CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

210708 Concept verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies38.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ik hoop vooral dat we daar nog wel zicht houden op ruimte. Maar het risico is volgens mij erg groot, als wij laten zien dat het ook kan zonder middelen uit Den Haag, dat we ze weer niet krijgen. Vandaar dat wij daar een beetje van mening over verschillen. De heer Van Breemen: Nou, voorzitter, tot slot denk ik op dit punt: ik zeg niet dat wij het zonder middelen van Den Haag moeten gaan doen. Ik blijf herhalen dat natuurlijk Den Haag over de brug moet komen, maar ik vind dat ook Gorinchem over de brug moet komen, en dat kunnen we vast weergeven in de begroting. Dat is wat ik vraag in deze motie. Wij moeten niet zelf alle ambities gaan zitten uitvoeren. Er komt geld vanuit het Rijk, dat weten we, en de vraag die ik stel is: “goh, zet nou in je begroting wat wij daarvoor over hebben”. De voorzitter: Ik denk dat beide invalshoeken nu helder zijn. U kunt uw betoog vervolgen. De heer Van Breemen: Dank. Tot slot, voordat ik bij het amendement en de moties kom, nog over citymarketing. We zijn blij te horen dat het college met ons het belang van Gorinchem Citymarketing onderschrijft, maar het punt dat wij maakten is dat de taakstelling die het college hen heeft opgelegd niet lukte voor corona, niet gelukt is tijdens corona en in onze ogen ook niet gaat lukken na corona.

Dus daarom nogmaals onze oproep: stop met die heilloze weg, laat de taakstelling die ze ineens op hun bordje hebben gekregen varen en investeer gewoon in GCM, zoals het hoort. Dan, voorzitter, de moties en het amendement. Het amendement van D66 klinkt erg sympathiek, maar het is wel een ‘grote stappen, snel thuis’-maatregel en wij weten niet helemaal zeker of dit nu het effect bereikt wat je zou willen bereiken.

I - 38

De heer Tekir: Voorzitter, bij wijze van interruptie: wat zou het effect zijn wat GroenLinks zou willen bereiken? De heer Van Breemen: Nou ja, ú dient het amendement in, ik niet. De heer Tekir: Sorry, hier begrijp ik niets van. De heer Van Breemen: U vraagt aan mij wat het effect van uw eigen amendement is. De heer Tekir: Nee. Het effect van het amendement heb ik geprobeerd toe te lichten: het bieden van een duw in de rug aan die instellingen die wij zien als maatschappelijke partners, om ze te laten herstellen na een coronapandemie. Dat is het effect dat wij in de volle linie willen bieden. De heer Van Breemen: En ik zeg: ik denk niet dat dit de manier is om dat effect te bereiken. De heer Tekir: Wat zou volgens u wel de manier zijn? De heer Van Breemen: Nou, wat meer maatwerk. Iedereen die wij maar als maatschappelijke partner zien meenemen in deze indexatie is nogal over de grove korrel. De heer Tekir: Maar bent u het niet met ons eens dat gedurende de coronapandemie sportverenigingen, welzijnsinstellingen en culturele instellingen allemaal op hun gat hebben gelegen, allemaal de nadelen, ook financieel, van de pandemie hebben ondervonden? De heer Van Breemen: Dat ben ik met u eens. De heer Tekir: Dan snap ik niet waarom je per se maatwerk zou willen toepassen, als je ziet dat over de hele linie die instellingen allemaal de nadelen van de coronapandemie hebben ondervonden.

Mevrouw Molengraaf-Vullers: Maar voorzitterDe voorzitter: Het gaat over doel en middelMevrouw Molengraaf-Vullers: -ik heb daar nog wel een vraag overDe voorzitter: En niet iedereen is het ermee eens om een bepaald middel toe te passen. Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik probeer ook heel erg de gedachtelijn van de heer Tekir te volgen, en die kan ik best wel volgen, maar volgens mij vergeet je dat veel van deze instellingen al gecompenseerd zijn. Daar hebben we zelf ook in de raad op aangedrongen, dat er compensatie zou zijn. En wat je nu beoogt – zo heb ik de motie tenminste gelezen – is een soort extraatje door die indexatie te verhogen, waarbij ik me juist heel erg kan voorstellen dat je naar maatwerk zou moeten kijken. Volgens mij vergeet de heer Tekir dat er al compensatie is geweest.

I - 39

De heer Tekir: Dat is iets wat we zeker niet vergeten. Die coronacompensaties zijn verleend in het jaar 2020 en 2021. Waar we vanavond voor bij elkaar zijn is het jaar 2022 en verder. Dat zien wij hopelijk als een periode van herstel, wat we dus willen stimuleren. Dat is iets anders dan de compensatie die we in het verleden hebben geleverd. De voorzitter: De heer Van Breemen vervolgt zijn betoog. De heer Van Breemen: Dank u. Dan kom ik bij een aantal moties waarvan de algemene noemer eigenlijk is: het is jammer dat dit nodig is, of weer nodig is. De motie van Stadsbelang over openbare toiletten bijvoorbeeld: hoe vaak hebben we het daar in deze raad wel niet over gehad? Maar blijkbaar nog steeds niet genoeg, want er moet weer een motie over worden ingediend. Het is toch jammer dat het college die aansporing steeds maar weer nodig heeft, maar wij zullen hem wel steunen. Hetzelfde geldt voor de motie van Democraten Gorinchem. We herinneren ons misschien allemaal nog wel de foto’s van de heer Van Zanten en mevrouw Melissant die in een rolstoel door de stad geduwd worden, om te zien welke belemmeringen er allemaal zijn. Dat was in 2018 en nu nog steeds blijkt het nodig om daar een motie over in te dienen, maar ook die zullen wij steunen. De motie van de PvdA, ‘Gorinchem Cultuurstad’, hebben wij mede ingediend.

Dan de motie ‘Wijkschouw’, ook alweer zo eentje waar we het al heel vaak over gehad hebben. Mevrouw Hamann heeft het er ongeveer elke raadsvergadering over dat er een wijkschouw moet komen, maar blijkbaar is het toch weer nodig om er een motie over in te dienen. Ik vind ook dat het zo is, dus ik steun de motie, maar ook hiervoor geldt: wanneer gaat het college nou eens luisteren? Dan de motie van ChristenUnie/SGP. Daar zijn wij erg voorstander van en ik steun heel erg de oproep van mevrouw Molengraaf om daarin niet faciliterend, maar initiërend bezig te zijn. Ik denk dat de gemeente Gorinchem met partners als bijvoorbeeld Rivas, maar er zijn er ongetwijfeld veel meer, daar als initiatiefnemers een goede plek kunnen hebben. Dan kom ik bij de motie van het CDA, ‘Een boom voor de toekomst’. U zou denken: daar sprint GroenLinks natuurlijk vol blijdschap op, en hij lijkt op het eerste oog ook erg sympathiek, maar de conclusie van de heer Wientjes dat het toch een beetje symboolpolitiek is delen wij. Sommige mensen willen geen boom in hun tuin, zonder namen te noemen, sommige mensen hebben al een boom in hun tuinen sommigen, zoals ik, hebben überhaupt geen tuin. Onze fractie is ervan overtuigd dat er genoeg plekken in Gorinchem zijn waar je extra bomen kunt planten.

Het is wat ons betreft echt een beetje vreemd, als je als gemeente amper aan je eigen terugplantverplichtingen voldoet na kap, om dan nu ineens bomen uit te gaan delen. Wat ons betreft zou het mooi zijn om met het geld dat de CDA- fractie hiervoor wil reserveren naar Gorinchem Natuurlijk Groen of de Stichting Steenbreek te gaan en met hen in gesprek te gaan om te kijken hoe er iets kan worden gedaan dat wel bijdraagt aan de verduurzaming van Gorinchem. Dit is een beetje een losse-flodderplan. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitter, mag ik een vraag aan de heer Van Breemen stellen? Zou de heer Van Breemen het met mij ook zo’n goed plan vinden als het CDA

I - 40

zijn motie zou intrekken en heel erg juichend zou opstaan en zeggen “laten we aan het Gorcumse openbaar groen hard gaan werken en daar ook vooral veel bomen in zetten”? De heer Van Breemen: Volgens mij suggereerde ik dat door met Gorinchem Natuurlijk Groen in gesprek te gaan en dat te gaan doen. Ik hoop dat mijn subtiele, en uw iets meer expliciete, oproep gehoord worden door de CDA-fractie. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, mag ik daarop reageren? Ik heb het gehoord, maar ik voel me niet verleid door de heer Wientjes om mijn motie daarin in te trekken. Wij vinden het juist een hele goede stap in de goede richting, die wij goed kunnen gebruiken. De heer Wientjes: Ik probeerde u niet te verleiden, ik zou niet durven, maar ik probeerde het via de heer Van Breemen te doen en dat lukt nu een beetje hoop ik. De voorzitter: Volgens mij is het mislukt. De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, nog een aantal moties, voorzitter. De motie ‘Elektrisch laden” steunen we. Het beleid is toe aan een update. De motie over het Cruyff Court steunen we in principe ook. In gesprek gaan is prima, maar dat schept wel verwachtingen natuurlijk, dus daar moet je aan de voorkant goed mee omgaan. En er zijn meer van dit soort veldjes. In de Gildenwijk ligt er ook nog eentje bij de Gildenweg, daar zou je volgens mij hetzelfde kunnen doen, zonder dat ik daar meteen pleit voor lichtmasten overigens.

De motie over stages steun ik ook. Het is belangrijk om hier als gemeente je verantwoordelijkheid in te nemen, met de aanvulling dat het ook om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt gaat. Dan de motie van Gorcum Actief over het lijstje van de accountant, zoals ik het maar even zal noemen. Wat ons betreft is het niet een taak van de accountant om een lijstje te gaan goedkeuren met allerlei verwachtingen en plannen die misschien wel of niet werkelijkheid gaan worden. Ik ben het wel eens met de opmerking die ermee geplaatst wordt, namelijk: maak nou eens beter inzichtelijk wat er allemaal op ons af komt en breng dat realistisch in beeld. Daarom dienen wij bijvoorbeeld de motie over duurzaamheid in. Maar dit is wat ons betreft niet de oplossing. In dezelfde lijn als onze motie duurzaamheid is, denk ik, de motie over de Woelse Waard. Het wordt wel genoemd, maar er wordt geen geld voor gereserveerd, dus laten we dat wel gaan doen. Daarom steun ik deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat er weer twee moties bij komen:.

Motie M10: Bedrag voor Stichting Gedenkplaats Gorcumse Martelaren De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; roept het college op: – bij het opwerken van de begroting 2022 een bedrag te reserveren, die een gemeentelijke bijdrage kan zijn voor de Stichting Gedenkplaats Gorcumse Martelaren; – de voorwaarden voor deze bijdrage vóór de begrotingsbehandeling uit te werken en te delen met de gemeenteraad. Motie M11: Duurzaamheid in woord én daad De raad van de gemeente Gorinchem,

I - 41

in vergadering bijeen op 8 juli 2021; roept het college op: bij het opwerken van de begroting 2022 een realistisch bedrag te reserveren voor de kosten van de opgaven op het gebied van duurzaamheid.

Dan geef ik nu Gorcum Actief het woord, mevrouw Hamann. Gorcum Actief

Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Eerst van een papiertje en dan hoop ik tijd te hebben om te reageren op de moties. Het college heeft dit keer uitgebreid kunnen reageren op al onze vragen, opmerkingen, moties en ideeën. Bij de perspectiefnota komt van alles voorbij, elke keer weer, maar het gaat uiteraard hoofdzakelijk over de financiën van de gemeente en daarbij hebben wij als gemeenteraad een bijzondere taak. In deze perspectiefnota geeft het college toe dat het geld op is en de schulden zullen toenemen. Meerderen zijn mij voorgegaan vanavond om dat te melden. Maar dan vind ik het wat al te gemakkelijk van de wethouder dat hij onze constatering met een simpel ‘onjuist’ afdoet. Ik citeer nu: “De accountant is er niet voor om lijstjes mee- en tegenvallers te maken.” Velen van jullie hebben vanavond al iets gezegd over deze motie en over de lijstjes, maar volgens mij is de accountant van ons, van de gemeenteraad, en moet hij dus de controlerende rol die wij hebben ondersteunen, als wij dat verzoeken. Het is dus aan ons om dat te kiezen en niet aan het college, en evenmin aan de accountant zelf. Het is gewoon onze keus. Het is ook onze keus als wij voor de begroting 2022 een risicoanalyse willen laten opstellen. Dat is helemaal niet zo gek. Het is een extra check, zodat wij een beetje weten waar we de komende jaren aan toe zijn.

We gaan immers straks wel een andere periode in. Het is de intentie van onze motie, die ik nu zéker in stemming zal laten brengen. Er worden grote investeringen gedaan die nog niet zijn gerealiseerd, we weten dus ook niet wat de kosten gaan worden als het allemaal anders uitpakt. Het hoeft misschien niet, maar het kan wel. Zo is het met meevallers en zo is het ook met tegenvallers. Die van 2020 zijn bekend, die van ’21 nog niet, maar toch wordt daar nu al een voorschot op genomen. De investeringsruimte van 5 miljoen is nu een plafond. Terecht vroegen ook andere partijen of dat plafond wordt overschreden, maar dat valt nu nog niet helemaal te voorspellen. Vaststaat dat iedere medaille een keerzijde heeft. Als de wethouder een voorschot neemt op meevallers, willen we ook graag weten hoe het zit met de risico’s. Dat we daarvoor een beroep doen op onze eigen accountant, is niet vreemd. Wij spraken in ons betoogje over “schoonmaker, blijf bij je leest”. Er worden grote investeringen gedaan, maar basistaken van de gemeente zijn verwaarloosd. Het uitgangspunt dat de stad schoon, heel en veilig moet zijn wordt niet gehaald. We zijn daarom blij dat het college erkent dat de kunstwerken in de openbare ruimte er beroerd bij staan en onze tweede motie hiervoor wil aanbevelen. Samen met de Partij van de Arbeid hebben we ons hier sterk voor gemaakt.

Er is dus meer nodig dan alleen maar een beetje onderhoud. De andere basistaak van de gemeente is goed omgaan met je eigen inwoners. Het antwoord van wethouder Van Doesburg dat er een dashboard dienstverlening bestaat en dat er projectmanagers actief zijn, verbaast me zeer. Dat noemen wij nou net doen alsof er geen probleem is, terwijl hele groepen inwoners toch echt heel erg boos zijn op de gemeente. Het gaat vaak over verkeer. Wethouder Van der Geest zegt “daar gaan wij niet I - 42

over als wij niet de opdrachtgever zijn”. Dat noemen wij de kop in het zand steken, want de gemeente verleent immers de vergunningen aan die opdrachtgevers, en dan heeft de gemeente wel degelijk een verantwoordelijkheid. Bovendien zijn het de eigen inwoners die een afspraak willen maken met de wethouder, het gesprek willen voeren, informatie vragen en niet krijgen, inwoners die in twee jaar tijd al met vier verschillende projectmanagers te maken hebben gehad en elke keer weer opnieuw moeten uitleggen waar het over gaat en van het kastje naar de muur worden gestuurd. Voorzitter, hier gaat echt heel veel mis. Ik ben benieuwd of dat allemaal wordt meegenomen in het dashboard. Wij vragen dus of wij enige verbetering mogen verwachten op dit punt. Voordat ik inga op de moties, wil ik nog een opmerking maken over de sessie die geweest is over De Nieuwe Doelen. Mevrouw Molengraaf heeft het er eerder al over gehad. Ik vraag de wethouder of er toch nog een mogelijkheid is om de gemeenteraad te informeren over de dingen die gedaan zijn, onder geheimhouding natuurlijk, want het is heel gevoelige informatie. Nu weten wij helemaal niks, we hebben alleen maar smileys gezien, in allerlei kleuren. Nu ga ik even in op de moties. Bij sommige moties wacht ik de reactie van het college even af.

Bij onze motie ‘Meekoppelkans Woelse Waard’ is het misschien goed even uit te leggen dat het erom gaat dat de wethouder kijkt wat er aan mogelijkheden is. Wij begrijpen dat er geen geld meer is om het hele ding te doen, maar wellicht dat er een laarzenpad kan langs de rivier. Dat is in elk geval iets en dan is het openbaar en kunnen mensen daar gaan wandelen. De meeste moties vind ik heel erg sympathiek en kunnen wij waarschijnlijk wel steunen. De motie over de bomen is inderdaad wel een beetje symboolpolitiek, maar het is natuurlijk wel goed om bomen te planten. Dus wij zijn het wel eens met de heer Wientjes. Misschien kan de gemeente wat accenten leggen op het gebied van bomen planten, maar er is ook een idee van mevrouw Molengraaf voor een herdenkings-iets in verband met corona, die overigens – dit in reactie op mevrouw Dansen – nooit over zal gaan. Dat gaan wij niet meer meemaken, dat dat over gaat. Dus corona blijft, maar we kunnen wel herdenken, want er zijn heel veel slachtoffers gevallen. Dus herdenken is goed, maar waarom kunnen we die twee ideeën niet koppelen en maken we een coronabos, met bomen om de coronaslachtoffers te herdenken? Het is maar een gedachte. We dienen er ook het klimaat nog mee én het is ook nog goed tegen hittestress.

De motie over de Martelaren van Gorinchem steunen wij van harte, met daarbij de opmerking dat martelaren misschien niet zo’n religieuze term is, want martelaren zijn natuurlijk van alle gezindten en alle tijden, maar dat wij wel moeite hebben met ‘kathedraal’. Waarom heet dat in godsnaam ‘kathedraal’? Dat vind ik wel een katholiekeDe heer Van Breemen: Zo heet het niet meer, dus dat probleem is opgelost. Mevrouw Hamann: Oké; als het niet meer zo heet, goed dan. Verder weet ik dat de gemeente in het verleden wel degelijk financiële steun had verleend aan dit project en zelfs een raam had gekocht ten bedrage van-, ik weet niet meer hoeveel. Ik vraag mij af: staat dat bedrag er nog van de gemeente, of is dit nu weer een nieuw initiatief?

I - 43

De heer Van Breemen: Bij wijze van interruptie een toelichting: dat bedrag stond er inderdaad, maar dat is teruggevloeid naar de algemene middelen toen de Stichting Open Kathedraal ophield te bestaan. Nu is er de Stichting Gedenkplaats Martelaren van Gorinchem – het is dus geen ‘kathedraal’ meer – en die vraagt nu opnieuw om geld. Dat geld was inderdaad gereserveerd, maar staat nu formeel niet meer gereserveerd. Mevrouw Hamann: Oké, maar wij steunen de motie toch. De motie ‘Gastvrij Gorinchem, een toilet voor iedereen’ hebben wij mede ingediend. De motie ‘Gidslijnen’: ja, goed als de mensen naar de stad kunnen. ‘Wijkschouw’, daar hebben we het vaak over gehad, en even om het geheugen van de heer Oostrum op te frissen: vroeger was het vaak ’s avonds. Dan is het in het voorjaar best lang licht en dan kun je ’s avonds nog een hele fietstocht maken door de stad en van alles bekijken. Wij zijn daar zeker voor. Met de motie over duurzaamheid heb ik wel een probleempje. We hebben inderdaad dat geld gereserveerd, 5 miljoen, en we hebben bij de vaststelling van de RES 1.0 raadsbreed, en ook samen met Molenlanden, een motie aangenomen om een brandbrief te sturen aan provincie en Rijk waarin wij duidelijkheid vragen aan de provincie omtrent het Groene Hart-beleid en aan het Rijk van “kom nou eens over de brug, of laat ons in elk geval weten wat jullie gaan doen”.

Nou, dat zal nu allemaal wel van de kabinetsformatie afhangen, want wij weten nog steeds niks. Dus ik wacht dat eigenlijk liever even af, want het kan niet zo zijn dat wij dat allemaal zelf moeten gaan betalen. De heer Van Breemen: Voorzitter, mag ik aan mevrouw Hamann vragen of het Rijk alles moet betalen? Mevrouw Hamann: Het Rijk betaalt nu ook heel erg veel aan subsidies voor windturbines en alles. Het is volgens mij een maatje te groot voor de gemeente om dat te gaan doen. De heer Van Breemen: Misschien moet ik mijn vraag anders stellen. Is mevrouw Hamann van mening dat het Rijk aan de lat staat voor de gehele energietransitie, of is dat een samenwerking van het Rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten? Mevrouw Hamann: Ja, dat zal samenwerking zijn, maar wij hebben dus die 5 miljoen en we hebben in de gemeente zat te doen op het gebied van isoleren en alles, en POORT6, en noem maar op, dus jaDe heer Van Breemen: Precies, en daarvoor is nu geen geld gereserveerd. Dat is de hele reden waarom ik nu deze motie indien. Mevrouw Hamann: Ja, maar het kan toch niet zo zijn dat de gemeente de huizen van POORT6 gaat isoleren? Nou, ik wacht het antwoord van de wethouder graag af. ‘Elektrisch rijden’, ja, zeker. Ik woon in de Haarwijk, ook daar veel elektrische auto’s en die hebben een app waarmee je dan bij een laadpaal terecht kan.

En dan bellen ze bij mij aan: “Everdien, alle laadpalen zijn bezet, waar moet ik nou met mijn elektrische auto heen?” Dan zeg ik: neem een fiets. Maar goed, er is een ernstig tekort aan elektrische oplaadplekken. Misschien is dat van die pleinen, wat de heer Bahlmann zei, een goed idee, want als ze allemaal in de straat komen, krijgen ze weer ruzie over die I - 44

parkeerplaatsen. Het is altijd gedoe, dus daar moet je mee uitkijken. Maar we steunen de motie. ‘Stageplekken’, ook sympathiek en goed. Bij ‘indexering’, dat ben ik met mevrouw Molengraaf eens, moet je eigenlijk even kijken of verenigingen inderdaad zo gedupeerd zijn, of niet, want sommige zijn dat misschien wel helemaal niet. De motie ‘Cruyff Court’, ook goed. Licht erop, en duidelijk zijn naar die mensen toe, dat is allemaal goed. Tot zover mijn bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat er weer twee moties bij zijn gekomen: Motie M12: Balans mee- en tegenvallers De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; stelt voor: voor de begroting van 2022 een overzicht op te stellen van te verwachten mee- en tegenvallers, geaccordeerd door de accountant, zodat een realistisch beeld ontstaat van de financiële situatie van de gemeente Gorinchem.. Motie M13: Meekoppelkansen Woelse Waard De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; stelt voor: de meekoppelkansen voor de Woelse Waard bij de dijkversterking Gorinchem-Waardenburg uit te werken tot een lijstje mogelijkheden en dit voor de behandeling van de begroting 2022 voor te leggen aan de gemeenteraad.

Dan geef ik raadslid Van Maaren het woord. Fractie Van Maaren

Mevrouw Van Maaren: Ja, de hekkensluiter. Maar voorzitter, en alle anderen: dank voor alle informatie en fijn dat we weer fysiek live zijn. Het is bijzonder om terug te lezen hoe een zelfde beleid of perspectief verschillend wordt ervaren: van trots tot zorgwekkend, tot tijd voor iets nieuws. Gelukkig staat onze stad voor tolerantie, dus worden alle zienswijzen met liefde door het college omarmd. Democraten Gorinchem meldde dat beleid gemaakt zou moeten worden op onderling vertrouwen en gedeeld eigenaarschap. Dat is iets wat ik volledig onderschrijf, maar wat ik niet altijd ervaar. Bij de behandeling van de moties zal ik dit gevoel nog eens onderbouwen. Maar het geldt ook bij waarschuwen in debatten tijdens de raad, bijvoorbeeld bij het plaatsen van windturbines, maar ook bij de te krappe budgettering met betrekking tot het Gilde. Kritische noten werden in de wind geslagen, maar ten onrechte, zien we in de afgelopen weken. Een tegengeluid kan als negatief worden ervaren, maar de optimale situatie kan soms ook in het midden liggen. Democratie is toch hoor en wederhoor en daaruit een gebalanceerde conclusie maken? De laatste jaren zijn vele ideeën gelanceerd, reserveringen gemaakt, maar echt concrete plannen worden naar ons idee op diverse terreinen gemist en/of op de lange termijn geschoven.

Concrete plannen die wel door de raad zijn gekomen blijken snel na besluitvorming toch weer grote onzekerheden en/of financiële risico’s met zich mee te brengen, zoals recent RES en IAC. Het gevoel van controle door het college op grote thema’s wordt naar ons gevoel gemist. Denk daarbij aan ook aan cultuur in het specifieke geval van het Grote Podium. Door het I - 45

ontbreken van concreet beleid hangen de perspectiefnota en de daarbij behorende langlopende cijfers deels als los zand aan elkaar. We kunnen door gebrek aan financiële inhoud moeilijk onze risico’s en kansen voor Gorinchem in de toekomst bepalen. Dit wordt ook gevoed door wereldwijde ontwikkelingen in nieuwe economische systemen en verhoudingen. Al eerder gemeld: het is veel koorddansen zonder vangnet. In het verleden zijn er meermaals discussies geweest over “beleid volgt geld’, of andersom. Eerlijk gezegd had ik destijds geen uitgesproken mening, maar voor een goede, betrouwbare risicoanalyse onderschrijf ik meer en meer ‘geld volgt beleid’. Het geeft meer grip op financiën, zeker op de middellange termijn. Een zorgelijk gevolg door het huidige beleid is aangekaart door ChristenUnie/SGP en Gorcum Actief: dat op dit moment geen gebruik kan worden gemaakt van de meekoppelkansen bij de dijkversterking Gorinchem-Waardenburg. Wel wordt daar in de toekomst nog naar gekeken. Je verlangt soms weer terug naar de besluitvorming via het trechtermodel, de ouderen onder ons wel bekend, waarin de raad gezamenlijk keuzes maakt wat wel en wat niet gedaan gaat worden met de beschikbare gelden ten opzichte van bepaalde schuldgradaties. We kunnen niet alles, we willen wel zoveel mogelijk, maar wel altijd onder een financieel duurzame begroting. De moties.

De sympathieke moties ‘Gastvrij Gorinchem’ en ‘Gidslijnen’ wil ik extra belichten. ‘Gastvrij Gorinchem, een toilet voor iedereen’ door Stadsbelang. Zoals u bekend, ben ik al minimaal drie jaar bezig voor meer aandacht voor beschikbaarheid en reinheid van openbare toiletten, dit door het voeren van gesprekken, het stellen van publieke vragen, et cetera. Er worden inmiddels stapjes gemaakt. Het is logisch dat in de stappen die het college maakt ook de kosten moeten worden meegewogen. Aan de andere kant zien wij de beschikbaarheid van openbare toiletten als taak van de overheid. Om de wens van Democraten Gorinchem naar onderling vertrouwen door te trekken, zou ik, maar ook u, deze motie, hoe sympathiek ook, eigenlijk overbodig moeten verklaren, omdat het toiletprobleem in Gorinchem door alle eerdere acties van fracties op het netvlies van de wethouder zou moeten staan. Mocht dit niet het geval zijn en deze motie toch noodzakelijk zijn voor het maken van beleid met betrekking tot de beschikbaarheid van openbare en schone toiletten, dan hoor ik dat graag van de wethouder. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de motie ‘Gidslijnen naar de binnenstad van Gorinchem’ van Democraten Gorinchem. Het is triest dat deze motie moet worden ingediend omdat het college geen stappen heeft ondernomen om verzoeken vanuit diverse organisaties op te pakken.

Hetzelfde, maar niet in deze motie vernoemd, geldt eigenlijk ook voor de bewegwijzering naar bepaalde monumenten en/of organisaties. Een bekend voorbeeld voor u en mij is: al zou ik bij de VVV gaan werken, dan word ik eigenlijk naar het oude stadhuis verwezen, terwijl we al drie jaar op de Groenmarkt gevestigd zijn. Als we nog lang wachten, hoeven we het nieuwe bordje niet meer op te hangen en zijn we misschien weer terug op de Grote Markt. Wethouder, u verdient op dit punt een brevetje van teleurstelling, omdat u in de afgelopen jaren niet in staat blijkt dit soort punten op te pakken. College, waarom worden deze punten benoemd in deze moties en niet via de reguliere kanalen opgepakt en eventueel uitgevoerd? Graag een reactie. Mocht u deze moties toch noodzakelijk achten, want die kans is groot, dan beloof ik u dat ik in de begrotingsraad misschien wel met vijftig moties kom om verbeterpunten in Gorinchem

I - 46

onder de aandacht te brengen en uitgevoerd te krijgen. Dus u bent gewaarschuwd. Ik ga niet verklappen of dit serieus of een grapje is. De motie ‘Wijkschouw zorgt voor verbinding’ klinkt goed en sympathiek, maar is dit ter vervanging van de klankbordgroep van de wijk, waarin gemeente, politie, bewoners en woningorganisaties al met elkaar worden verbonden? Als dit nog bestaat, waarom wordt dit niet onder de klankbordgroep geplaatst? Zo niet, om dit te laten slagen is het allereerst belangrijk om te weten waarom de klankbordgroep geen succes meer is, zodat deze motie wel kans van slagen heeft. ‘Gorinchem Cultuurstad’, zeker steunen we deze. Ook dit is een motie over iets wat door het college al opgepakt had kunnen worden, omdat het probleem al meerdere maken bij het ambtelijk apparaat is aangekaart. De motie van GroenLinks, ‘Duurzaamheidsopgave opnemen in de begroting’, steunen wij. Het sluit aan bij onze zorgen over mogelijk onbekende posten bij grote thema’s. De motie over het Cruyff Court steunen wij ook van harte, evenals het project met betrekking tot de martelaren, een stukje trieste geschiedenis dat in de vorm van ramen wel zichtbaar blijft voor de toekomst. Een beetje bijzonder vind ik wel de reactie van het college op de motie van ChristenUnie/SGP met betrekking tot het gedenkteken coronapandemie.

De raad vertegenwoordigt de stad, dus als een partij met een motie als deze komt, vertegenwoordigt dat initiatief ook altijd een deel vanuit de stad. Misschien heb ik het verkeerd uitgelegd hoor, maar zo las ik het. ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’ is een bekend spreekwoord, en ja: bij velen is er nu een specifiek coronakruisje. We kunnen niet zeggen dat een pandemie nooit meer mag terugkomen, maar wij mogen de effecten, ook op de lange termijn, niet vergeten. Laat dit niet een cofinancieringsproject onthouden. Voorzitter, dit is mijn visie. Ik denk dat wel duidelijk is hoe ik erin sta. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de fracties. Er zijn de nodige moties en één amendement ingediend, die allemaal in iBabs worden opgenomen, degenen die in deze zaal aanwezig zijn krijgen ze ook op schrift, zodat u zich daarop kunt beraden. Wij gaan nu schorsen tot zeven uur. Dan volgt de tweede termijn van het college. In de tussentijd kunt u een maaltijd gebruiken. Ik schors de vergadering (17.20 uur). 6. Schorsing

De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, leden van de raad, mensen thuis. Wij zijn bezig met de raadsvergadering over de perspectiefnota en de eerste en de tweede termijn van de fracties hebben we gehad. Nu is het college aan zet. Het woord is allereerst aan de wethouder voor financiën, de heer Van Zanten. 7. Reactie college Wethouder Van Zanten

Wethouder Van Zanten: Dank u wel, voorzitter. De leden van de raad ook bedankt voor hun bijdragen in tweede termijn. Ik zal er met een aantal noties op ingaan en verder de moties, c.q. amendementen bespreken.

I - 47

Starten wil ik met de vraag die vanuit het CDA gekomen is om betrokken te worden bij de begroting en de wijze waarop wij de risico’s die er liggen denken te gaan oplossen. De zorgen die het CDA daarover tot uitdrukking heeft gebracht delen wij. Wij hebben er ook al een RIB op toegezegd, maar kennelijk wordt dat nog niet voldoende gevonden. Wij hebben eens nagegaan wat we hier in de tijd aan zouden kunnen doen en geconstateerd dat er tussen de septembercirculaire en de start van de begrotingsbehandeling slechts een paar weken ruimte is. Wij zijn bereid in dat tijdraam een I&O te houden om dit verder met de raad te bespreken. Een aantal zaken zijn gezegd over De Nieuwe Doelen. We hebben, ook in de klankbordgroep, gehoord wat u wilt en vandaag is dat nog een paar keer aan de orde geweest. Ik ben voornemens a.s. dinsdag in het college een duiding te geven aan wat gezegd is in de klankbordgroep en vandaag in de raad, en dan komen we daarop uiteraard bij u terug. De voorzitter: Interruptie mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik dénk dat ik blij ben met de toezegging van de wethouder, maar ik wil dat even checken.

U gaat in het college bespreken wat door de klankbordgroep is uitgesproken, maar daar ben ik juist een beetje bang voor, want een klankbordgroep is een klankbordgroep, meer niet, dus dat kan wat mij betreft nooit richtinggevend zijn als het niet ook eerst in de raad is geweest. Dus ik ben wel even benieuwd wat de status is van de dingen die in de klankbordgroep gezegd zijn. Wethouder Van Zanten: Die status is precies zoals mevrouw Molengraaf die verwoordt, vandaar dat we hiermee eerst teruggaan naar het college en dan gaan wij ons beraden op de manier waarop we hiermee verder omgaan richting de raad. Dus u hoort van ons. Ik kom bij een aantal moties en amendementen, voor zover ik daarover iets te zeggen heb. De eerste is de motie ‘Gorinchem Cultuurstad’ van de Partij van de Arbeid c.s. De heer Tekir heeft daar nog een verduidelijkende vraag over gesteld, zo van: waarom wordt nu wel positief geadviseerd over de motie, terwijl in het antwoord in eerste termijn een ander verhaal is gehouden en ook in de RIB iets anders is gesteld? Daar kan ik duidelijk over zijn. Met de maatregelen die het college heeft gecommuniceerd verwachten wij een wezenlijk verschil te maken in het structureel onderhoud, dus het onderhoud dat normaal gebeurt wat verbeteren. Maar met deze extra impuls kunnen we ook een inhaalslag maken met betrekking tot achterstallig onderhoud. Dat is het verschil.

Daarom spreekt de motie, die naar ons idee overigens een amendement zou zijn, maar ik heb begrepen dat u daar nog op terugkomtDe voorzitter: Interruptie de heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Het ging even om de informatie die wij op navraag ambtelijk hebben vernomen naar aanleiding van de raadsinformatiebrief. De vraag die wij daarin hebben gesteld was of de maatregelen die het college in de raadsinformatiebrief aankondigt voldoende zijn om het achterstallig onderhoud op niveau te brengen. Het antwoord daarop was ‘ja’. Als er nu een ander licht op de zaak schijnt, hoor ik dat graag van de wethouder, maar nu blijft het zo wel vaag.

I - 48

Wethouder Van Zanten: Ik ben daar niet bij geweest en ik weet niet op welke wijze zaken gecommuniceerd zijn naar u, maar zoals ik het nu vertel, is het antwoord niet ‘ja’, maar ‘nee’. De heer Tekir: Om het te verduidelijken: het is een mailwisseling waarbij de wethouder zelf ook is meegenomen. Ik vind het opmerkelijk dat ik hem op z’n eigen mail moet gaan wijzen. Wethouder Van Zanten: De inhoud daarvan staat mij niet volledig op het netvlies, maar het is wel zoals ik net zeg. We kunnen daarover hakketakken, maar het is zoals het is. Met de maatregelen die wij voorgesteld hebben verwachten wij een wezenlijk verschil te maken in het normale, structurele onderhoud. Op het punt van het achterstallig onderhoud kunnen we eigenlijk niet veel doen. Met het extra geld dat uw raad hopelijk bereid is beschikbaar te stellen kunnen we ook een inhaalslag maken naar achterstallig onderhoud. Dat is het antwoord waar de heer Tekir het mee moet doen. De heer Tekir: Voorzitter, als ik nog even het woord mag. Het gaat mij niet om gehakketak, het gaat mij erom dat duidelijk is wat nu voorligt. Die duidelijkheid geeft u nu wel, maar wij worden in verwarring gebracht op het moment dat wij verschillende informatie ontvangen.

Maar goed, u corrigeert dat nu, en dat maakt het voor ons wel gemakkelijker om zo’n motie af te wegen, want kennelijk komt het achterstallig onderhoud pas met déze motie op niveau en was dat met de acties die u in de raadsinformatiebrief aankondigde niet het geval. Wethouder Van Zanten: Ja, dat is juist. Dan kom ik bij het amendement van D66, ‘Blijk van waardering’. De heer Tekir wil daarin de systematiek van indexering inzetten om instellingen wat extra ruimte in het budget te geven. In eerste termijn hebben wij het amendement ontraden, en dat doen we nog steeds, want we vinden niet dat we de systematiek van indexeren op deze manier moeten gaan inzetten. Dat doen we dus niet, we houden gewoon vast aan de systematiek van indexeren zoals we die al sinds jaar en dag volgen. Ik kom vervolgens bij de motie van de fractie van GroenLinks over de Martelaren van Gorinchem. Volgens mij zitten we daar heel dicht bij elkaar. Ik wil kort toelichten wat ons beweegt om het te doen zoals we hebben aangegeven in de eerste termijn. We hebben al het signaal afgegeven dat we positief staan tegenover de ontwikkeling, maar het punt is dat er ook afspraken zijn gemaakt met de initiatiefnemers over hoe zij in beeld gaan brengen waar we financieel op zouden moeten rekenen.

Dat is eigenlijk nog niet ingevuld, vandaar dat we op dit moment zoiets hadden van: ja, dan moeten we de motie misschien maar ontraden. De initiatiefnemers zijn nog gewoon bezig om dat in beeld te brengen. U vraagt om bij de begroting een bedrag mee te nemen, en dat was toch al de bedoeling. Als u dit een goede uitleg vindt, wil ik eigenlijk gewoon positief adviseren over deze motie. De heer Van Breemen: Voorzitter, bij wijze van interruptie: ja, dat was de precies de bedoeling. Het plan is om in ieder geval een deel van de gedenkplaats vandaag over 366 dagen te openen, want dan is het 450 jaar geleden dat ze verhangen zijn. Daarom leek het mij logisch om het op te nemen in de begroting. Dat is precies wat de motie ook vraagt.

I - 49

Ik laat het verder zeker aan het college om met de initiatiefnemers in gesprek te gaan over voorwaarden en dat soort zaken, want dat lijkt me uw taak. Wethouder Van Zanten: Ja, dank u wel. Misschien nog een kleine geschiedkundige toelichting: wij kennen 1572 ook als het jaar van de start van de staatkundige vorming in Nederland. Daar wordt volgend jaar heel veel aandacht aan besteed. Er is ook een consortium van steden 1572, waar ook de gemeente Gorinchem aan deelneemt. Ik denk dat ook in allerlei andere vormen van gedenken van dat jaar de martelaren heel prominent naar voren zullen komen. Ik begrijp dat het voor de stichting mooi is om het gedenkteken volgend jaar gerealiseerd te hebben, maar wetend wat er gaat gebeuren zal dat nog een hele uitdaging blijken. Maar goed, de toezegging blijft overeind staan. Naar aanleiding van de motie van Gorcum Actief ‘Balans mee- en tegenvallers’ zou ik een heel lang verhaal kunnen houden, maar wij vinden dit voorstel gewoon niet zinvol. We hebben immers een begroting waarin zaken afgewogen worden en daar zit ook een risicoparagraaf in, zodat plussen en minnen vanzelf naar voren komen. Er is geen behoefte om daar nog apart lijstjes van te maken. Wij zien er ook de zin niet van in, dus deze motie ontraden wij. De heer Wientjes: Als interruptie, mevrouw de voorzitterDe voorzitter: De heer Wientjes.

De heer Wientjes: De wethouder maakt daar een cruciale fout wat mij betreft. Hij haalt het weerstandsvermogen en onze begroting waar het projecten betreft door elkaar. Projecten calculeer je, daar hang je een prijs aan en vervolgens ga je proberen het daarvoor uit te voeren. Wat aan die prijs vaak ontbreekt is het inschatten en incalculeren van eventuele risico’s en alles wat daarmee samenhangt. Dat is een liquiditeitsaangelegenheid, een begrotingsaangelegenheid, waar het weerstandsvermogen een kengetal is, een cijfer dat uit die begroting komt. Dus eerst moet je daaraan in die begroting de nodige aandacht besteed hebben. Daarom pleiten wij ervoor om dat juist wel te doen. En ten tweede: de wethouder gaat niet over de accountant, daar gaat de raad over. De wethouder zal zo’n lijstje moeten maken als wij daarom vragen, dus stem daarom alstublieft voor, en dan vragen wij de accountant: kijk daar eens naar en geef daar eens een oordeel over. Dat is onder andere een van de functies van de accountant. Dus ik corrigeer de wethouder op een aantal dingen en moedig iedereen aan om dit te doen. Wethouder Van Zanten: Heel bijzonder, dat de heer Wientjes de belangen van mevrouw Hamann in dezen waarneemt. Ik neem daar kennis van. Ik heb het betoog van de heer Wientjes in de eerste, en herhaalde in de tweede termijn, gehoord.

Wij hebben een bepaalde systematiek van begroten die we volgen en daar past wat mij betreft het maken van dit soort lijstjes niet bij. Nogmaals: we hebben een risicoparagraaf en daarin worden zaken in beeld gebracht. Het lijkt ons gewoon prima om de systematiek te volgen zoals we dat al jaren doen. Dus wij adviseren negatief. De voorzitter: De heer Wientjes. De heer Wientjes: Ja, de wethouder herhaalt zijn betoog, en dat is nu juist het betoog dat hij niet moet geven , want hij gaat daar niet over. I - 50

Wethouder Van Zanten: Nou ja, ik heb in ieder geval de opvatting van het college hierover weergegeven. Wij ontraden de motie en als de raad er anders over besluit, horen we dat wel. Ik blijf even buiten de discussie wat de rol van de accountant in dezen is. Dat is mijn standpunt, voorzitter, en daar wil ik het maar bij laten. De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u, voorzitter. De heer Wientjes heeft al een beetje het gras voor mijn voeten weggemaaid, maar dat is niet erg, want we zijn het hierover helemaal eens. De voorzitter: Kunt u meteen uw vraag stellen? Mevrouw Hamann: Om het inschatten van mee- en tegenvallers af te doen met lijstjes en zo, vind ik een beetje flauw, want het is eigenlijk een soort risicoanalyse die er nu niet is. We willen graag een inschatting hebben en brengen de motie ook in stemming. Wij zijn het hierover niet eens met de wethouder, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder vervolgt zijn betoog. Wethouder Van Zanten: We kunnen er een welles-nietes-spel over blijven spelen, maar dat wil ik maar niet doen. Ik blijft bij het standpunt zoals zojuist ingenomen. Dan komt er nog een laatste motie voor mijn rekening en die gaat over meekoppelkansen in de Woelse Waard.

Daarvan hebben we in de eerste termijn aangegeven dat we in deze fase de financiële ruimte niet hebben om daarop in te gaan, maar we hebben wel toegezegd dat we bij de begroting zullen kijken wat de financiële ruimte is en als er financiële ruimte is, willen we natuurlijk bezien wat we al dan niet kunnen gaan doen in de Woelse Waard. Wij zien meekoppelkansen, maar we zien ook mogelijkheden voor onszelf om in de Woelse Waard die belangrijke zaken aan te brengen die nu op de agenda staan. In die zin kunnen we ook wel meegaan met de motie, als mevrouw Hamann er genoegen mee neemt dat wij daar in het kader van de begroting, en als er ruimte is, verder op terugkomen. De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Het gaat ons erom dat we, misschien wel ruimschoots voor de begroting, als dat kan, een lijstje hebben met mogelijkheden en daaraan gekoppeld kosten. Dan kunnen we kijken wat er misschien wel en niet kan. Alleen openstelling zou al een plus zijn. Zo zitten wij er een beetje in. Wethouder Van Zanten: Dat is op zich prima. Ik moet mevrouw Hamann er wel op wijzen, wat ik daarstraks al zei, dat we tot de begrotingsbehandeling maar een hele korte periode hebben dat we zicht hebben op wat de financiële mogelijkheden zijn, maar we zullen kijken hoe we die ruimte ook met uw vraag kunnen vullen. Mevrouw Hamann: Is goed. Fijn, dank u wel.

Wethouder Van Zanten: Daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Doesburg.

I - 51

Wethouder Van Doesburg

Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Ik ga in op een aantal opmerkingen dan wel vragen die naar voren gebracht zijn en die, althans naar mijn inschatting, om een reactie vragen, en dan op de twee moties die ik kan behandelen. Even een reactie op de opmerking van de VVD over wonen, wonen, wonen – in die drieslag ging het. Op zich is het natuurlijk een feit dat de woonopgave in Nederland heel belangrijk is. Het college vindt wel dat wonen, wonen, wonen niet eenzijdig benaderd moet worden, maar in samenhang met heel veel andere grote opgaven in de stad: duurzaamheid, openbare ruimte, maar zeker ook mobiliteit, die u noemde. In die zin zijn we dat eens. Er is wel degelijk invulling gegeven aan die opgave. Tussen 2018 en 2021 is het aantal van 950 woningen aan de woningvoorraad in Gorinchem toegevoegd. Daarmee zijn we verder gekomen dan de prognose van de provincie en in die zin is Gorinchem een positieve uitzondering, want dat is geen enkele andere gemeente in ons land gelukt. Door zowel de Partij van de Arbeid als het CDA is een vraag gesteld over de zelfbewoningsplicht. Daarbij moet ik ook even zeggen dat mevrouw Van Oversteeg helemaal gelijk had dat ik dat in de eerste termijn niet helemaal volledig heb beantwoord – excuses daarvoor. We hebben daar wel degelijk informatie over en die is ook met u gedeeld.

Op 11 maart 2021 hebben we een I&O over wonen gehad en de uitvoering van het actieprogramma. Daarin hebben we twee instrumenten met u besproken en de conclusie daarvan is geweest dat we de zelfbewoningsplicht en het anti-speculatiebeding gaan onderzoeken. We hebben daar echt oog voor en daarover zullen we aan u rapporteren. Zowel door ChristenUnie/SGP als door Democraten Gorinchem is gevraagd om de effecten van de ruimtegever die we in de kinderopvang gevonden hebben van een ton te monitoren. Dat zeg ik zeker toe. Wij verwachten daar overigens geen enkel probleem. Deze ruimtegever is heel zorgvuldig afgestemd met de Stichting Gorinchemse Kindcentra. Er zijn twee budgetten onderwijsachterstandenbeleid waaruit vroeg- en voorschoolse educatie ook gefinancierd kunnen worden en die ruimte is er, dus wij denken gewoon vanuit die budgetten heel goed aan die belangrijke doelstellingen te kunnen voldoen. Door ChristenUnie/SGP is een vraag gesteld over de buurthuizen. Ik vertaal die vraag zo: is het nou wel een goed idee om maatschappelijke huur daar in te voeren, zorgt dat er niet voor dat het voor partijen te duur wordt en dat ze dan wegrennen? Nee, want daar wordt zorgvuldig naar gekeken.

Er zijn twee dingen belangrijk: die buurthuizen moeten goed duurzaam te beheren zijn, maar nog belangrijker: ze moeten de doelen behalen die we met z’n allen gesteld hebben, en dan gaat het over ontmoeting en laagdrempeligheid: je moet daar binnen kunnen komen. Dat geldt ook voor kleine clubjes die daar een koffietje willen drinken. We zijn in goed overleg met die besturen en we hebben ook een uitgebreide reactie gekregen, want deze vragen zijn ook eerder gesteld per mail, van de vrijwilligers die de besturen dragen voor die buurthuizen en die juist aangeven dat er met dit beleid een duurzamer model komt dat eigenlijk tot meer bezoek leidt en tot het beter bereiken van die doelstellingen. Dus wij hebben er wel vertrouwen in dat dat heel goed loopt. Een volgende vraag werd door ChristenUnie/SGP, maar ook andere partijen, gesteld over de subsidioloog. I - 52

De voorzitter: Interruptie mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, nog even over het vorige punt betreffende de wijk- en buurthuizen. Inderdaad had ik die vraag al via de mail gesteld, want ik vond het belangrijk genoeg om het ook nog in de raad te berde te brengen. Ik ben blij met de beantwoording tot nu toe, maar ik denk ook dat het misschien wel goed zou zijn – en dat geef ik maar als suggestie mee – om daar nog eens een keer aandacht aan te besteden, want het is best een grote verandering. Ik hoor tegengestelde geluiden en ik kan niet goed uitmaken wat nou precies klopt, dus ik ga ook niet zeggen dat wat u zegt niet klopt, of wat anderen zeggen niet klopt. Maar misschien is het wel goed om ons mee te nemen in deze ontwikkeling, van: wat gaat er daar dan allemaal wel en hoe gaat dat nu functioneren? Wethouder Van Doesburg: Dat verzoek begrijp ik en daar ga ik ook zeker in mee. We moeten dat gewoon heel goed volgen en u daar ook goed over informeren. Dus dat zeg ik u toe. De subsidioloog. In eerste termijn is naar mijn mening wel degelijk antwoord gegeven op de vraag die daarover was gesteld, namelijk: wat is de toegevoegde waarde van een subsidioloog? In 2/3de van alle aanvragen speelt die een rol en dat betekent ook dat je tegelijkertijd niet kunt aangeven wat dan precies de toegevoegde waarde van deze subsidioloog is uitgedrukt in geld.

Want het is niet zo dat die subsidieaanvragen, daarom heb je nou juist deze functie ook nodig, eenvoudig zijn. Het is vaak een samenspel van inhoudelijke ambtenaren, enz., met de subsidioloog, en die komen in gezamenlijkheid tot een betere aanvraag dan wanneer er geen subsidioloog zou zijn. Daarnaast speelt de subsidioloog ook nog een rol bij ingewikkelde lobbytrajecten, met name ook richting Europa, want dat is nog een slagje complexer dan de lokale of landelijke subsidies, maar daar geldt wel weer bij dat er termijnen zijn, echt tranches, waar je wel of niet in kunt stappen. Zo’n tranche breekt eigenlijk volgend jaar pas weer aan, dus dan kunnen we die subsidioloog nog veel effectiever gaan inzetten. Gezien ook de positieve effecten in andere gemeenten waarmee we gesprekken hebben gevoerd – wat levert dat nou op hè?, plat gezegd, en dat is gewoon heel positief –, zou ik het vertrouwen willen vragen om hier nog langer mee door te gaan, om dat ook te kunnen aantonen. De heer Van Breemen: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: De wethouder zei dat bij andere gemeenten is gevraagd wat dat nou oplevert.

Konden zij wel een concreet antwoord geven, behalve dan: ja, hij is betrokken bij 2/3de van de aanvragen? Wethouder Van Doesburg: Nou, dat zeiden ze niet hoor, dat konden ze niet zo duidelijk als wij schetsen, maar Capelle aan den IJssel bijvoorbeeld, dacht ik – het is lastig, want je kunt niet zomaar gemeenten vergelijken –, die had toevallig een heel groot ontwikkeltraject lopen dat in aanmerking kwam voor Europese subsidies, en die had 20 miljoen binnen weten te halen. Dus dat is wel een lekker antwoord. Wij dachten niet “o, dat gaan wij dus ook elk jaar doen”, zo enthousiast waren wij niet, maar we zien zeker I - 53

wel kansen. Juist bij dat soort grote Europese trajecten gaat die meerwaarde zich echt uitbetalen. Dan was er een vraag over het omgaan met klachten. Door Gorcum Actief werd een opmerking gemaakt over: ja, u geeft een antwoord over dashboarden en zo, dat zegt toch niets over de klachten? Nee, dat zegt absoluut helemaal niets over individuele klachten en ons standpunt is ook heel eenvoudig: elke individuele klacht is er één te veel. Wat het dashboard wel zegt, en wat ook de jaarrekening over de klachtenafhandeling zegt, is dat we in ieder geval geen bijzondere toename in klachten zien, ondanks een heftig coronajaar en veel grote projecten die lopen. Het dashboard dienstverlening laat zien dat er over het algemeen heel veel tevredenheid is over onze dienstverlening. Maar wij zijn er ons echt wel van bewust dat wij niet foutloos opereren en dat dingen soms in de communicatie niet optimaal gaan, en dat is nog een eufemisme. Natuurlijk is dat zo en elke keer dat het gebeurt is een keer te veel. Wij proberen daarvan te leren en het steeds weer beter te doen. Dus weet dat wij elke inwoner heel serieus nemen, de klachten van die inwoners ook en dat wij voortdurend streven naar verbetering hiervan. De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u, voorzitter.

Het gaat ons natuurlijk niet om dienstverlening op het gebied van rijbewijs, paspoort e.d., want daarover zijn mensen heel tevreden; de complimenten voor die afdelingen, dat gaat allemaal goed. Het gaat erover dat, als er bouwwerkzaamheden zijn in de buurt, of iets te doen is op het gebied van verkeer, je wel bij de gemeente kunt aankloppen, maar nul op het rekest krijgt. Ik ben blij van de wethouder te horen dat daarop actie zal worden ondernomen en wij zijn benieuwd hoe dat gaat uitpakken. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik heb daar nog een vraag over, want het is voor mij niet helemaal duidelijk. In de eerste beantwoording stond dat onderzoek naar de tevredenheid oplevert dat men heel tevreden is over de klachtenafhandeling. Ik vroeg me af hoe dat onderzoek dan gedaan is, want ook daarbij krijg ik een soort stereo-ervaring. Vanuit het stadhuis wordt gezegd dat uit onderzoek na onderzoek blijkt dat iedereen heel tevreden is – goed, er worden wel eens foutjes gemaakt, maar over het algemeen is iedereen heel tevreden –, maar ik woon toevallig in de Haarwijk, vlakbij allerlei ontwikkelingen die daar de laatste tijd zijn, ik zit ook in verschillende appgroepjes, en daar hoor ik iets heel anders, en dat is niet mals.

Dus ik vroeg me even af: hoe is die tevredenheid dan gemeten? Wethouder Van Doesburg: Ik noem verschillende voorbeelden, misschien zaai ik daar verwarring mee en dat is helemaal niet de bedoeling. Er is een dashboard dienstverlening dat uitspraken doet over allerlei vormen van dienstverlening die we hebben, dat gaat niet alleen maar over het niveau van de uitgiftebalies, er is een burgerpeiling die een indruk geeft van hoe het met de tevredenheid zit en als het gaat over de klachtenprocedures: daarin wordt met steekproeven en protocollen gewoon bekeken hoe met klachten is omgegaan, of het aantal klachten toeneemt of niet, op welke afdelingen, hoe de afhandeling daarvan is, enz. Maar ik ben het helemaal met u eens: dit is statistiek en er I - 54

zijn allerlei uitspraken over de waarde van statistieken gedaan. Ik ben ook inwoner van deze stad, ik woon in de Tolsteeg en ik ben ook niet altijd blij met hoe het loopt. Ik denk dat dat voor heel veel mensen geldt en ik wil dus helemaal niet de suggestie wekken dat wij hier achterover leunen en denken dat we het zo fantastisch doen, want het uitgangspunt is echt: elk klacht is er één te veel. En ja, het gebeurt wel eens dat op projecten een projectleider wisselt en meestal is dat tijdelijk ook een verstorende factor, en daarna hoop je dat het anders, of beter gaat en dat het goed komt. Natuurlijk maken wij fouten, maar wij streven echt oprecht voortdurend naar verbetering daarvan. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, mag ik daar nog even op aanvullen? De voorzitter: Als u nog een vraag heeft, kan dat. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik heb eigenlijk alleen een aanvulling. Ik wil de wethouder er zeker niet van betichten dat hij doet alsof er allemaal niks aan de hand is, maar ik was oprecht benieuwd hoe zo’n meting nou plaatsvindt. Want je kunt inderdaad statistisch alles voor elkaar hebben en toch inwoners hebben die niet tevreden zijn. Wat ik gewoon heel veel terug hoor is dat, als mensen klachten hebben en ze melden die bij de gemeente, er altijd andere partijen bij zijn betrokken en dan krijg je het ‘van het kastje naar de muur’-effect.

Dat is wel iets waar je volgens mij serieus naar zou moeten willen kijken. Dat wil ik eigenlijk meegeven. Wethouder Van Doesburg: Dat signaal is gehoord en dat neem ik mee, want aan het sturen van het kastje naar de muur willen wij ook helemaal niet doen. Ik beloof dat te onderzoeken. Dan ben ik volgens mij toe aan de twee moties waarover ik iets mag zeggen. Allereerst de motie ‘Wijkschouw’. Het is, denk ik, goed als we met elkaar de wijk in gaan. Dat is, kort gezegd, de strekking hiervan. In de gesprekken heb ik gehoord dat hier eigenlijk al heel lang heel veel behoefte aan bestaat. Dus laat ik dan vooral degene zijn die hier positief adviseert. Bij dezen. Dan is er een motie over de stages vanuit D66. In de eerste plaats wil ik daarover zeggen dat het beeld dat geschetst werd naar mijn idee niet helemaal klopt, bijvoorbeeld dat er een afname zou zijn van het aantal stageplekken in de organisatie. Dat is niet het geval. We zijn eerder aangemoedigd door D66, zou je kunnen zeggen, en dat heeft ook z’n effect gehad. Het stagebeleid is echt verankerd in het HR-beleid en er wordt van alles vorm gegeven. Alles wat in die motie staat gebeurt eigenlijk, zou je kunnen zeggen, en ook op een overtuigende manier. Wat niet gebeurt, is het tweede punt uit de motie, dat wij ook nog specifiek aantallen per afdeling en per niveau, enz., gaan vastleggen.

Dat is ook waar we niet voor zouden willen zijn, want dan vrezen wij dat je te veel gaat afregelen op detailniveau. Dat zouden we niet willen. Ik heb een wedervraag aan de indiener van deze motie. Vanuit de ambtelijke organisatie krijgen wij echt terug dat het tweede punt uit deze motie niet gaat werken, omdat het te dwingend wordt, want je wilt namelijk ook stagiaires de aandacht geven die ze verdienen en ze heel goed kunnen begeleiden. Dat is namelijk het doel van die stages. Als het tweede punt eruit zou mogen, zou ik wel deze motie gewoon-, als we het opnieuw als een steun in de rug kunnen zien om vorm te kunnen blijven geven aan dit belangrijke stagebeleid en om aan te geven dat het echt in beweging is en dat er wat mee gebeurd is. In augustus start dat stagebureau waarom u vraagt en ja, I - 55

dat wordt door een stagiaire opgezet en begeleid, maar die stagiaire wordt ook heel professioneel begeleid door ambtenaren van de afdeling HR, en die continuïteit blijft erin omdat steeds een begeleid stagiaire die coördinatie zal blijven doen. Dus dat is een goede ontwikkeling. Maar de overige punten die u noemt mogen wat ons betreft echt onderdeel van beleid worden. Dat wil ik graag gezegd hebben. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Interruptie mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Dank u wel voor de beantwoording, maar ik heb nog een vraag aan de wethouder met betrekking tot die wijkschouw. In mijn betoog had ik gevraagd of dat in een klankbordgroep kan worden meegenomen, omdat het niet meer de functie heeft die ik, zeg maar, vanuit het verleden ken, omdat het een beetje een dubbeling is voor mijn gevoel, maar misschien heb ik daarin geen gelijk. Wethouder Van Doesburg: Ik moet bekennen dat ik niet weet hoe dat ging in die klankbordgroepconstructie. Wat mij betreft is elke constructie bespreekbaar. Mevrouw Van Maaren: Nou, je had in elke wijk, en in Gorinchem-Oost bestaat die volgens mij nog, een klankbordgroep waar, zeg maar, politie, gemeente, bewoners bij elkaar zitten om dingen te ondernemen in de wijk, of te bespreken, of bij het ambtelijk apparaat neer te leggen ter verbetering.

Maar het is daar een beetje stil omheen, dus misschien is dat in de loop der jaren niet meer werkbaar. Ik weet het eerlijk gezegd ook niet. Wethouder Van Doesburg: Nu snap ik de vraag beter. Het is juist goed om dat aan de wijkschouw te verbinden, want de verschillende klankbordgroepen die er zijn, of die er waren, zijn soms afhankelijk van enthousiaste vrijwilligers, en dan dooft dat weer een beetje, of laait het weer een beetje op. Die zullen juist gebaat zijn bij de wijkschouw en de ontmoeting met raadsleden en ambtelijk. Mijn antwoord is dan: je moet dat juist met elkaar verbinden, om daar weer de goede energie in te krijgen. Mevrouw Van Maaren: Prima, dank u wel. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Fijn in ieder geval dat het belangrijkste punt, de ambitie om tot stagebeleid te komen, positief wordt geadviseerd. Als het schrappen van punt 2 ons dichter bij die ambitie brengt, dan kan ik inmiddels ook vanuit de fractie aangeven dat dat akkoord is. We zullen dan bij dezen punt 2 uit de motie schrappen. We verwachten dan wel een klinkend, ambitieus stagebeleid. Daarmee wensen we de wethouder heel veel succes. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Dan is daarmee ook het advies positief, zonder enig voorbehoud. De voorzitter: Dank u wel.

Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Dansen voor een interruptie op wethouder Van Zanten.

I - 56

Mevrouw Dansen: De reden waarom deze interruptie aan de late kant komt is dat ik een vraag had gesteld in mijn tweede termijn en ik aan het wachten was of de wethouder hem zou beantwoorden, wat hij niet deed. Mijn vraag was: wat is nou precies dat potje budget restant uitvoering coalitieakkoord waar de coalitie zo vrolijk uit put met motie M3 en motie M6, hoeveel zit daar nog in en waaróm zit er nog wat in? Wethouder Van Zanten: Mevrouw Dansen heeft gelijk. Ik had het wel op mijn lijstje staan, maar heb dat even over het hoofd gezien. Dat coalitiepotje zou bij u bekend moeten zijn, want volgens mij is dat al een keer opgenomen als concreet item in de perspectiefnota 2019. Pin me daar niet op vast, maar in ieder geval heeft het in een voorgaande perspectiefnota gestaan. In de kern gaat het om ruimte die in de begroting is gereserveerd om een aantal zaken uit het coalitieakkoord, of zaken die daaraan op te hangen zijn, mogelijk te maken. Dat is eigenlijk de situatie. Mevrouw Dansen: Dus dat betekent dat alleen de coalitie daarvan gebruik kan maken? Wethouder Van Zanten: Nee hoor, helemaal niet. Als er nog ruimte in het potje zit die gehangen kan worden aan het coalitieakkoord, is dat budget op zich beschikbaar voor de raad. Zo is het in de stukken terechtgekomen. Mevrouw Dansen: Maar dan moet het wel binnen het coalitieakkoord passen, neem ik aan? Wethouder Van Zanten: Ja.

Voorzitter. De heer Tekir heeft mij nog gevraagd iets meer duiding te geven op het verhaal over het onderhoud aan kunst. Ik heb de tekst van hem gekregen waar het over gaat, en dat is inderdaad het antwoord op de raadsvragen die gesteld zijn in de technische behandeling. De voorzitter: Nu wil ik toch even ingrijpen, want u heeft uw termijn gehad. Wethouder Van Zanten: Ik wil het ook wel bilateraal afdoen met de heer Tekir. De voorzitter: Ja, dat zou ik doen, want u heeft uw termijn gehad. Wat er parallel aan deze vergadering gebeurt interesseert me niet. Wethouder Van Zanten: Helemaal goed. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Wethouder Kraaijeveld heeft het woord. Wethouder Kraaijeveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=d946d6a7-cffa-4dc2-bc4a-187309dba3fa