zonder scherpe randen. Op uitwendige hoeken moet een verticale hoekbescherming worden aangebracht. Wanneer deuren in een transportroute liggen waar veelvuldig met wagentjes e.d. wordt gereden, hebben de deuren stootplaten of gelijkwaardige bescherming.
Er zijn geen opbouw- of uitstekende installatiedelen, brandhaspels et cetera daar waar sprake is van regelmatig passeren van instrumenten en benodigdheden voor de uitvoeringszaal (zoals bijvoorbeeld instrumenten als een piano of vleugel). Voorkomende onderdelen dienen te zijn opgenomen als inbouwelement of verzonken te liggen in nissen in de wand. Bij bestaande gebouwdelen de mogelijkheden daarvoor onderzoeken of hinder van installatiedelen voorkomen door deze eventueel elders te plaatsen. De binnenwanden hebben voorzieningen voor het ophangen van voorwerpen. Afhankelijk van het ontwerp rekening houden met het opnemen in de wanden van technische infrastructuur (klimaat, verlichting, veiligheid en dergelijke). De binnendeuren hebben sloten op basis van een toegangsplan met een (programmeerbaar) toegangspassen- of intoetscode systeem of met sleutels. De deuren in verkeersruimtes zijn tijdelijk open te zetten door middel van voorzieningen (bijvoorbeeld kleefmagneten).
Plafonds
De plafonds van de verschillende ruimtes kiezen in overeenstemming met de functie van de ruimtes, waarbij het gebruik van systeemplafonds vermeden wordt In verband met de vereiste akoestiek geluidsabsorberende plafonds toepassen, tenzij met alternatieven aantoonbaar de gestelde technische kwaliteitseis kan worden gerealiseerd. Houdt bij de plafondafwerking rekening met het bereiken van eventuele bovenliggende installaties/installatieonderdelen.
- 25 -
Maatvoeringen
Voor de hoogte maatvoering geldt in het algemeen het BBL. De inwendige (netto) hoogte/vrije hoogte en de lengte/breedtematen van ruimtes zijn echter een belangrijk kwaliteitsaspect en in bepaalde gevallen een functionele vereiste. De theaterzaal, repetitieruimtes en het laad- en losgebied stellen om functionele reden bepaalde eisen aan de maatvoering, te denken valt aan het vervoer van piano’s en dergelijke. De foyerruimtes hebben om kwalitatieve redenen bepaalde hoogte eisen. Voor de lengte- en breedtemaatvoering geldt hetzelfde. Binnen de mogelijkheden van het gebouw en de gewenste indeling dit afstemmen met de theater technisch adviseur, gebruiker en opdrachtgever.
Werktuigkundige installaties Installatieopzet
De installaties dragen bij aan een doelmatig, bedrijfszeker, flexibel en efficiënt gebruik van het gebouw en dragen bij aan het comfort. De installaties van het gebouw zijn naast eerdergenoemde beschrijvingen gebruikersvriendelijk. Er is een adaptief GBS aanwezig in het gebouw dat mogelijk behouden of vervangen wordt. Technische ruimtes en schachten bieden voldoende ruimte voor bediening, inspectie en onderhoud van de installaties en hebben geschikte toegangen voor vervanging van apparatuur. In verblijfsruimtes zijn de temperatuur, de (kunst)verlichting, de eventuele buitenzonwering en de binnen- lichtwering per ruimte apart bedienbaar. In verband met verschil in gebruikstijden bij voorstellingen, ontvangst van groepen, repetities, de ontvangstruimte, vergaderingen, kantoorwerkzaamheden en/of afwijkende werktijden is het mogelijk de diverse installatiedelen afzonderlijk in te stellen. De voorzieningen ten behoeve van de installaties (ventilatie, verlichting en dergelijke) zijn optimaal geïntegreerd in de opzet, de constructie en uitvoering van de plafonds, om een logische verdeling te realiseren. De installatie is zodanig dat een energetisch verantwoorde schakeling te realiseren is.
Ten behoeve van eventuele nog in de toekomst in te brengen installaties, de eventueel toe te voegen bouwkundige schachten met voldoende reserve oppervlak, ongeveer 15% reserveruimte, ontwerpen en uitvoeren. De installaties zijn zo mogelijk ook afgestemd op uitbreidings- en aanpassingsmogelijkheden.
Klimaatinstallatie
De klimaatinstallatie dient zodanig te worden aangepast dat het verwachte binnenklimaat te allen tijde kan worden gerealiseerd met inachtneming van de overige comforteisen, zoals beperking van tocht en koudeval. De meest urgente ingreep is het verplaatsen van alle klimaatinstallaties van de voor exploitatie belangrijke - begane grond naar het dak. Onderzocht moet worden of huidige schachten en kanalen in de nieuwe situatie geschikt zijn voor klimaatbeheer dat aansluit bij de in dit PvE verwoorde verwachtingen. Een goede doorspoeling van de ruimtes van het gebouw met ventilatielucht waarborgen door het te kiezen luchtbehandelingssysteem. Het luchtbehandelingssysteem ontwerpen in samenhang met koeling en verwarming van de ruimtes. De installatie is bij voorkeur zodanig dat:
- 26 -
•
•
•
•
De hoeveelheid verse lucht per ruimte eenvoudig aan te passen is aan uitbreidingen en functieaanpassingen en gewijzigde indelingen, zonder hoofdtracés aan te passen of te vervangen; Sprake is van extra capaciteit, zodanig dat per verdieping 10% van het vloeroppervlak met ruimtes met verhoogde ventilatie kan worden ingericht op elke willekeurige plaats in het gebouw, zonder kanalentracé-aanpassingen; De koeling van de theaterzaal zodanig kan worden ingeregeld dat rekening wordt gehouden met de inloop en het tot rust komen van publiek (om te voorkomen dat even na aanvang van de voorstelling de ruimte te sterk gekoeld wordt); De installatie per verblijfsruimte (kantoor- en kleedruimtes, werkplaatsen, repetitieruimte) door de individuele gebruiker handmatig bedienbaar is zowel voor de verwarming en koeling, en eventueel bij een hoger ventilatievoud dan het ventilatiedebiet; o Individuele verstellingen binnen 1 uur het gewenste resultaat geven; o (Per ruimte) ventilatielucht mechanisch wordt toegevoerd en afgezogen; o Tijdens bedrijfsuren geen recirculatielucht wordt gebruikt; o (Bij voorkeur) laag temperatuurverwarming en hoog temperatuurkoeling plaatsvindt; o Energievernietiging door gelijktijdig koelen en verwarmen wordt voorkomen (tenzij dit vanuit vochteis noodzakelijk is); o De geluidsproductie van het ventilatiesysteem binnen de in dit PvE genoemde waarden blijft; o Naast de
mechanisch toegevoerde lucht er mogelijkheden in de kantoorwerkruimtes zijn om via te openen delen verse buitenlucht toe te staan; o Het luchttoevoerdebiet in het gebouw/ per verblijfsruimte zodanig is dat er, na aftrek van de luchthoeveelheden van de mechanische afzuigsystemen, 10% meer lucht wordt toegevoerd en er een geringe overdruk ontstaat.
Luchtbehandelingskasten De luchtbehandelingskasten zijn dubbelwandig en koudebrugvrij. Kleppensecties, filterframes, verwarmings- en koeler-batterijen zijn behandeld met een corrosie werende coating. De filtersectie is gemaakt van r.v.s. ter voorkoming van doorroesten. Vrije koeling toepassen met een bypass in geval van warmteterugwinning. De luchtbehandelingsinstallatie heeft de nodige voorzieningen om de prestatie-eisen te halen, zoals filters, (kanaal)geluiddempers, overspraakdempers, frequentiegeregelde ventilatoren, warmterugwinning, brandkleppen et cetera. Om bij zeer geringe bezetting, het gebouw op temperatuur te houden, dient de mogelijkheid aanwezig te zijn om de afgezogen lucht van een bepaalde ruimte te recirculeren met geringe bijmenging van “frisse” buitenlucht, mede op basis van CO2-metingen. Luchtkanalen en plenums In de luchtkanalen de luchtsnelheden beperken in verband met achtergrondgeluidsniveaus van de installaties en in verband met energiezuinigheid. In de luchtkanalen inregelvoorzieningen opnemen om een luchtbalans te realiseren. De buitenluchtaanzuig- en afblaaskanalen zijn uitwendig thermisch en dampdicht geïsoleerd. De buitenluchtaanzuigkanalen inwendig dubbel bitumeren. De luchttoevoerkanalen zijn uitwendig thermisch geïsoleerd. De isolatie is voldoende beschermd om in de gebruiksduur onnodige beschadiging te voorkomen.
In kanalen waar nodig overspraakdempers toepassen. Mechanische ventilatie Het mechanische toevoerdebiet voor verblijfsruimtes bedraagt: • Theaterzaal, repetitiestudio(s) ≥ 35 à 40 m3/h p.p. • Ontvangstruimte, foyer, bibliotheek ≥ 35 m3/h p.p. - 27 -
• •
Repetitieruimtes ≥ 35 m3/h p.p. Alle niet genoemde niet-verblijfsruimtes ≥ 2,5 m3/h m2
Mechanische afzuigvoorzieningen De mechanische afvoerventilatie heeft voor niet-verblijfsruimtes de volgende capaciteit per ruimte: • • • • • •
Toiletten > 50 m3/h per toilet Werkkasten, bergingen > 25 m3/h Keukenruimte > 70 m3/h Afval ruimte > 70 m3/h Expeditieruimte > 50 m3/h Garderobe (boven de – natte- jassen) > 70 m3/h
Specifieke eisen De luchtsnelheid in verblijfsdelen is niet hoger dan 0,2 m/s om tochtklachten te voorkomen. Ruimtes met lucht- of geurverontreiniging (keukens, toilettenen dergelijke) worden op een onderdruk gehouden om verspreiding van verontreinigingen naar de overige ruimtes afdoende te beperken. Na de bedrijfstijd blijft de afzuiginstallatie voor onder andere toiletten en werkkasten in bedrijf. Water en sanitaire installaties Koud en warm tapwater Op diverse punten in het gebouw zijn tapwaterpunten voor koud- en warm water inclusief afvoer, in onder andere de kleed- en doucheruimtes, keukens, pantry's, werkkasten en de toiletruimtes. In de theaterzaal is op het zijtoneel een koud- en warmwatertappunt met uitstortgootsteen aanwezig. Sanitaire voorzieningen in toilet- en kleedruimtes Uitgangspunten voor sanitaire toestellen en wastafels in toiletruimtes, kleedruimtes en dergelijke zijn de schoonmaakmogelijkheden door onder andere toepassing van vrijhangende closetcombinaties. De mindervaliden toiletten hebben een alarminstallatie.
Brandblusinstallaties
Watervoerende blusmiddelen worden zoveel mogelijk vermeden in verband met boeken, instrumenten, uitrusting theaterzaal. De brandslanghaspels zijn inclusief haspelkast (inbouw), conform voorschriften (regionale) brandweerinspecties en in een nader te bepalen RAL-kleur. Bij voorkeur wordt een slanglengte van 20m1 aangehouden. Minimaal is een haspel ter plaatse van de vluchtdeuren naar buiten gepositioneerd.
Afvoerinstallaties
De afvoerinstallaties scheiden in een hemelwater- en vuilwater afvoerinstallatie. Voor de hemelwaterafvoer geldt: • De hemelwaterafvoerinstallatie betrekken in afwegingen als het gaat om duurzaamheid. • Onderzoeken of een grijswatersysteem in te brengen is. • De hemelwaterafvoer aansluiten via een zo kort mogelijke weg door infiltratie of op het gemeentelijke hemelwaterafvoerstelsel. • Bij hemelwaterafvoer langs de gevel zijn de eerste 2,5 m boven maaiveld vandalismebestendig.
- 28 -
Voor de overige vuilwaterafvoer geldt: • Alle sanitaire toestellen, spuivoorzieningen, condensafvoeren, vloerputten, et cetera moeten water-lucht- en stankdicht aansluiten op een afvoerleidingsysteem. Dit is vervolgens aangesloten op het gemeentelijk rioleringssysteem. • Afvoersystemen zijn geïsoleerd tegen het optreden van condensatie. Leidingen zijn akoestisch geïsoleerd, als geluidsoverlast voor gebruikers of publiek kan optreden. • Voor keukenruimtes (kleine kaart) rekening houden met een gescheiden afvoerleiding, met tracing en zetmeel/vetvangput. Specifieke eisen hieraan nader onderzoeken (onder andere in verband met inspectie en afvang/schoonmaak). • Uitstortgootstenen waar nodig (cursuslokaal/ atelier) voorzien van zandvangers. • Ontstoppingsmogelijkheden voorzien bij iedere toiletgroep.
Legionellabestrijding
In overeenstemming met de wettelijke eisen moet een legionellabeheersplan worden opgesteld. De installatie is legionella veilig, zonder aanvullende beheersmaatregelen. Leidinglengten zoveel mogelijk beperken, zonder "dode" einden. Bestaande leidingen hierop nazien.
Regelinstallatie W-installaties Algemeen
De regelinstallatie regelt de werktuigbouwkundige installaties. De regelinstallatie vormt een geheel met het gebouwbeheersysteem (GBS). Dit GBS genereert gebouwgegevens, zoals temperaturen, status van installatietechnische storingen en administratieve gegevens voor het energie managementsysteem, gedurende 12 maanden. De regelinstallatie is automatisch, met de mogelijkheid tot handbediening. Het GBS omvat minimaal: • Het automatisch inlezen van water- en elektriciteitsverbruik; • Het automatisch inlezen van eventuele deelverbruikmeters; • Visualisatie en controle van alle HVAC-installaties (klimaat installaties); • Algemene controle van beveiligingsinstallaties; • Het uitlezen van de brandcentrale; • Sturing van de verlichting incl. reclame-, gevel- en buitenverlichting; • Nachtventilatie regeling (nachtkoeling); • Vrij instelbare klok- en vakantieprogramma’s (met automatische zomer-/wintertijd); • Een IP (internetprotocol) georiënteerde omgeving, via internet benaderbaar zonder dat een speciaal softwarepakket noodzakelijk is om toegang te verkrijgen. Aangestuurd door de inbraakinstallatie bij activering van deze installatie volgt een puls om de Winstallatie en de verlichting in de nachtstand (gesloten) te zetten. Het GBS is volledig vrij programmeerbaar, toegankelijk via eigen netwerk en internet.
Het betreft een integraal GBS, waarop alle installaties zoals inbraakbeveiliging, toegangsbeheer, verlichting en klimaatbeheersing zijn aangesloten. Het GBS moet, behalve in het gebouw zelf, ook op afstand bij gemeente Gorinchem (gebouweigenaar) kunnen worden bediend.
- 29 -
De werking van de regelinstallatie en het GBS moet aangetoond worden tijdens het eerste jaar van ingebruikname. Goede werking kan aangetoond worden door logfuncties en grafiekuitdraaien alvorens de definitieve juiste werking kan worden geaccepteerd. De installatie heeft een energie-bemetering per installatieonderdeel, afleesbaar via het GBS en een monitoringsysteem om inzicht te verschaffen aan de beheerder en de gebruikers wat het energieverbruik is en om te monitoren of alle energiebesparende maatregelen ook hun effect blijven behouden. Afwijkend gedrag is met het monitoringsysteem vroeg signaleerbaar. Bedieningspaneel In een centraal geplaatst bedieningspaneel moet een weergavevenster zijn opgenomen voor de signalering van storing- en onderhoudsmeldingen evenals bedieningsschakelaars voor overwerk en dergelijke. Op het centrale bedieningspaneel zijn voorzieningen opgenomen om onvoorzien schakelen van licht in de uitvoeringszaal te voorkomen. Schakelingen Schakelingen van de installatieonderdelen zijn volgens een in te stellen geoptimaliseerd programma voor dag, nacht en weekendbedrijf met de verruimingsmogelijkheid per zone of ruimtecluster, verdieping en installatie. De zones in overleg met de gebruiker/opdrachtgever samen te stellen.
Doormeldingen Storingen en onderhoudsmeldingen aan de installaties worden naar het centrale paneel via optisch signaleren gemeld, gesplitst in urgent en niet-urgent – dan ook akoestisch. Meldingen zijn via email en sms of app te versturen. Alle signalering ten behoeve van de gebruiker zijn duidelijk en gebruikersvriendelijk. Relevante meldingen van de brand- en inbraakinstallatie worden doorgemeld aan een Particuliere Alarm Centrale (PAC) en eventuele hulpdiensten volgens voorgeschreven en werkbaar protocol. Regeling ruimtetemperatuur De installatie heeft een centraal in te stellen ruimte temperatuurregeling en een individuele ruimte temperatuurregeling per ruimte of zone. Bandbreedte van de individuele temperatuurverstelling is +/- 3 °C ten opzichte van de centraal ingestelde ruimtetemperatuur voor die ruimte. In overleg en op basis van het ontwerp, het aantal naregelingen met inachtneming van de gewenste en mogelijke flexibiliteit te bepalen. Daarnaast hebben de regelingen van de verwarming, de koeling en de ventilatie een overwerkschakeling.
Elektrotechnische installaties Installatieopzet De installaties dragen bij aan een doelmatig, bedrijfszeker, flexibel en efficiënt gebruik van het gebouw en dragen bij aan het comfort. De installaties van het gebouw zijn naast eerdergenoemde beschrijvingen gebruikersvriendelijk. Dat geldt voor: instelbaarheid, meetbaarheid en regelbaarheid. Technische ruimtes en schachten bieden voldoende ruimte voor bediening, inspectie en onderhoud van de installaties en hebben geschikte toegangen voor vervanging van apparatuur. In verblijfsruimtes zijn de temperatuur, de (kunst)verlichting, de eventuele buitenzonwering en de binnen- lichtwering per ruimte apart bedienbaar. In verband met verschil in gebruikstijden bij
- 30 -
uitvoeringen, ontvangst van groepen, repetities, de ontvangstruimte, vergaderingen, kantoorwerkzaamheden en/of afwijkende werktijden is het mogelijk de diverse installatiedelen afzonderlijk in te stellen. De voorzieningen ten behoeve van de installaties (ventilatie, verlichting en dergelijke) zijn optimaal geïntegreerd in de opzet, de constructie en uitvoering van de plafonds, om een logische verdeling te realiseren. De installatie is zodanig dat een energetisch verantwoorde schakeling te realiseren is. Ten behoeve van eventuele nog in de toekomst in te brengen installaties, de bouwkundige schachten met voldoende reserve oppervlak, ongeveer 15% reserveruimte, ontwerpen en uitvoeren. De installaties zijn ook afgestemd op uitbreidings- en aanpassingsmogelijkheden. Het vermogen wordt grofweg opgebouwd uit de vermogens ten behoeve van: • luchtbehandeling en warmtebronnen • ventilatoren en koeling • verlichting • liften • theatertechniek • horeca • overige gebruiker specifieke apparatuur. In verband met de netcongestieproblematiek is het streven binnen de aansluitwaarde van de huidige DND te blijven. Het totaal gelijktijdig aangesloten vermogen dient bij voorkeur 10% reservecapaciteit te bevatten. Het benodigd transformatorvermogen dient tijdens het ontwerp nader te worden berekend en op basis van deze berekeningen te worden vastgesteld.
Alle krachtvoedingen (voor zover niet al aanwezig) vanaf de transformator volgens het TN-S systeem uitvoeren. Overspanningsbeveiliging en bliksemafleiderinstallatie uit te voeren als een gecombineerde installatie. Aarding en vereffening gescheiden houden. (AV-apparatuur) De verdeelinrichtingen van de geluidinstallaties dienen rechtstreeks gevoed te worden vanaf de hoofdverdeelinrichting.
Aansluiting op nutsvoorzieningen Waarschijnlijk al in voldoende mate voorzien.
Hoofdaansluiting en verdeelinrichtingen
Hoofdverdeelinrichting De hoofdverdeelinrichting is geschikt voor het maximaal geïnstalleerd af te nemen vermogen van de transformator(en) of laagspanningsaansluiting. Rekening houden met het inbrengen van PV of batterijsystemen. De hoofdverdeelinrichting heeft bij eventuele herziening een overspanningbeveiliging met een stootspanningsbestendigheid van 4-6 kV (uitvoering inclusief centrale aanspreek uitlezing). Eventueel reservevermogen aanhouden in meerdere groepen met een minimum van 4, verdeeld over verschillende waarden van de zekeringhouders. Onderverdeelinrichtingen als deze herzien worden. Uitgangspunt is tenminste 1 verdeelkast per bouwlaag, zo dicht mogelijk bij de hoofd verdeelinrichting aangebracht en centraal boven elkaar gelegen. Uitzondering daarop zijn de
- 31 -
verdeelinrichtingen t.b.v. de theaterzaal. Afhankelijk van het ontwerp worden deze geplaatst op aanwijzing van de adviseur theatertechnieken. De verdeelkasten/verdeelinrichtingen voorzien van: • Uitvoering: plaatstalen kast met automaten. • Reservevermogen in groepen: 20% met een minimum van 4 groepen. • Een overspanningsbeveiliging. Voedingskabels De voedingskabels voor de onderverdeelinrichtingen zijn gebaseerd op: • Voedingskabels en overig elektrisch materieel die geen storingen veroorzaken aan de in het gebouw aanwezige zwakstroom- en telefoon-/ datacommunicatie installaties; • De kabelberekeningen conform de NEN-normen; • Halogeenvrije bekabeling conform NEN 8012. • De gelijktijdigheden; • Berekeningen waarbij de reservegroepen in de verdeelinrichtingen voor 50% van de maximale belasting voorzien zijn; • Een maximaal spanningsverlies van 5% tot aan het verbruiksapparaat; • Per onderverdeelinrichting één voedingskabel. Noodstroomvoorziening De theaterzaal is voorzien van een centrale noodstroomvoorziening (UPS) die bij storing in de levering door het energieleverend bedrijf (netstoring) automatisch inschakelt. Deze UPS is alleen nodig voor een tijdelijke overbrugging. In overige gebouwdelen zijn locale accu’s toegestaan.