CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20240711 Concept Verslag raadsvergadering

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies53.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Mocht dat wel zo zijn, dan zal de SP-fractie daar de betrokken wethouders, nee, zeg maar: het hele college, op aanspreken en dan zullen we zeggen “zo zijn we niet getrouwd met elkaar college!” Overigens hebben we geen schijnhuwelijk, we hebben geen huwelijk uit liefde, maar ik zie het als een verstandshuwelijk: een huwelijk waarbij wij elkaar respecteren, maar niet liefhebben. De SP staat, zoals aangegeven, voor menswaardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. . . De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Met waardering voor wat ik hoor, ben ik ook benieuwd of de SP behalve alert is op mensen die de zorg toekomen daar niet op tekort gaan komen, ook mee gaat opletten dat we het vel niet over de oren gaan trekken van de mensen die bijvoorbeeld de huishoudelijke zorg uitvoeren, want daar hebben we in het verleden heel veel last van gehad. Dan denk je: kijk ons weer eens bezuinigen, maar er wordt onmogelijk werk, vertrek van werk, slecht werkgeverschap gestimuleerd, dus ik hoop dat u daarin mee optrekt om ook daarop te letten.

Dan staan wij altijd open voor een second love met de SP! De heer Van Andel: Dank u wel! Ik had de vraag bijna verwacht, zou je kunnen zeggen, maar mochten er onherstelbare barsten dreigen te komen, dan zullen wij als SP in het uiterste geval een mediationgesprek – ik kijk even naar de heren van de ChristenUnie/SGP die het over scheidingen hadden – moeten arrangeren tussen de huwelijkspartners en kijken wat eruit komt. Overigens zullen we altijd de vinger aan de pols houden, ik hoop met elkaar. Kortom, we blijven nu samen. Voor altijd en tot wanneer? De tijd zal het leren. We zullen vandaag niet zelf met schriftelijke moties of amendementen komen. Wij willen een en ander zo nodig tot het begrotingsdebat in oktober bewaren. We nemen wel de vrijheid om keuzes te maken voor of tegen de ingediende moties van andere partijen, keuzes die mogelijk niet de keuzes van het college zijn. Maar het college heeft niet alle

G - 37

wijsheid in pacht. Zeker ook de oppositiepartijen hebben ideeën die de aandacht van het college moeten krijgen. En nu had ik wat opgeschreven over de gehandicaptenkaarten. In het amendement gaat het over gehandicaptenkaarten met kenteken enz.; dat ging over € 5.000. Dat neemt niet weg dat wij het college verzoeken – wij hebben geen motie – om deze opbrengst van de vaste parkeerplaats met een kenteken niet in te boeken en ook de plaatsing van borden naast het verstrekken gratis te maken. Dit gaat € 5.000 kosten, dat staat in geen verhouding tot de kosten voor degenen die een dergelijke parkeerplaats met paal moeten hebben, omdat ze minder dan 100 m naar hun huis kunnen lopen en geen eigen parkeerplaats hebben. Want over die mensen hebben we het. Graag hoor ik in eerste termijn van de wethouder het standpunt van het college. Ik ga er vanuit dat dit college het voorstel intrekt. Overige amendementen en moties zal ik uiteraard in de tweede termijn behandelen en waarschijnlijk doet mijn collega dat. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie.

Ik zou ook graag de heer Van Andel eigenlijk de vraag willen stellen, een beetje in de lijn van wat we bij Gorcum Actief en de VVD gezien hebben van: u heeft ook heel de lijst opgenoemd van ‘goh, dat is me toch allemaal wat, dat zouden we helemaal niet willen’, dus mijn vraag aan u is: voegt u zich bij de groep die last heeft van krokodillentranen, of zegt u van ‘nee, ik heb dit allemaal opgenoemd omdat we het ook prematuur vinden om nu in de stad uit te spreken van ‘hé, dit zijn onze uitgangspunten waarop we ons hebben gericht om te bezuinigen’, of zegt u: ‘nee, ik heb het opgenoemd omdat we het echt niet willen, dus ook deze perspectiefnota in ieder geval op zijn minst niet in stemming brengen vandaag’? De heer Van Andel: Ik heb het niet opgenoemd omdat we het niet willen, ik heb het genoemd als feiten die in de perspectiefnota staan. Dat is iets heel anders. Ik heb opgenoemd wat wij niet willen, en dat is dat mensen die als minima leven gevolgen gaan ondervinden van bezuinigingen op het sociaal domein. Dat is iets anders. Ik hoop dat die vraag daarmee beantwoord is. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel, en ook dank aan de heer Van Andel voor zijn openhartige bijdrage. Nog wel even een vraag. U had een verzoek aan het college of dat specifieke voorstel over gehandicaptenparkeerplaatsen ingetrokken kan worden.

Maar we zitten hier in een raadsvergadering en het is nu aan ons om daar een besluit over te nemen. Die besluiten liggen op tafel, dus volgens mij is dat nu aan de orde, want de raad beslist en niet dat het college nog iets intrekt, want dat kan volgens mij niet meer. De heer Van Andel: Dat weet ik niet. Misschien zegt het college wel: voordat we het überhaupt in stemming brengen, trekken we het in. Weet ik niet, misschien komt er nog een motie, weet ik niet. Misschien verandert u uw motie met deze strekking. De heer Tekir: Ik ben dan heel erg benieuwd hoe dat verder gaat vanavond, maar we hebben een agenda vastgesteld en we behandelen nu de perspectiefnota. Maar goed, u heeft in ieder geval een escape, want er ligt een amendement in de raad. G - 38

De heer Van Andel: Maar de taalkeuze in dat amendement klopt niet helemaal. Dat was het verhaal. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de raad. We gaan nu met elkaar een maaltijd gebruiken en om half zeven gaan we verder met de termijn van het college. Ik schors de vergadering (17.57 uur). Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de raadsvergadering (18:51 uur). We hebben de algemene beschouwingen gehad van de fracties in eerste termijn en we gaan nu verder met de beantwoording van het college in de eerste termijn, nadat we een heerlijke maaltijd hebben genuttigd met elkaar. Ik geef allereerst wethouder Molengraaf namens het college het woord. Eerste termijn college Wethouder mevrouw Molengraaf

Wethouder mevrouw Molengraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de fracties danken voor hun inbreng in eerste termijn. Wat me daarbij trof, en dat is natuurlijk ook heel voor de hand liggend, is de worsteling die elke fractie met deze perspectiefnota heeft. Dat is heel herkenbaar. Het is de worsteling die wij als college zelf ook hebben gehad en nog hebben. We zitten namelijk in financieel zwaar weer, met flinke tegenvallers, dat hebt u in de PPN kunnen zien. We hebben net als alle andere gemeenten te maken met kortingen vanuit het rijk, ook met onvoorspelbaarheid vanuit het rijk: wat gaat de nieuwe coalitie ons brengen? En tegelijkertijd willen we de verantwoordelijkheid nemen voor een solide financieel beleid en een sluitende PPN, meerjarig. Financiële zorgvuldigheid, maar ook zorgvuldigheid in de maatregelen die je neemt, waarbij we naar mijn idee een goede balans hebben gezocht en gevonden tussen aan de ene kant lastenverzwaringen en aan de andere kant besparingen. Tegelijkertijd willen we ook onze ambities niet allemaal loslaten, we willen ook blijven investeren in de stad, we willen ons collegeprogramma uitvoeren. Investeren in de stad betekent ook dat je de basis op orde brengt, en heel eerlijk: de kosten voor wegbeheer en beschoeiingen zijn fiks, maar we hebben ze weten te verwerken. In deze PPN zit pijn, voor alle fracties, maar ook voor alle inwoners, voor bedrijven.

De stad gaat dit merken, want met elkaar moeten we dit oplossen en opbrengen. Tegelijkertijd denk ik dat inwoners ook gaan zien dat we de basis op orde brengen en dat we onze ambities uitvoeren. De PPN ligt vanavond ter besluitvorming voor en ik vind het belangrijk om te onderstrepen dat het van belang is deze PPN vast te stellen, want er zit ook heel veel going concern in. Er zullen acties uitgezet moeten worden met de vaststelling van deze PPN om ook begin 2025 klaar te staan om dat tot uitvoering te brengen. Organisaties zullen moeten worden voorbereid als het gaat om subsidies. Natuurlijk moet er ook nog heel veel uitgewerkt worden. Dat gaat met name om de taakstellingen, die hebben we in die zin nog niet tot op de komma ingevuld, de taakstelling op het sociaal domein et cetera. Daar gaan we graag met u het gesprek over aan richting de begroting. Dat lijkt me ook goed,

G - 39

dan weten we ook meer van wat wel en niet haalbaar is en welke plannen we u precies willen gaan voorstellen. En dan horen we ook graag uw ideeën daarvoor. Voorzitter, dat even als eerste reactie op al uw bijdragen. Ik heb een enorm pak papier en hoop daar niet de weg in kwijt te raken. . . . De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Als dat uw reacties is op onze bijdragen, dan mis ik toch wel iets. Van meerdere fracties, ook van ons, is een reflectie gekomen op het gemis dat we hebben gehad om echt meegenomen te worden en samen de opties die nu zijn voorgelegd af te wegen tegen andere. Zelfs nog toen ik u vroeg, “goh, kunnen we in ieder geval nog zicht krijgen op de afwegingen?”, zou u eens kijken, maar hebben we niks gekregen van “hoe kijkt u nou terug op dat proces?” Dat is toch niet hoe we het samen zouden moeten willen doen? Wethouder mevrouw Molengraaf: Volgens mij hebben we daarop ingespeeld door u de ruimtevragers die van de haak gevallen waren of zoiets, toe te sturen. Ik heb zelf ook geworsteld met de vraag hoe we de afwegingen die we hebben gemaakt zouden kunnen laten zien.” Mij lijkt het goed om daar bij de begroting over de taakstellingen echt het gesprek over aan te gaan. Ik heb ook wel geworsteld met het proces, omdat, heel eerlijk, deze PPN ook echt onder druk tot stand is gekomen.

Er moest heel veel uitgezocht worden: wat is er mogelijk, wat is er niet mogelijk, wat is haalbaar, aan welke maatregelen denken we? Daar ben je dan zo mee bezig dat ik niet gedacht heb “o, hier kunnen we ook nog heel makkelijk de raad in een traject meenemen met allerlei sessies, zoals we dat ooit wel eens bij de AHAD gedaan hebben”. Er was simpelweg geen tijd om dat op een goede manier voor te bereiden en dan moet je je ook afvragen wat zo'n bespreking gaat doen. Maar u hebt ook gevraagd, “neem ons mee richting de begroting”, nou, dat lijkt me prima. Dat was ik toch al van plan om u toe te zeggen. Er is voor allebei wat te zeggen. Ik vind ook dat een college de verantwoordelijkheid heeft om een PPN neer te leggen en om met voorstellen te komen en hier kunt u ook de afweging maken. Ik ga ook proberen uit te leggen hoe wij afwegingen gemaakt hebben, de vragen die u ook gesteld hebt over de pijnlijke punten ga ik proberen uit te leggen en dan is het aan u wat u daar verder van vindt. . . . De heer Schefferlie: Misschien herinnert u zich nog dat wij een sessie kregen waarin wij aan de knoppen mochten draaien. Aan alle ambtenaren kon je merken “o, o, er komt heel wat op ons af”, dat wist heel Nederland al.

Wat jammer dat dat soort momenten niet gebruikt zijn van “hé, we weten het nog niet precies, maar er moeten flinke keuzes gemaakt worden, we kunnen ze wel tegen elkaar afwegen”, dan hadden we onze tijd zinvol gebruikt. Ik vind het heel lastig dat nu allerlei uitspraken, vergezichten, zeg maar, in de stad worden uitgedragen, waarbij je heel veel fracties hoort eigenlijk van “ja, maar dit willen we helemaal niet”. We hebben het goede gesprek niet gevoerd, dus hoe wilt u nou van ons verwachten, terwijl je het juist in zo'n moeilijke tijd samen moet doen, dat we met u optrekken op deze manier? Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. Volgens mij hebben we de knoppensessie gedaan over de investeringen, op verzoek van de raad. Dat ging niet over bezuinigingen. Die hadden we toen ook lang nog niet allemaal in beeld. Dus het was toen ook gewoon echt te vroeg geweest om het daarover te hebben. Maar de kritiek voel ik G - 40

best wel en tegelijkertijd hoop ik dat u ook mijn worsteling voelt. Want wanneer hadden we dat moeten doen en hoe hadden we dat op een goede manier kunnen doen? De heer Schefferlie: Nou voorzitter, ik begrijp die worsteling, maar laten we in het vervolg dan samen worstelen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat vind ik wel een hele goeie uitdaging, maar ik weet niet of het van mijn fractie mag! De voorzitter: Je kunt hem op tweeërlei wijzen uitleggen, laten we maar voor de veilige uitleg gaan! De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde ook nog even interrumperen als, zeg maar, de aftrap het stukje reflectie was vanuit de fracties, onder andere ook de mijne. Want zegt u nu eigenlijk met heel veel woorden dat het financiële besef, de urgentie, eigenlijk te laat is neergedaald? Want even om u mee te nemen: wij hebben volgens mij pas in de vergadering van eind mei, zo'n zes weken geleden, vanuit het college een eerste mededeling gehad van “nou, beste raad, het ziet er toch echt niet goed uit”, terwijl, ja de raad zeker, maar ook een heleboel andere gemeenten wel wisten hoe laat het was. Dus hoe kijkt u daarop terug? Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat ben ik niet helemaal met u eens. U herinnert zich wellicht dat we in 2022 ook een sessie hebben gehad waar op een van de laatste slides stond ‘bezuinigingen?’ Daar werd niet heel positief op gereageerd.

Dat was blijkbaar te vroeg. Ik heb bij de PPN vorig jaar ook aangegeven dat we in financieel moeilijker weer komen, dus het is niet zo dat ik dat pas in mei ben gaan beseffen. Alleen, je loopt wel een traject, ook met de organisatie, om die besparingen te gaan vinden en om te gaan zeggen van “hoe moet het evenwicht worden, waar kunnen we lasten verhogen?” Ik ga daar zo meteen het een en ander over uitleggen, bijvoorbeeld op de vraag van het CDA over de parkeerbegroting / parkeerbalans – het woord doet er niet zoveel toe, iedereen snapt wel wat ik bedoel. Dingen zijn ook volgtijdelijk. De heer Tekir: Voorzitter, ik snap echt wel dat het een bepaalde druk met zich meebrengt om met zo’n hele organisatie naar een PPN toe te werken. We hebben het zelf in de fractie de afgelopen dagen meegemaakt, dus ik kan met u meepraten, maar ik vind het dan toch een gemiste kans, zeker op het moment dat u denkt van “hé, dit wordt niet een reguliere PPN”, dat wij daar gewoon niet in zijn meegenomen. U ziet dat kennelijk anders, maar. . . Wethouder mevrouw Molengraaf: Nee, ik zeg niet zozeer dat ik dat anders zie. Ik herken dat wel een beetje en tegelijkertijd, als ik terugkijk op het proces, had ik ook echt mijn handen vol aan het vaststellen van al die maatregelen bij elkaar, al die keuzes die we moesten maken als college.

Als ik daarop terugkijk, denk ik echt wel een beetje “wanneer hadden we dat moeten doen?”, als ik ook kijk naar de overvolle raadsagenda. En natuurlijk: dan kun je prioriteiten stellen, maar voor mij telt wel een beetje dat wij, nou, ik weet even niet uit mijn hoofd wanneer we de PPN in het college hebben vastgesteld, maar zeg maar: één of twee weken daarvoor hadden we pas het goede beeld. Nou, vrij snel daarna hebt u de PPN gehad. Dan kun je niet meer dat traject inzetten zoals we dat bij de AHAD toen heel weloverwogen hebben gedaan, waarbij je eerst uitgangspunten G - 41

gaat vaststellen en dan alles door gaat akkeren met elkaar. Daar was gewoon simpelweg de tijd niet meer voor. En volgens mij moeten we het vooral ook hebben over de taakstellingen. Die hebben we nog lang niet allemaal ingevuld, dat gaan we richting de begroting doen en dat doe ik graag samen met u. Veel meer kan ik daar niet over zeggen. Zo kijk ik er tegenaan. Vind ik het jammer dat dat niet gelukt is? Ja, dat vind ik ergens wel jammer, zeker als ik u zo hoor, en tegelijkertijd: ja, het is wat het is. De voorzitter: De wethouder vervolgt haar betoog. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, voorzitter, ik zal proberen de bijdragen een beetje langs te lopen, met name als het gaat over vragen die gesteld zijn. Veel vragen zijn gesteld over de bezuinigingen op het sociaal domein, de zeven ton. Die vragen snap ik. In I&O hebben wij al aangegeven dat de maatregelen die er zijn als het gaat om inkomensondersteuning, overeind blijven: 130%, declaratiefonds, collectieve ziektekostenverzekering. Maar we hebben bijvoorbeeld aan Avres, de gemeenschappelijke regeling die heel veel van het sociaal domein voor ons uitvoert, de uitkeringen en de Participatiewet, gevraagd eens met ons mee de denken over de vraag of er bezuinigingen zijn te realiseren – want daar gaat heel veel van ons geld ook heen. Avres is op dit moment bezig om dat voor ons in kaart te brengen.

Daar zal een deel vandaan moeten komen. Ik heb ook al aangegeven dat we willen proberen budgetten slimmer in te zetten. We doen er alles aan om die bezuiniging zó te doen dat het de meest kwetsbaren niet raakt. We zullen die voorstellen aan u voorleggen, zodat u ze te zijner tijd kunt beoordelen. Tegelijkertijd hebben we wel een financiële opgave en zou ik die zeven ton er wel in willen laten staan, om ons uiterste best te doen om dat te realiseren. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Ik ben benieuwd wat de wethouder in het worst case scenario gaat doen, als Avres niet kan bezuinigen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dan ga ik ze heel boos aankijken! Nee hoor. We zijn natuurlijk al langer in gesprek met Avres en ik heb goede hoop dat zij hierin een substantieel aandeel kan leveren. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Hoe lang bent u hierover al in gesprek met Avres? Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat weet ik niet uit mijn hoofd, maar dan heb je het eerder over weken dan over maanden. Het is niet zo dat we dit al in januari hebben aangekaart. De heer Tekir: Dan kan er dus qua vertrouwen ook niet zo heel veel bekend zijn dat dit gaat lukken, als het nog maar zo vers is en zo abrupt. Wethouder mevrouw Molengraaf: Nou, het is niet vers en abrupt.

Een aantal weken geleden hebben wij Avres gevraagd eens met ons mee te denken over de taakstelling, zoals overigens ook aan de Dienst Gezondheid & Jeugd door de gemeentes, want het is G - 42

niet alleen Gorinchem die dat vraagt, maar ook alle andere gemeenten die in de gemeenschappelijke regelingen deelnemen. De wethouders financiën geven dan aan in zo’n GR van: wij hebben een bezuinigingsopgave, dat betekent ook iets voor jullie, want jullie zijn het verlengd lokaal bestuur. De één is daar sneller mee dan de ander. Avres is een GR die altijd heel snel en effectief handelt, waarbij we wel het beeld hebben dat daar besparingen gerealiseerd zullen worden. De heer Tekir: Voorzitter, tot slot. Heeft Avres het college dan aangegeven dat die zeven ton bij haar realiseerbaar is? Wethouder mevrouw Molengraaf: Nee, niet de volledige zeven ton; dat zal niet lukken. De heer Tekir: Wat is dan wel realiseerbaar? Want u legt de raad zeven ton voor. Wethouder mevrouw Molengraaf: Wij hebben gevraagd of zij wil nagaan of zij drie ton kan realiseren. De heer Tekir: Dan snap ik het niet meer. Waar komt de overige vier ton dan vandaan? Wethouder mevrouw Molengraaf: Uit andere besparingen. Het sociaal domein is niet alleen maar Avres. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Nog even voor de zekerheid: gaat het bij Avres ook over bezuinigingen in de bedrijfsvoering, of ook op andere vlakken? Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik verwacht eerlijk gezegd dat het inderdaad vooral efficiënt werken zal zijn, maar dat weet ik nog niet helemaal.

Nogmaals: wij leggen u dat voor, zodat u het ook kunt beoordelen. Dan de parkeergelden; laten we het daar eens over hebben. Ik heb volgens mij al een keer eerder aangegeven dat ik op verzoek van het CDA aan de gang ben gegaan met het in kaart brengen van de balans tussen opbrengsten van straatparkeren en parkeergarages: waar leiden we verlies op, waar verdienen we op? We hebben daar een themasessie over gehad in het college, waarvan ik u ook op de hoogte heb gesteld, en ik heb u toen ook al toegezegd dat wij na de zomervakantie zo’n themasessie ook met u als raad gaan organiseren. Maar daardoor wisten wij als college al wel dat de parkeergelden in Gorinchem eigenlijk best wel heel laag waren. We hebben gekeken naar vergelijkbare gemeenten, gemeenten als Goes, maar ook Dordrecht – Dordrecht is niet helemaal vergelijkbaar, maar Goes en nog een andere, die weet ik even uit mijn hoofd niet meer – , en zelfs als wij onze parkeergelden verhogen zoals we nu in de PPN voorstellen, zitten wij dan nog aan de lage kant. Dat gaf ons wel, met de uitdaging die in de perspectiefnota naar ons toe kwam, de overtuiging dat wij nu gelijk al daar ruimte konden vinden om een stukje van de puzzel op te lossen. Maar nogmaals: u krijgt daar na de zomervakantie alle ins en outs van. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg.

G - 43

Mevrouw Van Oversteeg: Toen de wethouder zei dat ze ons ervan op de hoogte zou hebben gesteld dat er een themasessie in het college was geweest, keken wij elkaar net verschrikt aan, want volgens mij is het in ieder geval voor ons nieuws dat daarvoor zo’n themasessie is georganiseerd. U gaf aan dat het na de zomer voor de raad zal worden gedaan en dat brengt ons wel in een lastig parket, want u geeft aan “vanuit dat inzicht hebben we het besluit genomen dat aan u voor te leggen”, maar u vraagt ons vanavond dat besluit te nemen zonder dat inzicht. Dat is naar mijn idee voor ons de verkeerde volgorde. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat snap ik, maar ik heb net aangegeven dat er ruimte was, dat we met vergelijkbare gemeenten best wel hele lage tarieven hadden, dus dat daar de ruimte in zat. Nou, dat is dan een stukje dat ik u vast kan verklappen. U vroeg net in uw bijdrage of wij daar inzicht in hebben. Ja, dat hebben wij en dat gaan we met u delen. Dat is wat ik u kan toezeggen, maar u zult ook begrijpen dat, op het moment dat je met een perspectiefnota zit en zo’n gat, je alle ruimte die je kunt inkoppen ook inkopt. Mevrouw Van Oversteeg: Daarop zal ik uiteraard in tweede termijn ingaan, maar wat ik heel belangrijk vind voor het nemen van een goed besluit door de raad, is dat ons eerst de onderbouwing daarvoor wordt voorgelegd.

Ik snap heel goed wat de wethouder zegt, maar ik denk dat, als zij nog op deze stoel had gezeten, zij hetzelfde zou hebben gezegd. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat weet ik niet en dat zullen we ook nooit weten! Volgens mij heb ik hiermee de vragen gehad die ik op mijn lijstje had staan. Dan ga ik nog even kijken wat ik zelf opgeschreven had. Door de VVD is een vraag gesteld over de motie fietssnelweg. Wij hebben dat, zoals toen gevraagd is, meegenomen in de uitvoeringsagenda van de mobiliteitsvisie. We hadden gedacht daarover aan het eind van het jaar al het een en ander aan u te kunnen meedelen, maar dat wordt begin 2025. En dan zal het ook niet meer zo heten, maar een andere naam hebben. Het is nog even spannend welke naam dat is, want dat heb ik niet doorgekregen. Vragen zijn ook gesteld over de fietsveiligheid rond de scholencampus. Dat blijft, merk ik, een zorgpunt in deze raad. De Haarsekaden moeten opgeleverd zijn voordat ‘t Gilde opengaat. De Haarweg is voor een stukje waar veel fietsers over gaan al aangepakt en ik heb u ook aangegeven dat de omlegging van de Hoogbloklandseweg die in de plannen voor het bedrijventerrein Groote Haar opgenomen is, naar voren is getrokken. We gaan onze uiterste best doen om te zorgen dat daar een vrijliggend fietspad komt, dat aansluit op de Mollenburgseweg.

En dan hebben we volgens mij het uiterste gedaan voor de fietsveiligheid rondom de scholencampus. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Ik wil even reageren op wat de wethouder zei over de motie fietssnelweg. Hartelijk dank dat dat in 2025 wordt meegenomen. We laten ons graag verrassen door de nieuwe naam, maar we vroegen ons wel een beetje af waarom de naam fietssnelweg niet voldeed. Wat is de reden daarachter? Wethouder mevrouw Molengraaf: Het antwoord daarop moet ik u echt schuldig blijven, maar ik zal kijken of ik dat voor de tweede termijn nog te weten kan komen. Ik G - 44

kan me niet voorstellen dat de ambtenaar die daarover gaat het niet sexy vond, want zo’n type vind ik het niet, maar ik ga dat na voor u! Door de ChristenUnie/SGP zijn vragen gesteld over knooppunt Gorinchem: of daar gekeken kan worden of het een 80 km-weg kan worden. Ik pak er de beantwoording even bij, zodat ik echt niks vergeet, want het is best ingewikkeld. Er zijn niet heel veel rijkswegen waarvoor een 80 km-limiet geldt. Normaal gesproken is het 100 km overdag en 130 in de avond, tenzij zo'n rijksweg te gevaarlijk is voor 130; als de ruimte ontbreekt, is het altijd 100. Die 80 km is eigenlijk maar op een paar plekken en dan heeft het altijd te maken met het feit dat niet aan de milieunormen kan worden voldaan, of dat de verkeersveiligheid in het geding is. Ik bespaar u een verder technisch verhaal. Mijn collega De Boer en ik vinden het wel een hele leuke uitdaging, omdat, als de A27 op de schop gaat, de snelheid verminderd zal worden, al is nog even niet helemaal duidelijk of dat naar 90 km of naar 80 km gaat. Maar het lijkt ons wel de moeite waard om dat aan te grijpen om eens te kijken hoe dat met die luchtkwaliteit zit en het geluid, of we daar metingen op kunnen doen die ook resultaten hebben waarmee we wellicht iets kunnen aantonen. Dus de suggestie nemen we in die zin mee, dat we te zijner tijd zullen bezien of we daar wat aan metingen kunnen doen. Voorzitter.

Hiermee meen ik de meeste vragen wel te hebben gehad. Mocht dat niet zo zijn, dan hoor ik dat vanzelf. Ik kom nu bij een hele stapel moties en amendementen waar ik me doorheen moet werken. Allereerst wil ik even reflecteren op het voorstel van D66. Ik vind het aan de ene kant wel mooi: u hebt er werk in gestopt en u hebt ook voor dekking gezorgd; dat vind ik netjes. Toch denk ik, en daar begon ik mijn verhaal al mee, dat wij als college een poging hebben gedaan om in deze PPN een integraal en afgewogen verhaal neer te zetten, waarin we evenwicht gezocht hebben. Onze uitgangspunten verschillen, denk ik, eigenlijk helemaal niet van de door u geformuleerde uitgangspunten, dus daar vinden we elkaar op. Maar u presenteert wel een aantal highlights – je zou ook ‘krenten uit de pap’ kunnen zeggen, maar dat vind ik een beetje vervelend klinken – waarbij u net even andere keuzes wilt maken, en die begrijp ik. Toch ga ik die niet aanbevelen, dat kan ik u alvast wel zeggen, en wat betreft de dekking zie ik ook wel wat risico’s, want u haalt in 2025 twee ton van het begrotingssaldo af en dat betekent dat we in 2028 bijna zeven ton minder in het begrotingssaldo hebben.

Volgens u kan de opgave voor citymarketing wel naar voren worden getrokken, maar wij doen dat juist gefaseerd, om de ontwikkeling bij citymarketing goed te kunnen volgen en rekening te houden met de ondernemers en het behoud van het toeristisch profiel van onze stad. Want ook: hoe minder toeristen, hoe minder toeristenbelasting, dus we willen dat echt gefaseerd doen. Verder geeft u een verhoging van de toeristenbelasting als dekking aan. De toeristenbelasting is nu een maand en 11 dagen oud. Wij hebben een heel conservatieve inschatting gemaakt van wat ons dat gaat opleveren, maar we weten dat eigenlijk nog niet, dus wij vinden het eigenlijk ook wel een enorm risico om te zeggen, “nou, ondanks dat we nog geen ervaringscijfers hebben, gaan we daar op nog veel meer inkomsten rekenen en gaan we dat ook verhogen”. Met hoe het er nu in zit, houden we rekening met de landelijke trend en als je dat extra gaat verhogen, wijk je daar dus vanaf. En onttrekking aan de ICT-reserve betekent wel iets voor de kwetsbaarheid van de bedrijfsvoering, dus daar zou ik ook echt niet voor willen pleiten.

G - 45

De heer Tekir: Voorzitter, als ik daar even op mag reageren. . . . De voorzitter: Ga uw gang. De heer Tekir: Deze mate van kritiek op de drie ruimtegevers die wij hebben gevonden en die al in de begroting stonden, heb ik nog niet in de raad gehoord op alle bezuinigingen die u heeft voorgesteld. Het zijn wel allemaal voorstellen die u zelf ook al doet, en die we daarmee naar voren halen. Het perspectief is nog steeds sluitend. Natuurlijk zijn er plussen en minnen, maar dat is vanzelfsprekend als je andere keuzes maakt. Maar wat is daaraan ongunstiger, als er gewoon twee sluitende begrotingen liggen? Wethouder mevrouw Molengraaf: Nou ja, het begrotingssaldo wordt ongunstiger, terwijl ik in mijn korte loopbaan als wethouder over het algemeen wel weet dat je meer tegenvallers dan meevallers hebt. Als je het begrotingssaldo van 2025 dan bekijkt, blijft er € 27.000 over, terwijl dat 2,5 ton is als we de PPN vaststellen zoals die voorligt. Daar zit wel een verschilletje en iets meer ruimte om eventuele tegenvallers nog te kunnen dragen. Ik wijs u op het risico daarvan en ik zou dat risico niet aan willen gaan, ook omdat ik denk dat het niet nodig is. Als ik uw amendementen, voor zover ze mijn portefeuille betreffen, doorloop, wil ik gelijk ook de motie over de gehandicaptenparkeerplaatsen er even bij pakken, want ik denk dat hier sprake is van een misverstand.

Wij doen helemaal niets met de gehandicaptenparkeerkaarten, die blijven gewoon zoals ze zijn. Het gaat hier om mensen die een gehandicaptenparkeerplaats aanvragen op kenteken. Daar maken wij kosten voor en tot nu toe zijn wij een van de weinige gemeenten die daar niks voor rekenen, terwijl je ook zou kunnen zeggen: een inwoner vraagt een dienst van ons, zoals bij het aanvragen van een paspoort of wat dan ook, en daar betaal je normaal gesproken leges voor. Ja, dit zijn mensen die gehandicapt zijn en toch is onze indruk niet dat deze mensen allemaal minima zijn. Het zijn vaak ook ouderen die zo’n bedrag prima kunnen betalen. Wij maken als gemeente daar kosten voor, dus principieel vind ik het niet onjuist om die kosten te berekenen, waarbij ik gelijk aangeef: als het mensen betreft met een handicap die dat financiële plaatje niet rond kunnen breien, kunnen we natuurlijk altijd gebruik maken van een hardheidsclausule, om te zorgen dat zij wel die plaats krijgen en niet dat bedrag hoeven te betalen. Maar dat ligt anders bij mensen die het prima kunnen betalen en een dienst vragen van de gemeente waarvoor wij kosten moeten maken. Ik hoop dat dit in uw overweging enige helderheid geeft. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Voorzitter, even voor alle helderheid: ik denk dat we het allemaal over hetzelfde hebben.

Dat is dan iets wat we moeten aanpassen in het amendement: dat het over parkeerplaatsen gaat in plaats van kaarten. Juist omdat het om zo’n laag bedrag gaat, zien wij de meerwaarde er niet van om dit nu op te nemen, omdat we juist willen dat de mensen die kwetsbaar zijn, in de zin van hun mobiliteit, geen drempel ervaren om bijvoorbeeld een auto aan te schaffen. Het is juist dat die mensen die op een x aantal meters van hun huis een parkeerplaats willen, omdat ze geen standaardplek hebben voor hun huis, dat we die blijven geven. Ik snap wel dat u een hardheidsclausule benoemt,

G - 46

maar laten we vooral de stad blijven waar inclusiviteit voorop staat en dat we daar geen financiële. . . . Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, die snap ik ten dele wel, maar tegelijkertijd: dit zijn mensen die al een auto hébben, hè, anders ga je niet zo’n plaats aanvragen. Mevrouw De Groot: Ja, dat klopt, maar juist dat ze dat behouden en dus hun onafhankelijkheid behouden, dat vinden wij heel erg belangrijk. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, en tegen de mensen die het kunnen betalen, zeggen we: nou, je vraagt een dienst van de gemeente, daar hangt een prijskaartje aan. En dan zijn we nog relatief laag, want buurgemeenten vragen veel meer. En voor mensen die het niet kunnen betalen, lossen wij het op. Nou, daar lijkt me niks mis mee, en dat het bedrag dan klein of groot is: ja, we dichten er niet het gat mee, maar waarom zouden wij het niét doen? Die vraag kun je ook stellen. De voorzitter: De heer Roeland. De heer Roeland: Ja voorzitter, om de wethouder wat te steunen, ik heb het nagezocht: de gemeente Arnhem zit op € 70, erg laag voor dit soort privéparkeerplekken voor de deur op kenteken voor gehandicapten, de gemeente Zutphen € 375, de gemeente Amsterdam € 394, Oisterwijk, een vergelijkbare gemeente, € 362, waarbij als je gaat verhuizen naar een andere plek, daar ook kosten voor berekend worden en als je een andere auto neemt, daar ook kosten voor berekend worden.

De voorzitter: Wat is uw conclusie? De heer Roeland: Nou, dat ik het eens ben met de wethouder om hier geld voor te vragen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Net als de heer Roeland heb ik ook om me heen gekeken naar andere gemeenten. Ik ga geen bedragen noemen, maar ik heb wel hier en daar gezien dat bij enkele gemeenten de parkeerkaart, of de parkeerplaats – om het even duidelijk te maken – onder de Wmo valt. Hoe is dat bij ons? Is het net als voor de scootmobiel en de traplift bij de Wmo te regelen? Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat weet ik niet en mijn collega weet het ook niet; dat gaan we even na. De voorzitter: Dank u wel. Vervolgt u uw betoog. Wethouder mevrouw Molengraaf: Er zijn ook vragen gesteld over de indexering voor de maatschappelijke organisaties voor prijsstijgingen. Eigenlijk behandelen wij de maatschappelijke organisaties net zoals wij onszelf behandelen, namelijk: we indexeren wel op personele kosten, maar niet op de prijsstijgingen. Onze inschatting is dat maatschappelijke organisaties dit in principe zouden moeten kunnen opvangen. De contacten met partners in de stad zijn hecht, is mij verzekerd, en gezamenlijk wordt de vinger daarover aan de pols gehouden. Dus ik zou dat amendement willen ontraden.

G - 47

De voorzitter: De heer Boutachkourt. De heer Boutachkourt: Even een kort vraagje over de indexatie voor de maatschappelijke organisaties. Zijn deze maatschappelijke organisaties ook al op de hoogte? Wethouder mevrouw Molengraaf: Zeker, daar worden de gesprekken mee gevoerd en zij moeten natuurlijk op de hoogte gesteld worden omdat zij daar ook actie op moeten ondernemen. Dat is met de subsidieontvangers net zo. De heer Tekir: Voorzitter, dat verbaast mij, want eerder vroegen wij om welke organisaties het zou gaan en daar was geen antwoord op. Maar welke organisaties zijn dat dan? Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik kan me niet herinneren dat ik die vraag heb gehad. Ik ken de organisaties ook niet uit mijn hoofd, maar ambtelijk is er contact. De heer Tekir: U weet wel dat er gesprekken zijn geweest, maar niet met wie, met welke organisaties? Wethouder mevrouw Molengraaf: Nou, met de organisaties die het betreft lijkt me. De heer Tekir: Ik vind het toch wel opvallend dat u weet dat er gesprekken zijn geweest, maar niet met wie. Wethouder mevrouw Molengraaf: Nou ja, ik voer die gesprekken niet allemaal zelf en die organisaties vallen ook niet allemaal binnen mijn portefeuille. De heer Tekir: Nee, maar het is natuurlijk wel essentieel om te weten om welke organisaties het gaat. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik kan u een lijstje doen toekomen als u dat wilt.

De voorzitter: Bij dezen Wethouder mevrouw Molengraaf: De fietsknelpunten, de top-10 helemaal uitvoeren. Voorzitter. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het grootste fietsknelpunt dat we allemaal kennen, namelijk Eike’s Hof. Dat gaan we aanpakken. En dat is wat ons betreft ook degene met de meeste urgentie, en zo is er nog één – de plek daarvan ben ik even kwijt, maar als u die graag wilt weten, zal ik proberen die in tweede termijn te benoemen. De meeste andere worden meegenomen in herinrichtingsplannen van wegen, zoals de Haarsekaden en de Banneweg, of ze zijn vanuit de ambtelijke organisatie als minder urgent bestempeld, waarbij we ook zeggen tegen elkaar: ja, we kunnen ze ook niet allemaal tegelijk uitvoeren, dus wij schatten in dat we op dit moment al die andere fietsknelpunten even kunnen laten rusten. Ik vind het wel bijzonder dat u daarvoor de reserve onderwijs wilt aanwenden, voor een klein deel, maar goed, dat is uw keuze. Wat mij betreft gaat er niks mis met de fietsveiligheid als we de voorstellen zoals nu in de PPN zitten gewoon doorvoeren. De voorzitter: De heer Tekir. G - 48

De heer Tekir: Ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat er ook fietsende scholieren zijn en die verdienen alle veiligheid onderweg. Vandaar de koppeling. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik heb u net aangegeven hoe we bezig zijn met bijvoorbeeld de fietsveiligheid rondom ’t Gilde en dat we Eike’s Hof gaan aanpakken. Volgens mij hebben we dan al een paar fietsroutes van scholieren te pakken. Dat blijft onze aandacht hebben, maar wij denken niet dat we in gebreke blijven als we de andere fietsknelpunten qua urgentie wat naar achteren schuiven. De heer Tekir: Maar wat zegt dat dan over die top-10? Kijk, die top-10 is ooit geïnventariseerd omdat dat gewoon allemaal, een voor een, knelpunten zijn. En nu maakt u een keuze vanuit een financiële noodzaak. Dat snap ik vanuit die optiek, maar om dan die drie punten te degraderen als in: “ja, maar het is toch niet urgent”, of “het is toch een kleiner knelpunt”, vind ik lastig. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat zijn uw woorden. Overigens: op het moment dat we een fietsknelpunt afhandelen, komt er weer een ander naar boven, hè? Dus de lijst is langer dan die tien. Deze tien zijn als “die zouden we willen aanpakken” gedaan en daarvan wordt een aantal gewoon al meegenomen. Wij denken dat we de meeste eigenlijk wel gedekt hebben en dat dit gewoon niet nodig is. De urgentste pakken we aan.

We kunnen niet alles tegelijk en inderdaad moeten we ook financieel even goed kijken wat we wel gaan doen, wat niet en op welke termijn. Dat is mijn reflectie op dat amendement. Ik heb net het een en ander gezegd over de zeven ton voor het sociaal domein. Een verlaging daarvan lijkt me dus niet handig. Laten we mikken op die zeven ton. . . . De heer Tekir: Voorzitter, daarover nog: dat werd me niet helemaal helder. Van die zeven ton komt dus drie ton bij Avres als taakstelling. . . . Wethouder mevrouw Molengraaf: Nee, nee, ik heb gezegd dat wij aan Avres gevraagd hebben of zij drie ton kan realiseren. Het is dus nog maar afwachten of haar dat lukt. Ik heb er wel goede hoop op, maar daar hebben we nog niet de finale klap op kunnen geven. De heer Tekir: Oké, maar het ligt voor. Waar wilt u dan voor het restant de klap op geven? Waar komen die taakstellingen te liggen? Wethouder mevrouw Molengraaf: Uit het hele brede sociale domein. De heer Tekir: Maar u hebt daar vast al over nagedacht. Het is een substantieel bedrag van vier ton. Wethouder mevrouw Molengraaf: Wij hebben een taakstelling op het sociaal domein, dat hebben we nog lang niet allemaal ingevuld. Ik heb net gezegd dat we dat richting de begroting verder met u gaan uitwerken. De heer Tekir: Dat vind ik dan toch ingewikkeld.

U hebt over vier ton structureel niet nagedacht waar dat precies gaat vallen, behalve het al brede sociaal domein, en u denkt wel dat ruimtegevers die we naar voren halen niet mogelijk zijn, terwijl klip en klaar duidelijk is waar het vandaan gaat komen. Wat is hier nou onverantwoord?

G - 49

Wethouder mevrouw Molengraaf: U legt mij nu woorden in de mond. Ik heb het woord ‘onverantwoord’ niet gebruikt. . . . . De heer Tekir: Ik stel de vraag even, voorzitter: een taakstelling waarvan je niet weet. . . De voorzitter: Maakt u uw vraag af, mijnheer Tekir. De heer Tekir: Een taakstelling inboeken waarvan je niet weet waar die gaat landen, vind ik financieel riskanter dan dat je nu vooraf wel een duidelijke keuze maakt en weet van: dat is het gevolg en daar gaan we voor. De voorzitter: De wethouder geeft nu haar zienswijze. Wethouder mevrouw Molengraaf: Het is een taakstelling op het sociaal domein. Het sociaal domein is heel breed. We hebben Avres gevraagd te onderzoeken of ze drie ton kan realiseren. We hebben zelf, heb ik net richting de SP aangegeven, besloten niet te bezuinigen op de allerzwaksten en dus moet het uit andere takken van het sociaal domein komen, wat vrij breed is, en dat gaan we aan u voorleggen, Maar dat heb ik nu niet allemaal op mijn netvlies, want het is een taakstelling die we richting de begroting uitwerken. Dat is het verhaal. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. Wethouder mevrouw Molengraaf: De Partij van de Arbeid heeft een amendement ingediend, ‘Bescherm de sociale reserve’. Dat doen we. We beschermen hem niet alleen, we monitoren hem ook.

U hebt daar een overzichtje van gekregen tot 2028, waaruit volgens mij helder is dat er in al die jaren meer dan 5 miljoen euro in de reserve sociaal domein blijft zitten. Hoe komt dat nou? Omdat we afgesproken hebben dat wat in het sociaal domein zit, in het sociaal domein blijft. Dus alles wat daar over is, gaat in die reserve. Maar we kunnen er bijna nooit uit putten, want dingen die structureel zijn mogen er niet uit. Er zijn allerlei regeltjes voor en u ziet ook dat er eigenlijk maar heel weinig uit die reserve sociaal domein gehaald wordt. Ik zeg wel eens: het is een vloek en een zegen, want het is fijn dat we hem hebben voor echte noodgevallen, maar soms kom je erachter dat het toch via de algemene reserve moet lopen, en als daar dan van overblijft, gaat het terug naar het sociaal domein en niet naar de algemene reserve. Dus het is een ingewikkeld verhaal. Het lijkt me goed dat in één van de werksessies door de mensen die daar echt heel veel verstand van hebben goed te laten uitleggen. Ik snap de reflex heel goed, maar ik hoop dat u ook onder andere door dat staatje het vertrouwen hebt dat wij echt zorgen dat er genoeg in het sociaal domein blijft zitten.

Collega Dansen en ik worden elk kwartaal bijgepraat over hoe het ermee staat, want wij willen geen onverantwoorde dingen doen, maar we willen ook niet dat er in een reserve geld geparkeerd staat dat we in zouden kunnen zetten voor de stad en dat we in willen zetten voor de stad, maar dat we daar laten staan omdat er een labeltje ‘sociaal’ aanhangt, terwijl er genoeg in die reserve zit. Dus ik zou dit amendement niet willen aanbevelen. Dan: de OZB is geen sluitpost. Nou, dat is het zeker niet, maar het is wel een substantiële post als je geldnood hebt, en zoals u ziet in de PPN, doen we dat enkel voor 2025. Wij hebben niet de intentie om dat voor 2026 te doen. Rampen en slagen kunnen we allemaal niet voorzien, maar zoals u ziet in de PPN, doen we dat voor 2025. G - 50

U geef in uw motivatie ook iets aan over de huizenprijzen, maar de techniek van de OZB is juist dat, als de huizenprijzen stijgen, je stuurt op de uitkomst die je wilt hebben. Dus als de huizenprijzen stijgen, heeft dat geen effect, omdat je dan de tariefsverlaging toepast, dus de huizenprijzen hebben hier niet mee van doen. Het is niet zo dat we, als we de OZB niet zouden verhogen, vanwege de huizenprijzen een grotere opbrengst zouden hebben. Maar het lijkt me goed ook dat een keer goed door te akkeren, want ik kan dit wel vertellen, maar de mensen die er echt verstand van hebben, kunnen u daar nog beter in meenemen. Ik hoop dat u gerustgesteld bent, dat wij van zin zijn om voor één jaar de OZB met deze extra verhoging te verhogen. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Dank u wel, voorzitter. Twee vragen naar aanleiding van dit punt. Eén: benoemt de wethouder daarmee het amendement als overbodig? En twee: hoe kijkt de wethouder naar een eventuele relatie tussen verhoging van de OZB en toename van het aantal bezwaren? Wethouder mevrouw Molengraaf: Eigenlijk denk ik dat wij het met deze motie eens zijn. Wij hebben niet de intentie om hem voor 2026 met weer zo’n extreme verhoging te verhogen, gewoon vanaf dan alleen trendmatig, ook omdat, en dat is hier ook al gememoreerd, deze forse verhoging alle jaren doortelt; daar hebben we dus alle jaren profijt van.

Wat betreft de bezwaarschriften, ja, dat aantal groeit eigenlijk elk jaar, of je nou nog meer verhoogt of niet. Wij hopen dat met onze toetreding tot de BSR daar wellicht ook wat rust in komt, maar dat is nooit helemaal te voorspellen. Die bureautjes verkondigen dat je honderden euro’s kunt besparen door bezwaar te maken en er zijn toch nog heel veel mensen die daarop ingaan. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe je daarop moet sturen. Het lijkt me een slecht idee om te zeggen: nou, we zijn zo bang dat we zoveel van die bezwaren krijgen, dan moeten we het maar niet verhogen, want dan denken we dat het minder is. Ik weet niet of er een directe relatie is. Mevrouw Van Oversteeg: Dat suggereer ik ook niet wat de wethouder nu aangeeft. Ik suggereer niet dat je het daarom maar niet moet doen. We hebben een bezuinigingsopgave met elkaar te doen, die moet ook voor een groot deel uit de efficiency van de organisatie komen en dan vind ik het een relevante afweging of we daar een relatie in zien, ja of nee. U zegt: niet per se, want hij stijgt toch al. Dat is wat ik u hoor zeggen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Met deze toevoeging begrijp ik u beter. Ik denk dat dat ook bij de BSR afgevangen wordt. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Een korte verduidelijkingsvraag.

U geeft aan dat de huizenprijzen geen invloed hebben, maar de huizenprijzen zijn toch juist de grondslag voor de OZB? Ik ben even benieuwd hoe die redenatie nou zit. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat is best een beetje ingewikkelde systematiek. . .

G - 51

De voorzitter: U hebt net aangegeven dat daar nog nadere uitleg over komt. Dat kunnen we beter niet doen in deze algemene beschouwingen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik kan even kijken of ik er in tweede termijn nog wat meer over kan zeggen, maar laat ik het zo zeggen: het punt is dat de huizenprijzen daar niet per se van invloed op zijn. Dat zegt u in uw motie wel, en dat doet er verder niet zoveel toe, maar dat heeft niet per se invloed op de meeropbrengst. “Maak van Kweeklust weer een visitekaartje”. Dat gaan we doen, dus u wordt op uw wenken bediend. Vanaf het moment dat we als college hebben gezegd dat we Kweeklust niet zouden gaan doen, althans niet de uitbreiding, hebben we gezegd: en wat kunnen we daar dan wél gaan doen? Daar zullen we niet alles kunnen doen, want ook daar geldt dat de financiën beperkt zijn, dus binnen de financiële mogelijkheden en binnen de fysieke mogelijkheden en onmogelijkheden willen we daar puzzelen om in ieder geval het aanzicht van de parkeergarage op te knappen. Ik stel voor dat we u in een RIB informeren over wat we daar precies van plan zijn. Niet alles wat u genoemd hebt zal wellicht kunnen. Dan is er een motie van het CDA over de oversteekplaats voor voetgangers in de vesting, waarin gevraagd wordt te onderzoeken welke ingrepen nodig zijn om de onveilige of beperkte oversteekpunten te verbeteren.

Ik kan toezeggen dat we dat gaan doen en daarbij zoeken we natuurlijk de combinatie met onderhoud en al dat soort dingen meer. Last but not least rest misschien wel de meest ingewikkelde motie voor mij, die van Stadsbelang en Gorcum Actief over het vrachtverkeer in de Haarwijk. U vraagt zo spoedig mogelijk een vrachtwagenverbod in te stellen voor de gehele Haarwijk, of te komen met een alternatief, en zo nog wat punten. Heel eerlijk gezegd zit ik daar best wel mee in mijn maag, want we hebben de afgelopen weken / maanden terwijl het bouwverkeer daar toenam, heel veel klachten gehad waarop we hebben geprobeerd adequaat te reageren. Tegelijkertijd zijn de Haarsekaden de Haarsekaden, waar veel woningen staan die trillingsgevoelig zijn en gebeurt er in die wijk heel veel. Ik zie niet helemaal voor me dat we daar een algeheel vrachtwagenverbod kunnen afkondigen, want de winkels moeten bevoorraad worden, er zijn allerlei ontwikkelingen in die wijk en als ze niet over de Haarsekaden mogen, moeten ze via de Mollenburgseweg, waarvoor ongeveer hetzelfde verhaal geldt. Dus ik worstel hier heel erg mee. Ik begrijp heel goed, want ik woon zelf ook in die buurt, dat, als je een huis hebt aan de Haarsekaden dat niet onderheid is, je elke keer je hart vasthoudt als er zo’n vrachtwagen doorheen dendert.

We zetten er handhaving op, we proberen, als we foto's van inwoners krijgen, de bedrijven, de aannemers aan te spreken van wie de vrachtwagens zijn. Dus we zetten alles op alles om daar de overlast te verminderen. Bij de inrichting van de Haarsekaden gaan we ook specifiek borden neerzetten dat het vrachtverkeer, en misschien kunnen we die al eerder neerzetten, rekening moet houden met de trillingen. Maar ja, de overlast is helaas reëel en ik zie niet voor me hoe realistisch een algeheel vrachtwagenverbod daar is. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik snap het. Het is een rigoureus voorstel, om het zo te noemen. U snijdt net overigens de Mollenburgseweg aan, maar in mijn beleving valt die er ook onder, dus dan zou ik daar ook geen vrachtverkeer willen hebben. Er wordt gesproken over winkels. Ik denk dat we dan onszelf kunnen beperken tot de Lidl die G - 52

bevoorraad wordt. Volgens mij is een ontheffing voor een levering van de Lidl heel eenvoudig te regelen. Daarnaast, als we gaan bouwen, volgens mij hebben we dan gewoon partners waar we mee werken, dus ook die ontheffingen zijn te regelen, alsook de logische bouwroutes. En voor de rest heeft vrachtverkeer simpelweg geen bestemming in de Haarwijk. Dat is allemaal verkeer dat door de Haarwijk heen gaat om een sluiproute te nemen, of simpelweg de weg kwijt is, geen idee, maar op dit moment hebben we dus een bord te staan waarop wordt aangegeven ‘over 1 km mag je niet meer’, nou ja, dat is al een beetje vaag, want – iedereen heeft misschien die ervaring wl: als je aan het rijden bent op een navigatiesysteem, ben je niet zozeer aan het kijken ‘wat is het advies over 1 km?’, maar meer ‘wat is het advies op dit moment?’ – dan zijn dus die vrachtwagens al in de wijk, die rijden door, die komen inderdaad bij het vrachtwagenverbod op het moment dat het bij het viaduct is, of de brug over de A15, en dan is het te laat. Ik ben zelf geen vrachtwagenchauffeur, maar ik zie ze vaak manoeuvreren. Ja, dan is het onmogelijk om nog een andere keuze te maken, dus die rijden inderdaad door. Volgens mij is dit allemaal dus heel eenvoudig op te lossen door een vrachtwagenverbod. Ik snap dat het misschien lastig is uit te voeren, maar we bieden ook de keuze van: of kom met een werkbaar alternatief.

Er zijn al meerdere keren geweest, alsook dat ik een beetje sceptisch ben op het moment dat ik weer hoor dat we gaan handhaven, want, nou ja, op 2 mei hebben we ook al vragen gesteld en toen was het antwoord daarop ‘nee, we hebben geen controles meer uitgevoerd’. Dus ik wil dat wel even aangeven. Dat valt dus wel tegen en dan zijn bewoners die trillen in hun woning, niet geholpen met een opmerking – ik heb ook de brieven binnengekregen, want we krijgen heel veel reacties binnen – over smileys. Daar worden ze niet blij van. De voorzitter: U heeft uw punt gemaakt. Dank u wel. Wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, voorzitter, ik heb die beantwoording er ook even bij gepakt. Er is ooit een vraag gesteld over bepaalde handhavingsacties. Die doen we niet meer, omdat na een halfuur iedereen weet dat mensen daar staan en gaan ze het ontwijken, dus we doen dat veel gerichter. Bedrijven worden er ook op aangesproken dat ze daar niks te zoeken hebben en toch – ja, ik praat maar na wat ik aangereikt heb gekregen – heeft het meeste vrachtwagenverkeer dat daar is wel een bestemming. En als je dan met allerlei ontheffingen moet gaan werken, is dat best heel ingewikkeld. Ik wil u best toezeggen dat wij nog eens gaan puzzelen hoe we zo goed mogelijk tegemoet kunnen komen aan deze motie, maar zoals al zei: ik ben bang dat het echt een hele ingewikkelde is.

Ik weet ook helemaal niet of een vrachtwagenverbod juridisch kan, dus dat zou ik dan echt ook even na moeten vragen. De heer Klein: Indien dat heel lastig of onmogelijk is, bieden we ook de ruimte in de motie om met een alternatief te komen. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de inbreng van mevrouw Molengraaf. Dan ga ik verder met wethouder Polatli namens het college. Wethouder Polatli

Wethouder Polatli: Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de vraag van Stadsbelang met betrekking tot de bijplaatsingen. Het college ziet in de periode voor en na invoering van G - 53

diftar dezelfde aantallen van hotspots waar regelmatig grofvuil naast de container staat. Er zijn verschillende redenen waarom mensen dit doen. Er zijn daarom ook verschillende gedragsinterventies die worden toegepast: informatie op containers, kennis, milieucoaches en handhaving. Effecten van interventies vragen om tijd. De huidige interventies zetten we voorlopig nog in. We meten het aantal hotspots en kijken daarna welke interventies nog meer mogelijk zijn. Hierbij wordt intensief samengewerkt. Sinds kort is daarbij ook de afdeling wijkbeheer intensief betrokken en komt er een deur-aandeur-aanpak die nog wel op moet starten. De milieucoaches en handhavers van Waardlanden en medewerkers van POORT6 zijn hierbij nu al betrokken, maar men is bezig met een nog sterkere samenwerking; in plaats van daar nog meer geld in te steken, nog meer samenwerken. Dan heb ik een vraag gehoord over wegbeheer: moeten we bang zijn voor nog een lijk uit de kast op een ander domein? Hoe kan het dat we er nu pas achterkomen dat we achterlopen op het wegenonderhoud? Dat is om de volgende reden: de motie ‘inventarisatie ongedekte vervangingen kapitaalgoederen’ van 4 november 2021 heeft ertoe geleid dat deze kapitaalgoederen en vervangingen aan het licht zijn gekomen. De voorzitter: De heer Klein.

De heer Klein: Dan misschien een verduidelijkingsvraag: is dat een heel lang onderzoek geweest, of hebben we die motie niet op kunnen pakken, of hadden we het misschien al wel twee jaar eerder mee kunnen nemen en de kosten kunnen smeren? Wethouder Polatli: Ja, daarna kost dat even tijd en is er op wegbeheer iemand aangenomen . Zoals u in I&O ook heeft gezien, was dat geïnventariseerd. Dat kost tijd inderdaad. De Partij van de Arbeid vroeg of de wethouder al gesprekken gevoerd heeft over de kosten van het zwembad en of er gesprekken gevoerd zijn met de Stichting Leergeld. Er is al een samenwerking met de Stichting Leergeld, die met name is gericht op zwemlessen, zwemveiligheid en in het verleden ook op de zomerabonnementen. In de beantwoording van de schriftelijke vragen over de zomerabonnement op 30 mei van dit jaar is toegezegd dat we in gesprek gaan met SGS om alternatieven te onderzoeken. Dit gesprek moet nog plaatsvinden. Een intensievere samenwerking met de Stichting Leergeld kan een mogelijkheid zijn. Dit vergt wel de nodige gesprekken en dit kost daarom ook tijd. Het nieuwe tarief echter komt meer in de buurt van een marktconforme prijs, maar is nog steeds relatief laag in vergelijking met andere vergelijkbare zwembaden. Dat is een feit. De heer Klein: Voorzitter, sorry, daar ben ik weer. Het ging net over het zwembad.

Ik vroeg me in dat licht ook af – ik weet niet of wethouder Polatli dit kan beantwoorden of dat ik dan bij een andere wethouder moet zijn – hoe het dan staat met de Gorcumpas. Dat vind ik een heel interessante in dit kader. Wethouder Polatli: De Gorcumpas zit in de portefeuille van mijn collega, die nu snel wegloopt. Maar hij komt erop terug. De vragen van ChristenUnie/SGP. Het lijkt erop dat op de middenberm van de Banneweg alle heesters zijn verwijderd. Dat klopt. Ik zie daar nu vooral grasstroken, hebt u gezegd. Blijft onze Gorcumse Champs Élysées deze sobere uitstraling houden, of krijgt de G - 54

middenberm van de Binnenweg na vernieuwing in de volgende fase weer een wauwfactor? Nou, ik kan u vertellen dat dat in ieder geval minimaal een wauw-factor gaat worden. Bij het eerste gedeelte van de Banneweg, vanaf de A15, is ervoor gekozen om de middenbermen te voorzien van een gazon, net als vroeger, met bloembollen. Dit geeft in de maanden januari tot en met juni, dus best een groot gedeelte van het jaar, een ruimtelijk, gevarieerd en bloemrijk beeld, juist niet sober, maar inderdaad de wauwfactor, die bovendien een belangrijke bijdrage levert aan biodiversiteit in de vorm van voedsel voor diverse insecten. Het is de bedoeling dat het tweede gedeelte ook op deze manier wordt ingericht. Daarnaast is dit type groen op een meer verkeersveilige manier te beheren, zonder dat we deze hoeven af te zetten om het te onderhouden. Dus misschien wordt het wel mooier dan de Champs Élysées! De vragen van Gorcum Actief. De stadswallen goed onderhouden, een prioritering daarvan, hoorde ik. . . . Mevrouw Hamann: Van de bestrating, voorzitter. Wethouder Polatli: Die bedoel ik. In het kader van de veiligheid is het niet strikt noodzakelijk om dit komend jaar op te pakken. In het kader van de uitstraling ben ik het met u eens. Onder voorbehoud van deze PPN wordt het grootonderhoud van de vestingpaden dit jaar al voorbereid, en we zitten bijna aan het reces.

We staan dus al in de startblokken daarvoor. In kwartaal 4 wordt het beleids- en beheerplan wegen voorgesteld aan de gemeenteraad, dus of je dan nog verder moet prioriteren, vraag ik me af. Hierin ziet u dan de opgave voor de komende jaren en de volgorde van de werkzaamheden, dus hij staat al aardig vooraan het lijstje om direct daarmee te beginnen. Volgens mij waren dit de vragen die wij hebben opgenomen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Polatli: Dan ga ik over op de amendementen en een motie ‘Behoud van kwalitatief groen’ van ChristenUnie/SGP, ‘right to challenge’. Met betrekking tot deze motie is de mogelijkheid om groen te adopteren al aanwezig. Dat kunnen mensen al doen. Dat is adoptiegroen, dan wordt er een tegel bij geplaatst, dat dat adoptiegroen en dan blijven de mensen van de gemeente, of de groenvoorziening, er vanaf. Over één onderdeel in de motie maak ik me een beetje zorgen, namelijk op het onderdeel om wijkbewoners actief de gelegenheid te geven. De reden hiervoor is dat daar heel veel tijd in gaat zitten en het risico dat erbij komt dat de besparingen niet worden gerealiseerd zoals we dat in de PPN zien. Het lijkt me goed om in de motie op te nemen dat het uitgangspunt wel blijft dat de besparingen zoals opgenomen in de PPN worden gerealiseerd.

In deze vorm raad ik het amendement af, maar als u hem aan kunt passen, dat we wel onze doelen willen halen en ons inspannen om actief te kijken of er meer mensen zijn die een stukje zouden willen adopteren, dan prima. De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Dank u wel voor deze terugkoppeling. De aanleiding was natuurlijk de zorg dat er op enig moment in wijken zomaar mooie perken worden gerooid om een bezuiniging te realiseren. Dat is in ieder geval aangegeven naar aanleiding van de I&O, G - 55

dat uiteindelijk heesters worden verwijderd en dat er gras voor in de plaats komt. De aanleiding is vooral: als mensen in de wijk weten dat dit eraan zit te komen, hoe kunnen we dan de verantwoordelijkheid eventueel aanspreken van mensen om een stuk onderhoud op te pakken, zodat voorkomen wordt dat ze uiteindelijk met een grasperkje geconfronteerd worden in plaats van met een mooi rozengazon? Wethouder Polatli: Ik kan me voorstellen dat het niet om die kleine stukken gaat, maar vooral om de intensieve onderhoudstukken, zoals die Banneweg, waar je echt tussen zou moeten schoffelen, of dat mee kunt nemen met het maaien, tenzij daar de tulpen en krokusjes groeien op dat moment. Los daarvan hebben we natuurlijk bij alles wat we doen een stukje participatie, dat we daar de mensen in mee kunnen nemen, en als zij de behoefte hebben om dat dan op dat moment wel zelf te verzorgen, dan zouden we dat natuurlijk kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel. Volgende punt. Wethouder Polatli: Dank u wel. Dan het amendement ‘Betaalbaar bommetje’ van Democraten Gorinchem. Met de verhoging houden wij zwemmen nog steeds betaalbaar. Dat lijkt op de vragen die ik zojuist heb beantwoord van mevrouw De Groot. Momenteel is de ticketprijs niet marktconform, maar laag in verhouding tot andere zwembaden.

Als college verwachten wij niet dat dit een effect gaat hebben op de bezoekersaantallen, omdat onder andere uit de Toekomstvisie Caribabad blijkt dat het zwembad populair is en goed wordt bezocht, ook nog eens dat het de moeite is om in de auto te stappen, niet eens uit de regio, maar vanuit Rotterdam, om naar het Caribabad te komen. Daarnaast bevat dit amendement geen financiële dekking. Sympathiek, maar overbodig. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Bij de voorstellen die wij doen heb ik aangegeven dat het meerjarenperspectief ruimte biedt, dus dat is in principe geen probleem. Waar ik benieuwd naar ben, is of dat u zich ervan bewust bent . . . , het wordt ongeveer een tientje, als ik me niet vergis, en je gaat met een paar kinderen daarnaartoe: bent u niet van mening dat het veel fijner zou zijn om een gezin in Gorinchem geleidelijk aan deze prijsstijging te laten wennen, in plaats van nou, wat is het: misschien wel 30% verhogen, als we alles bij elkaar optellen? Wethouder Polatli: Ja, nóg geleidelijker. Ik bedoel daar niet mee dat dit de eerste stap is van een nog verdere verhoging, maar een stap zetten en daarmee nog steeds de goedkoopste van de regio zijn. Ik denk dat het een reële prijs is en nog laag ligt op de markt. De heer Schefferlie: Maar we worden ook best duur hoor en je moet ook kijken naar de populatie van onze eigen stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=1959fadb-95a1-4e9e-a325-3d78ae90fb63