20240711 Concept Verslag raadsvergadering
Tekst van het document
We zijn demografisch vergelijkbaar met grote steden, we willen het toch voor een breed publiek in Gorinchem toegankelijk houden. Ik vraag om te heroverwegen, om, als je als zo’n grote stijging wilt doen, dat dan bijvoorbeeld over vier jaar te spreiden of zo. Wethouder Polatli: Nee, het voorstel, zoals in de PPN, is om die € 2 daar nu bij te doen. Wij vinden vanuit het college dat dat moet kunnen, misschien in combinatie later met een
G - 56
Gorcumpas, zodat dat voor de Gorcumer een stuk goedkoper wordt. Maar voor nu is dit het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Volgende punt. Wethouder Polatli: Het amendement ‘Bezuiniging Gorinchem Beweegt terugdraaien’ van D66 en ‘Besparen door bewegen’ van Democraten Gorinchem; daar heb ik één antwoord op, voorzitter, dus die zou ik willen bundelen. Een sympathiek amendement, maar ik denk dat ik daar uitleg bij moet geven. Met de korting van € 10.000 op het activiteitenbudget van Gorinchem Beweegt is de inschatting van het college dat bestaande activiteiten en projecten door kunnen blijven gaan. Dus als het om bewegen gaat, gaat het bewegen door. Er zal wel een versobering op inzet van PR, de aankleding van de activiteiten en wellicht een kleine verhoging van de bijdrage voor onder andere de veldkeuken zijn. Met PR bedoel ik: we weten allemaal Remy Bonjasky vorige week, volgens mij was dat Mark Tuitert, en aan dat soort voorbeelden moet u dan denken. Maar we willen iedereen wel aan het bewegen houden, dus op de uitvoering niet, maar op de aankleding en de PR, zoals ik net zei. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik hoor een aantal punten waar die korting betrekking op heeft, onder andere marketing.
Zou het niet jammer zijn dat, als we die marketing juist terug gaan schroeven, een succesvolle voorziening als Gorinchem Beweegt, met ook de activiteiten die zij verzorgt, minder bereikt zal worden? Wethouder Polatli: Ja, dan moeten we ook efficiënter en creatiever meer samenwerken, hè? We hebben ook Sportcafé sinds kort, bijvoorbeeld Sportspektakel is veranderd, we zien ook wel een behoefteverandering in de stad en ja, wij denken dat dit kan. De heer Tekir: Dat dit kan, snap ik, maar ik had het meer over: als we niet meer aan intensieve marketing gaan doen, wordt de bereikbaarheid daar waarschijnlijk ook minder door. Maar goed, ik begrijp dat dat voor u acceptabel is. Wethouder Polatli: Nou, niet als we de activiteiten hebben en daar komt niemand op af. Ik zeg dus dat we er ons op een creatieve manier, op een andere manier voor gaan inzetten om bij de activiteiten van Gorinchem Beweegt wel genoeg mensen te kunnen krijgen. Het amendement van het CDA, ‘Nieuwe Doelen voor De Nieuwe Doelen, editie 2’, heb ik voor het laatst bewaard. Daarin lees ik: “het raadsbesluit als volgt te wijzigen: goede huisvesting voor de bibliotheek, versterking van het culturele veld met een maximum van € 250.000, faciliteren van een podiumfunctie ten behoeve van sociaal-maatschappelijke activiteiten”.
Dat is volgens mij precies wat wij ook willen, juist voor het culturele veld en niet voor dure theaterprogrammeringen en personeel dat daarbij hoor. Een alternatieve locatie, zie ik ook in het amendement, maar ik denk niet dat dat een doel op zich is van mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Als ik de wethouder zo hoor, vermoed ik zomaar dat hij dan ook heel positief is over dit amendement.
G - 57
Wethouder Polatli: Daar kom ik zo meteen op. Ja, averij heb ik ook gelezen, maar ik moet heel eerlijk zeggen, voorzitter, dat ik dat even moest googelen – ik ben een normale Gorcumse jongen – en daar kwam ik al heel gauw via Wikipedia op ‘avaria’, Italiaans, maar ja, die Italianen hebben dat weer uit het Arabisch, ‘awar’ en dat kwam me bekend voor. Dat betekent ‘schade’ en in het Italiaans ‘schade aan het schip of aan de lading’, maar in ieder geval schade. Het is onjuist dat averij is opgelopen in het dossier van De Nieuwe Doelen. Dat vind ik ook echt en ik snap eigenlijk niet dat dat zo wordt genoemd. Ik moest het eerst googelen om te zien wat dat dan betekende. Het is juist door studies onomstotelijk vast komen te staan dat de twee door de raad voorgestelde onderzoeksvarianten niet passen binnen de gemeentelijke begroting, maar ook de behoefte die er in Gorinchem is. Uit het onderzoek is gebleken dat het huidige kleinschalige theateraanbod in Gorinchem een hoog niveau heeft, met een goede zaalbezetting, en dat dit wordt gerealiseerd met een beperkt budget en daarom gekoesterd moet worden. Dat hebben we vorige keer in de presentatie ook gezien. Maar ook toont het onderzoek aan dat er binnen Gorinchem veel amateurkunstinstellingen zijn, een actief verenigingsleven met veel vrijwilligers en dat er beperkte presentatiemogelijkheden voor de amateurpodiumkunst zijn.
Ook is het aantal jongere cultuurgebruikers ondervertegenwoordigd in onze stad, terwijl deze juist een belangrijke doelgroep vormen. De komende tijd wordt een Cultuurhuisvariant onderzocht en uitgewerkt, beter passend bij de Gorcumse behoefte en de gemeentelijke begroting natuurlijk, met een groot podium, zoals u ook aangeeft, welke voorziet in de maatschappelijke culturele wensen en jeugd- en toekomstgericht is. Het Cultuurhuis wordt een aanvulling op en een versterking van het huidige cultuuraanbod in Gorinchem en voorziet in een goede en duurzame huisvesting voor de bibliotheek, precies wat u ook vraagt. Dit plan wordt de raad op 3 oktober in een I&O gepresenteerd, zodat daaropvolgend een besluit kan worden genomen over het perspectief van de Haarstraat 64. Dit amendement heeft ook financiële effecten. Vanuit verstandig financieel beheer is het niet wenselijk om vooruit te lopen door deze middelen ter beschikking te stellen en daarmee weg te halen bij De Nieuwe Doelen, wat zorgt voor averij – heb ik hem nog een keer gebruikt, ik probeer hem te onthouden! Dus dit amendement raad ik af, voorzitter. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter. We hadden natuurlijk het liefst gewild dat er vandaag een samenloop was met alle moeilijke beslissingen die we hebben en eens een keer een finale afweging over het dossier.
Ik begrijp overigens volledig dat wat door de wethouder is uitgevoerd in onderzoek naar de varianten, gewoon ook is wat we gevraagd hebben, en dat kan positief of negatief uitpakken. Er is inderdaad geconstateerd dat de twee varianten die we gevraagd hebben te bekijken, dat dat helaas niet zal lukken. Dat betekent ook dat we ons opnieuw moeten oriënteren. Dat heeft ons extra gemotiveerd, ook gezien alle financiële uitdagingen die er staan. Bent u het eigenlijk niet met mij eens dat, nu we geconstateerd hebben dat de opdracht die is gegeven niet is gelukt, we met elkaar eigenlijk weer moeten kijken wat we dan willen, gebruikmakend van alle uitkomsten die er zijn, in plaats van dat u op eigen houtje nu met een nieuwe variant verder gaat?
G - 58
Wethouder Polatli: Daar ben ik het niet mee eens, omdat we nog steeds in de richting van het initiatiefvoorstel waar u wel om heeft gevraagd, nog steeds in lijn daarvan, de meekoppelkans van de bibliotheek daarin – horeca stond niet in het initiatiefvoorstel, dat we zo graag horeca wilden. Nou, er is een verschuiving tussen horeca en de bieb, en dat is de enige verandering. Je kunt het als een hele nieuwe variant willen bestempelen, maar dat is . . . . . De heer Schefferlie: Ja, voorzitter, u moet u voorstellen dat we een variant hadden van een grote zaal en een bibliotheek, die werd 8 miljoen duurder, dus 16 miljoen en een exploitatietekort van 6 ton extra, en dan zegt u van: nou, alleen als we dat horecagedeelte eruit lichten, dan komt het allemaal wel goed. Weet u: we hebben ook nog eens een keer berichten gekregen over wat het qua personele inzet zou kosten en wat dan ook. U kunt niet zeggen van: nou, ik heb nog steeds een idee dat het allemaal past bij wat u gezegd heeft. Reken niet op onze medewerking als we, zeg, maar, zonder mee te kijken met hoe we nu verder willen, zomaar, ja op deze manier verder kunnen gaan. Ik vind eigenlijk dat u met ons in gesprek moet van: dit is niet gelukt wat we met elkaar wilden, laten we ons heroriënteren, er is een nieuwe financiële werkelijkheid, en dan met elkaar bekijken wat er wel gebeurt.
Ik zal u niet kwalijk nemen dat het niet gelukt is. We zitten in een overgangssituatie als stad, wat voor soort uitgaansleven we hier kunnen herbergen, we hebben dus een overgangssituatie met wat we ons kunnen veroorloven, maar gaat u nou niet teveel op eigen houtje verder. Wethouder Polatli: Op 3 oktober komen we er, zoals ik net zei, op terug in een I&O. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, ik zou daar eigenlijk op willen aanvullen. Ik hoor de wethouder net een antwoord geven dat, eigenlijk verrassend, veel meer in lijn is met hoe we dit amendement voor ons zien, naar aanleiding van de beraadslaging die we daarover tot nu toe hebben gehad. Ik zie hem eigenlijk veel meer kleur bekennen dan in de I&O, namelijk: we gaan nu een bepaald pad op omdat we hebben geconcludeerd dat het niet haalbaar is. Die woorden durfde u destijds nog niet in de mond te nemen, dus ik ben daarin voorzichtig positief gestemd. Ik ben het echter wel met de heer Schefferlie eens dat het ook wel past om te zeggen van: nou, dan kaarten we dat ook af en dan onderzoeken we het nieuwe perspectief, en in dat perspectief staat de bieb centraal, en dat is naar mijn idee wel echt een wezenlijk andere keuze. Wethouder Polatli: Voorzitter. Ik ben nog steeds van mening dat we werken aan het initiatiefvoorstel dat daarin wordt gevraagd.
Dat stukje en de uitkomst van deze vorm krijgt u op 3 oktober in een I&O. Maar ik ben van mening dat we nog steeds aan het werk zijn aan waar u om heeft gevraagd als raad. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter. Ik hoorde de wethouder zeggen dat hij vervolgens gaat werken aan een variant waarin de bieb meer centraal staat. Daar ben ik blij om. De route ernaartoe is niet de mijne, maar ik ben blij dat zo langzamerhand na ons eerste amendement en nu bij het tweede amendement de route steeds meer onze kant op begint te lopen. G - 59
Wethouder Polatli: Voorzitter. Ik heb niet gezegd dat de bieb niet centraal staat. Misschien gaat de bieb wel meer dan centraal staan, maar laten we even afwachten wat daar uitkomt. Dat is gewoon oprecht, eerlijk, open en transparant, net zoals de vorige keer, dat ik het ook niet wist. De voorzitter: Dank u wel. U hebt u hebt uw punt gemaakt ten aanzien van het traject. De volgende. Wethouder Polatli: Ik ben klaar, voorzitter. De voorzitter: Helemaal goed. Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Mager namens het college. Wethouder mevrouw Mager
Wethouder mevrouw Mager: Voorzitter, dank u wel. Natuurlijk geen verrassing: het IHP valt onder de ruimtevragers en wat mij betreft is het dan ook best onlogisch om de spaarruimte die we daarin hebben ongedaan te maken en te gebruiken voor andere zaken. Zoals afgesproken, volgen de business cases met betrekking tot de aanstaande verhuizingen en verbouwingen elkaar op in onze raad. Dat hebben we zo met elkaar besproken. Per business case, dus per school, gaan we bekijken wat kan en wat mogelijk is, maar bovenal ook wat de schoolbesturen willen en wat de mensen die in de school werken, of gaan werken, nodig hebben. Dat is allemaal in goed overleg met de diverse schoolbesturen. En dat is ook onze insteek met betrekking tot de volgorde van de aanpak van het IHP, en dat geldt dus ook voor de Samen Onderweglocatie aan de Van Goudoeverstraat. Op het moment wordt enorm ingezet op het vervolmaken van het vorige IHP en er is een enorme inzet op dat IHP. Tal van projecten lopen op dit moment.
Jullie zien het allemaal: ‘t Gilde, maar ook het Retranchement, Beatrix de Burcht is verhuisd naar een prachtige nieuwe locatie waar ze enorm blij mee zijn, het iLab gaat voorspoedig, de verbouwing is begonnen, Omnia inhuizen in de Da Vinci is een behoorlijk project, ISK naar de Vries Robbé, dan hebben we natuurlijk nog de renovatie van de J.P Waaleschool, voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs en mobiliteitsstudie voor de campus en inpassing van Lingewaal in het gebouw van Omnia. Dus er wordt heel hard gewerkt op het gebied van het IHP, en niet alles kan tegelijk, maar dit alles, zoals ik al zei, in goed overleg met alle schoolbesturen. Er is gerefereerd aan onze bedrijfsvoering. Deze is in hoge mate afhankelijk van digitale processen en deze moeten voldoen aan een enorme hoeveelheid overheidsvereisten, en dat wordt ook gecontroleerd. De overheidseisen worden strenger, de controle wordt strenger en de audits worden intensiever. Daarna worden de prijzen voor licenties hoger en is er heel veel aandacht voor de beveiliging in het kader van de AVG-normen. Er is gerefereerd aan de brede scholen. We hebben inderdaad gekeken of we wat efficiënter zouden kunnen omgaan met die brede scholen. Het bedrag dat genoemd staat in deze perspectiefnota is daarop gericht en ja, het Pedagogisch Educatieve Ecosysteem, dat is een heel mooi proces dat we met elkaar willen lopen.
Ik ben ook blij dat de raad daar heel positief in is. Het is precies de bedoeling om de brede scholen ook daarvoor in te zetten. Dus wat dat betreft zijn we het eens. Wat wij bedoelden, is dat de brede scholen ooit gebouwd zijn met de intentie om levendige pleinen te zijn voor de buurt waarin ze staan. Dus we hebben het Gildeplein, het Dalemplein, het Schuttersplein en ook het G - 60
Merweplein. Het zijn dus niet slechts stenen voor scholen, maar ze moeten breder worden ingezet en daar willen we kijken of we nog een efficiencyslag kunnen maken door die scholen inderdaad breder in te zetten dan op het moment gebeurt; hoe precies, dat kan ik u nu nog niet vertellen, maar ik vind het erg leuk en fijn om daar met elkaar over in gesprek te gaan, waar jullie als raad de mogelijkheid daartoe zien. Het Piazza is langsgekomen, met name het parkeren bij Piazza. Laat ik wel zijn: de motie van ik weet niet precies meer wanneer, volgens mij vorig jaar, maar het kan al langer geleden zijn, staat ons nog scherp voor de geest en ik moet zeggen: de contacten met de winkeliersvereniging van Piazza zijn heel goed. Wij springen in op onregelmatigheden, zijn alert op herstel van straten, boa’s lopen vaker rond in het Piazza, er wordt een parkeeronderzoek ingesteld, er is een fietsparkeerverbod op verzoek van Piazza en volgende week ga ik samen met collega De Boer praten over afvalscheiding en diftar. Dus ja, de contacten zijn intensief. Op het parkeren hebben we onlangs, toen we op bezoek waren bij het Beatrixziekenhuis, daar in een vergadering expliciet aan gerefereerd, hoe het toch kan dat. Zij hebben ons beloofd daar nogmaals, ook intern, aandacht voor te vragen, om te zeggen dat het niet de bedoeling is om bij het Piazza te parkeren.
Nou, ik geloof ook zeker dat ze dat gaan doen, maar we houden wel de vinger aan de pols en we hebben ook gezegd dat we daar bij hen op terug zullen komen en dat ook mee zullen nemen in het parkeeronderzoek dat gaat lopen. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik las volgens mij bij de motie, die dan afgedaan is, zoals dat dan mooi heet, dat het parkeeronderzoek in kwartaal 1 was, dus in principe is dat geweest. Daar zouden dan toch uitkomsten uit moeten zijn. Is de oplossing niet gewoon zo simpel als gewoon een deel blauwe zone maken, gewoon verven die bielzen en een bord neer, klaar? Wethouder mevrouw Mager: De verkeersdeskundigen zijn talrijk, maar ook het Piazza vindt dat niet altijd het allerbeste idee, omdat ook zij zelf daar natuurlijk willen parkeren, hun werknemers ook wel, en zij het ook niet altijd prettig vinden dat mensen gelimiteerd worden in de tijd dat zij in het Piazza mogen rondlopen. Ik zie u nu kijken van “wat moet je nou meer dan twee uur in het Piazza doen?”, maar blijkbaar zijn er mensen die daar meer dan twee uur doorbrengen.
De heer Klein: Dan ben ik erg benieuwd, maar misschien is het goed dat ik een keer meega, of dat iemand uit onze fractie een keer meegaat naar dit overleg, want wij krijgen namelijk totaal andere signalen vanuit de ondernemers binnen het Piazza, die eigenlijk heel graag willen dat het gewoon een tijdelijke zone wordt. En als dat dan twee uur is, ja, ik denk dat dat een prima oplossing is voor het Piazza. En anders, ja, moet je even teruglopen en hem nog een keer bijdraaien hè? Zo simpel is het ook weer. Wethouder mevrouw Mager: Foei! Volgens mij is dat nou net niet de bedoeling! De voorzitter: We gaan nu wel op een heel operationeel niveau discussiëren! Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt.
G - 61
Wethouder mevrouw Mager: Ik zou zeggen: volgende keer gaat collega De Boer mee, daarna komt er weer een afspraak, dan zal ik u melden wanneer die is en u bent van harte welkom om een keer aan te sluiten, maar dat leg ik graag ook eerst even aan de winkeliers voor. Het ondernemersfonds. Deze week heeft u van het IKG de update gekregen en daaruit wordt duidelijk dat tussen nu en november nog diverse stappen gezet moeten gaan worden. Als het ondernemersfonds per 1-1-’25 in zal gaan, zult u het terugzien in onze begroting. Maar de ondernemers zelf zullen dan – dat klinkt heel erg raar, maar het is echt waar – met een verzoek komen voor verhoging van de OZB voor het ondernemersfonds. Dan kunnen we daar ook kijken wat voor bedragen we daaraan gaan hangen en zullen we ook kijken hoe we dat financieel verder gaan uitvoeren. De invoering, daar kunt u van op aan, gebeurt in zorgvuldig overleg met de stakeholders en natuurlijk met de binnenstad, die nog even expliciet genoemd werd in verband met de zeer succesvolle BIZ. In de financiële afwikkeling zal er rekening mee worden gehouden en ik heb al signalen gekregen dat dat tot de mogelijkheden behoort. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. De winkeliers in de binnenstad vinden het niet fijn als ze twee keer bijdragen in een soort van BIZ.
Hoe is dat dan op te lossen? Krijgen zij een korting op het ondernemersfonds, of wordt die hele BIZ opgenomen in het ondernemersfonds? Wethouder mevrouw Mager: Nou: A. er is heel goed contact tussen IKG en Hartje Gorkum, want daar refereert u aan, B. de winkeliers die aangesloten zijn bij Hartje Gorkum zitten er natuurlijk bovenop, want die betalen nu voor de BIZ en C. ik heb gehoord van de mensen die dat dadelijk gaan invoeren dat er mogelijkheden zijn om een bepaalde financiële constructie te maken, waarbij de mensen uit de binnenstad die nu BIZ betalen op een andere manier worden aangeslagen dan voor het ondernemersfonds. Hoe dat precies gaat, weet ik niet, maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken. De voorzitter: De wethouder gaat dit meenemen. Wethouder mevrouw Mager: Yes! En dan last but not least een kleine aanvulling op de reactie van mevrouw Molengraaf ten aanzien van de invoering van de toeristenbelasting. Die invoering heeft net plaatsgevonden en loopt nu vijf weken, denk ik, of zes. Wij gaan deze evalueren, zoals men dat van de gemeente mag verwachten, met alle hoteliers die de belasting heffen. Daarbij houden we het landelijk beeld en de gemiddelden goed in de gaten met elkaar.
Wat belangrijk is voor de toeristenbelasting, is een effectieve citymarketing, om zo toeristen en bedrijven naar onze stad te trekken en de stad aantrekkelijk te houden voor al onze inwoners. En dat is een integrale afweging. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik heb even geduldig afgewacht, want ik was op zoek naar de reactie op ons amendement om te starten met het IHP. Ik begrijp hieruit dat u dat amendement ontraadt. Klopt dat? G - 62
Wethouder mevrouw Mager: Het is een on going proces, dus we zijn bezig met het uitvoeren van het vorige IHP en dat gaat naadloos over in het nieuwe IHP. En ja, je kunt niet alles tegelijk. Het zou fijn zijn, maar dat lukt niet. De heer Tekir: Maar beseft u dat u het nieuwe IHP niet in deze perspectiefnota hebt opgenomen als onderwijswethouder en dat wij dat wel hebben gedaan en dat u daarmee een start kunt maken? Wethouder mevrouw Mager: Nou of ik het snap, dat vind ik een gewetensvraag, maar wij hebben het IHP vorig jaar vastgesteld en ik heb toen tegen u gezegd: op het moment dat wij een businesscase hebben voor welke school dan ook, komen we daar bij u op terug. Wij gaan sparen voor het IHP. Alles wat tot nu toe in uitvoering is, daar is geld voor, en wij komen volgens mij dit jaar nog bij u voor het Retranchement. De heer Tekir: Voorzitter, deze reactie kennen we, want dit hebben we echt heel vaak gehoord. Wethouder mevrouw Mager: Ja, ik hoop ook dat ik steeds hetzelfde zeg, anders wordt het lastig! De heer Tekir: Wij hebben vorig jaar op uw voorstel een IHP aangenomen met vijf heel urgente schoolgebouwen. Een van die schoolgebouwen betreft de Samen Onderwegschool aan de Van Goudoeverstraat. We hebben nu in aanloop naar deze PPN gevraagd van: joh, maak eens inzichtelijk, als we daarmee zouden starten, wat kost dat nou? U maakt dat heel netjes inzichtelijk op pagina 18.
Voor de kosten die daarvoor benodigd zijn vinden wij ruimte in de PPN, en dat leggen wij nu voor, dus er kan eindelijk een start gemaakt worden met die meest urgente schoolgebouwen. Het verbaast me gewoon dat u dat als onderwijswethouder niet omarmt. Wij stellen voor om te starten met uw plan. Kunt u uitleggen waarom u dat niet zou willen? Wethouder mevrouw Mager: Dat zegt ú, dat ik dat niet zou willen, dat laat ik aan u, maar dat hoort u mij niet zeggen. Ik zeg dat wij bezig zijn met de uitvoering van het IHP en dat doen we in nauw overleg met de schoolbesturen. U weet ook dat wij hier onlangs alle schoolbesturen in deze zaal hebben gehad om aan te geven wat voor hen nu prioriteit heeft. Een daarvan is bijvoorbeeld inhuizen van het Omnia in de Da Vinci, waardoor een school die ook hoog op de lijst staat naar het Omniagebouw zou kunnen. Ik zal u de hele schuif hier besparen, want dat kost wat te veel tijd, maar wij moeten ook ruimte hebben om scholen tijdelijk in onder te brengen en dat geldt dan ook dadelijk voor de Van Goudoeverstraat, maar ook de J.P Waaleschool en nog andere scholen zijn er minstens zo slecht aan toe. Ik snap dat u deze school er specifiek uit pakt, maar we zijn in overleg met Logos en Logos heeft op het moment, net als de collega’s hier intern, haar handen vol aan alle projecten die op het moment lopen en waarvoor men hard aan het werk is.
Ook Logos moet heel hard lopen om Retranchement de Burcht dadelijk een mooie plek te geven in Wijdschild. De heer Tekir: Voorzitter. Het blijft voor mij echt onbegrijpelijk. Wij pakken er geen school uit, wij stellen voor om uw plan, dat u inderdaad heeft gebracht, vast te stellen en
G - 63
er uiteindelijk een start mee te maken. Maar ik begrijp dat deze specifieke school aan de Van Goudoeverstaat voor u geen prioriteit heeft. Dat vinden we jammer. Wethouder mevrouw Mager: Dat heeft u mij niet horen zeggen. De voorzitter: De wethouder heeft er net een reactie op gegeven. Dank u wel. Dan gaan we verder met wethouder De Boer. Wethouder De Boer
Wethouder De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een drietal vragen, allereerst over het snippergroen van Stadsbelang. Afgelopen jaren is al een hoop snippergroen verkocht binnen een heel programma. Op dit moment zijn we er eigenlijk wat meer terughoudend in. We hebben vorig jaar de nieuwe aanpak klimaatadaptatie vastgesteld, waarin we de wens hebben om een aantal groenstructuren extra aan te brengen en ook te werken aan biodiversiteit. We willen die ruimte echt wel gaan gebruiken, ook voor die doelstelling. Wat we in het verleden hebben gezien, is dat het op het moment dat je verkoopt, vaak bij de tuin wordt getrokken. We weten dat in Nederland veel tuinen heel erg versteend zijn, dus we willen ook in dat kader heel goed die ruimte gaan bezien, of het welverstandig is. daarmee zeg ik niet dat het nooit meer gebeurt, maar wel dat we ietsjes terughoudender zijn geworden met het verstrekken van die gronden. Dan een vraag over energiearmoede van de Partij van de Arbeid. We hebben in maart een I&O gehad, die breder ging over de aanpak van energiebesparing, maar daar zat ook de aanpak van energiearmoede bij. We kunnen daarvoor ook putten uit rijksmiddelen, daar hebben we ook echt nog wel een deel van beschikbaar en dat loopt zeker nog door tot de zomer van ’25. Dus die aanpak die we hebben, kunnen we echt nog blijven voortzetten.
Ondanks dat de gasprijzen weer flink gedaald zijn en volgens mij de echte acute urgentie er even vanaf is, hebben we ervoor gekozen die aanpak voort te zetten. We zijn ook aan het kijken of dat wellicht ook structureel nodig is, omdat we gewoon merken dat een deel van onze inwoners moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen, specifiek vanwege de energieproblematiek. Dus dat heeft absoluut onze prioriteit. Dan een vraag van ChristenUnie/SGP over het Schone Lucht Akkoord. Twee jaar geleden hebben we daarover een gesprek gevoerd bij de PPN. Ik kan me goed herinneren dat we ook toen, en dat herhaal ik nu, het Schone Lucht Akkoord een heel mooi initiatief vonden. Initiatieven die bijdragen aan een schone lucht juichen we ook zeker toe. Toentertijd heb ik ook aangegeven dat specifiek achter dat akkoord een hele wereld schuil gaat, dat het ook een stuk administratieve last meebrengt, waarvan ik toen heb aangegeven dat we de beperkte capaciteit die we op milieu hebben veel liever zouden willen inzetten om hier in Gorinchem het een en ander voor elkaar te krijgen, dan in allerlei gremia te moeten meedraaien met een landelijk initiatief, waarmee ik dat initiatief nog steeds hartstikke goed vind, maar het is echt even kijken van: waar zet je je middelen het slimste in? Toen heb ik volgens mij aangegeven dat we dat ooit nog wel eens zouden kunnen heroverwegen.
Ik weet niet of ik die data eraan heb verbonden, maar wat mij betreft is die overweging nog hetzelfde. De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Nu u dit zo zegt, het klopt inderdaad dat u toen terughoudend was over aansluiting zoeken bij het akkoord. Er staat me wel bij dat u had aangegeven te zullen G - 64
zoeken naar, zeg maar, een toch wat concretere invulling voor het Gorcumse. Ik zou moeten terugluisteren of daar toen een termijn aan gekoppeld was, maar ik zou u wel willen vragen om, nou ja, in de rest van uw termijn daar toch ergens aandacht aan te geven. Ik zie uit naar de uitwerking daarvan. Wethouder De Boer: Nou, ook naar aanleiding van toen zijn we er ook zeker mee aan de slag gegaan. Gorcum Actief heeft daar volgens mij toentertijd ook aandacht voor gevraagd. Wij zijn als Gorinchem nu ook kartrekker in het regionaal overleg, specifiek op die luchtkwaliteit. Er komt veel op ons af, ook onder de Omgevingswet, waar we ook een heel aantal landelijke regels te borgen hebben en waar we ook zelf keuzes in kunnen maken nu. Dus we zijn er op dit moment kartrekker in en we zijn echt aan het kijken hoe we daar een stap kunnen zetten. U hebt net zelf het voorbeeld genoemd van die 80 km. Ook dat zouden zulke maatregelen kunnen zijn, maar in een andere context werken we bijvoorbeeld ook aan meer groen, meer focussen op fietsen bijvoorbeeld, ook vanuit een omgevingsvisie. Dat zijn ook typen maatregelen die gaan bijdragen aan een betere luchtkwaliteit, dus dat staat zeker op de agenda. We zijn er ook echt mee bezig en met name in het kader van de Omgevingswet gaat u daar zeker deze periode nog meer over terugzien. De voorzitter: Mevrouw De Groot.
Mevrouw De Groot: Nog even een korte vraag over die rijksmiddelen. Ik neem aan dat dat alleen voor huishoudens is en niet voor buurthuizen of verenigingsgebouwen. Wethouder De Boer: Dat is correct. Als het gaat om de aanpak energiearmoede, gaat dat over huishoudens. Mevrouw De Groot: Ik vroeg in eerste termijn ook hoe het staat met de buurthuizen die bijvoorbeeld moeite hebben met het betalen van hun energierekening. Wethouder De Boer: Dat zou ik niet weten, maar die neem ik even mee terug naar het college voor een eventuele tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Dansen. Wethouder mevrouw Dansen
Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel voorzitter. U ziet dat ik een nogal verontrustend stapeltje papieren bij me heb, dus ik ben ook niet gelijk klaar. Ik begin met de vragen die gesteld zijn en als eerste met de vraag van ChristenUnie/SGP over de Herstelacademie. Het college draagt de Herstelacademie een warm hart toe. We vinden het echt een hele mooie organisatie en we zijn heel verheugd dat we gastgemeente mogen zijn in de regio van deze voorziening. Wij onderschrijven het belang en willen dat ook heel graag uitdragen. Ik heb dat al eerder gedaan binnen het algemeen bestuur van de DG&J, dus dus daar kan ik met enthousiasme ja op zeggen. Er was zojuist een vraag over de aanvraag van gehandicaptenparkeerplaatsen. Gevraagd was of de Wmo daar niks mee te maken heeft. Ik kan u zeggen dat het gaat via het Wmoloket, maar het wordt niet betaald vanuit de Wmo. Zo zit het. Ik bedoel: als je een gehandicaptenparkeerplaats aanvraagt, ga je naar het Wmo-loket, dat doet de aanvraag en Stadsontwikkeling handelt het uiteindelijk af. G - 65
Dan heb ik nog een vraag van de PvdA over de implementering van de hervormingsagenda, als ik het mij goed herinner. Dat herinner ik mij zo goed, omdat wij heel druk bezig zijn om een mooi stuk voor u te maken, samen met een presentatie waarin wij aangeven wat wij allemaal denken te gaan doen in Gorinchem aan de hervormingsagenda, wat we al doen en wat er regionaal gedaan wordt. Dus u gaat daar helemaal goed op bediend worden. Het duurt alleen nog heel even; dat wordt na het reces. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen gehad. . . De voorzitter: Interruptie de heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Sorry dat ik er even tussendoor kom, maar ik wil nog even terugkomen op de parkeerkaart. U zegt dat het wel behandeld wordt door het Wmo-loket, maar niet betaald. Ik begrijp dus dat de factuur dan bij de persoon terechtkomt? Wethouder mevrouw Dansen: Het idee is dat de leges die mensen betalen de kosten dekken van het neerzetten van die paal met het bord erop en zo; dus op zich is het heel circulair. De heer Van Houwelingen: Dan komt die € 250 dus bij de persoon te liggen? De voorzitter: Nu wordt het wel echt heel operationaal. Laten we dat niet doen in deze vergadering. Wethouder mevrouw Dansen: . . . die al zo aan het uitlopen is inderdaad. Het amendement van D66 over het afschaffen van de leges voor de woonurgenties.
Het college is met u van mening dat iedereen een plek nodig heeft om te wonen. Wij zien ook dat het de afgelopen jaren, gezien de krapte op de woningmarkt, ook in Gorinchem steeds lastiger wordt voor mensen om een woning te vinden, maar met het afschaffen van de leges voor woonurgenties wordt het probleem van de woningnood niet verholpen. We zien dat op dit moment slechts 10% van de aanvragen voldoet aan de criteria, zoals die door uw raad zijn vastgesteld in de urgentieverordening. Als college willen wij dan ook inzetten op het verschaffen van meer helderheid aan de voorkant over de kansrijkheid van de aanvraag die mensen doen. Dit gaan we doen door een digitaal aanvraagformulier waarmee in een aantal eenvoudige stappen helder wordt of de aanvraag voor een woonurgentie kansrijk is of niet. Voor inwoners die niet digitaal vaardig zijn wordt ondersteuning geboden bij hetzelfde Wmo-loket. Die hebben het druk. Op deze manier denken wij snel en eenvoudig helderheid te kunnen verschaffen aan de voorkant en daardoor onnodige kosten van inwoners te voorkomen. Wij raden daarom ook het amendement af. Dan heb ik de motie van het CDA over De Gezel. Het college is blij met uw onderschrijving van De Gezel als voorliggende voorziening in Gorinchem.
Wij zijn het met u eens dat deze organisatie binnen het palet van aanbod voor kwetsbare inwoners in het voorliggende veld een waardevolle aanvulling vormt. Juist daarom zien wij graag een goede financiële basis onder het concept, waarmee de organisatie haar positie in de toekomst kan waarborgen. De eerder gevraagde en toegekende driejarige subsidie ter overbrugging naar financiële zelfredzaamheid – u zult zich herinneren dat De Gezel eerst G - 66
een subsidie voor twee jaar heeft aangevraagd, die verlengd is naar drie jaar omdat er wat twijfel was of het wel zou lukken in twee jaar, maar helaas is het ook in drie jaar niet gelukt. De Gezel heeft zich inmiddels verder ontwikkeld als leerwerkplaats en heeft haar circulaire activiteiten verder uitgebreid. Dat is een mooie ontwikkeling die, hopen wij, ook nieuwe wegen opent om als organisatie de financiële basis structureel te versterken, bijvoorbeeld door een landelijke financiering voor leerwerkplaatsen en fondsen voor circulaire duurzaamheidsinitiatieven. Het college heeft het initiatief genomen haar voor te dragen voor structurele financiering via de regioregelingen. Dit verzoek is afgewezen. Dat is een beetje jammer, het lukt niet altijd. Wel is er een eenmalige bijdrage gehonoreerd. Vanuit de IZA zijn we nu bezig te kijken naar nog weer andere mogelijkheden. Het college is van mening dat een toekenning van € 50.000 eenmalig De Gezel een handreiking heeft geboden om met behulp van voorliggende financieringsmogelijkheden een toekomstbestendige eigen veiligheid te kunnen vinden in andere dingen dan alleen de subsidie van de gemeente. Het college blijft zich inzetten om haar te helpen aanvullend verkenning te doen naar regionale ondersteuning.
Wij denken bijvoorbeeld ook aan de arbeidsmarktregio, waar, zoals ik van mijn collega heb begrepen, best wel mogelijkheden zitten voor de periode van 2025. Hierop komen we met een separaat voorstel naar u terug. Maar op dit moment raden we dus de motie af omdat we al zo druk bezig zijn en stappen aan het nemen zijn. Ik hoop dat u even af wilt wachten tot het separate voorstel naar u toekomt. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Dank dat we het belang daarvan met elkaar onderschrijven. Dat zien we als iets heel positiefs. Maar even opdat ik het goed begrijp: bedoelt u nu te zeggen dat het college heeft besloten tot eenmalige toekenning van € 50.000 voor in ieder geval nú en voor de volgende jaren gaat verkennen op welke manier gebruikgemaakt kan worden van fondsen in de regio? Wethouder mevrouw Dansen: Dat klopt bijna. Die eenmalige subsidie is ook toegekend met de opmerking erbij dat we wel verwachten dat De Gezel zelf met ons gaat zoeken naar structurele oplossingen voor de financiële problematiek. Zij kunnen natuurlijk altijd weer subsidie aanvragen, maar we moeten uiteindelijk natuurlijk wel ergens komen waarbij zij ook niet meer afhankelijk zijn. Dus wat ik al zeg: wij denken met hen mee en er komt een voorstel voor hoe nu verder. Dan wil ik gaan naar de motie van ChristenUnie/SGP over de verlengde contractering van The Mall.
Het college staat op zich positief tegenover deze motie. Wij onderschrijven het belang van jongerenwerk met goede contacten met de jongeren en met de maatschappelijke partners in de stad. Binnen de kaders is het inderdaad mogelijk om de lopende contractering van jongerenwerk van The Mall te verlengen voor de jaren 2026 en ‘27. Maar natuurlijk lopen wij wel de normale evaluatierondes na de contractering. Het zal duidelijk zijn dat we niet zomaar zeggen dat ze het krijgen. Ik bedoel, dat zou ook niet netjes zijn naar andere organisaties. Dus na een normale evaluatieronde kan dat gewoon. De voorzitter: De heer Van Willigen.
G - 67
De heer Van Willigen: Voorzitter. Ik had volgens mij behoorlijk duidelijk gevraagd of u zo’n zelfde beschouwing zou willen geven over Centraal Punt. Wethouder mevrouw Dansen: De vraag is mij niet helemaal duidelijk, mijnheer Van Willigen. Wat vraagt u mij nou precies? De heer Van Willigen: De motie appelleert eraan dat we zouden gaan subsidiëren aan The Mall en ik heb daarbij aangegeven dat volgens mij het werk van Centraal Punt minstens zo belangrijk en zo waardevol is en dat we dus bij een aanbesteding zeker ook rekening moeten houden met met name ook deze partij, maar mogelijk ook met andere partijen. Ik hoor u nu eigenlijk eenzijdig reageren op The Mall, terwijl we volgens mij veel meer aanbieders hebben die mogelijk ook voor subsidie binnen het jongerenwerk in aanmerking kunnen komen. Wethouder mevrouw Dansen: Ja, dat kan en die komen dan weer in zicht op het moment dat we een volgende aanbesteding gaan doen. De heer Van Willigen: Ik hoor u ook een kwalitatieve beschouwing geven over The Mall. Zou u die ook over Centraal Punt aandurven? Wethouder mevrouw Dansen: Ik beantwoord een motie ingediend door ChristenUnie/SGP met een vraag over The Mall. U komt nu met een geheel nieuwe vraag.
Mag ik u aanraden om daar dan misschien een schriftelijke vraag over te stellen, zodat we daar even over na kunnen denken en u adequaat kunnen beantwoorden? De heer Van Willigen: Nee voorzitter. . . . De voorzitter: In deze termijn reflecteert het college op moties en amendementen. De heer Van Willigen: Maar deze motie is nog niet ingediend, dus wat de wethouder zegt is principieel niet waar, want de motie is nog helemaal niet ingediend. Ik reageerde op een nog niet ingediende motie, net als ook u op een nog niet ingediende motie reageerde en daarbij een kwalificatie gaf van het werk dat door The Mall wordt verricht. Ik vraag gewoon, en dat is niet zo’n erg ingewikkelde vraag, of u die kwalificatie en die beoordeling ook over Centraal Punt wilt uitspreken. Dat wordt, denk ik, door een aantal mensen ook wel heel erg gewaardeerd. Dus uw argument van ‘ik reageer op een motie’, dat houdt geen stand, want deze motie is nog niet ingediend. Wethouder mevrouw Dansen: Maar dan kan ik er toch ook niet op reageren? De heer Van Willigen: Dat deed u zojuist wel met uw beantwoording over The Mall. Wethouder mevrouw Dansen: Maar dat is een ingediende motie, die ligt hier voor mij. De voorzitter: Een aangekondigde motie.
De heer Van Willigen: Hij is aangekondigd, dus ik neem nu de vrijheid, net als dat bij een aangekondigde motie gebeurt, neem ik nu de vrijheid, die u zojuist wel nam in de beantwoording naar iets wat aangekondigd is, neem ik nu de vrijheid om diezelfde vraag te stellen. G - 68
De voorzitter: Wenst de wethouder daarop nu te reflecteren, of wilt u dat op een andere manier adresseren? Wethouder mevrouw Dansen: Nou, ik vind het wel wat anders als ik reflecteer op een motie die ik eerder gezien heb en waarover ik ambtelijk heb kunnen overleggen, dan dat ik moet reflecteren op een potentiële motie die u misschien gaat indienen en waar ik niet precies van weet wat u daarin gaat vragen, mijnheer Van Willigen. In het algemeen reflecteren is toch waarschijnlijk niet wat u van mij vraagt. De voorzitter: Ik concludeer dat u daarop nu niet gaat reflecteren. Wethouder mevrouw Dansen: Liever niet, nee, want daarop heb ik me niet voorbereid. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik heb daar nog wel een vraag over, Misschien dat dat wat meer richting geeft. Ik begrijp dat er een evaluatie kan komen en dat de uitkomst daarvan kan zijn dat de contractering nog twee jaar wordt verlengd voor The Mall. . . . Wethouder mevrouw Dansen: Dat staat in het contract dat wij met hen hebben afgesloten, ja. De heer Tekir: Ja, ik begrijp dat dat een uitkomst kan zijn. De heer Van Willigen noemt één organisatie die jongerenwerk verricht, misschien zijn er wel meerdere in de stad die in potentie iets willen doen.
Hoe kijkt u er dan tegenaan dat, als we dat doen, we die organisaties de kans ontnemen om ook mee te dingen voor een plek in het jongerenwerk? De voorzitter: Ik wil nu toch even ingrijpen, want dit is echt een ander vraagstuk. De wethouder reageert op een aangekondigde motie, dit vraagstuk is prima, maar niet voor deze perspectiefnota. Wethouder mevrouw Dansen: Ik wil daar op termijn wel op terugkomen, als u dat wilt. We hebben het er eerder over gehad dat we bezig zijn met een bijeenkomst te organiseren waarin wij met elkaar kunnen reflecteren, of met de benen op tafel kunnen zitten, over het sociaal domein. Als u er behoefte aan hebt om dat ook te doen over het jongerenwerk of wat dan ook, is dat allemaal te organiseren, maar ik bereid me daar wel graag op voor als u het niet erg vindt. De heer Tekir: Ik vind dat prima. Ik stel alleen een vraag omtrent de gevolgen van een eventuele verlenging van de contractering. Dat staat in de aangekondigde motie, dus dat dat buiten de orde zou zijn, snap ik eerlijk gezegd niet. Wethouder mevrouw Dansen: Ik kan alleen maar nog een keer herhalen dat bij de aanbesteding die met The Mall heeft plaatsgevonden, de mogelijkheid is ingebouwd dat bij gebleken geschiktheid, bij een positieve evaluatie, de mogelijkheid bestaat om het twee jaar te verlengen. Zo simpel is dat. De vraag werd mij gesteld of ik dat zou willen.
Daarvan heb ik gezegd dat ik dat bij een gebleken positieve evaluatie zeker wil overwegen, ja. Volgens mij is dat een redelijk antwoord. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. G - 69
Wethouder mevrouw Dansen: Ik heb nog één motie: de motie van Democraten Gorinchem over een perspectief voor starters via flexwoningen. In de afgelopen periode is in samenwerking met POORT6 een verkenning gedaan op het realiseren van flexwoningen. We hebben daar drie sessies met de raad mee gezeten. Er zijn verschillende scenario's uitgewerkt met voor- en nadelen. Er leek geen brede basis in de raad te zijn voor het realiseren van flexwoningen, op basis van dat feit zetten wij er niet op in, en dat is om reden dat er niet alleen sprake is van een eerste plaatsing, zoals u dat noemt in de motie, maar ook van terugkerende kosten bij het herplaatsen van de woningen, het beperkte aantal locaties dat wij hebben kunnen vinden, de capaciteit van de organisatie en de aanzienlijke kans op vertraging bij het plaatsen van flexwoningen binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Dat is ook met u gecommuniceerd in de raadsinformatiebrief die wij daarover gestuurd hebben. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie, We hebben u er toen ook aan herinnerd – dat hebt u later ook toegegeven, maar misschien bent u dat vergeten –dat die RIB wat prematuur was omdat in de sessies waar u naar verwijst weliswaar voorkeuren zijn uitgesproken over meerdere varianten, maar dat daarmee andere keuzes, zeg maar, niet weg werden geschreven, en dat hebt u later nog bevestigd.
Want er is wel degelijk, denk ik, ook veel animo om niet alleen op de lange termijn iets te doen, maar ook op de korte termijn. Weet u nog dat we ook zouden proberen iets onorthodox te doen in plaats van alleen maar het reguliere werk? En u zou het toch bij wijze van spreken als portefeuillehouder ook een kans kunnen vinden, of op zijn minst aan de raad kunnen overlaten dat, als we geld overhouden – want dat staat in het voorstel: pas als we geld overhouden in ‘25 of ’26 –, dat we dan, om ook een gebaar te maken en werkelijk iets te doen op korte termijn, tien van die eenheden plaatsen. Ik had wel iets meer enthousiasme van u verwacht bij dit steuntje in de rug. Wethouder mevrouw Dansen: Ik was nog niet helemaal uitgesproken, mijnheer Schefferlie. Ik wou tegen u zeggen dat wij natuurlijk niet aan de hand van uw motie of wat dan ook, maar wel in Gorinchem al bezig zijn met enige dingen die daar in ieder geval op lijken. We hebben tegenwoordig tiny houses, wat natuurlijk ook een soort van flexvoorziening is, want die blijven tien jaar staan, en we hebben natuurlijk nu flexwoningen staan waarin wij de Oekraïense vluchtelingen huisvesten. Dus ik denk wel dat wij van de gelegenheid gebruik kunnen maken om te kijken hoe dat nu allemaal gaat, zodat we daar in ieder geval wat gegevens uit halen.
Mochten wij dan ooit geld overhouden, en u komt met een voorstel daarvoor, dan is het wat anders, maar dat zal naar alle waarschijnlijkheid niet meer binnen deze periode zijn. De heer Schefferlie: Nou, als u de afgelopen jaren kijkt wat we overhielden, het kan allemaal wel kommer en kwel zijn, maar we houden per jaar gemiddeld 9 miljoen over door ons planningsoptimisme. Daar heb je dan slechts vier ton voor nodig om een keer dat gebaar te maken op korte termijn, want al uw ideeën zijn allemaal langetermijnperspectief, waar de starters van nu niets aan hebben. Dus zou u eigenlijk niet, en dat is mijn verzoek, in de correctie waarvan u zelf eigenlijk hebt gezegd “ja, dat moet ik wel doen”. . . , we hebben ons nog niet uitgesproken als raad tegen deze optie als
G - 70
aanvulling op alles wat er gebeurt, om het op zijn minst aan de raad over te laten “wat zouden we hiervan vinden” in plaats van een negatief advies te geven? Wethouder mevrouw Dansen: Ik stel voor dat u de motie voorlegt aan de raad, dan krijgt u te horen wat de raad daarvan vindt. Is dat voldoende? De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik wil het voorstel toch een beetje ontraden, want volgens mij is daar onlangs heel veel over gesproken, en ik waardeer de vasthoudendheid van de heer Schefferlie, maar de uitkomst was volgens mij toch heel duidelijk dat er geen business case is voor flexwoningen in Gorinchem. Dan blijf je inderdaad houden die tiny houseprojecten. Nou, die zijn ook redelijk onbetaalbaar, die staan grotendeels nog te koop zelfs en we helpen de woningmarkt er ook niet echt mee. Volgens mij zou u nog komen met een voorstel voor alternatieve woonvormen en daar kijkt, denk ik, het grootste deel van de raad meer naar uit. Dus ik zou dat toch niet willen meegeven. Wethouder mevrouw Dansen: Ik heb ook zeker niet gezegd dat ik hem aanraad, maar Democraten Gorinchem heeft natuurlijk het recht om de motie in stemming te brengen. De heer Schefferlie: Misschien wil mevrouw Dansen wel overwegen mij met het volgende te helpen.
U was het toch met mij eens in die sessie dat weliswaar aangegeven is door de deelnemers – het is niet eens de gemeenteraad, maar de deelnemers – van, “nou, dit lijkt ons de belangrijkste manier om bij te dragen aan starterswoningen, maar niet de enige”. Dat hebben we niet verkend en ik heb van tal van collega's gehoord – het is jammer dat dat niet voor de VVD geldt, wel OZB knál omhoog, maar starterswoningen, dat hoeft dan kennelijk niet extra, en ik hoop . . . . De voorzitter: En uw vraag? De heer Schefferlie: Nou, of de wethouder wil bevestigen dat we ons niet uitgesproken hebben tegen deze optie. We gaven er alleen niet de allereerste voorkeur aan. De voorzitter: Wethouder Dansen. Wethouder mevrouw Dansen: In alle eerlijkheid, mijnheer Schefferlie: het was natuurlijk een zeer informele bijeenkomst waarin we niet gestemd hebben of wat dan ook, maar waarin we wel met een heel aantal mensen bij elkaar waren en ik kan me herinneren dat u op een gegeven moment in uw eentje stond bij ‘doorgaan met flexwonen’ en de andere aanwezige raadsleden bij de andere borden. Het beeld was wel dat er niet echt vreselijk veel enthousiasme in de hele raad over was. Excuus als ik dat verkeerd heb gezien. De voorzitter: Dank u wel, en voor de rest verwijst u naar de stemming in de gemeenteraad. De heer Van Santen: Voorzitter. . . . De voorzitter: De heer Van Santen, laatste interruptie.
G - 71
De heer Van Santen: Ja, want er werd net nog heel even aan ons gerefereerd. Er worden veel dingen bij elkaar gehaald en veel verbanden gelegd die er niet zijn, maar wat ik de heer Schefferlie wel wil meegeven is een reële oproep, om even goed te kijken naar de haalbare alternatieven die er zijn, en dat is volgens mij niet de flexwoning. Daar was ik toch redelijk alleen in. Dus ik wil u toch even vragen of u daarnaar wilt blijven kijken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zal ik als portefeuillehouder een vraag beantwoorden en een reactie geven op een motie namens het college. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de heer Tekir, plaatsvervangend voorzitter.) De voorzitter: Het woord is aan de burgemeester. De burgemeester
De burgemeester: Dank u wel. Allereerst een vraag van de VVD over het vraagstuk van de fatbikes. Daar kan ik heel veel over zeggen, maar dat ga ik allemaal niet doen, want we zouden het een beetje beknopt houden. Er zijn de nodige ontwikkelingen met betrekking tot de VNG, die op een aantal punten lobbyt. Het vorige kabinet is er ook mee bezig. Ik wil me nu even focussen op lokaal niveau, want de heer Van Santen vroeg met name naar de handhaving in Gorinchem. Er wordt stevig gehandhaafd. Als we even kijken naar ons VTH-beleid – vergunningverlening, - toezicht en – handhaving –, dat we een keer in de vier jaar vaststellen en waarop we jaarlijks een jaarplan maken, dan heeft het onderdeel ‘kleine ergernissen’, waar parkeren en fietsoverlast in het centrum onder valt, hoge prioriteit. Even de cijfers: tot 2 mei zijn in ieder geval door de boa's 87 bekeuringen voor foutparkeerders en fietsen/bromfietsen in het winkelgebied uitgedeeld en 30 waarschuwingen. Met betrekking tot de politie heb ik op dit moment even niet de acute cijfers, maar we hebben het er regelmatig over in het politieoverleg en er wordt regelmatig gecontroleerd. We hebben daarbij mazzel dat ons basisteam jonge agenten opleidt. Het is natuurlijk een heel mooi klusje voor jonge agenten om af en toe eens even een handhavingsactie uit te voeren, dus dat gebeurt ook in het centrum.
We hebben de ondernemers in het centrum, de horeca, maar ook Hartje Gorkum – en in die zin kan ik iedereen een uitnodiging doen –, opgeroepen: als jullie bewegingen zien van fietsers, fatbikes, wat dan ook die in het centrum foutparkeren, meld het bij de politie! Dan ontstaat er gewoon een heel goed beeld op welke momenten in de week dat met name gebeurt en dan wordt daarop gehandhaafd. En zoals ik net al aangaf, zien we dat de cijfers best aanzienlijk zijn. De voorzitter: De heer Van Santen, VVD. De heer Van Santen: Ik ben hier niet aan het oproepen voor een kliklijn. Het is een voorbeeld dat ook lokaal heel erg speelt en als je dan zegt “we hebben zoveel bekeuringen uitgeschreven en dat is dan goed”, dat zegt eigenlijk niks over de mate van aanwezigheid. Ik denk dat de oproep vooral is: zijn we aanwezig in de goede wijken, zijn we aanwezig op de goede momenten? Waarschuwingen zijn daar een mooi onderdeel van en vraag is eigenlijk concreet: hebben we genoeg capaciteit, hebben we genoeg boa’s, hebben we genoeg mensen op straat en waarom voelen die mensen dat dan niet? G - 72
De burgemeester: Die laatste kwalificatie laat ik even voor u. Als het gaat over de capaciteit: wij hebben 9,5 fte boacapaciteit. Ik verwijs even naar de prioritering die u in het VTH-beleid hebt vastgesteld hier in de gemeenteraad. Met die 9,5 fte moeten we natuurlijk een scala aan zaken doen, van de bijplaatsingen tot het foutparkeren, noemt u maar op, dus een scala aan activiteiten. U hebt daar een prioritering in aangebracht en daar gaan de boa’s dagdagelijks mee aan de slag. De voorzitter: De heer Klein, Stadsbelang. De heer Klein: Ik hoor de burgemeester zeggen dat we 9,5 fte hebben, nou prima, maar dat die ook voor de bijplaatsingen worden ingezet. Maar het is toch zo dat Waardlanden vier boa’s in dienst heeft? De burgemeester: Dat klopt, maar tegelijkertijd vindt natuurlijk een hele goede samenwerking plaats en als je soms iets aantreft en je zou een heterdaadje kunnen maken, dan gaat dat natuurlijk wel gebeuren. De voorzitter: De heer Klein Stadsbelang. De heer Klein: Wij hadden ook een concrete vraag over de handhaving ten aanzien van zwerffietsen en dergelijke. Ben ik dan bij de burgemeester aan het goede adres, of moet ik het in mijn tweede termijn nog een keer herhalen? De burgemeester: Dat is de portefeuille van wethouder Molengraaf.
Ik kan wel zeggen dat we heel nauw hebben samengewerkt om richting het station de situatie te normaliseren, maar verder verwijs ik naar de wethouder. Dan met betrekking tot de motie ‘Overspel Buitenspel!’ Recent is daarvoor ook in de Zeepkist aandacht gevraagd. Je ziet ook in den lande dat er steeds meer steden zijn die expliciete keuzes maken ten aanzien van wat wel of niet wenselijk is aan reclameuitingen binnen de gemeente. Dan gaat het bijvoorbeeld over gokken, vleesconsumptie en alcoholgebruik. We hebben in het college over deze motie gesproken. Een motie is, zoals u weet, een beleidsuitspraak en we zien graag uit naar de reactie van de gemeenteraad en die reactie zullen wij uitvoeren. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Fijn dat u het aan de raad overlaat, en het is ook aan ons, maar we zijn toch wel zeer benieuwd hoe het college aankijkt tegen een beperking zoals hier wordt voorgesteld. De burgemeester: We hebben daar als college niet inhoudelijk over gesproken. We hebben afgesproken dat we het aan de raad laten. De voorzitter : Dank u wel. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de burgemeester.) De voorzitter: Dames en heren. We zijn hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van raad en college. De vergadering zal nu een halfuur worden geschorst. Daarna beginnen we met de tweede termijn voor de fracties en daarna het college.
De vergadering is geschorst (20.57 uur). G - 73
Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (21.29 uur). Aan de orde is de tweede termijn van de fracties. Repliek
De voorzitter: Omdat de woordvoerder van Stadsbelang nog niet aanwezig is, geef ik als eerste het woord aan de heer Schefferlie van Democraten Gorinchem. De heer Schefferlie: Sorry, voorzitter, maar we beginnen altijd met de grootste fractie. Ik vind niet dat u mij nu voor een halflege zaal moet laten spreken vanwege het feit dat die fractie nog niet aanwezig is. De voorzitter: Stelt u voor opnieuw te schorsen? De heer Schefferlie: Kennelijk is daar behoefte aan in het systeem. De voorzitter: De fractie Stadsbelang is inmiddels binnengekomen. Ik geef het woord aan de heer Klein. Gelieve de focus nu te richten op de amendementen en moties. De heer Klein: Bedankt, voorzitter en sorry aan de mensen in de zaal en de kijkers thuis. Wij hadden de schorsingstijd anders begrepen. Zoals verzocht, zal ik mij richten op de moties en amendementen, maar ik wil wel aangeven dat ik uitkijk naar de tweede termijn van wethouder Molengraaf met betrekking tot de Fixiemeldingen alsook de zwerfvoertuigen in de gemeente, alsook dat wij hopen dat eventueel wethouder Mager nog kan aangeven wanneer de uitkomsten van het parkeeronderzoek met ons gedeeld kunnen worden met betrekking tot het Piazzacenter. En dan schakel ik gelijk door naar de moties en amendementen die zijn ingediend, waarbij ik even het schema volg van de griffie, waarvoor dank. We beginnen met het vrachtverkeer in de Haarwijk.
Wij zijn logischerwijs voor die motie, want wij zijn medeindiener. Wij hopen dat iedereen daarin mee kan gaan, om in ieder geval te zoeken naar of een verbod, of een goed alternatief daarvoor. Het amendement van Democraten Gorinchem met betrekking tot het betaalbaar bommetje. Wij snappen heel goed wat hier gevraagd wordt, maar wij zouden eigenlijk liever van het college horen wanneer we gebruik kunnen gaan maken van de Gorcumpas, zodat inderdaad het zwemmen voor de Gorcumer bereikbaar is en blijft. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Ligt het dan niet voor de hand om het voorstel van het college in ieder geval tegen te houden tot die Gorcumpas er is? Anders werkt u er toch aan mee, ook als Stadsbelang, om gewone gezinnen 10 euro per kind per kaartje te laten betalen. De heer Klein: Voorzitter. Wij begrijpen heel goed waar de gedachte van het amendement vandaan komt, maar ook daar zien wij dat omliggende zwembaden met veel minder faciliteiten goedkoper zijn en kijken wij vooral uit, en hopen wij een heel positief antwoord te krijgen op de vraag over de invoering van de Gorcumpas, alsook de eventuele voordelen richting het zwembad.
G - 74
Dan is er nog het amendement ‘Besparen door bewegen’. Daarin volgen wij het negatieve advies van het college. De motie ‘Perspectief voor starters’. Het idee snappen wij heel erg. Alleen, wij waren onder anderen ook bij de sessie waarin werd aangegeven: oké, het is nu, op dit moment, gewoon te duur. Ook POORT6 was zelf erg sceptisch ten opzichte van het voorstel. Wij zouden dan ook graag eerst de uitwerking zien van bijvoorbeeld het transformeren, of andere alternatieven en als dat niet lukt, dat we dan inderdaad eventueel doorschakelen naar de suggestie van Democraten. Gorinchem om misschien middelen die overblijven in te zetten om starterswoningen te gaan realiseren; dus misschien net iets te vroeg. Het amendement van de PvdA met betrekking tot de gehandicaptenparkeerplaatsen, daar zullen wij niet in meegaan, omdat wij eigenlijk ook wel daarin meegaan dat we zeggen: ja, dit zijn gewoon de kosten voor het realiseren van zo'n plek. We snappen ook dat mensen er ook niet voor kiezen, maar nu de wethouder heeft aangegeven dat de minima dit via een hardheidsclausule gewoon terug kunnen vragen, zien wij niet de urgentie om dit nu te steunen. En dat geldt eigenlijk ook voor de uitleg rondom de reserve sociaal domein Als het in de algemene reserve zit, hebben we gewoon meer bewegingsruimte en ik denk dat we dat de komende jaren hard nodig zullen hebben.
De motie ‘OZB geen sluitpost’ dienen we mede in, zodat ik dat verder niet hoef toe te lichten. ‘Maak van Kweeklust weer een visitekaartje’. We zijn eigenlijk erg benieuwd of het college ook nog kan aangeven of daar inderdaad ook overkappingen met zonnepanelen in gedachten zijn, want dat zouden wij dáár heel graag zien, maar ook op andere plekken in de stad waar grote parkeervelden liggen. Dus daarvoor wachten we nog even de tweede termijn af. Het behoud van kwalitatief groen. Daarbij wachten we af of de indieners na de reactie van de wethouder bereid zijn de motie te wijzigen. ‘Overspel Buitenspel’ zullen wij niet steunen, omdat wij daar ons niet in willen mengen. De al dan niet ingediende motie inzake verlengde contractering jongerenwerk The Mall begrijpen wij heel erg, maar waar we nog wel heel erg mee zitten te dubben, en misschien dat de tweede termijn daarin nog opheldering gaat geven, of dat de fractie van ChristenUnie/SGP die opheldering kan geven: het ligt er natuurlijk al, wij zijn er heel erg van dat dit wel eerst geëvalueerd wordt, dus dat er gewoon een gedegen evaluatie komt voordat we hier gelijk zeggen: ga twee jaar verder. Zeker ook met alle andere initiatieven die nog in de stad spelen, hebben wij op dit moment toch meer het gevoel van: doe nou eerst een goede evaluatie en laat het over aan het college. De voorzitter: De heer Krol.
De heer Krol: Voorzitter, ik wil hierop graag meteen ingaan. Ik heb even overlegd met de mede-indiener en een aantal andere betrokkenen op dit thema. Wij gaan deze motie niet indienen. Wel is er sterk de behoefte om ergens het komende halfjaar een soort van benen-op-tafel-overleg te hebben, zeg maar, ook met de betrokkenen in het veld van het jongerenwerk, om even een doorkijkje te hebben naar de komende jaren. Misschien kan de wethouder daarop in de tweede termijn ingaan.
G - 75
De heer Klein: Nou bedankt, wij kijken dan uit naar een mogelijk benen-op-tafelgesprek. Dan hebben we een hele rits amendementen van D66. Met betrekking tot de leges woonurgenties zitten we nog wel een beetje in dubio. Wij snappen die heel erg, maar we begrijpen ook dat de wethouder wel hele concrete voorstellen doet om de kans op een fout – in de zin van een aanvraag doen die niet gehonoreerd wordt – , in ieder geval dat percentage terug te dringen. Dus we zitten nog een beetje in dubio van: nou ja, moeten we dan nu deze regeling doen, of niet? Enfin, daar laat ik het even bij. Misschien, maar ik weet niet of we die kennis hebben, kan de wethouder nog even aangeven hoeveel – en dan heb ik het even over aantallen – er daadwerkelijk afgewezen worden, als dat antwoord er überhaupt is. De andere amendementen vinden wij op dit moment eigenlijk een te grote greep uit de middelen die er liggen. Met de huidige perspectiefnota, en daar zitten heel veel uitdagingen in, zijn wij gewoon bang dat, als we die schil nu verder gaan afpellen, we dan gewoon later in serieuze problemen komen, zeker ook als je hoort van de bezuinigingen op sociaal domein. We gaan kijken of we die middelen kunnen vinden, maar dat wordt nog een hele klus. Kortom, wij zouden nu niet al willen gaan schaven aan de acties die er liggen en vooral gewoon eerst willen kijken wat er kan.