CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente Gorinchem54.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Wenst iemand hier nog een stemverklaring over af te leggen? Stemming raadsvoorstel: Stemverklaring mevrouw Pellikaan: Dank u wel, wij gaan omdat ons amendement het niet heeft gehaald tegen het raadsvoorstel stemmen, ook om te onderstrepen dat dit wat ons betreft niet de manier is waarop wij dit zouden moeten doen. Laten wij inwoners niet onnodig verrassen met een stijging van 20% als dit niet nodig is. Laten wij inwoners ruimte geven om zich mentaal en financieel voor te bereiden, zeker in tijden van inflatie waar inwoners al te maken hebben met zo veel verhogingen. Stemverklaring mevrouw De Groot: Dank u wel voorzitter, ook wij zullen tegen stemmen, ik zal niet herhalen wat mevrouw Pellikaan heeft gezegd, want dat heeft zij goed gezegd. Ik wil wel daarbij gezegd hebben dat het programma, dat hebben wij al eerder aangegeven, een mooi en noodzakelijk programma is, maar de manier waarop wij dit naar de inwoners brengen met de kosten daar zijn wij het nu niet mee eens. Stemverklaring mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, wij zullen voor het voorstel stemmen omdat wij wel achter de rest van het voorstel staan. Wij hadden liever een andere weg gezien maar helaas. De voorzitter: Dank u wel, anderen nog? Dat is niet het geval. De heer Van Santen: Nou voorzitter, ik stem uiteraard voor het voorstel. De voorzitter: Goed, let op waar u zo meteen op drukt, plus is voor, min is tegen.

Ik open de stemming voor het raadsvoorstel. Voor stemmen de fracties van: Stadsbelang, VVD, ChristenUnie/SGP, Gorcum Actief, D66, SP en CDA. Tegen stemmen de fracties van: Democraten Gorinchem, PvdA. Dit houdt in dat het raadsvoorstel is aangenomen met 18 voor en 6 stemmen tegen.

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

23

De voorzitter: Dames en heren, het is nu 21.11 uur. Ik stel voor dat wij even een korte schorsing doen. Ik kreeg hier en daar al wat signalen. Ik stel voor dat wij tien minuten schorsen en daarna gaan wij weer beginnen. De vergadering is geschorst. (Schorsing van 21.11 tot 21.21 uur) De voorzitter: Wij zijn bezig met de raadsvergadering. Wij zijn gevorderd tot en met agendapunt 7b. Daarna hebben wij even een korte schorsing gehad en nu hervatten wij de vergadering. 7c.

Tussentijdse rapportage 2025

De voorzitter: Wij zijn bij bespreekstuk tussentijdse rapportage 2025, de zogenaamde turap. Dit was een bespreekstuk, maar inmiddels heeft niemand zich meer gemeld om het woord te voeren. Het voorstel is om de tussentijdse rapportage 2025 vast te stellen. Een bedrag van € 112.000 te storten in de reserve Sociaal Domein en de financiële consequenties te verwerken in een begrotingswijziging. Voordat ik het voorstel in stemming breng kijk ik even rond of iemand een stemverklaring wenst af te leggen. Stemverklaring de heer Van Andel: Dank u wel voorzitter, mijn stemverklaring gaat eigenlijk over een technische vraag die ik heb gesteld waarop een antwoord is gekomen. Ik snap een gedeelte van het antwoord niet. Ik lees even voor: “Het convenant inzake digitale veiligheid dat volgens u op 1 augustus 2025 met VNG zou zijn overeengekomen is bij ons niet bekend en kan niet worden teruggevonden op de website van VNG”. Ik heb voor alle duidelijkheid naar de griffie de link gestuurd (en die is weer doorgestuurd naar de raadsleden) waarop het convenant inzake digitale veiligheid gemeenten op te vragen is. Dus bij dezen, dank u wel. De voorzitter: Bij dezen onderdeel van de notulen. Ik kijk nog even rond, verder nog een stemverklaring? Stemverklaring de heer Tekir: Ja voorzitter dank u wel, het begint bijna een traditie te worden vanavond, stemverklaringen. Het kan zomaar de laatste zijn.

Dank voor de turap en de beantwoording van de vragen die wij hebben gesteld. Complimenten aan het college en het ambtelijk apparaat die de raad weer hebben meegenomen in de ontwikkeling van alle programma’s. Ik wil dit toch even genoemd hebben omdat naast de begroting en de verantwoording de tussenrapportage gewoon een belangwekkend document is om terug te blikken op de afspraken die wij hebben gemaakt. Er is ook volop gebruik gemaakt door allerlei fracties om daar op te reflecteren in de I&O. Volgens mij is toen automatisch geconcludeerd dat het een bespreekstuk zou zijn, maar gelet op de beantwoording van de vragen hebben wij geen aanleiding om daar vanavond wat mee te gaan doen. Uiteraard is er een aantal dossiers zoals het stedelijk programmeren waar wij vragen over hebben gesteld die wij met belangstelling zullen volgen. Daar is het één en ander over toegezegd voor het einde van het jaar dus dat houden wij in de gaten, maar voor nu met dank aan de organisatie stemmen wij in met de turap. De voorzitter: Dank u wel, ik kijk nog even rond. Anderen nog? Dat is niet het geval. Mag ik het zo doen dat u allen instemt. Dat is het geval, aldus besloten. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

24

7d.

Opheffen geheimhouding op alternatieve locaties COA

De voorzitter: Als wij spreken over voorstellen gaat het altijd over de inhoud en over het proces. Met betrekking tot de inhoud hebben wij allemaal het afgelopen jaar kunnen constateren dat er op de gekozen COA locatie een AZC is verschenen wat, getuige op wat ik hoorde op Burendag, daar heel goed functioneert. Tegelijkertijd hebben wij ook te letten op het proces en de procedure. Om te komen tot de betreffende COA locatie is er een lijst geweest met locaties. Die lijst met locaties daar is geheimhouding opgelegd toentertijd in 2023. Er zijn in de loop van de tijd Woo verzoeken gedaan. Onderwerp van gesprek vanavond is het opheffen van de geheimhouding op alternatieve locaties COA. Ik wil allereerst de heer Schefferlie van Democraten Gorinchem het woord geven. De heer Schefferlie: Dank u wel voorzitter, ik weet niet of de kinderburgemeester er nog is. Ik denk het niet, het kinderwetje van Van Houten geldt dan ook voor burgemeesters kennelijk. Ja, aan de ene kant jammer want je wilt als het over transparantie en openheid gaat vooral ook de jeugd meenemen en ik had de versie die ik nu had willen verscheuren als zij er bij was, maar nu kan ik u toch niet garanderen voorzitter dat het gebrom in deze raadzaal vanavond definitief is opgelost. Wij zijn nog steeds best boos over wat er destijds is gebeurd.

Wij willen ook kijken of je dat op een goede manier kunt corrigeren door in ieder geval kritisch terug te kijken en misschien is het dan ook eens goed om ons nog eens even te verplaatsen in onze eigen verwondering die wij vaak hebben over de rijksoverheid en de landelijke politiek. Bijvoorbeeld als het gaat over de toeslagenaffaire, maar ook over het gewirwar dat wij op dit moment zien rond de AZC’s die eigenlijk is ontstaan doordat door de regeringspartijen zelf eigenlijk ter discussie is gebracht of de spreidingswet wel blijft bestaan. Daardoor zie je eigenlijk een enorm tumult ontstaan in de weerstand onder mensen. Wij verbazen ons daarover. Heel veel gemeenten hebben er last van om daarmee te dealen. Ik denk dan oh, oh, oh, kunt u niet zorgvuldiger en beter omgaan met uw eigen mensen. Vandaag voorzitter, gaat het eigenlijk over de vraag of wij zelf daartoe in staat zijn, op dat gebied waar wij zelf de invloed hebben, zijn wij dan in staat om het goede te doen. En als dat dan niet gebeurd is om in ieder geval wel terug te kijken op een manier om dat recht te zetten. Voorzitter, het gaat vandaag over openheid en transparantie. Natuurlijk willen inwoners dat, zeker bij een onderwerp dat zo veel emoties oproept als asielopvang. Maar wat heb je aan openheid als die pas jaren later komt? Openheid is juist belangrijk op het moment dat de beslissingen worden genomen.

Dan willen mensen helderheid en betrokkenheid. Dit college en een meerderheid van de raad hebben er bewust voor gekozen om zaken geheim te houden. Dat was een verkeerde keuze die veel schade heeft aangericht. Geen wonder dat inwoners hun vertrouwen verliezen als een gemeentebestuur zich niet aan de regels van goed bestuur houdt. Het is echt schadelijk geweest dat de locatiekeuze in het geheim is gemaakt. Wij zijn er bovendien van overtuigd dat niet de beste plek is gekozen, maar nog belangrijker wij konden daar niet open over praten. Inwoners zijn daarmee hun recht op openheid, transparantie en betrokkenheid kwijtgeraakt. Dat nemen wij het college kwalijk. Het college heeft een groot deel van de raad meegesleurd in deze foutieve aanpak en dat is onbegrijpelijk. Daardoor konden wij niet uitleggen waarom de gekozen locatie in onze ogen niet de beste was. Maar ook als het wel de beste was dan nog had je dat in openheid en vroegtijdig moeten kunnen doen. Is het wel proportioneel geweest om alles maar helemaal in het geheim te houden? Of was het niet op zijn minst mogelijk geweest om een deel openbaar te maken of in ieder geval de betrokken eigenaren die vraag voor te leggen? Wat wij ook nog verzocht hebben, van goh kunt u het niets eens vragen.

Houdt u er ook rekening mee dat het COA zelf, die het onderzoek hier mocht uitvoeren, geen enkele moeite had en eigenlijk van plan was om de notitie gewoon kenbaar te maken? Nee, het is vanuit dit gebouw hier tegengehouden. Ik denk als wij straks uiteindelijk die openheid wel hebben, natuurlijk stemmen wij daarmee in want dan is het in ieder geval nu zo, veel te laat, maar ja, je kunt moeilijk daar nog tegen zijn om het nu alsnog wel openstelt. Die verbazing zal dan nog groter zijn als wij zien waar het allemaal over ging. En dan zeker als die eigenaren er waarschijnlijk helemaal geen problemen mee hadden dat het bekend werd.

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

25

Maar het gaat nog verder voorzitter, het college heeft bewust documenten niet doorgestuurd naar de raad. Alsof men niet weet dat dit verplicht is volgens de wet. Dat is echt ongekend. Zouden wij echt de enige gemeente zijn die de Algemene Wet Bestuursrecht niet kent? Voorzitter, wij zijn er duidelijk over, het college heeft veel schade toegebracht aan het vertrouwen van onze inwoners. Waar wij bij de onduidelijkheid over de financiën hier in dit gebouw nog konden twijfelen of het nu ging over onkunde of onwil is er bij het AZC en de locatiekeuze duidelijk sprake van een bewuste keuze geweest voor geheimhouding en geheimzinnigheid. Dat is nooit gecorrigeerd door de meerderheid van deze raad. De rechtszaak die nu loopt laat zien dat dit probleem niet zomaar verdwijnt. Was er dan niemand in het college met genoeg ervaring of lef om te zeggen hè dit gaat te ver. Ik voorspel u voorzitter, als wij dit zelf niet rechtzetten dan zal de rechter dat doen. En gelukkig maar. Gelukkig is Nederland nog een land waar in ieder geval die rechter dan ook nog een toets kan doen als een andere bestuurder het laat liggen. In de bestuurscommissie heeft een meerderheid ingestemd met het voorstel dat nu voor ons ligt. Met wat tegenzin stemmen wij daarmee in. En waarom dan? Omdat wij dus nu pas openheid geven. Dat had natuurlijk moeten gebeuren toen het er echt toe deed.

Misschien zijn sommige fracties destijds onder druk gezet of gewoon meegegaan, maar intussen moet toch iedereen zien en in ieder geval op dit moment terugkijken dat er iets is misgegaan. Ik kan mij voorstellen als je maar net wethouder bent in 2023 of niet zo lang in een fractie zat dat je je mee laat nemen, maar nu is toch wel het moment om goed te kijken van was dat nu echt zo wijs? Of hebben wij het toen gewoon echt ontzettend verkeerd gedaan? Nu nog over openheid spreken is toch echt mosterd na de maaltijd. Het vertrouwen is geschaad en vertrouwen win je niet terug met mooie woorden, maar alleen met daden. Daarom vraag ik u allen om in te stemmen met een amendement uit respect voor onze inwoner en omdat het onze plicht is als raad om te erkennen dat hier fouten zijn gemaakt en dat wij mans genoeg zijn om daarvan te leren. De argumentatie rondom het amendement is vergelijkbaar met het betoog en daarom beperk ik mij tot het besluit. Amendement A01 Titel: Erkenning onterechte geheimhouding opvanglocaties COA Indieners: P. Schefferlie (DG), I.

Tekir (D66) Besluit: aan het raadsbesluit toe te voegen beslispunt 4: ‘De raad erkent dat de destijds opgelegde geheimhouding onvoldoende grond had, en de raad verbindt zich aan het uitgangspunt van maximale openbaarheid en tijdige betrokkenheid van inwoners bij vergelijkbare besluiten in de toekomst.’ De voorzitter: Dank u wel, de heer Tekir D66. De heer Tekir: Voorzitter dank u wel, wie had dat durven voorspellen dat wij hier vandaag zouden staan, na een netelig debat in 2023 en de aanhoudende weigering om openheid van zaken te geven? En toch staan wij hier omdat 2 van de 21 inwoners zich niet neerlegden bij een afwijzing op hun Woo-verzoek. Zij hebben geprocedeerd bij de bestuursrechter om de geheimhouding rondom de AZC locaties op te heffen. Ik zeg daarbij gelukkig maar, want spijtig genoeg zijn wij als stadsbestuur er niet in geslaagd om een transparant besluitvormingsproces te doorlopen. Niet alleen inwoners zijn buitenspel gezet, ook de politieke partijen waren met handen en voeten gebonden aan de geheimhoudingsplicht waarvan toen al duidelijk was dat die op onrechtmatige gronden was opgelegd. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) waarschuwde hier al voor in het rapport ‘Herwinnen van gezag’ u wellicht bekend, voorzitter. Een bestuur dat zijn besluiten niet in openheid kan uitleggen ondermijnt zijn gezag, zegt de ROB.

Gezag komt niet voort uit macht, maar vanuit bekwaamheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid. Juist op die punten zijn wij in dit dossier tekort geschoten. Laat ik duidelijk zijn, dat is een verantwoordelijkheid die bij het college ligt. Die kunnen wij niet onbesproken laten. De gemeenteraad had het podium moeten zijn waar belangen openlijk Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

26

worden afgewogen en keuzes in het volle licht van de samenleving worden gemaakt. In plaats daarvan werd bij voorbaat het debat gekaapt door een opgelegde geheimhouding. Dat wringt des te meer omdat wij met zijn allen aan het begin van deze bestuursperiode hebben uitgesproken te willen werken aan een nieuwe bestuurscultuur. Eén van openheid, transparantie, samenwerking, zonder achterkamertjes et cetera. Juist in dit dossier hadden wij kunnen laten zien dat wij die ambitie serieus nemen. Het tegenovergestelde gebeurde helaas. Tijdens de raadsvergadering in 2023 zagen wij dat er nauwelijks werd gereageerd op het initiatiefvoorstel. Het oordeel van het college werd vrijwel onverkort overgenomen. Dat is pijnlijk want juist bij een maatschappelijk gevoelig thema als de opvang van asielzoekers verdient het debat alle zorgvuldigheid. Wat zegt dit over onze bestuurscultuur? En wat zegt dit over onze controlerende rol als gemeenteraad? Voorzitter, laat duidelijk zijn dat deze casus een voorbeeld is van hoe het niet moet, maar tegelijkertijd ook een casus waar wij lering uit kunnen trekken, raad, college en ook de organisatie.

Want hoe kan het dat een juridisch advies tweemaal toe onhoudbaar blijkt? En dat wij wegkijken zodra er een tegengesteld juridisch advies ligt? Genoeg redenen om je achter de oren te krabben en daarom dient D66, zoals als aangekondigd, samen met Democraten Gorinchem het amendement in waarin wij vragen om erkenning voor de gemaakte fouten. Tot slot voorzitter, terugkijkend is het vooral wrang dat inwoners hun gelijk moesten halen bij de bestuursrechter en niet bij hun eigen gemeentebestuur. Wij vormen hier met elkaar weliswaar een lekenbestuur, maar hebben niet de luxe om te zeggen het is ingewikkeld of ik ben geen jurist. Wij hebben de plicht om ons goed te laten informeren en onze verantwoordelijkheid te nemen. Dat vraagt soms ook om nederigheid. Nederigheid om te erkennen dat wij niet alles goed hebben gedaan en bereid zijn om daarvan te leren. Laat dit moment daarom een eerste stap zijn in het herstel van het vertrouwen. Voorzitter, voor de casus zelf levert het niets meer op, het AZC staat er inmiddels, maar voor het vertrouwen in de lokale politiek kan dit debat wel het verschil maken, want herstel begint met erkenning, openheid en de wil om te leren. Die uitnodiging staat vanavond ook aan het college, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Oversteeg CDA.

Mevrouw Van Oversteeg: Ja voorzitter, ik las de stukken terug en ik zag dat wij alweer bijna twee jaar na de debatten hierover, want dat hebben wij verspreid over meerdere vergaderingen, hier weer staan. Zo schrijdt de tijd ook weer voort. Voorzitter, wij zijn teleurgesteld dat er blijkbaar een Woo-procedure voor nodig is om hopelijk deze keer wel een meerderheid van de raad te overtuigen van het belang van openbaarheid van informatie, zeker in een gevoelig proces als dit. Het stoorde ons toen en het stoort ons nu weer dat hier zo mee om is gesprongen. En dat geldt zowel voor het college gesteund door destijds de coalitiepartijen en de PvdA in de raad, dan wel de beslissingen die daaruit zijn voortgevloeid. Want voorzitter als je het dossier leest dan zie je dat de gemeente eigenlijk achter haar eigen staart aan rent. Het is redeneren in een cirkel. Het college dat betoogt deze informatie moet geheim blijven, neem dat nu maar aan, er staan gevoelige gegevens in, andermans belangen worden geschaad en vervolgens een meerderheid in de raad die hier zonder daar een serieus inhoudelijk debat over te voeren in mee gaat. Vervolgens gaan inwoners daartegen in verweer, in bezwaar en vervolgens ook in beroep, waarop het verweer is wij kunnen de informatie niet verstrekken want de gemeenteraad heeft het immers geheim verklaard.

Voorzitter, daar kom je gewoon niet uit en daarom ben ik blij dat wij vanavond hopelijk een einde aan deze lijdensweg kunnen maken. Maar voorzitter, naast dit proces vind ik het daarom ook kwalijk dat die Woo-verzoeken niet zijn doorgestuurd aan de raad. Al was het alleen maar ter informatie, maar ook dat is niet gebeurd. Voorzitter, wat ons opviel is dat er geen belangenafweging is gemaakt, destijds niet, er is niet overwogen om, ook al hebben wij daarom gevraagd, een gedeelte te openbaren. Misschien eens de eigenaren te bellen en te vragen hoe zij er tegenover staan om die gegevens openbaar te maken. Zelfs niet in bezwaar, niemand kwam op dat idee terwijl wij daar wel om hebben gevraagd. In 2023 al en vervolgens hebben wij geen inhoudelijk antwoord gekregen. Daarom ook het uitdrukkelijke Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

27

verzoek, niet alleen aan het college, maar ook aan de rest van de raadsfracties, degenen die destijds voor stemden, om hierop te reflecteren. Voorzitter, tot slot de besluitvorming is zoals u al in de inleiding betoogde geweest en dat gaan wij ook absoluut niet overdoen. Ik vind ook dat wij trots mogen zijn op hoe wij destijds voor- en tegenstanders hebben gehoord. Dat zij hun stem konden laten horen, maar gelukkig zonder de praktijken en intimidaties zoals je nu in den lande ziet gebeuren. Toch geeft dit onderdeel van dat proces nog wel een vervelende nasmaak daaraan en ik hoop dan ook dat de reflectie van het debat vanavond meer recht doet aan het zijn van een overheid waarop je kunt vertrouwen en waarop wij in goed overleg tot soms moeilijke besluiten kunnen komen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Bahlmann Gorcum Actief. De heer Bahlmann: Dank u wel voorzitter, vanavond hebben wij het over de opheffing van de geheimhouding alternatieve locaties AZC. In 2022 hebben wij als raad een besluit genomen om het AZC in de Gildenwijk af te bouwen en samen met het COA op zoek te gaan naar alternatieve locaties voor kleinschalige opvang in Gorinchem. Daarbij was de voorwaarde gesteld vanuit het COA dat zij zouden bepalen of de alternatieve locaties voor hen haalbaar zouden zijn. Niet alle raadsfracties waren het hiermee eens, maar een meerderheid van de raad heeft hiermee ingestemd.

Als je de afgelopen tijd ziet hoeveel weerstand er is tegen het vestigen van AZC’s in Nederland, agressie richting de lokale bestuurders en heel veel protesten met voor- en tegenstanders tegen bepaalde locaties. Gorinchem is een kleine stad en daarom is heel makkelijk te herleiden wie de eigenaar is van een bepaalde locatie en dus ook te herleiden naar een natuurlijk persoon. Het is de taak van het lokale bestuur om deze persoon te beschermen en daarom begrijpen wij wel degelijk de keuze van het college om destijds de alternatieve locaties geheim te houden. De heer Schefferlie bij interruptie: Voorzitter, bij wijze van interruptie, mijnheer Bahlmann wat vindt u er dan van dat het college niet is ingegaan op het idee om het in ieder geval die eigenaren zelf te vragen, die overigens tegenover het COA geen enkele vorm van bezwaar hebben geuit? Dat laatste was al een feit en het college heeft niet de moeite genomen om het aan hen te vragen. Zoals u weet bij de huidige geheimhouding die wij gaan opheffen is daar ook geen enkel bezwaar tegen geuit dus wat vindt u daar dan van? Vindt u niet dat het college op zijn minst die kleine moeite had kunnen doen? De heer Bahlmann: Als u wacht dan ga ik verder met mijn betoog en dan komt mijn antwoord daarop. Wij zijn inmiddels jaren verder en eigenlijk zou het logisch zijn om alsnog deze alternatieve locaties bekend te maken.

Wij zijn inmiddels ingehaald door de tijd zou je zeggen. Bij ons rijst de vraag waarom de indieners van de Woo-verzoeken alsnog willen weten welke locaties in beeld waren zij dit via een juridische procedure alsnog proberen openbaar te maken. Om een weloverwogen keuze te maken hebben wij nog de volgende vragen aan het college. In hoeverre is het college meegenomen in het raadsvoorstel en wat is hierin haar advies? In hoeverre is er nog voldoende grondslag om de locaties geheim te houden? In hoeverre zijn de partijen die een alternatieve locatie hebben aangeboden op de hoogte van deze kwestie en hebben zij hier al op gereageerd? Welke economische en persoonlijke risico’s lopen die partijen? Wij dienen een betrouwbare en transparante overheid te zijn, voor inwoners maar zeker ook voor onze ondernemers. Wij zijn van mening dat deze partijen ook recht van spreken hebben aangezien het over hun eigendom gaat. Daarom stellen wij voor om eerst het gesprek met hen aan te gaan alvorens wij dit besluit gaan nemen. Dat is niet aan ons, maar aan de voltallige raad. Wat betreft het amendement, onzes inziens is het aan de bestuursrechter om daar een … De heer Schefferlie bij interruptie: Voorzitter, als ik mag aannemen dat ik daarnet kennis heb moeten nemen van uw bedoelde antwoord op mijn vraag dan kan dat eigenlijk niet kloppen.

Mijn vraag was of het toen destijds, toen wij besloten het is zo proportioneel om het allemaal geheim te Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

28

maken, niet eens bepaalde zaken of onderdelen, maar om het allemaal geheim te maken. Het college weigerde ons verzoek in te willigen om even na te gaan bij de betrokkenen of zij daar enig bezwaar tegen hadden. Dat is mijn vraag aan u. Het is leuk dat u dat nu gaat voorstellen, nu alles al gedaan is, maar mijn vraag is had het toen niet gemoeten, wat dat geen kleine moeite geweest? Wat vindt u daar nu van? De heer Bahlmann: In principe ben ik van mening dat het van tevoren ook gevraagd had moeten worden, waarom dit niet gebeurd is hoor ik straks graag van het college. Mevrouw Van Oversteeg bij interruptie: Voorzitter, gelukkig kan ik de heer Bahlmann geruststellen dat de belanghebbenden inmiddels op de hoogte zijn gesteld, dat zij in de gelegenheid zijn geweest om een zienswijze in te dienen en dat daarvan geen gebruik is gemaakt. Dat is gebeurd naar aanleiding van de bespreking die wij in de bestuurscommissie namens de gemeenteraad hebben gedaan. Uw vragen blijven overeind en ik ben heel benieuwd naar uw reflectie als u straks antwoord heeft op de vragen richting het college. De heer Bahlmann: Dank u wel. De heer Tekir bij interruptie: Voorzitter, ik begrijp uit de woorden van collega Bahlmann dat zijn fractie nog steeds begrip toont voor de geheimhouding die destijds is opgelegd vanwege allerlei persoonlijke bedreigingen die zouden kunnen ontstaan.

Weet u nog op welke grond u toen heeft ingestemd met de geheimhouding? De heer Bahlmann: Dat was vanwege het feit wat er in andere steden gebeurt met betrekking tot bedreiging richting lokale bestuurders. Dat is de achterliggende gedachte geweest. De heer Tekir: Voorzitter, dit is dus precies wat er misgaat in dit huis. Wij hebben, en ook u, de geheimhouding opgelegd op basis van de wettelijke grondslag bescherming concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens. U reflecteert nu op een grondslag die u er zelf bij haalt, die geen wettelijke grondslag heeft. Eerlijk gezegd schrik ik er ook van dat u niet eens beseft waarom u überhaupt heeft ingestemd met de geheimhouding. De heer Bahlmann: Wij hebben destijds ingestemd met de geheimhouding met betrekking tot de bedreiging richting bestuurders en wat ik hier ook aangeef in mijn stuk, de economische en persoonlijke risico’s voor de partijen die de locaties ter beschikking gesteld hebben. De heer Tekir: Voorzitter, ik denk dat wij wel gewoon feitelijk moeten blijven. De geheimhouding is destijds opgelegd vanwege artikel 5.1 lid 2f van de Woo. Dat betreft zoals ik daarnet al aangaf bescherming concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens. De Wet open overheid werkt niet zo dat u toen ter plekke of nu zelf een grond mag bedenken om ergens geheimhouding op te leggen.

De wet heeft al bepaald wat de gronden zijn voor geheimhouding. Daar heeft het college een keuze in gemaakt. Nogmaals het spijt mij dat u er nu een andere grond bijhaalt die vooral de zwakte aantoont van de afweging die toen is gemaakt. De heer Bahlmann: Waarvan akte. Wat betreft het amendement wat ons betreft is het aan de bestuursrechter om een uitspraak te doen of er fouten zijn gemaakt in de procedure omtrent de geheimhouding van alternatieve locaties voor een AZC in Gorinchem en niet aan ons als raad. Tot zover onze bijdrage, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van ’t Westende VVD.

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

29

Mevrouw Van ’t Westende: Voorzitter, het voorstel dat vanavond voorligt gaat over het opheffen van de geheimhouding op de COA notitie uit 2023. Destijds is die geheimhouding opgelegd door het college en bevestigd door een meerderheid van de raad op basis van de kennis en omstandigheden van dat moment. Naar aanleiding van de Woo-verzoeken en de uitspraak van de Raad van State heeft de bestuurscommissie inmiddels de formele stappen wat ons betreft zorgvuldig doorlopen. Op basis van het juridisch advies is vastgesteld dat er geen reden meer is om de geheimhouding te handhaven. Uiteraard hebben wij ook gekeken naar het amendement van Democraten Gorinchem en D66 en wij hebben daar intern op gereflecteerd. Zij vragen om toe te voegen dat de geheimhouding destijds ten onrechte is opgelegd. Wat ons betreft gaat dat te ver. De geheimhouding was destijds op advies van het college bedoeld om zorgvuldig en verantwoord met gevoelige informatie om te gaan. Wat ons betreft lag daar ook het vertrouwen bij het college, niet om iets achter te houden. Die zorgvuldigheid vinden wij nog steeds belangrijk. Op basis van de informatie die toen beschikbaar was hebben wij als VVD fractie destijds een weloverwogen keuze gemaakt en daar staan wij nog steeds achter. Daarom kunnen wij instemmen met het voorstel dat voorligt en niet met het amendement. De heer Tekir: Voorzitter, een verduidelijkingsvraag.

Collega Van ’t Westende geeft aan dat vanuit de VVD fractie destijds een goede afweging is gemaakt en dat toen de geheimhouding niet ten onrechte is opgelegd. Welke afweging heeft u gemaakt? Wat was voor u leidend om de geheimhouding op te leggen? Mevrouw Van ’t Westende: Er werd net aangegeven door bij andere collega Bahlmann dat het ging om de concurrentiegevoelige informatie. Dat is één van onze afwegingen geweest. Wij waren er wel van overtuigd dat op het moment dat de lijst kenbaar zou worden gemaakt dat dit wat gedaan zou hebben met de stad. Een lastige afweging, maar wel een afweging. En daarnaast hadden en hebben wij vertrouwen in het college en de afweging die zij destijds gemaakt heeft. De heer Tekir: Voorzitter, nog een vervolgvraag, ook als u ervan uit gaat dat het op basis van concurrentiegevoelige informatie was ben ik benieuwd hoe u reflecteert op het juridisch advies dat toen al aangaf dat de opgelegde geheimhouding bedenkelijk was en ook de recente afweging in de bestuurscommissie wat heeft geresulteerd in dit voorstel dat eigenlijk het besluit om geheimhouding op te leggen zelfs niet een beetje in de buurt komt van de Woo.

Hoe reflecteert u in dat licht op de afweging die u heeft gemaakt? Heeft de VVD fractie juristen in haar midden die wij niet kennen? Bent u zelf toevallig jurist of volgt u de adviezen niet? Mevrouw Van ’t Westende: Met de wetenschap van toen en volgens mij de toen geldende wetgeving, u zegt zelf er waren verschillende manieren van inzicht om daar naar te kijken. Wij hebben de afweging gevolgd die het college daarin gemaakt heeft. Ik kan niet ingaan op de afweging in de bestuurscommissie, daar ben ik geen onderdeel van geweest dus ik moet het doen op basis van het stuk dat voorligt. Op basis daarvan hebben wij onze verdere afwegingen gemaakt. De heer Tekir: Dank u wel voor dit antwoord, maar dit bevestigt mijn vermoeden dat vooral het oordeel van het college is gevolgd. De heer Schefferlie bij interruptie: Voorzitter, ik wil ook een poging doen. Kijk, de wetgeving en dergelijke zijn sindsdien niet veranderd. Wij kunnen eigenlijk concluderen dat u op dat moment niet goed heeft afgewogen. Wat is er nu mis mee om u kwetsbaar op te stellen door te zeggen terugkijkend hadden wij dat toen eigenlijk niet moeten doen. Of zegt u eigenlijk nee, terugkijkend was het nog steeds een goed idee dat wij het toen geheimgehouden hebben. Mevrouw Van ’t Westende: Ik denk dat u een goed punt maakt en dat terugkijken altijd een goed idee is.

Volgens mij moeten wij, niet alleen onze fractie maar de gehele raad, altijd terugkijken op Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

30

wat wij destijds besloten hebben. Echter met de wetenschap van toen, wij zijn nu twee jaar verder, zouden wij nog steeds hetzelfde besluit hebben genomen. De heer Schefferlie: Ja voorzitter, dat is heel bijzonder want de wetenschap van toen is hetzelfde als nu, alleen u heeft toen een andere afweging dan vandaag gemaakt. U zegt eigenlijk die afweging van toen is nog steeds goed. Dat is heel vreemd, want de omstandigheden waren gewoon hetzelfde, de wetgeving was hetzelfde, u kunt het alleen niet uit uw mond krijgen dat u zegt dat was misschien wel een beetje een domme keuze. Mevrouw Van ’t Westende: U dwingt mij tot een uitspraak waar ik mij niet toe laat verleiden. Wij hebben het hier in onze fractie uitvoerig over gehad. Met de wetenschap van toen handhaven wij nog steeds de keuze die destijds is gemaakt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Groot PvdA. Mevrouw De Groot: Voorzitter, vandaag spreken wij over het opheffen van de geheimhouding rondom de locatie van het AZC. Er is al veel gezegd en geschreven en terecht want dit raakt aan een belangrijk democratisch principe; openbaarheid van bestuur. Toen dit onderwerp eerder voorlag, heeft onze fractie het college gevolgd in het standpunt dat de geheimhouding juridisch goed onderbouwd was. Wij hebben toen vertrouwd op die inschatting, maar nu blijkt dat dit juridisch allemaal minder stevig stond dan toen werd voorgesteld.

Dat vraagt om reflectie, waar ook meermaals naar gevraagd is, van ons als PvdA, van alle partijen die hier aanwezig zijn, maar ook zeker van het college. Want nogmaals, het gaat tenslotte om een belangrijk recht; openbaarheid. Wij vinden het teleurstellend dat het college daar niet zorgvuldig mee omgegaan is. Zeker bij zo’n belangrijk onderwerp hadden wij meer zorgvuldigheid en doortastendheid verwacht om goed te onderzoeken of dit juridisch wel kon. Graag horen wij ook hier een reflectie op vanuit het college. Als PvdA vinden wij ook dat je de hand in eigen boezem moet durven steken, te reflecteren op je eigen handelen en ook moet toegeven en erkennen wanneer je dingen anders had kunnen doen. Zo durf ik te zeggen dat wij kritischer hadden moeten zijn en beter hadden moeten luisteren naar de partijen die met andere argumenten kwamen. Zeker als nu blijkt dat die argumenten legitiem waren. Want juist samen zijn wij hier met zijn allen verantwoordelijk voor onze stad. Daar ligt ook de verantwoordelijkheid om naar elkaar te luisteren en open te staan voor andere argumenten. Tegelijkertijd hebben wij als raad een controlerende taak. Vertrouwen in het college is belangrijk, maar dat mag nooit blind vertrouwen worden.

Juist door kritisch te blijven en de controlerende rol serieus te nemen versterken wij elkaar in onze gezamenlijke opdracht, namelijk het zorgvuldig besturen van onze stad. Wij hopen dat wij hier als raad en als college gezamenlijk van leren. Laat dit een oproep zijn aan ons allemaal om beter naar elkaar te luisteren, om argumenten te wegen op de inhoud in plaats van hun herkomst en als raad te blijven staan voor een open en eerlijke bestuurscultuur. Zoals u wellicht in mijn woorden hoort voorzitter, zullen wij het amendement van Democraten Gorinchem en D66 daarom steunen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van Houwelingen SP. De heer Van Houwelingen: Dank u wel voorzitter, ik wil eerst even beginnen dat ik hier vanavond voor mijzelf praat omdat mijn fractiegenoot hier twee jaar geleden geen onderdeel van is geweest. Dat wilde ik even gezegd hebben. In juli 2023 is besloten om geheimhouding op te leggen op de notitie opvanglocaties Gorinchem. Voor de meesten van ons terecht, voor enkelen onterecht. Op of het juridisch wel of niet terecht is, zullen wij binnenkort antwoord krijgen. Maar om eerlijk te zijn, maakt dit mij weinig uit. Het heeft mijn kijk op de keuze van toen niet veranderd. Sterker nog, het openbaar maken van deze stukken vind ik nu nog steeds spannend. Ik heb nog steeds vraagtekens of dat het verstandig is. Waarom daar kom ik later op terug.

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

31

De heer Schefferlie bij interruptie: Voorzitter, hoor ik nu zeggen dat het u niet veel uitmaakt als de rechter daarvan zegt u had het nooit kunnen doen? Zegt u van joh die rechtspraak zal mij eigenlijk een worst wezen? Hoor ik dat nu echt goed? De heer Van Houwelingen: Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg de uitspraak zal zijn of het juridisch terecht is geweest of niet, maar het heeft weinig te maken met de keuze die ik toen heb gemaakt. De heer Schefferlie: Maar voorzitter, het moet u toch heel veel doen als de rechter straks gaat zeggen, ik vertel u dat gaat hij doen, dit kon niet wat u hier heeft gedaan. Ik zou niet de indruk willen wekken, ik hoop dat u dat niet doet, dat u daar onverschillig tegenover staat. Zo van nou dat moet hij dan maar vinden, maar ik vind nog steeds wat ik vond. De heer Van Houwelingen: Ik heb om een andere reden dan inderdaad toen werd gezegd door u mijn keuze gemaakt. Ik heb inderdaad een keuze gemaakt, maar dat zal in mijn verdere betoog duidelijk worden, op het bieden van de veiligheid van een persoon. De heer Schefferlie: Voorzitter, dan bent u toch eigenlijk in een andere droom terechtgekomen. De heer Tekir heeft daarnet heel zorgvuldig gewezen op de grond die door het college is aangegeven toen waarop besloten is over de geheimhouding.

Namelijk dat het de economische belangen van die ondernemers, die daar zelf helemaal geen problemen mee hadden, zou kunnen schaden. Nu komt ook u, net als de heer Bahlmann, met een hele andere grond. Dat kan toch eigenlijk niet waar zijn? De heer Van Houwelingen: Zo ver ik begrijp is dat artikel waar de heer Tekir naar verwees niet direct inderdaad de aanleiding, maar wel indirect omdat inderdaad persoonlijke situaties en adressen die herleidbaar zijn een reden kunnen zijn om openbaring achterwege te laten. De heer Schefferlie: Voorzitter … De voorzitter: Ik stel voor dat wij eerst even naar het betoog luisteren want anders raakt iedereen een beetje de draad kwijt van waar zitten wij nu. De heer Schefferlie: Nou ik raak de draad helemaal niet kwijt. Ik heb eigenlijk relevante vragen. De voorzitter: U misschien niet, maar anderen wel. U kunt uw betoog vervolgen en daarna is er ruimte voor interrupties. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, waar was ik gebleven? Op welke juridische grond; geen idee. Ik ben geen jurist, dat gaf ik ook al aan in 2023. De jurist van het huis zegt van wel. Het juridisch waar D66 mee kwam geeft aan van niet. Dat is niet vreemd, want daarom zijn het juristen. Die zijn het vaker oneens met elkaar. Daarom bestaat er rechtspraak en daar vertrouw ik dan op.

De heer Tekir bij interruptie: Voorzitter, even ter verduidelijking, puur feitelijk, het was niet een jurist waar D66 mee kwam, het was een vraag die wij destijds vanuit de raad aan de griffie hebben gesteld. De griffie had op dit moment die deskundigheid niet in huis en heeft daarom de vraag namens de fracties die de vraag hebben gesteld deze bij een externe jurist uitgezet. Even voor de duidelijkheid, wij hebben zelf niet de keuze gemaakt om een jurist in te huren die dan een advies op tafel zou leggen. De heer Van Houwelingen: Dat klopt, ik heb alleen aangegeven dat de jurist van het huis zegt dat het wel kan en dat u met een juridisch advies kwam, dat was een bijlage bij het amendement en later bij de initiatiefnota kwam. Dan klopt het volgens mij toch?

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

32

De voorzitter: Er lagen dus verschillende juridische adviezen. De heer Schefferlie: Voorzitter, ik wil graag een punt van orde maken. U had daarnet een interventie van u moet iemand zijn hele betoog laten doen voordat je kunt interrumperen. Even daarna mag het toch weer wel. Ik kan daar geen touw aan vastknopen. Wat is nu de lijn? Ik vind het jammer en vervelend als hier de gewoonte zou worden dat pas aan het einde van een betoog een interruptie kan plaatsvinden want dan wordt het pas heel rommelig en bijna niet meer te volgen, zeker voor de mensen thuis. De voorzitter: Er kwamen zojuist drie, vier interrupties na elkaar en dan is mijn ervaring dat de meeste mensen de draad van het betoog een beetje kwijtraken. Dat probeerde ik te vermijden zodat iedereen wel even de lijn van zijn betoog kan doen. Als er dan eens een keer een interruptie op een feitelijk iets is denk ik dat zou je in principe wel toe moeten staan, maar niet drie, vier keer achter elkaar want dan raken wij echt met elkaar de rode draad kwijt. De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, dan verval ik misschien bijna in herhaling, want het deel wat ik wel begrijp is dat de adressen van de opvanglocaties mogelijk te herleiden zijn tot een persoon. En dat er gelukkig geen incidenten hebben plaatsgevonden is mooi, maar dat konden wij in 2023 niet voorspellen, want er waren genoeg signalen.

Niet voor niets dat er op de avond van die raadsvergaderingen extra beveiliging en politie aanwezig was. Gorinchem is weliswaar een stad, maar het is geen metropool waar de buurman anoniem is. De kracht van Gorinchem is dat mensen elkaar kennen zoals in een dorp. Net als in een dorp waar het een ons kent ons is wordt dus ook snel gewezen en kan het snel vervelend worden. Precies dit was voor mij de reden waarom ik het eens was met het opleggen van de geheimhouding. De heer Schefferlie bij interruptie: Voorzitter, dit punt wilde ik daarnet al maken. Wat er nu gebeurd is, is dat er geen selectie gemaakt is in welke gevallen zou dit eventueel tot zo’n risico hebben kunnen leiden. Daarvan is zelfs nog de vraag of de rechter dat wel proportioneel genoeg zal vinden om het dan überhaupt maar niet bekend te maken, maar het is dus ook niet gevraagd aan alle eigenaren of zij er bezwaar tegen hadden. Misschien zijn er nog wel eigenaren, wij zullen het straks weten na de opheffing van de geheimhouding, waarbij uw motivatie helemaal niet speelt omdat het misschien organen zijn. Dus met andere woorden u had ook wat zwart kunnen maken of een gedeelte. Nee, alles is geheimgehouden. Mijn vraag is vindt u het dan normaal dat het college niet eens geprobeerd heeft om het na te gaan en vindt u het ook normaal dat dan maar alles geheimgehouden is? De heer Van Houwelingen: Ja, goede vraag, zeker.

Het heeft zich zeker ook wel in mijn hoofd afgespeeld, twee jaar geleden inderdaad toen dit ook langskwam. Toen heb ik vertrouwd dat het college daarin een goede afweging heeft gemaakt. Zij heeft ook advies gehad van een jurist, net zo goed als dat jullie een advies hebben gekregen. Ik vertrouw daarop. Ik heb dat toen aangegeven en dat is niet anders dan nu. De heer Schefferlie: Voorzitter, ik begrijp dat u er toen op vertrouwde en dat ook geleid tot die ongelukkige meerderheid, alleen de vraag van het amendement is of u nu wel inziet dat op zijn minst het niet in zijn geheel geheim had hoeven te blijven. Dat u met het amendement in ieder geval onderkent ik durf mij kwetsbaar op te stellen door te zeggen dit hebben wij fout gedaan. De heer Van Houwelingen: Waaruit bleek dan dat het niet geheel geheimgehouden hoefde te worden? Dat ligt nu toch nog steeds ter overweging bij de rechter of begrijp ik dat verkeerd? De heer Schefferlie: Nou, u kunt daar zelf een mening over vormen. De rechter doet dit nu. Omdat wij het verkeerd gedaan hebben gaat de rechter zich hierover buigen. Ik neem een voorschot op zijn Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

33

uitspraak. U kunt toch nu terugkijken en ik hoorde u dat daarnet doen toen u zei dat het een goede vraag was dat het college niet eens uitgezocht heeft of zij er een probleem mee hadden, maar dat ook werkelijk alles geheimgehouden is ongeacht de achtergrond van die eigenaarschappen. Daar kunt u zelf een mening over vormen want u weet in uw achterhoofd over welke locaties het ging. Het zal straks blijken als de geheimhouding is opgeheven, maar ik vraag u dus kunt u nu gewoon terugkijken en zeggen dat hadden wij in ieder geval niet op deze volledige manier zo onnodig geheim hoeven te houden. De heer Van Houwelingen: Op het moment dat dit inderdaad de uitkomst is bij de Rechtbank zal dat zo zijn. Over mijn eigen kijk van toen ben ik nog steeds van mening dat dit staat. Daarom dat ik nu nog steeds twijfel of openbaring überhaupt wel verstandig is. De reden is precies wat in de afgelopen twee jaar heeft plaatsgevonden. Dat heeft mijn gevoel alleen maar versterkt. Wanneer ik even terugkijk, sinds de geheimhouding er op zit sinds 2024 bedreigingen van politici, wethouders, ambtenaren, burgemeesters, betrokkenen … Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter? De voorzitter: Maakt u uw zin nog even af. De heer Van Houwelingen: Nee, nee, er komt een rijtje. Mevrouw Van Oversteeg bij interruptie: Precies op dit punt wilde ik interrumperen.

Is de heer Van Houwelingen het met mij eens dat geheimhouding op grond van wettelijke gronden moet worden opgelegd en niet op basis van wat de heer Van Houwelingen spannend, bedreigend of anderszins acht? De heer Van Houwelingen: Ik heb het artikel niet exact in mijn hoofd, maar dat was het artikel waar de heer Tekir daarnet naar verwees. Daar staat toch werkelijk in dat persoonlijke gegevens of informatie die te herleiden is naar een persoon reden kan zijn om niet tot openbaring over te gaan. De dreiging dat personen in een benarde situatie terecht kunnen komen heeft mij overtuigd om de geheimhouding erop te laten. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, vervolgens is dan de vraag of de belangen van die persoon of dat bedrijf dat het betreft zwaarder wegen dan openbaarmaking van die informatie. Dat is de belangenafweging die vervolgens moet worden gemaakt. U weegt dit af op grotendeels persoonlijke gronden als ik u dat zo hoor zeggen. De heer Van Houwelingen: Zeker. Mevrouw Van Oversteeg: Vervolgens hebben wij gelukkig in opdracht van de gemeenteraad degenen die het betreft om een zienswijze gevraagd en daar is niets uit voortgekomen. Ik heb eigenlijk twee vragen aan u.

Vindt u niet dat dit ook eerder had moeten gebeuren, juist om die argumenten in te kleuren die u nu aangeeft? Hoe kijkt u dan terug wetende dat daar destijds geen bezwaar tegen was, nou dat is dan bij monde van, maar nu ook niet, hoe kijkt u daar op terug? De heer Van Houwelingen: Dat de mensen nu geen zienswijze hebben ingediend tegen de openbaring dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Dat is iets waarin zij zelf een keuze maken. Mijn overweging toen, en ik vraag mij zelfs of het nu verstandig zou zijn, dan denk ik inderdaad van de meeste locaties en gebouwen zijn inderdaad ter herleiden. Gorinchem is geen metropool, dat zei ik al. Stel je voor dat je kinderen bij een vereniging of op het schoolplein worden aangesproken door anderen van joh jouw vader of moeder heeft dit teweeg gebracht en dat kan niet. Het is niet alleen direct de persoon zelf, maar ook de mensen daarachter. Zo heb ik dit bedacht en dat is best kwalijk. Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

34

Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, wat ik de heer Van Houwelingen hoor betogen is dat de SP vindt dat zij eigenstandig een afweging kan maken die boven de wet staat. Dat vind ik bijzonder, zeker vanuit zijn rol als openbaar bestuurder. De heer Van Houwelingen: Volgens mij heb ik daarnet aangegeven dat het een onderdeel is. De voorzitter: Eerst even mevrouw Van Oversteeg, daarna de heer Van Houwelingen en dan de heer Tekir. Mevrouw Van Oversteeg: Als je terugkijkt naar de versie van het betoog van mevrouw De Groot die aangeeft ja als raadslid heb ik niet alleen een rol om ergens iets van te vinden, ik hoef zelf geen jurist te zijn, maar ik heb ook een controlerende taak daarin. De heer Van Houwelingen: Zeker heb ik een controlerende taak daarin en die controle vindt ook plaats. Ik heb het alleen op een andere wijze bekeken, vanuit andere invalshoeken. Dat het wel degelijk verband heeft met het artikel waar ik naar verwees. Informatie die te herleiden is kan een reden zijn om niet te openbaren. De heer Tekir bij interruptie: Voorzitter dank u wel, ik denk dat wij vanavond een unicum kunnen constateren. Er is een Wet open overheid die landelijk geldt en er is kennelijk een Wet open overheid die in Gorinchem geldt. De Gorinchemse Woo en daar geldt kennelijk dat eenieder zijn eigen grondslagen mag bepalen.

Goed, dat laat ik even voor wat het is want kennelijk denkt u die ruimte te hebben in de wet. Wat ik mij wel afvraag is, als wij uitgaan van de uitzonderingsgrond die is opgelegd, namelijk bescherming concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens, bent u het dan met mij eens dat al die ondernemers die informatie in vertrouwelijkheid zouden moeten verstrekken? Wat zij niet hebben gedaan. De heer Van Houwelingen: Ik heb daar geen idee van, voorzitter. Zij hebben dat lijstje gegeven en volgens mij was het niet eens de bedoeling om een hele lijst te maken, maar was het college destijds met een motie gevraagd om met één locatie te komen. Het COA heeft om die lijst gevraagd. Het was niet eens een dingetje van dit huis om met een lijst te komen. De heer Tekir: Bent u het met mij eens dat het logischer zou zijn dat als die ondernemers die informatie in vertrouwelijkheid verstrekken, dat kan, waar de wet ook ruimte toe biedt, dat het dan vanzelfsprekend is dat wij die informatie als vertrouwelijk beschouwen en geheimhouding kunnen opleggen? Ben u het met mij eens dat dit een logische volgorde is? De heer Van Houwelingen: Het kan logisch zijn, maar ik kan niet zeggen of dat inderdaad ook duidelijk was voor die mensen. Ik ben niet bij de gesprekken geweest. Ik weet niet hoe die mensen op de lijst zijn gekomen.

Het kan ook zo zijn dat zij niet eens hebben bedacht van ik geef hier mijn gegevens en dat zou mij weleens in de staart kunnen bijten. De heer Tekir: Voorzitter, in de stukken van het college is aangegeven dat die stukken niet in vertrouwen verstrekt. De heer Van Houwelingen: Ja nu. De heer Tekir: Toen ook, dat is bekend. Die logica was er toen al niet en nu ook niet. De heer Van Houwelingen: Waren de mensen zich ervan bewust dat dit een issue zou zijn op hun veiligheid? Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

35

De heer Tekir: Uiteraard, die mensen verstrekken informatie wetende voor dit doel. De heer Van Houwelingen: Dat mag ik hopen en dan ben ik blij dat zij die afweging hebben gemaakt. Ik heb daar geen bewijzen van. Ik houd alleen mijn hart vast op het moment dat dit openbaar wordt. De voorzitter: Ik constateer dat wij nu even dezelfde dingen over tafel krijgen. Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt. De heer Van Houwelingen: Nou ja, in principe heb ik met alle antwoorden de rest van het betoog al lang gehad. Ik zet hier een punt. De voorzitter: Dank u wel, de heer De Pagter ChristenUnie/SGP. De heer De Pagter: Voor de uitvoering van de opdracht aan het college om in samenwerking met het COA een geschikte locatie voor kleinschalige opvang te onderzoeken is destijds geheimhouding opgelegd op de lijst van onderzochte locaties. Deze geheimhouding had tot doel de belangen van de betrokken eigenaren en ondernemers te beschermen en een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken zonder dat de betrokkenen onnodig in de openbaarheid zouden worden gebracht. Inmiddels ligt er een raadsvoorstel voor om deze geheimhouding op te heffen. Wat onze fractie betreft had het raadsvoorstel meer helder mogen zijn in de situatie voor maart 2025 en daarna. In maart 2025 is namelijk jurisprudentie ontstaan over de verdere interpretatie van de wet. Het raadsvoorstel lijkt nu multi-interpretabel te zijn.

Het had stelliger opgesteld moeten worden. In dat kader acht onze fractie het van belang om toe te lichten waarom geheimhouding destijds een keuze is geweest en waarom deze nog steeds verdedigbaar lijkt, maar tevens waarom opheffing op dit moment verantwoord is. Geheimhouding werd destijds gevraagd. De beslissing tot geheimhouding was in de periode eind 2022 begin 2023 wat ons betreft gerechtvaardigd. De maatschappelijke context in die periode werd gekenmerkt door een uiting van sterke emoties rondom asielopvang en zelfs bedreiging aan het adres van bewindspersonen, Kamerleden en gemeenteraadsleden. U kunt zich de beelden op TV nog wel herinneren. In een dergelijke situatie is het van groot belang dat ondernemers en particuliere eigenaren die door de gemeente of het COA worden benaderd met het verzoek om een locatie beschikbaar te stellen kunnen rekenen op bescherming van hun zakelijke en eventueel persoonlijke levenssfeer. Geheimhouding met de kennis van toen was nodig om te voorkomen dat deze partijen in de openbaarheid zouden worden getroffen of blootgesteld aan maatschappelijke druk, onbegrip of erger. De geheimhouding diende dus niet slechts een bestuurlijk, maar ook een veiligheidsbelang. De overheid is er ook om haar inwoners en ondernemers te beschermen wanneer nodig. Daarnaast was de juridische context ten tijde van de besluitvorming minder duidelijk.

De interpretatie van de toepasselijke wetsartikelen omtrent openbaarheid van bestuur liet toen ruimte voor onzekerheid hetgeen pleitte voor een behoedzame benadering. Het college heeft de opdracht gekregen van deze raad om in samenwerking met het COA te komen tot het voorstellen van één geschikte locatie voor kleinschalige opvang. Het COA heeft de geschiktheid van verschillende locaties beoordeeld op basis van de criteria die zij zelf heeft opgesteld. Slechts één locatie voldeed aan deze criteria en deze is aan de raad voorgelegd. De overige locaties zijn door het COA als ongeschikt beoordeeld en daarom was het ook niet nodig om deze openbaar te maken. De locaties waren en zijn ongeschikt gebleken. Belangrijk is dat de beoordeling van de geschiktheid door het COA werd uitgevoerd en niet door de gemeente of het college. De heer Schefferlie bij interruptie: Wat ik u hoor zeggen, dat was ook zo toen, is dat dit college het COA criteria liet opstellen voor de locatiekeuze. Wij hebben ons daar tegen verzet omdat wij altijd vinden dat een gemeente, zeker een gemeenteraad, zelf vooraan zou moeten staan over de criteria om uiteindelijk een locatie te kiezen die bij de stad past, die het best is voor de inwoners en voor de mensen die opgevangen worden. Ik hoor u zeggen dat was gewoon aan het COA. Ik vraag dit ook met Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

36

het oog op eventuele toekomstige gevallen. U vindt het nog steeds een goed idee dat wij ons overleveren aan het COA als het gaat om het bedenken van criteria en tot een locatiekeuze te komen? De heer De Pagter: Zeker, in samenspraak met de gemeente heeft het COA deze regelgeving opgesteld. Wij hadden destijds een opvang in de Gildenwijk voor 300 personen wat door deze hele raad werd afgekeurd. Wij moesten naar kleinschalige opvang. Voor kleinschalige opvang heb je ook regelgeving nodig en die is destijds opgesteld … De heer Tekir: Voorzitter? De heer De Pagter: Mag ik alstublieft uitpraten? De heer Tekir: Ja, maar het klopt niet. De heer De Pagter: Die is destijds opgesteld met het COA en aan de hand van die regels is gezocht naar geschikte locaties in de gemeente Gorinchem. De voorzitter: Ik ga eerst even naar mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg bij interruptie: Voorzitter, ik hoor de heer De Pagter zichzelf tegenspreken. Allereerst heeft de heer De Pagter het over veiligheidsredenen om een stuk niet te openbaren terwijl dat destijds helemaal niet in de beraadslagingen is geweest omdat het ging om een lijst waarmee mensen hun locatie, hun eigendom of hun bezit ter beschikking konden stellen. Vervolgens betoogt de heer De Pagter het ging om een inventarisatie van het COA waarom die locaties niet geschikt bleken en daarom is er geen reden voor openbaarheid geweest.

Allereerst kan ik die beredenering helemaal niet volgen. Daarnaast is het laatste wat de heer De Pagter stelt juist, het gaat om een overzicht van locaties die het COA heeft beoordeeld, waarvan je je dus ook kunt afvragen of het argument van veiligheidsredenen wel het geval is, want er waren destijds geen dreigingen of iets dergelijks tegen locaties die het niet zijn geworden dus ik ben heel benieuwd hoe u dat ziet. De heer De Pagter: Ja, ik vind het een beetje lastig om te volgen of er destijds bedreigingen waren tegen de locaties die het niet zijn geworden omdat deze locaties geheim zijn gehouden. Daarnaast kunt u zich afvragen zou u als u ondernemer bent een pand tot uw beschikking heeft destijds willen hebben gehad dat uw naam openbaar in de krant was gekozen met adres … Mevrouw Van Oversteeg: Ik zou het fijn hebben gevonden als mij die vraag zou worden gesteld. De heer De Pagter: Prima als die vraag wordt gesteld, maar die is niet gesteld. Mevrouw Van Oversteeg: Dat is niet gebeurd. De heer De Pagter: Nee klopt, en als je kijkt naar de spanningen die destijds in de samenleving waren en ook in de gesprekken die wij hebben gevoerd met verschillende bewonersgroepen waar gewoon werd gezegd “wij motten ze niet hier”. Dat was de context “wij motten ze niet hier”. Dan is het een klein stukje van “wij motten ze niet hier” tot een dreiging aan het adres van een ondernemer.

Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dit gaat mij eerlijk gezegd best wel ver. De heer De Pagter: Dat klopt, dat waren de gesprekken die bij ons zijn gevoerd, met onze fractie.

Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

37

Mevrouw Van Oversteeg: Ja, wij hebben tegenstanders gehad en die tegenstanders waren scherp, maar zij zijn niet over de schreef gegaan. Ik vind het ook wel een signaal richting de inwoners om te zeggen als je scherpe kritiek hebt dan is het nog maar een heel klein stapje naar bedreiging of intimidatie. De heer De Pagter: Ik geef een situatie weer … Mevrouw Van Oversteeg: Ik zou graag even mijn zin willen afmaken, want ik wil daar nog iets anders tegenover stellen. Bovendien hebben wij, en dat was hier in de hal harstikke goed georganiseerd, en daar zijn juist mensen aan het woord gekomen die zeiden wij willen ons huis openstellen en laten zien dat wij verdraagzaam en saamhorig zijn. Ik kijk eigenlijk terug op een heel ander proces. De heer De Pagter: Prima, dat mag u. Bij ons in de gesprekken met inwoners en anderen zijn deze kritieken wel geuit. Er stond hier ook politie voor de deur. Als dat openbaarheid is, het gaat om de context waarin wij destijds leefden en de context die ook nu in onze samenleving geldig is. Als je gaat kijken hoe extreemrechts reageert op bepaalde verzoeken dan denk ik dat destijds geheimhouding in deze juist een waarborg is geweest om belangen te beschermen in de samenleving.

Ik ga verder, de bestuurscommissie heeft in het kader van het voorliggende raadsvoorstel de betrokken eigenaren van de overige locaties in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de opheffing van de geheimhouding. Van deze mogelijkheid is nu geen gebruik gemaakt. Hoewel geheimhouding nog steeds vanuit zorgvuldigheidsoogpunt wat ons betreft te verdedigen valt, is de context inmiddels gewijzigd. De acute maatschappelijke spanningen van destijds zijn afgenomen, waar ook weer twijfel over is als je ziet wat er nu allemaal gebeurt. Er is meer juridische duidelijkheid gekomen door jurisprudentie over de toepassing en interpretatie van delen van wetsartikelen. Sinds maart 2005 is er dus meer jurisprudentie beschikbaar gekomen. De heer Tekir bij interruptie: Voorzitter, wat zegt die jurisprudentie? De heer De Pagter: De jurisprudentie vanaf maart 2025 geeft aan dat wellicht de gronden voor economische belangen niet kunnen worden toegepast op dit wetsartikel. De heer Tekir: Voorzitter, het betreurt mij, maar ook dit is niet terecht. Ik citeer even uit het raadsvoorstel dat voorligt: “Uit de genoemde uitspraak volgt dat een Woo-verzoek dat betrekking heeft op een stuk waarop geheimhouding rust op grond van de Gemeentewet tevens moet worden aangemerkt als een verzoek om opheffing van de geheimhouding”.

Dus die jurisprudentie van maart 2025 gaat helemaal niet over de toepassing of de concretisering van uitzonderingsgronden. Het gaat enkel over de rolverhouding tussen raad en college. Namelijk dat het college die Woo-verzoeken had moeten doorsturen naar de raad. Dat is een vraag aan het college en die blijft dan nog steeds. De argumentatie waarop u zich baseert gaat helemaal niet over geheimhouding. Het spijt mij, maar dit klopt feitelijk gewoon niet en dat staat ook in de vraag zo. De heer De Pagter: Akkoord. Deze wetsontwikkeling heeft geleid tot meer voorspelbaarheid en duidelijkheid in de wijze waarop belangenafweging tussen openbaarheid en bescherming van commerciële en persoonlijke belangen dient te worden gemaakt. Wat ons betreft maakt deze toegenomen rechtszekerheid en interpretatie van de wet het mogelijk om de eerdere geheimhouding op verantwoorde wijze op te heffen zonder dat dit leidt tot onevenredige benadeling van betrokkenen en aantasting van bestuurlijke integriteit. Wat onze fractie betreft kan de geheimhouding die destijds een maatregel was passend bij de maatschappelijke en juridische omstandigheden van dat moment opgeheven worden. Nu de situatie is gewijzigd, de juridische duiding duidelijk is geworden bestaat er wat ons betreft geen noodzaak meer om de geheimhouding te handhaven.

Onze fractie acht opheffing van de geheimhouding op de lijst van onderzochte locaties daarom gerechtvaardigd en verantwoord. Dank u wel. Notulen raadsvergadering 16 oktober 2025

38

De voorzitter: Dank u wel, de heer Klein Stadsbelang. De heer Klein: Dank u wel voorzitter, laat ik in ieder geval gewoon makkelijk beginnen door te zeggen dat wij vanavond voor de opheffing van de geheimhouding zullen stemmen. Zal ik dan ook gelijk maar de vraag beantwoorden had dit misschien eerder gekund; ja, dat had mogelijk gekund, maar zonder iets te weten of geadviseerd te worden komt iets op het moment dat het komt. Kortom, wat Stadsbelang betreft is het gewoon een goed besluit om vanavond de geheimhouding op te heffen, maar wij zijn het niet eens met de enigszins misschien wel voorbarige uitspraak dat wij als raad toentertijd fout hebben gezeten, of dat het college toentertijd fout is geweest. Dat is inderdaad een uitspraak waartoe de rechter op dit moment nog moet besluiten. Wij kunnen simpelweg tien juristen in een kamer zetten, maar die tien juristen zullen inderdaad de wet allen op hun eigen manier interpreteren. Dus laten wij alstublieft dat besluit bij de rechter laten die daarover kan besluiten want als wij dat niet meer nodig hebben dan kunnen wij de rechtspraak opzeggen. Als alle juristen het eens zijn, is het ook makkelijk. De heer Schefferlie bij interruptie: Voorzitter, laten wij zeggen dat het in ieder geval fijn is dat de rechter zich hierover buigt, want daardoor kan een gemeente hier niet meer wegkomen mogelijkerwijs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=3a333465-9bd4-4bee-a708-0dbafb85a333