CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20231102 Concept verslag raadsvergadering Gorinchem 2 november 2023

Raadsvergadering 30 november 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies31.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nr. 9

Zitting van donderdag 2 november 2023 Voorzitter: mevrouw R.W.J. Melissant-Briene, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: mevrouw W. Alba Heijdenrijk, de heren B.C.S. Bahlmann, A. Boutachkourt, D.R.E. van Gammeren en J.P. van der Geest, de dames P. de Groot en E.W.H. Hamann, de heren M.C. Houtepen, A.C. van Houwelingen, J. Klein en A. Krol, mevrouw G. Metz, de heer J.C. Oostrum, mevrouw J. van Oversteeg, de heer M. de Pagter, mevrouw L.P.W. Pellikaan, de heren J.M. Roeland, N. van Santen, P.C.J. Schefferlie, I. Tekir en D. van Veen, mevrouw T. van ’t Westende-de Bijl en de heer C. van Willigen. Griffier: de heer H. Sepers. Tevens aanwezig de heer M. de Boer, de dames E.L. Dansen, A. Mager en M.J. Molengraaf en de heer F. Polatli (wethouders), alsmede mevrouw H. Kromkamp (gemeentesecretaris). Afwezig met kennisgeving de heer A. Koçak en mevrouw D. Stevens.

* 1. Opening ......................................................................................................................................................................2 2. Ingekomen stukken.....................................................................................................................................................2 3. Vaststellen agenda ......................................................................................................................................................2 4. Tijdelijke vervanging raadslid mevrouw Loderus (Stadsbelang)(2023-885900) ......................................................7 5. Beëdiging lid Rekenkamer .........................................................................................................................................8 10. Bespreekstukken ......................................................................................................................................................8 10.a Opvang asielzoekers (2023-880664) ......................................................................................................................8 6. Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies ......................................................................60 7.

Vragenuurtje raadsleden, informatie vanuit het college ..........................................................................................60 8. Motie D66 ‘Geef Gorcumers inzicht in hun afvalstoffengedrag en de impact op het bedrag van de eindafrekening’ .........................................................................................................................................................60 9. Hamerstukken ..........................................................................................................................................................60 9.a Controleplan 2023 accountant (2023-868760) .......................................................................................................60 9.b Voorbereidingsbesluit voor bodemregels onder Omgevingswet (2023-881588) ..................................................60

*

I-1

1. Opening

De voorzitter: Ik open de vergadering (19.30 uur). Dames en heren leden van de raad, van harte welkom in deze raadsvergadering. Dat geldt natuurlijk ook voor het college en voor degenen op de publieke tribune, maar ook zeker voor al degenen in de hal en uiteraard ook al diegenen die vandaag via de livestream of eventueel later deze vergadering bekijken. Van harte welkom hier op het stadhuis in deze raadsvergadering. Bij de vaststelling van de agenda zal ik u, juist vanwege de aanwezigheid van zo velen hier, een voorstel doen om de agenda iets om te gooien, opdat u niet de behandeling van allerlei punten hoeft af te wachten voordat datgene aan de orde komt waarvoor u gekomen bent. Maar eerst nog een paar mededelingen vooraf. Allereerst deel ik u mede dat drie leden van de raad vanavond met kennisgeving afwezig zijn: mevrouw Stevens, de heer Koçak en mevrouw Loderus. Voorts wijs ik al degenen die vanavond aanwezig zijn erop dat het volgens het reglement van orde niet is toegestaan blijken van goed- of afkeuring te geven in deze vergadering. Ook het verstoren van de orde is verboden. En waarom is dat verboden? Dat is omdat we in de gemeenteraad met elkaar de verschillende gezichtspunten bespreken bij onderwerpen; die kunnen soms parallel lopen, maar ze kunnen ook wel eens tegenstrijdig zijn.

Elke mening in deze raad doet ertoe, en dan is het zaak dat gemeenteraadsleden zich niet laten beïnvloeden door alles wat er om hen heen gebeurt, maar dat het debat hier ordentelijk plaats kan vinden. Ten slotte wil ik even stilstaan bij het vertrek van mevrouw Christine Heijkoop, fractieassistente van het CDA. Zij heeft deze functie geruime tijd met plezier vervuld, maar kan daaraan om persoonlijke redenen helaas geen invulling meer geven. Per mailbericht van 30 oktober bent u hierover geïnformeerd. Het is goed om ook vanaf deze plek onze dank aan haar uit te spreken, want fractieassistenten zijn mensen die heel veel belangrijk werk verrichten en daarvoor mogen ze hier best eens in het zonnetje worden gezet. Hartelijk dank! (Applaus) 2. Ingekomen stukken

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt besloten conform de door de agendacommissie geadviseerde afdoening. 3. Vaststellen agenda

De voorzitter: Dames en heren. Zojuist al heb ik u medegedeeld dat ik u bij dit agendapunt een voorstel van orde wil doen. Mijn voorstel is om meteen na de afhandeling van de agendapunten 4 en 5 agendapunt 10.a aan de orde te stellen, zijnde het bespreekstuk over de opvang van asielzoekers. Ik stel vast dat u daarmee kunt instemmen. De heer Tekir: Voorzitter, ook ik wil graag een agendaverzoek doen. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Tekir: De fracties van D66 en Democraten Gorinchem hebben eerder deze week een initiatiefvoorstel ingediend, waarin we de raad het besluit willen voorleggen om de geheimhouding die is opgelegd op de notitie ‘Opvanglocaties Gorinchem’ van het COA I-2

op te heffen. Met het oog op de inhoudelijke bespreking van een specifieke locatie later vanavond verzoeken wij de raad het initiatiefvoorstel te bespreken voordat we tot die inhoudelijke bespreking overgaan, anders zouden we die opheffing namelijk met een amendement moeten regelen tijdens de inhoudelijke bespreking en dat lijkt ons niet wenselijk, omdat daarmee het debat onoverzichtelijk zou worden. De voorzitter: Het zal u niet verwonderen dat ik als verantwoordelijke voor de vergaderorde daarover al even mijn licht heb laten schijnen en ik heb er ook met de griffie over gesproken. De informatie die de griffie hierover heeft verzameld hebt u toegezonden gekregen, maar het is wel goed daarop in deze openbare vergadering nog even in te gaan. Bij het indienen van een initiatiefvoorstel kijken we allereerst naar artikel 147a lid 4 van de Gemeentewet. Daarin staat dat de raad geen besluit neemt over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen of bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Dit is dus wat de wetgever heeft bepaald. Vervolgens hebt u als raad in uw reglement van orde, artikel 47 lid 2, bepaald dat het college binnen 30 dagen zijn wensen of bedenkingen ter kennis kan brengen van de raad. Het is natuurlijk van belang niet alleen te kijken naar de regels, maar ook naar de bedoeling van de wetgever.

Welnu, de wetgever heeft hiermee betrokkenheid van het college willen organiseren bij initiatiefvoorstellen, maar minstens zo belangrijk is de democratische legitimatie. Want, zegt de wetgever – je ziet het ook in heel veel stukken van juristen terug –: het is belangrijk dat alle invalshoeken bij een initiatiefvoorstel meegenomen worden. U hebt in uw initiatiefvoorstel een aantal invalshoeken genoemd, maar er zijn nog veel meer invalshoeken, waaronder natuurlijk de invalshoeken van het college. Het is belangrijk, en ook gebruikelijk in bestuurlijk Nederland, om in een raadsdebat alle invalshoeken mee te nemen en dan het debat te voeren. Dat kan dus niet zonder dat wensen of bedenkingen vanuit het college aanwezig zijn. Daarom stel ik voor om het initiatiefvoorstel op een ander moment te behandelen. De heer Tekir: Daar maak ik bezwaar tegen namens in ieder geval D66, en ook namens Democraten Gorinchem, zie ik nu. De door u geschetste procedure is ons bekend. Net zoals u, hebben wij de afgelopen tijd intensief het voorstel voorbereid dat wij hebben gedaan. Daarbij is voor ons het bepaalde in de Gemeentewet leidend, dat vervolgens ook is uitgewerkt in het reglement van orde. Daarin staat, zoals u al aangaf, dat de raad geen besluit neemt over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.

Eerder deze week, dinsdagavond, is het college per mail in de gelegenheid gesteld, en expliciet verzocht, om wensen en bedenkingen in te brengen en daar willen we aan vasthouden. Het lijkt ons ook niet wenselijk om een procedurele blokkade op te werpen voor een vrij gevoelig en complex debat later op de avond, dat we alleen maar kunnen vergemakkelijken door in alle openbaarheid te spreken. Ik zou u, en ook de raad, daarom nogmaals in overweging willen geven om de Gemeentewet hier leidend te maken en te voorkomen dat we dit voorstel later op de avond als een amendement moeten indienen tijdens de inhoudelijke bespreking, want dan wordt het debat echt onoverzichtelijk. De voorzitter: U zegt dat u ervoor pleit om dit op basis van de Gemeentewet te doen, maar helaas geeft die Gemeentewet toch echt wat anders aan. Ik beschouw dit als I-3

‘hineininterpretieren’ uwerzijds: het naar u toe interpreteren van iets omdat het u nu uitkomt. De wetstekst, en de toelichting daarop, is er echt op gericht om alle argumenten die bij een initiatiefvoorstel spelen mee te nemen in het debat. Ik hoor u nu eigenlijk zeggen dat u het college die ruimte niet wilt geven. U hebt het college gevraagd of het wensen en bedenkingen wil indienen, en dat wil het, maar daarvoor heeft het enige tijd nodig. Zelf hebt u die tijd ruimschoots gehad, want u hebt al enige tijd kennis van de geheime stukken, en vervolgens komt u anderhalve dag van tevoren met dit initiatiefvoorstel. U moet het college wel de ruimte bieden, dat is ook onderdeel van een democratisch proces, om die wensen en bedenkingen op een goede manier te uiten. De heer Tekir: Voorzitter, ik vind het jammer dat dit uitloopt op een procedurele en technische discussie. Dat is precies wat we eigenlijk wilden voorkomen. Om die reden heb ik ook persoonlijk het college, in de persoon van de wethouder, maandag gebeld en op de hoogte gebracht van dit voorstel, daarmee ook de ruimte biedend om tot wensen en bedenkingen te komen. Overigens hebben wij ook niet wekenlang de tijd gehad om dit voor te bereiden, aangezien de stukken pas laat bij de raad ter inzage zijn gelegd, dus dat argument gaat niet op.

Ik vind het ook jammer dat u ons hier verwijt dit voorstel te doen omdat het nu in ons straatje past. Datzelfde verwijt wil ik het college, en daarmee u, niet maken, maar ik wil u wel om een schorsing vragen om dit met elkaar op te lossen. De voorzitter: Ik wil u nogmaals even wijzen op het reglement van orde, door uw raad vastgesteld, dat het college 30 dagen de tijd geeft. Vandaag heb ik van het college begrepen dat het die 30 dagen zeker niet nodig heeft, maar wel wat langer dan anderhalve dag, om zijn wensen en bedenkingen te uiten. Kijkend naar de bedoeling van de wetgever en naar het reglement van orde dat u zelf hebt vastgesteld, kunt u nu niet zeggen dat u een telefoontje hebt gepleegd en het college onder druk zet om binnen een paar dagen met wensen en bedenkingen te komen. Zo gaan wij hier niet met elkaar om; dit is geen democratie. De heer Tekir: Voorzitter, ik vind het echt jammer dat u dit soort woorden in de mond neemt. Het reglement van orde stelt dat het college, nadat het in kennis is gesteld van een voorstel ter zake, binnen 30 dagen wensen en bedenkingen kán indienen. Het is dus een kan-bepaling. De wetgever heeft niets gezegd over de termijn die geboden moet worden om die wensen en bedenking in te dienen. Ik vraag u alleen maar, en daarmee ook de raad, om hier de wet te volgen.

Die is wat mij betreft leidend en de wet staat niet in de weg dat wij vanavond dit agendaverzoek doen. Ik vind het oprecht jammer dat u tegen het democratisch recht dat wij als raad uitoefenen vandaag een blokkade opwerpt. Nogmaals: ik vraag om een schorsing. De voorzitter: Ik zal die schorsing toekennen, tenzij de raad anders beslist. Maar ik bestrijd uw opvatting dat u zou opereren in lijn met wat de wetgever bedoelt. De wetgever heeft nadrukkelijk aangegeven dat het college in staat moet worden gesteld wensen en bedenkingen te uiten. Dat u vervolgens het college belemmert in de uitoefening van dat recht, vind ik als voorzitter geen goede zaak. Daar kan ik niet in meegaan en dat geef ik dus ook de raad in overweging. Ik zie dat enkele andere leden van de raad het woord wensen. Mevrouw Hamann.

I-4

Mevrouw Hamann: Voorzitter. Wij willen ook liever vergaderen met beide visies bij elkaar, zodat we een compleet beeld hebben. Dit is veel te kort dag zo. Ik denk dat we het nu gewoon in stemming moeten brengen en daarna moeten doorgaan met de vergadering. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Onze fractie hecht ook waarde aan de zienswijze van het college in dit geval. Wij sluiten ons wat dat betreft aan bij de woorden van mevrouw Hamann. De voorzitter: De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter. Wij hebben er begrip voor dat het college liever meer tijd had gehad om die zienswijze te geven, maar we betreuren het dat er niet de urgentie van is ingezien om dat versneld te doen, temeer vanwege het juridisch advies dat we hebben ingewonnen en gedeeld dat er eigenlijk geen goede grond is geweest om überhaupt de stukken geheim te maken, wat wij als een ernstige belemmering beschouwen en veel meer democratische schade vinden aanrichten ten aanzien van een goede discussie verderop in deze vergadering. De heer Krol: Voorzitter. Onze fractie sluit zich graag aan bij Gorcum Actief en VVD. Wat ons betreft is een schorsing niet nodig en bespreken we dit punt op een ander moment. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Voorzitter. Ik wil mij aansluiten bij wat de heer Krol, de heer Van Santen en mevrouw Hamann zojuist hebben gezegd.

De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Voorzitter. Ook ik sluit me aan bij de eerdere sprekers van VVD, Stadsbelang, Gorcum Actief en ChristenUnie/SGP. De voorzitter: De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: En daarop aansluitend de SP eveneens. De voorzitter: Dan constateer ik dat een meerderheid tegen een schorsing is. De heer Tekir: Voorzitter. Ik beschouw het als een dieptepunt voor de lokale democratie dat een voorstel, wat eenieder daar ook van vindt, of het nu geheim moet blijven of openbaar mag worden, niet eens ter sprake gebracht mag worden en dat daartegen een blokkade wordt opgeworpen die procedureel is en strijdig met de wet. Dat zullen we na deze vergadering helaas moeten laten toetsen; dat vind ik buitengewoon betreurenswaardig en een dieptepunt voor de lokaal democratie. De voorzitter: Ik constateer dat de meningen daarover verschillen en dat andere leden van uw raad van mening zijn dat u zelf de procedures niet hebt gevolgd. U bent daar van tevoren over ingelicht door de griffie en het is aan u om dan vervolgens al dan niet een initiatiefvoorstel in te dienen. I-5

De heer Tekir: Voorzitter, ik zou dan toch een ordevoorstel willen doen. De voorzitter: Ik doe eerst een voorstel als voorzitter. Er is een initiatiefvoorstel ingediend en omdat daardoor de agenda zou worden gewijzigd, lijkt het me goed u te vragen of u het initiatiefvoorstel wel of niet aan de orde wenst te stellen in deze raadsvergadering. Ik ga daarvoor gewoon even het rondje langs… De heer Tekir: Voorzitter. Zou ik daarvóór een ordevoorstel mogen doen? Het betreft namelijk deze stemming. De voorzitter: U hebt aangegeven dat u het initiatiefvoorstel in stemming wilde brengen bij de raad. De heer Tekir: Ja, en u constateert dat daar geen meerderheid voor is in de raad, dus op basis daarvan wil ik een ordevoorstel doen. De voorzitter: Nee, we hadden het net over de schorsing, we gaan het nu over het initiatiefvoorstel hebben. Even opletten. Mevrouw De Groot: Voorzitter. Ik ben nu ook een beetje in de war, want wij waren wel voor een schorsing. Alleen waren wij het er wel mee eens dat het college de tijd had moeten hebben om wensen en bedenkingen aan te geven. Dus een schorsing vinden wij wel prima. De voorzitter: Goed, dan breng ik eerst de vraag in stemming wie een schorsing wenst en daarna de vraag wie het initiatiefvoorstel wil behandelen. Allereerst is aan de orde het voorstel om de vergadering te schorsen.

Het voorstel wordt bij handopsteken in stemming gebracht en met 14 tegen 8 stemmen aangenomen. De voorzitter: De uitslag houdt in dat nu een schorsing zal worden ingelast. Ik verzoek u wel die schorsing heel beperkt te houden, want er zijn allerlei mensen in het stadhuis en die kunnen we niet te lang laten wachten. De heer Tekir: Ik verwacht tien minuten, maar ik hoop korter. De voorzitter: Dan schorsen we maximaal tien minuten de vergadering (19.50 uur). Schorsing De voorzitter: De vergadering wordt heropend (19.58 uur). Het woord is aan de heer Tekir, die om de schorsing had verzocht. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. We hebben overleg gehad, onder andere met Democraten Gorinchem, en met u, als voorzitter, om te bespreken hoe we verder gaan. Wij hebben besloten om het initiatiefvoorstel dat wij hadden verzocht te agenderen, aan te houden. Bij de behandeling van agendapunt 10.a zullen wij een amendement indienen van dezelfde strekking als was opgenomen in het initiatiefvoorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Metz. I-6

Mevrouw Metz: Dank u wel, voorzitter. Wij willen graag een motie vreemd aan de orde van de dag indienen, getiteld ‘Meer tijd voor de feestdagen’. De voorzitter: Goed. De motie zal, zoals gebruikelijk, worden geagendeerd aan het einde van de vergadering. De agenda wordt hierna aldus vastgesteld. 4. Tijdelijke vervanging raadslid mevrouw Loderus (Stadsbelang)(2023-885900)

De voorzitter: Dames en heren. Raadslid mevrouw Loderus heeft bij brief van 23 oktober 2023 te kennen gegeven haar raadswerk door omstandigheden tijdelijk neer te leggen en gebruik te maken van haar recht op ziekteverlof. Dat betekent dat zij voor een periode van 16 weken tijdelijk ontslag krijgt. Het is haar tweede periode van tijdelijk ontslag; eerder was het in verband met haar zwangerschap. Op basis van de kandidatenlijst van de fractie Stadsbelang komt de heer Roeland in aanmerking voor het opvullen van de vrijgekomen raadszetel en de heer Roeland heeft aangegeven zijn benoeming te aanvaarden en de verklaring en de belofte te willen afleggen. De heer Roeland is geen onbekende voor ons. Hij heeft al eerder voor Stadsbelang in de raad gezeten en daarnaast kennen velen hem ook als onderwijzer. Ik zou nog veel meer over hem kunnen zeggen, maar laat ik dat maar niet doen. Dit zijn in ieder geval een paar kernpunten. Een commissie tot onderzoek der geloofsbrieven, bestaande uit de heer Schefferlie (voorzitter) en de heren Houtepen en Koçak, heeft voorafgaande aan deze raadsvergadering de geloofsbrieven van de heer Roeland onderzocht. Ik geef het woord aan de voorzitter van de commissie, die ons de uitslag van het onderzoek zal mededelen. De heer Schefferlie: Voorzitter.

Hoewel we de heer Roeland zeg maar een soort gewaardeerd recidivist kunnen noemen in het vervangen van raadsleden, hebben we toch zorgvuldig de stukken bekeken en daarvan zullen we u de uitslag geven nadat we collega Loderus van harte beterschap hebben gewenst. Voorzitter. De commissie adviseert de raad de heer J.M. (Jacques) Roeland, geboren 2 april 1952 te Gorinchem, wonende te Gorinchem, te benoemen als raadslid van de gemeente Gorinchem. De heer Roeland voldoet aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen. De commissie baseert zich daarbij op de geloofsbrieven en de daarbij behorende stukken die hij heeft ingediend. Dank u wel. De voorzitter: Dames en heren. Mag ik aannemen dat u, gehoord hebbende het advies van de commissie tot onderzoek der geloofsbrieven, instemt met het raadsvoorstel? Dat is het geval, aldus besloten. Dan verzoek ik de heer Roeland naar voren te komen voor het afleggen van de eed en de belofte. Daarbij verzoek ik u allen voor zover mogelijk te gaan staan. De heer Roeland legt in handen van de voorzitter de bij de wet vereiste verklaring en belofte af. (Applaus) De voorzitter: Gezien de volle agenda stel ik voor de heer Roeland na de vergadering te feliciteren. I-7

5. Beëdiging lid Rekenkamer

De voorzitter: Agendapunt 5 betreft de beëdiging van mevrouw Sjarka Kist tot lid van de Rekenkamer Gorinchem. U hebt in de raadsvergadering van 28 september jl. besloten de heer Buisman en mevrouw Kist te benoemen tot respectievelijk voorzitter en lid van de rekenkamer. De leden van de rekenkamer dienen in de raadsvergadering ook de eed of belofte af te leggen. De heer Buisman heeft dat reeds gedaan in de raadsvergadering van september en mevrouw Kist zal de beëdiging vanavond afleggen en heeft aangegeven de verklaring en de belofte te willen afleggen. Even als achtergrondinformatie: wat doet nou eigenlijk een rekenkamer? Nou, een rekenkamer doet onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. Het is dus eigenlijk een van de instrumenten die de gemeenteraad in kan zetten in het kader van zijn controlerende en kaderstellende rol. Ik verzoek mevrouw Kist naar voren te komen en verzoek opnieuw alle aanwezigen voor zover mogelijk te gaan staan. Mevrouw Kist legt in handen van de voorzitter de bij de wet verklaring en belofte af. De voorzitter: Gefeliciteerd!

(Applaus)

10. Bespreekstukken 10.a Opvang asielzoekers (2023-880664)

De voorzitter: Zoals afgesproken, behandelen we nu eerst agendapunt 10.a, opvang asielzoekers. Het voorstel van het college aan uw raad is in te stemmen met realisatie van een kleinschalige opvang voor maximaal 150 asielzoekers op de locatie Buys Ballotstraat 9 in Gorinchem. De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, ik zou graag een ordevoorstel willen doen. Gelet op het aanhouden van het initiatiefvoorstel en het amendement dat wij in dezelfde strekking bij dit punt willen indienen, verzoek ik u mij toe te staan dat amendement heel kort in te leiden en daarna mevrouw Albert Heidenrijk de inhoudelijke bijdrage, ook heel kort, vanuit D66 te laten overbrengen. De voorzitter: We hebben hierover van tevoren even contact gehad. Hoewel normaliter één woordvoerder namens een fractie optreedt, heb ik er geen bezwaar tegen dat ditmaal twee leden van de fractie van D66 het woord voeren, vooropgesteld dat daarvoor de tijd wordt benut die normaliter voor één woordvoerder zou zijn toegewezen. Ik neem aan dat ook de raad daarmee geen problemen heeft. Dan wil ik allereerst de heer Schefferlie het woord geven namens Democraten Gorinchem. De heer Schefferlie: Voorzitter. Ik hoop dat u mij toestaat allereerst de insprekers te bedanken die we vanavond gehoord hebben voor hun betrokkenheid bij het thema van opvang, ook betrokkenheid bij het wonen in een wijk in Gorinchem.

Ik ben er eigenlijk wel door geraakt en ik heb ook het vermoeden dat hun inbreng eigenlijk de wijsheid bij elkaar heeft die we nodig hebben vandaag, namelijk dat we in Gorinchem de goede traditie kunnen voortzetten dat wij onze bijdrage doen, unaniem. Al heel lang in deze gemeenteraad is iedereen ermee akkoord om bij te dragen in die opvang. Weet u dat, als I-8

alle gemeenten dat deden, er helemaal geen Spreidingswet nodig was geweest en geen probleem in Ter Apel? We hebben die goede traditie, en die willen we graag houden. Maar die vraagt juist ook om draagvlak, om zorgvuldigheid in een proces, zodat we met elkaar, als we iets besluiten, denken van: hé, dat hebben we op de beste manier gedaan voor onze eigen inwoners en voor de nieuwe inwoners. Daar gaat het eigenlijk over. Door de mooie toon van de insprekers ben ik eigenlijk geneigd mijn speech niet voor te lezen – ik ben toch al niet zo goed in voorlezen –, maar een mildere versie te doen. Wij zijn eigenlijk best flink teleurgesteld over het participatieproces en tegelijkertijd weten we dat het college bezig is geweest met een opdracht van de gemeenteraad om een nieuwe locatie te vinden, en daar hebben we ook best wel lang over gedaan. Nou goed, een poging tot die milde versie dus, al mag hij af en toe ook wel scherp zijn, want daar is ook reden toe. Voorzitter. Wij zijn van mening dat we er vandaag niet aan toe zijn om een besluit te nemen over een opvanglocatie aan de Buys Ballotstraat, niet alleen vanwege het feit dat wij vermoeden dat er een betere locatie is, maar ook vanwege de manier waarop het participatieproces is verlopen.

Wij vonden dat eigenlijk niet in lijn met de manier waarop we eerder hebben vastgesteld dat het zou moeten gebeuren en zeker niet bijdragen aan de zorg en de vragen die er bij mensen zijn, terwijl dat juist zo belangrijk is voor die lange termijn. Als we mensen willen gaan betrekken bij de manier waarop we er straks mee omgaan, moeten we dat juist in het allereerste begin heel zorgvuldig doen. We weten hoe slecht het uitpakte met de manier waarop het COA dat heeft gedaan met het belastingkantoor, terwijl we andere alternatieven hadden, en beloftes niet zijn nagekomen. We weten wat dat met het mooie draagvlak in Gorinchem heeft gedaan. We zouden nu als lokale overheid eigenlijk moeten laten zien hoe je dat veel beter kunt doen. Maar we vinden dat het mis is gegaan, en dat begon eigenlijk al, en dat lijkt nog een kleinigheid, met het vergeten te informeren van een paar straten. Als je een rustig proces hebt, heb je ook wat meer tijd om dat te corrigeren. Ik denk ook niet dat we dan moeten verwijzen naar de medewerkers van Avres, want wij zijn als gemeente gewoon verantwoordelijk voor een goede adressering. Het college is ook verantwoordelijk voor een goede bijeenkomst, en die hebben wij gemist bij Van der Valk.

Wij snappen dat een plenaire bijeenkomst heel vaak emoties oproept die een goed gesprek op zo’n avond moeilijk maken, maar helemaal geen plenaire informatievoorziening, dat hebben de mensen erg gemist. Want wat kreeg je nu: je moest met je oor bij een tafeltje komen om te kijken of je nog een beetje kon deelnemen aan het gesprek. Mensen voelden zich daardoor eigenlijk niet goed gehoord, niet gezien, niet begrepen en niet serieus genomen, want dat was dus kennelijk het belangrijkste informatiemoment. Wat wij ook niet begrijpen, is de vertegenwoordiging van het college op die avond. Als ik me niet vergis, heb ik één wethouder gezien, de portefeuillehouder, die dan ook nog halverwege weggaat. Sorry voorzitter, hier kan ik niet mild zijn. Ik denk dat het nog nooit in de gemeente is gebeurd dat wij gastheerschap / gastvrouwschap, hoe je het noemen wilt, op die manier invullen. Een AZC ligt altijd gevoelig, omdat je eigenlijk allemaal op bezoek bent, maar bij wié? Een college dat er op een gegeven moment gewoon niet is. Ik heb me met een paar andere raadsleden van Stadsbelang en D66 voorgenomen, van; hé, wij zijn hier de laatsten die de deur dichtdoen, wij laten de mensen uit. Maar daar had een college horen te zijn. Wat is er mis met de sensitiviteit, denk ik, als op een gegeven moment gewoon niemand meer aanspreekbaar is? Dat vonden we echt heel lastig. I-9

En er mankeerde nog wel meer aan het proces, voorzitter. Mensen kwamen hier bij ons Beraad & Advies – voor de luisteraars: dat is het moment waarop de gemeenteraad eigenlijk aangeeft hoe we erover denken – en kennelijk had de portefeuillehouder bedacht dat dat wel in 50 minuten kon. Stel u voor: twee insprekers en negen fracties over een AZC in 50 minuten! Dus wij werden daarop aangesproken, van: goh, u kunt niet eens een vergadering fatsoenlijk afronden! Dat is zo een hele reeks, zeg maar, in een proces waarvan we zeggen: ja, zo moet je dat eigenlijk niet doen. En dat alles tegen de achtergrond dat er een geheimhouding is over eventuele alternatieve plekken, waarvan wij denken dat er helemaal geen goede grond was – we hebben dat ook juridisch laten uitzoeken – om dat geheim te maken, vandaar onze ergernis over het feit dat het college niet in staat is geweest om in die paar dagen een zienswijze te geven. Dat is ook wel kort, maar vergis u niet: u hebt waarschijnlijk helemaal geen goede grond gehad om dat te doen. Denkt het college nu echt dat het belang om dat geheim te houden groter is dan in een stad het gevoel te geven: hè, we hebben zorgvuldig gekeken naar alle mogelijkheden. En naar de mensen die zo mooi pleiten, zeg maar, voor: hé Gorinchem, doe nou je ding, en dat moet ook in Gorinchem Oost kunnen. Ja, dat denken wij ook.

In principe kan die plek wel, maar wij willen heel graag kijken of het de beste plek is. Dat moeten we gewoon doen, vooral ook voor die mensen die hier als nieuwe stadgenoten naar ons toe komen. De heer Krol: Voorzitter, bij wijze van interruptie. Ik hoor de heer Schefferlie een heleboel dingen vertellen over het participatietraject, communicatie en dergelijke. Daar wil ik even niet op ingaan, maar wel op de locatiekeuze. Ik vraag me af waar de heer Schefferlie ziet dat het voorstel zoals het er ligt afwijkt van de kaders die we als raad gesteld hebben in het plan van aanpak. De heer Schefferlie: Nou, wat ik me herinner is dat we op 28 april 2022 hebben aangegeven dat, voordat een keuze gemaakt zou worden door de gemeenteraad, de randvoorwaarden op een locatie besproken zouden worden, bijvoorbeeld met omwonenden. De heer Krol: We hebben een plan van aanpak vastgesteld met een heel duidelijke taakafbakening tussen de raad en het college, waarbij het college is gemandateerd om een of meerdere geschikte locaties voor te dragen. We hebben het er daarin niet over gehad dat we ook de hele lijst met alle afgevallen locaties nog zouden kunnen beoordelen. Volgens mij heeft het college prima voldaan aan de opgedragen taak. De heer Schefferlie: Nee, nee, misschien moet u mij eerst antwoord laten geven op uw eerste vraag.

Op 28 april 2022 is gezegd dat de raad een keuze moest kunnen maken nadat de randvoorwaarden waren opgesteld in overleg met omwonenden, die betrokken zouden worden bij de besluitvorming door de raad over een keuze. De gemeente heeft gezegd dat ze wilde opvangen. Dat staat vast: zij wilde als Gorinchem gewoon opvangen. Maar als je al weet dat je iets gaat doen, moet je ook iets te kiezen hebben, toch? Een keuze uit één locatie is geen keuze. Stelt u zich voor dat we zouden redeneren: als deze plek in Gorinchem niet kan, zouden we helemaal geen plek hebben waar het wel kan.

I - 10

De heer Krol: Hier wil ik echt tegen ageren, voorzitter. De opdracht die wij aan het college hebben gegeven, is om ons één of meer locaties voor te leggen. Er is één locatie voorgelegd die geschikt is geacht en daarover hebben we ons vanavond uit te spreken. De heer Schefferlie: U vindt het kennelijk niet belangrijk om de beste plek te kiezen. Wij hebben heel beperkte informatie, maar we zien wel locaties waarover we niet mogen en kunnen spreken, maar waarvan wij vermoeden, als het gaat om criteria als voorzieningen en faciliteiten in de nabijheid, dat wij de nieuwe inwoners van Gorinchem een veel betere dienst kunnen bewijzen. De heer Klein: Voorzitter… De voorzitter:: De heer Klein. De heer Klein: Mag ik dan aannemen dat de heer Schefferlie bedoelt dat hij en zijn fractie een betere afweging kunnen maken dan het COA, dat door het hele land heen afwegingen maakt om locaties te plaatsen? De heer Schefferlie: Nou, ik heb mijn eigen ervaringen in Gorinchem met het COA, en dan ben ik ervan overtuigd dat wij veel betere besluiten kunnen nemen in een evenwicht tussen de belangen van onze stadsgenoten en voor de mensen om wie het gaat in de opvang. Absoluut. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: De heer Schefferlie beweert dat de gemeenteraad veel beter keuzes kan maken dan het COA.

Ik kan mij herinneren dat een aantal jaren geleden ineens het belastingkantoor was gekocht en toen had de gemeente helemaal het nakijken. Ik kan me toch niet voorstellen dat de heer Schefferlie dat vergeten is. En trouwens, er wordt gesproken over keuzes, maar er is misschien wel helemaal niet zoveel keus. Misschien is er wel helemaal geen keus, of wil de heer Schefferlie het belastingkantoor blijven aanhouden? De heer Schefferlie: U verkondigt nu wel heel veel onzin tegelijk, vind ik... Mevrouw Hamann: Voorzitter! De voorzitter: Ik stel voor dat we dat soort kwalificaties niet gebruiken. Iedereen geeft vanuit zijn eigen politieke overtuiging zijn mening hier en laten we elkaar niet op de persoon kwalificeren. De heer Schefferlie: Goed, ik vond de ideeën niet zinvol, laat ik het dan zo zeggen. Want u verwijst, zeg maar, naar het belastingkantoor en iedereen weet dat we daarop aangewezen waren door de rijksoverheid, dat ons daarbij eigenlijk het mes op de keel is gezet. Dat heeft toch niks te maken met onze positie hier vandaan? Mevrouw Hamann: Voorzitter… De voorzitter: De heer Schefferlie maakt eerst even zijn zin af. Mevrouw Hamann: Volgens mij is die af. I - 11

De voorzitter: Ja, inderdaad! Mevrouw Hamann: Voordat die aanwijzing kwam, was daar al lang een crisisnoodopvang, zoals het werd genoemd. Ik vergeet het nooit meer. De heer Schefferlie: Ja, zeker, en het is een zeer onwenselijke plek. Vandaag werd nog gezegd dat dat ook een hele goede plek was, maar daar zijn mensen op vijftien meter die niet meer konden verhuizen, waarbij het COA pas aan het eind van de vele jaren dat de locatie is gebruikt tot voorzieningen is gekomen, zeg maar, om overlast te beperken. Juist door die ervaring vind ik het zo belangrijk dat we, nu we de regie zelf hebben als gemeente, heel zorgvuldig het proces inleiden om te komen tot een locatie. In onze gesprekken met de mensen uit Gorinchem-Oost die het nog zorgelijk vinden dat het gebeurt, heb ik gezegd: weet wel dat deze locatie gewoon kan, als wij moeten kiezen tussen geen opvang in Gorinchem of deze locatie, dan is deze locatie echt wel te doen. Alleen, wij vermoeden dat een Industrieweg op anderhalve kilometer afstand van voorzieningen – en die hebben eerlijk gezegd niet de mobiliteit van de gemiddelde inwoner in Gorinchem-Oost daar –eigenlijk niet de meest prettige manier van verwelkomen is om in onze stad te komen wonen, tegen de achtergrond van de locaties die wij wel weten en die we niet kunnen delen hier in de openbaarheid.

Mevrouw Hamann: Even heel kort over de mobiliteit van de vluchtelingen: meestal hebben zij ook een fiets, net als wij. De heer Schefferlie: Ja, zeker, maar het is maar de vraag of iedereen dat zo snel kan, weet je. En dat mag allemaal, maar als je een welkom gevoel wilt geven aan mensen die waarschijnlijk ook in onze stad mogen blijven, dan denken wij dat er een meer aantrekkelijke plek is dan aan het eind van een industrieterrein. En nogmaals: het kan wel, maar wat is er mis mee? U weet zelf hoe weinig informatie we hebben gekregen, die dan nota bene ook nog geheim is. Wat ik heel graag zou willen, met het oog op een langdurig draagvlak, juist om zo’n mooie opvanggemeente te blijven als Gorinchem, is dat we vandaag nog niet besluiten. Laten we desnoods, zeg maar, dat gesprek nog voeren, van “moet dit nou wel echt geheim zijn?” We hebben juridisch advies dat die grond er eigenlijk niet is. Laten we in ieder geval als gemeenteraad veel beter geïnformeerd worden waarom ook het college eigenlijk vindt dat dit dan de beste locatie zou zijn. Wat we helemaal missen in het hele verhaal, is of door het gemeentebestuur ook criteria zijn toegepast, die in evenwicht met de zienswijze van het COA zijn bekeken om te zien wat voor ons het beste is.

Het is toch niet zo dat het COA als in een soort snoepwinkel in Gorinchem langskomt om eens te kijken wat ze uitkiezen voor locatie? De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Voorzitter. Laat duidelijk zijn dat de heer Schefferlie van mening is dat er tal van andere locaties in de stad zijn die beter zijn dan deze geselecteerde locatie, nogmaals: door het COA, dat daarmee natuurlijk veel meer ervaring heeft dan wij hier in deze zaal. Maar ik wil eigenlijk een andere vraag stellen met betrekking tot het huidige belastingkantoor. Is de heer Schefferlie bereid om deur-aan-deur te gaan om te vertellen dat we daar nogmaals een belofte hebben gebroken? Daar ben ik erg benieuwd naar. I - 12

De heer Schefferlie: Voorzitter, ik mag kennelijk geen woorden gebruiken als dat iets niet zinvol of zo zou zijn, ik moet het blijkbaar allemaal heel diplomatiek doen, maar ik vind dit toch lariekoek. Ik hoop dat ik dat mag vinden, want het gaat totaal niet om het belastingkantoor. We hebben een overeenkomst dat we daar eind ‘24 niet mee verder gaan. Wat ik hier tegen u zeg is dat wij het vermoeden hebben, op basis van de stukken die we gezien hebben, dat we een veel betere locatie kunnen krijgen in Gorinchem. Dat is misschien niet het geval omdat we daarover te weinig informatie hebben, maar als het over een paar criteria gaat die wij belangrijk vinden, denk ik: hé, laten we daar nu eens goed naar kijken! Dat staat dus los van de vraag van het belastingkantoor. Dat is gewoon einde oefening en we laten ons daar niet nog een keer in beduvelen, want dat is wel eens een keertje afgelopen. Alleen, we moeten natuurlijk niet een hele foute reeks… De voorzitter: U kunt uw betoog nu vervolgen. De heer Schefferlie: Voorzitter, u mag mij best aanmanen om tempo te maken, maar wilt u zich daarbij ook herinneren dat wij de B&A-sessie niet hebben kunnen afronden in de tweede termijn? De voorzitter: Ik ga u helemaal niet aanmanen, want u hebt voortdurend gereageerd op interrupties en u kunt gewoon uw verhaal vervolgen. De heer Schefferlie: Hartstikke goed.

Terug naar het belastingkantoor, voorzitter. Het is natuurlijk een drama geweest hoe we daar met de belangen van onze eigen inwoners zijn omgegaan, terwijl er toen ook al alternatieven waren. Laten we nou uitkijken dat we daar niks van geleerd hebben. We waren toen niet in regie, dat was het COA, maar laten wij aantonen dat we een betere overheid zijn die even pas op de plaats maakt. Het hoeft helemaal geen maanden te duren. Laten we met iets meer rust kijken naar de alternatieven. Laten we het college vragen om eigen criteria in te brengen in die afweging en het COA niet als in een snoepwinkel alleen laten kiezen, maar gewoon ook juist met ons hart voor goede opvang – want vergis je niet, ik kan me gewoon echt een fijnere plek voorstellen om Gorcumer te worden dan vanuit die hoek. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Dank u wel. Ik ben benieuwd hoe de heer Scheffer het ziet om in rust andere locaties te verkennen, terwijl eind 2024 ook de vluchtelingenopvang moet stoppen in het belastingkantoor. De heer Schefferlie: Nou, het is relatieve rust, hè? Het COA is tweeënhalf jaar bezig geweest om locaties in Gorinchem te verkennen en ons wordt gevraagd om er nu in een proces van zeven, acht weken een locatie doorheen te jassen.

Net heb ik gehoord hoe de mensen zich daarin betrokken voelen en dat is dan in mijn ogen toch een proces geweest van iets wat je maar snel doorslikt, dan proef je het niet zo. Het enige wat ik vraag is om het nu iets uit te rekken. De informatiebijeenkomst bij Van der Valk was een flater, dat kan niet. Neem daar meer tijd voor en ga met de gemeenteraad – desnoods besloten als u dat zo graag in meerderheid in het geheim wilt blijven doen – in gesprek om ook die andere locaties vanuit het gemeenteperspectief van het bestuur te belichten, zodat wij op I - 13

z’n minst zelf kunnen begrijpen waarom deze uitkomst zo is. Ik vind het toch al erg dat wij als volksvertegenwoordiger niet kunnen en mogen spreken over ons begrip ten aanzien van alternatieven, die er in onze ogen dus wel zijn. Mevrouw De Groot: Denkt de heer Schefferlie dat het haalbaar is om voor het eind van 2024 een andere locatie te realiseren? De heer Schefferlie: Als je een bestuur hebt met wilskracht en hier prioriteit aan geeft, kan dat, ja. Ik neem toch aan dat de locaties waarmee het COA zo lang bezig is geweest – alle gemeenten doen dat hand in hand met een gemeentebestuur –, dat je die samen bekijkt, dat je zegt: hé, voldoet het aan jullie criteria en hoe past het in onze stad? Kom op, mensen! De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Ik denk dat de zin nu toch echt af was. Ik heb zelden zoveel lariekoek bij mekaar gehoord! De heer Schefferlie: Voorzitter, dit moet echt niet kunnen hoor, dit soort woorden! De voorzitter: Laten wij die kwalificaties even buiten beschouwing laten, richt u op de inhoud. Mevrouw Hamann: Dan gaan we het even over feiten hebben, en dan hebben we het over de overval die onze hele stad meemaakte toen er in één keer crisisnoodopvang in het belastingkantoor kwam onder verantwoordelijkheid van de voormalig wethouder van Democraten Gorinchem. Dat moet de heer Schefferlie toch nog wel weten.

De heer Schefferlie: Zeker, en die mis ik ten zeerste. Kijk, de vergissing die u maakt is noodopvang. ‘Nood’ betekent dat je op stel en sprong, zeg maar, iets moet doen. En wat toen hier werd aangeboden was een voorziening voor 150 asielzoekers, een passend aantal voor onze stad, op een plek die u toen goed is geduid, net zo goed als op een ander moment in beslotenheid van deze gemeenteraad – wat ik nog liever openbaar heb en wat op basis van de Wet open overheid nu ook veel meer het geval zou moeten zijn – de alternatieve locaties besproken zijn. Wij zijn als raad niet gepositioneerd in dit proces om een goede keuze te maken. U laat het heel veel aan het college en het college heeft het eigenlijk overgelaten aan het COA; dat moeten wij onze inwoners gewoon niet aandoen. De heer Krol: Voorzitter, met het risico weer in herhaling te vallen, maar de heer Scheffer blijft herhalen dat er alternatieven zijn. We hebben een lijst gezien, althans een aantal van ons, met afgevallen locaties en in het plan van aanpak dat we hebben opgesteld met de kaders die we als raad hebben afgesproken met de toenmalige wethouder namens Democraten Gorinchem, wordt gewoon aangegeven dat het college een geschikte locatie voordraagt. Dat is nu en we kunnen daar voor of tegen zijn, maar ik vind echt dat u verwarring zaait door erop te blijven hameren dat er allerlei alternatieven zijn.

Die alternatieven zijn er niet! De heer Schefferlie: Jazeker. Heeft de heer Krol dan kennisgenomen van een eigen afweging in de stukken door het college? I - 14

De heer Krol: Er is een geschikte locatie voorgedragen en het is aan ons als raad om uit te spreken of wij het daarmee eens zijn. De heer Schefferlie: Precies, hier gaat het dus om. Wij hebben geen kennis kunnen nemen van een inhoudelijke afweging op basis van door het college gevormde criteria over waarom dit nou de beste locatie is. Het is uitgerekend de fractie ChristenUnie/SGP geweest, hoewel je de SGP nooit ziet, maar goed, die heeft voorgesteld om de kloof tussen de inwoner en het gemeentebestuur te verkleinen. En nu denkt u dus dat dit proces, deze manier van handelen, de kloof kleiner maakt? Nou, ammehoela; ik weet niet of dat mag, maar… De heer Krol: Meneer Schefferlie, u verkoopt hier illusies en ik denk dat dat schadelijk is voor de democratie. De heer Schefferlie: Nou, wij vinden het oprecht helemaal geen illusie. Ik hoop eigenlijk vooral dat Stadsbelang de oude geest van mevrouw Hania, waar zo vaak naar verwezen wordt, vandaag ook laat zien, want die is dapper en direct…. De heer Klein: Voorzitter… De voorzitter: De laatste interruptie, en dan rondt de heer Schefferlie af. De heer Klein: De heer Schefferlie kan erop rekenen dat wij vanavond inderdaad dapper en direct zullen zijn, maar dit soort opmerkingen lijkt mij niet gepast.

De heer Schefferlie: Nee, maar goed: de mensen hopen dat Stadsbelang het belang van de stad nog laat zien vanavond en ik ben benieuwd wat u straks gaat zeggen. Voorzitter, ik ga afronden met een amendement dat wij gaan indienen, luidende als volgt: Amendement A01: Zorgvuldige verkenning en participatie opvanglocaties Ondergetekenden stellen voor het raadsvoorstel als volgt te amenderen: het beslispunt te veranderen in: ‘Het college aan de hand van eigen criteria uitvoeriger te laten verkennen in hoeverre de alternatieve locaties in plaats van de Buys Ballotstraat 9 zich lenen voor de kleinschalige opvang van asielzoekers; en hierover te rapporteren aan en te overleggen met de raad, inclusief een voorstel voor een zorgvuldig participatieproces.’

Ten slotte vraag ik de collega-fracties met klem: laten we het gewoon zorgvuldig doen, laten we wel werk maken van draagvlak en laten we voor een locatie gaan die een warm welkom uitstraalt, want dat hoop ik vooral nog te zeggen tegen de mensen die daarvoor pleiten: Gorinchem is een mooie plek en blijft een mooie plek voor opvang, maar we doen het voor tien jaar, laten we het goed doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Tekir, D66, en daarna mevrouw Alba Heijdenrijk, eveneens van D66. De heer Tekir: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik net al verzocht, en is toegestaan, zijn we genoodzaakt om onze bijdrage in tweeën te delen. Ik zal kort even stilstaan bij het amendement dat wij indienen om de geheimhouding op te heffen. Wij betreuren het dat

I - 15

de koninklijke route, namelijk via de behandeling van het initiatiefvoorstel, niet is gelukt en dat het nu zo moet. Laat ik beginnen met een citaat, dat de kernboodschap weergeeft die ik vanavond met u wil delen: “De gehele overheid moet bij de uitoefening van haar verschillende taken openbaarheid in acht nemen.” Ik kijk even rond of iemand een idee heeft waarop deze uitspraak betrekking heeft. Zo te zien, niet. Voorzitter deze uitspraak heeft betrekking op artikel 110 van de Grondwet. Openbaarheid van informatie en bestuur is geregeld in nota bene de Grondwet. Dat is ook niet gek, want het recht op informatie vormt een belangrijke bouwsteen van onze democratie. Zo mag iedereen die in Nederland woont weten hoe de overheid haar werk doet. En die overheid is uiteraard ook de gemeente. Als we dat recht niet respecteren, onthouden we niet alleen relevante informatie aan belanghebbenden, in dit geval dus over alternatieve locaties voor de opvang van asielzoekers, maar dan zagen we ook aan de poten van onze lokale democratie. Ik wil u in dat kader ook in herinnering geven dat wij in deze raad regelmatig spreken over het terugwinnen van vertrouwen van onze inwoners. En dat terugwinnen, voorzitter, valt of staat in mijn beleving met hoe wij op dit soort cruciale momenten handelen.

Blijven we een rookgordijn ophouden, of kiezen we voor transparantie? Het moge duidelijk zijn dat wij vanavond kiezen voor het laatste. De heer Krol: Voorzitter, mag ik een vraag stellen aan de heer Tekir? De voorzitter: De heer Krol. De heer Krol: Is het u, net als ik de heer Schefferlie heb horen zeggen, te doen om, zeg maar, ook andere locaties die afgevallen zijn in de selectie te betrekken in de beraadslagingen? Is dat uw doel? De heer Tekir: Dat is het geval, en daarop kom ik zo meteen in mijn bijdrage nog terug. Het amendement dat zojuist is ingediend, is ook mede namens D66 ingediend. De heer Krol: Als dat uw doel is, verbaast het mij zeer, want dan heeft u eerst een beeld bij locaties die in beeld zijn geweest en vindt daar wat van. U weet dat onze fractie, de heer De Pagter en ik, ook de lijst hebben gezien met de locaties. We zaten daar namelijk tegelijk met een vertegenwoordiger van uw partij. Als u dat doel wilt bereiken, dat ook een andere locatie betrokken wordt in de beraadslagingen, verwacht ik dat u contact zoekt met de raadsleden die ook die lijst gezien hebben, om elkaar de nieren te proeven, van: hoe heb je dat gelezen? In B&A heb ik aangegeven dat wij het gezien hebben als: deze locatie kan niet, is niet haalbaar.

Als het een oprecht doel was van uw partij om een andere locatie te betrekken in de beraadslagingen, had ik verwacht dat u naar ons toe was gekomen om het hierover te hebben. Dat heb ik niet gemerkt en daarmee kan ik het niet anders duiden dan dit echt een proces voor de bühne is. De heer Tekir: Die kwalificatie laat ik aan de heer Krol. Mijn antwoord daarop is: wij hebben als fractie tot laat in de nacht buiten, zelfs hier voor het stadhuis, met uw coalitiepartners – ik weet niet of u er wel of niet bij stond, maar we hoeven denk ik niet de hele coalitie langs te gaan – openlijk over het afwegen van locaties gesproken. Dus ja, dat is gebeurd, meneer Krol. Ik ga door… De voorzitter: De heer Van Santen. I - 16

De heer Van Santen: Ja, nu verbaast het mij ook een beetje. Ik heb net het pleidooi van de heer Schefferlie gehoord, en daarin kon ik me gedeeltelijk wel vinden. Ik snap ook wel dat er bij Democraten Gorinchem verwarring is ontstaan, want destijds werd gesproken over kleinschalige opvang. Ik heb er de notulen van die bespreking nog eens op nagelezen en het was wethouder Van Doesburg die toen nota bene zei: we stellen een locatie voor en daarna gaan we in gesprek over de randvoorwaarden. Primair is de participatie gericht op een locatie en vervolgens op de randvoorwaarden, dus in eerste instantie stellen ze die locatie voor. Vanuit Democraten Gorinchem kan ik me die redenering voorstellen, maar ik wil even een vraag stellen aan de heer Tekir aan de hand van een citaat van D66 in diezelfde notulen, over hetzelfde proces. Ik citeer: “De heer Van der Meijden – destijds raadslid voor D66 – merkt op dat in de participatie niet gevraagd moet worden of men van mening is dat er een passende kleinschalige opvang moet komen. De vraag moet zijn hoe dit op een verantwoorde wijze kan gebeuren.

Hij meent dat een locatie gekozen moet worden in de buurt van voorzieningen volgens de bandbreedte van het COA.” En vervolgens: “De heer Van der Meijden merkt op dat hij geen keus tussen locaties zou willen voorleggen in de participatie.” En dan vraag ik me af, als u zo transparant bent als u nu zegt, waarom u dan niet het eerlijke verhaal vertelt en waarom u niet zegt wat uw echte beweegreden is voor de locatiekeuze hier. De heer Tekir: Voorzitter, ik zal namens de heer Van der Meijden spreken, die op dit moment geen raadslid meer is. De heer Van Santen: U spreekt namens D66, neem ik aan. De heer Tekir: Ik spreek namens D66, maar u verwijst naar mijn collega, oud-raadslid. Waar het op neerkomt, is dat wij hier vanavond enkel uitgaan van een afweging en advies van het COA, waarmee wij ons laten gijzelen door een bestuursorgaan, terwijl wij hier het bestuur van de stad vormen. Ik weet niet hoe u het ziet, maar ik meen de stad beter te kennen dan het COA. U kennelijk niet, ik wel. En wat wij missen, is een set van criteria die wij als bestuur belangrijk vinden, aan de hand waarvan wij de locatiekeuze kunnen beoordelen. Om u te helpen, meneer Van Santen: een ander traject, de Regionale Energiestrategie… De voorzitter: Nee, dat gaan we nu niet behandelen.

De heer Tekir: Dat gaan we niet behandelen, voorzitter, maar daar is een zorgvuldig traject doorlopen met criteria die wij als raden vooraf hebben vastgesteld. De voorzitter: U gaat het nu toch doen en wij gaan geen twee dingen behandelen. We hebben het hier over de locatie voor een asielzoekerscentrum. Daartoe dient u zich te beperken. De heer Van Santen: Voorzitter, ik concludeer dat de fractie van D66 zelf een opdracht aan het college heeft meegegeven en daar nu van afwijkt. Dank u wel. De heer Tekir: Voorzitter, als ik een conclusie mag trekken: twee jaar geleden was het de VVD, en ik meen ook ChristenUnie/SGP en de SP, die nu allemaal in de coalitie zitten, die het nodig vonden een motie van afkeuring in te dienen, alleen al omdat de raad niet I - 17

tijdig was geïnformeerd. Als we vanuit dat licht kijken hoe belabberd dit proces nu is, dan ben ik benieuwd of u vanavond wederom een motie van afkeuring indient. De voorzitter: Ik stel voor dat we ons weer gaan richten op het voorstel, want als we elkaar gaan afkatten op zaken uit het verleden, denk ik dat deze vergadering nog heel lang gaat duren. Daar bent u overigens heel erg goed in, maar dat gaan we dus nu niet doen. De heer Tekir: Voorzitter, ook de VVD is verantwoordelijk voor haar daden uit het verleden. De voorzitter: U vervolgt uw betoog. De heer Van Santen: Voorzitter, ik sluit me bij u aan, ik ga niet met modder gooien, maar ik heb de constatering gedaan. Bij dezen, dank u wel. De heer Tekir: Voorzitter. Wat ik vooral wil markeren, is dat het opleggen van geheimhouding een uiterst vergaande maatregel is en dat er een zware verantwoordelijkheid rust op onze schouders om hier uiterst terughoudend en zorgvuldig mee om te gaan. Het bestuur waarvan wij deel uitmaken wordt tenslotte niet voor niets het openbaar bestuur genoemd en die openbaarheid heeft de wetgever gewoon netjes geregeld in de Woo, oftewel de Wet open overheid. Ik hoor sommigen van u denken: maar de wetgever heeft toch ook geregeld dat er uitzonderingsgronden zijn? Ja, dat klopt.

In de Wet open overheid is nauwkeurig vastgelegd onder welke omstandigheden dat kan en precies op dat punt wringt vanavond de schoen. Uit het juridisch advies dat wij hebben opgevraagd blijkt namelijk dat de uitzonderingsgrond die het college heeft gehanteerd om geheimhouding op te leggen niet is bedoeld voor dit doel. Het college beroept zich op de bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens, terwijl dat helemaal niet aan de orde is. Blijven we dan volharden in een onhoudbare situatie, wetende dat er ook talloze Woo-verzoeken van inwoners zijn binnengekomen? Het antwoord van D66 daarop is nee. Het enige orgaan dat deze strijdigheid kan herstellen is vooralsnog de gemeenteraad en daarom stellen wij, de fracties van D66 en Democraten. Gorinchem, voor om de geheimhouding op de notitie ‘Opvanglocaties Gorinchem’ van 3 juli jongstleden per direct op te heffen, en dat doen we nu in de vorm van een amendement. Het amendement heb ik doorgezet naar de griffie met het verzoek om het met u te delen. Voorzitter.

Nogmaals: dit is meer dan alleen een procedurele rectificatie, omdat daarmee de weg vrijkomt om ook in deze bespreking, en ook later hopelijk, als we die verkenning dan toch met z’n allen gaan doen, als we toch dat lef tonen, in alle openheid te spreken over de kansrijkheid van verschillende locaties, wat nu helaas niet kan? De heer Klein: Voorzitter, voor mijn verheldering, want ik heb het amendement natuurlijk nog niet gelezen: koppelt de heer Tekir hier het openbaar maken van stukken aan het besluit dat vanavond voorligt? Want in principe ligt er natuurlijk nog steeds gewoon een locatie voor die het meest succesvol is geacht door in ieder geval het COA en waaraan het college zijn steun geeft. De heer Tekir: Ik pak het amendement er even bij…

I - 18

De heer Klein: Dat hoeft voor mij niet. Ik wil gewoon een heel concreet antwoord op mijn vraag of het besluit van vanavond wordt gekoppeld aan het openbaar maken van de stukken, of kunnen we dat loskoppelen en kunnen we vanavond een besluit maken dat we de stukken openbaar maken zodra dat kan en iedere partner die ermee heeft gewerkt de kans heeft gehad om zijn of haar zienswijze te geven. De heer Tekir: Ik heb het amendement er maar bijgepakt, om het precies te kunnen citeren… De heer Klein: Voorzitter, nogmaals, dat hoeft van mij echt niet. De heer Tekir: Op moment dat wij het besluit nemen om de geheimhouding op te heffen, is dat bij mijn weten per direct geldig. Voorzitter. Ik rond af. De indieners van het amendement hechten grote waarde aan de openbaarheid van ons stadsbestuur, aan een gemeente die eerlijk en transparant is over haar keuzes, een overheid die alle belangen weegt, verantwoording aflegt en luistert. Die openheid en transparantie zijn randvoorwaardelijk voor een goed functionerende lokale democratie waarin dat open debat gevoerd kan worden, alle feiten op tafel liggen en onze inwoners hun stem kunnen laten horen en deel kunnen nemen aan het democratische proces. Laten we dat vanavond als raad in ere herstellen. Dank u wel.

Amendement A02: Opheffen geheimhouding ‘Notitie opvanglocaties Gorinchem’ COA Ondergetekenden stellen voor het volgende beslispunt toe te voegen aan het raadsvoorstel: -Te besluiten om de geheimhouding op de ‘Notitie opvanglocaties Gorinchem’ d.d. 3 juli 2023 van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op te heffen.

De heer Van Houwelingen: Voorzitter… De voorzitter: De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Ik heb de heer Tekir al een paar keer de woorden ‘eerlijk’ en ‘transparant’ horen gebruiken en gelukkig vanavond ook eindelijk horen uitroepen dat de locatiekeuze een keuze van het COA is. Ik citeer uit De Stad Gorinchem, waarin D66 zegt dat het college koos voor de Buys Ballotstraat en welke locaties zijn verkend, waarom de keuze van het college is gevallen op het bedrijventerrein van Hoog Dalem en dat de locatie lokale democratie is gegijzeld door het college. Is dit niet gewoon misinformatie die u aan het verspreiden bent, meneer Tekir? De heer Tekir: Ik voel me niet verantwoordelijk voor wat in de krant staat. De heer Van Houwelingen: Het is een citaat van uw eigen partij! De heer Tekir: Ik hoop dat u ons daarin citeert en ik hoor u vanavond in koor zeggen vanuit de coalitie: dit is een besluit van het COA, dit is een advies van het COA, dat volgen wij. Daar reageer ik op. Ik had als stadsbestuur gehoopt dat wij zelf criteria bedenken en daaraan toetsen en ons niet laten gijzelen door het COA.

I - 19

De heer Van Houwelingen: Dat is niet mijn vraag. Mijn vraag is: u geeft hier eindelijk toe dat het een keuze van het COA is, terwijl u in de krant publiekelijk laat plaatsen, uit naam van D66, dat het het college is die de keuze maakt. De voorzitter: Feite is in ieder geval, als het gaat over het proces, dat het college voorstellen doet richting uw raad. Dus het is een collegevoorstel. De heer Tekir: Het college neemt dat advies / besluit van het COA klakkeloos over. Ja, het is het COA en daarmee het college. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat mevrouw Alba Heijdenrijk hieraan weinig heeft toe te voegen, want volgens mij was de heer Tekir heel compleet. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Ik zou graag toch even het woord willen nemen. De voorzitter: Maar wij hadden aan de voorkant wel de afspraak gemaakt dat het beknopt zou zijn, de tijd van één persoon. U verwijst nu wel naar anderen, maar u heeft zelf toch ook een stevig betoog neergezet, dus ik verzoek u de kernpunten eruit te halen, zodat er een evenredige inzet is vanuit alle fracties hier in het debat. Mevrouw Alba Heijdenrijk: Toch heb ik gewoon een tekst. Laat ik beginnen met een quote van Albert Einstein, zoals ik bijna elke spreektekst start met een quote: “In het hart van elke moeilijkheid ligt een kans”.

Met de huidige kennis van alle oorlogen in de wereld is de vraag om goede opvang van asielzoekers urgenter dan ooit, omkijken naar elkaar en hopen dat je zelf nooit in een situatie terechtkomt waar je huis en haard moet verlaten. D66 maakt zich hard voor een goede opvang. Het vragen om openheid van zaken is niet om het proces te bemoeilijken, maar juist om recht te doen aan dat zelfde proces en het voelt als een duivels dilemma. Ja, D66 is voor opvang van asielzoekers, maar het rammelt in onze ogen aan alle kanten. En nu voelt het als spreken met meel in de mond, iets weten wat niet gedeeld mag worden, het voelt niet goed en het wordt niet beter. D66 zou graag een andere locatie verkennen, maar de reden waarom kunnen we hier nu niet in vrijheid bespreken, omdat deze vergadering, nota bene dankzij de raad, de geheimhouding niet wil opheffen en daarmee de schimmigheid laat voortduren. Maar was het niet onder andere deze coalitie die bij de formatie aangaf het juist zo anders te willen, geen achterkamertjes, geen dichte deuren? Nee, echt samen voor de inwoners van Gorinchem, zelfs omschreven in partijprogramma’s, en toch staan we hier weer met slechts één uitslag en bovendien eentje waarover niet gesproken mag worden, en wat weggezet wordt als het besluit vanuit het COA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=25bc987e-267d-4036-802b-353a831ef31a