20230706 Concept verslag raadsvergadering
Tekst van het document
Als u goed geluisterd had, had u namelijk ook gehoord: “als u een betere suggestie heef – en die doet u nu blijkbaar –, dan mag dat ook”, dus daar ben ik blij mee om te horen. Ik zou u wel willen vragen niet alleen een lijstje op te leveren, maar ook om daarbij te kijken – stel dat het niet past in de exploitatie die we elk jaar hebben, of in de investeringen – welke knoppen we dan hebben om aan te draaien. Laten we dat overzicht dan met elkaar creëren, dat we dat gesprek in ieder geval goed kunnen voeren naar de begroting. Dat is niet om een wij/zij te creëren, wat u blijkbaar voelt, dat blijkt een beetje uit uw woorden, maar als een opgave die we met zijn allen hier hebben om het huishoudboekje op orde te hebben. Dus dat wil ik nog even gezegd, hebben, voorzitter. Wethouder mevrouw Molengraaf: Prima, lijkt me helder. Dan heb ik nog wat vragen gehoord over de parkeerkaarten. Altijd leuk, parkeren, en dan moet ik even mijn boekje erbij pakken van de perspectiefnota…. De heer Schefferlie: Voorzitter, kan ik u intussen een ordevraag stellen? De voorzitter: Zeker. De heer Schefferlie: Houden we ook de tijdslijn voor het college in de gaten? De voorzitter: Ja, waarbij ik, net als ik bij de fractievoorzitters gedaan heb, de tijd van interrupties erbij optel.
Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik ga proberen de vragen zo kort mogelijk te beantwoorden en dan nog even langs de moties te lopen. Het gaat over de digitale bezoekerskaarten. Voorheen had je inderdaad een papieren kaart voor 2,50 en daar werd door nog geen honderd mensen per maand gebruik van gemaakt. G - 36
Daarvoor kon je je auto voor een dag parkeren in de binnenstad als je op bezoek ging bij iemand. Zoals u weet, is het naar een digitaal systeem gegaan. Dat heeft een soort overgangstijd gekend om kinderziektes eruit te halen. Toen is het een tijd 21 cent per uur geweest, wat tot gevolg had dat de aanvragen voor deze digitale bezoekerskaarten naar ongeveer 2000 per maand stegen, waardoor dus de vergunninghouders wat in de knel kwamen. Wij hebben gemeend dat weer terug te moeten brengen naar de oude staat, namelijk een instaptarief van € 2, en dan 21 cent per uur. Dan kom je niet heel veel duurder uit dan die 2,50. De heer Klein: Voorzitter. Ik hoorde mevrouw Molengraaf zeggen dat het gebruik is toegenomen. Het is dus eigenlijk een daverend succes, maar nu gaan we dat succes nog eens de nek omdraaien. Is het dan niet gewoon beter om te gaan indexeren? We doen nu volgens mij een indexatie van 10%. Ik heb het ambtelijk eens nagevraagd, dus u zult waarschijnlijk ook weten dat we het hier hebben over € 48.000 van de € 138.000. Dat betekent, even heel snel gerekend, dat, als we indexeren naar 15% voor het eventueel straatparkeren, we die dekking al hebben en daarmee dus een daverend succes in stand houden. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik ben het niet met u eens dat er sprake is van een daverend succes.
Parkeergelden hef je volgens mij om de schaarste te verdelen, en die schaarste is er, zeker in de bovenstad. Linksom of rechtsom denk ik dat je misschien nog wel gunstiger uit bent door gewoon een instaptarief te hanteren en dan een heel laag tarief om uren te kunnen parkeren. En heel eerlijk: het schiet ook een klein gaatje in de begroting die je daarop hebt. Er worden natuurlijk ook middelen uit betaald, dus het feit dat je het zo kunt organiseren wordt ook betaald uit die parkeergelden. Maar ik wil met alle liefde nagaan of we daar een indexering op kunnen gooien. Aan de andere kant denk ik: in deze perspectiefnota besluiten we nu dit en als we het niet besluiten kunnen we het ook niet in laten gaan, tenminste: dat dat denk ik. Ik ga er razendsnel even advies op vragen en in de tweede termijn kom ik er bij u op terug. Maar ik vind het geen succes als de schaarste die we hebben ineens zo enorm opgeëist wordt door mensen dat zelfs vergunninghouders soms niet kunnen parkeren. Dat lijkt me niet helemaal de bedoeling. De heer Klein: Ik hoor in ieder geval een stuk bereidheid om te kijken of we het niet op een andere manier kunnen oplossen. Volgens mij willen we heel graag dat mensen in parkeergarages gaan parkeren, dus volgens mij is hier een hele mooie combinatie te vinden.
Maak het niet moeilijker voor de bewoners in Gorinchem en zorg ervoor dat je bijvoorbeeld straatparkeren gewoon duurder maakt ten opzichte van het parkeren in de parkeergarages, dan wordt Kweeklust eindelijk ook eens een keer tot zijn volle nut gebruikt. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat is al zo hoor. De heer Klein: Nou goed, intensiveer dat, dan wordt in ieder geval Kweeklust ook goed gebruikt en snijdt het mes aan twee kanten. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik kom erop terug.
G - 37
De voorzitter: De wethouder vervolge nu haar betoog, want we moeten ook echt even op de tijd letten. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ik probeer snelheid te betrachten. Ik heb een vraag gehoord over buslijn 5. Met de herinrichting van de Arkelsedijk willen we kijken of de bus die daarover rijdt betere haltes kan krijgen – dat was ook een vraag uit de Lingewijk –, waardoor ze veiliger kunnen staan; dan kunnen we die bus inzetten voor de Lingewijk. Over de energietoeslag is ook een vraag gesteld. Deze week is door Den Haag besloten dat die weer uitgekeerd zal worden dit jaar; dat wordt waarschijnlijk oktober. Zoals u weet, hebben wij eind vorig jaar al een voorschot op deze uitkering van de energietoeslag gegeven ad € 500. Dus mensen die toen in aanmerking kwamen, krijgen nu nog € 800 en de nieuwe gevallen krijgen opnieuw € 1.300. Dat gaat in het najaar plaatsvinden. Een vraag is gesteld over de nazorg bij schulden. Dat doen we al: op initiatief van inwoners kunnen ze nazorg krijgen. Avres zelf is al bezig voor te sorteren op de nieuwe wetgeving, waarin het schuldsaneringstraject verkort wordt van 36 weken naar 18 weken, want ja, je moet mensen dan ook wel begeleiden zodat ze uit de schulden blijven. Het is allemaal heel spannend welke effecten de verkorting van die termijn zal hebben. Avres krijgt overigens extra middelen voor preventie.
Ze zijn bezig met een pilot om, als ze signalen krijgen over betalingsachterstanden, mensen zelf actief te benaderen, om te zorgen dat ze niet in de schulden komen. Het geld dat we krijgen wordt ook ingezet voor stress-sensitieve dienstverlening en het tegengaan van kinderarmoede. D66 heeft gerefereerd aan een motie, en daarbij moet u me even helpen. Ik ben van mening dat het een motie is waarop in een raadsinformatiebrief in januari antwoord is gegeven, maar daar ga ik zo nog even met u over in gesprek, want ik ben niet helemaal zeker of we hetzelfde bedoelen. Dan loop ik de moties even af. OZB, weg ermee! Een motie voor verenigingen. Verenigingen zijn belangrijk voor de stad, maar verenigingen zijn de afgelopen jaren ook best behoorlijk gecompenseerd tijdens Covid en tijdens de energiecrisis. Het nadeel van deze motie is dat eigenlijk alleen de buitensportverenigingen er voordeel van hebben, want als je naar een sportschool gaat, recreatief hardloopt, of bij een binnensportvereniging aangesloten bent, moet je meebetalen aan deze kwijtschelding van de OZB. Het advies van de VNG is ook negatief, omdat het juridische risico’s met zich brengt. Een uitzondering maken op een generieke belasting levert het risico op van rechtszaken. Saillant detail daarbij is dat het vorige college in 2020 een RIB heeft uitgedaan, waarin precies dit wordt ontraden.
De heer Van der Geest: Voorzitter, voor de volledigheid: dat ging over de kwijtschelding, niet over de subsidiëring van de OZB, die ook zou kunnen. Wethouder mevrouw Molengraaf: Ja, maar goed: wij ontraden dus deze motie. Dan nog een motie op rijm, ‘Sparen voor later voorkomt een kater”. Het CDA omarmt helemaal onze spaarsystemen, zie ik, dus wij willen hier positief op adviseren. Wij stellen wel voor om een plafond in te stellen, zodat, als je bijvoorbeeld € 500.000 gespaard hebt, dat dat het dan ook is. Maar we hopen natuurlijk dat dat fonds elk jaar met hele leuke evenementen leeg gaat. G - 38
‘Passend loon voor de sociale werkplaats’. Gevraagd worden eigenlijk twee dingen: steun voor de lobby die gevoerd wordt om SW-medewerkers een betere cao te geven – dat zeg ik van harte toe, Avres is er ook al mee bezig en dat vinden wij een goede zaak: deze mensen moeten ook gewoon op een normale, goede manier beloond worden en niet achterblijven – maar ook een eenmalige compensatie van € 750, en daar zitten wat haken en ogen aan. Avres heeft overigens al wel binnen de bestaande regelgeving een kleine compensatie gegeven voor de energielasten en de gestegen kosten voor levensonderhoud, maar de cao laat een hogere beloning niet toe. Er zit ook een risico in – en dat is heel complex – dat bij sommige mensen die dit geld zullen gaan krijgen vervolgens een korting op allerlei toeslagen wordt toegepast, en dan raak je van de regen in de drup. Wij willen eerlijk gezegd de cao-gesprekken afwachten en we hebben daar wel goede hoop op. Bij de VNG zijn twee moties aangenomen om de cao van deze medewerkers te verbeteren. Daarmee ontraad ik de motie, maar ik vind hem wel heel sympathiek. De heer Van Houwelingen: Voorzitter, mag ik daarover een vraag stellen? De voorzitter: Ga uw gang.
De heer Van Houwelingen: Ik heb ook voorbeelden gezien van diverse bedrijven, dus dat is dan meer commercieel, die alvast vooruitlopen op de cao-onderhandelingen, dus dat ze al een loonsverhoging geven voordat de cao is afgerond, waarmee je het over structureel loon hebt in plaats van een gift. Wethouder mevrouw Molengraaf: Dat is natuurlijk het allerbeste, dat je het structurele loon verhoogt. Ik denk alleen dat Avres gehouden is om de cao-onderhandelingen af te wachten. De Gorcumpas vinden we een mooie motie. De pas kent wat ons betreft inderdaad die twee onderdelen: iedere inwoner moet deze pas kunnen verkrijgen en daarmee voordelen kunnen halen. Tegelijkertijd willen we de stadspas ook echt invoeren voor minima. Er is gevraagd om dat gefaseerd in te voeren. Dat kan, maar de vraag is of dat meer snelheid oplevert. Daar zullen we naar kijken. Ten slotte de motie ‘Fietssnelweg’. Wij vinden dit een mooie aanvulling op het idee dat nu al in de mobiliteitsvisie zit, al is dat nog niet erg uitgekristalliseerd. De route door de Lingewijk is nog een stippellijntje, dus er zijn nog mogelijkheden in en we willen deze daarbij graag betrekken als we dat uit gaan werken. De motie vraagt iets meer, dus misschien moet u kijken of u hem wat meer in de richting van de beantwoording kunt krijgen, als u daarmee instemt.
Maar ik kan wel zeggen dat we de optie interessant genoeg vinden om te gaan verkennen. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: U zegt u dat u het idee in uw plannen wilt betrekken, maar wat belet u dan om het gelijk mee te nemen? Wethouder mevrouw Molengraaf: Volgens mij vraagt uw motie om al in 2023 met een plan hiervoor te komen en zo snel gaat dat niet lukken. De heer Van Santen: Oké. G - 39
De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Polatli. Wethouder Polatli
Wethouder Polatli: Voorzitter, dank u wel. Ik heb vooral vragen gekregen met betrekking tot de openstaande moties, en daar begin ik dan ook mee. Democraten Gorinchem vroeg naar de stand van zaken met ‘De buurt bestuurt’ en de bankjes-motie. Nou de bankjes, daar dacht ik zelf ook erg makkelijk over, er zijn alleen overleggen voor nodig met de afdeling verkeer / wijkbeheer, en je kunt bankjes niet overal neerzetten. Inmiddels kan ik wel zeggen dat de eerste bankjes na de zomer zullen worden geplaatst. Natuurlijk moeten die bankjes dan ook eerst nog aangeschaft worden. De heer Van Willigen: Het gaat hier over een motie die een jaar geleden is ingediend. Hoe vaak hebt u wel niet op een bankje gezeten om te overleggen over een bankje? Dit kan toch niet zo lang duren, zo ingewikkeld is het toch niet? Kan ik nu mezelf beloven dat we volgend jaar om deze tijd minimaal 25 bankjes hebben staan? En er hoeft geen naam op, want die suggestie deed u mij ooit, maar dat hoeft niet. Maar zo ingewikkeld kan het toch niet zijn, een bankje neerzetten? Kom op, wethouder! Wethouder Polatli: Ik ga u niet toezeggen dat alle bankjes volgend jaar zullen staan.
Ik heb hem wel elke week in mijn portefeuillehoudersoverleg voorbij zien komen, dus ik wil ook heel graag dat die er een keer vanaf gaat, maar, zoals ik zeg: er moet ook echt goed gekeken worden naar waar je een bankje neerzet, want een dag later mag je hem anders weer weghalen. Zo staat er ook nog een motie open uit 2019 over lichthinder. Daar heeft u niet om gevraagd, maar die kan ook niet zomaar afgehandeld worden, omdat we langzamerhand aan het ‘verleden’ zijn en op een gegeven moment kan die motie dan eruit. De buurt bestuurt. De werkgroep wijkgericht werken is bekend met de motie en neemt het mee in de jaarstart per wijk. Daarnaast wordt het meegenomen in de evaluatie van het participatiebeleid. De heer Schefferlie: Voorzitter. De vraag was eigenlijk wat er toch gebeurd is met de klankbordgroep Oost en of de wethouder nog geprobeerd heeft die te reanimeren. Het is gewoon jammer als zoiets verdwijnt. Wethouder Polatli: Die is niet alleen in Oost verdwenen. In 2001 waren er nog klankbordgroepen in elke wijk en zo langzamerhand zijn ze verdwenen. In ieder geval zetten we ons ervoor in om op een of andere manier de bewoners weer te laten participeren. Straks kom ik er nog op terug bij een van de moties. Het moet wel vanuit de wijk komen. We kunnen iets oprichten, maar daar moet ook mensen op afkomen. De heer Schefferlie: Voorzitter, nog één interruptie dan.
Ik denk ook dat er meer toekomst zit in het pakken van de energie waar die zit, in plaats van voortdurend mensen die bij elkaar komen. Alleen, hoe kijkt u dan terug op hoe dat is gegaan bij Kweeklust? Dat is juist een voorbeeld waarin je mensen die dan belanghebbend zijn kunt mobiliseren en op tijd betrekken, en daar hebben wij ieder geval veel reacties op gekregen van: nou, moest dat nou op deze manier? Wethouder Polatli: Dat heeft dan te maken met Kweekust en de vergroening daarvan, de bewonersparticipatie die daar is geweest? G - 40
De heer Schefferlie: Ja, en de plannen gewoon voor de parkeergarage en zo. Wethouder Polatli: Ik denk dat mijn collega daar beter antwoord op kan geven. Dan de vraag van de heer Van der Geest, CDA, over de locatie Floris van Dalemschool, de Festiviteitenvereniging Dalem. Daar hadden we inderdaad een Right to challenge die nog uitgewerkt werd. Inmiddels zijn daar herontwikkelingsplannen. De Festiviteitenvereniging is daarvan ook op de hoogte en wordt ook nauw op de hoogte gehouden. We gaan daar natuurlijk niet eerst een verbouwing doen als er herontwikkelingsplannen zijn. De heer Van der Geest: Voorzitter, mag ik vragen wat de reactie was van de Festiviteitenvereniging Dalem op die herontwikkelingsplannen en welke rol zij daar eventueel bij heeft? Wethouder Polatli: Dat staat me nu niet bij,, maar daar kan ik in de tweede termijn op terugkomen bij u, als dat goed is. Dan heb ik de vraag van mevrouw Stevens over het niet meer contant kunnen betalen op de veerboten van Riveer. Dat klopt. Al vanaf 2020 kan daar niet meer contant betaald worden. Overigens kunnen mensen op internet een kaartje kopen, of via hun mobiele telefoon. Eigenlijk is dit in het hele openbaar vervoer het geval. In verband met veiligheid en om kosten te besparen gaat contant betalen er wel uit. De voorzitter: Mevrouw Stevens, interruptie.
Mevrouw Stevens: Mijn vraag was vooral hoe de wethouder aankijkt tegen de ontwikkelingen in de landelijke politiek rondom het verplichten van contante betalingen. Wethouder Polatli: Het verplichten van contante betalingen? Mevrouw Stevens: Ja, daarover is momenteel discussie gaande: het accepteren dat er contante betalingen zijn, omdat namelijk heel veel doelgroepen op deze manier buitengesloten worden. De Nederlandse Bank heeft daar zijn zorgen over geuit en na de zomer is dat een onderwerp in de Tweede Kamer. De voorzitter: Het lijkt mij goed dat dit in de tweede termijn even beantwoord wordt door de wethouder voor financiën, anders halen we er één stukje van de gemeentelijke dienstverlening uit. De wethouder vervolge zijn betoog. Wethouder Polatli: Dan heb ik vragen van de VVD over afvalbakken. U zult het misschien niet geloven, maar daar zitten we bovenop. Vier extra afvalbakken winkelcentrum Hoog-Dalem, daar hadden we zelf ook nog wat appverkeer over gehad enige tijd geleden, twee slimme afvalbakken op Buiten de Waterpoort komen erbij en op dit moment worden de hotspots – want die zijn er hè?, de ene bak zit wat sneller vol dan de andere – uitgewerkt. Zonet heb ik daarover snel tussendoor nog een vraag gesteld, maandag stond hij al in mijn portefeuillehoudersoverleg, om daar verder over te praten Dat doe ik overigens samen met mijn collega Mark de Boer.
G - 41
Ja, ‘Bliek in actie’ vergemakkelijken, daar zijn we op dit moment ook mee bezig, dus dank voor die vraag. Mijn opmerking had ik misschien nu moeten maken, dat we inderdaad met beide bezig zijn, maar wel fijn in ieder geval dat u dat ook belangrijk vindt. Dan heb ik ook een vraag met betrekking tot een openstaande motie van D66, de heer Tekir… De heer Van Santen: Voorzitter… De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Even kort een verduidelijkingsvraag. U bent dus bezig met ‘Bliek in actie’, hartstikke goed. Is daar nog een termijn aan gekoppeld, of wanneer is daar een resultaat van? Wethouder Polatli: Dat antwoord, moet ik u schuldig blijven, maar dat kan ik u of schriftelijk, of in de tweede termijn nog wel mededelen. Ik kom er dadelijk op terug. De motie ‘Ondersteunen kinderen bij sport en cultuuractiviteiten’. Met de uitvoering van deze motie zijn we bezig. De eerste signalen laten zien dat meer gebruikt wordt gemaakt van de Stichting Leergeld en dat het proces van aanvragen en toekennen soepel verloopt. Het is dus positief dat de Stichting Leergeld goed te vinden is. Door betrokkene wordt dit als een uitkomst gezien.
De heer Tekir: Fijn dat er kennelijk meer beroep wordt gedaan op de Stichting Leergeld, want dat laat alleen maar zien dat de ondersteuning van deze doelgroep noodzakelijk is, waartoe de motie opriep: help jongeren aan sport- en cultuuractiviteiten. Concreet vroegen we of we als gemeente Gorinchem kunnen aansluiten bij het Jeugdfonds sport en cultuur. Ik ben benieuwd wat er met de uitvoering van deze motie is gebeurd. Heeft u al contacten gehad met het Jeugdfonds, wat is er uit dat contact gekomen, et cetera? Wethouder Polatli: Op 10 november is die motie aangenomen. Via de binnen- en buitensportoverleggen die elk kwartaal plaatsvinden is dit onderwerp meerdere malen besproken. De verschillende verenigingen gaven toentertijd aan hier nog niet direct duidelijkheid over te hebben door de invoering van bijvoorbeeld het energienoodfonds, waar de verenigingen druk mee bezig waren, en de uitwerking daarvan. Er zijn een aantal vragen neergelegd, waar we nog geen antwoord op hebben, bij de verenigingen, bijvoorbeeld of er meer aanvragen voor uitstel van betalingen zijn ingediend in het seizoen 2022-2023, of er problemen zijn met het innen van de contributies bij de jeugdleden en of in het seizoen 2022-2023 meer gebruik is gemaakt van de Stichting Leergeld dan anders. Hierop komen we dus nog terug. Maar de motie is nog niet afgedaan. De voorzitter: De heer Koçak.
De heer Koçak: Misschien ter kennisgeving even onze wethouder helpen. Wat meneer Tekir bedoelt is dat Jeugd- en cultuurfonds, een landelijk fonds. Volgens mij gebruiken zowel jeugd- als sociaal teams van onze stad op het moment al de Stichting Leergeld als men tekort komt met de contributiebetaling, dat is een aanvulling inderdaad, een heel belangrijk fonds, en dat is ook bekend bij ons maatschappelijk veld, denk ik.
G - 42
Wethouder Polatli: Ambtelijk is men bezig om deze motie uit te werken, dus daar komen we op terug. De voorzitter: Laten we wel proberen het iets puntiger te doen en alleen te interrumperen als het echt noodzakelijk is, anders lopen we echt uit in de tijd. Wethouder Polatli: Dan ‘Samen tuinieren’, een motie van Gorcum Actief, Stadsbelang en SP. Wij vinden het goed dat wordt gekeken naar de behoefte om gezamenlijk te tuinieren. Het is wel belangrijk dat dit vanuit de wijken wordt opgepakt. Vervolgens kunnen we kijken waar er behoefte is en welke locaties daarbij passen. Als voorbeeld noemde u De Ridderburcht, maar gelukkig zei u dat het ook ergens anders kan, want de Ridderburcht is een stukje grond dat je niet zou willen gebruiken, zo dicht bij het spoor, maar er zit ook vervuiling in de grond. Wij staan positief tegenover deze motie. Ook over de volgende motie kan ik alleen maar positief zijn als wethouder voor kunst en cultuur die extra aandacht heeft gevraagd voor kunst in de openbare ruimte: ‘De draak en Sint Joris’ of ‘Sint Joris en de draak’ en overige waardevolle elementen in De Nieuwe Doelen. Bij de bouwkundige opname zullen wij een inventarisatie doen van alle historische, waardevolle elementen, en niet alleen ‘Sint Joris en de draak’. De elementen zullen alleen waar technisch en financieel mogelijk worden hergebruikt in de nieuwe situatie.
Als dadelijk in uw raad wordt gekozen voor de renovatie en die muur zou blijven staan, dan moet hij natuurlijk goed ingepakt worden, zodat hij bij verbouwing geen schade oploopt. Mocht het technisch en financieel haalbaar zijn om het kunstwerk te verwijderen en tijdelijk op te slaan, om te hergebruiken in de nieuwe situatie, dan zal dat zeker ook gebeuren. Het amendement van de Partij van de Arbeid ontraden wij, omdat voor de degeneratievoorziening gelden binnenkomen van bedrijven. Zoals u kunt zien, graven EFiber, of Stedin, of Oase op dit moment in onze stad. Zij betalen degeneratiekosten en die degeneratiekosten komen in de voorziening degeneratie. En € 300.000 naar de algemene middelen zorgt niet voor minder rompslomp. Er zijn toezichthouders, er zijn aannemers die bekostigd worden van de middelen in de degeneratiekosten. De heer Oostrum: In uw eigen stuk staat dat de degeneraties over het algemeen worden meegenomen in reguliere werken. Dus het herstel wordt meegenomen in reguliere werken en die degeneratiekosten blijven dan over en komen daarom in een post degeneratiekosten. Daarvan stelde ik voor drie ton in de algemene middelen te doen. Dat leg ik later nog even uit, maar het heeft te maken met het feit dat ik ook voorstel om de reserve sociaal domein nog niet direct leeg te plukken.
Die degeneratiekosten zijn dus bedoeld om kleine werkzaamheden in de stad de stad op te lossen. Nou, dat zou met deze pot makkelijk kunnen. Wethouder Polatli: Die kleine kosten worden ook meegenomen op het moment dat bijvoorbeeld het riool wordt vervangen, dan wordt het straatwerk ook tegelijkertijd meegenomen. Ik denk dat wij het op die manier bedoelen. Ik ontraad het amendement. Daarmee ben ik aan het einde, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Mager.
G - 43
Wethouder mevrouw Mager
Wethouder mevrouw Mager: Dank u wel, voorzitter. Beginnen wil ik met stedelijke ontwikkeling. Momenteel wordt hier vol op ingezet. Vorige week hadden we een participatiebijeenkomst over de Schelluinsestraat en hebben we de samenwerkingsovereenkomst met CTP getekend. We zijn bezig met het realiseren van honderden woningen aan onder andere de Arkelsedijk en in Hoog-Dalem. Het stedelijk programmeren gaat dit jaar eindelijk het licht zien en daardoor kunnen we de ontwikkelingen van projecten in onze stad tegen elkaar afwegen en kijken wanneer, wat en waar. De I&O hiervoor is dit jaar najaar gepland. Dat staat, als het goed is, inmiddels ook al in de agenda. Bij die stedelijke ontwikkeling staat participatie hoog in het vaandel, zowel op locatie als hier in het stadhuis, zowel met de diverse wijkbelangen als op individueel niveau. Met alle lopende projecten in de Lingewijk staan de bewoners centraal, want daar gebeurt nogal wat op dit moment. In dat verband wil ik graag ook de motie ‘Onderzoek ombouw kantoorpanden’ meenemen. Ik zou zeggen: het ei is bijna uitgebroed. We zijn in gesprek met de stakeholders in het stationsgebied en inmiddels is al wel duidelijk hier in Gorinchem dat ook kantoren belangrijk zijn. Er lijkt daar ook al een soort van schaarste op te treden, dus zeg maar even simpelweg ‘omkatten van kantoren naar woningen’ is net iets te kort door de bocht.
Wel is het stationsgebied, waar u ook aan refereert, het meest relevant op dit moment en heeft het prioriteit, zo ook als transformatiegebied. Met de eigenaren en stakeholders gaan we een gebiedspaspoort opstellen op basis van de omgevingsvisie. Delen van de kantoren, of eventueel optoppen van gebouwen, zou daar onder andere kunnen gebeuren. Een mengvorm tussen wonen en werken is daarbij zeker een optie. Bij het onderzoek en de manier waarop we ernaar kijken zijn de stakeholders, daar bedoel ik dus mee de eigenaren van de panden, maar ook de mensen die interesse hebben in het gebied als herontwikkeling en de mensen die de panden op het moment huren, allemaal betrokken. Ook dit huis maakt deel uit van datzelfde gebied en ook daar zijn op dit moment ontwikkelingen gaande waar we na de zomer bij u op terug zullen komen. Dus ja, de kip is bijna uitgebroed! De heer Oostrum: Ik zou haast zeggen: het ei is nog niet gelegd! Wethouder mevrouw Mager: Jawel, dat wel, meer dan één zelfs! In dat verband wil ik ook graag de motie over het Piazzacenter meenemen. De ambtenaren, maar ook ik als bestuurder, hebben regelmatig overleg met mensen van het Piazza en dat zijn sowieso zeer interessante overleggen, maar ook overleggen waarin wordt gekeken naar de langere termijn, bijvoorbeeld de ontwikkelingen op de Banneweg, maar ook naar hele praktische problemen rondom verkeersafwikkeling.
En na die overleggen gaan wij altijd weer terug met een zak vol zaken die opgepakt zouden kunnen worden, en waar er ook al een aantal van opgepakt zijn, bijvoorbeeld de verbetering van de verkeersveiligheid door de plaatsing van hekjes…. De heer Van Veen: Misschien verstond ik het niet goed, maar zei u dat er al overleg is geweest tussen u en een aantal mensen van het Piazza? Wethouder mevrouw Mager: Jazeker, ik heb twee keer mogen aanschuiven bij het overleg van het bestuur van het Piazza. Ik weet dat de contactpersoon met het Piazza G - 44
regelmatig overleg heeft en dat het telefoonnummer van deze meneer ook in de telefoons van diverse mensen bij het Piazza zit, zodat ze hem makkelijk kunnen bereiken. Dus de lijnen zijn kort en daarom zijn de punten die u benoemt voor mij ook herkenbaar. Dat wil niet zeggen dat ze daarom minder belangrijk zijn en ik denk dat het goed is dat ze, zoals nu in deze motie, weer eens benoemd worden, waarbij ik het waardeer dat ook de raadsleden de mensen in de stad opzoeken. Wat betreft het parkeren in de blauwe zone: het zal u bekend zijn dat personeel van zowel de Beatrixschool als winkels daar ook hun auto parkeren en ik denk dat het goed is om een en ander te evalueren, omdat dit probleem al heel lang speelt, en dan daar de belanghebbenden bij te betrekken. Laten we dat op korte termijn doen en wellicht kunt u daar ook uw rol pakken. De heer Klein: Ik heb het net in mijn pleidooi niet genoemd, maar misschien is het verstandig om ook de bewoners van de Piazzaflat die ernaast staat te raadplegen, en eventueel nog andere, waar wellicht ook een Vereniging van eigenaren is. Wethouder mevrouw Mager: Volgens mij zijn er ook korte lijnen met POORT6, ik kijk even naar mijn collega…. De heer Klein: POORT6, prima, in ieder geval dat de bewoners daarin ook gehoord zijn. Wethouder mevrouw Mager: Goed plan. De heer Tekir: Daarop aansluitend zou ik een vraag willen stellen.
De bewoners van de Piazzaflat zullen ook hun auto willen parkeren. Als we het volledig omtoveren naar een blauwe zone, vragen wij ons af wat daarvan de gevolgen zijn voor die bewoners. Hoe kijkt u daartegenaan, of heeft de indiener van de motie daarover nagedacht? Wethouder mevrouw Mager: Het is niet voor niks nog geen blauwe zone. De discussies daarover zijn af en toe hoog opgelopen, vandaar dat het nu alleen op vrijdag en zaterdag volgens mij een blauwe zone is en verder niet, en dat de blauwe zone voor een deel ook beperkt is tot het dak van het Piazza. De voorzitter: Ik stel voor dat we concluderen dat het goed is dat daarmee aan de slag wordt gegaan en dat we nu niet de oplossing gaan creëren met elkaar. Wethouder mevrouw Mager: We zullen de raad en de mensen van de Piazzaflat er actief bij betrekken. Voor de praktische kant begeef ik me heel even op het terrein van handhaving en toezicht door boa’s. Daar ligt ook een rol voor de winkeliersverenigingen zelf. De boa’s richten zich met name op de buitenruimte, vooral de verkeersveiligheid en dus ook het parkeren. Over het straatwerk is regelmatig contact in dit huis. Klein herstelwerk wordt regelmatig door een aannemer uitgevoerd, maar vanwege de drukte bij het Piazza kan ik me voorstellen dat er regelmatig wat te doen is….
De heer Tekir: Voorzitter, ik wil er geen discussie over voeren, maar wat is het advies van het college ten aanzien van de motie ‘Aandacht voor het Piazzacenter’? Want daarin wordt heel concreet gevraagd om het parkeerveld op werkdagen geheel of gedeeltelijk
G - 45
blauwe zone te maken. Er wordt niet gevraagd om dat alleen te verkennen. Dus ik zou daarover voor de stemming wel duidelijkheid willen hebben. Wethouder mevrouw Mager: De strekking van de motie ondersteun ik, maar zo boud beweren dat er een blauwe zone van moet worden gemaakt is iets wat je volgens mij pas moet doen na overleg met stakeholders in het gebied. Van de winkeliersvereniging, of daar nu wel of niet mee gesproken is, krijgen wij de signalen dat daar echt behoefte aan is. Wij willen heel graag dat daarover nu in gesprek wordt gegaan, want de schoen wringt nu ergens en daar moet over gesproken worden. Wethouder mevrouw Mager: Er staat overigens ook, meneer Tekir, “onderzoek de mogelijkheden”, dus het is niet dat er morgen meteen een blauwe zone moet worden gerealiseerd als u voor de motie gaat stemmen. Ik denk dat deze motie zaken waar we al mee bezig zijn en waar we over in overleg zijn met Piazza, zou kunnen ondersteunen. Dan de motie ‘Gorcumse voorrang Groote Haar’. Eind dit jaar komen we bij u terug op het uitgiftebeleid en het protocol voor de verkoop van de gronden van de Groote Haar. Daarbij wil ik er wel even op wijzen dat een nieuw bedrijventerrein ook consequenties heeft voor bestaande terreinen, dus dat gebiedsprofielen en ontwikkelrichtingen daarvoor worden opgesteld. De balans en de doorschuifmogelijkheden nemen we hierin mee.
Alle aspecten uit de motie zoals die nu voor ons ligt hebben momenteel onze aandacht. De Gorcumse bedrijven waaraan u refereert zijn voor ons van economisch en maatschappelijk belang, en last but not least ook voor behoud van de werkgelegenheid. Dat is in dit stadhuis een primair uitgangspunt. Daarbij moeten we niet vergeten dat we ook afspraken hebben met de regio voor vestigingen op de Groote Haar en dat we zijn gebonden aan wettelijke regelgeving voor het vestigingsbeleid. Maar we vinden dit een duidelijk signaal, heel begrijpelijk en ook zeer relevant. Daarom wil ik positief adviseren op deze motie. Er was een vraag over de bedrijventerreinen in relatie tot het Ondernemersfonds. De uitstraling van bedrijventerreinen, het visitekaartje van Ondernemend Gorinchem, en de inspanningen om te komen tot een Ondernemersfonds zal dit college van harte stimuleren en faciliteren. Die toezegging geef ik u graag. Vervolgens was er nog een punt over de uitstraling van de route van het station naar de binnenstad. In het uitvoeringsplan ‘Mooiste vesting’ is deze route opgenomen. In het voorjaar is er een uitgebreide I&O over geweest, waarin plaatjes zijn getoond van hoe het eruit zal komen te zien. Zeker met de grotere evenementen, niet te vergeten onze Sinterklaasintocht, is er een duidelijk aangegeven route van het openbaar vervoer naar onze vestingstad.
Daar kan nog wel wat verbeterd worden. Het zit met name op de uitvoering en daar komen we graag binnenkort op terug. Dan heb ik een stukje arbeidsmarkt, en dat heet ‘Asielzoekers sneller aan het werk’, een sympathieke motie waarin ik wel graag een knip wil maken, en daarbij kijk ik met name naar de derde en de vierde bullet, en met een schuin oog ook nog naar de tweede. Er is steeds meer vraag naar het aan het werk helpen van mensen die hier al dan niet tijdelijk verblijven. Wat lastig vind ik de aanduiding ‘kansrijke asielzoekers’ in de motie. Daar is niet echt een definitie van te geven, dus ik zou bijna willen vragen om dat wat nader te duiden. Waar de schoenen meestal wringt, dat merk ik in mijn gesprekken met ondernemers die op zoek zijn naar medewerkers, is dat de taal vaak het probleem is, dus G - 46
niet de wil en de motivatie om mensen in dienst te nemen, maar het feit dat ze de Nederlandse en soms ook de Engelse taal niet machtig zijn. Dat is ook vaak in het geval van veiligheid heel nadelig en dus een belemmering om deze mensen aan te nemen. De gesprekken die ik heb in het kader van de arbeidsmarktregio gaan over arbeidsmigranten, statushouders, Oekraïners, maar er zijn ook wettelijke beperkingen om deze mensen aan te nemen. Via Avres, de Arbeidsmarktregio Gorinchem en de City wordt zeer actief ingezet op arbeidsparticipatie. Daarom vind ik als wethouder van de arbeidsmarktregio een pilot, zoals is genoemd bij de derde bullet, zeker het onderzoeken waard. Met het COA zal ik, of mijn collega, dan ook graag in gesprek gaan over de mogelijkheden daarvan. Wat minder positief sta ik tegenover de lobby waarom in de motie wordt gevraagd, omdat dat toch iets is wat landelijk opgepakt moet worden en waar veel over te doen is op het moment. Op het gebied van onderwijs is bij diverse sprekers het IHP langsgekomen. Dat was te verwachten en ik vind het ook heel logisch dat daar ook in dit verband weer op teruggekomen wordt. Ik wil het ook graag inpassen in de investeringsagenda waarover collega Molengraaf het eerder had, omdat het IHP nu eenmaal een flink aandeel heeft in die investeringen. Vooralsnog is er voldoende voor begroot, daar kunt u echt van uitgaan.
We hebben 34 miljoen euro staan en er is ruim 4 miljoen euro in deze perspectiefnota opgenomen. Daarbij moeten we in aanmerking nemen dat de kosten van het Gilde per ‘25 gaan lopen en de kosten van het Retranchement pas per ‘27. Dus het is niet zo dat morgen meteen alle seinen op rood moeten staan. De toezeggingen die ik destijds aan de raad heb gedaan om daarover in gesprek te gaan, staat wat mij betreft nog steeds. Die wil ik ook graag laten staan en daarin samen optrekken, en dan kunnen we met elkaar de afweging maken of we daar een klein uitstapje in willen maken, alleen voor het IHP, maar wel altijd in relatie tot de andere investeringen. Verder zitten de scholen zelf – ik zou haast zeggen: gelukkig – ook niet stil. De diverse onderwijsinstellingen zijn onderling bezig om te kijken hoe ze voor hun leerlingen de beste locatie kunnen realiseren. Het is echter nog te prematuur om daar nu op in te gaan. De komende jaren kunnen we vooruit. Ik meen dat ook nog gerefereerd werd aan onze partners. Wij hebben meer dan regelmatig contact met de diverse partners in het onderwijs. Dat zijn met name de bestuurders, maar ook de locatiedirecteuren. Het feit dat we eerst een businessplan plan maken en vervolgens vaststellen hoeveel geld we daarvoor nodig hebben, wat dan weer in onze begroting terecht zou moeten komen, vinden zij een hele logische gang van zaken.
‘Vrijwilligerswerk tijdens werktijd’. Met het maatschappelijk bewustzijn van onze ambtenaren in dit stadhuis zit het echt wel goed. Ik heb inmiddels ervaren dat de maatschappelijke betrokkenheid zich dagelijks uit, zowel hier in dit huis als als inwoners van Gorinchem, dus mensen in de privésfeer, maar ook gewoon buiten dit huis. Ik heb eens even rondgevraagd en er zijn echt vele voorbeelden van, maar ik zal er een paar noemen: vuil prikken in de lunchpauze, meedoen aan NLdoet, bijvoorbeeld in het Natuurcentrum, hulp bij de Ramadan Cup, inrichten van de noodopvang Oekraïense vluchtelingen, inzamelingen ten behoeve van de aardbevingen in Turkije. Nou, dat vond ik wat aansprekende voorbeelden waar men zich voor inzet, en ja: tijdens werktijd, want vanuit de organisatie wordt hier ruimhartig mee omgegaan en men is zich er wel van bewust hoe belangrijk het is om ook op deze manier in Gorinchem bezig te zijn, juist om, waar u ook op doelt, de toenadering en de verbinding met onze inwoners te behouden, G - 47
want daar is alles op gericht. Dus maatschappelijk verantwoord ondernemen staat bij de gemeente Gorinchem hoog in het vaandel en daar wordt ook al actief invulling aan gegeven. Als ik hier een advies bij moet geven, ik vind het altijd een beetje flauw om te noemen, maar dan zou ik zeggen: de motie is overbodig, want het gebeurt al, het zit gewoon bij eenieder tussen de oren. De voorzitter: Interruptie de heer Van Veen. De heer Van Veen: Aan de andere kant: het is gewoon betaald vrijwilligerswerk dan hè? Ik vind het echt een hele vreemde motie. De heer Tekir: Voorzitter, dat vraagt toch om een korte reactie. Waar het hier in essentie om gaat, en dat gaf ik in mijn bijdrage ook al aan, is het volgende. Uiteraard zien wij de maatschappelijke betrokkenheid, ook vanuit dit stadhuis en vanuit de organisatie, maar op het moment dat je dit doet, en dat zien we in andere gemeenten, faciliteer je als werkgever die mogelijkheid, waardoor je nog actiever die uitnodiging en die handreiking doet. Ik zou dat graag met deze motie willen markeren. De heer Van Veen: Voorzitter, als ik nog één keer mag interrumperen… De voorzitter: Ga uw gang.
De heer Van Veen: Ik vind het toch een beetje haaks staan op de andere motie waarin wordt gevraagd het voor studenten laagdrempeliger te maken om hier te komen werken, want er staat ook echt in die motie dat de druk zo hoog is bij de ambtenaren, dus dat vind ik een beetje wringen. De heer Tekir: Dat bespreek ik graag met u bij de borrel. De voorzitter: Als u stopt met interrumperen, hebt u daar tijd voor! Wethouder mevrouw Mager: Dan komen we inderdaad bij de motie ‘Werkstudenten welkom bij de gemeente Gorinchem’. Die zijn altijd welkom bij onze gemeente. Ik heb echter wel een kleine ‘maar’, want zodra er sprake is van een dienstverband betekent dat ook dat er sprake is van formatieruimte – zo werkt dat nu eenmaal, zoals eenieder die hier zit, denk ik, wel weet – en dan is het toch wel een ander verhaal dan wanneer je het hebt over een stagiair of iets anders. Bij de werving in dit huis zijn we alert op het werven van jonge mensen, ik zou haast zeggen: soms ook zonder relevante ervaring, want we zoeken potentieel en we zoeken ook de passende klik met de gemeente. Trainees zijn hier van harte welkom en er zijn hier in de gemeente – ik wist dat zelf ook niet, maar vandaag heb ik dat gehoord – heel veel stagiaires. Afgelopen jaar hebben we er meer dan 40 gehad en nu, halverwege het jaar, zitten we ook al op 19 stagiaires. Daarmee lijkt wat mij betreft deze motie overbodig.
Jongeren en werkstudenten hebben ook de aandacht om te kijken of ze bij ons aan het werk kunnen. VNG-trainees zijn ook altijd van harte welkom en dat weet men ook. Bovendien zijn we ook blij als vacatures op deze manier tijdelijk dan wel deels kunnen worden vervuld. De voorzitter: Mevrouw Alba Heijdenrijk.
G - 48
Mevrouw Alba Heijdenrijk: Dank u wel, voorzitter. De laatste zin in de motie geeft eigenlijk precies aan wat u nu zegt, namelijk het feit dat een werkstudent geen stagiair is. Het gaat om het opdoen van werkervaring, omdat je nu vaak een gat ziet in vacatures. Als je een MBO/HBO/WO-diploma hebt, wordt mensen heel vaak gevraagd om drie tot vijf jaar werkervaring en de vraag vanuit onze motie is om veel meer te gaan kijken om die mensen een soort startup te geven om die werkervaring wel op te doen. Het is dus iets anders dan een stagiair. Wethouder mevrouw Mager: Dat snap ik, maar ik heb even willen aangeven dat we ook investeren in jonge mensen en dat vaak een stagiair op deze manier ook bij ons aan het werk kan, omdat die dan dus al wel werkervaring heeft opgedaan, namelijk bij ons, of een andere gemeente. In mijn antwoord gaf ik net aan dat we ook jonge mensen werven zonder relevante ervaring. Als je potentieel ziet, maak je daar gebruik van om hen mee te kunnen nemen in de opleidingen die je hier kunt volgen. Moet je dat een werkstudent noemen? Ik denk het niet. Het is gewoon een jongere die in zijn eerste baan zit en hier goed begeleid wordt in zijn werk. Daarmee ben ik erdoor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder De Boer. Wethouder De Boer Wethouder De Boer: Dank, voorzitter. Een aantal vragen en een tweetal moties, die ik gewoon even per thema langs zal lopen.
Allereerst duurzaamheid. Vanuit het CDA werd de vraag gesteld of we wel genoeg doen. Ik deel uw zorgen over de toekomst van onze kinderen, tegelijkertijd hoop ik ook wel dat u in het collegeprogramma en in de perspectiefnota ziet dat we ongelooflijk veel op dit vlak gaan doen. Ik noem de verduurzaming van het vastgoed, de buitenverlichting, een uitbreiding van het warmtenet, isolatieprogramma, een nieuwe windlocaties, honderden bomen erbij en aanpak klimaatadaptatie. En daar hebben we ook de middelen voor. Wethouder Molengraaf gaf net al aan dat ze jaloers was op de budgetten die op duurzaamheid soms binnenkomen. Het klopt dat we inderdaad ook financiering van derden hebben. Soms is dat overigens ook wel eens lastig, omdat het dan heel specifiek voor een bepaald iets is, waarvan we weleens denken “het is wel heel erg vanuit Den Haag bedacht dat we het precies linksom moeten doen, maar misschien werkt iets anders hier beter”. Dat is soms best een uitdaging, maar we proberen zo goed mogelijk van die budgetten gebruik te maken en dat gaan we ook gewoon echt allemaal doen. Een x aantal vragen is gesteld over de energie-infrastructuur, een belangrijke voorwaarde voor heel veel projecten. De vanzelfsprekendheid dat, als je alles maar bouwt en de stekker in het stopcontact steekt, er dan ook stroom uitkomt, is er wel een klein beetje vanaf.
Dat vergt best wel veel inspanning, ook van overheden en netbeheerders. Namens Gorinchem zit ik in de Energieraad Zuid-Holland, waarin we als overheden samen met de netbeheerders nadenken over de vraag hoe we die energie-infrastructuur kunnen versnellen, dat gaat van hele grote stations tot aan verdubbeling van alle transformatiehuisjes, bijvoorbeeld binnen de stedelijke omgeving. Dat zal best wel veel impact hebben.
G - 49
In het verlengde daar zijn vragen gesteld over de opslag door de heer Van Santen. In RESverband vinden onderzoeken plaats, innovatie is daarvan een belangrijke pijler, onder andere naar warmteopslag, om te kijken of dat ooit misschien een mogelijkheid is om te koppelen aan het warmtenet dat we aan het uitrollen zijn in de Gildenwijk. Om netcongestie te voorkomen wordt in RES-verband ook gekeken naar meer grootschalige opslag, bijvoorbeeld in combinatie met het station in Arkel. Dat zijn echt zaken die in studie zijn, we weten ook niet of die het eindstation zullen halen, maar er wordt wel heel serieus naar gekeken in deze regio, omdat het eventueel een oplossing kan zijn voor problemen op het energienet. De voorzitter: Interruptie de heer Van Santen. De heer Van Santen: Dank u wel. Hartstikke mooi dat daarnaar gekeken wordt en naar het warmtenet en naar het station Arkel, om daar wat meer mogelijkheden te onderzoeken. Maar ik vroeg ook specifiek naar een tijdpad, zeg maar. Nu weet ik dat dat soms lastig is als het gaat om opslag, maar heeft u een indicatie van wanneer dat dan eventueel mogelijk zou kunnen zijn? Wethouder De Boer: Bij warmtenetten gaat het echt om grote volumes, dan moet je in de volgende fase van het warmtenet zitten en moet je echt denken aan, nou minimaal drie tot vijf jaar vanaf nu gerekend.
Het hoogspanningsstation Arkel gaat in de komende jaren ontwikkeld worden, dus dan heb je het ook al gauw over een vergelijkbare periode voor zo’n ontwikkeling. De insteek van de motie van het CDA over de leges bij verduurzaming is volgens mij heel positief en sympathiek: de barrières voor verduurzaming wegnemen. U vraagt om een onderzoek. Dat is eigenlijk niet heel veel werk en daarom hebben we dat onderzoek gisteren alvast voor u uitgevoerd! De uitkomst is dat er geen vergunningsplicht is voor kleinschalige verduurzamingsmaatregelen en dat daar dus ook geen leges op worden geheven, behalve bij monumenten. Het verduurzamen van monumenten is sowieso behoorlijk complex en kan ook best duur zijn, vaak duurder dan het verduurzamen van niet monumenten. Dat is echt wel iets waarmee ik samen met wethouder Dansen, onze wethouder voor erfgoed, graag aan de slag wil. Eind dit jaar komt er ook een integraal plan energietransitie voor woningen en daarin willen we echt op verschillende aspecten en verschillende doelgroepen gaan inzoomen. Daarbij kijken we ook heel specifiek naar belemmeringen en dit zou er zomaar eentje van kunnen zijn, dus heel goed dat u dit punt ook agendeert. Ik ga de wethouder voor erfgoed ook goed bij dat plan betrekken. Dan zijn er vragen gesteld over de stadsecoloog.
Dat is een stuk expertise dat we goed in huis kunnen gebruiken voor onze ambitie om de natuur in Gorinchem te versterken, zo bijvoorbeeld de landelijke opgave om 10% van het buitengebied een groenblauwe dooradering te maken, het toevoegen van natuur. Hoe mooi zou het zijn als we die groenstructuren ook de stad in zouden kunnen trekken! Dat gaat u na de zomer ook teruglezen, mevrouw Hamann, in de omgevingsvisie. Die is al bijna afgerond. De stadsecoloog gaat in ‘24 aan de slag, zodat die daar niet meer op gaat meelezen, maar we gaan deze wel absoluut inzetten voor de uitwerking daarvan in die groenblauwe dooradering, ook in de stad. Volgens mij hebben we daar een mooie opgave liggen.
G - 50
Dan de motie van ChristenUnie/SGP over drachtwaarden van bomen, ook een sympathieke motie. Ik moet wel heel eerlijk toegeven dat ik het even heb moeten googelen, ‘drachtwaarden van bomen’. Het blijkt iets heel belangrijks te zijn, ook voor het ecosysteem en de biodiversiteit. Gelukkig hoefden ze het intern binnen de organisatie niet op te zoeken en hebben we daarvoor expertise in huis. We hebben ook aangegeven dat er al rekening mee wordt gehouden. We doen wat dat betreft best al wel veel op het gebied van biodiversiteit, maar we gaan, mede naar aanleiding van uw motie, ook kijken hoe we dit criterium nog kunnen versterken. Voorzitter, tot slot is door Gorcum Actief een opmerking gemaakt over de invoering van de Omgevingswet. Er gaat behoorlijk wat veranderen voor de gemeenten in de komende periode, voor álle gemeenten, op het gebied van ruimtelijke ordening. Eerder hebben we in een I&O weleens van gedachten gewisseld over de vraag wat er nodig is om 1 januari te halen en hoe we daar nu in staan, een soort matrix. We hebben toen ook aangeboden om er op een later moment nog eens bij u op terug te komen. Mijn voorstel zou zijn om dat na de zomer gewoon nog een keer te doen, omdat er ook nog best wel wat keuzes te maken zijn.
In de perspectiefnota ziet u ook dat daar wat extra financiering voor wordt gevraagd, omdat we ook wel de stille hoop hadden dat het rijk ons met iets meer compensatie tegemoet zou komen, wel voor een eerste stukje invoering, maar niet ook voor het uitstel van de invoering en zo dadelijk gaat dat toch wel extra lasten geven voor gemeenten en ook gewoon nieuwe functies die moeten ontstaan omdat je met nieuwe systemen moet gaan werken. Er staat nu twee ton in de perspectiefnota en we hopen dat de minister daarvoor toch nog een keer de portemonnee zal trekken. Ik ben door mijn vragen heen, voorzitter. De heer Van Santen: Voorzitter… De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: Er staat nog een vraag open van ons, en ik denk dat die voor de heer De Boer is, namelijk of er voldoende mogelijkheden en kansen zijn op de grote parkeerplaatsen langs onze bedrijven voor zonneparkeerterreinen en dergelijke: of daar nog belemmeringen op zitten, of dat die kansen er zijn. Wethouder De Boer: Goede vraag, die ben ik vergeten, maar ik kom er graag in tweede termijn op terug. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan wethouder Dansen. Wethouder mevrouw Dansen
Wethouder mevrouw Dansen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met de vraag van mevrouw Hamann over de verkamering in Gorinchem. Ik kan me voorstellen dat u zich daar zorgen over maakt, want het best een probleem voor de cohesie in de wijk en met name in de binnenstad ook voor parkeerproblemen. We hebben het hier al een keer over gehad tijdens de presentatie van het schaarsteonderzoek, twee maanden terug. Ik ga u een aantal voorstellen voorleggen tijdens de bijeenkomst over de instrumenten voor de woningmarkt, waar dit ook bij hoort. Dan mag ik al naar de moties.
G - 51
De motie cultuursensitieve zorg. Vanzelfsprekend erkent het college het belang van cultuursensitieve zorg. Wij nemen dit ook mee in de uitvoering van ons beleid ten aanzien van zorg en ondersteuning. De dienstverlening van het sociaal domein hanteert zorg op maat als vertrekpunt en dat impliceert dat we rekening houden met de omstandigheden van inwoners, en dus ook met hun culturele achtergrond. Dat betekent bijvoorbeeld dat we binnen de inkoopafspraken bij diverse Wmo-producten als eis hebben gesteld dat de ondersteuning is afgestemd op de wensen van de cliënt, met respect voor diens geloofsovertuiging, taal, afkomst en geaardheid. Ook het sociaal team heeft dezelfde opdracht bij de uitvoering van haar werkzaamheden en houdt daarom bijvoorbeeld spreekuren in de moskeeën. Ook binnen het steunpunt mantelzorg houden we rekening met de achtergrond van inwoners. Onze medewerkers nemen deel aan het Leernetwerk inclusieve mantelzorgondersteuning, waarin ook volop aandacht is voor cultuursensitiviteit. En begin dit jaar hebben we voor onze medewerkers en zorgpartners die werken binnen het sociaal domein een training cultuursensitief en inclusief werken georganiseerd, die in september herhaald wordt. We vinden het belangrijk en we kunnen dus ook positief kijken naar deze motie. De heer Oostrum: Voorzitter, ik moet de wethouder een compliment maken, en dat doe ik van harte.
Maar als ik op de website van de gemeente, op de website van Rivas, zoek naar ‘cultuursensitieve zorg’, kan ik het nergens in Gorinchem vinden, vandaar dat wij er een motie over indienen. Maar ik ben blij met uw verhandeling over wat er allemaal al gebeurt op dit gebied. Wethouder mevrouw Dansen: Ik ben er ook best trots op. Ik blijf even bij de PvdA met de motie over de ervaringsdeskundigheid in de jeugdzorg. Ook over deze motie ben ik positief, ook omdat de inzet van ervaringsdeskundigheid in de regio Zuid-Holland Zuid een heel actueel thema is. Ook maken wij ons hier in Gorinchem al hard voor. We beschikken al over een Ouderplatform Zuid-Holland Zuid, een beetje vergelijkbaar met ExPex, en binnen het inkoopkader is de inzet van ervaringsdeskundigen declarabel gemaakt. Dat is een hele vooruitgang. De heer Oostrum: ExPex gaat met name over jongeren met ervaring. U hebt het over een Ouderplatform… Wethouder mevrouw Dansen: U bent te vroeg met uw interruptie! De heer Oostrum: Ik zwijg! Wethouder mevrouw Dansen: Jeugdigen maken deel uit van het Ouderplatform en op dit moment zijn we aan het werk om de samenwerkingsrelatie met het Ouderplatform te verbreden, waar dus ook de jongeren in zitten, en we werken ook aan andere zaken die bijdragen aan cliëntparticipatie en ervaringsdeskundigheid. Uw motie sluit hier goed bij aan, dus ik wil er positief over adviseren.
Het amendement, wederom van de PvdA, ‘Borg de jeugdzorg’, ligt even iets anders. Wij hebben natuurlijk begrip voor de zorg die wordt uitgesproken in dit amendement. Er zouden de komende jaren tekorten kunnen ontstaan als het gaat om de uitvoering van jeugdzorgtaken, en dan wordt natuurlijk gekeken naar de reserve sociaal domein. Het is G - 52
tegelijk ook zo dat structurele tekorten bij de uitvoering van jeugdzorgtaken structureel opgelost moeten worden binnen de begroting. Een structurele inzet van de reserves is daarvoor niet geoorloofd. Zoals u weet, is de Hervormingsagenda Jeugd definitief vastgesteld en deze bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. De aanname van het rijk is dat op basis van deze afspraken lokale besparingen gerealiseerd kunnen worden. Deze besparingen hebben we nog niet verwerkt in de perspectiefnota, aangezien de hoogte van de besparingen en de termijn waarop deze reëel te verwachten zijn nog niet bekend zijn. We gaan daar dus voorzichtig mee om. We verwachten wel dat een omvang van de reserve sociaal domein van 5 miljoen euro toereikend is om de financiële risico’s die zouden kunnen ontstaan op te vangen. En een persoonlijke noot: ik ben ook verantwoordelijk voor die reserve en we hebben echt heel goed gekeken of we het met die reserve zouden kunnen doen, en dat kunnen we; dat durf ik ook te zeggen. De heer Oostrum: Voorzitter, ook hier dezelfde toelichting die ik aan wethouder Molengraaf heb gegeven. Als je kijkt naar het gebruik van de afgeroomde reserve, dan is die gespreid over 2024 en 2025. Ik zou daarbij willen aansluiten met het afromen, dus: room dan nu de helft af en in 2025 de andere helft.
Wethouder Molengraaf zei nog dat ze er even over wilde nadenken en erop terug zou komen in de tweede termijn. Denkt u er samen over na! Wethouder mevrouw Dansen: Dan laat ik wethouder Molengraaf daarover broeden, want die gaat over de centjes. Dan wil ik nog even kijken naar de motie van D66 om mensen in woningnood niet onnodig te belasten met leges. We hebben, zoals u weet, het afgelopen jaar een onderzoek laten doen naar de urgentieverklaringen en daar is inderdaad een heel pakket aanbevelingen uitgekomen die in samenhang moeten leiden tot een efficiëntere en betere afhandeling van de urgenties. De aanbeveling in uw motie om de leges voor urgentie af te schaffen is onderdeel van dat pakket aan maatregelen. Wij willen graag een samenhangend besluit over het hele pakket nemen en daarom wil ik die motie nu afraden totdat wij dat besluit genomen hebben. Wij willen graag een besluit nemen over het hele pakket en niet over een stukje ervan. De heer Tekir: En wanneer denkt het college dat samenhangende besluit te nemen? Want dat rapport ligt er al een tijdje. Wethouder mevrouw Dansen: Dat wordt in ieder geval na het reces, maar ik verwacht wel dat het nog dit jaar zal zijn, en dan laten we u dat weten. De heer Tekir: Toch nog even. Ik begrijp dat u daar in samenhang naar wilt kijken, maar dit is een vrij belangrijke aanbeveling die de commissie doet.
Hoe staat u hier initieel tegenover, gewoon als wethouder sociaal domein? Wethouder mevrouw Dansen: Ik wil daar best een keertje over in discussie gaan, maar dat is nu niet waar het over gaat. We hebben niet voor niks dat onderzoek laten doen naar de hele urgentieprocedure. Dat is best een ingewikkelde situatie, vooral ook omdat we daarin ook te maken hebben met andere gemeentes, bijvoorbeeld op het gebied van G - 53
beschermd wonen. Over het hele pakket dat we daaruit hebben gehaald willen we gewoon graag in zijn geheel beslissen, en niet over een stukje. De voorzitter: Ik draag het voorzitterschap even over aan de plaatsvervangend voorzitter. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de heer Oostrum) De voorzitter: Het woord is aan de burgemeester. Burgemeester
De burgemeester: Dank u wel. Allereerst de vraag van de VVD met betrekking tot het ondersteunen van vrijwilligers die evenementen organiseren. Enkele maanden geleden hebben we hier een themabijeenkomst gehad over evenementveiligheid en daarin is duidelijk geworden dat er nogal het een en ander komt kijken bij het organiseren van evenementen. Daarom wordt al geruime tijd op het moment dat een aanvrage voor een evenement binnenkomt een intakegesprek belegd. Daarin lopen we met vrijwilligers, maar het kunnen ook professionals zijn – in die zin maken we daarin geen onderscheid – de aanvrage door: wat is er nodig? Soms willen mensen graag ook nog een vervolggesprek. Dus als het gaat over de ondersteuning bij uiteindelijk het creëren van een vergunning, doen we dat ook. We krijgen daar ook regelmatig hele positieve geluiden over. Zo komen we dus samen met elkaar tot een vergunning. In de motie ‘We overbruggen de kloof’ wordt met name aandacht gevraagd voor het dalende vertrouwen van burgers in de overheid en aangedrongen op een werkconferentie als startpunt voor een extra inzet om die kloof te slechten. Soms denk ik weleens dat het zomaar zou kunnen dat die kloof mede is veroorzaakt doordat de overheid geen vertrouwen heeft in burgers. Kijk naar de Toeslagenaffaire.
Maar goed, u roept ertoe op met elkaar in gesprek te gaan om te zien hoe ervoor kan worden gezorgd dat die kloof kan worden gedicht. Dat lijkt mij een hele goede zaak. Het lijkt mij ook heel goed om dat gezamenlijk met elkaar te doen, als raad, maar ook als college, want de gemiddelde burger ziet maar één orgaan, de gemeente. Dus laten we gezamenlijk optrekken, ook samen met de griffie, en ik kan me zomaar voorstellen dat we daarbij ook ProDemos inschakelen. Van harte adviseer ik positief over deze motie. (Het voorzitterschap wordt overgedragen aan de burgemeester) De voorzitter: Ik stel voor de vergadering een halfuur te schorsen. Ik stel vast u daarmee kunt instemmen. Ik schors de vergadering (20.00 uur). 8.
Schorsing
De voorzitter: Ik heropen de vergadering (20.30 uur). De eerste termijn van raad en college is afgehandeld. Aan de orde is nu de tweede termijn van de raad. 9. Repliek
De voorzitter: Het woord is aan de fractie Stadsbelang, de heer Klein. De heer Klein: Voorzitter. Ik roep om orde in de zaal! G - 54
De voorzitter: Kijk, dat waardeer ik nou! De heer Klein: We zijn hier met serieus werk bezig, dus alstublieft serieus de aandacht. Ik heb het papierwerk meegenomen, want er zijn inmiddels 23 moties en amendementen ingediend. Het was leuk om alles te lezen, maar daarover zo meteen meer. Wat ik ook ga doen, voorzitter, is bij mijn eigen bestuur even navragen of de heer Schefferlie niet toevallig lid is van Stadsbelang, want hij heeft het zo vaak over ons, en als het niet zo is, zal ik een goed woordje doen voor een goedkoop lidmaatschap! De heer Schefferlie: Mogen we ruilen? De heer Klein: U wilt mij bij ‘Democraten’ hebben? De heer Schefferlie: Ja, een soort ervaringsplaats! De heer Klein: Voorzitter. Diverse partijen hadden de nodige zorgen met betrekking tot de perspectiefnota, met het spaarsysteem et cetera. Ik heb in een bepaald opzicht wel begrip voor die zorgen, maar wij willen eigenlijk juist vertrouwen uitstralen. Zoals net ook al aangegeven, gaan ze de begrotingen voor 2023 en 2024 sluitend maken waar ze nog niet sluitend zijn door de meicirculaire. Juist dat scherp aan de wind varen blijft het college mijn inziens gewoon doen. Ze gaan voor de hoogste ambitie, die ze na willen leven en uit willen voeren. Dat is toch uiteindelijk wat we hier allemaal willen, het beste en het meeste voor de stad.
Wij hebben er vertrouwen in dat dit college, op het moment dat ‘23 en ‘24 minder positief dreigen uit te vallen, gaat bijsturen op het juiste moment, en dan dus opnieuw scherp aan de wind gaat varen. De heer Tekir: Voorzitter, graag een interruptie. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Dank u wel. Ik hoor de heer Klein woorden noemen die ik in mijn bijdrage ook heb genoemd als ‘scherp aan de wind varen’, en dat triggert mij toch om daar een vraag over te stellen. Laten we heel concreet het IHP nemen. U geeft aan dat het college risico’s neemt, scherp aan de wind vaart en vindt dat goed. Ja, dat is goed, maar kijk: je hebt risico’s nemen en je hebt ambities opstapelen, wetende dat je het financieel niet kunt dekken. Bent u het niet met mij eens dat wij in dit stadhuis, op het moment dat wij plannen goedkeuren, zekerheid zouden moeten hebben over de financiële realisatie daarvan? Want dat is ook na vanavond nog steeds onduidelijk bij het IHP. Sterker nog: die financiële middelen zijn er niet. Bent u het niet met me eens dat die beschikbaar zouden moeten zijn ten tijde van vaststelling? De heer Klein: In mijn korte ervaring hier in de raad heb ik ieder geval het idee dat we meestal niet het geld op de bank hebben staan in dit soort gevallen. Het IHP is een goed plan om uit te voeren, volgens mij is de heer Tekir dat roerend met mij eens.