CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

210223 Concept Verslag Raadsvergadering.docx

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies24.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nr. 3

Zitting van dinsdag 23 februari 2021 (voortgezette vergadering van 18 februari 2021) Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de heren B.C.S. Bahlmann, F.M.T. Barth, R.J.J. van Breemen en H. Chaaby, mevrouw E.L. Dansen, de heer M.A. Hachhouch, mevrouw E.W.H. Hamann, de heren M.S. Hassouna, E.A. Koçak en G.J. van der Lee, de dames A.P. van Maaren (tot 21.01), A. Mager en M.J. Molengraaf-Vullers, de heren H.J. van Mourik, L.A. Onvlee en J.C. Oostrum, de dames J. van Oversteeg en L.P.W. Pellikaan, de heren J.M. Roeland en N. van Santen, mevrouw D. Stevens en de heren I. Tekir, C.J.J. Wientjes en C. van Willigen. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig: de wethouders de heren R.P. van Doesburg, J.P. van der Geest, E.C.M. Kraaijeveld en D. van Zanten, alsmede de gemeentesecretaris mevrouw C.E. Bos. Afwezig: de heer P.C.J. Schefferlie.

* 0. Vaststellen presentie voor digitale raadsvergadering.................................................................................................2 1. Heropening vergadering van 18 februari 2021. .........................................................................................................2 7.a. Initiatiefvoorstel CDA ‘Klaar voor de start na corona’. ..........................................................................................3 7.b. Beleidsdocument inburgering (2021-727187) ......................................................................................................27 7.c. SVN Leningen en Verordening Starterslening (2021-722791).............................................................................41 7.d. Warmtenet Gildenwijk (2020-724460) .................................................................................................................43 8. Overzicht begrotingswijzigingen februari 2021 (2021-732563)..............................................................................46 9. Sluiting. ....................................................................................................................................................................46

C-1

0. Vaststellen presentie voor digitale raadsvergadering.

De presentie van de aanwezigen is vastgesteld conform bovenstaande presentielijst. 1. Heropening vergadering van 18 februari 2021.

De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom in deze extra ingelaste raadsvergadering, een vervolg op de vorige raadsvergadering van 18 februari, toen het op een gegeven moment wel heel erg laat werd, vandaar dat we nu verder gaan. Zie het als een grote, lange schorsing. Mij is ter ore gekomen dat het een goede zaak zou zijn om het initiatiefvoorstel ‘Klaar voor de start na corona’ als eerste te behandelen, omdat heel wat mensen vanuit de stad, onder wie ondernemers, de behandeling hiervan willen aanschouwen, en dan is het natuurlijk makkelijk om dat meteen aan het begin van de vergadering te doen. Het voorstel van orde is daarom dit als eerste te behandelen. De heer Wientjes: Voorzitter, u was nogal snel, maar ik wilde nog een soort hartenkreet laten gelden voor vergaderen op dinsdag. De vorige vergadering liep ontzettend uit en het was heel wijs om toen te besluiten niet verder te gaan, want het werd veel te laat. Wat mij er wel aan stoorde, was dat er meteen een vervolgvergadering op dinsdag aan werd gekoppeld. Ik weet dat het zo in de agendacommissie is afgesproken, maar ik zou er toch een kanttekening bij willen maken. Wij zijn lekenbestuurders. We zijn al één keer in de week op het stadhuis, nou ja, nu niet op het stadhuis, maar via dit ‘ding’ thuis met elkaar bezig en vaak is er ook nog een fractieoverleg in de week.

Op zo korte termijn iets doorschuiven naar een datum die niet zo ver af ligt van de vergadering die we vorige week donderdag hadden, maakt het toch wel erg lastig. Daar moet iedereen zijn agenda voor vrijmaken, enz., en dat is volgens mij gewoon te veel gevraagd. Nogmaals: als het werkelijk nood is en als het niet anders kan, dan moeten we dat doen, maar de voorstellen die vanavond op de agenda staan kunnen best nog een week of langer op de agenda blijven staan, zodat we niet op zo’n dinsdag hoeven te vergaderen. Dat was mijn hartenkreet. Kort samengevat: donderdag vergaderen we en niet op een andere dag. De voorzitter: Uw opmerkingen zijn gehoord, ook door de leden van de agendacommissie en zij zullen er naar bevind van zaken mee handelen. De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, met betrekking tot uw ordevoorstel: ik weet niet of de heer Hassouna al formeel heeft deelgenomen aan de vergadering, maar als dat nog niet het geval is, dan stel ik voor nog één agendapunt te wachten, aangezien bij D66 de heer Hassouna de woordvoerder is voor het initiatiefvoorstel. De voorzitter: Volgens mij komt de heer Hassouna nu in beeld. De heer Hassouna: Ja, aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Uitstekend. Ik heb u gehoord en gezien. Dank u wel.

Over het ordevoorstel heb ik verder geen leden van de raad gehoord die het daarmee niet eens zijn, zodat we deze vergadering beginnen met het initiatiefvoorstel. C-2

7.a. Initiatiefvoorstel CDA ‘Klaar voor de start na corona’.

De voorzitter: Het woord is allereerst aan de initiatiefnemer, de heer Onvlee van het CDA. De heer Onvlee: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we dit voorstel kunnen behandelen. Met lede ogen zien we de situatie aan van de horeca en de retail. Het zijn loodzware tijden. Afgelopen donderdag hebben we ook een indrukwekkende oproep van de heren Ligthert en Bronkhorst gehoord. De reserves zijn op, het vooruitzicht is somber en de stad, zoals ze zeiden, staat in de fik, maar we horen geen sirenes. In de zomer riep iedereen op om lokaal te gaan kopen en afgelopen najaar hebben we de terrashuur voor 2021 kwijtgescholden. Op 2 maart hebben we een brainstorm met raadsleden en ondernemers en we hopen dat daarin veel creatieve ideeën naar voren komen voor de korte termijn. En toch snakken we allemaal naar perspectief en een stip op de horizon. We moeten in de startblokken staan zodra het wél weer kan. En ja, we hopen, zoals de heer Bronkhorst zei, dat ondernemers ook dat moment halen. Voorzitter. Het CDA dient vandaag een initiatiefvoorstel in om die stip op de horizon te zetten en daar ook mee aan de slag te gaan, juist om deze sector zoveel mogelijk te ondersteunen en daartoe een reactivatieweek – zie het als een werktitel – te organiseren, waarin zoveel mogelijk mensen naar de stad en winkelcentra worden getrokken.

Ja, voorzitter, het is iets voor de hele stad en hierbij kan gedacht worden aan lokale muziekoptredens, culturele voorstellingen of demonstratiewedstrijden van verenigingen. We moeten dit vooral gezamenlijk organiseren met en voor de hele stad, met Gorinchem Citymarketing, Mooi Gorinchem, winkeliersverenigingen, Koninklijke Horeca, Hartje Gorkum, evenementenorganisatoren, Varkenmarkt, de Bazuin, sportverenigingen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. We hebben met dit voorstel niet de illusie dat het het ei van Columbus is en daarmee alle problemen ook opgelost zijn, maar het is wel iets wat hoop geeft en een bijdrage levert aan alles wat al gedaan is en wat hopelijk ook nog gaat komen. Ik refereerde eerder al aan 2 maart, het gesprek met ondernemers en raadsleden. Ook dat moment is belangrijk, om te kijken wat we nog meer kunnen doen. Sommigen zien het voorstel misschien als een plat feestje, en ja, dat is het misschien ook voor een deel, maar het zit zoveel dieper. De pijn en de nood in de stad zitten immers ook veel dieper dan we denken, maar het feit dat we met elkaar erkennen dat die pijn er is en dat we ook met elkaar de schouders eronder willen zetten is zo ontzettend belangrijk, juist nu we weer een verlenging van maatregelen hebben gehoord om zeven uur.

Wanneer kunnen we weer open? Juist op die momenten moeten we ook met elkaar die pijn onder ogen durven zien, met elkaar stapjes durven zetten en kijken naar wat wel kan. Een van die dingen is in ieder geval ons voorbereiden op momenten dat het echt weer kan. En ja, noem dat een feestje, maar ik zie het vooral ook als een belangrijke stip naar de toekomst, waar we nu al mee aan de slag kunnen en op dat moment uit de startblokken kunnen knallen. Vandaag is het moment om iets te doen en we zetten na dit voorstel dan ook een komma, omdat we ook verder moeten. Maar het is wel enorm belangrijk om vandaag deze stap als vliegwiel neer te zetten. Kort nog een technische aanvulling. De kosten waren in het eerste voorstel 100.000 euro, maar naar aanleiding van de wensen en bedenkingen van het college is het aangepast naar 50.000 euro. Ook dit bedrag moet voldoende zijn om voor de hele stad iets moois neer te C-3

zetten. Het moment van starten is een eerste kans dat het echt pas kan als het oude normaal, in hoeverre dat ooit komt, weer terug is. Het college geeft aan te kijken wanneer dat mogelijk is, maar dat het wel veilig moet zijn. Ik ga ervan uit dat het college het juiste moment daarbij goed kan inschatten. Voorzitter, de nood is hoog en de reserves zijn op van de retail en de horecaondernemers. We hebben allemaal behoefte aan perspectief. Daarom dit voorstel: zodra het weer kan in de startblokken staan om de gezelligheid terug te brengen in de stad. Daar kijken we toch allemaal naar uit? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Maaren. Mevrouw Van Maaren: Ja, goeiedag. Ik was net even mijn stukje aan het herschrijven voor afgelopen week. Het lijkt een heel mooi initiatiefvoorstel. Wie wil er niet een feestje na een jaar binnen zitten? En eigenlijk vind ik het ook een mooie stemmentrekker: je krijgt er ondernemers terug mee achter je partij. Maar ik vind het eigenlijk ook een grote tranentrekker, en wel om de volgende reden. Eén. Het is niet de taak van de gemeente om een feestje te initiëren.

Ik vind wel dat het de taak van de gemeente is om feestjes te ondersteunen met bepaalde gelden, en er zijn zoveel mooie feestjes in Gorinchem die in 2020 niet door konden gaan en misschien deels ook niet in 2021, zoals het Hippiefestival, Havenfestival, Botenbeurs, Festiwal, noem ze maar op, een hele ris, ongeveer 100 per jaar. Ik denk dat dit jaar de sponsorgelden vanuit de gemeente, ook vanuit de retail en het MKB, zeer beperkt zullen zijn. Ze hebben moeten lijden, het vel is over hun been getrokken en ik zou het verstandiger vinden als we de bedragen die we daarvoor beschikbaarstellen deels aan dit soort bestaande evenementen ten goede laten komen en niet aan één nieuw feestje, om even te vieren dat we weer buiten mogen zijn met elkaar. Dus dat is een andere zienswijze over hoe ik met gelden om zou willen gaan.

Ten tweede: er wordt wel gezegd “het komt wel goed”, maar horeca en retail – ik denk dat jullie nu aan het luisteren zijn –, hebben jullie niet het idee dat de problemen veel groter zijn dan op te lossen zouden zijn met één feestje? Ik denk dat de gemeente, de regio, de provincie en zeker ook het landelijke beleid ontzettend veel aandacht moeten besteden om de retail en het MKB überhaupt nog op niveau te krijgen, want het is niet even “we zijn er een jaar uit geweest”, het gedrag van mensen is ook dermate veranderd dat de weg naar de winkels zeker een stukje minder zal worden, ook nu ze dadelijk weer deels of helemaal op den duur geopend gaan worden. We hebben een andere levensstijl gekregen, we zijn individualistischer geworden, we zijn nog meer online gaan vinden, ook ouderen en mensen die het eerder misschien niet deden. De weg erheen is gewoon makkelijker te vinden. En dan vind ik dit initiatiefvoorstel, hoe leuk het ook klinkt, erg voorbarig en het lost het probleem absoluut niet op, vandaar dat ik… De voorzitter: De heer Van Willigen, interruptie. De heer Van Willigen: Ja, voordat mevrouw Van Maaren nog verder door gaat draven… Mevrouw Van Maaren: Meneer Van Willigen, ik bepaal zelf wat ik zeg! Dat hoeft u mij niet te vertellen, want u doet dat continu bij een ander.

C-4

De voorzitter: Laten we geen kwalificaties uiten. Gaat u op de inhoud verder, meneer Van Willigen. De heer Van Willigen: Ik was ook niet anders van plan. Mevrouw Van Maaren wordt boos, maar… Mevrouw Van Maaren: Ik word niet boos, ik ken u al langer dan vandaag. De voorzitter: Geen kwalificaties over en weer! Laten we ons richten op de inhoud. De heer Van Willigen heeft het woord. De heer Van Willigen: Ik hoop dat ik dat de komende minuut dan mag hebben zonder onderbroken te worden. Mevrouw Van Maaren doet nu net alsof het of-of is, maar het voorstel van het CDA is zeker niet of-of, het is juist een extra impuls en dat houdt in dat datgene wat je als gemeente geacht wordt te gaan doen, dat je dat sowieso doet. Dit is een plus en niet een of-of. Dus dat wilde ik maar even zeggen, mevrouw Van Maaren. Volgens mij geen reden om boos te worden hoor. Mevrouw Van Maaren: Nou, dan heeft u mij ook niet begrepen, maar dat geeft niet hoor. Maar dit terzijde. Ik ga nog even verder, want ik vind dat het probleem veel groter is, hoe leuk dit misschien ook zou kunnen zijn, het is ook niet dat ik er helemaal geen begrip voor heb dat iemand met dit komt, maar ik had wat meer inhoud verwacht, om ook het grote probleem aan te pakken. We gaan volgende keer in gesprek over het vorige voorstel in de afgelopen raadsvergadering, of in B&A, van het CDA om met de ondernemers in gesprek te gaan.

Dat vind ik een goed voorstel en daar kunnen we verder mee komen voor op de lange termijn, en dat vind ik essentieel voor de gemeentepolitiek. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Binnenkort gaan we als raad in gesprek met vertegenwoordigers van middenstand en horeca van Gorinchem. De SP vindt het niet verstandig om te gaan stemmen over plannen van het CDA zonder eerst met de ondernemingen die het betreft in gesprek te gaan. Ook op het plan van het CDA is wat ons betreft wel wat af te dingen… De voorzitter: Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Nee, geen interruptie. Ik wil straks graag het woord, als het kan na mevrouw Dansen. De voorzitter: Excuus. Ik dacht al: na één zin al een interruptie, maar alles kan natuurlijk! Ik zet u op het lijstje, mevrouw Hamann. Mevrouw Dansen vervolgt haar betoog. Mevrouw Dansen: Uit de vele mensen die wij regelmatig in de binnenstad zien blijkt dat mensen nog altijd fysiek willen winkelen in onze binnenstad. De motivering in het voorstel van het CDA om mensen via een reactivatieweek, een feestjesweek, na corona weer in de binnenstad te krijgen lijkt ons dus overbodig en, ondanks het feit dat het CDA de prijs inmiddels heeft verminderd tot de helft, nog steeds erg prijzig. Laten we, als we C-5

zoveel geld gaan uitgeven, dan vooral eerst overleggen met betrokkenen waar we voor willen staan en waar we het aan uit willen geven. Ook het college blijkt in haar reactie risico’s bij zo’n reactivatieweek te zien. Ik noem bijvoorbeeld de timing van het evenement. Niemand weet wanneer het over is met corona, helaas. Wanneer zo’n evenement dus gehouden moet worden, is maar de vraag. Het initiatiefvoorstel van het CDA om mensen via die reactivatieweek na corona weer de binnenstad in te krijgen is volgens ons dus niet nodig. We hoeven mensen niet aan te moedigen om naar de binnenstad te komen, dat willen ze best. We moeten van corona af en helaas krijg je dat niet voor elkaar met zo’n stadspromotie. Ondanks de sympathieke gedachte kunnen wij dit initiatief dus niet ondersteunen. Maar we zijn wel heel erg benieuwd naar het gesprek van 2 maart. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum, PvdA. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Waar je ook loopt, of je nou in de binnenstad bent, het Piazza, Nieuw-Dalem, Hoog-Dalem, Kwakernaak, Wilhelminalaan – ik heb vanmiddag een rondje gemaakt op de fiets –, je ziet overal de nood van de ondernemers: gesloten winkels, alleen afhaalloketten, een door en door triest beeld. De heren Ligthert en Bronkhorst hebben dat er nog even goed in gewreven: wij moeten als gemeente ook echt kijken wat wij daaraan kunnen doen.

Ik besef als geen ander dat onze diepe zakken niet zo diep zijn als die van minister Hoekstra, maar wij kunnen als gemeente doen wat wij kunnen. Dit initiatief van het CDA is daar in ieder geval een voorbeeld van, om te zorgen dat we zoveel mogelijk mensen, als het weer kan, gaan verleiden om naar Gorinchem te komen, verleiden om in Gorinchem, en niet ergens anders, hun boodschappen te komen doen, maar vooral ook om naar onze gezellige stad te komen en daar de ondernemers te steunen met hun aankopen. Voorzitter, het is een stip op de horizon, helaas nog niet een stip waarvoor je een cirkel op de kalender kunt zetten, zoals tijdens de persconferentie werd gezegd, maar wel een stip waar je naartoe kunt leven. Het winkelen op afspraak, zes mensen per uur, is natuurlijk een noodmaatregel. Ik hoop dat ondernemers er iets aan hebben, maar ik ben bang dat het niet de huur gaat opleveren van de panden. Voorzitter. Het initiatiefvoorstel van het CDA is een prima voorstel. Wij steunen dat van harte en wij hopen dat, vooral ook samen met het culturele veld en het verenigingsleven, want dan kunnen die ook wat meeprofiteren van de gelden die we daarvoor beschikbaarstellen, Gorinchem echt weer tot leven komt, met muziek, met theater, met allerlei vormen van verenigingsleven die gaan laten zien waar ze voor staan. Voorzitter. Veel succes.

Wij steunen dit voorstel van harte en ik zie ook met spanning uit naar de brainstorm die we op 2 maart gaan hebben. Ik hoop dat we in ieder geval snel weer terrassen kunnen openen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Hassouna van D66. Het is zijn maidenspeech en dan geldt hier de ongeschreven regel dat er niet geïnterpreteerd wordt. De heer Hassouna: Dank u wel, voorzitter. Afgelopen donderdag ben ik geïnstalleerd als raadslid en dat was een behoorlijke vuurdoop, kan ik zeggen. In ieder geval C-6

aangenaam kennis te maken in deze setting en ik mag gelukkig nu al wat vinden namens D66. In mijn introductie ben ik door de heer Tekir geframed als iemand die alles gekwantificeerd wil zien. Dat is normaliter ook zo, maar deze keer zal ik, hoe paradoxaal ook in mijn eerste speech, de lijn volgen van de speech van de heer Bronkhorst, want het betreft hier toch een nijpende casuïstiek. Dus voor nu even geen statistieken en causale dwarsverbanden. Wat betreft het CDA-voorstel ‘Klaar voor de start na corona’, dat is uiteraard heel erg sympathiek. Wij denken dat iedereen zich ervan bewust is hoe moeilijk de horeca en de detailhandel het op dit moment hebben. Zeker gelet op het belang van deze sector voor de leefbaarheid van onze stad, hoop ik dat alle partijen het ermee eens zullen zijn dat we hierin een rol moeten spelen, om uiteindelijk, zodra dat weer veilig kan, weer traffic en reuring op gang te brengen. Daartoe behoren verschillende mogelijkheden/instrumenten. Het CDA-voorstel beschrijft er een aantal. Uit het artikel in AD Rivierenland begrijpen wij dat het nog niet in steen gebeiteld is hoe dat er precies uit komt te zien, maar dat kunnen we natuurlijk samen met de verschillende belanghebbenden verder prima uitwerken en organiseren. Zoals eerder aangegeven, zijn er op dit moment nog heel veel onzekerheden. We zitten immers nog te midden van een crisis.

Het CDA is er dus behoorlijk vroeg bij, maar dat enthousiasme kunnen we zeker wel waarderen. Uiteraard betreft het hier ook een landelijk probleem. In Nederland zetten we alles op alles om de dood te voorkomen, maar ten koste van wat? Dat is een ontzettend lastig dilemma: ons onderwijs, de psychische gesteldheid van jongeren en ouderen, de problemen van ondernemers, zij verdienen meer perspectief naar mate de coronacrisis langer duurt. Nu is, denk ik, het moment. De samenleving snakt naar een bredere aanpak. Zoals de Zeepkistsprekers afgelopen donderdag al aangaven in hun aangrijpende speeches: nú is de nood hoog. Zij wilden daar eigenlijk niet staan, ze zijn immers ondernemers die hun ziel en zaligheid in hun bedrijf hebben gestopt en zich daarmee identificeren. Alles wat zij hebben opgebouwd willen zij niet verloren zien gaan. Als zoon van een voormalig horeca-exploitant weet ik als geen ander hoe moeilijk het is en wat voor druk het uitoefent op het gezin en omgeving als het even niet loopt zoals gehoopt. Nu hebben we te maken met een gezondheidscrisis, iets waar de ondernemers geen schuld aan hebben. De huidige maatregelen, zoals TOZO en andere financiële steunmaatregelen, blijken in de praktijk toch onvoldoende te zijn.

Landelijk heeft D66 daarom aangekaart dat het kabinet niet alleen moet worden bijgepraat door het OMT, maar ook door een zogenaamd maatschappelijk-economisch team. Dus naast de medische adviezen willen wij nu ook experts horen over de economische en sociale gevolgen van de coronacrisis en daar net zoveel aandacht voor hebben. Terug naar het lokale en het CDA-voorstel. Wij denken dat het belangrijk is om te kijken naar wat daadwerkelijk nodig is, waar de behoefte ligt, en daarom denken wij dat het van belang is om continu te monitoren, samen met de lokale Gorinchemse belanghebbenden, hoe we ervoor staan, dus niet een eenmalig gesprek, maar het liefst op reguliere basis. Ik kijk daarom ook uit naar het kick off-overleg met de verschillende partijen op 2 maart. Wij hebben als D66 al een aantal mogelijke initiatieven op papier gezet en daarbij hebben we onderscheid gemaakt tussen initiatieven die we op redelijk korte termijn kunnen uitvoeren, ook eenmalige initiatieven, en initiatieven die een wat structureler karakter C-7

hebben. Ik zal daar op dit moment verder niet op ingaan, maar ik hoop dat alle andere partijen een soortgelijke exercitie kunnen doen voor de brainstormsessie, om onze gewaardeerde middenstanders een hart onder de riem te steken. Met de input uit deze sessies kunnen we hopelijk een gezamenlijk voorstel maken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wientjes. De heer Wientjes: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik ga niet op de inhoud in, maar – ik heb het al eens eerder gedaan – na zo’n maidenspeech moet je daar toch even iets over zeggen, het is immers een heel speciale gebeurtenis, dus dat wil ik heel kort doen. Een heel duidelijk verhaal, wel heel erg breed, maar ja, zo kennen we D66 misschien ook wel een beetje, goed gebracht en heel breed, in de zin dat er naar landelijk werd gekeken, de pers werd erbij gehaald en de D66-nationale politiek werd ook nog een keer uitgelegd. Buitengewoon informatief. Ik zit al vrij lang in die raad en ik vind het nog elke keer moeilijk en een uitdaging om een goede inbreng in zo’n debat te hebben. Ik vind het altijd heel leuk om te zien hoe anderen dat doen en daarvan iets te kunnen leren. Het was misschien wat breed, maar voor een maidenspeech vond ik die meer dan geweldig. Volgens mij wacht de zilveren microfoon op u! Complimenten en een buitengewoon welkom in de raad. Dank u wel.

De voorzitter: Goed, dan gaan we naar de heer Barth, ChristenUnie/SGP. De heer Barth: Voorzitter. Het initiatiefvoorstel vraagt om een soort van feestweek nadat alle coronamaatregelen niet meer worden toegepast. Wij zijn bang dat die situatie nog ver voor ons ligt. Ondertussen hebben onze ondernemers nu hulp nodig; dat hebben we ook afgelopen donderdagavond van de heer Bronkhorst kunnen horen. Laten we dan eerst met elkaar, ondernemers en raad, op 2 maart met elkaar in overleg gaan en laten we eerst luisteren en niet denken als raad alvast te weten wat onze ondernemers nodig hebben. Het voorstel legt namelijk een claim op het nog vrij te besteden deel van het reactivatiebudget en misschien kunnen we daarmee veel meer ondersteuning nú verlenen, nu ons MKB het zeer zwaar heeft, want wie zegt dat ze het moment van na corona zullen halen? Dus de ChristenUnie/SGP wil eerst met de ondernemers in gesprek en daarna bepalen of een feestweek op lange termijn onze ondernemers de support kan geven die ze nodig hebben. Aanhouden van het initiatiefvoorstel is wat ons betreft het advies. Eerst het gesprek op 2 maart en dan gericht gaan ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Breemen, GroenLinks. De heer Van Breemen: Dank u wel, voorzitter.

Het begint een beetje een talent te worden van het CDA om met voorstellen te komen waar je eigenlijk niet tegen kunt zijn, maar als je het goed bekijkt er eigenlijk wel tegen bent, of er in ieder geval je twijfels bij hebt. Ze hebben het al eerder gedaan met de motie over de inkoop van lokale kerstpakketten, wat heel sympathiek lijkt, maar waar GroenLinks toch wat genuanceerder tegen aankijkt. Nu doen ze het weer. Als je het gewoon bekijkt, van “goh, laten we een boost geven aan de C-8

ondernemers van Gorinchem na corona”, dan zeg je: ja, dat is een goed idee. Maar als we dan wat closer kijken naar het voorstel, dan hebben we toch een aantal vraagtekens. Grappig genoeg lazen wij die vraagtekens ook terug in de bedenkingen van het college, waarbij het college antwoordde “maar laten we het snel gaan doen, want het is een goed idee”. Ik wil toch even stil blijven staan bij de twijfels en de bedenkingen. Allereerst de timing. Een aantal sprekers voor mij heeft er al aan herinnerd: de sprekers op de Zeepkist donderdag zeiden “we hopen dat we het einde van de maatregelen halen” en het antwoord van de gemeente is dan: maar áls u het haalt, dan hebben we een feestweek voor u in petto, wanneer het is weten we niet, maar dan reserveren we geld voor u. Zeker in een tijd waarin iedereen roept dat een versoepeling van de maatregelen, of het einde van de maatregelen, voorlopig nog niet in zicht is, is de timing ongelukkig om dan te zeggen: we gaan iets doen voor wanneer het dan ook klaar is. Tweede punt van twijfel is waarom wij dit zouden moeten gaan doen.

Ik denk dat alle evenementen in Gorinchem die al anderhalf jaar, of twee jaar, of wanneer corona ook afgelopen is, niets hebben kunnen doen, allemaal staan te springen om een feestweek, feestmaand, feestjaar, feestdecennium te organiseren, omdat ze zo graag willen doen waar ze goed in zijn, namelijk het organiseren van feesten en festivals in onze stad. Als iéts Gorinchem kleurt, dan zijn het de feesten, festiviteiten, festivals, weekenden, noem het maar op. Mevrouw Van Maaren heeft er al een aantal opgesomd en die opsomming was niet uitputtend. Dus de vraag is: moeten wij dit gaan doen en helpt het dan als wij er 50.000 euro tegenover zetten? Het derde punt is de samenhang in het beleid, en dat is eigenlijk ook een vraag die ik aan het college wil stellen. Het CDA trekt er nu één dingetje uit met het voorstel hiervoor 50.000 euro te reserveren”, maar onze fractie zou toch eerder kijken naar de samenhang van het verhaal, naar het hele pakket aan steun en reactivatiemaatregelen. Misschien is dit dan een optie, maar om er nu één ding uit te trekken, daar hebben wij wat vraagtekens bij.

We vragen zowel aan het college als aan de heer Onvlee: waarom juist nu dit voorstel en hoe ziet u dat in de brede samenhang, zeker ook omdat we volgende week een gesprek hebben staan met de ondernemers, waar volgens mij juist dit soort dingen aan de orde moeten komen? En als zij dan zeggen “nou, we hebben nu toch een goed idee, het kost 50.000 euro”, dan moeten wij zeggen: ja, helaas, maar u krijgt al een feestje na corona. Dus ik snap wat dat betreft de timing ook niet helemaal. Aan de andere kant is het ook wel een sympathiek voorstel, dat in deze tijd de ondernemers kan helpen, en het is niet alleen een stimulans voor de ondernemers, maar ook voor de cultuur en de evenementensector voor Gorinchem. Nou ja, zoals ik begon: het is een talent van het CDA om dit soort voorstellen te maken. Wij hebben nog wat vraagtekens en twijfels erbij. Eigenlijk zouden wij willen zeggen: houd het initiatiefvoorstel aan, laten we het in z’n geheel bekijken en afspreken dat we met ondernemers en gemeente Gorinchem met één groot reactivatiepakket komen waar dit wellicht onderdeel van uitmaakt. Maar ik begrijp dat de haast bij het CDA nogal groot is, dus waarschijnlijk gaan we er vanavond over stemmen. Ik wacht even de beantwoording van het college en van het CDA af voordat we gaan zeggen wat we gaan stemmen. Daar wil ik het nu even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Mager, VVD.

C-9

Mevrouw Mager: Voorzitter, dank u wel. In september vorig jaar hebben wij een goede sessie gehad, een I&O naar ik meen, waarin we met de stad, noem ik het maar eventjes kort door de bocht – in ieder geval heeft een aantal inwoners van Gorinchem toen ook achter het spreekgestoelte gestaan –, hebben bedacht waaraan we het bedrag van vijf ton dat het college had gereserveerd voor coronamaatregelen in het kader van de economie eens zouden besteden. Het was een mooie bijeenkomst met wat de VVD betreft ook een mooi resultaat. Die avond hebben wij een bestemming geformuleerd voor vier ton, in goede samenspraak. Er is dus nog een ton over en die ton gaat sowieso naar de stad, daar is geen twijfel over; die twijfel was er niet en die twijfel is er nog steeds niet. De bedoeling is investeren in de stad, het stimuleren van werkgelegenheid en van economie. Nu ligt een voorstel voor waarmee de helft van die ton ineens uitgegeven zou moeten worden, niet nu, maar op termijn, en die termijn kennen we niet, omdat niemand kan zeggen wanneer corona afgelopen is en ook niet hoé corona wordt afgebouwd, of hoe je daar ook over spreken moet. De VVD is eigenlijk een beetje verbaasd waarom we eerst met elkaar, college, raad en de stad, die vier ton gaan besteden en nu ineens de helft van de resterende ton gaan uitgeven voor een feestje op termijn, om hem inderdaad maar even plat te slaan.

En om in feesttermen te blijven: wij vinden dat je zo op de muziek vooruitloopt, maar je kunt het ook zien als een sigaar uit eigen doos. Wij hebben met belangstelling de bezwaren van het college gelezen en die onderschrijven wij eigenlijk van harte. We verbazen ons dan echter over de conclusie van het college, zo van: nou, ach, dan geven we de helft. Navraag leert dat de evenementencommissie in de stad middelen heeft voor feesten. Alle organisatoren – de feesten zijn hier al diverse malen langs gekomen – staan echt in de startblokken en zodra het maar mag, gaan alle achterstallige evenementen echt van stal gehaald worden. Iedereen is daar klaar voor. Dat geldt niet alleen voor organisatoren, maar zeker ook voor de inwoners, in ieder geval voor mij! Dus ja, wij geven er eigenlijk de voorkeur aan om met elkaar weer te gaan bedenken wat we met die ton gaan doen. Daarbij komt dat die ton op de plank ligt. Daar kunnen we iets mee en daar moeten we niet mee wachten. Verkleining winkelgebied is nu ingezet, met de daarbij behorende stadspromotie. Ik hoor stadspromotie: die kunnen vast ook nog wel wat geld gebruiken. En tegen de tijd dat corona echt op z’n eind loopt: natuurlijk, dan kunnen we dat feest gaan geven. Toen ik de heer Onvlee het woord ‘perspectief’ hoorde noemen, dacht ik meteen: hé, gelukkig hebben wij een perspectiefnota.

Daarin kunnen we misschien – dat is ook een acceptabele termijn – een realistisch plan maken, een goed bedrag opnemen, en dan kunnen we dat bedrag ook onderbouwen, met elkaar en met de stad, en dan zouden we wellicht – ik heb het al eerder voorbij horen komen, en ik vond het eigenlijk wel een goed idee – dit op kunnen schorten en dan met de perspectiefnota mee kunnen nemen. Want, zoals ik al zei: het geld ligt klaar, die ton, die kunnen we met elkaar besteden en daar hoeft echt niet de helft van aan een feestje op termijn te worden uitgegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Mourik, Stadsbelang. De heer Van Mourik: Dank u wel, voorzitter. Stadsbelang is al geruime tijd druk met ondernemers in gesprek. Het is heel fijn dat daar volgende week een vervolg op komt. C - 10

Als we kijken naar de hele situatie, dan zien we dat we vorig jaar maart met corona zijn begonnen en dat zou “maar even” duren. Nou, het duurt niet “even”, het duurt wat langer, en vervolgens zien we ook dat de ondernemers allerlei toezeggingen gedaan worden en uiteindelijk krijgt een deel het wel en een ander deel weer niet, of niet volledig. De ondernemers in onze stad zitten nu echt niet te wachten op een discussie van de gemeenteraad over voor of tegen. Ik ben heel blij dat GroenLinks heel duidelijk zegt dat het een voorstel is waar je eigenlijk niet tegen kunt zijn en ik vind het ook heel goed wat mevrouw Mager van de VVD zojuist gezegd heeft: waarom zou je dat uitstellen en niet nu doen, als het kan? Ook wij als Stadsbelang vragen ons af: waarom zo lang wachten? Daarom hebben we wel het initiatief gesteund van het CDA, want laten we wel wezen: het is geen feestje, zeker ook niet voor die ondernemers. Het is geen feestje voor de horeca, het is absoluut geen feestje, maar het is wel een stimulans, waarbij we dus zien dat eigenlijk de samenleving, en met name Gorinchem, waarbij eigenlijk de hele raad een jaar lang – en ja, ik moet helaas ook een beetje de hand in eigen boezem steken –, het is een landelijke aangelegenheid, we zijn als raadsleden eigenlijk een beetje aan de zijlijn gezet… De voorzitter: Interruptie mevrouw Mager.

Mevrouw Mager: Sorry dat ik uw gloedvolle betoog onderbreek, meneer Van Mourik… De heer Van Mourik: Geeft niet, daar kan ik wel tegen. Mevrouw Mager: Gelukkig. U hebt het over een stimulans, maar er ligt al een ton op de plank en dat lijkt me toch ook al best een stimulans, of zie ik dat verkeerd? De heer Van Mourik: Het lijkt me goed dat we daar in gezamenlijkheid even goed over spreken, maar laten we asjeblieft niet het ene plan tegenover het andere plan zetten, waarbij we dan zeggen van: wat de een zegt, vind ik helemaal niks en we moeten het op een andere manier aanpakken. Mevrouw Mager: Maar bent u dan voor een plan op termijn, of voor een plan op korte termijn? De heer Van Mourik: Stadsbelang zou het liefst zo snel mogelijk actie willen zien. Mevrouw Mager: Maar corona is nog niet zo snel afgelopen. De heer Van Mourik: Nee, dat is het probleem. Als we moeten gaan wachten tot het moment waarop corona over is, dat zien wij ook als Stadsbelang wel, dan zitten we dus in een situatie waarvan we zeggen- Ik heb als voorbeeld gegeven, dat vond ik een fantastisch idee, [Lieke Box?...0:35:28], waarbij toch ondernemers gesteund worden, en gevraagd of we dat in een bredere opzet ook zouden kunnen doen. Daar kun je morgen al mee beginnen. Ik denk dat we het daar even goed over moeten hebben.

Het initiatief van het CDA is daarmee niet weg, want uiteindelijk – ik heb het bijna over een VOCmentaliteit – moéten we er weer voor gaan. We moeten voor de stad gaan en wij moeten ook als raad gewoon zeggen: we gaan ervoor.

C - 11

Mevrouw Mager: Maar we kunnen het geld maar één keer uitgeven, meneer Van Mourik! De heer Van Mourik: Dat klopt, maar dan zou ik zeggen: laten we dan zo snel mogelijk hierover een duidelijke afspraak maken. Als je zegt “we doen iets op termijn”, ook goed, maar laten we sowieso kijken: als die ton op de plank ligt, en ik word daar graag over bijgesproken door de wethouder, dan kunnen we in ieder geval toch een duidelijk plan maken. De voorzitter: Mevrouw Hamann, interruptie. Mevrouw Hamann: Ik was al een beetje bang dat u me vergeten was. Ik begrijp eerlijk gezegd helemaal niets van het betoog van de heer Van Mourik. Hij zegt “de ondernemers verdienen steun en dat moet nu, maar ik steun ook het plan om helemaal ná corona – dat duurt misschien nog wel een jaar – een feest te vieren”, dan moeten we los en dan moet er ineens van alles. Ik denk dat we dinsdag a.s. met de ondernemers gaan brainstormen en ik hoop dat we dan gezamenlijk plannen kunnen maken waar we misschien de aanstaande zomer, of misschien in het voorjaar, al iets mee kunnen doen, en dan denk ik aan kleinschalige zaken en niet aan grote feesten. De voorzitter: Laten we proberen interrupties een beetje kort te houden. U krijgt zo het woord om uw eigen speech te houden. Mevrouw Hamann: In het kort: ik begrijp de heer Van Mourik niet. De voorzitter: Helder. De heer Van Mourik.

De heer Van Mourik: Nou, dat is op zich heel bijzonder. Laat ik het even kort hier bij houden, dan kan ik er eventueel in tweede termijn nog op terugkomen en misschien nog een verduidelijking geven. Want duidelijker dan nu, dat we in ieder geval het initiatief op zich goed vinden, maar dat we ook vinden dat we het gekissebis over “hoe moeten we het nu aanpakken?” en “moeten we het later aanpakken?”, dus, voorzitter, even tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Hamann, Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik heb al een beetje door laten schemeren wat de opvattingen van Gorcum Actief zijn. Wij sluiten ons eigenlijk aan bij de heren Barth en Van Breemen en mevrouw Mager, maar zeker ook bij de heer Hassouna. De heer Hassouna vertelde dat D66 al gesproken had met partijen en ideeën had opgeschreven. Wij hebben dat ook gedaan, in maart al, tijdens de eerste lockdown. Wij hebben toen met de ondernemersverenigingen gepraat, we hebben gekeken ook in de wijkcentra en met de horeca en we hebben twee A4’s aan bevindingen, ideeën en suggesties op papier gezet, veelal kleinschalige dingen, omdat het allemaal niet te druk mag worden vanwege corona, en dat hebben we aan de wethouder gegeven.

Wij vinden dat de wethouder, wethouder Van der Geest, het heel goed aanpakt en al heel veel gedaan heeft op het gebied van de ondernemers, de retail, maar ook de horeca, wat binnen de mogelijkheden ligt van een gemeente, want als gemeente kun je eigenlijk niet eens zoveel. TOZO schiet tekort, ja, maar dat kunnen wij niet aanvullen. Daar moeten we ook eerlijk

C - 12

in zijn. Daarom ben ik heel erg blij dat we vandaag over een week al gaan brainstormen met die ondernemers. Ik haal mijn suggestielijstje erbij en ik kan misschien ook wel weer nieuwe dingen bedenken; dat neem ik zeker mee. De voorbereidingen hebben we al gedaan. Dan brainstormen we met de ondernemers en kijken we wat we nu kunnen doen. En zeker, ik ben het helemaal eens met mevrouw Mager eens: als je één ton hebt, als dat het is, dan kun je hem inderdaad maar één keer uitgeven laten we dat dan nu doen met dingen die ertoe doen, op dit moment, voor de winkeliers, want die winkeliers hebben geen tijd meer om te wachten tot er over een jaar een keer een feest komt. Ik denk dat de gewone winkelier daarmee helemaal niet zo geholpen is, maar wel met maatregelen om het komend seizoen, van het voorjaar, of in de zomer, in niet te grote groepen, maar in kleine groepen, in ieder geval klanten te trekken. Citymarketing zal zeker in beeld komen bij dergelijke plannenmakerij. Dus dat lijkt me erg goed. Wij vinden dat het CDA een beetje opportunistisch is met het geven van een leuk feest. Het klinkt heel erg leuk, maar ik denk niet dat de ondernemers daar nu iets aan hebben en we vinden het ook een beetje voor de muziek uit lopen, want we gaan tenslotte dinsdag praten met de ondernemers. Laten we dan eerst eens even dat gesprek afwachten. Dat vind ik veel belangrijker.

De voorzitter: Zijn er nog nieuwe dingen die u verder wenst in te brengen? Want ik hoor nu een paar keer een herhaling. Mevrouw Hamann: Ik was aan het einde van mijn betoog. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen, Democraten Gorinchem. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Hoe verrassend is dit hè? Donderdag was er de noodkreet van de heren Bronkhorst en Ligthert, en we zaten er echt geslagen bij met z’n allen, want hij kwam wel binnen. De volgende dag zijn de heren ook helemaal platgebeld door alle politieke partijen. Iedereen wilde er natuurlijk het zijne van weten. Dat vind ik prachtig, want dat betekent dat er blijkbaar toch een momentje is geweest van wakker schudden. Ik merk echter wel dat wij lokaal nogal beperkt zijn- Ah, daar komt al een interruptie! De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ja, voorzitter, ik wil hierop toch wel graag interrumperen, want dit vind ik niet zo fair klinken vanuit de heer Van Willigen, en dat ben ik niet van hem gewend. Want ja, meneer Van Willigen, ook wij hebben die noodkreet gehoord vanuit D66, maar er is hier een voorstel gedaan om een soort van feestje te organiseren na corona en volgens mij is de hamvraag vooral: wat hebben die ondernemers nú nodig, hoe kunnen wij hen nú vooruit helpen, zodat ze de crisis doorstaan? Als u daar een antwoord op heeft, zou ik dat graag willen horen.

De heer Van Willigen: Meneer Tekir, zoals u bekend, begin je een betoog altijd met een soort van inleiding. Die inleiding was dat er een besef in de raad ontstond dat de nood aan alle kanten toch behoorlijk hoog werd. Laat ik maar voor mezelf spreken: ik was er erg van onder de indruk. Maar goed, ik zal het wat dat betreft kort houden. Ik merk dat, als wij als gemeente willen steunen, landelijk beleid en regionaal beleid ons behoorlijk kunnen beperken. Wij zijn niet zomaar vrij om te doen en te laten wat we C - 13

willen. Je zag het vanavond met de persconferentie ook: dan wordt er een bepaalde vrijheid geboden, maar er zitten al zoveel restricties in dat ik nu de ondernemers in de stad al hoor mopperen van “ja, vier uur van tevoren bellen”, en bla-di-bla. Dan denk ik: hoe mooi is het als er nu een concreet aanbod komt waar toch een stukje hoop uit komt, waar een beetje stimulans uit komt en waarbij het niet is dat het of-of is. Want dat is natuurlijk weer een prachtig frame dat hier neergelegd wordt, maar dat is het niet. Er ligt gewoon een voorstel van: we willen 50.000 euro besteedbaar hebben op het moment dat er ruimte komt na corona. Hoe geweldig is het niet als je morgen in de krant leest als Gorcumer: “De raad stelt 50.000 euro beschikbaar voor een feest op het moment dat dat kan”, en we gaan dat ook nog eens een keertje beleggen bij onze eigen lokale ondernemers. De voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Ik heb even een vraagje aan de heer Van Willigen: hoezo 50.000 euro extra? De heer Van Willigen: Nee hoor, ik zeg: er is 50.000 euro beschikbaar. Mevrouw Mager: Ja, maar dat ís al beschikbaar. Er is nog een ton beschikbaar omdat we dat niet hebben opgebruikt. Dat was al erg mooi in september, dat we vijf ton hadden. Je kunt het niet twee keer beloven aan de stad.

We hebben in september vijf ton beloofd, daar hebben we al vier ton van uitgegeven en dan is het niet zo netjes om nu weer 50.000 euro te beloven, want dat hebben we toen ook al beloofd. De heer Van Willigen: Ik heb het idee dat er heel veel beloofd wordt, maar dat er weinig concreet is wat dat betreft. Dus dit vind ik wel een prachtige concretisering van de belofte, waarbij ik denk: dit is een geweldig signaal dat wij nu eens in gezamenlijkheid als raad zouden kunnen oppakken, van: lieve mensen… Mevrouw Mager: In september hebben we dat al gedaan, meneer Van Willigen! Toen hebben we al gezegd: vijf ton voor de stad. Daar hebben we vier ton van bestemd en we hebben nog een ton over en daarvan gaan we nu 50.000 euro ergens voor gebruiken, op termijn. Even om zeker te zijn dat we hetzelfde uitgangspunt hebben. De heer Van Willigen: Ja hoor, we hebben het helemaal over hetzelfde, mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Gelukkig, dan ben ik helemaal gerustgesteld. Dank u wel. De heer Van Willigen: Ik heb echter in de stad geen enkele enthousiaste reactie gehoord op het feit dat er vier of vijf ton was, want dat is niet concreet. Dat is raadspraak, maar dit komt bij de mensen binnen.

Daarom denk ik: hè, hè, we kunnen als raad nu een concreet signaal geven van “wij, gemeenteraad van Gorinchem, staan voor onze bewoners, wij willen jullie een bepaalde hoop geven, we willen jullie perspectief bieden”. Mevrouw Mager: Excuus, mevrouw de voorzitter… De voorzitter: Mevrouw Molengraaf heeft nu het woord. Mevrouw Mager: O, sorry. C - 14

De heer Van Willigen: Ja, ze staan in de rij! Mevrouw Molengraaf-Vullers: Nou ja, niet in de rij, ik had me eigenlijk hiermee niet willen bemoeien, maar ik hoor u nu zeggen: “ik heb in de stad geen enkel enthousiasme gehoord over de vier ton die geïnvesteerd is om de coronaperikelen te verlichten” en daar verbaas ik mij een beetje over. Dus die 50.000 euro gaat dan wel dat enthousiasme teweeg brengen, waar ondernemers dan nog een hele tijd op moeten wachten? Of wordt dat beleid zo belabberd uitgevoerd dat ondernemers niet eens doorhebben dat ze die vier ton steun krijgen? Hoe zit dat dan? De heer Van Willigen: Ik weet niet of u verbaasd bent over wat ik niet hoor. Ik hoor een heleboel dingen niet, dus als dat elke keer uw verbazing opwekt, ja, dan verbaast u zich veel, want ik hoor veel niet, maar ik hoor het wel als mensen enthousiast zijn, en dat heb ik niet gehoord. Mevrouw Molengraaf-Vullers: Ik weet natuurlijk niet of u een keer bij Hans Anders langs moet omdat u dingen niet hoort, maar ik verbaas me gewoon over zo’n opmerking. De voorzitter: De interruptie is gemaakt, maar ging op een gegeven moment wel heel erg ver af van het voorstel dat hier voorligt. Mevrouw Mager nog.

Mevrouw Mager: Ik heb juist in de laatste bijeenkomst van I&O volgens mij, met de update van wethouder Van der Geest en ook Jan […46:41] die daar zijn verhaal heeft verteld, heel veel enthousiasme geproefd, en dat ging over de besteding en de evaluatie van een deel van die vijf ton, waar dus nu nog een ton van over is. Ik hoop dat we het over hetzelfde hebben dan. De voorzitter: De heer Van Willigen vervolgt zijn betoog. De heer Van Willigen: Ja, ik hoor wel enthousiasme van ondernemers, maar dat zijn toezeggingen, we kunnen weinig concreet maken, vandaar dat ik bedoel te zeggen: laten we nu eens als gehele raad een geweldig positief signaal geven naar onze burgers en zeggen: jongens, er is een einde aan de tunnel, er is licht, en we stellen daar ook nog eens een keer 50.000 euro voor beschikbaar, die er al is, ja, maar hij wordt wel heel concreet. Eindelijk zullen de mensen dan zeggen: hé, de raad is ook met ons bezig. Want laat ik dit meegeven: dat mis ik wel een beetje. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Wat ik heel erg jammer vind, is dat de heer Van Willigen wel een hele stoere inleiding start, maar vervolgens geen inhoudelijke reactie geeft op een doodsimpele vraag.

Meneer Van Willigen, wij hebben allemaal de noodkreet van de ondernemers gehoord, maar die noodkreet kunnen we alleen maar oplossen door nú iets van steun te bieden, door nú die ondernemers door de crisis te helpen. Ik hoor daar vooralsnog geen voorstellen over. Het geld dat we hebben zou ik eerder daaraan willen besteden dan straks aan een coronafeest, want dat kan altijd nog. De heer Van Willigen: Meneer Tekir, u heeft net collega Mager horen zeggen dat we daar in september al uitspraken over hebben gedaan en dat we daar nog een ton op over C - 15

hadden. Dat we daar nu 50.000 euro heel concreet op maken, vind ik geweldig. Dus ja, wat moet ik dan verder nog reageren? Ik denk dat ik heel duidelijk ben in de mening die ik namens mijn partij mag uitspreken. De heer Tekir: Nou, u zou misschien kunnen reageren op de vraag welke noodsteun we die ondernemers nu kunnen bieden. De noodkreet is nú, de brand is nú. De heer Van Willigen: Als u daarvoor met een voorstel komt, meneer Tekir, en als u dat heel concreet kunt maken-, want ik ben er, ik wil niet zeggen dagelijks, maar ik ben er wel heel intensief mee bezig, ik heb het niet concreet, want ik heb helaas geen boom op mijn rug groeien waar geld aan zit en waar ik aan kan schudden. En wij zijn daar als lokale overheid natuurlijk ook heel erg beperkt in. De heer Tekir: Maar dan is het misschien wijs om eerst dat overleg af te wachten met die ondernemers, om te achterhalen wat die mensen echt willen, in plaats van nu al – sorry dat ik het zeg – met geld te smijten voor een feest dat misschien over een paar jaar georganiseerd kan worden. De voorzitter: Nu mevrouw Mager, en dan kan de heer Van Willigen daarop reageren. En dan stoppen we met de interrupties en gaan we naar de wethouder.

Mevrouw Mager: Nou, ik vind het wel grappig dat de heer Van Willigen zegt “iets concreets”, want ik moet eerlijk zeggen dat ik het weinig concreet vind om een feest te beloven tegen de tijd dat corona voorbij is, terwijl we nog net om zeven uur hebben gehoord dat het nog lang niet voorbij is en dat we nog maar eens moeten afwachten hoe we weer terug kunnen naar het leven van voorheen. Dus hoe concreet hij dat wil duiden, is mij totaal onduidelijk, maar ik ben blij voor hem als hij dat al concreet vindt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Ja, dit is natuurlijk een hele flauwe opmerking van mevrouw Mager, want die vraagt mij in een glazen bol te gaan zitten kijken die ik A niet heb en B ik waag me daar niet aan. Dus daar kan ik helemaal geen reactie op geven. Ik denk dat na mij misschien de heer Onvlee nog het een en ander wil zeggen om het toe te lichten voordat we naar de wethouder gaan, maar misschien ook wel in tweede termijn. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu wethouder Van der Geest het woord. Wethouder Van der Geest: Goeienavond, voorzitter en goeienavond raad. Laat ik van deze gelegenheid ook gebruikmaken om de heer Hassouna te feliciteren met zijn maidenspeech.

De heer Van Breemen heeft één vraag gesteld: waarom eerst behandelen door er één ding uit te halen in plaats van het integraal te benaderen, want daarover gaan we met elkaar spreken op 2 maart. De ondernemers die ik spreek over dit onderwerp zijn enthousiast en hebben ook al hele goede ideeën. Dus ik zie het ook echt als vliegwiel, zoals het volgens mij door de heer Onvlee ook benoemd is, om hiermee het gesprek aan te gaan en te zorgen dat vooral die reactivatieweek – een werktitel – wordt ingezet, opdat mensen weer naar

C - 16

de stad toe komen en ook op herhaalbezoek komen. Ik denk dat we meer naar maatwerk moeten. Ik heb de persconferentie helaas niet kunnen volgen, maar vorige week heb ik nog op initiatief van collega Matthijs van Oosten in Altena samen met collega’s meer ten zuiden van hem een brief richting het ministerie van EZK gestuurd om te zeggen, zoals ze in Werkendam zeggen: de Hoogstraat is niet hetzelfde als de koopgoot, dus geef ons als lokale overheden meer ruimte daarin. Ik hoop dat die ruimte ook op termijn komt, want ik ben ervan overtuigd dat onze horeca en onze winkeliers dat ook op een lokale manier veilig kunnen inrichten. Dus alle ondernemers die ik in ieder geval spreek, van alle ondernemersverenigingen, van de winkelcentra, van de binnenstad ook zeker, staan te trappelen om hier met ideeën aan de gang te gaan. De eerste ideeën zijn ook al binnen en die beloven echt veel goeds. Zoals wij ook in onze wensen en bedenkingen hebben aangegeven, willen wij vooral ook die creativiteit in de stad, van onze ondernemers, maar ook van de cultuursector bijvoorbeeld, ook van Citymarketing, daarin ten volle benutten, want wij hebben er vertrouwen in dat zij dat goed kunnen doen. Wij gaan zelf niet als organisator aan de slag. Dat kunnen zij veel beter dan wij. Dus wij staan er in ieder geval positief in, zoals wij ook in onze wensen en bedenkingen hebben aangegeven.

De voorzitter: Dank u wel. Ik ga ervan uit dat er nog een tweede termijn gewenst wordt. Dan geef ik de heer Onvlee weer het woord. De heer Onvlee: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb de raad en het college gehoord en ik ben eigenlijk blij dat de raad zo actief in dit debat zit en dat we allemaal zo gefocust zijn op onze ondernemers. Met andere woorden: de raad is wakker en we voelen allemaal de urgentie. Misschien verschillen we nog van mening over de vraag of we wel of niet voor dit voorstel moeten stemmen, maar tegelijkertijd is het goed dat we eindelijk ook hier in de raad, in de raadsvergadering, het debat over hebben. We hebben namelijk nog een lange weg te gaan om echt die ondernemers te helpen en daarom is het ook goed om een aantal onduidelijkheden weg te halen die in het voorstel staan. Laat ik er om te beginnen op wijzen dat het een voorstel is dat van de stad en voor de stad is en dat door de stad gedaan wordt. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch wel bezwaar maken tegen de opmerking dat we nu voor het eerst in de raad zouden spreken over dit onderwerp, over corona ten aanzien van ondernemers. Wij hebben onlangs nog een heel reactivatieplan in de raad besproken en goedgekeurd, dus laten we nou asjeblieft niet doen alsof dit initiatiefvoorstel van het CDA aanleiding is om dit raadsbreed te bespreken.

De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Wat ik zei: het is vooral ook dóór de stad. Het voorstel is er ook voor om het niet door de gemeente te laten organiseren, het moet vooral door partijen vanuit de stad gedaan worden, waarbij de gemeente aanjaagt en de boel misschien in gang kan brengen, en dat we daarvoor ook dit geld reserveren. Daarvoor is het bedoeld, niet om zelf een evenement te gaan organiseren, maar wel om extra steun, extra hulp te organiseren voor een kroeg bijvoorbeeld die gewoon echt nul euro meer heeft in de C - 17

spaarpotten, maar die wil dat ene bandje wel hebben in zijn kroeg om even net een extra feestje te kunnen hebben om die paar extra biertjes te verkopen en een beetje reserves op de botten te kunnen krijgen. Dat is nu niet meer mogelijk en dat perspectief willen we hiermee geven: dat ze ook, hoe zwaar het ook is, echt vol moeten houden, want we laten ze ook na corona niet in de steek. Dat is vooral bedoeld: dat die partijen ook in beeld komen en zeggen “ja, ik wil daar iets mee”, en dat we dat dan met de stad gaan doen. De voorzitter: Mevrouw Mager, interruptie, en meteen daarna de heer Van Breemen, zodat de heer Onvlee daarop kan reageren. Mevrouw Mager, graag ook beknopt. Mevrouw Mager: Nou, een hele makkelijke vraag: wat is dan dat perspectief? Het is een prachtig woord, maar ik heb het nog niet gevonden. Als het perspectief in die 50.000 euro zit, hoor ik dat heel graag van u. Hoe dan? De voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Ja, voorzitter, ik wil de heer Onvlee het volgende vragen. De insprekers van afgelopen donderdag zeiden eigenlijk “mijn huis staat in brand”, en u biedt hen nu het perspectief dat de brandweerauto over twee weken zal komen. U merkt dat de heer Van Willigen mij redelijk richting ‘tegen’ heeft geduwd, dus ik geef u nu graag de kans om mij weer richting ‘voor’ te trekken.

Waarom is dit voor de ondernemers nu een halm om zich aan vast te houden? De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Ja, dat is ook een beetje in het verlengde van wat mevrouw Mager stelde. Laat ik vooropstellen dat dit niet een voorstel is dat ik zelf heb bedacht, dit is ook met winkeliersverenigingen en met vertegenwoordigers van de binnenstad tot stand gekomen. Die geven juist aan dat zij het nodig hebben om weer een stip op de horizon te kunnen zetten, zodat ze weten dat, áls de vrijheid er weer is, ze ook iets met elkaar kunnen organiseren. Dat is één. En twee: ze verwachtten meer van het Rijk, en daar verwachtten wij ook meer van. Ze snappen dat wij als overheid met handen gebonden zijn en tegelijkertijd willen we wel met elkaar in dit voorstel laten zien “we laten jullie niet in de steek, probeer vol te houden, we proberen, als het weer mag, het huis als het ware weer op te bouwen en ook weer een beetje inboedel te creëren”. Maar dat is iets wat nu nog totaal niet aan de orde is, als het letterlijk gaat om het organiseren van een feest. Ik neem vooral nog even ‘reactivatieweek’ als werktitel, om echt weer die loop in de stad te krijgen en net, wat ik aangaf, die bandjes wel weer te kunnen organiseren. En zoals ik zei: het is ook met de ondernemers tot stand gekomen, ik heb het dus niet zelf bedacht. De voorzitter: Mevrouw Van Maaren heeft het woord.

Mevrouw Van Maaren: Ja, meneer Onvlee, aan het begin van uw betoog zei u: we hoeven het niet zelf te organiseren. Dat stemt mij al wat beter, maar is er bij u ook ruimte om te zeggen: dit budget stellen we als een budget om, zeg maar, bestaande events mogelijk te laten doorgaan op het moment dat het weer kan? Want ik denk dat de sponsoring vanuit het MKB en de horeca naar die events een stuk lager zal zijn dan we

C - 18

gewend zijn, en dan zou ik bij dit voorstel meer een goed gevoel kunnen krijgen dan zoals het nu is verwoord. De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Het mooie is dat het nog niet in beton gegoten is en dat dit ook echt een voorstel kan zijn dat eruit gaat komen. Het is dus helemaal niet gek wat u voorstelt. Dat zou eruit kunnen rollen, dus ik stel voor dat dat meegenomen wordt bij het verder uitwerken hiervan. De voorzitter: Mevrouw Dansen. Mevrouw Dansen: Wat mij verbaast aan deze discussie, en waar ik de heer Onvlee ook niet uit hoor komen, is dat er eigenlijk een rare fout zit in de volgorde van gebeurtenissen. Want wat nu eerst moet gebeuren, is praten met de betrokkenen. Dié moeten iets vinden. Wat de heer Onvlee nu wil met het claimen van die 50.000 euro, vind ik eigenlijk volstrekt onredelijk. Laat dat voorstel van u nu even hangen, meneer Onvlee, laten we eerst volgende week dinsdag even afwachten en breng het dan óf opnieuw… De voorzitter: Dank u wel. Dit is ook in eerste termijn al gezegd. Het gaat over de volgorde waarin en daarop zal de heer Onvlee nu gaan reageren. De heer Onvlee: Ja, dat was precies het punt. Iedereen refereert nu aan 2 maart en ik krijg de indruk van een aantal raadsleden dat zij denken dat ik dat niet belangrijk vind, of dat wij de korte termijn niet belangrijk vinden en voor de korte termijn de ondernemers aan hun lot overlaten.

Ik kan u ervan overtuigen dat dat niet het geval is. Wij hebben dat moment van 2 maart zelf geïnitieerd, juist omdat er op de korte termijn ook iets nodig is. Het is dus een beetje voorbarig te zeggen dat wij die korte termijn niet belangrijk vinden, sterker nog: daar gaan we met elkaar over in gesprek. Het voorstel is eind 2020, toen er wat meer duidelijk leek te zijn, tot stand gekomen met de ondernemers en daarom wil ik nogmaals benadrukken dat het een en-en-en-verhaal is. Het is niet dat wij het een of het ander uit willen uitsluiten. De heer Hassouna bracht in zijn maidenspeech een goed veerhaal te berde, waarin hij opmerkte dat we ook een stip op de horizon moeten zetten en daar ben ik het geheel mee eens. Ik kreeg daaruit de indruk dat de heer Hassouna van plan is voor het voorstel te stemmen, maar van de heer Tekir kreeg ik een andere indruk, dus ik ben wel benieuwd wat D66 nu zal doen. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Misschien wat laat, voorzitter, maar de heer Van Breemen meldde even en passant dat ik hem bijna naar tegenstemmen had toegeleid. Ik ben wel benieuwd op grond van welke argumenten ik hem tegen heb kunnen krijgen. De voorzitter: De heer Van Breemen. De heer Van Breemen: Het gebrék aan argumenten vooral. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dat is een heel sterk argument, meneer Van Breemen! C - 19

De voorzitter: Mevrouw Mager. Mevrouw Mager: Ja, ik heb nog één vraag aan de heer Onvlee, die net als wij allemaal, denk ik, uitkijkt naar de ontmoeting met elkaar en vertegenwoordigers uit de stad. Alleen: realiseert hij zich wel dat hij dan nog maar de helft aan geld heeft te bieden dan het geval zou zijn wanneer het voorstel van vandaag zou worden opgeschort? De voorzitter: De heer Onvlee. De heer Onvlee: Als het gaat om wat nu reeds gereserveerd is, is er wat dat betreft heel technisch gezien nog 50.000 euro over, maar volgens mij zijn wij zelf als raad aan zet om te kijken wanneer wij iets willen steunen. Als er heel goede plannen komen, dan hebben wij volgens mij ook weer een heel goed debat in deze raad. Dus volgens mij is het ook belangrijk om op zoek te gaan naar meer geld, als dat nodig is, maar laten we eerst maar eens even dat gesprek hebben met elkaar, en ook daarin, wil ik vooral benadrukken de rol van de overheid pakken. We moeten vooral elkaar helpen, de goede rol pakken en wij pakken hier ook de rol om het aan te jagen en niet het zelf te organiseren. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu mevrouw Van Maaren het woord. Mevrouw Van Maaren: Sorry, maar ik ben al aan het woord geweest. De voorzitter: U heeft net inderdaad een interruptie gepleegd waarin u met hetzelfde argument kwam als in eerste termijn. Prima. Mevrouw Dansen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=3857ce88-2889-40fc-b6fd-2e375ac9e30e