210413 Concept Verslag extra Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
E - 37
https://www.hsleiden.nl/natuur-en-ontwikkeling-kind/onderzoek/groeneschoolpleinen/belang-van-groene-schoolpleinen https://schoolpleinenbrabant.nl/waterklimaat/ Niels van Santen Fractie VVD-Gorinchem
De voorzitter: Motie 2 is dus vervangen door motie 5. De heer Roeland, Stadsbelang. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter. Een moeilijk dilemma. We hebben een aantal zoekgebieden waarvan al op voorhand de vraag is of die wel haalbaar zijn in de uitvoering. We zijn eigenlijk tegen de plaatsing van die windmolens, maar we willen wel een gericht proces vaststellen of er al dan niet een ander wellicht geschikt gebied is. Dat was voorlopig mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. De heer Onvlee, CDA. De heer Onvlee: Dank u wel. Ik probeer het kort te houden. Tijdens de beantwoording van de wethouder heb ik in een interruptie gevraagd hoe de bedrijven hier nu in zitten. Ze zijn niet allemaal happy, en dat is natuurlijk jammer, met name omdat het daar juist wel begint. Als twee bedrijven goed zijn voor 9000 huishoudens, dan is een draagvlak voor die bedrijven echt heel belangrijk. Ik zou de wethouder willen vragen daar vooral veel werk van te maken. Daarnaast ben ik een beetje op zoek naar focus. Het stuk dat nu voorligt is volgens mij prima, ook de overprogrammering waar ik het over had. Het is goed dat we dat hebben, want niet alles is nu eenmaal haalbaar. De wethouder gaf ook aan dat hij eigenlijk alles belangrijk vindt.
Om ook een beetje te helpen richting de uitvoeringsagenda zou ik toch de wethouder willen vragen hoe we nou binnen de ambities die we hebben meer focus kunnen aanbrengen, ook wat betreft de kansrijkheid, en daarmee nog steeds het behalen van die RES. Kan de wethouder toezeggen dat daarmee rekening zal worden gehouden bij de uitvoeringsagenda? Daarmee hebben we dan ook meteen het voordeel dat rekening wordt gehouden met het geld en de capaciteit om het überhaupt te kunnen uitwerken, en dan heb ik het nog niet eens over de focus wat betreft de lobby. Ik ben heel benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Gedurende het debat bekroop me steeds meer de vraag hoe nou voor die focus kan worden gezorgd. Daar stoeit iedereen eigenlijk mee, vandaar deze vraag. Tot slot de moties. Bij de eerste motie vinden wij het ook ingewikkeld om daarmee meteen detaillistisch aan de slag te gaan, dus die kunnen we daar niet in steunen. Bij de motie inzake de scholen ging het me net iets te snel wat daarin precies is aangepast, maar in principe hadden we zoiets van: dat moeten we vooral bij het IHP laten. De scholen zijn er zelf verantwoordelijk voor en krijgen ook middelen van de overheid om daarmee aan de slag te gaan. We moeten dit nog even goed bekijken. De motie over de lobby kunnen wij steunen. Dat vinden we een belangrijk punt. De heer Van Santen: Voorzitter… De voorzitter: De heer Van Santen.
De heer Van Santen: Ja, een korte aanvulling.
E - 38
De voorzitter: Ik verzoek u toch u te melden via de chat, anders moet ik elke keer weer even zoeken wie nu eigenlijk het woord voert. Maar u heeft een interruptie? De heer Van Santen: Nou, meer een toevoeging, want de heer Onvlee had het over het IHP en dat is precies wat de aanpassing behelst, dat het ook onderdeel wordt van het IHP. De heer Onvlee: Dan vraag ik me af waarom we dat nu hier moeten bespreken. Ik ga dat nog even rustig beoordelen. De motie over de lobby kunnen we steunen, zei ik zojuist al. Een belangrijk punt om ook richting de andere overheden te benadrukken hoe belangrijk dit is en dat we het niet alleen kunnen, financieel gezien ook. Tot slot de motie over het publieke debat. We hebben de afgelopen jaren echt veel gedaan met elkaar. Ik vind het wel belangrijk dat we ook richting de toekomst, ook als het concreter gaat worden, weer voldoende die participatie inzetten en dan een spa dieper gaan. Dus die kunnen we niet steunen. Wel de oproep om dat steeds beter te doen. Daarmee verwachten we dat we de toekomst duurzaam tegemoet kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hassouna, D66. De heer Hassouna: Dank u wel, voorzitter. Misschien nog één keer, om te benadrukken waarom wij de 500 meter hebben gekozen voor de motie. Er is een RIVM-rapport waarin de resultaten van meer dan honderd onderzoeken zijn samengevat.
Die onderzoeken gaan maar voor een deel over gezondheidseffecten, en alleen over die bij windturbines van 35 tot 120 meter, en ook gaan ze veelal over dunbevolkt gebied en was de afstand tot woningen tussen de 500 meter en 10 kilometer. Eigenlijk is tot 500 meter nauwelijks onderzocht. Er is een Deens onderzoek geweest waarbij maar een klein deel van de onderzochte bewoners binnen 500 meter van windturbines woonde en uitgerekend daar werd wel degelijk een groot risico op hart- en vaatziektes, slapeloosheid en depressie aangetoond, evenals meer gebruik van antidepressiva en slaapmedicatie. Dat als toevoeging. De voorzitter: Welke conclusie trekt u op basis daarvan? De heer Hassouna: Dat het niet goed genoeg onderzocht is, dat sowieso, maar dat bij het geringe aantal mensen dat op een dergelijke afstand van een windmolen woonde klachten werden geconstateerd. Dat is de conclusie. De voorzitter: En welke conclusies trekt u dan vervolgens ten aanzien van de moties? De heer Hassouna: Motie 1 heb ik zelf ingediend, dus die steunen wij. Moet ik nu ook al aangeven welke moties ik… De voorzitter: Ja, dat had ik misschien beter vooraf even kunnen melden, want u bent nog maar net raadslid, vandaar dat ik u ook even help.
Het is inderdaad de bedoeling in deze termijn even uw eigen inbreng te leveren, te kijken of er nog vragen zijn en vervolgens even de moties langs te lopen om aan te geven hoe u daarin staat – als u dat wenst natuurlijk, maar dat is wel gebruikelijk. De heer Hassouna: Vindt u het erg als ik daar zo even op terugkom? E - 39
De voorzitter: Dat vind ik helemaal niet erg, want ik heb het tenslotte ook niet aan het begin gemeld. Helemaal aan het eind van deze ronde kom ik bij u terug. De heer Hassouna: Dank u. De voorzitter: De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Dank u wel. Voorzitter. Ik proef in de breedte, en hoor het ook, veel steun voor de ambities, weliswaar met wat nuanceringen, maar de steun voor de ambities is vrij breed aanwezig. Maar ik proef ook bedenkingen bij de windmolens. Ik kan u melden dat ook wij als Partij van de Arbeid bij de beoordeling van de windmolens heel kritisch zullen zijn op de plaatsing, waar en hoe, en wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, maar wel na een zorgvuldige afweging en niet op basis van onderbuikgevoelens. Zo had de heer Hassouna net een heel stuk motivatie, waarna hij aan het eind van het verhaal zelf zei dat er onvoldoende onderzoek is om te komen tot 500 meter of tot minder dan 47 decibel. Het blijft dus toch nog redelijk een onderbuikgevoel. Ik heb de stukken nagelezen die onderaan de motie zijn gelinkt en daarin lees ik gewoon letterlijk: “Het RIVM heeft in 2020 wederom bevestigd dat in geen enkel onderzoek tot nu toe direct verband is gevonden tussen schade aan gezondheid en windturbinegeluid.
Wel geeft de NWEA aan – dat is de Nederlandse WindEnergie Associatie – dat er een nog niet openbaar onderzoek is dat mogelijk andere conclusies trekt.” Nou, ik zou willen voorstellen: laten we wachten op de resultaten van een relevant onderzoek alvorens we tot afstanden en decibellen gaan komen. Mochten partijen de motie willen aanpassen en in plaats van de 500 meter en de 47 dB een verwijzing opnemen naar nader relevant onderzoek, dan zou ik een heel eind mee kunnen gaan, maar zoals de motie er nu ligt kunnen wij er niet mee instemmen. Motie 2, het meenemen van de scholen, is naar mijn mening netjes aangepast. Zo te zien, kunnen wij er voor gaan stemmen. Motie 3 hebben we zelf mede ingediend, dus daar zullen we ook voor zijn. Motie 4 is echt niet in onze lijn om nu al de windmolens naar achteren te schuiven. Wij willen gewoon dat onderzoek nu doen. Ten slotte nog één opmerking. Ik zag tijdens de schorsing dat in Molenlanden een amendement is aangenomen om 50% van het eigenaarschap niet als inspanningsverplichting, maar als resultaatsverplichting mee te nemen. Een amendement is een vrij zwaar middel en misschien kan de wethouder straks aangeven of dat ook voor ons haalbaar zou zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen, GroenLinks. De heer Van Breemen: Voorzitter, dank u wel.
Zoals in eerste termijn aangegeven, steunen wij de ambities nog steeds van harte. Ik heb het in eerste termijn niet gezegd, omdat het bij de bespreking van de concept-RES uitgebreid aan de orde is gekomen, maar juist het meer aanbod dat wij bieden vinden wij erg belangrijk. Ik sluit me aan bij wat de heer Onvlee daarover zei. Bij dit soort projecten weet je dat er dingen af gaan vallen en als je dan precies op het bod gaat zitten dat het Rijk voorschrijft, moet je ineens gaan zoeken naar andere maatregelen. Nu hebben we ook wat ruimte voor tegenslagen en E - 40
bovendien – dat is volgens mij een voordeel waar iedereen de pluspunten van zou moeten zien –: alles wat we produceren is mooi meegenomen en is ook in de toekomst duurzaam opgewekte groene energie. Wij steunen nog steeds de ambities die ook weer in deze RES 1.0 zijn opgenomen en daar horen dus ook de zoekgebieden wind bij. GroenLinks zal echt niet schuwen om ook windmolens te plaatsen waar het een beetje zeer doet, want het is gewoon nodig. Maar daar wil ik nog steeds wel de kanttekeningen bij zetten die ik in eerste termijn daarover gemaakt heb, want het zijn wel serieuze kanttekeningen waar niet zomaar overheen gestapt moet worden. Bij de uitwerking van de zoekgebieden komen we daar uiteraard op terug – althans, dat verwacht ik! Ik blijf nog wel een beetje zitten met het scheve evenwicht tussen wat Gorinchem biedt als het gaat om windenergie en de gemeente Molenlanden. De wethouder zei daarover: vanuit het feit dat wij verder doordachte gebieden hadden zijn het zoekgebieden geworden en heeft Molenlanden aandachtsgebieden. Maar ik kan me toch niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Molenlanden er op die manier een beetje gemakkelijk van af komt. Het is makkelijk ambitieus zijn als je het zelf niet hoeft te doen.
Het is een beetje alsof wij samen bedacht hebben een schutting te gaan bouwen, maar dat Gorinchem aanbiedt hem te betalen, hem zelf neer te zetten en hem helemaal op onze eigen grond te zetten. Als ik Molenlanden was, zou ik zeggen: goed idee, buurman!, en dan komt er echt geen rijdende rechter aan te pas. Dat wil ik toch nog even gezegd hebben: dat ik het gewoon jammer vind, als je kijkt naar een traject van samenwerking en ambities delen, dat er dan uitkomt dat er grote windmolens op het gebied van Gorinchem komen en nul grote windmolens op het gebied van Molenlanden, voorlopig. Tot slot de moties. De motie over de lobby lijkt me vanzelfsprekend. Ik neem aan dat de wethouder dat zelf ook wel bedacht had, maar ik zag die motie ook langskomen bij de gemeente Molenlanden, dus het is mooi dat we als gemeenten samen in de regio die lobby gaan opstarten, en als er geld vrij te maken valt, is dat volgens mij alleen maar goed. En vergeet daarbij ook Europa niet, zou ik zeggen. Maar als het goed is, hebben we een subsidioloog, dus dat komt vast goed. Volgens mij is de aangepaste motie ‘duurzame scholen’ wel acceptabel. De conclusie is ‘we nemen hem mee naar het IHP’, nou, wat ons betreft goed. GroenLinks heeft al vaker gepleit voor groene schoolpleinen en zonnepanelen op scholen is ook een vanzelfsprekendheid wat ons betreft. Dus die motie in aangepaste vorm zullen wij steunen.
Mevrouw Hamann heeft een motie ingediend over de mogelijkheid tot publiek debat en inspraak. Nou, dat publieke debat en die inspraak zijn er geweest. Ja, het is gemankeerd geweest door corona, maar ook vóór corona ben ik al in een aantal sessies geweest, in De Til, hier in het stadhuis en op allerlei andere plekken, waarin echt uitgebreid gesproken is over de RES en alle mogelijkheden van duurzame energieopwekking, en er is ook een internet-poll geweest. Dus dat debat is er geweest. De passage in de motie, luidende “de overcapaciteit in ons bod RES 1.0 te reserveren voor mogelijke inzet van extra windmolens” lijkt te impliceren dat mevrouw Hamann er nóg meer wil, maar uit haar betoog begreep ik dat ze er juist minder wil. Wij zullen die motie in ieder geval niet steunen en dat geldt ook voor de motie ‘Windmolen-vrij, dichtbij’. Met name het eerste punt en het vierde, dus de norm van 500 meter en het zoeken van alternatieven, steunen wij niet. Als er zou staan “alternatieven naast windmolens te onderzoeken” zou ik het E - 41
graag steunen, maar niet in plaats van, want wat ons betreft is alles nodig, dus ook windmolens. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens, SP. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. In eerste instantie was ik van plan het kort te houden, maar daar is toch een stokje voor gestoken. Ik wil beginnen met de beantwoording van de vragen door de wethouder in eerste termijn, want daarin heb ik nogal veel vragen van de SP gemist. Om te beginnen heb ik gevraagd naar de rol van isolatie in de energietransitie, hoe dat precies zit. Ik vroeg de wethouder ook of hij alternatieven heeft wanneer de zeven tot tien windmolens niet zouden gaan lukken, en wat de wethouder daarmee wil gaan doen. Ook heb ik gevraagd of de wethouder al een schets heeft voor zonnepanelen, zoals bij de windmolens. En ik heb gevraagd hoe de wethouder kijkt naar de brede inzet van de postcoderoosregeling. Daarmee wil ik beginnen. Daarnaast heb ik ook nogal wat vragen naar aanleiding van de beantwoording van de wethouder. Ten eerste viel het me op dat de wethouder erg vriendelijk is naar de bedrijven, zo van: sommige zijn enthousiast, andere niet.
Maar is de wethouder het met mij eens dat de bedrijven een grote rol hebben in de vervuiling en daarom ook een belangrijke rol moeten hebben als het gaat om het behalen van de klimaatdoelen? Ik hoop dat de wethouder een tiny forest niet voldoende vindt voor het verbeteren van de biodiversiteit. Verder heb ik iets gehoord over de vouchers. Hoe zit dat precies? Zijn ze echt aan alle huishoudens verstuurd? Want ik heb net even snel contact gehad met mijn buren en niemand heeft tot nu toe al iets ontvangen, terwijl mijn straat toch echt behoort tot de sociale-huurwoningen… De voorzitter: Mevrouw Stevens, even. Ik snap heel goed dat dit belangrijk voor u is. Aan de andere kant zitten we hier in een raadsvergadering waarin we spreken over de RES en vragen ten aanzien van de techniek, van “waar zijn ze verspreid en is het wel goed verspreid?”, horen toch echt in een I&O thuis. Desnoods had u de wethouder er even over kunnen benaderen. Ik vind niet dat we in een raadsvergadering dit soort zaken nog over tafel moeten laten komen. Het moet echt gaan om het politieke debat. Mevrouw Stevens: Ik vroeg het me gewoon af, omdat de wethouder dit als serieus antwoord benoemde op mijn vraag en ik merk dat dat niet helemaal goed loopt. Dat wil ik dan op z’n minst wel gemeld hebben. Ik heb de wethouder horen zeggen dat natuur heel belangrijk is.
Vanuit dat aspect zou ik de wethouder willen vragen om een toezegging, zonder dat daarvoor een motie of een amendement nodig is. Zouden we niet gewoon eerst kunnen kijken, afhankelijk van het onderzoek, naar hoeveel windmolens we uiteindelijk in Gorinchem plaatsen? Als uit onderzoek blijkt dat het er drie kunnen zijn, of vijf, of negen, of bij wijze van spreken vijftien, en er zou geen sprake zijn van potentieel onmogelijke doelen, dan schrikt dat inwoners aanzienlijk minder af. Ook kan er dan inspraak zijn tijdens het proces en niet pas wanneer het plan al helemaal klaar is, want blijkens recent onderzoek van het Planbureau voor de leefomgeving gaat het in twee derde van de gevallen toch echt nog fout met de juiste betrokkenheid in geval van de RES. Het zou de wethouder niet helemaal E - 42
sieren als wij ervan uit zouden gaan dat wij als Gorinchem nou toevallig een van die gemeenten is die het dan wél perfect heeft gedaan. Ten tweede zou ik de wethouder willen vragen om in ieder geval te verzekeren dat er geen windmolens komen, of zonnepanelen dan, ten koste van de natuur, dus niet in, maar ook niet echt pal naast. Dan zal ik nu overgaan naar de moties. Wij staan positief tegenover de motie ‘Windmolens-vrij, dichtbij’ van VVD en D66, want het is belangrijk dat we kritisch blijven kijken. Bij de motie over de scholen moet me een klein puntje van het hart. Het verbaast me dat er zoveel autonomie is naar de scholen, vanwege het feit dat de gemeenten toch noemenswaardige bedragen betalen voor de bouw en renovatie van schoolgebouwen en ik zou denken dat de energietransitie daar toch wel onderdeel van zou zijn. De motie over de lobby, daar kunnen we alleen maar vóór zijn. Van de motie over het debat van mevrouw Hamann zouden we in eerste instantie zeggen dat we daar niet helemaal vóór zijn, want we vinden overcapaciteit echt een noodzakelijk onderdeel van het plan. Kennisgenomen hebbend van de beantwoording van de wethouder heb ik echter het gevoel dat het toch noodzakelijk is deze kritische punten te maken en dus vóór te stemmen. Ik hoop dat de overige vragen alsnog beantwoord kunnen worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Van Willigen, Democraten Gorinchem. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. De RES gaat nu naar de provincie, Rijkswaterstaat en het waterschap, die uitspraken gaan doen over de haalbaarheid, de kansen en de mogelijkheden. Ik ben heel benieuwd wat daar uit gaat komen, maar het zal ons in ieder geval een heleboel kennis opleveren. Wij hebben zorgen over de bedrijven en inwoners die nu nog negatief zijn, maar het realisme zegt ons ook dat we nooit honderd procent positieve bereidheid zullen krijgen. Zoals een beroemd collega van de voorzitter zei: we krijgen in dezen echt niet alle kikkers in de kruiwagen. Met ‘nee’ zeggen, of op de rem trappen, komen we er ook niet, want we hebben tempo nodig in de energietransitie. Het heeft al veel te lang geduurd. En nee, natuurlijk mag dat tempo niet ten koste gaan van de zorgvuldigheid, maar laten we asjeblieft doorgaan, doorgaan, doorgaan. Onze nek moet gewoon uit onze kraag. We moeten soms gewoon vol in de wind staan om het aan te pakken en op te pakken. En nee, daar kunnen we niet alle inwoners en bedrijven tevreden mee stellen, maar in een gesprek kunnen we natuurlijk wel proberen dat draagvlak te vergroten. Dat is de kern van het verhaal van de participatie. Steun voor de ambities en de zoekgebieden, met gebruikmaking van de actuele kennis. En we hebben daar kanttekeningen bij geplaatst.
Participatie is natuurlijk een prachtige term, maar wanneer iemand, of een bedrijf, niet bereikt wordt, kun je daar van alles van vinden, want bij wie ligt die verantwoordelijkheid nu? Waarom hebben we die mensen of bedrijven niet bereikt, welke kanalen hebben we ingezet? Ik hoorde de wethouder zeggen dat hij hierop in ieder geval gaat reflecteren. Ik ben benieuwd wat daaruit volgt, want misschien zetten we wel de verkeerde kanalen in. Laten we het in ieder geval gaan bekijken. Zo zijn er ook heel veel onderzoeken die eraan komen. Wij pleiten ervoor om bij de uitvoering vooral uit te gaan van de actuele kennis. Laten we asjeblieft niet te snel vooruit lopen nu. Ik hoor dat we heel veel deskundigen in de raad hebben zitten, dus die worden ook heel
E - 43
vriendelijk uitgenodigd om dadelijk bij de uitvoeringsagenda hun deskundigheid in te zetten. De moties. Motie 1 steunen we niet. De afstand is voor ons veel te rigide vastgehouden. De heer Oostrum zei het al: laten we het nader onderzoek afwachten en dan komt dat vanzelf bij de uitvoering. Motie 3 steunen we. In B&A en ook vanavond hebben we daar zelf voor gepleit. We hebben hem niet mede ingediend, maar we gaan hem van harte steunen. Motie 4 steunen we niet. De nieuwe motie 5 van de VVD gaan we wel steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Molengraaf, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat is hier nog aan toe te voegen? Ik zal u niet langer in spanning houden: niet heel veel. Ik moet eerlijk zeggen dat ik in de sessies en ook vanavond weer echt wel heb gemerkt dat de wethouder op een gedegen manier in deze hele materie staat en goede antwoorden heeft op veel vragen die gesteld zijn. Dat stelt mij gerust. Het is echt wel zijn ding, die duurzaamheid. Het is een heel ingewikkeld traject en wat ik een beetje proef, daar zullen de insprekers bij de Zeepkist vast ook een rol in hebben gespeeld, en de grote artikelen in de krant, is dat we toch de neiging hebben om dan een beetje koudwatervrees te krijgen. Ik proef dat met name bij Stadsbelang, dat, heb ik de heer Roeland horen zeggen, ineens tegen windmolens is.
Ik ben daarom heel benieuwd wat Stadsbelang gaat stemmen als de RES echt ter tafel komt, want een alternatief wordt door Stadsbelang eigenlijk niet geboden. Ik ben het in grote lijnen eens met de heer Van Breemen, die heeft gezegd dat we gewoon behoorlijk in moeten zetten. We kunnen ons niet de luxe veroorloven om te gaan millimeteren over alternatiefjes, terwijl we gewoon weten dat het geen zoden aan de dijk zet. De voorzitter: Ik zie een interruptie. De heer Roeland. De heer Roeland: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Molengraaf zegt dat Stadsbelang ineens koudwatervrees is, maar dat is beslist niet het geval. Al veel eerder heb ik aangegeven dat het mij verwonderde dat de A15 bij Gorinchem-Oost aangewezen zou worden als zoekgebied, omdat in de media, op televisie en in de kranten, heel veel te doen is geweest rond enorme windmolens bij wijken. Ik heb destijds al verwezen naar de wijk IJburg, dus ik begrijp niet waar mevrouw Molengraaf vandaan haalt dat wij koudwatervrees zouden hebben. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik heb dat in de vorige sessies anders gehoord, maar ik ga er verder niet over kibbelen. De heer Roeland: Dan hebt u niet goed geluisterd! Mevrouw Molengraaf-Vullers: Dat zou kunnen; ik kom ook al wat op leeftijd. De moties, voorzitter.
Motie 1, ‘Windmolen-vrij, dichtbij’, zullen wij toch steunen, omdat ik van de indiener begrepen heb dat die 500 meter eigenlijk nog een redelijk milde variant is en dat er adviezen zijn die een veel grotere afstand aangeven. 500 meter vind ik alleszins redelijk en die afstand levert volgens mij in Gorinchem ook geen problemen op. Het punt E - 44
dat de heer Van Breemen maakte over het bestuderen van alternatieven ter compensatie heb ik zo gelezen, dat, als je alternatieven vindt waardoor je een windmolen niet hoeft te bouwen, je dat zeker moet doen. Dat lijkt mij gewoon een goed punt. De motie over de lobby hebben we zelf ingediend en daar zullen we dus voor stemmen. De motie over debat en inspraak is wat ons betreft een beetje te veel. Nu één ding uit de RES halen, dit parkeren en daarover de inspraak nog eens overdoen, lijkt mij niet wenselijk. Ik ga ervan uit dat ook in de vertaling van de RES naar een actieprogramma, of hoe dat ook moge heten, nog voldoende mogelijkheid voor participatie, inspraak en debat zal zijn. Dat heb ik ook echt wel van de wethouder zo begrepen, dus wij zullen daar niet voor stemmen. Motie 5 zullen wij ondersteunen. En dan ben ik er doorheen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Hassouna, D66. De heer Hassouna: Yes. Motie 1 hebben wij mede ingediend, dus die gaan we uiteraard steunen. We zijn blij met de aanpassing van motie 2, die nu motie 5 is geworden, dus die steunen wij. In motie 3 wordt gevraagd om financiële middelen. Die steunen wij ook. Motie 4 steunen wij niet, omdat wij de overcapaciteit nog niet vast willen leggen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Maaren, wenst u nog het woord te voeren? Mevrouw Van Maaren: Ja, voorzitter.
De moties 1, 3 en 5 steunen wij, motie 4 niet. Wij hebben ook grote twijfels bij […echo ..3:15:50..] zoals die nu voorligt. Het is een beetje tegenstrijdig met wat ik in eerste instantie dacht, dus daar gaat het richting, nou ja, een andere keuze. Maar dat zien we zo wel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we nu aangekomen bij de tweede termijn van de wethouder, die vooraf graag even een schorsing wil. Ik stel voor dat we dat doen tot vijf voor elf. Ik schors de vergadering (22.38 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (22.58 uur). Aan de orde is de tweede termijn van de zijde van het college. Het woord is aan wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Eerst zal ik ingaan op wat in tweede termijn nog is ingebracht. In de inbreng van Gorcum Actief in tweede termijn gaat het natuurlijk over die participatie. Er is uitvoerig over gesproken dat dat belangrijk is en ook hoe dat nu gaat in gebieden. Daarvan is Gorinchem op zich natuurlijk ook een mooi voorbeeldgebied. Dat vergeten we misschien wel eens, maar het traject dat gelopen is, met in dit geval de energiecoöperatie de Knotwilg, heeft er in ieder geval toe geleid dat ook omwonenden mee konden gaan in die planvorming. Dus ook dichter bij huis hebben we voorbeelden waar we graag naar willen kijken. E - 45
Als het gaat over de VVD: toch iets meer duiding over de WOB, waarom? Dat is omdat inwoners nóg meer willen weten. We hebben ook wel gesprekken gehad, maar toch wil men nog meer weten: hoe is het nu de afgelopen jaren gelopen? Dat is wat men wil weten. Als het gaat over de motie van de scholen… De heer Van Santen: Voorzitter… O, sorry, dat moet ik in de chat doen; dat vergeet ik iedere keer. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ja, ik had ook nog een vraag gesteld over Damen, daar was ook een ommekeer bij. Wat was nou de reden van die ommekeer van Damen? Wethouder Kraaijeveld: Dat is toch een grotere zorg die daar leefde, waar ze zouden kunnen komen, maar ook bijvoorbeeld het personeel dat daar werkt en dat ook met veel plezier door de Avelingen wandelt onder lunchtijd. Dat geldt voor meerdere bedrijven daar, die dat ontzettend waarderen. Dus dat zijn gewoon belangrijke zorgpunten die zij op tafel hebben gelegd. Dat is in die fase aan die directietafel, zoals wij hebben vernomen, een belangrijk bespreekpunt geweest. En zoals gezegd gaan we natuurlijk ook graag weer met Damen het gesprek daar verder over aan. De heer Roeland heeft een zorg verwoord die we, denk ik, allemaal zo ervaren en voelen. Over de gezondheidsrisico’s heb ik al gezegd dat we dat als college natuurlijk ook erg serieus nemen.
Als het gaat over het CDA en het meer werk maken van bedrijven, ja, dat is een belangrijke. Dat werd ook vanuit de SP gezegd. Doordat wij een flink bedrijfsleven hebben, met industrie, heel veel mooie bedrijven, maar ook met een grote energievraag, ligt daar natuurlijk ook een grote verantwoordelijkheid om hierin mee te helpen, en dat kunnen bedrijven natuurlijk ontzettend doen door dit soort zaken ook mogelijk te maken, maar ook door hun eigen bedrijfsvoering energiezuiniger te maken, en natuurlijk naar die circulaire economie stappen te zetten en op het gebied van innovatie natuurlijk ontzettend te helpen om nog meer energie uit bepaalde oplossingen, letterlijk, te halen. Dus ja, daar gaan we natuurlijk heel erg mee aan de slag. De heer Onvlee vroeg daar ook een toezegging over als het gaat over de focus van de uitvoeringsagenda. Op het moment dat dit in twee raden wordt meegegeven, gaan we verder aan de slag met de uitvoeringsagenda, zoals ook in het raadsvoorstel als beslispunt is opgenomen en dan zullen we natuurlijk ook kijken wat er mogelijk is binnen de beschikbare capaciteit. Daarin is de motie over de lobby natuurlijk ontzettend belangrijk, omdat wij meer financiële middelen nodig hebben om dit nog steviger mogelijk te maken en te kunnen versnellen. Afhankelijk van wat mogelijk is, gaan we natuurlijk ook in de tijd de zaken neerzetten en prioriteren.
Maar we gaan natuurlijk wel verder aan de slag met hetgeen waar we nu al mee bezig zijn. De PvdA vroeg nog naar het amendement in Molenlanden. Dat hebt u juist vernomen. Het is mooi dat die lijntjes zo over en weer gaan en dat helpt mij ook wel, of in ieder geval het college, om aan te geven dat wij die lijn vanuit het college ook zouden willen hanteren, dus dat wij ook wel de 50% lokaal eigenaarschap op die manier heel belangrijk verder willen meenemen. Dat is in Molenlanden op die manier als amendement aangenomen. Het zit in het raadsvoorstel, dat we dat op die manier ook willen meegeven, dus als ik dit E - 46
op deze manier mag toezeggen, dan is in feite de besluitvorming weer gelijk in twee gemeenteraden en kan het op die manier ook meegegeven worden naar de NP RES en provincie en waterschap. GroenLinks zei het gevoel te hebben dat er een scheef evenwicht in zit. Ik heb al gezegd dat we het echt samen doen en dat we samen op weg gaan naar 2050. Wat hier nu in zit, is om de koers neer te zetten richting 2030. Daar is het zo dat we beginnen met de twee zoekgebieden die nu worden voorgesteld, om daar verder de verkenning op te doen. Tegelijkertijd weten we ook dat de aandachtsgebieden op enig moment in beeld zullen komen. Het kan dus zijn dat molens afvallen, want in de doelstelling staat “zeven tot tien molens met elkaar realiseren”, dat op die manier de aandachtsgebieden in de komende jaren op Molenlands grondgebied dus ook dichter in beeld komen. Het betekent ook dat wellicht andere gebieden weer in beeld kunnen komen. Dat kan natuurlijk op het gebied van participatie weer teruggegeven worden. Je hoort hier en daar bijvoorbeeld ook weer ideeën van “zou je toch niet langs die A27 wat kunnen doen, kan het toch niet misschien wat meer bij Groote Haar, of aan de andere kant langs de A27?”. Nou, dat neem je allemaal mee de komende jaren weer richting die RES 2.0.
Daarnaast speelt natuurlijk bij Molenlanden ook de ontwikkeling bij de Drechtsteden, die ook de A15 als een belangrijke lijn zien en waar ook gedacht wordt van “waar kunnen zij de duurzame opwek neerzetten met wind en zon?” Wijngaarden is bijvoorbeeld een dorp, waar we het in B&A ook over hadden, dat daar ook iets over heeft ingesproken. Op die manier kijkt natuurlijk het gemeentebestuur van Molenlanden ook naar zo’n ontwikkeling en hoe je dat in goed overleg met elkaar kunt doen. Dan ga ik naar mevrouw Stevens, voorzitter, en ik hoop dat ik alle vragen goed beantwoord, anders hoor ik het graag. De rol van isolatie heb ik in algemene zin willen benoemen, dat ook dat een onderdeel is dat we meegeven. Ik benoemde die warmtescans waar 250 inwoners gebruik van hebben gemaakt, dus de suggestie om daar te gaan isoleren, waar loopt nou heel veel kou en warmte weg, dat hebben we dus meegegeven en is onderdeel van wat we doen, en het is ook een belangrijke. Er is niet zozeer een schets ten opzichte van zon, wel zoekgebieden ten opzichte van wind. Het aantal hectaren zonoppervlak is in kaart gebracht, dus dat is de kaart, en daarvan proberen we dus richting 2030 de helft te gaan invullen en daar ook over te stimuleren. Postcoderegelingen-achtige dingen, dat is ook allemaal wat we op ons netvlies hebben, dus alles waar mogelijkheden in zijn willen we natuurlijk aangrijpen.
En natuurlijk, zoals ik al zei, kunnen ook bedrijven een belangrijke rol spelen in het realiseren van de energietransitie. Nee, zeker niet alleen maar tiny forest. Het was voor mij een voorbeeld om aan te geven dat we natuurlijk wel op punten proberen nog meer bomen te realiseren. Dat is ook wel vanuit de transitievisie warmte een belangrijke. Het zou natuurlijk fijn zijn als mensen niet airco’s gaan aanschaffen nu de zomers warmer worden, maar dat ze, als ze een tuin hebben op het noorden, proberen een boom neer te zetten die eigenlijk dezelfde, of misschien wel betere werking heeft. Dus op die manier kunnen we ook wat doen. Als het gaat over inspraak in het proces, daarvan heb ik net al aangegeven dat het een vervolg krijgt naar de Staten en op het moment dat daar groen licht uit komt, dan ga je verder met deze zoekgebieden, en daar zit weer een heel proces van inspraak in en van E - 47
onderzoeken, een milieueffectrapportage bijvoorbeeld, et cetera. Dus het antwoord daarop is ‘ja’. Voor de helderheid: bij Avelingen is het zoekgebied zo neergezet dat het inderdaad gaat over de uitlopers in de rivier, waarmee het ook onderdeel uitmaakt van het Naturanetwerk daar en de mogelijkheden zijn dus in het natuurgebied en ook naast het natuurgebied. Zo breed is het zoekgebied ingevuld. In z’n algemeenheid snap ik natuurlijk heel erg wat wordt ingebracht, en daar kom ik straks ook wel op terug in het licht van de motie ‘Windmolen-vrij, dichtbij’. We staan natuurlijk echt voor een hele grote opgave, en dat merk je ook bij partijen die tegen zijn… De voorzitter: Interruptie mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat u als het gaat om participatie een toezegging heeft gedaan, maar ik had eigenlijk op nog een toezegging gehoopt, en wel dat de plaatsing van windmolens, of van grote zonnepanelen, niet ten koste mag gaan van de natuur, en dat dat een belangrijk oogmerk is tijdens het onderzoek. Hoe reageert de wethouder hierop? Wethouder Kraaijeveld: Ook dat had ik, meen ik, beantwoord, dat de natuur ook een onderdeel is in de verdere onderzoeken. Dat heet het flora- en fauna-onderzoek en misschien zijn er nog meer dingen die ik niet helemaal weet, maar dan zit je natuurlijk heel ver in het proces.
Op die manier worden dus ook de natuurwaarden bekeken en ook Staatsbosbeheer heeft er natuurlijk veel kennis van, ook ervaring in Nederland, hoe je dat bij elkaar kunt brengen. Mevrouw Stevens: Dus u wilt dat toezeggen? Wethouder Kraaijeveld: Ja, wij zullen de natuurwaarden op die manier ook op een goede manier beschouwen en zoals gezegd zul je daar ook onderzoek voor moeten doen. Mevrouw Stevens: Fijn te horen dat de wethouder dit toezegt. Wethouder Kraaijeveld: Zoals gezegd, staan we voor een grote opgave. Ook tegenstanders die je spreekt erkennen dat er voor de komende generaties iets gedaan zal moeten worden. Tegelijkertijd heb je een verantwoordelijkheid met elkaar om dat dan ook concreet invulling te geven, en dat is natuurlijk ook wat hier voorligt. En het is niet alleen dat bedrijven daarin kunnen helpen, ook inwoners kunnen natuurlijk ontzettend helpen door te kijken van “nou ja, heb ik altijd de auto nodig, kan ik mijn huis verduurzamen?”, et cetera, et cetera, zodat we echt die opgave met elkaar doen. Dan kom ik op de moties, voorzitter. Allereerst de motie ‘Duurzame scholen’. De laatste versie staat erin. Ik mis alleen nog het woordje ‘helpen’ achter de eerste bullet waarin het college wordt opgeroepen.
De vraag van het college is of wij deze zin mogen duiden als “de scholen in Gorinchem in samenspraak helpen voorzien van zonnepanelen voor een duurzame schoolomgeving”. Als we hem zo mogen duiden van de heer Van Santen, en wellicht anderen die dat willen steunen, dan zouden we hem positief adviseren. De voorzitter: De heer Van Santen.
E - 48
De heer Van Santen: Dat mag u zo duiden inderdaad. Het gaat meer om het woordje ‘samenspraak’, dat zien wij ook als ‘helpen’. De voorzitter: Goed, dan passen we deze motie zo aan. Wethouder Kraaijeveld: Dan de motie ‘Windmolen-vrij, dichtbij’. Ik heb de duiding van mevrouw Molengraaf van ChristenUnie/SGP daarop gehoord. Die zag de 500 meter als minder rigide en las ook de alternatieven op een andere manier. Als ik die ook op die manier mag duiden ten aanzien van de alternatieven, dan staat het college daar ook gewoon op die manier positief tegenover. En als het gaat over de afstandsnorm is het misschien ook wel goed aan te geven dat wij daar echt als college bij u op terugkomen en ook willen komen, dus dat wij expliciet bij u terug willen komen van “hoe zouden die zoekgebieden er verder uit komen te zien, waar zouden de windmolens in potentie dan kunnen, als blijkt dat dat dan ook kan, en op welke afstanden komen die dan?”. Als we hem mogen lezen als dat wij dus inderdaad over de afstanden, en dus ook nadrukkelijk over de afstanden binnen 500 meter, bij u terugkomen en we mogen er zo verder mee aan de slag, en daarmee bij u terugkomen, dan zou ik hem zo willen voorleggen. De voorzitter: Interruptie de heer Van Santen. De heer Van Santen: Over die 500 meter. Kijk, hoe weet u nu al dat iets wel of niet mogelijk is? Dat is ook wat u terecht zegt.
Mocht het nou niet lukken, dan kunt u altijd nog terug naar de raad en dan kunnen we het daarover hebben. Maar het gaat hier over woongebieden en niet over een woonark of zo, dat is een heel ander gesprek. Wij willen eerst de focus op de dingen die ertoe doen in Gorinchem, de zonne-energie en alle goede mogelijkheden, en dan hoort dat hierbij. Dan is dit een motie die wat ons betreft dat benadrukt. De voorzitter: De heer Van Willigen interruptie. De heer Van Willigen: Meneer Van Santen, u zegt nu dat we gaan afspreken om niet binnen 500 meter van inwoners iets te gaan plaatsen en vervolgens zegt u dan van: “ja, en als dat niet lukt, dan komt u maar terug bij de raad”. Maar zouden we de boel niet kunnen omdraaien en zeggen: we gaan in de uitvoeringsagenda kijken waar we willen plaatsen en als dat op een moment komt dat het dan binnen 500 meter is, dat we dán terugkomen naar de raad met de opmerking van “hé, we hebben het daar destijds over gehad, we hebben geen bindende afspraak gemaakt, maar dit is mogelijk een puntje van aandacht, een puntje van zorg, en laten we eens even kijken met de kennis die we dán, op dat moment, hebben, want misschien speelt dit pas over drie, vier, vijf, zes, zeven jaar, om dan de discussie te starten.
Ik heb er heel veel moeite mee dat we ons nu vastzetten en u komt er dan wat mij betreft niet mee weg dat u zegt van “ach, en als het dan niet anders kan, dan mag u bij ons terugkomen en dan gaan we er nog eens een keer over hebben”. U zet zelf de norm neer – ik zie dat de heer Van Breemen dat in de chat opmerkt – en daarmee zet u de boel muurvast. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld.
E - 49
Wethouder Kraaijeveld: Nou ja, dat zou ik dan ook vanuit het college op de manier zoals de heer Van Willigen schetst vorm willen geven. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Even heel kort: daarom willen wij juist dat windgedeelte even parkeren. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Ik zou even willen reageren op de heer Van Willigen. Je kunt die hete aardappel – wel of geen 500 meter en wel of niet in de nabijheid van woningen – vooruitschuiven, of je kunt nu een standpunt innemen en daar nu duidelijkheid over geven. Dat is, denk ik, wat de indieners van de motie doen en ik zou ook Democraten Gorinchem willen oproepen om die keuze nu te maken. Geef die duidelijkheid aan de inwoners van de stad. De heer Van Willigen: Mag ik reageren, voorzitter? De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Het is prachtig wat u zegt, meneer Tekir, maar daarmee loopt u vooruit op de kennis die we mogelijk zullen hebben op het moment dat dit actueel wordt. Misschien zeggen we op dat moment wel “nee hoor, met de kennis van nu en met de techniek waarmee we de windturbines nu kunnen inrichten, kunnen we met 300 meter uit”. Misschien moeten we wel met 700 meter uit, maar laten we daar asjeblieft niet op vooruitlopen.
U zet nu een norm neer die heel erg bindend is en die ook bepalend kan worden voor de uitvoeringsagenda, want we moéten dan op zoek gaan naar plekken waar in ieder geval 500 meter afstand is van inwoners. Daarmee beperkt u de mogelijkheden voor het uitvoeren van deze RES, en dat zou erg jammer zijn, want daarmee gaan we misschien ook wel onszelf enorm in onze vingers snijden met deze beperkingen. De heer Tekir: Voorzitter, als ik nog even mag? De voorzitter: Ja, eerst de heer Tekir, daarna mevrouw Molengraaf en ik denk dat dan de heer Van Willigen weer het woord wil. De heer Tekir: De heer Van Willigen noemt het een beperking, ik zou het een normering willen noemen. We zijn hier als lokaal bestuur in het leven geroepen om aan te geven wat we wel en niet willen toestaan. Het gaat hier om schadelijke gevolgen die niet alleen de natuur kunnen aantasten, maar ook onze inwoners. Wij kiezen ervoor om daar gewoon uiterst voorzichtig mee om te gaan, door nu al een norm vast te stellen. Nogmaals, maar dat geldt voor heel veel andere besluiten, als straks blijkt dat dit besluit om welke reden dan ook niet uitvoerbaar is, kan het college er altijd nog op terugkomen bij de raad. Maar laten we nu wel asjeblieft een norm meegeven dat als uitgangspunt gehanteerd kan worden. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf.
E - 50
Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Ik verbaas me een beetje over de discussie met de wethouder, want aan de ene kant zegt hij “zoals mevrouw Molengraaf het uitlegt, die 500 meter, is eigenlijk nog redelijk mild en we gaan daardoor praktisch eigenlijk nergens in de problemen komen met de huidige zoekgebieden”, en dan ineens draait hij weer met “nee, het is toch te beperkend”. Ik ben het met de heer Tekir eens dat het ook in praktische zin niet de consequenties heeft die de heer Van Willigen nu schildert. Dus ik zie echt het bezwaar niet om dit nu gewoon aan te nemen. Volgens mij kunnen we dat veilig doen en geven we inderdaad de inwoners daar een stukje duidelijkheid mee. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Ik ben meer van de gedachte “laten we nu eens gaan en laten we zeggen ‘ja het kan’ en dat we dadelijk altijd nog kunnen zeggen: nee, we moeten die beperking invoeren met de kennis van nu”. Maar nu ga ik herhalen. Dus graag de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel. Het zou een formulering zijn die het college ook passend zou vinden. Het is misschien wel goed om aan te geven dat de 500 meter-grens in de praktijk wel degelijk een belemmering kan blijken ten opzichte van het ambitieniveau dat u in de RES stelt.
Het ambitieniveau van de RES geeft aan: 400 terajoule met zeven à tien windmolens in twee zoekgebieden op dit moment binnen de hele Alblasserwaard. Op het moment dat je daar nu een norm van 500 meter zou hanteren, zou een groot deel van het A15-zoekgebied al niet kunnen. Daarnaast geldt dat voor een deel van Avelingen ook. Dat geeft gewoon aan dat het vrij onmogelijk wordt om de zeven molens die u als doelstelling meegeeft dan ook echt te gaan realiseren. Wij begrijpen ontzettend de zorg die hier leeft. Ook dit college en dit gemeentebestuur snappen natuurlijk dat we hier goed naar moeten kijken. Daarom zijn we ook zeker bereid om dat punt over die gezondheid en die dB’s, decibel laagfrequent, ook echt serieus mee te gaan wegen in de verdere planvorming, als dat verder vrijgegeven kan worden vanuit de provincie. Dus laat ik dat punt nog even heel helder maken. Ook het college wil expliciet terugkomen op de vraag waar molens nou uiteindelijk echt kunnen, want dat moet allemaal nog onderzocht worden, u weet: maritiem, Defensieradar, maatschappelijk draagvlak, daar hebben we het allemaal over gehad. En dan komen we bij u terug hoe dat eruit ziet en op welke afstanden dat dan daadwerkelijk zou zitten, en hoe dat daadwerkelijk ten opzichte van inwoners zou zitten, dat zouden individuele woningen kunnen zijn, of wijken.
Daar kun je misschien ook nog anders naar kijken, omdat, zoals ik ook aangaf, in de praktijk ook blijkt dat woningeigenaren die goed meegenomen zijn en financieel een stukje participatie tegemoet kunnen zien daar anders naar willen kijken. Dat is mijn ervaring bij de A15. Daar zitten grondeigenaren die echt wel binnen een afstand van 500 meter zitten, maar die zijn geïnteresseerd in de ontwikkeling die daar mogelijk te maken is. Dus op het moment dat u die 500 meter op inwonersniveau stelt, stelt u uzelf een hele moeilijke opgave om uiteindelijk echt de doelen richting 2030 te doen. Vandaar het voorstel van het college om hem zo te mogen duiden dat we daar echt expliciet bij u op terugkomen, ook op de afstanden in verband met de gezondheidsrisico’s.
E - 51
De voorzitter: Goed, dus u zegt daarmee: zet niet expliciet die 500 meter neer, maar we gaan aan de slag en onderzoeken, we nemen medische onderzoeken, alles nemen we mee en we komen richting de raad met een voorstel, zodat de raad er dan over kan spreken. De heer Tekir. De heer Tekir: Ik probeer de wethouder te begrijpen. Ik hoorde hem zeggen dat hij de zorgen die er zijn deelt. Wat ik dan lastig vind, is dat ik de actie mis die we daaraan gaan koppelen. Deze motie doet dat nadrukkelijk wel, door nu al een uitgangspunt in te nemen, maar daarnaast ook de ruimte te geven om, als zich straks inderdaad beperkingen zouden voordoen, op zoek te kunnen gaan naar alternatieve energiebronnen en dus ook niet per se op deze locaties zoals de windmolens nu ingetekend zijn. Ja, dan kan het gevolg daarvan zijn dat we inderdaad weer met Molenlanden om de tafel gaan zitten en dat we met elkaar kijken, aan de hand van de gezamenlijke ambitie die we hebben, wat een haalbare oplossing is. Die ruimte geeft deze motie. Ik zou de wethouder willen vragen die ruimte ook te pakken en daarmee aan de slag te gaan. De voorzitter: Ook een interruptie door de heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter.
Ik zie dat de heer Van Santen in de chat zegt dat de motie wordt gehandhaafd zoals die is, en dan lees ik toch echt dat we een minimale afstandsnorm hanteren en geen windmolens plaatsen in de nabije omgeving van hemelsbreed 500 meter. Als het zo blijft staan, dan hoop ik toch echt dat de wethouder niet positief kan adviseren. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Ten aanzien van de afstandsnorm in deze fase van het proces waarin we zitten, niet – dus dat is even voor de helderheid –, omdat er dan grote risico’s zijn dat het bod, waarvan ik heel veel fracties heb horen zeggen dat ze het belangrijk vinden om dat te realiseren, heel lastig te realiseren zal zijn. En als het dan gaat over naar de heer Tekir toe: dat doen we ook gezamenlijk met Molenlanden. Dus als vanuit deze twee zoekgebieden blijkt dat er molens gaan afvallen, en dat sluit ik zeker niet uit, gezien de thema’s die we de revue hebben laten passeren, dan gaan we natuurlijk kijken hoe we dat verder, samen ook met Molenlanden, invulling kunnen geven. Het kan natuurlijk ook betekenen dat op Gorcums grondgebied er misschien weer breder gekeken moet worden, wat ik schetste: langs de A27, maar dat was niet het eerste scenario, het voorkeursscenario, waar twee raden eigenlijk unaniem van zeiden “dat is de meest logische infrastructuur om het langs te zoeken”.
Dus dan komt ook weer in beeld dat misschien in Gorinchem op andere gebieden met dezelfde gesprekken die we nu hebben daar weer op terug wordt gekomen. Vandaar dat het voorstel is om heel expliciet daarop terug te komen, maar niet zo hard die 500 meter-norm te stellen. Die hebben we wel heel duidelijk gehoord, even voor de helderheid, vanuit het college, alleen, het kan natuurlijk prima zo zijn dat er woningen binnen 500 meter zitten, dat we met bewoners tot oplossingen weten te komen en dat de gezondheidsklachten door een bepaalde opstelling, of bepaald type molen in de toekomst die innovatief veel minder gezondheidsklachten geeft, of laagfrequent geluid, dat we daar gewoon binnen die 500 meter oplossingen voor weten te verzinnen. Het zou ontzettend zonde zijn om dat in deze fase op die manier onmogelijk te maken. E - 52
De voorzitter: Volgens mij zijn de standpunten en de onderliggende belangen geduid. Heeft u behoefte aan een derde termijn? Zo niet, dan gaan we gewoon stemmen. De heer Van Willigen: Ik wil graag schorsen, voorzitter. De voorzitter: Is het een voorstel om tot kwart voor twaalf te schorsen? De heer Van Willigen: Nee hoor, het mag wat mij betreft korter, ook oog hebbend voor de mensen die morgen weer moeten werken, onder wie ikzelf. Ik wil alleen even in alle rust ruggenspraak kunnen houden. De voorzitter: Goed, ik stel voor om tien over half twaalf verder te gaan. De vergadering is geschorst (23.27 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (23.43 uur). Door de heer Van Willigen was om een schorsing gevraagd. Wil hij nu het woord? De heer Van Willigen: Nee hoor, laten we asjeblieft de vergadering snel voortzetten. De voorzitter: De wethouder heeft zich beraden op de ontstane situatie en met uw goedvinden geef ik hem het woord voordat wij tot stemming overgaan. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we even konden schorsen, zodat we konden kijken of we de motie nu op een goede manier duiden.
Misschien is het een herhaling, maar het kan niet vaak genoeg gezegd worden dat wij de mogelijke gezondheidsrisico’s op een bepaalde afstand van een windmolen ontzettend serieus zullen gaan beschouwen en die ook echt concreet willen maken in het vervolgproces, om er daarna bij de raad op terug te komen. De heer Tekir heeft geopperd die norm nu te stellen, maar de oproep van het college is eigenlijk of we het zó kunnen duiden dat die norm van 500 meter ontzettend serieus is om naar te kijken, maar dat we wel gewoon aan de slag kunnen met de zoekgebieden, waarbij we natuurlijk ook zullen kijken wat binnen die 500 meter valt en wat er niet in kan, als het überhaupt al kan. Als ik het goed heb begrepen, gaat het bij de afstanden met name om woonwijken en op die manier zullen we ook kijken naar de impact die het kan hebben op de woonwijken. Daarnaast zullen we natuurlijk ook de onderzoeken, en daarvan zijn er verschillende voorbij gekomen, goed monitoren en kijken wat we daarvan kunnen leren, zodat we dat ook in het vervolgtraject goed kunnen meenemen. Dit willen we graag vanuit het college zo meegeven richting de besluitvorming, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even naar de indieners voor een reactie. De heer Van Santen misschien? De heer Van Santen: Ja, voorzitter.
De motie zoals die hier staat, staat wat ons betreft, want dat is de norm die wij willen meegeven aan de wethouder. De term ‘woongebieden’ waar hij het over heeft is inderdaad interpretabel voor woongebieden, dus daar zou je naar kunnen kijken, hoe je dat ziet, maar we gaan er wel van uit dat daar veel inwoners wonen, E - 53
dus daar moet je gewoon rekening mee houden. Dus we houden eigenlijk de motie zoals die is. Wij willen gewoon deze normen meegeven aan de wethouder en xvragen of hij in eerste instantie de focus wil houden op de kansrijke dingen en de normen wil aanhouden. Dat is het eigenlijk. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dank u wel, meneer Van Santen, voor uw duiding. De motie is mede ingediend door D66, Stadsbelang en Gorcum Actief. Zouden zij hier ook even een verklaring op willen geven? De voorzitter: De vraag is of zij dat wensen. Ik kijk even in de chat. Ik zie dat in ieder geval de heer Tekir wil reageren. De heer Tekir: Ik wil er zeker op reageren, voorzitter, maar met het oog op de tijd zou ik wel willen voorkomen dat we met z’n allen een herhaling van zetten gaan doen. Volgens mij stemmen wij als raad over een motie, en dat is een verzoek aan het college om ergens mee aan de slag te gaan. Als nu in die hele uitvoering blijkt dat dingen niet gaan zoals we dat willen, of zoals we dat hebben bedoeld, dan kan het college – maar dat geldt voor ieder voorstel – altijd nog terugkomen naar de raad. Primair staat de motie, die norm is het uitgangspunt en het is nu aan het college om daar handen en voeten aan te geven en om aan de raad te rapporteren wat daarvan terechtkomt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann.
Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. 500 meter, een molen van 200 meter hoog, dat is echt wel heel erg dichtbij. Ik schrik eigenlijk een beetje van deze hele discussie, want er zijn mensen in de Lingewijk en in Gorinchem-Oost die daar net een huis hebben gekocht en die schrikken zich te barsten als daar ineens een molen vlakbij komt. 500 meter is dan nog heel mild, als je het vergelijkt met onze buurlanden en allerlei onderzoeken die er lopen. Dus ik zou er heel graag aan vasthouden. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Roeland. De heer Roeland: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Tekir. Wij willen die norm van 500 meter sowieso aanhouden in onze motie. Het kan wat ons betreft nooit zo zijn dat het bod, of de ambitie, belangrijker is dan het welbevinden van bewoners en natuur. Wat dat betreft zou ik zeggen: neem de motie aan, kijk waar de problemen plaatsvinden en kom vervolgens terug bij de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen: Dank u voor de beantwoording. De voorzitter: Ik zie nog een verhelderingsvraag en daarna wil ik echt overgaan tot het in stemming brengen van de moties en het voorstel. De heer Oostrum.
E - 54
De heer Oostrum: Voorzitter, dank u wel. Ik vraag me af of de indieners van deze motie nu bedoelen dat de RES moet worden aangepast voordat hij wordt ingediend, want dan moet er een ontzettende hoop werk gebeuren, of dat de indieners bedoelen dat de RES zo kan worden ingediend dat de motie wordt betrokken bij de verdere uitwerking. Ik hoop dat laatste. Dank u wel. De heer Van Santen: Dat laatste inderdaad. De voorzitter: Waarvan akte. Wij gaan stemmen, want het is, zoals sommigen al hebben opgemerkt, al laat genoeg. Er is een viertal moties ingediend, die zal ik eerst in stemming brengen, en daarna het raadsvoorstel. Aan de orde is motie M1, ‘Windmolen-vrij, dichtbij’. Als stemmingsnummer trek ik nummer 8, zodat de heer Hassouna als eerste aan de beurt van stemmen is. De motie wordt in stemming gebracht en met 15 tegen 10 stemmen aanvaard. Voor hebben gestemd de heren Hassouna en Van der Lee, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heren Van Mourik, Roeland en Van Santen, mevrouw Stevens, de heren Tekir, Wientjes, Bahlmann en Barth en de dames Dansen en Hamann. Tegen hebben gestemd de heren Koçak, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Schefferlie, Van Willigen, Van Breemen, Chaaby en Hachhouch. De voorzitter: Aan de orde is de motie ‘Duurzame scholen’.
Aanvankelijk droeg de motie het nummer 2; die is ingetrokken en vervangen door motie M5. De motie wordt in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard. Voor hebben gestemd de heren Hassouna, Koçak en Van der Lee, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heren Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan, de heren Roeland, Van Santen en Schefferlie, mevrouw Stevens, de heren Tekir, Wientjes, Van Willigen, Bahlmann, Barth, Van Breemen en Chaaby, mevrouw Dansen, de heer Hachhouch en mevrouw Hamann. De voorzitter: Aan de orde is motie M3, ‘Lobby ambities RES 1.0’. Kan ik ervan uitgaan dat ook deze motie unaniem wordt aanvaard? De heer Van Santen: Nee, voorzitter. Onze fractie stemt tegen. Zonder hoofdelijke stemming wordt de motie hierna aanvaard, onder aantekening dat de VVD-fractie geacht wil worden tegen te hebben gestemd. De voorzitter: Aan de orde is motie M4, ‘Mogelijkheid tot publiek debat en inspraak windmolens Gorinchem’. De motie wordt in stemming gebracht en met 24 stemmen tegen 1 stem verworpen. Tegen hebben gestemd de heren Hassouna, Koçak en Van der Lee, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heren Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de E - 55
dames Van Oversteeg en Pellikaan, de heren Roeland, Van Santen en Schefferlie, mevrouw Stevens*, de heren Tekir, Wientjes, Van Willigen, Bahlmann, Barth, Van Breemen en Chaaby, mevrouw Dansen en de heer Hachhouch. Voor heeft gestemd mevrouw Hamann. * Mevrouw Stevens: Ik zou in mijn tweede termijn gesuggereerd hebben dat we voor zouden stemmen, maar afgaande op de toezegging van de wethouder dat de natuur behouden blijft bij het maken van plannen voor windmolens en de participatie, vinden wij de motie overbodig, ook omdat de motie van de VVD is aangenomen. Wij hebben dus tegen gestemd. De voorzitter: We gaan nu stemmen over het raadsvoorstel, waarbij duidelijk moge zijn dat de aangenomen moties daarvan onlosmakelijk onderdeel uitmaken. Kan ik concluderen dat u allen instemt met het raadsvoorstel? De heer Van Santen: Wij hebben een stemverklaring, voorzitter. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Van Santen: We zien in deze RES zeker veel goede zaken en mogelijkheden, maar we zien ook nog veel gaten, met name omtrent draagvlak. Om die reden stemmen wij nu tegen. Ons betoog en onze moties tonen ook wel de betrokkenheid bij dit onderwerp. Wij kijken uit naar het vervolg en zullen daar actief aan bijdragen. De voorzitter: Dank u. Dan concludeer ik dat de VVD-fractie tegen is, de fractie Van Maaren eveneens. Nog anderen? De heer Hassouna: Wij willen een stemverklaring afleggen.
Wij steunen de RES vanwege de duurzaamheidsambities, maar dit mag niet schadelijk zijn voor omwonenden en natuur. Wij stemmen dus in met het voorstel, met inachtneming van de moties. De voorzitter: Anderen die een stemverklaring willen afleggen? Mevrouw Hamann: Ja, voorzitter. Wij stemmen tegen. Wij vinden het grondgebied van Gorinchem te klein voor deze hele grote windmolens en de inwoners zijn er veel te weinig bij betrokken om er nu al zo’n besluit over te nemen. Met moties en op andere manieren heb ik geprobeerd dit bespreekbaar te krijgen met de stad, maar dat is helaas niet gelukt. Ik ben dus tegen het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Stemverklaring mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. In eerste instantie stonden wij een beetje sceptisch tegenover de energiestrategie, maar ook gezien de toezeggingen die we hebben gekregen willen wij het voorstel wel het voordeel van de twijfel geven. Dat betekent natuurlijk niet dat wij in de toekomst niet net zo kritisch zullen blijven als nu. Dus verwacht nog wat van de SP in de toekomst. De voorzitter: Dank u wel. De fractie Van Maaren.
E - 56
Mevrouw Van Maaren: Zoals aangegeven in de chat, zijn wij tegen het voorstel. Wij zijn wel voor de RES op zich, maar wij hebben veel moeite met de beantwoording en hoe in het voortraject leefbaarheid, gezondheid en welzijn ondergeschikt waren aan de doelstellingen van de RES. Daarom stemmen we op dit moment tegen en hopen dat het in de loop van het traject anders wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Mourik. De heer Van Mourik: Dank u, voorzitter. Ik wil graag een stemverklaring geven. Onderzoek alles en behoud het goede. Zoals de wethouder aangeeft, komt de RES in ieder geval terug. Wat mij betreft een vette ‘ja’, want het is ontzettend belangrijk dat de RES goed in de stelling gezet wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel vast dat de VVD, fractie Van Maaren en Gorcum Actief tegen dit raadsvoorstel zijn en de overige fracties voor. Daarmee is dit raadsvoorstel met 20 stemmen voor en 5 stemmen tegen aanvaard. Hiermee zijn we aan het einde van deze vergadering gekomen. Het is behoorlijk laat geworden, maar ik stel vast dat binnen de raad een mooi gesprek heeft plaatsgevonden. Ik dank u allen voor uw goede voorbereidingen en wens u een goede nachtrust toe. 6. Sluiting.
De voorzitter sluit te 00.08 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Gorinchem op 10 juni 2021. De griffier,
De voorzitter,
E - 57
Sprekersindex:
Breemen, R.J.J. van, 15, 40, 51 Doesburg, R.P. van, 34 Hamann, mw. E.W.H., 5, 10, 13, 21, 25, 26, 30, 31, 35, 36, 49, 54, 56 Hassouna, M.S., 10, 31, 39, 44, 56 Kraaijeveld, E.C.M., 22, 23, 24, 25, 26, 28, 29, 31, 32, 33, 34, 35, 45, 47, 48, 49, 50, 52, 53 Maaren, mw. A.P. van, 45, 56 Molengraaf-Vullers, mw. M.J., 18, 36, 43, 44, 50 Mourik, H.J. van, 56 Onvlee, L.A., 8, 9, 10, 24, 38 Oostrum, J.C., 12, 13, 14, 15, 39, 54 Roeland, J.M., 7, 14, 25, 32, 37, 44, 54 Santen, N. van, 3, 9, 14, 22, 23, 29, 33, 34, 35, 36, 38, 45, 48, 53, 54, 55 Stevens, mw. D., 17, 41, 42, 47, 48, 55, 56 Tekir, I., 49, 50, 51, 53 Wientjes, C.J.J., 2 Willigen, C. van, 19, 21, 22, 28, 32, 43, 49, 50, 52, 53, 54
E - 58