210708 Concept verslag Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
We zijn het eens met de motie van Gorcum Actief voor de meekoppelkansen. Zoals ik al heb aangegeven in mijn bijdrage, lijkt de geaccordeerde inschatting van meeen tegenvallers door de accountant ons niet realistisch. Dus daar zijn we tegen. Dank u wel. I - 18
De voorzitter: Dank u wel. U hebt een motie ingediend met als onderwerp ‘Gedenkteken coronapandemie’, en dat is motie M5: Motie M5: Gedenkteken coronapandemie De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; stelt voor: te komen tot een gedenkteken ter herdenking van de coronapandemie en haar gevolgen, waarvan de kosten verwerkt worden in de begroting.
Mevrouw Van Oversteeg heeft nu het woord voor de tweede termijn. CDA
Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel, en ook dank aan het college voor de beantwoording van de vragen en de toezeggingen op enkele vlakken die wij hadden gevraagd. Op een aantal thema’s vragen wij in deze tweede termijn nog wat meer aandacht, of hebben we onvoldoende antwoord gehad; daarop zouden we graag nog wat verduidelijking willen. Afsluiten zal ik met onze reactie op verschillende moties. Allereerst het investeringsplafond, een onderwerp dat bij vrijwel elke fractie terugkomt, en daarbij maakt het niet eens zo heel veel uit of je van een coalitiepartij of een oppositiepartij bent. Ik hoorde net mevrouw Molengraaf naar onze bijdrage verwijzen en vanaf deze plek willen wij daar graag nog even wat aandacht voor vragen. Wij hadden gevraagd om nog wat verdere stappen en ons mee te nemen als raad in de manier waarop we dat proces richting de begrotingsbehandeling van november ingaan. Bij andere fracties heb ik vergelijkbare geluiden gehoord en ik hoop dan ook op een breed draagvlak voor het gesprek dat wij voorstellen. Ik dank de wethouder voor de toezegging om met een raadsinformatiebrief ons daarin mee te nemen. Maar ik vraag daarbij nog wel om een wat nadere aanscherping. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, mag ik daar een vraag over stellen? De voorzitter: Mevrouw Molengraaf.
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Uit de bijdrage van het CDA had ik dat niet zo begrepen, maar nu hoor ik van mevrouw Van Oversteeg dat er een gesprek komt. Aan wat voor soort gesprek denkt u dan? Mevrouw Van Oversteeg: Nou, dat is exact het vervolg waaraan ik wilde beginnen. In de beantwoording heb ik gezien dat we daarover wat meer geïnformeerd worden en wat ons betreft kan dat nog wel wat verder gaan, namelijk via een gesprek waarin we met elkaar eventueel keuzes kunnen maken op het moment dat die dekking niet uitpakt zoals we hopen. Vanuit deze positie wil ik benadrukken dat wij waarde hechten aan de afspraak die we over dat investeringsplafond hebben gemaakt en dat we er daarom alles aan willen doen om dat ook na te komen richting die begrotingsbehandeling. Dus daar zie ik ons als raad graag in meegenomen en ik hoop dat de wethouder deze aanscherping toe zal willen zeggen. Vervolgens het onderwerp wonen. Ook daarover heb ik meerdere fracties het woord horen voeren. Wat ons betreft is dat ook echt een hot item voor onze stad. In de eerste termijn heb ik daarover wat zorgen geuit en ik vind het jammer dat er in het antwoord van
I - 19
het college met geen woord over wordt gerept. Ik zou het waarderen als dit in tweede termijn wel wat meer aan de orde zou kunnen komen. Daar zie ik naar uit. Een ander inhoudelijk punt dat wij in onze bijdrage hebben aangehaald is het coffeeshopbeleid. Vanuit het CDA hebben we ook daar wat zorgen over geuit. Ik waardeer het antwoord van het college op welke wijze dat zorgvuldig wordt aangepakt, maar we zouden ook graag een wat inhoudelijker standpunt horen. We hebben onze zorgen geuit ten aanzien van leefbaarheid, veiligheid in het algemeen en het verkeer en wij horen graag of het college deze zorgen onderschrijft en of dit vervolgens ook aan bod komt in het proces dat wordt geschetst. Ten slotte, voorzitter, dank ook voor de antwoorden op de lobby, die ook wat breder wordt beantwoord dan de vraag die ik had gesteld. Ik maak hieruit op dat ons college Gorinchem stevig in verschillende netwerken profileert en daarin ook een goed geluid laat horen vanuit een houding die gericht is op samenwerking. Dat vind ik heel inspirerend, dus dank daarvoor. Vervolgens de moties. Allereerst de motie van Stadsbelang ‘Gastvrij Gorinchem, een toilet voor iedereen’. Deze motie heeft onze steun. Mooi om dit ook gezamenlijk op te pakken met de partners in de stad.
De volgende motie, ‘Gidslijnen’, is ingediend door Democraten Gorinchem en namens het CDA dienen wij die graag mede in, omdat we toegankelijkheid voor iedereen vinden gelden. Dat vraagt dus ook om een extra stapje dat wij als gemeente kunnen zetten, en dat helpen wij hiermee graag zetten. De volgende motie is van de Partij van de Arbeid, ‘Gorinchem Cultuurstad’. Ook die heeft onze steun. Goed om een extra impuls te geven en het incidentele karakter van de motie past daarbij. Over de motie van de Partij van de Arbeid over de wijkschouw heb ik nog een vraag. Wij zien hier namelijk een positieve lijn, ook in relatie met Right to challenge, waarvoor wij ook al verschillende keren aandacht hebben gevraagd. Wij vragen ons af of de Partij van de Arbeid ook dit daaronder verstaat. Zo ja, dan zou dat ook van harte onze steun kunnen krijgen. De heer Oostrum: Mag ik daar bij wijze van interruptie op reageren, voorzitter? De voorzitter: Ga uw gang. De heer Oostrum: Ik kreeg ook van de ChristenUnie/SGP al een vraag over deze motie. Het is onze bedoeling, en daarom staat er ook ‘Wijkschouw zorgt voor verbinding’, om alle verbindingen die je maar kunt maken, ook echt te maken, dus tussen ambtenaren en de bewoners, ook tussen de bewoners onderling, tussen de initiatiefnemers en andere bewoners, en zeker Right to challenge zit daar wat mij betreft in.
Als de bewoners roepen “laat mij de straat zelf onderhouden”, of “laat mij zelf een boom planten” op een plek waar het beter uitkomt, dan is het de bedoeling om dat echt zo laagdrempelig mogelijk te doen en om ook de afrekening aan het eind op basis van vertrouwen in de initiatiefnemer en op basis van redelijkheid te doen, dus om te kijken van: is het bedrag dat gevraagd wordt een redelijk bedrag en past het werk dat ervoor gedaan is redelijk bij het bedrag dat gevraagd wordt? Kortom, het antwoord op uw vraag is ‘ja’, het antwoord op de vraag van ChristenUnie/SGP eigenlijk ook. I - 20
Mevrouw Van Oversteeg: Dank u wel. Alleen maar enthousiaste geluiden van onze kant dat dit op deze manier ook samen met inwoners wordt opgepakt, zodat we dat initiatief ook zo goed mogelijk kunnen benutten. De laatst ingediende motie van ChristenUnie/SGP gaat over het gedenkteken naar aanleiding van corona. Ook die steunen we, want dat vinden we een heel goed idee. Vervolgens onze motie ‘Een boom voor iedereen’. Die wordt door Democraten Gorinchem mede ingediend, maar ik hoorde de heer Schefferlie zich daarbij wel afvragen of iemand nou zo’n boom wil. Ik heb laatst een digitaal kijkje in uw tuin mogen nemen, meneer Schefferlie, en als er érgens een boom in kan en wat tegels uitgewipt kunnen worden, dan is het wel in de tuin van huize Schefferlie! De heer Schefferlie: Ja, het is waar, ik kan er niks anders van maken. Ik heb er heel per ongeluk een plein aangelegd, maar daar gaan we wat aan doen. Mevrouw Van Oversteeg: Dank u wel! De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: Meneer Wientjes. De heer Wientjes: Ik wil even over die boom verder bomen. De motie komt mij over als buitengewoon pietluttig en “goh, laten we ook eens wat doen”. Dat zou jammer zijn, want ik neem aan dat het CDA dat als serieuze partij toch anders bedoelt.
Leg me nou eens uit wat we precies met die bomen gaan doen, wie er wel en niet voor in aanmerking komt, hoeveel bomen u verwacht weg te zetten en wat het gaat kosten. Denkt u niet dat heel veel mensen al bomen in de tuin hebben en er helemaal geen boom bij willen hebben? En wat voor effect gaat het hebben op ons milieu? Daar heeft u allemaal over nagedacht, want u bent een serieuze partij en ik weet dat u dit soort moties goed voorbereidt. Mevrouw Van Oversteeg: Dank u wel voor de complimenten. Wij hebben er inderdaad over nagedacht. Ik kan me niet helemaal een voorstelling maken van uw tuin, maar ik hoorde dat u er hard in bezig bent, dus ik zou zeggen: wellicht ook een aandeel voor u hierin. Voor de uitvoering willen we het eigenlijk niet al te ingewikkeld maken, want je zou ook kunnen nadenken over de vraag of je het over de wijken zou willen verdelen en op welke manier dan, maar we laten het vooral aan het college om dat op een slimme manier te doen. We willen hiermee een aanzet geven om als inwoners, met z’n allen, en daar zijn wij natuurlijk ook onderdeel van, een bijdrage te kunnen leveren aan een groene leefomgeving in het kader van klimaatadaptatie, in het kader van het vorkomen van hittestress. Al dat soort zaken dragen daaraan bij en hiermee willen we dat een duwtje in de rug geven.
Wij beseffen dat dit slechts een kleine stap is, maar wel een stap die wellicht voor heel veel inwoners toegankelijk is en die ook een vervolg geeft op onze mooie hoge plaats in het NK Tegelwippen. Dus ik zie dat in die zin als een mooie stimulans. De heer Wientjes: Mag ik daar nog kort op reageren? De voorzitter: Als u een vraag heeft, kan dat.
I - 21
De heer Wientjes: Het blijkt dus dat het toch een beetje symboolpolitiek is en dat er niet zo goed over is nagedacht. Dat vinden wij jammer. Ik vind het gewoon een raar plan, het is niet onderbouwd, het is een idee van “daar doen we het milieu goed mee”, zonder te wetenDe voorzitter: Wat is uw vraag, meneer Wientjes? Een interruptie is een korte vraag. De heer Wientjes: De vraag is dat er geen vraag is, maar dat ik het een slechte motie vind, en dat mag ik aan het eind van zo’n interruptie zeggen, mevrouw de voorzitter. Mevrouw Van Oversteeg: Nou, voorzitter, dan rest mij om te bestrijden wat de heer Wientjes aangaf. Hij is van harte uitgenodigd om hierin mee te doen, maar als hij ervoor kiest om hierin geen positief signaal uit te stralen, dan is dat natuurlijk helemaal aan hem. Vervolgens de motie van D66 over elektrisch rijden. Daar heb ik nog een vraag over, ook richting het college, omdat ik onvoldoende in beeld heb in hoeverre dit een probleem is. Gebeurt het vaak dat een laadpaal niet binnen redelijke afstand van de woning wordt gerealiseerd, ja of nee? Dat is een vraag die nog openstaat, voordat ik kan aangeven wat we daarvan vinden. Vervolgens ook een koppeling over het Cruyff Court. Ik zie in de motie vooral gesproken worden over lichtmasten, maar gaat het ook nog over wat meer ideeën? Dat is eigenlijk een vraag die wij hebben.
Ik zie de heer Tekir overigens knikken, dus ik ga ervan uit dat het antwoord hierop ‘ja’ is. Wij vinden het namelijk ook heel erg belangrijk dat het gesprek op gang komt, en niet enkel over lichtmasten, want als daarvan eerder al is aangegeven dat dat geen haalbare kaart is, dan vinden we dat we elkaar daarvoor niet aan het lijntje moeten houden. Maar gaat het over meer ideeën, dan heeft het zeker onze steun om daarover met elkaar het gesprek aan te gaan. Vervolgens de motie die ik zag over stages. Daarvan vraag ik me af in hoeverre dat nu al gebeurt, dus daar wacht ik even nog wat duiding van het college op af. En dan heb ik nog een klein rijtje over. Allereerst de motie van GroenLinks over duurzaamheid, een heel brede motie. Ik zag ook dat we nog afwachten wat we daarin aan middelen van het Rijk krijgen en bovendien hebben we hier ook al 5 miljoen voor gereserveerd. De motie over de martelaren vinden wij heel erg sympathiek, om ook in gesprek te blijven en daarvoor geld te reserveren. Maar ik begreep ook dat er vanuit initiatiefnemers nog het een en ander aan uitwerking moet gebeuren, dus ik vraag me af of we het zien zitten om daar bijvoorbeeld in het najaar, in ieder geval na de zomer, eens met elkaar het gesprek over te voeren, bijvoorbeeld door middel van een I&O, zodat we ook een beeld hebben van de totale investering die wordt gevraagd.
De heer Van Breemen: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Zoals ik geloof ik in mijn eerste termijn al had aangegeven, heb ik in maart al om een I&O gevraagd. Het is het college blijkbaar niet gelukt om dat te organiseren. Maar ik zou zeggen: ga vooral een keer met de initiatiefnemers praten, want ze zijn heel ver met een mooi plan. Ik zal in mijn tweede termijn vertellen waarom ik denk dat het goed is om ons daar nu aan te committeren en niet pas in september.
I - 22
Mevrouw Van Oversteeg: Ik hoor dat u in maart om een I&O had gevraagd, maar dat dat tot op heden nog niet is gelukt. Ik ben niet op de hoogte van de redenen waarom dat niet is gelukt, maar ik zou daarin graag wel het gesprek willen vervolgen, juist ook om met elkaar te kijken wat nou die totale investering is en wat dat betekent voor ons als gemeente. Dus ik houd me aanbevolen voor een dergelijk gesprek. Vervolgens zien we nog twee moties van Gorcum Actief. De eerste gaat over de accountant, die steunen we niet omdat we dat niet de taak van de accountant vinden. De laatste motie gaat over de meekoppelkansen. Het gesprek hierover voeren vinden we goed, om te kijken wat zou kunnen, maar we willen hier wel een winstwaarschuwing geven, gelet op de schuldpositie. Dank u wel. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: Meneer Wientjes. De heer Wientjes: Ik wil nog even terug naar de accountant, want er wordt gezegd dat dat niet de taak van de accountant is. Ik zou willen vragen wat dan wél de taak van de accountant is, als dit er niet bij hoort. Mevrouw Van Oversteeg: De motie vraagt om een lijstje met mee- en tegenvallers te bekijken. Het lijkt me dat we op dit moment via de accountantscontrole e.d. al voldoende beeld hebben van onze financiële situatie. De heer Wientjes: Dat was niet mijn vraag.
Mijn vraag was wat in de ogen van het CDA dan wél de taak van de accountant is. Mevrouw Van Oversteeg: Om daarin de controle uit te voeren, zoals die netjes jaarlijks wordt gedaan en hierin wordt gevraagd om een lijst daarin te maken, maar wij vertrouwen erop dat wij hierin voldoende worden meegenomen en dat we daarvan ook in de begroting een uitwerking zien. De heer Wientjes: De taak van de accountant is om te controleren, maar ook om ons te adviseren en om inschattingen over risico’s te geven. Dus dit valt onder de taken van de accountant. De voorzitter: Waarvan akte. Ik constateer dat we met de bijdrage van mevrouw Van Oversteeg motie M6 te pakken hebben, die ik voor het gemak maar even ‘Een boom voor in de tuin’ noem. Mevrouw Van Oversteeg: ‘Een boom voor iedereen’ luidt de titel. De voorzitter: Prima. Motie M6: Een boom voor iedereen De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; verzoekt het college: 1. de inwoners van Gorinchem een boom voor in de tuin te schenken. Hiermee een positieve bijdrage te leveren aan een prettigere leefomgeving. Vergroening van ons woongebied verhoogt biodiversiteit (vogels, bijen en vlinders) en het biedt een gezonder leefklimaat;
I - 23
2. de financiering hiervoor te reserveren vanuit het budget uitvoering restant coalitieakkoord.
Dan de SP, mevrouw Dansen. SP
Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. We zijn heel blij dat we weer in deze zaal kunnen zitten, met allemaal mensen onder elkaar in plaats van via die akelige schermpjes, want het geeft mij nooit het gevoel dat je politiek bedrijft als je voor zo’n schermpje zit. Het geeft mij helaas ook niet het gevoel dat we politiek bedrijven als we onze eerste termijn schriftelijk indienen en daarop ook een schriftelijke reactie krijgen. We hebben echt zitten te twijfelen of we dat wel willen en of we daaraan mee zouden doen, maar ja, daardoor zou je jezelf helemaal buitenspel zetten. Maar ik wil hier en nu wel zeggen dat we daar eens diep over zullen moeten nadenken, want ik denk echt dat we het politieke ambacht, om het maar zo te noemen, aan het uithollen zijn op deze manier. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie: daar wil ik me graag bij aansluiten. Mevrouw Dansen: Daar ben ik heel blij mee, dank je wel! Ik wilde nog zeggen dat we hier ook zitten uit respect voor onze kiezers, en dat zal voor iedereen gelden. Maar laten we dit asjeblieft niet meer doen.
Van het feit dat de SP geen vragen heeft gesteld, maar een politiek statement heeft afgegeven, heeft het college overigens gebruikgemaakt om maar niet te reageren op wat wij in eerste termijn hebben ingebracht, met uitzondering van de wethouder voor financiën, die aangeeft dat hij het niet met ons eens is, en laat ons dat nu niet verbazen! Een perspectiefnota met bezuinigingen die ‘ruimtebieders’ heten, waarin tegenvallers onvindbaar zijn, het college consequent buiten de investeringsruimte gaat en zó schuift met tekorten dat we er ver in de toekomst nog last van zullen hebben: dat is in ieder geval onze samenvatting van deze perspectiefnota. Het is ook nog een open-eindverhaal. Er is een stuk opgetuigd dat globaal een aantal zogenaamde autonome ontwikkelingen bevat. Vervolgens worden cijfers aangevuld met een aantal zaken als tariefs- en belastingwijzigingen – waarover we nog moeten beslissen hè?, ik bedoel: dat is wel al een stuk dekking – en bezuinigingen, ‘ruimtegevers’, waarover ook nog niet beslist is. Onze conclusie is dat, als de raad daarmee instemt, het college de toestemming van de raad binnen heeft en de raad daarna maar moet afwachten wat het college over een paar maanden uit de hoge hoed tovert van de begroting. Het is een mistige aangelegenheid die het college ons voorlegt en in het verkeer is dan het adagium: bij mist, hou afstand. Dat gaan wij doen.
Wij stemmen tegen. Dan wil ik het nog eventjes over de moties hebben. De eerste motie gaat over een toilet voor iedereen. Ook de SP heeft in het verleden aandacht gevraagd voor het gebrek aan openbare toiletten, openbare toiletten waar ook dames op kunnen, dus niet alleen van die griezelige dingen voor mannen. Het is eigenlijk wel schandalig – ik kan natuurlijk overal wel iets onaardigs over zeggen, maar in dit geval moet ik het wel even kwijt – dat er zo lang van alles over gezegd is, ook een motie in 2019, volgens mij van Stadsbelang, en dat er nog altijd geen beleid voor is gemaakt. Schande. De ‘Gidslijnen voor de binnenstad’ is een sympathieke motie van Democraten Gorinchem, maar volgens mij lagen er gidslijnen, in ieder geval van het station naar het I - 24
stadhuis. Ik kan me voorstellen dat ze verder moeten naar de stad, maar het is niet dat ze er niet zijn, want ik kan me herinneren dat Trix van der Torren daar indertijd nog veel aandacht voor gevraagd heeftDe voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dat klopt, maar als ik me enigszins probeer te verplaatsen in blinden/slechtzienden, is het natuurlijk wel fijn dat je niet al je lol zoekt in het stadhuis, maar dat je ook verder kunt naar de binnenstad vanuit het station. Mevrouw Dansen: Ik ben het daar wel mee eens, voorzitter. Dan de motie van de PvdA, ‘Gorinchem Cultuurstad’. Aan de ene kant denk ik dat een bedrag van 20.000 euro een druppel op een gloeiende plaat is, want ik weet wel ongeveer wat er staat en wat eraan gedaan moet worden, maar ik heb ook een vraag over waar dat van betaald moet worden. Ik zie hier namelijk dat de kosten gedekt zouden moeten worden uit het budget restant uitvoering coalitieakkoord, dat ook door het CDA overigens gebruikt wordt als dekking voor de bomenmotie, waar ik dadelijk nog op terugkom. Wat is dat eigenlijk voor budget, wat zit er nog in en waarom is het er nog? Ik bedoel: als we zoveel schulden maken, kun je je toch afvragen waarom er nog een potje is waar van alles in zit. Ik wil graag weten wat dat voor potje is en waarom dat voor dit soort dingen ingezet kan worden. Dan komt de PvdA met een motie ‘Wijkschouw’.
Ik heb het voordeel dat ik al een eeuwigheid in de raad zit, dus ik weet dat we dat vroeger deden als raad. Het is dus niet zo dat u dat bedacht hebt, al wordt dat gesuggereerd in de motie. U suggereert dat we dat weer moeten gaan doen, en dat lijkt me een goed idee, maar maak dan ook een motie waarin dat volkomen duidelijk is. De heer Oostrum: Voorzitter, bij wijze van interruptie: als u een eeuwigheid in de raad zit, zit ik er waarschijnlijk al twee eeuwen. Dat ziet u niet aan mij, ik zie dat overigens ook niet aan uMevrouw Dansen: Die opmerking laat ik aan u! De heer Oostrum: De wijkschouwen gebeurden vroeger inderdaad jaarlijks in alle wijken, en dat is de inspiratie geweestDe voorzitter: En wat is uw vraag? De heer Oostrum: Nee, het was een antwoord op een vraag. Mevrouw Dansen: Nee, wat ik stelde geen vraag! Ik zei alleen dat ik houd van moties waarin dingen staan zoals ze zijn, en dat was in dit geval niet zo. Dan de ChristenUnie/SGP met het gedenkteken voor de coronapandemie. Ik kan me daar wat bij voorstellen, al vind ik zelf dat Nederland intussen erg vol komt te staan met gedenktekens. Ik snap hem ook niet helemaal, maar ik denk vooral: zullen we niet wachten tot het over is, voordat we het over een gedenkteken gaan hebben? Ik vind hem dus wat prematuur.
I - 25
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, mag ik daar even op reageren? Die overweging heb ik namelijk zelf ook gehad, zal ik u eerlijk zeggen, maar als we naar de cijfers van vandaag kijken, denk ik dat het nog wel een eeuwigheid kan duren voordat het over is. Tegelijkertijd neemt het aantal dodelijke slachtoffers en van mensen die er langdurig gevolgen van ervaren wel af, dankzij de vaccinaties denk ik, maar daar krijg ik vast een aantal reacties op, dus ik zeg het heel voorzichtig. Dus ja, wachten tot het over is, daarvan heb ik op een gegeven moment toch besloten dat ik dat niet verstandig vind en dat het goed is om dat leed nu te erkennen. Wat je je daarbij moet voorstellen, weet ik zelf ook nog niet zo goed. Het kan van alles zijn, maar ik ga ervan uit dat er vanuit de organisaties en vanuit de stad best goede ideeën zullen komen. Dat zou ik niet willen voorschrijven. Ik hoop dat dit een antwoord is op wat u stelt. Mevrouw Dansen: Dank voor de beantwoording, maar ik vrees dat wij er niet anders over gaan denken. Dan komt de motie van het CDA, een heel bijzondere motie. Het CDA is tegenwoordig kampioen in het bedenken van moties om dingen weg te geven, al zijn het maar feestjes aan het eind van corona, wat we ook nog niet bereikt hebben. Maar in dit geval vinden we de motie ook een beetje gek.
Ten eerste de financiering via dat bijzondere potje, waar ik zojuist al iets over heb gezegd, maar daar weet het CDA vast alles van, dus dat hoor ik graag. Maar ook vragen die al eerder gesteld zijn: hoe zit dat met mensen zonder tuin, wat voor bomen gaat u weggeven, wat moet dat kosten? Nou ja, ik ben niet echt overtuigd, om het maar even zo te zeggen. Dan krijgen we de motie van D66, ‘Eerst laden, dan elektrisch rijden’. Ook een hele sympathieke motie, maar toch heb ik er ook wel een aantal opmerkingen bij. Want komen die laadpalen dan alleen voor de deuren van koophuizen, of ook voor de deuren van huurhuizen, en hoe doe je dat dan met flatgebouwen? En realiseert D66 zich dat hiermee de bezitters van een elektrische auto, meestal geen mensen met een kleine beurs, bevoordeeld worden? Ik hoor er graag nog wat meer over. De ideeën over de Cruyff Court vinden we heel sympathiek en daar kunnen we ons wel wat bij voorstellen. Tenslotte: als er niet geluisterd wordt naar jongeren, moet dat wel gebeuren. Dat ben ik helemaal met u eens. ‘Werk maken met stages’, wederom een buitengewoon sympathieke motie, maar het gaat alleen over stagiaires van verschillende niveaus, achtergronden en richtingen. Waarom niet over stagiaires met een handicap, waarvan je je ook af kunt vragen of het voor hen wel zo makkelijk is om een plek te vinden.
Dus mocht u dat willen aanvullenDe heer Tekir: Voorzitter, daarop wil ik meteen reageren: het is volstrekt terecht en dat is ook de bedoeling, stagiaires uit allerlei hoeken, en met name de kwetsbaren die moeilijk aan een stageplek komen. Mevrouw Dansen: Oké, maar ik constateer wel dat het er niet staat. ‘Duurzaamheid in woord en daad’ van GroenLinks, die willen wij natuurlijk graag ondersteunen. We zijn net als GroenLinks verbaasd dat daarvoor nog geen dekking geregeld is, vooral omdat ik mij herinner dat een van de argumenten bij de verkoop van de Eneco-aandelen was dat een gedeelte uitgegeven zou worden aan duurzaamheidsmaatregelen. Misschien heeft de wethouder daar nog een antwoord op. I - 26
De motie ‘Gedenk de martelaren’ vind ik een beetje lastig. De SP is altijd voorstander geweest van het Open Kathedraalplan, vooral omdat het een initiatief was met een toepassing voor de ramen, zonder dat het direct een religieuze toepassing was. Nu lijkt het dat wel te zijn en daar zijn wij wat minder voorDe heer Van Breemen: Voorzitter, bij wijze van interruptie: behalve dat ik hier en daar misschien een religieuze signatuur heb, op welke manier ziet u de gedenkplaats voor de Martelaren van Gorinchem nu als religieus? Volgens mij is het een historische gedenkplaats met een parkachtige omgeving die niets met religie te maken heeft, minder nog dan iets wat je een kathedraal noemt dunkt mij. Mevrouw Dansen: Dat kan een hele leuke discussie zijn, maar ik heb op een openbare lagere school gezeten en ik had nog nooit van de martelaren gehoord totdat ik 12 was, want daar hebben ze het op openbare scholen niet over, dat doen ze, vrees ik, alleen maar op katholieke basisscholen. Dus voor mij heeft ‘Gedenk de martelaren’ een religieuze bijklank. De heer Van Breemen: Voorzitter, toch nog een poging. Misschien heeft de titel die religieuze bijklank, maar dat heeft het plan natuurlijk niet.
Volgens mij is het een gemis van elk geschiedenisonderwijs dat je deze episode uit de Nederlandse geschiedenis niet benoemt, want de godsdienststrijd in de tachtigjarige oorlog is volgens mij een historisch punt, dat ook in Gorinchem historisch herdacht kan worden op deze mooie manier. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: De heer Wientjes. De heer Wientjes: Mag ik daar de vraag aan toevoegen: zou mevrouw Dansen het niet goed vinden dat juist doordat dit monument er komt, wat buitengewoon charmant is, dat zou bijdragen aan een verbreding van het onderwijs, juist ook op de openbare scholen? Mevrouw Dansen: Ik hoop dat dit niet van mijn tijd af gaatDe voorzitter: Die krijgt u erbij. Mevrouw Dansen: Buitengewoon origineel en daar wil ik graag een keertje met u over in discussie, maar het is niet wat ik bedoel. Het is meer dat, als je een religieus getint monument neer gaat zetten, ik vind dat je dat niet van overheidsgeld moet doen, maar op een andere manier moet financieren. Dat zou de VVD toch met me eens moeten zijn. De heer Wientjes: De VVD is ook niet van dat soort dingen, maar is het mevrouw Dansen nog niet duidelijk dat het niet religieus is, maar geschiedenis en een deel van het historisch erfgoed van onze stad? Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, misschien mag ik daar ook wat op aanvullenDe voorzitter: Mevrouw Molengraaf.
I - 27
Mevrouw Molengraaf-Vullers: -maar dan uit onverdachte hoek, denk ik, namelijk de protestantse gezindte: dat wij het wel een goed idee vinden, ook al gaat het over een niet zo heel erg fraaie actie uit ook onze geschiedenis. Dus wie weet, helpt het. Mevrouw Dansen: Als ik zoveel bevlogen reacties hoor, denk ik dat wij er nog even over moeten nadenken. Dat zullen we dan ook doen. Zo ben ik dan ook wel weer. De motie van Gorcum Actief over het inschatten van de mee- en tegenvallers, nou ja, we zijn het daar voor een groot deel mee eens. We denken alleen dat het college het er niet mee eens zal zijn en dat de coalitie het er niet mee eens zal zijn, dus het is waarschijnlijk een beetje een verloren zaak, maar we ondersteunen hem. Dat geldt niét voor de motie ‘Meekoppelkans Woelse Waard’, want daar zien wij wat minder nut in, omdat het iets is waar dan weer helaas meer geld in moet, en dan wil ik eerst zien of er geld voor is. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan D66, de heer Tekir. D66
De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Voordat ik inga op de perspectiefnota, wil ik graag stilstaan bij de aanslag op het vrije woord deze week. Een ongekende schok die ons allen weer herinnert aan het belang van de rechtsstaat. Nu leven we zolang als maar kan mee met Peter R. de Vries. Dan de perspectiefnota. Voorzitter, als er één oproep is die D66 bij deze nota luid en duidelijk gedaan wil hebben, dan is dat wel: herstel, herstel en nog eens herstel. Zoals in onze eerste termijn ook al benoemd, zitten wij niet alleen in een gezondheidscrisis. Maatschappelijke en economische gevolgen van anderhalf jaar stilstand zijn net zo urgent. D66 had daarom nu liefst een beleidsrijke perspectiefnota gezien, eentje die een radicaal herstelplan bevat voor 2022 en verder. Wat dat betreft schrikken wij er ook niet van als wij een keertje door het investeringsplafond schieten, zolang die investeringen maar waardevol zijn voor de stad. En natuurlijk houden we wel scherp in de gaten of de structurele lasten die ermee gemoeid zijn dan ook houdbaar zijn. Terug naar onze oproep voor herstel. Om die nog enigszins kracht bij te zetten dienen wij vooralsnog het enige amendement op deze perspectiefnota in, om in 2022 een blijk van waardering te geven aan de gesubsidieerde instellingen, oftewel onze maatschappelijke partners, zoals zij in het amendement zijn genoemd.
Zij hebben tenslotte gedurende de pandemie al de nodige klappen moeten opvangen en zullen zich dus moeten herstellen. Om dat herstel een duw in de rug te geven stellen wij voor om eenmalig de index op hetzelfde niveau te brengen als de prijsindex, namelijk 1,3%. Hoewel het hier gaat om een verhoging van slechts 0,15%, ontvangen hiermee alle gesubsidieerde instellingen wel een extraatje. Die blijk van waardering is wat ons betreft het minste wat we kunnen laten zien. De financiële begrotingsruimte in 2022 is in ieder geval ruimschoots voldoende en tot mijn collega Schefferlie zou ik willen zeggen, om hem toch nog even over de streep te willen trekken, dat de klappen van corona echt wel over de hele linie zijn gevallen. Daarom vraagt het wat ons betreft nu ook een actie over de hele linie. Dan de moties die we willen indienen. Allereerst ‘Eerst laden, dan elektrisch rijden’. Wij krijgen de laatste tijd steeds vaker signalen dat onze laadinfrastructuur niet meer aansluit op het tempo van elektrisch rijden. Als we dan kijken naar het beleid omtrent het laden, I - 28
verbaast dat ons ook niet, want het beleid stamt nog uit 2014 en de transitie naar elektrisch rijden gaat zo hard dat je op dit vlak al heel snel achterhaald bent. Daarom stellen we voor om het beleid omtrent het elektrisch laden te actualiseren en daarbij in ieder geval de bottlenecks die genoemd zijn in de motie aan te pakken. Voor een toelichting verwijs ik naar de motie. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitterDe voorzitter: Ga uw gang. De heer Wientjes: Dank u. Richting D66: interessant, een goede analyse. Elektrisch rijden is de toekomst, hoewel er natuurlijk ook nog andere dingen in komen, maar heeft u ook nagedacht over hoe het rijmt met ons parkeerbeleid, hoe het met de parkeermogelijkheden is en hoe we dat voor elkaar krijgen in gebieden waar inderdaad het parkeren wat verder is dan waar je woont, de huurwoningen in de buitenwijk? Het vraagt nogal wat infrastructuur. Gekscherend heb ik heel vroeger wel eens gezegd dat opladen heel makkelijk is, want je gaat naar de Gamma, koopt daar zes verlengsnoeren en koppelt die aan elkaar, maar dat is natuurlijk te flauw. Maar ik zou graag het antwoord op die andere vraag weten: hoe past het in ons parkeerbeleid, hoe gaan we dat doen? De heer Tekir: Ja, goeie vraag, dank u wel. Het vraagt natuurlijk om een gedegen en serieuze actualisering van dit beleid, waarbij ook rekening dient te worden gehouden met het parkeerplan.
Het kan natuurlijk niet zo zijn dat het voor iedereen mogelijkheden biedt. Als het gaat om parkeren op een openbare parkeerplaats voor een woning, betekent dat wat ons betreft ook niet dat je die parkeerplaats vervolgens claimt. Het is ‘sec’ het laden waarvoor het bedoeld is. Er zijn in den lande allerlei creatieve middelen om dat ook gerealiseerd te krijgen. Dus een prima aandachtspunt, maar goed, het is aan het college om die motie verder uit te werken, dus daartoe roepen we dan ook op. Dat beleid zal wel geactualiseerd moeten worden. En richting mevrouw Dansen: uiteraard zou dat ook moeten gelden voor de huurwoningen waar dat praktisch ook geregeld kan worden. De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitter, nog een verdere verduidelijkingsvraag. U heeft het over actualiseren en dat betekent dat je het gaat aanpassen. Mag ik uw motie zo lezen, dat u eerst gaat onderzoeken en dán gaat actualiseren? De heer Tekir: Sterker nog: ik denk dat eerst een verkenning, een onderzoek, of hoe je het ook wilt noemen, hieraan vooraf zal moeten gaan, dat we niet vanaf het stadhuis, of vanuit de gemeenteraad, het beleid zomaar gaan actualiseren, dus: ja, dat zal moeten. Het vraagt om een gedegen voorbereiding en vervolgens een nieuw voorstel, maar dat het geactualiseerd moet worden is ons wel duidelijk en dat blijkt ook echt uit de signalen die we krijgen.
Het criterium van 300 meter werkt in de praktijk gewoon niet meer. Het tempo van elektrisch rijden gaat zo hard, dat we echt met een antwoord daarop moeten komen als we dat verder willen stimuleren, en dat willen wij heel graag. De heer Bahlmann: Voorzitter, een interruptie alstublieft. Is ook nagedacht over de mogelijkheid van smart grids, dus laadpleinen in plaats van het voor de deur neer te zetten? Want als je voor elke deur een laadpaal gaat neerzetten, krijg je overal laadpalen
I - 29
en ik denk niet dat dat een gewenste situatie is. Je kunt wel kijken naar smart grids en laadpleinen, waardoor je alles bij één kern krijgt. Dat lijkt me een beter idee. De heer Tekir: Waar we absoluut niet voor pleiten, is voor iedere deur een laadpaal. Als dat onduidelijk was, wil ik dat bij dezen herstellen. Het gaat erom dat je vanaf een woning tijdelijk een laadvoorziening kunt aanleggen bij een openbare parkeerplaats en die dan ook weghaalt als je klaar bent met laden. Maar nogmaals: die uitwerking is echt aan het college. Er zijn voorbeelden in den lande waar we volgens mij nu niet verder op in moeten gaan, maar het is niet de bedoeling dat het per se voor iedere woning komt. Tot zover. Dan ga ik door met de andere moties, voorzitterDe voorzitter: Dat lijkt me verstandig, ja, want we hebben er nu wel heel veel tijd aan besteed. De heer Tekir: Ja, maar ik hoop niet dat dat allemaal van mijn tijd af gaat. De voorzitter: Nee, die tijd krijgt u erbij. De heer Wientjes: Mag ik nog een vraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Nou, een korte vraag dan, en dat is dan de laatste op dit onderwerp. De heer Wientjes: Altijd kort. Snelladen bij benzinestations, is dat niet de oplossing, moeten we dat niet ook meenemen? De heer Tekir: Dat is vast een deel van de oplossing, maar ook die benzinestations liggen niet voor iedereen om de hoek. Ik vervolg met de andere moties.
De motie omtrent stages zal u bekend in de oren klinken, aangezien D66 hiervoor de afgelopen jaren meermaals aandacht heeft gevraagd. Onontbeerlijk voor kansen op de arbeidsmarkt. Als gemeente hebben we daarin ook een voorbeeldrol te vervullen. Wij zijn van mening dat we daar nu genoeg over hebben gepraat. Het is nu tijd voor actie, temeer daar het aantal nieuwe stagiaires bij de gemeente sterk achteruit loopt. De motie ‘Werk maken van stages’ roept daarom ook op om een stagebeleid te ontwikkelen waarin we bijvoorbeeld ambities opnemen omtrent aantallen en afspiegeling van de maatschappij. We hebben zelf even rond gegoogeld en gemerkt dat eigenlijk iedere zichzelf respecterende gemeente wel een stagebeleid heeft. We hopen dat het college het belang hiervan met ons deelt. Richting de SP wil ik nogmaals bevestigen dat het ons gaat om een goede weerspiegeling van de stad, om stagiaires uit allerlei windrichtingen, zonder daarin iemand tekort te willen doen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Mag ik daar een vraag over stellen, voorzitter? De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik had de vraag in mijn bijdrage al gesteld, maar die heeft de heer Tekir misschien gemist. U spreekt in de motie ook over een toegewijd stagebureau – ik weet even niet wat ik daar precies bij moet denken –, of een stagecoördinator om dit stagebeleid tot een succes te maken.
Dus u vraagt wel iets meer dan “maak een stagebeleid”. I - 30
De heer Tekir: Ja, daarbij refereren we eigenlijk aan het stagebureau dat het college al van plan was op te zetten. Dat is, hebben wij begrepen, een keer ook uitgezet in de vorm van een stageopdracht. Het verbaast ons niet dat dat niet aanslaat, want stages zijn geen consultancyopdrachten. Daar krijg je een aanvraag voor en de stagiaire en de opleiding hebben daar ook wensen bij. Kortom, dat is dus al een wens om dat stagebureau op te richten van het college en wij vragen eigenlijk ook om dat dan ook serieus te doen en niet af te doen met een stageopdracht die vervolgens niet aanslaat. Dan de laatste motie die wij willen indienen. We zijn de laatste tijd weer vaker op pad, zoals u allen, en daarbij hebben we signalen opgevangen van enkele jongeren die actief gebruikmaken van het Cruyff Court. Het schijnt dat zij in 2020 al een keer een aanvraag hebben gedaan, die is afgewezen. De belangrijkste wens die zij hebben is het plaatsen van lichtmasten, net zoals bij de tennisvereniging aan de overkant, zodat er ook buiten de zomermaanden in de avonduren gevoetbald kan worden. Ze hebben ook andere ideeën en daarover willen zij graag nog een keer in gesprek. Daartoe roept deze motie op, niet meer en niet minder. Als het even kan, zou ik zeggen: voer die ideeën ook meteen uit.
De heer Wientjes: Mevrouw de voorzitter, mag ik over die motie, die wij sympathiek vinden trouwens, en we zijn ook een grote fan van Cruijff, eens vragen: hoeveel Cruyff Courts hebben we in de stad? De heer Tekir: Eén. De heer Wientjes: Wordt er op andere plaatsen nog gevoetbald à la Cruyff Court-achtige omstandigheden? De heer Tekir: Jazeker, maar in die omvang is dat allemaal in verenigingsverband en daar zijn al lichtmasten te vinden, maar in die omvang in de vrije ruimte niet. De heer Wientjes: We vinden uw motie goed, maar we zouden willen dat het niet alleen tot de Cruyff Courts beperkt blijft. Kijk ook of er andere plekken zijn waar misschien zo’n zelfde vraag heerst. En moeten we niet behalve naar de jongeren – buitengewoon interessant en belangrijk –, ook naar de omwonenden luisteren? Stel bijvoorbeeld dat we daar lichtmasten neerzetten en je hebt maar net je slaapkamerraam daar, waar tot midden in de nacht wordt gevoetbald. Het is een beetje burgerlijke zorgelijkheid, maar die moeten we toch wel ook nemen. Vindt u dat ook? De heer Tekir: Uiteraard zal er een eindstip moeten zijn, tot wanneer die lichtmasten aan staan. Ten aanzien van uw suggestie: interessant, zou ik willen zeggen. De motie ‘Wijkschouw’, die wij ook sympathiek vinden, daar zijn we ook blij mee, brengt hopelijk dit soort dingen ook aan het licht naar ideeën en wensen die elders in de stad leven.
Er zijn nog heel wat andere moties ingediend. Veel daarvan steunen wij, dat zal ook later in de avond blijken. Ik weet niet of ik in verband met de tijd nu aan al die moties toe kom, maar eentje roept bij ons wel vraagtekens op, en dat is de motie van de Partij van de Arbeid om een bedrag van 20.000 euro beschikbaar te stellen voor het onderhoud van kunstwerken. Op zich natuurlijk een sympathieke motie. D66 heeft in het verleden ook zelf gevraagd om dat achterstallig onderhoud weg te werken. Maar wat ons verbaast, is dat het college op navraag van D66 eerst laat weten dat de nieuwe maatregelen voldoende I - 31
zijn, maar nu er een motie van de Partij van de Arbeid ligt is dat niet meer het geval en ligt er een positief advies. Hoe kan dat?, vraag je je dan wel af. Wat mij betreft is het heel simpel: of de maatregelen die door het college in de raadsinformatiebrief zijn genoemd zijn niet voldoende en zijn nu extra middelen nodig – dan horen we dat graag –, of de maatregelen van het college zijn voldoende en er zijn vooralsnog geen extra middelen nodig. Dat laatste heeft D66 in ieder geval als schriftelijke reactie mogen ontvangen, dus graag verheldering op dit punt. Het is ook gewoon verwarrend dat er verschillende conclusies worden gedeeld. De voorzitter: De heer Oostrum wil graag even reageren op uw vraag. De heer Oostrum: Ja, ik ga ervan uit dat de vraag aan mij als opsteller van de motie was gerichtDe heer Tekir: Nee. De heer Oostrum: Als het aan de wethouder is, zwijg ik uiteraard. De voorzitter: Het lijkt mij ook dat de wethouder aan zet is. De heer Tekir: De reactie die wij ontvingen was afkomstig van de organisatie, c.q. het college, ja. In eerste termijn hebben wij verder gevraagd naar de status van de middelen die voor het HBO gereserveerd staan. Het college schrijft in de eerste termijn dat op dit moment 60.000 euro gereserveerd staat op grond van het raadsvoorstel.
Vraag is: welk raadsvoorstel bedoelt u daarmee? Want het voorstel over het HBO is, zoals we weten, niet in stemming gebracht. Of bedoelt u het raadsvoorstel voor deze perspectiefnota? Het gaat er ons in ieder geval om dat we die middelen ook na vandaag gereserveerd houden voor dit doel, ondanks dat het raadsvoorstel voor het HBO niet in stemming is gebracht. Kunt u dit omwille van de duidelijkheid nog eens bevestigen? Als ik nog tijd heb, ga ik heel kort de moties langs. De motie van Stadsbelang over toiletten voor iedereen dienen wij mee in. Die oproep is in het verleden inderdaad ook al een paar keer gedaan, maar het mag wel wat beter geborgd worden. Sterk vinden wij dat het nu ook is gekoppeld aan de gebiedsontwikkeling. De motie ‘Gidslijnen’ van Democraten Gorinchem sluit helemaal aan bij de toegankelijkheidsambitie die D66 nastreeft, dus die steunen we. Over de motie over de kunstwerken heb ik net om opheldering gevraagd. De motie ‘Wijkschouw’ is ook al even tussen neus en lippen genoemd. Een prima motie. Wij hebben eerder ook al opgeroepen om dat echt stadsbreed te doen. Hopelijk voorkomt het ook dat wij stoeptegelachtige moties in de raad moeten brengen, want die wijkschouw levert dan hopelijk wel op dat er kordaat opgetreden kan worden voor praktische acties die gewenst zijn. Dan ‘Gedenkteken corona’ van ChristenUnie/SGP: sympathiek en waardevol.
De enige suggestie die wij willen doen is: wel graag nadat de pandemie achter de rug is. Dan de motie van het CDA over de bomen, ’Bomen voor iedereen’. Alles voor iedereen, dan heb je ons al bijna mee, zou ik willen zeggen tegen het CDA. Bij deze motie hebben wij nog wel twijfels over de uitvoering, maar goed, net zoals bij alle andere moties staat I - 32
of valt zoiets met de uitwerking van het college, dus we wachten even af of het college daar een haalbaar plan in ziet. Wij merken ook dat deze motie in den lande vaker door het CDA is ingediend, dus ik ga ervan uit dat er al goede voorbeelden zijn van andere colleges die hieraan handen en voeten hebben gegeven. Maak daar ook vooral gebruik van. Een suggestie die ik persoonlijk zou willen doen: laten we dan asjeblieft ook fruitbomen planten, want daar hebben we er zo weinig van in Gorinchem. In mijn tuin, moet ik zeggen, staan twee vijgenbomenMevrouw Molengraaf-Vullers: Maar dan heb je gelijk het probleem te pakken, want als ik een walnootboom achter in mijn tuin laat zetten op kosten van de gemeente, dan eet ik dus wel al die walnoten op. De heer Tekir: Eet smakelijk! De voorzitter: Goed, we zijn bijna aan het diner toe, dus ik stel voor snel verder te gaan. De heer Tekir: Mijn tuin is inmiddels vol, dus mijn boom schenk ik meteen aan mijn rechterbuurman, de heer Schefferlie. De heer Wientjes: Ik heb nog een vraag over die bomen.
Het is buitengewoon sympathiek om fruitbomen te willen, maar het is niet eenvoudig om daar goed fruit van te krijgen, daarvoor zul je iets moeten doen, en wat met fruit ook gebeurt, isDe voorzitter: We gaan nu wel heel erg ver buiten de orde! De heer Wientjes: Daar komt de vraag: bent u niet bang dat ook de ratten ervan mee gaan eten? De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Tekir verder gaat met de behandeling van de moties en amendementen. De heer Tekir: Ik stel voor dat ik die suggestie volg! ‘Duurzaamheid in woord en daad’: wij wachten even de reactie van het college af. We steunen de gedachte achter deze motie wel, maar we zijn benieuwd of hier niet al een reserve voor bestaat. Ik meen mij een reserve duurzaamheid te herinneren, maar dat hoor ik graag van het college. ‘Gedenk de martelaren’, ook een sympathieke motie. Wat ons wel even de wenkbrauwen deed fronsen was dat één raam al 176.000 euro kost. Dat staat in het plan, dat we ook konden googelen, en dat plan gaat uit van vier ramen, dus meer dan zeven ton, terwijl de motie refereert aan een bedrag van anderhalve ton. We zijn er dus nog lang niet. Wij willen graag voorkomen dat we bij de initiatiefnemers onrealistische verwachtingen gaan scheppen. Op dat punt zouden we graag nog een reactie willen ontvangen.
De heer Van Breemen: Voorzitter, misschien bij wijze van interruptie: als u terugkijkt naar het vorige plan, daar gaf de gemeente ook anderhalve ton op een plan dat geloof ik een miljoen kostte. De heer Tekir: Ja, dat is mislukt.
I - 33
De heer Van Breemen: Niet vanwege het geld, maar vanwege allerlei ruimtelijke inpassingsproblemen. Het gaat er hier niet om dat de gemeente Gorinchem het hele plan gaat financieren, het gaat erom dat de stichting druk bezig is met het zoeken naar financiering en dat het zou helpen als de gemeente Gorinchem zich daar A. aan committeert, en B. er ook wat geld tegenover zet. Als u niet alleen gegoogeld had, maar ook gebeld, had u van de initiatiefnemers kunnen horen dat ze dat nu juist heel erg hard nodig hebben, om mensen die heel veel geld hebben voor dit soort projecten over de brug te krijgen. De heer Tekir: Nogmaals, we vinden het een sympathieke motie, alleen roept het kostenplaatje wel vraagtekens op. Datgene wat we doen, ook als we ons eraan committeren, moet wel realistisch en haalbaar zijn. Dus dat is iets waar we ons nog graag op willen bezinnen. Dan de moties van Gorcum Actief. Dat van die mee- en tegenvallers: volgens mij gebeurt dat al in zowel de perspectiefnota als de begroting, in de paragraaf Weerstandsvermogen bijvoorbeeld, maar ook op dit punt wachten we nog wel de reactie van het college af. De motie ‘Meekoppelkansen’ vinden we waardevol. Het gaat uit van het combineren van werk met werk en dat vraagt op z’n minst om een verkenning, dus dat steunen we. Volgens mij heb ik dan alles gehad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Ik noem even het amendement en de moties die zijn ingediend: Amendement A1: Blijk van waardering aan onze maatschappelijke partners De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; stelt het volgende amendement voor: ten aanzien van de gesubsidieerde instellingen een stijging van 1,3% (index) aan te houden. Motie M7: Eerst laden, dan elektrisch rijden De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; verzoekt het college van B&W: - het beleid ten aanzien van elektrisch rijden in de tweede helft van 2021 te actualiseren; - daarbij in ieder geval te verkennen op welke wijze: - het afstandscriterium van 300 meter voor openbare oplaadpunten versoepeld kan worden; het laden op een openbare parkeerplaats voor de woning mogelijk gemaakt kan worden.
Motie M8: Werk maken van stages De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; verzoekt het college van B&W: - als toekomstgerichte investering een structureel integraal stagebeleid te ontwikkelen verankerd als onderdeel in het HR-beleid, waarbij de invulling van de stageplekken / stagiair(e)s de diversiteit van de inwoners van onze stad weerspiegelt, zodat stagiair(e)s van verschillende niveaus, achtergronden en richtingen optimaal kunnen worden begeleid; - in dit stagebeleid afspraken te maken over aantallen stageplekken per niveau en per afdeling waardoor de continuïteit en de diversiteit van de instroom van jongeren, en de kwaliteit van de begeleiding worden geborgd; - een toegewijd stagebureau / stagecoördinator in de arm te nemen om deze een belangrijke rol te geven in de uitvoer van het stagebeleid om dit tot een succes te maken; - dit stagebeleid in 2022 in te laten gaan. Motie M9: Luister nog eens naar de ideeën voor het Cruyff Court
I - 34
De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; verzoekt het college van B&W: - nog eens in gesprek te gaan met de jongeren die in 2020 een aanvraag hebben gedaan om het gebruik van de Cruyff Court te verbeteren, waaronder het plaatsen van lichtmasten; - de ideeën te verkennen, bij voorkeur in overleg met de jongeren uit te voeren en hierover in de tweede helft van 2021 te rapporteren aan de gemeenteraad.
Dan gaan we nu naar GroenLinks, de heer Van Breemen. GroenLinks
De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, dank u wel. Als onze fractie de eerste termijn van de raad en de antwoorden van het college daarop leest, ontstaat er eigenlijk een algemeen beeld, en dat is al vaker geschetst: de coalitiepartijen zijn blij met dit ambitieuze college en de oppositie maakt zich zorgen over zowel de inhoud als de financiën. Het is een herkenbare lijn uit de afgelopen jaren en ook die wordt nu doorgezet. GroenLinks is blij te zien dat inmiddels ook bij Stadsbelang en bij het CDA met enige zorg gekeken wordt naar de financiën, blijkend uit hun bijdragen in eerste termijn. Wat GroenLinks betreft zijn die zorgen nodig. Het college geeft zonder moeite miljoenen uit, maar als je de droge cijfers bekijkt, leidt dat dan toch wel tot zorgen. Laat ik vooropstellen: GroenLinks is zeker niet tegen een ambitieus gemeentelijk beleid met grote visies en lef om te investeren. In die zin kunnen wij het college ook zeker complimenteren met zaken als de mobiliteitsvisie en de duurzaamheidsplannen in de RES. Helaas blijkt die laatste overigens een beetje té ambitieus voor veel partijen in deze raad. Ambitieus en met lef investeren is geen ongezonde grondhouding, maar daar hoort behalve realisering van je ambities ook een verantwoord begrotingsbeleid bij. Het college zegt heel dapper in het antwoord op de vraag of het college te veel geld uitgeeft ‘nee’.
Onze fractie had overigens niet anders verwacht. Het zou best gek zijn als het college zelf toegeeft dat het te veel geld uitgeeft. Maar als je de hele perspectiefnota goed bekijkt en niet alleen het getalletje onder de streep, dan moet je toch concluderen dat het antwoord op die vraag op z’n minst ‘nee, maar…’ zou moeten zijn, of in elk geval een stuk genuanceerder dan ‘nee’. In de bijdrage van de fractie Democraten Gorinchem vraagt zij om aandacht voor de slachtoffers van de Toeslagenaffaire en onze fractie deelt die oproep. Het is de grootste schande van de Rijksoverheid van de laatste jaren en alle steken die men daar nu nog steeds laat vallen maken de pijn alleen maar groter. Wij hebben begrepen van ouders dat zij erg te spreken zijn over de aanpak van Avres en van de gemeente Gorinchem, waarvoor onze complimenten richting het college, maar alstublieft college: let erop dat je daarin niet achter de feiten aan gaat lopen. Vertrouwen komt immers te voet en gaat te paard. Laat deze lokale overheid dan maar degene zijn die het vertrouwen dat het Rijk galopperend achter de horizon heeft doen verdwijnen, stapje voor stapje weer wat gaat herstellen. Onze fractie heeft getwijfeld om in eerste termijn wat te zeggen over de zogenaamde menstruatie-armoede, maar helaas heeft dat de eindredactie van de duizend woorden niet gehaald.
Daarom zijn wij blij dat de ChristenUnie/SGP-fractie het wel benoemd heeft. Het is echt een schrijnende situatie dat meisjes en vrouwen zich ziek melden op school of het werk, louter omdat ze de menstruatieproducten niet kunnen betalen. Het zou mooi zijn, en wij zijn ook blij dat het college in die richting wil meedenken, als de gemeente I - 35
met Avres en met de voedselbank meer aandacht hieraan zouden kunnen gaan besteden en we zouden het ook toejuichen als de gemeente hierin niet achterover leunt en afwacht tot de voedselbank signalen op begint te vangen, maar hierin actief gaat onderzoeken of extra ondersteuning nodig is. In Rotterdam doen ze het via de Rotterdampas. Nou, in Gorinchem hebben we geen Gorcumpas, helaas, zou ik bijna zeggen, maar het zou mooi zijn als we dit op een andere manier toch actief zouden kunnen aanpakken in Gorinchem. Meer aandacht overigens ook verdient de Stichting Leergeld in onze gemeente. Onze fractie krijgt nog te vaak geluiden te horen dat mensen geen idee hebben dat het überhaupt bestaat en dat het sociaal team, scholen, of het zwembad in verband met zwemlessen, ouders hier niet, of te weinig, op wijzen. Wij zouden graag van de wethouder een toezegging horen dat hier meer aandacht aan besteed wordt, door ons en door onze maatschappelijke partners. Dan kom ik bij de motie over de gedenkplaats voor de martelaren. Wij verbazen ons een beetje over het antwoord van het college hierop. Het college staat er in principe positief tegenover, zo bleek ook al uit de RIB in het voorjaar, maar wil wel voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, want, zo eindigt diezelfde RIB: er is geen ruimte in de gemeentelijke financiën.
Nu de contouren van de begroting voor volgend jaar worden getekend in deze perspectiefnota, geeft het college aan dat het inderdaad tijd is om na te gaan denken over een financiële bijdrage, maar toch ontraadt het college de motie. Die gedachtegang kunnen wij niet helemaal volgen. Het college zal ook weten – dat zei ik net al in antwoord op de heer Tekir – dat een dergelijk plan altijd meer financiers kan trekken als de gemeente zich er al aan heeft gecommitteerd. De aanvragers zijn heel druk bezig met het zoeken van draagvlak bij bijvoorbeeld omwonenden en het oplossen van problemen die in die gesprekken naar boven komen. Ze timmeren hard aan de weg om een mooi project, dat behalve een gedenkplaats ook een ruimtelijke opwaardering van het gebied in zich heeft, te verwezenlijken. Het is dan jammer dat het college zich nu ineens achter de financiële huishoudding verschuilt, met ook de implicatie dat zoiets structureel is. Dat is namelijk niet wat de stichting vraagt. Ze willen een soort startkapitaal, zodat de dingen in gang kunnen worden gezet, en dat vroegen ze overigens ook bij het vorige initiatief. Wij zijn van mening dat juist nu, bij het vaststellen van de perspectiefnota, het moment is als gemeente uit te spreken dat we ons financieel willen verbinden aan dit mooie project, maar niet financieel in de zin van “wij leggen meteen een heel bedrag op tafel”.
Daarom heb ik dat ook niet opgenomen in de motie. Ik heb gevraagd van “goh, college, ga nou eens in het opwerken van de begroting kijken welk bedrag je daarvoor kunt reserveren”, en het tweede denkstreepje van het dictum: “ga de voorwaarden daarvoor uitwerken”. Dat is volgens mij precies waarvan het college zegt “goh, geef ons nou de tijd om dat te gaan doen”. Die tijd wil ik ze graag geven, maar ik vind het wel heel logisch om bij de vaststelling van de perspectiefnota te zeggen “hé, college, het perspectief voor het jaar 2022 komt eraan, dat gaat u uitwerken in de begroting, en neem daarin nou ook iets op voor die martelaren”. Wat mij betreft gaat het college daarover ook in gesprek met de stichting, om met elkaar te kijken wat een goede bijdrage is die A. past binnen onze begroting en B. de stichting helpt om te realiseren wat ze van plan zijn. Dan het antwoord van het college op de subsidioloogMevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, mag ik nog een vraag stellen?
I - 36
De voorzitter: Zeker. Mevrouw Van Oversteeg: In mijn tweede termijn heb ik aangegeven dat ik dan graag het gesprek voer over het initiatief rondom de martelaren. Deelt de heer Van Breemen de mening dat dat dan ook mooi zou zijn als je kijkt naar de uitleg die hij geeft over “laten we perspectief daarop plaatsen”, om daar dan, bijvoorbeeld door middel van I&O, over door te praten? De heer Van Breemen: Ja, zeker, het lijkt mij heel goed om de stichting uit te nodigen om haar plan nog een keer goed te presenteren en met elkaar in gesprek te gaan over de aanwinst die ik in ieder geval zie voor Gorinchem. Wat mij betreft is een I&O hierover in het najaar, in opwerking naar die begrotingsraad, een hele goede suggestie, absoluut. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Wij steunen het ook, voorzitter. Het zou goed zijn. De heer Van Breemen: Dank. Dan de subsidioloog. Ik was daarover aan het vertellen dat het antwoord van het college al ongeveer net zo vaag was als de RIB die we daarover onlangs gehad hebben.
De vraag die concreet nog steeds hangt aan het college is: hoeveel van die subsidies zouden niet binnengehaald zijn als we niet die subsidioloog hadden? Het is mooi dat hij geadviseerd, gecoördineerd en opgesteld heeft, maar wat als hij er nou niet was: hadden we dan heel veel tonnen gemist? Het is teleurstellend dat het college blijft zeggen dat ze geen ruimte ziet om meer te doen op het gebied van duurzaamheid zolang het Rijk niet over de brug komt. Voorzitter. Ten eerste moeten we geld hebben om überhaupt iets te doen, niet om ‘meer’ te doen, en zelfs dat geld is er nu niet. En ten tweede heeft de VNG met het Rijk al lang afgesproken dat ze met geld over de brug gaan komen. Dus waarom zouden we nu afwachten? Laat de duurzaamheid nu geen sluitpost van de begroting zijn. Juist nu moeten er grote stappen, en dus grote investeringen, gedaan worden en dat kan niet als het college gaat zitten wachten totdat er eindelijk eens nieuws uit Den Haag komt. Er zit inderdaad – het college wijst er terecht op – 5 miljoen in de duurzaamheidsreserve, maar het college weet net zo goed als GroenLinks dat dat bij lange na niet genoeg is om de RES, de warmtetransitievisie en het klimaatadaptatieplan uit te voerenDe heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie.
Ik ben heel benieuwd of u niet de angst deelt dat ‘Den Haag’ het jeugdzorgtrucje gaat uithalen, zeker als gemeenten laten zien dat in allerlei gaten en hoeken nog meer eigen middelen gevonden kunnen worden. Denkt u nu echt niet, ook met ons, dat we daar eerst eens gewoon, ja een signaal krijgen dat er niet alleen zaken gevraagd worden, maar dat we ook die middelen daarvoor krijgen? De heer Van Breemen: Dat deel ik en daarom heb ik ook al een aantal keren gezegd dat ik vind dat het Rijk over de brug moet komen en dat dat ook een belangrijke voorwaarde is om überhaupt alle duurzaamheidsambities die het Rijk, mede namens ons wat GroenLinks betreft, in allerlei klimaatakkoorden neerlegt, te verwezenlijken. Alleen, ik vind het niet realistisch om te zeggen “we wachten eerst even tot het Rijk met iets komt en dan komen wij zelf ook”. Ik zou daar eerder initiatief in nemen dan dat uw fractie dat doet. I - 37
De heer Schefferlie: Een deel van de oppositie zegt “maak nou eerst duidelijk voordat je gelden raamt en zo, want het doet zoveel met de financiën” en ik denk zelf dat wat wij als duurzaamheidsambities ons echt kunnen voorstellen, dat het een op een samenhangt met wat het Rijk daartegenover stelt. En dat mis je dan een beetje als je het nu al gaat prognosticeren, zonder dat we weten wat we ons echt kunnen veroorloven. De heer Van Breemen: Dat klopt, maar ik denk dat een aantal ambities die wij zelf gesteld hebben al vastliggen en daar is nu ook geen geld voor opgenomen in deze perspectiefnota. Wat mij betreft moeten we dat wel gewoon doen, omdat– en dan wordt het meer een financiële beschouwing – als je nu de perspectiefnota ziet, die sluit nauwelijks en dan wordt aan het eind gezegd: maar we hebben ook nog de RES en de duurzaamheidsovergangen. Als dat er nog bij komt, sluit het perspectief niet meer, en dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Om te voorkomen dat we dadelijk zeggen “o ja, nou hebben we geen geld meer voor duurzaamheid”, wil ik graag nu dat teken geven van “goh, zet dat nou in de begroting”. De heer Schefferlie: Een kleine geruststelling is misschien nog dat we ook gezien hebben dat alle bedragen die door de meeste gemeenten al worden ingeboekt op structurele extra middelen voor de jeugdzorg, gelukkig nog niet zijn meegerekend.