CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

210624 Concept verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 23 september 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies41.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

genoeg geparticipeerd was en dat er nu een besluit moest vallen, de zoekgebieden waren maar zoekgebieden, dus we moesten door met de geit. En nu ineens, nu er een heleboel verzet uit de samenleving is, gaan deze partijen draaien. Hmm, ik vind daar wel wat van. De voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben enigszins verbaasd dat juist de partij van de wethouder van de RES deze motie indient, omdat, behalve dat het nogal populistisch is, de indruk gewekt wordt dat diezelfde wethouder en het college waaraan u deelneemt zomaar windmolens zouden gaan zetten. U vraagt nu om een totaal vanzelfsprekend iets, namelijk het participatieproces en gewoon het hele proces af te wachten. Wat denkt de heer Oostrum zelf: dat de wethouder nu vast wat molentjes neer gaat zetten? Het ie echt een schande dat u dit indient. De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Dank u, voorzitter. Ik kan in de richting van met name de heer Van Santen, maar ook van mevrouw Molengraaf, zeggen dat, als zij terugkijken naar de reden waarom wij tegengestemd hebben bij die moties, daar toen ook al duidelijk gemaakt is dat voor ons 500 meter niet relevant was.

Het gaat niet om 499 meter, 500 meter of 501 meter, het gaat veel meer om algemene, heldere, landelijke criteria en daar gaan wij dus niet over, maar daar moet landelijk een besluit over genomen worden, en dat is nu bij motie in ieder geval ook in de Tweede Kamer afgedwongen. En over het draagvlak hebben wij niet meer gezegd dan nu: het proces is goed gelopen, maar er hebben minder mensen meegedaan dan wij gehoopt hadden. Dat is ook logisch – dat heb ik ook zo gezegd –: naar mate meer mensen zien wat het effect zou kunnen zijn, zal er meer deelname gestimuleerd worden. Daarom zeggen wij nu ook, nogmaals: laten we dit proces zorgvuldig doorlopen, en dat is de wethouder ook van plan. Laten we ook geen windmolens plaatsen voordat dat gebeurd is, dat is de wethouder ook van plan. Maar er is heel veel onrust, omdat mensen het college niet helemaal geloven en als wij dat als raad nu ook besluiten, is het voor iedereen duidelijk: er komt geen windmolen als dat […] De voorzitter: Interruptie mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Ja, je weet bijna niet meer wat je moet zeggen als je dit hoort. Ik had eigenlijk nog een andere vraag richting de wethouder, maar even met betrekking tot deze motie: je kunt dus eigenlijk concluderen dat degenen die deze motie indienen totaal geen klankbord hebben met de achterban en niet hebben willen luisteren tijdens de laatste raadsvergadering.

Het is triest om met deze populistische actie te komen. En dan wordt nu gezegd dat het proces goed is doorlopen. Als je de reacties ziet van de bewoners en de bedrijven op de besluitvorming, op het gelopen proces, dan vind ik dit weer een gekke conclusie van deze indiener. Misschien is het voor vandaag maar beter niet te veel meer te zeggen en snel deze vergadering af te sluiten, want dit is supertriest. De heer Oostrum: Voorzitter, ik wil hier toch graag op reageren. De aanleiding voor deze motie is namelijk gelegen in het feit dat wij gewoon gesprekken gehad hebben, wij én Democraten Gorinchem afzonderlijk van elkaar, met de Stichting Mooi en Duurzaam Gorinchem en in beide gesprekken is duidelijk gebleken dat er behoefte was aan een H - 61

uitspraak van de gemeenteraad, om ze enigszins gerust te stellen dat er daadwerkelijk ook een zorgvuldig proces loopt. Dat is aanleiding voor ons geweest om in ieder geval deze motie, die gewoon in de lijn ligt met wat het college al van plan was, voor te stellen. Ik zeg nogmaals: het is niet bedoeld als overval, vandaar dat ik voorstel om hem aan te houden tot bij de perspectiefnota, zodat er dan breder over gediscussieerd kan worden. De voorzitter: Ik heb u horen zeggen dat u de motie nu indient, maar niet wilt bespreken. Dat kan niet. Als u de motie indient, moeten we hem nu ook bespreken. Anders voert u hem weer af en trekt u hem dus in. Wat wilt u? De heer Oostrum: Ik heb in eerdere raadsvergaderingen al meegemaakt dat moties werden aangehouden ter bespreking, maar als u nu zegt dat de motie moet worden ingetrokken en later opnieuw ingediend, dat dat de manier is, moeten we dat waarschijnlijk volgens het reglement van orde doen. Maar de intentie is in ieder geval om hem niet op dit moment te bespreken en te betrekken bij de perspectiefnota. De voorzitter: Oké, dan constateer ik dat u de motie heeft aangekondigd, maar nog niet ingediend en dat u hem in gaat dienen bij de bespreking van de perspectiefnota. De heer Oostrum: Als dat de conclusie is, voorzitter, sluit ik me daarbij aan.

Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter, mag ik opmerken dat ik dat wel een hele wonderlijke gang van zaken vind? Dat maakt het eigenlijk nog meer bizar: dit aankondigen en tegelijk zeggen dat we het pas later gaan doen. Ik vind dit heel vreemd. De voorzitter: Ik denk dat het goed is om even te schorsen, want de verwarring is nu toch wel behoorlijk groot aan het worden. Het is natuurlijk ook al laat, dus dat bevordert ook het denkproces niet helemaal. Ik schors de vergadering voor tien minuten, zodat iedereen zich even kan hergroeperen en even kan evalueren. Ik overleg ook even met de griffie en dan heropen ik de vergadering over tien minuten (22. 56 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (23.07 uur). Dames en heren. We hadden een schorsing bij agendapunt 6.f, dat betreft het bespreekstuk Verzoek om inlichtingen Regionale Energiestrategie. Er is een verzoek om inlichtingen binnengekomen, daar heeft het college op gereageerd en dat bespreken we nu. Ik was bezig om in eerste termijn de nodige sprekers het woord te geven. Inmiddels hebben mevrouw Molengraaf het woord gehad, mevrouw Hamann, de heer Hassouna, mevrouw Stevens en we waren bij de heer Oostrum. De heer Oostrum heeft een motie aangekondigd, daar zijn de nodige interrupties op gekomen. Vervolgens hebben we geschorst en de vraag is nu aan de heer Oostrum wat hij met deze motie doet.

Daarna gaan we weer verder met de anderen, die ook hebben aangegeven graag te willen spreken over dit verzoek om inlichtingen en de beantwoording daarvan door het college. De heer Oostrum.

H - 62

De heer Oostrum: Voorzitter. Tijdens de schorsing hebben we even overlegd en wij hebben besloten de motie- U kunt het beschouwen als een aankondiging dat de motie terugkomt bij de perspectiefnota. Dus niet op dit moment. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Mag ik daar wat over zeggen, voorzitter? De voorzitter: Dat mag u, interruptie. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ook wij hebben in de schorsing overlegd en ik spreek namens de hele oppositie als ik zeg dat deze motie overbodig is, want het is gewoon het volgen van het proces. We vinden het een populistische motie over de rug van de raad, die in tegenstelling is tot het verzet dat ze eerder tegen allerlei moties van deze trant hebben gepleegd. Wij zijn een beetje klaar met deze spelletjes. Dus als de heer Oostrum de motie nu niet zelf indient, dienen wij hem als oppositie in, zodat erover gestemd gaat worden. De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: [……] voor de perspectiefnota ook zo met anderen te overleggen, maar ik neem deze uitgestoken hand graag aan. Dus laten we hem gezamenlijk indienen. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Nee, voorzitter: óf de heer Oostrum dient hem in, óf wij dienen hem in. De heer Oostrum: Dit vind ik een hele merkwaardige, voorzitter. Ik zou even willen schorsen, als u het goed vindt; twee minuten. De voorzitter: Twee minuten zal vast te kort zijn. Ik schors de vergadering voor vijf minuten (23. 10 uur).

Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (23.15 uur). We zijn geëindigd met de vraag of de heer Oostrum zijn motie wel of niet gaat indienen. Ik geef de heer Oostrum het woord. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. We hadden willen wachten tot de perspectiefnota, de motie nu aankondigen en dan in de aanloop tussen nu en de perspectiefnota anderen proberen te overtuigen mee te gaan. Nu het op deze manier moet, dienen we hem vandaag in. Tijdens de schorsing heeft iedereen voldoende kennis kunnen nemen van de inhoud van de motie en dan rekenen wij op steun. De voorzitter: Oké. Dan constateer ik dat er een motie ligt met als onderwerp ‘Windpauze voor participatie en onderzoek’. Ik ga verder het rijtje af dat we in de chat hebben afgesproken. Het woord is aan de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Dank u wel, voorzitter. Het gaat vandaag om de vragen die gesteld zijn. Ik vind het hele goede vragen, ik denk dat ze nodig zijn om verheldering te krijgen, en het waren trouwens ook hele goede antwoorden wat ons betreft. Ik was overigens graag H - 63

betrokken geweest bij het formuleren van de vragen. We hebben meer momenten gehad, als er echt belangrijke onderwerpen zijn die voor iedereen spelen, zoals de financiën van de gemeente en corona, dat we weleens raadsbreed hebben opgetrokken. Ik had het leuk gevonden als we nu ook waren uitgenodigd om dit te bekijken. Het is geen verwijt, onze dynamiek is niet zo dat het altijd gebeurt, maar het is op zich wel een mooi thema om dat te doen. Je kunt eigenlijk hier alleen maar goed uitkomen als we het met elkaar gaan volbrengen wat er moet gebeuren. Juist daarom is participatie zo belangrijk. Wat we zien is dat, ondanks de enorme en haast volledige inzet, die niet heeft geleid tot een representatieve, maatschappelijke respons, als je die vergelijkt met de reacties en de initiatieven na de vaststelling door de raad van de RES 1.0. We zien ook dat de meningen in het bedrijfsleven hier en daar zijn bijgesteld. Voor ons is dat aanleiding, voorzitter, om onze grondhouding op de mogelijke komst van de windmolens aan te passen. Op basis van wat er leeft in de stad willen wij uitdrukken dat het stoplicht wat ons betreft voor de windturbines niet op groen staat, maar op rood.

Ook van de 500 meter-motie zou je nu kunnen zeggen dat die eigenlijk niet voldoende heeft aangesloten bij wat er leeft en speelt, want ik denk dat ook turbines vanaf 501 meter niet tot applaus zullen leiden, gewoon omdat we inderdaad, wat de heer Oostrum ook zei, zien dat toch een hele hoop mensen pas nadat, zeg maar, zo’n strategische RES wordt vastgesteld en de consequenties beter naar boven komen, een goede indruk krijgen van wat dat betekent. En wij moeten dan gewoon zo eerlijk zijn dat we daar ook te weinig contact mee hebben gehad om op een voldoende manier voeding te krijgen van wat er leeft en speelt. Wij zien een ruimteafspraak, zeker bij woonwijken, gewoon als een must om in te stemmen. Daarom willen we via de motie die we met de Partij van de Arbeid hebben opgesteld aangeven waar wij nu staan in het proces. De onderzoeksgebieden dienen uitdrukkelijk een positief draagvlak op te leveren bij ons en anders moeten we gewoon niet willen meewerken. De Rijksoverheid zet ons in een kleine RES met alleen wind of zon als opties. Wij willen ons eigenlijk niet voor een blok laten zetten als er binnen die kaders geen draagvlak te vinden is. In het hele land speelt dit. Overal is er onrust, er moeten nog veel meer onderzoeken naar voren komen en het is goed om pas op de plaats te maken.

Wij hopen eigenlijk ook dat de nieuwe regering een stuk regie terugpakt, omdat we zoveel gemeenten zien tobben die voor het blok worden gezet, dat er overal veel onzekerheid is om positief over windturbines te kunnen besluitenDe voorzitter: Mevrouw Hamann, interruptie. Mevrouw Hamann: De heer Schefferlie is zeer treurig en zegt dat hij voor het blok is gezet met alleen wind en zon. Volgens mij krijgen we een fantastisch mooi warmtenet, dat is niet wind en zon. Dat er landelijk trammelant is, hebben we in al deze sessies telkens gezegd, en ook dat er gezondheidsproblemen zijn en dat er onderzoeken komen. Dus dat is geen nieuws. Dank u wel. De heer Schefferlie: Nee, maar het gaat me niet alleen om nieuws. Het is gewoon toch jammer dat je bijvoorbeeld met zaken als waterkracht en veel meer ideeën die eigenlijk een hele mooie, brede verkenning in de stad verdienen, binnen de normen van de Rijksoverheid aan die RES-en beperkt wordt in je creativiteit en in je ideeën. Ik vind dat de reacties die uit de stad naar voren komen, en die niet alleen bij ons gebeuren, maar H - 64

overal in Nederland, een signaal moeten zijn naar de Rijksoverheid van “hé, geef gewoon veel meer speelruimte en denk meer landelijk na over deze problemen”, dan gebieden waar het toch moeilijk te doen is, hiermee op te zadelen. De voorzitter: Misschien dat u uw beantwoording aan mevrouw Hamann even af kunt maken, daarna sta ik een interruptie van mevrouw Molengraaf toe. De heer Schefferlie: Nou, dat antwoord was af, voorzitter, dus mevrouw Molengraaf kan haar gang gaan. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik heb niet zozeer een interruptie als wel een verduidelijkingsvraag. De motie zegt eigenlijk “ga nou eerst eens even al die onderzoeken doen en kijken of er draagvlak is, tot die tijd worden er geen molens gebouwd”, maar laat wel de optie over dat dat zou kunnen, terwijl ik de heer Schefferlie nu hoor zeggen dat hij hier geen molens wil. Klopt dat? De heer Schefferlie: Nee, dat klopt niet. Wij hebben eigenlijk gezegd: het stoplicht om eraan mee te werken staat op rood. Maar als het vanuit een geïntensiveerd vervolgproces op de participatie lukt, zeg maar, om breed draagvlak te krijgen, en dan denk ik ook wel aan een heel dik, breed draagvlak, wie zouden wij dan zijn om het vervolgens, zeg maar, tegen te houden? Zo is het natuurlijk ook niet.

Alleen, de essentie is gewoon dat alles wat naar voren is gekomen nadat de RES is vastgesteld gewoon heeft uitgewezen dat de participatie tot nu toen niet representatief is geweest. Ik vind dat door het college wel degelijk op een hele goede manier invulling is gegeven aan de participatie, binnen de mogelijkheden ook in het coronatijdvak, maar dat mensen heel vaak pas geactiveerd worden als het echt voor hen concreet wordt, in plaats van abstracte strategische visies. Dat is gewoon een leerpunt en wat wij heel belangrijk vinden is om niet, zoals je in de landelijke politiek vaak ziet – neem de Toeslagenaffaire –, als iets niet goed gegaan is de kop in het zand te steken, maar om gewoon toe te geven van: hé, hier moet het beter. En laten we ook gebruikmaken van de inzichten die trouwens nu naar voren komen door tal van mensen die gemotiveerd en betrokken zijn bij het onderwerp. Op grond daarvan zeggen wij: we moeten nu niet de indruk wekken van “nou ja, in wezen staan we in de meewerkstand om dit te doen”, maar terughoudendheid tonen. Het is eigenlijk rood licht en pas wanneer onderzoeken op allerlei fronten, maar zeker ook op het gebied van draagvlak, een positief signaal afgeven, en ik ben er best somber over eigenlijk, vandaar mijn hoop op andere alternatieven, ja, dat is eigenlijk de manier waarop we dit tegemoet gaan zien.

Daar was onze motie eigenlijk voor bedoeld en het maakt me eigenlijk ook helemaal niet uit, weet u, want u zegt “ik hou niet van spelletjes”, maar u gaat wel onze motie willen indienen, nou prima allemaal. Voor ons is het vooral bedoeld om een herstel te maken op onze standpunten en dat verdient, denk ik, gewoon navolging. Durf gewoon ook een keer aan te geven: het had beter gemoeten, het had anders gemoeten. Nou, dat doen we op dit moment. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roeland. H - 65

De heer Roeland: Ja, dank u wel, voorzitter. Het begint een beetje duisternis te worden voor mij, maar om even concreet te zijn: de gestelde vragen over het verzoek om inlichtingen zijn uitvoerig beantwoord en gisteren is een RIB uitgegeven die ook helder was. De reactienota ‘Wensen en bedenkingen concept-RES’ van Provinciale Staten is wat ons betreft ook helder. Wat wij vinden als Stadsbelang is dat in het vervolgproces in ieder geval ondernemers en inwoners heel nauw betrokken moeten worden, om tot een duurzame oplossing te komen voor ons energievraagstuk en onze energiebehoefte, met alle regelgeving van het RIVM en onze motie van 500 meter. Die motie hebben wij ingediend en wij hebben ook ingestemd met de RES 1.0. Wat dat betreft vinden wij de motie die nu voorgesteld wordt overbodig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. Er is al veel gesproken over de RES en ook vanavond horen we weer veel signalen als het gaat over de inhoud en over de participatie. Deze twee criteria waren ook voor het CDA een belangrijk item in april: de inhoud moet goed zijn, de onderzoeken, de regelgeving, moeten we goed naleven en parallel daaraan moet ook de participatie goed uitgewerkt en opgepakt worden. Op basis daarvan maak je elke keer stapjes en keuzes.

Dat we er nog niet zijn blijkt ook uit veel reuring die de stichting heeft gecreëerd, en terecht, waarvoor complimenten, waardoor we ook zien dat participatie een belangrijk iets is, maar dat we er ook nog niet zijn binnen deze RES met participatie. We hebben twee vragen aan de wethouder, de eerste over die participatie. Hoe denkt de wethouder om te gaan met het sentiment rondom de participatie? Wil hij dat ook meer plek geven in het vervolgonderzoek, waarin we de twee zoekgebieden verder onderzoeken? En twee, de inhoud, de regelgeving: is dat ook een speerpunt binnen het vervolgonderzoek, om uiteindelijk een weloverwogen keuze te kunnen maken van: kunnen we hiermee verder of niet bij de eerstvolgende resultaten? We gaan ervan uit, en hebben ook dat vertrouwen in het college, dat ze in ieder geval geen zaken doen die haaks staan op de gezondheid van de inwoners. Dus daarom horen we graag of de wethouder deze twee belangrijke criteria gaat meenemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen. De heer Van Santen: Veel zaken zijn nu voor een aantal van ons helderder geworden, hoor ik. ‘Herstel op de standpunten’, hoor ik van de heer Schefferlie. Nou, het is mooi dat dit nu wordt ingezien, daar ben ik ook blij om, ik vind alleen de manier waarop dit nu wordt gebracht met die motie niet zo best. Ik voel daarin ook geen uitnodigende houding, integendeel.

Zoals ik al heb gezegd, is dit eigenlijk volstrekt overbodig, omdat het een combi is van eerdere moties. Meer wil ik er eigenlijk niet over zeggen. Terug naar waar het om gaat. De VVD was sowieso blij met de brede steun van onze raad vorig jaar, ook op de motie ‘Oog voor draagvlak en innovatie’ en de recente motie van een aantal van ons omtrent ‘Windmolen-Vrij dichtbij’. En dan is er ook nog een belangrijke toevoeging recent vanuit de provincie: de aangenomen motie omtrent een uniforme methodiek-

H - 66

De voorzitter: Interruptie van de heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, ik wil graag van de heer Van Santen weten, nu hij er kennis van heeft genomen wat het teweeg heeft gebracht en hoe het is geland in de stad, of hij nog steeds vindt dat die motie van hem over die 500 meter een goed idee is. Want ik hoor een hele hoop mensen zeggen: vanaf 501 tot 1.000 meter en zo verder is eigenlijk ook iets waarvan je nu niet de indruk zou moeten wekken dat het wel kan. Daarom vond ik die motie toen al onhandig, en dat blijkt nu wel. Het zou hem misschien sieren als hij ook eens iets toegeeft van wat misschien niet zo handig is geweest. Ik ben benieuwd. De heer Van Santen: Goeie vraag. Ik denk dat het wel handig was, omdat destijds alle onderzoeken in die richting wezen dat er tot 500 meter geen onderzoek was en dat het daarom wel een goede maatstaf zou zijn. Die 500 meter was destijds op heel veel factoren gebaseerd. Nu is recent wel een motie aangenomen in de Tweede Kamer van VVD en SP voor meer onderzoek en ik denk dat dat parallel daaraan een mooie aanvulling kan zijn.

Ik denk dat ook de combinaties van de moties die wij hebben in de raad, die al vanuit 2020 waren, met name omtrent draagvlak, en ook de motie omtrent ‘Windmolen-Vrij dichtbij’, die overigens zeker niet alleen over de 500 meter ging, er zaten veel meer factoren in, zoals geluidsnormen, naturabestanden, effecten van onderzoeken en noem maar op, en dan nog de uniforme methodiek vanuit de provincie-, ik denk dat al die combinaties voor velen gewoon heel veel houvast bieden en ik denk dat het ook heel fijn is dat we dat met z’n allen, in ieder geval een groot deel van de raad in eerste instantie en nu dan met z’n allen, zo beslissen. Dus daar ben ik heel blij om. Ik heb nog wel wat resterende vragen met het oog op de toekomst, ook een beetje naar aanleiding van wat D66 aangaf, van: wat is nu het plan, het vervolgplan van de wethouder? Hoe gaat hij de moties met betrekking tot vooral draagvlak en innovatie concreet uitvoeren en wat zijn dan de eerste resultaten en uitkomsten op de motie ‘Windmolen-Vrij dichtbij’? En zijn er ook al belanghebbende partijen – dat vind ik wel een belangrijke vraag – die hebben aangegeven dat plaatsing om wat voor reden dan ook uitgesloten is onder bepaalde voorwaarden? Ik denk aan Defensie, het Rijk, en weet ik het allemaal.

De plaatsing van windmolens in die zoekgebieden hangt hier gewoon mee samen, want de insteek zoals we die nu met z’n allen hebben vastgelegd is eigenlijk een beetje “nee… De voorzitter: Ik stel voor dat u nu nog even beknopt uw laatste vragen stelt. De heer Van Santen: Dit was mijn laatste vraag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu wethouder Kraaijeveld het woord. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Er zijn verschillende vragen gesteld en daar zou ik graag mee willen beginnen, om vervolgens in te gaan op de motie. In z’n algemeenheid merk ik dat de antwoorden die het college heeft gegeven in het verzoek om inlichtingen helder lijken te zijn, want daarover heb ik geen aanvullende vragen gehoord. De ambtelijke organisatie, die een en ander heel snel heeft weten te beantwoorden, zeg ik daarvoor dank. Het is heel fijn dat de organisatie op die manier de ondersteuning verzorgt en ook tijdig bij u de stukken weet aan te leveren. H - 67

Als het gaat over de duiding, wat mevrouw Molengraaf zegt, over de bedrijven: wij hebben in de nota van inlichtingen nog nadrukkelijker aangegeven per naam welke bedrijven er vanaf de beginfase bij betrokken zijn geweest. Dat zijn er zes geweest, dat is een groot deel van Gorinchem-oost, maar inmiddels hebben we ook contact met bijvoorbeeld Merwetank die daar ook zat. We hebben er inmiddels al twee keer mee gesproken, samen met wethouder Slob. Dat is een voorbeeld van een bedrijf dat, doordat wij bedrijven gerichter hebben benaderd, ons opzocht. Hetzelfde geldt voor Pellikaan Vastgoed. Die zijn ook aangeslagen op de webinar en de dialoogtafels die er zijn geweest. Ook daar heb ik twee keer mee mogen spreken, ook met de heer Verschoor, die inmiddels voorzitter is van de betreffende stichting. En naar mevrouw Stevens toe: dat zijn echt gesprekken waarin wij natuurlijk goed luisteren naar de inbreng die daar wordt gegeven. Ik merk ook dat dat heel intensieve gesprekken zijn geweest tot nu toe, waarin ik ook van mijn kant heb geprobeerd aan te geven hoe we het hele proces tot nu toe hebben gelopen in de afgelopen twee jaar. Dan merk je ook dat daar volgens mij ook steeds meer kennis ontstaat, ook vanuit hun kant, waarin ze aangeven van “joh, deze onderzoeken zien wij in Europa”, et cetera, en tiphoogtes.

Op die manier prikkelen ze ons natuurlijk ook om na te denken van “wat gebeurt er allemaal?” Natuurlijk blijven wij luisteren en ook kijken van: op welke manier kun je dat dan een plek gegeven op een gegeven moment in het proces? In z’n algemeenheid hebben wij met een kern van bedrijven periodiek gesproken – zo staat het ook in de nota van inlichtingen – en hebben wij inderdaad per post alle bedrijven nog eens aangeschreven. Daarop zijn, zoals ik net schetste, een aantal bedrijven ook aangehaakt. Het vaststellen van de RES is natuurlijk geen eindpunt. Ik geloof dat ik wel heb verteld dat het ook weer een vervolgstap is, een processtap, waarin het nu zo is dat de twee raden het hebben vastgesteld en de provincie het heeft vastgesteld, waarna je uiteindelijk met een vervolgfase komt. Gevraagd is hoe ik daar verder mee zou willen omgaan, en ook met het college natuurlijk. We moeten vooral eerst alles op een rij zetten. De vraag om duidelijkheid en rust in feite, of een pauze, snap ik vanuit die optiek dan ook goed. Volgens mij is het gewoon prima om alles eerst eens op een rij te zetten. Er zijn moties ingediend bij de Staten, ik hoorde meneer Van Santen zeggen dat er ook een was ingediend in de Tweede Kamer, de heer Oostrum zei er ook iets over, dus er is heel veel beweging, er gebeurt heel veel en er is veel in ontwikkeling.

Volgens mij is het goed om dat op een rij te zetten en ook hoe we dat vervolgproces met die participatie vorm gaan geven, die we natuurlijk nog beter willen gaan doen, nog intensiever. In die zin ben ik ook erg blij dat we dat meer fysiek kunnen gaan doen. De voorzitter: De heer Van Breemen, interruptie. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, ik verbaas me een beetje over de beantwoording. De wethouder zegt dat hij wel de vraag begrijpt om alles eerst op een rijtje te gaan zetten. Ook hij impliceert daarmee dat dat eerst niet het plan was. Het is toch gekkigheid om zelfs alleen maar die schijn te wekken? Het college gaat toch niet zomaar windmolens neerplempen, en dat proces, ach daar kijken we niet naar? Dat proces wás er toch al, dat is toch helemaal geen nieuwe informatie nu?

H - 68

Wethouder Kraaijeveld: Dat kan ik inderdaad meteen zeggen. Wij zullen niet zomaar ergens windmolens neerplempen, zoals u zegt. Dat ga je natuurlijk op een zorgvuldige manier doen, met een goede participatie, met ook een technische kant, want daar hoor ik ook een aantal vragen over. Het gaat er inderdaad om, ook weer graag in gesprek met de stichting, om te duiden: waar staan we nu in het proces, hoe zien zij dat, wat halen zij op uit de mensen die ze spreken en hoe zouden zij op een goede manier de participatie willen vormgeven? Het lijkt me heel goed om dat gesprek aan te gaan. Het IKG, dat nog steeds ook vanuit de coördinatiegroep deze betrokkenheid heeft, belegt maandag een sessie voor de bedrijven op Avelingen die geïnteresseerd zijn, waarin wethouder Slob en ik een toelichting zullen geven en ook de heer Verschoor, en ook weer een gesprek daarover aangaan. Op die manier proberen we nu al de gesprekken aan te gaan waar daar ook echt nadrukkelijk behoefte aan is en tegelijkertijd willen we natuurlijk graag goed de zaken op een rij zetten. In de coördinatiegroep moeten we ook nog kijken welke moties er zijn aangenomen, wat dat betekent en hoe we dat verder vorm willen geven, waarna we, op het moment dat we dat helderder hebben, en zeker na de zomer, bij de raad zullen terugkomen om aan te geven hoe we dat vervolgproces zouden zien. De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann.

Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik verbaas me over de woorden van de heer Kraaijeveld, die net doet alsof er geen RES is vastgesteld in Gorinchem en de provincie. Er ligt een bod, twee keer hoger dan gevraagd, we hebben daar steeds veel commentaar op gehad, maar het is aangenomen. Dat is dan ook democratie: daar heb je je bij neer te leggen. Het is aangenomen en die verwachtingen zijn nu ook gewekt bij het Rijk. Dus dat is niet zomaar van tafel te poetsen door te zeggen “we doen een pas op de plaats en dan gaan we er na de zomer wel weer eens over praten met de mensen”. Dat is toch te gemakkelijk, om net te doen alsof het niet bestaat! En destijds is de motie aangenomenDe voorzitter: Graag een beperking in de interruptie, want het zijn weer halve betogen. Graag even kort, want het is al vrij laat. Mevrouw Hamann: Dat begrijp ik, maar ik kan het niet helpen dat de agenda zo vol is. Wij willen graag dat die motie nu wordt uitgevoerd en dat er een nieuwe kaart komt voor het zomerreces, want het geeft heel veel onrust in de stad. Als de wethouder iets van rust wil, moet hij eens beginnen met duidelijkheid te scheppen over hoe de stand van zaken nu is. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Ja, dank u wel.

Kijk, er is een bod neergelegd en in twee raden is onze RES-pot ook vastgesteld, inderdaad bekrachtigd door de Staten, dus dat is waar we staan. Tegelijkertijd heb ik steeds bij dat bod gezegd: die zit wat ruimer erin, omdat we moeten kijken hoe ver we kunnen komen met de plannen. Dus wat de heer Van Santen ook zei: we zullen moeten uitzoeken hoe dat werkt met die Defensieradar, hoe dat zit met die maritieme radar. Het zijn allemaal zaken die we hebben besproken en het kan dus dat er zaken uitvallen, of meer tijd nodig hebben. Dat is waarom er ook gekozen is voor een iets hoger bod, om op die manier gewoon goed aan de slag te kunnen. Het is ook steeds H - 69

duidelijk gecommuniceerd dat het zoekgebieden zijn en dat heeft ook in zich dat er nog heel veel uitgezocht en besproken moet worden. In die zin is het ook niet te doen om nu een nieuwe kaart te maken. De kaart die we hadden was al een vooronderzoek, dat was nog helemaal geen definitieve kaart, dat was een eerste inschatting van hoe het er ongeveer uit zou kunnen komen te zien en of het überhaupt mogelijk zou zijn dat, als er een zoekgebied wordt aangewezen, je daar ook reëel iets in kunt realiseren, maar tegelijkertijd ook steeds duidelijk vanuit een participatieproces dat daar ook weer rondom ingevuld moet worden en waarin we ook steeds hebben gezegd dat u als raad daar ook steeds weer voor aan zet bent. De voorzitter: Een vraag bij interruptie van de heer Roeland. De heer Roeland: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. U heeft gesproken met bedrijven, maar het Van der Valk-hotel is in ontwikkeling in Oost en ik hoop dat u ook die organisatie meeneemt in uw participatietraject. Dat moet nog komen en daar komen dus ook een heleboel mensen die daar overnachten en wellicht last zouden kunnen hebben van windmolens die niet op voldoende afstand staan. Wethouder Kraaijeveld: Dat klopt. Op die manier zullen we kijken hoe we het participatieproces ook langs de A15 op een goede manier kunnen doen.

We willen er natuurlijk ook goed de inwoners in betrekken en daar het gesprek over aangaan en natuurlijk ook de bedrijven waarmee we nog niet zo direct contact hebben gehad. Dus daar zullen we natuurlijk ook in het vervolgtraject mee aan de slag gaan. Inmiddels is er ook een omgevingsmanager die daar ook op die manier die contacten verder kan verkennen en daar ook kan ophalen hoe partijen daarin zitten. Dat maakt allemaal onderdeel uit van de vervolgfase die we nu verder op een rij willen zetten. De voorzitter: Interruptie van de heer Tekir. Ik stel voor dat dit voor de wethouder even de laatste interruptie is, dat hij vervolgens zijn verhaal afmaakt en dat we daarna een tweede termijn met elkaar ingaan. Dan kunt u alle vragen die u hebt weer stellen. De heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik probeer te begrijpen wat er nu precies gebeurt en wat de wethouder adviseert. Het is laat, dus dat helpt niet mee, maar wat is nou het oordeel van de wethouder, c.q. het college, over de motie die is ingediend? Kan de wethouder dat gewoon klip-en-klaar aangeven? De processtappen, zoals participatie en onderzoek, zouden logischerwijs al in het proces moeten zitten. Dat is ons altijd meegegeven en het zou gek zijn als dat allemaal niet het geval zou zijn en deze motie daartoe nodig zou zijn.

Ik hoor de heer Schefferlie een vrij duidelijke reflectie tonen op de eerdere besluiten en daarin ook een soort voortschrijdend inzicht geven. Bij de wethouder hoor ik dat nog niet. Het lijkt wel alsof de wethouder nog op twee gedachten hinkt en dat helpt niet bij de oordeelsvorming. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel. Ik had zelf het voorstel gedaan om eerst te proberen op de vragen in te gaan die gesteld zijn en dan in te gaan op de motie. Het is ook even een punt van orde wat u als voorzitter raadzaam vindt. H - 70

De voorzitter: U heeft daar nu gewoon de ruimte voor, want dit was de laatste interruptie. U kunt gewoon uw verhaal doen en als u daarin in ieder geval de vraag van de heer Tekir meeneemt, is dat prima. Wethouder Kraaijeveld: Helder. Als het gaat over wat mevrouw Molengraaf zei over de gesprekken met Damen: nou, daar heb ik zelf het afgelopen jaar mee gesproken, ook recent nog, en dan zie je toch, wat Damen ook zelf aangeeft, dat de aansluiting met Damen als organisatie onvoldoende is geweest, en dat maakte ook dat uiteindelijk de directeur daar op die manier het standpunt heeft verwoord. In het gesprek dat ik toen voerde, en toen ik u in de raadsvergadering van 13 april hierover bijpraatte, gaf ik ook aan dat bij Damen een andere positie in ontwikkeling leek te komen. Dat was nog geen definitief standpunt en dat is de bij de Staten, zeg maar, wel zo verwoord, en zoals in de inlichtingen staat waren wij daar niet van op de hoogte gesteld. Tot nu toe waren het altijd verkennende gesprekken. In die zin kan het ook zijn dat een bedrijf op een gegeven moment denkt: ik ga toch een bepaald standpunt daarover innemen. In de gesprekken die ik had bleken zeker de zorgen, maar bleek ook de openheid voor het gesprek, om daar nog eens verder over door te praten. Als het gaat over het bedrijf Merwetank: die vraag staat nog open en daar gaan we graag weer het gesprek over aan.

We hebben al eerder met Merwetank gesproken over drie andere punten die werden ingebracht. Daar hebben we volgens mij het goede gesprek over kunnen hebben. En dit punt zullen we wat mij betreft ook nog gaan bespreken. Dan mevrouw Hamann en de motie van 500 meter. De motie is in meerderheid aangenomen door de raad, heel helder, dus wij gaan kijken op welke manier we daar invulling aan kunnen geven en daar zullen we dus ook bij u op terugkomen. Hier en daar werd gerefereerd aan allerlei onderzoeken: landelijk, RIVM, kijk naar een vervolgonderzoek, de Tweede Kamer neemt moties aan, dus we moeten ook kijken hoe dat allemaal duidt en ook de provincie heeft natuurlijk moties aangenomen waar we ook moeten kijken hoe we daar verder invulling aan geven, natuurlijk zoveel mogelijk samen met de provincie, want die zeggen ook duidelijk: het is wel goed om daarin samen op te trekken, omdat je in feite vergelijkbare processen loopt. De MER-procedure bijvoorbeeld, het is handig om dat gezamenlijk te doen. Mevrouw Hamann gaf aan dat het IKG niks wist van dit verhaal. Dat is onjuist. Het IKG is steeds betrokken geweest via de coördinatiegroep. Dus ik weet niet hoe haar bronnen daarin zijn, maar die zijn altijd betrokken geweest hierover, ook het bestuur van IKG en zoals ik zei: komende maandag is er ook weer een informatiebijeenkomst over, in dit geval over wind.

Vanuit D66: kijken we er anders over? Ja, dat is natuurlijk altijd lastig. Ik heb u aangegeven dat er ook tegenstand was, ook tegen geluid heb ik volgens mij letterlijk gezegd. En dat weet je, rondom dit soort thema’s zeker. Ik denk wel dat het door de foto die is genomen in een stroomversnelling is gekomen. Daarmee is natuurlijk wel een bepaald beeld neergezet, terwijl wij continu hebben gezegd dat het zoekgebieden zijn en dat we moeten kijken hoe het eruit komt te zien. In die zin blijven we dat gewoon ook helder communiceren. Ik denk wel dat het heeft geholpen dat het bij inwoners in onze stad, en bedrijven, meer bekend werd dat we vanuit de gemeente echt dachten aan wind, en dat hebben we ook steeds open gecommuniceerd. Dat heeft u ook in de inlichtingen

H - 71

kunnen zien en in onze kernboodschappen; daarin zijn steeds expliciet deze twee zoekgebieden genoemd. Vanuit D66 werd ook verwezen naar het alternatief dat de stichting schetst over de A27, dat hebben ze ook met ons besproken. Ja, dat zullen we ook een plek moeten geven. Ze geven ook aan niet tegen wind te zijn, alleen op die gebieden. Het alternatief dat ze voorstellen is de A27, dus dat moeten we ook in het vervolgtraject bekijken, hoe we daar een invulling aan geven, natuurlijk ook met het oog op de RES 2.0. Dat ligt natuurlijk wel wat verder, maar dat is ook weer een moment waarop je gaat zeggen: hoe staan we ervoor en zijn er ook nieuwe inzichten gekomen? En dit is ook weer een start voor een participatieproces waarin we dit dan ook een plek kunnen geven. In de richting van mevrouw Stevens: we blijven luisteren vanuit een open houding en ook kijken van: oké, wat zijn de zaken waarop we elkaar kunnen vinden? Dan ga ik in op het CDA: hoe zit dat met de participatie? Ik denk dat ik daarover al het nodige heb gezegd, en de regelgeving. En als het gaat over de motie: hij wordt geduid als een ondersteuning eigenlijk aan hetgeen het college doet, om ook vanuit de politiek duidelijkheid te geven, dus eigenlijk in lijn met hoe we proberen dat ook vanuit het college met al onze communicatiemiddelen te doen.

Waarbij ik natuurlijk wel kan zeggen dat het wel helpt dat we meer fysieke bijeenkomsten kunnen beleggen. In die zin was de coronatijd natuurlijk wel een lastige. We hebben ook heel veel mensen bereikt, we hebben bijvoorbeeld een enquête gehad met 850 insprekers, die ook wel echt een duidelijke lijn gaven richting die A15 bijvoorbeeld, maar het is misschien voor een deel ook een andere groep geweest dan we gewend zijn bij inspraak en dat op die manier het mond-op-mond in de stad anders is verlopen. Ik denk dat het heel goed is om ook die fysieke kant aanvullend aan de digitale kant, want dat geeft, denk ik, ook veel meer andere mensen de gelegenheid om mee te doen, invulling te geven. Dus zeker ruimte voor verbetering en op die manier zouden we er invulling aan willen geven. Dat is even tot nu toe mijn reactie, en anders hoor ik het graag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat in ieder geval mevrouw Van Maaren in tweede termijn het woord wenst. Ik stel voor dat degenen die nog meer het woord wensen dat even laten weten in de chat, en dan doe ik het in die volgorde. Allereerst mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Ik had liever het woord gehad in de eerste termijn, maar dat schijnt moeilijk te zijn. Mijn vraag aan de wethouder is inmiddels al beantwoord en overbodig. Alles wat ik opgeschreven had is nu ook overbodig, dus we houden het kort, ik hoop de rest ook.

De voorzitter: Ik zie dat een aantal mensen om een schorsing vraagt. Ik stel voor de vergadering tien minuten te schorsen, tot twaalf uur. Akkoord? Ik schors de vergadering (23.50 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (00.03 uur). H - 72

Een aantal mensen heeft zich al gemeld voor de tweede termijn, maar de wethouder heeft verzocht hem eerst nog even het woord te geven omdat hij nog iets wil verduidelijken. Ik stel vast dat u daarmee kunt instemmen. Het woord is aan wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Met dankzegging aan de gemeenteraad, dat ik als eerste even het woord mag voor een reactie op de moties – ik constateer dat ook de meter van 500 meter erbij genomen wordt – en ook op de vraag op welke manier de wethouder en het college verder invulling willen geven aan het proces. Het helpt natuurlijk wel dat er duidelijkheid is richting de stad, richting inwoners en bedrijven, hoe we dat vervolgproces invullen. In die zin helpt de motie van 500 meter, die in een politieke meerderheid is aangenomen, waarbij ook andere fracties daar een bepaalde nuancering hebben aangebracht, en ook de motie die nu door Democraten Gorinchem en PvdA in stemming wordt gebracht met het doel, als ik het goed begrijp, om vooral richting de stad ook een politieke uitspraak te doen. In die zin zouden die beide moties kunnen helpen aan duidelijkheid over welke richting we opgaan en dat is voor het college dan ook het vertrekpunt, om daarmee dan verder aan de slag te gaan en de zaken op een rij te zetten, ook richting mevrouw Hamann, die vroeg om een aantal zaken.

Kijk, als het de vraag is “hoe zou die 500 meter ongeveer posities kunnen bepalen voor windmolens?”, dan is dat niet zo ingewikkeld. Daarvoor zou ik willen toezeggen of wij een RIB mogen maken waarin wij dus een duiding geven voor de motie van 500 meter, het vervolgtraject, de participatie, et cetera, en als het even kan voor de zomer, maar u kunt u wellicht ook voorstellen dat er op dit moment veel van ons gevraagd wordt. Als we daar in september op terug mogen komen, zou ik dat heel erg vanuit het college waarderen. Dus dat even als aftrap richting de gemeenteraad, en dank voor de tijd. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik zou toch de wethouder via u het volgende willen vragen. Als ik nu zijn onderbouwing van de moties beluister, dan zegt hij: het kan helpen om duidelijkheid te scheppen. Nou, dat kan twee dingen betekenen: óf het proces tot nu toe was helemaal niet duidelijk en dat moet nu gerepareerd worden door de gemeenteraad, maar ik kan me niet voorstellen dat de wethouder dat zegt, óf er gebeurt nu iets nieuws, en dan wordt nu dus het proces aangepast, maar ook dat kan ik me niet voorstellen. Dus ik zou daar graag verduidelijking over hebben van de wethouder. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld.

Wethouder Kraaijeveld: Zoals ik de motie duid die vanavond wordt ingebracht, is dat om vanuit de raad wederom duidelijkheid te verschaffen, in lijn met hoe wij als college tot nu toe proberen te communiceren en het participatieproces hebben vormgegeven. Tegelijkertijd zien we ook de nodige onrust in de stad en als dat op die manier, ook vanuit een uitspraak vanuit de raad, helpt om ook die duidelijkheid vanuit het college te onderstrepen, dan lijkt het me goed om dat te doen, ook in lijn met hoe we dat verder invulling zouden kunnen geven. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu de tweede termijn in voor de raad. Ik geef allereerst de heer Oostrum het woord. H - 73

De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de wethouder het helemaal goed begrijpt. Met elkaar kunnen we constateren dat wat er ook is besproken en besloten over de Regionale Energiestrategie en ook eerdere moties er niet toe hebben geleid dat er een grote rust is gekomen in de stad, en dat was wel de intentie, in ieder geval van deze motie. De intentie was om daar stappen in te zetten, de bedoeling was echt om raadsbreed te laten zien waar behoefte aan is, namelijk: de uitkomst van het onderzoek en van het proces kan ook zijn dat er géén windturbines komen in de zoekcriteria. Daarmee krijg je dan een gelijk speelveld om de gesprekken over het draagvlak met elkaar aan te gaan. Het is dus een ondersteuning van het proces zoals het al uitgelijnd is. Dat is het ook, gebruikmakend ook nog een keer van de motie die vorige week in de Tweede Kamer is aangenomen, dat er ook echt onderzoek komt. Dat betekent dat we hiermee gezamenlijk de helderheid zouden kunnen geven als gemeenteraad, waar grote behoefte aan is. Dat blijkt uit de gesprekken die wij gehad hebben met de Stichting Mooi en Duurzaam Gorinchem. De voorzitter: Interruptie mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik vind dit toch echt wel een beetje ongeloofwaardig.

De heer Oostrum zegt nu dat het zijn bedoeling was om raadsbreed duidelijkheid te geven aan de stad: de motie vraagt eigenlijk alleen maar om het proces uit te voeren dat u toch eigenlijk al van plan was, onderzoek en kijk of die dingen eigenlijk wel passen, dus dat is niks nieuws. En raadsbreed: dan krijgen we hem dus nu vanavond? Ik vind het gewoon ongeloofwaardig. Sorry hoor. De heer Oostrum: Ik kan er twee dingen op zeggen. Als u de motie leest, dan staat er heel duidelijk: in afwachting van.., enz., enz., niét in te stemmen met de plaatsing van windmolens. Nou, dat is nog nooit eerder op deze manier, heel ongenuanceerd, neergezet. Het feit dat ik hem vanavond heb ingediend en direct gezegd heb dat ik hem aan wilde houden tot de behandeling van de perspectiefnota, was juist om de tijd te nemen om daar met elkaar over in gesprek te raken. En helaas, op het moment dat ik zei, op uw aandringen, dat ik hem wilde intrekken en opnieuw indienen bij de perspectiefnota, gaf mevrouw Molengraaf aan dat zij hem dan wilde indienen. Nou, prima gebaar, past ook helemaal bij het gevoel om hem raadsbreed in te dienen, dus vandaar dat we hem alsnog ingediend hebben. De voorzitter: Interruptie mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter.

Het is laat en ik moest ook even denken, maar toen ik de heer Oostrum hoorde zeggen “er is nog steeds heel veel onzekerheid, ondanks de motie en ondanks wat we hebben gedaan met de RES”, wil ik daar toch eventjes op zeggen dat de wethouder destijds de motie van de 500 meter afraadde en dat de coalitiepartijen tegenstemden. U wilt nu raadsbrede steun hebben, maar die was er toen niet en daardoor is die onzekerheid ontstaan. De heer Oostrum: U zegt in feite hetzelfde als wat ik zojuist zei: wat we er ook over gezegd hebben, en hoe we het gezegd hebben, doet er voor een heleboel mensen niet toe en daarom is er behoefte aan duidelijkheid. Wij hebben niet ingestemd met die 500 meter, omdat dat niet het enige criterium is, en dat heb ik een aantal keren duidelijk gemaakt. H - 74

De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Ja, ik wil ook een correctie maken op wat de heer Oostrum aangeeft . Er zijn vijf raadsleden geweest die niet voor het raadsvoorstel hebben gestemd, dus die keuze had u destijds ook. De voorzitter: Heeft u verder nog iets toe te voegen, meneer Oostrum? De heer Oostrum: Nee, dank u. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik instemmen met de woorden van de wethouder, die zijn dank uitsprak aan de ambtelijke organisatie, want we hebben inderdaad een ‘bult’ vragen gesteld en daar hebben we gewoon uitstekend antwoord op gehad. Dus ook van mijn kant daarvoor dank. Ik blijf nog wel zitten met de vraag hoe het nu toch kan dat de draai bij Damen er was. Ik bedoel: wat heeft dat dan veroorzaakt? Hadden zij toch niet de goede informatie, of hoe is dat nou gebeurd? Dat is voor mij nog steeds niet duidelijk. Mij is ook niet duidelijk geworden waarom het college niks gedaan heeft met de brief van Merwetank. De afhandeling daarvan hadden wij nadrukkelijk in handen van het college gesteld, maar daar is al die tijd helemaal niets meer gebeurd. Het is fijn dat er nu gesprekken zijn, maar ja, ik ga wel een beetje twijfelen aan de afhandeling van ingekomen stukken op deze manier.

Eerlijk gezegd doet de wethouder mij een beetje denken aan Rubberen Robbie: hij beweegt met alles mee, zelfs met de motie die nu door Democraten Gorinchem en de Partij van de Arbeid ingediend wordt, heel duidelijk om hun gezicht te redden richting de stad. Op het laatste moment denken ze: o ja, laten we dan toch maar luisteren naar deze mensen. U hebt deze RES steeds vol vuur verdedigd en gezegd dat het echt nodig was – wij waren het overigens met u eens dat windenergie niet uitgesloten kon worden –, maar nu zegt u: deze motie ondersteunt dat wel. Ik zou u toch echt willen oproepen om eens even spierballen te tonen en te laten zien dat u er nog steeds voor staat, want ik vind het echt slappe hap. De voorzitter: De heer Oostrum, interruptie. De heer Oostrum: Ja, voorzitter, die framing wordt van verschillende kanten steeds weer gedaan, maar het feit dat wij tegen die motie van 500 meter waren hebben wij ook verklaard met dat er andere criteria zijn en dat het niet gaat om 499 meter niet en 501 meter wel. Ik ben het eigenlijk een beetje zat om iedere keer daarop te moeten reageren. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik had het niet over die motie, ik had het over de motie die u zojuist hebt ingediend. De voorzitter: Dan heb ik eerst nog een interruptie van de heer Roeland op mevrouw Stevens.

De heer Roeland: Mevrouw Stevens had het over de 500 meter-motie en sprak over de coalitie, maar ook Stadsbelang heeft voor deze motie gestemd. H - 75

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Excuses, meneer Roeland. Ik had het over coalitiepartijen, maar ik bedoelde niet álle coalitiepartijen. En meneer Oostrum: het was geen framing. U vroeg gewoon hoe het zat en ik gaf antwoord. De voorzitter: Dan de heer Hassouna. De heer Hassouna: Wij hebben gedurende het traject meermalen aangegeven dat windmolens op zee effectiever zijn en bovendien zonder subsidie door marktpartijen gerealiseerd kunnen worden. Deze suggestie werd meermalen door de wethouder weggewuifd, evenals onze suggestie dat windmolens op land beter tot hun recht komen op open vlaktes langs bestaande infrastructuur, zoals bij knooppunt Deil en langs de Afsluitdijk, daar waar het common sense maakt en waar de energietransitie daadwerkelijk een feestje kan zijn, dus ook minder weerstand oplevert. Het is net als met elektriciteitskabelmasten: iedereen begrijpt dat ze nodig zijn, maar ja, niet bij de bebouwing, en dat is ook helemaal niet nodig. Wat is uw standpunt daarin? En wat betreft de motie: zoals u gemerkt heeft, is de hele oppositie daar bijzonder verbaasd over. Het begint ook een beetje ongemakkelijk te worden. Het bijzondere gevolg van deze soap lijkt te zijn ingegeven door de verkiezingen.

Ik wil u eraan herinneren dat de raadsvergadering waarin de 500 meter-motie werd ingediend welgeteld drie keer werd geschorst om het er alsnog doorheen te krijgen. Dus het voelt nu bijzonder vreemd, alsof u uw hachje probeert te redden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, dank je wel. In de eerste termijn heb ik al aangegeven waarom ik het goede vragen vond waar het vandaag over ging. Het is zo’n ontzettend dynamisch proces, als je bijvoorbeeld ook ziet hoe in een gerenommeerd bedrijf als Dame, met heel veel kennis ook in huis, de gedachten kunnen wisselen over hoe je hiermee omgaat. Dat gebeurt breed in de stad en ik schaam me er niet voor dat wij in die dynamiek meegaan. Tot iedereen die zegt dat het een rare switch is of zo, zou ik willen zeggen: we moeten gewoon openstaan voor wat er leeft en speelt. Is het niet veel belangrijker om dan nu te kijken waar we eigenlijk allemaal staan inhoudelijk? Het wordt eigenlijk niet ingezien dat wij ook blij waren met de vragen die zijn gesteld, terwijl je zou kunnen zeggen: kennelijk hebben we met elkaar iets gemist in wat er uit de eerste tranche van de participatie is gekomen, laten we dat beter doen. En terwijl we dat nu ervaren, waarom zou je je er dan niet op aanpassen? Het zou gekke politiek zijn als je niet openstaat voor wat er in de stad leeft.

Dat doen wij dus wel, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben er vertrouwen in dat het college zorgvuldig omgaat met de participatie, maar zoals gezegd: we zijn er nog niet. We zien ook: hoe concreter de plannen, hoe groter de belangen, waarmee dan eigenlijk ook nog meer participatie nodig is. Ook gezondheid is een enorm belangrijk punt, dat we niet H - 76

moeten bagatelliseren en echt aandacht vraagt. Ik begrijp dat dit nu ook onderdeel is van de fase waarin we zitten, zoals de wethouder zei. Daarmee constateren we eigenlijk dat de motie ergens overbodig is, maar we snappen ook dat de stad vraagt om een helder signaal over de status van het zoekgebied en dat dat onrust geeft. Mogelijk dat de uitspraak van deze motie en de uitspraak van de raad de vorige keer een duidelijk signaal geven aan bedrijven en inwoners. De windmolens staan er nog niet en morgen of overmorgen ook nog niet. Dat kan alleen met goede participatie en oog voor de gezondheid van de inwoners. Kortom, het moge duidelijk zijn dat de windturbines er enkel en alleen kunnen komen met oog voor de gezondheid van de inwoners en door middel van goede participatie. Schort het daar aan, dan is het echt een no go. Maar voor nu is het belangrijk om vooral hiermee door te gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dan u, voorzitter. Ik wil de wethouder bedanken voor zijn beantwoording. Ik begrijp dat er op heel korte termijn een raadsinformatiebrief zal komen met in ieder geval duidelijkheid over die 500 meter, welke locaties daardoor sowieso komen te vervallen en ook over hoe het vervolgtraject gaat worden. Daar dank ik de wethouder voor en ik zal daarom mijn motie niet meer indienen.

De motie van Democraten Gorinchem en Partij van de Arbeid vinden wij volstrekt overbodig. Het getuigt ook van een politieke draai die z’n weerga niet kent. Het lijkt wel alsof er voor de verkiezingen in één keer iets gered moet worden. Wij zullen die motie dus niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Voorzitter. Ik wil alleen nog toevoegen dat de insteek van de RES altijd was om kansen te zoeken, ook op windenergie; ik snap het verhaal van de indieners van de motie dan ook niet helemaal. Maar het moet dan wel kunnen natuurlijk. Er is inderdaad nog geen rust op dit punt, maar dat komt vooral ook omdat aan de moties nog grotendeels uitvoering moet worden gegeven. Los van afstanden zijn er ook veel andere criteria en het gaat vooral om de combinatie van die criteria; zo is het ook verwoord in de diverse moties. En dan zijn er ook nog die aanvullende moties van het Rijk en van de provincie. Dat is mooi. Ik denk dat de wethouder er zijn handen aan vol heeft. Wij kijken uit naar de spoedige uitwerking van die moties, die er al liggen. De VVD staat open en transparant in de materie en blijft graag vooruit kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Voorzitter, dank u wel.

Eigenlijk ben ik teleurgesteld in de wethouder, maar in feite in het college natuurlijk, want de wethouder spreekt namens het college. In de persoon van wethouder Kraaijeveld was dit college echt een enorme voorvechter van de RES zoals die er lag en werd er heel erg gelobbyd om de RES door de raad heen te krijgen, inclusief de zoekgebieden voor windmolens. Ik snap dat de fracties van Democraten Gorinchem en de Partij van de Arbeid schrikken van het verzet dat er in H - 77

de stad is en dus op deze manier proberen toch een statement te maken. Ik snap alleen niet dat de wethouder vervolgens zegt: o ja, dat steunt mij enorm, omdat de motie precies vraagt wat ik al van plan was. Door positief te adviseren over deze motie, wat de wethouder doet, wekt hij de indruk alsof er hiervóór onduidelijkheid was en een onzorgvuldig proces gelopen zou gaan worden. Daarmee diskwalificeert de wethouder zijn eigen, ontzettend zorgvuldig gelopen proces en dat is erg jammer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat verder geen andere leden van de raad het woord wensen. Dan geef ik in tweede termijn het woord aan wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Richting mevrouw Molengraaf en ook de heer Van Breemen: natuurlijk ga ik voor de RES. De RES is door een raadsmeerderheid aangenomen. De RES is heel breed, met heel veel domeinen, wat heel veel van ons vraagt en nog heel veel van ons zál vragen in de toekomst, dus daar gaan we zeker voor. Het gaat er alleen op het punt van wind echt over dat ook de stad duidelijk heeft van: oké, op welke manier gaat het college hier nu verder invulling op geven vanuit de opdrachten die steeds vanuit de raad worden gegeven? Ik zal er nog steeds helemaal vol voor gaan, maar wel natuurlijk met een goede participatie en ook ruimte om het gesprek te kunnen voeren.

We weten allemaal dat het een heel langjarig traject is dat nog heel veel onderzoek en gesprek zal vragen en ook nog wellicht hier en daar kan veranderen. Het is ook een strategie voor de langere termijn, zelfs tot 2050, en het gaat er natuurlijk wel om dat we zoveel mogelijk het draagvlak proberen op te zoeken en ik denk dat het daarover vanavond heel erg ging: dat we echt graag willen dat het draagvlak in de stad verder positief wordt gestimuleerd, omdat we het echt met z’n allen moeten doen in de stad. Het zal ons allemaal raken en dan is het wel belangrijk dat we er allemaal een positieve drive in weten te vinden. De heer Hassouna had een expliciete vraag over het standpunt richting bebouwing en bij de A15. Dat maakt dus dat het extra belangrijk is om daar goed en zorgvuldig onderzoek naar te doen, ook goed te kijken op welke manier het RIVM daar verder onderzoeken in geeft en wellicht meer eenduidigheid kan vinden in de onderzoeken. Omdat het wat dichter ten opzichte van woongebieden zit, ook 500 meter, zullen we natuurlijk echt goed moeten kijken welk effect bijvoorbeeld het geluid heeft in relatie met de gezondheid. Ook de gezondheid gaat natuurlijk ons als college ontzettend aan het hart en daar zullen we ook echt goed naar kijken, dat dat niet een negatieve impact heeft op de gezondheid van onze inwoners die in die woongebieden wonen.

En het is natuurlijk ook zo, wat ik eerder zei, dat er verder ook nog draagvlakonderzoeken zullen zijn. Dat is ook een opdracht die de provincie heeft richting alle RES-gebieden, dus daar sluiten wij natuurlijk als gemeente graag op aan, dat we op die manier ook een breder beeld gaan krijgen hoe het draagvlak in de stad is. Ik hoop dat ik daarmee voldoende antwoord heb gegeven op de vraag en anders hoor ik het natuurlijk graag. De voorzitter: Interruptie de heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Waar ik vooral benieuwd naar ben na al deze toelichtingen die zijn gegeven en ook de motivatie van de wethouder, waarin hij eigenlijk zegt dat deze motie het proces ondersteunt, even heel concreet: was de wethouder zonder H - 78

deze motie niet van plan om die twee punten uit de motie uit te voeren, dus a. het participatieproces en b. rekening houden met onderzoeken die nog uitgevoerd gaan worden? Was de wethouder dat niet van plan zonder deze motie? Gaat de wethouder dat doen nu deze motie op tafel ligt? Dat is namelijk cruciaal voor de vraag of hier een overbodige motie ligt en daarmee al ingebakken was in het proces. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Waar het hier om gaat, is dat natuurlijk een college uitvoering geeft aan raadsbesluiten en dat er ook, waar de heer Oostrum aan refereerde, behoefte is aan duidelijkheid vanuit de gemeenteraad. Dat is volgens mij de motie die voorligt. Alle duidelijkheid en de behoefte aan duidelijkheid richting inwoners, onze bedrijven helpt natuurlijk het college ook om verder vanuit die duidelijkheid uitvoering te geven aan de zaken. Ik denk dat u hem op die manier moet duiden en zo duid ik hem ook, om hem daarmee als ondersteuning te zien richting het vervolgproces. De heer Tekir: Voorzitter. Ik vroeg niet om een duiding, ik vroeg om een klip-en-klaar antwoord. De twee punten die in de motie worden gevraagd, a. participatieproces, b. rekening houden met vervolgonderzoeken: was u zonder deze motie niet van plan om dat te doen? Dus geen duiding, maar als het kan graag een antwoord op de vraag. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld.

Wethouder Kraaijeveld: Natuurlijk zijn wij van plan om op deze manier het participatieproces, het RIVM en alles wat met gezondheid te maken heeft ook te volgen in het vervolgtraject. Dus natuurlijk zullen wij dat ook in het vervolgproces doen. Dat betekent niet, in mijn beleving, dat hij overbodig is. Het gaat erom dat de raad dit ook duidelijk zo uitspreekt. Dat is volgens mij de intentie van de indieners van de motie. De heer Tekir: Voorzitter, nog één poging, want de wethouder ontwijkt de vraag en dat vind ik jammer. Kunt u gewoon klip-en-klaar aangeven of u die twee zaken ook van plan was zonder deze motie, niet uw vertaling daarvan naar of het wel of niet overbodig is, maar gewoon ‘sec’: participatie en rekening houden met onderzoeken, was u dat al van plan in het proces dat u zorgvuldig doorliep, ja of nee? De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Natuurlijk, dat zei ik volgens mij net ook. Natuurlijk zullen wij dat op die manier doenDe heer Tekir: Maar was u dat al van plan, ja of nee? Wethouder Kraaijeveld: Dat was ik van plan. Hoe duidelijker moet ik hierop ingaan? De heer Tekir: Dat is helder, voorzitter, dank u wel, want daarmee is de motie totaal overbodig.

Wethouder Kraaijeveld: Nee, en dat is volgens mij waar ik een extra duiding aan geef: dat we natuurlijk onderdeel uitmaken, dat zei de heer Van Breemen ook, dat het ook op die manier steeds besproken is met de raad, daar is ook een motie vanuit de heer Van H - 79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=9872fe82-583e-445f-9382-101150fac986