210610 Concept Verslag Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Voor hebben gestemd de dames Hamann, Van Maaren en Mager, de heer Van Santen, mevrouw Stevens, de heer Wientjes en mevrouw Dansen. Stemverklaringen Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Hoewel ik de aarzeling van de VVD deel, vind ik dat die met de toezegging van de wethouder op de door D66 en ons ingediendemotie behoorlijk is weggenomen, dus wij zijn tegen deze motie. De heer Schefferlie: Voorzitter. Ik heb nu de motie wel kunnen lezen en daardoor ben ik eigenlijk nog meer tegen deze motie. Ik vind hem slecht. De VVD geeft aan veel onderzoek gedaan te hebben, maar in tegenstelling tot juist de partners in het initiatief, in het onderwijs, in het bedrijfsleven, willen zij geen stenen. Die zijn natuurlijk nodig om dit echt een kans te geven, vandaar dat wij tegen deze motie zijn. Dank u wel. De heer Tekir: Met dezelfde stemverklaring die door mevrouw Molengraaf is gegeven zijn wij tegen. De heer Van Breemen: Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de stemverklaring van mevrouw Molengraaf en ben tegen.
G - 20
De voorzitter: Dan breng ik nu het raadsvoorstel in stemming. Ik kan wel weer de hele lijst langs gaan, maar ik vraag me af of dat nodig is. De fracties kunnen ook via de chat aangeven dat ze tegen zijn. Mevrouw Hamann wenst een stemverklaring af te leggen. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Wij vinden de investering erg hoog, oplopend van 6,4 miljoen naar 7, of misschien wel 8 miljoen als je Beatrix De Burcht meetelt. Wij vinden dat erg veel geld. Het is gemeenschapsgeld, daar moet je mee uitkijken en voorzichtig mee omgaan. Het is een prachtig doel, wij ondersteunen ook het doel en het ideaal en wij vinden het prima om dat te laten groeien en daar de regiogemeenten en andere in mee te nemen. Dat is nu niet het geval, dus wij zullen tegenstemmen. Dank u wel. De voorzitter: Anderen nog? Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Dank u. Ik wil een stemverklaring afleggen namens de VVD. Het concept is aansprekend, prachtig en daar zijn we ook trots op, maar met de businesscase zoals die nu voorligt, met zoveel miljoenen, moeten wij helaas – en dat meen ik oprecht, – tegenstemmen. Zonder hoofdelijke stemming wordt hierna conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, onder aantekening dat de fracties van VVD en Gorcum Actief geacht willen worden tegen te hebben gestemd. 7.b Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem (2021-746065)
De voorzitter: Dames en heren. Het voorstel is op 20 mei in B&A besproken, er is een amendement aangekondigd van D66 en daarmee is het een bespreekstuk geworden. Als eerste geef ik de heer Tekir het woord, om zijn amendement ‘Gelijke kansen voor Gorcums initiatief’ toe te lichten. De heer Tekir: Voorzitter, wederom dank. Het is vanavond niet de eerste keer dat wij het hebben over het HBO-initiatief, maar misschien wel de laatste keer, een burgerinitiatief – ik moet eigenlijk zeggen: een docenteninitiatief –, dat door de jaren heen is uitgegroeid tot een serieuze gamechanger, een gamechanger voor een toch wel bescheiden stadje als Gorinchem, want laten we eerlijk zijn: in Gorinchem zijn we wel een beetje van het credo ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Dat is precies wat deze initiatiefnemers beslist niet doen, en dus ook wat D66 juist heel erg aanspreekt. Wij houden wel van die radicaliteit: je nek ergens voor durven uitsteken, buiten de gebaande paden lopen en vooral geloven in datgene wat je doet. Natuurlijk beseffen ook wij dat het zelfs dan in kleine stapjes gaat, maar om de ambitie van onderwijsstad waar te maken zullen we samen met de stad onze handen ineen moeten slaan en die droom – een geheel nieuwe HBO-opleiding – dichterbij laten komen. En wat voor één, voorzitter. Dat aspect is de laatste tijd misschien wel het meest onbesproken gebleven.
Wat gaan die studenten eigenlijk doen als ze straks afgestudeerd zijn aan deze opleiding? Een dure naam als ‘maatschappelijke en technologische transities’ klinkt heel stoer, maar wat krijgen we
G - 21
ervoor terug? Het doet mij denken aan een citaat van de Griekse filosoof Heraclitus, die al vóór Christus voorspelde dat verandering de enige constante is. Alles om ons heen blijft veranderen en die verandering gaat almaar sneller. Je zou ook kunnen zeggen dat we in een constante transitie leven. Wat we dus nodig hebben, zijn veranderkundigen die zich weten aan te passen aan maatschappelijke en technologische transities, en laat dat nou precies zijn waar deze opleiding toe opleidt: veranderkundigen, zowel in de publieke als private sector, die het verschil kunnen maken. In het begin van mijn bijdrage memoreerde ik al even dat vandaag helaas ook de laatste keer kan zijn voor dit onderwijsinitiatief. Als het aan het college ligt, wordt namelijk 60.000 euro verstrekt om deze opleiding mogelijk te maken, in plaats van de gevraagde 300.000 euro. In eerdere sessies heb ik al aangegeven dat wij daarmee het initiatief aan een infuus houden. Het behoeft dus geen uitleg dat D66 het collegestandpunt op dit punt teleurstellend vindt. Daarom kan het nu zomaar de laatste keer zijn, als we instemmen met dit raadsvoorstel. Maar, en daar hebben we het vanavond over, gelukkig ligt er een alternatief dat uitgaat van een gulden middenweg, door met een aantal serieuze voorwaarden alsnog de helft van het gevraagde bedrag beschikbaar te stellen.
Wij dienen samen met ChristenUnie-SGP, Gorcum Actief, GroenLinks, VVD, SP en de fractie Van Maaren een amendement in dat uitgaat van nu eerst geen 300.000 euro, maar de helft, 150.000 euro, en voor de tweede anderhalve ton de eis om cofinanciering te regelen. Die cofinanciering zou, pak ‘m beet, voor de helft kunnen zijn, dus zeg een bedrag van 75.000 euro. Op die manier hopen we te voorkomen dat deze droom alsnog als een nachtkaars uitdooft en, nog belangrijker: laten we ook echt zien dat de titel van het Gorcums akkoord, ‘Mensen maken de stad’, niet alleen in woord wordt uitgedragen, maar ook in daden. Dank u wel. Amendement A1: Gelijke kansen voor Gorcums initiatief De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 10 juni 2021. Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Punt 1 van het besluit van het raadsvoorstel Subsidieaanvraag SHOG te wijzigen in: 1. Het voornemen uit te spreken om een subsidie van 150.000 euro te verlenen in 2022 aan SHOG ten behoeve van de ontwikkel- en startfase van de nieuwe hbo-opleiding. Deze subsidie onder voorwaarde van cofinanciering te vervolgen als aan de volgende drie prestatieafspraken wordt voldaan: - huisvesting is gereed en kan aangetoond worden dmv bijvoorbeeld een huur- of gebruikersovereenkomst. - er is een positief advies van de visitatiecommissie van de NVAO, zoals bepaald door de rijksoverheid.
- er hebben zich voldoende studenten aangemeld om te kunnen starten.
De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Oostrum, PvdA. Ook hij heeft een amendement. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het kort houden. Met de inleiding van de heer Tekir over de waardering voor de initiatiefnemers, de kwaliteiten die dit onderwijs gaat opleveren en het belang daarvan, kan ik helemaal instemmen en ik weet zeker dat we daar ondertussen eigenlijk wel raadsbreed mee instemmen. De heer Tekir begon op een gegeven moment ook wat af te geven op het collegevoorstel, en dat laat ik voor zijn mening. De titel van zijn amendement zou ik een klein beetje willen aanpassen; bij ons is het dan ‘evenwichtige financiering’ voor dit voorstel. Wij vinden eigenlijk ook het G - 22
collegevoorstel iets te mager, ik zal het niet over een infuus hebben, maar het is wel een minimaal bedrag. Wij zouden zeggen: als je het hebt over zo’n belangrijk initiatief, dat niet alleen voor de gemeente Gorinchem, maar zeker ook voor het bedrijfsleven en andere belanghebbende instellingen van groot belang is, dan moet je ook streven naar een evenwichtige financiering. In die financiering, hebben wij gezegd: kijk, dan moet je het hebben over een subsidie van maximaal 150.000 euro, dat is de helft die gevraagd wordt, en de andere helft moet van de andere kant komen. En dat doen we dan gefaseerd. We geven eerst 50.000 euro ten behoeve van het verder kunnen voortzetten van het lopende proces in de ontwikkelfase, wat betekent dat men door kan, op zoek naar de cofinanciering. Vervolgens, als die cofinanciering bereikt wordt en die partners zich ook committeren, via intentieovereenkomsten met financiële waarborging, aan de 150.000 euro cofinanciering, komt er wat ons betreft nog een keer 50.000 euro bij. En als dan aan drie voorwaarden wordt voldaan – dezelfde drie voorwaarden eigenlijk als in het amendement van D66 en andere zitten –, zijn wij op dat moment bereid om nog twee keer 25.000 euro beschikbaar te stellen. Kortom, ook 150.000 euro, geen 300.000 euro, maar wel delen met de andere belanghebbenden.
Amendement A2: Subsidieaanvraag Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 10 juni 2021. Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: aanpassen van punt 1 uit het raadsvoorstel: Het voornemen uit te spreken een subsidie van maximaal € 150.000,- te verlenen aan SHOG ten behoeve van de ontwikkelfase en de startfase van de nieuwe hbo-opleiding onder de volgende voorwaarden: a. een bedrag van € 50.000,- ten behoeve van het kunnen voortzetten van het lopende proces in de ontwikkelfase, b. een bedrag van € 50.000,- uit te keren zodra SHOG aantoonbaar beschikt over draagvlak bij het bedrijfsleven middels intentieovereenkomst(en) met financiële waarborging, waarmee het bedrijfsleven en andere partners zich committeren voor de ontwikkelfase, van ten minste €150.000,en vervolgens, doch pas nadat ten minste aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan: - huisvesting is gereed en beschikbaarheid wordt aangetoond dmv bijvoorbeeld een huurof gebruikersovereenkomst, - accreditatie is definitief afgegeven door NVAO, zoals bepaald door de rijksoverheid en - er hebben zich voldoende studenten aangemeld om te kunnen starten: c. een bedrag van € 25.000,- voor het eerste jaar van de startfase, en tenslotte indien zich voldoende studenten hebben aangemeld voor het vervolg: d.
een bedrag van €25.000,- voor het tweede jaar van de startfase.
De voorzitter: Interruptie de heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoor deze ingewikkelde constructie aan en probeer hem goed te begrijpen, maar wat ik de heer Oostrum zou willen vragen: heeft u dit idee ook besproken met de initiatiefnemers, om te proberen te achterhalen of zij hiermee vooruit kunnen? De heer Oostrum: Nee, dat hebben wij niet, want wij vinden dat wij een eigen verantwoordelijkheid hebben om te kijken hoe wij als gemeente hiermee om willen gaan. Wij hebben uitvoerig overleg gehad met de initiatiefnemers. Ik weet dat zij vasthouden aan de behoefte om 300.000 euro op tafel te krijgen, en die snappen we ook – de businesscase geeft het ook aan -, alleen, wij vinden dat het niet alleen van de gemeente G - 23
moet komen, maar dat er ook andere belanghebbenden zijn. Die andere belanghebbenden zijn met name het bedrijfsleven dat zit te springen om de afstudeerders van deze studie, mogelijk ook andere instellingen, onderwijsinstellingen die hiervan profijt kunnen hebben, en die moeten met elkaar toch ook de nek kunnen uitsteken. Dus niet alleen de gemeente, maar ook de andere belanghebbenden moeten zeker laten zien dat zij vinden dat hierin geïnvesteerd moet worden. En dan komen wij stapsgewijs tot elkaar. De heer Tekir: Voorzitter, een heel korte reactie. Ik betreur het toch wel dat de PvdA, als zij met een amendement komt, niet even de moeite heeft genomen om met initiatiefnemers in gesprek te raken. Ik heb dat wel voor ze gedaan, want het amendement was al bekend gemaakt, en ik kan u vertellen, meneer Oostrum: uw ingewikkelde voorstel is ook voor het initiatief zeer ingewikkeld. Ik zou u dat nog graag willen meegeven. De heer Oostrum: Wij zijn bereid stapsgewijs tot 150.000 euro te komen, en dat is de helft van wat de initiatiefnemers vragen, met een gelijke verdeling van de financiering. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Mager, VVD. Mevrouw Mager: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de heer Tekir en willen hier nog even melden dat we de inzet, flexibiliteit en professionaliteit van de initiatiefnemers bewonderen.
Verder wachten we af hoe het nu gaat lopen met de verschillende bedragen die over de tafel gaan. De voorzitter: Mevrouw Stevens, SP. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik zal er niet om liegen dat het HBO een lastig stuk is voor de SP. Goed en toegankelijk onderwijs is de basis voor alles en daarom ook zo belangrijk. Kijkend naar de 17% aan laaggeletterde jongeren heeft Gorinchem een flinke klus te klaren, maar ik dwaal af. Het HBO is een initiatief van de stad en dat juichen we alleen maar toe, maar soms veranderen ideeën radicaal tijdens het proces naar concrete ideeën. Dat het HBO niet haalbaar is als publieke opleiding en alleen kan bestaan als private opleiding is zo’n radicale stap. Voor de SP is dit serieus stof tot nadenken. Moeten we wel een HBO in Gorinchem willen hebben als geen enkele publieke instantie daar heil in ziet? Of zou een particuliere opleiding toch een kans moeten krijgen, ook al is het iets waar de SP principieel problemen mee heeft? Het reguliere collegegeld van ruim 2.100 euro is al een enorme zorgpost voor de toekomstplannen van jonge mensen en het potentiële HBO gooit daar nog een schepje bovenop. 5.000 euro per collegejaar is een bedrag waar de SP behoorlijk van schrikt. We vragen ons dan ook af voor wie de opleiding dan precies bedoeld is. Maar niet alles is slecht aan het HBO.
Vanuit de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem merk ik een welwillendheid om de toekomstige studenten zoveel mogelijk tegemoet te komen op het gebied van financiën en staat de persoonlijke maat centraal. Zo zijn er concrete plannen om studentenwoningen te faciliteren die aanzienlijk minder duur zijn dan de gemiddelde huurwoning in een studentenstad. Natuurlijk is de SP van mening dat alle huren aanzienlijk omlaag moeten, maar zolang dat nog niet gebeurt, is dit in onze G - 24
ogen wel een sympathieke manier van meedenken. Ook weet ik uit eigen ervaring dat geen enkele vorm van onderwijs echt inclusief is. Wanneer je een chronische ziekte hebt, ben je vaker aangewezen op particuliere studies, omdat zij nog wel eens nieuwe kansen kunnen geven wanneer je tussen wal en schip bent beland. Dat het diploma erkend is en daarom de voorzieningen krijgt, zoals alle andere diploma’s, is een vereiste waar gelukkig aan wordt voldaan. Als er dan nog een moment komt dat er iets als een studiebeurs terugkomt, of een beter alternatief, kunnen de studenten daar gelukkig wel gebruik van maken. De inhoud van de opleiding blijft voor mij nog steeds wel wat onduidelijk, maar dat studenten tijdens de opleiding mogen ontdekken wat echt bij ze past is een ontwikkeling waar al vele jaren naar gevraagd wordt. Dit zou een eerste stap kunnen zijn richting een bredere kijk naar onderwijs, die echt noodzakelijk is. Maar ondanks alle positieve punten die ik kan bedenken, blijft het collegegeld toch knagen.
Want zijn de studenten die ik voor ogen heb echt gebaat bij deze studie, of blijft het een luchtkasteel dat ongrijpbaar aan de horizon gloort? Hoe kijkt de wethouder naar het zoeken naar manieren om het collegegeld verder omlaag te krijgen? Een bijdrage vanuit de gemeente misschien, of, nog beter: een extra bijdrage van de bedrijven? Want eigenlijk is het jaarlijkse bedrag geen 5.000 euro, maar 6.500 euro. Als bedrijven nog eens 1.500 euro extra zouden bijdragen, zou het collegegeld tot 3.500 euro dalen, een bedrag dat steeds meer in de buurt komt van echt toegankelijk. En voor bedrijven is het in het gunstigste geval een investering van zo’n 150.000 euro en als de studenten dan in Gorinchem blijven, is het ook een investering in hun eigen toekomst. Iedereen blij toch? Ik ben benieuwd naar een reactie van de wethouder en ik hoop dat de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem dit hoort en hierover verder na wil denken. Maar als we als raad het vertrouwen geven aan het HBO, vindt de SP wel dat er een gedegen financiering bij hoort, eentje die ervoor zorgt dat het HBO daadwerkelijk kans van slagen heeft, met realistische voorwaarden die komen kijken bij een gedegen financiering.
Daarom is de SP mede indiener van het amendement ‘Gelijke kansen voor Gorcums initiatief’, een amendement waar een beduidend deel van de raad zich in kan vinden, maar ook het HBO zelf, en dat bevestigt dat je het samen toch best wel voor elkaar kunt krijgen. Daarmee wil ik graag afsluiten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Roeland, Stadsbelang. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter. Stadsbelang kijkt altijd belangstellend naar een nieuwe ontwikkeling op onderwijsgebied in onze stad en heeft kennisgenomen van het raadsvoorstel met betrekking tot de subsidieaanvrage van de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem (SHOG). Lopende het traject heeft een ingrijpende aanpassing van de businesscase plaatsgevonden. De aanvankelijk beoogde publieke opleiding met zo’n 500 studenten onder de naam ‘Creatieve Change Management’ is getransformeerd naar een private opleiding voor zo’n 80 tot 100 studenten met de werktitel ‘Professional College voor technologische en maatschappelijke transitie’. Stadsbelang heeft een positieve grondhouding ten aanzien van dit initiatief om tot een nieuwe HBO-opleiding te komen, maar heeft ook zo zijn bedenkingen. In de komende start- en ontwikkelfase moet wat ons betreft het onderwijsveld in the lead zijn als het gaat om het investeren in deze opleiding, en niet de gemeente.
Daarnaast is aan SHOG gevraagd om met een rapportage te komen waarin het commitment van financieringspartners ten behoeve van de duurzame G - 25
exploitatie van deze HBO-opleiding is beschreven. Er blijken geen financieringspartners te zijn gevonden. Verder zijn er nog een aantal risico’s als het gaat om accreditatie, starten en afronden van de opleiding, onderwijs en studentenhuisvesting, financiering in de exploitatie door bedrijven en organisaties, zoals ik al eerder heb genoemd, en het elitaire karakter van de opleiding met 5.000 euro collegegeld en mogelijk vervolgaanvragen voor subsidie aan de gemeente. Ik noem dit het Gorcumse zoutebolleneffect, maar in den lande beter bekend als de salamitactiek. Daarom hebben wij samen met de Partij van de Arbeid, Democraten Gorinchem en CDA een amendement opgesteld, om een en ander te borgen met een hoger bedrag dan in het raadsvoorstel, maar ondersteunen de voorwaarden. De SHOG is nu aan zet. Zo zijn we zeker bereid te investeren, maar we moeten dit ook kunnen verantwoorden naar de Gorcumers. Ik dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann, Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de woorden van de heer Tekir en mevrouw Stevens, die een prachtig betoog hield. Alleen een kleine aanvulling. Wij vinden het vooral heel bijzonder dat vanuit de Gorcumse samenleving door mensen die hier wonen en werken in het onderwijs het initiatief genomen is.
Wat een volhouders en doorzetters zijn het, dat ze het zo ver gebracht hebben, tot het punt waar het nu staat, vaak helemaal in eigen tijd, met eigen middelen. Ik vind het heel bijzonder en ik vind dat het HBO alle steun verdient. Dat is onze mening. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pellikaan, Democraten Gorinchem. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel, voorzitter. Vanaf het begin is het HBO-initiatief een verrassend en aantrekkelijk idee om onze onderwijsstad een extra kleur te geven. Een initiatief van de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem is er ook een die door de jaren heen volop in ontwikkeling heeft gezeten, en dat gebeurt niet zomaar. Het getuigt van enorme inzet van de initiatiefnemers en wij spreken dan ook onze waardering voor hen uit. De stichting geeft aan drie ton nodig te hebben om de opleiding van de grond te krijgen. Zij presenteert deze rekening volledig bij de gemeente Gorinchem. Het college heeft aangegeven bereid te zijn 20% hiervan te financieren, onder de voorwaarde dat de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem de beschikbaarheid van aanvullende middelen moet aantonen. Het eisen van cofinanciering lijkt ons niet meer dan gezond verstand. Cofinanciering is een noodzakelijk bewijs van maatschappelijk draagvlak voor het idee.
Voorts vinden wij het van belang omdat de kwartiermakersfase heeft geleid tot een ingrijpende aanpassing van de bestaande businesscase. De eerder uitgevoerde onderzoeken en de conclusies daarvan zijn dan ook niet één op één toepasbaar met het idee dat nu voorligt. Dat betekent dat de oorspronkelijke businesscase niet meer als betrouwbaar fundament kan dienen voor het nu voorliggende initiatief. Daarom is voor ons cofinanciering extra belangrijk geworden, als indicatie voor de kansrijkheid van het idee. Ook mogen we onszelf de vraag stellen: is elke te bedenken HBO een te ambiëren wens als er maar een HBO komt? Zo vinden wij het private karakter met 5.000 euro collegegeld niet wat wij moeten willen, omdat het de toegankelijkheid kan beperken. In elk geval vinden wij het noodzakelijk dat andere partners ook nu al de stap durven te G - 26
zetten tot investering. Tot op heden hebben wij deze beweging niet gezien. Zo draagt Hogeschool Drechtsteden niet financieel bij en heeft de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem nog geen rapportage kunnen overleggen waarin een commitment van de financieringspartners ten behoeve van de exploitatie staat beschreven. En voorzitter, dat vinden wij zorgelijk, want als potentiële partners niet over de brug durven te komen, blijven wij als gemeente achter als enige geldschieter van een private HBO-opleiding in Gorinchem en die positie, voorzitter, moeten wij niet willen. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Eigenlijk meer een correctie. Ik gun mevrouw Pellikaan haar oordeel, maar als het gaat om cofinanciering, zit die, zoals u ook in de businesscase kunt lezen, in de exploitatie van deze opleiding, waarin is gerekend met bijdragen vanuit bedrijven om de studiebeurzen naar beneden te halen. Die is er dus wel degelijk en is overigens ook verwerkt in onze amendementen. De voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Dank u wel, ook voor de interruptie. Ik hoor de heer Tekir zeggen dat er gerekend is met een bijdrage van bedrijven in de exploitatiefase, maar vervolgens hebben deze bedrijven nog geen intentieovereenkomst getekend met de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem, vandaar dat dat bij ons niet veel vertrouwen schept.
Ik vervolg mijn betoog. Wij zien het mede door ons ingediende amendement van de Partij van de Arbeid als een zakelijke en realistische stimulans voor de initiatiefnemers om het gedeelde financiële draagvlak nu met prioriteit invulling te gaan geven. Als zij en hun partners erin geloven, moet het amendement meer dan het collegevoorstel naar onze mening ruim voldoende steun bieden. In elk geval is het hoe ver wij willen gaan. De voorzitter: Interruptie mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik vroeg me even af wat voor parallellen mevrouw Pellikaan met het IAC ziet, of misschien juist niét ziet, want ik verbaas me een beetje over deze bijdrage in relatie tot het vorige onderwerp. Mevrouw Pellikaan: Het IAC is een ander dossier, dus ook een ander gesprek en wij zien het ook niet als een of-of-discussie, maar vinden dat je dit HBO-initiatief op zichzelf moet beoordelen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen, GroenLinks. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, dank u wel. Wederom een voorstel, net als het IAC, waarvan het idee erachter fantastisch is, en bij het HBO is het ook nog eens een initiatief dat uit de samenleving is ontstaan, en dat is dus ook van onderop gedragen.
De vestiging van een HBO staat al een aantal raadsperioden in ons verkiezingsprogramma, maar ja, als er geen mensen of instellingen zijn die dat willen gaan doen, kun je het wel willen, maar kom je nergens. Maar áls dan een initiatief ontstaan, moet je natuurlijk ook vooraan staan om te kijken hoe kansrijk dit gaat worden. Een belangrijke stap was dan
G - 27
ook de kwartiermakersfase, want dankzij de resultaten van die fase ligt er nu een concreter, en daarmee waarschijnlijk ook realistischer plan. Het is als het ware een aantal keren door een zeef geschud: de mogelijkheden vielen erdoor en de onmogelijkheden bleven achter in de zeef. Wat er de laatste keer doorheen kwam was het eindproduct waarmee we wat ons betreft verder kunnen gaan bouwen. GroenLinks wordt enthousiast van dat resultaat. Het gaat natuurlijk niet om enorme aantallen en Gorinchem wordt niet ineens een studentenstad met een campus e.d., maar het wordt een schaal die past bij Gorinchem en de regio en wordt daarmee een belangrijk element van het onderwijsveld van onze stad. En ja, het collegegeld is duur en het wordt daarmee een wat elitaire opleiding misschien, maar het is wat ons betreft ook een groeiconcept, en dat blijkt ook uit de businesscase. De aansluiting wordt gezocht bij het HBO, bij de regio, bij het bedrijfsleven en bij het onderwijs, dus het wordt niet een op zichzelf staand eiland, maar onderdeel van het brede veld van werk en opleiding in de regio. Kortom, voorzitter, een plan waar je wat ons betreft alleen maar blij van kunt worden. Onze fractie was dan ook nogal verbaasd dat het college besloten heeft om voor te stellen 80% cofinanciering te eisen van de stichting.
Waar drie ton nodig is, wordt 60.000 euro geboden en de rest moet de stichting maar via cofinanciering zien op te lossen. Dat is wat je noemt voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Natuurlijk zijn er ook spannende punten in deze businesscase: komen er voldoende studenten, lukt het met de accreditatie, komt het rond met de huisvesting? Dat zijn spannende en daardoor ook enorm belangrijke vragen. Daarom snappen wij ook wel dat je niet meteen drie ton overmaakt met “succes, we horen het wel”. Maar het voorstel van het college vinden wij echt totaal niet realistisch, met name bekeken naar wat de idee van het hebben van een Gorcums HBO voor kansen te bieden heeft voor onze stad. Daarom hebben wij ook het amendement dat D66 heeft ingediend mede ondertekend. Het bevat eigenlijk alles wat wij ook zouden willen zien, namelijk een prikkel voor cofinanciering, maar niet 80%, en zekerheid als het gaat om een aantal risico’s van huisvesting, accreditatie en studentenaantallen. Daarom zullen wij dat amendement dan ook van harte steunen. Het amendement van de overige fracties, die toevallig alle vier in de coalitie zitten, vinden wij behalve een beetje omslachtig ook erg bekrompen, in de zin van “het knijpt een beetje in de stichting, van nou: we willen minimaal 50% cofinanciering”.
Wij gaan wat dat betreft voor het amendement van D66, waar ook die cofinancieringsprikkel in zit, maar waar het iets minder vast ligt. Verder zien wij eigenlijk geen verschillen in dat wat de coalitie heeft bedacht na het amendement van D66, dus die zullen wij niet steunen, tenminste: dat hangt ervan af of het oppositie-amendement het haalt, maar dat zullen we zien. Voorlopig ga ik daar voor stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee, CDA. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. Allereerst de complimenten dat we zo ver zijn gekomen dat we ook over echte investeringsbesluiten spreken rondom dit initiatief, dat, zoals al meermalen is gezegd, van onderaf is gekomen. Fijn dat we hierover nu ook echt kunnen doorpraten en dat het initiatief er nu ligt. Tegelijkertijd vindt het CDA het ook lastig, want waar we vanaf het eerste uur zeiden “nou, mooi als er een hele grote HBO met zo’n campus komt”, heeft er de afgelopen maanden een behoorlijke verandering G - 28
plaatsgevonden, en eigenlijk vinden we dat toch wel ergens jammer. We hadden graag gezien dat we op die andere voet door konden gaan en kijken in hoeverre dat haalbaar was. Tegelijkertijd, dat is ook al door meerdere fracties aangegeven, heeft de change naar privaat ook z’n keerzijde. Dat maakt het voor ons ingewikkeld om nog voor de volle honderd procent hier achter te staan, en tegelijkertijd zou het mooi zijn als dit initiatief er komt. De businesscase is uiteraard onderwerp van gesprek. In gesprek met de initiatiefnemers kreeg ik de indruk dat er rek zit in die businesscase en dat die uiteindelijk in z’n totaliteit gezien moet worden. Het lijkt er een beetje op dat het in twee delen wordt geknipt, maar uiteindelijk gaat het om het totale verhaal en ik ben ervan overtuigd dat daar nog ruimte in zit. Ik zou niet willen spreken over een second opinion, maar ik denk wel dat er zeker nog mogelijkheden daarin zitten. We komen dan ook op de twee amendementen die er liggen. Het goede nieuws is eigenlijk dat we allemaal vinden dat we meer moeten doen dan volgens het huidige voorstel. We zijn allemaal van mening dat die 60.000 euro meer had gemogen en eigenlijk vinden we ook met z’n allen dat die 150.000 euro een mooi richtbedrag is om daarmee aan de slag te gaan en daarmee ook dit initiatief van de grond te krijgen. Het zit hem met name in de prikkel en de cofinanciering.
Waar de vorige spreker zei dat er in beide een prikkel zit, zie ik dat de prikkel in het amendement van D66 minimaal is, dan wel nihil. Het zou zomaar kunnen zijn dat de andere 150.000 euro ook vanuit de gemeente moet komen. Bij zo’n initiatief, waarvan ik merk dat er heel veel draagvlak is in de samenleving en bij ondernemers en waarvan is aangegeven dat de businesscase echt nog wel geoptimaliseerd kan worden, denk ik ook dat het realistisch is dat je niet de volle drie ton reserveert, niet op korte termijn, niet op lange termijn, maar vooral nu zegt: wij willen met z’n allen dit initiatief, daarom reservering voor 150K met wat voorwaarden. Het klinkt ingewikkeld, maar het zou in ieder geval de intentie moeten uitspreken dat we die 150K willen uitgevenDe voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de heer Tekir zojuist zeggen dat de cofinanciering in ons amendement nihil is. Ik heb een bedrag van, pak ‘m beet, 75.000 euro genoemd als de helft aan cofinanciering van die tweede anderhalve ton, dus 75.000 euro aan cofinanciering.
Begrijp ik goed dat u dat als nihil beschouwt? De heer Onvlee: En welke prikkel gebruikt u daarvoor? De heer Tekir: Als u het amendement heeft gelezen, is de prikkel cofinanciering en dat wordt voldaan aan de onzekerheden die nog verder uitgewerkt moeten worden en die overigens ook – hoe zal ik het netjes zeggen: – zijn overgenomen in het amendement van de Partij van de Arbeid. De heer Onvlee: Ik krijg de indruk dat het in ieder geval voorwaarden zijn, maar niet voorwaarden om die 75.000 euro te regelen. Eigenlijk zegt u dat het nu gaat om 75.000 euro, maar het zijn voorwaarden zonder inhoud. Wij geven in ieder geval inhoud aan de voorwaarde-
G - 29
De heer Tekir: Voorzitter, de heer Onvlee ontwijkt de vraag. Wat vindt u nihil aan 75.000 euro? Ik heb het concreet genoemd bij de indiening van het amendement. De heer Onvlee: Ik geef aan dat ik het dusdanig geïnterpreteerd heb dat het ook minder kan worden. De heer Tekir: Dan heeft u dus niet goed geluisterd, want ik heb aangegeven dat wij denken aan 75.000 euro en ik vraag me nog steeds af wat u daaraan nihil vindt. U kunt ook zeggen dat u het verkeerd hebt begrepen en dat het wel om een serieuze cofinanciering gaat, maar als u eraan blijft vasthouden dat 75.000 euro nihil isDe voorzitter: U heeft uw punt gemaakt. Ik geef de heer Onvlee nog het woord en daarna ook nog een interruptie van de heer Oostrum. De heer Onvlee: Voorzitter, ik vind het wel interessant dat de heer Tekir eigenlijk mijn vraag ook ontwijkt, want het is geen zekerheid dat die 75K er komt en de heer Tekir doet geloven dat die er wel met zekerheid komt. De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: De heer Tekir zegt iets anders dan hij in het amendement zegt. In het amendement zegt hij: “het voornemen uit te spreken om subsidie van 150.000 euro te verlenen in 2022 aan SHOG”. Er staat niets over een voorwaarde van 75.000 euro cofinanciering. Dat staat er gewoon helemaal niet. Er staat “onder voorwaarde van cofinanciering”, maar wat, welk bedrag, hoeveel, dat staat er echt niet.
De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Tekir daar nog even op reageert en daarna rondt de heer Onvlee zijn bijdrage af. De heer Tekir: De heer Oostrum geeft nu een hele mooie opening. Ik ben bereid, als dat u over de streep trekt, om die 75.000 euro aan cofinanciering concreet in het amendement op te nemen, maar dan wil ik wel nu van de heer Oostrum horen of hij dan ons amendement gaat steunen. De heer Oostrum: Nee, want in ons amendement staat heel duidelijk diezelfde 150.000 euro, met de stapjes die wij noodzakelijk vinden om die 150.000 euro toe te kennen, dus eerst 50.000 om door te kunnen gaan, op zoek te gaan naar die cofinanciering. De cofinanciering is dan gewoon een kwestie van intentieovereenkomsten die waarmaken wat in fasen 2a en 2b staat, met een klein beetje meer voor de opstartfase; dat valt op zich reuze mee. Dan kunnen we verder met de laatste twee keer 25.000 euro, als er voldoende studenten zijnDe heer Tekir: Voorzitter, dit is wel heelDe voorzitter: Nee, nee, het punt is nu gemaakt. De heer Onvlee rondt zijn bijdrage af en ik ga naar de volgende. De heer Onvlee. De heer Onvlee: Dank u wel. Ik wil eigenlijk nog wel bekrachtigen wat de heer Oostrum zei, dat het een soort van carte blanche is wat die tweede 150K betreft. Daar zit hem nou net het verschil in, en daar mogen we ook over verschillen. Ik heb aangegeven dat ik G - 30
ervan overtuigd ben dat die andere 150K misschien zelfs minder kan zijn als je de businesscase opnieuw doorrekent en dat het een goede start is en een hele goede manier om dit initiatief van de grond te krijgen met deze 150K. De voorzitter: Dank u wel. De heer Barth, ChristenUnie/SGP. De heer Barth: Ja, dank u, voorzitter. We hebben een HBO-initiatief, dat al jaren loopt in Gorinchem. Het initiatief komt uit onze eigen inwoners. Er zijn verschillende onderzoeken geweest en uiteindelijk ligt er nu een haalbare, realistische businesscase: klein beginnen, opschalen kan altijd nog, maar klein houden, zodat de kosten beperkt zijn. Dat vinden wij een heel goed uitgangspunt. Men heeft steun in het bedrijfsleven gevonden ten behoeve van de exploitatie, maar het blijkt nu te staan of vallen met de voorbereidingskosten. Het eerste studiejaar moet voorbereid worden en geaccrediteerd, en daar heeft men gewoon 150.000 euro voor nodig. Maar als voorbereiding heb je natuurlijk geen inkomsten, alleen maar kosten, vandaar de subsidieaanvrage. In het raadsvoorstel wordt 60.000 euro aan subsidie voorgesteld, met daarbij diverse voorwaarden, waardoor de haalbaarheid eigenlijk schier onmogelijk wordt; mag ik het zo zeggen? Het is een vorm van nee zeggen tegen de initiatiefnemers uit de stad en dat vinden wij niet netjes. Wie A zegt, moet B zeggen.
Als we een IAC introduceren om het onderwijs te stimuleren, moeten we ook een initiatief uit onze eigen burgers steunen en die drempel wegnemen, zodat we alle ruimte maken om dit initiatief te doen slagen. Ook het amendement van de Partij van de Arbeid kent zoveel voorwaarden waardoor ook die opstartkosten van 150.000 euro niet gedekt kunnen worden. Wat ons betreft maakt het daarmee het daadwerkelijk starten van deze opleiding in Gorinchem zeer onzeker, schier onmogelijk, zou ik weer willen zeggen. En daarmee, voorzitter, komen we toch weer uit op het ingediende amendement van de heer Tekir, dat wij ook mede hebben ingediend, dat gewoon feitelijk zegt: die eerste stap moeten wij doen, wij moeten die drempel wegnemen om het eerste studiejaar op gang te helpen en daarna mogen ook duidelijke voorwaarden gesteld worden voor een tweede subsidiedeel. Maar als we ook nog even teruggaan naar het plan – ik meen dat dat zelfs in een raadsvoorstel heeft gestaan, toen we nog spraken over een HBO-initiatief gebaseerd op 600 leerlingen –, toen was daar een voorstel voor een subsidie tot maximaal 5%, wat zo’n 375.000 euro zou zijn. Dus ik begrijp helemaal niet waarom het college nu met zo’n voorstel komt, als we zojuist zo’n 6 miljoen hebben vrijgemaakt voor een Innovatie- en Afstudeer Centrum. En wat hebben we nodig voor een afstudeercentrum? Studenten! Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Roeland, interruptie. De heer Roeland: De heer Barth vergelijkt het met de eerste opzet voor een publieke opleiding, maar dit wordt een private opleiding. Dus wat dat betreft denk ik dat de vergelijking niet helemaal opgaat. De heer Barth: Mijn vergelijking was niet gericht op privaat of niet-privaat, maar op het budget dat het college beschikbaar had om een HBO-opleiding te starten. De heer Roeland: Ja, voor een publieke HBO-opleiding. G - 31
De heer Barth: Dat is uw insteek, mijn insteek is dat de voorstelcomponent in het raadsvoorstel de subsidiebijdrage besloeg en die was niet gericht op privaat of nietprivaat, maar een bedrag om dit HBO-initiatief op gang te helpen. Dát heb ik aangehaald. Ik vind het niet fijn als mij woorden in de mond worden gelegd. De heer Roeland: Nee, het zou aanvankelijk voor een publieke opleiding zijn en het is nu een private opleiding, maar goedDe voorzitter: Het punt is gemaakt in ieder geval. Mevrouw Van Maaren stond niet op mijn lijstje, maar wenst ook het woord. Mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Oké. Onderwijs biedt kansen, heb ik bij het vorige voorstel gezegd. Dat is voor een IAC, maar dat is ook zeker voor een HBO, privaat of niet, dat maakt mij niet uit. Beide projecten zijn prematuur en dienen beide een kans te krijgen om zich te ontwikkelen naar volwassen organisaties. Beide zijn ook van toegevoegde waarde voor de stad. Het is niet aan de stad uit te leggen dat wij zojuist hebben besloten 6 miljoen euro vrij te geven voor een initiatief vanuit het college/raad voor een IAC en dat voor een particulier initiatief dat al jaren aan de gang is en zorgvuldig tewerk gaat drie ton al te veel is en dat zelfs voor een halvering door de coalitie al moeilijk wordt gedaan.
Zojuist is door Democraten Gorinchem verwezen naar de herziening van de visie door de kwartiermaker, na gedaan onderzoek, om meer te richten op de haalbaarheid door een private HBO in gang te zetten. Dat zie ik juist als toegevoegde waarde, dat geeft de waarde aan van het vorige amendement bij het vorige voorstel van D66. Het kan toegevoegde waarde geven, een second opinion, of een nieuwe mening, en daarmee zie ik het niet als kritiek, maar juist als “hé, nu kunnen we wel vooruit!”. De voorzitter: Interruptie mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Ja, dank u wel, voorzitter. Het argument dat ik maakte over de herijking van de businesscase was vooral gebaseerd op het feit dat de uitkomsten van die businesscase nu niet meer bruikbaar zijn op het initiatief zoals dat nu voor ons ligt. Die nuance wil ik wel even maken. Dank u wel. Mevrouw Van Maaren: Nou, dan ligt er nu een nieuwe onderbouwing, die misschien juist meer kansen biedt voor de toekomst. Daarnaast hebben we bij het schrijven, waar ik nog een onderdeel van was, van het coalitieakkoord duidelijk aangegeven dat we een HBO, en daarbij is niet privaat of het andere benoemd, belangrijk vonden. Wij hebben daarop ingezet en toen was ik er voor, daarvóór was ik er voor en nu ben ik er nog steeds voor.
Ik zal daarom het amendement van D66, dat wij mede ingediend hebben, van harte steunen, omdat ik me houd aan mijn woorden, dat ik dit belangrijk vind, in de verkiezingsstrijd en nu ook in de raadzaal. Ik ga niet draaien, ik houd me aan mijn woord. Het amendement van de PvdA/coalitie vind ik heel leuk en zou misschien een tweede mogelijkheid zijn, maar je moet dat zien als, zeg maar, koekhappen. Je hangt een stukje kok voor om te zeggen “ja, wij wilden wel wat”, maar eigenlijk houd je het lijntje te hoog. Ze kunnen er niet bij, het is niet haalbaar en het gooit het plan in het water.
G - 32
Dat is mijn bijdrage. Verder sluit ik me zeker aan bij de heer Barth en de heer Tekir, die al eerder hun inhoudelijke visie hebben weergegeven. Dank u wel. De voorzitter: Interruptie de heer Oostrum. De heer Oostrum: Ja, dank u, voorzitter. Bij koekhappen moet je ook een beetje kunnen springen en dat zagen we eigenlijk ook van de initiatiefnemers: even springen. Volgens mij is het verschil tussen de beide amendementen niet zo groot. Mevrouw Van Maaren: Nou, bij het IAC zou ik dat ook gezegd kunnen hebben. Ik zei: dat zou je ook met 2 miljoen voor elkaar kunnen krijgen en dat gaan we ook voor 6 miljoen in gang zetten. Daarbij heb ik ook gezegd: het doel is belangrijker in dit geval dan het bedrag en dat zeg ik nu weer. Ik vind het doel en het resultaat belangrijker danDe voorzitter: Dank u wel. Laatste interruptie nog, want daarna gaan we naar de wethouder. De heer Roeland. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter. Er wordt telkens vergeleken met het IAC, maar het IAC is natuurlijk gedragen door de drie O’s en dat is een heel andere vorm dan dit. Als de Stichting Hoger Onderwijs Gorinchem een intentieovereenkomst afspreekt met het bedrijfsleven, horen daar ook de knaken bij wat ons betreft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Maaren: Daar wil ik graag op reageren.
Het heeft in heel veel verkiezingsprogramma’s gestaan, mensen hebben erop gestemd, dus het heeft de steun van de stad. Dat zie ik hetzelfde een beetje als bij de windmolens: daar heeft de stad ook een andere mening dan de coalitie en daar wordt nu ook gedraaid. Zo zie ik dat bij het HBO nu ook gebeuren. De voorzitter: We gaan nu stoppen met deze termijn. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Er ligt een collegevoorstel dat uitgewerkt is in een raadsvoorstel en daarvan is in ieder geval de opvatting: dat is duidelijk, dat is breed gedeeld in de raad, daar denkt u van “het mag wel een beetje meer zijn”. Alleen, de vraag is dan: in welke vorm? Dan ga ik toch weer even terug en uitleggen waarom we gekozen hebben voor het voorstel zoals het nu ingestoken is. Er wordt steeds gesproken over de aanvangsinvestering en de aanloopkosten, maar laten we niet vergeten dat dit college al 120.000 euro geïnvesteerd heeft in aanloopkosten om hier te komen, bijvoorbeeld om een businesscase te ontwikkelen, om een kwartiermaker aan te stellen en allerlei andere kosten die gedekt zijn. Toen is overigens ook steeds gevraagd om een cofinanciering, maar in de omgekeerde verhouding: 80% betaalden wij, 20% moest de stichting opleveren. Dat is in de meeste gevallen overigens niet gelukt. Daar hebben wij niet moeilijk over gedaan en hebben we 100% betaald.
In die zin hebben we steeds het voorstel en het initiatief gesteund, omdat het uit de stad komt. Het wordt genoemd in GO2032, om maar wat te noemen, en natuurlijk zou iedereen HBO in Gorinchem willen.
G - 33
Er is ook al HBO in Gorinchem, laten we dat ook steeds niet vergeten. HBO Drechtsteden is hier actief met een ICT-opleiding. Dan waarom toch niet nu zeggen “oké, we pakken door”? Wie A zegt, moet B zeggen, wordt er gesuggereerd. Ik weet niet of dat zo is. Je moet gewoon heel serieus kijken: is de businesscase voldoende sterk? En draagvlak wordt steeds genoemd. Er lijkt steeds een redenering onder te liggen: het idee komt uit de stad, dús er is draagvlak. Ik weet niet of dat zo is. Ik ken wel meer ideeën uit de stad die niet per se draagvlak hadden. Er is draagvlak voor dit initiatief, maar wij ontmoeten als college ook allerlei partijen die ronduit zeggen dat ze hier geen voorstander van zijn, en dat zijn ook niet de minste partijen, waar dit initiatief toch ook wel in zekere zin afhankelijk van zou kunnen worden. Het betekent: je neemt een extra kritische houding aan tegenover het initiatief, je gaat als harde eis gewoon stellen “er moet echt wat meer cofinanciering komen in deze fase van de businesscase”. We hebben het daarom ook omgedraaid: van 80:20 naar 20:80, heel bewust, omdat die cofinanciering in deze fase echt iets gaat zeggen over het draagvlak. De voorzitter: Interruptie mevrouw Molengraaf en aansluitend mevrouw Hamann. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik ben toch wel heel verrast door het konijn dat de wethouder nu uit de hoed trekt.
Hij gaat nu namelijk ineens partijen opvoeren in de stad die helemaal niet zo enthousiast over dit initiatief zijn. Maar wat moeten wij daar hier nu mee? Dan had u daar beter eerder mee kunnen komen. Ik vind dit een heel raar konijn. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dezelfde vraag eigenlijk en ik wil ook graag weten welke partijen dan toch zo’n moeite hebben met dat HBO. Dan wil toch graag weten over wie en wat de wethouder het dan heeft. De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel. Dat wil ik best zeggen natuurlijk, want in een recente stuurgroepvergadering van IAC is, omdat dit debat door elkaar leek te gaan lopen, ook over het HBO-initiatief gesproken en de wenselijkheid bijvoorbeeld daar nog even getoetst: vinden wij het wenselijk om de businesscases met elkaar te vermengen? Nou, dat was niet wenselijk. Dan zegt bijvoorbeeld de bestuurder van Rivas dat hij ook niet in dit initiatief gelooft, er niet achter staat en er niet in wil investeren. En dan denk ik, gelet op hoe het initiatief ooit is opgebouwd, daar een van de belangrijke pijlers toch zorg was, als een van de grootste werkgevers op dat gebied in onze stad dit zegt, ja, dat vind ik reden om dat hier ook te benoemen. Die kennis mag u ook hebben. Dat is dus heel recent. U kunt de notulen van de stuurgroepvergadering daarop naslaan.
Heel belangrijk ook hierin is de opstelling van een heel belangrijke businesspartner, HBO DrechtstedenDe voorzitter: Ik denk dat het goed is dat de wethouder eerst zijn betoog afmaakt, en dan sta ik een interruptie toe van mevrouw Molengraaf. Wethouder Van Doesburg: HBO Drechtsteden geeft heel duidelijk aan – de bestuurder van HBO Drechtsteden is ook de bestuurder van Da Vinci, dus maakt ook deel uit van de G - 34
stuurgroep IAC –: de businesscase is voor ons onvoldoende stevig, wij gaan hier niet in investeren. De vraag is dan maar in hoeverre de intentieovereenkomst uitgewerkt moet worden op de manier die nu voorgesteld wordt. Dus dat zijn allemaal risico’s die aan dit verhaal verbonden zijn en al die risico’s kunnen zich vertalen in financiële risico’s die dan op de hoofdfinancier, en dat zijn wij, als we voor deze constructie kiezen, af zouden kunnen komen. Dat is voor het college reden geweest om een heel zorgvuldige afweging te maken, namelijk: nee, we willen cofinanciering van andere partijen, particulier initiatief, dan hoort toch echt de draagkracht in deze fase van de businesscase uit het veld te komen, uit de markt te komen en niet door de gemeente gedragen te worden. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf en ook daarna weer mevrouw Hamann. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, ik blijf gewoon verrast dat dit uit de hoge hoed getoverd wordt tijdens dit debat. Dan had zorgvuldiger en eerder naar ons gecommuniceerd moeten zijn dat eventuele partners om het succes van het HBO te gaan ondersteunen massaal afgehaakt hebben, of zo. Ik vind dit gewoon echt raar en het klinkt een beetje als een ad hoc-rechtvaardiging achteraf, om een voorstel te doen dat eigenlijk het HBO direct afknijpt. Ik vind dat echt heel bijzonder en eigenlijk wel spijtig. De voorzitter: Mevrouw Hamann.
Mevrouw Hamann: Wij vinden het ook heel erg jammer en zeer verbazingwekkend, want we hadden toch echt de indruk dat dit HBO-initiatief op goede samenwerking en sympathie in de stad kon rekenen. Maar nu hoor ik dat Rivas gezegd heeft “wij doen niet mee” en de stuurgroep van het IAC vindt het ook niks. Nou, dat is even schrikken! Ik zou de notulen graag ontvangen van die bijeenkomst, als dat genotuleerd is, zoals de wethouder aangaf. Dan worden wij graag volledig geïnformeerd over hoe dit ligt. De voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik sluit me aan bij de vorige twee sprekers. Ik vind het erg onfatsoenlijk om op deze manier over mensen te praten, ook omdat die zichzelf hier niet kunnen verantwoorden of verdedigen. De voorzitter: Mevrouw Pellikaan. Mevrouw Pellikaan: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij hebben in B&A, en ook vanavond, benoemd dat wij de steun waarvan wij hadden gehoord dat die zou zijn toegezegd, niet hebben teruggezien in de intentieverklaringen, want die zijn niet getekend met het bedrijfsleven of instellingen. Dat heeft het college ook zo opgenomen in het raadsvoorstel. Dus ja, deze geluiden waren volgens mij al bekend en hadden anders, dan wel zelf geredeneerd kunnen worden. Dat wil ik wel even toegezegd hebben. Dank u wel. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, toch even.
Ik hoor dit allemaal met verbazing aan en ik vind het ook kwalijk dat de wethouder nu ineens uit de hoge hoed een aantal partijen noemt die zich zouden hebben teruggetrokken, waarmee hij ineens een diffuus beeld G - 35
creëert over dit initiatief. Dat vind ik echt kwalijk, want dat hadden we op een heel andere manier samen met die partijen in I&O’s en B&A’s toe moeten werken naar deze vergadering. Ik kan u alleen zeggen – veel meer woorden wil ik hier niet aan vuilmaken, want dit is gewoon kwalijk – dat ik zelf de directeur/directrice van HBO Drechtsteden, nota bene een instantie die deze opleiding draagt en gaat exploiteren, heb gesproken, die nog steeds volledig achter deze opleiding staat. Ik wil u daarom met klem verzoeken om dit recht te zetten en anders moeten we die partijen maar uitnodigen in een sessie, zodat we het zelf van hen kunnen horen. Natuurlijk kunnen er partijen zijn in de stad die misschien wat twijfels hebben, soit, maar om nu zo aan cherry picking te gaan doen en dit beeld te creëren, vind ik kwalijk en een bestuurder onwaardig. De voorzitter: Mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Ja, daar kan ik me eigenlijk bij aansluiten. Ik heb vanuit het IAC andere signalen gekregen en ik vind dit diep-triest. Ik weet niet zo goed hoe je ermee om moet gaan. De voorzitter: Wethouder Van Doesburg. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. Daar reageer ik natuurlijk graag op.
Wat ik hier doe, is een opvatting die bij een groot deel van de raad lijkt te liggen van “er is hier heel veel draagvlak voor”, daarvan zeg ik: nou, doe niet de redenering van “het komt uit de stad, dus iedereen wil het, er is heel veel draagvlak voor”. Daarvan zeg ik: nee, dat draagvlak is niet unaniem. Dat is voor ons reden om extra eisen te stellen, waaruit je zou kunnen zeggen: dat bewijst het draagvlak en de haalbaarheid. Honderd procent draagvlak is ook helemaal niet een vereiste. We hebben het hier over innovatie, vernieuwende ideeën, en dan is het misschien zelfs wel prima dat sommige mensen er tegen zijn, want dat bewijst misschien wel dat het een goed idee is. Daar gaat het helemaal niet om. Het feit dat ik deze zaken nu hier benoem heeft wel te maken met hoe dit proces gelopen is. Juist omdat de B&A’s gelopen zijn zoals ze gelopen zijn is eigenlijk de HBOdiscussie aan de IAC-discussie geknoopt en vorige week kon het niet anders dan dat het ook in de stuurgroep IAC op die manier besproken moest worden. Dus heel recent is deze informatie specifiek tot mij gekomen. En als het dan gaat over de directeur van HBO Drechtsteden die de heer Tekir noemt, ja, ik heb het over de bestuurder die daar nog altijd eindverantwoordelijk voor is en de baas is, en die mij ook gevraagd heeft dit te melden aan u. Ook dat kunt u teruglezen in die notulen.
Er was ook nog een vraag van de mevrouw van de SP over de bijdrage, want die zegt “we hebben moeite met de hoogte van die bijdrage, kan de gemeente daar nog iets in doen?”. Dat wordt heel ingewikkeld natuurlijk, want dat betekent dat de investeringen en de risico’s die je draagt nog veel groter worden. Overigens is dat ook iets wat je, als je kijkt naar de businesscase, moet opmerken. Er zitten ook concrete risico’s in, die wij gezien hebben en op basis waarvan we ook zeggen: is cofinanciering in de exploitatiefase wel cofinanciering als dat alleen maar betekent dat bedrijven mogelijk delen van het programma gaan overnemen, of collegegeld gaan overnemen? Is dat dan cofinanciering? Cofinanciering zou toch ook in die voorinvesteringsfase tot uiting moeten komen. Een concreet risico dat in de huidige businesscase zit is dat je ziet dat ze in 2024 al rekenen met een volledige 500.000 euro aan opbrengsten vanuit de studentenbijdragen, het G - 36
collegegeld. Dat betekent dat je rekent met een uitstroom van 0%. De uitstroompercentages in het HBO zijn hoog, in een particuliere HBO vaak wat lager, maar ze zijn er. Elke vijf studenten minder, als er in het vierde jaar maar 20 studenten zitten in plaats van die 25, is 25.000 euro minder collegegeld. Dat zijn allemaal risico’s in de businesscase waarvan wij denken dat wij die niet als gemeente alleen maar kunnen afdekken. Dat zou gewoon een te grote verantwoordelijkheid voor alleen de gemeente als dragende partij zijn. Juist omdat wij de cofinanciering zo belangrijk vinden om het draagvlak voor dit idee te ondersteunen, wil ik negatief adviseren over het amendement van D66, omdat de cofinanciering daarin te onzeker en te onduidelijk is verwerkt en die is ook te laag. Het amendement van de Partij van de Arbeid vind ik lastig. Ik snap wel dat zij die keuze maken, want ik geef toe dat wij een ingewikkeldheid ingebouwd hebben in ons collegevoorstel door te zeggen: die 60.000 euro komt, maar aan het eind van de pipeline, eerst moeten alle anderen die cofinanciering maar eens laten zien. Ik begrijp dat dat een ingewikkelde kan zijn, want hoe kun je dan verder? Ik zie wel dat dat in het amendement van de Partij van de Arbeid gerepareerd wordt, dus daar zou ik dan ook wel positief over kunnen zijn.
Tegelijkertijd bouwt het dan ook weer op tot die anderhalve ton en die moeten we dan ook maar weer zien te vinden in de begroting. Ik twijfel erover, maar als ik het geluid van de hele raad hoor, dan denk ik dat de hele raad wel ongeveer vindt dat het wel een beetje meer mag zijn, dus wie ben ik dan om te zeggen dat het anders zou moeten zijn? Daarom wil ik de beoordeling daarvan, of de stemming, gewoon bij de raad laten. Ik denk dat ik hiermee alle belangrijke punten heb behandeld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Onvlee een ordevoorstel wil doen. De heer Onvlee: Ja, dank u wel. Ik zou graag even willen schorsen, ook omdat een aantal partijen de indruk wekt dat het uitgesteld moet worden door met partijen in gesprek te gaan. Dat vind ik allemaal ingewikkeld, dus ik moet er even over nadenken, vandaar dat ik een schorsing op prijs zal stellen. De voorzitter: Hoe lang wenst u te schorsen? De heer Onvlee: Zullen we tot kwart over tien doen? De voorzitter: Dat kunnen we dan meteen combineren met een koffie- en theepauze. Ik schors de vergadering (22.02 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (22.16 uur). Ik geef wethouder Van Doesburg het woord. Wethouder Van Doesburg: Ja, voorzitter, dank u wel.
Als informatie later komt, begrijp ik dat het als een verrassing over kan komen, waardoor u snel moet schakelen, en dat een deel van de raad er behoefte aan heeft om daar meer tijd voor te nemen. Dat zou een argument kunnen zijn om dit voorstel van de agenda te halen. Laat ik er heel helder over
G - 37
zijn: de informatie is ook voor mij heel vers, het laatste bericht kreeg ik één minuut over zes vandaag, de andere berichten pas na de eerste B&A – een deel daarvan, daar kunt u de notulen van de tweede B&A op naslaan, heb ik in de tweede B&A benoemd. Ik kan me goed voorstellen dat er behoefte is om daar gewoon wat meer tijd voor te nemen, om bijvoorbeeld met belangrijke stakeholders, ook met een aantal fractievoorzitters/woordvoerders, daar eens over verder te spreken, zodat u dat geluid ook echt zelf uit de eerste hand kunt horen. Daar is dan tijd voor nodig en zou het van de agenda moeten. Ik kan daarmee leven, en ik denk de stichting ook, maar het is aan u om dat besluit te nemen. Dat leg ik voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het voorstel is om het nu van de agenda te halen, zodat er informatie gedeeld kan worden met betrekking tot hoe relevante partijen erin staan. Ik geef allereerst mevrouw Molengraaf het woord. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik kan daar goed mee leven, voorzitter, en hoewel ik nu niet even met mijn fractiegenoot kan overleggen, denk ik dat voor hem hetzelfde geldt.
Wat ik wel jammer vind is dat, als die informatie al vóór de raadsvergadering bekend was, en ik begrijp van de wethouder dat sommige informatie ook tussen de B&A-sessie en de raadsvergadering duidelijk werd, de wethouder vergeten is ons daarover te informeren, want dan hadden we dit hele toneelstuk kunnen vermijden. Maar ik kan leven met uitstel. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Heel jammer dat er ineens een heel mistig beeld is gecreëerd over wie dit initiatief nu wel en niet zou steunen, en de namen die daarbij worden genoemd. Heel opmerkelijk allemaal. Ik heb voor mij in ieder geval een getekende intentieovereenkomst van HBO Drechtsteden en ik moet heel erg mijn best doen om dat dan te rijmen met dat de steun ingetrokken zou zijn. Maar goed, belangrijk voor nu is, denk ik, dat de raad een afgewogen oordeel zal moeten vormen om tot een besluit te komen. Dat kan niet in deze mist, dus daarvoor hebben we meer informatie nodig. Ik zou die informatie graag nu zelf als raad tot me willen nemen, dus laten we als raad met de belangrijke stakeholders een sessie beleggen en dan maar zelf aanhoren wat er speelt, en laten we de deelnemers daaraan ook niet zelf bepalen, maar in overleg met de stichting. Ik hoop dat dat mogelijk is, want zoals het nu gaat doet onze lokale besluitvorming niet goed. De voorzitter: Dank u wel.
Ik hoor in ieder geval een oproep vanuit de raad om in gesprek te gaan met de verschillende actoren. Dat moeten ze dan natuurlijk zelf ook wel willen, dus dat zal de wethouder wel moeten vragen. Maar sowieso moet er duidelijkheid zijn over hoe ze erin staan. Het zal afhankelijk zijn van de verschillende partijen of ze dat schriftelijk of mondeling willen doen. In ieder geval zal die informatievoorziening richting de raad er komen. De heer Oostrum heeft nog een vraag aan de wethouder. De heer Oostrum: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb er wel begrip voor dat het gezien de situatie nu wordt uitgesteld, maar leidt dat niet tot een enorme vertraging voor de stichting G - 38
om het onderwijs op poten te krijgen en gaan we dan de zaken niet nog een keer een jaar vertragen? De voorzitter: Ik geef zo de wethouder het woord. Nog even mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ik ben het eens met de heer Tekir: goed om met partijen te gaan praten. De wethouder had over notulen en zei dat we die kunnen krijgen. Ik wil graag klip en klaar toegezegd krijgen dat die notulen naar ons toe komen, want ik wil graag weten wie wat gezegd heeft. De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Ja, voorzitter. Een burgerinitiatief dat uiteindelijk zo groot naar voren wordt gebracht en een groot besluit vraagt, vraagt ook om zorgvuldigheid. Ik kan de wethouder goed volgen. Prima om met alle partijen het goede gesprek te hebben, zodat het naar een goede besluitvorming kan op het moment dat het ook rijp is voor die besluitvorming. De voorzitter: Dan geef ik wethouder Van Doesburg nogmaals het woord. Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. De heer Oostrum vroeg of dit tot uitstel zal leiden in de uitwerking van de businesscase. Ja, die kans is er natuurlijk, maar het is aan de stichting om te beoordelen hoe erg of hoe ingewikkeld zij dat zelf vindt. In de laatste gesprekken die ik met de kwartiermaker gevoerd heb, nog drie deze week alleen al dacht ik, lijkt mij dat ze daar best voor open zouden staan.
De notulen waarnaar gevraagd is zullen, zoals ik al eerder heb gezegd, worden toegezonden. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dan concludeer ik dat agendapunt 7.b nu van de agenda wordt afgevoerd en dat we op een ander moment in overleg met de agendacommissie een nieuw momentum in gaan plannen om over dit dossier verder te spreken. 7.c Lange Termijn Financiering, uitgifte aandelen Stedin (2021-743969)