20231102 Concept verslag raadsvergadering Gorinchem 2 november 2023
Tekst van het document
Het voelt als slikken of stikken, want opnieuw, denken wij, is er echt kritisch gekeken naar een andere locatie die nu wordt afgeschoten. Het herinnert ons aan het proces rondom het ISK. Daar werd ook niet alles op tafel gelegd en toch, voorzitter, resulteerde dat met omwegen in een betere locatie, die in eerste instantie niet genoemd werd, maar uiteindelijk zoveel beter bleek te zijn. Zo voelt het nu ook, al weten we het natuurlijk niet zeker. Wat wij missen, is een college dat de raad positioneert om weloverwogen keuzes te maken, door bijvoorbeeld uitvoering te geven aan de afspraken vanuit het coalitieakkoord om te werken met scenario’s, vergelijkbaar – en ik ga het toch noemen – met het proces van de Regionale Energiestrategie. Waarom kunnen we, als het gaat om windmolens, wel vooraf allerlei voorwaarden en criteria bedenken, met meerdere I - 20
gemeenteraden zelfs, en als het gaat om een opvanglocatie in onze eigen stad niet meer? Ja, mevrouw Hamann? Oh, ik ben geen voorzitter, sorry! De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. ISK en de Regionale Energietransitie zijn hier niet aan de orde. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dank u. Het terugwinnen van het vertrouwen van de inwoners van Gorinchem in de politiek doe je volgens ons niet door het draagvlak in dezen te verkleinen door participatie niet als prioriteit te zien, en het bijzondere is... De heer De Pagter: Voorzitter, als interruptie. Zojuist is ook al door de heer Van Santen gerefereerd aan een vergadering die we hierover hebben gehad. Ik snap niet waarom dit rookgordijn. Het lijkt mij dat D66 intern verdeeld is over hoe wij tot een keuze moeten komen in dit proces. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Intern is er in ieder geval geen verdeeldheid. Het bijzondere is dat slechts twee jaar geleden drie wethouders die nu in het college zitten en toen in de raad, stemden voor een motie waarin gevraagd werd om de bereidheid van opvang voor asielzoekers op een locatie die via participatie met inwoners zorgvuldig werd gekozen. Waarom laat u dat dan nu niet zien? In plaats daarvan wijst het college heel gemakkelijk naar het COA. Niet de gemeente, maar het COA heeft de locaties afgeschoten en afwegingen gemaakt.
Dat is toch de omgekeerde wereld als wij hier de stad besturen? Waarom hebben wij als stadsbestuur niet onze eigen afwegingen en de daarbij behorende criteria? Als u het mij vraagt, denk ik bijvoorbeeld aan criteria als nabijheid en beschikbaarheid van scholen en nabijheid van openbaar vervoer. Het COA levert ons inziens een locatie uit de hoge hoed, het college neemt het klakkeloos over en voor de bühne... De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Ja, ik wou er eigenlijk niet over beginnen, maar nu wil ik mevrouw Alba Heijdenrijk toch vragen hoe D66 ernaar keek toen ze dit zeiden bij het belastingkantoor, over de nabijheid van scholen, het ISK, of andere voorzieningen, toen we daar ineens van 300 misschien wel naar 500 mochten gaan en er ook nog een boot aangelegd mocht worden in de stad. Dat kan ik niet helemaal rijmen met het pleidooi dat nu gehouden wordt. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Volgens mij staat het belastingkantoor redelijk centraal bij scholen en alles daaromheen, of is dat niet de vraag? De heer Klein: Nou, voorzitter, volgens mij is het ISK daar niet gevestigd. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Nee, dat klopt. Anyway, een locatie uit de hoge hoed, een college neemt dat klakkeloos over en voor de bühne wordt de raad nog even gevraagd om te tekenen bij het kruisje.
D66 neemt verantwoordelijkheid voor een zorgvuldig en goed afgewogen besluit en daarom dienen we het amendement in voor het verkennen van
I - 21
meerdere locaties. We willen niet kiezen voor een goede locatie, maar voor de beste locatie en jammer genoeg is die beste locatie vanavond nog niet in zicht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Krol, ChristenUnie/SGP. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Het is vandaag een stormachtige dag buiten, maar ook een beetje binnen de muren van dit stadhuis, al was ik blij met hoe het aan het begin van de avond ging met de insprekers; dat ging volgens mij in een mooie orde. Helaas doet de opvang van asielzoekers, zoals gebruikelijk, veel stof opwaaien. In de afgelopen weken bleek dat in ieder geval een deel van de bewoners in Hoog Dalem zich overvallen heeft gevoeld door het voorstel en het gehanteerde tempo. Mogelijk hebben we als bestuur wel een beetje onderschat dat de inwoners totaal niet op gelijke vlieghoogte zitten met ons. Als raad en als college waren we al een poos bezig om een definitieve streep te zetten door de verlenging-op-verlenging-opvang in de Gildenwijk en om een duurzamere en kleinschalige opvang te realiseren elders in Gorinchem. Als raad zijn we tussentijds geïnformeerd over de zoektocht van het COA en de gemeente naar een alternatief en tot deze zomer was er geen witte rook, geen enkele locatie die haalbaar bleek.
Ik kan mij best voorstellen dat raadsleden heel erg graag op de stoel van het college gaan zitten en al die locaties nog eens tegen het licht willen gaan houden om te zien of er toch ergens ruimte zou zitten, maar dat is niet de rol van ons als raad. We hebben het college gemandateerd om met een of meer geschikte en haalbare locaties naar de raad terug te komen…. De heer Schefferlie: Voorzitter, mag ik de heer Krol bij wijze van interruptie dan vragen wat wij hier vanavond aan het doen zijn? De heer Krol: Wij gaan voor of tegen een voorstel stemmen dat door het college aan ons is voorgelegd, en dat is helemaal in lijn met het plan van aanpak dat wij als raad hebben vastgesteld. De heer Schefferlie: Ik vind dat geen keuze. De heer Krol: In het plan van aanpak staat dat het college met een of meer geschikte en haalbare locaties naar de raad terugkomt en dat is nu aan de orde. De heer Schefferlie: Gelooft de heer Krol werkelijk dat dit de enige mogelijke locatie zou zijn, even los van het feit dat wij die andere waarschijnlijk beter vinden? De heer Krol: Ik denk dat dit nu de enige mogelijke locatie is die in beeld is, ja. Bij de andere locaties zijn afwegingen geweest en die zijn afgevallen. De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk.
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ik ben benieuwd op welke basis ChristenUnie/SGP meent dat die afweging is gemaakt, want in de stukken, waar verder inhoudelijk niet over gesproken mag worden, zie je eigenlijk niet echt criteria terug waarlangs de lat is gelegd. De heer Krol: Mooi hè, dat we daar nu als raad eens wat van kunnen vinden? Dus ik ga zo in op de locatie. I - 22
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Nee, dat kan dus niet, want het hele stuk ligt onder geheimhouding. De heer Krol: Nee, het gaat over het voorstel dat het college heeft ingediend bij de raad; dat gaat over de Buys Ballotstraat en daar kunnen we wat van vinden. Daar kunt u voor zijn of tegen. Ik wil daar zo graag verder op ingaan. Ik ben in ieder geval dankbaar dat het college uitvoering heeft kunnen geven aan de opdracht die het heeft gekregen en dat we ons als raad nu dus kunnen uitspreken over een voorstel. En ja, de prijs lijkt te vallen in postcodegebied 4207, nee: vlak naast postcodegebied 4208, zijnde Hoog Dalem. In B&A heb ik aangegeven dat het van ons best iets dichter in het hart van Gorinchem had mogen zijn, maar op zichzelf vinden wij dit een prima locatie. Er is ruimte, er is een buffer, zijnde een groenstrook, water, een brede weg, met een woonwijk, een perceel dat mogelijkheden biedt om in afstemming met omliggende bedrijven en omwonenden dat in te richten en tegelijkertijd zeker geen geïsoleerde plek. Er zijn voorzieningen in de buurt, maar ook heel Gorinchem is binnen bereik. Onderschat daarbij niet de mobiliteit, de creativiteit en de autonomie van de bewoners van het AZC. De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk.
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Volgens mij is een van de criteria die wij ergens toch wel stellen het feit dat er onderwijs in de buurt is, terwijl het onderwijs dat op dit moment in de buurt ligt een wachtlijst kent. De heer Krol: U refereert nu aan het basisonderwijs, denk ik. Volgens mij maken de meeste kinderen die nu in het AZC zitten gebruik van de schakelklas, dus dat zal spaarzaam zijn en zelfs als enkele van die leerlingen doordruppelen naar het reguliere basisonderwijs, lijkt me dat net zo haalbaar als wanneer er een andere nieuwe bewoner in Gorinchem-Oost komt wonen. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dus we vallen eerst wel over het feit dat ze moeten gaan fietsen en vervolgens vinden we het oké dat ze helemaal naar de andere kant van Gorinchem moeten? De heer Krol: Als het gaat om mobiliteit, denk ik dat heel Gorinchem goed is aan te rijden, fietsen, of hoe dan ook, ja. Onderschat niet de mobiliteit, de creativiteit en de autonomie van de bewoners van het AZC. We starten op deze plek met een groep die grotendeels verhuisd is vanuit de huidige locatie van het AZC, mensen die de weg weten in onze stad, en de huidige structuur rond het AZC gaat mee: de betrokkenheid van vrijwilligersorganisatie KLIK, Vluchtelingenwerk, Avres, Da Vinci, Bibliotheek aan zet en niet in de laatste plaats ook de bevlogen medewerkers van het COA.
Dus nee, er wordt straks in de realisatie niet zomaar wat over de schutting gegooid. Volgens mij heeft iedereen die betrokken is er belang bij dat deze verhuizing en ook de realisatie goed gaat verlopen. Ik wil hiermee niet over de zorg en de frustraties van een deel van de bewoners van Hoog Dalem heen walsen. Er zal nog veel besproken moeten worden, om zo goed als mogelijk vertrouwen op te bouwen en ik hoop dat een constructieve bewonersvertegenwoordiging betrokken raakt. Ik wil als suggestie meegeven aan het college I - 23
om afspraken over evaluaties en bijsturing goed vast te leggen in afspraken met het COA. Volgens mij gaat de PvdA daar straks ook nog iets over zeggen. Wat betreft eventuele overlast die toch aan de orde zou kunnen zijn, heb ik nog wel een vraag aan het college. Ik zou graag van het college horen of de burgemeester de bevoegdheid heeft om in het geval van een notoire overlastgever op te treden en iemand de toegang tot het AZC te ontzeggen. Dit gezegd hebbende, hoop ik dat we wat weg bewegen van de insteek dat deze nieuwe Gorcumers vooral gepaard gaan met overlast en worden gezien als een schadepost. Ik heb vorig jaar in deze raad wat gedeeld over mijn ontmoeting met Mohammed, een stateloos Palestijn – hoe actueel is dat – en de vriendschap die ik met hem en zijn gezin heb opgebouwd. Zowel hij als zijn vrouw zijn helaas overleden, maar ik heb veel van hen geleerd. Enkele weken terug, een van de mooie dagen eind september, had ik met mijn gezin enkele Gorcumers op bezoek die zijn gevlucht vanuit Eritrea. We hebben samen gegeten en hadden achter in onze tuin een Eritrese koffieceremonie en een prachtige ontmoeting. Daar waren twee jonge vrouwen bij, van wie er één al werkt in de thuiszorg en de ander een zorgopleiding volgt en nu stage loopt. Dit zijn geen schadeposten, deze mensen zijn van grote waarde voor onze Gorcumse samenleving.
Graag wil ik namens mijn fractie erkenning uitspreken naar de vier wijkbewoners die het voortouw hebben genomen om de wijk te organiseren in een protest. Ze zijn in een situatie terechtgekomen waarvan ze een maand geleden nog geen idee hadden en hebben veel werk verzet. Het zal u niet verbazen dat we op de inhoud best van mening verschillen, maar ik wil wel mijn waardering uitspreken voor jullie inzet, voor de verzamelde documentatie, voor het delen van waar de pijn en de zorgen zitten en voor de redelijkheid waarmee we het gesprek konden voeren. Vanuit dat gesprek wil ik wel een vraag nog voorleggen aan het college. Zou het risico kunnen zijn dat op grond van het Didamarrest een rechter een streep zet door de verhuur van het perceel aan het COA vanwege het ontbreken van een gelijk speelveld met andere mogelijke geïnteresseerden in het perceel? Het lijkt mij in dat kader relevant om te weten of het perceel al enige tijd op de markt was en, als dat zo was, of er geen onderhandelingen zijn onderbroken met gegadigden om ruimte te maken voor een overeenkomst met het COA. Graag uw reactie erop. Het is misschien net iets van een aanscherping op de vragen die het CDA eerder heeft gesteld. Ik wil graag waardering uitspreken richting betrokkenen van het COA, richting het college van B&W, in het bijzonder de portefeuillehouder, en de ambtelijke organisatie.
Dank voor de inspanningen om tot een persoonlijke en accurate communicatie te komen. Direct omwonenden hebben de info uit de eerste hand gekregen, er is snel een infoavond belegd en ja, de meningen daarover zijn heel erg verdeeld, maar troost u met de gedachte dat je het bij een dergelijk thema eigenlijk niet goed kunt doen. Wanneer er een kant-en-klaar plan ligt, is het al voorgekookt en wanneer je een grens trekt welke straten huis-aan-huis een brief ontvangen, is er altijd wel een bewoner in een straat of een wijk verder die ook een brief had willen krijgen. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Vorig jaar, toen we vooruitkeken op hoe we die participatie zouden gaan doen, juist omdat het in dat voortraject zo fijn is als je dat goed doet, omdat je dan nadien, als het echt gaat gebeuren, goed met elkaar in overleg kunt komen, was onder andere afgesproken dat de
I - 24
randvoorwaarden die de omwonenden zouden zien en zouden overbrengen, zouden worden betrokken en naar ons toe zouden worden overgebracht op weg naar ons besluit. Vindt u tegen de achtergrond van die afspraken dat het participatieproces met een voldoende is afgerond? De heer Krol: Nee het participatieproces begint nu pas. Ik was net toe aan de zin dat, wanneer een proces snel verloopt, mensen zich overvallen voelen en wanneer een proces maar voortduurt, mensen aan het lijntje worden gehouden. De heer Schefferlie: De heer Krol wil dus zeggen dat hiervoor geen participatieproces is geweest? U zegt: het begint nu pas, dus hiervoor was er geen participatie in uw ogen. De heer Krol: Ik heb net aangegeven welke inspanningen er zijn gepleegd. Ik denk dat het goed was dat eerst snel is gecommuniceerd dat dit de locatie was, ook in lijn met wat de heer Van der Meijden vorig jaar aangaf, van: we gaan niet discussiëren over welke plaats. De heer Schefferlie: Het is heel fijn dat we dit vaststellen, dat u zegt dat dit geen participatie was; dat ben ik nagenoeg met u eens. Er is een poging toe gedaan, maar weet wel dat het in strijd is met een door deze raad zelf aangenomen voorstel over de manier waarop ook vooraf, zeg maar, die participatie zou worden ingericht. De heer Krol: Ik denk dat je daarover kunt discussiëren, hoe je het plan van aanpak kunt lezen.
U refereert aan de verhandelingen van eind april vorig jaar, ik denk dat dit een startmoment is. Wellicht kunnen we vanavond een klap geven op het voorstel, dan gaat er een heel traject van start en ik hoop dat dat heel vruchtbaar zal zijn. Ik ga nog een keer proberen de zin te herhalen die ik volgens mij twee keer probeerde op te starten. Wanneer een proces snel verloopt, voelen mensen zich overvallen en wanneer een proces maar voortduurt, worden mensen aan het lijntje gehouden. Ongetwijfeld zijn er punten die een volgende keer anders worden gedaan en de wethouder heeft daar in de vorige sessie al iets over gezegd. Ik wens u allen in ieder geval voor een vervolg toe dat u gezegend wordt met wijsheid, fijngevoeligheid en besluitvaardigheid. In de tweede termijn zal ik ingaan op de ingebrachte amendementen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klein, Stadsbelang. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik wil beginnen met iedereen nog eens te bedanken die vanavond heeft ingesproken op de Zeepkist. Ik denk dat dat een extra aanvulling is op hoe in ieder geval dit besluit leeft in de stad, in positieve zin of in negatieve zin, ten opzichte van het voorstel van het college.
Daarnaast wil ik vanavond beginnen met het voordragen van een passage uit een boek, geschreven door Jonathan Stutzman, genaamd ‘De Muis met het open huis’: Het was al donker en de duisternis had een beer meegebracht. ‘Ik ben verdwaald’, bromde de beer, ‘ik heb honger en ben ver van huis.’ ‘Dan is dit vannacht jouw huis’, zei Vincent opgewekt. ‘Nee!’, schreeuwden de andere dieren. Ze blokkeerden de deur zodat de beer niet naar binnen kon. ‘Laat hem er niet in, straks eet hij ons op, er is hier geen plaats voor
I - 25
een beer!’ Vincent rechtte zijn rug en maakte zich zo groot mogelijk. ‘Dit is mijn huis’, zei hij, ‘en in mijn huis zijn alle dieren welkom.’ Voorzitter. Natuurlijk is dit een passage uit een kinderboek en wij hebben in Gorinchem niet te maken met beren, maar het raakt wel de kern, zoals wij als Stadsbelang Gorinchem zien. Wij zijn net zoals Vincent en wij zetten ons in voor mensen in nood. Dit laten we al jarenlang zien, met de noodopvang in het oude belastingkantoor als meest recente voorbeeld. Een noodopvang, voorzitter, met de nadruk op ‘nood’, want we kunnen niet zeggen dat deze locatie hiervoor bedoeld is: gedeelde slaapruimtes, sanitair, geen voorzieningen of buitenruimte, en dit alles in een gebouw dat niet voor bewoning gemaakt is. Als Stadsbelang zien we hier nu een voorstel dat aan de eisen voldoet, de eisen die we als raad hebben gesteld voor het vinden van een locatie, een locatie die in samenwerking met het COA is gevonden, maar – let op! – het COA heeft besloten welke locatie voor hen geschikt is.
Zij hebben inderdaad de afweging gemaakt ten opzichte van andere locaties, maar wie anders kan die afweging beter maken waar zij het beste kunnen vestigen dan een instantie die dagdagelijks met dit soort locaties te maken heeft? Andere locaties zijn, zoals in eerdere sessies besproken, alsook in een RIB, afgevallen om diverse redenen, die variëren van te groot, te klein of alleen koop. Laten we het alsjeblieft niet opnieuw verkopen aan het COA. Wat ons betreft voegt het daarom niets toe om afgevallen locaties te gaan bediscussiëren, of aan de hand van eigen criteria het werk van het COA opnieuw te doen. De locaties zijn immers door het COA afgewezen, de organisatie die er gespecialiseerd in is en de organisatie die wij verzoeken om te verhuizen naar een andere plek. Voorzitter. Wat Stadsbelang betreft, is het simpel. Als raad gaan we vanavond de voorgestelde locatie beoordelen, maar ook wij zijn niet blind voor de uitdagingen. Er is in de voorgaande sessies al gesproken over de aanpak van de Griendweg, het toevoegen van een voetpad alsook het verbeteren van de verlichting. Kan de wethouder zo meteen toezeggen dat de Griendweg is aangepakt voor het eind van 2004? Daarnaast horen wij geluiden dat er veel behoefte is aan een evaluatie waarin bewoners en omwonenden informatie kunnen ontvangen en delen, informatie waarop vervolgens gerichte actie kan worden ondernomen.
Het gaat namelijk van groot belang zijn dat iedere zorg of angst weggenomen wordt en dat we de eventuele overlast, net zoals in de Gildenwijk, kunnen minimaliseren. Zoek bijvoorbeeld gezamenlijk met scholen, instanties en initiatieven als bijvoorbeeld Gorinchem Beweegt contact, want dit contact zal van grote meerwaarde zijn bij ieders acceptatie. Met die onderbouwing zullen wij de motie voor een tweejaarlijkse evaluatie indienen samen met PvdA. Tot slot zien wij als Stadsbelang in ieder geval uit naar een verdere uitwerking, alsook de uitwerking van de vrijkomende locatie in de Gildenwijk, wat natuurlijk een geweldige inbreidingslocatie is. Wij vertrouwen erop dat we nu eindelijk die kwalitatieve, kleinschalige locatie kunnen realiseren waar we in Gorinchem al zo lang naar op zoek zijn, want vergeet niet: op dit moment vangen we mensen op in een kantoor. Dat is geen huis en al helemaal geen thuis. Bedankt voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw De Groot, PvdA. Mevrouw De Groot: Dank, voorzitter. In een wereld die vaak lijkt te draaien om uitzonderingen, willen we graag even stilstaan bij het onmiskenbare feit dat we in de I - 26
rijkste, veiligste en gezondste tijd ooit leven, zoals Rutger Bregman treffend verwoordt in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’. Maar waarom lijken we dit soms te vergeten? Simpelweg omdat het nieuws en sociale media vaak gevuld zijn met verhalen over uitzonderingen en deze verhalen hebben een sterke invloed op hoe gedacht wordt over bepaalde kwesties, zoals de komst van een nieuw asielzoekerscentrum. In Gorinchem hebben we al een rijk verleden met de opvang van vluchtelingen. In 1999 werd door het COA voor het eerst een AZC gerealiseerd in Gorinchem. Na enige protesten toentertijd werd alsnog een AZC gerealiseerd en bleek een groot aantal vrijwilligers bereid om ondersteuning te bieden op en rond het AZC. Er was nauwelijks sprake van incidenten, behalve enkele kleine vergrijpen en misverstanden. Vanavond moeten wij hier als gemeenteraad weer een keuze maken over een nieuwe locatie voor het AZC. De aankondiging hiervan heeft vele emoties opgeroepen en de bewoners die vlak bij de voorgestelde locatie wonen, hebben hun bezwaren geuit. Tegen die bewoners willen wij zeggen: wij zien jullie en, nog belangrijker, wij horen jullie. Is alles goed gegaan de afgelopen periode? Nee, zeker niet. Kan het beter? Jazeker, maar daarom dienen wij de motie ‘AZC, tweejaarlijkse evaluatie’ in, samen met CDA, Stadsbelang, ChristenUnie/SGP, Gorcum Actief en de SP.
Wij geloven dat er meer draagvlak gecreëerd kan worden als we een meer inclusieve aanpak hanteren, namelijk een waarin we om de twee jaar met elkaar in gesprek gaan over wat goed gaat en wat beter kan. Samen oplossingen vinden als er eventuele problemen zijn, luisteren naar elkaar en op deze manier een succesvolle integratie van het AZC in onze stad bewerkstelligen. Maar wat wij als Partij van de Arbeid nog belangrijker vinden, is dat we nooit moeten vergeten dat we het hier over mensen hebben die hun huis en haard hebben moeten verlaten vanwege oorlog, geweld of andere levensbedreigende situaties. Deze mensen hebben recht op een goede opvang. De voorgestelde locatie voldoet volgens ons aan het uitgangspunt dat hier op de kortst mogelijke termijn voor een langere periode een kleinschalige opvanglocatie gerealiseerd kan worden. Echter, wij hebben nog wel een aantal kanttekeningen ten aanzien van zaken zoals onderwijs, openbaar vervoer en veiligheid. Deze zaken moeten in het vervolgproces, dat na het besluit van vanavond gaat beginnen, samen met omwonenden en andere belanghebbenden worden uitgewerkt. Wij zullen dit proces aandachtig volgen omdat de opvanglocatie op een zo goed mogelijke manier moet functioneren en moet voldoen aan de behoeften van vluchtelingen.
Rutger Bregman herinnert ons eraan dat, als we geloven dat de meeste mensen niet deugen, wij elkaar zo zullen behandelen, dan halen we het slechtste in elkaar naar boven. Laten we in plaats daarvan een andere benadering overwegen, een benadering gebaseerd op vertrouwen en de overtuiging dat de meeste mensen wel deugen. Laten we samenwerken, vertrouwen opbouwen en vriendschappen maken. Samen kunnen we laten zien dat de meeste mensen deugen en dat Gorinchem een plaats van gastvrijheid is. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Heeft mevrouw De Groot hier bij iemand in de raad de indruk gekregen dat de suggestie gewekt wordt dat er mensen zijn die hier zouden kunnen komen die niet deugen? Mevrouw De Groot: Nee, voorzitter, dat heb ik niet. De heer Schefferlie: Oké. Nou, dank u, dan zoek ik nog even naar de toegevoegde waarde. I - 27
Mevrouw De Groot: De toegevoegde waarde zit in het volgende. Iedereen leest Facebook, iedereen leest nare reacties en daarom willen wij graag ook daarop de aandacht vestigen. De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Even een verduidelijkende vraag. Op het moment dat je plannen gaat evalueren, kan het dus ook betekenen dat je over twee jaar met elkaar concludeert dat dit niet oké is. En wat dan? Los daarvan ben ik er overigens een groot voorstander van om de vinger aan de pols te houden. Via wijkcoaches, de wijkagent, een betrokken buurtbewoner, of wat dan ook, kun je zoiets prima in kaart brengen, maar wat nou – en misschien is dat een beetje vloeken in de kerk –als dan gesteld wordt dat er zoveel overlast van wordt ondervonden dat ‘ie dicht moet? Mevrouw De Groot: Dat vind ik lastig. Ik kan nu natuurlijk nog niet inschatten wat er over twee jaar gaat gebeuren. Onze intentie met deze motie is in ieder geval dat we om de twee jaar gaan evalueren om dit soort situaties eigenlijk te voorkomen, dat we er op tijd bij zijn als er problemen zijn en dan die samen met elkaar kunnen gaan oplossen. Als over twee jaar blijkt dat het niet werkt, moeten we met elkaar een heel goed gesprek gaan voeren over hoe we dat kunnen oplossen, of niet. Theoretisch gezien kan het natuurlijk altijd wat u zegt, maar daar gaan we niet vanuit.
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Nee, maar kun je dan ook uitgaan van het gedeelte dat je überhaupt, ook als COA zijnde, een verantwoordelijkheid hebt die je samen met de inwoners van Hoog Dalem, en eigenlijk voor heel Gorinchem, draagt, zonder dat je daar een heel formeel punt van maakt, met de mogelijkheid dat je vooral de doemscenario’s naar voren gaat brengen? Want ik kan u nu al op een briefje geven dat er bij alle Nederlanders wel een paar rotte appels tussen zitten, en wat doe je dan? Dus het is niet zozeer het feit dat ik niet in een evaluatie geloof, maar ik vraag me wel af of er niet heel erg de schijnbedoeling voor kan hangen dat mensen denken: oh, maar over twee jaar kunnen we het misschien laten sluiten. Mevrouw De Groot: Die schijnbedoeling willen wij helemaal niet wekken. Ik zal u eerlijk zeggen: tijdens het gesprek met de bewoners hadden zij het hier ook over, hoe ze dit het beste samen met elkaar kunnen doen. Dat werd toen benoemd als: kunnen we niet een evaluatie doen, jaarlijks of twee jaarlijks? Met daarbij ook de vraag: kunnen we dan eventueel bijvoorbeeld het contract beëindigen als het niet goed gaat? Zelf geloven wij daar niet heel erg in, omdat we verwachten dat de meeste mensen deugen en dat mensen wel fatsoenlijk met elkaar kunnen omgaan.
Daarom hebben wij dat ook niet benoemd in onze motie en hebben we ervoor gekozen om met elkaar in gesprek te blijven gaan, met elkaar oplossingen te zoeken en ik vertrouw erop dat mensen die in Hoog Dalem wonen dat ook zo benaderen. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Krachtig. Mevrouw De Groot: Dank u wel. Het gaat niet alleen om een nieuw gebouw, maar ook om het bieden van een veilige haven aan mensen die onze hulp hard nodig hebben. Laten
I - 28
we dit nieuwe hoofdstuk in Gorinchem beginnen met de overtuiging dat we samen sterker zijn. Samen kan het. Dank u wel. Motie M01: AZC, tweejaarlijkse evaluatie De raad der gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op 2 november 2023; verzoekt het college / geeft het college de opdracht om: 1. vanaf de realisatie van het AZC op de locatie Buys Ballotstraat 9 elke twee jaar een evaluatie in te plannen met de betrokken partijen (lees: het COA, college, gemeenteraad en inwoners); 2. tijdens de evaluatie het gesprek aan te gaan over de belangrijkste randvoorwaarden, bijvoorbeeld veiligheid (en bereikbaarheid) van voorzieningen, en dan gezamenlijk te beoordelen of alles verloopt zoals we verwachten en zo nodig oplossingen te zoeken voor eventuele problemen.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann, Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ook wij willen de insprekers bedanken voor hun soms hartverwarmende woorden, maar ook wel zorgen, waar wij zeker ook aandacht voor willen hebben. Maar dan nu onze reactie op dit gemeenteraadsvoorstel van het college. Eindelijk lijkt er een oplossing te komen voor de wens van deze gemeenteraad voor een kleinschalig AZC voor 150 vluchtelingen. De noodlocatie aan de Vroedschapstraat, we hadden het er al eerder over, kan dan worden herontwikkeld tot woningen, zoals meer kantoorgebouwen in Gorinchem kunnen worden herontwikkeld tot woningen, waaraan grote behoefte is in deze stad. Misschien kan het in de Vroedschapstraat wel in combinatie met de locatie van ‘t Gilde daar vlakbij, om de woningnood enigszins te lenigen. Ook dat aspect houden wij graag voor ogen. Het is jaren tobben geweest met die noodlocatie in het voormalige belastingkantoor. De 300 vluchtelingen hebben daar geen eigen ruimte om te wonen, maar gedeelde, met gezamenlijke wc’s, douches en keuken. Je zal zomaar maandenlang, soms jaren, moeten leven met je kinderen en niet echt kunnen starten in de nieuwe maatschappij Nederland. Dat is voor deze kansrijke vluchtelingen helemaal niet zo gemakkelijk en ook niet wenselijk in die omgeving. Daar vlak naast, haast ertegenaan, staat de Frisoflat met seniorenbewoners.
Deze bewoners is in het verleden keer op keer beloofd dat de noodopvang van tijdelijke aard zou zijn. Dat was dus niet het geval en op een gegeven moment kreeg Gorinchem zelfs een aanwijzing van de rijksoverheid. Dat moet je als gemeenteraad al helemaal niet willen en dat willen we ook zeker niet nog een keer meemaken. Het liep van het begin af aan dus helemaal niet zo lekker daar aan de Vroedschapstraat. Maar sinds er maatregelen zijn getroffen, vorig jaar, zijn de klachten over. Dat valt dan wel weer op. In november vorig jaar nam deze gemeenteraad het besluit om het COA te vragen een kleinschaliger AZC elders in Gorinchem te realiseren. Het college van B&W kreeg dus de opdracht mee en heeft die opdracht ons inziens goed uitgevoerd met het plan dat nu voorligt, precies op tijd vinden wij ook, want waarschijnlijk wordt de Spreidingswet nu wel aangenomen, dus reden temeer om content te zijn met dit voorstel. De locatie is niet door de gemeente gekozen, maar door het COA. Deze uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid schijnt verschillende plekken in Gorinchem gewikt en gewogen te hebben, maar kiest voor tien jaar huur van een kavel op het I - 29
bedrijventerrein in Gorinchem-Oost. Daar vlakbij zijn voorzieningen zoals scholen, winkels, gezondheidscentra, enzovoort. Er komen zelfstandige woonunits van waaruit de vluchtelingen een start kunnen maken, eventueel een schoollokaal erbij; geen idee wat er nodig is, dat is allemaal praktische uitwerking waarvoor we nog tijd krijgen. Wij pleiten ook voor een goede dagbesteding, liefst werk op basis van vrijwilligheid. Er is zat te doen hier in de stad. Ook zullen er maatregelen moeten worden getroffen in de omgeving, bijvoorbeeld bij de Griendweg, in overleg met omwonenden. Zij zijn wel direct geïnformeerd, maar het zou goed zijn als er straks meer overleg komt over tal van praktische zaken. Eventuele klachten moeten zeker serieus genomen worden en wij rekenen op handhaving. Wij vertrouwen erop dat dit een leuk en goed AZC kan worden, in maat en omvang passend bij een stad als Gorinchem, en wensen het college heel veel succes bij de verdere uitvoering van deze plannen. Ik wil nu kort ingaan op het amendement. Onder geheimhouding konden raadsleden enkele stukken inzien met betrekking tot andere onderzochte locaties in de stad. Op deze manier konden raadsleden hun controlerende taak uitvoeren als raadslid. Die stukken zijn verder niet openbaar en ook eigenlijk niet eens zo relevant voor dit raadsvoorstel, want als gemeenteraad gaan wij niet over de keus van het COA.
Het betreft verkennende gesprekken tussen gemeente, enkele onroerendgoedeigenaren en het COA. Na die verkennende gesprekken vielen enkele locaties af en het COA heeft nu besloten voor de kavel op het bedrijventerrein. Wij zouden het onbehoorlijk bestuur vinden als de gemeente de bevindingen uit dit soort vertrouwelijke, verkennende inventarisaties met gevoelige bedrijfsinformatie publiekelijk bekend zou maken. Er worden dagelijks zoveel verkennende gesprekken gevoerd met partners in de stad. Dat gooi je niet zomaar op straat, zeker niet als je een goede en duurzame relatie wilt onderhouden met deze partners. De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk, interruptie. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Er wordt hier gesuggereerd dat het gaat om bedrijfsgevoelige informatie. Ik vind dit lastig, want ik mag hier niet op reageren, maar ik vind hier wel wat van. Dus als we het niet over de inhoud van het afschieten van locaties kunnen hebben, dan ook niet suggereren dat het gaat over bedrijfsgevoelige informatie. De voorzitter: Aan de andere kant heeft u ook zelf aangegeven dat er uws inziens een locatie bij zat die mogelijk beter was, hè? Zolang niet de inhoudelijke informatie zoals die in de stukken staat wordt beschreven, kan er natuurlijk wel in globale zin over gesproken worden. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Voorzitter.
Waar het ons om gaat, is dat gemeentebestuurders een relatie hebben met onder anderen onroerendgoedeigenaren. Daarmee kun je praten, maar wat daar besproken wordt leg je niet op straat. Als je een langdurige relatie met elkaar wilt houden, moet je elkaar ook kunnen vertrouwen als het gaat over vertrouwelijke gesprekken. Die vertrouwelijkheid willen wij zeker niet breken. De voorzitter: De heer Schefferlie.
I - 30
De heer Schefferlie: Wat vindt mevrouw Hamann dan van het feit dat het COA die informatie zelf helemaal niet vertrouwelijk heeft gemaakt? Mevrouw Hamann: Ik heb van het COA helemaal niks gehoord over die besprekingen. De heer Schefferlie: Nee, die zagen ook geen aanleiding om dit vertrouwelijk te maken. Dat is pas door het college op 10 oktober gebeurd. Mevrouw Hamann: Het COA heeft ervoor gekozen een kavel te huren voor een periode van tien jaar in Gorinchem, overigens aan de Buys Ballotstraat. That’s all. De heer Schefferlie: Klopt, maar het COA heeft een document waarin die afweging is gemaakt in relatie tot andere locaties en die is door het COA helemaal niet vertrouwelijk gemaakt. Dat heeft de gemeente gedaan. Mevrouw Hamann: De gemeente heeft ook een langdurige relatie met partners in de stad. Dat zal het COA een zorg wezen. Daar is de heer Schefferlie toch zeer vertrouwd mee, als je kijkt hoe dat in het verleden met het belastingkantoor is gegaan! De heer Schefferlie: Nou, zeker, maar nu zegt u belangrijke dingen: het zou het COA een zorg wezen. Die zorg hoort juist bij ons te liggen, en dat vraagt van ons een ander soort betrokkenheid dan u bepleit.
U laat het COA namelijk maar z’n gang gaan: laat ze maar kiezen! Maar het is toch wel heel opmerkelijk dat de overheid, die die zoektocht van u mag doen, zelf geen aanleiding ziet om de afwegingen die daarin zijn gemaakt geheim te houden en dat wij dat dan wel gaan doen voor onze inwoners. Mevrouw Hamann: Voorzitter. De heer Schefferlie legt nu weer woorden in mijn mond die ik niet gezegd heb. Wij hebben nooit gezegd “het COA mag wel kiezen”. Ik heb geen idee wat ze zouden kiezen als ze dat zomaar zouden mogen doen. Het gemeentebestuur heeft wel degelijk in overleg met pandeigenaren enkele locaties gezien. Er wordt nu net gedaan alsof er een hele lijst aan mogelijkheden is, maar dat is helemaal niet waar. We hebben maar heel beperkt ruimte hier in de stad en wat we aan ruimte hebben, willen we ook heel graag voor het realiseren van woningen gebruiken. Dus ik zou maar niet zeggen dat het hier een soort snoepwinkelwereld is voor het COA. Daar geloof ik helemaal niks van. De heer Schefferlie: Goed, maar als ik uw woorden goed onthouden heb, spreekt u zich toch wel tegen, van het ene moment waarop het COA mag kiezen, naar het andere moment waarop u zegt dat dat niet het geval is. Laat ik het zo zeggen: ik ga geen lelijke woorden meer gebruiken, maar ik heb wel enige twijfel bij de correctheid van alle informatie die u deelt. De voorzitter: Mevrouw Hamann vervolgt haar betoog.
Mevrouw Hamann: Het COA is de partij die investeert en die bepaalt ook waar, wanneer en wat ze investeert. Dat beslist de gemeente niet. Ik vervolg mijn betoog… De heer Tekir: Voorzitter… De voorzitter: De heer Tekir. I - 31
Mevrouw Hamann: Voorzitter, hier maak ik bezwaar tegen. We hebben per partij één woordvoerder. De heer Tekir: Ik ben nog steeds raadslid, een van de 25, zoals u dat ook bent. Mevrouw Hamann: Nee, we hebben daar afspraken over. Ik had net met mevrouw Alba Heijdenrijk te doen en nu komt de heer Tekir…. De voorzitter: Daarover hebben we aan het begin van het overleg afspraken gemaakt. Ik heb daar ook toestemming voor gevraagd aan de gemeenteraad en daar was niemand op tegen. De heer Tekir. De heer Tekir: Overigens, in de richting van mevrouw Hamann: ik houd dat gedurende deze vergadering goed in de gaten door enkel te reageren op het amendement dat ik zelf heb ingediend en op het overige reageert mevrouw Alba Heijdenrijk, om redenen van tijdsefficiëntie. U reageerde op het amendement dat ik heb ingediend en waar ik mij over verbaas – ik val bijna van mijn stoel! – is dat u keer op keer verwijst naar het COA dat hier een besluit zou nemen, alsof het COA hier het college of de gemeenteraad overneemt. Ik vraag me oprecht af, en dat is een serieuze vraag aan u: wat doen wij hier als gemeenteraad nog als het COA dit al heeft besloten? Mevrouw Hamann: De gemeenteraad heeft het college opdracht gegeven om samen met het COA een andere locatie te gaan zoeken in de stad. Tot die opdracht is door de gemeenteraad besloten Dat is een democratisch proces geweest.
De heer Tekir doet net alsof het COA hier een beetje de koning van Gorinchem kan spelen, maar zo is het niet. De heer Tekir: Ja, u doet inderdaad alsof het COA de koning van Gorinchem is. Mevrouw Hamann: Nee, nee, nee! De heer Tekir: En waar ik mij over verwonder is dat u als lokale partij een locatiekeuze voor asielopvang zomaar uit handen geeft aan het COA. Mevrouw Hamann: Ook dat is niet het geval! De heer Tekir: Ik vraag me oprecht af hoe u de rol van de gemeenteraad ziet in deze locatiekeuze. De voorzitter: Ik stel voor dat mevrouw Hamann even duidelijk maakt hoe ze erin zit. Mevrouw Hamann: De gemeenteraad heeft na al dat geklier en geklooi aan de Vroedschapstraat het college de opdracht gegeven om samen met het COA een alternatief te gaan zoeken. Daar is nu deze vorm uitgerold. Het is niet zo dat je daarmee als gemeenteraad alles uit handen geeft, maar je hebt wel duidelijk een opdracht gegeven aan het college, het college voert die opdracht uit en wij kunnen nu stemmen of we het daarmee eens zijn of niet. Dat is democratie. Ik vervolg mijn betoog, voorzitter. Wij zijn verantwoordelijk voor hoe wij met onze inwoners omgaan. Dat geldt voor de Gildenwijk, waar inwoners keer op keer van alles is beloofd wat niet is nagekomen, en dat geldt nu net zo voor de inwoners van GorinchemOost en Hoog Dalem. Lessons learned, zou ik zeggen, dus een goede start met het nieuwe I - 32
AZC begint met heel goed overleg met de inwoners nu. Wij zijn daarom ook mede
indienen van de motie die net door mevrouw De Groot is ingediend. We zijn ons ervan bewust dat de inwoners in Gorinchem-Oosten, met name Hoog Dalem in de omgeving van de Buys Ballotstraat, zijn geschrokken van het nieuws dat er een AZC komt. Men vond de bijeenkomst zeer verwarrend en dat vinden wij heel erg jammer. Wij hopen dat het vertrouwen te herwinnen is door vanaf nu goed en veelvuldig met elkaar te overleggen over de praktische zaken die gaan komen. En natuurlijk zijn wij voor een evaluatie minstens eens in de twee jaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van ‘t Westende, VVD. Mevrouw Van ‘t Westende-de Bijl: Dank u wel, voorzitter. Vanuit de VVD-fractie reageer ik op het voorgestelde raadsbesluit betreffende de realisatie van kleinschalige opvang voor asielzoekers in de Buys Ballotstraat, een complex en delicaat onderwerp. Op verzoek van ons, de gemeenteraad, heeft het college ingezet op het faciliteren van een nieuwe kleinschalige opvanglocatie onder verantwoordelijkheid en financiering van het COA. Waar we op dit moment nog 300 asielzoekers onderdak bieden in het voormalig belastingkantoor, schalen we met de komst van de nieuwe locatie af naar 150 asielzoekers. Dit is voor de VVD een belangrijk punt.
Enerzijds neem je als Gorinchem hiermee verantwoordelijkheid, anderzijds is dit in onze ogen een aantal dat je als stad beter kunt dragen, beter passend bij hetgeen we als stad ook kunnen bieden – denk aan onderwijs, medische en andere voorzieningen. Daarbij bieden we gastvrijheid aan mensen die huis en haard hebben moeten verlaten. Vanavond, en in de periode hieraan voorafgaand, hebben we ook geluisterd naar de inwoners van de stad, en nu in het bijzonder de buurtbewoners in Hoog Dalem. We hebben veel diverse geluiden rond de komst van het AZC in Oost gehoord. De vele aanwezigen in de hal en de insprekers op de Zeepkist gaven aan dat het onderwerp voor buurtbewoners heel belangrijk is. Vanuit de VVD vragen we het college om blijvende aandacht voor twee zaken. Allereerst communicatie en participatie. Deze moet verder ingericht en geoptimaliseerd worden. Hoe zorgen we ervoor dat er korte lijnen zijn tussen alle betrokkenen bij vragen of problemen? En het tweede punt: veiligheid en het veiligheidsgevoel in de wijk. Het veiligheidsgevoel in de wijk wordt nu al ondermijnd doordat er regelmatig straatraces plaatsvinden. De capaciteit bij de politie zorgt er nu voor dat de indruk bij bewoners is ontstaan dat er veelal niet wordt ingegrepen.
Hoe gaat het college hiermee om? Daarnaast sluiten we ons aan bij de vraag van Stadsbelang met betrekking tot de ontwikkeling van zaken op de Griendweg. Als VVD zijn we van mening dat de voorgestelde locatie aan de Buys Ballotstraat voldoet aan de opdracht die de raad aan het college heeft gegeven. Er is een locatie voorgesteld waar kleinschalige en duurzame opvang van 150 asielzoekers mogelijk is. Dit, samen met de afschaling van het aantal asielzoekers in Gorinchem, zorgt dat wij tevreden zijn met het voorstel. In mijn tweede termijn zal ik ingaan op de motie en het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van Houwelingen, SP.
I - 33
De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Een asielzoekerscentrum in Gorinchem is altijd al een beladen onderwerp geweest, zo ook nu weer. Iedereen heeft hier wel een mening over en vindt iets. Dat is te zien op social media, dat is te zien geweest op de informatieavond, dat is te zien doordat een actiegroep is opgericht, door een petitie, door insprekers, ook vanavond weer, op straat bij het schoolplein en bij het winkelen, bij vreemden en vrienden. En gelukkig is dat niet een eenduidig geluid. Er gaan zowel geluiden rond die negatief zijn over een AZC als positief, en een heleboel neutraal. En weet je wat er dan altijd op Facebook staat als reactie onder zijn onderwerp: ze luisteren nooit naar de eigen inwoners. Wat ze hiermee bedoelen is niet dat we niet luisteren, maar dat we niet doen wat zij zeggen. Maar naar wie moeten we dan luisteren: naar degenen die positief staan tegenover een AZC en die zich wel als vrijwilliger zouden willen aanbieden, naar degenen die negatief staan tegenover een AZC, naar degenen die een bijeenkomst verzorgen of een petitie willen opzetten, of naar degenen die stil zijn en niet direct een probleem zien, zolang de veiligheid geborgd is en overlast wordt voorkomen? Oftewel, voorzitter: je doet het nooit goed. Maar geluisterd, in de zin van aanhoren en meenemen in de overwegingen, is er zeker.
De afgelopen dagen / weken is er een aaneenrijging geweest van gesprekken en e-mails, er zijn ook insprekers geweest, er is een petitie ingediend en deze week nog zijn er gesprekken gevoerd met omwonenden die in de oprichting zijn tot een stichting, allemaal met de vraag of wij hun geluid kunnen meenemen in onze afweging. Ik wil al deze mensen bedanken die het gesprek hebben gezocht, zowel degenen die positief als negatief tegenover een AZC staan. We hoeven het ook niet met elkaar eens te zijn, maar luister naar elkaar en accepteren dat de ander een andere mening en gedachte heeft is ook belangrijk, zeker wanneer we de Stad van tolerantie willen zijn. Wat bij mij vooral is blijven hangen, is waarom veel omwonenden denken verkeerd geïnformeerd te zijn en waarom deze mensen het gevoel hebben geen antwoord te hebben gekregen. Dat zit denk ik in de verwachting die mensen hebben bij een informatieavond en bij participatie: dat daar alle antwoorden al klaarliggen. Daarmee denk ik dat de volgende opdracht voor het college en het COA is: neem deze mensen goed mee, wees vooraf duidelijk wat het doel is, wat en waarom iets gedeeld wordt, wat wel of niet wordt gevraagd en geef ook aan wat mogelijk is, welke route mensen kunnen nemen wanneer je bezwaren hebt. Dat is lastig en voelt tegenstrijdig om mensen te adviseren hoe ze bezwaren kunnen maken.
Het gaat immers tegen de richting in waar je naartoe wilt, maar het is belangrijk dat de mensen niet alleen geïnformeerd worden, maar ook zien waar ze invloed op kunnen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat dit ook het doel is geweest van het college, maar het is duidelijk dat dit niet door iedereen wordt begrepen. Mensen meenemen sluit ook helemaal aan op de motie die de PvdA en andere indieners hebben gepresenteerd voor een tweejaarlijkse evaluatie. Ook wij, als SP Gorinchem, dienen deze motie mede in. Voorzitter. De avond zou, gezien het initiatiefvoorstel en het amendement dat gisteren vooraf is gedeeld, bijna alleen gaan over locatiekeuzes en alles wat eromheen hangt. Alleen, de vraag of en waar een asielzoekerscentrum kan komen is vanavond helemaal niet aan de orde, niet nu, niet in de eerdere sessies en ook niet bij de informatieavond. De vraag was al in deze raadzaal door de raad beantwoord op 24 november vorig jaar, waarin de meerderheid van de raad via een amendement een opdracht aan het college meegaf, I - 34
waarin in het kort wordt gevraagd om het aantal op te vangen vluchtelingen af te bouwen naar 150 en het COA, en dus niet de gemeente Gorinchem, zorg te laten dragen voor een nieuwe locatie. Dus is het vorig jaar door de raad besloten dat er structurele, duurzame en toekomstbestendige opvang komt in Gorinchem en is de locatiekeuze uiteindelijk aan het COA gelaten. Deze keuze is door het COA op basis van eigen criteria gemaakt en het college en de raad wordt gevraagd om te antwoorden of de locatie inderdaad passend is. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Mag ik vaststellen dat voor de SP geldt dat de gemeente zelf geen enkele invloed moet willen hebben op waar het COA die locatie kiest? De heer Van Houwelingen: Nee, want ik heb ook begrepen dat die invloed er wel degelijk is geweest, omdat vooraf door het college op basis van onze randvoorwaarden / criteria opties aan het COA zijn gegeven en op basis van de criteria die het COA hanteert is uiteindelijk tot deze locatiekeuze gekomen. De heer Schefferlie: Oké, dus dan zijn we, zeg maar, zelf ook aan zet en om die reden hebben we het ook mogen bekijken. Dan is het toch ook logisch om daar zelf als raad ook een afweging in te maken? Het was immers bedoeld als een keuzeproces. De heer Van Houwelingen: Nou, volgens mij hebben wij als raad met het amendement aangegeven dat we die keuze aan het COA laten.
We geven een voorsorteerlijst, zo zie ik het even. Uit die voorsorteerlijst heeft het college gefilterd wat passend is bij de stad, waar het kan, en vandaaruit kan het COA gaan wat voor haar het best haalbaar is. De heer Schefferlie: Dus de SP hoeft geen eigen afweging te maken in die finale keuze wat u betreft? De heer Van Houwelingen: Ik vertrouw daar het college inderdaad in. Het raadsvoorstel is, zoals ik eerder aangaf, precies het antwoord op de opdracht die de raad aan het college heeft meegegeven: een kleinschalige opvang van 150 personen – ik zeg hier bewust ‘personen’, omdat asielzoekers zeker geen dingen zijn, maar mensen – op een locatie die het COA heeft gevonden en gereed moet maken en die met tien jaar ook voldoet aan structureel, duurzaam en toekomstbestendig, omdat het gekoppeld is aan de businesscase. Het voldoet ook aan de woonvisie, waarin we als raad ook hebben aangegeven meer spreiding te willen hebben, en draagkrachtige wijken meer te willen mengen met mensen die op een grotere achterstand staan, en andersom. Daarnaast sluit het ook aan op onze eigen visie, die van de SP. Want om draagvlak in de stad te houden voor opvang van mensen, moet het allemaal veel kleinschaliger. En het mag ook wel een keer klaar zijn met het afschuiven van problemen op mensen die het niet breed hebben en wijken die al kwetsbaar zijn.
Daarvoor verwijs ik graag naar het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, dat duidelijk laat zien wat opgroeien in een kwetsbare wijk betekent. En laten we eerlijk zijn: de Gildenwijk heeft haar portie ook wel gehad. Voorzitter. Het aannemen van dit voorstel voldoet aan de wensen die de raad heeft meegegeven, zorgt voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling en kan rekenen op de steun van de SP. Dank u wel. I - 35
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Oversteeg, CDA. Mevrouw Van Oversteeg: Voorzitter, dank u wel. Onderwerpen als deze die we vanavond behandelen zijn altijd moeilijk. Dat bleek ook wel uit de hoeveelheid insprekers, die netjes hun inbreng hebben verwoord. Voorzitter. Laat ik meteen beginnen met onze grondhouding ten opzichte van de opvang, want die is positief, gelet op onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. De wereld staat ongekend in brand op zoveel verschillende plekken, en dat we dan onze verantwoordelijkheid nemen is voor ons als CDA een heel belangrijk punt, en ook om dat op een schaal te doen die we passend achten bij onze stad. Dat het is gelukt om het COA te bewegen tot een kleinschalige opvang voor 150 asielzoekers is ons daarom wat waard. Maar juist nu er in deze situatie geen druk is vanuit een aanwijzing van de staatssecretaris, zoals we de vorige keer kregen, of een ophanden zijnde aankoop door het COA, verloopt dit proces slechter dan je je eigenlijk zou kunnen voorstellen. Veel liever dan over het proces hebben wij het over de inhoud, maar nu loopt het zo door elkaar dat we niet anders kunnen dan hier toch een kritische noot over te kraken. Waarom vinden we dit dan zo kwalijk? De ideale plek bestaat niet. Dit soort voorstellen ligt altijd gevoelig.
Zet dan ook alles op alles om ervoor te zorgen dat er draagvlak ontstaat, dat we voor onze inwoners, bedrijven, verenigingen en andere stakeholders een partner zijn op wie ze kunnen vertrouwen, waardoor je ook ongegronde – gebaseerd op niet meer dan de onderbuik – geluiden kunt weerspreken, dat je ze kunt weerleggen met feiten, overwegingen en argumenten. Tijdens de B&A-sessie heb ik om die reden ook een reflectie gevraagd op het doorlopen proces en die heb ik tot nu toe nog niet gekregen, maar daar nodig ik de wethouder ook toe uit, ook om een nadere onderbouwing van de beoordeling van de locaties, omdat ook op de vragen van veel andere partijen die daar toen vragen over stelden naar onze mening een versnipperd antwoord kwam. De argumentatie waarop deze locatie uit de bus is gekomen, op basis van de informatie waarover wij beschikken, zowel geheim als openbaar, vinden we gebrekkig. Als ik een lijstje zou willen maken van de criteria die zijn aangehouden voor deze locatie en waarom andere locaties precies zijn afgevallen, dan moet ik daar toch naar zoeken. En als dat voor mij als degene die het besluit moet nemen, al zo is, hoe voelen de inwoners namens wie we dat besluit nemen dat dan? Voorzitter. Vanavond is het al best wel veel gegaan over de startnotitie die we in mei 2022 hebben vastgesteld.
Daarin staan twee hele duidelijke uitgangspunten over het participatieproces verwoord, maar ik constateer dat daarmee geen rekening is gehouden in dit proces. Sterker nog, in het raadsvoorstel verwoordt het college zelfs expliciet dat actieve bewonersparticipatie, gelet op de zakelijke belangen van de eigenaren van deze locaties, geen onderdeel kon zijn van het proces. Allereerst gaat het college daarmee volledig voorbij aan het eerste uitgangspunt van participatie, zoals verwoord in de startnotitie die we dus zelf hebben vastgesteld, namelijk: participatie vindt allereerst plaats over de randvoorwaarden die voor inwoners en stakeholders van belang zijn voor de opvang van asielzoekers. Ik heb dat gemist. Maar ook daarna, want in tweede instantie vindt participatie plaats ten aanzien van een concreet beoogde locatie, om het draagvlak van omwonenden te onderzoeken en hun randvoorwaarden. Niet alleen is dit niet gebeurd, de motivatie waarom dit niet is gebeurd kunnen wij niet volgen, want de voorgestelde
I - 36
locatie is immers eigendom van de gemeente. Bovendien had het punt met betrekking tot die zakelijke belangen prima ondervangen kunnen worden door de eerste stap van die participatie gewoon netjes te doorlopen, door een lijst van randvoorwaarden op te halen, te presenteren en door openbaar te maken waarom bepaalde locaties daar niet of onvoldoende aan voldeden. Wat daarover tot nu toe is gedeeld, vinden we echt mager. Het gaat ons dan niet zozeer om de afweging van meerdere locaties tegenover de andere, maar om een verrijking van de onderbouwing die er ligt en het bouwen aan draagvlak en beantwoorden van vragen die er leven. Dat brengt mij op de vraag: waarom doen we dit niet alsnog? Want naar mijn idee zijn die argumenten er wel, maar verdienen ze het ook om het licht van de openbaarheid te zien. Ook maak ik me zorgen over het verdere verloop als dit besluit valt. Er leven nog heel veel vragen en zoveel zorgen die spelen. Hoe gaat de gemeente ze hierin meenemen? Welke afspraken maken we daarover met het COA? Vanuit onze positieve grondhouding en de verantwoordelijkheid die wij hierin voor onze samenleving zien, pleiten we voor het instellen van een klankbordgroep in de wijk, met daarin iedereen die betrokken is, of zich betrokken voelt, bij het AZC, zodat we ook echt kunnen zorgen dat dit gaat werken.
Een andere waarborg vinden wij het inbouwen van een evaluatiemoment en daarom dienen we ook de motie van de PvdA mede in. Wat ons betreft mag die evaluatie ook landen in de afspraken die we met het COA gaan maken, bijvoorbeeld dat je wel de overeenkomst kunt beëindigen na meerdere slechte evaluaties. Voorzitter. Ik herhaal: de ideale locatie bestaat niet, dat is een illusie, maar vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn wij wel bereid om hier werk van te maken, maar zie het ook alsjeblieft als een oproep dat we reparatiewerk te doen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we de reacties vanuit de gemeenteraad gehad en komt nu de reactie vanuit het college. Allereerst zal wethouder Molengraaf namens het college het woord voeren en daarna zal ik nog een vraag die aan mij is gesteld als burgemeester beantwoorden. De heer Van der Geest: Voorzitter. Ik vraag dit niet voor een vriend, maar zou er een korte sanitaire stop ingebouwd kunnen worden, van een minuut of vijf bijvoorbeeld? De voorzitter: Dan stel ik voor er tien minuten van maken, met zoveel mensen bij de sanitaire voorzieningen! Ik schors de vergadering (21.45 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (21.57 uur). Na de inbreng van de fracties volgt nu de reactie vanuit het college.
Allereerst zal wethouder Molengraaf het een en ander zeggen en daarna zal ik antwoord geven op de ene vraag die aan de burgemeester is gesteld, waarbij ik het voorzitterschap zal overdragen aan de plaatsvervangend voorzitter van de raad, de heer Oostrum. Het woord is nu aan mevrouw Molengraaf. Wethouder mevrouw Molengraaf: Voorzitter, dank u wel. Ook vanaf deze plaats wil ik alle insprekers hartelijk danken. Het vraagt best wel een beetje moed als je dat niet gewend bent om op de Zeepkist je zegje te doen over zo’n gevoelig onderwerp. Het is
I - 37
goed dat we al die geluiden hebben kunnen horen. Goed ook dat zoveel geïnteresseerde mensen naar deze vergadering zijn gekomen. Van eigenlijk iedereen die vanavond het woord heeft gevoerd heb ik gehoord dat zij positief staan tegenover het gegeven dat wij als Gorinchem een gastvrije stad willen zijn voor mensen die om wat voor reden dan ook hebben moeten vluchten uit hun eigen land. Het is mooi dat we zoiets met elkaar delen en, de heer Schefferlie refereerde daar al aan, het is goed te proberen dat zo te houden. Ik heb ook veel verwarring gehoord over de vraag wie nu kiest en beslist over de locatie. In mijn beeld is het zo dat het college via het amendement dat het vorig jaar is aangenomen is opgedragen om een locatie te gaan zoeken ter vervanging van het belastingkantoor. De urgentie was toen dat daar al te veel beloftes gebroken waren en dat het tijd werd om te zorgen dat ze daar weg gingen. In een soort paradox heb ik u toen voorgesteld daar de opvang te verlengen, zodat we het COA ertoe konden bewegen naar een kleinschalige opvang te gaan. Ik ben heel blij dat het zo heeft uitgepakt en dat het COA daarover inderdaad een overeenkomst met ons heeft gesloten. U hebt ons opgedragen te komen tot een of meer locaties en de keuze hebt u aan uzelf gehouden. In heel veel plaatsen is de keuze van een locatie een collegebevoegdheid… De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk.
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ik wil even terugkomen op de beloftes. In B&A hebben we het daarover ook al gehad. In de huidige tekst ligt vooral de belofte besloten om het tot een max van 150 te doen. Kan de wethouder daarvan een vuistregel maken, zoals in eerste instantie ook is voorgelegd, omdat we weten dat de Spreidingswet eraan komt? Wethouder mevrouw Molengraaf: Vindt u het goed dat ik daarop in tweede termijn terugkom? Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ik vind het prima. Wethouder mevrouw Molengraaf: Fijn, dank u. Ik had het over de keuze. De raad heeft die keuze aan zichzelf gehouden. Ik weet niet of het gemakkelijker was geweest wanneer we meer locaties hadden gehad. Wat voor mij vaststaat is dat het COA in acht maanden, niét in tweeënhalf jaar, maar in acht maanden, samen met ons heeft beoordeeld wat kansrijke locaties zouden zijn. Vervolgens is het COA die gaan onderzoeken. Het COA is een uitvoeringsinstantie die met belastinggeld betaald wordt om dat te doen; zij heeft daarvoor de expertise in huis. In grote lijnen weet je natuurlijk wat de voorwaarden zijn: het moet groot genoeg zijn, er moeten voorzieningen in de buurt zijn en het moet betaalbaar zijn, want er moet ook een businesscase op kunnen.
Het COA wordt per asielzoeker betaald en als er minder asielzoekers komen wordt de businesscase lastiger en aangezien het COA van belastinggeld betaald wordt, is het van belang dat er een goede businesscase op kan worden gezet. Na die acht maanden onderzoek is een flink aantal locaties afgevallen en heeft het COA ons laten weten dat er eigenlijk één locatie overbleef die geschikt werd geacht, met de vraag of ook de gemeente die geschikt vond. Daarop hebben wij bevestigend geantwoord en aangegeven dat, als het COA daarvoor een verzoek zou
I - 38
indienen, wij dat aan de raad zouden voorleggen. Dat is de reden waarom we vanavond hier staan. Voorzitter. Na de vergadering van het vorig jaar heb ik het als mijn plicht beschouwd om het afgelopen jaar te gaan werken aan de overlast die in de Gildenwijk steeds geconstateerd werd. Ik ben er met het COA over in gesprek gegaan en heb haar opgeroepen er samen voor te zorgen dat daar een einde aan komt. Het COA heeft daar zeer adequaat op gereageerd. Er zijn verschillende maatregelen getroffen waardoor de overlast enorm is afgenomen. Dat hoor ik ook van omwonenden en die zijn daar blij mee. Is iedereen tevreden? Nee, dat nog steeds niet helaas. Maar goed, we zijn dat pad opgegaan van ‘we willen weg uit de Gildenwijk”. Dat heeft de raad heel duidelijk uitgesproken en dat heb ik heel serieus genomen. Vervolgens is deze locatie eruit gekomen. Die stellen wij u voor en u maakt vanavond de keuze om dat wel of niet te doen. Ik wil u in overweging geven, en reageer daarmee meteen op het amendement, dat een proces om allerlei locaties af te wegen tijd kost. Wij kunnen dat opnieuw gaan doen en ik vermoed dat het COA dan zal zeggen: dat hebben wij al gedaan en wij komen op deze locatie uit. Ik heb sterk de indruk dat het niet tot een andere locatie zal leiden waarvan het COA zal zeggen: o ja daarmee kunnen we toch wel instemmen. Het heeft immers die locaties als onvoldoende beoordeeld.
In de startnotitie heeft de gemeenteraad zelf aangegeven dat hij geen AZC wil oprichten onder gemeentelijk beheer, maar dat hij dat onder beheer van het COA wil doen. Ik wil u dat in overweging geven als u over het amendement nadenkt. Ik ben ook bang dat we met die exercitie, waarvan ik nut en noodzaak niet inzie, zoveel tijd zouden verliezen dat we de einddatum niet zullen halen. Volgens mij hebben wij de Gildenwijk beloofd om eind ’24 de mensen over te brengen naar een nieuwe locatie. Voor de nieuwe locatie – de heer Krol zei het al – start de participatie over de randvoorwaarden en de zorgen en wensen van de omwonenden, nú. Ik heb u gehoord over de Griendweg. Die zal eind ’24 netjes ingericht zijn. Dat gaat gewoon gebeuren. Er komt een voetpad, de verlichting wordt in orde gemaakt…. De heer Schefferlie: Voorzitter, bij wijze van interruptie. U grijpt een aantal keren terug naar wat we vorig jaar met elkaar hebben afgesproken. Mevrouw Van Oversteeg heeft erg duidelijk naar voren gebracht dat daarbij óók is afgesproken om vooraf met inwoners en stakeholders te spreken over randvoorwaarden, om de opbrengst daarvan vervolgens te betrekken in het keuzeproces van de gemeenteraad. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat staat in de startnotitie, ja. De heer Schefferlie: Nou, dat staat in de notitie met beslispunten die door deze gemeenteraad is vastgesteld.