210223 Concept Verslag Raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik kan het kort houden. Ik ben volstrekt niet overtuigd door de argumenten van de heer Onvlee. Ik vind het buitengewoon onverstandig om nu al geld uit te gaan geven aan iets waarvan ook de heer Onvlee niet helemaal duidelijk heeft wat ermee zou moeten gebeuren. Het maakt op mij de indruk om te willen claimen, en daar ben ik erg op tegen, want het geld moet naar de stad en niet naar het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum. De heer Van Willigen: Voorzitter, ik had om een interruptie gevraagd. De voorzitter: O, niet gezien. De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Ja, mevrouw Dansen doet nu net alsof de heer Onvlee het hele plan uit de lucht heeft gegrepen, maar ze heeft hem in tweede termijn toch horen zeggen dat het heel nadrukkelijk in afstemming met allerlei betrokkenen is gebeurd? Ze doet nu net alsof de heer Onvlee een ideetje heeft neergelegd, maar hij heeft er wel degelijk over overlegd met betrokkenen; dat heb ik hem althans horen zeggen. Mevrouw Dansen: We zeggen allemaal wel eens wat. Dat maakt mij op zich helemaal niet zo heel veel uit. Ik denk dat ik het liever niet via de heer Onvlee hoor, maar van de betrokkenen zelf. Dank u wel, meneer Van Willigen.
C - 20
De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Ja, voorzitter, ik kan mevrouw Dansen alleen maar aanraden om dan bij betrokkenen langs te gaan en dan hoort ze het van betrokkenen zelf. Ik heb het wel gehoord in ieder geval en ik sluit me dan ook nogmaals bij het initiatief van de heer Onvlee aan. Daarbij wil ik nog het volgende opmerken. Via dit initiatief geven wij als raad een richting aan en zetten we een stip op de horizon, hoe wij denken dat we de stad weer kunnen reactiveren. Anderen zeggen “laat die 100.000 euro op de plank liggen totdat er een brainstorm geweest is”. Nou, die brainstorm gaan we op 2 maart hebben en bij een brainstorm hoort volgens mij niet dat je aan de voorkant financiële beperkingen neerlegt. Dus of het nu over 50.000 euro gaat, of 100.000 euro, die is niet aan de orde als we een brainstorm hebben. Financiële beperkingen moeten niet een rem zetten op de brainstorm. Ik zeg daarmee niet dat de middelen onbeperkt zijn, maar als er goede ideeën zijn, moeten we ze niet binden aan 50.000 of 100.000 euro. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hassouna. De heer Hassouna: Dank u voorzitter, en ook dank voor de nodige aanmoedigingen via de chat en in de raad. Dat doet mij zeker goed. De heer Onvlee kan ik melden dat de heer Tekir en ikzelf op één lijn zitten.
Wij vinden het een ontzettend sympathiek en enthousiast voorstel, ook wij waren ontzettend geraakt door de Zeepkistspeech en we zijn absoluut voor hulp aan ondernemers, maar wij denken dat het voorstel simpelweg nog te vroeg komt en vooral beter doordacht moet worden. Dat doen we samen met de stad, volgens mij na de brainstormsessies, met alle partijen, om te kijken waar de daadwerkelijk behoefte ligt, zodat we die 50.000 euro, of die ton, ook doeltreffend kunnen besteden. Je kunt je geld immers maar één keer uitgeven. Wellicht vinden de heer Bronkhorst en de zijnen dat het beter besteed kan worden, aangezien de nood nú hoog is, dus wellicht komen we op ideeën dat we het op kortere termijn kunnen besteden, of op een andere manier. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Barth. De heer Barth: Dank u, voorzitter. Feitelijk is de crux van het hele voorstel gelegen in wat de heer Onvlee samenvatte als én-én: wat het CDA beoogt voor zowel de korte als de lange termijn. Maar het is juist óf-óf’ en de uitvraag van mevrouw Mager legde daar nog heel fijntjes de vinger bij: namelijk dat we het budget voor de lange termijn, als alle coronamaatregelen vervallen zijn, en dat kan wel eens heel erg lang duren, dan al hebben geclaimd en niet meer kunnen inzetten voor de korte termijn.
Het getuigt naar mijn gevoel feitelijk ook van een stukje disrespect, als wij als raad aanstaande dinsdag met de ondernemers in gesprek gaan, en dan zeggen: nou, wij hebben als raad alvast besloten wat voor u goed is voor over misschien twee jaar. Daar gaat het juist fout. Het voorstel op zich hoeft niet een slecht voorstel te zijn, maar niet op dit moment. Houd hem even vast en laten we het er na aanstaande dinsdag nog eens met elkaar over hebben. Als u het aanhoudt, is het zó weer een keer in de raadsvergadering op de agenda geplaatst. Maar
C - 21
het zou zonde zijn om in gesprek te gaan met de ondernemers en vooraf al 50 procent van het resterende budget te hebben geclaimd. De voorzitter: De heer Van Willigen, interruptie. De heer Van Willigen: Ja, meneer Barth, u gaat nu met woorden gooien die nergens in het voorstel staan. Er staat nergens dat er iets geclaimd wordt. U roept ook dat het pas uitgegeven mag worden als alle coronamaatregelen voorbij zijn, maar dan bent u ergens te vroeg in de zin gestopt met lezen, want er staat: “of wanneer het college dat mogelijk acht”. Dus die termijn van twee jaar zou ook volgende maand kunnen zijn, als het college dat mogelijk acht. Helaas niet realistisch, maar het is wel een stip aan de horizon die we zetten. Het is echter absoluut geen claimen. Als de ondernemers dinsdag mee gaan denken, denk ik zelfs dat zij de invulling al hebben en vanuit de test kan er ook nog heel veel mee gedaan worden. De voorzitter: Gelieve de interrupties kort en bondig te houden. De heer Barth. De heer Barth: Uit de eerste inbreng van de heer Van Willigen maakte ik al op dat hij niet helemaal thuis is in het budget voor reactivatie na corona. Het bedrag dat nog openstaat en geen bestemming heeft krijgt hiermee voor 50.000 euro een bestemming, als dit straks door de raad wordt aangenomen.
Of u het nu ‘claimen’ noemt of ‘reserveren’, het bedrag is dan in ieder geval niet meer voor een tweede maal te besteden. Uw tweede punt betrof de periode die het nog zal duren voordat het college het mogelijk acht dat we weer in alle ruimte kunnen winkelen en een feest kunnen houden. Als je volgens het voorstel van de heer Onvlee een band in een kroeg plaatst, en je moet daar nog steeds anderhalve meter handhaven, dan lijkt me dat een hele slechte besteding. Praktisch gezien is het dus echt een voorstel voor de lange termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, dank u wel. Heel veel argumenten zijn al uitgewisseld. Ik zei net dat de heer Van Willigen mij aan het overtuigen was om tegen te gaan stemmen en ik moet zeggen dat hij dat nog steeds aan het doen is. De felheid en allerlei framing die hij in zijn betoog gooit, daarvan zou je kunnen zeggen: met zulke vrienden heeft de heer Onvlee geen tegenstanders meer nodig. Ik hoor de heer Onvlee nu zeggen dat een brainstorm altijd zonder geld is, en dat is zo, maar eigenlijk zegt hij hiermee: we besteden nu 50.000 euro van de ton die er nog is aan de reactivatieweek en dan zijn er dadelijk blijkbaar allerlei uitkomsten van de brainstorm die ook weer geld kosten, dus dan moet er weer geld vrijgemaakt gaan worden.
Dat pleit er volgens mij nog meer voor om het dan te betrekken bij de perspectiefnota. Dus ik wil toch wel graag, als dat mag van u, voorzitter, aan de heer Onvlee vragen hoe hij dat dan ziet, want daar hangt best wat van af, denk ik. De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Allereerst gaan wij dinsdag natuurlijk in gesprek met die ondernemers, die dit voorstel ook steunen, dus die omarmen dit en juichen dit toe, maar ook de C - 22
brainstorm. Voor een goed voorstel is altijd geld te vinden als je maar wilt. Dit komt ook al uit een brainstorm met de ondernemers en wij zijn hier nu met elkaar in de raad om het signaal af te geven dat we het een moeilijke situatie vinden voor de binnenstad, maar dat wij tegelijkertijd onze rol durven te pakken om in ieder geval wat te gaan doen binnen de mogelijkheden die wij hebben, en dat is 1. dit voorstel en 2. een brainstorm waarin we nader gaan kijken wat er nog meer uit komt om nog meer te kunnen doen binnen onze mogelijkheden voor deze stad. De voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Dank u wel. Ik heb mijn zucht maar geslaakt met de microfoon nog uit! Eerst wil ik even ingaan op de kwalificatie van de heer Onvlee “de raad is wakker”. Ik zal maar zeggen: wie de schoen past, trekke hem aan. Wij als VVD voelen ons hierdoor in ieder geval niet aangesproken. Wij waren al lang wakker, zeker op dit gebied. Wij waren ook wakker door de diverse brandbrieven die vanuit de stad zijn gestuurd en ter afhandeling in handen zijn gesteld van het college, waar integraal over gesproken is en die in I&O’s over economie vast als onderlegger hebben gediend; daar zijn wij althans in de goede bedoelingen van uitgegaan. Maar ik wil het hier toch nog eventjes noemen, want het is namelijk wel gemeenschapsgeld waar we het over hebben.
In september en ook eerder hebben wij inhoudelijk gesproken over hoe op een goede manier inhoud te geven aan die vijf ton. Daar waren ondernemers bij, daar waren allerlei mensen bij. De claim om te zeggen “dit voorstel komt van de ondernemers, dit voorstel wordt ondersteund door de ondernemers en de ondernemers juichen dit toe”, het zal allemaal best, maar ik zou dat toch heel graag volgende week willen horen wanneer we met z’n allen daarover kunnen praten, en niet op deze manier, want ik heb ook andere geluiden gehoord uit de stad. Je kunt nu eenmaal niet alle ondernemers over één kam scheren. Kort geleden hebben we een evaluatie gehad in I&O en ik had toch echt het gevoel dat in ieder geval degene die daar een presentatie gaf – ik ben de naam van de meneer even kwijt – goed in de gaten heeft wat er speelt in de stad en wat er gebeurt. Dus in die zin zijn wij helemaal niet zo ontevreden en vinden we ook daarom dit voorstel nu helemaal niet nodig. Het is een gebrekkig voorstel, er is geen concrete uitwerking en het is een prematuur voorstel. Wij wachten liever de gesprekken met de ondernemers af. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Mourik, Stadsbelang. De heer Van Mourik: Dank u wel, voorzitter. Het verheugt mij van mevrouw Mager te horen dat de VVD wakker is.
In tegenstelling daarmee hoor ik ook signalen als van mevrouw Dansen van de SP, die eerst graag wil afwachten wat er aanstaande dinsdag gaat gebeuren. Iedereen die woont en werkt in de stad zal merken-, ik heb mensen aan de tafel, ik heb mensen hier op de tafel, en het enige wat ik hoor van die ondernemers, en dat hoor ik nu al bijna elf maanden, is dat het gewoon één groot drama is. Daar kunnen wij primair als raad niet direct iets aan doen, maar wat we wel kunnen is samen met de stad reactiveren. Dat vinden wij als Stadsbelang zeer belangrijk en wij hopen dat samen te doen met de raad.
C - 23
De voorzitter: Mevrouw Dansen. Ik stel wel voor de discussies even toe te spitsen, want het gaat elke keer over dezelfde elementen. Dus echt even de nieuwe zaken en anders even de mensen uit laten spreken, zodat we naar de volgende spreker kunnen, want anders gaat dit debat wel heel erg lang duren. Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Ik wil even reageren op de suggestie van de heer Van Mourik dat wij niet zouden weten wat er in de stad speelt. Je moet op dit moment wel onder een steen leven om dat niet te weten en ik kan er toch van uitgaan, meneer Van Mourik, dat u niet denkt dat wij dat doen? Dus wilt u het alstublieft bij uzelf houden en niet mij, of de SP, van rare dingen beschuldigen. De heer Van Mourik: Ik wil helemaal niemand beschuldigen, maar het is […01:18:03…], en dat is het dan. De voorzitter: Heeft u verder nog zaken in te brengen? De heer Van Mourik: Nee, maar ik dacht dat ik nog een interruptie zag… De voorzitter: Ja. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: De heer Van Mourik zegt dat het zo’n drama is bij de ondernemers, en dat is zeker zo als het gaat over winkels en horeca. Met de grote bedrijven daarentegen gaat het erg goed. Ja, het is zeker een drama en dat ga je dus niet met een feestweek oplossen, denken wij. Daar zijn heel andere dingen voor nodig.
Die dingen willen we graag bespreken en dat gaan we dinsdag doen, dus waarom nu op voorhand al dat beperken en er een pin op leggen? Laten we verdorie eerst eens met elkaar praten! De voorzitter: De vraag is helder, dank u wel. De heer Van Mourik. De heer Van Mourik: Ja, daar kan ik heel kort over zijn. Het is in principe zoals mevrouw Hamann zei, dat het helemaal correct is om dinsdag nog een keer te luisteren, maar ik kan u verzekeren dat u dan naar alle waarschijnlijkheid heel weinig nieuws zult horen, wat u de afgelopen donderdag al gehoord heeft, en wat wij, en waarschijnlijk ook het CDA, maar Stadsbelang zeker, gewoon continu horen. Het zal alleen maar een bevestiging zijn van wat we al weten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk is de situatie aanstaande dinsdag voor de winkeliers en de horeca niet ineens heel erg veranderd, maar ik hoop toch wel te kunnen gaan spreken over mogelijke maatregelen, een stimulans en oplossingen. Ik denk dat mensen iets moeten gaan kopen in de stad, en hoe krijgen we dat voor elkaar? Wij zijn toevallig gisteren de stads…[01:20:00]… gaan kopen, dat zou heel Gorinchem moeten doen. Dát helpt en aan een feestweek over twee jaar hebben we op dit moment niks. De voorzitter: Interruptie de heer Onvlee.
C - 24
De heer Onvlee: Ja, voorzitter, ik vraag me werkelijk af, ook in aanvulling op andere collega’s: van die ton blijft dadelijk nog 50.000 euro over, en hebben we nu echt de illusie dat we dadelijk een brainstorm hebben en dat dat budget het kader is om onze brainstorm te starten? Hebben we echt het idee dat wij met die 50.000 euro, of in juli 100.000 euro, de stad gaan redden en dat dat ons werkbudget is? Als jullie die illusie echt hebben, dan nodig ik jullie uit om tegen het voorstel te stemmen. Maar ik mag toch hopen dat we met elkaar breder durven kijken en als er goede plannen zijn die we echt moeten doen voor de stad, dat we er iets meer voor over hebben dan die 50.000 euro, of die 100.000 euro… De voorzitter: Ik stel echt voor het gesprek nu niet te voeren over de vraag of 50.000 euro wel of niet voldoende is, maar ons te concentreren op het initiatiefvoorstel dat voorligt, en dat is een feestweek en 50.000 euro daarop investeren. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: De heer Onvlee interrumpeerde mij en daar wil ik graag antwoord op geven. Juist omdat we weten dat een breed pakket nodig is om wellicht iets vlot te kunnen trekken voor winkeliers en horeca, willen wij ons niet nu al op voorhand vastleggen op wat voor bedrag dan ook.
Wij willen praten met ondernemers en dan gezamenlijk, als het kan met de hele raad en in samenwerking met de wethouder – die al heel goed bezig is – , met een plan komen. Ik vind het van enig opportunisme getuigen dat het CDA nu weer met een voorstel komt, van: “o, kijk eens hoe leuk wij bezig zijn, wij geven de stad een feestje… De voorzitter: Dank u wel. Dat hebt u in eerste termijn ook zo aangegeven, de volgorde der dingen… Mevrouw Hamann: Dat heb ik in eerste termijn niet gezegd hoor, maar goed, dat maakt niet uit. En over de heer Van Willigen: die doet zó enthousiast dat ik de indruk krijg dat hij zelf het feestje wil organiseren. Ik vind het een vreemde gang van zaken, juist tegenover de ondernemers en de horeca, omdat we toch dinsdag gaan praten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen heeft nu het woord in zijn tweede termijn. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Direct even antwoord op mevrouw Hamann: ik doe dat heel graag en belangeloos, mevrouw Hamann. Ik geef daar graag mijn bijdrage aan, dus als iemand denkt dat ik een aardig feestje kan organiseren, dan doe ik heel graag mee. Mevrouw Hamann: Dat is ons bekend en in dat licht zien wij uw reacties ook. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Ik zal het kort houden, voorzitter, want er worden heel veel mooie woorden en argumenten gebruikt.
Ik hoef nu niet bang te zijn dat ik meneer Van Breemen van positief stemmen afhoud, want met zulke vrienden heb je geen tegenstander nodig als je mij als vriend hebt. Gelukkig denken mijn vrienden daar anders over, en ik heb er heel veel.
C - 25
Ik vind het heel bijzonder dat mevrouw Mager meldt dat zij met allerlei ondernemers heeft gepraat, op het moment dat ze zegt tegen meneer Onvlee “dé ondernemer bestaat niet’, maar op het moment dat ze zelf argumenten wil bijdragen, dan wel. Het enige wat ik nog wil zeggen: ik heb op dit moment via whatsapp contact met mensen die dit zitten te volgen, het stemt me droevig. Misschien moeten we gewoon een perspectief aan de stad bieden en eens een keer al dat gekibbel achterwege laten en gewoon zeggen: jongens, hier is 50.000 euro en ga het besteden, zorg voor reacties. Hup, actie, actie, actie in de stad en geen woordenstrijd! Als je dinsdag nog moet horen wat de ondernemer wil-, we zitten exact een jaar in corona, als je dan dinsdag nog je mening moet bepalen, dan onderschat je het werk van de wethouder dat hij het afgelopen jaar al gedaan heeft, want die heeft heel veel gedaan. Dus zoveel nieuws zullen we echt niet te weten komen… Mevrouw Van Maaren: Graag een interruptie! De voorzitter: Mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Het zou om het raadsvoorstel gaan en hier worden allerlei dingen gesuggereerd die dan weer discussie opleveren. Ik denk dat er nu genoeg over is gezegd op inhoudelijke zaken, en niet op persoonlijke zaken. De voorzitter: Ik denk dat de heer Van Willigen zojuist met name op een aantal sprekers reageerde die interrupties hebben geplaatst.
De heer Van Willigen: Ik zou nog graag even op mevrouw Van Maaren willen reageren. Als je 50.000 euro aan sponsorgeld weggeeft, mevrouw Van Maaren, dan kan ik u uit de droom helpen: daar organiseer je in deze tijd niet zo erg veel meer mee. Maar op afstand weten mensen vaak een heleboel. Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Maaren: Ik weet daarover iets meer dan u, meneer Van Willigen. De voorzitter: Nee, we gaan niet meer reageren! De heer Van Willigen: Ik reageer niet meer! De voorzitter: Het punt is over en weer gemaakt, denk ik. Wil de wethouder nog reageren? Zo niet, dan kunnen we tot stemming overgaan. Mevrouw Mager? Mevrouw Mager: Ja, ik wilde nog even ingaan op de opmerking van de heer Van Willigen dat dé ondernemer niet bestaat. Inderdaad, daarom praat ik ook met meer dan één. De voorzitter: Goed. Hiermee hebben we zowel de eerste als de tweede termijn gehad. De wethouder wenst niet meer het woord te voeren, zodat we tot stemming kunnen overgaan over het initiatiefvoorstel van het CDA. Als stemmingsnummer trek ik nr. 6, zodat de heer Hachhouch als eerste aan de beurt van stemmen is. Het initiatiefvoorstel wordt hierop hoofdelijk in stemming gebracht en met 13 tegen 11 stemmen aanvaard. C - 26
Voor hebben gestemd de heren Hachhouch, Koçak, Van der Lee, Van Mourik, Onvlee en Oostrum, de dames Van Oversteeg en Pellikaan en de heren Roeland, Van Willigen, Bahlmann, Van Breemen en Chaaby.
Tegen hebben gestemd mevrouw Hamann, de heer Hassouna, de dames Van Maaren, Mager en Molengraaf-Vullers, de heer Van Santen, mevrouw Stevens, de heren Tekir, Wientjes en Barth en mevrouw Dansen. Stemverklaringen De heer Hassouna: Wij zijn voor een brede discussie en stemmen daarom tegen het voorstel. Een verbeterd, concreter en breder gedragen voorstel na de sessie zullen we zeker steunen. Mevrouw Van Maaren: Ik ga mee met de motivatie van de heer Hassouna. De heer Tekir: Met de stemverklaring die de heer Hassouna gaf tegen. De heer Van Breemen: Ondanks de heer Van Willigen ga ik dit voorstel wel steunen, en dat heeft als voornaamste reden dat ik denk dat het een goed moment is om het signaal af te geven, maar ik wil er wel de kanttekening bij maken dat ik de timing van het CDA buitengewoon ongelukkig vind en mij ook vrij acht om na de brainstorm van volgende week hier anders over te denken. 7.b. Beleidsdocument inburgering (2021-727187)
De voorzitter: Als eerste is het woord aan de heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Dank u wel, voorzitter. Na de B&A kunnen wij hier eigenlijk kort over zijn. Het is fijn dat we als drie gemeenten dit belangrijke stuk beleid gaan oppakken en dat we als regio, ondanks de provinciegrenzen, de taak van de inburgering goed gaan oppakken. Ook de betrokkenheid van Vluchtelingenwerk hierbij waarderen wij zeer, omdat dit een buitengewoon capabele organisatie is die haar sporen verdiend heeft de laatste jaren. Bezwaar hebben wij wel tegen de zinsnede in de ambitie, luidende: “met als ultieme doel het duurzaam uitstromen uit de uitkering”. GroenLinks is van mening dat uitstromen uit de uitkering nooit een doel van inburgering kan zijn. Inburgering gaat immers over mee kunnen doen in de samenleving op alle vlakken, niet alleen op de arbeidsmarkt, maar ook sociaal, recreatief, maatschappelijk, politiek et cetera. Stellen dat inburgering als ultiem doel heeft uitstroom uit een uitkering is daarbij ook nogal stigmatiserend voor inburgeraars, alsof het allemaal steuntrekkers zouden zijn totdat ze fatsoenlijk zijn ingeburgerd. Bovendien: als een inburgeraar dan, om welke reden dan ook, in de uitkering terechtkomt, betekent dat dan dat zijn of haar inburgering mislukt is? Wat GroenLinks betreft niet.
Ook als je goed Nederlands spreekt, weet hoe de staat is ingericht, weet wanneer je je kliko aan de straat moet zetten en hoe je met de trein ergens komt, kan het gebeuren dat je in een uitkering terechtkomt. Kortom, voorzitter, GroenLinks vond die woordkeuze buitengewoon ongelukkig en daarom C - 27
hebben wij een amendement gemaakt, om die ambitie aan te passen naar een doel dat ons inziens meer raakt aan de bedoeling van inburgering. Dit amendement wordt mede ondersteund door de fracties van Democraten Gorinchem, Partij van de Arbeid, ChristenUnie/SGP, CDA en SP en luidt als volgt: Amendement A4: Positieve insteek De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 18 februari 2021, behandelend het agendapunt 'Beleidsdocument Inburgering.’ Ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: het beslispunt 2 van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: 2. In te stemmen met de ambitie: “Inburgeraars in onze gemeenten verwerven zo snel mogelijk actief burgerschap door het leren van de Nederlandse taal te combineren met participatie in onze samenleving, met als ultieme doel het duurzaam zelfstandig en zelfredzaam zijn in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.”
De voorzitter: Dank u wel. Het amendement is te vinden in iBabs. De heer Tekir, D66. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. ….[1:33:57….] , en dat begint ook wat D66 betreft met het leren van […] in combinatie met een studie of werk. Met het opstellen van persoonlijke plannen kan bovendien rekening worden gehouden met mogelijkheden en onmogelijkheden van inburgeraars. Ook dat laatste is reëel als we het hebben over kwetsbare doelgroepen. Soms kan alles meezitten en kun je flink aan de weg timmeren en soms kunnen er allerlei belemmeringen zijn waardoor je misschien wel vooruit wilt, maar niet kunt. Datgenen wat wij in dit huis – digitale huis nu even – maatwerk noemen is hier cruciaal en daar ligt dan ook een schone taak voor bijvoorbeeld een Vluchtelingenwerk, die verantwoordelijk is voor de maatschappelijke begeleiding, of Accres, die aan de lat staat voor inkomensondersteuning. Nogmaals, er ligt wat D66 betreft [..1:35:00..] om perspectief te bieden. Er is echter wel één ‘maar’ wat ons betreft en dat gaat om het onderscheid dat in het beleidsdocument wordt gemaakt tussen asielmigranten enerzijds en gezinsmigranten en overige migranten anderzijds. De eerste groep krijgt alle faciliteiten, inclusief bekostiging daar waar het gaat om maatschappelijke begeleiding en […].
De tweede groep, die net zo hard behoefte heeft aan maatschappelijke begeleiding en goed onderwijs, valt helaas buiten de boot. Het voorliggende voorstel gaat er dus vanuit dat gezinsmigranten en overige migranten al die zaken zelf mogen gaan regelen, of laten regelen door een ander lid in het gezin. Maar wie zegt dat het gezin de nodige kennis en middelen bezit? Het gaat hier, hoe je het ook wendt of keert, om een kwetsbare doelgroep en dan kun je zoiets cruciaals als bijvoorbeeld taalonderwijs niet in onzekerheid laten. Onderwijs gaat, zoals u weet, D66 aan het hart, zeker als het in combinatie is met kwetsbare doelgroepen. Daarom stellen wij in een motie voor om, net zoals bij asielmigranten, ook bij gezinsmigranten en overige migranten te verkennen hoe we maatschappelijke begeleiding en onderwijsroutes alsnog kunnen bieden, inclusief de bekostiging. Eindelijk komt deze wet vanaf 1 januari 2022 naar de gemeente en dat biedt echt de kans om het te regelen zoals we dat zelf willen. Dus laten we dat dan ook meteen goed doen en voorkomen dat we voor een halve oplossing gaan. We snappen natuurlijk dat daarover overlegd moet worden met de deelnemende gemeenten en we snappen ook dat er aanvullende financiering nodig is, maar gelukkig is er ook nog de nodige tijd tot 2022, om dat allemaal goed voor te bereiden. Ik wil u bij dezen de motie digitaal overhandigen. C - 28
Motie M5: Kansen voor alle inburgeraars De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 18 februari 2021, behandelend het agendapunt 'Beleidsdocument Inburgering.’ Ondergetekenden stellen de volgende motie voor: De raad verzoekt het college om in overleg met deelnemende gemeenten te verkennen hoe, net zoals bij asielmigranten, ook gezinsmigranten en overige migranten maatschappelijke begeleiding en leerroute kan worden aangeboden.
Tot slot een gemiste kans die wij niet ongenoemd willen laten Soms zijn er van die onderwerpen die zich bij uitstek lenen voor participatie met de doelgroep, met de inburgeraars zelf in dit geval. Helaas blijkt in dit voorstel nergens uit dat inburgeraars hebben kunnen meedenken bij de totstandkoming van het beleid. Wij hebben daarom als D66 zelf maar een paar oud-inburgeraars uit onze omgeving gevraagd naar hun ervaring en uit die paar reacties blijkt dat zij, om het maar licht uit te drukken, niet altijd hebben ervaren dat er voldoende rekening werd gehouden met persoonlijke omstandigheden. Iemand zei bijvoorbeeld, en ik citeer uiteraard anoniem: ”Mensen die net van de oorlog naar hier komen hebben veel stress en depressie, dus voordat …[1:37:50]…, om rust te krijgen, anders is studeren een andere stress voor ze.” Ik kan nog wel een paar van dit soort reacties voorlezen, maar ik denk […]. Ik sluit af met de hoop dat er echt werk wordt gemaakt van het principe dat we rekening houden met mensen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Chaaby, Democraten Gorinchem. De heer Chaaby: Voorzitter, dank u wel. Wij hebben onze argumenten en uitgangspunten al laten horen tijdens de B&A-sessie, waarin we goed met elkaar van gedachten hebben gewisseld. We vinden het een buitengewoon goed voorstel dat nu ter tafel ligt. Het amendement van GroenLinks hebben wij mede ingediend.
Wij vinden het een goed initiatief om in ieder geval een positieve uitstraling te geven, ook gelet op de ervaring die ik heb met inburgeraars uit onze samenleving. Wat dat betreft prima om dat een positieve uitstraling te geven en niet op voorhand een etiket te plakken op mensen die onverhoopt in de bijstand terechtkomen. De basis is natuurlijk altijd de taal, leerroute. Wij hebben begrepen dat een aantal trajecten die hiervoor georganiseerd zijn met succes zijn afgerond en wij hopen dat ook de andere projecten, die hierna gaan komen, met succes zullen worden afgesloten. Aangezien dit initiatief met de regio aangepakt wordt, vinden wij het goed als aandachtspunt mee te geven dat wij een heel mooi initiatief hebben gezien in de gemeente Vijfheerenlanden in de vorm van logeren bij gastgezinnen, een instrument dat zeker bijdraagt aan volwaardig participeren in onze samenleving. Wij verzoeken de wethouder te onderzoeken of dit ook in onze aanpak past. De motie die is ingediend vinden wij heel sympathiek. In de B&A-sessie heb ik al aangegeven dat er wat ons betreft geen onderscheid gemaakt mag worden tussen gezinsmigranten en asielmigranten.
Alle faciliteiten behoren ook aan alle kwetsbare groepen te worden toegekend, want mijn ervaring leert dat degenen die de gezinsmigrant zouden helpen – in het voorstel staat dat die de hulp zou krijgen vanuit familie of andere gezinsleden – vaak over onvoldoende kennis en middelen beschikken om deze mensen C - 29
op een goede manier te laten inburgeren. Dus wat ons betreft ook een sympathiek voorstel, dat wij zullen steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens, SP. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Over dit voorstel heb ik niet zo heel veel te zeggen, behalve dan dat ik toen samen met de heer Van Breemen aanwezig was en het voorstel zag en eigenlijk exact hetzelfde dacht. Het is namelijk zo dat wij voorstellen maken voor inwoners en niet per se voor het UWV. Het is daarom goed om het aspect van uitkering eruit te halen en de waardes van mensen naar voren te halen. U snapt dat ik daar helemaal voor ben. Nu ik toch aan het woord ben, kan ik in ieder geval zeggen dat ik ook erg te spreken ben over de motie van D66, omdat het eigenlijk best wel gek is om begeleiding weg te halen wanneer er sprake is van een gezin. Eerlijk gezegd lijkt het mij nog wel eens zo dat het, wanneer er een gezin is, nog moeilijker is om goed om te gaan met inburgering. Daarbij is begeleiding dus extra belangrijk, want niet iedereen kan alles zelf dragen. Wij zullen daar dus voor stemmen. Dat is het eigenlijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Tekir aangeeft dat zijn motie mede door ChristenUnie/SGP is ingediend. Dan geef ik nu de heer Oostrum van de PvdA het woord. De heer Oostrum: Dank u, voorzitter.
In de parallelsessie voor Beraad & Advies heb ik mijn complimenten gemaakt voor het uitstekende stuk dat is gepresenteerd. Wij hebben daar nog even stilgestaan bij het feit dat met name het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie moet gaan over wat de mensen zelf willen en hun eigen mogelijkheden en er vooral op gericht moet zijn om goed te kunnen meedoen in onze samenleving. Het hele verhaal straalt positiviteit uit, alleen de titel van dit raadsvoorstel was nog wat negatief. Wij steunen daarom van harte het amendement van GroenLinks, dat wij ook mede hebben ingediend. De motie van D66 komt een beetje als een verrassing. Het klinkt overigens heel sympathiek en het is zeer begrijpelijk om hier ook voor te stemmen, maar in de B&Asessie gaf de wethouder toch aan dat er een beperkt budget was en dat er op verschillende manieren wordt omgegaan met extra middelen daarvoor. Dat was mij niet helemaal duidelijk, dus wellicht kan de wethouder dat nog even toelichten. De voorzitter: Dank u wel. Een interruptie van de heer Tekir. De heer Tekir: Misschien eerder een reactie, voorzitter. Fijn dat in ieder geval onze oproep wordt gewaardeerd om de groep breder te trekken dan alleen de asielmigranten. We hadden ook niet anders verwacht.
De motie roept nadrukkelijk op om een verkenning, waarbij we de wethouder de ruimte willen geven om in overleg met de deelnemende gemeenten naar mogelijkheden te kijken. We snappen dat daarvoor financiering nodig is, mar we horen graag terug, want daar werd eerder geen toezegging of iets dergelijks over gedaan, waar die verkenning toe leidt, in de hoop dat het alsnog breder getrokken kan worden naar gezinsmigranten en overige migranten. C - 30
Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg, CDA. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel. Ook mijn bijdrage zal kort zijn, aangezien we dit behandeld hebben in B&A en de heer Van Breemen vervolgens het amendement aankondigde. Juist vanwege die insteek, die wij helemaal kunnen volgen, dienen wij dat ook mede in. Dus mooi dat dat zo tot uiting is gekomen. Ten aanzien van de motie heeft de heer Oostrum wat gras voor mijn voeten weggemaaid, want ook ik had de notulen van B&A er nog even op nageslagen en zag daarin dat de budgetten dat niet toelaten. Dat vinden wij toch ook wel een belangrijk punt, omdat nu eenmaal niet alles kan. Dus wij horen graag de reactie. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen die het woord wensen te voeren? Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter. De heer Van Santen: Ik ook graag, voorzitter. De voorzitter: Goed. Dan eerst mevrouw Molengraaf en daarna de heer Van Santen. Mevrouw Molengraaf, ChristenUnie/SGP, heeft het woord. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Voorzitter. Het lijkt mij netjes om even op het amendement en de motie te reageren. Het amendement hebben wij mede ingediend en bevat een geode correctie op de formulering in het voorstel. De motie vinden wij eigenlijk ook een hele goeie.
Gevraagd wordt om een verkenning, dus het argument dat er geen budget voor is vind ik eerlijk gezegd niet zo overtuigend, aangezien we net een onderwerp hebben afgesloten waarvoor het budget blijkbaar onbeperkt zou zijn. Als uit de verkenning komt dat dit een goede zaak zou zijn, en nodig zou zijn, moeten we maar eens gaan kijken of we het budget kunnen vinden. Zo werkt het ook nog een keer. Dus wij zullen voor de motie, voor het amendement en uiteindelijk ook voor het voorstel stemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen, VVD. De heer Van Santen: Dank u, voorzitter. Wat wil de VVD als het gaat om inburgering? Nou, eigenlijk drie dingen, en misschien zelfs wel vier: 1. dat mensen inburgeren en de Nederlandse taal gaan beheersen; 2. dat we ernaar streven om, als het gaat om die taalbeheersing, het beste in mensen naar boven te halen, en dan bedoel ik niet alleen voldoen aan wettelijke eisen, of aan goede slagingsscore, maar ook proberen mensen op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen, een niveau dat ze zelf ook echt aankunnen – voor de VVD een belangrijk punt, omdat ze zich ons inziens op lange termijn dan het beste thuis voelen in onze samenleving; 3. dat we de mensen gewoon zo goed mogelijk ondersteunen en begeleiden richting arbeidsmarkt.
Wat dat betreft ondersteunen wij hetgeen de heer Van Breemen aangaf in zijn motie: het doel van inburgering moet je niet negatief formuleren. Het is inderdaad niet uitstroom uit de uitkering, het is begeleiding van de mens als onderdeel van de samenleving. Dus dat zullen we zeker steunen.
C - 31
Over de motie het volgende. Ik begrijp overigens wel dat het budget er niet uit gaat komen, want de grootste groep migranten in Nederland die we hebben zijn gezinsmigranten. Maar wij zijn er ook van overtuigd dat de aandacht moet gaan naar de mensen die het primair nodig hebben en dat zijn asielmigranten. Los daarvan ben ik het ook eens met wat de heer Oostrum zei. Ik wacht nog heel even de reactie van de wethouder af, maar het lijkt ons een hele lastige. Dan nog even een belangrijk punt. Zonder in te gaan op de details van de rechtszaak, want dat is wel het aanlooptraject geweest hierbij: het valt ons op dat we twee succesvolle pilots hebben gehad met een partij die uiteindelijk niet heeft meegedaan in de aanbesteding. De wethouder heeft hierover zelfs nog lovende woorden gesproken ten tijde van de aanbesteding; dat stond in de kranten. Vervolgens komt er een aanbesteding waar twee andere inschrijvingen op waren, achteraf eigenlijk maar één correcte, en dan wordt er in de media met modder gegooid. Uiteindelijk krijgen wij een grote tik op onze vingers van de rechtbank, omdat we de gunning hebben gegeven aan een partij die niet over de juiste papieren beschikt. Wederom dus een aanbesteding die niet goed verloopt. We hebben het eerder gezien bij de veren, we hebben het ook bij jongerenwerk gezien.
Het veroorzaakt gewoon schade aan reputatie van betrokkenen en het kost ook extra geld. De voorzitter: Ik stel voor dat u zich even richt op het voorstel dat nu voorligt. De heer Van Santen: Dat heeft hier heel veel mee te maken, want dit is de aanloop van dit voorstel. We moeten als raad gewoon kritisch blijven op de aanloop van dit soort dingen. Mijn vraag is dan ook, en dat is ingehaald door het nieuws van de dag: wat zijn nou de lessons learned van het college bij dit traject? Moeten we aanbestedingen in het vervolg niet anders gaan organiseren? Hoe kan het college ons geruststellen hierin? De voorzitter: Er ligt hier nu een voorstel op de inhoud. Ik snap dat u vraagtekens heeft bij aanbestedingsprocedures, maar dat gesprek zou ik toch echt op een ander moment willen voeren. Hoe staat u tegenover het voorstel dat nu ter tafel ligt? De heer Van Santen: Ik zou wel graag een reactie van u willen als het gaat om dit verhaal. Het voorstel zelf vinden wij prima. Het amendement zullen we steunen. Wat betreft de motie wachten we nog even op de reactie van de wethouder, maar ik denk dat we die niet zullen steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Roeland, Stadsbelang. De heer Roeland: Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Ook Stadsbelang heeft met interesse kennisgenomen van het beleidsdocument Inburgering, dat samen tot stand is gekomen met Avres, Vluchtelingenwerk, Divosa en de Stichting Lezen & Schrijven. 1 januari 2022 zal de nieuwe Wet Inburgering vermoedelijk in werking gaan treden en hierbij krijgt de gemeente de regie over de inburgering van statushouders en gezinsmigranten. Het verheugt ons dat de drie colleges van Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden hierbij samenwerken. Er moet nogal wat invulling gegeven worden aan een aantal van die kerntaken: brede intake, Persoonlijk Plan Inburgering, participatie, module arbeidsmarktparticipatie, participatieverklaring, allemaal afkortingen en diverse scholingstrajecten. De ambities worden uitgevoerd binnen het budgettair kader van de C - 32
nieuwe Wet Inburgering, d.w.z. de drie geldstromen van het Rijk. Hierdoor behoeven er geen extra middelen in de begroting vrijgemaakt te worden voor de uitvoering van deze wet, waarbij Avres en Vluchtelingenwerk een belangrijke rol spelen. We kunnen dan ook instemmen met dit raadsvoorstel. Het amendement van GroenLinks voor een specificering over beslispunt 2 zullen wij in ieder geval steunen. Omdat de geldstromen vanuit het Rijk komen en in de motie van D66 eigenlijk wat meer gevraagd wordt, willen wij het antwoord van de wethouder afwachten, om te kijken of daar mogelijkheden voor zijn. Ik dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik wethouder Kraaijeveld het woord. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met weer dank te zeggen, net zoals in B&A, voor de vele positieve reacties die ik heb gehoord bij dit beleidsstuk. Vanaf 1 januari 2022 krijgen we van het Rijk meer regie en mogelijkheden om inburgering nog beter te organiseren. Het klopt dat ik daar ook mijn enthousiasme voor heb gegeven, met een Taalsnelweg, met een Taalboek, omdat je gewoon ziet dat, als we intensiever inburgeraars mogen begeleiden, we ook tot veel betere resultaten komen. Dat is ook wel het mooie dat hierin zit.
Vanaf 1 januari 2022, even onder voorbehoud dat het definitief die datum wordt, want hij is al een halfjaartje opgeschoven, maar de verwachting is dat het zo zal blijven, gaan we die taak verder opnemen. Het komend jaar gaan we er ook de nodige voorbereidingen voor treffen, met nog een aantal pilots, om te kijken hoe we dat zo goed mogelijk kunnen doen. Het Rijk heeft hierin een aantal keuzes gemaakt en daar gaat ook wel het amendement over, maar daar kom ik zo meteen op. Beginnen wil ik met wat reacties op vragen die ik heb gehoord, dan zal ik ingaan op de motie en tot slot het amendement. Op de aanbesteding heb ik in B&A een reactie gegeven en ik heb er in de raad, denk ik, een terugkoppeling op gegeven. Bij de reactie van de voorzitter daarin sluit ik me graag aan. De heer Van Santen: Voorzitter, bij wijze van interruptie. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik begrijp wat u zegt: u hebt in B&A wel een reactie gegeven, maar die reactie was eigenlijk alleen dat u toen nog niet zoveel kon zeggen, omdat het nog bij de rechtbank zat. Ik begrijp ook wat de voorzitter zegt, dat we hier een ander beleid bespreken, al is het in het voorstel wel even benoemd.
Misschien is het dan een idee om dit punt gewoon in een aparte sessie, of iets omtrent aanbestedingen, nog eens te bespreken, van: hoe kunnen we dit nou verbeteren met z’n allen? De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. U bent gelukkig ook de wethouder die gaat over aanbestedingen, dat scheelt dan weer, anders had ik iemand anders het woord moeten geven. Wethouder Kraaijeveld: Ja, dat klopt, voorzitter. Ik heb de suggestie gehoord. Op dit moment zitten we er midden in en zullen we de afweging moeten maken: wat betekent deze uitspraak? Daar zou ik het graag bij willen laten. C - 33
De heer Van Santen: Ik begrijp niet waarom de wethouder hierop niet kan antwoorden. We hebben best een bijzonder verloop gezien bij een aantal aanbestedingen, dit is er weer één en hiermee gaat het naar mijn idee wel heel erg fout. Waarom mogen we daar niet wat meer in detail van af weten? Want we krijgen hier wel veel imagoschade van. Ik ben heel benieuwd of we daar niet even een aparte sessie over kunnen organiseren. Dat is de enige vraag die ik heb. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Ik begrijp de vraag van de heer Van Santen. We hebben alleen net een uitspraak gekregen van de rechter en we zullen namens de drie colleges moeten gaan kijken hoe we daarop willen gaan acteren. Dus we zitten eigenlijk nog midden in de ontwikkeling daarvan en welke koers we zouden willen voorstaan namens de drie colleges. Ik snap de vraag van “hoe loopt dat nu?”, maar dat komt allemaal nog naar u toe. Op het moment dat wij daarin de richting kunnen schetsen naar u als raad, kunnen we daar weer op terugkomen. Het staat uw raad natuurlijk altijd vrij om het over allerlei zaken te hebben, alleen ik zou zelf graag willen blijven bij wat de voorzitter daarover zei. De heer Van Santen: Ik vind het goed om het even af te wachten, maar laten we het dan daarna organiseren met de raad, of in ieder geval vanuit de agendacommissie daar iets mee doen.
De voorzitter: De wethouder neemt het mee terug naar het college en dan komt het vanzelf weer uw kant op. De wethouder vervolgt zijn betoog. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel. Als het gaat over wat de heer Tekir aangaf over sleutelpersonen en of we de mensen hierover zelf hebben bevraagd, nou, dat is zeker het geval. Wellicht hadden we dat niet zo goed opgeschreven, maar we hebben sleutelpersonen hierover gesproken, om te komen tot het beleidsstuk. We hebben natuurlijk Vluchtelingenwerk gesproken, daar zijn ook de nodige mooie reacties op gegeven, die natuurlijk ook heel goed weet wat er leeft en wat er speelt. En we hebben ook bijvoorbeeld alle deelnemers van de Taalsnelweg hier nog expliciet over gesproken, ook ikzelf nog voordat corona er was, en kunnen vragen “hoe ervaart men dat nu en welke belemmeringen ervaren ze?” We hebben geprobeerd dat zo goed mogelijk te verwerken in dit beleidsdocument. Dit hopelijk ter geruststelling van de heer Tekir. Overigens ook dank voor wat u daarin heeft opgehaald. We doen dit inderdaad samen met de regio, en ik vind het ook wel heel mooi dat het eigenlijk vrij vanzelfsprekend ging dat we dit als drie gemeenten binnen, ik zeg maar even: de Avres-regio, samen doen. Toen we hiermee startten, was het best nog wel een vraag rondom de keuze van Vijfheerenlanden en de arbeidsmarktregio, maar dit was eigenlijk helemaal geen punt.
Ik vind het echt mooi dat we elkaar zo weten te vinden in de regio, samen met de collega-wethouders en de collega-gemeenten, en dat ook verder ter hand nemen, zodat ook Avres in die zin een belangrijke spil kan zijn, samen weer met Vluchtelingenwerk, in de verdere voorbereiding en uitrol van dit verhaal. Dan het amendement toch maar even. Dat is in B&A ook duidelijk aangegeven vanuit meerdere partijen, maar ook zeker vanuit de heer Van Breemen. Dat heeft mij de gelegenheid gegeven om dit even af te stemmen met de collega-wethouders, want u weet C - 34
net zo goed als ik: op het moment dat een gemeente een beleidsdocument aanpast, ja, dan moet dat ook in de andere gemeenten gebeuren. Nou, ook daarin zie je dat we snel kunnen schakelen en in die zin zou ik heel graag vanuit het college deze nog positievere formulering middels dit amendement willen omarmen. Tot slot de motie, zeker een sympathieke motie, en de maatschappelijke meerwaarde om, als het kan, geen onderscheid te maken lijkt me ook helder. Desalniettemin zou ik hem vanuit het college negatief willen adviseren. In B&A vroegen ook al verschillende fracties of ook gezinsmigranten op deze manier meegenomen kunnen worden. Daarin volgen we de lijn vanuit het Rijk. Het Rijk heeft dat onderscheid nu heel duidelijk gemaakt en heeft er geen budget voor vrijgemaakt om ook voor gezinsmigranten de maatschappelijke begeleiding en de leerroute te bekostigen. In het voorstel kunt u zien wat dat ongeveer zou kunnen behelzen: de leerroute ongeveer 10.000 euro – wellicht zou het voor gezinsmigranten iets minder kunnen, maar goed: even voor het beeld – en daarnaast de maatschappelijke begeleiding voor ongeveer 2.000 euro, dat wellicht ook iets lager zou kunnen zijn. Maar vanuit de verwachting die wij hebben van ongeveer 25 à 30 gezinsmigranten per jaar, kunt u denk ik wel met mij de optelsom maken.
Ik begrijp de motie, maar als je hier echt het onderscheid weg wilt nemen, zal dat meteen tot substantiële extra kosten leiden. Dat is de reden waarom wij u willen vragen niet mee te gaan met deze motie. We kunnen natuurlijk verkennen, dat kan eigenlijk nooit kwaad, maar als u echt dat onderscheid weg wilt nemen, dan komen er in grote waarschijnlijkheid dit soort bedragen bij kijken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Concludeer ik goed dat er behoefte is aan een tweede termijn? Ja, dat is het geval. Dan geef ik allereerst de heer Van Breemen het woord. De heer Van Breemen: Voorzitter, dank u wel. Dank voor alle steun voor het amendement en fijn dat de wethouder het ook heeft kunnen afstemmen met de regiowethouders. Fijn ook dat we een keer als eerste zijn en niet als laatste. Dus allemaal positief wat dat betreft. De motie van D66 en ChristenUnie/SGP vind ik een heel belangrijk en sympathiek voorstel. Ik snap ook wat de wethouder erover zegt: het kost veel geld. Zeker omdat de motie van D66 vraagt om het eens te gaan verkennen, en vooral verkennen hoé, hoort daar volgens mij ook een financieel kader bij.
In die zin zou ik deze motie toch wel willen steunen, omdat je in een verkenning volgens mij ook naar de financiële kant gaat kijken en als je denkt “nou, het is echt een heel goed idee en dat geld hebben we ervoor over”, dan kom je bij de perspectiefnota met een voorstel om dat te dekken. Denk je daarentegen dat het een belachelijk voorstel is en veel te veel geld kost, dan kom je daar in een raadsinformatiebrief op terug bij de raad. Om nu al te zeggen “nee, nee, dat kost veel te veel geld, dat gaan we niet doen”, vind ik te kort door de bocht. Dus ik zal deze motie wel gaan steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. In mijn tweede termijn wil ik ingaan op een paar dingen die zijn gezegd. C - 35
Allereerst dank ik de wethouder voor zijn reactie op het kopje ‘participatie’ en voor de toelichting die hij geeft bovenop het voorstel, want uit het voorstel blijkt onvoldoende dat er ook is geparticipeerd met inburgeraars en ik heb de wethouder horen zeggen dat ook alle deelnemers aan het leertraject zijn gehoord. Daar ben ik erg blij mee. Fijn dat hij onze input daarin ook waardeert. Ik had al aangegeven dat wij het amendement zullen steunen. Sterker nog: in de motie die wij hadden voorbereid waren wij al aangesloten bij het goede ultieme doel dat we zouden moeten nastreven. In mijn tweede termijn wil ik vooral een appel doen, en dat probeer ik echt uit mijn hart te doen, op het belang van inburgering. Ik zeg het maar een keer, want het gaat hier om nieuwkomers die willen aarden in onze stad, in onze cultuur, in onze maatschappij, in ons bedrijfsleven, in onze-, noemt u maar. Het is zó belangrijk dat die mensen straks zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als ze het onderwijs betreden, of als ze de arbeidsmarkt betreden, of als ze de straat betreden en dingen willen doen met hun buren, als ze hun kinderen willen opvoeden, noemt u maar. Wat D66 betreft is het cruciaal dat we nieuwkomers echt gelijke kansen bieden voor een goede inburgering. Dat begint met taal, daar zijn we het allemaal over eens, dat begint met maatschappelijke begeleiding.
Ik hoor de wethouder zeggen “een verkenning is natuurlijk wel mogelijk, maar laten we dat toch maar niet doen”, en dat vind ik kort door de bocht. Verkennen kunnen we altijd en zoals ik in mijn eerste termijn al aangaf: daar krijgt het college ook de ruimte voor, om te kijken van “wat is er wel mogelijk?”. Want misschien zijn er straks schrijnende gevallen waar wel mogelijkheden voor bestaan. Het is aan het college om daarvoor ook het financiële kader te bepalen. Bij het vorige voorstel was het budget ineens geen geldig argument meer, waar ik het overigens hartgrondig mee eens ben, dat we bij ondernemers dat financiële kader niet moeten hanteren, maar waarom dan een kwartier later ineens niet voor déze doelgroep, deze kwetsbare doelgroep? Vanwaar die cherry pickende houding, en dan heb ik het even richting het CDA, dat het argument van het budget nu ineens wel naar boven wordt gehaald? Ik vind dat heel erg jammer. Vanuit het college hoor ik niet meteen een sterk afwijzende houding, maar toch wel een beetje kort-door-de-bochtafwijzing. Ik hoop dat de fracties hierin toch echt het belang van die inburgering voorop zullen stellen en het college mee willen oproepen om die verkenning echt te gaan doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum. De heer Oostrum: Ja, voorzitter, ik hoor ook goede argumenten om in ieder geval een verkenning te houden.
Ik begrijp dat de wethouder, als ik heel snel reken, het heeft over een bedrag dat tussen 250.000 en 350.000 ligt, maar dat is des te meer reden om eens te kijken of je op een slimme manier, met een pilot, niet kunt uitvinden of het niet efficiënter kan en of dat niet op een heel andere manier veel effectiever kan. Ik hoor graag nog even terug van de wethouder of hij bereid is zo’n verkenning te doen. Als we de inburgering op een goede manier oppakken, ben ik ervan overtuigd dat we er later alleen maar meer profijt van hebben. De voorzitter: De heer Chaaby.
C - 36
De heer Chaaby: Voorzitter. Het belang van inburgering is door de heer Tekir en anderen nogmaals aangeduid. Als wij willen dat de inburgering slaagt, dat de mensen die zich vanuit het buitenland in Nederland vestigen op een goede en volwaardige manier kunnen participeren in onze samenleving, lijkt het mij vanzelfsprekend dat wij die mensen ook de nodige faciliteiten aanbieden, ook als wij daar op dit moment niet de middelen voor hebben en ook het Rijk daarin niet voorziet, want nogmaals: het gaat hier om een verkenning. Bovendien mogen wij best afwijken van het beleid van het Rijk als het gaat om volwaardig inburgeren. Het gaat tenslotte om onze burgers, van wie wij met z’n allen willen dat zij op een goede manier de taal leren en straks goede kansen hebben op de arbeidsmarkt. Ik zou het college ook willen verzoeken om te kijken of het mogelijk is het in combinatie te doen met ongeletterdheid en analfabetisme. Kijk eens of daar nog wel budget is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik beperk me even tot een reactie op de motie, omdat volgens mij de discussie zich daar op dit moment op toespitst. Inhoudelijk kan ik me daar zeker in vinden. De heer Van Breemen gebruikt echter een argumentatie om voor de motie te zijn die ik juist anders uitleg.
De wethouder heeft geschetst dat het ruim drie ton structureel kost en dat vind ik veel geld hiervoor. Daarbij wil ik nog opmerken dat dit gaat om beleid waarvoor het Rijk de kaders geeft en dan zou toch ook het Rijk de portemonnee moeten trekken. Ik ben best voor zo’n verkenning, maar als we al aan de voorkant zien dat het dermate veel structureel geld kost, waardoor je eigenlijk al weet…. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik probeer echt oprecht het CDA altijd te begrijpen, maar dat lukt me weer niet. Als er één terrein is waarvoor het Rijk aan zet is, dan zijn dat alle corona-steunmaatregelen. Daarvan vindt u dat het gemeentelijke budgettaire kader om die groep te steunen ongelimiteerd is, en nu gebruikt u bij inburgeraars wel het argument dat het Rijk aan zet zou zijn. Ik begrijp u echt niet, en dit noem ik echt cherry picking. Mevrouw Van Oversteeg: Om in fruittermen te blijven: ik noem dit appels met peren vergelijken. Ik wil nu graag mijn bijdrage afsluiten. Net als de heer Oostrum kijk ik uit naar de reactie van de wethouder, maar zoals het er nu uitziet denk ik dat wij tegen de motie zullen stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen anderen die nog het woord wensen te voeren? Niet. Dan geef ik wethouder Kraaijeveld het woord. Wethouder Kraaijeveld: Dank u wel, voorzitter.
Ik hoor heel duidelijk een bredere reactie vanuit de raad en het college begrijpt ook heel goed de maatschappelijke kant die hierin zit. Ik voel erg mee wat mevrouw Van Oversteeg eigenlijk schetst: ik denk dat wij ons hier inhoudelijk allemaal in kunnen vinden, maar tegelijkertijd weten we dat het extra middelen zou vragen als we op deze manier de grens weg zouden willen halen.
C - 37
De heer Tekir heb ik horen zeggen dat hij veel ruimte geeft aan het college om zo’n verkenning te doen. Als dat kan in het verwachtingenmanagement dat dat ook kan betekenen dat we er toch niet uit komen en dat we hier geen structurele financiële mogelijkheden voor zien, dan geeft dat het college in ieder geval de ruimte om dat te doen en ook op een integrale manier die afweging te maken. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Dank voor deze opening vanuit het college. [….2:12:50…] Ik ben wel benieuwd: zou het college dan niet bereid zijn om toch enigszins financieel ruimte te bieden voor bijvoorbeeld die schrijnende gevallen, waar we een steentje aan kunnen bijdragen en waar we, zoals de heer Oostrum ook aangaf, later heel veel profijt van kunnen hebben? Dus de principevraag: bent u bereid om daar gemeentelijk wel enige financiële ruimte in te creëren? De voorzitter: De heer Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Natuurlijk willen wij als collegebestuur iedereen in onze stad die er is, die er komt, zo goed mogelijk begeleiden als dat nodig is. Het zit op zich ook wel in de nieuwe wet, om per 1-1-2022 meer mogelijkheden te hebben om een brede intake te doen. Dus dat betekent ook dat je natuurlijk kunt kijken hoe die brede intake vanuit andere domeinen ingevuld kan worden.
Alleen, het Rijk stelt op dit moment een hele duidelijke grens en koppelt daar ook z’n financiële mogelijkheden aan. En het is natuurlijk ook een integrale vraag. U weet: wij zitten op dit moment midden in een coronasituatie waarin bijvoorbeeld vanuit Avres het aantal uitkeringsgerechtigden toeneemt, ook het aantal mensen dat gebruikmaakt van de voedselbank neemt toe, en noem maar op. Op alle fronten zien we dat de kwetsbaarheid van onze inwoners aan het toenemen is. Tegelijkertijd weet u ook dat bij de financiële budgetten van de gemeente de rek eruit is. Het liefst zou je zo’n vraag natuurlijk met ‘ja’ beantwoorden, maar het is gewoon een integrale afweging, vandaar ook dat mijn reactie vanuit het college zo was, dat ik vanuit dat verwachtingenmanagement naar zo’n motie zou willen kijken. De voorzitter: Mevrouw Molengraaf, interruptie. De heer Tekir: Voorzitter! De voorzitter: Ik ga eerst even naar mevrouw Molengraaf. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ja, voorzitter, mijn interruptie ligt, denk ik, erg in de lijn van wat de heer Tekir ook zegt.
Ik zou het fijn vinden als het college, en dat hoor ik ook wel bij de wethouder, echt de inzet heeft om die verkenning zo uit te voeren dat duidelijk wordt voor welke, nou noem het schrijnende gevallen, dit eigenlijk nodig zou zijn en dat we dat ook terughoren, dus dat u, als u een verkenning gaat doen, vooral kijkt naar de mogelijkheden, of de noodzakelijkheden, en niet alleen maar zegt “dit gaat te veel kosten, dus we doen het niet”. Ik hoor dat eerlijk gezegd ook wel bij de wethouder, dus ik hoor daar graag nog een bevestiging op. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld.
C - 38
Wethouder Kraaijeveld: Ik dacht dat ook de heer Tekir nog een reactie wilde geven. De voorzitter: Wilt u nog een interruptie plaatsen, meneer Tekir? De heer Tekir: Eventueel na de reactie op de vraag van mevrouw Molengraaf. De voorzitter: Ik zie ook de heer Van Santen nog voor een interruptie. De heer Van Santen: Ja, voorzitter. Ik zit er een beetje mee wat er nu gebeurt. Want de wethouder zegt eerst “we hebben eigenlijk geen geld, we gaan het niet doen”, vervolgens wordt gezegd dat er al dingen worden veranderd vanuit het Rijk, dat het voor een groot deel ook Rijksbeleid is en dat we daar iets mee moeten, omdat we anders weer zo’n soort Gallisch dorpje worden op de kaart. Ik ben het nu een beetje kwijt. Nu gaan we een soort ommezwaai maken en gaan we dit wel doen, of niet. Waar zitten we nu in het proces? We hebben het over overige migranten en over gezinsmigranten, en dat is best wel een behoorlijke groep. Als er dan geen geld is, wat ik uit de woorden van de heer Tekir opmaak, dat dat wel een verwachting is daarbij, dan gaan we misschien valse verwachtingen creëren. Dus ik ben even benieuwd. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: De vraag is een verkenning en ik hoorde de heer Tekir aanvankelijk praten over veel ruimte, maar in zijn laatste reactie hoorde ik toch een verwachting die financieel was.
Wat ik, denk ik, vanuit het college duidelijk heb aangegeven, is dat ik graag de verwachting wil managen op die financiën. Mevrouw Molengraaf heeft geopperd dat je in die verkenning ook kunt kijken naar mogelijkheden – wat kan wel binnen zeer beperkte financiële mogelijkheden? – en zo zou ik hem graag willen zien. In die zin laat ik het graag aan de raad, zodat de raad ook weet: op het moment dat je instemt met deze motie, dan gaat het college aan de slag vanuit een integrale verkenning op inhoud en de mogelijkheden, zonder daar meteen structureel financiële middelen voor vrij te maken. Dat is het vertrekpunt dat ik vanuit het college mee zou willen geven. Op die manier ligt de besluitvorming dan ook bij de raad. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Ik heb even met mijn interruptie gewacht, omdat ik het essentieel vond hoe de wethouder zou reageren op de vraag van mevrouw Molengraaf. Waarom ik die principevraag stelde, was omdat ik de wethouder een soort beweging hoorde maken van “ja, zo’n verkenning zou ook zomaar tot de uitkomst kunnen leiden dat we het hebben verkend en het zo laten”. Vandaar dat ik het wel belangrijk vind te weten wat onze inzet wordt. Uiteindelijk gaat de raad de vraag beantwoorden of we financieel die ruimte willen vrijmaken of niet, maar ik hoor nu uiteindelijk wel de bereidheid om ook financieel te kijken of er mogelijkheden zijn.
Ik ben wel blij met die reactie. De voorzitter: Wethouder Kraaijeveld. Wethouder Kraaijeveld: Ik heb geen reactie meer, voorzitter. Dank u wel.
C - 39
De voorzitter: Prima. Dan zijn we gekomen aan het einde van deze beraadslagingen. Aan de orde is de besluitvorming over een amendement, een motie en een raadsvoorstel. Volgens ons reglement van orde stemmen we eerst over het amendement, getiteld ‘Positieve insteek’, waarin wordt voorgesteld beslispunt 2 van het raadsvoorstel te wijzigen. De heer Van Santen: Voorzitter, mogen we vijf minuten schorsing? De voorzitter: Akkoord. Ik schors de vergadering (21.50 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (21.57 uur). Het woord is aan de heer Van Santen, die om de schorsing had verzocht. De heer Van Santen: Voorzitter, dank u wel. Ik kan heel kort zijn. Wij handhaven ons standpunt in het kader van de landelijke lijn. De voorzitter: Aan de orde is het amendement van GroenLinks. Als stemmingsnummer wordt getrokken nr. 1, zodat de heer Bahlmann als eerste aan de beurt van stemmen is. Vooraf merk ik nog even op dat mevrouw Van Maaren de vergadering na de eerste termijn heeft verlaten. Het amendement wordt hierop hoofdelijk in stemming gebracht en met algemene stemmen aanvaard.