210413 Concept Verslag extra Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Wij zijn wel kritisch geweest, al in de andere sessies, over het gebied bij Avelingen, omdat dat een natuurgebied is. Het wordt lastig om daar participatie op toe te passen, dat hebben wij toen ook aangestipt, maar het is ook heel belangrijk gebied vlak bij Gorinchem – de insprekers hebben daar ook al het een en ander over gezegd –, dus ik denk dat de wethouder wel duidelijk heeft gekregen dat eigenlijk niemand staat te trappelen dat het daar aangetast wordt door een windmolen. Dan kort nog iets over participatie. Het is een heel lastig gebeuren, dat hoor je nu weer. Aan de ene kant zijn er heel veel sessies georganiseerd, aan de andere kant beklagen mensen en bedrijven zich erover dat ze er nooit wat van gehoord hebben. En dan denk je: waar gaat dit nou mis? Een extra inspanning ook op dat gebied is hard nodig, want hoe dichter het bij komt – daar heeft de heer Oostrum gelijk in –, hoe meer mensen ineens wakker zullen schrikken, en ik denk sommige raadsleden ook, als ik de bijdragen zo hoor van “o, maar als het er zó uit gaat zien, dat is wel heftig!” Voorzitter. Dit vraagt inspanning, in tijd en in inzet, maar ik heb gisteren het een en ander op tv erover gezien en er zijn projecten waar men heel succesvol participatie heeft toegepast, niet dat iedereen het overal over eens was, maar uiteindelijk is dat proces wel goed gelopen.
Ik heb daaruit in ieder geval opgemaakt dat lokaal eigenaarschap, bijvoorbeeld bij windmolens, en transparantie over “wat ga je nou precies waar doen?”, twee heel belangrijke succesfactoren zijn. Dus dat wil ik de wethouder meegeven. Voorzitter. Wij hebben benadrukt, en dat wil ik nu ook weer doen, dat wij één groot risico zien bij dit hele verhaal. Wij zijn heel druk bezig met de RES, wij zijn heel druk bezig met participatie en moeilijke gesprekken en uiteindelijk zegt de provincie Zuid-Holland: mwah, we zien er niet zoveel in allemaal die windmolens, we gaan er geen toestemming voor geven. Ik hoor graag van de wethouder of hij daar ook een kijk op heeft. En ik zou de wethouder willen meegeven: hou de brede blik, ga je niet blindstaren op windmolens alleen, maar hou de brede blik op de alternatieven, op de innovaties en op de besparingen. Voorzitter, tot zover.
E - 19
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen, Democraten Gorinchem. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Wat een feest om uit allerlei diverse devices aan de gang te gaan, maar goed, dat zullen alle mensen thuis die willen spreken herkennen. Laat ik beginnen met mijn waardering uit te spreken voor de mate van samenwerking tussen de twee gemeenten Molenlanden en Gorinchem. Samen hebben ze die RES tot stand gebracht. Wij juichen de ambitieuze doelstellingen toe, mede omdat we ook gaandeweg het traject geconfronteerd zullen worden met tegenvallers, dus wat dat betreft hebben we ruimte. Ik dank mijn collega’s voor alle inhoudelijke betogen; dat scheelt mij een stuk in mijn verhaal. Ik ga dat niet herhalen. Het was allemaal zeer zinvol. Dank daarvoor. Het is gebleken dat we deze mondiale energie-uitdaging/opdracht vooral niet geïsoleerd moeten en kunnen aanpakken. Wat is er gebeurd? Er is gekeken en er is onderzocht met elkaar, in onze eigen regio, maar ook – en dat wil ik toch even noemen – in samenhang met de aanliggende regio’s. Er zijn opties genoemd en het is in een strategie vastgelegd. De koers is aangegeven en, ja, dat gaat dadelijk moeilijke keuzes geven, waarbij belangen afgewogen moeten gaan worden.
Wij moeten ons als Gorinchemse raad wel realiseren dat dat niet alleen voor deze coalitieperiode is, maar ook zeker voor de komende jaren, dus laten we asjeblieft daarin ook samen optrekken. Bewoners gaven de afgelopen weken aan dat ze niet meegenomen zijn in het gelopen traject. Natuurlijk ga ik niet zeggen dat dat wél zo is, ik heb in ieder geval wel gezien dat de betrokken gemeenten daartoe wel een poging hebben gedaan. Ze hebben veel tijd en energie gestopt in het meenemen/aanspreken van inwoners en bedrijven. Ik heb die mensen ook ontmoet, in live-bijeenkomsten en ook in de Teams-bijeenkomsten. Maar dat is dus niet voldoende geweest om alle betrokkenen te bereiken. Daar moeten we dus met de uitvoeringsagenda een aandachtspunt van maken en het zal zelfs een speerpunt moeten zijn. We moeten oog houden voor de leefomgeving. Daarmee walsen we natuurlijk niet over onze bewoners heen, want we nemen hen serieus. Het gaat namelijk niet alleen over hen, we doen het juist, en vooral, vóór hen. Praat met betrokkenen, en nog eens, en nog eens, en nog eens. Mevrouw Molengraaf gebruikte net een mooie term, die ga ik mezelf eigen maken: lokaal eigenaarschap. Wij volgen de discussie rondom de veiligheidsrisico’s, met name van de windmolens, op de voet. We hebben er zojuist de heren Pellikaan en Verschoor ook over gehoord.
De Volkskrant wijdde het afgelopen weekend een heel stuk aan de geluidsoverlast. Er is op dit moment heel veel gaande over slagschaduwen, nou ja: er is heel veel. En natuurlijk moeten wij ook aandacht hebben voor de dieren en hun omgeving, want Avelingen en de Biesbosch liggen wel in elkaars verlengde. Waar wij vooral ook aandacht aan willen besteden, is dat het programma De Hofbar twee weken geleden blootlegde dat het RIVM, dat wij dan als deskundigheidsorganisatie hanteren, eigenlijk nooit zelf onderzoek heeft gedaan. Daar schrokken wij wel van, want wij denken dat er echt op Nederlands niveau ook onderzoek moet plaatsvinden, omdat wij namelijk vinden dat er veel kennis is, maar dat die kennis elkaar toch echt nog wel tegenspreekt. Soms krijg ik totaal verschillende input. Hierbij is belangrijk dat de kennis van gisteren ook heel vaak ingehaald wordt door de kennis van vandaag, dus bij de
E - 20
uitvoeringsagenda zouden wij graag ook de kennis van mórgen betrokken willen hebben. Hou de brede blik; ik citeer weer mevrouw Molengraaf. Wij doen hierbij ook een stevig appel op de landelijke en provinciale overheden, want die moeten ook mee gaan doen in deze nationale energietransitie. Het kan toch niet zijn dat de mondiale, maar dus ook landelijke opdracht, vanuit hogere overheden over de schutting wordt gegooid naar gemeenten. Wat dat betreft blijft het wat ons betreft erg stil. De 30 regio’s moesten hun eigen bod inbrengen en, ja, het ‘not in my backyard’ – het werd eerder al genoemd: het nimby-principe – ligt op de loer. Die zien we nu ook komen bij de discussie rondom de windmolens op Avelingen. Mensen op Oost zeggen “prima, bij de Avelingen”, mensen in Avelingen zeggen “nou, niet bij mij, dus misschien moeten we naar Oost”. Die zoektochten zijn wat ons betreft dan ook nog niet afgerond. Hierbij wil ik ook aansluiten op de optie die meneer Van Breemen gaf: het is een bod van de gemeenten Molenlanden en Gorinchem samen, dus ook daar moeten we de zoektocht samen gaan lopen. We komen er niet met enkel nu te zeggen wat we niét willen, want we moéten onze bijdrage leveren, anders komen we niet verder. In de uitvoeringsagenda komen deze punten terug. Tot slot, voorzitter.
We hebben en houden oog, oor en vooral ook aandacht voor die grote energieopdracht die op onze schouders rust, want wij moeten de aarde op een verantwoorde manier doorgeven aan ons nageslacht. We willen een toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen en, ja, we moeten nú aan de slag met onze kennis en kunde… De voorzitter: Mevrouw Hamann, interruptie. Mevrouw Hamann: Ja, ik kan me een heel eind vinden in het betoog van de heer Van Willigen, maar ik wil heel even aanhaken op zijn opmerking “wij moéten een bijdrage leveren aan de energietransitie”. Zeker, de Rijksoverheid heeft het land verdeeld in 30 regio’s, die allemaal hun deel moeten leveren, maar wij doen een bod van twee keer zoveel en dat moet toch niet? We kunnen toch gewoon een bod doen dat voldoet aan de vraag? Wij moéten niet twee keer zoveel, dat beslist de gemeenteraad, dat beslist de politiek hier vanavond. De heer Van Willigen: Ja, mevrouw Hamann, u spreekt uzelf hierin nu tegen, want ik heb u ook horen zeggen dat u vond dat het overbod prima was, omdat we namelijk geconfronteerd zullen worden met tegenvallers. Dat is ook exact wat ik net betoogd heb: ik vind het prima dat wij een overbod hebben en in de uitvoering zullen wij zien wat wel en niet realistisch is. En, nee, wij hoeven dan niet altijd het braafste jongetje van de klas te zijn. Wat van ons verwacht wordt moeten we leveren.
Mocht het meer opleveren, omdat dat dan ten gunste is van onze regio en onze inwoners, dan graag. Mevrouw Hamann: Dan heeft de heer Van Willigen mij toch verkeerd begrepen. Een overbod geeft inderdaad ruimte als dingen niet doorgaan, maar wij zitten twee keer hoger, en dat is wel heel erg veel, terwijl ongeveer de helft windenergie is. Wat ik nou vraag is: parkeer die windenergie nou en ga eerst eens praten met de mensen en overleggen en informeren en zo, want dan is de andere helft van het bod nog hoog genoeg om aan de vraag van het Rijk te voldoen. Dát was mijn boodschap. De voorzitter: Dat heeft u inderdaad al een paar keer gezegd.
E - 21
De heer Van Willigen: Ja, die boodschap heb ik ook gehoord. We moeten nu aan de slag met al onze kennis en kunde en dat betekent dat we met elkaar energie moeten gaan besparen, maar we moeten ook gaan opwekken én we moeten de verantwoordelijkheid pakken voor onszelf en voor het geheel. Ik wens ons heel veel wijsheid en moed toe bij het maken van die keuzes, want je ziet nu, nu de uitvoeringsagenda in beeld komt, dat we al beginnen te struikelen. Maar daar komen we met elkaar echt wel uit. De strategie ligt er en wij ondersteunen die RES 1.0 dan ook met onze genoemde op- en aanmerkingen. En we kunnen niet wachten totdat we echt overgaan naar die uitvoeringsagenda. Zoals mevrouw Stevens ook zei: er is haast gewenst, het is tijd om door te pakken. Samengevat, en vergeef me de flauwigheid, maar ik kon het niet laten: stop veel energie in onze Gorcumers, stapje voor stapje, de uitvoeringsagenda gaat enkel en alleen werken wanneer bewoners de wind in de rug voelen, en dan het liefst in de zon en zonder lastige slagschaduw. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Van Santen nog een vraag heeft. De heer Van Santen: Ik heb het verhaal van de heer Van Willigen gehoord en mijn vraag is heel simpel: is Democraten Gorinchem nu wel of niet voor die tien grote windmolens? Dat kon ik er niet helemaal uit afleiden.
De heer Van Willigen: Democraten Gorinchem hoeft daar nog geen uitspraak over te doen, omdat we daar nog niet aan toe zijn. We moeten nu eerst de strategie bepalen en in de uitvoeringsagenda zal blijken of wij die tien nodig hebben en of we ze op die plek nodig hebben. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee hebben we de bijdragen van alle fracties die aanwezig zijn gehad. We zitten alweer een hele tijd achter onze beeldschermen en daarom schors ik de vergadering tot negen uur (20.47 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (21.00 uur). We gaan verder met de beantwoording van de vele vragen die in het kader van de Regionale Energiestrategie zijn gesteld. Ik geef daartoe wethouder Kraaijeveld namens het college het woord. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Mooie reacties vanuit de fracties. De grote lijn die ik ophaal is die van steun voor de ambities die we hebben, maar met name als we inzoomen rondom wind toch de nodige aandachtspunten die zijn meegegeven. Ik zal graag de fracties langslopen, te beginnen met de VVD. Door de fractie is het beeld opgeroepen van honderd voetbalvelden. Ik heb zelf ook een voetbalachtergrond en dat is inderdaad iets wat tastbaar is. Tijdens het voortraject hierheen hebben we ook aangegeven dat wij hebben gekeken of die 50% zon op grote daken een haalbare indicatie is.
Nou, dat is gebleken en daarom hebben wij tijdens die sessie ook teruggegeven dat we daarin zijn bevestigd. We hebben wel meegegeven dat dat een reële inschatting is, maar we weten ook dat het daken zijn van veel andere
E - 22
eigenaren, die er ook mee moeten instemmen, waarbij ook nog het risico bestaat dat sommige daken misschien toch niet stevig genoeg zijn. Oftewel: er is flink werk te verzetten om, zeg maar, het agendapunt ‘zon’, een van de vijf pijlers in dit RES-document, ook echt zó neer te zetten dat we 50% van alle grote daken in de regio in 2030 hebben bereikt. Dat is al erg ambitieus, maar toch wel iets wat we haalbaar achten. Dus dat even ten aanzien van de vraag van de VVD. Concreet: zijn er WOB-verzoeken ingediend? Die zijn er. In de sessie had ik aangegeven dat het er één was, inmiddels zijn er twee binnen. Dat gaan we natuurlijk netjes op een rij zetten en beantwoorden, waarna u daarover te zijner tijd wordt geïnformeerd. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik heb twee vragen. Over het eerste traject heb ik de wethouder horen zeggen dat het misschien veel inspanning vereist, maar als je het over die windmolens hebt, heb je het ook over veel inspanning. Wat is dan volgens de wethouder de makkelijkere weg: om die bedrijven te benaderen en daar te gaan kijken, of toch die windmolens te gaan plaatsen? En het tweede, over die WOB-verzoeken, vind ik eigenlijk wel een heel makkelijk antwoord: ja, we hebben ze ontvangen. Maar wat kunt u daar nu over zeggen? Wat vindt u daar zelf van en hoe ziet u dat hele verhaal van die WOBverzoeken? De voorzitter: Dank u wel.
Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel. Ten aanzien van die laatste vraag: als het gaat over wind en dat soort zaken, weten we allemaal dat dat ontzettend leeft. Iedere inwoner in onze stad heeft gewoon het recht, of de mogelijkheid, om een WOB-verzoek te doen. Zo’n verzoek krijgen we in verschillende maten en op verschillende fronten, ook op dit verhaal. Daar hebben we ons toe te verhouden en daar gaan we ook netjes mee om. Dat even ten aanzien van dat punt. Het eerste punt… De heer Van Santen: Voorzitter! De voorzitter: Gaat het over hetzelfde punt? Als u het niet voldoende vindt, kunt u uw vervolgvraag in tweede termijn stellen, anders blijven we continu interrumperen. U heeft nu uw punt gemaakt en tenzij u een ander punt heeft, gaat de wethouder zijn betoog nu vervolgen. De heer Van Santen: Ik heb inderdaad wel een punt gemaakt, maar ik kreeg hetzelfde antwoord. Ik zal het nu in mijn tweede termijn nog een keer proberen. De voorzitter: Prima. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: De andere vraag die werd gesteld was: hoe duidt u de ambitie van zon ten opzichte van wind? Ja, dat is toch wel even een integraal antwoord. We zijn natuurlijk gestart vanuit allerlei participatietrajecten.
U weet dat we van het Rijk de vraag gesteld hebben gekregen: op welke manier kan deze RES-regio, een van de 30 RESregio’s, zijn verantwoordelijkheid nemen op het gebied van zon en op het gebied van
E - 23
wind? Dat is eigenlijk ‘sec’ de vraag die het Rijk graag beantwoord wil zien, maar u weet ook, ook vanuit de participatie, dat we breder willen kijken, want als we stevig energie weten te besparen, scheelt dat natuurlijk ook heel veel duurzame opwek. Nou, die is er ook in mee gewogen. Ontzie innovaties niet, was ook een punt vanuit uw fractie dat u toen duidelijk heeft gemaakt en waar we ook steeds oog voor hebben. De koppeling met warmte is nadrukkelijk daarin benoemd, want u weet ook: op het moment dat we de warmte niet goed inregelen, zullen we heel veel extra elektriciteit nodig hebben, wat we allemaal in de toekomst duurzaam zullen moeten opwekken. Dat gaat hand in hand. Vanuit die integraliteit hebben we vanuit die vijf sporen dit nu ook gedaan, waarbij eigenlijk op al die sporen een flinke ambitie zit. In die zin is ‘zon’ in mijn beleving net zo ambitieus als de windtrajecten. Het is wel zo dat ‘zon’ in dezen natuurlijk heel veel daken betreft. U sprak terecht over 67 hectaren. Dat zijn heel veel dakeigenaren die we willen proberen te motiveren, te stimuleren en te ondersteunen om die stap te zetten. En als het gaat over de windopgave, hebben we het natuurlijk over twee zoekgebieden als we het hebben over Gorinchem. Dus dat zijn weer gerichte projecten, maar u weet ook dat het zeer intensieve projecten zijn, die we op een goede manier willen invullen.
Dat even ten aanzien van de VVD. Gorcum Actief heeft een terecht punt aangeroerd: waar staat de provincie nu precies op het gebied van het Groene Hart? Wat wij hebben gedaan vanuit de concept-RES, die in brede meerderheid in twee raden is aangenomen, is dat wij als colleges aan de slag zijn gegaan met de verdere uitwerking, om tot een verrijkt en verdiept document te komen, zoals hier nu ook voorligt. De concept-RES is ook langs het waterschap gegaan en de provincie, en die hebben ons zienswijzen meegegeven. Het waterschap had geen zienswijze, die waren akkoord, Provinciale Staten hebben ons op verschillende punten zienswijzen meegegeven en die hebben we ook op al die punten van antwoord voorzien. Zij konden er ook op een heleboel fronten in meegaan, met uitzondering natuurlijk van het algemene punt van wind, want dat laat op dit moment het provinciale beleid niet toe. Dat is ook iets wat we samen, en we zitten in een gezamenlijke projectgroep, waar ook de provincie bij aangesloten is en andere partijen, die dit coördineren, goed met elkaar bespreken.
Op het moment dat twee raden dit RES-document vrijgeven gaat het ook naar Provinciale Staten en is expliciet aan hen de vraag of zij het proces dat wij hier hebben gevolgd met allerlei participatie, met de balans die in het document zit op die vijf pijlers, ook kunnen steunen vanuit de provincie, wat ook betekent dat zij bereid zijn om hun omgevingsbeleid daarop aan te passen. Het zit ook bij ons als gemeente, er zit namelijk ook nog een vervolgtraject bij deze RES 1.0…. De voorzitter: De heer Onvlee, interruptie. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. De wethouder geeft het traject richting de provincie aan. De aanleiding hiervoor is natuurlijk ook dat de bedrijven op Avelingen de behoefte hebben om energieneutraal te worden. Dus er is een noodzaak. In hoeverre steunen die bedrijven nou dit plan, ook richting de provincie, en zorgt dat voor extra draagvlak? Wethouder Kraaijeveld: Wij hebben een aardig proces achter de rug met diverse sessies met verschillende bedrijven op de Avelingen, die er uiteindelijk toe hebben geleid dat de E - 24
bedrijven hier kansen en mogelijkheden zien. Dat heeft ook geresulteerd in een position paper, om al in een eerder stadium aan de provincie aan te geven van: geef duidelijkheid over dit gebied, kunnen we daar ook mee verder? Maar inmiddels heeft u ook gehoord dat niet alle bedrijven er laaiend enthousiast over zijn. Dat verschilt ook per bedrijf dat daar zit. Een bedrijf dat op dit moment meer energieverbruik heeft en uiteindelijk naar die duurzame toekomst moet, maar ook wil, zit er natuurlijk iets enthousiaster in, laat me zeggen, of ziet iets meer mogelijkheden dan andere bedrijven die wellicht nog niet direct die belangen daarvoor ervaren. Op die manier zijn we in gesprek en merken we nu ook dat verschillende andere bedrijven die inmiddels hiervan op de hoogte zijn, er op dit moment negatiever naar kijken, maar dat is ook een onderdeel van het vervolg en de besprekingen die we zullen moeten voeren. Ik ga zelf ontzettend graag het gesprek daarover aan, om te kijken waar precies de zorgen zitten en of er hier en daar wellicht ruimte is om zorgen weg te nemen. De voorzitter: De heer Roeland, interruptie. De heer Roeland: Ja, ik vraag me af welke bedrijven dan benaderd zijn. Is dat bijvoorbeeld Damen, of Vreugdenhil? Wethouder Kraaijeveld: Ja, dat is correct, en er zijn er nog een aantal. Inmiddels is duidelijk dat Damen er nu op een andere manier naar kijkt.
Daar komen we ook weer opnieuw over te spreken. Dus het kan ook wisselen hoe bedrijven erin zitten, dat is ook gewoon onderdeel van het traject dat we lopen. Ik snap aan de ene kant dat mevrouw Hamann het jammer vindt dat het nu alleen over wind gaat in de stad, aan de andere kant is dat ook goed. Wij hebben van u de opdracht meegekregen om hier zo intensief mogelijk over te spreken. Sinds de concept-RES hebben we vanuit een participatieplan en allerlei sessies en webinars geprobeerd inwoners zo goed mogelijk hierop mee te nemen, waarbij we natuurlijk allemaal beseffen dat we niet iedereen mee hebben kunnen nemen, en dat zal in de toekomst ongetwijfeld ook zo zijn, maar die intentie blijven we zeker hebben. We blijven open het gesprek daarover aangaan. We zijn, denk ik, ook heel duidelijk geweest, en daar refereerde een fractie ook aan, dat de RES zoals die nu voorligt hartstikke concreet is gemaakt, een van de meest concrete in ieder geval van Zuid-Holland begrijp ik, maar ook wel landelijk, en dat was ook wel bewust vanuit uw opdracht van “joh, ga dat gesprek ook aan met inwoners en betrokkenen en bedrijven”, om aan te geven: het zijn zoekgebieden, maar we willen wel aangeven dat we denken aan wind, dat we denken aan zeven tot tien windturbines in twee zoekgebieden, daar willen we gewoon open over zijn.
We hebben ook richting de omliggende gemeenten dat gecommuniceerd en hen uitgenodigd daarover mee te denken. We hebben dialoogsessies hierop gehad, waarbij het ook helder is dat niet iedereen er enthousiast over is, maar er zijn ook inwoners en bedrijven die de kansen hiervan zien, of er positiever in staan, of aangeven van “ja, ik voel toch die verantwoordelijkheid richting de toekomst”. Dat alles bij elkaar brengen we samen en daar informeren we u natuurlijk ook over. In die zin ben ik ook wel blij dat het op deze manier weer duidelijk is gemaakt naar onze inwoners, en daar hebben we ook weer het gesprek over. Dus het is ook weer een aanleiding om de dialoog goed te voeren en dat we ons allemaal goed bewust zijn, en
E - 25
ik denk dat wij dat al waren vanuit het gemeentebestuur, maar dat we ook breder bewust zijn van “oké, we hebben het echt over wind in deze opgave”… De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ja, toch even over de zoekgebieden. Bij die zoekgebieden hebben we aanvankelijk gesproken over de corridors van de snelwegen, later is Avelingen genoemd. Een deel van de mensen zal het misschien wel weten, en een deel zal het niet weten. Ik heb vanavond ook horen zeggen… De voorzitter: Mevrouw Hamann, kunt u uw vraag stellen? Interrupties moeten echt even kort, anders verzoek ik u het op te sparen voor de tweede termijn. Mevrouw Hamann: Er is gezegd: waarom alles in Gorinchem, tien van die grote molens, is dat niet goed uitonderhandeld met bijvoorbeeld de gemeente Molenlanden? De voorzitter: Is dat uw vraag? Mevrouw Hamann: De vraag is: waarom op Avelingen? Heeft dat te maken met de infrastructuur die er op Avelingen al is, oftewel de invloed van Stedin en Eneco, die aangeven: nee, die windmolens moeten op Avelingen, want daar hebben we al infrastructuur? De voorzitter: Dank u wel.
Waarom Avelingen, wethouder Kraaijeveld? Wethouder Kraaijeveld: Waarom Avelingen: omdat, zeg maar, een aantal bedrijven daar die grondposities hebben, maar ook Staatsbosbeheer die daar een grondpositie heeft én Rijkswaterstaat én het Rijksvastgoedbedrijf hier mogelijkheden zagen om daarin wat te betekenen. We zijn daarmee ook een pilotgemeente geworden, een van de tien in Nederland, waarin het Rijk op deze manier ook ons ondersteunt, om te kijken van: wat is dan hier mogelijk en wat zou er ook niét mogelijk zijn? Op die manier zijn we daarmee aan de slag, vandaar ook dat dat logischerwijs naar boven kwam. Daarnaast is er natuurlijk ook vanuit netcapaciteit naar gekeken. In het RES-voorstel staan ook de afwegingen die we allemaal hebben gemaakt van “waarom zoomen we op dit moment in op deze twee gebieden?”. Dat heeft te maken met de drie scenario’s van waaruit we zijn begonnen. ‘Kijk vooral naar de infrastructuur’ was een belangrijke, ‘kijk ook waar er gebruik is’, zodat je daar, zeg maar, ook niet extra netcapaciteit hoeft te maken en zoveel mogelijk in bedrijven of in woningen uiteindelijk de energie ook kwijt kan, ‘kijk langs vaarwegen’ en als het gaat over gebruik, kom je automatisch meer bij de bedrijventerreinen, dat je daarnaar kijkt. Daarnaast liggen bedrijventerreinen gemiddeld ook op relatief grotere afstand van woonwijken.
Dat alles bij elkaar maakte dat we uiteindelijk tot deze twee zoekgebieden kwamen. De heer Roeland van Stadsbelang had een goed punt als het gaat om de aanplant van bomen en hoe je daarnaar kunt kijken. Het lijkt me goed om daar in de uitvoeringsagenda, zoals die ook in het raadsvoorstel is benoemd, verder mee aan de slag te gaan en dat als punt op te nemen. Wij zijn natuurlijk nu al in het kader van biodiversiteit breder aan het kijken, ook naar dit soort onderdelen, maar het lijkt me goed om ook in de bomenopgave daarmee aan de slag te gaan. Recent hebben we een tiny forest geopend, dus op allerlei E - 26
manieren proberen we al stapjes op die lijn te zetten. Maar u heeft helemaal gelijk: bomen zorgen voor meer verkoeling, nemen veel CO2 op en dat kan natuurlijk ook een onderdeel zijn in de totale energiemix. Als het gaat over de molens, heb ik naar mijn idee aangegeven dat we op die manier steeds open hebben aangegeven waar we aan denken. In het vervolgtraject zal natuurlijk helder moeten worden hoe dat echt uitpakt. Als twee raden de RES 1.0 vanavond omarmen en er verder mee aan de slag gaan, gaat het naar het waterschap en naar de provincie. Dan horen we van de provincie of die, zeg maar, ook de lijn kan steunen en dan komen we in de volgende fase waarin we een verdere verkenning gaan doen van deze zoekgebieden, en er zit een heel traject aan vast om te komen tot een omgevingsvisie, tot een omgevingsplan en uiteindelijk een omgevingsvergunning, waarbij u als raad natuurlijk steeds aan zet bent en in the lead bent. Op die manier komen we steeds bij u terug. Het CDA had het over innovatie, aquathermie en geothermie, terechte punten, die we natuurlijk ook hebben benoemd om daar aandacht voor te hebben. Als het gaat over aquathermie: dat hebben we zeker in het vizier. Ik zei net al iets over het belang van goed inregelen van warmte. We hebben een transitievisie warmte waarmee we dit jaar aan de slag zijn.
Na de zomer komen we bij u terug op welke manier we denken de wijken in Gorinchem te kunnen verduurzamen. Daar zit dit soort zaken allemaal in, en ook wel de mogelijkheid om zoveel mogelijk duurzame bronnen daarin te hanteren. Recent heeft u natuurlijk zelf het mooiste voorbeeld mogelijk gemaakt als gemeenteraad, door dat in de Gildenwijk al voor bijna duizend woningen te doen met, zeg maar, de restwarmte vanuit de rioleringen en de afvalzuivering en daarnaast ook een stukje aquathermie dat daarin is opgenomen. Op die manier hebben we dat zeker in beeld. Geothermie is gewoon een lastigere, omdat je daar een flink volume aan warmtenet voor nodig hebt. Nou, dan zijn we zeker al tien, vijftien jaar verder. Wil het, zeg maar, interessant worden om uiteindelijk echt te gaan boren, en we zitten in een kansrijk gebied, dan zul je eerst, zeg maar, een flink aantal woningen op die manier op het warmtenet aardgasvrij hebben moeten gemaakt. Dus we hebben hem ook op het netvlies, maar die zit wel wat meer op langere termijn, en dan moet je eerder denken aan ná 2030. D66 had ook een mooie bijdrage. Bottom-up inderdaad, dat is ook wat we steeds proberen te doen. Misschien is het ook wel goed om nog even te wijzen op de voucher die we naar ieder huishouden hebben gestuurd.
Die zijn nog steeds beschikbaar om voor 45 euro maatregelen te kunnen nemen, dus ik wil graag nog even de kans pakken om die oproep te doen. Daar zijn we ook wel begonnen met de inwoners in een minimasituatie. Dat meteen even naar de SP toe. Dus op die manier zijn we al aan de slag met inwoners: op welke manier kun je verduurzamen? We hebben inmiddels al meerdere webinars gehad rondom het isoleren. In de winterdagen die we gelukkig hadden konden er heel veel warmtecans gemaakt worden, ik geloof dat zo’n 250 inwoners er gebruik van hebben gemaakt. Daar hebben we een sessie voor gehad recentelijk, dus die zijn aan het nadenken over wat zij kunnen doen op dit moment in hun woning om dat te doen. Dus we zijn ermee bezig, alleen in het uitvoeringsprogramma zal dat natuurlijk breder neergezet moeten worden met het oog op 2030. De wind op zee hoor ik regelmatig terug, ook vanuit bedrijven, en vanuit die optiek snap ik dat ook. Alleen, het is niet de vraag die ons vanuit het Rijk is gesteld. Het is wel zo dat het Rijk vol inzet op wind op zee. Vanochtend nog stond er een artikel in het AD met de E - 27
ambitie om 4800 windturbines op zee in verschillende windparken te gaan vormgeven. Daarin werd ook duidelijk gesteld dat geloof ik nog maar twee uur van de vierentwintig uur duurzaam wordt opgewekt. Dat betekent dat er nog een enorme opgave is in duurzame opwekking via wind op zee, maar ook op land. Vanuit de klimaattafels is beoogd dat ook dat een onderdeel is op landelijk niveau om tot die verduurzaming te komen. En wij hebben nu de vraag als RES-regio op welke manier wij dat dan invullen. Zo zit dat hier dan ook in. De heer Hassouna maakte de vergelijking dat, als we het naar inwoners onttrekken, wij dan één turbine nodig zouden hebben. Wat wij in deze RES gedaan hebben, en in het hele voortraject, is kijken hoeveel energie we verbruiken. Ondanks dat we een kleine stad zijn in een kleine regio, zitten we relatief hoog met ontzettend waardevolle bedrijven, industrie, en daarmee ook een bovengemiddeld aantal banen waar we ontzettend dankbaar voor moeten zijn, maar dus ook met een hoger energiegebruik relatief, met een aantal grote bedrijven daarin. Dat maakt ook dat we een hogere ambitie hebben, om dat uiteindelijk ook energieneutraal te maken. Daarnaast weten we ook dat we met snelwegen en vrij veel mobiliteiten te maken hebben in ons gebied: veel vervoersbewegingen die allemaal zijn meegenomen uiteindelijk om dat te doen.
Dat is ongeveer 8500 terajoule, als ik het goed heb, en daar is de ambitie van om dat terug te brengen met 20%. En dan nog, zeg maar, hebben we alle daken nodig als het maar even kan om vol te leggen en dus ook het onderdeel wind nodig om dat goed te doen. Daarbij is het ook goed om te zeggen dat wind en zon elkaar enorm kunnen versterken. De voorzitter: Interruptie de heer Van Willigen. De heer Van Willigen: De laatste tijd barst de discussie rondom de datacentra ook los, bedrijven die heel veel energie vragen. In hoeverre durft u bedrijven aan te spreken op het feit dat zij veel energie gebruiken en welke verantwoordelijkheid zij daarin hebben, ook naar onze stad? In hoeverre is dat onderdeel van uw gesprek? Wethouder Kraaijeveld: Dat is onderdeel van het gesprek. Ik weet nog dat we u in de aanloop naar de concept-RES samen met Vreugdenhil hebben mogen bijpraten in een van die sessies en toen heb ik er ook aan gerefereerd dat, als een Vreugdenhil erin slaagt om bijvoorbeeld in 2030 klimaatneutraal te zijn, en zij hebben flinke ambities op dat vlak, dat hetzelfde is als 6000 huishoudens. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een Corbion, dat ongeveer op 3000 huishoudens zit en ook al een flink ambitieniveau heeft op het gebied van de energieneutraliteit, maar overigens ook op het gebied van global goals, waar ze ook internationaal in scoren.
Op die manier hebben we daar gesprekken mee en ze zijn ook bereid om met ons mee te denken. Mochten ze in de toekomst bijvoorbeeld nog energie over hebben, dan zou dat misschien ook restwarmte kunnen zijn die we goed kunnen benutten, bijvoorbeeld voor de Gildenwijk, of voor de Arkelsedijk. Op die manier hebben we daar constructieve gesprekken mee. De heer Van Willigen: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld: Dan even het fair share-punt dat de heer Hassouna maakte. Afgezet tegen het gebruik dat we hebben betekent het dat we meer duurzame energie op te wekken hebben en dat hebben we geprobeerd hier zo uitgebalanceerd mogelijk neer te E - 28
zetten. Ambitieus, zeker, maar ook haalbaar en realistisch in onze beleving. Dat hoor ik ook breed in uw raad terug. Wat betreft zon en wind, zijn wij als RES-regio extra doorgelicht door Stedin, om, als het lukt, een aantal windmolens neer te zetten, na te gaan hoe dat, zeg maar, gaat met zon en de impact op het net. Als we alles met zon zouden doen, zou dat een enorme impact hebben op het net, waarbij ook extra maatschappelijke kosten zouden komen kijken, allemaal kosten die wij met elkaar moeten opbrengen. Daarom is het van belang goed te kijken wat het betekent voor de netcapaciteit, want als we het niet optimaal weten in te richten, gaat het ons op miljoenen hogere maatschappelijke kosten zetten. Vandaar dat we Stedin al in een vroegtijdig stadium hebben betrokken bij en laten meedenken in het bod dat er nu ligt. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik hoor de wethouder nu zeggen dat te veel zonne-energie lastig kan zijn voor het net. Hoe ziet hij dat dan met windenergie? Want dat gaat ook over het net. Wethouder Kraaijeveld: Dat is best een technisch verhaal, en dat is ook al opgenomen in het stuk van Stedin. Het heeft ermee te maken dat zon een grotere impact heeft, qua belasting, op het moment dat de zon schijnt, op het net.
Dat ligt hoger dan wind… De voorzitter: Ik stel voor, wethouder, dat u de raad later van technische informatie voorziet daarover en dat u nu uw betoog vervolgt. Wethouder Kraaijeveld: Dat zullen we doen, voorzitter. Dan GroenLinks. Ja, dat was er wel eentje die aansprak, van “wat betekent het nu wat Gorinchem levert in deze samenwerking met Molenlanden?”. Ik hoorde volgens mij ook mevrouw Molengraaf dat terecht zeggen. Je zit er samen in, in deze RES-regio, samen gaan wij hier maximaal voor, kijken we hoe we het mogelijk kunnen maken, waarbij zoekgebieden in Gorinchem al veel verder waren doordacht, daar ook meer betrokkenheid op was en kansen werden gezien. Op die manier zijn ze ook verwerkt als zoekgebieden en zijn in Molenlanden twee aandachtsgebieden langs de A15 benoemd, en die zijn in beeld richting de toekomst. We gaan er gezamenlijk mee aan de slag en als het zo is dat er minder molens zouden kunnen, of dat we op minder uit komen, dan komen dat soort aandachtsgebieden natuurlijk ook meer in beeld, en wellicht ook weer andere zoekgebieden in z’n algemeenheid. Maar we doen het, zeg maar, stap voor stap. Als we dit proces volgen, hebben we hierna ook nog een RES 2.0.
Alle inzichten die we in de tussenliggende periode opdoen en wat niet haalbaar blijkt te zijn, of als blijkt dat we nog andere kansen kunnen toevoegen, zullen we die dus ook weer over twee jaar in die RES 2.0 opnemen en zullen we ook weer opnieuw de zoekgebieden gaan waarderen en taxeren. Richting de PvdA merk ik op dat we nu denken aan zeven tot tien windturbines op twee zoekgebieden, maar dat het natuurlijk kan zijn dat die om wat voor reden dan ook afvallen. Een terecht punt is vanuit GroenLinks aangehaald over de natuur. Dat is natuurlijk het dilemma: aan de ene kant hebben we met elkaar een verantwoordelijkheid die we willen nemen, aan de andere kant waarderen we natuurlijk ontzettend, ook wij als college, het E - 29
Avelingen-natuurgebied dat we hebben. Daar willen we natuurlijk zo zorgvuldig mogelijk naar kijken. Dat moet ook in het proces vormgegeven worden met een flora- en fauna-onderzoek en daarnaast zitten we natuurlijk ook met Staatsbosbeheer aan tafel om te kijken hoe we dat zouden kunnen doen. Eerder heb ik de vergelijking gemaakt met Deil waar Staatsbosbeheer ook in de beginfase betrokken is geweest. Die heeft toen meegedacht en het uiteindelijk mogelijk gemaakt dat er ook meer financieel geparticipeerd kon worden en natuurversterkende maatregelen genomen konden worden. Dat is ook wat hier voorligt. Daarnaast kijken we ook naar de innovaties op dit vlak, want die gaan ontzettend snel op het gebied van wind: windmolens die je stil kunt zetten op het moment dat een sensor een groep vogels waarneemt, bepaalde piepgeluiden die wij niet kunnen horen, maar vleermuizen wel als ze in de buurt zijn. Op die manier merk je dat er heel veel nieuwe ontwikkelingen zijn, en dat geldt overigens ook voor geluidbelasting of -ervaring. Er zijn technieken die ervoor zorgen dat het stiller is met bepaalde typen wieken. Die ontwikkelingen volgen wij op de voet. Ook de SP voerde een terecht punt aan: mensen in een minima-situatie, nemen we die mee, en de oude woningen? Ik refereerde net al aan de transitievisie warmte. Daar gaan we natuurlijk goed kijken hoe we dat kunnen doen.
U weet dat we al gaan beginnen met de aanleg van een warmtenet in de Gildenwijk. Het betreft daar huurwoningen die relatief oud zijn en flink worden geïsoleerd. Dus het wooncomfort gaat sterk vooruit en dat is gelijk ook de grootste CO2-winst, want de grootste labelsprong kan natuurlijk gemaakt worden in juist die oude woningen, die bijvoorbeeld van G/F naar B kunnen gaan. Daarmee kan een ontzettend mooie stap worden gezet en daar hebben we dan ook oog voor in de verdere uitrol van de warmtetransitievisieplannen. We blijven dat op allerlei manieren stimuleren en via de uitvoeringsagenda zal dat ook bij u terugkomen – dat was ook een vraag van GroenLinks. We hebben natuurlijk gezien dat de participatie veel van ons vraagt, dat is positief en we willen heel graag alle vragen goed beantwoorden en ook goed in contact en gesprek gaan, maar dat moet wel door dezelfde ambtenaren gedaan worden en dat maakt dat de uitvoeringsagenda ook iets meer voor zich uit is gaan lopen. Daarom is het ook belangrijk dat het Rijk duidelijkheid geeft over de financiële middelen, zodat we onze organisatie daarop nog beter kunnen equiperen. Mevrouw Molengraaf dank ik voor de tips die ze heeft gegeven. Het zijn belangrijke zaken en we zullen ons zeker niet blindstaren.
Dat zit ook wel logisch in het traject om om de twee jaar te kijken en je doet het natuurlijk ook samen met je partners en met je inwoners. Dus voor alle ideeën die we terugkrijgen, van “joh, heb je daaraan gedacht?”, of “is het niet slim om dát te doen?”, of “als we het nu eens zó met elkaar verknopen?”, blijven we natuurlijk heel graag openstaan, om met elkaar ook echt die energietransitie mogelijk te maken. De heer Van Willigen verwees naar De Hofbar en door iemand werd ook het IJ genoemd. Dat zijn natuurlijk wel zaken die wij ook volgen en die op landelijk niveau samenkomen in een nationaal programma, om te kijken van “ja, oké, hoe ging het nou in een bepaalde specifieke situatie en hoe kunnen wij daar als regio van leren, om te zorgen dat je dat beter weet te ondervangen?” Op die manier volgen we dat zeker en ik sluit ook niet uit, want heel Nederland is op dit moment bezig in dit gesprek, dat er ook nog vele onderzoeken zullen volgen. Dat houden we natuurlijk goed in de gaten.
E - 30
Hiermee heb ik de vragen van alle fracties behandeld. Vindt u het goed, voorzitter, dat ik nu naar de moties ga? De voorzitter: Dat lijkt me een goed voorstel. Maar ik zie nog een interruptie van mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: In eerste termijn had ik gevraagd in hoeverre het bod een vaststaand gegeven wordt qua hoeveelheid duurzame energie richting Rijk en of wij daar ook aan gehouden worden door het Rijk, mochten de zaken niet lukken, of wat dan ook. Moeten we dan ook aan het hele bod voldoen in de toekomst? Wethouder Kraaijeveld: Dat zal nog moeten blijken. Op dit moment is aan 30 RESregio’s gevraagd op welke manier zij hun verantwoordelijkheid nemen. De opgave is gesteld om met elkaar minimaal 35 terawattuur te realiseren. Met elkaar hebben we dat nu in plannen zitten. Alleen, u weet dat ook onze provincie dit zal moeten toetsen aan haar politieke wensen. We zullen dus moeten kijken of we er met elkaar in slagen die 35 terawattuur te halen. Dat lijkt kansrijk te zijn, maar we weten het pas na de zomer en dan gaat het Planbureau voor de leefomgeving dat ook weer toetsen. Als het boven de 35 terawattuur blijft, blijven we volgens mij de vrijheid houden om ermee aan de slag te gaan. Op die koers zitten we nu. Op het moment dat dat uiteindelijk niet zo blijkt te zijn, zullen de RES-regio’s weer de vraag krijgen hoe ze dat met elkaar gaan oplossen.
Dat gaat ook op die manier stapje voor stapje. Het is natuurlijk ook aan een nieuw kabinet om aan te geven hoe stringent ze het willen maken en of ze misschien zelfs het ambitieniveau willen verhogen vanuit Europa. Mevrouw Hamann: Maar even voor mijn begrip, want ik ben ook maar een leek in die dingen: het Rijk vraagt de regio’s 35 terawattuur , daar zitten we nu ruim boven en als wij op die 35 komen is het oké? Wethouder Kraaijeveld: Het is het bod dat wij vanuit deze regio doen, als twee raden dat vaststellen, en daar gaan wij natuurlijk als college ook mee aan de slag. We hebben er dan ook de ruimte voor om dat te doen. Het heeft natuurlijk wel enige tijd nodig om te laten zien in hoeverre we dat ook daadwerkelijk weten te halen, maar dat zal dan getaxeerd worden bij die RES 2.0 over twee jaar. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor nu verder te gaan met de moties. Wethouder Kraaijeveld: De eerste motie die ik voor me heb liggen is de motie ‘Windmolen-vrij, dichtbij’. Dit college deelt natuurlijk de zorg over wat we steeds meer vernemen over die gezondheidsklachten, dus daar willen we zeker oog voor hebben. Daarmee volgen we, zoals ik al zei, ook die studies op de voet. In grote lijnen zouden we deze motie kunnen volgen. Alleen, de norm van 500 meter die in het eerste punt wordt gehanteerd vinden wij te rigide, en dat zouden wij willen ontraden.
Over het tweede punt willen wij wel positief adviseren, en dat is volgens mij de kern van de motie: hoe kun je ervoor zorgen dat gezondheidsklachten zoveel mogelijk worden beperkt? Een bepaalde afstand hanteren betekent niet automatisch dat dat een lagere decibel geeft, of een lager laagfrequent geluid. Dat heeft ook te maken met verharding van oppervlakte en wat er tussen zit en bomen die wat tegenhouden, et cetera. Dat zal dus echt nog in de E - 31
vervolgstudies in het vervolgtraject terugkomen. Over het derde punt, de effectenstudie, zouden we ook positief willen adviseren. De voorzitter: De heer Hassouna. De heer Hassouna: Waarom zou u die 500 meter willen afraden? Wilt u sowieso een minimumafstand hanteren, of wilt u dat niet? Wethouder Kraaijeveld: Omdat op dit moment niet te overzien is wat precies die 500 meter zou betekenen voor deze zoekgebieden. De precieze locaties zullen nog nader uitgewerkt moeten worden en dan weet je ook beter wat de afstanden zijn. In theorie zou het natuurlijk kunnen dat er ergens een locatie is van een windturbine die niet zo controversieel blijkt te zijn, maar misschien net binnen 500 meter valt, en dat je dan zegt “dan doen we het niet”. Het is natuurlijk lastig om dat te overzien. Er zitten gewoon al vaste richtlijnen in afstanden, volgens mij minimaal 300 meter op Nederlands niveau. De vuistregel wordt steeds meer 400 meter, dus je merkt wel dat het steeds meer opschuift. Alles wat op een gegeven moment op deze afstand zou komen, is alleen maar prima natuurlijk, maar we ontraden het om dit punt zo hard op te nemen. De voorzitter: De heer Roeland. De heer Roeland: De heer Pellikaan heeft duidelijk aangegeven dat de norm van 10 x de hoogte van een windmolen noodzakelijk is voor een gezonde en leefbare woonomgeving.
Dus waarom die norm niet stellen? Wethouder Kraaijeveld: Omdat dat Duitsland betreft, en dat is natuurlijk een ander land met veel meer reikwijdte, waardoor het ook makkelijker is om dit soort afstanden landsbreed te hanteren. Wij hebben natuurlijk te doen met Nederland en de normeringen die daarvoor gelden. Daarbij is het ook goed te zeggen dat de studies ook wel uiteenlopen. Gebleken is dat hinder sowieso een factor is, maar die werd ook weer wat weggenomen op het moment dat mensen mochten meedenken over hoe het er precies komt uit te zien, of financieel mochten participeren. Dan blijkt dat er ook wel gewoon op een andere manier naar windmolens wordt gekeken, en dat is natuurlijk ook de lijn die wij hebben, dat we echt streven naar dat lokaal eigenaarschap, ook over gemeentegrenzen heen, zodat mensen ook op die manier mee kunnen doen en dat, als ze draaien, ze voor ons allemaal draaien. De voorzitter: Even twee interrupties achter elkaar: allereerst de heer Van Willigen, daarna de heer Van Santen. De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Roeland. Zojuist hadden we een inspreker, die een waarheid vertelde. Ik mag toch aannemen dat de heer Roeland wel accepteert dat de kennis heel erg verdeeld is en dat we niet zomaar op één mening gaan bouwen die we toevallig bij een Zeepkist hebben.
Ik wil helemaal geen afbreuk doen aan de kennis die daar werd ingebracht, maar laten we asjeblieft wel de grote lijnen vasthouden. Of is de heer Roeland dat niet met mij eens? De voorzitter: De heer Roeland.
E - 32
De heer Roeland: Wat betreft de grote lijnen: prima. Maar er zijn gevallen bekend waarin de wet- en regelgeving gevolgd is, bijvoorbeeld bij het Spui, en daar is men niet echt tevreden met het windpark dat daar is gekomen. In Nederland zou ik zeggen: hanteer vier tot vijf keer de tiphoogte van de molen. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Willigen: Ik wil er nog even kort op terugkomen. Laten we asjeblieft uitkijken dat we niet hap-snap allerlei dingen gaan roepen. Wat er op het Spui gebeurt zal allemaal wel, maar zo zijn er driehonderd voorbeelden. Ik heb de wethouder horen zeggen dat hij het goed in de gaten houdt en dat hij de informatie met ons gaat delen. Daar dank ik hem voor. De voorzitter: Mocht u trouwens ooit eens wat informatie willen ten aanzien van de windmolens op het Spui, dan zou ik zeggen: maak eens een afspraak met mij. Want ik was toentertijd burgemeester van Korendijk en heb daar in de beginfase het een en ander in gedaan. Ik kan u daar heel wat over vertellen en ik kan u ook zeggen dat heel veel niet te vergelijken is met de situatie nu, want toen was het echt top-down, terwijl nu meer bottom-up wordt gewerkt. De heer Van Santen. De heer Van Santen: Dank u wel. […2:29:27…echo / onverstaanbaar…] … mensen die op minder dan 500 meter afstand wonen. Eigenlijk zegt het RIVM: er zijn wel wat onderzoeken boven de 500 meter….
De voorzitter: U bent heel moeilijk te verstaan. U gaf wel aan dat er de nodige onderzoeken van artsen zijn. Misschien kunt u dat laten uitmonden in een vraag. De heer Van Santen: Nee, ik wil het eigenlijk onderbouwen. De vraag is heel erg gericht op die 500 meter. Er zijn namelijk veel studies geweest vanáf 500 meter, maar ik heb de wethouder duidelijk horen zeggen dat volksgezondheid voor hem een heel belangrijk topic is. Als dat zo is, zou ik hem willen adviseren om die 500 meter te handhaven, want in recente studies is naar voren gekomen dat juist in gebieden tot 500 meter de meeste klachten naar voren komen. Dat is wel iets dat bewezen is. De voorzitter: Dank u wel. U vraagt hoe die 500 meter in relatie staat tot de gezondheid en u zegt dat er de nodige onderzoeken zijn die uitwijzen dat 500 meter nodig is. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Dat is ook het proces. Als de twee raden dit uiteindelijk vrijgeven en de provincie groen licht geeft, zodat we met die zoekgebieden verder aan de slag mogen, zullen we dit verder meenemen, ook in de effectenstudie, waar u zelf naar vroeg. We moeten ook gewoon een milieueffectrapportage aangeven waarin duidelijkheid wordt geschapen over het aantal decibels, over slagschaduw, dat soort zaken.
Daarnaast zullen we natuurlijk ook dit soort ontwikkelingen volgen en kijken of dat te vergelijken is met onze regio en hetgeen wij hier voorstaan. Het is best wel lastig om de ene situatie met de andere te vergelijken, vandaar dat het advies van het college is om daarin nu niet een bepaalde afstandsnorm te hanteren, maar dat te laten volgen uit het vervolgtraject. E - 33
Het vierde punt, om alternatieven ter compensatie van de energieopbrengst van 10 windmolens te onderzoeken, hebben we juist in deze RES zitten, dus dat zouden we willen ontraden. We hebben hier natuurlijk al gekeken hoe we zoveel mogelijk energie kunnen besparen, hoe we zoveel mogelijk zon op dak kunnen realiseren, hoe we oog kunnen hebben voor andere zaken, warmte en innovaties, en wat er dan nog overblijft aan windopgave. Dat is wat hier nu ligt en dat is voor de hele Alblasserwaard de opgave die we te doen hebben met op dit moment zeven tot tien turbines. Het laatste punt, de omliggende gemeenten goed mee te nemen in de ontwikkelingen, doen we al en dat blijven we graag doen. De volgende motie gaat over duurzame scholen. Als ook de daken van de scholen nog meer vol gelegd kunnen worden met zon, is dat natuurlijk heel mooi. We kijken natuurlijk ook naar onze eigen gemeentelijke gebouwen. Het eigen stadhuis ligt al vol. Steeds meer daken liggen vol, bij Damen, nu ook bij Spex op Avelingen. Dat gaat ontzettend snel, met duizenden tegelijk per jaar. Dus er worden slagen gemaakt, maar ook het onderwijs kan daar natuurlijk ontzettend in helpen. In principe staan we positief tegenover de motie, alleen: we doen al het nodige op dit vlak. Daarnaast zijn schoolbesturen zelf verantwoordelijk voor de inrichting van hun schoolpleinen en voor hun daken.
Er is ook nog een Schooldakrevolutie, want alle jongeren in het onderwijs willen dat natuurlijk ook zoveel mogelijk. Bij nieuwbouw zie je het sowieso steeds vaker terugkomen. Dus het zit eigenlijk al autonoom in die ontwikkeling en de bevoegdheid ligt daar. Verder hebben we in Gorinchem een regeling daarvoor. Stichtingen, VVE’s, maar ook scholen, kunnen aanspraak maken op een stukje subsidie om hun daken vol te leggen. Op die manier stimuleren en doen we dat, maar het is wellicht een suggestie om dit mee te nemen naar het IHP voor het onderwijs, want daar hoort het eigenlijk thuis. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik hoor de wethouder zeggen dat hij best de scholen van zonnepanelen wil voorzien, dat er zelfs een subsidie voor is, maar dat het aan de scholen is. Hebt u daarover dan al met de scholen gesproken? Verder heb ik de wethouder volgens mij horen zeggen dat ook vergroening heel erg bijdraagt aan het klimaat en ik ben benieuwd hoe hij naar dat deel van de motie kijkt. Wethouder Kraaijeveld: De besprekingen met de scholen worden gevoerd door een andere wethouder, maar ik ben wel betrokken bij bijvoorbeeld nieuwbouw van scholen, waarbij we proberen goed te kijken of het kan van BENG, dus bijna energieneutraal, naar energieneutraal en het is natuurlijk ook altijd de vraag op welke manier de verduurzaming daar wordt gedaan.
Op die manier zijn we daar gewoon over in gesprek. Alleen, vanwege het punt dat u maakt in de motie, om de financiële gevolgen hiervan alvast te verwerken in de programmabegroting, zouden we hem willen ontraden. Wij adviseren u dat mee te nemen in de IHP-bespreking. Op zichzelf staan we wel positief ten opzichte van de denklijn, maar die hoort veel meer thuis bij hetgeen daar plaatsvindt en besproken wordt met de wethouder voor onderwijs. De voorzitter: Misschien is het goed dat de wethouder voor onderwijs even antwoord geeft op de vraag van de heer Van Santen. Wethouder Van Doesburg.
E - 34
Wethouder Van Doesburg: Dank u wel, voorzitter. De strekking van de motie onderschrijven we natuurlijk van harte, maar het is wel goed notie te nemen van de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is. Zowel de vergroening als de […2:36:24…] van de scholen is voor rekening van het schoolbestuur. Hetzelfde geldt voor de aanleg van zonnepanelen. Ze hebben ook het exploitatievoordeel daarvan in hun eigen boeken. Dat stimuleren en daarover het gesprek voeren doen we natuurlijk. We zijn met een IHP bezig en daarover worden ook gesprekken gevoerd met de scholen. Ze zijn op de hoogte gesteld van de regelingen die er zijn, de Schooldakrevolutie en de eigen regeling die we hebben vanuit de potjes duurzaamheid. Negen scholen hebben inmiddels al zo nnepanelen op hun daken liggen, twee zijn onderweg en nieuw Gilde komt er natuurlijk ook bij. Het is iets wat op de juiste manier aandacht moet krijgen in het IHP. In het Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs willen we het zeker opnemen en benoemen, maar dan moeten we even goed meenemen waar die verantwoordelijkheid ligt. Het is misschien een idee om de motie in die richting aan te passen, of anders hem aan te houden en te betrekken in de discussie over het IHP-onderwijs. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel. De motie ‘Lobby-ambities RES 1.0’ willen we heel graag omarmen en positief adviseren.
Het is natuurlijk een extra steun in de rug als we vanuit onze gemeenteraden ook dit signaal naar het Rijk en de provincie kunnen meegeven, dus dat doen we graag. De motie ‘Mogelijkheid tot publiek debat en inspraak windmolens Gorinchem’ willen we ontraden. We hebben hierover al ontzettend intensief gesproken en dat gaan we in het vervolgtraject ook doen. Het zijn op dit moment zoekgebieden, als we het even inzoomen op wind, en dat maakt dat we daarover ook de volgende verkenningen zullen doen en daar natuurlijk ook weer actief het gesprek over zullen opzoeken. De voorzitter: Dank u wel. Hiermee hebben we de eerste termijn gehad. Alvorens de tweede termijn aan de orde te stellen, lijkt het me goed de vergadering opnieuw even te schorsen. Ik stel voor dat vijf minuten te doen. De heer Van Santen: Mag het iets langer, voorzitter? De voorzitter: Goed, dan doen we het tot tien uur (21.51 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (22.00 uur). De eerste termijn hebben we achter de rug. De verschillende fracties hebben hun inbreng geleverd, de wethouders hebben geantwoord en ik neem aan dat er behoefte is aan een tweede termijn. Laat ik maar weer in dezelfde volgorde als in eerste termijn iedereen het woord geven. De heer Van Santen van de VVD…. Blijkbaar is de heer Van Santen nog niet aanwezig. Dan geef ik eerst het woord aan mevrouw Hamann van Gorcum Actief.
Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. De wethouder zeg ik dank voor de beantwoording, die op veel punten verhelderend was. Ik blijf een beetje met het probleem zitten van de communicatie met de stad. Het is coronatijd en als in een advertentie in de E - 35
krant wordt aangegeven dat er een webinar is voor de RES 1.0, dan kan ik me voorstellen dat dat iemand die thuis moet werken met drie springende kinderen om zich heen ontgaat. Ik vind dus wel dat er meer gedaan moet worden aan communicatie met de stad en ik heb liever dat dat gebeurt voorstel wij iets vaststellen over tien windmolens. Ik schrik er een beetje van als gezegd wordt dat men wil vasthouden aan de ambitie van 35 terawattuur. We hebben een plan voor tien van die megagrote windmolens links en rechts van de stad, er zullen er misschien vijf afvallen omdat het in natuurgebied is, of te dicht bij huizen, of wat dan ook, maar dan blijven er toch nog vijf staan. Ik vind dat nogal wat op dat hele kleine grondgebied van Gorinchem. Zo dicht bij de stad vind ik het eigenlijk helemaal niet passen. Windmolens moet je in ‘the open’ hebben, op een vrij gebied. Dus ik heb daar nogal wat moeite mee. Verder ben ik het helemaal met mevrouw Molengraaf eens dat je breed moet inzetten, dat er dus ook aandacht moet zijn voor isoleren van huizen en andere zaken. Daarom vraag ik nog een keer aandacht voor de andere motie die we hebben ingediend, om de discussie over de windmolens even te parkeren en vooral in te zetten op die andere zaken, die zeker zo belangrijk zijn. Ten slotte nog even over dat lokaal eigenaarschap.
Bedoelt mevrouw Molengraaf dat letterlijk, dat mensen aandelen nemen in windmolens, of gaat het over informatievoorziening? De voorzitter: Mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Als ik daar gelijk op mag reageren, voorzitter…, en dat mag ik blijkbaar. Daarmee bedoel ik zoals bij de Knotwilg. In den lande zijn meer van dat soort projecten en het blijkt gewoon dat, als mensen zelf ook profijt hebben en aandelen kunnen kopen in die windprojecten, het draagvlak vergroot wordt. Mevrouw Hamann: Ja, maar bij de Knotwilg kan het particulier eigenaarschap nooit meer worden dan 10%, dus de zeggenschap van de mensen is dan ook maar heel gering. Ik zou de mensen, zeker als het over de regio gaat, de kans willen geven om een groter aandeel te hebben, maar dit terzijde. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen, VVD. De heer Van Santen: Dank u wel, voorzitter. We beslissen vanavond over een belangrijk dossier, we gaan een en ander verankeren, maar, zoals ik vanavond ook weer heb gemerkt, zonder grote kennis van of duidelijkheid over wat er om ons heen gebeurt. Toch moeten we die beslissing al nemen.
Ik weet dat Gorinchem als de eerste doelstelling op de kaart staat van de gehele provincie Zuid-Holland voor windenergie, maar hoe kan dat nou als de provincie het geheel ook nog moet bekijken? Waarom moeten wij dan zo vooroplopen? Wat dat betreft is het best wel vreemd dat we ook op de provincie vooroplopen, want we zien graag de hele visie van Rijk, provincie en RES’en; daar heeft mijn collega van D66 ook wat over gezegd. Wij houden graag een brede blik, we hebben dat bij meer fracties gehoord, we denken ook dat innovatie nodig is – ik denk overigens dat het stilzetten van windmolens bij vogels wellicht de kracht van windmolens wat naar beneden haalt, zeker bij natuurgebieden –, maar ook besparing en zonne-energie. We zeggen ook echt wel E - 36
goed wat we willen en we kijken naar industrieterrein, omdat we denken dat dit de beste afstand is voor windmolens, heb ik begrepen. Oké, maar kijk dan eerst vooral naar voor de hand liggende dingen voor Gorinchem, zoals zonnepanelen en besparingen. We komen echt wel een heel eind met ons bod, dat twee keer zo hoog is, zoals mevrouw Hamann terecht zei. Had dus eerst gewoon lokaal zoveel mogelijk onderzocht en kijk dan eerst naar die grote bezwaren. Die position paper was schijnbaar al onderweg op basis van een paar bedrijven. Hadden we meer bedrijven benaderd, dan waren we misschien al drie stappen verder en hadden we het wellicht niet over die tien windmolens gehad. Wat zijn nou eigenlijk de bezwaren van Damen bijvoorbeeld? Waarom zijn die WOB-verzoeken er überhaupt? Graag een iets inhoudelijker antwoord, en niet alleen dat ze er liggen. Dan over het eerlijke verhaal. Wij willen echt wel het eerlijke verhaal vertellen, zeker juist omdat we onze inwoners erin willen meenemen, en dan zou windenergie er ook deels in kunnen passen. Maar het eerlijke verhaal is: iedereen snel meenemen en het beeld dat er dan genoeg participatie is geweest, nou ik heb van een aantal van jullie al gehoord dat dat niet zo is. Dat het eigenlijk meer aan onze inwoners ligt, dat ze er niets van af wisten, slaat natuurlijk als een tang op een varken.
Natuurlijk groeit bewustwording in de loop van de tijd en ja, we hebben best een aantal goede sessies gehad en we hebben ook een enquête en een webinar georganiseerd, maar dat is gewoon nu al te weinig gebleken. Het bewijs is simpelweg aanwezig. Onze gezamenlijke motie handhaven we. Als je het hebt over gezondheidsklachten, vinden wij 500 meter een goede norm. De wethouder heb ik enerzijds horen zeggen dat afstand geen norm is, maar vervolgens zei hij dat 300 meter een minimale norm is. Wij vinden 500 meter een hele goede norm, en dat blijkt ook wel uit alle literatuurstudies die het RIVM erover geraadpleegd heeft. Een bepaalde afstand betekent wellicht niet het aantal decibels, maar het gaat ook vooral om die combinatie, vandaar ook de gecombineerde motie. Het is niet een samenvatting van losse punten, het is de combinatie die daar staat. De tweede motie ten aanzien van de scholen hebben we iets aangepast. In het eerste dictum wordt nu geformuleerd dat we dat in samenspraak voorzien, het tweede dictum blijft ongewijzigd en in het derde dictum verzoeken wij dit te betrekken als onderdeel van het IHP.
Motie M5: Duurzame scholen De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 13 april 2021, behandelend het agendapunt ‘Gezamenlijke besluitvorming RES 1.0 met Molenlanden’; overwegende dat: - in het kader van de RES de inzet van zonne-energie gewenst is; - veel scholen meer groenvoorziening en natuurinclusieve speelgelegenheden wenselijk achten; - dit ook in het kader van het lokale hitteplan bijdraagt aan verkoeling en verduurzaming op de scholen en schoolpleinen; roept het college op: 1. de scholen in Gorinchem n samenspraak te voorzien van zonnepanelen voor een duurzame schoolomgeving; 2. -in samenspraak met de scholen de mogelijkheden in kaart te brengen voor vergroening van de scholen, met name op het schoolplein; 3. dit te betrekken als onderdeel van het IHP. Enkele bronnen: https://www.natuurvoorelkaar.nl/project/4/groene-schoolpleinen