CConstaterende datGorinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221215 Concept Verslag raadsvergdering

Raadsvergadering 30 januari 2023, gemeente GorinchemBij agendapunt: HAMERSTUK Vaststellen notulen voorgaande raadsvergadering en parallelsessies24.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ja, de partijen waren voornemens om zich te houden aan die 50%-norm, maar tegelijkertijd, omdat wij geen heldere kaders hebben in Gorinchem, en ook in onze RESregio, over lokaal eigendom, is dat gesprek ook naar de achtergrond verdwenen. Het was de bedoeling om aan het einde van het proces, op het moment dat je gaat tenderen op een locatie Avelingen, dat dan in te brengen als eisen, waardoor je ook niet in het participatietraject aan de voorkant al kon laten zien wat eventueel de voordelen van windenergie in onze stad kunnen zijn. Door wel aan de voorkant met elkaar af te spreken hoe wij lokaal eigendom zouden zien, zouden we dat gesprek, ook met de omgeving, op een andere manier kunnen voeren. De heer Van der Geest: Ik vind het prima om met elkaar dat lokaal eigendom verder te bepalen, of het nu van verenigingen is, van ondernemers, of van inwoners, zoals ook de corporatie De Knotwilg al in praktijk brengt op Groote Haar. Maar dan hoeven we toch niet een nieuw kader met elkaar te gaan schetsen? De wethouder geeft nu weer geen duidelijkheid over welke locaties dan afgewogen zouden kunnen worden.

Volgens mij is het alleen maar Gorinchem-Noord, ook als we Avelingen niet meer willen, tenzij die ineens wel weer wordt afgewogen op deze manier, of Oost, maar dan moeten we gewoon kijken wat we wenselijk vinden op Noord, en niet een heel afwegingskader met elkaar gaan optuigen om dingen tegen elkaar af te wegen die niet hoeven. Wethouder De Boer: Dan gaat het dus over de vraag wat we met elkaar verstaan onder een afwegingskader. Volgens mij is het belangrijk dat we aan de voorkant, ook met de gemeenteraden, bepalen wanneer we een ontwikkeling, ook op Gorinchem-Noord, aanvaardbaar vinden. Dat hoeft niet een heel boekwerk of beleidsstuk te zijn, het kan bij wijze van spreken op een of twee A4’tjes, waarop we met elkaar een ‘x’ aantal randvoorwaarden stellen voor energieprojecten in onze gemeente. De heer Van der Geest: Ja, maar, voorzitterR - 42

De voorzitter: U heeft uw punt nu wel gemaakt, denk ik. De heer Van der Geest: Maar de 500 meter-norm ligt vast. Nou, plop die nou maar eens op de rest van Gorinchem, dan blijft er eigenlijk niks meer over, behalve GorinchemNoord, en de rest van de normen hebben we al, die zijn wettelijk vastgesteldDe voorzitter: Dat punt heeft u inderdaad al eerder gemaakt. Wethouder De Boer vervolgt zijn betoog. Wethouder De Boer: Voorzitter, misschien nog één punt daarover. Aan het begin van mijn betoog gaf ik aan dat de provincie op dit moment een aantal dingen mogelijk maakt, een aantal dingen ook niet. In onze regio wordt op dit moment de mogelijkheid geboden om bestaande locaties uit te breiden. Dat is de enige kans die we nu hebben om een Avelingenbod/ windbod op een andere manier vorm te geven. Dus als u om duidelijkheid vraagt: als wij Avelingen definitief van de kaart willen hebben, zullen we aan de bak moeten op Gorinchem-Noord. In het nieuwe jaar komt een voorstel naar u, misschien ook breder, om dat te gaan onderzoeken en daarvoor een goed traject in te richten, met participatie en alles erop en eraan. Dat mag u ook verwachten van ons college. Wij moeten vaart maken en er komt gewoon een voorstel naar u toe om alternatieven te gaan onderzoeken. De voorzitter: De heer Van Willigen.

De heer Van Willigen: Geachte wethouder, heeft u dan deze motie nodig? Mij klinkt die nu als totaal overbodig in de oren. Wat heeft u uit de motie nodig om het werk te kunnen doen dat u nu beschrijft? Wat is hier aanvullend aan voor u? De voorzitter: Volgens mij wilde de wethouder net aan de motie beginnen, dus dat komt goed uit. Wethouder De Boer. Wethouder De Boer: Voorzitter. Ik denk dat het heel goed is om in het bredere RESverband, dus met onze buren, maar wellicht ook met de provincie, want die heeft ook zo haar wensen over wat wel en niet mag in ons gebied, aan de voorkant in gesprek te gaan over de voorwaarden die we willen stellen aan deze ontwikkeling, zodat we aan de voorkant met elkaar die discussie voeren en niet over een jaar gaan praten over wellicht andere afstandsnormen, enz. We gaan een intensief traject met elkaar in. In Avelingen is veel capaciteit, en ook veel geld, bijvoorbeeld vanuit de Rijkspartij, gestoken om tot een bepaald punt te komen en we moeten volgens mij dat traject alleen maar starten als we duidelijke keuzes met elkaar maken over de voorwaarden waaronder we dat acceptabel vinden. In die zin beschouwen we de motie als een steun in de rug om het gesprek aan te gaan met onze RES-partners.

Ik zou kunnen toezeggen dat wij in de RES dit vraagstuk agenderen en daar in gezamenlijkheid gaan kijken of we tot een voorstel voor u kunnen komen, een eerste aanzet waar u dan in uw raadsagenda over kunt spreken, maar ik roep u op om dat ook in gezamenlijkheid te doen en het onderwerp ook met Molenlanden op te pakken. Dat zou ik kunnen doen: deze wens van de raad meenemen om eens even het gesprek aan te gaan met onze RES-partners of het een idee is om daarop kaders te gaan ontwikkelen.

R - 43

De heer Van Willigen: Mijn vraag is niet helemaal beantwoord, maar laat ik hem anders duiden. Volgens mij heeft u de motie helemaal niet nodig. U schetst precies de situatie waarop, laat ik zeggen, de oppositiepartijen geduid hebben. U wilt zelf in gesprek met Molenlanden en u geeft aan dat de motie voor u dan een steun in de rug zou zijn. Dat zou mij bijzonder verbazen met zo’n verdeelde raad over deze motie. Hoe kunt u dat dan als een steun zien? Volgens mij is het namelijk helemaal geen duidelijk signaal, maar is het signaal dat de gemeenteraad van Gorinchem eigenlijk ook niet weet hoe hij u aan de gang moet hebben, terwijl we horen dat u dat al doet. Wethouder De Boer: Er is nog niet gestemd over de motie, dus het is nog niet bekend welke verdeling er is. Of het dan een steun in de rug is, is voor nu even hypothetisch. De heer Van Willigen: Nee, dat zijn uw woorden. U zei dat de motie een steun in de rug zou kunnen zijn voor het gesprek met Molenlanden. Wethouder De Boer: De raad stelt de kaders vast, dus u kunt mij met de opdracht op pad sturen om daarmee aan de slag te gaan en dat gesprek uitvoerig te gaan voeren. Dit gesprek kunnen we eigenlijk bij het indienen van elke motie voeren. Als hier een debat wordt gevoerd over een motie die is ingediend, hebben we het er met elkaar zo uitvoerig over gehad dat je je kunt afvragen of ik de motie nog nodig heb.

Uiteindelijk bepaalt u met elkaar de kaders en of u mij daarmee op pad wilt sturen. De voorzitter: De heer Koçak. De heer Koçak: Dank u wel, voorzitter. Ik wil dat de heer De Boer terdege het volgende beseft. Onze voorzitter heeft in de afgelopen periode enorm geïnvesteerd in verbinding: verbinding met de regio en draagvlak. Ik hoop van harte dat u geen enkel risico neemt om de verhoudingen op scherp te zetten. De vraag hierbij is: wat houdt u tegen om, wat de heer van Willigen ook zei, aan de voorkant in gesprek te gaan met Molenlanden? Ik heb ook nog een tweede, en laatste, vraag. U had het over herstellen van de relatie tussen beide raden. De vraag is: hoe is de relatie tussen beide colleges? Wethouder De Boer: Om met het laatste te beginnen: die relatie is goed. We zijn uitvoerig met elkaar in gesprek en eerder zijn we, ondanks de meningsverschillen, tot een gezamenlijke inspraak bij de provincie gekomen. Dat lukt niet als de relatie niet goed is. Het betekent niet dat je soms niet van mening kunt verschillen over bepaalde onderwerpen, maar ik ervaar die samenwerking in ieder geval als zeer positief. Tegelijkertijd moeten we volgens mij constateren dat er tussen de raden werk aan de winkel is om nader tot elkaar te komen. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter.

Ik heb aandachtig geluisterd naar wethouder De Boer en ontkom niet aan de conclusie dat hij hinkt op twee gedachten. Allereerst constateren we met elkaar dat er werk aan de winkel is tussen de raden. Dat is niet zomaar ontstaan. Tegelijkertijd zegt u dat deze motie een steun in de rug zou zijn om de samenwerking met Molenlanden op te zoeken. Maar dan vraag ik me toch het volgende af. In oktober hebben we niet alleen het besluit genomen om een ‘no go’ ten aanzien van Avelingen uit te R - 44

spreken. Als u het voorstel nog eens terugpakt zult u zien dat het laatste beslispunt erop was gericht om de samenwerking met de RES-partner op te zoeken en in overleg te treden om tot een alternatief te komen, oftewel een herijking van de RES, waarover de coalitie ook afspraken heeft gemaakt. Met andere woorden: u hebt al de opdracht om die samenwerking op te zoeken. Welke steun in de rug hebt u dan nog nodig? Wethouder De Boer: Aan die samenwerking werken we ook heel intensief. Ik zou u mijn agenda kunnen laten zien. Ik denk dat er weinig wethouders zijn in Zuid-Holland die zo vaak de deur bij de provincie hebben platgelopen deze maanden, of interbestuurlijk overleg hebben gevoerd. We zijn in onze RES echt samen met alle partners aan het zoeken hoe we een goede invulling kunnen geven aan ons RES-bod en tegelijkertijd ook recht kunnen doen aan de uitspraak die is gedaan in deze raad. Daar werken we dus al aan als college, dat gesprek voeren wij op een goede wijze en vanuit die hoedanigheid werken wij ook aan een concreet voorstel, dat wij in het nieuwe jaar aan u willen voorleggen, om de alternatieven te gaan onderzoeken.

De heer Tekir: Daar ben ik blij mee, maar is het dan niet wijs om een broedende kip – excuus voor de metafoor – even met rust te laten, het voorstel te laten doen en dus nu niet verder te morrelen met allerlei moties aan het proces dat al in volle gang is en de samenwerking die kennelijk goed loopt? De voorzitter: Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: De heer Tekir refereert aan de vergadering van 20 oktober, toen we een ‘no go’ gaven voor Avelingen. Inmiddels is natuurlijk een situatie gewijzigd in de reactie van Molenlanden, die zich buitengewoon scherp heeft uitgelaten over de gemeenteraad van Gorinchem en het besluit dat wij hier toen hebben genomen. Die situatie is nu dus anders en bovendien is gisteren een besluit genomen door de provincie, dat heel actueel is. Dat was en is de aanleiding voor deze motie, om ons niet als een soort sitting duck te laten plukken en altijd maar óver ons te laten regeren. Dit gaat over Gorcums grondgebied en wij vinden dat wij over Gorcums grondgebied mogen gaan. We zijn geen sitting duck hè, om even bij de kippen te blijven. De heer Tekir: Daarmee worden mijn zorgen toch bevestigd. Molenlanden is boos op ons en in reactie daarop gaan wij een eenzijdig besluit nemen om er verder aan te morrelen. Mevrouw Hamann: Voorzitter. Dat begrijpt de heer Tekir helemaal verkeerd.

Als Molenlanden boos is, vind ik dat super-jammer, maar ik kan die boosheid helaas niet wegnemen. We doen een knieval voor samenwerking. Maar laten we eerlijk wezen: de boosheid is wel begrijpelijk als je bedenkt dat de RES 1.0 eigenlijk alleen maar op Gorcums grondgebied plaatsvindt. Dus heeft Molenlanden zoiets van: Gorinchem houdt geen woord en Gorinchem heeft het gedaan, maar Gorinchem moet ook opkomen voor de belangen van de stad en nogmaals, ik zei het net ook: Avelingen was een pilot en die zou kunnen stoppen bij een ‘no go’. Dat is ons meermalen toegezegd en zo gebeurt het nu niet, want wij hebben een ‘no go’ gegeven en er is een groep bij de provincie die vindt

R - 45

dat het wel gewoon door moet gaan. Dus ik denk dat wij niet moeten gaan zitten wachten, maar ook zelf initiatief moeten nemen en die samenwerking moeten blijven zoeken. De voorzitter: Mevrouw Hamann. We kunnen wel weer allerlei zaken uit het verleden oprakelen, maar feit is dat op enig moment zowel in de raad van Molenlanden als in de raad van Gorinchem een RES is vastgesteld. Uiteindelijk moeten we ook concluderen dat na de verkiezingen de stemverhoudingen zijn gewijzigd en een onderdeel uit de RES is gehaald. De situatie is nu zo dat het college wethouder De Boer op pad stuurt om datgene wat de raad hier wenst voor het Gorcumse grondgebied te realiseren en tegelijkertijd sturen we de wethouder, en dus het college, ook op pad om in gezamenlijkheid met Molenlanden, als onze RES-partner, onze goéde RES-partner – laten we dat ook even met elkaar vaststellen –, tot een oplossing te komen.

De vraag is nu, en die is zeer relevant, het is niet voor niks dat we hier zo’n uitgebreid gesprek voeren, en het is goed dat we dat doen, want het gaat wel ergens over, maar in de context waarin we nu met elkaar zitten, waarbij we een oplossing proberen te vinden waar we ons als beide gemeenten, RESpartners – zo wil ik het ook wel even nadrukkelijk benoemen –, in samenspraak met de provincie, goed bij voelen, of u, na wat u wethouder De Boer heeft horen zeggen, namelijk dat datgene wat u wenst en waartoe u oproept in de motie, nadrukkelijk aan de orde zal worden gesteld in de gesprekken die hij voert bij Molenlanden, nog persisteert bij deze motie, of zegt u: dit is voldoende, we hebben er vertrouwen in dat de wethouder met de uitspraken die u graag ziet aan de slag gaat? En dan moeten we dat natuurlijk wel in de context zien van dat er het een en ander gewijzigd is vanuit Gorinchem. We willen natuurlijk met iedereen vanuit goede verhoudingen het goede doen voor onze stad, maar ook in gezamenlijkheid met Molenlanden. De heer Van Santen. De heer Van Santen: In aanvulling op wat u zegt. Wij denken dat het verhaal van de wethouder best overeenkomt met de intentie van deze motie. Er is ook helemaal niets mis met het vaststellen van moties binnen je eigen raad, om daarover daarna het gesprek aan te gaan. Zo is het ook altijd gegaan in de RES; dat heb ik net ook uitgelegd.

En zo zou het ook voor onze inwoners moeten gaan. De RES is op dit punt ook helemaal niet anders dan het geweest is, want we zouden zoeken en daarna zouden we samen kijken of het uitkomsten biedt, op basis van normen, technische factoren en noem maar op. Dat er dan boze reacties zijn, is misschien niet onlogisch, maar ze zijn gedeeltelijk wel op verkeerde aannamen gebaseerd – dat heb ik net ook uitgelegd met het voorbeeld van de provincie –, en dat is jammer. En let op: er zijn ook reacties van onze andere buren geweest in de tussentijd, die ook voor andere verhoudingen hebben gezorgd. Dus terugkomend op mijn eerste punt: ik denk dat het best overeenkomt met de intentie, maar dat doet niets af aan het proces dat we hier hebben doorlopen. De voorzitter: De heer Van Willigen. De heer Van Willigen: Meneer Van Santen, u hebt toch wel gehoord hoe de voorzitter het samenvatte? Dank dat u ook nog de gemeente noemde – met name Sleeuwijk hebben we het dan natuurlijk over –, waar wat gebeurt. Volgens mij is de vraag eigenlijk, en ik kan het niet beter verwoorden dan de voorzitter deed: houdt u vast aan de motie, of zegt

R - 46

u dat hij eigenlijk gewoon overbodig is. Mevrouw Hamann, dat is de vraag die aan u gericht is. De voorzitter: Ik kijk even naar wethouder De Boer. De heer Van Willigen: Maar, voorzitter, ik mag toch wel een antwoord van mevrouw Hamann verwachten? Ze doet wel wat met haar hoofd, maar dat is geen antwoord voor de notulen. De voorzitter: Ik zag dat mevrouw Hamann niet wilde antwoorden, vandaar dat ik naar wethouder De Boer ging. Wethouder De Boer: Voorzitter. Als ik de raad goed beluister, hecht u allemaal belang aan het stellen van kaders in het hele winddossier. U hebt het niet voor niks ook op de raadsagenda gezet. Maar u uit zorgen over hoe dat valt bij onze collega’s in Molenlanden. Het siert u om daar aandacht voor te vragen en het ook hier te agenderen. Mijn voorstel zou dan zijn dat ik in het volgende RES-overleg met onze partners uw wens kenbaar maak om aan de voorkant in gesprek te gaan, in gezamenlijkheid met de twee raden, over eventuele kaders. Daarvoor zouden we vanuit de RES ook gewoon een voorstel kunnen doen. Aan die kaders wordt op dit moment nog niet gewerkt, wel aan een voorstel voor het onderzoek, maar niet aan die kaders. Dat zou dan een aanvulling zijn en ik zou in RES-verband kunnen voorstellen om daarvoor met een voorstel te komen. Dan hoeft u ook niet bang te zijn dat de motie eventueel verkeerd valt.

Ik ga dan met de brede wens die leeft in uw raad aan de slag in RES-verband, om dat gesprek aan te gaan en te kijken of we in het nieuwe jaar, ook als input voor uw raadsagenda, een soort voorstel kunnen opleveren. Dat zou mijn voorstel zijn, om uit deze impasse te komen. De voorzitter: De heer Tekir. De heer Tekir: Voorzitter. Ik heb even niet helder wat dan het advies is ten aanzien van de motie. Om hem toch scherp te krijgen een hele simpele vraag, en ik hoop dat die ook simpel beantwoord kan worden: is deze motie goed voor de verhoudingen met Molenlanden, of niet? Wethouder De Boer: Letterlijk staat in de motie: agendeer het in de RES en ga met Molenlanden in gesprek om een kader te maken. In de motie die eerder is aangehouden ging het over ons als Gorinchem: om het zelf te bepalen en de kaders te stellen. De motie vraagt nu om in het in gezamenlijkheid te gaan doen. Ik durf het wel aan om die vraag neer te leggen in de RES, om in gezamenlijkheid zo’n voorstel voor u te doen. De heer Tekir: Dus uw inschatting is dat deze motie in goede aarde valt bij Molenlanden? Wethouder De Boer: Dan vraagt u mij een voorspelling te doen hoe het gaat vallenDe heer Tekir: Nou ja, u geeft aan dat u volop in de samenwerking zitDe voorzitter: Misschien is het toch goed dat ik even het volgende in het midden breng.

Ik wil me niet bemoeien met de portefeuille van een collegelid, want het is wethouder De Boer die gaat over dit dossier. Tegelijkertijd zie ik zelf een verantwoordelijkheid als het R - 47

gaat over interbestuurlijke verhoudingen. Als u op de website kijkt, ziet u ook dat dat onderdeel is van mijn portefeuille. Over het algemeen is het zo, nog even los van de situatie hier, dat, als gemeenteraden uitspraken doen richting andere gemeenteraden, zonder dat daar contact over is geweest, dat dat niet goed valt. Dat is een waarheid als een koe, daar hoeven we geen ingewikkelde betogen over te houden, dat is gewoon zo. Je zoekt elkaar op en je praat niet óver elkaar, maar mét elkaar. Dat is elementaire communicatie. Wat de wethouder hier probeert, en dat is ook zijn portefeuille, is vanuit de inhoud alles eraan te doen om datgene wat u als raad wenst in te brengen bij Molenlanden. Dat is een keiharde toezegging. Tegelijkertijd zeg ik, vanuit de interbestuurlijke verhoudingen: praat met elkaar en niet over elkaar. En dan weet ik bijvoorbeeld, als ik even kijk naar de bestuurlijke agenda, dat er sowieso een gesprek is gepland voor beide raden op 14 maart. Mocht het nodig zijn eerder een gesprek te plannen, dan lijkt het me zeer wenselijk om dat te doen, zeker omdat deze materie heel gevoelig ligt. Praat met elkaar en niet over elkaar. De heer Tekir: Voorzitter, dank u wel voor uw heldere uitleg.

De voorzitter: Zijn er nog anderen die het woord wensen? Anders is het misschien goed om, gegeven wat zojuist heeft plaatsgevonden, even de vergadering te schorsen, zodat iedereen even zijn mind op kan maken over hoe hij hierin zit. Mevrouw Hamann. Mevrouw Hamann: Voorzitter. Wij willen graag een tweede termijn beginnen. De voorzitter: Dat kan, maar ik vraag me wel even af of het niet wenselijk is om even te schorsen. De heer Van der Meijden: Ja, en ik denk dat het goed gebruik is dat we dat honoreren van elkaar. Het hoeft niet lang, maar misschien is even wel wijs. De voorzitter: Goed, ik schors de vergadering voor een kwartier (23.05 uur). Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering (23.19 uur). Het woord is aan mevrouw Hamann van Gorcum Actief. Mevrouw Hamann: Dank u wel, voorzitter. In oktober hebben wij het ‘no go’-besluit genomen voor Avelingen. Zoals de zaken nu lopen bij de provincie en in de regio, is de geloofwaardigheid van onze politiek wel degelijk in het geding. De verhoudingen staan op scherp, hoor ik van iedereen. Dat hebben we ook in de krant kunnen lezen – de heer Van der Geest heeft daar gelijk in –: in de betreffende commissievergadering was men niet mals over Gorinchem. Aan de andere kant gaat het wel over het Gorcums belang, het Gorcums grondgebied, en hoeven wij ons niet als een sitting duck te laten plukken. Maar we willen wel samenwerken.

De motie roept op tot samenwerking. We hebben de wethouder meermalen horen zeggen dat hij in goede verhoudingen samenwerkt op bestuurlijk niveau met de RES-partners – dat zijn er meerdere – en er zijn zoveel toezeggingen gedaan om nu met voorstellen te gaan komen, dat wij erop vertrouwen dat

R - 48

de wethouder, hopelijk vrij pril in het nieuwe jaar, met voorstellen kan komen waarmee wij volgens de raadsagenda aan de gang kunnen. Dat gaat zeker niet individueel worden, alleen over Gorinchem, maar samen met Molenlanden wat ons betreft, al moeten ze dan wel meedoen natuurlijk. Wij hebben vertrouwen in die aanzet, al vinden we 14 maart wel wat laat. We hopen op eerder, maar we gaan het horen en zien. Bij dezen trek ik de motie in. De voorzitter: Dank u wel. Na het mooie debat dat we met elkaar hebben gevoerd, concludeer ik twee dingen: een heel heldere opdracht aan het college om aan de slag te gaan om samen met Molenlanden te werken aan afwegingskaders, en tegelijkertijd spreekt de raad heel nadrukkelijk uit dat we het van groot belang achten op een goede wijze te werken, samen met Molenlanden, aan de RES. We hechten aan goede interbestuurlijke verhoudingen. Dit lijkt me een hele mooie afsluiting, niet alleen van dit debat, maar ook van het laatste agendapunt dit jaar. Kan ik daarmee dit agendapunt afsluiten? Ik zie positieve reacties. Dank u wel. 11. Sluiting

De voorzitter: Dames en heren. We zijn aan het einde gekomen van deze vergadering. Ik heb nog een paar zaken te melden. Allereerst: dit zal de laatste vergadering zijn van de heer Van der Meijden. Tot 5 januari 2023 is hij nog raadslid, daarna zal mevrouw Alba Heijdenrijk weer terugkeren in de raad. Het lijkt me goed in de vergadering van 26 januari afscheid te nemen van de heer Van der Meijden. In diezelfde vergadering zullen we ook afscheid nemen van de huidige kinderburgemeester en een nieuwe kinderburgemeester installeren. Het lijkt me ook heel mooi om dat te doen. Donderdag 22 december hebben we het jaarlijkse kerstdiner van de raad. Hopelijk zie ik u zo meteen ook nog even op de vide. Ten slotte ben ik erop geattendeerd dat het buiten buitengewoon glad is. Onze notulist is om die reden al vertrokken. Dus doet u vooral heel voorzichtig als u naar huis gaat. Ik dank u voor de goede debatten in het afgelopen jaar, ik wens u een inspirerende feestperiode toe en ik hoop u in ieder geval weer te zien tijdens het raadsdiner, en graag ook weer in het nieuwe jaar! Ik sluit de vergadering (23.24 uur).

R - 49

Sprekersindex:

Boer, M. de, 7, 8, 10, 15, 16, 20, 40, 41, 42, 43, 44, 47 Boutachkourt, A., 5 Dansen, mw. E.L., 6 Foppen, A.H.A., 23 Geest, J.P. van der, 3, 21, 24, 31, 32, 33, 34, 35, 41, 42 Hamann, mw. E.W.H., 3, 10, 19, 23, 24, 25, 31, 33, 34, 45, 48 Houtepen, M.C., 15, 19 Houwelingen, A.C. van, 11, 13, 16, 18, 30, 31, 37, 39 Klein, J., 22, 28, 29, 30, 32, 35, 36, 38, 39 Koçak, E.A., 4, 12, 16, 23, 24, 44 Krol, A., 14, 19, 24, 40 Mager, mw. A., 9, 12 Meijden, T.I. van der, 14, 20, 35, 36, 38, 39, 48 Oostrum, J.C., 3, 14, 16, 18, 22, 38, 39 Oversteeg, mw. J. van, 13, 17 Santen, N. van, 3, 5, 6, 9, 10, 22, 27, 36, 37, 46 Schefferlie, P.C.J., 3, 7, 8, 9, 13, 18, 21, 24, 25 Tekir, I., 7, 8, 11, 20, 22, 28, 29, 30, 31, 44, 45, 47, 48 Veen, D. van, 17, 18 Willigen, C. van, 24, 25, 28, 29, 35, 36, 37, 43, 44, 46

R - 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gorinchem&id=c524ea5b-f7d0-4531-9e23-d33ec0ed2eab