20221215 Concept Verslag raadsvergdering
Tekst van het document
We hebben eerder in de krant gezien hoe die gereageerd hebben op ons besluit in oktober, dus laten we dit nu zorgvuldig doen en gewoon een normaal debat plannen in januari of februari met elkaar, waarin we meer kunnen behandelen dan we alleen maar met deze motie doen. Die is wat ons betreft nu gewoon niet aan de orde. De voorzitter: Dank u. De heer Schefferlie. De heer Schefferlie: Voorzitter, dank u wel. We hebben net van de wethouder begrepen dat hij in een soort wereldrecord-procesgang aan de slag wil met dit thema. Ik wil de collega’s graag in herinnering brengen dat we vandaag een besluit genomen hebben over de raadsagenda, waarop windturbines staan als een van de vijf onderwerpen. Oké, de RES
R - 21
is iets breder, maar ik zou het, nu we net met elkaar hebben afgesproken dat we in alle rust en op een goede manier met elkaar kaders gaan bespreken, toch wat ongelukkig vinden als nu eigenlijk al een voorschot wordt genomen op criteria die daarop van invloed zijn door nu deze motie in te brengen. Ik vraag me ook af of het in de verhouding met Molenlanden verstandig is om op dit moment weer vanuit onze raad zo’n voorzet te doen. Het lijkt me veel beter om dat te doen in onze eerste bijeenkomst. Misschien kan dat een tegenvoorstel zijn: dat we in onze raadsagenda die windturbines als eerste beetpakken. Wie weet kan de wethouder op weg naar die bestuursovereenkomst in een goede dialoog met de buurgemeente dan ook van ons het een en ander meekrijgen. Dat lijkt me veel verstandiger. Ik hoop van harte dat we zo verstandig zijn om deze motie vandaag niet te gaan bespreken. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat onze fractie aanvankelijk voorstander was van behandeling, vooral ook omdat fracties de ruimte moeten krijgen om te bespreken wat ze willen bespreken. Maar uit de beantwoording van het college is klip-en-klaar gebleken dat wij begin 2023 een voorstel zullen krijgen over het vervolg en met die informatie meen ik dat we niet alleen het proces, maar ook de inhoudelijke afweging recht doen door dat gewoon af te wachten.
Wij willen dus meegaan in het voorstel van het college om het vervolg af te wachten. Dank u wel. De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Voorzitter. Om een herhaling van zetten te voorkomen, zal ik het heel kort houden. Eigenlijk hebben we als raad nog maar net besloten om vijf prioriteiten op de raadsagenda te zetten en dan vind ik het ongepast om voor de muziek uit te gaan lopen met een motie. Los daarvan begrijp ik heel goed dat het actueel is op dit moment en daarom zou ik me willen aansluiten bij de voorstellen van anderen om van de windturbines de eerste van onze vijf prioriteiten te maken en daarover heel snel met elkaar te gaan spreken als gemeenteraad. Ongetwijfeld komen daar dan ook de effecten uit zoals die bedoeld zijn in de motie, maar dan wel op een zorgvuldige manier. Ik denk dat dit precies is wat we beoogd hebben met de raadsagenda, namelijk als raad voorop lopen, dus niet aan het college vragen om voorop te lopen, maar zelf als raad, gehoord hebbende wat we straks met Molenlanden gaan bespreken. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik wil er sowieso voor opteren om de motie wel te bespreken.
Het voorstel om het als eerste op de raadsagenda te gaan bespreken vind ik een heel goed voorstel, maar ik denk dat hiermee juist de toenadering wordt gezocht met Molenlanden, dat het juist een opdracht is vanuit ons als raad om die toenadering te gaan zoeken, voordat we hier met de raadsagenda weer wat gaan besluiten wat wij een goed idee vinden, om dat vervolgens over de schutting heen te gooien. Het lijkt me dus juist een heel goede aanvulling op wat we van plan zijn te gaan doen.
R - 22
De heer Oostrum: Maar we hebben nu juist die raadsagenda met elkaar afgesproken om als raad het voortouw te kunnen nemen, en dan vind ik dat we dat als raad moeten doen, gehoord hebbende wat we straks als raad in een I&O of B&A met Molenlanden samen bespreken, dat we dan als raad het voortouw moeten nemen en niet het college. De voorzitter: De heer Van Santen. De heer Van Santen: In reactie op deze discussie. Ik hoor heel veel collega’s zeggen dat we een raadsagenda hebben en dat we dat met elkaar moeten bespreken, en ook met Molenlanden, en dat is ook zo, maar dit sluit het ander niet uit. We kunnen dingen parallel doen. We hebben net met elkaar een discussie gehad over met elkaar als raad proberen meer regie te nemen, of de regie te zoeken, en dan is dit juist een mooi middel. Daarover wil ik zo meteen ook wat zeggen als die motie ter sprake komt. De voorzitter: De heer Foppen. De heer Foppen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil me graag bij de heer Klein aansluiten, met één toevoeging: het is gewoon aan een fractie zelf wat ze wil bespreken en daarin zou ze ook een zekere vrijheid moeten krijgen. Het feit dat we met elkaar een raadsagenda hebben vastgesteld en daarmee het college een soort prioriteitenlijst meegeven betekent niet dat je als raad zijnde geen extra regie kunt behouden door middel van een motie vreemd aan de orde van de dag. De voorzitter: Mevrouw Hamann.
Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp de reacties heel goed. Het onderwerp energietransitie is aangevoerd als een raadsagendapunt en het is duidelijk dat de energietransitie ook in alle verkiezingsprogramma’s stond en ook in het coalitieakkoord. Op de betreffende avond over die raadsagenda hadden we er nog even een debat over of daar nou punten in moeten staan die al in het akkoord staan, of nieuwe punten. Die discussie is voor mij een beetje onduidelijk verlopen. Wat mij wel heel duidelijk is geworden de afgelopen weken – want het is geen verrassing dat de provincie dit besluit ging nemen, er wordt namelijk al wekenlang over vergaderd daar en omdat ze het niet af krijgen wordt het dan weer op een ander moment voortgezet –, is het volgende. Wij hebben die beraadslagingen gevolgd en gezien en gehoord hoe bij de provincie over Gorinchem en de Avelingen wordt gedacht en gesproken, en vooral wat men kennelijk niét weet daar. Nou goed. In elk geval is er tijdsnood. Wethouder De Boer heeft aangegeven dat we twee jaar hebben en gewoon moeten doorpakken, en ja, met Molenlanden. Deze motie staat Molenlanden totaal niet in de weg, integendeel. Ik hoop dat Molenlanden een vergelijkbaar initiatief neemt en dat we het samen kunnen gaan agenderen. Daar vraagt deze motie ook om, juist om die samenwerking.
We willen er inderdaad vaart achter zetten – dit in reactie op de heer Schefferlie –: in een recordtempo. Wie weet, misschien gaan we het voor mekaar krijgen. Met een beetje hulp gaat dat vast lukken. Wij willen in ieder geval nu graag doorzetten. Dank u wel. De heer Koçak: Voorzitter, bij wijze van interruptie-
R - 23
De voorzitter: Ga uw gang. De heer Koçak: De heer Klein had het al over toenadering en ook u, mevrouw Hamann, hebt het over samenwerking. Hebben we dan echt deze motie nodig om die toenadering en samenwerking met Molenlanden vorm te geven? Mevrouw Hamann: De motie dringt erop aan nu te gaan werken aan een afwegingskader, samen met Molenlanden, en dat te agenderen. Ik zou het bijvoorbeeld prima vinden als we dit in januari samen met Molenlanden op de agenda zouden kunnen hebben. Dan kunnen we eens een beetje opschieten met elkaar. De heer Koçak: Maar dan hebt u deze motie toch niet nodig? Mevrouw Hamann: Zeker wel, want die motie draagt het college op een afwegingskader op te stellen. Natuurlijk komt dat vervolgens in de raad. Het is niet zo dat het allemaal gedelegeerd wordt aan het college. Het komt allemaal terug in de raad, ook in die van Molenlanden als het goed is. De voorzitter: De heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Ik hoor wat mevrouw Hamann zegt: dat ze graag toenadering en samenwerking wil zoeken met Molenlanden. Maar ik zou er wel voor willen waken dat wij nu eenzijdig deze motie gaan aannemen, of in ieder geval bespreken, en dat die dan misschien verkeerd valt.
We zien het nu landelijk, al is het natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar, met de excuses over het slavernijverleden: het is allemaal heel goed bedoeld en goed in proces gezet, dénken we, maar het valt heel verkeerd aan de andere kant. Laten we voorkomen dat een op zichzelf goed initiatief, samen met Molenlanden onderzoeken wat we willen met elkaar, aan procesfrustratie ten onder gaat. Laten we zo snel mogelijk – het is een voorstel dat mevrouw Hamann nu ook zelf doet – een gezamenlijke raadsvergadering plannen. Dat vind ik veel sterker dan het behandelen van deze motie op dit moment. De heer Schefferlie: VoorzitterDe voorzitter: Ik kijk alleen nog even naar de heer Krol, anders kunnen we nu net zo goed aan een eerste termijn beginnen. Ik ga op een gegeven ogenblik ook gewoon even mijn knopen tellen. Misschien kan de heer Krol nog even aangeven hoe hij staat in deze discussie. De heer Krol: Zeker. Wij zijn voor een bespreking nu. De voorzitter: Dan concludeer ik in ieder geval dat een meerderheid van de raad de motie wil bespreken. De heer Schefferlie: Voorzitter, mag ik een schorsing van vijf minuten? De voorzitter: Ik neem aan dat iedereen daarmee instemt? Dat is het geval. Ik schors de vergadering (21.21 uur).
R - 24
Schorsing De voorzitter: De vergadering is heropend (21.29 uur). De schorsing was aangevraagd door Democraten Gorinchem. Namens Democraten Gorinchem is het woord nu aan de heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben toch besloten het gesprek aan te gaan, hoewel we met verbazing kennis hebben genomen van dit voorstel, en wel om twee redenen. De eerste reden is dat het afkomstig is van Gorcum Actief, een partij die zich in de verkiezingscampagne uitermate stevig heeft uitgesproken tegen windmolens. Het verbaast onsMevrouw Hamann: Voorzitter! De voorzitter: Ik stel voor dat de heer Van Willigen eerst zijn zin afmaakt. De heer Van Willigen: Het verbaast ons dat daar nu kennelijk een omslag in is. Mogelijk komt dat wel omdat ze nu bij Molenlanden gaan komen, dat weet ik niet, maar misschien kan Gorcum Actief daar dadelijk even een reactie op geven. Ten tweede verbaast het ons, omdat de wethouder die namens Gorcum Actief in het college zit straks met dit afwegingskader mogelijk met geboden handen in gesprek moet gaan met Molenlanden, omdat wij dan een afwegingskader hebben gecreëerd waarmee de discussie misschien wel eens heel erg verstoord zou kunnen worden naar Molenlanden. Wij vragen ons af hoe de wethouder hierover denkt en hoe dat afwegingskader er volgens hem eventueel uit zal komen te zien. Wij gaan sowieso tegen de motie stemmen.
Eigenlijk vinden we ook dat die vandaag niet aan de orde had mogen komen. De voorzitter: Ik geef nu het woord aan mevrouw Hamann om te reageren op de heer Van Willigen. Daarna zal ik in stemming brengen of we al dan niet verder gaan met het behandelen van de motie vreemd aan de orde van de dag. Mevrouw Hamann: Voorzitter. De partij van Democraten Gorinchem zegt bij herhaling dat Gorcum Actief altijd tegen alle windturbines is, maar dat is niet het geval. Gorcum Actief heeft actie gevoerd tegen windturbines op Avelingen en wil wel degelijk een goede energietransitie. Laat dat misverstand nou eens een keer uit de wereld zijn. De heer Schefferlie: Voorzitter. Maar dan komt mevrouw Hamann toch terug op haar eigen programma. Het is de eerste zin in uw programma: tegen windturbines in Gorinchem. Ik vind het prima dat u dat wijzigt, want er is ook een hele energiecrisis aan de hand, maar geef dan gewoon toe aan Gorinchem dat u daarop terugkomt. Mevrouw Hamann: Voorzitter. Deze discussie heeft de heer Schefferlie al tien keer aangezwengeld. Ik zou zeggen: kom eens met iets nieuws, deze grammofoonplaat kennen we. Lees ons programma, dan kan iedereen zien dat Gorcum Actief wel degelijk voor een energietransitie is, met lokaal eigendom en allerlei zaken en suggesties. Lees het programma nog maar eens.
R - 25
De heer Van Willigen: Dat hebben we gedaan, voorzitterDe voorzitter: Nee, ik ga deze discussie nu afkappen. We gaan over tot stemming. Ik concludeer dat de fracties van CDA, Democraten Gorinchem, D66 en PvdA tégen het behandelen van de motie zijn en de overige fracties voor. Daarmee is een meerderheid van de raad voor behandeling van de motie. Aan de orde is de eerste termijn. Het woord is allereerst aan mevrouw Hamann van Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. Om maar meteen met de deur in huis te vallen, we hebben het zojuist eigenlijk ook al gezegd: Provinciale Staten hebben gisteren besloten dat de Gorcumse Avelingen als locatie voor windenergie op hun kaart 16 blijft staan. Hieruit, en ook uit de brief van de gedeputeerde, de heer Potjer, d.d. 11 november, blijkt dat de provincie vasthoudt aan het Groene-Hartbeleid en de locatie Avelingen voor wind wil laten staan, zij het nu voor “achter de hand”. Dit doet geen recht aan ons raadsbesluit van 20 oktober, toen wij zeiden: een ‘no go’ voor wind op Avelingen. En het doet ook geen recht aan de gezamenlijke inbreng van onze RES-regio Alblasserwaard tijdens de hoorzitting voor de provincie. Daarin werd namelijk aangegeven dat beide gemeenten zich willen inspannen voor alternatieven, waarbij zelfs hetzelfde bod wordt behaald.
Wat betekent dit besluit van de provincie nu voor ons in Gorinchem? Gedeputeerde Potjer geeft ons in zijn brief weinig kans van slagen. We krijgen namelijk maar twee jaar de tijd voor alternatieven, en anders wordt het alsnog Avelingen. Wij noemen dit ‘druk op de ketel’. De tijdsdruk wordt hiermee enorm opgevoerd en ondertussen blokkeert de provincie zelf met het Groene-Hartbeleid tal van mogelijkheden in onze regio. Te denken valt aan windturbines langs rijkswegen als de A15 en A27, maar ook zonneweiden of kleine windmolens bij agrarische bedrijven voor eigen energievoorziening. De agrarische sector zit immers toch al in een uiterst precaire situatie. En de provincie houdt geen enkele rekening met onze woningbouwplannen en transformatie van het bedrijventerrein Schelluinsestraat, de tweede vleugel van onze stad, nota bene via de regiodeal met subsidie te realiseren. Deze woningen komen pal naast Avelingen. Dat kunnen we vergeten als daar windturbines staan. Het beleid van de provincie lijkt dus tegenstrijdig en laat zelfs de door haarzelf gestelde eis van draagvlak helemaal los. Maar, voorzitter, tijdsdruk kan ook een voordeel zijn, want ‘onder druk wordt alles vloeibaar’ wordt wel eens gezegd. Ook wij zien dat er tijdnood is, door de energiecrisis bijvoorbeeld, maar ook voor de geloofwaardigheid van de politiek, want die is ernstig geschaad door dit provinciale besluit.
We stellen wel een goede energietransitie voor en we zien in dat er nu plannen moeten komen die kans van slagen hebben. Doorpakken dus, maar wel in goede samenwerking met onze partners. De motie vreemd aan de orde van de dag die we nu gaan indienen gaat ook naar de gemeente Molenlanden, juist omdat we die samenwerking graag willen. En we hopen dat de politieke partijen die ook in Molenlanden vertegenwoordigd zijn met elkaar contact kunnen hebben hierover. Wij vragen om samen met Molenlanden een afwegingskader op te stellen voor wind en zon op land, zodat vooraf duidelijk is onder welke voorwaarden dat kan worden gerealiseerd. Ik hoop dat we al heel snel, misschien wel in januari, daarover met de raden kunnen spreken. Dat zou goed zijn. Daarna kunnen aan de hand R - 26
daarvan locaties worden gezocht. We hopen dat de gemeente Molenlanden een vergelijkbaar initiatief neemt en samen met ons het afwegingskader wil agenderen. Voorzitter. We zijn ervan overtuigd dat we, als we goed doorwerken, wel in twee jaar tijd samen met Molenlanden goede plannen kunnen neerzetten met lokaal eigendom, zodat het voor ons ook allemaal wat oplevert, en met goede afstand- en geluidsnormeringen. Maar daarvoor is eerst beleid nodig dat acceptabel is, zodat er vooraf duidelijkheid is en draagvlak kan ontstaan. En uiteraard komt het afwegingskader als eerste ter discussie in de gemeenteraad. Die is dan aan zet. Dank u wel. Motie M1: Afwegingskader energietransitie De raad van de gemeente Gorinchem, in vergadering bijeen op donderdag 15 december 2022; verzoekt het college: - een voorstel te doen voor een afwegingskader voor windturbines en zonneweiden op land, om zo aan de voorkant te formuleren onder welke voorwaarden wind en zon op land wat ons betreft acceptabel zijn; - hierbij in ieder geval in te gaan op de volgende aspecten: lokaal eigendom, afstands- en geluidsnormen; - deze wens in de RES Alblasserwaard te agenderen en bij voorkeur in samenwerking met buurgemeente Molenlanden dit afwegingskader te ontwikkelen.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen, VVD. De heer Van Santen: Voorzitter. Recent zijn er de nodige ontwikkelingen geweest die betrekking hebben op Gorinchem. Zo is onlangs een intentieovereenkomst getekend voor ontwikkeling op de Schelluinsestraat. Hartstikke mooi wat ons betreft. Ook is in de provincie gesproken over Avelingen als onderdeel van de RES. Beide hangen wat ons betreft met elkaar samen, want een ontwikkeling op de Schelluinsestraat, als onderdeel van de Vleugels van de stad, heeft ook grote impact op de omgevingskaders van Avelingen in de RES. Een brief van de gedeputeerde/portefeuillehouder van de Staten van 6 december, in reactie op het besluit rond Avelingen als zoekgebied van de RES, deed onze wenkbrauwen fronsen. Een aantal insinuerende zinnen vormen daarin de basis. Gorinchem zou A15-oost willen parkeren en focussen op Avelingen voor wat betreft windturbines. Nou, dat moet natuurlijk zijn: er zijn kaders gesteld voor de zoekgebieden, waardoor A15 is afgevallen en bij Avelingen nader onderzoek nodig was. En ook: ‘Gorinchem is weer eens van mening veranderd’. Dat is feitelijk onjuist, want van een definitief besluit kon immers nog geen sprake zijn. Helaas lijkt door dit soort zaken een vertekend beeld te zijn ontstaan van de werkelijkheid. Gevolg is het besluit in de provincie om deze locatie als zoeklocaties vooralsnog ingetekend te houden.
Met het mes op de keel, want binnen twee jaar moet onze RES met alternatieven op de proppen komen. Sommige andere partijen vonden zelfs dat de gemeente helemaal geen zeggenschap meer hoefde te hebben hierbij. Nou, ik vind dat een weinig constructieve houding naar onze regio en ook afbreuk doen aan de gemaakte RES-afspraak. Het is wat het is. Gelukkig liet een aantal partijen in de provincie zich niet van de wijs brengen. Zij dienden dan ook een motie in omtrent Avelingen, om de status van de locatie nog meer kenbaar te maken, in de zin dat het niet de voorkeur heeft. Om meerdere redenen is het dan belangrijk haast te maken, wat mevrouw Hamann overigens ook zei. Twee jaar is zo voorbij. In dat kader lijkt het goed R - 27
om de wethouder en het college zo spoedig mogelijk de missie mee te geven om ook tot die verdere kaders te komen, vanuit hun rol dan. Dit kan zijn in aanscherping, of in aanvulling, ook naar gelang de actualiteit. Immers, er liggen al een aantal moties in aanvulling op de RES en er zijn dankzij de Kamer gelukkig ook een aantal kaders in de maak. En ja, het liefst hebben we een samenhangend besluit met onze RES-partner Molenlanden en hadden we dat liever ook gehad met de provincie. En laten we ook vooral onze andere buurgemeenten niet vergeten. Daarom: doorpakken met deze motie, het college ook sneller aan het werk zetten hiermee en zo kunnen we op meerdere fronten aan de slag met elkaar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel. Ik zal het kort houden. Een afwegingskader, dat klinkt leuk, maar zo’n afwegingskader heeft alleen zin als er ook daadwerkelijk iets af te wegen valt. In Gorinchem zijn de potentiële locaties voor wind al verkend en ook gesneuveld inmiddels, zoals de A15, maar ook Avelingen. Wat blijft er dan nog over om af te wegen? In een gemeente als Vijfheerenlanden werkt men ook met zo’n afwegingskader, maar dat is een gemeente met uitgestrekte buitengebieden waar daadwerkelijk wat te kiezen valt. In een compacte en dichtgebouwde stad als Gorinchem is dat simpelweg niet het geval.
In Gorinchem heb je misschien nog één locatie over. Het pleidooi van D66 is dan ook om als de wiedeweerga die locatie te verkennen, zonder vanavond de hete aardappel vooruit te schuiven. Want zo komt die motie nu wel over, tenzij met deze motie het zoekgebied voor wind wordt verruimd naar Molenlanden, dus niet per definitie in Gorinchem. Als dat zo is, hoor ik dat ook graag van de indiener. Maar dan hoop ik wel dat het nu iets beter is afgestemd met Molenlanden dan de laatste keer. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Klein. De heer Klein: Bedankt, voorzitter. Ik verbaas me eigenlijk een beetje over de reacties die zojuist rondgingen in deze raadzaal. Maar laat ik eerder beginnen: we hebben ons in deze raadzaal meerdere keren enorm verbaasd over de gang van zaken, het gebrek aan daadkracht, het gebrek dat de overheid niet luistert naar het gebrek aan draagvlak in Gorinchem. Maar toch willen we niet dat we het over afwegingskaders gaan hebben, of dat we daar een input voor krijgen. Want als je de motie goed leest, is het de bedoeling met een voorstel te komen met afwegingskaders, die wij kunnen meenemen in de raadsagenda, iets waar wij dus over gaan, waar wij uiteindelijk een beslissing in maken, en juist die afwegingskaders te bespreken met Molenlanden.
Om dat gesprek aan te gaan moeten we ze misschien een schop onder de kont geven, maar laten we dat dan maar gewoon doen. Ga in gesprek met Molenlanden, kijk wat die afwegingskaders zijn en kom tot een voorstel, waarna ook wij verder kunnen bespreken of we daarmee aan de slag kunnen gaan. Kortom, input voor de raadsagenda, om juist dat draagvlak binnen onze gemeente te realiseren. De voorzitter: Interruptie de heer Van Willigen.
R - 28
De heer Van Willigen: De heer Klein merkt terecht op dat een afwegingskader hartstikke belangrijk is. Het gaat er ons vooral om welke timing op dit moment toegepast wordt. Zouden we niet eerst eens met Molenlanden in gesprek moeten gaan, om te kijken of een gezamenlijk afwegingskader gemaakt kan worden, in plaats van nu los van Molenlanden aan de gang te gaan? De heer Klein: Voorzitter. Dan wil ik de heer Van Willigen toch uitnodigen om de motie goed te lezen, want volgens mij staat daar duidelijk in dat het onze wens is om dat samen met Molenlanden te doen. Als u voorstelt dit met Molenlanden te doen en niet anders, kan ik daar ook nog prima mee leven, maar dan zou ik ook de hoofdindiener van de motie even moeten aankijken. Ik lees het in ieder geval heel concreet als: ga in gesprek en kom gezamenlijk met afwegingskaders waarmee we aan de slag kunnen. De voorzitter: De heer Tekir, interruptie. De heer Tekir: Voorzitter. Dank u wel. De heer Klein heeft het over een schop onder de kont geven van de partners waarmee wij in deze RES zittenDe heer Klein: Laat ik vooropstellen dat ik niet een schop onder de kont wil geven aan onze partners! Ik wil in dezen gewoon onszelf een schop onder de kont geven, opdat we nu eens een keer in gesprek gaan. Dat was volgens mij waar ook uw fractie de vorige keer heel erg over viel: we hebben niet gesproken met onze partners.
Nou, laten we dat dan nu maar eens een keer gaan doen. De heer Tekir: Maar ziet u ook niet het gevaar dat we in eerste instantie al een verstoorde relatie met onze belangrijkste partner Molenlanden hebben weten te krijgen en nu ook de provincie kwijt zijn en dat u door deze eenzijdige zet vanuit Gorinchem Gorinchem nog meer gaat isoleren in deze hele transitie? De heer Klein: Dan wil ik ook de heer Tekir uitnodigen de motie goed te lezen, want volgens mij staat daar niét dat wij hier eenzijdig iets beslissen. Er staat duidelijk dat wij juist die samenwerking zoeken en dat we die kaders willen opstellen. Kortom, ook hier weer: we gaan niet eenzijdig iets beslissen, wat in het verleden helaas wel is gebeurd misschien, maar we gaan juist op zoek naar die samenwerking, om te kijken wat mogelijk is. Veel duidelijker kan ik het niet maken. De heer Tekir: Als ik nog even mag, voorzitterDe voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Ik heb de motie wel degelijk gelezen en daarin staat dat u dit bij voorkeur in samenwerking met Molenlanden wilt. Het zou u, maar ook de indiener van deze motie, hebben gesierd als u een motie had voorgelegd die tot stand was gekomen met de bestuurders uit Molenlanden.
Dán hadden we met een goed gevoel een handreiking kunnen doen in het versterken van de samenwerking, maar nu is het hoe dan ook een eenzijdige actie vanuit Gorinchem, in de hoop dat die daar goed valt. En die hoop hebben wij gewoon niet meer.
R - 29
De heer Klein: Ik verbaas me opnieuw, want we leggen niks op. Het is juist een oproep aan het college om in gesprek te gaan met Molenlanden hierover. Het is dus niet van “hé, wij gaan dit doen en kijk maar lekker wat je ermee doet”. Nee, het is heel anders: we gaan ernaartoe om te praten over die afwegingskaders. Maar laten we het hierbij houden, want ik denk dat ik niet begrepen word. De voorzitter: Interruptie de heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dan wil ik toch nog een keer een poging wagen om het bij de heer Klein duidelijk te krijgen tussen de oren. Als we de motie aangenomen hebben, hebben we niéts met Molenlanden samen gedaan. Dat lijkt me toch een duidelijke constatering die ik hierbij doe. De heer Klein: Voorzitter. Ik denk dat ik hier maar niet meer op inga, want blijkbaar is er niet het besef dat hier wordt opgeroepen om juist in gesprek te gaan. Het is juist een oproep: ga dit keer in gesprek en zorg ervoor dat wij in die raadsagenda die input kunnen krijgen. Kortom, gezamenlijk. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. We dachten de windturbines al goed besproken en achter de rug te hebben, maar het kan raar lopen.
De provincie heeft namelijk besloten de windturbines, ondanks ons besluit met duidelijke onderbouwingen, niet van de kaart te halen, de zogenaamde kaart 16, ondanks ook het ontbrekende draagvlak, wat een grote voorwaarde was bij de provincie. Nee, het college van Gedeputeerde Staten wil de druk erop houden om met alternatieven te komen. Wat ik gisteren heb gehoord in die vergadering is eigenlijk: komt Gorinchem niet met alternatieven, dan komen ze alsnog op Avelingen, en dat klinkt mij meer als een bedreiging in de oren. De SP is altijd duidelijk geweest over de turbines. Als ze schade opleveren voor de gezondheid en zorgen voor mogelijk onveilige situaties en buitenproportionele overlast en hinder, kunnen deze turbines er niet komen. Dat zijn de kaders die wij hebben gesteld. Ik hoef, denk ik, de geluidsoverlast niet meer te noemen die de omwonenden en de werkenden daar ervaren. Voorzitter. Aangezien er geen duidelijke kaders zijn voor de windturbines, omdat die nog steeds in de maak zijn en de Raad van State een streep door de bestaande normen heeft gezet, mogen de gemeenten eigen, lokale windturbineregels opstellen. En dat is, denkend aan wat er afgelopen week in het provinciehuis heeft plaatsgevonden, precies wat naar onze mening nodig is om onze inwoners, en die van onze buren, te beschermen tegen de overlast die de turbines kunnen veroorzaken.
Het betekent dus niet: ze zijn niet mogelijk, maar geef gewoon duidelijk aan welke overlast wél kan, en daarmee geef je dus ruimte voor mogelijke zoeklocaties. Ik heb het dan niet alleen over geluid en slagschaduw, wat ons betreft mag het breder, ook naar gezondheidseffecten en milieugevolgen. Vandaar dat wij deze motie van harte mede indienen. De heer Tekir: Voorzitter, mag ik een verduidelijkingsvraag stellen? R - 30
De voorzitter: Ga uw gang. De heer Tekir: Ik hoor een warm pleidooi voor een afwegingskader van de heer Van Houwelingen. Maar een afwegingskader heeft op z’n minst twee keuzes nodig, twee alternatieven die je tegen elkaar kunt afwegen. Wat zijn de twee opties waaraan u denkt in Gorinchem? De heer Van Houwelingen: Ik begrijp de vraag even niet. De heer Tekir: Een afwegingskader is bedoeld om locaties tegen elkaar af te wegen. Dat is wat ik begrijp uit deze motie. Kunt u op z’n minst twee locaties noemen in Gorinchem die tegen elkaar afgewogen zouden kunnen worden? Ik zie ze namelijk niet. De heer Van Houwelingen: Zo heb ik deze motie niet gezien. Zoals ik hem zie, is het dat we duidelijke kaders stellen onder welke voorwaarden de molens ergens wel kunnen komen. Ik heb het niet over het uitzicht et cetera. Stel dat wij, ik noem iets geks, kaders hebben gesteld van 40 dB en de mensen die bij de afbouwkades van Damen werken lopen geen gezondheidsschade op, stel dat dat is bewezen, dan zie ik zelfs ruimte om daar eventueel wat te doen. De heer Tekir: Dus even zonder het technisch te maken: u wilt voorwaarden vooraf opstellen om die windmolens ergens neer te zetten? Maar dan zou u er zich toch rekenschap van moeten geven dat er vooraf al locaties in beeld moeten zijn? U zegt nu dat ze op basis van voorwaarden ‘ergens’ terecht kunnen komen.
Is dat ‘ergens’ in Gorinchem, of ergens in het hele RES-gebied? De heer Van Houwelingen: In de vorige vergadering – ik ben de datum even kwijt – hebben wij gezegd dat we op zoek gaan binnen Gorinchem. Dat hebben we ook aan Molenlanden aangegeven. De heer Tekir: Ik constateer dat het afwegingskader eigenlijk helemaal niet gevuld is met locaties, daardoor valt er straks ook niets af te wegen. De voorzitter: U hebt u punt gemaakt. Interruptie mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Even voor de heer Tekir: dit gaat niet over het benoemen van locaties, maar over het afwegingskader en niks anders dan dat. De heer Tekir: Voorzitter, dan toch even een verduidelijkingsvraag. Wát wilt u dan afwegen met dat afwegingskader? Mevrouw Hamann: Dat staat allemaal in de motie, dat kunt u lezen. De heer Tekir: Maar maak hem dan even concreet: wat wilt u afwegen? Mevrouw Hamann: Bepaalde normeringen op het gebied van afstand, draagvlakDe heer Tekir: Nee, dat zijn voorwaarden. Wat wilt u afwegen met het afwegingskader? Mevrouw Hamann: In het afwegingskader wordt aangegeven waarbinnen mogelijkheden zijn om daar iets van zon of wind, het kan ook zon zijn-, waar het mogelijk R - 31
zou kunnen zijn. En die locaties hebben we nog niet, want dat afwegingskader moet nog worden gemaakt en daarover moeten we nog praten in deze raad, maar ook zeker met Molenlanden, en ook in de raad van Molenlanden, want die vindt er ook wat van. De voorzitter: Dank u wel voor deze verduidelijking. Hebt u verder nog iets, meneer Van Houwelingen? De heer Van Houwelingen: Ik was aan het einde van mijn betoog gekomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Geest. De heer Van der Geest: Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de motie aan mevrouw Hamann. Er worden vanavond een aantal verwijten gemaakt aan de provincie, dat ze zich op ons grondgebied begeeft, en ik snap de intentie ook om samen te gaan werken met Molenlanden, maar eigenlijk zeggen we hier twee dingen volgens mij. Eén: we gaan een afwegingskader maken, en de heer Tekir heeft heel duidelijk verwoord dat je dat alleen kunt doen als je meerdere locaties hebt. Tijdens de behandeling op 20 oktober hebben we ook aan de wethouder gevraagd: wij zien alleen Gorinchem-Noord, en dat zien we nu ook in de schriftelijke reactie: het uitbreiden van Groote Haar. Nou, ga daar dan je capaciteit en tijd in steken en je energie en geld, want we hebben inderdaad een kort tijdspad.
Dus ga niet met een afwegingskader komen, maar kom gewoon met bestuurlijke moed en duidelijkheid, ook vanuit de coalitie, om gewoon Gorinchem-Noord te gaan onderzoeken, en misschien vanuit Molenlanden Giessenwind, maar daar gaan ze vooral zelf overDe heer Klein: VoorzitterDe voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Ik hoor de heer Van de Geest zeggen: stel, we gaan Gorinchem-Noord uitbreiden. Maar op het moment dat we iets gaan uitbreiden, moet je wel iets kunnen afwegen, toch? De heer Van der Geest: Ja, maar dan hebt u het over twee verschillende dingen. Dat heeft de heer Tekir volgens mij ook in het debat met u geprobeerd te doen. Als er twee locaties zijn die we tegen elkaar kunnen afwegen, dan kun je op basis van het afwegingskader afwegen wat de voorkeur heeft. Dat zien we nu ook in Vijfheerenlanden gebeuren: tien locaties om te onderzoeken, en dan komen er op basis van die rangschikking een paar voorkeuren uit. Dat proces is niet helemaal goed gegaan, maar dat heeft volgens mij andere redenen. Als u gaat zeggen “nou, we willen kijken of het bij de Groote Haar mogelijk is”, dat hebben we ook met de onderzoeken gezien van Avelingen: er zijn heel duidelijke, wettelijke, of misschien bovenwettelijke normen, die je kunt toepassen. Dus dan kijk je naar de locatie.
De Grootte Haar is al onderzocht, in het verleden zijn er drie gepland, maar er is er eentje gesneuveld, ik dacht vanwege Defensieradar bij Herwijnen, maar misschien dat er nieuwe inzichten zijn daarbij. Dus misschien is hij helemaal niet mogelijk en misschien is het op basis van de wettelijke normen, of de normen die Avelingen toen heeft toegepast, want die heeft strengere normen gehanteerd dan wettelijk nodig was, om te kijken of ze passen. Wat mij betreft gaan we daar dan de tijd en capaciteit inzetten, om dat te onderzoeken, binnen ons eigen R - 32
grondgebied, want we hebben in oktober ook besloten als raad, in meerderheid: we willen nog steeds die RES-doelen vasthouden én binnen Gorcums grondgebied. Nou, u moet het mij maar vertellen, meneer Klein, maar ik zie geen andere mogelijkheden dan Groote Haar of Gorinchem-Noord. De heer Klein: Voorzitter. Los van het kiezen van locaties op dit moment, hoor ik de heer Van der Geest ook nog steeds zeggen dat we dus wel een afwegingskader moeten hebben in die zin: welke normen gaan we hanteren? Want nu hebben we het elke keer over “ja, daar hebben we dié norm gehanteerd en daar hebben we een iets zwaardere norm gehanteerd”, maar volgens mij moeten we toch in deze raad afstemmen, én samen met Molenlanden voordat we daar weer over beginnen, wat die normen dan zijn, wat dat afwegingskader is, om uiteindelijk te kunnen besluiten of er op Noord eventueel een extra molen bij komt, of welke locatie dan eventueel mogelijk zou zijn binnen Gorcums grondgebied. De heer Van der Geest: Nee – en ik kan u alvast verklappen dat we tegen gaan stemmen, de motie zal met 13-11 worden aangenomen vanavond, die voorspelling durf ik ook wel te doen –, uw motie gaat tijd en capaciteit kosten om een afwegingskader te maken dat we niet nodig hebben, want we hebben geen locaties af te wegen.
Het enige wat we nu moeten doen is gaan kijken: Gorinchem-Noord is het enige plekje waar het nog kan, tenzij de wethouder een andere locatie uit z’n hoge hoed tovertMevrouw Hamann: VoorzitterDe heer Van der Geest: Ik wil hem even afmaken, voorzitter. U moet gewoon de wettelijke normen gaan toetsen die we ook op Avelingen hebben getoetst. Op basis daarvan was Avelingen technisch nog steeds mogelijk, maar vanwege het draagvlak hebben wij als raad besloten te zeggen dat we het daar niet willen. Ga gewoon een keer wat doen in plaats van weer- We zijn nu twee maanden verder en we zijn nog geen steek verder en Provinciale Staten, wat we daar ook van vinden, geven ons een tik op de vingers, dat wij zonder alternatieven vragen om iets te schrappen. Daar kunnen we wat van vinden, maarMevrouw Hamann: Voorzitter! De heer Van der Geest: -maar de hogere, in ieder geval de ándere bestuurslaag, Provinciale Staten, heeft het geoordeeld. Laten we dan serieus dat huiswerk oppakken, anders wordt inderdaad dadelijk, als we nog langer treuzelen en alleen een afwegingskader nu gaan maken, en daar de tijd voor gaan nemen, dan wordt Avelingen misschien wel door de strot gedouwd. De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Nou, dat was wel een heel erg lange zin, zeg! Complimenten, zo krijg ik ze niet voor elkaar. Gezegd is dat Avelingen ons door de strot wordt gedouwd.
Ik ben blij dat de heer Van der Geest het zo zegt en ziet, ik heb die terminologie niet gebruikt, maar zo is de situatie wel. En ik zal nog eens vertellen hoe dat nou begonnen is met Avelingen en waarom dat zo loeiend fout is gelopen. Bij Avelingen was eerst een locatie R - 33
aangewezen en toen is gekeken naar draagvlak. Dat vonden wij de omgekeerde wereld. Nu willen we dat dus precies omgekeerd doen. We willen eerst het afwegingskader, en dan weet je ‘dat en dat kan wel’, en dan kun je gaan praten met de mensen. Daaruit rollen dan locaties. Dus dat is de omgekeerde manier van werken. En nog even over die pilot van Avelingen, want wij voelen ons echt goed beduveld over de vorige periode, waarin wij keer op keer hebben gevraagd “die pilot op Avelingen, met die vijf partners, als nou een van die vijf zegt hier niet mee verder te willen”? Maar nee hoor, dan hield het op, dan was dat niet meer in beeld en was Avelingen van de kaart. Nou, dat blijkt dus helemaal niet het geval te zijn! Een ‘nee’ zou een ‘nee’ zijn, maar dat is niet zo, en nu wordt onsDe voorzitter: Ik stel voor dat weMevrouw Hamann: Nee, voorzitter, ik ben nog niet helemaal klaar. De heer Van der Geest mocht daarnet ook doorgaan en ik kan ook hele lange zinnen maken, want nu wordt ons in de schoenen geschoven dat wij geen alternatieven hebbenDe voorzitter: Wat is uw vraag!? Mevrouw Hamann: Ik heb helemaal geen vraag, ik heb een opmerking. De voorzitter: U hebt nu een uitgebreide interruptie gegeven en daarmee is het, denk ik, voldoende. Meneer Van der Geest, wenst u verder nog zaken in te brengen? De heer Van der Geest: Ja, voorzitter, ik ga toch nog een poging wagen.
In de krant heb ik de reacties gelezen van de raad van Molenlanden na ons besluit van oktober en daarin vielen woorden als ‘chagrijnig’ en ‘pissig’. De betrouwbaarheid van Gorinchem werd ter discussie gesteld en of we nog wel een geloofwaardige samenwerkingspartner waren: wat is je partner waard en hoe ga je daarmee om in de toekomst? Het was alsof we het Berenschotrapport van vier jaar geleden lazen. Mevrouw Hamann: VoorzitterDe voorzitter: Ik laat eerst de heer Van der Geest uitpraten. Mevrouw Hamann: Ik heb een klein vraagje voor de heer Van der Geest. De voorzitter: Ja, maar u bent nu niet aan het woord in deze termijn. Mevrouw Hamann: Maar ik wil interrumperen. De voorzitter: Ik laat eerst even de heer Van der Geest uitpraten en daarna kunt u een interruptie doen. De heer Van der Geest: Voorzitter. Nogmaals: ik snap de goede bedoelingen die achter de motie zitten van mevrouw Hamann om te gaan samenwerken met Molenlanden, maar de motie was tot vanmiddag nog niet bekend bij onze Molenlandse collega’s en hij viel niet per se goed. Dus ik zou echt willen verzoeken de motie aan te houden, een breder debat te hebben en gewoon- Nou ja, ik zou nogmaals tegen de wethouder willen zeggen: kom nou gewoon met duidelijkheid over een locatie. Volgens mij geeft u al een suggestie in uw brief. Ga niet afwegen, maar ga gewoon kijken of het daar überhaupt kan en R - 34
mogelijk is. Anders hebben we een ander probleem met elkaar en moeten we dat als raad samen oplossen via de raadsagenda. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hamann, nog een laatste interruptie en dan ga ik naar de heer Van Willigen. Mevrouw Hamann: Als de heer Van der Geest klaar is met zijn betoog is het geen interruptie meer. Ik wil hem alleen vragen of hij contact heeft met zijn partijgenoten in Molenlanden. Dat zou natuurlijk wel helpen, als mensen een beetje contact hebben met elkaar. De heer Van der Geest: Voorzitter. Zoals ik net zei, heb ik vanmiddag contact gehad. De motie was daar niet bekend en viel niet per se goed. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Dank u wel, voorzitter. Ik was net iets te gretig. Wat ik net heb gezegd, had eigenlijk op dit moment gepast. Maar ik wil toch nog even ingaan op wat nu verteld is. Wat mij opvalt, is dat er een enorme semantische discussie dreigt te ontstaan over “wat is nou een afwegingskader en wat zijn nu normen?” Daar gaat het volgens mij om, dus misschien is het wel handig eerst eens te gaan kijken wat de motie werkelijk beoogt: is dat een afwegingskader, of willen we nu al vastleggen aan welke normen we ons wel of niet zouden willen houden? Bij Avelingen hebben we enorm veel kennis opgedaan en die kennis zouden we ook kunnen gebruiken.
Vindt u dat die kennis dan in het afwegingskader moet komen, of zegt u: nee hoor, dat gaan we bij een nieuwe locatie allemaal opnieuw hanteren en dan gaan we de hele reut opnieuw doen? Met een beetje pech zijn we, zoals de heer Van der Geest van het CDA net ook al opmerkte, twee jaar verder en zegt de provincie: nou, van harte gefeliciteerd, Molenlanden en Gorinchem, maar we gaan toch Avelingen doen, want we hebben u de keus gegeven en u hebt die keus gehanteerd. De haast waarmee nu een afwegingskader ingebracht wordt valt bij Molenlanden zeker verkeerd. Ik heb vandaag ook contact gehad met een aantal mensen in Molenlanden, en men weet het niet. Het is dan toch wel heel bijzonder dat wij in deze raad even een motie gaan aannemen en dan tegen Molenlanden zeggen: dit afwegingskader gaan we hanteren. De voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Misschien moeten we hier gewoon eens rustig bij een kopje koffie over praten, maar er wordt nu heel stellig gezegd dat hier afwegingskaders staan, maar die staan er dus niet. Er staan geen afwegingskaders waartoe wij eenzijdig besluiten. Er wordt juist een oproep gedaan – en de discussie over afwegingskader of norm laat ik nu maar even, wat mij betreft is het één en hetzelfde – om ervoor te zorgen dat we dat amen gaan doen en dus juist niét eenzijdig.
Ik snap ook oprecht niet waarom iemand hierover boos zou worden, maar misschien kan de heer Van Willigen mij uitleggen waarom iemand boos zou worden op het moment dat hem of haar gevraagd wordt mee te denken over kaders, normen of andere zaken. De voorzitter: De heer Van WilligenR - 35
De heer Van der Meijden: Voorzitter, mag ik reageren op de woorden van de heer Klein? De voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: De motie roept inderdaad op tot die samenwerking. Tot zover kan ik het volgen. Maar u hebt ook genoteerd ‘bij voorkeur’. Deze motie sluit helemaal niet uit dat het college op eigen houtje toch verder gaat op het moment dat Molenlanden niet wil. U laat die optie open. Dus het hele frame over “de samenwerking zit erin, dat is het doel”: u sluit helemaal niet uit dat u het eenzijdig gaat doen, hoe moeten wij uw motie dan lezen en begrijpen? De heer Klein: Betekent dit dat de motie raadsbreed zou worden aangenomen als we voor de woorden ‘bij voorkeur’ andere woorden zouden formuleren? De heer Van der Meijden: Ik ga niet over het oordeel van de raad en ik ga ook zeker niet zeggen dat we de motie dan steunen, maar het wordt wel een stuk beter als u die woorden eruit verwijdert. Het zou in ieder geval een goed signaal zijn naar Molenlanden dat u niet bereid bent dat eenzijdig te gaan doen, maar dat u hier afspreekt, en met de coalitie uitspreekt, dat u dat alleen in samenwerking met hen gaat doen en niet apart. De heer Klein: Een goed idee, denk ik. De heer Van Willigen: Het is niet uw motie, meneer Klein. Die afweging zullen we aan mevrouw Hamann moeten laten.
Ben ik aan de beurt trouwens? De voorzitter: Ja, de heer Van Willigen en daarna de heer Van Santen. De heer Van Willigen: Oké. De heer Klein is misschien dan toch vergeten hoe de reactie in Molenlanden was in het afgelopen proces dat we in aanloop naar de RES 1.0 hebben gehad. Daar werd ook echt wel langs elkaar heen gewerkt en we hebben, laat ik het voorzichtig zeggen, strubbelingen gekend in de samenwerking tussen Molenlanden en Gorinchem, met name omdat beide raden eigenlijk te weinig met elkaar communiceerden. De motie is daarom wat ons betreft nog niet duidelijk. Wij vinden juist, maar goed dat is een meningsverschil – u zit al te gebaren naar mij, maar daar komen we niet uit. Misschien moeten we direct de wethouder het woord geven en moet hij dan het verzoek doen om de motie aan te houden, want wij hebben het gevoel dat we de wethouder bijna in een onmogelijke positie gaan brengen ten opzichte van Molenlanden, maar dat is een verschil van mening. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Santen. De heer Van Santen: Het is nog een interruptie op de vorige discussie. Ik denk dat de motie zoals die nu is geformuleerd door verschillende mensen op zich redelijk vreemd wordt uitgelegd. Wij willen het college met deze motie verder aan de slag zetten, aan de hand van de recente ontwikkelingen, en daarbij benoemen we ook de normen; die staan ook in de motie.
Of het afwegingskader of normen wordt genoemd: er staat letterlijk in wat we daarmee beogen. Vastleggen doen we niets. We werken ook goed samen met Molenlanden en dat moeten we blijven doen. Tegelijkertijd is de Gorcumse raad er ook R - 36
voor Gorinchem. Laten we dan onze eigen acties alvast in gang zetten en goed overleg met de partners houden. In de vorige periode werden moties ook apart aangenomen, ook in Molenlanden, om ze vervolgens samen te bespreken. Dat kan, dit is niks anders dan dat en dat moeten we ook zo blijven doen, denk ik, tenzij er landelijk een kader is om het heel anders te doen, maar anders is dit nog steeds het proces dat we tot op heden altijd gevolgd hebben. De voorzitter: De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Er werd al een paar keer gerefereerd aan de raad in Molenlanden en ik heb dat natuurlijk ook gevolgd. In het begin slikte ik het nogal verkeerd toen ik las ‘pissig’, ‘chagrijnig’ en zelfs ‘onbetrouwbaar’. Hebben ze dan de onderbouwing niet begrepen?, vroeg ik me eerst af. We hebben immers duidelijk over gezondheid, gevolgrisico’s et cetera gesproken. Juist de oproep om het samen met Molenlanden te doen, dat je samen zegt van “joh, dit zijn de afwegingskaders’ en dan kun je ook gelijk de onderbouwing geven waarom we deze kaders zouden willen hebben, en dan kunnen zij daar een tegenreactie op geven van “dat kan wel” of “dat kan niet”. Het is juist die samensmelting die ik zie die de mogelijkheid biedt om samen met Molenlanden die kaders te brengen. De voorzitter: De heer Van Willigen.
De heer Van Willigen: Dank voor dit pleidooi, meneer Van Houwelingen, dat mooi aansluit bij mijn pleidooi. Ik ben alleen benieuwd of we dan in het afwegingskader van Gorinchem ook de gedachte van de SP moeten meenemen en dat we voor Molenlanden een eventuele plaatsing van windturbines in Molenlanden ook de gedachte van de SP moeten meenemen ten aanzien van plaatsing daar. Een tegenvraag aan de heer Van Santen is: hebt u vandaag contact gehad met de VVD-fractie in Molenlanden, zo ja, wat was hun reactie op deze emotie, en zo nee, waarom niet? Want we willen toch samenwerken. De heer Van Santen: Dat vind ik echt een irrelevante vraag op dit punt. Ik snap niet zo goed waarom deze vraag nu gesteld wordt. Gisteravond is er een debat geweest in de provincie en daar hebben we overleg over gehad. Ik weet ook precies wat het standpunt is van de VVD-Molenlanden: die zijn altijd tegen windenergie geweest en dat is tot op heden nog steeds het geval. Ik snap niet zo goed waarom ik over de motie nog een keer met de fractie zou moeten overleggen, maar als ik uw pleidooi moet meenemen, wil ik dat best voor u doen.
De heer Van Willigen: Ja, daarom vraag ik het! Wij hebben het er hier over hoe die in Molenlanden valt, dus ik kan me voorstellen dat de fracties die ook een fractie in Molenlanden hebben hierover overlegd hebben met de fracties in Molenlanden, maar dat blijkt dus niet het geval te zijn. De heer Van Santen: Maar dan moet u tegelijkertijd ook overleggen met de andere fracties om ons heen. Er zijn meer buurgemeenten dan Molenlanden en we hebben met meer mensen te maken dan alleen in Molenlanden. De heer Van Willigen: Maar die maken geen onderdeel van ons rechtsgebied uit. R - 37
De voorzitter: Goed. Dat waren uw opmerkingen, meneer Van Willigen? De heer Van Willigen: Ik had nog een tegenvraag aan de SP: of de normen die de SP voor Gorinchem hanteert dan ook gelden voor Molenlanden. De heer Van Houwelingen: Da’s een goeie. Die normen, of eigenlijk afwegingskaders, gelden niet alleen voor windturbines, maar ook voor zonneweides. Je kunt samen zeggen: onder welke voorwaarden zou het wel of niet kunnen? De zoeklocaties zijn volgens mij tot nu toe Avelingen en Oost. Daar zal als eerste naar gekeken worden. Als Molenlanden zelf ook een locatie ter beschikking zou willen stellen, zou ik van harte aanraden om dezelfde kaders te nemen. Het punt is, en daarmee kom ik ook terug bij de heer Van der Geest, dat de huidige wettelijke kaders door de Raad van State zijn geschrapt. Ze zijn in ontwikkeling, maar dat duurt en duurt, en op dit moment zitten we in een vacuüm. Meneer Jetten heeft duidelijk gezegd dat de gemeente nu zelf lokale regels mag opstellen en ik denk dat we daarmee in ieder geval onze inwoners en de buren, en de overburen, kunnen beschermen tegen de hinder die het kan opleveren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oostrum. De heer Oostrum: Voorzitter. Drie of vier vergaderingen geleden hebben we afgesproken om als gemeenteraad samen het voortouw te nemen op vijf prioriteiten, en die prioriteiten zijn vastgesteld, waaronder windturbines.
De coalitiepartijen hebben, als ik het zo hoor, al een duidelijke voorkeur om dit weer bij het college neer te leggen en niet bij onszelf als gemeenteraad te houden. Dan ligt het dus weer bij de coalitiegebonden partijen en de mening van de niet-coalitiegebonden partijen wordt daar vooralsnog niet in meegenomenDe voorzitter: De heer Klein. De heer Klein: Ik val een beetje in herhaling, ben ik bang, maar nogmaals: wij als Stadsbelang zien dit echt als een input voor de raadsagenda en willen die input samen met Molenlanden realiseren. De heer Oostrum: Maar mijn pleidooi heeft u nog niet gehoordDe heer Van der Meijden: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van der Meijden. De heer Van der Meijden: Ik wil daar toch een vraag over stellen aan de heer Klein, want dit is de tweede keer dat hij aangeeft dat dit input moet zijn voor de raadsagenda. Maar dan vraag ik me wel af: deze motie is gericht op het college, gaat betrokken worden bij het voorstel in januari van het college en niet bij de raadsagenda. Hoe ziet hij dat dan voor zich? De heer Klein: Eigenlijk heel simpel. Volgens mij zit hier al heel veel kennis en documentatie. Kortom, er zijn hier mensen die dit fulltime doen. Volgens mij is het zo simpel.
R - 38
De heer Van der Meijden: Voorzitter. De heer Klein geeft geen antwoord op mijn vraag. De motie geeft een opdracht aan het college om een afwegingskader te gaan formuleren. Dat hoort dus niet bij de raadsagenda. Waarom wil hij dat dan betrekken bij de raadsagenda en op welke manier moeten we dat vormgeven? Hoe gaat u een opdracht die u geeft aan het college als input gebruiken voor een raadsagenda die de raad maakt? De heer Klein: Ze komen uiteindelijk met normeringen, afwegingskaders, van: jongens, dit zou kunnen, en daar kunnen wij dan concreet iets van vinden. Dus het hele gedeelte van “jongens, we moeten haast maken en doorzetten”, volgens mij staat het allemaal gewoon aan elkaar gekoppeld. Hierdoor kunnen we juist als raad sneller en concreter beslissingen nemen. De heer Van der Meijden: Voorzitter. Ik constateer dat de heer Klein wederom geen antwoord heeft gegeven op mijn vraag. De heer Klein: Dan is de vraag voor mij echt compleet onduidelijk. De voorzitter: De heer Oostrum. De heer Oostrum: Dank u wel, voorzitter. Ik kom toch weer even terug bij waar ik mee begon, namelijk dat we hebben afgesproken om als gemeenteraad samen het voortouw te nemen. Dat ‘samen’ zijn voor ons de coalitiegebonden en niet-coalitiegebonden partijen en het voortouw nemen betekent voor mij dat we als gemeenteraad iets willen uitdiscussiëren met elkaar voordat we het college aan het werk zetten.
De discussie volgend, vind ik het heel erg jammer dat het woord ‘samen’ door deze motie en de hele discussie die het opgeleverd heeft ons weer uit elkaar drijft in coalitiegebonden en nietcoalitiegebonden partijen. Uit respect voor de niet-coalitiegebonden partijen, maar ook uit respect voor de partijen die hier niet aanwezig zijn, namelijk die in Molenlanden, zou ik het veel verstandiger vinden om het ‘samen’ uit te breiden naar de gemeenteraad van Molenlanden en de gemeenteraad van Gorinchem, zowel coalitiegebonden als nietcoalitiegebonden partijen, zodat we dus eerst als gemeenteraden met elkaar in gesprek gaan en daarna de colleges aan het werk zetten. Voorzitter. Ik hoop dat wij snel in gesprek kunnen komen met de gemeenteraad van Molenlanden. De voorzitter: De heer Van Houwelingen. De heer Van Houwelingen: Dank u wel, voorzitter. Ik kan goed meegaan in wat u net zei. Als we nu in plaats van het verzoek aan het college in de motie formuleren dat we een opdracht geven aan onszelf als raad om samen met Molenlanden iets op te stellen en dat op een gegeven moment als voorstel hier in de raad neer te leggen, zou u er dan wel mee kunnen instemmen? De heer Oostrum: Dat is de kern van mijn pleidooi in feite: om eerst als raden met elkaar in gesprek te gaan en dan de colleges weer aan het werk te zetten.
Maar we vergeten één ding: het is heel belangrijk om snel te werken, want de huidige energielasten maken het keihard noodzakelijk om energie heel snel dichtbij te gaan ontwikkelen, zodat we daar ook lokaal profijt van kunnen hebben. R - 39
De heer Van Houwelingen: Voorzitter. Aangezien wij mede-indiener zijn, zou ik het fijn vinden als de vergadering een paar minuten geschorst zou kunnen worden, om dit voorstel even door te nemen. De voorzitter: Ik denk dat het goed is eerst de heer Krol nog even het woord te geven, zodat we vanuit de raad in ieder geval iedereen hebben gehad, en dan de vergadering te schorsen. De heer Krol. De heer Krol: Dank u wel, voorzitter. Met enige schroom als pseudo-woordvoerder, of schaduwwoordvoerder, op dit dossier, vanwege de afwezigheid van de heer De Pagter. Ik had dezelfde woorden opgeschreven als de heer Van Willigen: een semantische discussie over het woord ‘afwegingskader’. Ik heb het eens even opgezocht. Een afwegingskader hoeft niet per se over twee locaties te gaan, het kan ook over een ‘ja’ of ‘nee’ gaan. In de motie lees ik gevoeligheid, ook richting de positie van de gemeente Molenlanden. Ik zie het ook als een vraag ten dans, om samen met elkaar aan de slag te gaan. Misschien is het goed om het zo meteen nog even met elkaar te hebben over de vraag of we daar ook de posities van de raden goed in kunnen borgen. De wethouder heb ik eerder op de avond horen zeggen dat de urgentie bij beide gemeenten gevoeld wordt om heel snel stappen te maken met elkaar.
Ik zou het college willen vragen straks nog even terug te komen op deze motie, ook om te horen of deze motie al dan niet behulpzaam is in de contacten en het proces met de gemeente Molenlanden, en misschien zelfs daarin mee te nemen of een motie die iets laat zien van een verdeelde raad ook nog invloed heeft daarop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan schors ik de vergadering voor tien minuten (22.16 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (22.33 uur). Na de eerste termijn van de raad zal wethouder De Boer namens het college een reactie geven. Wethouder De Boer: Dank, voorzitter. Waar te beginnen? Misschien eerst nog een korte verwijzing naar de mededeling die ik aan het begin van de vergadering heb gedaan. In het debat is meerdere keren verwezen naar het besluit van Provinciale Staten. Dat begrijp ik en ik begrijp ook de emotie die daarover bestaat, ook in uw gemeenteraad. Zojuist al heb ik gezegd dat wij op dit moment uitvoerig in gesprek zijn met de diverse partners die betrokken zijn bij Avelingen, maar ook bij onze RES, over de vraag hoe we zowel het RES-bod gestand kunnen doen als recht kunnen doen aan de wens van deze raad om dat niet op de Avelingenlocatie te doen. Het is een spannend proces met soms botsende belangen, waarbij ik overigens wel hoopvol ben dat we gezamenlijk met partijen die route zullen inslaan.
Het is juist dat er een bepaalde tijdsspanne aan vastzit, niet zozeer omdat we dat zo graag willen, als wel vanwege het klimaatakkoord en de SDE+-subsidie die daaraan verbonden is, wat een heel belangrijke financieringsbron is voor energieprojecten. Daar komt die harde deadline vandaan.
R - 40
Veel discussie heb ik gehoord over de raadsagenda en de vraag welke rol deze motie daarbinnen speelt. Het moet me wel van het hart dat, gezien ook het traject dat we nu ingaan met elkaar om alternatieve locaties te gaan zoeken en de tijdsdruk die daarop staat, het proces in samenhang met de raadsagenda best een uitdaging gaat worden. Het college wil uw wens om dat via een raadsagenda te agenderen respecteren. Tegelijkertijd hebben wij, gezien het proces, niet maanden de tijd om kaders met elkaar te stellen. Ik zou haast mezelf willen uitnodigen voor de bijeenkomst die u gaat beleggen, niet om de inhoud te bepalen, maar wel om heel goed het proces te kunnen schetsen waar we in zitten, om u ook op de juiste momenten te kunnen helpen en op de juiste momenten de juiste kaders te kunnen stellen, met daarbij uiteraard de kanttekening, waaraan meerdere keren gerefereerd is, om dat ook nadrukkelijk samen met de raad in Molenlanden te doen. Want of u dat nu terecht vindt of niet, er is in de relatie tussen de gemeenteraad van Molenlanden en uw raad wat werk te verrichten om die te herstellen.
In die zin zou het goed zijn om de raadsbijeenkomst die we laatst hebben gehad met de twee raden begin volgend jaar eens te herhalen, en dat misschien volgend jaar ook vaker te doen op het moment dat dit onderwerp aan de orde is, om samen naar oplossingen te zoeken in plaats van in de twee raden individueel. Dan naar de motie. Zojuist is een discussie gevoerd over de vraag wat nu bedoeld wordt met kaders. Laat ik zeggen dat in Gorinchem, maar overigens ook in Molenlanden, op dit moment geen beleid bestaat op windenergie en evenmin een beleid op zonne-energie op land. In de motie wordt ons verzocht aan de voorkant met elkaar te bespreken en te benoemen onder welke voorwaarden wij dergelijke energieprojecten aanvaardbaar vinden.
Je kunt dan ook denken aan de discussie die we eerder met elkaar hebben gevoerd op het gebied van lokaal eigendom, om in een vroeg stadium te borgen met elkaar wat we daaronder verstaan en ook vanaf dag één met elkaar het gesprek op de juiste manier aan te gaan over wat we verwachten van een nieuw windproject, of we dat nu zelf gaan ontwikkelen, of dat er marktinitiatieven komen: welke eisen stellen we daaraan? Idem dito kan dat ook op geluid- en afstandsnormen, waarbij ik u wel wil meegeven, gezien het traject en gezien ook de rol die de provincie speelt: kijk uit dat u niet te veel normen en eisen stelt, want als u daarmee Noord onmogelijk zou maken, snijdt u zichzelf in de vingers, omdat de kans groot is dat dan wel gehandeld zal worden op Avelingen. De heer Van der Geest: VoorzitterDe voorzitter: De heer Van der Geest. De heer Van der Geest: De heer De Boer geeft aan dat we geen beleid hebben, maar we hebben bij Avelingen wel op negen punten getoetst of het wel of niet kon en haalbaar was. Je zou het bijna een toetsingskader kunnen noemen.
Ziet hij daar nog punten in waarvan hij denkt dat er nog iets aan moet worden toegevoegd, of kunnen we diezelfde punten loslaten op in ieder geval de Groote Haar die misschien uitgebreid kan worden en wellicht een andere willekeurige locatie die hij nog in gedachten heeft? Wethouder De Boer: Op Avelingen hebben we veel geleerd over de ontwikkeling van windprojecten en een ‘x’ aantal technische eisen waaraan een windproject moet voldoen. Dat zijn eisen die hoe dan ook gesteld worden aan welke ontwikkeling dan ook, zoals op het gebied van externe veiligheid en op het gebied van geluidsnormen. Op een ‘x’ aantal R - 41
onderdelen bestaan er gewoon wettelijke kaders waaraan we te voldoen hebben. Aanvullend daarop zou je, op het moment dat energieprojecten worden ontwikkeld in onze stad, of het nu zon op land is, of een zonneweide waarvoor een ‘x’ aantal initiatiefnemers bestaan, of windmolens, een bepaalde vorm van lokaal eigendom kunnen eisen en kunnen aangeven dat we die op ‘die en die’ manier voor ons zien. Het zou kunnen om dat met elkaar aan de voorkant te bespreken, ook om te voorkomen dat over bijvoorbeeld een jaar, of anderhalf jaar, nieuwe argumenten gaan komen waaraan getoetst moet worden. Volgens mij is het belangrijk om dat helemaal aan de voorkant met elkaar af te spreken, juist ook om dadelijk snelheid te kunnen betrachten. De heer Van der Geest: Een vervolgvraag nog, voorzitter. De heer De Boer noemde lokaal eigendom. Volgens mij heeft de raad dat bij het onderzoeken van Oost en Avelingen ook als eis genoemd, in ieder geval als sterke wens. De onderzoekers gaven ook aan dat zij dat in alle projecten op Rijksgronden doen. Alleen, de mate van lokaal eigendom hangt ook af van de businesscase die erbij is. Ik hoor dus eigenlijk geen nieuwe dingen die we kunnen toevoegen om te onderzoeken, en dan is de motie ook nog eens een keer overbodig. Wethouder De Boer: Op het punt van lokaal eigendom ben ik het niet helemaal met u eens.