20231109 Concept Verslag raadsvergadering Gorinchem
Tekst van het document
aan de moderne eisen en aan het passend onderwijs waar we tegenwoordig voor staan, maar voor elk project, dus ook voor de Uilenhof, wordt een scenarioanalyse gemaakt voor het beste huisvestingsscenario en hieruit volgt dan of er sprake kan zijn van renovatie of vervangende nieuwbouw, waarbij u zich kunt voorstellen dat duurzaamheid hoog in het vaandel staat. Ondanks het feit dat Mevrouw Meijer een heel mooi beeld schetst van hoe dat allemaal zou kunnen, en wij ook op de hoogte zijn van haar manier van werken, verloopt een en ander binnen een gemeente nu eenmaal altijd via aanbestedingsprocedures. Op voorhand kunnen wij helaas niet een adviesbureau kiezen, maar wij hopen van harte dat zij daaraan mee zal doen. ‘Verenig ook de buitenstad’…. De heer Tekir: Voorzitter, ter verduidelijking: wat is het advies van het college bij die motie? Wethouder mevrouw Mager: Je kunt uiteraard voorstemmen, het enige is dat wij niet zomaar Mevrouw Meijer even kunnen opbellen om te vragen “wilt u eventjes een plan maken voor de Uilenhof?’, aangezien wij gebonden zijn aan investeringsspelregels. Het is overigens wel een mooie manier om te kijken naar oude schoolgebouwen; ik weet niet of u het filmpje heeft gezien, maar zij doen dat heel goed.
De heer De Pagter: Maar er kan toch een opdracht gegeven worden vanuit de school aan deze stichting om een verkennend onderzoek te doen naar renovatie? Wethouder mevrouw Mager: Ja, maar dan moet u niet bij mij zijn, maar bij de school. Zij zijn daar inderdaad niet aan gebonden. De manier waarop Mevrouw Meijer naar deze materie kijkt is er echt wel één om mee te nemen. Dus ja, een goed idee, alleen qua regelgeving kunnen wij niet zomaar zeggen “we gaan met dit bureau in zee”. Onze ondernemers zijn voortvarend van start gegaan met heroriëntatie op de organisatiegraad van de bedrijventerreinen. Momenteel is men in onze directe omgeving, bij onze buren Altena, Vijfheerenlanden, Sliedrecht, Hardinxveld, hier ook volop mee bezig. De best practices op dat gebied delen we met elkaar. Daarnaast is er intensief contact met de ondernemers zelf, onder andere van IKG; de BIZ zoals we die in onze binnenstad hebben, is een mooi voorbeeld. We faciliteren dit initiatief en als het draagvlak binnen de ondernemers op orde is, is eerdere invoering dan zoals nu gepland in 2025 mogelijk. Dat zou dus betekenen dat het halfjaar, dus 2024, binnen bereik zou liggen. Binnen de begroting zijn middelen aanwezig om ondernemersinitiatieven als deze te steunen en daarbij zet ons bedrijfsleven ook actief in op externe subsidiemogelijkheden, zoals bijvoorbeeld die van de provincie.
Over de exacte ondersteuning vanuit de gemeente zijn en gaan we nog in gesprek en we nodigen u van harte uit om volgende week in I&O hierover inhoudelijk verder te praten, onder andere met de ondernemersvereniging zelf. De herontwikkeling van de Lange Slagenstraat loopt. Het is inderdaad al jaren bekend dat dit een herontwikkelingslocatie is van onderwijsbestemming naar wonen voor doelgroepen. Er wordt hard gewerkt aan scenario’s voor dit gebied en een actualisatie van de rapporten uit 2019 hoort daarbij. We hadden de hoop dit jaar een participatietraject op te starten, maar vanwege de mede-afhankelijkheid van derden loopt dit wat uit en richten we ons op het eerste kwartaal van 2024. Ik hoop dat u daar als raadslid of omwonende uw J - 54
mening over kunt geven. Daarnaast hebben wij ook oog voor de huidige gebruikers van de gebouwen. Met hen zijn inmiddels gesprekken gaande, zoals afgesproken in de motie van Democraten Gorinchem van eerder. Ook de toerismebelasting kwam voorbij, om het zomaar te zeggen. Een toeristenbelasting is een wens van deze coalitie en past bij Gorinchem als toeristenstad. We zijn nog maar een van de 30 gemeenten in Nederland die deze belasting nog niet heeft ingevoerd. Samen met hoteliers zoeken we naar de meest optimale manier om deze belasting te innen en daarvoor bestaan in het huidige digitale tijdperk vele mogelijkheden. Eind deze maand zitten we met de hoteliers om tafel om hier met mekaar de meest passende manier voor te vinden. Voorafgaand daaraan is met hen persoonlijk telefonisch contact geweest en de reacties waren begripvol. Daarbij is ook aangegeven dat er een mogelijkheid is om een 1 op 1-gesprek te voeren en even de twijfels uit te spreken. Van deze optie is geen gebruikgemaakt. Eind deze maand gaan we dus kijken naar de optimale invulling en uitvoering hiervan. Mevrouw Hamann: Voorzitter, ik heb nog een aanvullende vraag aan de wethouder. Hoteliers, ja, dat is goed, maar er zijn ook Bed & Breakfasts, we hebben een overnachtingshaven en camperplaatsen, dus er is nog zoveel meer, denk ik dan.
Wethouder mevrouw Mager: Dat klopt, ik heb hier staan: hoteliers, B&B’s, Airbnb’s, de jachthaven en campers, dus die zijn in beeld. We zitten nu nog in de opstartfase en zullen via een raadsinformatiebrief en te zijner tijd de vaststelling van de verordening bij u terugkomen. En toen werd de toeristenbelasting ineens gekoppeld aan arbeidsmigranten. Nou, dat lijkt mij wat onwenselijk, zeker in deze opstartfase. Maar arbeidsmigranten zijn belangrijk. Komend jaar loopt het project BRP (basisregistratie personen). Daar heeft u vorig jaar als raad geld voor beschikbaar gesteld en inmiddels is de projectleider gestart. Arbeidsmigranten zijn een onderdeel van onze samenleving en ze zijn belangrijk voor onze krappe arbeidsmarkt, maar hun positie is – daar refereerde u volgens mij al aan – kwetsbaar, zeker qua huisvesting. In het zojuist genoemde project brengen we huizen in beeld waarin op papier niemand woont, dus niemand geregistreerd is hier in huis, maar waar wel zichtbaar bewoning is. Verder zijn er ook nog veel verzoeken voor realisatie van shortstay en daarop wordt op het moment geanticipeerd. Ik houd u daarvan op de hoogte. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder De Boer. Wethouder De Boer
Wethouder De Boer: Dank u wel, voorzitter. Allereerst een ‘x’ aantal vragen over afval en afvalstoffenheffing. We kunnen met deze begroting en de verordening eigenlijk voor het eerst in een heel aantal jaren een lichte daling van de afvalstoffenheffing presenteren. In de afgelopen vijf jaar is die in totaal gestegen met bijna 65%, dat is echt fors. Nu is sprake van een daling van een kleine 15%, omdat je natuurlijk met een vast en een variabel deel werkt. Als je uitgaat van de aannames van hoe goed onze inwoners hun afval gaan scheiden, heb je ook nog eens 1,6%, maar als je het afzet tegen de stijgingen die we elke keer hebben gehad, is dat toch goed nieuws voor onze inwoners. In dat kader kan ik de vraag van Democraten Gorinchem over het uitstellen van diftar niet helemaal plaatsen. J - 55
Op het moment dat je namelijk gaat uitstellen, zoals bijvoorbeeld Vijfheerenlanden: die hebben een kleine € 25 extra bovenop hun afvalstoffenheffing, juist ook vanwege het uitstellen van die diftar, want anders zou je die stijging dus wel doorzetten. De heer Schefferlie: Voorzitter. Omdat het wat onduidelijk was, kan ik het misschien toelichten. Wij vroegen ons af of het al genoeg geland is, zeg maar, bij de mensen, hoe het nu werkt, dus of u informatie heeft over de werking van het pasjessysteem. Dat was onze overweging van: goh, zijn we er al aan toe?, bij wijze van spreken. Wethouder De Boer: Daar kan ik wel het een en ander over zeggen. Diftar begint natuurlijk pas 1 januari, maar het hele beleid bestaat uit een heel aantal elementen die inmiddels ook al een paar maanden draaien. Na het afsluiten van de ondergrondse containers hebben we eerst een korte fase gehad dat er wat meer bijplaatsingen waren, maar we zitten nu eigenlijk op een niveau lager dan vóór de afsluiting van de ondergrondse containers, dus het niveau van bijplaatsing is op dit moment lager dan de jaren hiervoor. We horen ook van de chauffeurs van Waardlanden dat de ondergrondse containers echt behoorlijk minder vol zitten. Het heeft er zelfs al toe geleid, bijvoorbeeld in Oost, dat de routes minder gereden gaan worden, omdat ze echt merken dat er minder in de ondergrondse containers zit.
Dus het doel van het afsluiten, het weren ook van inwoners uit andere gemeenten om ons heen die hun afval hier storten, lijkt heel goed te werken. Een van de redenen waarom we het ook deden was dat ook veel bedrijven storten op de ondergrondse containers. In de afgelopen maanden zijn al honderd nieuwe bedrijfscontracten afgesloten bij Waardlanden. Dus in plaats van dat het ten koste ging van het tarief voor onze inwoners, zijn ze er aan de andere kant juist voor gaan betalen. Daarnaast zijn er een heel aantal boetes uitgeschreven, inmiddels al driehonderd, en dat is ook een van de redenen waarom we zien dat die naastplaatsingen aan het teruglopen zijn. We merken ook dat het aantal meldingen die worden gedaan van storingen of een pasje dat gemist is, eigenlijk bijna tot nul zijn teruggebracht. De heer Schefferlie: Voorzitter, nog een vraagje Als ik de wethouder goed heb gehoord, zou in Oost al een vermindering te zien zijn in de containers… Wethouder De Boer: En in de binnenstad! De heer Schefferlie: Dat roept bij mij de vraag op of onze communicatie in alle delen van de stad even duidelijk is overgekomen. Bent u eventueel bereid dat eens na te gaan? Want wij maken ons een beetje zorgen over de vraag of het overal helder genoeg is hoe het straks precies moet. Wethouder De Boer: Dat konden we voor een deel afleiden uit de vragen die we daarover kregen.
We hebben nu zowel bij de gemeente als bij Waardlanden een KCC ingericht die met name in de beginfase heel veel vragen kreeg over de invoering, hoe het werkt, hoe het zit met een pasje, dat ze wel of niet een pasje hadden gekregen, enz. Je merkt dat de meeste vragen op dit moment wel gesteld zijn en dat het nu relatief rustig is. Daar leiden we uit af dat het nieuwe beleid redelijk geland is en in onze optiek zijn we er klaar voor om de volgende stap te zetten op 1 januari. Wel hebben we altijd eerlijk gecommuniceerd, ook naar u, dat we zo’n eerste jaar echt wel moeten nemen als een soort J - 56
overgangsfase, waarin we ook gewoon het een en ander uit te proberen hebben, van: hoe landt dat nou, hoe werkt dat nou, komt het bij iedereen aan, hebben we nog extra stappen te zetten? Daar proberen we echt goed van te leren. We hebben er ook niet voor gekozen om aan het einde van het jaar te evalueren, maar al ruim voor de zomer, om te kijken of er richting het einde van 2024 nog nieuwe stappen moeten worden gezet. De heer Boutachkourt: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Ik ben het er helemaal mee eens, en ik vind het ook fijn om te horen, dat we niet pas aan het eind van het jaar gaan evalueren, maar ervóór. In zo’n eerste jaar is dat, denk ik, heel belangrijk. Komt u dan ook terug bij ons, voor de zomervakantie, om die resultaten te delen, zodat we ook tijdig op de hoogte zijn van de effecten van diftar? Wethouder De Boer: Ja, zeker. Volgens mij heb ik eerder ook in I&O of B&A, ik weet niet meer welke, aangegeven dat Waardlanden de evaluatie gaat uitvoeren voor de zomer en het lijkt me heel goed om dat met elkaar te bespreken, zeker. Dan, voorzitter, zijn door Stadsbelang vragen gesteld over de ideële instellingen. Daarbij ging het over een voedselbank, kledingbank of speelgoedbank en het gaat bijvoorbeeld ook over de kringlopen die vaak met vrijwilligers draaien en ook een stuk afval aan de achterkant hebben.
Vanuit Waardlanden wordt gewerkt aan een soort sponsorregeling in natura, dus niet volledig, want we willen ook een soort natura in het ophalen van de spullen na afloop, of dat zij dat kunnen brengen, ook bij de afvalbrengstations. We gaan wel ook het gesprek aan, want we merken bij sommige organisaties dat er wel ongelooflijk veel gebracht wordt, dat je eigenlijk wilt dat bijvoorbeeld een kringloop dan wat kritischer is aan de voorkant: niet alles innemen als je eigenlijk al zicht hebt dat het onverkoopbaar wordt, maar vooral ook inwoners zelf oproepen om het zelf naar de milieustraat te brengen. Dat is het gesprek dat we nu ook voeren met die partijen. Maar aan de achterkant proberen we dat zo goed mogelijk op te lossen vanuit Waardlanden. De heer Koçak: Voorzitter, ik wil even terugkomen op die boetes. U had het over driehonderd boetes. Onze fractie krijgt ook signalen dat er bij kleinere, lichtere overtredingen zonder pardon, zonder genade, zonder compassie direct een boete uitgeschreven wordt. Hoe denkt u daarover? Wethouder De Boer: Ik hoorde rechts van mij de vraag stellen of de heer Koçak soms zelf een boete had gekregen en daarmee een nare ervaring had opgedaan… De voorzitter: Bij de heer Koçak is er dan wel genade, denk ik! Maar gaat u door.
Wethouder De Boer: Waar we altijd voor gekozen hebben, is om in de beginfase door de handhavers die de straat op zijn gegaan het gesprek te laten aangaan met inwoners als er niet gewenst gedrag werd geconstateerd. We zijn pas na een x aantal maanden overgegaan tot het daadwerkelijk uitschrijven van boetes. Ik heb ook in de krant gelezen van: ‘ja, maar het ging echt maar om dat ene doosje’, maar dan hoor ik wel terug dat er bij dat doosje toch nog wel zes zakken stonden. Het is hetzelfde als bij een verkeersboete: dat wordt dan vaak toch goedgepraat. Uiteindelijk is het het veroorzaken van zwerfafval in de buitenruimte en volgens mij voelen we allemaal wel aan dat dat eigenlijk niet de bedoeling is. J - 57
De heer Koçak: Een laatste poging, voorzitter. Ik besef terdege dat dat werk van onze handhaving is. Ik kan me niet voorstellen dat handhaving met alle inwoners van onze stad gesproken heeft over de werkwijze, of wat dan ook. Er zijn altijd uitzonderingen, hardheidsclausules. Dan mis ik hier echt compassie. Wethouder De Boer: Misschien voor de duidelijkheid: het zijn niet de handhavers van de gemeente, maar van Waardlanden, ook om te voorkomen dat wij er door prioriteiten niet aan toekomen, want dat was volgens mij in het verleden altijd het probleem: we wilden het eigenlijk wel beboeten, maar uiteindelijk waren er altijd andere prioriteiten die de boventoon voerden. Daarom is er ook in de vorige periode voor gekozen het bij Waardlanden te doen, omdat we dan zeker weten dat er aandacht voor komt. Daarnaast hebben we ook milieucoaches in dienst, die ook echt richting de invoering per gebied, eerst in Hardinxveld, toen ook bij ons, eerst in Oost, toen in West, de straat op zijn gegaan – ik ben zelf ook een keer mee geweest – om het gesprek aan te gaan. Aan het begin stond er ook een sticker op van: gewoon even aanbellen, hé, dat is eigenlijk helemaal niet de bedoeling, weet wel dat we vanaf ‘dat’ moment gaan beboeten. Dat hebben we echt gedaan. Maar ik vind wel dat het de spuigaten is uitgelopen in Gorinchem als je kijkt naar de bijplaatsingen.
Ik vind echt dat het goed is dat we daar een grens trekken met elkaar. De heer Klein: Voorzitter. Ik wil natuurlijk niet te snel aan de boete van de heer Koçak voorbijgaan, maar ik wil nog even terugkomen op het antwoord dat wethouder De Boer aan ons gaf met betrekking tot instanties als speelgoedbank et cetera. Kan de wethouder toezeggen dat die instanties dit jaar nog de informatie ontvangen over hoe die regeling eruit zal gaan zien, zodat zij niet in paniek hoeven te zijn op 1 januari dat zij extra kosten gaan krijgen omdat zij goede doelen nastreven. Wethouder De Boer: Wat ik heb begrepen, is dat zij al wel bericht heb gekregen, in elk geval iedereen die op de lijst staat die we in the picture hebben. Volgens mij hebben we in Gorinchem redelijk in the picture wie het zijn. Die hebben eerder al een brief gekregen van: hé, dit zijn de veranderingen die zo meteen vanaf 1 januari gaan gelden en we zijn bezig met een sponsorregeling om dat zo goed mogelijk in te richten voor deze organisaties. En ze worden uiteraard voor januari wel ingelicht over wat dat voor hen betekent. De heer Klein: Daar ben ik in ieder geval superblij mee. Ik heb ook nog een andere vraag, die ik misschien al eerder had moeten stellen, maar ik ben heel nieuwsgierig of er ook ooit een soort systeem komt net als bij de bankpas, dat het gewoon via de telefoon kan.
Ik kan namelijk uit eigen ervaring zeggen dat ik de nodige extra stappen heb moeten zetten omdat ik het pasje niet aan een keycord heb zitten om mijn nek heel de dag. Ik was dus benieuwd of ook dat nog een keertje gaat komen. De voorzitter: Het wordt nu wel erg gedetailleerd en het lijkt me goed hierna weer terug te keren naar het niveau van de begrotingsraad. Wethouder De Boer: Ik vertel het u zo bij de borrel! Voorts is door de VVD nog een vraag gesteld over de lachgascilinders. Omdat het illegaal werd, konden we eigenlijk niet meer goed innemen, waardoor het gewoon bij het restafval J - 58
kwam, waardoor je te maken had met explosies in vuilniswagens, in perswagens, maar ook in de afvalverbranding, wat ook allerlei veiligheidsproblemen opleverde. Dat is reden geweest voor alle afvalverwerkers om even de stoute broek aan te trekken en te zeggen: kom ze maar gewoon inleveren, ook al is het illegaal, want de veiligheid van onze mensen gaat vóór op het probleem dat ze nog niet hebben opgelost in Den Haag, om het maar even zo te zeggen. Dus dat doen wij ook bij Waardlanden. Er staat wel het een en ander over op de website. Het lastige is even hoe je de doelgroep, de lachgasgebruiker, 1 op 1 gaat bereiken met andere communicatie, maar we nemen het even als aandachtspunt mee. De heer Van Santen: Wat de heer De Boer zegt klopt helemaal. Ons ging het echter niet zozeer om die lachgasgebruiker, want die zal die cilinder denk ik niet zelf terug gaan brengen. Maar stel: je bent een goede Samaritaan en je ziet zo’n cilinder liggen, dan krijg je de intentie om dat op te gaan ruimen, zeg maar. Er zijn heel veel mensen in Gorinchem die graag afval opruimen, nou, daar zal dit ook bij horen. In principe kan dat niet, want het is strafbaar om dat ding te vervoeren, laat staan in je auto te leggen. Wat ik dan heb begrepen, is dat, als je dan Waardlanden belt, ze hem komen ophalen.
Ik kan me voorstellen, en ik snap ook dat het de boodschap is vanuit de overheid van “we gedogen het, of we doen er voorlopig nog even niks mee, want we zijn aan het wachten op wetgeving” of iets dergelijks, maar hoe kun we nou naar die mensen communiceren van “doe het nou niet zelf, wij komen het op dit moment halen, want als je het zelf doet en je wordt aangehouden ben je strafbaar”? Daar zit ik een beetje mee. Wethouder De Boer: Daar heb ik nu geen pasklaar antwoord op, dus die vraag neem ik eventjes mee. Voorzitter. Door Democraten Gorinchem is een amendement ingediend over de kwijtschelding. Die hebben we nu voor het volledige vaste tarief gedaan plus € 40 op het variabele deel. Dat is op zich al vrij ruim. Daarbij ga je eigenlijk uit van de aannames van hoe vaak mensen hun hun zak in de ondergrondse container gaan doen, dat we dat eigenlijk volledig vergoeden, maar op het moment dat je daar overheen gaat, dat je dan ook een vergoeding vraagt, ook van de minima, want het is wel belangrijk dat het ook voor deze doelgroep een stimulans is om hun afval goed te gaan scheiden. De heer Boutachkourt: Voorzitter, een kort vraagje.
Weet onze wethouder wat het gemiddelde aantal kilo’s is per inwoner in Gorinchem dat we aan afval weggooien per jaar? Wethouder De Boer: Van Gorinchem specifiek niet, want het wordt niet bijgehouden per gemeente, maar voor Waardlanden-breed ligt het rond de 230 / 225 kg. De voorzitter: Het lijkt wel een quiz hier vanavond! Ik weet niet of dat helemaal de bedoeling is. De heer Boutachkourt: Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt dat wel bij per gemeente, dat is dan weer een voordeel, en dat maakt gewag van gemiddeld bijna 600 kg afval per huishouden. Dat is best aanzienlijk, maar daar zit natuurlijk alles in en als je een beetje goed scheidt, heb ik van de heer Van Houwelingen begrepen, moet het goed komen. Uw voorstel voorziet in een kwijtschelding tot € 40 in de laagbouw. Dat is 26 keer J - 59
per jaar, dus één keer per twee weken. Ik zie nog geen echte wetenschappelijke onderbouwing waarom voor 26 keer is gekozen. Ik begrijp helemaal dat je die groep ook wilt stimuleren en ik denk dat dat ook heel belangrijk is, alleen blijft het aantal natuurlijk wel een dingetje. Omdat we nog geen gegevens hebben, wordt het bij deze begroting heel moeilijk om daarvoor een goed tarief op te stellen. Ik ben heel benieuwd hoe u daarnaar kijkt. Wethouder De Boer: Het is natuurlijk gebaseerd op aannames en we hebben nog geen jaar gedraaid, dus we weten nog niet exact de hoeveelheden; daarin kan ik u heel goed volgen. Er zijn ons al wel 150 gemeenten voorgegaan, dus we hebben wel wat data waarmee we bepaalde aannames kunnen doen. Vanuit Waardlanden hebben we 17 keer aangedragen gekregen: dat je op het moment dat mensen heel goed gaan scheiden uit kunt komen op 17 keer. Nou, dat vonden we misschien wat te gortig, helemaal voor zo’n eerste jaar. Het zou heel mooi zijn als je daar met elkaar naartoe zou kunnen groeien, maar we hebben hem iets omhoog gegooid en gezegd: nou, laten we dan de aanname doen eens in de twee weken. Ik merk zelf uit eigen ervaring dat dat dat ook heel goed haalbaar is, maar dan moet je wel je afval scheiden inderdaad. Daar is die 26 op gebaseerd.
U trekt hem wel bijna naar het dubbele en ieder tientje dat er op die kwijtschelding bij wordt gezet betekent voor alle inwoners een euro erbij op de afvalstoffenheffing. Dat is de andere kant, en dat betaal je gewoon met z’n allen. Je moet ergens wel die scheidingsprikkel houden. Als u hem op € 78 zet, moet ik het amendement ontraden, want dat vind ik echt te hoog. Dan zou ik willen adviseren om het iets minder gortig te maken, zeg maar. De heer Boutachkourt: Ik moet er wel bij zeggen dat wetenschappelijk bewezen is dat de minima een andere manier van stress ervaren en bezig zijn met heel andere dingen dan, met alle respect, u en ik, die misschien wetenschappelijk / universitair geschoold zijn. Ik denk dan ook niet dat we onszelf moeten vergelijken met de gemiddelde inwoner, want dat zijn we, denk ik, zeker niet, ook al denken we dat soms. Maar dan hoor ik ook graag wat het college dan adviseert. Wij vinden in ieder geval 26 keer, dus een keer per twee weken, zeker het eerste jaar echt onvoldoende. De voorzitter: Wethouder De Boer. Wethouder De Boer: Ik hoor wat u zegt, maar tegelijkertijd krijg je daarmee het hele vaste deel plus die € 40 kwijtgescholden. Stel dat je het 10 keer meer doet, dan gaat het over een heel jaar over € 15. Het gaat ook weer niet over gigantische bedragen.
Als je kijkt naar het gemiddelde en naar waar wat we in andere gemeenten zien, denken wij dat je met die € 40 wel redelijk uit kunt komen. Het enige wat je zou kunnen doen bijvoorbeeld is dat je hem gelijk trekt aan bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing van het afgelopen jaar. Dat was € 6 meer en dan kun je aangeven: het is exact hetzelfde bedrag als de afgelopen jaren en dat krijgt u gewoon weer kwijtgescholden et cetera. Maar het voorstel van het college is nu € 40. We denken dat dat echt voldoende is. Als zich echt heel schrijnende gevallen voordoen, is er voor het college alle ruimte, maar ook binnen de verordening, om maatwerk toe te passen. Op het moment dat er iemand langskomt die het echt helemaal niet begrepen heeft, waar heel veel andere problematiek speelt en die driehonderd keer zijn pasje heeft aangeboden, ja, dan heb je een ander gesprek te voeren dan een rekening te sturen. Die mogelijkheid is er altijd om schrijnende gevallen te voorkomen. J - 60
De heer Koçak: Wordt die toezegging ook opgenomen in de verordening? Wethouder De Boer: Nee, die mogelijkheid zit er altijd al in, om in geval van schrijnende gevallen maatwerk toe te passen. De heer Koçak: Dat staat in de verordening? De voorzitter: Dit staat altijd in elke verordening. De heer Schefferlie: Voorzitter, mag ik voor de helderheid toch even een vraag stellen aan de wethouder? De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Begreep ik nou goed dat u zei: op het moment dat we het op hetzelfde niveau houden als het was, dus dat het in ieder geval niet een verslechtering wordt voor de minima, zou het bedrag van € 40 moeten worden aangepast naar € 46? Was dat wat u zei en geeft u daarbij dan een positief advies? Want dan is het voor ons natuurlijk een motivatie om het amendement daarop even aan te passen. Wethouder De Boer: Nou, voorzitter, dan zult u vooral rond moeten kijken of daar draagvlak voor is. Er zit wel een bepaalde logica achter om het zo toe te passen. Als het amendement zou worden aangepast naar € 46, kan ik uitleggen dat je de lijn van het afgelopen jaar doortrekt naar dit jaar. Voorzitter. In het kader van duurzaamheid is door ChristenUnie/SGP een vraag gesteld over de buurtbatterij. Dat is volgens mij een heel interessante ontwikkeling.
Vanuit de RES is daar dit jaar ook een onderzoek op uitgevoerd, dat is nu klaar en het resultaat daarvan krijgt u volgens mij volgende week al te zien. Door de recente netcongestie is het eigenlijk een nog veel actueler thema geworden. Het niet meer meegenomen in het onderzoek, maar door de manier waarop we ernaar kijken is het nog belangrijker geworden en dat maakt ook wel dat je wat gemakkelijker met partijen, bedrijven, maar ook een netbeheerder als Stedin het gesprek aan kunt gaan over allerlei innovatieve oplossingen als e-hubs, wat op bedrijventerreinen kan werken, maar ook op wijkniveau. Het staat nog wel echt in de kinderschoenen en de eerste voorbeelden zijn nog niet heel rendabel, dus het is echt uitproberen en pionieren, maar dat houden we heel goed in de gaten. Voorzitter. Tot slot is door het CDA een motie ingediend over bomen voor pasgeboren kinderen. De symboliek is volgens mij heel erg mooi, maar het is helaas wel een motie zonder dekking. Ik heb eens even nagevraagd hoeveel kinderen er eigenlijk worden geboren. Als gevolg van het ziekenhuis dat we hebben zijn dat er overigens meer dan er in Gorinchem blijven wonen. Naar schatting worden zo’n 300 tot 350 kinderen per jaar geboren – meer dan ik dacht –, dat maal € 75 voor een doorsnee boom, komen we toch wel op een bedrag van ruim € 25.000 per jaar dat je hieraan zou uitgeven.
En de ervaring met dit soort initiatieven is toch ook wel dat eigenlijk maar een heel klein deel van die bomen ook daadwerkelijk op een goede locatie wordt gepoot en uitgroeit tot een volwassen boom. Aangezien de geldbomen niet tot in de hemel groeien, zouden wij ervoor willen kiezen om dat geld in te zetten om op die plekken waar dat heel hard nodig is, zelf het initiatief te nemen, ook als gemeente, om daar extra bomen bij te gaan planten J - 61
om echt op die plek ook impact te maken. Nou, binnenkort komt er ook een soort natuurplan voor, dus daar gaan we u helemaal in meenemen. Maar voor nu zouden wij deze motie willen ontraden. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Is het dan misschien een idee dat we wel de mogelijkheid bieden dat mensen die het willen, er één komen vragen? Want dan mag je er wel op vertrouwen dat ze hem ook op een goede plek neer willen zetten. Wethouder De Boer: Het is de vraag of iedereen in zijn achtertuin ruimte heeft voor een grote boom. Dat is weer de andere kant. Bij bijvoorbeeld de klimaatadaptatie hebben we echt met elkaar het gesprek gevoerd over het grote plaatje, dus: waar wil je impact maken met je vergroening, ook met het beperkte budget dat je hebt? En daar hebben we echt andere keuzes gemaakt. Dus nee, ik zou erbij willen blijven om dat niet te doen. De heer Van der Geest: Voorzitter, als interruptie. We wilden bij de motie niet teveel in de uitvoering schieten, maar de gemeente Dordrecht doet het sinds dit jaar en die geeft bij de geboorte een voucher af waarmee mensen een plant of een boom, wat bij hun situatie past, een struikje of een ander plantje kunnen aanschaffen, en daarmee is in ieder geval niet een bedrag van € 75 gemoeid, anders heb je, denk ik, wel een hele dure plant op je balkon staan.
Wij vragen de wethouder daarom: voer het uit zoals u wilt en binnen de perken, maar het zal echt geen € 25.000 kosten. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Dansen. Wethouder mevrouw Dansen
Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een heel stel vragen over jeugdzorg en daar wil ik maar mee beginnen. In het hele land is helaas sprake van wachtlijsten in de jeugdzorg, met name veroorzaakt door het personeelstekort in de zorg, en deze wachtlijsten baren mij ook zorgen. Ook in de hervormingsagenda Jeugd is dit een thema. Op alle niveaus, rijk, regio en lokaal, wordt eraan gewerkt. Als gemeente hebben wij een belangrijke verantwoordelijkheid bij de inkoop van zorg en het betalen van reële tarieven. De nieuwe inkoopronde start volgend jaar en lokaal kunnen we overbruggingszorg vanuit het sociaal team inzetten om tijdens de wachttijd ondersteuning te bieden. Daar gaan we dan ook maar mee door, want dat wil wel helpen. Met betrekking tot de hervormingsagenda Jeugd is de vraag gesteld hoe het nu zit met de lokale hervormingsagenda Jeugd. Daarin zullen alle gemeentes en regio’s aan moeten tonen welke maatregelen ze treffen om te streven naar een duurzaam en financieel houdbaar stelsel, dus ook in Gorinchem. Als je niet kunt laten zien dat je een fatsoenlijk systeem hebt, moet je ermee aan het werk. Dit plan, dat door een werkgroep in Gorinchem wordt gemaakt, kan worden voorgelegd aan de raad. Dat is onze lokale hervormingsagenda en op dat moment is de raad ook in staat om een uitspraak te doen of hij die ombuiging wil laten uitvoeren.
Dan is de vraag gesteld of de kwaliteit nog gegarandeerd kan worden met de bezuinigingen. Bij alles wat we doen streven we natuurlijk de best passende en kwalitatief juiste zorg voor onze jeugdigen en gezinnen na, ik denk niet dat iemand daaraan twijfelt, en daar ziet dus die hervormingsagenda op toe. Maar achter de vraag ligt een groot J - 62
maatschappelijk vraagstuk. Waar nu sprake is van een individuele focus op het kind, moeten we de omslag maken naar een contextgerichte focus, en dat vergt een andere benadering. De problematiek waarmee de jeugdzorg te doen heeft vindt z’n oorzaak in verschillende domeinen, die vragen dus om een sterk samenhangende aanpak en die gaan we proberen in te zetten via de hervormingsagenda Jeugd. Juist die andere aanpak moet ervoor zorgen dat eerder passende zorg wordt ingezet en dat de meest kwetsbare gezinnen en kinderen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Dus in theorie zou de kwaliteit niet achteruit moeten gaan. Dat klinkt natuurlijk allemaal heel goed, maar waar we voor moeten waken is dat we het kind in dit geval letterlijk met het badwater weggooien. Een veranderende werkwijze, en in zekere zin een cultuuromslag, want dat is die andere werkwijze, is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Met andere woorden: we zullen continu moeten waken voor de kwaliteit. Dus de zorg om kwaliteit is terecht en wij zullen daar ook voor waken. Dan heb ik een aantal vragen met betrekking tot erfgoed… De heer Tekir: Voorzitter… De voorzitter: De heer Tekir.
De heer Tekir: Voordat we overgaan op erfgoed – want dat scheelt tijd in de tweede termijn, denk ik –: ik hoor dat ook het college de kwaliteit op de jeugdzorg bewaakt en het aanbod om de lokale hervormingsagenda voor te leggen aan de raad stelt ons enigszins gerust, om daar in ieder geval ook op dat moment samen afspraak over te kunnen maken ten aanzien van de korting die we nu doorvoeren. Ik ben nog wel benieuwd wanneer we dat dan tegemoet kunnen zien. Wethouder mevrouw Dansen: Ja, dat is op dit moment even moeilijk, want dat heb ik niet in mijn hoofd. Maar we moeten voor de hervormingsagenda Jeugd een foto maken, zoals dat genoemd wordt, dus: wat doen wij op dit moment, hoe staan we ervoor? Als we dat hebben gemaakt, weten we ook hoe we ervoor staan in Gorinchem met onze taken op het gebied van de hervormingsagenda en kunnen we die ook voorleggen aan de raad. De heer Tekir: Maar ik ga ervan uit dat dat wel in 2024 is, omdat de korting ook in 2024 al ingaat. Is dat ook uw beeld? Wethouder mevrouw Dansen: We doen echt wat we moeten doen en we hoeven dat op dit moment nog niet te doen, maar we moeten er wel nu aan gaan werken, en dat doen we ook. De heer Tekir: Dit vind ik nog een beetje cryptisch… Wethouder mevrouw Dansen: Nou ja, er is een verschil tussen gaan werken aan die foto – onderzoeken hoe we ervoor staan en daar een mooi verslag van maken – en hem al af hebben.
De heer Tekir: Maar u bood net aan die lokale hervormingsagenda voor te leggen aan de raad, dat was ook mijn verzoek. Kan dat dan ook in 2024? Wethouder mevrouw Dansen: Ja. J - 63
De heer Tekir: Oké, helder. Wethouder mevrouw Dansen: Dat lijkt mij ook logisch. De heer Tekir: Mij ook, maar ik wil dat wel even met elkaar goed afhechten. Wethouder mevrouw Dansen: Ik heb volgens mij al een aantal keren gezegd dat ik graag de raad meeneem in wat we aan het doen zijn; daarover ben ik nog niet van gedachten veranderd. Dan gaan we naar het erfgoed. Gevraagd is of het laboratorium aan de Dalemweg misschien geschikt zou kunnen zijn als kantoortje, c.q. minimuseum. Helaas moet ik zeggen dat dit verhuurd is en op dit moment in gebruik als muziekschool; dus daar moet ik u in teleurstellen. Ik kan wel zeggen dat onze nieuwe erfgoedambtenaar regelmatig overleg heeft met de vestingwerkgroep en natuurlijk ook de Historische Vereniging en net als de wethouder heel goed op de hoogte is van de wensen die daar leven. Dus zij zoeken zelf en wij kijken ook voor ze uit. Dan de vraag hoe het nu zit met dat erfgoedbeleid. Daarvan kan ik zeggen dat daaraan op dit moment heel hard wordt gewerkt. De erfgoedambtenaar is nog niet zo heel lang in dienst, die komt nieuw binnen en heeft zich ook gewoon moeten inwerken, maar is nu goed op gang. Ze heeft ook heel veel moeite gedaan om kennis te maken met alle stakeholders. Dus op dit moment wordt er gewerkt aan een integraal erfgoedbeleid, waarbij interne en externe stakeholders betrokken zijn, en wat ons betreft blijven.
Mevrouw Hamann: Wanneer kunnen we dat nieuwe beleid tegemoet zien? Wethouder mevrouw Dansen: Als u mij had laten uitpraten, had ik al gezegd dat in het collegeprogramma staat dat wij uiterlijk 2025 dat integrale beleid voorleggen aan de raad, maar wij hopen dat in 2024 voor elkaar te krijgen. Dat is in ieder geval onze ambitie. Dan hebben we nog de kerkenvisie, waarover vragen waren gesteld door de PvdA. Zij was wat bevreesd dat wij kerk en staat niet gescheiden hielden. Waarom u dat aan mij vraagt, begrijp ik niet goed, maar dat maakt niet uit. Natuurlijk doen wij dat wel en wij gaan ook geen kerkenvisie voor de kerken maken. Het is van het begin af aan ook voor de gemeentes heel duidelijk geweest dat wij ze daarin willen ondersteunen. We hebben op dit moment een erfgoedadviseur rondlopen en die is in de zomer gestart met een onderzoek naar het opstellen van de kerkenvisie, want het gaat natuurlijk ook om nut, en die heeft ook gekeken naar monumentale en niet monumentale kerken en welke kerkgemeenschappen er zijn. Er is een mooi onderzoek naar gedaan en de kerkgemeentes worden ondersteund bij het opstellen van een kerkenvisie. En voor uw informatie: waarom houdt Erfgoed zich daar nou mee bezig? Welnu, als je subsidie wilt aanvragen voor wat dan ook op het gebied van kerken, heb je een kerkenvisie nodig.
Bent u nu gerustgesteld? De heer Oostrum: Ja, ik zou haast zeggen: mijn gebed is verhoord! Wethouder mevrouw Dansen: Wat u wilt! Dan ben ik aan de laatste vragen die aan mij geadresseerd waren door mijn collega over wonen van de SP-fractie. Bij mijn weten gingen die vragen over de kwaliteit van woningen en over de energielabels. Over de energielabels kan ik zeggen dat POORT6 daar J - 64
hard aan werkt. In de prestatieafspraken die wij met haar hebben staat dat in 2030 alle woningen minimaal op label B zitten. Zij is ook bezig met het aansluiten van woningen op het warmtenet. Dat is ook een opdracht voor 2030, dan moeten er 1000 woningen aangesloten zijn, en in 2023 worden dat er in ieder geval al 130 in de Alexanderflat, 185 in de Munter- Tichelaar en aan de Gildenweg nog 57. Dat is een optimistisch geluid. Als ik u hoor over iemand die wij John zullen noemen, heb ik begrepen, die in vijftien jaar geen onderhoud heeft gehad, dan vind ik dat heel erg lang. Ik denk ook dat daar dan een probleem mee is, want ik weet dat POORT6 een plan heeft met alle woningen waarin onderhoud gewoon periodiek plaatsvindt. Ik zou het erg op prijs stellen als u mij misschien in contact met die persoon zou kunnen brengen, dan kunnen we eens even verder vragen hoe dat komt. Dan heb ik nog een laatste, en dat is de motie van D66 ‘Voorkom dat spoedzoekers op straat belanden’. Niemand wil natuurlijk dat spoedzoekers op straat belanden, dus wij vinden dat een sympathieke motie. Wij doen al heel veel moeite voor behoud van bestaanszekerheid. Wij kijken naar vroege signalen, wij kijken naar de aanpak van financiële problemen en laagdrempelige ondersteuning via het sociaal team.
Volgende week is er een I&O over het voornemen tot het starten van een traject voor het toevoegen van flexwoningen, samen met POORT6, wat natuurlijk ook specifiek voor spoedzoekers is. Daarnaast wordt de komende maanden het gemeentelijk vastgoedbeleid geactualiseerd. Voor het reces volgend jaar wordt u daarover geïnformeerd. Wij denken dat het dus niet noodzakelijk is om daarvoor een apart traject op te starten. Dat is ook de reden waarom de motie wordt afgeraden. Ik denk dat ze overbodig is, want we zijn er echt al heel hard mee aan het werk. De heer Tekir: Het behoeft geen uitleg dat wij dat teleurstellend vinden. Ik zou nog wel het volgende willen zeggen. De flexwoningen en de sessie daarover, dat is ons bekend, maar flexwoningen, en dat verbaast mij, is wel echt iets heel anders dan kortstondige woonoplossingen voor spoedzoekers die op straat dreigen te belanden. Het gaat hier echt om woningen die je realiseert waar mensen van drie tot zes maanden kunnen verblijven om snel orde op hun zaken te stellen, en dat hebben wij op dit moment gewoon niet. Ik zal de laatste zijn die weerspreekt dat er al van alles gebeurt. Tegelijkertijd is dit wel echt de onderkant van de samenleving.
Het zijn allemaal mensen zoals u en ik die van de ene op de andere dag in een hele nare situatie terecht kunnen komen, omdat er een live event plaatsvindt in je leven waar je geen rekening mee hebt gehouden. En dan denk ik in alle oprechtheid, voorzitter: wat is erop tegen om binnen onze leegstaande panden een verkenning uit te voeren? Wethouder mevrouw Dansen: Ik vind het een heel mooi streven en een sympathieke motie, maar ik ga natuurlijk wel over het aspect wonen en niet over het vastgoed binnen deze gemeente. De heer Tekir: Voorzitter, het college spreekt met één mond! Wethouder mevrouw Dansen: Het college spreekt met één woord, ja… De heer Tekir: Niet met één ‘woord’, maar met één ‘mond’!
J - 65
Wethouder mevrouw Dansen: …maar soms kan ik niet namens het hele college spreken. De heer Tekir: Ik wil er niet grappig over doen…. Wethouder mevrouw Dansen: Nou, u probeert het volgens mij wel. Maar ik heb hier gewoon geen antwoord op. De heer Tekir: Dat is eerlijker, ja. De voorzitter: Dan is het, denk ik, goed om dat mee te nemen in de tweede termijn. Ik zie dat de heer Van Santen het woord wenst. De heer Van Santen: Ja, voorzitter, ik mis nog een antwoord van de wethouder vastgoed in dit geval, en dat ging over de private huursector waar we het over gehad hebben. Er zijn natuurlijk een hoop nieuwe belastingregels ingevoerd recent, die grote impact hebben op de huursector, op tweede woningen, en wij waren benieuwd hoe het college daartegen aankijkt. Wat voor impact heeft dat nu? Want er zijn een aantal maatregelen aangekondigd in Gorinchem, daar gaan we binnenkort verder over praten, maar wat is de impact van deze regels volgens het college op Gorinchem? En dan doel ik natuurlijk op de vermogensbelasting en de Box 3-heffingen. Wethouder mevrouw Dansen: Ik heb, vrees ik, niet zo heel veel verstand van belastingregelingen, maar wat is nu precies uw vraag? De heer Van Santen: Nou, volgens mij heb ik die net gesteld. De woningen in de particuliere verhuur worden zwaarder belast. Dat heeft tot gevolg dat woningeigenaren sneller woningen doorverkopen.
Ze gaan niet meer verhuren, ze gaan verkopen. Dat heeft tot gevolg dat die markt op slot komt op het huurgedeelte als je die ontwikkeling op een bepaalde manier gaat sturen. Als wij als Gorinchem op die marktontwikkeling in gaan grijpen, wat voor effect heeft dat dan, gezien deze recente ontwikkelingen? Wethouder mevrouw Dansen: Daar is natuurlijk al wat op ingegrepen, maar wij hebben gezien dat daar in Gorinchem eigenlijk weinig verandering in is. Wij zijn een van de weinige gemeentes, met name in de Gildenwijk en in de binnenstad, waar het aantal woningen die mensen kopen voor de verhuur niet vermindert. Dus dat loopt niet gelijk met de beweging die je in de rest van Nederland ziet. De voorzitter: Dan kijk ik naar de heer Oostrum, die nog twee vragen heeft aan de wethouder. De heer Oostrum: Ja, wij missen nog het antwoord op twee vragen waarvan ik denk dat ze bij deze wethouder vandaan zouden kunnen komen. De eerste was de wijkgerichte individuele benadering van inwoners over energiebesparing, woningisolatie, enzovoort. Wordt die weer opgepakt in de aanloop naar de winter? Vraag twee. Wij hebben geconstateerd dat er een kleine advertentie is geplaatst waarin staat dat mensen hun energietoeslag weer moeten aanvragen. Kan daaraan meer aandacht worden besteed en iets pregnanter, via social media bijvoorbeeld?
J - 66
Wethouder mevrouw Dansen: Ik vrees dat u die vraag moet adresseren aan mijn collega. De heer Oostrum: Het antwoord mag ook in tweede termijn komen. De voorzitter: En dan de eerste vraag? De heer Oostrum: De vraag was heel concreet om een meer proactieve benadering van mensen die de energietoeslag voorheen hebben aangevraagd en het tweede deel van de vraag om wat meer proactief ook te zorgen dat mensen benaderd worden, dus niet alleen de kleine advertentie op de gemeentepagina, maar ook via de website, via social media. Wethouder mevrouw Dansen: Het college komt daar vast in tweede termijn op terug. De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: Ja, voorzitter, ook nog twee vragen, eentje naar aanleiding van het stukje met betrekking tot spoedzoekers of flexwoningen. Begrijp ik het goed dat bij de zoektocht naar de locaties voor flexwoningen niet het gemeentelijk vastgoed is betrokken, of bedoelde u uw antwoord niet zo? Wethouder mevrouw Dansen: Nee, dat bedoelde ik niet. Mevrouw Van Oversteeg: Oké, dus die zitten er wel in? Wethouder mevrouw Dansen: Bij het zoeken naar plaatsen voor flexwonen, maar dan hebben we het over het plaatsen van flexwoningen, willen we gaan kijken naar alle mogelijkheden. Mevrouw Van Oversteeg: Oké, dan is het helder hoe zich dat verhoudt tot de motie. Mijn tweede vraag.
In eerste termijn heb ik gevraagd naar de stand van zaken met de herontwikkeling van de locatie Lange Slagenstraat voor de Knarrenhof. Wethouder mevrouw Dansen: Volgens mij hebt u daar antwoord op gehad van wethouder Mager. De voorzitter: Dames en heren. Op een aantal moties en amendementen is vanuit het college nog geen advisering gegeven. Heeft u daar nog behoefte aan? Want dan geef ik alsnog vanuit het college wethouder Molengraaf het woord. De heer Schefferlie: Ja, graag. De voorzitter: Goed. Wethouder Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf (moties en amendementen)
Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter. Inhoudelijk ben ik al wel op een aantal dingen ingegaan, maar het is misschien goed om het lijstje even langs te lopen. Er zijn volgens mij een achttal moties / amendementen waarop ik advisering zou willen geven. Het eerste amendement betreft het starttarief parkeren van Stadsbelang en Partij van de Arbeid. Daarop kunnen wij positief adviseren. vervolgens het amendement en de motie ‘Minder schrappen, meer schrapen’. Ik denk dat J - 67
ik daar inhoudelijk al een toelichting op heb gegeven. Die willen wij niet adviseren, al was het alleen maar omdat we dan toch door het investeringsplafond gaan. En dat geldt ook voor de amendementen van de Partij van de Arbeid… De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie en misschien even voor de helderheid. Het klopt dat ons amendement zou kunnen leiden tot een overschrijding van het investeringsplafond. Wij hadden wel voorzien dat het amendement het waarschijnlijk niet zou redden, vandaar dat wij ook een motie hebben ingediend, waarin eigenlijk alleen wordt voorgesteld te bekijken of op de investeringen wat te schrapen valt. U hebt ook over de Nieuwe Hoven positief geadviseerd, dus u ziet hoe snel het kan gaan. Mijn vraag is eigenlijk: kon die dan wel door de beugel, of bedoelde u die ook meteen af te raden? Wethouder mevrouw Molengraaf: Het is natuurlijk niet alleen het investeringsplafond. U geeft eigenlijk de organisatie de opgave om standaard meer dan 5% te bezuinigen op allerlei investeringen, maar dan wel zonder de essentie te raken. Ik denk dat we dan een enorme exercitie zouden doen over allerlei investeringen, waarbij dan de een zegt ‘ja, dat is wel de essentie’ en de ander ‘nee, dat is niet de essentie’. De heer Schefferlie: Maar voorzitter, misschien ter verheldering.
We hebben daarnet de onderwijshuisvesting gezien en er komt echt nog heel wat aan. Het is echt niet de bedoeling om hier van binnen de boel op stelten te zetten, want we willen niet onnodig veel werk, maar het is eigenlijk veel meer een pleidooi, van: hè, kijk nou nog eens scherp naar al die investeringen. We hebben nu gekozen welke we graag willen houden en welke weg mogen, maar binnen alle investeringen die we nog van plan zijn: zou je daar niet eens op een vlotte manier – ik verwacht ook helemaal geen uitgebreide rapportage – kunnen kijken of daar nog ergens winst valt te behalen, zonder dat we daar nou echt pijn van gaan lijden, zoals we vanavond eigenlijk al vrij gemakkelijk en snel een paar voorbeelden voorbij hebben zien komen. Ik denk dat we ons daar zelf mee kunnen helpen, nogmaals: zonder daar echt een hele intensieve exercitie voor uit te voeren. Het moeten een beetje quick wins zijn met weinig moeite, waarvan je denkt: hé, daar kunnen we eens wat op inzoomen en nader bekijken, met mogelijk wat winst. Wethouder mevrouw Molengraaf: Wat ik u toe kan zeggen, is dat we bij de volgende perspectiefnota de exercitie over de investeringen gewoon weer gaan doen. Alleen zeggen “nou, er moet standaard 5% af en dan gaan we kijken of het wel of niet de essentie raakt” vind ik dan toch wel weer een extra opgave.
Dus als u aan mij vraagt of wij de investeringen van tijd tot tijd gaan bekijken, zeg ik: ja, dat gaan we standaard doen, want we weten dat we nog allerlei opgaven hebben. Met de keuzes die we nu maken kunnen we het zwembad mogelijk maken, en we houden waarschijnlijk wat extra ruimte over, maar er zal wellicht nog naar meer ruimte gezocht moeten worden, dus we gaan die exercitie meer doen. Maar u hebt zelf ook de lijst van investeringen goed doorgeploegd, neem ik aan, en dan ziet u ook hoe ingewikkeld het is. Wij kiezen er echt voor om een aantal investeringen eruit te halen, waarmee je gewoon dat bedrag realiseert. De heer Schefferlie: Volgens mij komen we al wat dichter bij elkaar, dus ik doe nog één kleine poging. Ik denk dat we het voorlopig zeker nog een aantal keren opnieuw moeten bekijken, maar dan zullen we niet alleen moeten kijken naar wat we eventueel weer J - 68
kunnen schrappen, of kunnen volhouden, maar binnen de investeringen die we wel willen blijven doen eigenlijk ook het voornemen moeten uitspreken om niet alleen beter te ramen, maar ook scherper te kijken wat wel kan en niet moet binnen die investering, om daar wat scherper op te letten. Want ik verwacht echt, juist met de voorbeelden van vanavond, dat we daar winst mee kunnen halen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Daar zitten we dan, denk ik, toch iets anders in. Wij kijken scherp naar investeringen en de vraag in het college is voortdurend: kan het niet voor minder? Over het algemeen denk ik dat we door de jaren heen nu zullen zien dat de meeste investeringen meer geld gaan kosten als we ze goed willen uitvoeren. Dus ik ben er niet optimistisch over dat we daarmee de bedragen binnen gaan halen. Maar wat ik al zei: ik kan wel toezeggen dat we elke keer bij de perspectiefnota de exercitie ten aanzien van de investeringen opnieuw zullen uitvoeren en dan zullen uitleggen waar het minder kan en welke er eventuele uit kunnen. Die exercitie gaan we doen, maar niet aan de hand van deze motie met 5% over alles, en dan kijken of we de essentie wel of niet raken. De amendementen van de Partij van de Arbeid over de trein die nog kan komen en het lenen van geld dat geld kost, hangen eigenlijk met elkaar samen.
Omdat die door het investeringsplafond gaan, zal het niet verrassend zijn dat we die niet willen adviseren. Ik zou nog even terugkomen op het amendement van D66 over het sparen voor onderwijs. Vanuit financiën is aangegeven wat dat betekent voor ons weerstandsvermogen. We blijven dan weliswaar binnen de bandbreedte, maar we gaan wel heel erg dicht naar de onderste rand: we komen dan op 1.49 uit. Daarmee verschuif je eigenlijk geld van de algemene reserve naar een reserve voor onderwijs. Nou is het niet zo dat ik het geld dat in de algemene reserve staat ergens op mijn kamer in een zak heb zitten. Dat geld zullen we dan moeten lenen, om het naar de reserve onderwijs te doen, en daarmee gaan we dus door het investeringsplafond heen. Dus dat is nog een reden om dat niet te doen. Derhalve adviseer ik hierover negatief. De heer Tekir: Fijn dat er een wat inhoudelijkere reactie komt op dat voorstel. Het klopt: het weerstandsvermogen gaat van 1.54 naar een 1.49, dus inderdaad een kleine marge. Ik neem aan dat dat niet het verschil hoeft te maken. Wat betreft het investeringsplafond: met de voorstellen die voorliggen maken wij € 11,4 miljoen ruimte en de overschrijding die we hadden was € 9,6 miljoen. Er resteert dus nog een kleine € 2 miljoen aan ruimte die we straks hebben en het voorstel dat wij doen is slechts € 1 miljoen.
Dat we moeten lenen, klopt, maar dat doet niets af aan het wel of niet sparen voor onderwijs, want we moeten sowieso lenen op het moment dat we een investering doen, of we nou wel of niet een miljoen voor onderwijs sparen. Ik vind dat argument dus eigenlijk niet opgaan. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat gaat wel op, want je haalt het uit de algemene reserve, met alle nadelen die ik net geschetst heb. We creëren inderdaad ruimte in het investeringsplafond omdat we een aantal investeringen niet doen, maar daar doet u het niet uit, u doet het uit de algemene reserve. Dat is het advies dat ik gekregen heb en dat ik doorgeef. De heer Tekir: Voorzitter, ik probeer het nog een laatste keer. Ik snap dat u dat advies gekregen hebt, maar het argument dat u daarbij opvoert dat we dan geld moeten lenen geldt voor alle reserveringen die we hebben. Het doet er dus niet toe of dat in de algemene J - 69
reserve zit, of in de reserve onderwijshuisvesting. Op het moment dat wij, kennelijk met een businesscase, in een pand gaan investeren, moet er geleend worden. Het maakt echt geen verschil of dat geld in de algemene reserve zit of in de reserve onderwijshuisvesting. Wat wel verschil uitmaakt, is dat we alvast in een hele duidelijke richting, namelijk onderwijs, geld opzij leggen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Nogmaals: de algemene reserve is een soort papieren werkelijkheid. Op het moment dat je het in de onderwijsreserve gaat storten, moet je het geld daarvoor gaan lenen. Dat is wat ik heb gehoord. De heer Tekir: Ik wil dan toch dat dit even ambtelijk wordt uitgezocht, want dat klopt niet. Op het moment dat we van de algemene reserve boekhoudkundig € 1 miljoen doorschuiven naar de reserve onderwijshuisvesting, moeten we daar geen geld voor lenen. Dat klopt gewoon niet. Ik wil wel dat we op basis van feiten en financiële techniek dit debat voeren, want anders wordt het heel lastig. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik zie de mannen denken daar, dus dat komt goed. De voorzitter: Ik denk dat u allebei uw punt hebt gemaakt. Graag de volgende. Wethouder mevrouw Molengraaf: Het amendement van CDA en Democraten Gorinchem ‘Banneweg ipv Nieuwe Hoven’. Ik denk dat ik daar al een antwoord op gegeven heb: die adviseren wij negatief.
Wij willen echt de fietsveiligheid op de Nieuwe Hoven aanpakken. Hiermee heb ik ze volgens mij gehad. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter… De voorzitter: Mevrouw Van Oversteeg. Mevrouw Van Oversteeg: In eerste termijn heb ik een vraag gesteld over een plan van aanpak voor de aankoop van het belastingkantoor. Wethouder mevrouw Molengraaf: Daarop wil ik in tweede termijn terugkomen, want nu ben ik eigenlijk alleen maar over de moties en amendementen adviserend opgetreden. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn. Volgens het programma gaan we nu schorsen, opdat de fracties zich kunnen voorbereiden op de tweede termijn. We lopen inmiddels een halfuur uit, wat natuurlijk ook te maken heeft met de nodige interrupties, vragen et cetera. Problematisch hoeft dat niet te zijn, want vaak zie je dat we in de loop van de dag wel weer tijd inhalen. Ik stel voor nu ruim een halfuur te schorsen, tot negen uur. Ik zie dat niemand daartegen bezwaar heeft. Ik schors derhalve de vergadering (20.26 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (21.04 uur). Dames en heren. Wij zijn op dit moment bezig met de behandeling van de begrotingsstukken. De eerste termijn, zowel voor de fracties als voor het college, is J - 70
geweest en we starten nu met de tweede termijn, waarin de fracties reageren op elkaar en op de beantwoording vanuit het college. De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten per fractie. Ik begin weer in de volgorde van de verkiezingsuitslag 2022. Allereerst de heer Klein van Stadsbelang. Repliek
De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik wil eigenlijk een compliment geven aan D66 voor haar positiviteit over de begroting. Dat mag ook wel eens een keer benoemd worden. Voordat ik overga naar de moties en amendementen die zijn ingediend, wil ik daarnaast nog opmerken dat ik blij ben met de toezegging van de wethouder dat de instanties die zich inzetten voor minderbedeelden, speelgoedbank, weggeefwinkel, voedselbank et cetera, voor het eind van het jaar in ieder geval geïnformeerd zullen worden over hun regeling en hoe ze daarmee om kunnen gaan. Verder zijn we natuurlijk heel blij met het advies over ons eigen ingediende amendement met betrekking tot het starttarief. Steun hem allen! Het amendement met betrekking tot afval scheiden betaalbaar. Zojuist was er al een discussie gaande met de wethouder, of in ieder geval een duiding vanuit de wethouder, en ook in de schorsing hebben ze wat gesprekken gevoerd. Ons lijkt het heel logisch om dit tarief maximaal te verhogen, eventueel naar 46 euro, om de simpele reden dat je het dan gelijk trekt aan de rest van Gorinchem. Een meerpersoonshuishouden betaalt op dit moment € 371 voor het onbeperkt storten van afval.
Komend jaar gaan zij € 325 vast tarief betalen en vervolgens moeten zij hun scheiding maximaliseren om hun restafval te minimaliseren en zodoende uit te komen op hetzelfde bedrag, bij voorkeur zelfs lager, zodat we de unieke situatie hebben dat je minder afvalstoffenheffing gaat betalen. Kortom, wij zouden willen voorstellen, en misschien is het ook al gebeurd, om het amendement te wijzigen naar € 46, en dan zijn wij meer dan bereid om het voorstel te steunen. De heer Schefferlie: Voorzitter, misschien mag ik de heer Klein een suggestie doen. Wij zullen het amendement handhaven en we zullen straks motiveren waarom we dat doen. Dat neemt niet weg dat u ons amendement mag kopiëren – het zal niet de eerste keer zijn – en daarin het bedrag op € 46 kunt vaststellen. Dan zal het amendement het ongetwijfeld wel halen. De heer Klein: In ieder geval bedankt voor de suggestie. We zullen zo meteen in overweging nemen of het wat is. Wij vinden in ieder geval dat iedereen de motivatie moet hebben om afval te scheiden, en dat zien wij ook in het bedrag van € 40. Vervolgens ga ik door naar het niet wachten met sparen voor onderwijs. We begrijpen dat daar ook een discussie over gaande is als die net ook niet helemaal helder was, dus daar wachten we even nog rustig op de tweede termijn, of die daar verheldert en of dan al dan niet aangepast gaat worden.
‘Verenig ook de buitenstad’ kunnen wij steunen. Naar aanleiding van de motie van ChristenUnie/SGP met betrekking tot de Uilenhof, kan ik in ieder geval zeggen dat ik de gangen en het speelplein, om het zo te noemen, jarenlang goed heb onderhouden in mijn vrije tijd. Het is inderdaad een mooi pand en wij kunnen de motie in dat opzicht steunen. J - 71
De motie ‘Voorkom dat spoedzoekers op straat belanden’ zien wij toch een beetje als vooruitlopen op waar we als gemeente mee bezig zijn en daarom zullen wij die niet steunen. ‘Groen voor groentjes’. Er wordt over verschillende kosten gepraat en volgens mij zal de motie worden aangepast. Daarom wachten we even tot de tweede termijn. Op het moment dat de motie aangepast wordt, snappen wij dat het een sympathiek voorstel is en als daar de kosten niet de spuigaten uitlopen, willen wij die nog wel steunen. Het amendement ‘Minder schrappen, meer schrapen’… De heer Schefferlie: Voorzitter, dat amendement zullen wij intrekken. De heer Klein: Nou, dat scheelt in ieder geval weer een keer stemmen; bedankt heer Schefferlie. Dan gaan we door naar ‘Wacht tot het rode licht gedoofd is’ van de PvdA. Tijdens het debat had ik er een beetje moeite mee om te begrijpen wat daar nu de insteek van was, maar uiteindelijk trekken wij de conclusie dat er eigenlijk geen keuze wordt gemaakt en dan een apart potje wordt gemaakt. Nou, daar zien we het niet helemaal in zitten, zeker niet omdat dat uiteindelijk ook weer tot consequentie zal hebben dat we door het investeringsplafond heen moeten. Van het amendement inzake de investering in de Nieuwe Hoven zijn wij mede indiener, dus dat lijkt me voor de hand liggend.
Ten aanzien van het amendement ‘Banneweg ipv van Nieuwe Hoven’ heb ik zojuist ook al gezegd dat wij het eigenlijk een hele logische stap vinden om in de Banneweg een knip te zetten en dat we dat niet zien als definitief schrappen, maar juist opschuiven en juist dat de Nieuwe Hoven aanpakken, met name de fietsverbinding, cruciaal gaat zijn om een veilige en goede fietsverbinding uiteindelijk naar de scholencampus te creëren. Dus dat zullen wij niet steunen. Met betrekking tot het amendement ‘Nieuwe doelen voor De Nieuwe Doelen’ kiezen wij heel duidelijk voor cultuur, dus dat zullen wij niet steunen. De motie ‘Minder schrappen, meer schrapen’ vinden wij vanuit Democraten Gorinchem een sympathieke motie, maar zoals zojuist in het debat zijn wij heel erg bang dat dat juist ervoor gaat zorgen dat we overal de druk op gaan leggen, dat er geschaafd moet worden en dan zijn wij meer voor gewoon een concrete keuze om een project anders aan te aan te vliegen dan dat we overal van af gaan schaven. Tot slot de motie ‘Geld lenen kost geld’ van de PvdA. Die stelt ook voor om door het investeringsplafond te gaan en die zullen wij niet steunen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schefferlie, Democraten Gorinchem. De heer Schefferlie: Voorzitter.
Ik heb via-via begrepen dat de voorzitter van ons college zich na de collegevergaderingen vaak afvraagt: hebben we het goede gedaan voor Gorinchem? Wij vragen ons dat in ieder geval vanavond ook af en wij zijn bang dat dat niet het geval is. Wij hadden veel liever gezien dat we station Gorinchem-Noord hadden durven aanhouden in onze begroting. Het kan best zijn dat we niet zeker weten wanneer en of het komt, maar wij vermoeden wel dat een hoop potentiële kopers van GorinchemNoord dat meewegen over hoe we hier verder gaan met de voorzieningen zoals we ze ooit J - 72
bedacht hadden. Je kunt het ook virtueel laten staan, in afwachting van hoe dat precies gaat, maar dan heb je nog steeds de uitstraling dat je het zou doen. Het kan zomaar zijn, zoals wij geïnformeerd zijn, dat het een aanzienlijke afname van de grondwaarde teweegbrengt. Wij vinden het jammer dat dat aspect niet door het college is uitgezocht voordat we dit besluiten op deze manier nemen. Daarbij speelt ook mee dat wij het niet zo erg hadden gevonden als het gewoon virtueel opgenomen blijft worden in de begroting. Dat kunnen wij ons veroorloven, omdat we het niet zo erg vinden als dat investeringsplafond in ieder geval op papier overschreden zou worden. Maar dat ligt nogal gevoelig in de coalitie, hebben we begrepen, zo gevoelig zelfs dat we het laatste miljoen dat we nodig zouden hebben voor de Banneweg, of zelfs de laatste 900.000 euro, toch maar niet doen, en dat is jammer, want het gaat daar ook om fietsveiligheid, het oversteken en de doorstroming. Het laatste stukje doen we dan niet.